KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken Dierwaardige veehouderij en relatie tot Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof

26 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 126005021877996f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 286Dierenwelzijn28 973Toekomst veehouderijNr. 1478 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 juni 2026Met de Kamerbrief van 27 maart jl. (Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 80) is uwKamer geïnformeerd over de grote prioriteit die het kabinet geeft aan hetoplossen van de stikstofproblematiek. Het kabinet maakt duidelijke keuzesvoor een sterke en toekomstbestendige agrarische sector en het struc-tureel verbeteren van de natuur. Zodat vergunningverlening voorverschillende doelen weer mogelijk wordt, waaronder voor verduur-zaming van de landbouw. Deze opdracht wordt, zoals geschetst inbovengenoemde Kamerbrief, uitgewerkt via een aanpak op basis vanzeven pijlers waarbij het van belang is om de samenhang en synergietussen de afzonderlijke pijlers te borgen vanwege de grote afhankelijk-heden. Zo wordt met de inzet als geheel invulling gegeven aan deverschillende opgaven en doelen.De inzet gericht op stikstofreductie en natuurverbetering hangt nauwsamen met de andere opgaven in het landelijk gebied, namelijk klimaat,water, gewasbeschermingsmiddelen en dierwaardigheid. Voor dierwaar-digheid werkt het kabinet aan een algemene maatregel van bestuur(AMvB) dierwaardige veehouderij en het instellen van een landelijkeautoriteit dierwaardige veehouderij. De stappen naar een dierwaardigeveehouderij hebben een sterke relatie met alle andere opgaven, zoalsvanuit milieu en klimaat, die op het boerenerf afkomen. In de verdereuitwerking van stappen zal daarom ook steeds naar de integraliteit van deopgaven worden gekeken, zodat boeren weten waar ze aan toe zijn enverantwoorde investeringsbeslissingen kunnen nemen voor integraalduurzame stallen. Een concreet voorbeeld hiervan is dat de tijdpaden voorinwerkingtreding van de bedrijfsspecifieke emissienormen voor stikstof inde melkveehouderij en de maatregelen in de concept-AMvB voorrunderen samengebracht worden, door de maatregelen die stalaanpas-singen vragen voor nieuwbouw zo snel mogelijk in werking te latentreden. Dat betekent dat wanneer een melkveehouder de komende jarenstalaanpassingen zou moeten doen om aan de bedrijfsspecifiekeemissienormen per 2035 te voldoen, deze ook meteen de stalaanpas- kst-28286-1478ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14781 singen voor dierwaardig dient mee te nemen en zo direct een integrale,toekomstbestendige stal gebouwd wordt.Uitganspunt van het kabinet, zoals geschetst in bovengenoemdeKamerbrief, is dat maatregelen gericht op stikstof integraal wordeningericht, zodanig dat rekening wordt gehouden met deze andereopgaven en maatregelen hier, waar mogelijk, aan bijdragen. Zo wordt hetrisico op lock-in effecten zoveel als mogelijk beperkt en wordt voorkomendat maatregelen die worden getroffen in het kader van de ene opgave,worden afgewenteld op een andere opgave. Dit is effectiever en doelma-tiger en heeft ook als doel te voorkomen dat (agrarische) ondernemerssteeds nieuwe investeringen moeten doen voor verschillende deelop-gaven. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de motie van deleden Bromet en Ouwehand die de regering verzoekt dierwaardigheidnadrukkelijk te betrekken bij de stikstofaanpak van het kabinet1 en diehierbij wordt afgedaan.In het coalitieakkoord is afgesproken dat rond de zomer van dit jaar deontwerp-AMvB dierwaardige veehouderij aan het parlement zal wordenaangeboden voor de voorhang. Met deze brief informeer ik u over destand van zaken en de planning die ik daarbij voor ogen heb.Opbrengst internetconsultatieIn de zomer van 2025 vond de internetconsultatie voor de concept-AMvBdierwaardige veehouderij plaats. Het doel van deze consultatie was omiedereen die werkt met productiedieren in de veehouderij, waaronderveehouders en erfbetreders zoals dierenartsen en stallenbouwers (metname van melkvee, kalveren, pluimvee en varkens), en/of zich bezighoudtmet of inzet voor het welzijn van productiedieren te laten reageren op deconcept-AMvB. Deze internetconsultatie heeft 7.236 reacties opgeleverd.Omdat het gaat om omvangrijke regelgeving, die verschillende maatre-gelen voor verschillende sectoren kent, was er een mogelijkheid om aante geven of de reactie specifiek zag op een specifieke diersoort. Een grootdeel van deze reacties komt van burgers die gehoor hebben gegeven aande oproep van een aantal ngo’s om, door middel van voorbeeldreacties, tereageren op de internetconsultatie. In figuur 1 is de verdeling van deinhoudelijke reacties op de verschillende onderdelen van deconcept-AMvB zichtbaar gemaakt. Het overgrote deel (ongeveer 90%) vande reacties is afkomstig van burgers. Daarnaast hebben verschillendeveehouderijsectorpartijen, ketenpartijen uit de veehouderij, dierenwel-zijnsorganisaties en individuele veehouders op de internetconsultatiegereageerd. Van 3% van de reacties is de afkomst niet bekend.1Motie Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 34 van Bromet en Ouwehand, d.d. 19 maart 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14782 In het bij de voorhang uit te brengen verslag op de internetconsultatie zaluitgebreid in worden gegaan op de inhoud van de reacties en zal wordenaangegeven of en zo ja, hoe dit tot aanpassingen in de concept-AMvB ofnota van toelichting heeft geleid.VleesveeDe internetconsultatie heeft ertoe geleid dat er een aanvulling op deAMvB dierwaardige veehouderij is gestart voor de vleesveesector. Uitdiverse reacties, zowel vanuit NGO’s als sectoren, kwam namelijk naarvoren dat er verwarring kan ontstaan over de reikwijdte van de maatre-gelen en gedragsbehoeften die zijn aangewezen voor melkvee enkalveren. Dit omdat de nu al bestaande regels voor kalveren tot 6maanden gelden voor alle kalveren ongeacht doel waarvoor dezegehouden worden. Door vleesvee niet mee te nemen ontstond onduide-lijkheid over de toepassing van de aangescherpte regels voor kalveren inde vleesveesector. Ook kwam uit een aantal reacties het signaal naarvoren dat door enkel regels te stellen voor kalveren er een gat in deregelgeving kon ontstaan voor runderen die worden gehouden voor hetvlees met een leeftijd van meer dan 1 jaar. Dat is onwenselijk en daaromis voor vleesvee alsnog eenzelfde traject doorlopen als voor de andereveehouderijsectoren. Dat betekent dat voor deze sector eveneens eenagrarische praktijktoets heeft plaatsgevonden evenals een internetconsul-tatie. De internetconsultatie heeft in totaal 81 reacties opgeleverd. Deinbreng wordt momenteel verwerkt. Ik ben blij dat de vleesveesector zichdirect constructief heeft opgesteld en in een versneld tempo de verschil-lende stappen samen met de Dierenbescherming en mijn ministerie heeftkunnen doorlopen. De regels voor het houden van vleesvee wordenopgenomen in de versie van de AMvB dierwaardige veehouderij zoals diezal worden voorgehangen.Reikwijdte andere sectoren en ketensIn de internetconsultatie is door meerdere ngo’s en burgers gesteld datzonder het opnemen van maatregelen op het gebied van transport, slachtFiguur 1: verdeling inhoudelijke reacties op de verschillende onderdelen van de AMvBTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14783 en fokkerij een dierwaardige veehouderij niet mogelijk is. Ook ismeermaals geopperd om de AMvB uit te breiden naar andere veehoude-rijsectoren. In de toelichting op het amendement De Groot/Van Campen2zijn de vier grote veehouderijsectoren aangewezen om als eersteregelgeving voor te ontwikkelen, gevolgd door een viertal andere sectoren(geiten, konijnen, eenden en kalkoenen). Mijn focus is gericht op het zosnel mogelijk afronden van de voorhangversie voor de ontwerp-AMvBvoor de pluimvee-, varkens- en rundveehouderij. Daar waar fokkerijrelevant is en het de houderij raakt, zoals bij robuuste rassen bij pluimvee,nemen we dit mee. Ten opzichte van de genoemde diersoorten is devleesveesector nieuw ten opzichte van de eerste consultatieversie. Nadatdeze ontwerp-AMvB is afgerond en behandeld in het parlement, is hetvoornemen te starten met de AMvB voor de andere, in eerste instantie inhet amendement genoemde diersectoren. In het najaar zal ik nader ingaanop mijn plannen hieromtrent en over de planning die ik voor mij zie.Ik realiseer mij goed dat andere onderdelen in de keten, zoals deslachthuizen en het transport van dieren een belangrijke rol spelen bij eendierwaardige veehouderij. Voor deze schakels in de keten is veel geregeldop Europees niveau, zoals de Transportverordening en de Verordening terbescherming van het doden van dieren. Mijn inzet is om op Europeesniveau deze schakels op een dierwaardige veehouderij aan te latensluiten, en bijvoorbeeld bij de onderhandelingen voor de herziening vande Transportverordening ook hiervoor in te blijven zetten. Daarnaast zal ikwaar dat mogelijk en nuttig is, de ruimte in de Verordeningen benuttenom op nationaal niveau het dierenwelzijn te verbeteren, zoals ik met debeleidsregel maximumtemperatuur voor diertransport en de wettelijkeverplichting voor cameratoezicht in slachthuizen doe.3Wetenschappelijke onderbouwingIn de internetconsultatie is meermaals gesteld dat de AMvB niet of nietvoldoende wetenschappelijk is onderbouwd. In de AMvB vormt dewetenschap het beginpunt om de gedragsbehoeftes van dieren vast teleggen en om te bepalen welke houdvoorschriften moeten wordengesteld. De intrinsieke waarde van het dier is daardoor het centraleelement in de afweging. Het uitgangspunt van dierwaardige veehouderijis dat dieren niet worden aangepast aan het houderijsysteem, maar juistandersom: het houderijsysteem wordt aangepast aan de dieren. Om deuitvoerbaarheid van de maatregelen te borgen, is bij het opnemen vanvoorschriften en bij het bepalen van de inwerkingtredingsdata ook metandere relevante aspecten rekening gehouden, zoals de economischeimpact, de relatie met emissies en de mogelijkheid tot het kunnenverkrijgen van de benodigde omgevingsvergunningen. Dit is ook in lijnmet de artikel 2.3a, tweede lid, van de Wet dieren dat bepaalt waarin eendierwaardige veehouderij voorziet, voor zover dat redelijkerwijs van deveehouder verlangd kan worden (zie hierbij ook de toelichting bij hetgewijzigde amendement De Groot/Van Campen). Het is mijn inzet omregels waar redelijk zo snel mogelijk in werking te laten treden. Maar hetvoldoen aan regels dient voor veehouders ook realistisch en (financieel)haalbaar te zijn, zoals ook artikel 2.3a, vierde lid, van de Wet dieren deruimte biedt om een langere termijn dan 2040 te stellen gericht op hetkunnen terugverdienen van investeringen die noodzakelijk zijn om aan dieregels te voldoen. Tussen de verschillende randvoorwaarden is eenafweging gemaakt. Dit heeft bij bepaalde maatregelen tot gevolg gehaddat de norm minder ambitieus is dan voor het dier wenselijk zou zijn enkelop basis van wetenschap, dat een gedragsbehoefte (nog) niet2Kamerstuk 35 746, nr. 30.3Zie Kamerstuk 28 286, nr. 1433.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14784 opgenomen, dat de inwerkingtredingsdatum op een later moment in detijd is gezet of dat deze nog niet is opgenomen. Het uitgangspunt van eendierwaardige veehouderij is immers een veehouderij waarbij dierenworden gehouden met als doel de productie van dierlijke producten, maardie ook toekomstbestendig is en bestaansrecht heeft. Ik wil daarmee ookvoorkomen dat bedrijvigheid naar het buitenland verdwijnt of dat dierlijkeproducten hoofdzakelijk uit het buitenland geïmporteerd worden, waar dedierenwelzijnsstandaarden lager zijn.Doelvoorschriften en open normenUitgangspunt van deze AMvB is om zoveel mogelijk maatregelen teformuleren als doelvoorschrift. Met de NVWA ben ik in gesprek gegaanover het ontwikkelen van een aanpak die maakt dat er enerzijds ruimte isvoor de individuele ondernemer om te komen met een eigen invulling vanhet doelvoorschrift en die anderzijds een niet-handhaafbare norm voor detoezichthouder voorkomt. De NVWA heeft op de consultatieversie van deAMvB een uitvoerings- en handhavingstoets (UHT) uitgevoerd, waarin zijonder andere aangeven dat het van belang is dat nieuwe wetgevingvoldoende duidelijkheid biedt aan de ondernemer waar hij aan moetvoldoen, de toezichthouder in staat stelt objectief vast te stellen wanneerde ondernemer voldoet aan de voorschriften en het voor de samenlevingduidelijk maakt wat op het gebied van dierenwelzijn van de primairesector verwacht mag worden. De NVWA constateert in de UHT datmeerdere houdvoorschriften of maatregelen in de consultatieversie nogonvoldoende concreet zijn geformuleerd en/of een gedeeld referentie-kader ontbreekt waarlangs de implementatie van de houdvoorschriftenkan worden getoetst. Om deze reden zijn de maatregelen waar mogelijk,ook in overleg met de NVWA, geconcretiseerd en verduidelijkt.ToetsenNaast de hierboven genoemde UHT door de NVWA zijn er gelijktijdig aande internetconsultatie ook andere toetsen afgerond.1) Wetenschappelijke toetsConform de motie van Kamerlid van Campen c.s.4 die onder andere deregering verzoekt de AMvB’s wetenschappelijk te laten toetsen, heeft eenwetenschappelijke toets op de consultatieversie van deze AMvB plaatsge-vonden door een onderzoekersgroep van de WUR en Universiteit Utrecht.De onderzoekers hebben een reflectie opgesteld waarbij de AMvB met deeerdere dierinhoudelijke toets is vergeleken en waarin de overeenkomstenen verschillen zijn besproken. De wetenschappelijke toets richt zich op hetdierenwelzijn binnen de veehouderij voor kalveren, melkvee, pluimvee envarkens. Bedrijfs- en macro-economische, arbeid technische en milieu-kundige overwegingen zijn geen onderdeel van de wetenschappelijketoets.Op basis van de consultatieversie van de AMvB concludeerde deonderzoekersgroep op basis van de wetenschappelijke toets dat deveehouderij ook na 2040 niet geheel dierwaardig zal zijn. Zij wijzen hierbijop vijf karakteristieken van deze AMvB: nog niet aan alle gedragsbe-hoeften wordt invulling gegeven, er zijn tal van uitzonderingen enmogelijkheden opgenomen, waardoor het mogelijk blijft om niet aan deeisen te hoeven voldoen, meerdere eisen zijn weinig concreet, het zesdeprincipe van de RDA ontbreekt in de uitwerking en andere belangrijkeaspecten van dierwaardigheid, zoals diergezondheid (voor zover niet4Kamerstuk 28 286, nr. 1341Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14785 gerelateerd aan huisvesting), transport, slacht en de invloed van genetica,blijven onderbelicht. Daar waar opmerkingen vallen binnen de reikwijdtevan de AMvB, zijn deze voor zover mogelijk verwerkt. Naast dezeopmerkingen hebben zij in hun reflectie ook andere opmerkingen over deAMvB zelf en over de individuele maatregelen. Hierbij doen de onder-zoekers aanbevelingen en suggesties om de AMvB dierwaardiger temaken (bijv. door aan te geven op welke wijze maatregelen geconcreti-seerd kunnen worden of welke gedragsbehoeftes nog missen). Waarmogelijk zijn deze punten aangepast in de AMvB.2) RegeldruktoetsParallel aan de internetconsultatie heeft de toetsing van de regeldruk doorhet Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) plaatsgevonden. De ATR heeftop basis van de consultatieversie van de AMvB verschillende adviezengedaan om de regeldruk van de regelgeving te verbeteren of beterinzichtelijk te maken. ATR concludeert in het advies dat de nut ennoodzaak van de regelgeving voldoende duidelijk is en dat het geenadviespunten heeft ten aanzien van de onderbouwing. Ook deelt ATR hetstandpunt dat er geen minder belastende alternatieven denkbaar zijn enheeft het hier geen adviespunt over. Wel ziet ATR een minder belastendalternatief ten aanzien van de aankondiging in de toelichting van een nogop te richten onafhankelijke Autoriteit dierwaardige veehouderij. Deoprichting en inrichting van deze autoriteit is echter een afspraak (artikel7) uit het Convenant Stappen naar een dierwaardige veehouderij en wordtniet in de AMvB geregeld. In de nota van toelichting wordt meerderekeren verwezen naar het Convenant omdat er een belangrijke beleids-matige relatie is tussen het convenant en deze AMvB. Echter, deoprichting en inrichting van de autoriteit maakt geen onderdeel uit vandeze AMvB. Het is aan de convenantpartijen om de afspraken uit hetConvenant uit te voeren; zo ook de afspraak over de oprichting van deautoriteit. Verder heeft ATR geadviseerd een aantal open geformuleerdenormen te verduidelijken, en de financiële werkbaarheid van de voorge-stelde bepalingen voor veehouders nader uit te werken. Daar waarmogelijk zijn aanpassingen aan de AMvB gedaan om het advies op tevolgen.3) Milieu- en bedrijfseffectentoetsDe bedrijfseffecten zijn in kaart gebracht met de economische impact-analyse «AMvB dierwaardigheid in de veehouderij ten behoeve van deinternetconsultatie» van WSER/CAF.5 De gevolgen van de regels in deAMvB voor emissies zijn in de vorm van expert-schattingen doorWageningen Livestock Research in kaart gebracht.De UHT, wetenschappelijke toets en regeldruktoets zullen bij de voorhangvan de ontwerp-AMvB worden meegezonden. De milieu- en bedrijfseffec-tentoets zijn beschreven in de nota van toelichting.InvoeringsstrategieZoals eerder in deze brief aangegeven is het van belang de verschillendeopgaves die op het boerenerf samenkomen in samenhang met elkaar tebezien. Dit doe ik door de invoeringsstrategie op een aantal onderdelenaan te passen. Zo wordt er een expliciet onderscheid gemaakt tussennieuw- en te verbouwen stallen en bestaande stallen voor het inwerking-tredingsmoment. Dit om te voorkomen dat komende jaren nieuwe stallen5KD-2024-088 Impactanalyse AMvB dierwaardige veehouderij (BO-43-207-029, BO-43-115-097) –Wageningen University & Research.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14786 worden gebouwd die niet aan toekomstige dierenwelzijnseisen voldoenen zodoende desinvesteringen blijken te zijn. De evaluatiebepaling diemede voorziet in een evaluatie voorafgaande aan de inwerkingtreding vanmaatregelen blijft voor de meest impactvolle maatregelen bestaan engeeft inzicht in de stand van zaken rond de randvoorwaarden (verdien-model, vergunningverlening, emissies). Ik wil zorgen dat veehouders nietaan het onmogelijke worden gehouden. Voor verschillende maatregelenvervalt de evaluatiebepaling voorafgaande aan de inwerkingtreding,wanneer de afweging van de randvoorwaarden bij het opstellen van deAMvB al heeft plaatsgevonden. Daarnaast zal het moment van evaluatie,waar deze van toepassing blijft, waar mogelijk eerder plaatsvinden danhet in de consultatieversie van de AMvB benoemde uiterlijk twee jaarvoorafgaand aan de voorgenomen inwerkingtreding.Europees speelveldEind dit jaar worden de voorstellen verwacht van de Europese Commissievoor de herziening van de Europese dierenwelzijnsregelgeving over dehouderij van productiedieren. Na afronding van de voorhang van deAMvB zal de AMvB bij de Europese Commissie worden genotificeerd(notificatie van technische eisen). Omdat de voorstellen van de EuropeseCommissie nu nog niet bekend zijn, kan daar bij het opstellen van deAMvB dierwaardige veehouderij geen rekening mee worden gehouden.Wanneer de voorstellen van de Europese Commissie er zijn, zullen die ookworden vergeleken met de maatregelen in de AMvB en zal daarmeerekening worden gehouden bij het opstellen van het BNC-fiche.Zoals toegezegd tijdens het debat Dieren in de veehouderij en de NVWAvan 23 april jl. heb ik een uitvraag gedaan bij een aantal lidstaten naar hunbeleidsontwikkelingen omtrent dierwaardigheid. Hierover zal ik uw Kamerdit najaar informeren.Reactie rapport Dierwaardig nuOp 23 april jl. is mij het rapport Dierwaardig NU van Caring Farmers,Caring Vets, de Dierenbescherming en de Dierencoalitie door het lid Grausaangeboden. Ik heb toegezegd een reactie op het rapport te geven,6waarvan ik inmiddels kennis heb genomen. Het rapport Dierwaardig NUgeeft per diersoort een overzicht van de reeds bekende gedragsbehoeftenvan de verschillende diersoorten. Het rapport bouwt voort op de zesleidende principes voor een dierwaardige veehouderij (RDA) en verwijstonder andere naar de Quickscan7 opgesteld door Universiteit Utrecht ende EFSA-rapporten over de diersoorten. In de concept-AMvB dierwaardigeveehouderij is, net zoals in het voorliggende rapport, uitgegaan van dezezes leidende principes. In de concept-AMvB zijn op basis van de weten-schap gedragsbehoeften aangewezen en de daarbij behorende maatre-gelen bepaald. Het rapport zie ik als een extra beschrijving van degedragsbehoeften, waar we veel waarde aan hechten. Gedragsbehoefteszijn het uitgangspunt van de regels in de AMvB en worden om die redenook in de AMvB en toelichting uitgebreid beschreven. Het rapport bevatdaarnaast een korte peiling die is gehouden naar opinie van Nederlandersover dierenwelzijn in de veehouderij.6TZ202605–014.7https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/12/31/universiteit-utrecht-quickscan-informatieset-convenant-dierwaardige-veehouderij-rapport-december-2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14787 Markt en keten dierwaardige veehouderijDe invoering van dierwaardige veehouderij vraagt ook actie in de markten keten. Het is daarom dat in het convenant dierwaardige veehouderijniet alleen afspraken zijn gemaakt met de veehouderijsectoren en NGO’smaar juist ook met enkele markt en ketenpartijen. Om hiermee daadwer-kelijk aan de slag te gaan hebben deze partijen een plan van aanpakopgesteld en zijn zij gestart met de uitvoering daarvan. De nieuweregeling Ketendeals onder het GLB-EIP is de eerste regeling in een reeksdie aan een goede samenwerking voor vermarkting bijdraagt. De bij hetconvenant aangesloten markt er – en ketenpartijen (CBL, FNLI en VleesNL)hebben terecht geconstateerd dat het aanhaken van meer markt- enketenpartijen noodzakelijk is om echt impact te kunnen maken metdierwaardige producten. Ik wil me hier voor inzetten en zal hiervoor actiefpartijen benaderen in de foodservice sector, samen met het Marktpro-gramma Duurzame Dierlijke Producten en de convenantpartijen. Ook wilik mij inzetten voor de herkenbaarheid van dierwaardige producten. Ik wildeze activiteiten goed laten aansluiten bij de al langer lopende trajectenpassend in de gehele ketenaanpak.Stand van zaken en vervolgDe input uit de internetconsultatie en de toetsen is grotendeels verwerktin de AMvB. Het ontwerp is echter nog niet helemaal klaar voor devoorhang. Vanwege het grote aantal ingebrachte punten op een opzichzelf al vrij omvangrijke AMvB is het van belang dat alle punten op de iworden gezet voordat deze kan worden voorgehangen. Daarnaast wordtde input uit de separate internetconsultatie voor vleesvee nog geanaly-seerd en verwerkt. Zodra dat gereed is, zullen de maatregelen voorvleesvee worden toegevoegd aan de AMvB dierwaardige veehouderijzodat er straks één ontwerp-AMvB dierwaardige veehouderij voor dezevijf veehouderijsectoren in de voorhang zal gaan. Voor de laatsteafronding gebruik ik deze zomer. Dat betekent dat ik na de zomer de AMvBbij het parlement zal voorhangen. Ik informeer u dan gelijktijdig over eensubsidieregeling voor dierwaardige investeringen die ik eind dit jaar wilopenstellen. Deze subsidieregeling stimuleert en faciliteert dierhoudersom, vooruitlopend op de wettelijke verplichting, dierwaardige investe-ringen te doen. Dit in het kader van de afspraak in het convenant ombinnen de budgettaire kaders nieuwe kansrijke subsidieregelingen tebenutten voor de uitrol van bewezen en praktijkrijpe dierwaardigesystemen. Met deze uitgebreide brief heb ik u alvast een inkijk gegeven inwat u vlak na de zomer tegemoet zult zien. Hiermee kom ik ook tegemoetaan de toezegging8 die ik heb gedaan tijdens het debat van 23 april jl.De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. Erkens8TZ202605–028.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 286, nr. 14788

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b2550bbd7a43a602

14 okt 2026 · 491a5701954cd274

12 okt 2026 · 550904f1d5227bc6

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.