Geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad, 8-9 december 2025
Brontekst
Versie 38f5ff0b7e880bc3 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 317JBZ-RaadNr. 978 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID, DEMINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE EN DE STAATSSECRETARISVAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 november 2025Hierbij bieden wij, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties, uw Kamer de geannoteerde agenda aan van de RaadJustitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) van 13-14 oktober a.s. inLuxemburg. De Minister van Justitie en Veiligheid, de Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid en de Minister van Asiel en Migratie zullen hieraandeelnemen.Daarnaast informeren wij uw Kamer over de volgende onderwerpen.Asiel- en migratie thema’s:SolidariteitsmechanismeInmiddels is de eerste cyclus van het solidariteitsmechanisme van startgegaan. Op 11 november 2025 heeft de Europese Commissie (hierna:Commissie) de Mededeling Europees jaarverslag asiel en migratie1, hetUitvoeringsbesluit ter bepaling van de lidstaten waar sprake is vanmigratiedruk, van een risico van migratiedruk of van een significantemigratiesituatie2 en een voorstel voor een Uitvoeringshandeling van deRaad tot vaststelling van de jaarlijkse solidariteitspool gepubliceerd. DeUitvoeringshandeling wordt, conform artikel 12 lid 6 van de Asiel- enmigratiebeheerverordening (hierna: AMMR), openbaar op het moment datde Raad overeenstemming over de inhoud heeft bereikt. Het kabinet zalhet voorstel van de Commissie voor de Uitvoeringshandeling vertrou-welijk aan uw Kamer ter beschikking stellen. De andere stukken zijn1COM(2025) 795 final.2Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/2323 van de Commissie van 11 november 2025 overeenkomstigartikel 11 van Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad (PB L,2025/2323, 14.11.2025). kst-32317-978ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9781 gevoegd bij deze brief. Onderstaand vindt u de kabinetsappreciatie vandeze stukken.Mededeling van de Europese Commissie over het Europees jaarverslagover asiel en migratieHet jaarverslag geeft een overzicht van de migratiesituatie in de EuropeseUnie (hierna: EU). Het verslag bevat onder meer gegevens over asielaan-vragen en beslissingen, irreguliere grensoverschrijdingen, secundairemigratie binnen de EU, opvangcapaciteit, de toepassing van de Dublinver-ordening, het aantal verzoeken om internationale bescherming, derde-landers en terugkeerbesluiten en ontschepingen na opsporings- enreddingsoperaties (SAR). De inzichten uit het jaarverslag wordenmeegewogen in de bepaling van lidstaten met migratiedruk.De Commissie schetst dat in de periode juli 2024 – juni 2025 de migratie-cijfers voor de EU op belangrijke onderdelen zijn gedaald vergeleken methet voorgaande jaar. Irreguliere aankomsten in de EU (daling 35%), hetaantal aanvragen voor internationale bescherming (daling 21%) en desecundaire migratie binnen de EU (daling ongeveer 25%) zijn afgenomen.Voor Nederland, evenals voor Duitsland, Frankrijk, België en Italië, geldtdat er een groot aantal irreguliere secundaire grensoverschrijdingengeconstateerd zijn. Nederland heeft tevens een relatief hoog aantaluitgaande Dublinoverdrachten, evenals Duitsland en Frankrijk. Ook heeftNederland een relatief hoog aantal aanvragen voor internationalebescherming van alleenstaande minderjarige vreemdelingen.Het jaarverslag bevat tevens een bijlage waarin wordt ingegaan op destand van zaken rond de implementatie van het Pact (state of play). HetEU-brede beeld is dat er met name uitdagingen zijn betreffende Eurodac,de grensprocedure, screening, opvangcapaciteit, het toezichtmechanismeen juridische bijstand. De Commissie geeft aan dat Nederland op schemaligt. Aandachtspunten voor Nederland zijn de opvangcapaciteit en devoorraden in de asielprocedure. Dat is niet nieuw. In het vorige rapportover de stand van zaken van juni 2025 werd de opvangcapaciteit alaangestipt. Het noodplan dat Nederland bij het Europese asielagentschap(hierna: EUAA) heeft ingediend wordt momenteel, in samenwerking metde EUAA, op enkele punten verbeterd. Verder stelt de Commissie datNederland goed op weg is met de benodigde aanpassingen van denationale wetgeving ter implementatie van het Migratiepact.KabinetsappreciatieMet betrekking tot het jaarverslag neemt het kabinet kennis van deinzichten die daarin beschreven staan. Het succes van het Pact hangt afvan goede implementatie door alle lidstaten. Dat is een grote uitdaging.Het is daarom van belang dat de lidstaten onderling goed zicht hebbenop, en in gesprek blijven over, de voortgang van deze implementatie. Hetkabinet vindt het daarom positief dat de Commissie wederom over destand van zaken van de implementatie rapporteert en daarbij ook opconcrete uitdagingen in verschillende lidstaten ingaat. Nederland heeftsteeds ingezet op dergelijke monitoring door de Commissie. Het kabinetonderschrijft het beeld van de Commissie dat Nederland op schema ligtbij de implementatie van het Pact. Met betrekking tot de gesignaleerdeaandachtspunten zet het kabinet de nodige stappen om de druk op deopvang en asielprocedure te verlichten. Het kabinet zet daartoe in opmeerdere sporen, waaronder maatregelen om te komen tot een lageraantal aankomsten en het efficiënter maken van de procedure. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9782 implementatie van het Pact biedt hier handvatten voor. Hierover bent ueerder geïnformeerd in antwoord op de Kamervragen van lid Koekkoek.3De volledige en effectieve implementatie van het Pact blijft voor hetkabinet een belangrijk aandachtspunt, met name ook op het gebied vande versterking van de buitengrenzen. Het kabinet blijft er daarom opinzetten dat vertragingen en knelpunten regelmatig op politiek niveauworden besproken en geadresseerd. Wat het kabinet betreft is devoortgangsrapportage van de Commissie de leidraad aan de handwaarvan concrete acties worden uitgezet om deze uitdagingen teadresseren.Uitvoeringsbesluit ter bepaling van de lidstaten waar sprake is vanmigratiedruk, van een risico van migratiedruk of van een significantemigratiesituatieIn het Uitvoeringsbesluit stelt de Commissie vast in welke categorielidstaten terecht komen voor de werking van het solidariteitsmechanisme.Italië, Griekenland, Spanje en Cyprus worden aangemerkt als lidstatenwaar sprake is van migratiedruk. Voor Griekenland en Cyprus is dit metname vanwege het relatief hoge aantal irreguliere grensoverschrijdingenen aanvragen voor internationale bescherming. Italië en Spanje wordenaangemerkt als lidstaten waar sprake is van migratiedruk door het hogeaantal ontschepingen na opsporings- en reddingsoperaties (SAR). Ditbetekent dat deze lidstaten een beroep kunnen doen op solidariteit.Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Bulgarije, Estland, Ierland, Kroatië,Letland, Litouwen, Polen en Finland zijn aangemerkt als lidstaten waarsprake is van een risico op migratiedruk. Hiervoor draagt de Commissieuiteenlopende redenen aan, waaronder irreguliere aankomsten vanuit deWestelijke Balkan (Kroatië en Bulgarije), secundaire migratie van personendie internationale bescherming aanvragen, hetgeen leidt tot druk op deopvangcapaciteit (Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Ierland) enhybride dreigingen (Estland, Letland, Litouwen, Polen en Finland). Dezelidstaten krijgen voorrang in de toegang tot de EU Migration SupportToolbox, waar onder andere aanspraak kan worden gemaakt optechnische, operationele vanuit de Europese agentschappen en financiëlesteun. Om tegemoet te komen aan de druk die lidstaten de afgelopenjaren hebben ervaren door secundaire migratie heeft de Commissie in hetbesluit de mogelijkheid opgenomen om Dublinzaken die niet kondenworden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat mee te latentellen voor de solidariteitsbijdrage als daar bilateraal toe wordtovereengekomen.Bulgarije, Tsjechië, Estland, Kroatië, Oostenrijk en Polen hebben eensignificante migratiesituatie vanwege een hoog aantal Oekraïenseontheemden (Bulgarije, Polen, Tsjechië, Estland), migrantensmokkel(Kroatië) en het grote aantal (ingewilligde) asielaanvragen (Oostenrijk).Deze lidstaten kunnen bij de Europese Commissie een verzoek doen voor(gehele of gedeeltelijke) vermindering van hun solidariteitsbijdrage,waarover vervolgens de Raad een besluit neemt.Daarnaast benadrukt de Commissie in het besluit dat bijdragendelidstaten niet verplicht zijn uitvoering te geven aan hun toezeggingen ofverantwoordelijkheidscompensaties (offsets) toe te passen ten aanzienvan de begunstigde lidstaat, indien in die lidstaat systemische tekortko-mingen vastgesteld worden. Hierbij verwijst de Commissie specifiek naarde tekortkomingen in Griekenland en Italië met betrekking tot de3Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 2758.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9783 uitvoering van het Dublinacquis. De Commissie zal daarom op 12 juli (éénmaand na inwerkingtreding van het Pact) en 15 oktober (publicatiejaarverslag 2027) vaststellen of de huidige situatie aanhoudt en daarmeesprake is van systematische tekortkomingen.KabinetsappreciatieBalans tussen verantwoordelijkheid en solidariteit is essentieel voor dewerking van het Pact. Het kabinet verwelkomt dan ook het feit dat deCommissie ziet dat landen zoals Nederland druk op de opvangvoorzie-ningen ervaren als gevolg van secundaire migratie en dat met ditUitvoeringsbesluit stappen worden gezet om het niet-functionerendeDublinsysteem aan te pakken. Het kabinet beschouwt de aangenomenmotie Eerdmans/Van Hijum4 dan ook als afgedaan. Allereerst is het eenbelangrijke stap in de goede richting dat de Commissie duidelijk markeertdat snel na inwerkingtreding van het Pact systemische tekortkomingenzullen worden vastgesteld indien lidstaten de Dublinregels gebrekkigblijven implementeren. Het kabinet blijft zich inzetten voor het hervattenvan Dublinoverdrachten. Mocht er echter niet tijdig verbetering optreden,dan zal het kabinet gebruik maken van de mogelijkheid om geenuitvoering te geven aan toezeggingen of verantwoordelijkheidscompen-satie ten aanzien van lidstaten met systemische tekortkomingen. Hetkabinet staat ook positief tegenover de mogelijkheid die de Commissiebiedt om Dublinzaken die niet konden worden overgedragen in overeen-stemming met de lidstaten onder migratiedruk mee te laten tellen voor desolidariteitsbijdrage. Hiermee wordt erkenning gegeven aan de gevolgendie het niet-naleven van Dublin in de afgelopen jaren heeft gehad voor demigratiedruk in Nederland. Hierbij is het voor het kabinet van belang datdeze mogelijkheid ook tot effect leidt.Uitvoeringshandeling van de Raad tot vaststelling van de jaarlijksesolidariteitspoolTevens heeft de Commissie een voorstel gedaan voor een Uitvoeringshan-deling van de Raad tot vaststelling van de jaarlijkse solidariteitspool. Ditbetreft de omvang en verdeling van de solidariteitspool. Ingevolgeartikel 12 van de AMMR wordt de Uitvoeringshandeling openbaar zodrade Raad overeenstemming over de inhoud heeft bereikt. Het kabinet zalhet voorstel van de Commissie vertrouwelijk aan uw Kamer terbeschikking stellen. De omvang van het jaarlijkse voorstel van deCommissie voor de solidariteitspool dient ingevolge artikel 12 van deAMMR minimaal 30.000 herplaatsingen of € 600 miljoen te zijn. Over dedaadwerkelijke omvang van de solidariteitspool en de Nederlandsebijdrage hieraan zal de komende periode verder gesproken worden inaanloop naar een Raadsbesluit. Het aandeel van elke lidstaat is gebaseerdop het bruto binnenlands product en de bevolkingsomvang.5 DeCommissie heeft het aandeel van Nederland vastgesteld op 5,2%. Deuiteindelijke bijdrage van Nederland is afhankelijk van de omvang ensamenstelling van de solidariteitspool, de vaststelling van systemischetekortkomingen en het eventuele aantal offsets.KabinetsappreciatieNederland zal, conform het regeerprogramma, een financiële bijdragetoezeggen. De inzet van het kabinet is er op gericht dat de omvang van desolidariteitspool realistisch is en recht doet aan de bevindingen uit hetjaarverslag. Het solidariteitsmechanisme is er om lidstaten die onder druk4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-20, nr. 23065Artikel 66 van de asiel- en migratiebeheerverordening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9784 staan te verlichten en moet lidstaten daarom niet verder onder drukzetten. Verder zet het kabinet er op in dat met de verdeling van solidariteitrecht wordt gedaan aan de gevolgen voor Nederland van secundairemigratie en het niet werkende Dublinsysteem.Compromisvoorstel Digital Travel CredentialOp 8 oktober 2024 heeft de Europese Commissie twee voorstellengepubliceerd ter regulering en harmonisering van het gebruik van hetzogeheten Digital Travel Credential (DTC), middels een EU-reisapplicatie,binnen de Europese Unie. Een DTC betreft een digitale representatie vanhet reisdocument, welke belangrijke gegevens, zoals naam, geboorte-datum, nationaliteit en een gezichtsopname bevat. Het doel van een DTCis om processen op en rond de grens effectiever en efficiënter uit tekunnen voeren en reizigers te faciliteren. De inhoudelijke stappen binnenhet grenscontroleproces blijven ongewijzigd, maar de uitvoering entiming verschuiven naar voren. Nederland heeft het voorstel in hetalgemeen kunnen verwelkomen.Uw Kamer is middels een BNC-fiche6 geïnformeerd over de positie vanhet kabinet ten aanzien van het voorstel. Op 19 november jl. werd inCoreper overeenstemming bereikt over een algemene oriëntatie,waarmee overgegaan kan worden tot de start van triloogonderhande-lingen met het Europees Parlement. Nederland heeft ingestemd met hetvoorstel. Zoals toegelicht in het BNC-fiche, stond het kabinet positieftegenover het voorstel van de Europese Commissie. Nederland heeft zichin de onderhandelingen ingezet voor een aantal aanvullende en operati-onele voorwaarden. De voorgestelde algemene oriëntatie waarborgt dedoeltreffendheid en doelmatigheid van grenscontroles en bevordert demobiliteit van reizigers. Het compromis onderstreept het belang vaninteroperabiliteit tussen de DTC en bestaande en toekomstigegrensbeheer- en reissystemen, zoals het Entry Exit Systeem (EES) en hetEuropees Reis en Autorisatie Systeem (ETIAS). Daarnaast voorziet de tekstin een duidelijke grondslag voor biometrische verificatie en een verduide-lijking rondom de biometrische processen bij het aanmaken en gebruikenvan de DTC en mogen reisgegevens, in lijn met de AVG, tot 24 uur naargrenspassage bewaard worden. Het Kabinet verwelkomt deze aanvul-lende waarborgen. Verder is tegemoet gekomen aan het standpunt vanhet kabinet voor zowel een duidelijke afbakening van de verantwoordelijk-heden ten aanzien van de AVG, alsmede voor een gedeelde verantwoor-delijkheid ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens. Ook isuitvoering gegeven aan het kabinetsstandpunt dat moet wordenvoorkomen dat paspoorthouders uit derde landen worden uitgesloten vanhet aanmaken en gebruiken van de DTC, en is er ten aanzien van detechnische systeemgereedheid een rol opgenomen voor de ManagementBoard van eu-LISA.Zoals opgenomen in het BNC-fiche waarborgt de DTC de doeltreffendheiden doelmatigheid van grenscontroles en faciliteert het reizigers. Hetkabinet hecht aan effectieve en efficiënte grenscontroles met oog voor hetfaciliteren van bonafide reizigers. In ogen van het kabinet biedt dealgemene oriëntatie hiervoor voldoende waarborgen. Het kabinetverwelkomt daarom de beoogde aanname van de algemene oriëntatiedoor de Raad. Het kabinet verkeert nog in afwachting van de positie vanhet Europees Parlement.6Fiche 2: Verordening EU-reisapplicatie (Kamerstuk 22 112, nr. 3982)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9785 Voorstel voor een Unieplan voor hervestiging en humanitaire toelating2026–2027Op 11 november jl. heeft de Commissie een voorstel uitgebracht voor heteerste Unieplan onder de Uniekaderverordening voor hervestiging entoelating op humanitaire gronden (EU) 2024/1350 (hierna: Hervestigings-verordening).7De Hervestigingsverordening biedt een basis voor veilige en gereguleerdeoverkomst naar Europa voor kwetsbare mensen die internationalebescherming nodig hebben en draagt bij aan het versterken van de EUsamenwerking met derde landen, inclusief de samenwerking in de strijdtegen mensensmokkel en op het gebied van terugkeersamenwerking. DeHervestigingsverordening maakt deel uit van het Europees Asiel- enMigratiepact. Anders dan de overige verordeningen van het pact is deHervestigingsverordening al per 11 juni 2024 van toepassing geworden.De daadwerkelijke uitvoering op grond van de Hervestigingsverordeningstart evenwel per 1 januari 2026, wanneer het door de Commissieaangekondigde tweejarige Unieplan 2026–2027 in werking treedt.8Het voorgestelde Unieplan 2026–2027 is gebaseerd op de vrijwilligebijdragen van negen lidstaten en voorziet in de hervestiging en humani-taire toelating van in totaal 15.230 kwetsbare mensen die internationalebescherming nodig hebben vanuit opvanglanden buiten Europa.9 HetUnieplan focust daarbij op de voornaamste migratieroutes naar de EU – teweten landen langs de Mediterrane en Atlantische routes – in lijn met deroute-gebaseerde aanpak, en verder op landen in Centraal- en Latijns-Amerika, evenals landen waarmee de EU of lidstaten toewerken naarbredere migratie samenwerking.Nederland is een van de lidstaten die bijdragen aan het Unieplan.Nederland steunt een meer gestructureerde benadering van de EU metbetrekking tot veilige gereguleerde routes naar bescherming en deverdere integratie van hervestiging in strategische dialogen met poten-tiële partnerlanden. Het inmiddels demissionaire kabinet heeft eenbijdrage toegezegd in overeenstemming met de eerder vastgestelde inzetop grond van het nationaal quotum (200 hervestigde vluchtelingen perjaar) en de inzet op hervestiging in het kader van migratiesamenwerkingmet derde landen (EU-Turkije Verklaring) van 500 hervestigde vluchte-lingen per jaar: in totaal 1.400 hervestigers in de periode 2026–2027. Debijlage met specifieke bijdragen van lidstaten is vanwege de vertrouwe-lijkheid niet openbaar beschikbaar, maar Nederland staat met detoegezegde bijdrage op de vierde plek.De inzet van Nederland onder het nationale quotum richt zich met nameop de regio van het Midden Oosten en Noord-Afrika en de CentraalMediterrane route. Met in acht name van de jaarlijkse UNHCR hervesti-gingsprioriteiten, de EU prioriteiten en nationale belangen, is de Neder-landse inzet in 2026 gericht op het uitvoeren van hervestiging uit Egypte(vluchtelingen uit Sub-Sahara Afrika), het Emergency Transit Mechanismin Rwanda voor uit Libië geëvacueerde vluchtelingen, en uit Turkije(Afghaanse vluchtelingen). Daarnaast wordt een beperkt aantal plaatsen7Verordening (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 totvaststelling van een Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden, en totwijziging van Verordening (EU) 2021/1147.8Zie o.a. Brief inzake Beleidskaders hervestiging 2024 en 2025, 18 december 2024, TweedeKamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 3324.9Proposal for a Council Implementing Decision on the Union Resettlement and HumanitarianAdmission Plan (2026–2027), COM (2025) 702 final.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9786 toegewezen aan de reservering voor ongeoormerkte zaken, voor hethervestigen van individuele urgente zaken.Na goedkeuring door de Raad kan de uitvoering van het Unieplan vanstart gaan.Justitie- en veiligheidsthema’s:Voortgang onderhandelingen EU aangaande het EBSPOp 29 september 2025 heeft het kabinet de kabinetsappreciatie aangaandede «Aanbeveling onderhandelingsmandaat voor de Europese Commissieinzake het Enhanced European Border Security Partnership» met deStaten-Generaal gedeeld.10 Het Deense voorzitterschap van de Raad isvoornemens om deze aanbeveling begin december te agenderen opCoreper II. Hierna zal de aanbeveling op de volgende JBZ-Raad wordengeagendeerd ter besluitvorming. Met deze brief wordt uw Kamer op dehoogte gebracht van de huidige stand van zaken rondom de inzet vanNederland gedurende de onderhandelingen en het vervolg van het procesde komende weken.AanleidingZoals reeds vermeld hebben de Verenigde Staten van Amerika (hierna:VS) een nieuwe voorwaarde gesteld aan de deelname aan het Ameri-kaanse visumvrijstellingsprogramma (hierna: VWP). De nieuweverplichting houdt in dat met de VS een «versterkt partnerschap voorgrensbeveiliging» (Enhanced European Border Security Partnership,hierna: EBSP) moet worden gesloten. Het voorstel ziet op de uitwisselingvan informatie inzake het overschrijden van de buitengrenzen van delidstaten en van de VS door reizigers. De Europese Commissie zal namensde lidstaten de onderhandelingen voeren met de VS voor een kaderover-eenkomst. Dit zal de basis vormen voor bilaterale afspraken in het kadervan het VWP. De VS hebben aangegeven vanaf 2027 te willen toetsen oflidstaten aan deze voorwaarde van het EBSP voldoen. De Commissiewenst daarom voor het einde van 2026 de onderhandelingen met de VSover de kaderovereenkomst af te ronden. Op 23 juli jl. presenteerde deCommissie een concept onderhandelingsmandaat dat richtsnoeren bevatvoor de aanstaande onderhandelingen over de kaderovereenkomst. Dekabinetsappreciatie d.d. 29 september jl. had betrekking op dit voorstelvan de Commissie. Sinds 23 juli jl. hebben er onderhandelingen plaatsge-vonden in de Raad van de EU (hierna: de Raad). Gedurende dezeonderhandelingen in de Raad heeft Nederland gehandeld conform dekabinetsappreciatie.Inzet van Nederland in de RaadGedurende de onderhandelingen heeft Nederland het belang van eengecoördineerde aanpak van de Commissie om namens de Raad met deVS te onderhandelen over een kaderovereenkomst aangaande het EBSPbenadrukt. Hierbij heeft Nederland ook aangegeven dat coördinatie ookwenselijk blijft wanneer de kaderovereenkomst gereed is en de onderhan-delingen met de VS starten over aanvullende bilaterale overeenkomstenmet de lidstaten.Zoals in de eerdere appreciatie benoemd, was de exacte omvang enreikwijdte van de overeenkomst en de uit te wisselen informatie bij destart van de onderhandelingen over het mandaat lastig in te schatten.10Kamerstukken II, 2025–26, 32 317, nr. 973Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9787 Hierop is voortgang geboekt. Zo zijn in het voorstel extra maatregelen terbescherming van de uit te wisselen gegevens opgenomen. Het kabinet ishier positief over. Ook zijn extra onderdelen in de onderhandelingsover-eenkomst opgenomen inzake de wederkerigheid van het uitwisselen vangegevens tussen de EU en de VS, waarbij ook expliciet gemaakt is wat ergebeurt als één van de partijen niet aan de eisen van het EBSP kanvoldoen. Het kabinet verwelkomt deze aanvullingen. Indien een lidstaatniet voldoet aan de door de VS betreffende het EBSP gestelde voorwaardevoor deelname aan het VWP, kunnen de VS visummaatregelen gaantreffen, zoals het uitsluiten van het VWP van de desbetreffende lidstaat.Een gevolg daarvan kan in het uiterste geval dan zijn dat de EU op basisvan wederkerigheid ook de visumplicht voor de VS gaat invoeren.Ten aanzien van de doelbinding van de uitwisseling van de gegevens zijnook verbeteringen in het voorstel opgenomen, zoals rondom eventueleoverlap met andere overeenkomsten met de VS. De discussie hierover isnog niet afgerond en loopt naar verwachting door tot de laatste fase vande onderhandelingen. Nederland blijft daarom inzetten op een duidelijkereikwijdte en doelbinding, die tevens proportioneel zijn. De huidige tekstbevat voorts verduidelijkingen over de inkadering van de verstrekking vangegevens, binnen de strenge eisen die voortvloeien uit de relevanteEU-regelgeving, zoals het kabinet ook als voorwaarde had benoemd inzijn appreciatie. Het kabinet kan zich vinden in die verduidelijkingen.Hiernaast heeft Nederland in de Raad aandacht gevraagd voor het tijdpadwaarop aan de door de VS gestelde voorwaarde voldaan zou moetenworden.ProcesZoals hierboven aangegeven heeft het Deense voorzitterschap van deRaad laten weten de aanbeveling begin december a.s. te willen agenderenop Coreper II. Tot die tijd zal binnen de Raad nog onderhandeld wordenover de aanbeveling. Na bespreking in Coreper II zal de aanbeveling op devolgende JBZ-Raad worden geagendeerd. Het Europees Parlement (EP)moet uiteindelijk ook via een consultatieprocedure instemmen met dekaderovereenkomst tussen de EU en de VS.Nadat de kaderovereenkomst tussen de EU en de VS is vastgesteld, breektde fase aan waarin alle lidstaten, dus ook Nederland, met de VS bilateraleonderhandelingen zullen voeren. Wanneer dit zal zijn, is op dit momentnog niet duidelijk. Het kabinet zal uw Kamer van de verdere ontwikke-lingen op de hoogte houden, ook gelet op het feit dat uw instemmingvereist is voordat deze toekomstige bilaterale overeenkomst met de VS inwerking kan treden.Kopgroep contraterrorisme ontbijtVoorafgaand aan de JBZ-Raad vindt op 8 december 2025 een ontbijtbij-eenkomst van de kopgroep terrorismebestrijding plaats, op initiatief vanBelgië. Tijdens deze bijeenkomst spreken België, Denemarken, Duitsland,Finland, Frankrijk, Nederland, Oostenrijk, Spanje, Zweden en de EUContraterrorismecoördinator over recente geopolitieke ontwikkelingen ende implicaties daarvan op de interne veiligheid van de EU en opcontraterrorisme.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9788 Overig:Ministeriële conferentie Straatsburg over het EVRMOp 10 december zal op initiatief van de Secretaris-Generaal van de Raadvan Europa een ministeriële conferentie plaatsvinden. Op de ministeriëleconferentie zal gereflecteerd worden op de interactie tussen de garantiesdie het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: Verdrag)biedt en de maatregelen die de lidstaten nemen om migratie te beheersenen de openbare veiligheid te handhaven. Het doel van deze reflectie is omopdracht te geven aan het Comité van Ministers (hierna: CM) om tot eenpolitieke verklaring te komen voor de ministeriële vergadering van het CMin Chisinau in mei 2026, die verdere duiding geeft aan hoe de partijen vanhet Verdrag uitleg geven aan het Verdrag. De inzet van het kabinet is datdeze verklaring de status van een interpretatieve verklaring heeft endaarmee de interpretatie van het Verdrag op het gebied van asiel- enmigratiebeleid verder inkadert. De Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid zal namens Nederland deelnemen aan de conferentie op10 december. Over de uitkomsten van de conferentie zal uw Kamer in hetVerslag van de JBZ-Raad van 8 en 9 december geïnformeerd worden.De Minister van Justitie en Veiligheid,F. van OostenDe Minister van Asiel en Migratie,D.M. van WeelDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. RutteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9789 Geannoteerde agenda van de bijeenkomst van de Raad Justitie enBinnenlandse Zaken, 8 en 9 december 2025 I. Binnenlandse Zaken 1. Terugkeerverordening (Gedeeltelijke) algemene oriëntatieHet Voorzitterschap streeft ernaar de Raad te vragen in te stemmen meteen (gedeeltelijke) algemene oriëntatie ten aanzien van het voorstel vooreen Terugkeerverordening. Op het moment van schrijven zijn de onder-handelingen nog gaande en is het onduidelijk hoe het uiteindelijkecompromisvoorstel van het Voorzitterschap eruit komt te zien.Het kabinet is, net als het Voorzitterschap ambitieus, om snel tot eenonderhandelingsmandaat van de Raad te komen. Het is van groot belangdat er snel een nieuw juridisch kader komt voor het terugkeerproces in deEU dat meer terugkeer effectueert. Het grootste discussiepunt in de Raadis de wederzijdse erkenning en uitvoering van terugkeerbesluiten. Positiesvan lidstaten lopen uiteen over het al dan niet verplicht maken van detoepassing van deze concepten. Het Voorzitterschap zoekt naar eencompromis om beide richtingen tegemoet te komen, waarbij verschil-lende varianten de revue passeren. Zo wordt gedacht aan een gradueleovergang naar verplichte toepassing op basis van objectievevoorwaarden. Voor Nederland is het van belang dat de uitkomstvoldoende recht doet aan de uitvoering en het terugkeerproces in de EUeenvoudiger en efficiënter wordt. Voorts is het voor het kabinet vanessentieel belang dat de uitkomsten van de onderhandelingen conform deinzet van het BNC-fiche bevredigend zijn. Het gaat dan om de toetsing vanhet beginsel van non-refoulement in de terugkeerprocedure, meermogelijkheden om terugkeer te bevorderen, zoals de terugkeerhub en hetvoorkomen dat nieuwe juridische complicaties optreden waarmeevertragingen van het terugkeerproces kunnen optreden. Als aan dezevoorwaarden wordt voldaan en als het Voorzitterschap een algemeneoriëntatie agendeert voor de Raad, vormt dat een positief uitgangspuntvoor het kabinet voor de behandeling in de Raad.2. Staat van het Schengengebied: implementatie van de priori-teiten van de Schengencyclus: versterking van de buitengrenzen GedachtewisselingIn juni zijn door de JBZ-Raad de drie prioriteiten van de Schengencyclusvan 2025–2026 vastgesteld: 1) versnelling van de implementatie enversterking van de paraatheid van IT-systemen; 2) versterking van debuitengrenzen en de effectiviteit van terugkeer; 3) vergroten van deinterne veiligheid, streven voor bewegingsvrijheid zonder internegrenscontroles. Het Voorzitterschap stelt voor te reflecteren op deimplementatie van de tweede prioriteit, en dan specifiek op het gebiedvan buitengrensbeheer en kwaliteit van de grenscontroles. De gedachte-wisseling zal plaatsvinden op basis van een geaggregeerd beeld van debelangrijkste kwetsbaarheden en tekortkomingen geïdentificeerd in deSchengenevaluaties. Voorbeelden hiervan zijn de tekortkomingen ingrenssurveillance, gebrekkige risicoanalyses en situationeel bewustzijn,en technische problemen. Lidstaten zullen worden uitgenodigd om tereflecteren op de belangrijkste tekortkomingen en hoe deze aan te pakken,alsook of de EU voldoende voorbereid is op mogelijke nieuwe uitda-gingen op het gebied van buitengrensbeheer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97810 Het kabinet verwelkomt de strategische discussie over het adresseren vande belangrijkste tekortkomingen op het gebied van buitengrensbeheer.Effectief buitengrensbeheer is een belangrijke voorwaarde voor deintegriteit en veiligheid van het Schengengebied. Tekortkomingen op hetgebied van buitengrensbeheer hebben immers effect op de veiligheid vanandere lidstaten. Het kabinet zal het belang van het aanpakken vanaanhoudende tekortkomingen en het adequaat adresseren van kwetsbaar-heden benadrukken. Het is van belang dat hier ook concreet hande-lingsperspectief ligt, die de grondoorzaken van de (aanhoudende)tekortkomingen aanpakken. De uitwisseling van best practices kan hierbijhelpen. Daarnaast is het van belang dat tijdig wordt gereflecteerd op debelangrijkste gezamenlijke uitdagingen op het gebied van buitengrens-beheer, zodat de EU in staat is deze uitdagingen het hoofd te bieden. Naarverwachting zullen andere lidstaten ook positief tegenover de discussiestaan en reflecteren op de belangrijkste uitdagingen met betrekking totgrensbeheer in eigen lidstaat, zoals hybride dreigingen en de instrumenta-lisering van migranten aan de buitengrens. Mogelijk zal ook het belangvan voldoende Europese financiering, om onder meer de tekortkomingente adresseren, worden benadrukt door andere lidstaten.3. Implementatie van interoperabiliteit: Post 2026 Roadmap AannameIn maart 2025 heeft de JBZ-Raad een herziene tijdlijn voor de tenuitvoer-legging van grootschalige IT-systemen en hun interoperabiliteit aange-nomen.[1] Het Entry/Exit System (EES) is 12 oktober 2025 binnen deEuropese Commissie (hierna: Commissie) gefaseerd van start gegaan. Deverwachting is dat de Commissie en eu-LISA tijdens de JBZ-Raad zulleningaan op de eerste uitkomsten van de ingebruikname van het EES en eenvooruitblik zullen geven op de IO-Roadmap voor 2027–2028.Nederland heeft op 12 november jl. bij de Commissie een voortgangsrap-portage moeten indienen over de eerste mijlpaal van de gefaseerdeingebruikname van het EES, een verplichting uit de verordening die vooralle lidstaten geldt. Nederland implementeert het EES volgens het eerderingediende National Roll-Out Plan. Het systeem is inmiddels operationeelop alle grensdoorlaatposten, maar nog niet volledig in werking. Demijlpaal van 10% is echter niet behaald vanwege twee factoren. Ten eersteis het rekenmodel gebaseerd op een gemiddeld aantal reizigers per jaar,waarbij seizoensgebonden fluctuaties niet worden meegenomen. In degerapporteerde periode liggen de passagiersaantallen daardoor lager danhet jaargemiddelde. Daarnaast zijn tijdens de verdere ontwikkeling van denationale ICT-systemen van de KMar enkele technische aandachtspuntennaar voren gekomen. De verwachting is dat de komende mijlpalen zullenworden gehaald, nu het systeem overal in gebruik is en de opschalingverder wordt doorgevoerd.Het European Travel Information and Authorisation System (ETIAS) staatgepland om van start te gaan in het vierde kwartaal van 2026. Verder is deimplementatie van het vernieuwde Eurodac-systeem (European Dactylo-scopy, de EU vingerprintdatabase) voorzien in juni 2026.In het door eu-LISA gepresenteerde IO-Roadmap wordt voorgesteld omde planning voor revised VIS nader uit te werken en in de JBZ-raad vanmaart 2026 te presententeren. Nederland ziet graag dat revised VIS wordtverschoven naar het vierde kwartaal van 2028. Nederland kan akkoordgaan met de resterende onderdelen van de gepresenteerde IO Roadmapvoor 2027–2028.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97811 4. Verordening veilige landen van herkomst Algemene oriëntatieHet Voorzitterschap is voornemens de Raad te vragen in te stemmen meteen algemene oriëntatie ten aanzien van het voorstel voor een veror-dening inzake het vaststellen van een EU-lijst veilige landen van herkomst.Op moment van schrijven werkt het Voorzitterschap nog aan hetdefinitieve compromisvoorstel. Het kabinet is voornemens in te stemmenmet een algemene oriëntatie. Het is de verwachting dat er een gekwalifi-ceerde meerderheid is in de Raad die een algemene oriëntatie kanondersteunen. Met het goedkeuren van een algemene oriëntatie door deRaad ligt het mandaat voor het Voorzitterschap vast voor de onderhande-lingen met het Europees Parlement. Zodra het Europees Parlement ookeen onderhandelingsmandaat heeft vastgesteld, kunnen de onderhande-lingen tussen de Raad en het parlement starten.Op 16 april jl. publiceerde de Commissie een voorstel voor een wijzigingvan de Asielprocedureverordening, die onderdeel is van het Asiel- enMigratiepact. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op hetvaststellen van een EU-lijst van veilige landen van herkomst. Daarnaastkrijgen lidstaten de mogelijkheid twee onderdelen uit de verordeningversneld toe te passen. Ten eerste het toepassen van uitzonderingen voorbepaalde groepen of gebiedsdelen bij de aanmerking van veilige landenvan herkomst, en ten tweede het toepassen van een laag inwilligingsper-centage als grondslag voor asielgrensprocedures en versnelde proce-dures. Uw Kamer is over de inzet van het kabinet voor de onderhande-lingen geïnformeerd via een BNC-fiche.11 De bepalingen in deAsielprocedureverordening regelen dat ervan uitgegaan wordt dat eenverzoeker voor internationale bescherming geen gegronde vrees voorvervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade als eenverzoeker afkomstig is uit een zogenaamd veilig land van herkomst. Dezeveronderstelling kan wel worden weerlegd als de asielzoeker goederedenen aanvoert waarom zijn land van herkomst, in zijn specifieke gevalniet veilig is. Er rust daarmee een zwaardere bewijslast op de asielzoekeruit een veilig land van herkomst, om aannemelijk te maken dat hij inaanmerking komt voor internationale bescherming. Als de aanvragerafkomstig is uit een veilig land van herkomst, is een versnelde procedurevan toepassing.In lijn met de Nederlandse inzet zoals toegelicht in het BNC-fiche komt ereen EU-lijst van veilige landen van herkomst, waardoor asielverzoekenvan verzoekers uit landen die op de EU-lijst van veilige landen vanherkomst staan straks in alle lidstaten versneld zullen wordenafgehandeld. Daarbij blijft het voor lidstaten mogelijk om aanvullendnationale lijsten van veilige landen van herkomst aan te houden. Ookwordt het mogelijk om nog voor de inwerkingtreding van het Pact veiligelanden aan te kunnen wijzen waarbij delen van het grondgebied ofbevolkingsgroepen kunnen worden uitgezonderd. Dit is voor Nederlandbelangrijk omdat enkele landen op de voorgestelde EU-lijst doorNederland momenteel op nationaal niveau niet als veilig zijn aangeduid.Daarnaast wordt het mogelijk om nog voor de inwerkingtreding van hetPact een versnelde procedure of de asielgrensprocedure toe te passen alsde verzoeker afkomstig is uit een land met lage inwilligingspercentages.Met deze wijzigingen moet het in de toekomst in de EU eenduidigerworden welke derde landen beschouwd moeten worden als veilige landenvan herkomst en worden de verschillen tussen lidstaten verkleind. Hetkabinet hoopt dat de onderhandelingen met het Europees Parlement snelkunnen starten.11Fiche 1: Verordening Veilige landen van herkomst (Kamerstuk 22 112, nr. 4064)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97812 5. Verordening inzake de toepassing van het veilig derdeland-concept Algemene oriëntatieHet Voorzitterschap is voornemens de JBZ-Raad te vragen in te stemmenmet een algemene oriëntatie ten aanzien van het voorstel voor eenverordening inzake de toepassing van het veilig-derde-land-concept. Opmoment van schrijven werkt het Voorzitterschap nog aan het definitievecompromisvoorstel. Het kabinet is voornemens in te stemmen met eenalgemene oriëntatie. Het is de verwachting dat er een gekwalificeerdemeerderheid is in de JBZ-Raad die een algemene oriëntatie kan onder-steunen. Met het goedkeuren van een algemene oriëntatie door deJBZ-Raad ligt het mandaat voor het Voorzitterschap vast voor deonderhandelingen met het Europees Parlement. Zodra het EuropeesParlement ook een onderhandelingsmandaat heeft vastgesteld, kunnen deonderhandelingen tussen de Raad en het parlement starten.Op 20 mei jl. publiceerde de Commissie een voorstel voor een wijzigingvan de Asielprocedureverordening, die onderdeel is van het Asiel- enMigratiepact. Hiermee voldeed de Commissie aan een taak die haar wastoebedeeld in het Pact. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking opde toepassing van het concept «veilig derde land». Het concept «veiligderde land» houdt in dat een EU-lidstaat een asielverzoek niet inhoudelijkhoeft te behandelen als de verzoeker doeltreffende bescherming kanaanvragen in een derde land dat voor hem of haar als veilig wordtbeschouwd. Uw Kamer is over de inzet van het kabinet voor de onderhan-delingen geïnformeerd via een BNC-fiche.12 Een «veilig derde land» is eenconcept in het asielrecht dat betekent dat een verzoeker voor interna-tionale bescherming zijn aanvraag in een ander land, dat als veilig wordtbeschouwd, kan laten beoordelen in plaats van in het land waar deverzoeker de aanvraag indient. De Commissie beoogde het juridisch kaderte versoepelen, in het bijzonder door niet meer de absolute voorwaarde testellen dat een verzoeker een band/connectie moet hebben met hetbetreffende derde land op basis waarvan het redelijk is de persoon aandat land over te dragen (bandencriterium). Ten aanzien van de criteriawaaraan het land moet voldoen om als veilig te kunnen worden aange-wezen, alsook dat aannemelijk moet zijn dat de verzoeker tot het derdeland moet worden toegelaten, zijn geen wijzigingen aangebracht tenopzichte van de vigerende regelgeving.In lijn met de Nederlandse inzet zoals toegelicht in het BNC-fiche is hetbandencriterium niet langer een verplichte voorwaarde voor detoepassing van het veilig derde land-concept. Nederland had net alssommige andere lidstaten de positie ingenomen dat algehele schrappingde voorkeur had, maar dat bleek in het krachtenveld niet haalbaar. In hethuidige voorgestelde compromis is het bandencriterium niet vantoepassing als aan andere criteria wordt voldaan, zoals de omstandigheiddat de verzoeker op zijn reis naar de EU door dat land is gereisd, of dat ereen overeenkomst of een regeling is met een derde land dat specifiekbevestigt dat de verzoeker aldaar tot een asielprocedure zal wordentoegelaten. Er zijn ten aanzien van overeenkomsten en regelingen metderde landen geen verdere procedurele of materiële vereistenopgenomen die de toepassing ervan zouden kunnen compliceren. Metdeze wijzigingen moet het in de toekomst eenvoudiger worden hetveilig-derde-land-concept toe te passen. Dit sluit aan bij de inzet van hetkabinet om in te zetten op innovatieve oplossingen om meer grip tekrijgen op migratie. Het kabinet hoopt dat de onderhandelingen met hetEuropees Parlement snel kunnen starten.12Fiche 2: Verordening veilige derde landen (Kamerstuk 22 112, nr. 4097)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97813 6. Uniemechanisme voor Civiele Bescherming en Gezondheids-noodhulp (UCPM) VoortgangsrapportageHet Uniemechanisme voor Civiele Bescherming (UCPM) is een Europeessamenwerkingskader op basis van solidariteit en vrijwilligheid waarbijEU-lidstaten en tien partnerlanden elkaar en andere landen helpen bijrampen en crises, waaronder bosbranden, overstromingen en door demens-veroorzaakte rampen. Indien een getroffen land niet genoegmiddelen heeft om de crisissituatie te bestrijden, kan het land via hetUCPM om civiele bijstand vragen. De civiele bijstand kan bestaan uitexperts, responsmiddelen en/of specialistische teams.Tijdens de JBZ-Raad van 13 en 14 oktober 2025 vond al een gedachtewis-seling plaats over het Commissievoorstel voor een UCPM+-verordening.Dit voorstel verving het oprichtingsbesluit13 uit 2013. Nederlandverwelkomt het Commissievoorstel14 15 en spreekt blijvende steun uitvoor zowel de verbreding van het mandaat van het UCPM als voor deversterking van de gezamenlijke Europese capaciteiten om crises tecoördineren en te voorkomen. Tijdens deze JBZ-Raad zal het Voorzitter-schap een voortgangsrapportage met de Raad delen. Het kabinet zal detoelichting hierover aanhoren en zich actief blijven inzetten om op ditvoorstel een Raadspositie te kunnen bereiken.7. Overige onderwerpen: lopende wetsvoorstellen Informatie van het VoorzitterschapOnder dit agendapunt zal het Voorzitterschap de voortgang van een aantalwetgevende dossiers toelichten. Naar verwachting zal het Voorzitterschaphier ook stil staan bij de in de Coreper vergadering van 26 novembergeagendeerde gedeeltelijke algemene oriëntatie op de verordening terbestrijding van kindermisbruik online (CSAM-Verordening). Uw Kamer isover de ontwikkelingen van dit voorstel apart geïnformeerd.168. Implementatie asiel- en migratiepact a) Asiel- en migratiepact: implementatie Stand van zakenNaar verwachting zal de Commissie een update geven van de stand vanzaken rond de implementatie van het Pact, in navolging van de presen-tatie van het jaarverslag en de stand van zaken van de implementatie. Deappreciatie hiervan vindt u in de Aanbiedingsbrief bij deze GeannoteerdeAgenda. Met het oog op de inwerkingtreding van het solidariteitsmecha-nisme en de naderende inwerkingtredingsdatum (juni 2026) is het voorNederland van belang dat de voortgang van de implementatie regelmatigen ook op politiek niveau wordt besproken. Eventuele knelpunten ofvertragingen dienen tijdig geadresseerd te worden aan de hand vanconcrete acties, in navolging van de voortgangsrapportage van deCommissie. Het kabinet zal de Commissie oproepen hier een actieve rol inte nemen. Specifieke aandachtspunten voor Nederland hierbij zijn de13Besluit Nr.1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming.14Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende hetUniemechanisme voor civiele bescherming en de ondersteuning door de Unie van deparaatheid en respons bij gezondheidscrises, en tot intrekking van Besluit nr. 1313/2013/EU(Uniemechanisme voor civiele bescherming).15BNC-fiche: [MFK] Verordening Uniemechanisme en financiering paraatheid en responsnoodsituaties gezondheid. (Kamerstuk 22 112, nr. 4156)16Zie Kamerbrief van 18 november 2025, Kamerstukken II, 2025–26 nr. 32 317, nr. 977.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97814 implementatie van het huidige acquis, met name de Dublinverordening ende implementatie van Eurodac, de asielgrensprocedure en screeningonder het Pact. Naar verwachting zullen ook andere lidstaten hieraandacht voor vragen.b) Uitvoeringshandeling van de Raad voor de vaststelling van dejaarlijkse solidariteitspool (voorstel in behandeling) Politiek akkoordTijdens de JBZ-Raad zal mogelijk de Uitvoeringshandeling van de Raadvoor de vaststelling van de jaarlijkse solidariteitspool worden geagen-deerd om tot een politiek akkoord komen. Op het moment van schrijven ishet niet zeker of de Uitvoeringshandeling ook daadwerkelijk geagendeerdzal worden. Dit is afhankelijk van de voortgang van de onderhandelingenover de solidariteitspool die de komende weken zullen plaatsvinden. Deinzet van Nederland ten aanzien van de Uitvoeringshandeling vindt u inde Aanbiedingsbrief bij deze Geannoteerde Agenda. De uiteindelijkepositie van het kabinet houdt verband met de omvang van de solidariteit-spool en de solidariteitsbijdrage van Nederland.9. De impact van de huidige geopolitieke situatie op de interneveiligheid van de EU GedachtewisselingOp het moment van schrijven is er nog geen discussiestuk beschikbaar.Naar verwachting staat het Voorzitterschap bij dit agendapunt stil bij hetgegeven dat geopolitieke ontwikkelingen en hybride dreigingen intoenemende mate impact hebben op de interne veiligheid van de EU.Vermoedelijk zal het Voorzitterschap onder dit agendapunt in het bijzonderingaan op de gevolgen van drones voor de interne veiligheid van de EU,in navolging van de agendering van dit onderwerp tijdens de vorigeJBZ-Raad door Duitsland.17 Het kabinet zal benadrukken dat de dreigingals gevolg van drones ook voor de interne veiligheid reëel is en daturgente actie nodig is. Nederland is voorstander van het versterken vande Europese coördinatie en samenwerking gericht op de aanpak vanongewenste drone activiteiten, onder andere op het gebied van detectie.De verwachting is dat een meerderheid van lidstaten dit beeld deelt enverdere stappen in de samenwerking zal omarmen.10. Het tegengaan van veiligheidsuitdagingen: beoordeling doorde Europese Binnenlandse Inlichtingendiensten Stand van zakenDe veiligheidsdiensten van de Europese lidstaten, Noorwegen,Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk werken nauw samen aan deveiligheid van Europa. Zoals gebruikelijk geeft het Voorzitterschapnamens deze diensten tijdens de JBZ-Raad een periodieke briefing overde huidige veiligheidssituatie. Het kabinet zal de informatie aanhoren.11. Aanpak van georganiseerde criminaliteit en drugshandel Stand van zakenHet Voorzitterschap geeft onder dit agendapunt de stand van zaken overde lopende acties en prioriteiten op het gebied van georganiseerdecriminaliteit en de aanpak van drugshandel. Voor Nederland blijft deaanpak van georganiseerde drugscriminaliteit een prioriteit en het kabinetzet stevig in op voortzetting en verdieping van de Europese aanpak17Zie ook het verslag van de JBZ-Raad van 13 en 14 oktober 2025, Kamerstukken II, 2025–26,32 317, nr. 975.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97815 hierop, onder meer door acties vanuit de Coalitie van zeven Europeselanden tegen georganiseerde criminaliteit.12. Overige onderwerpen a. EU drugsstrategie en EU actieplan tegen drugshandel Informatie van de CommissieDe Commissie zal stilstaan bij de op 3 december te verschijnen EUDrugsstrategie en het EU Actieplan tegengaan drugshandel, op zowel deHome-dag als de Justitie-dag van de JBZ-Raad. Uw Kamer zal via hetreguliere BNC-fiche over deze aankomende voorstellen en de Nederlandsepositie hierop worden geïnformeerd. Tijdens de JBZ-Raad zal Nederlandnet zoals naar verwachting de andere lidstaten de informatievoorzieningaanhoren.b. Toegang tot gegevens voor effectieve rechtshandhaving Informatie van het VoorzitterschapDe JBZ-Raad wordt geïnformeerd over de stand van zaken met betrekkingtot de in juni jl. gepubliceerde routekaart die de toegang tot gegevensvoor rechtshandhaving moet verbeteren18. De verwachting is dat hetVoorzitterschap de stand van zaken op zowel de Home-dag alsJustitie-dag zal toelichten.c. EU-Westelijke Balkan ministerieel forum voor Justitie enBinnenlandse Zaken (Sarajevo, 30-31 Oktober 2025) Informatie van het VoorzitterschapHet Deense voorzitterschap zal de JBZ-Raad op beide Raadsdageninformeren over het EU-Westelijke Balkan ministerieel forum voor Justitieen Binnenlandse Zaken dat op 30 en 31 oktober 2025 plaatsvond.d. Ministeriële bijeenkomst tussen de Verenigde Staten en deEuropese Unie over justitie en binnenlandse zaken Informatie van het VoorzitterschapTussen de EU en VS vindt één tot twee keer per jaar een ministeriëlebijeenkomst plaats met betrekking tot justitie en binnenlandse zaken.Gebruikelijke onderwerpen zijn samenwerking in de strijd tegen terro-risme en georganiseerde misdaad, informatie-uitwisseling, justitiëlesamenwerking in burgerlijke en strafzaken en de gezamenlijke reactie opde Russische agressieoorlog tegen Oekraïne in het kader van justitie enbinnenlandse zaken. Het Voorzitterschap zal de recente ontwikkelingenmet betrekking tot deze bijeenkomst toelichten op beide JBZ-dagen.e. Werkprogramma inkomend Voorzitterschap Presentatie door het inkomend VoorzitterschapHet aankomend Cypriotische voorzitterschap zal tijdens de JBZ-Raad opde Home- en Justitie-dag zijn prioriteiten op JBZ-terrein delen.II. Justitie 1. Overige onderwerpen: lopende wetsvoorstellen Informatie van het Voorzitterschap18Zie BNC-fiche Kamerstukken II, 2024–25, 22 112, nr. 4116.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97816 Onder dit agendapunt informeert het Voorzitterschap de JBZ-Raad over delopende wetsvoorstellen op justitieterrein. Naar verwachting zal hetVoorzitterschap ook stil staan zijn bij het bereiken van een politiek akkoordinzake de insolventierechtrichtlijn.Eind 2022 heeft de Commissie een voorstel gedaan tot harmonisering vaneen aantal onderdelen van het insolventierecht.19 Het doel van hetvoorstel is de versterking van de kapitaalmarktunie, onder meer doordatverschillen in faillissementsrecht tussen lidstaten worden weggenomen,rechtsonzekerheid wordt verminderd en investeerders hierdoor beterkunnen inschatten welk risico zij lopen bij investeringen in onderne-mingen.Onder het Poolse voorzitterschap is tijdens de JBZ-Raad van 12-13 juni jl.een algemene oriëntatie van de JBZ-Raad bereikt die Nederland konsteunen. Tijdens het Deense voorzitterschap zijn de zogenaamde trilogen(onderhandelingen tussen de Raad, Commissie en Europees Parlement)aangevangen. Op 19 november jl. is tijdens de laatste politieke triloog eenpolitiek akkoord over het operatieve gedeelte (de artikelen) van de tekstbereikt. In dat politieke akkoord zijn de mate van verduidelijking enflexibiliteit geborgd die Nederland belangrijk achtte, met name in deregeling over de vernietiging van rechtshandelingen (de faillisse-mentspauliana), de pre-pack en de verplichting voor bestuurders om hetfaillissement aan te vragen. In de komende weken zullen de nogopenstaande overwegingen worden gefinaliseerd. Het Voorzitterschap isvan plan het volledige akkoord in het Coreper op 3 december a.s. vast testellen. Nederland zal hiermee zeer waarschijnlijk kunnen instemmen. Hetvaststellen van dit voorstel vormt een belangrijke stap voor de versterkingvan de kapitaalmarktunie. In het verslag na de JBZ-Raad zal in meer detailverslag worden gedaan van de inhoud van het vastgestelde voorstel.Lidstaten krijgen na vaststelling van de definitieve tekst 2 jaar en 9maanden de tijd om de richtlijn te implementeren.2. Weg voorwaarts met betrekking tot simplificatie AlgemeneVerordening Gegevensbescherming (AVG) Stand van zakenIn navolging van een vierde Omnibuspakket waarin ook sprake was vaneen aantal gerichte vereenvoudigingen voor de AVG20, heeft deCommissie op 19 november jl. het zogeheten Digital Package gepubli-ceerd. In dit voorstel doet de Commissie een aantal ingrijpende wijzi-gingen ten aanzien van de AVG en de AI-verordening. Het kabinetbestudeert momenteel dit voorstel en zal uw Kamer hier via de reguliereBNC-procedure verder van op de hoogte stellen. Voor het kabinet is het inelk geval van belang dat de cumulatieve effecten, consistentie ensamenhang van digitale wetgeving worden verbeterd zonder afbreuk tedoen aan het niveau van bescherming van grondrechten. De verwachtingis dat tijdens deze JBZ-Raad de lidstaten over het recente voorstel zullenworden geïnformeerd.3. Conclusies over modelbepalingen voor EU strafrecht Aanname19Zie BNC-fiche, Kamerstukken II, 2022–23, 22 112, nr. 3598.20BNC-fiche Omnibus IV – Wijziging van verordeningen om bepaalde steunmaatregelen voor hetmkb uit te breiden naar small mid-cap ondernemingen en aanvullende vereenvoudigings-maatregelen, Kamerstukken II, 2024–25, 22 112, nr. 4085.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97817 Het Voorzitterschap streeft om in de JBZ-Raad Raadsconclusies overmodelbepalingen voor het EU materieel strafrecht aan te nemen. Demodelbepalingen vormen een actualisatie van de modelbepalingen die in2002 en 2009 middels Raadsconclusies zijn aangenomen en zijn bedoeldals een flexibel en coherent referentiekader voor toekomstigeEU-wetgevingsvoorstellen op het terrein van het strafrecht, zodat lidstatenen de EU-instellingen bij nieuwe richtlijnen kunnen terugvallen op eengedeelde structuur en consistente terminologie.De modelbepalingen gaan over onderwerpen zoals de omschrijving vanstrafbare feiten, de structuur van de sanctionering, deelnemingsvormenen poging, verzwarende omstandigheden en de strafrechtelijke aanspra-kelijkheid van rechtspersonen. Het Voorzitterschap heeft, op basis van deeerdere schriftelijke en mondelinge bijdragen van lidstaten, een tekstvoorgelegd die bij de verschillende horizontale thema’s tot groteresamenhang in het toekomstige strafrechtelijke acquis moet leiden. Daarbijis zoveel mogelijk aangesloten bij bepalingen in recent tot stand gekomenrichtlijnen op het terrein van het strafrecht.Het kabinet staat positief tegenover deze aanpak. Het kabinet verwelkomthet streven van het Voorzitterschap om te komen tot een gemeenschappe-lijke set modelbepalingen en acht het waardevol dat wordt voortgebouwdop de bestaande Raadsconclusies van 2002 en 2009. Nederland steunt hetdoel om meer consistentie en coherentie te bereiken in toekomstigeEU-strafrechtinstrumenten en heeft daarom actief aan de discussiedeelgenomen. Nederland heeft daarbij wel aandacht gevraagd voor hetgebruik van heldere, ook in het nationale strafrecht inpasbare begrippenen voor het borgen van uitvoerbaarheid, met name waar het gaat omsoms veeleisende verplichtingen tot het leveren van statistische infor-matie aan de Commissie. Nederland kan instemmen met de voorliggendeconcept Raadsconclusies.4. De Russische agressieoorlog tegen Oekraïne: strijd tegenstraffeloosheid Stand van zakenHet Voorzitterschap zal de ontwikkelingen betreffende het tegengaan vanstraffeloosheid voor internationale misdrijven in Oekraïne en de compen-satie van geleden schade toelichten. Oekraïne heeft recent met de Raadvan Europa een akkoord ondertekend over de oprichting van een speciaalAgressietribunaal.21 Nederland heeft haar onvoorwaardelijke steunhiervoor uitgesproken en blijft het belang van voortgezette druk opRusland benadrukken.Het kabinet zet zich daarnaast in voor de oprichting van een Claimscom-missie voor Oekraïne, de tweede stap naar een volwaardig Compensatie-mechanisme. Tijdens de Ad-hoc Committee on the Establishment of anInternational Commission is op 12 september jl. een verdrag totoprichting van de Claimscommissie aangenomen. Op 17 september jl.heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa ingestemd met deverdragstekst en het doorgezonden naar de Parlementaire Assemblee vande Raad van Europa (PACE), welke daar is aangenomen. Vervolgens heefthet Comité van Ministers van de Raad van Europa de finale tekstaangenomen. Op 16 december zal een ministeriële conferentie plaats-vinden waarbij de betrokken landen de verdragstekst kunnen onderte-kenen.21Zie verslag van de JBZ-Raad van 13 en 14 oktober 2025, Kamerstukken II, 2024–25, 32 317,nr. 975.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97818 5. Aanpak van georganiseerde criminaliteit en drugshandel Stand van zakenHet Voorzitterschap geeft onder dit agendapunt een stand van zaken vande lopende acties en prioriteiten op het gebied van georganiseerdecriminaliteit en de aanpak van drugshandel. Op deze dag van de JBZ-Raadzal de focus liggen op de acties met een justitie-raakvlak. Het kabinet zalde update aanhoren.6. Werklunch – Justitiële samenwerking met derde landen GedachtewisselingOp het moment van schrijven is er nog geen discussiestuk beschikbaar.Naar verwachting staat het Deense voorzitterschap tijdens de werklunchstil bij de versterking van de justitiële samenwerking met derde landen inhet kader van de aanpak van georganiseerde criminaliteit.In juni 2024 zijn er Raadsconclusies aangenomen over de versterking vanjustitiële samenwerking met derde landen.22 Het kabinet is van meningdat de justitiële samenwerking met derde landen van groot belang is endat het behulpzaam kan zijn om hier in EU-verband van elkaar te leren enbest practices uit te wisselen. Hetzelfde geldt voor meetings on the spot,waar in het desbetreffende derde land ervaringen met andere lidstaten enbijvoorbeeld Eurojust kunnen worden gedeeld. Zoals eerder aange-geven23 is het kabinet terughoudend ten aanzien van verdergaandeEU-acties of druk van de EU op derde landen, waaronder bezoeken vanhet zogeheten Team Europe. Nederland voert met derde landen een eigendialoog die aansluit bij de eigen operationele behoeften. Van geval totgeval zal dus moeten worden bezien of aansluiten bij Team Europeopportuun is.7. Overige onderwerpen a. Digitale justitie en strategieën voor judiciële opleidingen Informatie van de CommissieDe Commissie zal toelichting geven over haar twee nieuwe strategieënvoor 2025–2030, namelijk een over verdere digitalisering van nationalerechtstelsels in de EU-lidstaten, en een daarbij aansluitende strategieinzake trainingen voor juridische beroepsbeoefenaars, met focus opdigitalisering en AI.b. 2025 Handvestrapport: een stand van zaken over de uitvoeringvan de strategie ter versterking van de toepassing van hetHandvest van de Grondrechten in de EU Informatie van de CommissieDe JBZ-Raad wordt geïnformeerd over een tussentijdse evaluatie van destrategie van de Commissie om de toepassing van het EU-Handvest vande grondrechten te versterken.24 Het Handvestverslag van 2025 geeft eenoverzicht van de inspanningen tussen 2020 en 2025, de resterendeuitdagingen en eventueel aanvullende maatregelen. In het voorjaarvonden gerichte raadplegingen plaats met lidstaten en relevantestakeholders.22Council conclusions strengthening judicial cooperation third countries23Zie geannoteerde agenda bij de JBZ-Raad van 13 en 14 juni 2024, Kamerstukken II, 2023–24,32 317, nr. 879.24Strategie ter versterking van de toepassing van het Handvest van de Grondrechten in de EU(2020).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97819 c. De kloof overbruggen: onderzoeksmaatregelen voor grensover-schrijdende confiscatie Informatie van BelgiëNaar verwachting zal België de lidstaten toelichting geven over eenBelgisch non-paper over verbetering van de grensoverschrijdendesamenwerking inzake met name confiscatie waarin onder andere wordtvoorgesteld om een nieuw EU-instrument te verkennen in een nog op tezetten expertwerkgroep, informatie-uitwisseling te verbeteren, wetgevingte herzien en administratieve lasten te verminderen. Dit non-paper iseerder in een raadswerkgroep gepresenteerd waar Nederland reedspositief heeft gereageerd. Het kabinet ondersteunt de oproep tot betereEuropese samenwerking om de executiefase van confiscatie teverbeteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 97820
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.