KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 april 2025, over Raad Buitenlandse Zaken Handel

14 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 548ba1595b496e6a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3150 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 14 mei 2025 De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp heeftop 3 april 2025 overleg gevoerd met mevrouw Klever, Minister voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, over:–de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 27 maart 2025 inzake geannoteerde agendavoor de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 7 april 2025(Kamerstuk 21 501-02, nr. 3085);–de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 14 februari 2025 inzake verslag gecombi-neerde informele Raad Buitenlandse Zaken Handel en RaadConcurrentievermogen van 3 en 4 februari 2025 (Kamerstuk21 501-02, nr. 3057);–de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 31 maart 2025 inzake beoordeling voorstelEuropese Commissie voor verlengen opschorting vrijwarings-maatregelen op Oekraïens ijzer en staal (Kamerstuk 36 045,nr. 205).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,A. de VriesDe griffier van de commissie,Meijers kst-21501-02-3150ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 31501 Voorzitter: HirschGriffier: MeijersAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Boswijk, Ceder, Hirsch,Van Houwelingen, Kamminga, De Korte en Ram,en mevrouw Klever, Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingshulp.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Welkom bij dit commissiedebat van vandaag over de RaadBuitenlandse Zaken Handel met de Minister voor Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp. Welkom, mevrouw Klever. Welkom ook aan mijncollega-Kamerleden: de heer Ceder van de ChristenUnie, mevrouwKamminga van de VVD, de heer Ram van de PVV, meneer Van Houwe-lingen van FVD en mevrouw De Korte van NSC. Er staat drie uur voor hetdebat van vandaag. Ik wil een spreektijd van vier minuten voor deintroducties voorstellen, met drie interrupties per Kamerlid in de eerstetermijn. Als we het relatief kort houden, dan kunnen we in de tweedetermijn iets meer interrupties hebben als we met de Minister in gesprekgaan.Ik heb nog even een extra mededeling. Er is nog een extra brief binnenge-komen. Die gaat over de beoordeling van het voorstel van de EuropeseCommissie voor verlenging van de opschorting van vrijwaringsmaatre-gelen op Oekraïens ijzer en staal. Die brief kan dus ook meegenomenworden in dit debat.Aan het einde van de eerste termijn van mijn collega’s draag ik devoorzittershamer graag even over zodat ik zelf ook mijn inbreng kangeven. We kijken nog wel even wie er dan geen interrupties meer heeft. Ikheb de griffier gevraagd om de interrupties op elkaar te timen, zodatinterrupties echt niet langer dan een minuut duren. In deze commissiegaat daar namelijk relatief veel tijd in zitten. Anders wordt mijn baan alsvoorzitter bijna onmogelijk of wordt het ons allen in ieder gevalonmogelijk om dit debat binnen de drie uur te houden, is gebleken.Dat alles gezegd hebbende kijk ik even of het zo volledig is. Ja. Dan geef ikhet woord aan de heer Ceder voor zijn inbreng. O, ik heb begrepen datmeneer Van Houwelingen om 10.30 uur weg moet, dus met dank aan decollega-Kamerleden kunt u als eerste het woord nemen.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank u, voorzitter. Dank aan de ambtsgenoten dat ik eerst mag spreken.Naar aanleiding van de tarieven die Trump heeft aangekondigd opproducten uit de Europese Unie, worden door de Europese Unie straksvergelijkbare tarieven geheven op Amerikaanse producten. Forum voorDemocratie is zeker niet principieel tegen tarieven. Als producten onderslechte omstandigheden – denk aan kinderuitbuiting, beroerde werkom-standigheden, milieuvervuiling et cetera – worden geproduceerd in hetbuitenland, zou het oneerlijk en onredelijk zijn dit soort producten te latenconcurreren met vergelijkbare producten van Nederlandse producentendie wel aan dergelijke regelgeving in ons land moeten voldoen. Een mooivoorbeeld zijn de eieren die geproduceerd worden in Oekraïne. Dat wasook onderdeel van de campagne rond het associatieverdrag, waar deNederlandse bevolking toen tegen heeft gestemd; die wilde niet dat diezomaar ingevoerd konden worden. Helaas is dat verdrag natuurlijk weltoegekend en hebben we nu die problemen met eieren die ingevoerdkunnen worden. Het gebruik van tarieven kan dat voorkomen. Desalniet-temin is vrije handel in het algemeen gunstig voor de welvaart en deeconomische groei. De meeste economen onderschrijven dit ook. DezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 31502 welvaartsgroei wordt belemmerd door de invoering van economischetarieven. Dat geldt ook, en volgens veel economen geldt dat juist, voor hetinvoerende land dat de tarieven oplegt. Door de Europese Unie opgelegdetarieven voor Amerikaanse producten zijn daarom, zeker voor eenhandelsland als Nederland, wat Forum voor Democratie betreft niet in hetNederlandse belang. Toch lezen we dat het kabinet van plan is de invoervan dergelijke EU-tarieven te gaan steunen. Dan is mijn vraag aan deMinister natuurlijk waarom de regering dit steunt. Is het Nederlandsebelang hiermee gediend? Dat is de eerste vraag.Voorzitter. Dan mijn tweede vraag. Waarom organiseert de Minister geenhandelsmissie naar de Verenigde Staten? De regering-Trump wil graagdeals maken; dat is duidelijk. Met zoveel woorden heeft hij eigenlijkgezegd dat hij dat niet met de Europese Unie wil doen. De VerenigdeStaten lijken die eigenlijk zelfs niet of nauwelijks te erkennen. DeAmerikaanse regering voelt daar wat ons betreft terecht grote minachtingvoor. Maar de Amerikaanse regering wil dat doen met de individuelesoevereine landen, zoals het ook zou moeten zijn. Dan is mijn vraag:waarom grijpt de Minister deze kans niet? Nogmaals, dat is in hetNederlands belang. We denken dat de Minister bovendien sterke kaartenop zak heeft. Het afgelopen jaar had Nederland, vooral door de invoer vanlng, een tekort van 50 miljard euro op de handelsbalans met de VerenigdeStaten. Volgens de logica die president Trump zelf hanteert, profiteren deVerenigde Staten hiermee van Nederland. De Minister zou de VerenigdeStaten daarop kunnen wijzen.Een andere kaart is natuurlijk ASML, dat op verzoek van de VS hun meestgeavanceerde machines niet naar China exporteert. Als Minister Klever –nogmaals, wat Forum voor Democratie betreft is dit ook in het Nederlandsbelang – zich binnen de Europese Unie zou verzetten tegen het opleggenvan tarieven, heeft ze een derde troefkaart op zak waarmee ze toch watgedaan zou moeten kunnen krijgen in de Verenigde Staten, zou je denken.Forum voor Democratie denkt en helpt graag mee. We hadden goedecontacten met de eerste regering-Trump. We kennen ook leden van hetkabinet van de huidige regering. Dus nogmaals, mijn vraag is of deMinister bereid is, of er in ieder geval over na wil denken, om in plaatsvan tegen het Nederlandse belang in met de Europese Unie mee te lopenbij het invoeren van sancties tegen de Verenigde Staten, de handschoenop te nemen en een handelsmissie naar de Verenigde Staten te organi-seren.Tot slot, voorzitter. Hoe kijkt de Minister aan tegen de vorige week door deregering-Trump aangekondigde eis dat bedrijven die producten leverenaan de Amerikaanse overheid, ook als die in het buitenland zijn gevestigd,geen diversiteitsbeleid mogen hanteren? Zou het, alleen al om de handelmet de Verenigde Staten niet te obstrueren, niet verstandig zijn als deNederlandse overheid alle eisen die aan het Nederlandse bedrijfslevenworden gesteld op het gebied van zogenaamde diversiteit, zou latenvaren?Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er zijn geen interrupties. Dan kan ik nu het woord geven aande heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Bevrijdingsdag. Daar sprak president Trumpgisteren over toen hij ongekende importheffingen aankondigde voor deEU en voor heel veel andere landen. Die bevrijdingsdag heeft de beurzenin het bloedrood gestort. Deze maatregelen, juist tegen bondgenoten, zijnongekend en ongehoord in tijden van conflicten in Oekraïne, het Midden-Oosten, Oost-Afrika en met China dat steeds agressiever wordt, gezien demilitaire oefeningen rond Taiwan deze week. Hierbij past het om helaas zoTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 31503 snel en zo hard mogelijk met gelijke munt terug te slaan, maar ook om teblijven praten, want wij geloven nog steeds dat dialoog mogelijk is enmoet blijven. Amerika zal helaas moeten voelen dat dit een heilloze wegis. Daar dienen we ook eensgezind in te zijn. Daarom is mijn vraag of hetkabinet deze lijn ook voorstaat. Is de Minister bereid om bij de Commissieaan te dringen op een snelle, slimme en daadkrachtige reactie mettegenmaatregelen op dit ongehoorde pakket?Voorzitter. Hoe zou het zijn geweest als de Amerikaanse president eenandere bevrijdingsdag had uitgeroepen, bijvoorbeeld om recht te doenaan de allerarmsten en onderdrukten, om gevangenen vrij te laten enmiljoenen mensen in moderne slavernij te redden. Nederland en de EUstaan wél voor deze keuze, voor deze bevrijdingsdag, maar dan met deCSDDD. De vraag is: kiezen we voor een race naar de bodem en «dekoopman ten koste van de kwetsbaren» of voor recht en gerechtigheid?Zorg er op z’n minst voor dat de meest kwetsbaren niet de dupe zijn vande smartphones waarmee we in Nederland bellen, het eten dat we eten ende kleding die we dragen. Dat lijkt ons het minste wat we als welvarendWesten kunnen doen.Toch dreigt afzwakking van de zogeheten anti-wegkijkwet CSDDD, die watons betreft niet ver genoeg gaat in de huidige vorm, maar nu nog mindereffectief lijkt te worden in het beschermen van mens en milieu. Allereerst.De Minister steunt uitstel. Hoe verhoudt dat zich tot de motie-Ceder/Hirschdie juist verzoekt tot effectieve voortzetting van de implementatie? Diemotie is met een ruime meerderheid aangenomen. Wanneer krijgen wehet gevraagde gespecificeerde tijdpad?Uiteraard wil ook de ChristenUnie onnodige regeldruk voor bedrijvenbeperken. Tegelijkertijd is er in de Kamer vaak duidelijk gemaakt dat dedoelstellingen van de CSDDD overeind moeten blijven. Zet de Ministerzich er daarom voor in dat de wijzigingsvoorstellen regeldruk vermin-deren en dat de oorspronkelijke doelen van de CSDDD overeind blijven? Isze bereid geen onomkeerbare stappen te zetten voordat de gevolgen vande versimpeling voor de doelstellingen in kaart zijn gebracht? Ik overweegeen motie, maar ik hoop, gezien de eerder aangenomen moties, ook op detoezegging van de Minister dat ze dit gaat uitdragen.De ChristenUnie vreest afzwakking, bijvoorbeeld door de gepastezorgvuldigheid te beperken tot directe zakenrelaties. Ambtenaren hebben,zo lees ik in de beslisnota, deze Minister hier ook voor gewaarschuwd. Opdeze manier doet het voorstel afbreuk aan de belangrijkste doelstellingvan de richtlijn om risico’s voor mens en milieu in waardeketens teidentificeren en waar mogelijk aan te pakken. Hoe reflecteert de Ministerop de kritiek van haar eigen ministerie? Acht ze de doelstelling in gevaar?Waarom wil ze de voorgestelde inperking niet klip-en-klaar steunen, zoalsambtenaren adviseren, juist omdat we de doelstelling nastreven?Bij plausibele informatie over substantiële risico’s verderop in de keten,moeten bedrijven alsnog verder kijken. Maar «plausibel» is niet duidelijkgedefinieerd. Dat is gevaarlijk in juridische context. Ziet de Minister, netals haar ambtenaren, het risico op nieuwe onduidelijkheden voor hetbedrijfsleven en op een concurrentienadeel voor koplopers opimvo-gebied? Al jarenlang ligt er een goede wet op haar ministerie teverstoffen. De Wet zorgplicht kinderarbeid is al in 2019 door de EersteKamer aangenomen en wacht sindsdien op implementatie. Geeft verdereafzwakking niet aan dat we in Nederland gewoon moeten beginnen metde implementatie? De wet is immers gewoon aangenomen door beideKamers. Graag een reactie van de Minister.De voorzitter:Ik wil u vragen om af te ronden.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 31504 Ja, voorzitter. Mijn laatste vraag gaat over het betrekken van relevantestakeholders. Begrijp ik goed dat de Minister vindt dat het maatschap-pelijk middenveld, academici en mensenrechten- en klimaatinstitutiesmoeten worden blijven betrokken, ook in het belang van bedrijven zelf?Wordt dat ook haar inzet als er meer duidelijkheid van de Commissie komtover de definitie?De voorzitter:Dank. Ik zie een interruptie van mevrouw Kamminga.Mevrouw Kamminga (VVD):Ik kon in het begin een heel eind met de heer Ceder meekomen in zijnbetoog, maar ik moet wel zeggen dat ik toch een beetje afhaakte toen hetover CSDDD ging. Ik dacht nu juist: de ChristenUnie biedt een opening;die geeft aan dat we gewoon bredere markten moeten verkennen en onzepartners moeten helpen die ook geconfronteerd worden met tarieven. Danzou ik juist zeggen dat die landen er heel vaak tegenaan lopen dat het heelmoeilijk is om handel met de EU te drijven, omdat wij die extra regelshebben boven op de OESO. Ik begrijp dus niet zo goed waarom deChristenUnie nu blijft inzetten op extra regels voor de EU en voorhandeldrijven met de EU boven op die OESO-richtlijnen, die er gewoon alzijn en die heel veel van die initiatieven waar de heer Ceder op wijst alwaarborgen.De heer Ceder (ChristenUnie):We hebben al een aantal jaren een discussie over de impact van deCSDDD. Allereerst gaat dat over de reikwijdte. Dit treft een heel klein deelvan de bedrijven, volgens mij 0,1% van de bedrijven. Dus ook over dereikwijdte wordt heel vaak gedaan alsof heel veel bedrijven daarmee temaken krijgen. Maar dat zijn de allergrootste, die daarmee ook deallerzwaarste verantwoordelijkheid dragen als het gaat om zorgen dat erin de keten geen misstanden zijn. Mevrouw Kamminga wil ook niet dat erkinderarbeid en uitbuiting plaatsvinden. We betrachten daar zorgvul-digheid in. Ik gaf al aan dat de CSDDD wat ons als fractie betreft niet vergenoeg gaat, maar wel een uitkomst is waarvan wij zeggen: laten we diein ieder geval implementeren, als we de doelstellingen überhaupt nogovereind willen houden. Wij zijn het als fractie ermee eens dat je de regelsvoor ondernemers zo veel mogelijk moet beperken. Daar zijn we hethelemaal mee eens, maar het moet wel verenigbaar zijn met het overeindhouden van de doelstellingen. Ik durf te beweren dat ook mevrouwKamminga niet hard kan maken dat met wat er nu op ons af dreigt tekomen, die doelstellingen overeind blijven. Dan is de vraag of wij ervoorkiezen om die verantwoordelijkheid te pakken. Het antwoord daarop is ja.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Kamminga.Mevrouw Kamminga (VVD):Dat was natuurlijk helemaal geen antwoord op de vraag. We kunnenverschillend kijken naar al die regelgeving en in hoeverre die bij gaatdragen. Ik denk dat het funest is voor het bedrijfsleven om tot drie cijfersachter de komma tot ver in die keten die verantwoordelijkheid neer teleggen. We hebben al voldoende richtlijnen middels de OESO, die al diezaken al waarborgt. Ja, de VVD is ook tegen kinderarbeid. Laat ik datnogmaals benadrukken. Maar nogmaals, daar zijn al afspraken overgemaakt. Maar waar mijn vraag op zag, is dat we nu juist zien, doordat wijdeze regels implementeren, dat we dat ook van andere landenverwachten. Het is daardoor voor heel veel landen heel lastig om aan dieregels te voldoen. Het is voor hen nog veel lastiger om met de EuropeseUnie handel te drijven. Ik zoek dus daar naar die ruimte. Als we dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 31505 handreiking willen doen door te zeggen «we moeten verder kijken danonze neus lang is en dus voorbij onze traditionele handelspartners», danvraagt dat wellicht ook wat versoepeling vanuit ons. We moeten dan nietvanuit de EU verwachten dat die landen al die extra regels implementerendie wij boven op de internationale afspraken leggen.De heer Ceder (ChristenUnie):Mevrouw Kamminga en ik vinden elkaar voor honderd procent als hetgaat over het verminderen van onnodige regeldruk. Maar ik hoop ook datwe elkaar kunnen vinden in het feit dat je dat moet doen tot een matewaarbinnen de wet nog effectief is. Wij constateren dat met wat nuvoorgesteld wordt, de wet tandeloos wordt gemaakt. Daarvan zeggen wijdat dat niet de bedoeling is. Waarom heb je dan überhaupt een wet?Volgens mij hebben wij een aantal jaren geleden met een aantal andereEuropese landen gezegd: vanuit onze verantwoordelijkheid en ons moreelkompas als ondernemers vinden wij dat we minimaal dit zouden moetendoen. Nogmaals, we hebben talloze technische briefings en rondetafelsgehad over de reikwijdte, impact en de kosten die ermee gemoeid zijn.Heel veel mythes zijn gewoon al doorgeprikt. Dat zijn mythes waarvan ikbegrijp dat die continu weer op tafel gebracht worden om een stevigframe neer te zetten. Dat begrijp ik. Dat is ook het goed recht van velepartijen. Maar de experts zijn het over twee dingen eens. De regelgevingdie nu voorgesteld wordt om te schrappen, botst met de doelstellingen.Ten tweede is de impact van die regelgeving op bedrijven ook niet zozwaar en dusdanig disproportioneel als heel veel bedrijven hebbenvoorgesteld. Er zijn veel bedrijven die dit al doen en zeggen: «Er is eenongelijk speelveld. Wij willen ons beste been voorzetten. Wij doen onsbest.» Er zijn partijen die ...De voorzitter:Meneer Ceder, mag ik u vragen af te ronden?De heer Ceder (ChristenUnie):... daar misbruik van maken, omdat de wet- en regelgeving daar ruimtevoor biedt. Mijn oproep aan de VVD is: zorg juist voor dat gelijkespeelveld en houdt vast aan de doelstellingen.De voorzitter:Ik ga als voorzitter ook kijken naar de lengte van de reacties op inter-rupties. We hebben geklokt. Dit waren bijna twee minuten. Zijn er nogandere interrupties op de heer Ceder? Nee? Oké. Dan geef ik het woordaan mevrouw Kamminga.Mevrouw Kamminga (VVD):Heel goed dat u streng bent, voorzitter.Met groot spektakel kondigde Trump gisteren, tijdens wat hij LiberationDay noemde, tarieven aan van maar liefst 20% op alle producten uit deEU. Voor veel andere landen zijn die tarieven vele malen hoger. Dat is echtongekend. Deze grillige en onvoorspelbare houding van president Trumpbetekent dat Europa niet alleen militair maar ook economisch moetinvesteren in het vergroten van de strategische soevereiniteit. We moetendaarbij verder kijken dan de traditionele handelspartners en meerinvesteren in het versterken van ons concurrentievermogen, om tevoorkomen dat een koerswijziging van één enkel land onze economie kandestabiliseren.Al sinds de coronacrisis en de inval van Rusland in Oekraïne staat hetafbouwen van onze afhankelijkheden hoog op de agenda. Maar de echtekeuzes blijven uit, terwijl we zien dat 98% van onze zeldzame aardmetalenuit China komt en 90% van onze geavanceerde chips uit Taiwan. WanneerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 31506 gaan we echt invulling geven aan initiatieven zoals de Global Gateway, inplaats van het discussiëren over punten en komma’s?Dan wat betreft de aangekondigde tarieven zelf. Het is goed dat de EUstevige tegenmaatregelen voorbereidt en niet bang is om haar markt-macht in te zetten als dat nodig is. Als de VS doorgaan met de aangekon-digde tarieven, moet de EU wat de VVD betreft krachtig terugslaan, metgerichte tegentarieven, bijvoorbeeld tegen Tesla’s. Deze tegentarieven zijnnamelijk een noodzakelijk middel om onze onderhandelingspositie teversterken. Maar ...De voorzitter:Mevrouw Kamminga, u heeft een interruptie van de heer VanHouwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Dit onderwerp interesseert me heel erg. De VVD is, begrijp ik, voorstandervan Europese tarieven. Maar is dat nou ook in het belang van Nederland?Ik denk dat Trump die tarieven echt niet gaat wijzigen omdat de EuropeseUnie ook tarieven invoert. We krijgen dan alleen maar extra Europesetarieven. Is dat nou in het belang van «Nederland handelsland»?Mevrouw Kamminga (VVD):Als u nog iets meer geduld had gehad, had u de rest gehoord. Ik begon devolgende zin namelijk met «maar». Ik wil er niet helemaal op vooruit-lopen, maar we moeten niet alleen maar met tarieven terugslaan. Ik denkdat we alles in het werk moeten stellen om een handelsoorlog tevoorkomen. Maar we weten ook hoe Trump acteert en opereert. Maar ikzou het ook onverstandig vinden als je alleen maar op de grond gaatliggen en zegt: dankjewel voor die tarieven; we doen verder niets. Datgeldt niet alleen voor Nederland, maar zeker ook voor Europa.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik wil daar toch even over doorgaan. Dan verwacht je dus – anders heefthet volgens mij echt geen zin om tarieven in te voeren – dat Trump naaraanleiding daarvan zegt: nou, dan ga ik die tarieven verlagen. Heeft deVVD daar aanwijzingen voor? Ik wil daar nog aan toevoegen dat veeleconomen zeggen: het invoeren van tarieven is vooral slecht voor hetland dat dat doet. Het is dus eigenlijk voor Nederland als handelslandslecht om Europese tarieven in te voeren, wat je er verder ook van vindt.Mevrouw Kamminga (VVD):De heer Van Houwelingen heeft natuurlijk een heel goed punt. Wij zijn alsVVD altijd voor vrije marktwerking geweest. Daar pleiten we altijd voor endaar streven wij ook naar. Tegelijkertijd word je met de werkelijkheidgeconfronteerd van landen die zich er niet aan houden. We moeten er dusover nadenken hoe we ervoor kunnen zorgen dat we daar iets tegenover-stellen. Wat is de beste route? Nogmaals, soms is dat tegenmaatregelennemen of in ieder geval laten zien dat je bereid bent om dat te doen. Ikvind overigens dat je daarbij wel oog moet houden voor de bedrijven diedaardoor worden geraakt. Er zijn sectoren waarvoor Trump alweer nieuwemaatregelen heeft aangekondigd, zoals een heffing van 200% opgedestilleerde dranken. Natuurlijk moet je daarnaar kijken. Tegelijkertijdhebben we vier jaar geleden gezien dat Trump wel echt bereid was om ingesprek te gaan om die tarieven van tafel te halen. De heer Van Houwe-lingen zegt namelijk heel terecht: in eerste instantie gaan die tarieven deAmerikaanse burger keihard raken. Maar laten we niet naïef zijn: ook deEU en Nederland blijven niet gespaard als het wereldwijd en op zo’n groteschaal gebeurt. Een groot aantal voor Nederland belangrijke sectorenwordt meteen geraakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 31507 De voorzitter:U kunt doorgaan met uw inbreng.Mevrouw Kamminga (VVD):Ik was dus gebleven bij «maar met terugslaan alleen komen we er niet».De vraag die voorligt is dan ook hoe we onze burgers en bedrijvenbeschermen tegen deze economische schade. De inzet van het kabinetmoet zich wat de VVD betreft vooral richten op het voorkomen van eenhandelsoorlog en het zo snel mogelijk van tafel krijgen van importta-rieven. Op dat punt zie ik weinig creativiteit, noch in het kabinet, noch inEuropa. Van tarieven wordt namelijk niemand beter. Die zijn funest voorzowel bedrijven als consumenten. Het is niets meer of minder dan eenextra belasting die producten duurder maakt, de inflatie aanjaagt en deportemonnee van de hardwerkende Nederlander keihard raakt. Het is danook erg belangrijk om ondernemers hier goed bij te betrekken. Kan deMinister aangeven op welke wijze zij de afstemming zoekt met debetrokken sectoren? Welke zorgen hoort zij en wat doet zij daarmee?Datzelfde geldt voor de uitvoering. Ze gaven onlangs in een briefing aandat tarieven voor veel extra druk zorgen. Is de Minister bereid om met henin gesprek te gaan en te kijken hoe we het zo vorm kunnen geven dat zeook echt effectief zijn?We moeten bovendien zo snel mogelijk nieuwe strategische partner-schappen en handelsakkoorden sluiten. Het is verstandig en noodzakelijkom de banden aan te halen met Afrika, Latijns-Amerika, India en Azië,want we zien dat China al 1 biljoen dollar heeft geïnvesteerd in dezeregio’s, terwijl wij nog steeds discussiëren over de voorwaarden en eenmeerderheid in deze Kamer Mercosur van de hand wijst.Voorzitter. We kunnen ons deze luxe helemaal niet veroorloven. Deelt deMinister deze mening en is zij bereid zich in te spannen voor Mercosur enandere handelsakkoorden? En ook moeten we kijken naar landen die netals wij door de importheffingen van Trump worden geraakt, zoalsbijvoorbeeld Canada en Mexico. Verder moeten we inzetten op hetintensiveren van handel binnen de bestaande handelsakkoorden. Deelt deMinister die mening?De transactionele aanpak van Trump, wat we er ook van vinden, biedtmogelijkheden om een uitruil te maken, waarvan we wellicht beide beterworden. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het vergroten van de import uit deVS op goederen die we in de EU niet hebben om het handelsoverschotbinnen de EU te compenseren. Hoe kijkt de Minister hiernaar?Voorzitter. Maar we moeten bovenal inzetten op het versterken van onzeeigen interne markt. Volgens het IMF in het rapport van Enrico Letta zijnde huidige barrières binnen de EU equivalent aan een tarief van maarliefst 44% van goederen en zelfs van 110% voor diensten. Door dezeinterne belemmeringen weg te nemen kunnen we de pijn voor deNederlandse consument aanzienlijk verzachten. Concreet vraag ik deMinister daarom of zij bereid is om in Europees verband te pleiten voorhet overnemen van de aanbevelingen uit het Letta-rapport. Is de Ministerhet met mij eens dat dit een cruciaal onderdeel moet zijn van onsantwoord op de Amerikaanse tarieven?Tot slot, voorzitter. De VVD juicht het toe dat er in EU-verband nadrukkelijkwordt gekeken naar het wegnemen van knellende regelgeving, hetOmnibustraject. Daar is de VVD een groot voorstander van.De voorzitter:Dank u wel. De laatste interruptie van meneer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Heel fijn om te horen dat de VVD ook kansen ziet met de nieuwe Trump-regering. Een heel korte vraag. Wij hebben de suggestie opgeworpen omeen handelsmissie te organiseren. Hoe kijkt de VVD daarnaar?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 31508 Mevrouw Kamminga (VVD):Ik denk dat het altijd goed is om te investeren in bilaterale handelsrelatiesen handelsmissies zijn daar, denk ik, een heel belangrijk instrument voor.Daar hebben we als VVD ook altijd erg voor gepleit. We zijn ook blij dat wedat meer doen. Ik zeg er wel bij dat we ervoor moeten waken om ons indeze situatie uit elkaar te laten spelen. Volgens mij zit de kracht in ditgeval echt in het samen doen, die 27 landen met die brede en grote markt.We moeten echt voorkomen dat ieder land op zichzelf voor zijn eigensector gaat pleiten. Natuurlijk moeten we ons daarvoor inspannen, maarwat mij betreft moet dat wel aan die tafel in de EU. Vervolgens moeten wegezamenlijk naar buiten optreden, want als we ons uit elkaar laten spelen,zijn we echt nog veel, heel veel verder van huis.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties en daarom geef ik nu het woordaan de heer Ram.De heer Ram (PVV):Dank u wel, voorzitter. Tijdens deze extra Raad staan drie crucialeonderwerpen op de agenda: de handelsoorlog met de VS, de handelsre-latie met China en de extra duurzaamheidsregelgeving, de CSDDD.De PVV is zeer geschrokken van het handelstarief van 20% op alleproducten uit de EU, dat Trump gisteren heeft aangekondigd. De PVVmaakt zich ernstige zorgen over deze handelsoorlog en over deovermatige EU-regelgeving. Dit leidt tot hogere inflatie en dureboodschappen en het zal enorme schade toebrengen aan onze economie.Trump stelt dat dit besluit is genomen op basis van onderzoek enwederkerigheid. Vraag van de PVV aan de Minister: wat is de daadwerke-lijke impact van deze tarieven op onze economie? Kan de Minister ditexact laten uitzoeken?Daarnaast wil de Minister alles in het werk stellen om deze tarieven vantafel te krijgen. In dat kader is het belangrijk om te weten wat de onder-bouwing is van het tarief dat Trump instelt. Dat is iets wat iedereen zichafvraagt, maar waar niemand een antwoord op krijgt. Trump noemttariefbarrières en non-tariefbarrières, zoals CBAM en CSDDD. Maar wat isnou de werkelijke onderbouwing van het tarief? Als je überhaupt ingesprek wilt gaan, moet je weten waarom de VS dit doen. Kan de Ministerdus laten uitzoeken wat de precieze en exacte berekening onder dit tariefis en wat de onderbouwing is? Graag in een uitgebreide brief.Terwijl president Trump zijn burgers compenseert voor de importhef-fingen met lagere belastingen, een lagere sales-tax en lagere inkomsten-belasting, vloeien de opbrengsten van de EU-tarieven rechtstreeks naarBrussel. 75% gaat naar Brussel en 25% naar de Nederlandse overheid,maar er gaat niets naar de Nederlandse burger, zoals in Amerika, of naarNederlandse bedrijven. Daarnaast betaalt de burger ook nog eens btwover deze heffingen. De burger betaalt dus dubbel! De douanewaardewordt immers uiteindelijk geheven met importheffingen. Dat wordt debtw-grondslag en daarover wordt dan dus weer btw geheven. En ook datkomt weer in de staatskas terecht. Is de Minister bereid om te kijken hoeburgers en bedrijven gecompenseerd kunnen worden voor de importhef-fingen die de EU zelf instelt? Uiteindelijk betaalt de burger dit namelijkzelf.De EU reageert met plannen met meer dan 1.700 tegenmaatregelen. Dat iswat er wordt voorgesteld en het betreft voedsel, drank en de metaalsector.Dit heeft grote negatieve gevolgen voor de economie. Hoe kan deNederlandse burger daarvoor gecompenseerd worden? Is bijvoorbeeldeen korting op de EU-afdracht bespreekbaar? Want er ging in 2023ongeveer 3,2 miljard richting de EU. Als dit dan hoger wordt, kunnen wedan ook gecompenseerd worden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 31509 Een andere maatregel is het beschermen van de sectoren die heftiggetroffen worden. Je kunt bijvoorbeeld de alcoholsector of de metaal-sector beschermen tegen Amerikaanse heffingen. Is de Minister bereidom bijvoorbeeld de alcoholsector te schrappen uit de tegenmaatregelenvan de EU? En wat is de strategie van de regering om een eerlijk enwederkerig handelsakkoord te bereiken, bijvoorbeeld een handelsakkoorddat vergelijkbaar is met het akkoord tussen Israël en de VS? In dit akkoordgeldt namelijk een nulprocenttarief.Andere stappen die we graag gezet zouden zien, zijn stappen omoneerlijke concurrentie vanuit China, bijvoorbeeld de subsidies en debelastingkortingen, te bestrijden. Welke stappen gaat de regeringdaarvoor zetten en hoe wordt de metaalsector beschermd tegen hetzogenoemde waterbedeffect en andere dumpingmaatregelen van China?Tot slot vraagt de PVV de Minister om tijdens de Europese Raad te pleitenvoor verdere versimpeling van de regelgeving, zoals de Omnibus en deCSDDD, om de administratieve lasten en kosten voor bedrijven fors teverminderen.De voorzitter:Mag ik u vragen om af te ronden?De heer Ram (PVV):Dat was het einde van mijn zin.De voorzitter:Dank u wel. Zijn er vragen voor de heer Ram? Mevrouw De Korte!Mevrouw De Korte (NSC):Ik bleef even haken op het idee om alcohol uit te zonderen van deheffingen. Waar baseert u dat op, meneer Ram? Wat is de reden waaromdat precies uitgezonderd moet worden? Zijn er geen andere dingen die webeter zouden kunnen uitzonderen? Ik vraag me af waar dat preciesvandaan komt.De heer Ram (PVV):Er is een consultatieronde geweest bij het Nederlandse bedrijfsleven. Deregering heeft daar informatie opgehaald en bedrijven en sectorenkonden ook zelf aangeven hoe ze hierdoor getroffen worden. Een van diesectoren is de alcoholsector. De reden is dat deze sector gebonden is aanNederland, want je kan een Nederlandse jenever niet gaan produceren inAmerika. Dat betekent dus dat zij direct getroffen worden door eentegenmaatregel. Trump heeft een tegenmaatregel van 200% aange-kondigd en dat betekent dat deze sector knetterhard geraakt wordt alsdeze maatregel wordt opgenomen in de vergeldingsmaatregelen van deEU.Er zullen ongetwijfeld ook nog andere sectoren zijn die zo hard wordengetroffen. De scheepvaart en de metaalsector worden bijvoorbeeld ookgenoemd. Wellicht kan de Minister toelichten welke sectoren nog meergeraakt worden. Het gaat om 1.700 maatregelen en daarom heb ik datoverzicht zelf niet. Maar wellicht heeft de Minister dat wel.Mevrouw De Korte (NSC):Toch even ter verduidelijking. Heeft meneer Ram misschien ook een ideeover hoe groot de alcoholsector in Nederland is? Ik zie namelijk dealcoholsector niet op het lijstje van de meest voorkomende uitvoersec-toren.De heer Ram (PVV):Die staat inderdaad niet in de top tien van de uitvoer, maar het afzet-gebied van onze alcoholsector is voornamelijk de VS. Voor sommigeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315010 dranken gaat het dan echt om percentages van tegen de 40%, 50%, en datbetekent dat ze heel zwaar worden getroffen als daarover 200% zouworden geheven.De heer Ceder (ChristenUnie):Het roept bij ons wel enige verbazing op, gezien alle sectoren enmaatregelen, dat de PVV pleit voor de alcoholsector. Er zijn volgens mijheel veel andere sectoren die van maatschappelijke waarde zijn. U noemtin een tussenzin dat de Minister nog andere sectoren kan noemen, maar upleit voor de alcoholsector. Dat klinkt toch alsof de alcohollobby de PVVweet te vinden en heeft gezegd: dit vinden wij belangrijk. Ik hoop dat u datbeeld kunt wegnemen door aan te geven of er nog specifieke anderesectoren zijn die misschien maatschappelijke en economische belangenhebben en waaraan u de voorkeur geeft als we keuzes moeten maken.De heer Ram (PVV):Ik heb er meerdere genoemd, zoals landbouw en metaal, dus wederomluistert meneer Ceder niet zo heel goed. Dat vind ik wel jammer; dat doethij eigenlijk elke keer in debatten. Dat vind ik erg jammer. Ik heb meerderesectoren genoemd, dus daar laat ik het bij.De heer Ceder (ChristenUnie):We gaan straks de beantwoording van de Minister beluisteren. In hetpakket zullen er misschien uitzonderingen zijn. Als we moeten kijken naaruitzonderingen, is de heer Ram het dan met de ChristenUnie eens dat eenaantal sectoren voorrang moeten krijgen op de alcoholsector? Of zegt hijdat als er uitzonderingen komen, deze sector daar sowieso bij moet zitten?De heer Ram (PVV):Als andere sectoren zwaarder worden getroffen, moet je die afweginguiteraard maken in het belang van de Nederlandse economie. Dat is eenhele logische. De alcoholsector is een van de sectoren die hebbenaangeklopt, net als de metaalsector, de scheepsbouw en de landbouw. Wespreken als PVV met heel veel sectoren. Ik heb deze specifiek eruit gelichtomdat er een tegenmaatregel van 200% wordt getroffen door Trump. Datbetekent dat zij echt heel hard worden geraakt en daarmee ook datbedrijven gaan omvallen. Het gaat uiteraard om de integrale afweging.Uiteraard moet de Minister dat ook bespreken in de Raad.De voorzitter:Dank u wel. Als er verder geen interrupties zijn voor de heer Ram, geef ikhet woord aan mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. Gisteren heeft president Trump aangekondigd datAmerika 20% belasting gaat heffen op alle producten die zijn landbinnenkomen. Eerder had hij al importheffingen van 25% opgelegd voorstaal en aluminium. De handelsoorlog lijkt nu echt begonnen. Het lijkterop dat diplomatieke onderhandelingen niet voldoende zijn, maar wevragen de Minister om bij de Raad Buitenlandse Zaken Handel te blijvenpleiten voor diplomatieke contacten, zodat de situatie niet verergert. Wemogen niet vervallen in een negatieve spiraal van wederzijdse verhogingvan handelstarieven. Echter, de fractie van Nieuw Sociaal Contractbegrijpt dat de Europese Unie genoodzaakt is te reageren op de extremeverhoging van de Amerikaanse handelstarieven.Voorzitter. Bij president Trump is «America First» het uitgangspunt. Wezien wat daarvan het resultaat is. Ook deze Minister gaf in haar brief voorontwikkelingshulp aan dat Nederland vooropstaat. Mijn vraag aan deMinister is hoe zij deze visie van «Nederland voorop» ziet in de contextvan buitenlandse handel. Gaan we met een dergelijke houding deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315011 Nederlanders echt helpen? Maandag is de Raad Buitenlandse ZakenHandel. Welke boodschap neemt de Minister in het kader van haarportefeuille in ieder geval mee naar de Raad?De verhoging van de tarieven zal Nederland en Europa zeer ernstigtreffen. Ik heb een top vijf van uitvoer van Nederland naar Amerika. Ruweaardolie en aardolieproducten: 4,3 miljard. Gespecialiseerde machines:3,9 miljard. Medicinale farmaceutische producten: 2,7 miljard. Elektrischeapparaten: 2,2 miljard. Instrumenten en apparaten voor beroepsuitoe-fening en wetenschap: 2 miljard. Dat zijn heel hoge bedragen. Alcohol zieik daar even niet bij staan. De vraag aan de Minister is of zij weet welkesectoren in Nederland het hardst worden geraakt. Minstens zo belangrijkis de vraag hoe de impact op de Nederlandse economie zich verhoudt totdie op de andere Europese landen. Kan de Minister dit spoedig in kaartbrengen? Hoe kwetsbaar zijn de sectoren geraakt of worden ze geraakt?Gaan er Nederlandse bedrijven omvallen? Hoe gaat de Minister om metkwetsbare sectoren?Daarnaast wil ik het nog hebben over China. Grote hoeveelhedenpakketjes uit China komen de grens over. Bij mij thuis spreken we vanChinese rommel, omdat veel spullen heel snel stuk gaan. Maar het gaatook om structurele oneerlijke handelspraktijken. Volgens recenteberichtgeving voldoet 85% tot 95% van de pakketjes uit China niet aan deEuropese productregels. Deze goederen worden verkeerd gelabeld en viatalloze kleine zendingen Europa binnengebracht, buiten het zicht van deDouane. De Staatssecretaris heeft al aangegeven dat Nederland terug wilnaar beter controleerbare verzendstructuren. Mijn vraag aan de Minister isof zij inderdaad bereid is om pleitbezorger te zijn van bulkcontroles opzendingen uit risicolanden als China, de versnelling van de Europesedouanehervorming en versterking van de handhavingscapaciteit.Voorzitter. Het handelsbeleid van de Europese Unie en Nederland staatonder druk. Bedrijven kunnen gaan wankelen en dat kan vele mensenpersoonlijk raken. We nemen aan dat deze Minister van BuitenlandseHandel niet alleen voor het Nederlandse belang spreekt, maar de heleEuropese en wereldwijde context meeneemt. Nederland leeft niet op eeneiland. We hebben de wereld nodig, zeker als het gaat om buitenlandsehandel, waar we voor een groot deel ons verdienvermogen aan te dankenhebben. Wij wensen de Minister veel wijsheid toe bij de Raad.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Boswijk heeft een vraag aan u, mevrouw De Korte.De heer Boswijk (CDA):Ja, dank u wel, voorzitter. Die gaat over een punt dat collega Kammingaaanhaalde richting collega Ceder. Ik ben het helemaal eens met de analysevan NSC. Tegelijkertijd moeten we onszelf natuurlijk ook veel weerbaardermaken. We moeten dus onze risico’s gaan spreiden en in de toekomstmisschien iets minder afhankelijk worden van Amerika en nog veelminder afhankelijk van China. Dat vraagt natuurlijk om handelsverdragenmet andere continenten. Mercosur is zo’n verdrag. Hoe staat NSC daarin?Mevrouw De Korte (NSC):De heer Boswijk weet dat wij daar kritisch naar kijken. We zijn er dus nogniet over uit of dat door moet gaan. Dat is dus het antwoord tot nu toe.We vinden handelsverdragen zeker belangrijk, maar op Mercosur zijn wetoch nog even kritisch.De heer Boswijk (CDA):Het CDA is ook kritisch. Er zitten echt wel dingen in het verdrag waar wijook niet enthousiast over zijn of waar wij onze zorgen over hebben. Datbetreft bijvoorbeeld de gezondheid van vee en het wel of niet vaccinerenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315012 daarvan enzovoort, en wat de eisen daaraan zijn. Ik denk dat dat terechtezorgen zijn. Tegelijkertijd zijn wij als het bijvoorbeeld gaat om ReArmEurope, ook niet enthousiast over gemeenschappelijke schulden, maargezien de actualiteit en de druk hebben wij als CDA toch gezegd: het ismisschien geen 9,5, maar een 7,5 is op dit moment wat het CDA betreftook voldoende. Zou NSC zo’n afweging niet ook kunnen maken bijMercosur?Mevrouw De Korte (NSC):We zien de wereld zeker veranderen. Dat gaat ontzettend snel sinds Trumpaan de macht is. Op dit moment zijn we inderdaad nog niet veranderd,maar Mercosur ligt nu niet voor, dus daarover zullen we zeker nog eenafweging maken.Mevrouw Kamminga (VVD):U begrijpt dat als ik het woord «Mercosur» hoor, ik als VVD’er niet anderskan dan daar ook een vraag over stellen. Maar zonder gekheid. Ik zie hetdan maar als hoopvol dat Nieuw Sociaal Contract in ieder geval bereid isom ernaar te kijken en nadrukkelijk de internationale component en dehuidige situatie daarin meeneemt. Dat vind ik zeker ook, omdat er maarheel weinig onderhandelingsmarge is. Het ligt weliswaar niet voor, maarwat zou er voor NSC nog meer moeten veranderen in de wereld wil hetdie stap wel durven zetten om eindelijk onze handel te verbreden en voorMercosur te zijn?Mevrouw De Korte (NSC):Wat zou er moeten veranderen in de wereld? Dat is een hele algemene,grote vraag. Die kan ik echt niet beantwoorden in de zin van: wat zou ernog meer voor ergs moeten gebeuren? We hopen eigenlijk dat dit hetlaatste is wat Trump gaat doen. Hier kan ik dus echt geen antwoord opgeven.De voorzitter:Ik zie verder geen interrupties op mevrouw De Korte, dus dan geef ik hetwoord aan de heer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik moest even appen met mijn beleidsmedewerker.Voorzitter. We hebben dit al een keer eerder meegemaakt. Tenminste, wijniet, tenzij er iemand 150 is in deze zaal. Maar in 1890 kwam Amerika meteen soortgelijke Tariff Act, met exact dezelfde argumenten, namelijk hetbeschermen van de interne markt, van de industrie, en zelfs ook met hetdoel om Canada te verzwakken. Dat was geen heel groot succes. Datleidde uiteindelijk tot een recessie in 1893. De Republikeinen, die toen ookal dat idee opwierpen, werden afgestraft en de Democraten kwamenvervolgens aan de macht en draaiden dat terug. Hoe kwam dat? Doordateen groot deel van de wereld toen ook vrij eensgezind reageerde mettegentarieven.Laat het helder zijn: wij juichen de situatie zoals we die nu zien, als CDAniet toe. Zoals Christine Lagarde ook zegt: elke handelsoorlog creëertverliezers; niemand wint. Ik denk dat dat inderdaad terecht is. Tegelij-kertijd kunnen we ons niet laten chanteren en moeten we ook gewoonhierop reageren. Dus ja, je moet de diplomatieke relaties aanhouden,hopen dat er wordt gekeerd, maar tegelijkertijd moet je niet naïef zijn.Daarom denk ik dat het goed is dat de Europese Unie hier eensgezind opgaat reageren en we als Nederland niet een soort freeridergedrag tonen,ondanks dat wij misschien een sterkere positie hebben richting de VS danonze buurlanden. We moeten hier eensgezind in optrekken.Ik wil er ook op aandringen bij deze Minister dat we breder naar deEuropese Unie kijken, dus samen optrekken met gelijkgestemde landen. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315013 noem er zomaar nog een paar: Zuid-Korea, Japan, Australië, Canada,Nieuw-Zeeland. Dat is ook omdat deze landen dezelfde dreiging ervarenvanuit Rusland en China. Ik ben dus heel benieuwd hoe de Ministerdaarnaar kijkt.De tarieven die door Trump worden opgelegd kunnen een daling van deeconomische groei van 0,3% betekenen en voor Europa een daling van0,5%, als het tegenmaatregelen neemt. Herkent de Minister deze cijfers?Voorzitter. Deze week is de Europese Commissie voor het eerst met boetesvoor Apple en Meta gekomen op basis van de Digital Markets Act. Ditheeft natuurlijk niet direct iets met handelstarieven te maken, maar ik kanme niet aan de indruk onttrekken dat het geen toeval is dat de Ameri-kaanse regering juist deze week met handelstarieven komt. Ziet deMinister ook dit verband tussen het beboeten van Amerikaansetechreuzen enerzijds en het opleggen van handelstarieven aan Europadoor Trump anderzijds? Er gaan overigens al geruchten rond dat de EUoverweegt om de aanstaande Digital Fairness Act af te willen zwakken omdaarmee Trump tegemoet te komen. Kan de Minister toezeggen om er bijde Europese Commissie voor te pleiten om niet te zwichten voor dezevorm van afpersing?Tata Steel Nederland is een van de bedrijven die hard worden geraaktdoor de Amerikaanse importheffingen op staal en aluminium. Tata Steellevert onder andere zeer gespecialiseerde en kritische strategischestaalsoorten van hoge kwaliteit die de VS niet zelf kunnen produceren. Zezijn bijvoorbeeld de enige Amerikaanse leverancier van vernikkeld bandvoor de batterijen en EV-batterijen. In 2018 is het de Nederlandse regeringgelukt om een soort uitzondering voor deze staaltarieven te krijgen. Nulijkt het uit de executive order dat er niet nog een extra heffing van 20%komt. Maar wellicht kan de Minister hier iets meer over melden. Maar steldat dit wel zo is, is de Minister dan bereid om binnen de EuropeseCommissie opnieuw te pleiten voor die uitzondering?Voorzitter. De huidige Europese staalvrijwaringsmaatregelen stammen uit2019. Sindsdien zijn de omstandigheden mondiaal echter flink veranderd.Dat geldt natuurlijk ook voor de energieprijzen waarmee deze industriewordt geconfronteerd. Er komt ook steeds meer goedkoop staal vanuitChina op de Europese markt. Door de Amerikaanse importheffingen wordtEuropa alleen nog maar aantrekkelijker voor de overtollige capaciteit. DeEuropese Commissie heeft daarom afgelopen december aangekondigdom te onderzoeken hoe deze vrijwaring herzien zou moeten worden. Kande Minister aangeven wat de stand van zaken is van dat onderzoek? Enklopt het dat de Europese Commissie pas aan het einde van dit jaar devrijwaringsmaatregelen voor staal wil aanscherpen? Is de Minister hetmet ons eens dat er veel meer haast mee moet worden gemaakt en is zijook bereid daarvoor te pleiten bij de Europese Commissie?Het is van groot belang dat de Europese Commissie zich niet uit elkaarlaat spelen, dus ik hoop ook dat de Minister dat hierbij opnieuw kanbevestigen.De voorzitter:Meneer Boswijk, kunt u afronden?De heer Boswijk (CDA):Ten slotte, voorzitter. Eigenlijk in lijn met mijn interruptie net bij collega DeKorte ben ik ook benieuwd hoe de Minister kijkt naar Mercosur. Moet daarnu geen haast mee worden gemaakt? Is zij ook bereid om daarvoor tegaan pleiten?De voorzitter:Dank u wel. Ik zie volgens mij geen interrupties. Dan vraag ik mevrouwKamminga om het voorzitterschap over te nemen, als dat mag. U heeft aldrie interrupties gehad. Dan kan ik mijn eigen inbreng doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315014 Voorzitter: KammingaDe voorzitter:Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Hirsch voor haar inbreng namensGroenLinks-PvdA.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. De handelsverhoudingen met Amerika staan opeen historisch dieptepunt met de tariefaankondigingen door presidentTrump. De door de VS ingestelde tarieven en maatregelen rakenNederland handelsland. Ze kunnen onze economie miljarden kosten enzetten banen op de tocht. Alleen als onderdeel van de EU kunnen we onzehandelsbelangen borgen. De Commissie moet dus snel en proportioneelkunnen reageren. Alleen als we ons niet uit elkaar laten spelen, hebbenwe een sterke onderhandelingspositie. Die Europese eenheid wordt nuondermijnd door president Orbán, die op eigen houtje met de VS praatover een economisch samenwerkingspakket. Hoe stelt het kabinet zich opin de bilaterale relatie met Hongarije? Welke maatregelen moet de EUvolgens de Minister richting Hongarije nemen? Gegeven het belang vanEuropese eenheid is het goed dat de Minister in haar brief aangeeft datNederland de Commissie steunt. Steunt het kabinet eventueel ook verderemaatregelen die gericht druk zetten op de bigtech- en cryptosector achterde regering-Trump? Wordt er gesproken over maatregelen op het gebiedvan fossiele energie? De Minister is recentelijk bij de Amerikaanseregering langs geweest. Wat heeft zij daar precies besproken? Met wieheeft ze dat gesprek gehad? Met de Trade Representative of met eenandere regeringsfunctionaris?Voorzitter. We staan voor grote uitdagingen. Het is zaak om die samenmet de Nederlandse belanghebbenden aan te gaan. Met wie spreekt deMinister over de handelsoorlog en de te nemen maatregelen? Hoe betrektze werkgevers, vakbonden en maatschappelijke organisaties erbij? Komenin die gesprekken ook zorgen over soft measures aan de orde, zoals derecente brief aan bedrijven over het diversiteitsbeleid? Heeft dit kabineteen sociaal plan om Nederlandse werknemers in getroffen industrieën testeunen?Voorzitter. Naast een snelle en eensgezinde reactie op de gister aangekon-digde tarieven is er ook een visie op langere termijn nodig. Die tarievenzijn slechts het voorportaal van een historische omslag in handelsverhou-dingen. Al in november vroeg de hele Kamer om een visie op dieveranderende handelsverhoudingen. De Minister heeft toegezegd in hetvroege voorjaar met haar visie te komen. Kan de Minister bevestigen datze haar visie nog voor het meireces naar de Kamer stuurt? Kan deMinister toezeggen dat ze in die visie ingaat op de relatie tussen haarhandelsbeleid en het industriebeleid? Zal ze ingaan op de manier waaropwe minder afhankelijk kunnen worden van de VS en China?Voorzitter. Om onze afhankelijkheid te verminderen, moet Europagelijkwaardige samenwerkingen opzoeken met opkomende economieën,voorbij de economische relaties die hen vastzetten in de rol van grond-stofleveranciers en richting moderne samenwerking die bijdraagt aanbrede welvaart. Vormen gelijkwaardige handelsrelaties een pijler onder dehandelsvisie van Nederland, vraag ik de Minister. Zet zij in Europa in opgelijkwaardige handelsrelaties? Wat is haar inzet daarvoor in de G20 ditjaar?Ten slotte. Ook de CSDDD, de zogenaamde antiwegkijkwet, staat op deagenda van de ingelaste Raad. Onder het mom van vermindering vanregeldruk wil de Commissie haar voorstel tot ernstige afzwakking van diewet in hoog tempo door het besluitvormingsproces jassen. Er bestaangrote zorgen bij banken, ondernemers, vakbonden en maatschappelijkeorganisaties over het Commissievoorstel, dat een directe ondermijningvan de ketenzorgplicht betekent. Het is uiterst zorgelijk dat de Minister dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315015 voorstellen van de Europese Commissie toch zegt te verwelkomen. Dezeweek heeft de Kamer een behandelvoorbehoud geplaatst bij het voorstelvan de Commissie. Gaat de Minister de Raad hiervan op de hoogtebrengen? Wat is de tijdlijn van de besluitvorming? Hoe gaat het kabinetwaarborgen dat het in Brussel geen onomkeerbare stappen neemt op ditdossier tot de Kamer erover van gedachten heeft kunnen wisselen?Voorzitter. Een zelfverzekerd Europa heeft alles in huis om op eigen benente staan en de wereld een betere plek te maken. Het is hoog tijd om zelfbewuste keuzes te gaan maken.Dank u wel.De voorzitter:Ik kijk heel even rond of er nog interrupties zijn. Die zie ik niet. Dan geef ikhet voorzitterschap weer aan u terug, mevrouw Hirsch.Voorzitter: HirschDe voorzitter:Ik kijk nu even naar de Minister. Hoeveel tijd heeft u nodig?Minister Klever:Een halfuurtje.De voorzitter:Een halfuurtje. Oké. Dan zien we elkaar om 11.15 uur.De vergadering wordt van 10.49 uur tot 11.15 uur geschorst.De voorzitter:We zijn er allemaal, dus ik heropen de vergadering. Dat is een minuuteerder dan we hebben afgesproken. Dat scheelt weer. Ik geef iedereenweer drie interrupties. Ik stel wel voor dat we na elk blokje even kijken ofer brandende vragen zijn bij Kamerleden die niet beantwoord zijn door deMinister. Dan vraag ik selectief te zijn op brandende vragen en niet hetlijstje af te werken. Dat zal ik in eerste instantie niet als interruptie tellen.Dan geef ik nu het woord aan de Minister voor haar eerste termijn.Minister Klever:Voorzitter, dank u wel. De aankondigingen van president Trump vangisteravond maken duidelijk dat we ons in een tijd van grote mondialeeconomische verschuivingen bevinden. Daarom is het goed dat eraanstaande maandag een extra Raad Buitenlandse Zaken Handel isingelast om met de collega’s en de Europese Commissie van gedachten tekunnen wisselen. Daarom ben ik ook blij dat we dit debat vandaag kunnenvoeren met elkaar. Ik zal eerst ingaan op de handelsrelaties met de VS,daarna op relaties met derde landen en daarna op China. Dan heb ik nogeen blokje CSDDD en een blokje overig.Voorzitter. Gisteren heeft president Trump de plannen gepresenteerd inhet kader van de America First Trade Policy. Onder de noemer vanwederkerigheid en re-industrialisatie worden er flinke tarieven ingevoerdop een groot aantal producten. De VS beogen met deze plannen de in hunogen oneerlijke handelsbalans met andere landen te verbeteren. Denieuwe tarieven gelden voor alle derde landen, maar de hoogte van detoepasselijke tarieven verschilt per land. Ook de EU wordt geraakt, endaarmee ook Nederland. Voor producten uit de EU gaat het om eenbuitentarief van 20%, met een aantal uitzonderingen. Dan gaat het ook omauto’s, waarvoor voor alle importen uit alle handelspartners van de VS25% gaat gelden, net zoals voor staal. Er zijn een aantal andere productenwaar voorlopig nog geen tarief op komt, zoals halfgeleiders. Laat ikduidelijk zijn: ik betreur deze maatregelen ten zeerste. Deze protectionis-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315016 tische maatregelen zullen significant negatieve economische gevolgenhebben voor de VS zelf en voor de handelspartners van de VS, en dus ookvoor Nederland.Zoals Commissievoorzitter Von der Leyen vanochtend vroeg al in eenverklaring aangaf, zal er in EU-verband een reactie komen. Die is er nietmeteen. Het is namelijk goed om daar de tijd voor te nemen, zodat onzereactie aansluit bij wat er nodig is om onze belangen te verdedigen en omde VS de kans te geven om met Europa te onderhandelen, zoals Von derLeyen vanmorgen ook aangaf. Dat is dan tevens een antwoord op vragenvan de heer Van Houwelingen. De tegenreactie van de EU heeft dus tweedoelen, waarvan de eerste is om de VS aan de onderhandelingstafel tekrijgen en tot afspraken te komen om die tarieven aan beide kanten weernaar beneden te brengen. Ten tweede wordt daarmee beoogd de VS af tehouden van verdere markttoegangbeperkende maatregelen. Het uitblijvenvan een EU-reactie kan de VS en de andere handelspartners de indrukgeven dat het mogelijk is om ongestraft de tarieven op EU-producten teverhogen. Zoals gezegd moeten we bereid zijn om stevig te reageren,maar onze samenleving en internationaal opererende bedrijven zijn ookniet gebaat bij een overhaaste reactie.Laat ik even kort ingaan op waar we staan met de EU-reactie op de staal-en aluminiumtarieven van de VS. Een aantal woordvoerders hebben dieook al genoemd. Dit is nog maar een introductie, meneer Van Houwe-lingen, dus de beantwoording komt later. In de afgelopen weken zijn wenatuurlijk al geconfronteerd met die staal- en aluminiumtarieven, dievorige maand, op 12 maart, zijn ingegaan. De Europese Commissie heeftvorige maand ook tegenmaatregelen voorgesteld. Afgelopen week heb ikcontact gehad met het Nederlandse bedrijfsleven en mijn collega’s opandere ministeries over het pakket aan Europese tegenmaateregelen dater nu ligt voor die staal- en aluminiumtarieven. Op basis daarvan hebbenwe bij de Commissie aangegeven waar de Nederlandse aandachts- enzorgpunten zitten. Het blijft namelijk ook heel belangrijk dat we goedletten op het zo veel mogelijk voorkomen van schade aan onze eigeneconomie. Daarom kijken we onder andere naar de vraag of er voldoendealternatieven zijn uit andere landen of via productie binnen de EU zelfvoordat we een VS-importproduct met een extra tarief belasten. Ikverwacht dat de Commissie morgen, vrijdag, met een definitief voorstelkomt. Dat gaat dus enkel om die tegenmaatregelen voor aluminium enstaal. Besluitvorming vindt dan volgende week plaats en daadwerkelijketoepassing van die tarieven volgt weer enkele weken later, zodat onsbedrijfsleven de kans heeft om zich voor te bereiden.Dat brengt me terug bij de Nederlandse inzet bij de Raad BuitenlandseZaken Handel van aanstaande maandag, waar we zullen spreken over deEuropese reactie op de «America First Trade Policy»-aankondigingen vangisteren. Onze economie is sterk verweven met de Amerikaanse. Onzebelangen zijn groot, maar die van de VS zijn ook groot. Daarom is eenstevige EU-reactie van groot belang, een reactie die we als EU gezamenlijkvoorbereiden om onze economische belangen te verdedigen en waarbijwe als één geheel blijven optrekken. Dit doen we robuust, proportioneel,maar ook de-escalerend. We gaan niet overhaast en onbesuisd te werk,maar houden oog voor het aangaan van een constructieve dialoog. Daarmoet de EU toe bereid blijven. Dat zal ik maandag ook duidelijk aangeven.Het doel blijft namelijk om ernaar toe te werken dat de tarieven aan beidekanten zo snel mogelijk weer worden weggehaald, zeg ik ook alvast inantwoord op de leden Ceder en De Korte, die daar ook naar vroegen.Daarnaast is het duidelijk dat de samenwerking met andere landen en hetaanhalen van de banden met andere handelspartners dan de VS nogbelangrijker is dan voorheen, zoals mevrouw Kamminga ook zegt.Natuurlijk is het ook van belang dat we uit blijven gaan van eigen krachten werk blijven maken van het versterken van de interne markt, zoals ookal door mevrouw Kamminga is aangegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315017 Nu ga ik over op de beantwoording van de vragen.De voorzitter:Volgens mij zijn er op dit moment nog geen vragen, dus ik zou zeggen datwe aan het eerste blokje toe zijn, dat specifiek over de VS gaat.Minister Klever:De heer Ram vraagt mij naar de onderbouwing van de tarieven vanTrump, de tarifaire en non-tarifaire barrières. Die berekeningen van Trumpzijn vooral gebaseerd op het handelstekort dat zij hebben in goederen.Dan kijken ze naar de EU als geheel. Daarnaast kijken ze naar non-tarifairemaatregelen, zoals btw en wisselkoersbeleid. De regering-Trump ziet btwals een importheffing, terwijl wij dat natuurlijk als EU heel anders zien; dieheffen we op zowel goederen die geïmporteerd worden als op goederendie hier geproduceerd worden. Maar Trump kijkt daar heel anders tegenaan. Het is wel aan de VS zelf om verdere uitleg te geven. Daar hebben wijverder geen zicht op. Onze ambassade in Washington is bezig om verderin kaart te brengen hoe dit precies zit.Dan vragen de heer Ram en mevrouw De Korte wat de daadwerkelijkeimpact van deze tarieven op onze economie is. Het CPB ...De voorzitter:Sorry, Minister, voordat u verdergaat is er een interruptie van de heerRam.De heer Ram (PVV):Voor een goede dialoog met de VS moet je natuurlijk weten waarom zezaken doen. U geeft aan dat de ambassadeur in Washington bezig is omdat in kaart te brengen. Op wat voor termijn kan de Kamer hierovergeïnformeerd worden? We willen dit het liefst op zo kort mogelijke termijnweten, omdat de tarieven van de EU op staal half april worden ingevoerd.Minister Klever:Zoals gezegd hebben we daarvoor al een aantal indicaties. Hij baseert hetop het handelstekort, de btw en het wisselkoersbeleid, maar ook op eenaantal non-tarifaire belemmeringen. Er staat ook het een en ander op dewebsite van de US Trade Representative. De ambassade is nu bezig omhet exact in kaart te brengen. Ik ben bereid de Kamer hierover te infor-meren. Voor de termijn ga ik heel even naar rechts kijken. Dat kan inenkele weken, hoor ik hier. We hebben wel een aantal indicaties, maar alsu dat echt heel specifiek wilt weten, komt er over enkele weken eenbredere brief daarover.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Klever:De heer Ram en mevrouw De Korte vroegen naar de impact. Het CPBheeft al een scenario doorgerekend dat vergelijkbaar is met de aangekon-digde maatregelen. Volgens het CPB krimpt de Nederlandse export in ditscenario met 1,7% en daalt de invoer met zo’n 2%. Vooral de productie, demachinebouw en de farmaceutische industrie worden direct geraakt doordeze tarieven. Ik zal uw Kamer ook informeren over de exacte impactzodra die berekeningen bijgewerkt zijn.De heer Van Houwelingen zegt dat de tarieven niet in het Nederlandsbelang zijn. Hij vraagt waarom de regering deze dan steunt. Ik ben het metde heer Van Houwelingen eens dat tarieven niet in het Nederlands belangzijn. Ik betreur de Amerikaanse tarieven ook. Uiteindelijk moeten we ookwel een duidelijk signaal afgeven dat extra tarieven niet onbeantwoordblijven. Dan heeft de EU een betere onderhandelingspositie om met de VSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315018 te onderhandelen. De belangrijkste reden om met die tegenmaatregelente komen, is die onderhandelingspositie. Daarom steunen we deCommissie ook in het treffen van die tegenmaatregelen. Maar die moetenwel proportioneel zijn. De inzet is wel de-escalerend. Dat is ook mijn inzet.We moeten bereid blijven om met de VS om de tafel te gaan en met de VSin dialoog te blijven.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik begrijp dat de Minister al met al die EU-tarieven, die er waarschijnlijkaan gaan komen, gaat steunen. Maar we moeten natuurlijk een totaleafweging maken. Als de kans inderdaad heel groot zou zijn dat Trumpnaar aanleiding van die EU-tarieven die er waarschijnlijk komen, zegt«nou, dan gaan we ze nu intrekken», dan zou ik er ook nog voor kunnenzijn. Maar dit hebben die Amerikanen natuurlijk allang ingecalculeerd. Datgaat echt niet gebeuren. Waar we ondertussen zeker weten wel meezitten, is dat wij als Nederland – zoals de Minister zelf ook zegt, hebben weeen relatief grote handelsrelatie met de VS – door die EU-tarievengetroffen gaan worden. De Minister zegt dat ook: Amerika wordt door zijneigen tarieven getroffen. Dat geldt natuurlijk ook voor ons; wij wordenstraks door de EU-tarieven getroffen. Wie krijgt het geld van dieEU-tarieven? Nederland krijgt dat niet, zoals de heer Ram net ook terechtzei. De EU krijgt dat. Die wordt ook nog sterker en machtiger. Het gaat tenkoste van ons bedrijfsleven en van onze consumenten, die meer moetengaan betalen voor een Amerikaans product. Als je dat al met al afweegt –dat is natuurlijk de taak van de Minister – in het Nederlands belang, dusniet in het EU-belang, want we zitten hier voor het Nederlands belang,dan moet je toch zeggen dat het niet verstandig is om daarin mee tegaan? Dan zou de Minister het toch met mij eens moeten zijn en toch ookmoeten zeggen «die EU-tarieven lijken mij niet goed voor Nederland»?Minister Klever:Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat tarieven niet goed zijn. Detarieven van de VS zullen ons raken, maar die zullen de VS ook raken. Detegenmaatregelen van de EU zullen ons ook raken. Maar het allerbelang-rijkste is natuurlijk dat we een onderhandelingspositie hebben richting deVS. Als we helemaal niks doen, dan zullen die tarieven niet van tafel gaan.Dat kunnen we ook concluderen. Het is dus belangrijk dat we als EUeensgezind optreden. De EU is een belangrijke afzetmarkt voor de VS. Wemoeten dus eensgezind optreden en met stevige tegenmaatregelenkomen om aan die onderhandelingstafel te komen en met elkaar tot eendialoog te komen om die tarieven naar beneden te brengen. Dat is deinzet. De inzet is niet om zomaar weer tarieven te heffen. De inzet is omdie tarieven van tafel te krijgen. Om dat voor elkaar te krijgen, om eenpositie te hebben, moet je soms ook maatregelen nemen binnen de EU.De heer Van Houwelingen (FVD):Dit is bij uitstek een prachtig voorbeeld. Zoals de Minister zelf zegt,divergeert het belang van de Europese Unie van het Nederlands belang.Het is heel duidelijk. Zoals ik al gezegd heb in mijn betoog, hebben wij eenhandelsoverschot van 50 miljard euro met de VS. Volgens de logica vanTrump zelf zou ... Als wij nog een zelfstandig land waren geweest buitende EU – was het maar zo – dan hadden we misschien helemaal geentarieven gehad. Dat EU-belang is dus tegengesteld aan het Nederlandsbelang; dat zie je heel mooi in deze hele discussie. Dat moet de Ministertoch onderkennen? Zoals ik al heb gezegd, heeft Trump natuurlijk allangingecalculeerd dat er EU-tarieven komen. Het heeft dus ook helemaalgeen zin om mee te doen aan die wapenwedloop. Dus nogmaals mijnvraag: het is toch heel duidelijk dat die belangen hier uit elkaar lopen? Danmoet de Minister toch kiezen voor het Nederlands belang? Het lijkt meoverduidelijk dat dat niet ligt in het steunen van nog meer EU-tarieven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315019 Minister Klever:Nederland zit nou eenmaal in de EU en is hier nou eenmaal onderdeelvan. We treden dus als EU op. Uiteraard is het niet de bedoeling om ineen handelsoorlog te raken. Het is juist de bedoeling om de-escalerend opte treden. Maar met Amerika moet je ook een onderhandelingspositieopbouwen om überhaupt aan tafel te komen. Dat is wat we doen.Uiteindelijk is het in het Nederlands belang om die tarieven van tafel tekrijgen of in ieder geval fors naar beneden te krijgen. Dat is in hetNederlands belang en in het belang van de EU.De voorzitter:Meneer Van Houwelingen, dit is uw laatste interruptie.De heer Van Houwelingen (FVD):Ja, ik rond af. Maar wat we hier zien gebeuren, is ontzettend interessant.In al die debatten zie je terugkomen dat het EU-belang gelijkgesteld wordtaan het Nederlands belang. We kunnen het onderscheid dus niet meermaken. Dat is wat er hier gebeurt en wat de Minister eigenlijk met zoveelwoorden zegt. Maar dat is dus niet het geval. Daarom is het zo belangrijk –ik kom keer op keer terug op ons standpunt – dat we die Europese Unie,die niet in ons belang is, zo snel mogelijk verlaten. Dit is daar een heelmooi voorbeeld van. Er is maar één partij die dat wil en dat is natuurlijkForum voor Democratie.De voorzitter:Ik hoor geen vraag. Minister, wilt u hier nog op reageren?Minister Klever:Nou, als EU staan we samen sterk en zijn we een groter blok. De aannamevan de heer Van Houwelingen dat we zonder de EU geen tarieven haddengehad, kunnen we natuurlijk ook helemaal niet onderbouwen, want je zietdat er wereldwijd tarieven ingesteld worden. Wat dat betreft denk ik dathet goed is dat we eensgezind met de EU optreden in dezen. Tot zover.De voorzitter:Dan heb ik ook nog een vraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik steun de lijn dat het belangrijk is om snel tegenmaatregelen te nemendie slim zijn en die een onderhandelingspositie creëren. De verwachting isdat het ook de Europese markt zal raken. Mijn vraag is de volgende. Het isvolgens mij een noodzakelijke stap om dit te doen. Ik vraag me wel af ofde Minister of het kabinet, als dit langer voortduurt, een plan heeft omvervolgens de Europese bevolking, maar specifiek de Nederlandsebevolking, daarin ook mee te nemen. Op het moment dat dingen duurderworden en dat deze noodzakelijke stap gezet moet worden, is het denk ikook wel belangrijk dat we daarin draagvlak hebben en behouden. Datvraagt om communicatie van het kabinet. Kunt u dus toezeggen dat daaral een plan voor is, en zo niet, dat dat ontwikkeld wordt? Ik denk dat datbelangrijk is.Minister Klever:Dat is nog een beetje vooruitlopen op de zaken. Er is natuurlijk nog geenvoorstel van de Commissie gekomen, behalve over de tegenmaatregelenvoor wat betreft aluminium en staal. We gaan maandag praten over dezetarieven van 20%. Dan zal het ook zeker nog een tijdje duren. Want dankomt er een consultatieronde. Dat is ook gebeurd met de tarieven vooraluminium en staal. Daarna komt er pas besluitvorming. We zijn dus nogniet zover dat we nu al die tarieven gaan invoeren. Uiteraard heeft hetkabinet oog voor de koopkracht van de burger. Dat is sowieso in het heleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315020 bredere kabinetsbeleid een belangrijk aandachtspunt en dat zal ook in deafwegingen worden meegenomen.De voorzitter:Is er een vervolgvraag van de heer Ceder?De heer Ceder (ChristenUnie):Ik begrijp dat er nog stappen gezet moeten worden en dat het nog nietduidelijk is waar we eindigen. Maar dat is niet mijn vraag. Mijn vraag is devolgende. Op het moment dat het zover is ... Kijk, regeren is ookvooruitzien. Het gaat mij niet om de koopkracht; het gaat mij om decommunicatie vanuit het kabinet richting de Nederlandse bevolking ophet moment dat al deze scenario’s uitkomen en het helaas niet lukt omsamen met elkaar aan tafel te zitten. Het gaat mij erom dat de Neder-landse bevolking meegenomen wordt in waar we mee bezig zijn. Als datnamelijk niet gebeurt, als de overheid daar onvoldoende over communi-ceert en de inflatie zou stijgen, kan dat ook een effect hebben dat men nietbegrijpt. Mijn vraag is of u in ieder geval kunt toezeggen dat u tijdig aanvoorbereidingen begint om als kabinet ook communicatief de Neder-landse bevolking te informeren over wat er momenteel gaande is en overhet strategische plan van de overheid.Minister Klever:Dat advies van de heer Ceder om tijdig te communiceren en de bevolkingmee te nemen in de gevolgen, neem ik ter harte.De voorzitter:Ik kijk even of er verder nog vragen zijn. Een derde interruptie, meneerCeder?De heer Ceder (ChristenUnie):«Ter harte» vind ik mooi; mooier vind ik een toezegging, want datbetekent dat je er met een brief op terugkomt hoe het uitgevoerd wordt. Ikdenk dat dit gewoon even een belangrijk piketpaaltje is. De vraag is dus ofde Minister dat zou willen toezeggen.Minister Klever:Ik weet niet of ik nou een brief moet gaan sturen over hoe we communi-ceren met de Nederlandse bevolking. Ik neem de suggestie, het advies,van de heer Ceder ter harte. We zullen aandacht hebben voor decommunicatie richting de bevolking, zeker ook als het daadwerkelijk komttot tegenmaatregelen. Dan zullen we dat ook zeker communiceren naar debevolking. Dat kan de heer Ceder dan ook gewoon volgen. Ik denk dusniet dat we er in een aparte brief nog op moeten terugkomen dat we debevolking geïnformeerd hebben; dat gaat wel heel ver. Ik zal het dus doen,maar dan op de manier zoals dat het kabinet past.De voorzitter:Ik zie verder ... Meneer Ram, wilt u nog?De heer Ram (PVV):Wellicht komt de Minister hier nog op, maar ik had een vraag gesteld overde compensatie van burgers en bedrijven. Ik weet niet of die bij dit blokjehoort, maar het is dus een brandende vraag.De voorzitter:Ik ga dit even tellen als een interruptie, want de afspraak is dat we metbrandende vragen wachten tot het blokje af is. Laten we zorgen dat wegenoeg tijd hebben. Minister, kunt u antwoorden op de vraag van de heerRam?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315021 Minister Klever:Dat komt nog in dit blokje. Ik heb nog een hele stapel antwoorden. Ik kande vraag naar voren halen. Dan moet ik eventjes kijken. Even zoeken.Voorzitter, ik kom er zo op terug. Laat ik eerst nog even naar de heer Cedergaan. Zo snel en zo hard mogelijk terugslaan en blijven praten, is wat deheer Ceder mij vraagt. Nederland steunt de aanpak van de Commissie. Weproberen dus de positieve handelsrelatie met de VS voort te zetten. Onzeeconomieën zijn sterk met elkaar verweven. Maar we zijn bereid om onzebelangen te verdedigen als dat nodig is. Dat betekent dat we als EUrobuust, proportioneel en de-escalerend reageren, en dat de Europeseeenheid wordt bewaard. Dat is ook de reactie die we zullen aandragen bijde Commissie. Dat lijkt mij ook in overeenstemming met wat de heerCeder mij vraagt.Mevrouw Kamminga zegt: tarieven zijn extra belastingen en die raken deportemonnee van de hardwerkende Nederlander. Ze vraagt wat ik gadoen. Het is belangrijk dat we goed in contact staan met de bedrijven,want die hebben het meeste te maken met deze handelsmaatregelen. Mijnteam op het ministerie en ik staan in nauw contact met het bedrijfsleven;eigenlijk vrijwel permanent staan we in contact met het bedrijfsleven ominput te krijgen. Ook bij dezen nodig ik bedrijven uit om zich te melden,mochten zij onevenredig hard geraakt worden of mochten zij überhauptzorgen hebben. De bedrijven geven duidelijk aan dat die tarieven veelimpact zullen hebben op hun handel. Ook de aankondigingen van Trumpzorgen voor veel onzekerheid, wat weer een negatieve impact heeft op deinvesteringen. Het is dus belangrijk om goed met het bedrijfsleven incontact te blijven. Dat doen we dus bijvoorbeeld ook continu metVNO-NCW.Mevrouw Kamminga (VVD):Dank aan de Minister voor de beantwoording. Het is ook fijn dat ze ditserieus neemt en oppakt. Ik had overigens ook niet anders verwacht, maardat terzijde. Ik ben nog wel nieuwsgierig naar het volgende. Welke zorgenworden er het meest geventileerd? Hoe kunnen we die dan meenemen inde discussie die u komende week in Europa gaat hebben? Ik denk dat hetuiteindelijk het belangrijkste is dat we dan iets doen aan die zorgen, en datwe anderzijds nadenken over mitigerende maatregelen. Hoe kunnen wedie sectoren helpen? We hebben namelijk heel veel van die sectorenkeihard nodig. Het zijn enerzijds mooie bedrijven, maar soms gaat het ookjuist om de industrie die wij hier willen behouden.Minister Klever:Er zijn natuurlijk heel veel en diverse zorgen, maar de belangrijkste zorg isnatuurlijk dat de afzetmarkt in de VS verdwijnt of aanzienlijk krimpt. Het isnatuurlijk ook logisch dat ze zich daar zorgen over maken. Het is sowiesomijn allereerste inzet om die tarieven van tafel te krijgen, om die handels-stromen weer op gang te krijgen of tenminste niet te belemmeren.Anderzijds is het dan natuurlijk ook belangrijk om te kijken naar nieuweafzetmarkten. Ook daar zet het kabinet zich voor in en dat zal eenonderdeel zijn van de handelsbrief waar ik mee bezig ben. Omdat we hetdaar nu toch over hebben: die brief komt in ieder geval voor het debatover handel naar de Kamer. Het lukt niet voor het meireces. Het wordt nahet meireces. Het is ergens in mei. Het plenaire handelsdebat is volgensmij ergens eind mei. In ieder geval enige tijd daarvoor zal die handelsbriefnaar de Kamer komen. Tot zover.De heer Ram vraagt of ik bereid ben om de alcoholsector uit de maatre-gelen van de EU te schrappen. Dat gaat dan over de tegenmaatregelen dieklaarliggen voor de maatregelen in de staal- en aluminiumsector. Dietegenmaatregelen moeten robuust, proportioneel en de-escalerend zijn.We kijken naar een aantal criteria. Dat betreft met name de leveringsze-kerheid, en daarnaast ook de aanwezigheid van voldoende alternatievenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315022 voor de geraakte import. Vanuit deze criteria kijk ik heel nauwkeurig naarde voorstellen van de Commissie en daar lever ik input op. We nemen debelangen van Nederland en van het hele Nederlandse bedrijfsleven meein de overwegingen voor de positiebepaling van de Nederlandse inzet. Ubegrijpt ook dat daar bedrijfsvertrouwelijke informatie tussen zit, die ikhier niet zomaar kan delen. Daarnaast is het ook onderhandelingstech-nisch niet opportuun om de exacte inzet hier te vermelden. Maar wenemen dat allemaal mee in de overwegingen. Het is aan de Commissiehoe de lijst er dan uiteindelijk uitziet.De heer Ram vraagt ook nog of de korting van de EU-afdracht als gevolgvan hogere inkomsten uit invoerheffingen bespreekbaar is. Als invoer-rechten stijgen, krijgt Nederland daar een aanzienlijk deel van. Nederlandmag een kwart houden van de invoerrechten die in Nederland wordengeïnd; driekwart helaas niet, maar een kwart wel. Dat is zwaar bevochten;er is zwaar over onderhandeld. Nederland int als importland veelinvoerrechten voor de hele EU. Wij zouden dus van alle landen netto hetmeeste krijgen. Het antwoord is dus: ja, we krijgen daar al een deel van.Mevrouw Kamminga vroeg: hoe kijkt de Minister ...De voorzitter:Sorry, er komt toch een interruptie.De heer Ram (PVV):De vraag die ik had, is hoe Nederlanders en bedrijven worden gecompen-seerd, want die importtarieven jagen inflatie aan. Hoe wordt de Neder-lander en hoe worden de Nederlandse bedrijven dan gecompenseerd?Want het wordt bij de burger neergelegd en de EU en de Staat profiterenervan.Minister Klever:Wij hebben geen compensatie voor bedrijven en burgers. We hebben inNederland natuurlijk wel sociale voorzieningen en een sociaal vangnet,maar een compensatie vanwege hogere tarieven hebben we niet. Welwerkt het kabinet natuurlijk aan koopkracht en koopkrachtplaatjes. Als deprijzen stijgen, zullen we ons als kabinet daar ook integraal over moetenbuigen.De voorzitter:Ik zie verder geen interrupties. We zijn nog niet aan het eind van hetblokje, toch?Minister Klever:Nee, nee, nee. Dit is het langste blokje. Dat zal u niks verbazen. Dat duurteven.De voorzitter:Ik heb net even overlegd met de griffie. We zitten nog goed op tijd, dus wegaan rustig verder.Minister Klever:De laatste blokjes zijn allemaal vrij kort, hoor.Mevrouw Kamminga vroeg naar aanvullende inkopen van VS-productenals vloeibaar gas. Het is te vroeg om echt al specifiek in te gaan op devraag hoe we moeten reageren op die handelsmaatregelen van de VS. Wekijken in EU-verband. Er zal een Europese reactie komen. Het is wel goedom mee te geven dat wat betreft het aankopen van goederen verschil-lende variabelen meespelen, bijvoorbeeld wat de marktpartijen doen enwat de prijsverschillen zijn tussen landen. Ten aanzien van de inkoop vanvloeibaar gas moeten we ook opmerken dat de overheid slechts beperkteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315023 mogelijkheden heeft om marktpartijen te bewegen om van een bepaaldeafnemer in te kopen. Die mogelijkheden zijn dus beperkt.Mevrouw Kamminga (VVD):Mijn interruptie staat er nog los van dat ik niet helemaal zeker weet of ikvloeibaar gas heb benoemd, maar dan zou dat ook een voorbeeld zijn, dusdat doet er in die zin ook niet toe. Het gaat mij erom dat we wat creatievermoeten zijn. U heeft zelf in uw introductie ook gezegd hoe Trump kijktnaar die disbalans en dat het handelsoverschot daar een belangrijkonderwerp voor is. Het gaat mij er dus om dat we, wat de VVD betreft,moeten voorkomen dat we tarieven op tarieven op tarieven stapelen endat we ook wat creatiever kijken naar wat we kunnen doen om weer metelkaar in gesprek te gaan, want daar heb ik grote zorgen over. Vooralsnogis Von der Leyen volgens mij nog weinig in gesprek geweest met Trump.Maar het gaat er dan om wat je nog meer in je arsenaal kan hebben in degesprekken met de VS. Dat zouden bijvoorbeeld producten kunnen zijn diewij weinig hebben en die we toch nodig hebben, om op die manier eenandere oplossing te vinden waar we allemaal iets aan kunnen hebben, inplaats van tarieven op tarieven op tarieven.Minister Klever:Ik ben het helemaal met mevrouw Kamminga eens dat het natuurlijk nietde bedoeling is dat we tarieven op tarieven zetten. De inzet is juist omde-escalerend te werk te gaan en die tarieven vooral ook achter de hand tehouden om die partijen aan tafel te krijgen. Er wordt heel breed gekekenen er wordt ook zeker wel met de Trump-administratie gesproken. WatVon der Leyen doet, weet ik niet, maar Eurocommissaris Sefcovic is altwee keer naar de VS geweest, dus die gesprekken zijn er wel. Ik kan hetpleidooi van mevrouw Kamminga, dat het belangrijk is om creatief tekijken naar oplossingen en geen handelsoorlog uit te lokken, alleen maaronderstrepen.Mevrouw Hirsch vraagt wat ik in de VS besproken heb en met wie ikgesproken heb. Ik heb met de US Trade Representative Jamieson Greergesproken. Ik heb bij mijn Amerikaanse collega aangegeven dat tarievenschadelijk zijn, dat we er wederzijds belang bij hebben om een openhandelsrelatie te houden, dat onze economieën nauw verweven zijn endat er veel banen bij betrokken zijn. Ik heb ook aangegeven dat als dietarieven er komen, de EU zich beraadt op tegenmaatregelen en dat er ooktegenmaatregelen zullen komen. Daarnaast heb ik ook de belangen vanNederland en het Nederlandse bedrijfsleven over het voetlicht gebracht. Ikheb gezegd wat wij qua expertise en dergelijke allemaal te bieden hebbenaan de Verenigde Staten. Nederlandse bedrijven zijn gebaat bij zekerheiden voorspelbaarheid en Amerikaanse bedrijven ook. Ook dat heb ikgezegd, en ik zal deze boodschap blijven uitdragen richting de Ameri-kaanse collega. Uiteindelijk maken ze wel hun eigen afwegingen.Mevrouw Hirsch vroeg ook of ik de maatregelen steun die gericht drukzetten op de sectoren achter de regering-Trump, zoals big tech en crypto.We moeten reageren op de maatregelen, maar niet overhaast. We moetener in ieder geval goed over nadenken en vooral de impact op onze eigeneconomie zo veel mogelijk beperken. Commissievoorzitter Von der Leyenheeft vanmorgen direct gereageerd en aangegeven dat de EU bereid isom te onderhandelen, maar ook om stevig te reageren. Die lijn onder-schrijf ik. Welke sectoren dan in de reactie van de EU worden meege-nomen, daar wil ik nu nog niet op vooruitlopen.Mevrouw Hirsch vraagt ook naar een sociaal plan. Het kabinet gaat eerstverder in kaart brengen wat de gevolgen van de tarieven zijn. Het is vanbelang om erop te wijzen dat de situatie elk moment weer kan veranderenals er bijvoorbeeld onderhandelingen met de VS plaatsvinden. Daarnaaststaat het kabinet uiteraard in contact met bedrijven, met VNO-NCW endiverse stakeholders over de gevolgen van de tarieven. Mevrouw HirschTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315024 vraagt om een sociaal plan. We hebben natuurlijk in Nederland eensociaal vangnet in de vorm van onze sociale voorzieningen. Dat is hetvangnet dat wij hebben.De heer Boswijk ...De voorzitter:De heer Boswijk heeft een interruptie. Ik heb zo direct zelf ook eeninterruptie. Dan moet ik de hamer even aan iemand anders geven.De heer Boswijk (CDA):De Minister begon zelf met de link naar de digitale wereld. Ik had daar watvragen over gesteld. Ik was benieuwd of er nog antwoorden komen oponze zorg dat de Europese Commissie misschien nu de Digital FairnessAct zou gaan afzwakken als een soort handreiking richting Trump. Wat onsbetreft zou dat heel onverstandig zijn, want los van de handelsoorlog,waar we ook het liefst zo snel mogelijk een einde aan zien komen, lijkt hetons wel verstandig om alsnog die techreuzen aan te pakken.Minister Klever:Mijn blaadje met het antwoord op deze vraag lag bovenop; dat is zondevan uw interruptie. Die Digital Fairness Act is er nog niet; die wordt in2026 verwacht. We wachten eerst dat voorstel af en dan zullen we deKamer daarover informeren. Dat gaat via de Minister van EconomischeZaken. De heer Boswijk vraagt ook naar de samenhang: of die boetes voorApple en Meta samenhangen met die tarieven van Trump. Nee, diehangen niet samen. Deze tarieven waren al lang van tevoren aange-kondigd. De datum, Liberation Day, was ook al lang van tevoren aange-kondigd. Je ziet ook dat Trump eigenlijk voor de hele wereld tarieven heeftaangekondigd. Die tarieven zijn dus geen reactie op Europese acties enboetes. Wel is het zo dat de Amerikanen zich daar natuurlijk aan storen endat zij daar een punt van zullen maken in de onderhandelingen met de EU,maar dat zullen we dan integraal moeten bekijken en dat moeten we danintegraal met elkaar bespreken.De heer Boswijk (CDA):Het officiële standpunt van de VS zal zijn dat het een niet met het ander temaken heeft. Tegelijkertijd doen ze vrij weinig moeite om het te verhullen.We hebben natuurlijk eerder al gezien dat zelfs artikel 5 van de NAVO erbijwordt gehaald als wij vanuit de Europese Commissie met wetgevingkomen om deze techreuzen te reguleren. Ik vind het dus totaal nietonlogisch dat dit in zo’n kabinetsbijeenkomst op één hoop komt te liggen.Ik zou dus toch aan deze Minister willen vragen of zij bereid is om in deRaad in ieder geval het signaal af te geven dat het ons onverstandig lijktom deze dossiers aan elkaar te knopen, en dat het los van deze handels-oorlog verstandig is om deze techreuzen te reguleren, welke handelsta-rieven er ook aankomen.Minister Klever:De heer Boswijk heeft ook gelijk met zijn observatie dat de VS allerleidossiers aan elkaar knopen. We zien dat ook. Trump is heel transactioneel;dat zag je natuurlijk bij Canada en bij Mexico. Hij heeft handelstarieveningesteld omdat hij iets anders voor elkaar wilde krijgen. Dat ging danover de immigratie. Dat hij een aantal dingen aan elkaar knoopt, zal hiermet de EU dus ook niet anders zijn. Dat zie je ook aan de berekening vanzijn tarieven. Dat is een bepaalde berekening waar van alles bij gehaaldwordt. We moeten dus ook niet naïef zijn. Het gesprek dat zal plaats-vinden, zal niet alleen over tarieven gaan. Dat zouden wij natuurlijk welwillen, maar er wordt van alles bij gehaald. Ik kan dus niet toezeggen datwe die techreuzen buiten schot kunnen laten bij de onderhandelingen. Ikdenk dat die er ook gewoon bij komen, maar ik kan er nu niet op vooruit-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315025 lopen. De inzet is natuurlijk wel om de Europese regelgeving uiteindelijkzo veel mogelijk intact te houden.De voorzitter:Ik wil zelf even een interruptie plegen.Voorzitter: KammingaDe voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Hirsch, namens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Minister voor de gedeeltelijke beantwoording van mijnvragen. U geeft aan dat u om de tafel zit met bedrijven, VNO en anderebelanghebbenden. Ik zou heel graag expliciet van de Minister horen dat ertussen die andere belanghebbenden ook vakbonden en maatschappelijkeorganisaties zitten.Bovendien heb ik nog een vraag. De effecten die komen, gaan natuurlijkheel erg gericht zijn op sectoren. We weten dat er sectoren geraakt zullenworden, want anders zouden we het geen handelsoorlog noemen. Is deMinister het met mij eens dat het sociale vangnet van Nederlanddaartegenover zetten een wat vage en niet geheel geruststellende reactieis voor de sectoren die zich nu enorm veel zorgen maken over degevolgen van die handelsoorlog? We hebben net een aantal voorbeeldengehoord. Dus nogmaals mijn vraag: is er in het kabinet een gesprekgaande over specifieke steun aan sectoren die bovenmatig getroffenzullen worden door deze handelsmaatregelen?Minister Klever:Dat waren twee vragen in één. De eerste was met welke belangheb-benden ik spreek. Ik sta in nauw contact met een diverse groep Neder-landse bedrijven om hun zorgen te horen en hun input mee te nemen.Daarnaast heb ik regelmatig contact met Europese collega’s en deEuropese Commissie om eensgezind op te treden. Dat blijf ik doen.Uiteraard sta ik open voor input van andere belanghebbenden. Diehebben zich overigens nog niet gemeld, maar ik sta open voor input vaniedereen die belanghebbende is in dezen. Ik denk dat het belangrijk is datwe gezamenlijk met elkaar optreden. We hebben allemaal een gezamenlijkbelang. Dat is het van tafel krijgen van deze tarieven en de Nederlandseeconomie beschermen. Dat dus over de belanghebbenden.Dan over de sectoren. Ja, het is inderdaad zo dat een aantal sectorenmogelijk zwaarder getroffen worden dan andere sectoren. Het is nu nog tevroeg om daar een indicatie van te geven, omdat we nog niet hebbengekeken naar onze tegenmaatregelen vanuit de EU, behalve op het gebiedvan aluminium en staal. Daar hebben we natuurlijk wel veel dieper naargekeken. Die sectoren gaan we ook extra beschermen. We praten nu overvrijwaringsmaatregelen voor de staalsector. In principe wordt daar duszeker naar gekeken. Daarom spreken we ook met die bedrijven.Voorzitter: HirschDe voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder. We zijn nog steeds bij de VS, toch?Minister Klever:Ja, ik heb hier zelfs een vraag van u liggen.De voorzitter:O, geweldig. Ik ben stil.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315026 Minister Klever:Die vraag ging over eensgezindheid en het feit dat Orbán die ondermijnt.Ik onderschrijf het belang van een eensgezind EU-optreden. Daaromspreek ik ook regelmatig met de EU-collega’s, onder andere aanstaandemaandag in Luxemburg tijdens de extra Raad Buitenlandse Zaken. Dieeensgezindheid staat voorop. Uiteraard heeft elke lidstaat een eigenhandelspolitieke inzet binnen de belangenafweging binnen de EU, maardat doet niks af aan de EU-eenheid. Dat geldt ook voor Hongarije. Dat isonderdeel van de EU en kan zich daar dus niet aan onttrekken.Deze vraag hoort ook nog bij het blokje VS. De heer Van Houwelingenvraagt: waarom geen handelsmissie naar de VS? De VS zijn een belang-rijke exportmarkt voor Nederland. Het is buiten de EU de belangrijksteexportmarkt. We hebben een handelsinstrumentarium dat ruim openstaatvoor ondernemers die kansen zien in de VS. Dat geldt ook voor handels-missies. Die blijven we organiseren. Op dit moment zijn we aan het kijkenwelke handelsmissies we in de tweede helft van dit jaar kunnen organi-seren. Daar worden de VS in meegenomen. Ik heb in mijn gesprek met deUS Trade Representative overigens ook al geopperd dat we graag met eenhandelsmissie willen komen.De heer Van Houwelingen vroeg nog naar de DEI, de diversiteitseisen vande Verenigde Staten. We hebben navraag gedaan of Nederlandsebedrijven ook zo’n brief hebben gehad om die diversiteitseisen los telaten. Het blijkt dat de Amerikaanse ambassade een aantal van haartoeleveranciers een dergelijke brief heeft gestuurd. Het geldt dus alleenmaar voor bedrijven die willen leveren aan de ambassade. Maar hetstandpunt van de Nederlandse regering is dat hier de Nederlandse wetgeldt en dat het verder aan Nederlandse bedrijven zelf is om invulling tegeven aan hun interne organisatie. Druk van de Amerikaanse overheiddaarop is dus ongewenst. Daarom betreur ik ook dat dit gebeurt.Voorzitter, dit was de VS.De voorzitter:Ik kijk even naar mijn collega’s. Is er nog een brandende vraag? Nee. Nou,dan gaan we naar het volgende blokje. Dank u wel, Minister.Minister Klever:Dan kom ik bij het blokje relaties met derde landen. Daar valt ookMercosur onder. Mevrouw Kamminga vroeg om de relaties met landenals Canada en Mexico te intensiveren binnen de bestaande handelsak-koorden. Ik deel het belang van internationale samenwerking en ik deelook het belang van het aanhalen van relaties met handelspartners. Dat isnu nog veel belangrijker dan voorheen. De EU heeft al een handelsak-koord met Canada en er wordt ook gewerkt aan modernisering van hetbestaande handelsakkoord met Mexico. Dus ja, dat ben ik volledig metmevrouw Kamminga eens en dat gaan we ook doen.Dan Mercosur. De grondhouding van het kabinet ten aanzien vanhandelsakkoorden in het algemeen is positief. Ik denk dat die goed zijnvoor Nederland handelsland. Specifiek voor het EU-Mercosur-akkoord ligtde zaak wat anders. Daar hebben we hier in de Kamer natuurlijk al vakerover gesproken. Het akkoord is omstreden in Nederland en ook in uwKamer. Het uitgangspunt voor het kabinet is dat de regering pas eenpositie inneemt in de Raad als er daadwerkelijk sprake is van besluit-vorming over dat hele Mercosur-akkoord. Zoals u weet, zijn nog niet alleteksten openbaar. Daar zitten we nog op te wachten. Zodra alle tekstenopenbaar zijn en we het onderzoek van de Wageningen Universiteit overde gevolgen van dat handelsakkoord beschikbaar hebben, komt er dus zosnel mogelijk een kabinetsappreciatie uw kant op.Als antwoord op de vraag van de heer Boswijk daarover zeg ik ook nog inaanvulling daarop dat de verwachting is dat die definitieve teksten rondTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315027 de zomerperiode door de Europese Commissie voorgelegd worden aande Raad. Uiteraard krijgt de Kamer voor die tijd de appreciatie.Dat was het blokje relaties met derde landen, met uitzondering van China,want dat blokje komt nu.De voorzitter:Zijn er dringende vragen die niet beantwoord zijn? Nee. Ik had zelf eenaantal vragen gesteld over gelijkwaardige handelsrelaties met anderelanden dan de VS en China. Komen die in het blokje overig, of komen diehier?Minister Klever:Ik ga heel even kijken, voorzitter. Ik zie die niet in het mapje met overigevragen, dus ik ga heel even kijken of die vragen er nog ergens bij kunnenkomen. Die volgen dan nog, en anders volgen die in de tweede termijn.De voorzitter:Dan gaan we nu naar het blokje China, als ik het goed begrijp.Minister Klever:De heer Ram vroeg welke stappen de regering gaat zetten tegen oneerlijkeconcurrentie uit China. We kennen natuurlijk de uitdagingen en deproblemen in de handelsrelatie met China, waaronder oneerlijkeconcurrentie, subsidies en dumping. In EU-verband zetten we erop in omdit aan te kaarten bij China, zowel via dialoog als door de inzet van hetdefensieve handelsinstrumentarium dat we kennen. Een voorbeeldhiervan zijn de antisubsidieheffingen die de EU vorig jaar heeft ingesteldtegen dumping van Chinese elektrische voertuigen. Nee sorry, dat wastegen de subsidie daarvan, niet de dumping.Mevrouw De Korte vraagt of Nederland inderdaad pleitbezorger is vanbulkcontroles en versnelde hervorming van het douanestelsel, versterkingvan de handhavingscapaciteit en betere Europese coördinatie in het kadervan al die pakketjes met Chinese rommel; zo noemden ze het bij haarthuis, geloof ik. Het gaat in ieder geval om Chinese producten. MevrouwDe Korte kaart een belangrijk probleem aan. De enorme stroom aanproducten die dagelijks de interne markt op komen, brengt groteuitdagingen met zich mee, onder andere op het gebied van productvei-ligheid en eerlijke concurrentie. De Europese Commissie is zich hier ookvan bewust en heeft daarom een pakket aan maatregelen gepresenteerdom deze problematiek aan te pakken. Uw Kamer is op 14 maart door deMinister van Economische Zaken geïnformeerd over de kabinetsinzet tenaanzien van deze Commissiemaatregelen. Nederland is actief binnen deonderhandelingen over een nieuw douanewetboek voor de Unie, waaraanwordt gewerkt. Dit proces is al in een stroomversnelling gekomen. Ditproces valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën.Zoals u ziet, is er dus breed aandacht voor in het kabinet. Ik ben ook welbereid om hier nog aandacht voor te vragen in de RBZ Handel vanaanstaande maandag.Voorzitter, dat was China.De heer Boswijk (CDA):We hebben het inderdaad veel over Amerika, maar we moeten nietvergeten dat de enige partij die echt strategisch nadenkt op dit gebied,toch echt China is. Ik denk dat er wat dat betreft ook een groot gevaar is.Daarom heeft deze Kamer al meerdere keren een motie van mijn handaangenomen. Die zijn inmiddels al van een jaar geleden en gingen overonze enorme en groeiende afhankelijkheid op het gebied van mobiliteit, ofhet nou gaat om elektrische bussen, stepjes, fietsen of, recent, auto’s. Hetgaat niet alleen om economische afhankelijkheid; ook de veiligheid komtin het geding met alle 360 gradencamera’s. Ik was even benieuwd hoe hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315028 staat met de uitvoering van deze moties, want het duurt inmiddels al erglang. Is al bekend wat de kwetsbaarheden zijn en wat we daaraan gaandoen?Minister Klever:Excuus dat ik hierover eventjes met de ambtenaren moest spreken. Diemotie ligt voornamelijk bij IenW en Economische Zaken. Zij zijn daar dusmee bezig, ook als het bijvoorbeeld gaat over de veiligheid van elektrischevoertuigen. Ik kan u dus niet zeggen op wat voor termijn die uitgevoerdwordt. Ik zou navraag kunnen doen, maar dit ligt dus voornamelijk bij mijncollega’s van IenW en EZ.De voorzitter:Gaat uw gang, meneer Boswijk, maar hou het kort.De heer Boswijk (CDA):Fantastisch. Dank u wel, voorzitter. U mag vaker voorzitter zijn.Het zou wel mooi zijn als de toezegging zou kunnen komen dat ditteruggekoppeld wordt. Het grappige is namelijk dat de motie destijds bijDefensie ingediend is. Maar het is gewoon een integraal probleem, dus ikdenk dat ik elke willekeurige Minister hierover zou kunnen bevragen, dusals de Staatssecretaris ...De voorzitter:Dank u wel.Minister Klever:Ik begrijp dat u dat vraagt. Ik zou wel kunnen toezeggen dat ik even bij decollega’s navraag hoe het daarmee staat. Dat zou ik dan in het verslag vande RBZ kunnen opnemen. Als dat naar uw Kamer gaat, zou ik dat kunnenmeenemen.De voorzitter:Dank u wel. Zijn er nog andere vragen? Nee. Dan gaan we naar deCSDDD.Minister Klever:Over de CSDDD waren ook een aantal vragen gesteld. Staat u mij toe datik even een kleine inleiding geef alvorens ik naar de vragen ga. Hetkabinet staat voor internationaal maatschappelijk verantwoord onder-nemen; de afkorting daarvoor is imvo. Dat draagt bij aan veerkrachtigewaardeketens en biedt kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Op24 maart deelde het kabinet het BNC-fiche met de appreciatie van hetOmnibus I-voorstel van de Europese Commissie met uw Kamer. Hetkabinet verwelkomt de inspanningen om regeldruk te verminderen tenaanzien van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive, deCSDDD, en de Corporate Sustainability Reporting Directive, de CSRD.Concurrentievermogen en ondernemingsklimaat zijn echter ook gebaat bijstabiel en voorspelbaar beleid en zekerheid voor bedrijven. Het is vanbelang daarin de juiste balans te vinden. Het kabinet kan veel van devoorgestelde aanpassingen steunen.Tegelijkertijd heeft het kabinet ook een aantal vragen richting deCommissie over een aantal voorstellen op het gebied van het gelijkespeelveld, en is er wat onduidelijkheid over de concrete uitwerking. Zo isbij het voorstel om gepaste zorgvuldigheid te beperken tot tier 1, zoals datheet, voor bedrijven niet altijd duidelijk tot hoever zij de risico’s in deproductieketen moeten nagaan. Daar werd nu ook door enkele leden naargevraagd. Het schrappen van EU-brede civiele aansprakelijkheid zorgt ookvoor verschillende regels binnen de EU. Dat maakt naleving voorbedrijven ook moeilijker en kostbaarder. Voor die twee punten gaan we inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315029 Brussel aandacht vragen, zoals ook aangegeven in het BNC-fiche. Ik moetwel zeggen dat besluitvorming hierover nu niet aan de orde is. Het staatmaandag ook niet op de agenda van de RBZ Handel. De reden dat hetnaar uw Kamer is gestuurd, is een Kamermotie waarin gevraagd wordtom regelmatig een update hierover te sturen. Er is dus nog geenbesluitvorming aan de orde.Dan de vragen. De heer Ceder vraagt waarom ik het uitstel. Hoe verhoudtzich dit tot de motie-Ceder/Hirsch die oproept tot voortzetting van deimplementatie van CSDDD? De motie vraagt ook om effectieve voort-zetting van de implementatie van de CSDDD. De volgende stap in hetwetsproces is advies aanvragen bij de Raad van State, maar dat isnatuurlijk niet effectief zolang het aannemelijk is dat het wetsvoorstel nogmoet worden gewijzigd naar aanleiding van die Omnibuswetgeving. Alser echt ingrijpende wijzigingen komen, moet het wetsvoorstel inNederland namelijk ook aangepast worden. Dan moet er ook weeropnieuw advies aangevraagd worden. Dat zorgt alleen maar weer vooronduidelijkheid bij bedrijven. Ten aanzien van het tijdpad is het wel zo dathet Poolse voorzitterschap ernaar streeft de onderhandelingen nog dit jaaraf te ronden. Over de voortgang wordt de Kamer zoals toegezegdgeïnformeerd via de geannoteerde agenda’s van de RBZ Handel.De heer Ceder zei: er ligt een goede wet te wachten, de Wet zorgplichtkinderarbeid; moeten we dan niet gewoon aan de gang met deze wet? Deinzet van het kabinet is om de Wet zorgplicht kinderarbeid te vervangendoor de Wet internationaal verantwoord ondernemen. De CSDDD zorgtvoor harmonisatie in Europa en richt zich op kinderarbeid, maar ook opandere risico’s. Afhankelijk van de waardeketen van een bedrijf maakt datmaatwerk mogelijk. Dat is effectiever. Daarom heeft een brede Europesewetgeving en zorgvuldigheidsverplichting nog steeds de voorkeur van ditkabinet.De heer Ceder vroeg ook of ik mij ervoor inzet dat de CSDDD-wijzigingenregeldruk verminderen en de oorspronkelijke doelstellingen zo veelmogelijk overeind houden. Bedrijven behouden ook in het nieuwevoorstel van de Commissie een belangrijke verantwoordelijkheid voormisstanden verder in de keten. Als ze informatie hebben over mogelijkeproblemen dieper in de keten, dieper dan die tier 1, moeten ze daar nogsteeds gepast op reageren. Dat blijft een essentieel onderdeel van derichtlijn. Als dit goed wordt geborgd, blijft het doel van de CSDDDovereind. Dat is natuurlijk gewoon het voorkomen en aanpakken vanschade aan mens en milieu in wereldwijde waardeketens. Dat doel blijftdus overeind. We zullen er dan ook kritisch op doorvragen bij deCommissie hoe dat precies zijn uitwerking heeft. We zullen dus steeds eenzorgvuldige afweging maken tussen het beperken van regeldruk en het zoveel mogelijk waarborgen van de doelstelling van gepaste zorgvuldigheid.De heer Ceder heeft nog een heleboel meer vragen gesteld. Hij zei onderandere dat ambtenaren voor afzwakking hebben gewaarschuwd. Dekabinetspositie is het resultaat van zorgvuldige afstemming tussen deverschillende departementen die betrokken zijn bij het opstellen van deappreciatie. Het BNC-fiche is goedgekeurd door de ministerraad. Het isniet ongebruikelijk dat een kabinetspositie door politieke keuzes oponderdelen kan afwijken van eerdere ambtelijke adviezen.Dan nog een vraag: «plausibele informatie» is een onduidelijk begrip; zieik daarmee risico’s op infogebied? Zoals ik ook in het BNC-fiche hebgeschreven, heeft het kabinet nog vragen bij dit voorstel van deCommissie. Die vragen zien onder andere op het begrip «plausibeleinformatie», zoals de heer Ceder dat aangeeft. Het kabinet zal deCommissie vragen om dit punt nader toe te lichten en aan te geven wat zijdaarmee bedoelt en mogelijk ook om voorstellen te doen die de richtlijnverbeteren en meer duidelijkheid geven, vooral ook aan bedrijven.Blijft het de inzet van de Minister dat bedrijven relevante stakeholdersbetrekken bij hun gepaste zorgvuldigheid? Dat staat ook in het Omnibus-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315030 voorstel, dat specificeert dat bedrijven relevante stakeholders moetenbetrekken; die bepaling staat erin. Het is dus inderdaad van belang dat diestakeholders betrokken zijn. Welke stakeholders dit zijn blijft een afwegingvan het bedrijf zelf. Het voorstel legt bedrijven daarbij in ieder geval geenbeperkingen op.De heer Ram vroeg nog of ik ga pleiten voor een versimpeling van deregelgeving van de CSRD en de CSDDD om de administratieve lasten voorbedrijven fors te verminderen. Het Omnibusvoorstel voorziet preciesdaarin, namelijk in vermindering van administratieve lasten voorbedrijven. Dat is ook een prioriteit van het kabinet. Daarmee heeft hetkabinet dit voorstel ook verwelkomd. Het kabinet steunt een aantalvoorstellen tot aanpassing, omdat zij de regeldruk voor bedrijvenverminderen of voor meer duidelijkheid zorgen. Over een aantal punten ishet kabinet kritisch, omdat zij leiden tot onduidelijkheid en niet bijdragenaan harmonisatie. Die gedetailleerde positie staat ook in dat BNC-fiche.Dan vraagt mevrouw Hirsch naar het behandelvoorbehoud van de Kamervoor het Omnibusvoorstel. Dat behandelvoorbehoud heeft het kabinetontvangen. Het kabinet zal dit respecteren. Het parlementair voorbehoudbetreft het verzoek aan het kabinet om geen onomkeerbare stappen tezetten. Wij zullen uw Kamer dus op de hoogte houden van de ontwikke-lingen en de daarbij gekozen inzet. Nederland heeft in Brussel eenparlementair voorbehoud gemaakt in afwachting van het overleg met deKamer hierover. Het kabinet zal zo spoedig mogelijk reageren op devragen van uw Kamer naar aanleiding van dat fiche.Tot zover CSDDD.De voorzitter:Ik kijk heel even of er vragen zijn. U heeft al drie interrupties gehad,meneer Ceder. Ik wil de Minister graag zelf een vraag stellen.Voorzitter: KammingaDe voorzitter:Mevrouw Hirsch namens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de Minister wat mij betreft niet incoherent maar wel op eenonlogische manier praten over het Omnibusvoorstel. Aan de ene kantpleit de Minister voor de OECD-guidelines; dat heeft ze overigens inmeerdere debatten gedaan en dat kwam ook in het debat over Congo naarvoren. Zij steunt die guidelines. Dat waardeer ik zeer, want dat zijn enormbelangrijke garanties dat mensen die getroffen worden door maatregelenvan multinationals, nog ergens een plek hebben waar ze heen kunnengaan. Het probleem met Omnibus is dat zelfs de mensen die deOECD-guidelines al 50 jaar beheren, zeggen dat het Omnibusvoorstel deOECD-guidelines ondermijnt, omdat een totaal andere interpretatie wordtgehanteerd van het begrip «due diligence in de keten». Het verschil zit eronder andere in dat de ketenverantwoordelijkheid ook preventie vanrisico’s betreft en niet alleen een reactie als er signalen van risico’s zijn.De OECD maakt zich dus grote zorgen over het Omnibusvoorstel – zij isdaar zelf ook niet over geraadpleegd door de EU – omdat deze wet de heleinterpretatie van «due diligence» in de OECD-guidelines ondermijnt. Kande Minister mij aangeven waarom zij denkt dat dit niet het geval is, zoalszij net betoogde, en waarom dit in haar optiek wel degelijk een versterkingvan de OECD-guidelines zou zijn?Minister Klever:Ik begrijp de vraag. Vindt u het goed als ik daar in de tweede termijnuitgebreider op terugkom? Want anders ga ik nu alleen zeggen dat deOmnibuswetgeving in ieder geval zorgt voor harmonisatie binnen de EUTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315031 en dus binnen de EU zorgt voor een gelijk speelveld, maar ik kom in detweede termijn uitgebreider terug op hoe dit hele specifieke punt zichverhoudt tot de OESO-guidelines.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Prima.Voorzitter: HirschDe voorzitter:Als er geen verdere vragen over de OECD-richtlijnen zijn, gaan we naarhet blokje overig.Minister Klever:Binnen het blokje overig heb ik ook nog twee vragen van uw hand overChina en de VS, maar laat ik met het blokje overig beginnen. De heer Ramvraagt hoe de metaalsector wordt beschermd tegen het waterbedeffect enandere dumpingmaatregelen van China. Dat heb ik eigenlijk net al gezegd:de staalindustrie wordt beschermd door de staalvrijwaringsmaatregelen.Deze zorgen ervoor dat er een maximum aan staal in de EU kan wordengeïmporteerd. Daar heeft het kabinet dus aandacht voor. De staalvrijwa-ringsmaatregelen lopen op 1 juli 2026 af. De Europese Commissie doet nuonderzoek naar een nieuw instrument ter bescherming van de staalsector.Daar is dus aandacht voor.De heer Ram (PVV):Er is een principe dat volgens mij – hou me even ten goede – «pour andmelt» of «melt and pour» heet en dat aangeeft dat je metaal niet zomaarvia derde landen kan exporteren, want China kan in dit geval natuurlijkook gewoon naar Vietnam exporteren, het metaal daar laten smelten endan zeggen dat het uit Vietnam komt in plaats van uit China. Danondermijnt China in feite de Europese vrijwaringsmaatregelen. De vraagis dus of dat punt kan worden meegenomen in het hele overleg hierover.Minister Klever:Zoals gezegd onderzoekt de Europese Commissie de mogelijkheden vooreen nieuw instrument ter bescherming van die staalsector. We zijn bekendmet de omzeiling waar de heer Ram het over heeft. Die wordt ookmeegenomen in de uitwerking hiervan.Dan vraagt mevrouw Kamminga naar de strategische afhankelijkheden.Global Gateway is een strategie die tot doel heeft het aanbod van de EUaan partnerlanden te versterken door de kracht van diplomatie, handel enontwikkelingshulp te bundelen. Die strategie biedt kansen voor hetvergroten van de effectiviteit van ontwikkelingshulp, maar ook voor hetvergroten van het Nederlands verdienvermogen, met kansen voor onzebedrijven in opkomende landen. Die strategie moet bijdragen aan hetversterken van de positie van Europa om zo de Europese en Nederlandsebelangen, waaronder die op het terrein van economische stabiliteit enmigratie, beter te kunnen behartigen. Het kabinet steunt de verdereontwikkeling en implementatie van Global Gateway en spant zich er ookvoor in dat deze ten doel staat aan de Nederlandse belangen. Over debredere aanpak van afhankelijkheden is uw Kamer op 31 oktobergeïnformeerd met de voortgangsbrief over de kabinetsaanpak vanrisicovolle strategische afhankelijkheden. Dit onderwerp zal ook terug-komen in de beleidsbrief over handel, die ik in mei naar uw Kamer zalsturen. Dit zal een belangrijk onderdeel zijn van het nieuwe beleid.Mevrouw Kamminga (VVD):De Minister schetst wat de Global Gateway is. Die ken ik inmiddels, wantwe horen al vijf jaar wat de Global Gateway is. Dan komt er iedere keerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315032 een beschrijving van wat de Global Gateway is, wat de doelen zijn enwaarom zij belangrijk is. De VVD deelt die belangen van harte, maar voorde VVD is het ook tijd om nu eens een keer te zeggen: wat gaan we dandoen? Gaan we nu dan ook de keuzes maken die daaruit voortvloeien?Gaan we nou ook echt aan de slag met die grondstoffendeals? Welkegrondstoffendeals hebben we al gesloten? Betekent dat ook dat we weergaan mijnen? Gaan we weer een industrie opbouwen? Dat zijn de keuzesdie we moeten maken. Welke partnerschappen sluiten we uit? Nogmaals,ik snap het brede verhaal en ik ben daar helemaal voor, maar het wordtecht hoog tijd dat we nou eens een keer vanaf dat papier en die lossetermen toekomen aan concrete maatregelen.Minister Klever:Ik begrijp de oproep van mevrouw Kamminga. We maken er ook al werkvan. Zo ben ik onlangs naar Canada geweest, naar de grote Canadesegrondstoffenbeurs. Daar heb ik bijvoorbeeld een overeenkomst metQuebec getekend over de levering aan Nederland van een aantal kritiekegrondstoffen die daar gewonnen worden. We maken er dus wel degelijkwerk van. Het is ook een integraal onderdeel van het beleid. Het gaatmisschien niet zo snel als mevrouw Kamminga wil, maar zoals u weetheeft Nederland niet echt specifieke expertise op het gebied van miningen dergelijke. We moeten dus kleine stapjes vooruit maken, maar wehebben daar in ieder geval met Canada zo’n overeenkomst over gesloten.Dan de vraag van mevrouw Hirsch over de visie. Zij vroeg of die voor hetmeireces naar de Kamer gaat. Dat heb ik al gezegd. Ze vraagt ook of ik inkan gaan op de relatie tussen handelsbeleid en industriebeleid en hetverminderen van afhankelijkheden van de VS en China. Vormen gelijk-waardige handelsrelaties een pijler van de visie en de inbreng van hetkabinet in de EU en de G20? Dat zijn een heleboel vragen. Omdat debelangen groot zijn en de omstandigheden complex – die worden ooksteeds complexer – ga ik niet over één nacht ijs bij het opstellen van mijnbeleidsbrief. Zoals ik al eerder heb gezegd, komt deze beleidsbrief in deeerste helft van het jaar, voor het debat daarover. De brief gaat overhandelsbeleid. Uiteraard geven we daarin rekenschap van internationaleontwikkelingen rond industriële subsidies en hoe die raken aan hethandelsbeleid. Maar de uitwerking van het Nederlandse industriebeleidligt bij mijn collega van EZ. Speerpunten van mijn brief zijn het maximaalversterken van het Nederlandse verdienvermogen en het weerbaardermaken van onze economie tegen schokken uit het buitenland. Dan gaathet ook over afhankelijkheden van het buitenland. Maar die brief volgt dusna het meireces.Mevrouw De Korte vroeg nog naar de visie «Nederland voorop».Voorzitter: KammingaDe voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Hirsch namens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik had toch een ietwatconcretere vraag. Ik vroeg of de Minister gelijkwaardige handelsrelatiesmee gaat nemen in haar handelsvisie. Ik vroeg meer naar een visierichting de relaties met een aantal landen in de wereld waar we nu heelweinig over horen, behalve als het over Mercosur gaat overigens. Ik zougraag weten wat haar inzet gaat zijn in de G20, waar al die landen tochecht aan tafel zitten. Ik zou het dus heel fijn vinden om iets meer over deinzet in de G20 te horen.Minister Klever:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315033 De inzet in de G20 is vooral dat we praten over het wereldwijde handels-systeem. Daar zullen ook zeker de tarieven aan de orde komen waarAmerika mee bezig is. De Nederlandse inzet is altijd gericht op een eerlijkhandelssysteem, volgens de regels van de WTO. Daarnaast staan we voorde Nederlandse belangen. Het verdienvermogen van Nederland staatnatuurlijk voorop. Dat komt in mijn handelsbrief naar voren. Ik kan eenklein tipje van de sluier oplichten: dat gaat natuurlijk over het versterkenvan bestaande markten, veelbelovende nieuwe markten, het afbouwenvan afhankelijkheden, het weerbaarder maken van de Nederlandseeconomie en het verminderen van regeldruk. Dat zijn een aantalelementen die in mijn brief terugkomen. Dat is ook de inzet die Nederlandzal meenemen naar de overleggen binnen de EU en de G20.Voorzitter: HirschDe voorzitter:Dank u wel. U ging een vraag van mevrouw De Korte beantwoorden.Minister Klever:De visie dat we de Nederlandse belangen voorop moeten zetten past goedin de context van buitenlandse handel. Een derde van wat we inNederland met elkaar verdienen, verdienen we met buitenlandse handel.We dragen deze visie ook uit in de context van de buitenlandse handeldoor ons bij onderhandelingen van handelsakkoorden hard te maken voorhet Nederlandse belang en door Nederlandse bedrijven te beschermenwaar nodig. «Nederland voorop» is dus zeker bij handel een belangrijkeprioriteit.Mevrouw De Korte (NSC):U benadert het anders dan ik eigenlijk hoopte. Natuurlijk is Nederlandsehandel belangrijk, maar het kan niet zonder de context van Europa, van dehele wereld. Ik hoop dus ook dat die visie uitgedragen wordt, dus nietalleen «Nederland voorop». Dat vinden we te beperkt. We leven niet opeen eilandje, maar we moeten het juist in de context van Europa en dewereld bekijken.Minister Klever:Als ik op een handelsmissie ga, dan doe ik dat in het Nederlandse belang.Uiteraard doe ik dat binnen de spelregels van de Wereldhandelsorgani-satie; die willen we natuurlijk naleven en daar zullen we ons ook voorinzetten. Aan het begin van dit debat hebben we het natuurlijk ookuitgebreid gehad over de handelstarieven van Amerika. In dat verbandzeg ik: we zitten natuurlijk in de EU en willen als EU ook met elkaaroptrekken. We willen hier dus eensgezind in optrekken. Het is natuurlijkook in het Nederlandse belang dat we eensgezind met elkaar optrekken,want dan kunnen we veel meer een vuist maken richting de VerenigdeStaten.De voorzitter:Gaat u verder, Minister.Minister Klever:De heer Boswijk vroeg of de heffingen van 20% op staal en aluminium diegisteren zijn aangekondigd, cumulatief zijn. Het antwoord is nee. Detarieven op staal en aluminium en die op auto’s en auto-onderdelen zijnuitgezonderd van de nu extra aangekondigde heffingen. Die zijn 25%; daarkomt deze 20% niet bovenop.Dan vroeg de heer Boswijk nog naar de herziening van de staalvrijwa-ringsmaatregelen; die vraag heb ik net eigenlijk al beantwoord in derichting van de heer Ram.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315034 Dan heb ik nog een vraag openstaan van mevrouw Hirsch. Die zou ikeigenlijk in de tweede termijn beantwoorden, maar dat kan ik nu al doen.Zij vroeg naar de aansluiting van de Omnibuswetgeving op die guidingprinciples omtrent de OESO. Die «zes stappen van gepaste zorgvul-digheid» in de OESO-richtlijnen blijven een belangrijk onderdeel van deOmnibuswetgeving. Tegelijkertijd maakt het kabinet ook een afwegingmet betrekking tot regeldrukvermindering voor het Nederlandse bedrijfs-leven. Waar mogelijk zet het kabinet in op een betere aansluiting op dieOESO-richtlijnen, bijvoorbeeld bij tier 1. Ik heb ook al eerder gezegd dathet kabinet bekijkt of het daar verbeteringen in aan kan brengen, in iedergeval met betrekking tot de onduidelijkheid daarover.Dan waren er nog twee vragen van mevrouw Hirsch over samenwerkenmet andere landen richting de VS. Even kijken ... Ik kan dit allemaal niet zoheel goed lezen! Nu er vanuit de VS tarieven zijn opgelegd, gaan weuiteraard ook kijken naar een verbreding van onze handelsrelaties enbekijken of we extra kunnen inzetten op andere handelspartners, om zoonze handelsstromen te verleggen en minder afhankelijk te worden vande VS. Daarnaast werken we in EU-verband natuurlijk met elkaar samenom die tarieven van tafel te krijgen. Ik hoop dat dit enigszins eenantwoord op de vraag van mevrouw Hirsch is. Zo niet, dan zal ze het welzeggen nu.De voorzitter:Nee hoor, ik heb geen interrupties meer. Ik laat het hier even bij. Bent udan door de beantwoording van de vragen heen? Dat is het geval. Dank uwel. Dank ook aan de collega’s voor het feit dat we nog ruim de tijdhebben voor onze tweede termijn. Ik wil daarvoor als eerste het woordgeven aan de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel, ook voor het feit dat we in turbulente tijden ditgesprek ...De voorzitter:Sorry, meneer Ceder, even één seconde: ik geef iedereen nog anderhalveminuut spreektijd. Dat is een derde van de ... Iedereen krijgt nu noganderhalve minuut.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Het is een belangrijk debat. Het is ook belangrijkdat er veel onderwerpen besproken worden de komende tijd. Wat betreftde tarieven is het volgens mij belangrijk dat de Kamer de inzet van deMinister ook steunt. Daarover zou ik ook een motie willen indienen. Ik zoudus een tweeminutendebat willen aanvragen.Dan CSDDD. Ik heb de antwoorden van de Minister daarover beluisterd. Ikvraag me af of de Minister kan toezeggen dat ze de inzet en de doelen,zoals we die ook in moties hebben vastgelegd, overeind wil proberen tehouden. Je moet dan uiteraard ook bekijken waar de regelgeving minderzou kunnen. Maar het gaat erom dat datgene wat de Kamer ook inmeerderheid als wens heeft uitgesproken, nog wel echt de inzet is. Datzou ik graag willen horen.Dan de Wet zorgplicht kinderarbeid, die al door de Tweede en EersteKamer is gekomen. De Minister geeft aan dat die de CSDDD zouvervangen. Maar juist door de afzwakking van de CSDDD – misschienkomt er zelfs nog een verdere afzwakking – is deze wet nu op een aantalpunten strenger dan de wet rond de CSDDD. Kan deze dus ook alsaanvulling gelden? Mijn vraag is of de Minister dit herkent en daar in iedergeval naar zou willen kijken. Het zou namelijk jammer zijn als wij ook opdat punt, waarover de Tweede en de Eerste Kamer zich al hebbenuitgesproken en waarvoor er al een wet ligt, een stap terug gaan doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315035 Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Ceder. Dan mevrouw Kamminga.Mevrouw Kamminga (VVD):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor haar beantwoording. Mijncollega zei het ook al: ik denk dat het goed is dat we zo eenduidig mogelijk– en dan heb ik het niet alleen over Nederland, maar ook over de EU –opereren richting de VS. We moeten met name bekijken wat we kunnendoen om tarieven op tarieven te voorkomen. Daarvoor moeten we allesop alles zetten, want echt niemand wordt daar beter van.Waar ik nog wel even specifiek aandacht voor wil vragen, zijn de indirectegevolgen van deze tarieven; die kwamen in de eerste termijn wat minderaan de orde. We hebben het natuurlijk heel veel gehad over de directeimpact. Dat is na gisteren ook logisch. Maar ik denk dat heel veelbedrijven en ondernemingen wellicht ook de secundaire effecten ervaren.Dan gaat het ook over het punt van het vestigingsklimaat. De VVD heeftzorgen over het volgende: gaat dit er niet toe leiden dat bedrijven hetgunstiger gaan vinden om zich in de VS zelf te vestigen of om daar tegaan produceren? Ik ben wel nieuwsgierig of de Minister bereid is omtijdens de Raad ook aandacht te vragen voor dat risico.De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Ram.De heer Ram (PVV):Dank u wel, voorzitter. De PVV blijft zich zorgen maken over de gevolgenvan deze handelsoorlog. Dan heb ik het met name over het feit dat deNederlandse burger en het Nederlandse bedrijfsleven niet wordengecompenseerd. Daar willen wij in het tweeminutendebat ook een motieover indienen.Een ander punt gaat over de verdere versimpeling van de CSDDD en deOmnibusregelingen. Wij willen graag extra inzet op het verder versim-pelen hiervan, verder dan wat de Europese Unie nu voorstelt. Daarinzitten nog een aantal knelpunten. Daar zal ik in het tweeminutendebat ooknog even op terugkomen.De voorzitter:Dan meneer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Veel dank voor de beantwoording. Wat Forum voor Democratie betreft zijnde sancties die de Europese Unie wil opleggen aan Amerika zeker niet inhet Nederlandse belang. Ik begrijp helaas dat de Minister het sanctie-pakket waar de Europese Unie waarschijnlijk mee komt, gaat steunen. Datbetekent natuurlijk welvaartsverlies in Nederland. Juist Nederland, datveel handelt met de VS en ook een handelsoverschot heeft, zou er nu veelbeter aan doen om «bilateraal te gaan», om het zo maar te zeggen. Datzien we ook aan het Verenigd Koninkrijk, dat dit wel kan doen omdat hetniet in de Europese Unie zit. Die hebben heffingen van maar 10%opgelegd gekregen, terwijl wij straks met heffingen van 20% te makenkrijgen. Dat is een fantastisch voorbeeld waarin je ziet dat het veel beterzou zijn als Nederland zijn eigen plan zou trekken. Sommige landenbinnen de Europese Unie doen dat ook. Hongarije is natuurlijk een bekendvoorbeeld. Wat ons betreft is dat heel duidelijk in het Nederlandse belang.Daarin zijn we het dus niet eens met het kabinet. Het kabinet zegt: wemoeten de Europese eenheid bewaken en doen wat de Europese Unie wil.Dat vinden wij heel jammer. Daar willen wij in het tweeminutendebat eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315036 motie over indienen. Daarin roepen we de regering op om de sancties dieer gaan komen vanuit de Europese Unie, niet te steunen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Wijzijn heel blij dat u samen met de EU optrekt in deze moeilijke tijden; wehebben elkaar hard nodig. Dit zal veel impact hebben op alle sectoren inNederland. Daar zullen we ook een motie over indienen. Het zou ook mooizijn als we de impact zouden kunnen vergelijken met andere landen, zodatwe ook weten of het ene land zwaarder getroffen wordt dan het andereland. Daarnaast zullen we ook een motie indienen over de Chinesepakketjes en de omzeiling met betrekking tot de handel, als steuntje in derug voor de Minister.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik even naar mevrouw Kamminga. Wilt u streng zijnop mijn anderhalve minuut spreektijd?Voorzitter: KammingaDe voorzitter:Uiteraard. Ik geef u het woord, mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u wel. Heel veel dank aan de Minister voor de uitgebreide beant-woording van de vragen. Wij zijn heel blij met de volledige steun voor eeneensgezind Europa. Wij vinden wel dat er een signaal moet wordenafgegeven richting de landen die die eensgezindheid wat ons betreftondermijnen. Daar zullen wij in het tweeminutendebat ook een motie voorindienen, specifiek ten aanzien van Hongarije.Als laatste wil ik toch even duidelijk maken dat het mij echt zorgen baarthoe er op dit moment over de CSDDD en de Omnibus wordt gesproken.Er worden voortdurend woorden gebruikt die verdoezelen wat hierwerkelijk aan de hand is. Wij zullen in de komende debatten dan ook terugblijven komen op onze zorgen, namelijk dat deze Omnibusvoorstellen echtondermijnend zijn als het gaat over het werk van de afgelopen 50 jaarrond ketenverantwoording.Dank u wel.De voorzitter:Dank.Voorzitter: HirschDe voorzitter:Heeft u behoefte aan een schorsing voor uw tweede termijn? Nee? Dangeef ik u het woord, Minister.Minister Klever:Voorzitter. Er waren nog een paar vragen. De heer Ceder vraagt of ik mij erbij de onderhandelingen over de CSDDD voor inzet om die regeldruk teverminderen, waarbij de doelstelling blijft om zo veel mogelijk ... Nee, nouzeg ik het helemaal verkeerd. Ik kan toezeggen dat ik mij ervoor inzet datdie CSDDD-wijzigingen regeldruk verminderen en dat de oorspronkelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315037 doelstellingen zo veel mogelijk overeind zullen blijven. Als ik het op diemanier zeg, kan ik dit toezeggen.De voorzitter:Gaat u door.Minister Klever:Dan heeft de heer Ceder ook nog een vraag over de Wet zorgplichtkinderarbeid. Het kabinet blijft voorstander van een brede, gepaste,Europese zorgvuldigheidsverplichting. Dat is in het belang van een gelijkspeelveld. Daar komt kinderarbeid ook in terug als dat een risico is in deketen. Het gelijke speelveld vindt het kabinet dus ook erg belangrijk. Maardie kinderarbeid komt daar dus in terug.Mevrouw Kamminga vroeg aandacht voor de indirecte gevolgen van detarieven. Ik ben het met haar eens dat die er zeker zullen zijn. Het is alleenheel lastig om die in kaart te brengen, omdat je ook niet weet of dehandelsstromen zich gaan verleggen of wat dan ook. Maar ik ben zekerbereid om die zorgen in de RBZ ook onder de aandacht te brengen. Ik deelook de zorgen over het vestigingsklimaat, over de kans dat Europesebedrijven zich in de VS gaan vestigen. Ik ben ook bereid om die onder deaandacht te brengen.Verder zijn er een aantal moties aangekondigd en zijn er volgens mij geenvragen meer gesteld.De voorzitter:Dat klopt. Dan ga ik nu naar de toezeggingen. Ik heb twee toezeggingenvan de Minister.–De Minister informeert de Kamer binnen enkele weken over deonderbouwing van de tarieven van de Amerikaanse regering. Dat iseen toezegging aan het lid Ram.–De Minister doet navraag bij haar collega’s van Infrastructuur enWaterstaat en van Economische Zaken over de uitvoering van demotie-Boswijk c.s. over de afhankelijkheid van China voor elektrischevoertuigen en informeert de Kamer daarover in het verslag van dezeextra Raad Buitenlandse Zaken Handel. Dat is een toezegging aanmeneer Boswijk.Is dat akkoord? Ik zie dat meneer Ram een vraag heeft.De heer Ram (PVV):Volgens mij waren er twee toezeggingen aan mij. De ene ging over dedoorrekening van de economische gevolgen en de andere ging over deonderbouwing van waar Trump mee kwam. Klopt dat?De voorzitter:Wij hebben alleen de toezegging over de onderbouwing genoteerd. Overde doorrekening heeft de Minister wel iets gezegd, maar ik weet niet meerprecies wat.Minister Klever:Die doorrekening komt ook naar de Kamer, dus dat is ook een toezegging.De voorzitter:Heeft u daar een tijdpad bij?Minister Klever:Enkele weken. Ja, het is een beetje afhankelijk van wanneer het CPB diedoorrekening klaar heeft. Maar zodra die klaar is, komt die naar de Kamer.De voorzitter:Kunnen we die verwachten voor het debat hierover? Dat lijkt mij logisch.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315038 De heer Ram (PVV):Het is een dringende oproep.Minister Klever:Het probleem is dat ik dat niet zelf in de hand heb, dus dat kan ik niettoezeggen.De voorzitter:Zijn we daar tevreden mee? Ja, oké. Het is wel een toezegging dat dienaar ons toekomt. Heel veel dank. Dan hebben we om 13.10 uur eentweeminutendebat, dus we zien elkaar over een halfuur in de plenairezaal. Ik sluit hierbij de vergadering.Sluiting 12.38 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 315039

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4b389ffe5cb3e630

14 okt 2026 · 8673c6ef0c7a8fe5

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingRaad Buitenlandse Zaken Handel
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 april 2025, over Raad Buitenlandse Zaken Handel

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.