Verzamelbrief slachtofferbeleid
Brontekst
Versie 53d68cc88aa9bcfd · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 552SlachtofferbeleidNr. 153 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 februari 2026Met deze brief informeer ik uw Kamer over de wijze waarop ik uitvoeringgeef aan een aantal moties en toezeggingen ten aanzien van de rechtspo-sitie van slachtoffers. Dit in lijn met het beleidsdoel «duidelijke rechtspo-sitie» uit de Meerjarenagenda slachtofferbeleid.1 Tevens informeer ik uwKamer over twee vooronderzoeken in het kader van de evaluatie van deWet uitbreiding slachtofferrechten. Daarover wordt ook de Eerste Kamergeïnformeerd.Inzage slachtoffers in PBC-rapportage (motie Eerdmans)De motie Eerdmans verzoekt de regering om de mogelijkheden te bezienom slachtoffers en nabestaanden van zware gewelds- en zedenmisdrijveninzage te geven in de rapportages van het Pieter Baan Centrum.2 Op basisvan analyse is mijn conclusie dat hiervoor mogelijkheden bestaan. Ik hebhet Openbaar Ministerie gevraagd of hier vanaf medio 2026 invulling aankan worden gegeven. De motie is toegespitst op PBC-rapportages waarbijde verdachte klinisch wordt geobserveerd, maar dezelfde belangen spelenbij ambulante rapportages. Daarom heb ik gekeken naar de mogelijk-heden voor inzage door het slachtoffer in gedragskundige rapportages inhet algemeen.Het mogelijk maken dat het slachtoffer desgewenst – gedeelten van –gedragskundige rapportages kan inzien, heeft tot doel dat hij zich kanvoorbereiden op de zitting. Het voorkomt ook dat het slachtoffer in derechtszaal onverwacht wordt geconfronteerd met de bevindingen uitgedragskundige rapportages. Daarnaast heeft het slachtoffer in het kadervan het spreekrecht ook het recht om zijn zienswijze te geven over de opte leggen sanctie. Daar moet het slachtoffer zich ook op kunnen voorbe-reiden, en daarvoor kan informatie uit het gedragskundige rapport1Kamerstuk 33 552, nr. 137.2Kamerstuk 24 587, nr. 984. kst-33552-153ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1531 wenselijk zijn. Daarnaast kan informatie over het recidiverisico ookrelevant zijn voor het formuleren van een beschermingsbehoefte (contact-en gebiedsverbod). Verder kan informatie uit de gedragskundigerapportage bijdragen aan het verwerkingsproces van het slachtoffer, eneen verklaring geven voor wat er is gebeurd.Ter uitvoering van de motie heb ik gesprekken gevoerd met de betrokkenorganisaties: het Openbaar Ministerie (OM), het Nederlands Instituut voorForensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), de Raad voor de Recht-spraak, specialisatieverenigingen binnen de advocatuur (te weten hetLandelijk Advocatennetwerk Geweld- en Zedenslachtoffers, Advocatenvoor Slachtoffers van Personenschade en de vereniging tbs-advocaten) enSlachtofferhulp Nederland (SHN).Hoewel er geen cijfers beschikbaar zijn, is het beeld van de huidigepraktijk dat de officier van justitie een verzoek ten aanzien van gedrags-kundige rapportages in beginsel afwijst, ter bescherming van de persoon-lijke levenssfeer van de verdachte en derden. Dit uitgangspunt is ookneergelegd in interne instructies van het OM. Het beeld is dat destrafrechter een belangenafweging per individueel geval maakt.3De mogelijkheid tot kennisneming van processtukken berust op artikel 51bvan het Wetboek van Strafvordering. Bij beoordeling welke juridischeruimte er bestaat om inzage te bieden aan slachtoffers, is artikel 8Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) relevant. Hierin isonder andere het recht op respect voor het privéleven neergelegd. Er isvooralsnog geen uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van deMens (EHRM) over de vraag of en wanneer inzage in gedragskundigerapportages door slachtoffers van strafbare feiten verenigbaar is metartikel 8 EVRM. Het EVRM kent ook geen specifieke bepaling die ziet opslachtoffers. De algemene kaders van het EVRM geven wel meer zicht opde juridische ruimte. Het komt aan op de vraag of de inbreuk die inzagemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte en derden, kanworden gerechtvaardigd.De EHRM-rechtspraak stelt hiervoor een aantal eisen. Met het huidigewetsartikel over het recht op kennisneming van de processtukken door hetslachtoffer (artikel 51b Sv) en de verduidelijking hiervan in het nieuweWetboek van Strafvordering,4 is voldaan aan de eerste eis dat de inbreukop de persoonlijke levenssfeer is voorzien bij wet. Hiernaast moet deinzage één van de in artikel 8 EVRM genoemde doelen dienen. Als hetgaat om inzage door slachtoffers wordt hiermee het doel van de«bescherming van de rechten en vrijheden van anderen» nagestreefd. HetEHRM toetst dit vereiste doorgaans niet indringend.5 Het EHRM heeftgeen uitspraak gedaan waaruit concreet valt af te leiden wanneerbelangen van het slachtoffer een legitiem doel vormen in dit verband. Welvolgt uit de rechtspraak van het EHRM dat als een delict jegens eenslachtoffer inbreuk maakt op het recht op leven of de lichamelijke engeestelijke integriteit (artikel 2, respectievelijk artikelen 3 en 8 EVRM), ereen verplichting op de Staat rust tot een gedegen strafrechtelijk onderzoekwaar publieke controle op mogelijk moet zijn.6 Slachtoffers moeten degelegenheid hebben om bij deze procedure te worden betrokken.Hieronder valt ook de mogelijkheid tot inzage in stukken zodat slachtoffers3Zie bijvoorbeeld Rb. Amsterdam 1 november 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6631.4Zie het voorgestelde art. 1.5.5 Sv.5Bijv. EHRM 1 juli 2014, S.A.S. v Frankrijk, nr 43835/11, para 114; EHRM 9 maart 2023, L.B. vHongarije, nr 36345/16, para 109.6Zie bijv. EHRM 20 april 2021, Stevan Petrovic´ v Servië, nrs 6097/16 & 28999/19, para 109; EHRM15 november 2018, V.D. v Kroatië (nr. 2), nr 19421/15, para 78.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1532 hun wettelijke rechten kunnen uitoefenen.7 Het is gelet op deze positieveverplichtingen, des te aannemelijker dat het EHRM zal oordelen dat inzagein gedragskundige rapportages het legitieme doel van het beschermenvan de rechten van anderen (slachtoffers) dient.De laatste eis uit het EVRM is dat de inbreuk beantwoordt aan een«pressing social need» en dat de inbreuk proportioneel is aan het doel datermee wordt nagestreefd. Ten aanzien van gedragskundige rapportagesacht ik het proportioneel dat de inzage van het slachtoffer in beginsel nietverder reikt dan de voor hem meest relevante gedeelten van derapportage. Het gaat immers om medische gegevens van een verdachte.Door het bieden van inzage in de meest relevante delen van derapportage, is de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachtezo beperkt mogelijk, en worden de gegevens van derden beschermd. Methet oog op de belangen van het slachtoffer acht ik het nodig dat hij deinformatie kan inzien die inzicht geeft in de invloed van een stoornis ophet gedrag van de verdachte, en in het recidiverisico. Deze informatiestaat in de beantwoording van de onderzoeksvragen. Inzage in dit deelvan het rapport draagt eraan bij dat het slachtoffer zijn rechten uit kanoefenen, dat de belasting van de zitting op slachtoffers kan verminderenen het een verklaring geeft voor het delict.Alles afwegende concludeer ik dat het slachtoffer er belang bij kan hebbenom delen van de gedragskundige rapportage in te zien, en dat artikel 8EVRM er niet toe dwingt een verzoek tot inzage in beginsel volledig af tewijzen. Het OM heeft, in lijn daarmee, aangegeven in zijn beleid alsuitgangspunt te zullen opnemen dat het slachtoffer desgewenst op hetarrondissementsparket inzage kan krijgen in het deel van de deskundigen-rapportage waarin de onderzoeksvragen worden beantwoord. Ik heb hetOM gevraagd een uitvoeringstoets uit te voeren naar de consequentiesvan het gewijzigde beleid. Op basis daarvan kan het moment vaninwerkingtreding worden bepaald. Het streven is dat de beleidswijzigingbij het OM uiterlijk in juli van dit jaar ingaat.Vanuit het NIFP en de tbs-advocatuur is de zorg geuit dat het uitgangspuntom inzage in gedeelten van de gedragskundige rapportage toe te staan,tot gevolg kan hebben dat de verdachte vaker dan nu het geval is zalweigeren om mee te werken aan het onderzoek. Op dit moment weigertongeveer 40% van de verdachten observatie in het PBC.8 Voor ambulanterapportages zijn er nog geen nauwkeurige cijfers beschikbaar, maar wordter op korte termijn voorzien in een registratie. Ik zal, gedurende het eerstejaar – met mogelijkheid tot verlenging – na de wijziging van hetOM-beleid, monitoren of deze neveneffecten zich voordoen en uw Kamerdaarover informeren.Versterken positie slachtoffers bij OM-strafbeschikking (Motie Lahlah)Mijn ambtsvoorganger heeft toegezegd uw Kamer te informeren over hetversterken van de positie van het slachtoffer als een zaak wordt afgedaanmet een OM-strafbeschikking, mede in relatie tot de motie Lahlah(GL-PvdA), waarin wordt verzocht te onderzoeken hoe de positie vanslachtoffers, inclusief spreekrecht, informatievoorziening en erkenningbeter kan worden geborgd bij strafbeschikkingen.9 Onderzoek naar deze7Zie bijv. EHRM 20 april 2021, Stevan Petrovic´ v Servië, nrs 6097/16 & 28999/19, para 109; EHRM15 november 2018, V.D. v Kroatië (nr. 2), nr 19421/15, para 78.8M.H. Nagtegaal & T. Den Broek, Evaluatie van de aanpak van weigerende observandi.Prevalentie weigeren, mate van beantwoording pro Justitia-vragen en opgelegde sancties,WODC Cahier 2024–6, p. 8.9Kamerstuk 29 279, nr. 936Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1533 versterking heeft het OM, in aanloop naar het plenair debat van 8 april2025 over de toepassing van de OM-strafbeschikking, reeds schriftelijkaangekondigd.10 In samenspraak met Slachtofferhulp Nederland zijndaarover inmiddels concrete afspraken gemaakt.Allereerst gaat de contra-indicatie voor afdoening met een OM-strafbe-schikking11 gelden voor alle spreekrechtwaardige feiten, waarbij slacht-offers hebben aangegeven van hun spreekrecht gebruik te willen maken.Nu geldt deze contra-indicatie enkel voor ernstig spreekrechtwaardigefeiten. Dit betekent dat spreekrechtwaardige feiten, waarbij het slachtofferheeft aangegeven van zijn spreekrecht gebruik te willen maken, niet meteen OM-strafbeschikking worden afgedaan maar voor de rechter wordengebracht. Slachtoffers kunnen dan hun spreekrecht op de terechtzittinguitoefenen. Deze aanpassing maakt ook dat slachtoffers op voorhandmeer duidelijkheid hebben over de afdoening van hun zaak. Hierbij geldtevenwel dat het OM nog steeds bij zwaarwegende andere belangen deruimte houdt om van de contra-indicatie af te wijken.Daarnaast worden door het OM en SHN stappen gezet om slachtoffersbeter te faciliteren om hun schade te verhalen in het kader van eenOM-strafbeschikking. De informatievoorziening aan slachtoffers wordtdaarmee vanuit beide organisaties verder verbeterd, zodat slachtoffersweten hoe de vordering kan worden onderbouwd. Hierbij worden ook demogelijkheden voor normering benut, zoals uitgangspunten voorafschrijving en restwaarde bij zaakschade en de Rotterdamse schaal, dieper gevaltype een indicatie geeft voor een passend smartengeldbedrag.Tevens komt er een handreiking voor officieren van justitie over debeoordeling van schadevergoedingsverzoeken. Ik verwacht dat door dezeverbeteringen meer verzoeken kunnen worden toegewezen. Ook weet hetslachtoffer beter wat hij kan verwachten.Naast deze afspraken heeft het OM laten weten dat de termijn voor hetterugsturen van het wensenformulier van het slachtoffer naar het OMwordt verlengd tot 21 dagen, in plaats van de bestaande 14 dagen. Metdeze verlenging wordt verwacht dat het slachtoffer meer rust krijgt enervaart. Daarnaast bestaat de kans van kwalitatief betere onderbouwingvan de schade door het slachtoffer. Na een week verwerkingstijd zal hetOM bovendien, indien slachtoffers in het wensenformulier aangeven eenschadevergoeding te wensen, nog minimaal vier weken wachten met hetplannen van het OM-hoorgesprek (waarbij de verdachte en niet hetslachtoffer aanwezig is). Na het versturen van het wensenformulier heefthet slachtoffer tot uiterlijk 14 dagen voor het OM-hoorgesprek om naderestukken voor een schadeonderbouwing in te dienen. Dat komt neer opminimaal 6 weken vanaf datum verzenden van het wensenformulier. Ikondersteun het verlengen van deze termijn, waarbij een balans is gezochttussen enerzijds de belangen van slachtoffers en anderzijds het oogmerkvan de procedure van de OM-strafbeschikking om zaken snel af te doen,waar ook slachtoffers bij zijn gebaat.Ik zal uw Kamer in de voortgangsbrief over de Meerjarenagenda slachtof-ferbeleid, die in het tweede kwartaal van dit jaar wordt verzonden,informeren wanneer deze beleidswijzigingen worden doorgevoerd.10Kamerstuk 29 279, nr. 93011Zie de Aanwijzing Slachtoffers in het strafproces (2024A001)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1534 Afschrift (dossier)stukken bij beklag niet vervolgenMijn ambtsvoorganger heeft begin 2025 schriftelijk gereageerd op zorgenvan Controle Alt Delete12 over (o.a.) het verkrijgen van een afschrift van de(dossier)stukken in de beklagprocedure. Nadat slachtoffers een artikel 12Sv klacht hebben ingediend, kunnen zij een verzoek doen aan hetgerechtshof om kennis te nemen van de stukken die betrekking hebben ophun zaak. Op de website van de Raad voor de rechtspraak was te lezen datalleen een advocaat een afschrift van de (dossier)stukken kon opvragen.Dit gaf aanleiding voor mijn ambtsvoorganger om de toezegging te doenom met de gerechtshoven in gesprek te gaan, in hoeverre dat in overeen-stemming is met artikel 12f, derde lid Sv. Op grond van artikel 12f,tweede lid Sv verleent de voorzitter van het gerechtshof kennisnemingaan het slachtoffer als daar om wordt verzocht en bepaalt hij de wijzewaarop die kennisneming geschiedt. Op grond van artikel 12f, derde lid,Sv kan de voorzitter bepalen dat (onder meer) in het belang van debescherming van de persoonlijke levenssfeer van bepaalde stukken ofgedeelten daarvan geen afschrift wordt verstrekt. Vanwege de beslo-tenheid van de artikel 12 Sv procedure en het voorkomen van misbruik,hanteren de gerechtshoven als uitgangspunt dat inzage in (dossier-)stukken op het gerecht wordt verleend. Met de gerechtshoven ben ik totde conclusie gekomen dat artikel 12f, derde lid Sv daarnaast ruimte biedtom – in uitzonderlijke gevallen – ook aan het slachtoffer zelf een afschriftvan de (dossier)stukken te verstrekken. Dit vereist, voordat hetgerechtshof beslist op een verzoek daartoe van een slachtoffer, eenbelangenafweging. De Raad voor de rechtspraak heeft de tekst op dewebsite inmiddels zodanig aangepast dat daaruit blijkt dat niet enkel eenadvocaat een afschrift van (dossier)stukken kan opvragen. Daarnaast is bijde gerechtshoven de uitleg van artikel 12f, derde lid Sv onder de aandachtgebracht.Vooronderzoek nulmeting Besluit bescherming slachtoffergegevensMet deze brief bied ik u het WODC-onderzoek «Slachtoffergegevens instrafdossiers» aan. Dit onderzoek is uitgevoerd door Hooghiemstra &Partners in samenwerking met Pro Facto in opdracht van het WODC. Per1 juli 2025 is het Besluit «bescherming slachtoffergegevens in proces-stukken» in werking getreden.13 Dit besluit regelt kort gezegd datbepaalde persoonsgegevens van slachtoffers onvermeld blijven inprocesstukken, tenzij deze noodzakelijk zijn voor de rechter om eenbeslissing te kunnen nemen. Doel van dit onderzoek was om de beleids-theorie en de situatie vóór de inwerkingtreding van dit besluit in kaart tebrengen, en tevens een evaluatiekader op te stellen aan de hand waarvanhet besluit kan worden geëvalueerd. Vanwege de ICT-verstoring bij hetOpenbaar Ministerie in de zomer van 2025 was het voor de onderzoekersniet mogelijk om dossieronderzoek te doen, waardoor geen nulmetingkon worden uitgevoerd. Deze nulmeting zal alsnog worden uitgevoerdwanneer het dossieronderzoek bij het OM kan worden gedaan. Ik streefernaar (conform het advies van de onderzoekers) deze uiterlijk 1,5 jaar nainwerkingtreding te laten uitvoeren. Het onderzoek betreft nu eenvooronderzoek voor de nulmeting en een evaluatiekader op basiswaarvan de uiteindelijke evaluatie van het besluit kan worden uitgevoerd.De evaluatie vindt – conform het advies van de onderzoekers – niet eerderdan 5 jaar na inwerkingtreding van het besluit plaats. Uw Kamer zal ik tezijner tijd over de uitkomsten informeren.12Op grond van hun website is Controle Alt Delete een onafhankelijke organisatie die zichinzet voor eerlijke en effectieve rechtshandhaving en zich verzet tegen etnisch profileren enbuitenproportioneel geweld.13Stb. 2025, 29.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1535 Vooronderzoek en nulmeting spreekrecht Wet uitbreiding slachtoffer-rechtenTevens bied ik uw Kamer het onderzoekrapport «Vooronderzoek spreek-recht WUS», dat Significant APE in opdracht van het WODC heeftopgesteld, aan. Het rapport ziet op twee onderdelen uit de Wet UitbreidingSlachtofferrechten, te weten het beperkt spreekrecht bij tbs- enpij-verlengingszittingen en de uitbreiding van de kring van spreekgerech-tigden met stief- en pleegfamilie.Op 1 januari 2023 is de kring van spreekgerechtigden uitgebreid met stief-en pleegfamilie. Het beperkt spreekrecht bij tbs- en pij-verlengingszittingis per 1 januari 2025 in werking getreden. Dat betekent dat slachtoffers ennabestaanden op tbs- en pij-zittingen waarbij voorwaardelijke beëindigingof een wijziging van de voorwaarden aan de orde is hun beschermingsbe-hoefte mondeling aan de rechter kunnen toelichten.De onderzoekers hebben, ter voorbereiding op de inhoudelijke effecteva-luatie, een zogenaamd onderzoeksdesign opgesteld. De onderzoekersverwachten dat aan de hand van onder andere vragenlijsten en kwalita-tieve interviews met slachtoffers en de betrokken ketenorganisaties, eenbetrouwbaar beeld van de werking van de maatregelen kan wordenopgeleverd. Het WODC start dit jaar met de inhoudelijke effectevaluatievan de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten. Een vergelijkbaar vooron-derzoek voor de verschijningsplicht (onderzoeksrapport «Evaluatiekaderverschijningsplicht») is in september 2025 aan uw Kamer aangeboden14.Daarnaast hebben de onderzoekers een nulmeting gedaan om de situatievoor de invoering van de maatregelen in kaart te brengen. Uit de metingbij het spreekrecht voor stief- en pleegfamilie komt naar voren dat stief-en pleegfamilie vaak aanwezig was bij de zitting. Ondanks het ontbrekenvan formeel spreekrecht, werd stief- en pleegfamilie in enkele gevallenwel in de gelegenheid gesteld om te spreken. Uit de nulmeting bij hetbeperkte spreekrecht bij tbs- en pij-zittingen komt op basis van deinterviews naar voren dat de informatievoorziening rondom de verlen-gingszitting niet altijd optimaal verloopt. Hierover ben ik in gesprek methet OM. Ik zal uw Kamer in de voorgangsbrief Slachtofferbeleid (Q2 2026)informeren over de uitkomst daarvan. Tevens zal ik uw Kamer te zijner tijdover de uitkomsten van de inhoudelijke effectevaluatie informeren.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. Rutte14Kamerstuk 33 552, nr. 150Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1536
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.