KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken Casemanagement dementie

9 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0f68ee06e3df4136 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 689Herziening Zorgstelsel25 424Geestelijke gezondheidszorgNr. 1321 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 december 2025AanleidingEind vorig jaar is de beleidsreactie op het onderzoek «Eindrapportagedoorrekening casemanagement dementie» (2024) van Pricewaterhouse-Coopers (PwC) aan uw Kamer aangeboden.1 Uit dit onderzoek bleek datcasemanagement dementie veel oplevert, maar dat het ook een uitdagingis om ieder die hierbij gebaat is dit te bieden in tijden van arbeidsmarkt-krapte. In deze beleidsreactie is aangekondigd dat ik met alle betrokkenpartijen in gesprek zou gaan om te bespreken hoe de inzet van casema-nagement in de hechte wijkverbanden van de eerstelijnszorg verdergestimuleerd kan worden. Ik heb gesprekken gevoerd met de ActiZ,Alzheimer Nederland, Beroepsvereniging Professionals in Sociaal Werk,Dementie Netwerk Nederland, Landelijke Huisartsenvereniging, Verenso,Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland, Zorginstituut Nederlanden Zorgverzekeraars Nederland over het toekomstbestendig organiserenvan casemanagement dementie. Met deze brief informeer ik u over deuitkomsten van deze gesprekken.Hoofdboodschap: Toekomstbestendig casemanagement is mogelijkondanks arbeidsmarktkrapteNaar aanleiding van de motie van Van den Hil en Agema2 heeft PwC inopdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport eendoorrekening van casemanagement dementie uitgevoerd.3 Het onderzoektoont aan dat de inzet van casemanagement verschillende voordelenoplevert, vanwege domeinoverstijgende samenwerking, specialisme enbewezen effectiviteit. Er is gebleken dat minder mensen een beroep doenop een specialist en langer thuis wonen, doordat ze goede en passende1Kamerstukken 29 689 en 25 424, nr. 12742Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 1113https://open.overheid.nl/documenten/63b332d3-2f38-47c5-ae01-61c578c2a4b4/file kst-29689-1321ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13211 zorg ontvangen. Wel verwacht PwC een tekort aan casemanagers door dekrapte op de arbeidsmarkt, ervan uitgaande dat 80 tot 100 procent van demensen met dementie gebruik maakt van een casemanager. Ze geven welaan dat dit percentage in de praktijk mogelijk lager kan liggen, omdat nietiedereen behoefte heeft aan casemanagement.Partijen met wie ik heb gesproken onderschrijven de effectiviteit vancasemanagement. Ze verwachten in tegenstelling tot PwC een beperkttekort. Door goede samenwerking en organisatie van casemanagement inde regio, is het gedeelde beeld van partijen dat dit ook in tijden vanarbeidsmarktkrapte goed georganiseerd kan worden. Bovendien hebbende partijen in de overleggen aangegeven dat in de praktijk naarverwachting minder dan 80–100% van de mensen met dementie casema-nagement zal (willen) gebruiken.Wel geven partijen aan dat ze in de praktijk tegen knelpunten aanlopen diehet optimaal organiseren van casemanagement dementie bemoeilijken.Hieronder ga ik verder in op de wijze waarop casemanagement dementietoekomstbestendig georganiseerd kan worden en de knelpunten diepartijen hierbij ervaren.Opbrengst van gesprekken: kansen en obstakels voor toekomstbestendigcasemanagement dementieEr is een belangrijke rol weggelegd voor de partijen om samen te zorgendat casemanagement in deze veranderende arbeidsmarkt optimaal wordtbenut.Uit de gesprekken concludeer ik dat het belangrijk is dat op de volgendepunten wordt ingezet:1.Vakbekwame professional als aanspreekpunt•Er wordt door partijen veel waarde gehecht aan een vakbekwameprofessional als één aanspreekpunt met een coördinerende rol voormensen met dementie en hun naasten, die ook zorgt voorcontinuïteit. Bij voorkeur is dit de casemanager dementie vanwegede specifieke kennis en expertise die deze heeft, maar altijd insamenwerking met andere disciplines en professionals. Devoorkeur gaat uit naar een positionering van de casemanager dichttegen het hechte wijkverband aan, zodat zorg en ondersteuningtijdig opgeschaald of bijgestuurd kunnen worden.•De casemanager dementie is daarmee dynamisch inzetbaar envoert niet alle casemanagement taken zelf uit, maar is op basis vanexpertise en kennis het vaste aanspreekpunt voor de mensen metdementie en hun naasten. Ook coördineert en begeleidt decasemanager het volledige casemanagement. Het takenpakket vande casemanager is de afgelopen periode veranderd: van zelf dezorg verlenen richting regie, coördinatie, preventie, coaching enmultidisciplinaire samenwerking en vraagt specifieke expertise,kennis en vaardigheden zoals beschreven in de zorgstandaard enhet expertiseprofiel (V&VN/BPSW 2024).•Door gerichte inzet van deze expertise, is proactief en preventiefhandelen mogelijk in samenwerking met onder andere verpleeg-kundigen en verzorgenden. Hierdoor kan onnodige escalatie ofzorggebruik worden voorkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13212 2.Maak voor het volledige casemanagement-traject gebruik van deduiding van het Zorginstituut4•Casemanagement dementie is «zorg zoals verpleegkundigen dieplegen te bieden» en wordt vergoed vanuit de aanspraak wijkver-pleging onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) als de verpleegkun-dige stelt dat dit nodig is in verband met een behoefte aangeneeskundige zorg of een hoog risico daarop. Iedere functionarisdie daartoe bevoegd en bekwaam is, mag deze zorg leveren. Ookprofessionals met een sociaal werkachtergrond mogen dit doen.Desondanks hoor ik van partijen dat deze professionals vaak nogonvoldoende worden ingezet.•Het Zorginstituut heeft nogmaals benadrukt dat er vanuit deaanspraak geen belemmeringen zijn om het casemanagementgedurende het hele ziektetraject thuis door één functionaris te latenuitvoeren. Dat betekent dat casemanagement dementie al vanaf deniet-pluisfase onder de Zvw vergoed kan worden, ook wanneer ditdoor een (bekwame) professional met een sociaal werkachtergrondgebeurt.3.Schakel snel in de niet-pluisfase•Partijen geven aan dat het essentieel is dat de casemanager al ineen zo vroeg mogelijk stadium betrokken wordt, in samenwerkingmet de wijkteams, bij mensen met dementie en de naasten. Vanuitde aanspraak is dit dus al mogelijk en voor toegang tot eenindicerend verpleegkundige is geen verwijzing nodig. De drempelvoor het inzetten van het casemanagement is daarmee zo laagmogelijk. Het is belangrijk dat dit bekend is bij professionals, zodatmensen met dementie snel doorverwezen kunnen worden. Ik hebdit bij partijen nogmaals onder de aandacht gebracht.4.De indicatie voor de inzet van de casemanager dementie kan alleengedaan worden door een verpleegkundige•Een aantal partijen, waaronder Alzheimer Nederland, ActiZ,Dementie Netwerk Nederland, Beroepsvereniging Professionals inSociaal Werk hebben tijdens gesprekken als knelpunt aangegevendat de casemanager met een sociaal werkachtergrond niet magindiceren. Dit is zo vastgelegd in de aanspraak wijkverpleging. Eencasemanager dementie met een sociaal werkachtergrond moetdaarom voor de indicatie samenwerken met een verpleegkundigecollega.•Genoemde partijen roepen op om de indicatieregels aan te passen.In het bijzonder vragen zij om verduidelijking van de aanspraakzodat bij identieke competenties de casemanager sociaal werk ookmag indiceren.Dit verzoek gaat in tegen de aanspraak wijkverpleging. Geen enkeleandere zorgverlener mag een indicatie opstellen voor verpleging enverzorging en dat blijft ook zo. Om snel tot een indicatie te komen isdus goede samenwerking tussen casemanagers met een sociaalwerkachtergrond en indicerend verpleegkundigen nodig.•Ik ben wel bereid om samen met partijen te kijken hoe in de praktijkbinnen de bestaande kaders verbeteringen kunnen wordengerealiseerd voor dit knelpunt. Ik zal daar het Zorginstituut bijbetrekken.4Duiding - Casemanagement dementie in de Zvw | Zorginstituut NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13213 5.Hoewel er formeel geen belemmeringen zijn om casemanagementvolledig binnen de Zvw te financieren vanaf de niet-pluisfase, zienpartijen een aantal knelpunten.•Casemanagement dementie valt onder de Zvw en moet dus doorzorgverzekeraars worden ingekocht: Dit kan al vanaf de niet-pluisfase vanuit de bekostiging voor de wijkverpleging. Casemana-gers met een sociaal werkachtergrond kunnen hier ook uitgefinancierd worden.•Uit de gesprekken blijkt dat zorgverzekeraars hier verschillend meeomgaan. Aanbieders en organisaties waar casemanagers met eensociaal werkachtergrond werken geven aan dat de inkoop nietoveral goed gaat. Verschillende partijen roepen daarom op omaanpassingen in de bekostiging te doen, maar deze biedt verzeke-raars reeds voldoende ruimte om inkoop van casemanagementgoed vorm te geven.•Daarom doe ik de oproep aan zorgverzekeraars om echt over devolle breedte van de duiding hun rol te pakken. Ik verwacht van hendat ze in overeenstemming met de duiding van het Zorginstituut inelke regio voldoende casemanagement inkopen, zodat ze voldoenaan hun zorgplicht.6.Goede regionale samenwerking•Regionale samenwerking is belangrijk om casemanagementtoekomstbestendig te organiseren. In dementienetwerken werkenprofessionals, zorg- en welzijnsorganisaties, gemeenten, vertegen-woordigers van patiënten en mantelzorgers en vrijwilligers samenaan goede zorg en ondersteuning voor mensen met dementie,waaronder de tijdige inzet van casemanagement en een optimaleorganisatie van het casemanagement in de regio.7.Versterking samenwerking zorg en sociaal domein•In het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn afsprakenopgenomen over de vermindering van de toestroom in deZvw-zorg door het versterken van de samenwerking tussen hetzorgdomein en sociaal domein. Zorgverzekeraars, gemeenten enaanbieders van zorg en ondersteuning maken hierover concreteafspraken, waaronder het ontwikkelen van een ketenaanpakdementie (inclusief preventie).•Het landelijk kader van deze ketenaanpak moet in Q2 2026 zijnuitgewerkt. Deze ketenaanpak zal bijdragen aan het verbeteren vanzorg en ondersteuning voor mensen met dementie en hun naasten,gericht op verbinding tussen zorgdomein en sociaal domein. Ikverwacht ook dat het versterken van deze verbinding bijdraagt aanhet beter benutten van de duiding van het Zorginstituut vanaf deniet-pluisfase.Tot slotIk zie een enorme betrokkenheid bij alle veldpartijen om casemanagementtoekomstbestendig te organiseren in de eerstelijnszorg en ervoor tezorgen dat ieder die dat nodig heeft in een vroegtijdig stadium over eencasemanager kan beschikken. De casemanager kan echt het verschilmaken in het leven van een mensen met dementie en de naasten. In eenperiode vol veranderingen en onzekerheid is de casemanager altijdbeschikbaar als vast aanspreekpunt en door het specialisme in staat omde zorg en ondersteuning in de eerstelijn te organiseren. Door al in deniet-pluisfase in te grijpen en goede samenwerking is de verwachting bijpartijen dat de tekorten in het casemanagement beperkt zullen zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13214 Tegelijkertijd realiseer ik me dat ook al zijn zaken formeel goed geregeld,partijen in de praktijk nog altijd problemen ervaren rondom de indicatie-stelling en financiering. Mijn overtuiging is dat deze knelpunten binnen dehuidige kaders op te lossen zijn, maar ik wil daar wel vinger bij aan depols houden. Dit is reden voor mij om in gesprek te blijven met debetrokken partijen. Hierbij wil ik vooral stilstaan bij het optimaal benuttenvan de duiding casemanagement vanuit de Zvw, inclusief het inkoop-beleid van zorgverzekeraars en bij de ervaren knelpunten rondom hetindiceren van casemanagement.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,N.J.F. Pouw-VerweijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13215

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 61615d25c72208fb

14 okt 2026 · 6b6a5f0a2e1fe05a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.