KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie rapport NL klimaatneutraal in 2040

15 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9403fc1afa0e266e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 1513 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 mei 2025Op verzoek van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei stuur iku hierbij een reactie op de brief «Aanbieding rapport «Nederlandklimaatneutraal in 2040; een haalbaarheidsanalyse»» van GreenpeaceNederland. Met de brief brengt Greenpeace Nederland het rapport«Nederland klimaatneutraal in 2040; een haalbaarheidsanalyse» (hierna:rapport) onder de aandacht. Het onderzoek voor dit rapport is uitgevoerddoor Kalavasta, CE Delft en Berenschot in opdracht van GreenpeaceNederland en Natuur en Milieu. Conform het verzoek van de commissie,stuur ik deze reactie voorafgaand aan het Commissiedebat over hetKlimaatplan 2025–2035 op 3 juli 2025.Samenvatting van het rapportIn het rapport wordt de haalbaarheid van (netto) klimaatneutraliteit in2040 geanalyseerd via zeven verschillende lenzen: beleid, economie,sociaal-maatschappelijk en cultureel, milieu, technologie, infrastructuur enruimtelijke ordening. Per sector laat een stoplichtmodel (groen ishaalbaar, oranje is moeilijk haalbaar en rood is onhaalbaar) zien inhoeverre en door welke lenzen klimaatneutraliteit haalbaar is in 2040. Deonderzoekers hebben uit vier scenario’s uit het II3050-rapport hetNationaal Leiderschap scenario gekozen als basis voor de haalbaarheids-studie1. Dit scenario gaat uit van centrale regie door de Nederlandseoverheid op de energietransitie. Uitgangspunt in dit scenario is «dat onzehuidige levensstijl grotendeels behouden blijft, de industrie in Nederlandgevestigd blijft, en dat er al substantiële productie plaatsvindt vansynthetische brandstoffen en grondstoffen».Uit de analyse volgt dat er in 2040, na maximale inspanning om emissie-reductie te versnellen, nog ongeveer 18,5 Mton (bandbreedte 14–26 Mton)aan restemissies van broeikasgassen moet worden gecompenseerd. Derestemissies bestaan deels uit restemissies die blijvend aanwezig zijn1Te raadplegen via: https://www.netbeheernederland.nl/publicatie/rapport-ii3050-scenarios. kst-32813-1513ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 15131 (voornamelijk methaanemissies uit de landbouw) en andere emissies diena 2040 verder gereduceerd kunnen worden, waarbij de grootsteuitdaging ligt in de sector gebouwde omgeving.Om netto klimaatneutraliteit te bereiken binnen Nederland moetenrestemissies worden gecompenseerd door koolstofverwijdering. Hetrapport wijst op technieken die daarvoor beschikbaar zijn, zoals minerali-satie, houtbouw en CO2-afvang bij afvalverbranding en biobrandstofpro-ductie. Gezamenlijk kan daarmee een emissiereductie van 97% tenopzichte van 1990 worden behaald. Voor de resterende 7 Mton aannegatieve emissies die benodigd is voor klimaatneutraliteit, wordt DirectAir Capture (DACCS) voorgesteld.Het rapport concludeert dat de analyse uitwijst uit dat er geen onoverko-melijke belemmeringen zijn voor het bereiken van verregaande emissiere-ductie in 2040, maar dat het wel een formidabele opgave wordt die vraagtom zeer stringent overheidsbeleid en een ongekende inspanning van dehele samenleving. Er zijn vier hoofduitdagingen geïdentificeerd: debenodigde meerinvesteringen (24–34 miljard euro per jaar), de druk op dearbeidsmarkt (560.000 extra arbeidsplaatsen op de piek), de infrastruc-turele opgave (met name het elektriciteitsnetwerk) en de beschikbaarheidvan kritieke materialen (momenteel vindt beperkt recycling plaats).Reactie op het rapport en inzet van het kabinetHet rapport concludeert dat er geen onoverkomelijke belemmeringen zijn;het rapport besteedt echter zeer beperkt aandacht aan de juridischehaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Het kabinet constateert dat de verduur-zaming van de energievoorziening in de praktijk tegen grenzen aanloopt.Dat komt onder andere door tekort aan netcapaciteit, beperkte stikstof-ruimte en krapte op de arbeidsmarkt. Ook is bijvoorbeeld de infrastructuurvoor CCS nog onvoldoende ontwikkeld om koolstofopslag beter van degrond te krijgen, en blijft de ontwikkeling van de waterstofmarkt achter opeerdere prognoses. Knelpunten en beperkingen zijn in deze fase van detransitie onvermijdelijk. Zoals beschreven in de Kamerbrief «Pakket voorGroene Groei» treft het kabinet in alle sectoren maatregelen die eropgericht zijn de uitvoering vlot te trekken2.In het rapport wordt klimaatneutraliteit in 2040 bereikt door resterendeemissies in dat jaar te compenseren met koolstofverwijdering. Dit zou metname nodig zijn voor restmissies in de landbouw, gebouwde omgevingen in mindere mate mobiliteit. Voor de industrie en elektriciteitssectorveronderstellen de onderzoekers een zeer lage hoeveelheid restemissies.Analyses van TNO en PBL laten zien dat Nederland in de industrie naarverwachting nog restemissies zal hebben in 2040.3, 4 Het totaal aankoolstofverwijdering dat in 2040 daarom nodig is, wordt daarmeemogelijk onderschat door de onderzoekers. De benodigde inzet vanDACCS, een techniek die nog verder ontwikkeld moet worden, zou dannog hoger moeten zijn, inclusief de kosten die hiermee gepaard gaan. Hetis de vraag of dit realistisch is, gelet op de constatering van het PBL dathet economisch onwaarschijnlijk is dat DACCS een grote rol gaat spelenin de transitie naar klimaatneutraliteit. De reden hiervoor is dat alterna-tieve processen naar verwachting economisch meer rendabel zullen zijn5.2Kamerstuk 33 043, nr. 1143PBL (2023), Trajectverkenning Klimaatneutraal voor 2050 (TVKN)4TNO (2024), Toekomst van het Nederlandse energiesysteem5PBL (2023), Trajectverkenning Klimaatneutraal voor 2050 (TVKN)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 15132 Ook CE Delft concludeerde in een eerdere studie dat «het potentieel vanDACCS erg onzeker [is]»6.Tot slot gaat het rapport grotendeels voorbij aan de Europese contextwaarin het klimaatbeleid zich afspeelt en de beperkingen die uit Europeseregelgeving voortvloeien en veronderstelt op onderdelen ook eeninvulling van Europees beleid waarover nog geen besluitvorming heeftplaatsgevonden.In het Klimaatplan 2025–2035, benadrukt het kabinet het belang vanEU-beleid als basis voor nationaal beleid. Het kabinet ziet realisatie vancirca 90 procent netto broeikasgasreductie in 2040 ten opzichte van 1990als logische tussenstap op weg naar klimaatneutraliteit in 2050. Dezetussenstap sluit aan bij het EU-doel dat de vorige Europese Commissievoor 2040 heeft aanbevolen. Hierbij pleit het kabinet voor een steviguitvoeringspakket om knelpunten in de transitie weg te nemen, waarondernetcongestie en langdurige vergunningsverleningsprocedures. Ook pleithet kabinet voor voldoende beschikbaarheid van financiering, betaalbareduurzame energie en grondstoffen. Initiatieven als de Clean IndustrialDeal en het Action Plan for Affordable Energy laten zien dat Europa inzetop deze gebalanceerde aanpak.Nederland zal zijn bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het nieuwepakket beleidsvoorstellen ter invulling van het EU-tussendoel voor 2040.Dit pakket volgt naar verwachting in 2026 nadat de EU overeenstemmingheeft bereikt over de hoogte van dit doel. Het Europese beleidspakket zalook gericht zijn op de versterking van de positie van de EU in de wereld,bijvoorbeeld door inzet op economische kansen voor schone industrie,duurzame waardeketens en zelfvoorziening in energie en grondstoffen.Daarbij is een blijvende inzet op een Europees en internationaal gelijkspeelveld essentieel voor de betaalbaarheid en het realiseren van groenegroei – de klimaatopgave en duurzame toekomstige verdienkansen – inNederland.Gezamenlijk optrekken in Europees verband heeft als voordeel dat ersamengewerkt kan worden bij het ontwikkelen van de benodigdetechnologie. Om die reden zet het kabinet in op Europese vraagstimu-lering en marktcreatie om vraag naar groene producten te bewerkstel-ligen. Denk hierbij niet alleen aan subsidies, maar aan definities ennormering voor groen staal, plastic en overheidsinkoop in Europeesverband. Als Nederland ver vooruit zou lopen op de rest van de EU, zouNederland de benodigde technologie zelfstandig moeten ontwikkelen. Hetis dan niet mogelijk de inzet van bepaalde technologie te verplichtenwaardoor de kosten sterk zullen stijgen.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. Hermans6CE Delft. (2023). Koolstofverwijdering voor klimaatbeleid. Analyse van behoefte, aanbod enbeleid voor negatieve emissies in Nederland. Delft, CE Delft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 15133

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6e7eefceaeb97d08

14 okt 2026 · 0327db087698aa65

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.