KamerkringInloggen
Kamerbrief

Antwoorden op vragen commissie van de V-100 inzake Woningaanbod nu en in de toekomst

29 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 20b55d3612954fe5 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 847Integrale visie op de woningmarktNr. 1491 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 juni 2026Hierbij bied ik u de beantwoording aan op de schriftelijke Kamervragenvan de begrotingsrapporteurs bij het jaarverslag 2025 van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening, alsmede de beantwoording op de vragenin het kader van de V-100 bij het onderwerp «Woningaanbod nu en in detoekomst».De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,E. Boekholt-O’Sullivan kst-32847-1491ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14911 VRAAG 1:Vraag:Kunt u ingaan op de volgende mogelijkheden om budgetten voorwoningbouw volledig te benutten?1.onderuitputting voor de ene regeling gebruiken voor een andereregeling;2.uitvoerbaarheid van regelingen van tevoren beter inschatten;3.het oprichten van een woningbouwfonds om het schuiven vanbudgetten over de jaargrens op het domein van VRO mogelijk temaken?Antwoord:Ja.1.Bij tijdige signalering van onderuitputting op een specifieke regelingkan een verzoek worden ingediend om de middelen in te zetten vooreen andere regeling op het gebied van woningbouw. Dit kan hetkabinet doen, maar uw Kamer kan hiertoe ook een verzoek indienen.Uiteraard ben ik hierbij wel gebonden aan de begrotingsregels en devaste begrotingsmomenten. Het kabinet zet bij budgettaire besluit-vormingsmomenten in op realistisch ramen in de begrotingen, omonderuitputting tegen te gaan. De Minister van Financien toetst of hetverzoek voldoet aan de begrotingsregels en in het rijksbrede beeldpast. Onderuitputting kan door verschillende oorzaken komen: zo isbij woningbouwregelingen pas op het moment van aanvragen zekerwat het benodigde budget is. Hiervoor ben ik dus afhankelijk vanandere partijen (gemeenten, ontwikkelaars). Ook zijn er regelingenzoals de huurtoeslag waar de systematiek van de regeling anderswerkt dan bij reguliere regelingen. Bij de huurtoeslag wordt op basisvan verschillende macro-economische parameters aan het begin vanhet jaar een meerjarige raming gemaakt van de te verwachten uit tegeven middelen aan huurtoeslag. Deze middelen worden indecember van het voorgaande jaar en gedurende het lopende jaaruitgegeven en kunnen niet alternatief worden ingezet. Eventueleaanpassingen in de raming worden bij de volgende raming in hetvoorjaar in het generale beeld verwerkt.2.Uitvoerbaarheid van regelingen wordt vooraf meegenomen in devormgeving van de regeling door bijvoorbeeld vroeg in het proces deuitvoerende partij mee te nemen met behulp van een uitvoerings-toets, bijvoorbeeld de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.Door de jaren heen is er veel ervaring opgedaan met financiëleregelingen en wat wel of niet werkt en wordt er breder onderzoekuitgevoerd in bijvoorbeeld het Interdepartementaal Beleidsonderzoek«Op grond kun je bouwen» (Kamerstuk 32 847, nr. 1198) uit 2024.Deze ervaring en input uit eerder uitgevoerd onderzoek is o.a.meegenomen in het samenhangende financiële instrumentarium ophet gebied van woningbouw, waar uw Kamer over geïnformeerd isop 19 mei 2025 (Kamerstuk 32 847, nr. 1344). Daarnaast worden deregelingen ook regelmatig geëvalueerd en worden waar nodig(kleine) aanpassingen gedaan om ze zo goed mogelijk aan te latensluiten op de praktijk.3.Het oprichten van een woningbouwfonds kan een oplossing zijn omhet schuiven van budgetten over de jaargrens heen mogelijk temaken. Dit is echter een bredere, politieke afweging waar ik nietalleen over beslis. Zo adviseerde deze Studiegroep om de begrotings-fondsen aan het begin van de nieuwe kabinetsperiode in eenrealistischer kasritme te plaatsen, en om het gebruik van (nieuwe)begrotingsfondsen te beperken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14912 VRAAG 2:Vraag:Hoe zorgt u ervoor dat grondbezitters hun grond die geschikt is voorwoningbouw niet gebruiken als beleggingsobject maar benutten voorwoningbouw?Antwoord:Grond met de functie wonen moet ook als zodanig worden gebruikt enniet onbebouwd blijven. Gemeenten hebben verschillende instrumentenom te voorkomen dat bouwrijpe grond onbebouwd blijft. Deze instru-menten staan beschreven in de Handreiking vertraging voorkomen metgrondbeleid. Ik vraag gemeenten deze instrumenten ook toe te passen.Alleen door regie te nemen op de woningbouwproductie kunnengemeenten voldoen aan de productieaantallen die ik met hen in deWoondeals heb afgesproken.VRAAG 3:Vraag:Een starter kan een huurwoning krijgen van 1.300 euro per maand, maargeen hypotheek voor 800 euro per maand netto. Wat gaat u op zowellandelijk als Europees niveau doen om deze kloof te dichten? En op welketermijn?Antwoord:Bij het afsluiten van een hypotheek gaat iemand een langjarigeverplichting aan. Bij het vaststellen van het maximale bedrag dat eenhuishouden aan een hypothecaire lening kan besteden vind ik hetbelangrijk dat de uitgaven financieel verantwoord zijn en huishoudensvoldoende middelen overhouden voor de dagelijkse uitgaven zoals deboodschappen. Het NIBUD adviseert jaarlijks wat een financieel verant-woorde hypotheek is.In samenwerking met financiële instellingen werkt NHG aan een pilotomtrent maatwerk bij kredietverstrekking. De situatie waarbij eenkredietaanvrager gedurende langere periode heeft bewezen hogehuurlasten te kunnen dragen is onderdeel hiervan.VRAAG 4:Vraag:Op dit moment zijn er veel belemmeringen voor het delen van woningen(voorwaarden hypotheek, huurtoeslag, vergunningen etc.), zowel landelijkals op regionaal niveau. Wat gaat u eraan doen om deze woonvormen tebevorderen en op welke termijn?Antwoord:Het kabinet ziet de potentie van woningdelen, waarmee op relatief kortetermijn extra woonplekken gerealiseerd kunnen worden in bestaandegebouwen. Daarom zet dit kabinet in op een breder pakket aan maatre-gelen om woningdelen te stimuleren en belemmeringen weg te nemen.Recent heb ik de Landelijke Aanpak Beter Benutten gelanceerd, waarwoningdelen onderdeel van is (Kamerstukken II, 2025–2026, 32 847 nr.1448). Zo werk ik onder meer aan een wetswijziging die ervoor moetzorgen om de drempels voor hospitaverhuur te verlagen en werk ik uithoe en onder welke voorwaarden meer woningen vergunningvrij kunnenworden gedeeld. Hierover informeer ik uw Kamer in de eerstvolgendebrief over het «beter benutten van de bestaande gebouwen». Ik streefernaar deze brief voor de zomer te sturen, waarin ik ook zal toelichten hoeik woningdelen verder ga stimuleren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14913 VRAAG 5:Vraag:Recentelijk is de handreiking «De stem van woningzoekenden gepubli-ceerd». Hierin roept u de betrokken bestuurders, beleidsmakers enprofessionals op om het perspectief van woningzoekenden zicht- enhoorbaar te maken. Hoe bent u van plan om de betrokken partijen aan tesporen om deze structurele inspraak te regelen? Bent u bereid om destructurele inspraak van woningzoekenden als eis te stellen voorstimuleringsregelingen voor woningbouw?Antwoord:De stem van de woningzoekenden vind ik belangrijk. Zowel inplanvorming als ook bij inspraak rondom woningbouwprojecten. Het kloptinderdaad dat ik met deze handreiking bestuurders, beleidsmakers enprofessionals oproep om het perspectief van woningzoekenden zicht- enhoorbaar te maken. Het betrekken van woningzoekenden is belangrijkomdat het niet alleen zorgt voor beter onderbouwde keuzes over typewoningbouw en locatie, maar kan ook de steun onder omwonenden voorwoningbouw vergroten, en daarmee de gewenste versnelling van dewoningbouw realiseren.Ik werk op landelijk niveau samen met Woonbond; Aedes, VNG enVereniging Eigen Huis aan de versterking van de stem van de woningzoe-kenden. Hierbij hebben we als uitgangspunt dat het primair de taak is vangemeenten om hier vorm en inhoud aan te geven. Landelijk ondersteunenwe gemeenten, bijvoorbeeld met deze handreiking. Uit de handreikingkomt duidelijk naar voren dat er heel veel verschillende manieren zijn omwoningzoekenden te betrekken en dat een optimale benadering pergemeente en per doel kan verschillen. Ik wil de methodische keuzeoverlaten aan de lokale bestuurders, beleidsmakers en professionals. Zijweten het beste welke manier van woningzoekenden betrekken het meestpassend is bij de lokale opgave.Hierdoor zie ik het niet als wenselijk om een standaard aanpak of methodeals eis te stellen voor stimuleringsregelingen voor de woningbouw. Welvind ik het belangrijk dat iedereen, zowel gemeenten als andere geïnteres-seerden zoals projectontwikkelaars en corporaties, voldoende handvattenheeft om aan de slag te gaan en woningzoekenden te betrekken. Daaromzet ik in op het verder verspreiden van de informatie uit de handreiking enbezie ik samen met bovenstaande partners welke vervolgstappen mogelijkzijn.VRAAG 6:Vraag:Bent u zich ervan bewust dat onzelfstandige woonruimten geenhuurtoeslag krijgen, waardoor woningcorporaties niet rendabel kunneninvesteren in deze woonvorm? Ziet u mogelijkheden om de huurtoeslagop dit vlak uit breiden waardoor er meer betaalbare opties zijn?Antwoord:Het klopt dat huurders van onzelfstandige woonruimten in de regel geenrecht hebben op huurtoeslag. De huurtoeslag is een inkomensafhankelijkeondersteuning aan huishoudens met een lagere financiële draagkrachtvoor het betalen van de huurlasten. Het is dus niet bepalend voor dehuurinkomsten van verhuurders en het rendement op een investering. Demaximale huurprijs, die passend is bij kwaliteit van een woonruimte, isvastgelegd in het Woningwaarderingsstelsel voor Onzelfstandigewoonruimte (WWSO). Met het WWSO wordt ook de betaalbaarheid vanonzelfstandige woonruimten gewaarborgd.Op dit moment is de uitbreiding van huurtoeslag naar onzelfstandigewoonruimten niet mogelijk vanwege uitvoeringstechnische beperkingen.Om het recht op huurtoeslag en de hoogte van het bedrag vast te stellen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14914 maakt Dienst Toeslagen gebruik van gegevens uit onder andere deBasisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Zonder deze gegevens kannamelijk niet vastgesteld worden of de woning voldoet aan de (minimum-)eisen voor huurtoeslag, of dat voor de betreffende woning reedshuurtoeslag is aangevraagd. Onzelfstandige woonruimtes worden echterniet geregistreerd in de BAG. Een uitbreiding van de huurtoeslag naaronzelfstandige woonruimtes kan pas overwogen worden als dezeonzelfstandige woonruimtes adequaat worden geregistreerd in een(landelijk) systeem (bijv. het Huurregister). Daarnaast moeten ook dehuurprijzen van onzelfstandige woonruimten bekend zijn. Zonder debenodigde contra-informatie kan niet worden vastgesteld of huurtoeslag-uitgaven rechtmatig zijn. Derhalve is een uitbreiding op dit moment nietuitvoerbaar.Een uitbreiding van de huurtoeslag heeft ook financiële gevolgenwaarvoor momenteel geen budgettaire dekking is. Naar schatting zullende kosten voor de huurtoeslag met ca. € 1 à € 1,5 mld. per jaar stijgen. Ditis exclusief de uitvoeringskosten voor Dienst Toeslagen en de kosten diegemoeid zijn met het registreren van onzelfstandige woonruimtes.Het kabinet deelt de wens voor meer onzelfstandige woonruimten,specifiek voor jongeren en studenten. Minder studio’s en meer samen-wonen levert niet alleen snel meer betaalbare woonruimten op, maar isook goed voor bestrijding van eenzaamheid. Het kabinet heeft in hetcoalitieakkoord de ambitie uitgesproken de bouw van extra onzelfstandigewoonruimten te willen bevorderen met objectsubsidies.VRAAG 7:Vraag:Met welke concrete maatregelen geeft u invulling aan uw regierol omervoor te zorgen dat de beschikbaarheid van kwaliteit van infrastructuur,waaronder wegen, openbaar vervoer en nutsvoorzieningen, leidenderandvoorwaarden worden bij de locatiekeuze en ontwikkeling van nieuwewoningbouwlocaties?Antwoord:Dit gebeurt op verschillende manieren: via bestuurlijk overleg metbetrokken gemeenten/mede-overheden en marktpartijen, maar dit kan ookdoor de inzet van financiële middelen. De afgelopen kabinetten hebbenvoor dit soort maatregelen aan medeoverheden middelen ter beschikkinggesteld, na een zorgvuldig afwegingsproces. Het gaat dan om hetGebiedsbudget en de middelen voor Woningbouw en Mobiliteit (WoMo).Bij de selectie van nieuwe locaties wordt ook weer gekeken naar nieuwemogelijkheden en de reeds beschikbare voorzieningen. Dit is een intensiefproces, aangezien er veel aspecten zijn om rekening mee te houden,variërend van beschikbaarheid van stroom en infraontsluiting, tot groenen het verplaatsen van bedrijven. Daar komt ook de noodzaak bij om voorgoede voorzieningen te zorgen, de uitvoeringscapaciteit bij gemeenten engerichtheid op de toekomst als het gaat om klimaatadaptatie. Uiteindelijkwordt er dan een bestuurlijke afweging gemaakt. Ook juridische instru-menten staan ter beschikking, voor zowel rijk als mede-overheden. Inzethiervan vergt altijd een zorgvuldig doorlopen proces en bestuurlijkoverleg. Het is dan ook steeds zoeken naar de balans tussen de wens omte versnellen enerzijds en uitgangspunten van integraliteit en zorgvul-digheid anderzijds.VRAAG 8:Vraag:Wat is uw langetermijnvisie voor het realiseren van meer sociale- enmiddenhuurwoningen? Welke concrete plannen heeft u voor de komendejaren om deze langetermijnvisie in te vullen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14915 Antwoord:Er is niet alleen een tekort aan woningen voor mensen met een laaginkomen, maar ook voor mensen met een middeninkomen. Daarom ismijn doelstelling dat van de 100.000 jaarlijks te bouwen woningen, tweederde betaalbaar moet zijn, waarvan 30% sociale huurwoningen. Bij dewoningen voor huishoudens met een middeninkomen gaat het daarbij ombetaalbare koopwoningen én middenhuur. Met het wetsvoorstelVersterking regie volkshuisvesting stuur ik ook wettelijk op het realiserenvan bovengenoemde doelstelling. Dit wetsvoorstel is inmiddels aange-nomen door de Eerste Kamer en treedt op 1 juli 2026 in werking.Het kabinet wil een aantal maatregelen nemen om marktpartijen aan temoedigen meer te investeren in middenhuur. Zo wordt de overdrachtsbe-lasting voor verhuurders verlaagd naar 7% en wordt de Wet betaalbarehuur met een aantal aanpassingen geoptimaliseerd. Binnen de TaskforceVersnelling Woningbouw wordt aanvullend bezien wat verder nodig is terversterking van het investeringsklimaat voor onder meer middenhuurwo-ningen, concrete maatregelen volgen na de zomer.Gemeenten kunnen verschillende financiële regelingen van het Rijkbenutten om sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en betaalbarekoopwoningen te realiseren, zoals de Realisatiestimulans en de Woning-bouwimpuls.Dankzij aanpassing van Europese regels over staatssteun zijn meermogelijkheden ontstaan om staatssteun te verlenen voor middenhuur. Opdit moment breng ik de mogelijkheden in kaart om de steun aanmiddenhuur vorm te geven, waarbij ook het huidige speelveld met demarktpartijen wordt betrokken. Voor woningcorporaties wordt hierbijnadrukkelijk gekeken naar de mogelijkheden om voor middenhuurwo-ningen door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) geborgdefinanciering te kunnen aantrekken. Afhankelijk van de gekozen implemen-tatie voor steun aan middenhuur kan dit voor woningcorporaties tot eenstelselwijziging in de Woningwet leiden waarbij de huidige verplichtescheiding en verantwoording over de DAEB en niet-DAEB activiteiten kankomen te vervallen. Dit zou mogelijk worden omdat de huidige niet-DAEBactiviteiten (grotendeels middenhuur) dan ook als DAEB-activiteitaangemerkt kunnen worden binnen de reeds bestaande DAEB voorsociale huisvesting. Een opheffing van deze scheiding heeft een signifi-cante impact op de beschikbare investeringscapaciteit van woningcorpo-raties omdat hiermee de resterende investeringscapaciteit uit de huidigeniet-DAEB tak (nadat deze eerst is ingezet voor de opgave in demiddenhuur) aangewend kan worden voor de bouw en verduurzamingvan sociale huurwoningen. Ik informeer uw Kamer vóór de zomer doormiddel van een contourennota over de mogelijkheden om staatssteunvoor middenhuur te verlenen.De doelstelling van 30% sociale huurwoningen te realiseren is ookonderdeel van de Nationale Prestatieafspraken tussen het Rijk, dewoningcorporaties, de Woonbond en de VNG. Het kabinet heeft in hetcoalitieakkoord afgesproken de financiële slagkracht van corporaties tevergroten, door onder andere een verlaging van de vennootschapsbe-lasting en het passend maken van huurgelden. Onlangs heb ik uw kamergeïnformeerd dat met deze maatregelen de investeringsruimte van decorporatiesector met € 22,6 mld. kan toenemen. Het is daarmee in theoriemogelijk de NPA financieel haalbaar te maken. Echter, in de praktijk is hetniet reëel om te verwachten dat de gehele NPA-opgave ook daadwerkelijkuitgevoerd kan worden vanwege het grote beroep op onderlingesolidariteit dat hiervoor nodig is. De komende periode blijf ik met desector en binnen de ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw ingesprek om ervoor te zorgen dat de corporatiesector ook in de toekomstkan blijven investeren. Daarover zal een nog in te stellen adviescommissieadvies uitbrengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14916

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b3b69600584e10f1

14 okt 2026 · 80fd3219d66f83f9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.