Voortgang financiële arrangementen geneesmiddelen 2025
Brontekst
Versie 66ae8f1676f14377 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 477GeneesmiddelenbeleidNr. 982 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 juni 2026Met deze brief informeert het kabinet de Kamer over de jaarlijksevoortgang en de uitkomsten van de financiële arrangementen1 voor duregeneesmiddelen. Omdat, net zoals in voorgaande jaren, de declaratiedataen financiële afwikkeling van financiële arrangementen één à twee jaarachterlopen, gaat het in deze voortgangsbrief over de financiëleuitkomsten voor de jaren 2023 en 2024.Sinds 2012 worden financiële arrangementen met leveranciers van duregeneesmiddelen afgesloten als voorwaarde voor opname in het basis-pakket van de zorgverzekering. Doel is het overeenkomen van eenpakketwaardige prijs2 zodat deze geneesmiddelen verantwoord kunnenworden opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering. HetZorginstituut beoordeelt daartoe voorafgaand aan pakketopname ofgeneesmiddelen naar verwachting in de praktijk voldoen aan de vierpakketcriteria:1. Effectiviteitis aangetoond dat het geneesmiddel werkt en werkt hetminimaal net zo goed als de standaardbehandeling?2. Kosteneffectiviteitis de verhouding tussen wat het geneesmiddel kost en wat dit oplevertin termen van gezondheidswinst acceptabel?3. Uitvoerbaarheidis opname van het geneesmiddel in het pakket in de praktijk terealiseren?4. Noodzakelijkheidis de ziekte ernstig genoeg en is het geneesmiddel zo duur dat iemanddit niet zelf kan betalen? In het geval dat een geneesmiddel niet kosteneffectief is, of gepaard gaatmet een zeer hoog kostenbeslag, adviseert het Zorginstituut om met de1In een financieel arrangement zijn financiële afspraken vastgelegd over een geneesmiddeltussen de leverancier en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.2Een pakketwaardige prijs is een prijs waarbij wordt voldaan aan de vier pakketcriteria waaraaneen geneesmiddel wordt getoetst door het Zorginstituut Nederland. kst-29477-982ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9821 leverancier een onderhandeling te voeren om een lagere prijs van hetgeneesmiddel overeen te komen. Op basis van dit advies kan het kabinetpassende maatregelen treffen voor verantwoorde opname in hetbasispakket, zoals het afsluiten van een financieel arrangement. Datbetekent dat patiënten toegang krijgen tot nieuwe, dure geneesmiddelenen tegelijkertijd de betaalbaarheid van deze geneesmiddelen wordtgewaarborgd, ook voor de lange termijn.Het is belangrijk dat zorg betaalbaar en kosteneffectief is, omdat elke euromaar één keer uitgegeven kan worden. Als we veel geld uitgeven aan zorgdie niet kosteneffectief is, dan hadden we dat geld beter aan andere, welkosteneffectieve zorg kunnen besteden. Voor dezelfde euro’s had dat meergezondheidswinst voor de Nederlandse patiënt opgeleverd. Deze aanpaksluit ook aan bij de doelstelling van het kabinet om passende zorg denorm te maken en scherpere eisen te stellen aan de pakketwaardigheidvan zorg3. Eén van de principes van passende zorg is namelijk zorg diewerkt tegen een redelijke prijs4.In deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over de (financiële)uitkomsten van de arrangementen voor dure geneesmiddelen. Het kabinetvindt het belangrijk om te streven naar meer transparantie over deonderhandelde en werkelijk betaalde prijzen voor geneesmiddelen. In depraktijk blijkt dat leveranciers doorgaans niet bereid zijn om tot openbareprijsafspraken te komen, die door het kabinet acceptabel worden geacht.Omdat toegang tot geneesmiddelen voor de patiënt belangrijk is, gaat hetkabinet daarom akkoord met vertrouwelijkeprijsafspraken.In deze brief wordt nader ingegaan op:1.Gehanteerde begrippen en data2.Ontwikkeling van arrangementen en uitgaven3.Uitgavenverlagingen door de financiële arrangementen4.Transparantie van de onderhandelde prijzen5.Specifieke casuïstiek sinds de vorige voortgangsbrief6.Doorlooptijden van geneesmiddelen met een financieel arrangement1. Gehanteerde begrippen en data De gerapporteerde cijfers zijn vastgesteld op basis van de zorgdeclaratiesin Nederland. In veel gevallen wordt er onderscheid gemaakt tussenarrangementen voor intramurale en extramurale geneesmiddelen.Intramurale geneesmiddelen worden in het ziekenhuis – of soms thuisonder verantwoordelijkheid van de medisch specialist – toegediend ofverstrekt aan de patiënt. In het geval dat nieuwe intramurale geneesmid-delen of indicaties tot hoge uitgaven kunnen leiden, worden deze in desluis geplaatst. Hierdoor kan het kabinet het Zorginstituut om adviesvragen over de pakketwaardigheid voordat het kabinet besluit overpakketopname5.Extramurale geneesmiddelen zijn geneesmiddelen die door de openbareapotheek worden verstrekt en buiten het ziekenhuis worden gebruikt.Deze geneesmiddelen behoren tot het «gesloten» deel van het basis-3Kamerstuk 36 800 XVI, nr. 191, Beleidsbrief VWS 24 april 20264Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9715De criteria voor de inzet van de sluis zijn wettelijk vastgelegd. Een geneesmiddel (indicatie) kanin aanmerking komen voor plaatsing in de sluis indien de totale kosten € 20 miljoen of meerper jaar bedragen voor alle indicaties, of indien de kosten bij één indicatie meer dan € 10miljoen bedragen én meer dan € 50.000 per patiënt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9822 pakket. Dit betekent dat het kabinet, voorafgaand aan opname in het GVS,expliciet besluit over opname in het basispakket.De uitkomsten voor intramurale geneesmiddelen voor 2024 zijn vastge-steld op basis van voorlopige declaratiegegevens.Daarnaast hebben ten opzichte van de voortgangsbrief van vorig jaarenkele (kleine) bijstellingen plaatsgevonden voor de jaren 2021, 2022 en2023. Hieronder staat een toelichting op de begrippen die in de tekst,figuren en tabellen met financiële uitkomsten worden gehanteerd.Uitgaven zonder arrangement: de (fictieve) uitgaven aan een genees-middel op basis van de gedeclareerde volumes en de door de leverancieringediende prijs op het moment van de vergoedingsaanvraag. Met anderewoorden: de uitgaven die potentieel zouden worden gemaakt op basisvan de prijs die de leverancier vraagt zonder verlaging.Openbare uitgavenverlaging: de verlaagde uitgaven door een openbarelijstprijsverlaging ten opzichte van de door de leverancier ingediende prijsop het moment van de vergoedingsaanvraag; dit kan het resultaat zijn vande onderhandelingen, de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp) of opinitiatief van de leverancier zelf.Gerealiseerde uitgaven: de gerealiseerde uitgaven op basis van de doorzorgaanbieders aan zorgverzekeraars gedeclareerde volumes en deactuele openbare lijstprijzen.Vertrouwelijke uitgavenverlaging: het totaal aan terugbetaalde kortingen(door leveranciers aan zorgverzekeraars) op basis van de vertrouwelijkeafspraken in de financiële arrangementen. De vertrouwelijke uitgavenver-laging is vrijgesteld van btw.Uitgaven met arrangement: de gerealiseerde uitgaven minus de vertrou-welijke uitgavenverlaging.Totale uitgavenverlaging: de optelsom van de openbare uitgavenverlagingen de vertrouwelijke uitgavenverlaging.2. Ontwikkeling arrangementen en uitgaven De Kamer wordt jaarlijks geïnformeerd over de ontwikkeling van deuitgaven en de uitgavenverlagingen als gevolg van de financiëlearrangementen voor geneesmiddelen.Dit jaar worden de ontwikkelingen in de uitgaven uitgebreider toegelichtom meer transparantie te geven over de factoren achter de veranderingenin de gerealiseerde uitgaven. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen metde uitgaven zonder arrangement en de gerealiseerde uitgaven pergeneesmiddel.Door de steeds hogere prijzen, hoge patiëntvolumes en het daarmeetoenemende risico op hoge (en potentieel niet-kosteneffectieve) uitgaven,neemt ook het aantal financiële arrangementen toe. Het totale aantalintramurale en extramurale geneesmiddelen met een arrangement steegin 2024 van 56 naar 58. De gerealiseerde uitgaven inclusief btw aan dezespecifieke geneesmiddelen waarvoor een arrangement bestond zijntoegenomen van circa € 1.714,2 mln. in 2023 naar circa € 1.794,5 mln. in2024, een stijging van 5%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9823 De verandering in de gerealiseerde uitgaven ten opzichte van 2023 is toete schrijven aan vier ontwikkelingen: (1) beëindigde arrangementen, (2)terugloop in uitgaven, (3) nieuwe arrangementen en (4) groei in uitgaven.De eerste twee zorgen ervoor dat de totale gerealiseerde uitgaven dalen,de laatste twee dat de totale gerealiseerde uitgaven stijgen. In deze briefwordt alleen de ontwikkeling van uitgaven aan geneesmiddelen enindicaties beschreven waarvoor gedurende een bepaald jaar eenfinancieel arrangement is overeengekomen. In Nederland wordendaarnaast nog veel (dure) intra- en extramurale geneesmiddelen ingezetwaarvoor geen financieel arrangement geldt6. Dit betekent dat aan dehand van deze brief geen conclusies getrokken kunnen worden over deontwikkeling van Nederlandse uitgaven aan (dure) geneesmiddelen in hetalgemeen.2.1 Arrangementen voor intramurale geneesmiddelen Hoewel het totaal aantal arrangementen voor intramurale geneesmid-delen tussen 2023 en 2024 gelijk is gebleven, wordt in deze voortgangs-brief een daling van de gerealiseerde uitgaven aan intramurale genees-middelen met een financieel arrangement gerapporteerd. Degerealiseerde uitgaven voor intramurale geneesmiddelen waarvoor eenarrangement geldt bedroegen in 2023 circa € 994,1 mln. en in 2024 circa€ 934,4 mln. Het betreft een daling van € 59,7 mln., oftewel ongeveer 6%.Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de uitkomsten voor intramuralegeneesmiddelen voor 2024 zijn vastgesteld op basis van voorlopigedeclaratiegegevens. Figuur 1 geeft inzicht in de ontwikkeling van hetaantal arrangementen en de gerealiseerde uitgaven van de intramuralegeneesmiddelen met een financieel arrangement.Noot. De verticale as is doorbroken tussen € 100 mln. en € 600 mln.De daling in de uitgaven aan geneesmiddelen met een financieelarrangement is met name toe te schrijven aan de beëindiging van dearrangementen voor twee geneesmiddelen; Myozyme en Soliris. Hetkabinet wil benadrukken dat, hoewel de beëindiging van de arrange-menten voor Myozyme en Soliris ertoe leidt dat de gerealiseerdeuitgaven, die in 2023 respectievelijk € 59,0 mln. en € 29,9 mln. bedroegen,niet langer in dit overzicht worden gerapporteerd, dit niet betekent dat dedaadwerkelijke uitgaven in de praktijk aan deze geneesmiddelen (indezelfde mate) zijn afgenomen.6Zie https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_802735_22/1Figuur 1. Ontwikkeling van het aantal arrangementen en gerealiseerde uitgaven inmiljoenen euro’s (incl. btw) tussen 2023 en 2024 voor intramurale geneesmiddelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9824 Uit de jaarlijkse rapportage van de NZa blijkt dat de totale uitgaven aanintramurale geneesmiddelen nog altijd structureel blijven stijgen7. In deperiode na 2023 bedragen de gerealiseerde uitgaven aan Myozyme enSoliris gezamenlijk nog steeds tientallen miljoenen euro’s. Deze uitgavenvallen echter niet langer onder een centraal financieel arrangement methet Ministerie van VWS.Daarnaast zijn vier andere arrangementen per 2024 beëindigd, waarvande gerealiseerde uitgaven in 2023 in totaal circa € 1,2 mln. bedroegen.Voor 13 geneesmiddelen met een financieel arrangement zijn de uitgavenin 2024 gedaald ten opzichte van 2023. De terugloop in gerealiseerdeuitgaven aan deze 13 geneesmiddelen bedroeg in totaal circa € 50,5 mln.In 2024 werden voor zes intramurale geneesmiddelen nieuwe arrange-menten afgesloten. De gerealiseerde uitgaven aan deze geneesmiddelenbedroegen in datzelfde jaar € 12,7 mln. Het is mogelijk dat de uitgavenaan deze nieuwe geneesmiddelen in de volgende jaren nog zullentoenemen.Voor 17 geneesmiddelen namen de gerealiseerde uitgaven binnen dearrangementen toe. Deze groei was met name toe te schrijven aanTagrisso, Darzalex en Ultomiris. Ultomiris is van dezelfde leverancier enheeft dezelfde indicatiestelling als Soliris, waarvoor het arrangement per2024 is beëindigd.2.2 Arrangementen voor extramurale geneesmiddelen Voor de extramurale geneesmiddelen waarvoor een financieel arran-gement is overeengekomen, is sprake van een sterke toename van degerealiseerde uitgaven. Deze uitgaven bedroegen in 2023 € 720,0 mln. enzijn in 2024 met € 140,1 mln. gestegen naar € 860,1 mln. De ontwikkelingvan het aantal arrangementen en de gerealiseerde uitgaven wordengepresenteerd in figuur 2.Noot. De verticale as is doorbroken tussen € 100 mln. en € 600 mln.Het financieel arrangement voor Pradaxa, een geneesmiddel dat tot deklasse DOAC’s behoort, is per 2024 beëindigd. De reden hiervoor is datdoor het aflopen van het patent en de komst van generieke alternatievende financiële risico’s door zorgverzekeraars kunnen worden opgevangen.7Zie https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_802735_22/1Figuur 2. Ontwikkeling van het aantal arrangementen en gerealiseerde uitgaven inmiljoenen euro’s (incl. btw) tussen 2023 en 2024 voor extramurale geneesmiddelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9825 De uitgaven aan Pradaxa, die in 2023 € 33,3 mln. bedroegen, makendaarom geen onderdeel meer uit van gerealiseerd uitgaven voor 2024.Verder namen de uitgaven aan vijf extramurale geneesmiddelen in 2024 aften opzichte van het voorgaande jaar, met in totaal circa € 9,7 mln.In 2024 zijn drie nieuwe financiële arrangementen voor extramuralegeneesmiddelen afgesloten. De gezamenlijke uitgaven aan deze driegeneesmiddelen bedroegen dat jaar circa € 2,6 mln. Het is mogelijk dat deuitgaven aan deze nieuwe geneesmiddelen in de volgende jaren nogzullen toenemen.De toename van de gerealiseerde uitgaven aan extramurale geneesmid-delen in 2024 wordt voornamelijk gedreven door een groei van genees-middelen waarvoor al een financieel arrangement was afgesloten. Desterkste groei is toe te schrijven aan Xarelto, Eliquis en Lixiana. Dit zijndrie DOAC’s die binnen het GVS onderling vervangbaar zijn met Pradaxa.De uitgaven aan deze geneesmiddelen waren in 2024 € 127,3 mln. hogerdan in het voorgaande jaar, waarvan € 114,4 mln. specifiek aan Eliquis istoe te schrijven. Daarnaast namen de uitgaven aan twee weesgeneesmid-delen Vyndaqel en Evrysdi gezamenlijk met € 32,9 mln. toe. De driePCSK9-remmers, Repatha, Praluent en Leqvio, droegen nog eens € 14,6mln. bij aan de groei. Verder stegen de uitgaven aan zes andere extra-murale geneesmiddelen in totaal € 5,6 mln.3. Uitgavenverlagingen door de financiële arrangementen In deze voortgangsbrief wordt de Kamer geïnformeerd over de verlagingvan de eerder gepresenteerde uitgaven als gevolg van financiëlearrangementen. De bruto en netto-uitgaven, evenals de openbare envertrouwelijke uitgavenverlaging, worden op twee manieren gepresen-teerd. Eerst wordt een algemeen beeld geschetst van de totale uitgaven-verlaging in de periode 2021 tot en met 2024. Vervolgens worden dezegegevens nader uitgesplitst naar intramurale en extramurale geneesmid-delen voor de jaren 2023 en 2024.3.1 Totale uitgavenverlaging trend In figuur 3 zijn bruto en netto uitgaven, evenals de openbare en vertrou-welijke uitgavenverlaging, uiteengezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9826 ^) Er hebben correcties plaatsgevonden voor deze jaren ten opzichte van de vorige voortgangs-brief.*) De bedragen voor 2024 zijn gebaseerd op voorlopige gegevens.#) De bedragen zijn inclusief btw.Noot. Door afronding kunnen er kleine verschillen in de optelling ontstaan.3.2 Uitgavenverlaging gesplitst naar intra- en extramuraal In tabel 1 zijn de totale resultaten uit figuur 3 voor de jaren 2023 en 2024uitgesplitst naar intramurale en extramurale geneesmiddelen. Hierin is tezien dat de uitgaven aan geneesmiddelen met een financieel arrangementzich verschillend ontwikkelen voor intramurale en extramurale genees-middelen. De bruto en netto uitgaven voor intramurale geneesmiddelenmet een financieel arrangement namen in 2024 af ten opzichte van 2023.Voor extramurale geneesmiddelen namen de uitgaven juist toe.Tabel 1. Uitgavenverlagingen uitgesplitst naar intra- en extramuraal (in miljoenen €)1IntramuraalExtramuraalBedragen20232202432023220243Aantal actieve arrangementen36362022Uitgaven zonder arrangement41.273,11.208,2849,11.018,3Openbare prijsverlaging4279,0273,8129,0158,2Gerealiseerde uitgaven4994,1934,4720,0860,1Vertrouwelijke uitgavenverlaging321,7333,9259,4331,5Uitgaven met arrangement4672,4600,5460,7528,6Totale uitgavenverlaging600,7607,7388,4489,81 Door afronding kunnen er kleine verschillen in de optelling ontstaan.2 Er hebben correcties plaatsgevonden voor deze jaren ten opzichte van de vorige voortgangs-brief.3 De bedragen voor 2024 zijn gebaseerd op voorlopige gegevens.4 De bedragen zijn inclusief btw. 4. Transparantie uitkomsten prijsonderhandelingen Sinds de voortgangsbrief van 2021 wordt de Kamer aanvullend geïnfor-meerd over de resultaten van de prijsonderhandelingen voor geneesmid-delen waarover het Zorginstituut heeft geadviseerd.Figuur 3. Uitgavenverlagingen 2021–2024 (in miljoenen €)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9827 4.1 Kortingsadviezen De kortingsadviezen van het Zorginstituut zijn gebaseerd op schattingenin de kosteneffectiviteitsanalyse. Deze adviezen komen in bepaaldegevallen neer op een expliciet kortingspercentage dat, al dan nietminimaal, behaald zou moeten worden voor een kosteneffectieve inzet.Omdat het een schatting betreft, geldt hierbij doorgaans dat de kans opeen daadwerkelijke (niet)-kosteneffectieve inzet in de praktijk 50% is, bijhet kortingsadvies dat door het Zorginstituut wordt gegeven. Bij eenhoger kortingspercentage stijgt de kans op een kosteneffectieve inzet enbij een lager kortingspercentage daalt de kans op een kosteneffectieveinzet in de praktijk.Het kabinet beschouwt in deze analyse een (minimaal) geadviseerdkortingspercentage als gerealiseerd wanneer het resultaat van deonderhandeling binnen de marges van het advies van het Zorginstituutvalt. Dat betekent dat een gerealiseerd kortingspercentage niet exactovereen hoeft te komen met het geadviseerde percentage. Als bijvoor-beeld een korting van minimaal 60% op de lijstprijs wordt geadviseerd,wordt voldaan aan het Zorginstituut advies wanneer een korting van 60%of hoger is onderhandeld. Als daarentegen een korting van 50% wordtgehaald, wordt niet voldaan aan het Zorginstituut advies. In dat geval ishet verschil tussen 50% en 60% een naar verwachtingniet-kosteneffectieve inzet.Op het moment dat niet wordt voldaan aan het kortingsadvies van hetZorginstituut, neemt het risico op niet-kosteneffectieve inzet toe. Dat hetgeadviseerde kortingspercentage niet in alle gevallen wordt behaald,hangt ermee samen dat het kabinet het in sommige gevallen van belangacht dat patiënten toegang krijgen tot een geneesmiddel dat als effectief isbeoordeeld. In die gevallen is besloten om tot op zekere hoogte meerfinancieel risico te accepteren dan door het Zorginstituut is geadviseerd.Deze geneesmiddelen maken daardoor wel onderdeel uit van hetbasispakket en zijn daarmee beschikbaar voor patiëntenHet Zorginstituut geeft niet altijd een (concreet) kortingsadvies af.Hiervoor zijn verschillende redenen bijvoorbeeld omdat het niet mogelijkis om een kosteneffectiviteitsanalyse te doen of omdat de uitkomsten vande kosteneffectiviteitsanalyse zeer onzeker zijn. Ook is in sommigegevallen het kortingsadvies van het Zorginstituut niet concreet. Voor dezegeneesmiddelen en indicaties, die vooralsnog het merendeel van de brutoen netto uitgaven vertegenwoordigen, is het dan ook niet mogelijk om teanalyseren of aan het Zorginstituut advies wordt voldaan. De resultatenvoor beide groepen worden in de paragrafen 4.2 en 4.3 uiteengezet.4.2 Uitgavenverlaging met concreet kortingsadvies Ter bevordering van de transparantie kiest het kabinet ervoor om deuitgavenverlagingen afzonderlijk te presenteren voor geneesmiddelen(indicaties) waarvoor het Zorginstituut een concreet kortingsadvies heeftgegeven en voor geneesmiddelen (indicaties) waarvoor dit niet het gevalis. In tabel 2 staan de uitgaven, met en zonder arrangement, voor degeneesmiddelen en hun specifieke indicaties waarvoor wel een concreetkortingsadvies is gegeven door het Zorginstituut. Voor deze specifiekegeneesmiddelen(indicaties) is het daardoor wel mogelijk om eenvergelijking te maken van de behaalde resultaten ten opzichte van hetZorginstituut advies. Onderaan de tabel is een extra rij met gegevenstoegevoegd. Deze bevat het specifieke deel van de uitgaven dat naarverwachting niet doelmatig wordt ingezet doordat eenniet-kosteneffectieve prijs is geaccepteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9828 De niet-kosteneffectieve uitgaven zijn berekend door voor alle arrange-menten waarvoor het (minimale) kortingsadvies van het Zorginstituut nietis gehaald, het verschil op te tellen tussen de uitgaven op basis van hetadvies van het Zorginstituut en de uitgaven met arrangement. In deanalyse zijn arrangementen opgenomen met gezamenlijke uitgavenzonder arrangement van € 709,9 mln. excl. btw in 2024 van het totaal van€ 2.042,7 mln. excl. btw aan uitgaven zonder arrangement in 2024. Ditlaatste bedrag correspondeert met de € 2.226,5 incl. btw die voor 2024 isgerapporteerd in tabel 18.Tabel 2. Kwantificering van het risico op (naar verwachting) niet-kosteneffectieveuitgaven in de praktijk (in miljoenen € excl. btw)Bedragen202120222023120242Uitgaven zonder arrangement438,6642,9696,8709,9Uitgaven met arrangement275,5366,4394,3399,4Waarvan (naar verwachting)niet-kosteneffectieve uitgaven45,375,784,974,31 Er hebben correcties plaatsgevonden voor deze jaren ten opzichte van de vorige voortgangs-brief.2 De bedragen voor 2024 zijn gebaseerd op voorlopige gegevens. Doordat de door het Zorginstituut geadviseerde (minimale) korting niet inalle gevallen is behaald voor de arrangementen die zijn opgenomen intabel 2, zijn in 2023 en 2024 respectievelijk € 84,9 mln. en € 74,3 mln. aanuitgaven gedaan met een groter risico op niet-kosteneffectieve inzet in depraktijk. De verwachte niet-kosteneffectieve uitgaven aan geneesmiddelenwaarvoor een financieel arrangement geldt, zijn daarmee in 2024 tenopzichte van 2023 afgenomen.Een belangrijke nuance hierbij is dat in deze periode 7 arrangementen zijnbeëindigd en 9 nieuwe arrangementen zijn afgesloten. Hierdoor is desamenstelling van de groep geneesmiddelen die binnen de reikwijdte vandeze analyse valt aanzienlijk gewijzigd.Er is daarnaast gekeken in hoeverre een minimaal geadviseerd kortings-percentage daadwerkelijk wordt behaald in prijsonderhandelingen. Dit isgedaan omdat individuele arrangementen met grote financiële volumesde uitkomst van deze analyse sterk kunnen beïnvloeden. Daardoorworden de resultaten van arrangementen met een laag financieel volumein bovenstaande analyse minder zichtbaar.In tabel 3 staat het mediane verschil, uitgedrukt in procentpunten (pp),tussen het (minimaal) geadviseerde kortingspercentage en het onderhan-delde kortingspercentage van alle individuele arrangementen die in tabel2 zijn opgenomen. Hierdoor heeft elk individueel arrangement evenveelgewicht en invloed op de uitkomst, ongeacht het financieel volume vaneen arrangement.Tabel 3. Het mediane verschil tussen de door het Zorginstituut (minimaal) geadvi-seerde kortingspercentages en de onderhandelde kortingspercentagesProcentpunt (pp)20212022202320241Mediane Verschil– 1,4pp– 0,7pp– 0,6pp– 2,6pp1 De bedragen voor 2024 zijn gebaseerd op voorlopige gegevens. 8Voor geneesmiddelen geldt op dit moment 9% btw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9829 Uit het mediane verschil van – 2,6pp in 2024 volgt dat er meer arrange-menten met een onderhandeld kortingspercentage hoger dan het(minimaal) geadviseerde kortingspercentage zijn dan arrangementen meteen onderhandeld kortingspercentage gelijk aan of lager dan het(minimaal) geadviseerde kortingspercentage. Dit geldt tevens voor 2021,2022 en 2023.Dit betekent dat voor het merendeel van de geneesmiddelen waarvooreen specifiek kortingspercentage is geadviseerd én die binnen dereikwijdte van de analyse vallen, de door het Zorginstituut geadviseerdekortingspercentages worden gerealiseerd in de onderhandelingen.4.3 Uitgavenverlaging zonder concreet kortingsadvies In tabel 4 staan de uitgaven, met en zonder arrangement, voor diegeneesmiddelen en hun specifieke indicatie(s), waarvoor geen concreetkortingsadvies beschikbaar is. Uit de tabel volgt dat ook voor dezegeneesmiddelen in alle jaren (openbare en/of vertrouwelijke) uitgavenver-lagingen worden gerealiseerd. Door het ontbreken van een concreetkortingsadvies is geen verdere analyse mogelijk van de behaalderesultaten ten opzichte van het Zorginstituut advies.Tabel 4. Uitgavenverlaging voor geneesmiddelen waarvoor geen kortingsadvies vanhet Zorginstituut beschikbaar is (in mln. € excl. btw)Bedragen202120221,22023120242, 3Uitgaven zonder arrangement1.081,71.158,01.250,11.332,8Uitgaven met arrangement510,5561,9597,2581,5Uitgaven verlaging571,2596,1652,9751,41 Er hebben correcties plaatsgevonden voor deze jaren ten opzichte van de vorige voortgangs-brief.2 Door afronding kunnen er kleine verschillen in de optelling ontstaan.3 De bedragen voor 2024 zijn gebaseerd op voorlopige gegevens. 5. Specifieke casuïstiek sinds de vorige voortgangsbrief In de vorige delen is inzicht gegeven in de financiële gevolgen van definanciële arrangementen voor 2023 en 2024. In deze passage wordtingegaan op een aantal specifieke casussen die hebben gespeeld sinds devorige voortgangsbrief9.5.1 Nieuwe arrangementen Tussen 1 april 2025 en 1 mei 2026 zijn er in totaal 13 nieuwe financiëlearrangementen afgesloten. Zes van deze financiële arrangementen zijnvoor intramurale geneesmiddelen, dit zijn Ayvakyt, Elrexfio, Talzenna,Padcev, Breyanzi en Jemperli. Daarnaast zijn er zeven nieuwe financiëlearrangementen afgesloten voor extramurale geneesmiddelen Ajovy,Amvuttra, Rystiggo, Piasky, Voydeya, Beyonttra en Revestive.5.2 Continuering van de sluis Voor de vijf intramurale geneesmiddelen Hemgenix, Xenpozyme, Enhertu,Carvykti en Pluvicto is de sluisplaatsing gecontinueerd. Het Zorginstituutheeft geadviseerd om deze geneesmiddel na succesvolle prijsonderhan-delingen te vergoeden. Ondanks intensieve pogingen om afspraken temaken over een maatschappelijk aanvaardbare prijs, is er helaas geen9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 935Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 98210 akkoord bereikt met de leveranciers van deze geneesmiddelen. Ditbetekent dat deze geneesmiddelen (voor bepaalde indicaties) in de sluisblijven staan en vooralsnog niet worden opgenomen in het basispakketvan de zorgverzekering. Zoals ook in de Kamerbrieven10 , 11 , 12 over dezecasussen is vermeld, is dit voor patiënten en behandelaren een uiterstteleurstellende uitkomst. Het kabinet wil hier nogmaals benadrukken datindien de leveranciers bereid zijn om tot aanvaardbare prijsafspraken tekomen, het de continuering van de sluis zal heroverwegen.5.3 Decentrale onderhandelingen In 2025 heeft Zorgverzekeraars Nederland decentrale afspraken gemaaktmet de leverancier van Hympavzi waardoor gedurende de looptijd vandeze afspraken de financiële risico’s, zoals die zijn benoemd in het adviesvan het Zorginstituut, voor de inzet van deze geneesmiddelen bij debetreffende indicaties zijn afgedekt.Daarnaast is de sluis definitief opgeheven voor specifieke indicaties vande geneesmiddelen Alecensa, Omvoh, Tremfya, Velsipity en Nemluvio.Voor deze indicaties heeft het Zorginstituut wel advies gegeven, maarvond het kabinet een centraal financieel arrangement niet aangewezenomdat het financieel risico door veldpartijen kan worden afgedektvanwege de aanwezigheid van meerdere gelijkwaardige alternatieve voordeze geneesmiddelen.5.4 Aflopende financiële arrangementen in 2025 Eind 2025 liepen de financiële arrangementen van 16 centrale arrange-menten af. Het betreft de financiële arrangementen voor de intramuralegeneesmiddelen Kyprolis, Sarclisa, Tagrisso, Ultomiris, Vyvgart, Darzalexen Luxturna, en de extramurale geneesmiddelen Aspaveli, Kaftrio,Orkambi, Symkevi, Zilbrysq, Epidyolex, Fintepla, Givlaari en Vyndaqel.Voor de intramurale geneesmiddelen Ultomiris en Vyvgart zijn definancieel arrangementen (en daarmee de vergoeding) verlengd tot1 januari 2028.Voor de intramurale geneesmiddelen Tagrisso, Kyprolis, Sarclisa enDarzalex zijn de financieel arrangementen (en daarmee de vergoeding)verlengd tot 1 januari 2029 en voor Luxturna tot 1 januari 2031.Voor de extramurale geneesmiddelen Aspaveli, Kaftrio, Orkambi, Symkevien Zilbrysq zijn de financieel arrangementen (en daarmee de vergoeding)verlengd tot 1 januari 2028.Voor de extramurale geneesmiddelen Epidyolex, Fintepla en Givlaari zijnde financieel arrangementen (en daarmee de vergoeding) verlengd tot1 januari 2030.Voor het extramurale geneesmiddel Vyndaqel is het financieel arrange-menten (en daarmee de vergoeding) verlengd tot 1 maart 2030.Daarnaast is per 1 juli 2025 het financieel arrangement van het genees-middel Translarna vroegtijdig beëindigd, omdat na een langdurig procesbij het EMA besloten is om de marktautorisatie niet te vernieuwen. Omdat10Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 94511Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95512Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 971Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 98211 Translarna niet langer geregistreerd is, is het ook niet langer mogelijk omhet geneesmiddel aan Nederlandse patiënten te verstrekken.6. Doorlooptijden geneesmiddelen met financieel arrangement In de vorige voortgangsbrief is de Kamer geïnformeerd over de doorloop-tijden van de geneesmiddelen waarvoor centraal is onderhandeld over deprijs. Dit is de hoeveelheid tijd die verstrijkt tussen het verstrekken van de(Europese) handelsvergunning en de Nederlandse pakketopname. Deonderliggende data van de individuele intramurale en extramuralegeneesmiddelen zijn te vinden in het Dashboard Doorlooptijden Genees-middelen.13Voorafgaand aan de presentatie van de resultaten wil het kabinetbenadrukken dat het de lange doorlooptijden die in de praktijk ontstaan bijde toegang tot nieuwe geneesmiddelen betreurt. Deze doorlooptijdenvormen een gedeelde verantwoordelijkheid van de leverancier en deoverheid en zouden in veel gevallen verkort kunnen worden, zoalshieronder nader is toegelicht.6.1 Totstandkoming doorlooptijden Deze brief bevat een actualisatie van het overzicht van de doorlooptijden,waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen intramurale en extramuralegeneesmiddelen. In de rapportage worden drie fasen onderscheiden,ieder met eigen betrokken en verantwoordelijke partijen.Fase 1: Tijd tussen markttoelating en indiening van een compleet dossierWanneer een leverancier opname van een geneesmiddel of indicatie inhet verzekerde pakket wenst, dient hij daartoe een vergoedingsdossier inbij het Zorginstituut. De leverancier is verantwoordelijk voor het aanle-veren van een volledig en kwalitatief toereikend dossier, wat volgens degeldende procedures vroegtijdig na markttoelating kan gebeuren.Leveranciers hebben daarnaast de mogelijkheid om gebruik te maken vande parallelle procedure. Hierbij kan voorafgaand aan markttoelating opEuropees niveau al worden gestart met het indienen van een dossier bijhet Zorginstituut. Van deze mogelijkheid wordt maar beperkt gebruikgemaakt.Daarnaast komt het voor dat leveranciers ervoor kiezen om (nog) geendossier in te dienen, waardoor vergoeding en toegang voor patiëntenuitblijven.Fase 2: Tijd voor de beoordeling door het ZorginstituutZodra een vergoedingsdossier compleet is verklaard, wordt het door hetZorginstituut inhoudelijk beoordeeld. Daarbij beoordeelt het Zorginstituutzowel de kwaliteit als de volledigheid van het dossier. Het Zorginstituutkan de leverancier verzoeken aanpassingen te doen of extra informatieaan te leveren. De leverancier kan om extra tijd vragen om aan dezeverzoeken te voldoen. Indien de kwaliteit van het dossier onvoldoende is,kan de leverancier het dossier na een periode van zes maanden opnieuwindienen voor herbeoordeling. Het Zorginstituut en de leverancier dragendaarmee gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de doorlooptijden in fase2.13Link naar Dashboard Doorlooptijden GeneesmiddelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 98212 Fase 3: Tijd voor de prijsonderhandeling tussen VWS en de leverancierNa afronding van de beoordeling brengt het Zorginstituut een onafhan-kelijk advies uit over de pakketwaardigheid van het geneesmiddel. Insommige gevallen omvat dit advies een kortingsadvies, dat alsuitgangspunt dient voor prijsonderhandelingen. Als dit het geval is zullenhet Ministerie van VWS en de leverancier een prijsonderhandeling starten.Het Ministerie van VWS en de leverancier dragen daarmee gezamenlijkverantwoordelijkheid voor de doorlooptijden in fase 3.Naast de betrokken partijen hebben ook de eigenschappen van genees-middelen die voor pakketopname in aanmerking komen een aanzienlijkeinvloed op de doorlooptijden. Voor geneesmiddelen met een zogenaamde«gelijke waarde» claim kan in vele gevallen een verkorte beoordelingworden gedaan door het Zorginstituut, waardoor de doorlooptijdendoorgaans korter zijn. In andere gevallen kan juist behoefte bestaan aanaanvullende analyses, inzichten of adviezen. Daardoor kunnen dedoorlooptijden, zelfs bij maximale inspanning van de betrokken partijen,op lopen.6.2 Doorlooptijden intramurale geneesmiddelen Bij het berekenen van de doorlooptijden voor intramurale geneesmid-delen wordt uitgegaan van het jaar waarop een geneesmiddel uit de sluiskomt, al dan niet op basis van een financieel arrangement. Geneesmidde-len(indicaties) waarvoor geen apart advies is uitgebracht, bijvoorbeeldomdat een breed arrangement is overeengekomen, maken daardoor geenonderdeel uit van de analyse14. Zou dat wel het geval zijn, dan zouden dedoorlooptijden in tabel 6 vele malen korter zijn. De doorlooptijden vanintramurale geneesmiddelen met een financieel arrangement over deperiode 2021 tot en met 2025 staan weergegeven in figuur 4.In 2021 tot en met 2024 was de gemiddelde totale doorlooptijd respectie-velijk ruim 16, 21, 26 en 22 maanden. In vergelijking met 2024 is in 2025de gemiddelde doorlooptijd afgenomen tot ongeveer 19 maanden. Dit14Een breed financieel arrangement is een arrangement waarbij afspraken zijn gemaakt over alleindicaties van een geneesmiddel. Bij brede financiële arrangementen wordt voor nieuweindicatie geen nieuw advies gegeven door het Zorginstituut en hoeft dus ook niet meeronderhandeld te worden omdat deze indicaties als binnen de afspraken vallen.Figuur 4. Doorlooptijden (in dagen) van intramurale geneesmiddelen van 2021 tot enmet 2025 uitgesplitst per faseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 98213 komt doordat de tijd tussen markttoelating en de indiening van eencompleet vergoedingsdossier met 3 maanden is afgenomen. De gemid-delde tijd voor beoordeling door het Zorginstituut en voor de prijsonder-handelingen zijn nagenoeg gelijk gebleven in 2025 ten opzichte van hetvoorgaande jaar 2024.6.3 Doorlooptijden extramurale geneesmiddelen Voor de extramurale geneesmiddelen zijn alle jaren vanaf 2021 tot en met2025 bij elkaar genomen voor het berekenen van de gemiddeldedoorlooptijden. Dit is gedaan omdat het aantal geneesmiddelen wat perjaar instroomde in het basispakket na het afsluiten van een financieelarrangement laag was, waardoor de gemiddelde doorlooptijd per jaar eenvertekend beeld zou kunnen geven. De totale gemiddelde doorlooptijdvoor de extramurale geneesmiddelen met een financieel arrangement isvanaf 2021 tot en met 2025 bijna 28 maanden. Ruim 17 maanden hiervanwordt gebruikt vanaf markttoelating tot indiening van een compleetvergoedingsdossier door de leverancier bij het Zorginstituut. De beoor-deling door het Zorginstituut en onderhandeling bedroegen gemiddeldrespectievelijk minder dan 5 en 6 maanden.6.4 Huidige stand van zaken doorlooptijden Op 1 januari 2026 was er voor 71 intramurale geneesmiddelen die zijnopgenomen in de sluis nog geen dossier door de leverancier ingediend bijhet Zorginstituut en zaten 12 dossiers van intramurale geneesmiddelen inhet beoordelingsproces van het Zorginstituut. Daarnaast liepen erprijsonderhandelingen tussen VWS en leveranciers voor 13 intramuralegeneesmiddelen en 7 extramurale geneesmiddelen waarvoor eenonderhandeladvies gegeven was door het Zorginstituut.VooruitblikHet kabinet werkt aan een toekomstbestendig stelsel waarin nieuwe,effectieve medicijnen zo snel mogelijk beschikbaar komen voor patiëntendie er baat bij hebben, tegen een maatschappelijk aanvaardbare prijs. DeKamer is eerder bericht over de plannen voor een toekomstbestendigstelsel15.In de eerste helft van 2027 zal het kabinet de Kamer opnieuw informerenover de voortgang van de financiële arrangementen voor duregeneesmiddelen.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.T.M. Hermans15Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 960Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 98214
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.