KamerkringInloggen
Kamerbrief

Klimaatmaatregelen mobiliteit voorjaarsbesluitvorming

25 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0c9380e89594ab89 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 305Mobiliteitsbeleid32 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 497 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN INFRA-STRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 april 2025Voor een sterk en welvarend Nederland is het belangrijk dat mobiliteitvoor iedereen betaalbaar is en blijft. Dat geldt voor iedereen met eenbrandstofauto, een elektrische auto, maar ook wanneer mensen omfinanciële of andere redenen geen auto bezitten. Betaalbare mobiliteit isbelangrijk om te kunnen werken, familie en vrienden te bezoeken, opvakantie of naar de sportclub te gaan.Om de Nederlandse economie sterk en weerbaar te houden moeten weminder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen uit andere delen vande wereld. Meer autonomie vraagt om meer hernieuwbare energie diedichtbij is opgewekt of geproduceerd. Dat betekent dat de mobiliteits-sector zich hierop zal moeten aanpassen en meer gebruik zal moetenmaken van deze hernieuwbare energiebronnen. Minder gebruik vanfossiele brandstoffen in het wegvervoer, scheep- en luchtvaart zorgtdaarnaast voor lagere emissies van broeikasgassen. Dit is nodig om tekunnen voldoen aan de doelen uit de KlimaatwetBij de voorjaarsbesluitvorming zijn voor de mobiliteitssector heldereafspraken gemaakt over aanvullende maatregelen. De particulierebenzinerijder wordt daarbij ontzien. Zo geldt als uitgangspunt «nul aan depomp», zodat de maatregelen niet leiden tot een stijging van de brand-stofprijzen. De maatregelen worden bovendien financieel gedekt buitenhet autodomein. De elektrische rijder kan rekenen op een extra korting inde motorrijtuigenbelasting, die de komende jaren wordt verhoogd van25% naar 30%. Vanuit het Klimaatfonds wordt geïnvesteerd in netaanslui-tingen voor elektrische laadinfrastructuur voor de Friese waddenveren enonder voorwaarde voor elektrische laadinfrastructuur op verzorgings-plaatsen langs de snelweg (Stopcontact op Land). Voor de luchtvaartkomen vanuit het Klimaatfonds middelen beschikbaar voor het opzettenvan fieldlabs op luchthavens voor innovatieve ontwikkelingen induurzame aandrijflijnen. kst-31305-497ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 4971 Samen met decentrale overheden en vervoerders in het NationaalOpenbaar Vervoer Beraad (NOVB) wordt een nieuw reisproductontwikkeld, de Onderwegpas OV. Daarmee kunnen kwetsbarehuishoudens de komende jaren gratis of voor een gereduceerd tarief inhet openbaar vervoer reizen in de daluren. De Onderwegpas OV wordtgezamenlijk gefinancierd vanuit decentrale overheden en het rijk. Hetkabinet heeft besloten om hiervoor een aanvraag te doen bij het EuropeseSocial Climate Fund (SCF) voor € 152,5 miljoen en wanneer dit wordttoegekend om het bedrag vanuit het Klimaatfonds aan te vullen met€ 157,5 miljoen. De totale bijdrage vanuit het Rijk komt hiermee uit op€ 310 miljoen voor de duur van 7 jaar.Door vernieuwde afspraken binnen de raffinageroute maakt de mobili-teitssector het aantrekkelijker om groene waterstof te gebruiken bij deproductie van brandstoffen door Nederlandse raffinaderijen. Tevensontstaat er zo meer ruimte en investeringsbereidheid in nieuweelektrolysers voor de productie van groene waterstof. Onder andere decorrectiefactor wordt verhoogd naar 1,0 en komt er meer ruimte voor deraffinageroute door ophoging van het RFNBO-subdoel1 in de brandstof-transitieverplichting. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motieBontenbal/Vermeer2.De Minister van Klimaat en Groene Groei heeft de Kamer per briefgeïnformeerd over een pakket aan maatregelen voor groene groei vooreen weerbaar energiesysteem en een toekomstbestendige industrie, dietijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn overeengekomen (Kamerstuk33 043, nr. 114). Daarbij wordt ook op hoofdlijnen ingegaan op aanvul-lende klimaatmaatregelen bij de verschillende sectoren om het 55%-doelweer binnen bereik te krijgen en op koers te brengen richting klimaatneu-traliteit in 2050. De budgettaire verwerking en autorisatie van dezemaatregelen door de Kamer zal middels een nota van wijziging plaats-vinden. Daarna kunnen verplichtingen worden aangegaan en kunnen deuitgaven plaatsvinden.In deze brief worden de maatregelen voor de mobiliteitssector nadertoegelicht. Met deze brief wordt tevens invulling gegeven aan detoezegging3 richting het lid Kostic (PvdD).1. Autobelastingen In het regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96) heeft hetkabinet aangekondigd te komen met een hervorming van de autobelas-tingen. Daarbij moet autorijden betaalbaar blijven en moet elektrischrijden blijven lonen om te kunnen voldoen aan de klimaat- en energiedoel-stellingen, en om stikstofreductie te realiseren. Tegelijkertijd streven wenaar een stabiele opbrengst van de autobelasting op de lange termijn endat de bereikbaarheid in Nederland op orde blijft. Dit vraagt ook omzorgvuldige afwegingen en proces. Daarom gaat het kabinet binnenkort ingesprek met het Formule E-team, stakeholders en medeoverheden omdenkrichtingen rondom de hervorming van de autobelastingen tebespreken en andere opties te verkennen. Voor het zomerreces stuurt hetkabinet een contourenbrief met een nadere uitwerking van de hervormingvan de autobelastingen naar de Kamer. Vooruitlopend hierop heeft hetkabinet een aantal maatregelen genomen.1Subdoelstelling voor Renewable Fuels of Non-Biological Origin2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Kamerstuk 36 600 XXIII, nr. 323Toezegging TZ202410-150 gedaan tijdens CD Duurzaam Vervoer van 17 oktober 2024 om deKamer bij de Voorjaarsnota 2025 te informeren over de maatregelen om het doel van klimaat-neutraal vervoer in 2050 te halen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 4972 Fiscale normering zakelijke leasemarktHet kabinet streeft ernaar dat alle auto’s die vanaf 2027 door eenwerkgever ook voor privégebruik ter beschikking worden gesteld aan dewerknemer, volledig emissievrij zijn. Daarom komt het kabinet met eenpseudo-eindheffing in de loonbelasting, met een belastingtarief van 52%over de grondslag voor de bijtelling privégebruik van de auto. Integenstelling tot de bijtelling, wordt geen rekening gehouden met eeneigen bijdrage van de werknemer. Deze eindheffing heeft een normerendewerking, maar de werkgever behoudt wel zijn keuzevrijheid om eenfossiele auto of een elektrische auto ter beschikking te stellen. Indienwordt gekozen voor een fossiele auto dan heeft dat wel financiëleconsequenties.De pseudo-eindheffing moet per loontijdvak (meestal een maand) wordenbetaald door de werkgever als deze vanaf 2027 een fossiele (niet volledigemissievrije) personen- of bestelauto ter beschikking stelt aan dewerknemer. De belastingplicht van de pseudo-eindheffing ligt bij dewerkgever (inhoudingsplichtige) voor de loonbelasting. Een ZZP’er meteen eenmanszaak valt hierdoor buiten de scope van de pseudo-eindheffing. Veel bestelauto’s vallen nu al niet onder de bijtelling en zullendus ook niet onder de pseudo-eindheffing gaan vallen.De extra ingroei van elektrische auto’s door invoering van de pseudo-eindheffing zorgt in 2030 voor een emissiereductie van ongeveer 0,3 MtonCO2. Hierdoor zijn er minder inkomsten uit accijnzen en BPM van fossieleauto’s, de zogenaamde grondslagerosie. Die wordt voor een belangrijkdeel gecompenseerd door de opbrengsten van de pseudo-eindheffing. Deoverige dekking komt van buiten het autodomein, zoals het Klimaatfondsen de belasting op leidingwater.Om uitwijkeffecten te beperken wordt in de uitwerking van de pseudo-eindheffing tevens bezien of aanpassing van de youngtimerregeling nodigis. De benodigde wetgeving voor de pseudo-eindheffing wordtopgenomen in het pakket Belastingplan 2026.Naar verwachting komt de Europese Commissie eind 2025 met eenvoorstel4 om het zakelijke wagenpark te verduurzamen, «Clean CorporateFleets». Op dat moment zal ook bekeken worden wat dit betekent voor depseudo-eindheffing zoals die nu wordt overwogen en worden eventuelewijzigingen meegenomen in het Belastingplan 2027.Gewichtscorrectie in de MRB voor elektrische auto’sHet kabinet heeft in het najaar van 2024 toegezegd de hoogte van detariefkorting in de motorrijtuigenbelasting (MRB) voor elektrischepersonenauto’s dit voorjaar opnieuw te wegen. Om elektrische en benzinepersonenauto’s gelijker te belasten in de motorrijtuigenbelasting, heefthet kabinet besloten om de tariefkorting te verhogen van 25% naar 30% inde periode 2026 tot en met 2028. In 2029 blijft de tariefkorting 25%. In detussenliggende periode gaat het kabinet op zoek naar een structureleoplossing.Door deze aanpassing worden grotere fossiele en elektrische personen-auto’s (voertuigcategorie D en E) komende jaren vrijwel gelijk belast. Voorkleinere en middelgrote voertuigen (voertuigcategorie A t/m C) worden deverschillen verkleind, maar voor kleine elektrische voertuigen moet ietsmeer MRB worden betaald. De budgettaire derving zal worden gedekt uit4Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 112, nr. 3992Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 4973 het Klimaatfonds. De hogere tariefkorting werkt ook door in de provincialeopcenten. De provincies zullen voor de lagere inkomsten uit de provin-ciale opcenten worden gecompenseerd via het Provinciefonds.Elektrische kampeerauto’s, rolstoelvervoer en motorfietsenIn het afgelopen jaar zijn ongewenste verschillen ontstaan in de bpmtussen emissievrije personenauto’s enerzijds en emissievrije bijzonderepersonenauto’s (zoals kampeerauto’s en rolstoelvervoer) en motorfietsenanderzijds. Met het wegvallen van de vijfjarige vrijstelling in de bpm vooralle emissievrije voertuigen op 1 januari 2025 vielen emissievrijebijzondere personenauto’s en motorfietsen onder dezelfde tarieven alshun fossiele tegenhangers. Hierdoor betalen deze, nog altijd relatiefduurdere, emissievrije bijzondere personenauto’s nu 37,7% van decatalogusprijs aan bpm. Dit is hetzelfde percentage als hun fossieletegenhanger, terwijl een gewone emissievrije personenauto enkel eenvaste voet van € 667 betaalt. Voor emissievrije motorfietsen geldteenzelfde situatie. Zij betalen, net als fossiele varianten, momenteel 19,4%van de catalogusprijs aan bpm. Besloten is om de vaste voet van € 667ook voor emissievrije bijzondere personenauto’s te laten gelden. Hiermeewordt ook gehoor gegeven aan de oproep van Koninklijk NederlandsVervoer, de RAI vereniging en de Vereniging DoelgroepenvervoerNederland (VDVN) om het bpm-tarief voor emissievrije rolstoelbussengelijk te trekken met het tarief voor personenauto’s5. Voor emissievrijemotorfietsen komt een aparte vaste voet van € 200. De Belastingdienst zalvia goedkeurend beleid voor het jaar 2025 voor emissievrije bijzonderepersonenauto’s het tarief van € 667 toepassen en een tarief van € 200hanteren voor emissievrije motorfietsen. Met deze vereenvoudiging vande bpm wordt de komende 5 jaar een impuls gegeven aan deze kleine,moeilijker te verduurzamen, groep voertuigen.2. Raffinageroute Door vernieuwde afspraken over de raffinageroute draagt de mobiliteits-sector bij aan het stimuleren van de elektrolysecapaciteit voor groenewaterstof in Nederland en aan de verduurzaming van de raffinaderijen.Hiermee wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie Bontenbal (CDA)en Vermeer (BBB)6.Vorig jaar tijdens de voorjaarsbesluitvorming heeft het kabinet gekozenvoor ruimte voor de zogeheten raffinageroute. Het gebruik vanhernieuwbare waterstof in raffinaderijen mag onder voorwaardenmeetellen voor de RFNBO7-subverplichtingen die brandstofleveranciersaan de mobiliteitssector krijgen. Daarbij was afgesproken dat directgebruik van (brandstoffen op basis van) waterstof in de mobiliteit altijdmeer wordt beloond door het gebruik van een correctiefactor bij de inzetvia de raffinageroute. Op basis van onderzoek door TNO heeft deStaatssecretaris van IenW een correctiefactor van 0,4 voorgesteld8.Mede op basis van de motie Bontenbal/Vermeer, reacties uit de sector ennader onderzoek heeft het kabinet een nieuwe weging gemaakt. Daarbij isbesloten dat het belang van de verduurzaming van de industrie en deinvesteringszekerheid voor de markt voor elektrolyseprojecten inNederland op dit moment zwaarder moet wegen dan de directe inzet van5Petitie van 22 april 2025 aan vaste commissie voor IenW (kenmerk TK 2025Z07705/2025D18584)6Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXIII, nr. 327Renewable Fuels of Non-Biological Origin8Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 1419Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 4974 waterstof in de mobiliteit. Daarom wordt de correctiefactor verhoogd van0,4 naar 1,0.Het gevolg van de verhoging van de correctiefactor is dat de businesscase verslechtert voor houders van waterstoftankstations. Het kabinetkomt deze bedrijven daarin voor maximaal € 24 miljoen tegemoet.Een ander gevolg van de verhoging van de correctiefactor is dat minderelektrolyseprojecten kunnen worden ondersteund. Om aan dit bezwaartegemoet te komen heeft het kabinet besloten om de RFNBO-subverplichting vanaf 2028 geleidelijk te verhogen van 3,9 naar7,5 petajoule (PJ) in 2030.Door de verhoging van de correctiefactor en het RFNBO-subdoel, zalongeveer 4,6 petajoule hernieuwbare energie verschuiven van demobiliteit naar de industrie. Dit komt overeen met een CO2-reductie vanruim 0,3 Mton. Om te voorkomen dat de mobiliteitssector langs eenandere weg hiervoor extra maatregelen moet treffen, heeft het kabinetbesloten om de sectorale indicatieve restemissies hierop aan te passen.Dit betekent dat de indicatieve restemissie voor mobiliteit in 2030 wordtverhoogd van 21 naar 21,3 Mton CO2 en dat de indicatieve restemissievoor industrie in 2030 wordt verlaagd van 29,1 naar 28,8 Mton CO2.Voor aanvullende informatie over de ruimte voor de raffinageroute, hetRFNBO-subdoel en de verhoging van de brandstoftransitieverplichting(inclusief de doorwerking in de subverplichtingen per modaliteit enbrandstofcategorie) wordt u verwezen naar de vierde voortgangsbriefimplementatie RED-III vervoer (Kamerstuk 32 813, nr. 1511). Deze briefwordt gelijktijdig verstuurd.3. Hernieuwbare energiedragers Het kabinet is overeengekomen om de brandstoftransitieverplichting (totdusver beter bekend als de jaarverplichting energie vervoer) vanaf 2028geleidelijk te verhogen, zodanig dat hierdoor in 2030 1,5 Mton extraCO2-reductie wordt gerealiseerd. Hierbij is rekening gehouden met deafspraken over de raffinageroute en dat ongeveer 0,3 Mton CO2 zalworden ingevuld door de eerdergenoemde verduurzaming van dezakelijke leaseauto’s. Zonder aanvullend beleid zal de overigeCO2-reductie worden bereikt door extra inzet van biobrandstoffen. Daarbijzal het naar verwachting gaan om de inzet van HVO («HydrotreatedVegetable Oil») in het zwaardere vervoer, waarmee de maatregel voldoetaan het duurzaamheidskader biogrondstoffen.Biobrandstoffen zijn over het algemeen duurder dan fossiele brand-stoffen. Zonder aanvullende afspraken zal deze maatregel vanaf 2028leiden tot een lichte stijging van de brandstofprijzen die naar huidiginzicht minder zal bedragen dan 1 cent per liter. In 2026 en 2027 is geensprake van prijsverhoging. De lasteneffecten van deze maatregel zullen bijde augustusbesluitvorming in het licht van nog te maken afspraken overbrandstofaccijnzen worden meegewogen.4. Onderwegpas openbaar vervoer Het Ministerie van IenW, decentrale overheden en vervoerders hebbensamen in het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) de eerstestappen gezet voor de ontwikkeling van een product waarmee mensen dekomende jaren gratis of voor een gereduceerd tarief in het openbaarvervoer kunnen reizen in de daluren. Dit sluit ook aan bij een eerderverzoek van de Tweede Kamer naar de ontwikkeling van een landelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 4975 ticket9. Deze «Onderwegpas Openbaar Vervoer» is een nieuw landelijkreisproduct en biedt kwetsbare huishoudens (gekeken wordt of dit kanworden ingevoerd voor personen vanaf 12 jaar) die leven op het sociaalminimum de mogelijkheid om gedurende de daluren gratis of met kortingmet alle openbaar vervoer (bus, tram, metro, trein) in Nederland te reizen.Dit stelt mensen met een smalle beurs in staat om deel te nemen aan demaatschappij, vrienden en familie te bezoeken en noodzakelijke voorzie-ningen zoals het ziekenhuis te bereiken. De Onderwegpas OV zorgt ertevens voor dat mobiliteit een minder groot aandeel is in de noodzakelijkeuitgaven van deze huishoudens.De Onderwegpas OV wordt gezamenlijk gefinancierd vanuit decentraleoverheden en het rijk. Het kabinet heeft besloten om hiervoor voor 1 juli2025 een aanvraag te doen bij het Europese Social Climate Fund (SCF)voor € 152,5 miljoen en wanneer dit wordt toegekend om het bedragvanuit het Klimaatfonds aan te vullen met € 157,5 miljoen, zodat de totalebijdrage vanuit het Rijk € 310 miljoen bedraagt voor de duur van zevenjaar. Decentrale overheden hebben vervolgens een principebesluitgenomen om tot de benodigde cofinanciering te komen die noodzakelijkis voor deze vorm van financiering.De Onderwegpas OV is daarmee onderdeel van het pakket aan maatre-gelen dat Nederland gaat indienen bij de Europese Commissie omaanspraak te maken op de middelen uit het SCF die zowel gericht zijn openergie-armoede als op vervoersarmoede. Het Social Climate Fund10 iseen fonds van de Europese Unie dat tot doel heeft om de sociale gevolgenvoor de meest financieel kwetsbare huishoudens van de klimaat- enenergietransitie te verzachten.5. Klimaatfonds Om een stimulans te geven aan de verduurzaming, onafhankelijkheid enhet verdienvermogen van Nederland stelt het kabinet financiële middelenbeschikbaar via het Klimaatfonds. Tijdens de voorjaarsbesluitvorming van2025 heeft het kabinet in het ontwerp-meerjarenprogramma 2026(ontwerp-MJP 2026) van het Klimaatfonds besloten om financiëlemiddelen toe te kennen voor de verduurzaming van de mobiliteitssectorin Nederland.Vorig jaar zijn in het definitieve meerjarenprogramma 2025 ondervoorwaarden middelen toegekend voor de verduurzaming van debinnenvaart en dynamische laadvoorzieningen voor vrachtauto’s viaElectric Road Systems. Omdat momenteel nog niet aan alle voorwaardenis voldaan, zijn deze maatregelen opnieuw meegenomen in hetontwerp-MJP 2026. Dat geldt ook voor de reservering voor een investe-ringssubsidie voor fabrieken voor de productie van e-fuels voor deluchtvaart. Voor de binnenvaart wordt onderzocht of en hoe er mogelijk-heden zijn om specifiek «het kleine schip» in haar verduurzaming teondersteunen.Er wordt geen aanspraak meer gemaakt op de toegekende middelen uithet Meerjarenprogramma 2025 voor het aanscherpen van normen voorduurzaam inkopen. Hierover is uw Kamer eerder geïnformeerd.119Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 82810Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 146711Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 480Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 4976 Stopcontact op Land (€ 65,5 mln.)Elektrische personen-, bestel- en vrachtauto’s zijn niet meer weg tedenken in het straatbeeld. Het aantal elektrische voertuigen zal komendejaren snel toenemen. Deze voertuigen moeten ook onderweg geladenkunnen worden. Daarom is ook op verzorgingsplaatsen langs de snelwegmeer laadinfrastructuur nodig voor elektrisch vervoer.Vanuit de Europese regelgeving (AFIR) heeft Nederland daarnaast deverplichting om laadinfrastructuur aan of nabij het hoofdwegennet terealiseren. Zeker voor de laadinfrastructuur van vrachtauto’s moetenhiervoor nog flinke stappen worden gezet om in de toekomst aan deEuropese verplichtingen te kunnen voldoen. De noodzakelijke laadinfra-structuur voor emissievrije voertuigen brengt uiteraard een elektriciteits-vraag op verzorgingsplaatsen met zich mee die de komende 25 jaar zalblijven toenemen, totdat alle voertuigen elektrisch zijn. Om deze vraag afte dekken is een zware netaansluiting (veelal 6 of 10 megawatt) en eennaar 2050 groeiend transportvermogen nodig. Door in één keer dezetoekomstbestendige aansluiting aan te vragen kan efficiënt wordenomgegaan met schaarse mensen, materieel, materiaal en middelen. Voorde zomer wordt de Kamer hierover nader geïnformeerd in een voort-gangsbrief over laadinfrastructuur.Nadat aan de voorwaarde is voldaan, kan met de toegekende middelen bijde eerste circa 15 van in totaal 230 verzorgingsplaatsen een «Stopcontactop Land» worden aangevraagd en gerealiseerd.Laadvoorziening Friese Waddenveren (€ 50 mln.)Naast de elektrificatie van het wegverkeer, is het ook belangrijk om dejuiste voorwaarde te creëren dat ook andere modaliteiten geëlektrificeerdkunnen worden. Vanwege de verlening van een nieuwe concessie ligt ereen mooie kans om de veerboten naar de Friese Waddeneilanden teelektrificeren. Om elektrificatie van deze veren mogelijk te maken moetener elektrische netaansluitingen en elektrische laadinfrastructuur in dehavens van de veerboten tussen de Friese Waddeneilanden en het vasteland gerealiseerd worden in Harlingen, Vlieland, Terschelling, Holwert,Ameland en Lauwersoog. Met deze aansluitingen kunnen de veerbotentussen de Friese Waddeneilanden en het vasteland door de redersgeëlektrificeerd worden. Zonder deze versterking van de laadinfra-structuur kunnen de waddenveren niet emissievrij worden. In de nieuweconcessie voor de Friese Waddenveren die in 2029 ingaat wordt elektrischvaren na realisatie van de laadinfrastructuur mogelijk gemaakt.Nieuwe aandrijflijnen luchtvaart (€ 20 mln.)Waterstof- en elektrische vliegtuigen bieden kansen om de luchtvaartschoner en stiller te maken. Ongeveer 75% van de vluchten vanafSchiphol vindt plaats op routes tot 2.000 kilometer12. Een aanzienlijk deelhiervan zou in de toekomst vervangen kunnen worden door waterstof- ofelektrische vliegtuigen.Nederland speelt een sterke rol in de ontwikkeling van waterstof- enelektrische vliegtuigen, dankzij expertise in onder meer lichte materialen,nieuwe aandrijftechnologieën en thermoplasten. De elektrische Pipistrel,een toestel voor 2 personen, vliegt al in Nederland, waarmee ervaringwordt opgedaan met elektrisch vliegen. Tegelijkertijd wordt, veelal in12Hoe zit het nou met... CO2-uitstoot en vliegafstand? – Royal Netherlands Aerospace CentreTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 4977 internationaal verband, gewerkt aan grotere toestellen. Nederlandsebedrijven dragen hier ook aan bij. Dit biedt economische kansen.Deze ontwikkelingen zijn positief, maar ook slechts een begin; decommerciële opschaling vereist aanzienlijke investeringen in laad- entankinfrastructuur, aanpassingen aan operationele processen en veilig-heidsprocedures. Om deze belemmeringen in beeld te krijgen en aan tepassen, zijn grootschaligere fieldlabs nodig. Het kabinet kiest er daaromvoor om 20 miljoen euro beschikbaar te stellen voor het opzetten vanfieldlabs op luchthavens en het investeren in laad- en tankinfrastructuur,waarmee innovatie-infrastructuur beschikbaar wordt gesteld voor desamenwerking tussen maakindustrie, kennisinstellingen, luchthavens enluchtvaartmaatschappijen.Voor de langere termijn is ook een voorstel voor de verdere opschalingvan vliegtuigen waterstof- en elektrische vliegtuigen uitgewerkt, alsvervolg op de fieldlabs. Dit voorstel wordt nu niet toegekend en zal, medeop basis van evaluatie van de fieldlabs, opnieuw in eventuele nieuwerondes worden ingediend bij het Klimaatfonds en worden beoordeeld.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. JansenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 4978

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0b670f5b6dcdd43d

14 okt 2026 · ed9fb4b6cf9910ac

13 okt 2026 · 177561feaad98a72

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.