KamerkringInloggen
Kamerbrief

Scope en vervolg Delta Rhine Corridor

5 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 74f3c8649ea20acf · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 826Industriebeleid30 196Duurzame ontwikkeling en beleidNr. 216 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 december 2024Voor het behalen van de energie- en klimaatdoelen van Nederland istijdige realisatie van energie-infrastructuur cruciaal. De Delta RhineCorridor (hierna: DRC) is één van deze cruciale infrastructuurprojecten. Op27 juni jl. bent u door het vorige kabinet geïnformeerd1 over de voortgangen de vertraging van het project. Sindsdien is er meer duidelijkheidgekomen over de uitdagingen om dit ambitieuze en belangrijke project terealiseren. Doorgaan met de huidige aanpak en procedure, zou voor hetkabinet tot onacceptabele extra vertraging van alle modaliteiten(waterstof, CO2, ammoniak en gelijkstroomkabels) leiden. Om toch tot eenspoedige realisatie van twee op de korte termijn belangrijke modaliteitenvoor de verduurzaming van onze industrie te komen, heeft het kabinet eenbesluit genomen over het vervolg. Deze brief stuur ik u mede namens deMinister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening.Stand van zaken zomer 2024Op 27 juni jl.2 is de Kamer geïnformeerd over vertraging in de voortgangvan het DRC-project. Op basis van de individuele planningen van deinitiatiefnemers, welke ook extern getoetst waren, bleek dat het projectvertraging opliep. In plaats van de eerder gecommuniceerde 2028 alsrealisatiedatum, bleek dat de waterstofleiding pas in 2032 of zelfs latergerealiseerd zou worden. De andere modaliteiten zouden nog later in detijd volgen. De vertraging was gebaseerd op de verschillende individueleplanningen. In deze brief is verder gemeld dat het vorige kabinet hetDRC-project voortzette in een gezamenlijke projectprocedure, in iedergeval tot en met de voorkeursbeslissing.3 Inzet was om daarna toe tewerken naar afzonderlijke projectbesluiten per modaliteit. De scope bleefongewijzigd; waterstof, CO2, ammoniak en gelijkstroomkabels maakten1Kamerstuk 29 826, nr. 212.2Kamerstuk 29 826, nr. 212.3De voorkeursbeslissing betreft een stap in de projectprocedure. kst-29826-216ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2161 deel uit van de scope. Daarnaast is in de Kamerbrief de wil aangegevenom samen met de provincies, de markt uit te dagen om met een voorstelte komen voor de aanleg van een herbruikbare buisleiding. Daarbij zoumet de provincie Noord-Brabant nogmaals de economische haalbaarheidvan een herbruikbare buisleiding voor o.a. lpg onderzocht worden. Ook isaan Gasunie gevraagd om tegelijkertijd buiten de DRC-strook eenalternatief tracé te verkennen om op andere wijze het cluster in Rotterdamte verbinden met het landelijk transportnet van waterstof en de waterstof-opslag in het noorden van Nederland.Ontwikkelingen sinds de zomerDeze zomer is op initiatief van het Ministerie van Klimaat en Groene Groeide initiatiefnemers verzocht om na het overleggen van individueleplanningen, alsnog een betrouwbare integrale planning op te leveren. Dieplanning was nog niet opgeleverd ten tijde van de Kamerbrief in hetvoorjaar. De verwachting was, dat de tijdslijnen uit de zomer zoudenverkorten na een kwaliteitsslag op de planningen. Deze kwaliteitsslagheeft echter het tegenovergestelde laten zien. De integrale planning toontaan dat het voortzetten van een gezamenlijke procedure met de viermodaliteiten, veel meer tijd lijkt te gaan vergen dan in de brief van 27 juniis aangenomen. De realisatie van de modaliteiten zou substantiëlevertraging oplopen en in verschillende scenario’s die er waren, kunnenoplopen tot 2040 of verder.Deze vertragingen komen vooral voort uit de complexiteit van het projectmet meerdere modaliteiten en verschillende initiatiefnemers. Debelangrijkste oorzaken liggen in de tijd benodigd voor het organiseren enoperationaliseren van de samenwerkingsvorm tussen de initiatiefnemersen de afhankelijkheid in de procedure van nog nader te bepalen regel-geving, veiligheidskaders en normeringen. Ook is uit een analyse van deinitiatiefnemers gebleken dat de gezamenlijke onderzoeklast veelomvangrijker is dan initieel ingeschat. Dit heeft vooral te maken met het teverwachten beslag op de gereserveerde ruimte in de buisleidingenstrookwaar de DRC gebruik van maakt. Na het gezamenlijk plannen van demodaliteiten in de strook, werd zichtbaar dat de combinatie van buislei-dingen en kabels op een groot aantal plekken buiten de gereserveerdestrook zullen treden. Dat maakt de onzekerheid over de ligging groter endaarmee de onderzoeklast. Ook de benodigde mate van afstemmingneemt toe, zowel onderling als met bevoegde gezagen en de circa 4000perceeleigenaren.Besluit tot aanpassing van de projectscopeDit alles tezamen, maakt dat de realisatie van de modaliteiten in eengezamenlijke procedure in de DRC, zoals beoogd in de Kamerbrief van27 juni jl., ver uitloopt in de tijd. Hierdoor komen de doelstellingen van ditkabinet om de industrie tijdig te verduurzamen in gevaar. Daarom issamen met de initiatiefnemers gekeken, hoe het traject van procedure totrealisatie minder complex kan worden gemaakt en onzekerheden kunnenworden weggenomen. Gasunie had in de zomer al gekeken naaralternatieve routes voor de waterstofleiding. Ook TenneT is gevraagd omnaar alternatieven te kijken buiten de DRC. In gezamenlijke sessies tussenhet Ministerie van Klimaat en Groene Groei en de initiatiefnemers, isintensief samengewerkt en gekeken welke scenario’s er zijn omcomplexiteit te verminderen en onzekerheden weg te nemen. Uiteindelijklagen er twee scenario’s op tafel waartussen gekozen is. De conse-quenties, voor- en nadelen van beide scenario’s zijn daarbij zorgvuldiggewogen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2162 Samen met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Ministervan Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is het volgende besluitgenomen. Besloten is om de scope van de DRC te beperken tot demodaliteiten waterstof en CO2. Door de keuze van deze twee modaliteitenblijft perspectief behouden voor tijdige verduurzaming van de industrie opbasis van deze modaliteiten. Het besluit moest genomen worden, omdatdoorgaan met een gezamenlijke procedure met alle modaliteiten in deDRC zou leiden tot te grote vertraging van alle modaliteiten.Dit besluit is gericht op het zo snel mogelijk realiseren van waterstof enCO2 in de Delta Rhine Corridor. De consequentie van dit besluit is wel dater voor de diepe aanlanding van windenergie van zee naar een andereroute gezocht moet worden, met grote consequenties. Ammoniak maaktniet langer deel uit van de scope van de DRC-procedure. Een herbruikbarebuisleiding wordt niet toegevoegd aan de scope. Deze beide modaliteitenzijn onvoldoende uitgewerkt om ze mee te nemen in het project. In destrook blijft nog ruimte voor toekomstige buisleidingen.Alternatieve afwegingenHet kabinet heeft een alternatief scenario overwogen, waarin waterstof viaeen alternatief tracé buiten de DRC loopt, de buisleiding voor CO2 slechtstot Moerdijk in de DRC te realiseren en ten oosten van Moerdijk degelijkstroomkabels in de DRC-strook te leggen. Daarmee belemmeren deverschillende modaliteiten elkaar ruimtelijk niet en er kan ook snelheidworden gerealiseerd. De waterstofleiding zou dan in 2033 gerealiseerdkunnen worden en de kabels rond 2035.Voor dit scenario is niet gekozen, omdat het ingewikkeld werd om hetlandelijk transportnet voor waterstof sluitend te krijgen tussen het clusterRotterdam en Zuidwest-Nederland (Noord-Brabant en Zeeland). Ook zoude verbinding van de CO2-buisleiding met Duitsland en Limburg dan niettot stand komen. Verder zou de toekomstbestendigheid van de buisleidin-genstrook binnen het DRC-tracé na Moerdijk onder druk komen te staan.Voor mogelijke toekomstige leidingen met gevaarlijke stoffen, waaronderook ammoniak, zou er dan onvoldoende ruimte beschikbaar zijn.Motivatie van het genomen besluitDe belangrijkste afweging voor het genomen besluit om de scope in deDRC te beperken tot waterstof en CO2, is om de vraag naar waterstof- enCO2-infrastructuur vanuit de markt met grotere urgentie te realiseren in deDRC. Dat heeft grote voordelen voor het tijdig realiseren van de CO2 enwaterstof infrastructuur. Het besluit draagt bij aan de realisatie van hetlandelijk transportnet voor waterstof. Deze buisleidingen heeft deindustrie nodig om op korte termijn te verduurzamen. Vanuit de TweedeKamer is er aangedrongen op snelheid en een spoedig besluit. Ook draagtdit besluit bij aan de ontwikkeling van de Rotterdamse Haven alswaterstofhub en vormt het een solide basis voor de businesscase van CO2opslag in Aramis. Met dit besluit ontstaat zekerheid voor de markt en kande projectorganisatie snel verder met de projectprocedure voor dezemodaliteiten.Als uitgegaan wordt van waterstof en CO2 in de DRC-procedure blijkt uitde gedetailleerde planningen van Gasunie dat de waterstofleiding totBoxtel, met dit besluit gerealiseerd kan worden tussen 2031–2032,4waarbij de betrokken partijen versnellingsopties onderzoeken. In Boxtelwordt aangesloten op de bestaande infrastructuur van Gasunie. Realisatie4De cijfers in deze alinea betreffen deterministische en probabilistische planningen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2163 van de CO2 leiding tot Venlo zal naar verwachting in 2032–2033 plaats-vinden. Met Chemelot wordt door Gasunie nog gesproken over de teverwachten volumes CO2. Afhankelijk daarvan kan de connectie van deCO2-buis met Chemelot en de Clauscentrale nog meegenomen worden ineen ruimtelijke procedure.Bij het weer opstarten van de DRC-procedure zal er actief worden gezochtnaar zo veel mogelijk integratie tussen waterstof en CO2. Indien blijkt datdit voor één van de modaliteiten tot teveel vertraging leidt, zal inafstemming tussen de initiatiefnemer en het Ministerie van Klimaat enGroene Groei bekeken worden welke aanpassing in procedure ofuitvoering mogelijk is voor een optimale voortgang van het project.Hierbij staat tijdige realisatie van beide modaliteiten voorop, conform ditbesluit. Een andere reden voor dit besluit is de toekomstbestendigheidvan de DRC-strook. De waterstofleiding en CO2-leiding passen groten-deels in de DRC-strook, waarbij er ruimte overblijft voor toekomstigtransport van gevaarlijke stoffen per buisleiding, zoals ammoniak,waarvoor de buisleidingenstrook initieel ook bedoeld was. In hetProgramma Energie Hoofdinfrastructuur (PEH), is de mogelijkheidopgenomen om te onderzoeken of gelijkstroomkabels in de buisleidingen-strook opgenomen kunnen worden. Dit alleen bij uitzondering en onderde voorwaarde dat het veilig kan. Uit recent onderzoek door NederlandsNormalisatie Instituut (NEN) blijkt dat voor een veilige aanleg,waarschijnlijk een substantieel ruimtebeslag nodig is vanwege veilig-heidsafstanden tussen buizen en kabels. Hierdoor kan de toekomstbesten-digheid van de strook onder druk komen te staan als kabels in deDRC-strook zouden worden aangelegd. Het lopende onderzoek hiernaarheeft nog niet geleid tot een definitieve conclusie over de minimale veiligeafstand tussen kabels en leidingen.Het project is vanaf de start een internationaal project geweest met debedoeling om een Noordwest-Europese markt voor o.a. waterstof en CO2te creëren. Met betrekking tot Duitsland is het van belang te melden datde Duitse Minister Habeck van het Bundesministerium für Wirschaft undKlimaschutz (BMWK) en de Duitse Minister Neubaur van Ministerium fürWirtschaft, Industrie, Klimaschutz und Energie (MWIKE) uit Noordrijn-Westfalen hun zorgen over de voortgang van de DRC aan Nederlandsezijde met het kabinet hebben gedeeld. Zij hechten grote waarde aantijdige koppeling van met name de waterstofinfrastructuur tussen beidelanden, maar hebben ook alle verbindingen naar CO2-opslag inbuurlanden hard nodig. Door dit besluit blijft Nederland een betrouwbarepartner voor Duitsland. Duitsland is inmiddels gestart met de aanleg vanzijn waterstofkernnetwerk en maakte in het afgelopen jaar vorderingenmet zijn beleidsvorming op het gebied van CO2-afvang, -transport en-opslag.Met dit besluit blijft ook de verbinding met Zuidwest-Nederland en Belgiëin stand. Verder blijft aansluiting op het landelijk waterstofnetwerk vanindustrieclusters en centrales langs de route realiseerbaar, met name inde provincies Noord-Brabant en Limburg. Met de provincie Noord-Brabant is recentelijk nog onderzoek gedaan naar de clusters dieperspectief bieden op een verbinding met de hoofdinfrastructuur. MetGasunie zal afgestemd worden hoe deze al in de ontwerpfase kunnenworden meegenomen. Dit geeft de mogelijkheid aan alle betrokkenprovincies om hun industrie tijdig te verduurzamen.Consequenties voor een ammoniak- en herbruikbare buisleidingHet initiatief om te komen tot een ammoniakbuisleiding bevindt zich ineen relatief vroege (verkennende) fase. Voordat de stap kan worden gezetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2164 richting uitvoering – zoals bij de buisleidingen voor CO2 en waterstof –dient de huidige initiatiefnemer stappen te zetten in de uitwerking van hunonderlinge samenwerking en in het uitwerken van het concrete ontwerpvan een veilige ammoniakbuisleiding. Daarnaast is meer duidelijkheidgewenst over het beleidskader voor ammoniaktransport in Duitsland. Omvertraging voor de andere buisleidingen te voorkomen is het besluitgenomen dat de ammoniakbuisleiding geen onderdeel meer uitmaakt vande scope van de DRC. Op basis van het voorliggende besluit blijft in deDRC-strook wel ruimte beschikbaar voor een toekomstige ammoniakbuis-leiding, mochten initiatiefnemers op een later moment alsnog besluitentot aanleg daarvan. Zoals beschreven in de onlangs uitgebrachtekabinetsvisie waterstofdragers, is een buisleiding de preferente vervoers-modaliteit voor grootschalig ammoniaktransport door Nederland. Hetkabinet is bereid om (toekomstige) initiatieven op dit vlak te faciliteren. Inde kabinetsvisie wordt aangegeven dat de mogelijk effecten en debeheersbaarheid bij een voorval of ongeval bij het vervoer van ammoniakrechtvaardigen dat het kabinet zich inzet voor het volgende. Ten eerstedoor nieuwe structurele stromen ammoniak over het spoor zoveelmogelijk te beperken. Ten tweede door eventueel ammoniakvervoer perspoor – met name vanaf Rotterdam – te laten plaatsvinden via deBetuweroute.5 Het kabinet blijft ook gecommitteerd om met de industriëlepartijen verder te werken aan veiligheidsvraagstukken met betrekking tothet transport van ammoniak per buisleiding.De herbruikbare buis (die in eerste instantie gebruikt zou worden voor lpg)wordt niet toegevoegd aan de scope van de procedure, onder andereomdat er nog geen initiatiefnemer is die de bereidheid heeft om deze buisaan te leggen en te beheren en het planningsproces op zich kan nemen.Daarnaast is er ook nog geen zicht op een solide businesscase. Ook bijdeze buisleiding zijn er te grote onzekerheden, waardoor opname in descope de procedure voor andere modaliteiten zou vertragen. Demogelijkheid om in een latere fase alsnog een herbruikbare buisleiding terealiseren in de buisleidingenstrook blijft ook hier bestaan.Consequenties voor de gelijkstroomkabelsNaast het scope besluit om de ammoniak- en de herbruikbare buisleidingniet op te nemen in de DRC heeft het besluit nog een substantiëleconsequentie. De gelijkstroomkabels die nodig zijn voor de diepeaanlandingen van windenergie op zee, vallen nu niet meer binnen descope van de DRC. Met het wegvallen van deze aanlandopties komt hettijdig beschikbaar hebben van voldoende groene energie in Nederland enenergieonafhankelijkheid verder onder druk te staan. Dit kan ookconsequenties hebben voor toekomstige netcongestie en de mogelijk-heden van (industriële) elektrificatie in met name Limburg op langeretermijn. Dit is voor de betrokken provincies belangrijk. Het is van belangvoor de diepe aanlandingen met spoed naar alternatieve routes te kijken.Het zal geen eenvoudige opgave zijn om nieuwe tracés aan te wijzen,omdat op basis van eerdere en lopende studies blijkt dat er weinig fysiekeruimte is voor het realiseren van (diepe) aanlandingen van wind op zee.Een nieuwe procedure voor het vinden van een alternatief tracé voorgelijkstroomkabels vergt naar alle waarschijnlijkheid een nieuweplan-studie. Naar inschatting van TenneT wordt de aanleg van de kabelsdan pas vanaf 2040 gerealiseerd. In overleg met TenneT kijkt het Minis-terie van Klimaat en Groene Groei of dit via een andere procedure eerderkan.5Kamerstuk 32 813, nr. 1424.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2165 Het is zeer waarschijnlijk dat dit besluit extra kosten met zich meebrengtvoor TenneT. Dit heeft onder andere te maken met: de aanloopkosten, deextra onderzoekslast, stijgende bouwkosten, betrekken van de (brede)omgeving en kosten of gederfde inkomsten voor niet-getransporteerdeelektriciteit (redispatchkosten) door opstoppingen op het transportnet.Samen met TenneT, de initiatiefnemer van de gelijkstroomkabels, gaat hetMinisterie van Klimaat en Groene Groei het traject zo snel mogelijkopstarten. Daarvoor wordt de komende tijd verkend hoe een alternatieftraject in te steken en hoe dit zich verhoudt tot het lopende programmaVerbindingen Aanlanding Wind op Zee 2031 – 2040 (VAWOZ) dat kansrijkealternatieven voor aanlanding van wind op zee in beeld brengt. Er wordtmet prioriteit – en in afstemming met TenneT – verkend hoe het alternatieftraject voor diepe aanlandingen van wind op zee vorm kan krijgen.Betrokkenheid onderzoekenNaast het genomen besluit over de scope van de DRC zijn er nog enkele(eerder) genoemde onderzoeken en zaken die door de projectorganisatiezijn opgepakt.Het kabinet is voornemens om, los van de DRC-procedure bij dezeonderzoeken betrokken te blijven.•Er wordt aan een veiligheidskader voor transport van ammoniak perbuisleiding gewerkt om voldoende inzicht te krijgen in het hande-lingsperspectief in het onverhoopte geval van een calamiteit, endaardoor aan het te eisen strenge maatregelenpakket voor de leiding.•Daarnaast loopt het onderzoek van NEN naar de wederzijdse beïnvloe-ding, onderlinge afstanden en het effect van beheersmaatregelen vangezamenlijke ligging van gelijkstroomkabels en buisleidingen in eenstrook. Dit onderzoek moet leiden tot normering. Het Ministerie vanKlimaat en Groene Groei blijft samen met het Ministerie van Infrastruc-tuur en Waterstaat betrokken bij de verdere uitwerking hiervan met hetoog op mogelijke ontwikkelingen in de toekomst. Vanuit het Rijk blijftde Minister van Infrastructuur en Waterstaat betrokken bij verderonderzoek naar herbruikbare buisleidingen en de mogelijkheden voorhet realiseren van de modal shift van spoor naar buis.•Het Rijk blijft ook betrokken door samen met de sector en anderebevoegde gezagen te kijken naar beheer en optimaal gebruik vanbestaande buisleidingenstroken.•Tot slot is in oktober 2024 een studie toekomstbestendige passageHollandsch Diep door Rijkswaterstaat opgeleverd. Het Rijk blijftbetrokken bij de opvolging voor de mogelijkheden van een tweedebuisleidingentunnel onder het Hollandsch Diep.Openstaande motiesTot slot wil het kabinet de Kamer informeren over de motie Grinwis c.s.6en de motie Erkens c.s.7 In de motie Erkens wordt de regering o.a.verzocht om ervoor te zorgen dat de benodigde infrastructuur zoals deDRC, zo spoedig mogelijk wordt gerealiseerd en al het mogelijke te doenom deze cruciale randvoorwaarden tijdig te realiseren en versnelling teverwezenlijken. Verder is de regering verzocht om ook ontbundeling vanprojecten te overwegen indien dit de snelheid ten goede komt en om deKamer te informeren over hoe zij dit beoogt te realiseren. Met deze briefbeschouwt het kabinet de motie Erkens c.s. voor wat betreft de DRC alsafgedaan.6Kamerstuk 29 826, nr. 193. Een eerder deel van de motie is afgedaan in Kamerstuk 32 813,nr. 1395.7Kamerstuk 36 600 XXIII, nr. 27.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2166 Met betrekking tot de motie Grinwis c.s. worden in het project DRCraakvlakprojecten en meekoppelkansen in het projectgebied geïnventari-seerd en vindt afstemming daaromtrent plaats met de regio. Bij meekop-pelkansen wordt verkend of realisatie samen met het DRC-projecthaalbaar is. Dit is mogelijk als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.Zo zijn de initiatiefnemers van de meekoppelkansen zelf verantwoordelijkvoor tijdige beschikbaarheid en aanlevering van de benodigde informatie,tijdige besluitvorming en de nodige financiering. Als dit geheel binnen deDRC-projectplanning haalbaar blijkt, kan een meekoppelkans meege-nomen worden in de aanbesteding voor de realisatie. Anders wordtteruggevallen op samenwerking om afspraken te maken over de wijzewaarop het DRC-project en het raakvlakinitiatief beide in de toekomstapart van elkaar zo efficiënt mogelijk kunnen worden gerealiseerd. In hetkader van participatie biedt het DRC-project transparantie in de inventari-satie van raakvlakinitiatieven en meekoppelkansen evenals de bijbeho-rende afstemming, afweging en besluiten. Zo is met de provincieNoord-Brabant nog recentelijk onderzoek gedaan naar de clusters dieperspectief bieden op een verbinding met het waterstofnetwerk in deDRC. Naast Moerdijk (als onderdeel van cluster Rotterdam-Moerdijk) gaathet om verbindingen in Tilburg/Dongen/Oosterhout, regio Eindhoven enMeierijstad. Vervolgafspraken worden hierover gemaakt door deinitiatiefnemer in de ruimtelijke procedure van de DRC. Hiermee is demotie Grinwis c.s. afgedaan.Met dit besluit kunnen de initiatiefnemers voortvarend verder werken aande realisatie van de verschillende modaliteiten en wordt duidelijkheidgegeven aan marktpartijen om te investeren in verduurzaming. Hetkabinet is zich ervan bewust van dat dit besluit ook consequenties heeft.Bij een transitie waarin je aanloopt tegen problemen in de uitvoering,hoort ook dat je keuzes maakt. Vervolgens moet gekeken worden hoe deconsequenties zo goed mogelijk worden ondervangen. Daar blijft hetkabinet zich samen met alle initiatiefnemers voor inzetten. Verder zal hetkabinet met de betrokken provincies en andere bevoegde gezagen blijvenoptrekken bij de realisatie van dit project.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 826, nr. 2167

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 40ee1719a3ea549f

14 okt 2026 · ad7da55b9427e47f

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.