Openstaande toezeggingen n.a.v. het plenair debat parlementaire enquêtecommissie fraudebeleid en dienstverlening op 15 januari 2025
Brontekst
Versie a5251d4f8c53b134 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202535 867Parlementaire enquête fraudebeleid endienstverleningNr. 30 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 januari 202515 januari jl. vond het plenair debat plaats over de kabinetsreactie op heteindrapport van de parlementaire enquêtecommissie fraudebeleid endienstverlening. In dit debat vroeg het lid Van Baarle (DENK), gesteunddoor het lid Omtzigt (NSC), om een ultieme poging te wagen om tekunnen reconstrueren hoe het programma Broedkamer en het Risicoclas-sificatiemodel tot stand zijn gekomen en waarom het besluit is genomendat indicatoren die raken aan nationaliteit of afkomst hierin zijn gebruikt.De Staatssecretaris van Financiën – Herstel en Toeslagen heeft daaroptoegezegd om op korte termijn een eerste inschatting te geven of hethaalbaar is deze gegevens terug te halen om die ultieme poging tekunnen wagen. De heer Omtzigt vroeg daarnaast of er een overzicht konworden gedeeld over het aantal ambtenaren dat gesanctioneerd is naaraanleiding van de Toeslagenaffaire. Middels deze brief informeren wij uover de afhandeling van deze toezeggingen.Broedkamer (Belastingdienst)Het programma Broedkamer startte in 2014 binnen het team BusinessIntelligence & Analytics van het Landelijk Kantoor Belastingen. Hetprogramma was uitbesteed aan Accenture. Vanuit het programmaBroedkamer vond regie plaats op data-analyseprojecten en werdondersteuning verleend aan projecten. De modellen die nog in gebruikzijn en (deels) binnen de Broedkamer zijn ontwikkeld zijn nu onder beheerbij de directie Datafundamenten & Analytics (DF&A) van de Belasting-dienst.De Broedkamer ontwikkelde uitsluitend modellen voor het voormaligdienstonderdeel Belastingen. In deze periode werden door de Broedkamerdus geen modellen ontwikkeld voor Toeslagen of Douane. kst-35867-30ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 867, nr. 301 In 2017 zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de informatiebevei-liging van de Broedkamer. Dit naar aanleiding van een uitzending van hettelevisieprogramma Zembla hierover op 1 februari 2017. Zo hebben deAuditdienst Rijk (ADR)1 en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP)2 ditaspect onderzocht. In de brieven van 14 februari 20173 en 2 oktober 20184is de Kamer geïnformeerd over alle rapporten. De hoofdconclusie hierinwas dat in een aantal casussen persoonsgegevens buiten de Belasting-dienst zijn gebracht voor werk-gerelateerde bewerking of analyse. Toen isaangegeven dat dit niet acceptabel is.In 2019 is een vervolgonderzoek geweest door de (AP).5 Hierin heeft de APgeconcludeerd dat de getroffen verbetermaatregelen (bij DF&A) tenbehoeve van de geconstateerde beveiligingsrisico’s uit 2017 effectief zijngeweest. De verbetermaatregelen hebben deze risico’s dusdanigverminderd dat de in 2017 door de AP geconstateerde overtredingen nietlanger bestaan.Op 12 september 20226 is de Kamer geïnformeerd over een handmatigedoorlichting van de relevante schijven door inhoudelijke experts van deBelastingdienst. Dit naar aanleiding van een vraag van uw Kamer om dedoor de Broedkamer ontwikkelde risicomodellen en/of -profielen en/ofselectie- of fraude-analysehulpmiddelen ter beschikking te stellen. Na eenvervolg zoekslag zijn nog meer documenten aangetroffen die vervolgenszijn beoordeeld op informatie over de werking van de modellen. Dezedocumenten zijn met de Kamer gedeeld op 24 oktober 20247.Daarnaast heeft de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid enDienstverlening (PEFD) onderzoek gedaan naar het Fraudebeleid,dienstverlening aan- en rechtsbescherming van burgers in de periode1992–2021. In dat kader is door uw Kamer bij het Ministerie van Financiën,waaronder de Dienst Toeslagen en de Belastingdienst, informatiegevorderd. Naar aanleiding hiervan is een zeer grote hoeveelheidinformatie aan uw Kamer verstrekt, waaronder over de Broedkamer.Binnen de Broedkamer zijn vijf modellen ontwikkeld. Drie hiervan (OBN,OBCF en Dynamisch monitoren) zijn nog in gebruik. Privacy-toetsenwaren binnen de Broedkamer vanaf het begin in 2014 onderdeel van dewerkwijze bij de ontwikkeling van modellen. Dit was vooruitlopend op deinwerkingtreding van de AVG-wetgeving op 25 mei 2018. Proxies zijn bijde ontwikkeling uit de modellen verwijderd voordat deze in productie zijngegaan. Bij proxies gaat het om het gebruik van kenmerken die indirectverwijzen naar beschermde persoonskenmerken en dus leiden totindirecte discriminatie.SamenvattendSinds 2017 zijn verschillende onderzoeken naar de Broedkamer gedaan.Bij de Broedkamer was de informatiebeveiliging niet op het gewensteniveau. Op dit vlak zijn in het verleden tekortkomingen geconstateerd.Deze zijn grondig onderzocht en verholpen. Daarnaast zijn er documentenaan uw Kamer verstrekt over de door de Broedkamer ontwikkeldemodellen.1ADR: Onderzoek ADR inzake het onderzoek van de Belastingdienst informatiebeveiligingprogramma Broedkamer en voorlopers, 27 september 20172AP: Onderzoek naar Data & Analytics, 3 juli 20183Kamerstuk 31 066, nr. 3794Kamerstuk 32 761, nr. 1255AP: Rapport van bevindingen follow-up onderzoek beveiligingsmaatregelen DF&A, 8 februari20196Kamerstuk 31 066, nr. 1113, 12 september 20227Bijlage bij Kamerstuk 31 066, nr. 1432 (2024D40680 t/m 2024D40685), 24 oktober 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 867, nr. 302 Uw Kamer heeft verzocht om een ultieme poging te wagen om te kunnenreconstrueren hoe het programma Broedkamer tot stand is gekomen enwaarom het besluit is genomen dat indicatoren die raken aan nationaliteitof afkomst hierin zijn gebruikt. Er zijn reeds verschillende onderzoekengedaan naar de Broedkamer. Ook heeft een doorlichting plaatsgevondenvan de schijven van de Belastingdienst naar de risicomodellen, waaroveruw Kamer is geïnformeerd. Op basis van de geleverde inspanningen isonze oprechte inschatting dat een door de leden Van Baarle en Omtzigtverzochte nieuwe ultieme poging geen nieuwe informatie zal opleveren.Risicoclassificatiemodel (Dienst Toeslagen)Naar het Risicoclassificatiemodel zijn diverse onderzoeken gedaan: doorde Autoriteit Persoonsgegevens8, Amnesty International9, het Collegevoor de Rechten van de Mens10, PricewaterhouseCoopers11, drieonderzoeken door Dienst Toeslagen zelf12 en uiteraard door de PEFD13.Een parlementaire enquête is het zwaarste onderzoeksinstrument dat deTweede Kamer tot haar beschikking heeft als zij zelf onderzoek wil doen.Dienst Toeslagen heeft daarvoor alle nog aanwezige documenten aan dePEFD ter beschikking gesteld. Ook zijn technische briefings gegeven enzijn tijdens openbare verhoren aan verschillende respondenten vragengesteld over (de ontwikkeling van) het model. Maar ook in het rapportwordt duidelijk dat door het gebrek aan documentatie een reconstructievan de totstandkoming van het model niet meer te maken is.Het model is versneld ontwikkeld, getest en in productie gebrachtwaarover weinig documentatie op dit moment nog beschikbaar is.Ondanks dat het rapport van de enquêtecommissie vrij uitgebreid ingaatop de ontwikkeling en training van het model, wordt ook hier duidelijk datdoor het gebrek aan documentatie een reconstructie van het model nietmeer te maken is: «Uit de geleverde bestanden wordt echter niet duidelijkof en in hoeverre sprake is van een verband tussen de trainingscases, hetmodel en de scores op de scorekaarten. { De input van het model, hetmodel zelf, maar vooral ook de uitkomsten van modelruns ontbreken,waardoor de commissie geen reconstructie heeft kunnen maken van dewerking van het risicoclassificatiemodel.»Wij concluderen dat de gegevens voor de parlementaire enquêtecom-missie niet terug te halen waren en dat het hen daardoor ook niet gelukt isom te reconstrueren hoe het Risicoclassificatiemodel precies tot stand isgekomen en waarom het besluit is genomen dat indicatoren die raken aannationaliteit of afkomst in het model zijn gebruikt. Daarom betwijfelen wijten zeerste dat een nieuw onderzoek, door een ander bureau, tot nieuweinformatie en inzichten zal leiden.Met inachtneming van bovenstaande verkiezen wij om de inspanningenmeer te richten op het heden en de toekomst dan op het verleden. Alseerste stap daarin heeft de Staatssecretaris van Financiën – Herstel enToeslagen afgelopen december de Visie op Algoritmische Systemen metuw Kamer gedeeld.14 In dit document zijn de bestaande Rijksbrede kaders,rapporten en adviezen verwerkt tot interne principes en vereisten die8Kamerstukken II, 2019–2020, 31 066, nr. 6839Bijlage bij Kamerstuk 26 643, nr. 799 (2021D39820)10Kamerstukken II, 2022–2023, 31 066, nr. 113811Kamerstukken II, 2022–2023, 31 066, nr. 1234.12Kamerstukken II, 2021–2022, 31 066, nrs. 923, 938 en 1008. Kamerstukken II, 2023–2024, 31 066,nr. 1330. Kamerstukken II, 2024–2025, 31 066, nr. 1449.13Kamerstukken II, 2023–2024, 35 867, nr. 6.14Kamerstukken II, 2024–2025, 31 066, nr. 1449.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 867, nr. 303 leidend zijn bij de inzet van algoritmes ten behoeve van de werkzaam-heden bij Dienst Toeslagen. De doorontwikkeling en implementatie vandeze visie gebeurt de komende jaren in fasen door een nieuw ingerichtprogrammateam dat begin dit jaar is gestart. De ambitie is om de visieonderdeel te maken van de reguliere uitvoering. Een belangrijk onderdeelvan de visie is transparantie en navolgbaarheid. Aan de ene kant zodat,indien nodig, in de toekomst de totstandkoming en besluitvormingrondom de ontwikkeling van algoritmische systemen gereconstrueerdkunnen worden. En aan de andere kant zodat de beslissingen die op basisvan algoritmes worden gebaseerd, altijd voldoende begrijpelijk ennavolgbaar zijn. Juist ook voor de mensen over wie besluiten wordengenomen.Sancties ambtenarenDe hoofdconclusie van het eindrapport van de Parlementaire EnquêteCommissie Fraude en Dienstverlening luidt dat de drie staatsmachtenblind geweest zijn voor mens en recht. Het kabinet, het parlement, deuitvoering en de rechtspraak hebben gefaald. Het collectief heeft gefaald.De ambtelijke leiding is als werkgever verantwoordelijk voor hetpersoneelsbeleid van het Ministerie van Financiën en de bijbehorendeuitvoeringsorganisaties. Als daarvoor aanleiding bestaat is het aan deambtelijke leiding om passende maatregelen te treffen of zelfs sancties opte leggen. Wij kunnen hier echter geen verdere uitspraken over doen,omdat het om een ambtelijke aangelegenheid gaat waar de ambtelijkeleiding voor verantwoordelijk is. Uiteindelijk is de politiek verantwoor-delijk en kunt u ons daarop aanspreken. Het kabinet Rutte III heeft destijdsdaarom ook de ultieme verantwoordelijkheid genomen door zijn ontslagaan te bieden n.a.v. de toeslagenaffaire.De Belastingdienst en Dienst Toeslagen zijn de afgelopen jaren meerdereverbetertrajecten gestart om de cultuur, maar ook het bewustzijn bijmedewerkers over risico’s bij selectie en onbewuste vooroordelen teverbeteren. Met o.a. het programma Leiderschap en Cultuur en deactiviteiten (bijv. de leerlijn «Vooroordelen voorbij», moreel beraden) diebreed zijn uitgerold en waar over wordt gerapporteerd via o.a. hetjaarplan en jaarrapportage, zien wij ook dat de organisaties van toen nietde organisaties van nu zijn. Er zijn sinds 2020 en de start van de verbeter-trajecten circa 10.000 nieuwe medewerkers bij de Belastingdienst enDienst Toeslagen ingestroomd. In alle geledingen van de organisaties zijndeze nieuwe medewerkers ingestroomd en nemen zij vanaf deon-boarding en gedurende hun loopbaan deel aan de verschillendeactiviteiten ten behoeve van leiderschap en cultuur.Overige toezeggingenDe Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane zal uw Kamervia de volgende stand-van-zakenbrief Belastingdienst, die wordt verstuurdvoor het Commissiedebat Belastingdienst op 20 februari 2025, informerenover het verzoek van lid Omtzigt om uw Kamer te informeren over dewetten waaraan de Belastingdienst niet voldoet en in het bijzonder deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 867, nr. 304 AVG. Ten slotte is aan uw Kamer toegezegd om in het voorjaar nog tekomen met een Kamerbrief over de hervorming van het belasting- entoeslagenstelsel.De Staatssecretaris van Financiën,S.T.P.H. PalmenDe Staatssecretaris van Financiën,T. van OostenbruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 867, nr. 305
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.