KamerkringInloggen
← Verkenner

Kamerbrief · 5 feb 2026 · Tweede Kamer

Verbeteraanpak Zorg in Onderwijstijd

Judith Tielen staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 497Passend onderwijs34 104Langdurige zorgNr. 510 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN VOLKSGE-ZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 februari 2026Leerlingen moeten naar school kunnen gaan en hun schoolloopbaanongehinderd kunnen voortzetten, ook als zij ondersteuning, hulp of zorgnodig hebben. Hierbij is hulp of zorg vaak aanvullend nodig, zeker in hetgespecialiseerd onderwijs. Voor scholen en ouders is het lang niet altijdmakkelijk de juiste hulp of zorg te regelen. Dit komt omdat voor deorganisatie en financiering van deze ondersteuning, hulp en zorgmeerdere instanties nodig zijn. Een samenwerkingsverband passendonderwijs zorgt er samen met de aangesloten schoolbesturen voor dat ervoor alle kinderen en jongeren zo passend mogelijk onderwijs enondersteuning is. Een samenwerkingsverband besluit o.a. over detoelaatbaarheid tot gespecialiseerd onderwijs en zorgt voor het realiserenvan een dekkend aanbod van ondersteuningsvoorzieningen.Naast deze (extra) onderwijsondersteuning, is de gemeente aan zet voorhet aanbieden van jeugdhulp en het zorgkantoor voor langdurige zorgvoor leerlingen met een Wlz-indicatie (in onderwijstijd). Het is daarom vanbelang dat samenwerkingsverbanden, gemeenten en zorgkantoren goedeafspraken maken over de samenhangende inzet van onderwijsonder-steuning, jeugdhulp en langdurige zorg in onderwijstijd op cluster 3 en 4scholen1. Het doel van deze afspraken is dat jeugdigen de ondersteuning,hulp en zorg krijgen die ze nodig hebben om onderwijs te volgen en datouders weten bij wie ze terecht kunnen.Het gespecialiseerd onderwijs heeft vaak een regionale functie: deleerlingen op een school komen uit verschillende gemeenten, ook kunnenmeerdere zorgkantoorregio’s en samenwerkingsverbanden betrokken zijn.Wanneer het ondersteuningsaanbod vanuit het onderwijs ontoereikend is,1Cluster 3 zijn scholen voor kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking enlangdurige zieke leerlingen. Cluster 4 zijn scholen voor kinderen met ernstige gedragspro-blemen of psychiatrische stoornissen. kst-31497-510ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5101 zijn deze leerlingen voor aanvullende hulp- of zorg aangewezen op huneigen gemeente of zorgkantoor vanuit de Jeugdwet of de Wet langdurigezorg. Vaak leidt dit tot versnippering in hulp en ondersteuning.Dit levert op school een aantal knelpunten op:–Onrust in de klas door de inzet van veel verschillende zorg- enjeugdhulpprofessionals. Het komt voor dat in een klas 12 leerlingenmet een ondersteuningsbehoefte zitten, uit verschillende gemeentenen zorgkantoorregio’s. Het is mogelijk dat deze leerlingen vervolgensallemaal een eigen hulpverlener hebben die op verschillende momen-ten op de dag individuele ondersteuning in de klas biedt. De langdu-rige zorg is een verzekering met individuele aanspraken die inbeginsel, na een indicatie, individueel wordt ingezet. Ook biedt zowelde Wet langdurige zorg als de Jeugdwet de mogelijkheid tot hetaanvragen van een persoonsgebonden budget (pgb), waarmee ouderszelf een hulpverlener in de klas kunnen inzetten. Hierdoor ontstaatonrust in de klas.–Onduidelijkheid over taken en verantwoordelijkheden tussen hetonderwijs, de jeugdhulp en langdurige zorg. Het kost gemeenten,zorgkantoren, scholen, samenwerkingsverbanden en ouders veel tijden energie om samenhangende ondersteuning, hulp en zorg teorganiseren en financieren;–Gebrek aan goede samenwerking tussen scholen, samenwerkingsver-banden, gemeenten en zorgkantoren. Door onduidelijkheid over wiewelke verantwoordelijkheid heeft, weten deze partijen elkaar (nog) nietaltijd te bereiken om af te stemmen en afspraken te maken. Daardoorwordt ondersteuning voor de leerling niet of pas later opgestart enweten partijen niet van elkaars betrokkenheid.We zien in het land uiteraard ook goede voorbeelden waarbij gemeenten,samenwerkingsverbanden en zorgkantoren proberen deze knelpuntenbinnen de bestaande wet- en regelgeving samen op te lossen. Dat luktechter slechts ten dele en vraagt veel inspanning.VWS en OCW werken sinds 2023 aan de verbeteraanpak Zorg in Onder-wijstijd (ZiO). Met deze brief bieden wij, zoals eerder toegezegd aan uwKamer, meer duidelijkheid over de genomen en nog te zetten stappen.Ook gaan wij in op de manier waarop we uitvoering geven aan de motiesvan de leden Ceder en Drost (CU)2, het lid De Hoop (GroenLinks-PvdA)3 ende leden Kwint (SP) en Westerveld (GroenLinks-PvdA)4.Binnen de verbeteraanpak ZiO is gestart met de aanbevelingen uit hetonderzoek Naar collectieve financiering van Zorg in Onderwijstijd vanDSP/Oberon5 en de ervaringen uit de praktijk. Deze ervaringen zijnopgehaald bij pilotscholen, zoals in de regio Hart van Brabant, en bij dezorgarrangeurs. De zorgarrangeurs hebben inmiddels ongeveer 120scholen in het gespecialiseerd onderwijs ondersteund bij het organiserenen financieren van collectieve inzet van ondersteuning en zorg op school.In de regio Hart van Brabant6 hebben sinds 2019 twee scholen in hetgespecialiseerd onderwijs (cluster 3) samen met de gemeenten,zorgkantoor en de schoolbesturen een contract opgesteld waarin ze opbestuurlijk niveau afspraken hebben gemaakt over de organisatie en2Kamerstukken II, 2022–2023, 31 839, nr. 960.3Kamerstukken II, 2022–2023, 31 497, nr. 458.4Kamerstukken II, 2020–2021, 31 497, nr. 409.5Kamerstukken II, 2022–2023, 31 497, nr. 466.6https://www.regio-hartvanbrabant.nl/programmas-projecten/sociaal-domein/jeugdhulp/thema-4-thuis-op-school/collectieve-bekostiging-zorg-in-onderwijstijd/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5102 financiering van ZiO op deze scholen. Op deze scholen hoeven leerlingenen hun ouders bij de gemeente geen individuele beschikkingen aan tevragen voor de benodigde zorg en ondersteuning op school. Gemeentenen zorgkantoor hebben zowel een duurzame samenwerking met descholen en zorgaanbieder als gezamenlijke afspraken over de zorginkoop.Zo is ZiO voor de leerlingen die dat nodig hebben, collectief en als zorg innatura toegankelijk. Dat leidt tot minder bureaucratie, minder wachttijdenvoor zorg en ondersteuning, ontzorgen van ouders en betere integratievan onderwijs en zorg.Met de verbeteraanpak ZiO zetten wij in op een aantal acties per clustervan het speciaal onderwijs, gericht op het bevorderen van de samen-werking om zorg in het gespecialiseerd onderwijs zoveel mogelijkcollectief in te kopen bij één zorg- of jeugdhulpaanbieder. Leerlingenkunnen zo tijdens onderwijstijd de benodigde en passende zorg krijgen,waardoor kinderen zich naar hun leerpotentieel kunnen ontwikkelen. Datdraagt ook bij aan de onderwijskwaliteit. Ook kunnen leerkrachten,onderwijspersoneel en zorgprofessionals hierdoor beter hun werk doenen is er meer rust in de klas.Met de verbeteraanpak ZiO wil ik het volgende doen:1.Aanpassen wetgeving voor cluster 3 en 4;2.Stimuleren van bestuurlijke afspraken op regionaal of lokaal niveauvoor cluster 3 en 4;3.Informatie en ondersteuning aan het veld;4.Toetreden tot Landelijk Transitiearrangement (LTA) voor cluster 1 en 2;5.Handhaving bekostiging voor Ernstig Meervoudig Beperkte leerlingen(EMB-regeling).Hieronder volgt een overzicht van de concrete stappen die worden gezetom deze verbetering te realiseren, met een toelichting.1. Aanpassingen wetgeving voor cluster 3 en 4:Zowel in de Jeugdwet als in de onderwijswetgeving zal worden geregelddat gemeenten, samenwerkingsverbanden passend onderwijs enzorgkantoren overleg voeren over het zoveel mogelijk in samenhangaanbieden van onderwijsondersteuning, langdurige zorg en jeugdhulp opgespecialiseerde scholen (cluster 3 en 4). Denk hierbij aan afspraken overwelke onderwijsondersteuning, langdurige zorg en jeugdhulp wordengeboden op school en de wijze van financiering. Met deze wetswijzigingwordt duidelijker gemaakt hoe de genoemde partijen samen moeten gaanwerken aan ZiO. Om te waarborgen dat het overleg tot afspraken leidt,moeten partijen een geschillenregeling treffen.De betrokken partijen worden hierbij aangemoedigd afspraken zo veelmogelijk op regionaal niveau te maken, en bij voorkeur collectief teorganiseren en financieren. Dit is belangrijk, omdat veel leerlingen in hetgespecialiseerd onderwijs uit veel verschillende gemeenten, zorgkantoor-regio’s en samenwerkingsverbanden komen. Door afspraken op regionaalniveau te maken en gezamenlijk collectief zorg en ondersteuning in tekopen, wordt verbetering aangebracht in de bovengenoemde knelpunten.De verwachting is dat gemeenten jeugdhulp in onderwijstijd op cluster 3en 4 scholen beschikbaar maken als vrij toegankelijke voorziening. Hierbijbeogen we dat het inzetten van pgb’s in de klas minder nodig wordt. Zoalseerder toegezegd blijft in deze situatie zo nodig en nadrukkelijk ruimtevoor maatwerk met een individueel pgb.Gezien de inhoudelijke samenhang met het wetsvoorstel Reikwijdte en denoodzaak voor verbetering op een zo kort mogelijke termijn, is de inzetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5103 om bovenstaande wijzigingen op te nemen in dit wetsvoorstel. Vijf jaar nainwerkingtreding wordt deze wetsaanpassing ten aanzien van ZiOgeëvalueerd. Wij volgen de ontwikkelingen van ZIO nauwgezet.Hiermee wordt de motie van de leden Drost en Ceder (CU)7 afgedaan,waarin wordt verzocht te verkennen welke wetswijzigingen nodig zijn omcollectieve zorg in onderwijs wettelijk te borgen.2. Stimuleren bestuurlijke afspraken op regionaal of lokaal niveau voorcluster 3 en 4:Met de voorgestelde aanpassingen van de OOGO-bepaling, wordenpartijen verplicht te overleggen gericht op het maken samenwerkingsaf-spraken voor cluster 3 en 4 scholen. Om het veld te ondersteunen bij hetmaken van (bestuurlijke) afspraken, wordt samen met landelijke partijenbezien op welke manier informatie en ondersteuning geboden kanworden. Te denken valt aan praktische ondersteuning aan scholen,samenwerkingsverbanden, gemeenten en zorgpartijen zoals momenteelgeboden wordt door de zorgarrangeurs met subsidie vanuit OCW enVWS. Deze subsidie is in 2025 geëvalueerd, zie bijlage 1 voor heteindrapport. Mede op basis van de uitkomst wordt het project in 2026 en2027 gecontinueerd.3. Informatie en ondersteuning aan het veld:Om de praktijk optimaal te ondersteunen en faciliteren bij het aan de slaggaan met ZiO, is door het NJi een leidraad opgesteld in samenwerkingmet de VNG, Sectorraad GO, VGN en Onderwijsconsulenten. Daarin zijninspirerende ZiO-voorbeelden en handvatten opgenomen. Hiermee kan– vooruitlopend op de voorgenomen wetsaanpassingen – in de praktijk algewerkt worden aan het maken van collectieve afspraken. De eerste versievan de leidraad is half oktober gepubliceerd en wordt regelmatiggeactualiseerd. Door het NJi is in samenwerking met VNG, SteunpuntPassend Onderwijs, Overkoepelend Netwerk Samenwerkingsverbandenen Met Andere Ogen een webinar8 georganiseerd waarin de leidraad istoegelicht.Hiermee wordt de motie van de leden Drost en Ceder (CU)9 afgedaan,waarin wordt verzocht totdat wetten gewijzigd zijn, onderwijsinstellingenen gemeenten maximaal te ondersteunen.4. Toetreden tot Landelijk Transitiearrangement (LTA) voor cluster 110 en211De hierboven genoemde voorgenomen wetsaanpassing is niet passendvoor de cluster 1 en 2 scholen. Deze scholen ontvangen vanwege hetbeperkt aantal leerlingen een directe bekostiging vanuit het Rijk en zijndaarom geen onderdeel van een samenwerkingsverband. Daarnaast is erbij deze leerlingen sprake van een andere ondersteuningsbehoeften,vanwege de auditieve en/of visuele beperking in combinatie met eenernstige meervoudige beperking (EMB). Gezien de ondersteuningsbe-hoefte van deze leerlingen, zijn de benodigde jeugdhulp en ondersteuningaltijd schaars beschikbaar en hoog specialistisch. Een deel van de7Kamerstukken II, 2022–2023, 31 839, nr. 9608Leidraad Zorg in Onderwijstijd | Nederlands Jeugdinstituut9Kamerstukken II, 2022–2023, 31 839, nr. 96010Cluster 1 zijn scholen voor blinde en slechtziende kinderen11Cluster 2 zijn scholen voor dove of slechthorende kinderen en kinderen met eentaal-spraakontwikkelingsstoornisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5104 jeugdhulp voor deze leerlingen wordt reeds landelijk ingekocht door deVNG vanuit het Landelijk Transitiearrangement (LTA). Daarom isjeugdhulp op school voor leerlingen in cluster 1 en 212 recent opgenomenin het LTA. Het is een tijdelijke werkwijze, ervan uitgaande dat het Rijk ende VNG in gezamenlijkheid aandacht blijven besteden aan de mogelijk-heden van een meer integrale financiering van onderwijs en jeugdhulp opde langere termijn.Hiermee wordt de motie van lid De Hoop13 (GroenLinks-PvdA) afgedaan,waarin wordt verzocht de oplossingen voor de obstakels binnen definanciering van zorg in onderwijstijd verder door te trekken naar declusters 1 en 2.5. Handhaving bekostiging voor Ernstig Meervoudig Beperkte leerlingen(EMB-regeling)In 2019 is door de toenmalige bewindspersonen van VWS en OCWafgesproken tijdelijk (tot de voorgenomen wijzigingen richting een meercollectief scenario voor ZiO in werking zijn getreden) 5 miljoen euro perjaar vanuit het Wlz-kader toe te voegen aan de EMB-regeling van hetMinisterie van OCW. Met deze regeling is tot en met 2026 10 miljoen eurobeschikbaar voor scholen om snel en effectief zorg in de klas te organi-seren voor EMB-leerlingen. Met de hierboven genoemde acties wordtgeen volledig collectief scenario gerealiseerd. De EMB-regeling blijftdaarom in de huidige vorm en met afgesproken looptijd tot en met 2026gehandhaafd.Overwogen alternatievenTen behoeve van de verbeteraanpak ZiO zijn verschillende oplossingsrich-tingen onderzocht, maar niet geschikt bevonden, te weten:–Een bepaling in de Jeugdwet om jeugdhulp in het gespecialiseerdonderwijs verplicht in te zetten als vrij toegankelijke voorziening. Ditinstrument blijkt niet geschikt omdat het slechts een deel van hetprobleem oplost14 en nieuwe problemen kunnen ontstaan. Deknelpunten die spelen bij de afstemming (over o.a. inkoop, financieringen regie) tussen scholen, zorgkantoren en gemeenten worden nietopgelost. Daarnaast biedt deze optie geen oplossing voor gemeentenwaarin geen scholen voor speciaal onderwijs zijn gevestigd. Ookbeperkt deze oplossing de mogelijkheid om voor individuele gevallenmaatwerk te bieden, terwijl hieraan wel behoefte is in de praktijk. Dewens voor gezamenlijke inzet van onderwijsondersteuning, jeugdhulpen langdurige zorg blijft bestaan. Tot slot betekent deze oplossing eendisproportionele inbreuk op de beleidsvrijheid van gemeenten, die nietverenigbaar is met de decentrale inrichting van de Jeugdwet.–ZiO opnemen op de lijst van jeugdhulpvormen15, die met ingang van1 januari 2027 minimaal regionaal moeten worden ingekocht. Ook indeze oplossing wordt niet voorzien in de benodigde samenhangendeinzet van onderwijsondersteuning, jeugdhulp en langdurige zorg enwordt niet het gehele probleem opgelost. Daarbij zijn de minimaalregionaal in te kopen jeugdhulpvormen altijd een maatwerkvoorzie-ning, wat betekent dat dit aanbod alleen beschikbaar is met eenindividuele voorziening. Dat sluit niet aan op de behoefte voor eencollectieve voorziening. Bovendien is het verplicht op regionaal niveau12Het gaat om gemiddeld 60 kinderen per jaar die hierbij op jaarbasis gebaat zijn.13Kamerstukken II, 2022–2023, 31 497, nr. 45814Kamerstukken II, 2023–2024, 31 497, nr. 475.15Deze lijst bevat jeugdhulpvormen met een schaarse vraag en aanbod die gemeenten verplichtregionaal moeten inkopen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5105 inkopen van jeugdhulp een vergaande inperking van de beleidsvrijheidvan gemeenten, die niet verenigbaar is met de decentrale inrichtingvan de Jeugdwet. Dit zou alleen te rechtvaardigen zijn als het gaat omschaarse, specialistische inkoop waarbij aanbieders een bepaaldvolume nodig hebben om een goede bedrijfsvoering of kwaliteit tekunnen borgen. Dat is bij ZiO niet het geval. Bovendien komenJeugdhulpregio’s, onderwijsregio’s van samenwerkingsverbanden enzorgkantoorregio’s niet overeen. Tot slot gaat het in het dit wetsvoor-stel alleen om hulp op grond van de Jeugdwet, waardoor knelpuntenin de langdurige zorg niet worden aangepakt.NZa-experiment (Wlz-zorg in onderwijstijd)Op 28 mei 2025 heeft de NZa de eindevaluatie experiment Wlz-zorg inonderwijstijd aangeboden aan de voormalige Staatssecretaris Langdurigeen Maatschappelijk zorg. Bijgaand, bijlage 2, treft u het rapport aan. Hetexperiment kende een looptijd van maximaal drie jaar en is op1 september 2025 geëindigd. Het doel van het experiment was om vanuitde organisatie van Wlz-naturazorg in onderwijstijd te onderzoeken wateen redelijke afwezigheidscomponent is bij het leveren van Wlz-zorg inonderwijstijd.Het experiment bood deelnemers de mogelijkheid van een «gegaran-deerde» bekostiging van Wlz-zorg in onderwijstijd. Het zorgkantoor konhiermee de zorgaanbieder die personeel beschikbaar stelde om deWlz-zorg in onderwijs te leveren, de zekerheid geven dat de afgesprokenkosten vergoed werden, ondanks de afwezigheid van leerlingen (bijvoor-beeld door ziekte). De animo voor deelname aan het experiment wasbeperkt. Het experiment heeft helaas onvoldoende informatie opgebrachtop basis waarvan een redelijke vergoeding voor doorlopende kostentijdens de afwezigheid van leerlingen kan worden bepaald.Tevens is gebleken dat afwezigheid van leerlingen in de praktijk geengroot probleem is voor de bekostiging van Wlz-zorg in onderwijstijd. Totslot kwam naar voren dat deelnemers aan het experiment veelal eenandere doelstelling hadden dan het doel van het experiment.Aangezien niet te verwachten is dat een eventuele verlenging van delooptijd van het experiment in de huidige vorm (tot nog maximaal tweejaar) zal leiden tot nieuwe inzichten, heeft de NZa geadviseerd geenvervolg te geven aan het experiment. De Staatssecretaris van Langdurigeen Maatschappelijke zorg (LMZ) heeft inmiddels aan de NZa laten wetendat zij dit advies opvolgt. Na het experiment kunnen deelnemersteruggevallen op de situatie zoals deze gold vóór het experiment. Zorg inonderwijstijd kan dus geleverd blijven worden via de reguliere prestatiesvoor begeleiding. Zorgaanbieder en het zorgkantoor maken dan eenprijsafspraak binnen het maximumtarief, waarmee zorgaanbieders deZorg in Onderwijstijd redelijkerwijs kostendekkend kunnen leveren.Motie leden Kwint en WesterveldHet is vanzelfsprekend dat de schoolgang van leerlingen, ook als zij eenondersteuningsbehoefte hebben, niet te lijden mag hebben onderonduidelijkheid over de financiering van deze ondersteuning en zorg. Hetis van belang dat met ouders, scholen en waar nodig met zorgpartijenzorgvuldige afspraken gemaakt worden. Dit is ook toegelicht in hetantwoord op recente Kamervragen16. De school heeft in samenwerkingmet het samenwerkingsverband de taak om ervoor te zorgen dat de16Aanhangsel Handelingen, II 2024/25, nr. 1397Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5106 leerlingen de juiste onderwijsondersteuning krijgen in het kader vanpassend onderwijs. Scholen voor gespecialiseerd onderwijs ontvangenondersteuningsbudget van het samenwerkingsverband op basis van detoelaatbaarheidsverklaring van de leerling. Hoe zij die financieringhiervoor regelen en welke afspraken ze daar onderling over maken, is aandeze partijen.De eerder aangenomen motie van de leden Kwint en Westerveld17verzoekt om in samenspraak met onderwijs, ouders en deskundigen deknelpunten in de financiering van onderwijs voor zorgleerlingen in relatietot de toelaatbaarheidsverklaringen in kaart te brengen, en verbeteringenvoor te stellen, met als uitgangspunt dat de schoolgang van een kindnooit mag betekenen dat het minder zorg kan krijgen. Deze motie is metbovengenoemde toelichting op de verbeteraanpak ZiO, afgedaan.Tot slotOnder regie van de VNG wordt het Convenant Stevige lokale teamsopgesteld waar de betrokken partijen, waaronder ook de Ministeries vanVWS en OCW, vastleggen wat ze van elkaar mogen verwachten als hetgaat om de inrichting van lokale teams. In het convenant is opgenomendat schoolbesturen en gemeenten afspraken maken over de inzet en deaanwezigheid van het lokale team op school voor ondersteuning in decontext van de school. Het doel hiervan is zoveel mogelijkkinderen in een reguliere omgeving onderwijs te laten volgen. Met ditconvenant geven wij uitvoering aan de toezegging18 zorg in onderwijstijdook in regulier onderwijs te borgen.Met bovengenoemde acties beogen wij een belangrijke eerste stap tezetten om scholen, gemeenten, zorgkantoren en samenwerkingsver-banden te stimuleren en ondersteunen bij het maken van duidelijke endekkende afspraken. Doel hiervan is dat het voor de leerlingen die in hetgespecialiseerd onderwijs ook jeugdhulp of langdurige zorg nodig hebbenom onderwijs te kunnen volgen, makkelijker wordt deze ondersteuning enzorg te krijgen en daarmee naar school te kunnen gaan. Wij houden goedde vinger aan de pols en blijven met de VNG in gesprek om zicht tehouden op de uitvoering en werking hiervan.Daarnaast zien wij binnen de Hervormingsagenda Jeugd, denk onderandere aan het wetsvoorstel Reikwijdte, het convenant stevige lokaleteams en de route naar Inclusief Onderwijs, mogelijkheden om vervolg-stappen te zetten om jeugdwelzijn en waar nodig jeugdhulp en zorgsteviger te verbinden met het onderwijs. Uw Kamer wordt via bestaandevoortgangsrapportages Passend Onderwijs over de voortganggeïnformeerd.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.Z.C.M. TielenDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,K.M. Becking17Kamerstukken II, 2020–2021, 31 497, nr. 40918TZ11767 en TZ4351Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 497, nr. 5107

Versie 9dbc4fa8f38b2401826fc02e208569b769eb1b3d23ff73cf85031bff5f5a37d2 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 7527661596b6841c

13 okt 2026 · fa9197b846ae576b

Gegevens

Soort document
Brief regering
Datum
5 februari 2026
Vergaderjaar
2025-2026
Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.