KamerkringInloggen
Kamerbrief

Technische werking investeringsfondsen naar aanleiding van het wetgevingsoverleg Begrotingsonderzoek 2026 IenW

20 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9ee6aff90855cabd · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 202636 800 JVaststelling van de begrotingsstaat van hetDeltafonds voor het jaar 2026Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 januari 2026Tijdens het WGO Begrotingsonderzoek 2026 van 15 januari jl. heeft u mijverzocht om voor de begrotingsbehandeling een brief te sturen om eenaantal technische begrippen te verhelderen rondom de investerings-fondsen en inzicht te geven in het financieel beeld van de uitputting naverwerking van kasschuiven. Met deze brief ga ik, zoals toegezegd1, op ditverzoek in, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur enWaterstaat.Specifieke technische kenmerken van de investeringsfondsenOm te beginnen ga ik kort in op de systematiek van de fondsen en eenaantal kenmerken dat hiermee samenhangt. Het Mobiliteitsfonds enDeltafonds wijken namelijk op een aantal punten af van een regulierbegrotingshoofdstuk binnen de Rijksbegroting. De belangrijkste twee zijn:1.De tijdshorizon voor het maken van plannen en ramen van uitgaven is14 jaar. Dit betekent dat er grote meerjarige investeringen kunnenworden gepland en hiervoor verplichtingen kunnen worden aange-gaan, zolang dit past binnen de budgettaire kaders over de geheleperiode. Bij een regulier begrotingshoofdstuk is die looptijd 4 jaar.2.Middelen die in een bepaald jaar niet worden uitgegeven, bijvoorbeelddoor projectvertragingen, blijven als regel volledig beschikbaar voorhet doen van uitgaven aan infrastructuur of waterveiligheid in laterejaren. Bij een regulier begrotingshoofdstuk is dit percentage gemaxi-meerd op 1 procent van de totale begrotingsomvang.Deze specifieke kenmerken zijn nodig vanwege het langetermijnkaraktervan het plannen en uitvoeren van de investeringen in onze infrastructuuren de weerbarstigheid om in een uitvoeringsjaar zo precies mogelijk de in1TZ202601-012 kst-36800-A-15ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 151 de begroting beschikbare middelen te besteden. Bij grote projecten zijnbestedingen van veel factoren afhankelijk, zoals vergunningen enbeschikbaarheid van grondposities, mensen en materiaal, waardoor(grote) uitgaven soms onvoorzien niet in het geplande jaar gedaankunnen worden. Dat er in begrotingssystematiek rondom infraplanningenmeer flexibiliteit nodig is dan regulier het geval, is ook door de Studie-groep Begrotingsruimte (16e rapport) herbevestigd.OverprogrammeringOm eenzelfde reden wordt er sinds 2014 met een overprogrammeringgewerkt. Een overprogrammering betekent dat in de eerste begrotings-jaren meer projecten worden geprogrammeerd dan er in die jaren formeelaan budget beschikbaar is. Zo wordt er extra druk op de begrotingsreali-satie gecreëerd: de kans wordt vergroot dat er daadwerkelijk bestedingengedaan kunnen worden, is het niet op project A dat onverhoopt vertraagt,dan wel op project B dat wel tot uitvoering komt. Over de hele looptijdvan het Mobiliteitsfonds en Deltafonds zijn het aantal beschikbaremiddelen en de budgetbehoefte van de projecten precies in balans. Inlatere jaren is er dus sprake van onderprogrammering (meer budget danprogrammering). Met overprogrammering kunnen er dus ook geen extraverplichtingen worden aangegaan.In bijlage 1 treft u de feitelijk beschikbare middelen (rode lijn) in hetMobiliteitsfonds en Deltafonds over de hele looptijd aan afgezet tegen deactuele programmering. Hierbij is uitgegaan van de stand van deOntwerpbegroting 2026. Het verschil is de over- en onderprogrammering.Er zijn sinds de introductie in 2014 leereffecten geweest met het werkenmet een overprogrammering op de fondsen. Er hebben ook diverseevaluaties plaatsgevonden. In 2019 is er een plan opgesteld om debeheersing en de uitputting te verhogen. De Kamer is hier over geïnfor-meerd via Kamerstukken 35 300 XII, nr. 6. Naast een aantal maatregelenrondom de overprogrammering ging dit plan ook over versterking van deuitvoeringscapaciteit en verbetering van de planningen en kasramingen.In de Ontwerpbegroting 2025 en in de Voorjaarsnota 2025 is er bij wijzevan pilot met een hogere overprogrammering gewerkt, met ook het risicoop overuitputting (zie paragraaf hieronder). Het doel van deze pilot wasom het realisme in de ramingen te verhogen, zoals ook aanbevolen doorde Studiegroep Begrotingsruimte (17e rapport).Onder- en overuitputtingEen onder- of overuitputting wijst op het saldo van middelen dat ontstaataan het eind van het begrotingsjaar ten opzichte van de meest recentestand van de begroting. Als er onderuitputting is wordt er gesproken overeen «voordelig» saldo en als er overuitputting is over een «nadelig» saldo.Dit saldo wordt afgezet tegenover de ontwerpbegroting, na eventuelecorrecties via de Voorjaarsnota (zie paragraaf «kasschuiven» hieronder) ofandere tussentijdse suppletoire wetten. Dit gebeurt bij Slotwet. Voor hetjaar 2025 wordt de Slotwet nog opgesteld. Deze ontvangt de Kamer in meimet de bijbehorende Jaarverslagen. In het jaarverslag dient vanuit debegrotingsregelgeving ook inzicht gegeven te worden in de onder- ofoveruitputting over het voorgaande jaar.KasschuivenEen kasschuif is een verschuiving van middelen in de tijd. Het gaat hierom een correctie op de raming vooraf, zoals opgenomen in de begroting.Het gaat nadrukkelijk alleen om een wijziging van het kasbudget in enigTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 152 jaar, niet om een verandering van wat we met dat geld voornemens zijn tedoen of het totale, voor een project beschikbare budget. Het inzetten vaneen kasschuif gebeurt doorgaans in de Voorjaarsnota of in de Ontwerpbe-groting. Omdat het hier correcties «vooraf» betreft tellen deze verschui-vingen technisch niet mee in het uiteindelijke saldo van onder- ofoveruitputting. Dit volgt uit de Rijksbegrotingsvoorschriften. Hetdoorvoeren van kasschuiven is altijd onderhevig aan het budgetrecht: deKamer moet expliciet instemmen met de wijziging van deze kasritmes. Erontstaat geen extra financiële ruimte om nieuwe verplichtingen aan tegaan voor nieuwe projecten. De verschoven middelen blijven altijdvolledig beschikbaar binnen de begroting, alleen het jaar waarin deze totbesteding komen wijzigt. Het budgetrecht van de Kamer blijft hierbijvolledig intact: de Kamer houdt hierdoor controle over hoeveel geld wordtuitgegeven en wanneer.De kasschuiven worden doorgaans doorgevoerd als de uitvoering van deonderliggende projecten laat zien dat het betalingsritme in anderejaarschijven verloopt dan eerder gepland2. De kasschuiven wordentoegelicht in de Verdiepingsbijlage. Zoals toegezegd in het WGO, ga ikmet het Ministerie van Financiën bespreken hoe we voor de investerings-fondsen een informatieve verdiepingsbijlage kunnen behouden.Correcties uit het uitvoeringsjaar 2025 bij Voorjaarsnota en NajaarsnotaBij de Voorjaarsnota 2025 is er een kasschuif op de fondsen toegepast van€ 0,65 mld. aan middelen die doorgeschoven worden en in latere jaren inde fondsperiode weer terugkomen. De reden hiervoor is dat dezemiddelen naar verwachting pas in latere jaren nodig zijn om aangeganeverplichten te voldoen. Bij de Najaarsnota 2025 is gemeld dat hiervan€ 0,29 mld. toch weer versneld wordt. Bij de Slotwet wordt de balansopgemaakt om de uiteindelijk onder- of overuitputting te bepalen.Duiding van kasschuiven en uitputtingssaldoDe mutaties als gevolg van kasschuiven zijn, net als het uitputtingssaldo,met name een indicatie van de trefzekerheid van ramingen van IenW.Sinds het plan uit 2019 zijn hier forse stappen op gezet, waarbij ook vanhet Ministerie van Financiën in de laatste jaren extra aandacht is voor hetrealisme van de ramingen. Er is een voorzichtige positieve trend waarbijer minder correcties door middel van kasschuiven zijn en er ook minderonderuitputting wordt gemeld aan het einde van het jaar. Om de bredereprestatie van IenW te beoordelen is het relevant om uit te zoomen en tekijken naar de jaarlijkse totale realisatie op de fondsen. De totale realisatiebetreft de uitgaven die daadwerkelijk gedaan zijn en tot productie geleidhebben in de buitenwereld. Dit is geld dat uitgegeven is om demaatschappelijke opgaven aan te pakken. Deze realisatie is in deafgelopen jaren stapsgewijs opgelopen. Dit is zichtbaar in de onder-staande tabel.Tabel: Ontwikkeling realisatiecijfers Mobiliteitsfonds en Deltafonds (in lopendprijspeil). NB: 2025 is een tussenstand o.b.v. het beeld bij de Najaarsnota.Realisatiecijfers in€ mld.202020212022202320242025Deltafonds1,11,11,41,71,61,92Dit hoeft overigens niet automatisch te betekenen dat de uitvoering van de projecten ookvertraagd. Via de projecttabellen in begrotingstukken van het Mobiliteitsfonds en Deltafondskunt u per project zien voor welke projectmijlpalen er wijzigingen optreden en voor welkeprojecten deze ongewijzigd zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 153 Realisatiecijfers in€ mld.202020212022202320242025Mobiliteitsfonds6,46,97,88,49,79,8Totaal7,58,09,210,111,311,7 De verwachting is dat deze trend zich doorzet richting 2026. In deontwerpbegroting 2026 is € 10,5 mld. op het Mobiliteitsfonds beschikbaaren € 1,9 mld. op het Deltafonds (in totaal € 12,4 mld.). Zoals ook in debrief rondom de Staat van de Infra is aangegeven is het inmiddelsmogelijk om de productie en daarmee de realisatie nog verder op tevoeren (Kamerstuk 36 800-A, nr. 9). Er blijft geen geld op de plank liggen,maar het huidige financiële kader biedt geen budgettaire ruimte omnoodzakelijke projecten bijvoorbeeld op het terrein van instandhouding,waarvoor er wel maakcapaciteit is, uit te voeren. Hierover bent u ookgeïnformeerd in de brief rondom de Staat van de Infra.Kortingen en toevoegingen op de IenW-fondsenIn het wetgevingsoverleg werd verder aandacht gevraagd voor dekortingen die zijn toegepast op het Mobiliteitsfonds en de consequentiesdaarvan.In tegenstelling tot kasschuiven zijn kortingen geen verschuivingen in detijd. Als er een korting wordt toegepast leidt dit ertoe dat er minder ruimteis over de hele looptijd van het fonds om nieuwe verplichtingen danwelprojecten aan te gaan. In de door het Parlement vastgestelde Voorjaars-nota 2025 is een brede korting op de prijsbijstelling tranche 2025toegepast. Omdat deze prijsbijstelling ook doorwerkt naar latere jaren, teltdeze voor het Mobiliteitsfonds op tot een korting van € 2,1 mld. tot en met2039. Ook is op het voordelig saldo over 2024 van het Mobiliteitsfondseen korting van € 0,15 mld. toegepast.Er zijn daar tegenover extra middelen toegevoegd voor de ontsluiting vanwoningbouw voor € 2,5 mld. en middelen voor de Nedersakenslijn(€ 1,9 mld.), Kornwerderzand (€ 0,375 mld.), N36 Almelo-Ommen(€ 0,115 mld.) en de flessenhals Meppel (€ 0,1 mld.). Via de brief over denadere gevolgen van de Voorjaarsbesluitvorming (Kamerstuk 36 725-A,nr. 4) en de Ontwerpbegroting 2026 is de Kamer nader over de effectengeïnformeerd.Tot slotTot slot vraag ik de aandacht voor het feit dat de fondswerkwijze waarbijer veertien jaar vooruit gepland kan worden voor infrastructuur uniek isten opzichte van de landen om ons heen. De lange looptijd brengt zoalsgeschetst ook specifieke spelregels met zich mee. Het ministerie wiltransparant zijn en maximaal inzicht bieden in de geldstromen enbehaalde resultaten. In het WGO Begrotingsonderzoek is daaromaangeboden om een technische briefing te plannen. Ook is het uiteraardmogelijk dat het ministerie met de rapporteurs in gesprek gaat over welkeverbeteringen er naar de toekomst nog doorgevoerd kunnen worden.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. TiemanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 154 MEERJARIG BEELD BUDGETTEN EN PROGRAMMERING MOBILI-TEITSFONDS EN DELTAFONDS, INCL. OVERPROGRAMMERING.BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 155

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8d24e826ee636962

14 okt 2026 · d014e635d9ff4cd5

13 okt 2026 · d939f5d678525751

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.