KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 februari 2025, over Verkeersveiligheid

24 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e26ccaa66cf50169 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 398Maatregelen verkeersveiligheid31 305MobiliteitsbeleidNr. 1170 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 24 maart 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat en de vastecommissie voor Justitie en Veiligheid hebben op 11 februari 2025 overleggevoerd met de heer Madlener, Minister van Infrastructuur en Waterstaat,en de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid, over:−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 20 juni 2024 inzake onderzoek naar de effecten vanzwaardere voertuigen op de verkeersveiligheid (Kamerstuk31 305, nr. 470);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 14 juli 2023 inzake verzorgingsplaatsen van de toekomst(Kamerstuk 31 305, nr. 410);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 16 juli 2024 inzake nationale typegoedkeuring mobielemachines en gedoogsituatie voor de tijdelijke voorziening voormobiele machines (Kamerstuk 31 305, nr. 471);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 13 augustus 2024 inzake CBR-kwartaalrapportage tweedekwartaal 2024 «corona-inhaalslag examens» (Kamerstuk29 398, nr. 1112);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 16 september 2024 inzake gedoogconstructie DigitaalAanvragen Rijbewijzen (DAR) en bekendmaking waardeonder-zoek (Kamerstuk 29 398, nr. 1123);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 4 oktober 2024 inzake strategie voor het promoten vanhet vrijwillig gebruik van de fietshelm (Kamerstuk 29 398,nr. 1129);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 26 september 2024 inzake adviesrapport van het Advies-college ICT-toetsing over het programma uitrol intelligentewegkantstations (iWKS) van Rijkswaterstaat (Kamerstuk29 385, nr. 141);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 24 september 2024 inzake invulling motie van de ledenGrinwis en Stoffer over voorstellen voorbereiden om de kst-29398-1170ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11701 aanpak van verkeersonveilige rijks-N-wegen te verlengen(Kamerstuk 29 398, nr. 1095) (Kamerstuk 29 398, nr. 1126);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 31 oktober 2024 inzake reactie op verzoek commissieover de notitie omtrent de verzorgingsplaats van de toekomstvan de Federatie Weggebonden Horeca (FWH) (Kamerstuk31 305, nr. 474);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 31 oktober 2024 inzake uitstel invoering registratie- enkentekenplicht bijzondere bromfietsen (Kamerstuk 29 398,nr. 1131);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 2 december 2024 inzake reactie op verzoek commissieover de brief van de gemeenten Almelo en Hardenberg (medenamens omliggende gemeenten en andere belanghebbenden)over de verkeersveiligheid op de N36 (Kamerstuk 29 398,nr. 1137);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 10 december 2024 inzake stand van zaken voertuigauto-matisering (Kamerstuk 31 305, nr. 481);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 13 december 2024 inzake stand van zaken van de ver-keersveiligheid najaar 2024 (Kamerstuk 29 398, nr. 1139);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 15 januari 2025 inzake eerste aanvraagtijdvak derdetranche investeringsimpuls (Kamerstuk 29 398, nr. 1156);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 20 december 2024 inzake reactie op verzoek commissieover de brief van MENSenSTRAAT en Wandelnet met betrek-king tot voetgangersveiligheid (Kamerstuk 29 398, nr. 1142);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 15 januari 2025 inzake onderzoek naar aparte voertuigca-tegorie fatbike (Kamerstuk 29 398, nr. 1155);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 5 februari 2025 inzake aanpak verkeersveiligheid vanelektrische fietsen (Kamerstuk 29 398, nr. 1157).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat,P. de GrootDe voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,PoolDe griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11702 Voorzitter: NordkampGriffier: MeedendorpAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Olger van Dijk, El Abassi,Grinwis, Heutink, De Hoop, Krul, Nordkamp, Pierik, Stoffer en Veltman,en de heer Madlener, Minister van Infrastructuur en Waterstaat, en deheer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 16.34 uur.De voorzitter:Goedemiddag allemaal. Welkom bij het commissiedebat Verkeersvei-ligheid van de commissie voor Infrastructuur en Waterstaat. Allereerstheet ik de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister vanJustitie en Veiligheid van harte welkom. Ook een hartelijk welkom aan dedeelnemers van de commissie.Allereerst heb ik een kort verzoek aan de commissie. Volgens mijninformatie is de heer Krul van het CDA geen vast lid van deze commissie.Mijn vraag aan de rest van de commissie is of het akkoord is dat hijdesondanks deelneemt aan dit debat. Ik zie voor nu instemming, dus datis fijn.Het wordt een lang debat. Ik hoop op een goed debat. We hebben evengekeken of we drie of vier interrupties in de eerste termijn hanteren. Wehebben gekozen voor vier interrupties. Ik wil u verzoeken om daar ookeven rekening mee te houden. Ik wil u aan het einde van het debat graagnog ruimte geven voor een gesprek met elkaar en met de bewindsper-sonen. Laten we er met elkaar een mooi debat van maken. Ik geefallereerst het woord aan mevrouw Veltman van de VVD.Mevrouw Veltman (VVD):Dank u wel, voorzitter. De overlast van fatbikes is vooral in de grotesteden nog onverminderd groot. Meer dan de helft van de ongevallen metfatbikes betreft kinderen tussen 10 en 14 jaar. De ouders zijn primairverantwoordelijk. De VVD vindt dat de aanpak op straat en de handhavingop de import van en handel in illegale fatbikes keihard nodig zijn. Maar wezien iedere dag op straat dat dit onvoldoende is. Daarom heeft de TweedeKamer met de motie-Veltman/Olger van Dijk gevraagd om een minimum-leeftijd van 14 jaar en een helmplicht voor de fatbikes. De Minister wil hierniet aan. Hij kan niet, hij wil niet, hij lijkt het zo wel goed te vinden. Hetonderscheid met e-bikes zou namelijk niet te maken zijn. De Ministernoemt het een «heilloze weg».Voorzitter. 90% van de mensen wil dat er strengere eisen komen voorfatbikes. Maar we hebben het blijkbaar heel ingewikkeld gemaakt en deMinister geeft aan dit probleem daardoor niet op te kunnen lossen. HetOM heeft wel fatbikes in beslag genomen en de ILT kan fatbikes wel vanMarktplaats halen, maar het is blijkbaar niet mogelijk om voor dezefatbikes een helm en een minimumleeftijd verplicht te stellen.Als argument wordt gebruikt dat als we de fatbikes apart gaan categori-seren, er over twee weken een nieuw soort fatbike op de markt zal zijn, dienet afwijkt van de huidige fatbike, waarmee de regels omzeild kunnenworden. Maar dit is wat mij betreft geen enkel excuus. Hoewel weallemaal belang hebben bij een structurele oplossing, zullen we ook opkorte termijn gewoon een grens moeten stellen. Desnoods zitten we hierover twee weken weer om ook de nieuwe soort fatbike te categoriseren.Het gaat om de veiligheid op straat.Mijn vraag aan de Minister is dus: waarom is hij niet bereid om uit zijn«kan ik niet, wil ik niet»-modus te komen en juist «ik ga kijken wat welkan» als uitgangspunt te nemen, alle creativiteit te gebruiken, door tezetten en «nee» niet als antwoord te accepteren? Dat kan bijvoorbeeldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11703 door het gewicht en het koppel als kenmerkend onderscheid te nemen.Het feit dat het moeilijk is, doet niets af aan de must om het te gaanregelen. Iedere Minister heeft hele moeilijke problemen op te lossen, ookdeze Minister.Ondertussen moet er nog veel aan de handhaving gebeuren. De Ministerheeft de ILT, de NVWA en de Douane samen om de tafel gehad. Vorigeweek waren deze partijen hier bij een technische briefing. De NVWA hadnog nooit van een veiligheidsprobleem met de fatbikes gehoord. Tussende ILT en de NVWA zit een grijs gebied. Een gezamenlijk plan ontbreekt.De Douane kan een container met illegale fatbikes in de Rotterdamsehaven na een administratieve controle gewoon weer sluiten en doorlaten,waardoor de illegale fatbikes alsnog op de openbare weg komen. Dit zijntoch allemaal zaken waar allang aan gewerkt had moeten worden? We zijnal een jaar aan het praten over de illegale fatbikes. Hoe kan het dat er noggeen betere integrale aanpak voor handhaving ligt?Over handhaving gesproken: het is goed dat u hier beiden zit. De politiekan nu op straat niet goed optreden tegen illegale of opgevoerde fatbikes.Het Ministerie van IenW vindt dat dat wel kan en de politie en JenV vindendat dat niet kan. Het komt erop neer dat voor de politie een wijziging in dedefinitie van de elektrische fiets in de Wegenverkeerswet nodig is om deopgevoerde of illegale fatbike op straat goed te kunnen aanpakken.Zonder wijziging houden sancties bij de rechter waarschijnlijk geen standen wordt de strafrecht- en de beslagketen nodeloos belast. Deze kleinewetswijziging kan voor een structurele oplossing zorgen. Als dit wordtaangepast, voorkomt dit dus dat een heleboel mensen op illegale fatbikesde dans ontspringen en niet worden gestraft. Er lijkt hier een verschil tezitten tussen de mening van de politie en die van IenW. Kunnen deMinisters dit samen oplossen? Wil de Minister van IenW deze wetsaan-passing met spoed in gang zetten?Voorzitter. Alcohol in het verkeer maakt steeds meer slachtoffers. Mensendie met alcohol op achter het stuur stappen, spelen met mensenlevens.Daar hoort een flinke straf bij.De voorzitter:Ik zie dat u een interruptie heeft van de heer El Abassi van DENK.De heer El Abassi (DENK):Ik hoor de VVD het alleen hebben over fatbikes. Ik hoor de VVD het ookhebben over illegale fatbikes. Volgens mij moeten we alle illegale fietsenaanpakken. Daar moeten we op handhaven, want dat mag natuurlijk niet.Maar de link naar de fatbike is mij op dit moment niet duidelijk. Heeft deVVD moeite met de fatbike an sich of met illegale fatbikes en moeten wedus de illegaliteit aanpakken? Of heeft de VVD moeite met alle illegalefietsen?De voorzitter:Helder.Mevrouw Veltman (VVD):Sorry, ik had mijn microfoon niet uitgezet. Ik weet niet of meneerEl Abassi bij aanvang van mijn betoog al in de zaal zat. Ik heb aangegevendat er een heel groot probleem is met fatbikes die te hard rijden in grotesteden. Soms wordt er gereden op een illegale fatbike met een fouteconstructie, die via wat voor route dan ook het land is binnengekomen, ensoms betreft het een fatbike die alsnog handmatig door de berijder wordtopgevoerd zodra die door de brievenbus is gearriveerd. Het gaat er in allegevallen om dat ze op straat grote overlast veroorzaken. Mensen wordenomvergereden en er zijn veel ongelukken. De helft van de kinderen die bijdie ongelukken betrokken zijn, is 10 tot 14 jaar. Dat is reden genoeg om defatbike aan te pakken, want daar zit inderdaad vooral het probleem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11704 De voorzitter:Dank. U heeft nog een interruptie van de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Ik hoor de VVD zeggen dat de problemen met name bij de fatbike zitten.We zijn bij een bijeenkomst geweest met experts en daar kwam juist naarvoren dat een fatbike intrinsiek en in zijn totaliteit niet onveiliger is danandere fietsen. Dat is nergens uit gebleken. Ik kom zelf ook uit een grotestad. Ik moet heel eerlijk zijn: als ik rondloop in de binnenstad, dan isiedere fietser voor mij een gevaar. Ik vind het persoonlijk een hele lelijkefiets. Ik ben geen fan van die fietsen, maar het is mij in de grote stad nietopgevallen dat een fatbike gevaarlijker is dan andere fietsen. Op basis vanhet onderzoek van DTV zie ik ook geen reden om die fietsen te bestem-pelen als gevaarlijker dan andere fietsen. Mijn vraag aan de VVD is: watvoor concreet bewijs heeft zij voor de stelling dat deze fiets intrinsiek ofniet-intrinsiek onveiliger is dan andere fietsen?Mevrouw Veltman (VVD):Ik zou bijna willen vragen of de heer El Abassi onder een steen heeftgeleefd, want het hele probleem is ontstaan vanwege overlast doorfatbikes. Natuurlijk zijn opgevoerde e-bikes die geen fatbike zijn, ook nietgoed. Die mogen er ook niet zijn.De heer El Abassi (DENK):Het kan dat de heer El Abassi onder een steen heeft geleefd, dat deDouane onder een steen leeft, dat de ILT onder een steen leeft, dat depolitie onder een steen leeft en dat de Minister onder een steen leeft.Misschien geldt dat niet voor mevrouw Veltman. Dat kan. Maar ik woon ineen grote stad en nogmaals, ik zie dit niet. Het is een opvallende fiets. Hijvalt heel erg op; dat is zo. Ik vind het persoonlijk een lelijke fiets. Het iseen dikke fiets. Maar ja, de een houdt van dik en de ander houdt vanslank. Je mag er wat van vinden, maar als de experts keer op keer zeggendat die fiets niet onveilig is ... Sterker nog, zo’n fiets is vanwege zijnbanden zelfs veiliger dan andere fietsen. De VVD moet echt met ietssterkers komen. Vraag dan naar nog een onderzoek, maar je kunt tochniet ...De voorzitter:En uw vraag is?De heer El Abassi (DENK):... direct overgaan op een aanpak? Dat zou ik de VVD willen vragen. Vraageerst om een onderzoek om dit nader te onderbouwen in plaats vanallemaal stellingen in te nemen zonder concreet bewijs.Mevrouw Veltman (VVD):We hebben allerlei cijfers gezien. Een groot aandeel van het aantalongevallen met elektrische fietsen vindt plaats met een fatbike. Een grootaandeel daarvan, meer dan de helft, bestaat uit ongevallen met zwaarletsel bij jongeren tussen 10 en 14 jaar. Ik bestrijd dat de Douane, de ILT ofde politie heeft gezegd dat het een hele veilige fiets is. Dan heeft meneerEl Abassi niet opgelet bij de technische briefing. De ILT heeft al meer dan10.000 illegale exemplaren in beslag genomen, omdat ze onveilig zijn. Ditwordt het laatste stukje van mijn interruptie, voorzitter. De politie zit metde handen omhoog en weet niet hoe ze dit goed kan aanpassen, omdat zijook ziet dat deze dingen een gevaar zijn. De Douane zou het wel willen,maar er zijn nog geen afspraken over. Er is volgens mij genoeg reden omte zeggen dat de fatbike een vervelend maatschappelijk probleem is, endan druk ik het nog zacht uit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11705 De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Veltman (VVD):Dank u, voorzitter. Ik had het over alcohol in het verkeer. Wat de VVDbetreft moet het mogelijk zijn een alcoholslot te plaatsen. Vorig jaar is ereen onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor herinvoering hiervan,maar dit laat te lang op zich wachten. De VVD wil dat hier meer vaartachter wordt gezet. Hoe zien de Ministers een spoedige herinvoering vanhet alcoholslot? Wanneer kunnen we dat gaan inzetten?Voorzitter. Ook voor mijn volgende punt is het goed dat beide Ministershier zitten. Veel mensen van wie het rijbewijs ongeldig wordt verklaard,blijven toch rondrijden. Wat de VVD betreft wordt hier intensiever opgehandhaafd en wordt het strenger bestraft, maar dit kan pas effectief, zois gebleken uit een pilot, als de brief hierover persoonlijk wordtoverhandigd aan de bestuurder. Want het smoesje «maar ik heb helemaalgeen brief gekregen» schijnt nogal vaak voor te komen. Gevolg? Gebrekaan bewijs, zaak geseponeerd of persoon vrijgesproken. Nu begrijp ik datde voortgang stokt omdat er gedoe is over de kosten van het persoonlijkoverhandigen. Mijn verzoek aan de Ministers is of zij de kosten op derijbewijshouder willen verhalen en door willen pakken op dit dossier,zodat niet straffeloos zonder rijbewijs gereden kan worden.Voorzitter. Tot slot: met je mobieltje achter het stuur. Iedereen ziet mensenin het verkeer die dit doen en iedereen weet dat dit de oorzaak van veelongelukken en leed is. Goed dat hiervoor nieuwe flitsers worden ingezet –daarover hebben we deze week kunnen lezen in de krant – maar wat doende Ministers nog meer? Wat gaan de Ministers doen om hier stevig tegenop te treden?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank. Ik zie dat er allereerst een interruptie van de heer De Hoop is.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ben het met veel van de bijdrage van mevrouw Veltman van de VVDbest eens, ook op het punt van de fatbike, overigens. Maar uit het oogpuntvan de algehele verkeersveiligheid is de fatbike niet het grootsteprobleem, hoe erg ik de ongevallen met de fatbike ook vind. Er zijn meerandere kwetsbare verkeersdeelnemers die zeer ernstige verkeersverwon-dingen oplopen. Een groot probleem daarbij is de infrastructuur. Ik benbenieuwd naar de analyse van mevrouw Veltman daarvan. Zouden wemet elkaar niet veel meer moeten investeren in een betere fietsinfra-structuur en misschien een andere weginrichting? Want dat kan heel veeldoen voor de verkeersveiligheid, terwijl dit kabinet hier betrekkelijk weiniggeld voor uittrekt. Ik ben dus benieuwd naar een reflectie daarop.Mevrouw Veltman (VVD):Goede vraag van de heer De Hoop. Ik ben het in grote lijnen ook met hemeens. Volgens mij is het én infrastructuur én gedrag, en ook zorgen dat weop veilige apparaten fietsen of in veilige apparaten rijden. Ik denk dat opal die punten een inspanning nodig is. Er is in de loop van een aantaljaren, tot 2030, een groot bedrag beschikbaar om de infrastructuur aan tepassen om te zorgen voor veilige wegen. We hebben met schaarsemiddelen te maken, dus daar moet je een goede afweging in maken. Daarzijn we allemaal bij en daar doen we allemaal ons best voor. Ik heb hetweleens eerder gezegd: ieder verkeersslachtoffer is er een te veel en wemoeten alles doen wat we kunnen om slachtoffers te voorkomen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11706 Volgens mij zien we allemaal dat de middelen schaars zijn. Tegelijkertijdviel mij bij de technische briefing wel het schrikbarende bedrag op datwerd genoemd: verkeersongelukken kosten ons als samenleving30 miljard per jaar. Ik denk dan: als we gewoon een paar honderd miljoenper jaar meer zouden investeren in goede fietsinfrastructuur en bijvoor-beeld het inrichten van 50km/u-wegen als 30km/u-wegen, zouden we deinfrastructuur kunnen verbeteren en heel veel ongelukken kunnenvoorkomen. Is mevrouw Veltman het met mij eens dat wij deze Minister erecht toe moeten bewegen om daar komend jaar extra inzet op te leveren?Het levert namelijk heel veel op: het vergroot de verkeersveiligheid en hetvoorkomt heel veel maatschappelijke kosten.Mevrouw Veltman (VVD):Ik denk dat er een heleboel oorzaken voor verkeersongevallen zijn en dathet de Staat en de belastingbetaler vele miljarden zou schelen als jebepaalde maatschappelijke problemen niet zou hebben. Dat is deafweging die je met elkaar moet maken. Er is nu 500 miljoen beschikbaargesteld voor infrastructuur. Wat mij betreft zetten we ook heel hard in opbijvoorbeeld het meer bestraffen van veelplegers en het aanpakken vangedrag. Want we zien heel veel fout gaan op de weg, wat echt te makenheeft met gedrag. Het speelt dus op verschillende fronten en daar moetenkeuzes in gemaakt worden, maar we moeten wel alles doen wat wekunnen.De heer Grinwis (ChristenUnie):In lijn met de interruptie van de heer De Hoop heb ik ook nog een vraag.De doelstellingen blijven allemaal staan, zoals de halvering van het aantalverkeersslachtoffers in 2030, maar papier is buitengewoon geduldig. Dezecoalitie heeft er geen extra geld voor uitgetrokken. Alles wordt duurder.We hebben een hele bijzondere brief gekregen over de N36; nog maar eenkwart van de weg wordt aangepakt en als de aanbesteding meevalt, vloeithet geld terug naar het Rijk. Dat zijn toch hele rare berichten? Hoeverhouden die zich tot elkaar? Mag ik mevrouw Veltman ertoe uitnodigenom zich aan te sluiten bij de stelling dat het geld dat nu is uitgetrokkenvoor de N36, helemaal voor de N36 beschikbaar blijft, ook als deaanbesteding meevalt?Mevrouw Veltman (VVD):Zoals u weet, heb ik mij er ook hard voor gemaakt om echt aandacht tebesteden aan de N36. Dat is een heel belangrijke opdracht die we volgensmij hebben. Je ziet dat er inderdaad te weinig geld voor was begroot endat er veel meer nodig is om die hele weg aan te pakken. Ik wil heel graagmet u kijken hoe we het geld dat was begroot maar dat niet wordtbesteed, op de een of andere manier ... Ik kijk naar voorstellen. Dan wil ikgraag met u meekijken wat eraan te doen is. Tegelijkertijd zien we dat erop heel veel fronten meer middelen nodig zijn. Zoals net gezegd, moetenwe daar keuzes in maken. Ik vind het belangrijk om dat vooral goed in degaten te houden en ons best te doen, niet alleen op het gebied vaninfrastructuur maar ook op het gebied van gedrag, en alles wat we kunnendoen voor het bewustzijn van mensen zelf en hun eigen verantwoorde-lijkheid. Maar tegelijkertijd vraag ik waarom het zo moeilijk is om eenhelmplicht en een leeftijd van 14 jaar voor bijvoorbeeld een fatbike in testellen, want dat is ook iets wat we voor hebben liggen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dan ga ik nog even door op dat laatste punt, die helmplicht. Je wordt erniet populair van. Deze coalitie heeft dus de keuze gemaakt: weet je wat,we richten ons helemaal op de fatbike en we negeren even de rest. Danmoet je je in 83 bochten draaien. Uiteindelijk is de conclusie vanuit hetministerie wat Minister Madlener al aan de voorkant zei: ik denk niet datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11707 het gaat lukken. Voor mensen in het land is dat lastig uit te leggen, wantzo’n fatbike ziet er toch wel anders uit dan de rest. Maar oké, hetonderzoek is toch wel vrij overtuigend. Alles goed en wel, mijn vraag aanmevrouw Veltman is: als je het echt zo ernstig vindt dat al die 12-, 13-, 14-en 15-jarigen op de intensive care belanden, waarom regel je dan nietsimpelweg een helmplicht voor alle minderjarigen op een e-bike?Mevrouw Veltman (VVD):Nu doet de heer Grinwis alsof die fatbike het enige is. Ik heb volgens mijeen heleboel andere onderwerpen in mijn pleidooi benoemd. Ik heb hetgehad over mobieltjes in het verkeer. Ik heb het gehad over alcohol in hetverkeer. Vorige week stond ik nog bij de microfoon in de plenaire zaal,omdat we weten dat een heleboel, 100, viaducten en bruggen in hetverkeer een belangrijk veiligheidsrisico met zich meedragen. Dus volgensmij zijn er een heleboel aspecten die meespelen bij veiligheid in hetverkeer.Wat uw vraag over de helmplicht betreft, zover ben ik nog niet, als hetgaat om een helmplicht voor jongeren. Eén: ik verwacht meer creativiteitvan de Minister. Daarom zit ik hier en daarom heb ik die vragen gesteld,voor het oplossen van het probleem met de fatbikes. En twee: hetprobleem zit bij de fatbikes. Als we daar het probleem oplossen, pakkenwe het probleem ook bij de kern aan. Het gaat mij echt te ver om tezeggen: dan maar geen onderscheid, dan maar alle e-bikes en allejongeren onder de 14 jaar. Dat gaat wat mij betreft niet de goede kant op.Want daar zit het probleem niet. Het is makkelijk om, als je een probleemziet en dat vergroot, dat dan maar in grotere mate op te lossen. Maar datpast niet bij mijn insteek en de reden waarom ik hier zit. Ik wil voor veelmensen nog zo veel mogelijk vrijheid behouden als zij zich van A naar Bbewegen, ook voor jonge kinderen. Maar ik begrijp hier wel uit dat deheer Grinwis van de ChristenUnie zich er blijkbaar bij neerlegt dat deMinister dit probleem niet wil oplossen.De voorzitter:U heeft vier interrupties en dit wordt uw derde.De heer Grinwis (ChristenUnie):Maar ik word uitgelokt door mijn collega. Het gaat er niet zozeer om of ikme er wel of niet bij neerleg. Ik vind dat we kostbare tijd aan het verdoenzijn: alles tien keer omdraaien en dan nog steeds geen conclusie trekken,en alleen maar bezig zijn met uitstellen. Als je ondertussen aan artsenvraagt wat er langskomt in de ziekenhuizen en op de intensive care, hoorje dat het schrikbarend is. Dan denk ik: van een helm dragen ga je nietdood, maar als je verkeerd terechtkomt, misschien wel. Dan heb ik lieverdat we snel een maatregel treffen die in ieder geval kan worden gehand-haafd en kan worden uitgevoerd, dan dat we eindeloos met elkaardoorexerceren en hier over een jaar weer zitten, omdat er nog steeds niksis gebeurd. Dat is hoe ik in de wedstrijd zit. Dan heb ik inderdaad lieverdat alle minderjaren op een e-bike een helm hebben dan dat we eindeloosgaan millimeteren over «lukt het wel of lukt het niet?» Dat is inderdaadmijn lijn. Mijn vraag aan mevrouw Veltman is: wanneer is zij toe aan dieconclusie? Hoeveel tijd geeft zij de Minister nog?Mevrouw Veltman (VVD):Dan val ik in herhaling. Ik ben het er helemaal mee eens dat we hier eenheleboel kostbare tijd aan het verdoen zijn. We praten hier al een jaarover. Ik heb aangegeven dat er sowieso op het gebied van handhavingstevigere stappen gezet kunnen worden. Maar ik vind ook dat er in eenjaar tijd meer stappen op dit terrein gezet hadden kunnen worden. Dat iszo, maar dat wil niet zeggen dat we het probleem dan maar ergens andersgaan neerleggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11708 Dank u wel, voorzitter.De heer Krul (CDA):Daar wil ik wel even op doorgaan, want wat de heer Grinwis zegt, klopt indie zin dat je je niet per se populair maakt met deze stelling. De SWOVheeft bijvoorbeeld berekend dat een helmplicht voor minderjarigen tot85 verkeersslachtoffers en 2.600 gewonden per jaar kan schelen. Wehebben het vaak over de doelstelling voor 2030 om het aantal slachtoffersvan verkeersongevallen te halveren. Tegelijkertijd zien we dat het eigenlijkalleen maar toeneemt. Dat komt deels door de fatbike, maar deze cijfersgaan over een algemene helmplicht. Als dit soort maatregelen te vergaan, ben ik wel benieuwd waar de VVD zelf aan denkt om daadwerkelijktot die halvering van het aantal verkeersslachtoffers te komen. Want ikhoor wel «creativiteit van het kabinet», maar ik ben benieuwd waar deVVD dan zelf aan denkt.De voorzitter:Helder. Dank.Mevrouw Veltman (VVD):Er zitten een aantal verschillende vragen in. Laat ik vooropstellen dat wijhet heel belangrijk vinden dat als mensen zich misdragen in het verkeer,we die aanpakken. Je ziet dat een heleboel mensen die zich misdragen inhet verkeer ook ongevallen veroorzaken, met heel veel letsel en ookdodelijke slachtoffers tot gevolg. Wij moeten die aanpakken. Wij moetendie stevig aanpakken en waar het kan zwaarder straffen. Daar maakt deVVD zich heel erg hard voor.De heer Krul (CDA):Kort samengevat: we gaan het aantal verkeersslachtoffers naar benedenbrengen op het moment dat we meer handhaven op verhuftering van hetverkeer. Begrijp ik dat zo goed?Mevrouw Veltman (VVD):Ik heb net een aantal elementen genoemd in reactie op de interruptie vande heer De Hoop. Je kunt verschillende onderwerpen aanpakken, maar ikvoeg daar nog een keer voor de duidelijkheid aan toe: ja, wij denken dathet aantal slachtoffers minder wordt als we de verhuftering in het verkeerstevig aanpakken.De voorzitter:De heer El Abassi met zijn laatste interruptie.De heer El Abassi (DENK):Dit is inderdaad mijn laatste interruptie, maar ik denk dat het die waard is.Ik ben het met de heer Grinwis eens. Ik ben het met de heer Krul eens.Althans, ik ben niet voor een helmplicht, maar inhoudelijk hebben zegewoon gelijk. Als je pleit voor de veiligheid van de mensen ... Zij komenhier juist met echte maatregelen, waarvan aangetoond is dat die ook echtwerken en de veiligheid bevorderen. Je kunt erop tegen zijn, vanwegebetutteling of wat dan ook, maar feit is dat ze de veiligheid bevorderen. Ikhoor de VVD zeggen «we gaan de hufters aanpakken» et cetera, terwijlhier gewoon preventieve maatregelen aan de voorkant genoemd zijn. Wewillen toch geen slachtoffers? We willen toch niet per se mensenaanpakken? Ik zou de VVD willen vragen, via de voorzitter: ben je nou vooreen preventieve aanpak of wil je hufters gaan aanpakken?De voorzitter:Duidelijke vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11709 Mevrouw Veltman (VVD):Volgens mij hoeven die laatste twee elkaar niet uit te sluiten. Ik heb algezegd dat ik het aanpakken van hufters in het verkeer inderdaad heel ergbelangrijk vind, dus dat staat voorop. Maar als het bijvoorbeeld gaat overde helmplicht in het algemeen, vind ik ook dat er een eigen verantwoorde-lijkheid is voor mensen die op een fiets stappen. Die kunnen er zelf overnadenken of zij wel of niet een helm op moeten. Ik denk dat dat verstandigis, zeker vanaf een bepaalde leeftijd, en ook voor jonge kinderen. Datverplicht stellen is niet per se de manier waarop dat het beste werkt. Zo ishoe de VVD daarin zit.De voorzitter:Dank. Dan kijk ik even rond. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik het woordgraag aan de heer Van Dijk van Nieuw Sociaal Contract.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank u wel, voorzitter. Maar liefst 70% van de ernstige verkeersgewondenis fietser. We zijn eigenlijk allemaal fietser – daar ga ik van uit; ook dezeMinisters, neem ik aan, als ze niet in de dienstauto zitten – en ervaren dathet drukker en gevaarlijker wordt. Ergernis nummer één is nog steeds defatbike. Maar ook de fatbikers zelf zijn regelmatig verkeersslachtoffer. Hetwerd al even genoemd door de VVD: maar liefst de helft van de fatbike-slachtoffers is tussen 10 en 14 jaar.Sinds het aangenomen aanvalsplan van Nieuw Sociaal Contract vorig jaaris er gelukkig wel iets gebeurd. Er is betere handhaving, markttoezicht encommunicatie. Maar er is meer nodig. Daarom zijn collega Veltman en ikmet een dringende oproep gekomen voor een minimumleeftijd van14 jaar en een helmplicht voor fatbikes. Onze motie is met een ruimemeerderheid aangenomen. De Kamerbrief van vorige week viel ons koudop het dak. Minister Madlener gaat onze motie niet uitvoeren. Onbegrij-pelijk wat Nieuw Sociaal Contract betreft. Ja, het DTV-rapport laat zien dathet lastig is om een aparte voertuigcategorie fatbike te maken, maar nietonmogelijk. Wij verwachten van de Minister flexibiliteit en dat hij vanuitde bedoeling van de motie op zoek gaat naar een oplossing. Maar dezeMinister lijkt vooral te zoeken naar argumenten waarom het niet kan.NSC wil echt een andere mindset, conform het motto van het kabinet:kijken hoe het wél kan. NSC is wel oplossingsgericht. Daarom stellen wijvandaag voor om een aparte categorie zware e-bikes in het leven teroepen. Deze categorie moet vooral fatbikes beslaan. We zien in hetDTV-rapport juist aanknopingspunten hiervoor. Kijk naar het gewicht enhet koppel van de elektromotor. Beide kenmerken zijn te vatten inregelgeving. In het overzichtje in het rapport zien we twee groene balkenvoor beide elementen: gewicht en koppel. Die zijn te vatten in regel-geving. Het is ook – dat is heel belangrijk – een verkeersveiligheidsar-gument, want hoe zwaarder, hoe meer impact bij een botsing. Maar hetheeft ook effect op de bestuurbaarheid voor jongeren. Een hoog koppelmaakt snel accelereren mogelijk. Dat is een bron van heel veel fatbike-ellende. Deze kenmerken zijn niet volledig uniek voor de fatbike, maar welonderscheidend van de reguliere e-bikes waarop scholieren in de regionaar school gaan. Die groep willen we ontzien. Als we bijvoorbeeld eenzware categorie maken voor fietsen met een gewicht van 30 kilo en eenkoppel van 60 newtonmeter, dan vallen alle huidige fatbikes hieronder enblijven er genoeg normale e-bikes beschikbaar.Wij vragen de Minister vandaag met klem om langs deze lijnen een apartecategorie voor zware e-bikes – dat betreft dus vooral fatbikes – uit tewerken. We willen ook vragen om daarvoor de minimumleeftijd van14 jaar en een helmplicht te laten gelden. Ook vragen we hem om zo snelmogelijk en uiterlijk voor de zomer een concreet voorstel te doen aan deKamer. Graag wil ik een stevige toezegging van de Minister van Infra-structuur en Waterstaat. Dat bespaart een motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117010 Voorzitter. Maak daarnaast haast met de invoering van een vorm vantypegoedkeuring voor alle elektrische fietsen, zodat je nieuwe halfgareproducten van de markt weert, conform onze eerdere motie. Gelukkig paktRAI dit nu op. We lezen dat de Kamer rond de zomer van 2025 wordtgeïnformeerd, maar dat moet sneller. Voor de zomer willen we ook hiereen uitgewerkt voorstel voor zien. Ook hierover wil ik graag eentoezegging.Voorzitter. Ook het markttoezicht kan beter. In onze briefing vorige weekwerd duidelijk dat er nog een wereld te winnen valt bij de samenwerkingtussen de ILT, de Douane, de politie en de NVWA. Mijn vraag aan hetkabinet is of deze kan worden bevorderd. Kan er een concrete opdrachtaan de Douane worden gegeven om ook op producteisen te controleren?Kan de NVWA worden gevraagd om de aanpak te intensiveren? Er zijnecht signalen dat de brandveiligheid niet in orde is.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik waag mijn laatste interruptie hier toch maar aan. Waarom probeert deheer Van Dijk toch weer een vierkante cirkel te tekenen? Hij leest selectiefuit de tabel voor. Hij zegt namelijk: «Gewicht? Ja. Koppel? Ja.» Maar danzegt hij daarna: «Uniek voor de fatbike? Nee.» Dat geldt ook voorbakfietsen en andere fietsen. Bij het koppel van de elektromotor wordt ookgezegd: waarschijnlijk hebben veel meer voertuigen zo’n hoog koppel. Jekunt dan antwoorden dat een bakfiets er anders uitziet – dat snap ik –maar het rapport biedt ook een heel aantal argumenten voor waarom hetingewikkeld is. Nu gaat de heer Van Dijk dus aan de Minister vragen omdit nog eens verder te verkennen. Wanneer is het een keer genoeg voor deNSC-fractie? Zijn zij bereid om for the greater good een verdergaandemaatregel te steunen?De heer Olger van Dijk (NSC):Eigenlijk is het vrij simpel. Aan de ene kant willen we het probleem bij dewortel aanpakken, namelijk bij de fatbikes. Aan de andere kant willen wehet 30.000 scholieren niet onmogelijk maken om naar school te kunnen opeen e-bike. Ik heb vorige week nog een meisje van 13 gesproken, die opeen normale e-bike naar de middelbare school van haar keuze kon gaan.Er is echt een verschil in gewicht tussen dat type normale e-bikes en dezwaardere varianten. Ook het koppel is een heel groot verschil en eenelement van verkeersveiligheid. Het vooruitspurten van fatbikes bijstoplichten is echt een probleem. Wij zeggen nu: laten we nou kijken hoeje dat kan aanpakken. Dan moet je een categorie zware e-bikes maken,waarin dus vooral fatbikes vallen. Het is waarschijnlijk niet te voorkomendat er ook een aantal andere typen onder zullen vallen. Dat staat ook in ditrapport. Bakfietsen werden al genoemd. Wij zijn bereid om dat voor lief tenemen, maar alleen – dat is de vraag aan de Minister – als er gekekenwordt of het op basis van gewicht en koppel kan worden afgesteld, zodatje vooral de fatbikecategorie gaat pakken. Dat is ons voorstel. Het iseigenlijk zo logisch als wat als je dit rapport leest. Wij kunnen ons nietanders voorstellen dan dat dit wordt uitgevoerd, vanwege de Kamermeer-derheid die er was en hopelijk ook blijft.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank, voorzitter. Ik ben bij de derde tranche van de InvesteringsimpulsVerkeersveiligheid. Die wordt binnenkort namelijk opengesteld. De vraagaan de Minister is of er ook specifiek te sturen is op fietsverkeersvei-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117011 ligheid, want deze is een groot probleem. Hoe staat het met het veiligermaken van drukke schoolroutes door vrijliggende fietspaden, conform deaangenomen motie van de heer Grinwis, Stoffer en mijzelf?Er is beperkt budget – het ging er al even over – dus het is ook zaak omslimme, kosteneffectieve maatregelen te nemen. Hoe kijkt de Minister erbijvoorbeeld tegenaan om afgevlakte trottoirbanden meer te verplichtenof te stimuleren bij vervanging of in nieuwbouwwijken? Kun je dat vanuithet Rijk stimuleren? Is het gesprek daarover dan ook te voeren metmedewegbeheerders? Wat denkt de Minister van het stimuleren vanfietsverlichting die ook naar de zijkant schijnt? Dat is gewoon een slimmeinnovatie, die de zichtbaarheid aantoonbaar vergroot.Voorzitter. NSC heeft eerder vragen gesteld over de zorgwekkendetoename van aanrijdingen van weginspecteurs. Maar neemt de roodkruis-negatie nou toe of niet? De politie kan op verzoek van Rijkswaterstaat terplaatse controleren. Kan dit ook prioriteit krijgen, vraag ik specifiek aan deMinister van Justitie en Veiligheid.Er komen dit jaar 40 roulerende onbemande zogenaamde focusflitsers.Waarom komen die vooral op N-wegen? Waarom komen die niet ook opdrukke snelwegen, is mijn vraag aan de Minister.Voorzitter, tot slot. Kan de Minister aangeven wat de effecten zijn van degenerieke taakstelling subsidies, zoals op de SWOV, conform mijnaangenomen motie? Kan de Minister aangeven of er bij de herschikkingvan subsidies in de Voorjaarsnota écht gekozen kan worden in plaats vandat de kaasschaaf eroverheen gaat? Kan de Minister garanderen dat hetdomein verkeersveiligheid wordt ontzien?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Er zijn geen interrupties. Dan geef ik graag het woord aan deheer Heutink van de PVV.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Iedere dag opnieuw stappen miljoenen Nederlanders in de autoof op de fiets op weg naar werk of school, of gewoon vanwege eengezellige dag uit. Al die Nederlanders willen iedere dag weer veiligthuiskomen om aan te kunnen schuiven bij het eten. Dat zou eigenlijkvanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is helaas niet het geval. Er vindendagelijks namelijk tal van ongelukken plaatsen op onze wegen, met allegevolgen van dien. Te vaak keren heel veel Nederlanders niet thuis voorhet eten.Voorzitter. Ieder dodelijk ongeval of überhaupt ieder ongeval is er een teveel. Wat we dan op z’n minst kunnen doen, is de daders straffen.Tenminste, dat zou het hele idee moeten zijn. Maar niet in Nederland. Hierkennen we een systeem dat daders niet eens wil of kan bestraffen. Wezien het keer op keer gebeuren. Veroorzakers van dodelijke ongelukkenworden keer op keer op vrije voeten gesteld of krijgen een nietszeggendestraf. Of ze nu dronken waren of gewoon asociaal hard door debinnenstad hebben gereden, keer op keer verzaken de rechterlijke machten justitie.Voorzitter. Ik wil vandaag een van die schrijnende gevallen delen. Injanuari 2023 werd in het centrum van Den Haag een 23-jarige jongemandoodgereden door een stomdronken Oekraïner. Het slachtoffer was eendrankje aan het doen met wat vrienden en kreeg een lift naar huis. Eenvan de twee slachtoffers is nooit meer thuisgekomen. Onderweg kwamenze namelijk Yuri S. tegen. Yuri S. reed als een gek met 132 kilometer peruur op een weg waar je 50 mag. Logischerwijs kon de auto waarin hetslachtoffer zat de auto van Yuri niet meer ontwijken. Het resultaat: ééndode en één zwaargewonde. De dader was al eens eerder gepakt metalcohol op achter het stuur. Het was dus een veelpleger. Maar zoals ik alTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117012 eerder in mijn betoog zei, heeft het systeem in Nederland daar blijkbaarmaling aan.Voorzitter. Die stomdronken Oekraïner werd weliswaar door de rechtbankveroordeeld tot een gevangenisstraf, maar hij mocht het hoger beroep invrijheid afwachten. U raadt het al: de vogel is gevlogen. Niemand weetwaar hij is. Iedereen kon op zijn klompen aanvoelen dat hij zou gaanvluchten. De dader zei tijdens de zitting: ik ga niet weer de gevangenis in.Iedereen, echt iedereen zag het vluchten aankomen, behalve de mensendie het voor het zeggen hebben. Dan hoor ik u denken: hoe zit het dan metde familie van het slachtoffer? Nou, die kreeg enkel een brief van hetOpenbaar Ministerie waarin stond dat ze een «teleurstellendemededeling» hadden. Dat was overigens pas nadat de familie van hetslachtoffer zelf om een update moest vragen. Ik vraag me oprecht af hoedit kan in een land als Nederland.Voorzitter. De stapel met soortgelijke situaties is groot. Het zijn er te veelom allemaal in dit debat op te noemen. Maar de PVV wil dat er keihardopgetreden gaat worden tegen het verkeerstuig. Veroorzaak je eendodelijk ongeval, dan ga je de gevangenis in. Wat ons betreft mogen dezemensen nooit meer de weg op. Punt uit. Er is geen twijfel over mogelijk.We verwachten dan ook een stevige reactie van zowel de Minister vanJustitie als de Minister van Infrastructuur op dit punt. Hoe zorgt hetkabinet ervoor dat je, zodra je iemand doodrijdt, er niet mee wegkomt?Wij willen maatregelen zien, Minister van Weel, en ook een beetje snel enflink graag. Wij willen dat deze mensen gestraft gaan worden. En ja, daarhoort voor recidivisten uiteraard ook een alcoholslot bij. Maar laten weduidelijk zijn: rij je iemand dood, dan hoor je thuis in de gevangenis. Klaar.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zit even te kijken hoe ik de vraag precies ga stellen. Het is verschrikkelijkals er een verkeersslachtoffer valt. Soms komt dat helaas doordat mensenonder invloed achter het stuur zitten. Dat maakt het nog verschrikkelijker.Maar er gebeuren ook nog steeds ongelukken die echt een ongeluk zijn. Ikben even aan het kijken bij de heer Heutink ... Er vallen helaas ookweleens dodelijke slachtoffers door een ongeluk door onoplettendheid ofandere oorzaken dan alcohol en dat soort zaken. Ik ben dus benieuwd:geldt dat voor iedereen die een verkeersdode heeft veroorzaakt? Want zointerpreteer ik wat de heer Heutink zegt. Of gaat het over mensen dieinderdaad drugs of alcohol gebruikt hebben? Wat omvat dit voorstel vande PVV?De heer Heutink (PVV):In het voorbeeld dat ik noemde, en in alle voorbeelden die ik bij me heb,was er alcohol of drugs in het spel. Op het moment dat je met alcohol opachter het stuur stapt, is er wat ons betreft opzet in het spel. Dan vraag jeer ook gewoon om. Wat ons betreft toont de Minister van Justitie enVeiligheid geen genade voor mensen die met alcohol achter het stuurkruipen en een dodelijk ongeluk veroorzaken, of welk ongeval dan ook. Ikverwacht echt een stevige reactie van de Minister van Justitie om te zienhoe er een verbeteraanpak komt en welke maatregelen hij gaat nemen omdie mensen beter te straffen. Laten we beginnen met überhaupt straffen,want ze lopen nu gewoon na een paar dagen alweer de deur uit. Dat kantoch niet de bedoeling zijn in een land als Nederland?De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Dan wil ik het tot slot nog hebben over de fatbike. Het isteleurstellend dat de Minister de wens van de Kamer om te komen tot eenaparte categorie voor fatbikes niet honoreert. De PVV wil nog steeds – datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117013 hebben we ook altijd gezegd – een aparte categorie voor fatbikes, met dedaarbij horende maatregelen. Dat wil dus zeggen: een minimumleeftijdvan 14 jaar en een helmplicht. We willen de Minister dan ook vragen omnog een poging te doen om tegemoet te komen aan de opdracht van deKamer. We willen wel benadrukken dat het voor de PVV enkel en alleenom de fatbike gaat. De Minister moet echt afblijven van de gewone e-bike.Daar wil ik het voor nu bij laten. Dank u wel.De voorzitter:Dank. Ik zie nog de laatste interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Over die fatbike: soms heb je weleens dat je de avond voor een debat eenbericht krijgt en denkt «hier komt wat aan». Gisteren zag ik eenpushmelding voorbijkomen: «Infrastructuur wil verbod ...» Ik dacht: hierkomt ie, «... op de fatbike». Nee, «... op vochtige toiletdoekjes». Dat is hetenige verbod dat de bewindspersonen van de PVV tot nu toe gelukt is ophet Ministerie van IenW. Ik zou daar een reflectie van de heer Heutink opwillen, want het moet toch wel teleurstellend zijn dat dit is wat wij van dePVV-bewindspersonen kunnen verwachten als het gaat over verboden.Terwijl de Kamer al een jaar lang vraagt om een verbod op de fatbike,krijgen wij een verbod op billendoekjes. Is dat nou wat wij van de PVVkunnen verwachten na één jaar?De heer Heutink (PVV):Misschien moet meneer De Hoop zijn tranen maar afvegen met watbillendoekjes; misschien is dat nog een idee. Wij willen gewoon dat dezeMinister met een aantal maatregelen komt. Wij vragen daarom. Wijverwachten gewoon van deze Minister dat hij nog een poging gaat doenom dat te proberen. Daar is volgens mij een meerderheid voor. Sterkernog, volgens mij gaf meneer De Hoop net aan dat hij daar ook voor is,want hij was het helemaal eens met de VVD als het gaat om fatbikes. Dushet is net zo goed meneer De Hoop die vraagt om deze maatregelen. Enja, u kunt het bijna niet geloven, voorzitter, maar daarin vindt hij ons aanzijn zijde.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Elke avond zijn er gezinnen die tevergeefs wachtenop een geliefde. Een stoel aan tafel blijft leeg, een stoel die het verhaalvan verlies vertelt. Dat geeft ons een grote verantwoordelijkheid om metelkaar stappen te zetten naar veiligere wegen in Nederland.Als ik met die kwestie in het achterhoofd kijk naar het kabinetsbeleid, gaanalle alarmbellen af. Het doel van halvering van het aantal dodelijkeverkeersslachtoffers, wat nog steeds staat, is uit het zicht geraakt.Natuurlijk is niet alles op het conto van dit kabinet te schrijven, maar deInvesteringsimpuls Verkeersveiligheid loopt af, net als de middelen voorveiligere rijks-N-wegen. Met het wegvallen van de cofinanciering voorgemeenten durf ik op een briefje te geven dat veiligheidsaanpakken stilkomen te vallen. De coalitie houdt zelf ook de luiken gesloten, nu eenamendement van collega Stoffer en mijzelf voor 100 miljoen euro voorverkeersveiligheid is weggestemd.Wat is de visie van deze Minister op hoe het nu verder moet met eengeloofwaardige aanpak van de verkeersveiligheid in Nederland? Laat ikhet maar eens scherp vragen: hoeveel dodelijke verkeersslachtoffers ofernstige verkeersgewonden is de Minister bereid te accepteren? Hoedenkt hij zonder geld serieus verkeersveiligheidsbeleid te gaan voeren?Hoe gaat hij ervoor zorgen dat gemeenten in verkeersveiligheid kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117014 blijven investeren terwijl ze niet de nodige financiële ondersteuningkrijgen?Voorzitter. Dan de beruchte fatbike. Het debat is niet gevoerd als we hethier niet over hebben gehad. De Minister heeft gelijk gekregen. Een apartecategorie «fatbike» gaat niet lukken, hoezeer ik het ook zou willen en hoecreatief ik het voorstel van collega Van Dijk van NSC ook vind. Aanvul-lende maatregelen zijn nodig. Het is namelijk niet zo dat de problemen dieer spelen, minder zijn dan in oktober. We zien op de weg een stroomgoedkope illegale fatbikes, geïmporteerd uit China. Ze hebben een veel testerke motor en er is nauwelijks controle op veiligheid. Het CE-keurmerk isondertussen een wassen neus, want daar wordt niet op gehandhaafd. Wezien jongeren die door de stad scheuren en overlast veroorzaken. We zienveel te jonge kinderen zonder helm op zo’n fatbike; het is levensgevaarlijk.Ik stel voor dat we beginnen met een helmplicht voor minderjarigen op dee-bike. Ik krijg daar graag een reactie van de Minister op.Weet de politie inmiddels onderscheid te maken tussen legale en illegalefatbikes? Werkt de inzet van rollerbanken al vruchten af? Hoe kijkt deMinister naar een helmplicht, dus op de e-bike en voor minderjarigen? Ishet niet verstandig om werk te maken van een generiek opvoerverbodvoor elektrische fietsen? Is de Minister bereid om dat uit te werken? Enover de import van allerlei rommel uit Azië: hoe kan het dat Douane,NVWA, ILT en politie maar naar elkaar blijven wijzen? Hoe gaan deMinisters die patstelling doorbreken om tot een effectievere handhavingte komen?De voorzitter:Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Waardering voor de heer Grinwis omdat hij ook met een eigen voorstelkomt, in dit geval helmplicht voor minderjarigen op een e-bike. Dat roeptbij mij echter wel meteen de volgende vraag op. Als die keuze wordtgemaakt ... Er zijn juist in de categorie 75-plussers ontzettend veelverkeersslachtoffers, ook ouderen op e-bikes. Waarom zou de helmplichtniet voor hen gelden?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat is een goede vraag. Zoals altijd met voorstellen moet je diverseaspecten tegen elkaar afwegen. Denk aan de eigen verantwoordelijkheiden het specifieke issue dat jongens – zo zijn jongeren – situaties mindergoed kunnen inschatten. Denk aan het aantal slachtoffers dat nu valt. Deheer Van Dijk heeft zelf gezegd hoeveel 10- tot 14-jarigen met een e-bikeeen ernstig ongeluk krijgen, met name met een fatbike maar ook bredermet e-bikes. Dan denk ik: laten we in ieder geval een voorstel doen omonze jongeren te beschermen. Dat neemt niet weg dat het iedereenvrijstaat om een helm op te zetten als hij dat voor zijn veiligheid wil. Iksluit eigenlijk aan bij het goed gebruik in dit land dat 18-plussers alsmeerderjarig worden gezien en als voldoende volwassen om zelfafwegingen te maken. Bij jongeren – dat is geen diskwalificatie van onzejongeren – is het toch net iets anders; daar hebben wij een speciale zorgvoor.Dat is dus de reden dat ik dat onderscheid maak. Normen kunnenveranderen. Tegenwoordig zijn er weinig wielrenners die zonder helm opeen racefiets zitten. Dus wie weet gaat zich dit als een inktvlek uitbreiden.Ik stel dit niet voor omdat ik het zo leuk vind, maar wel omdat het effectiefis.De voorzitter:Helder. Vervolgt u uw betoog. O, ik zie een interruptie van de heer Heutink.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117015 De heer Heutink (PVV):We hebben het over effectiviteit en ik hoor meneer Grinwis net watroepen en aan de Minister vragen: gaat u die opgevoerde elektrischefietsen verbieden en gaat u die opvoersetjes verbieden? Meneer Grinwisweet toch ook als geen ander dat het rijden op een opgevoerde fiets dietot meer dan 25 kilometer per uur trapondersteuning biedt, al verbodenis? Sterker nog, dat levert een boete op van € 310. Als je voor detweede keer wordt gepakt, ben je je fiets kwijt. Als meneer Grinwis hetheeft over effectiviteit, dan moet hij niet dit soort onzin gaan lullen. Sorry!De voorzitter:Uw vraag is?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik wil er wel op reageren. Het is een vrij onzinnige vraag, omdat de heerHeutink niet zo goed geluisterd heeft. Nee, meneer Heutink, ik stelde devraag: is het niet verstandig om werk te maken van een generiekopvoerverbod voor elektrische fietsen? Wat is nou het geval? Op ditmoment mag je op de openbare weg niet op een opgevoerde fiets rijden,maar thuis wel. Als je gewoon met je fietsje over een groot erf fietst, kande overheid je niks maken. Als je dus generiek zegt «opvoeren doen weniet meer», is dat een fundamenteel andere maatregel. Dus, meneerHeutink, dank voor deze interruptie. Daardoor kon ik dit onderscheid nogeven goed uitleggenDe voorzitter:Vervolgt uw betoog.De heer Grinwis (ChristenUnie):Nee, ik ben niet in de war, zeg ik tegen de heer Heutink. Ik dacht: meneerHeutink gaat vast nog verder met een nieuwe vraag.Oké, voorzitter, ik vervolg mijn betoog. Het gebeurt nog veel te vaak datbezopen bestuurders dodelijke ongevallen veroorzaken. Dat is vreselijkleed dat te voorkomen is door gewoon met de bus naar huis te gaan. Hetis logisch dat een grote meerderheid van de Nederlanders dat beu is enzwaardere straffen wil, zo blijkt ook uit onderzoek van Fonds Slachtof-ferhulp. Dus niet rijden met maximaal twee borreltjes op, maar gewoonBob zijn als je achter het stuur kruipt. Notoire overtreders moetenverplicht een alcoholslot in hun auto krijgen. Minister, mijn oproep is: vatdeze koe bij de hoorns, ga hier werk van maken. Is hij daartoe bereid?Over deze bijdrage zijn de heer Heutink en ik het weer eens.Over de veiligheid op N-wegen. Er is een aanpak nodig en er is geldnodig, maar dit kabinet komt met een strategische agenda. Ik daag deMinister uit tot daden, niet tot woorden. De 200 miljoen van het vorigekabinet, geregeld met steun van oud-collega Geurts van het CDA, vancollega Stoffer en van mijzelf, gaf een zwieper aan die aanpak. Het huidigekabinet heeft er echter geen cent voor uitgetrokken. Langs de N36, inOmmen, Vriezenveen en Hardenberg, is men het wachten intussen beu.Naar het nu lijkt, wordt nog geen kwart van de N36 van een middenge-leider voorzien. Als de aanbesteding goedkoper uitvalt, vloeit het geldnota bene terug naar het Rijk, in plaats van naar extra meters middenge-leider. Hoe is dat mogelijk? Waar blijft de urgentie? Wanneer gaan we deMinister de eerste linten om rijbaanscheidingen zien doorknippen, ietswat hij graag doet? Wil hij toezeggen dat het geld voor de N36 nietterugvloeit naar het Rijk, mocht er wat over zijn, maar dat het gaat naarextra meters middengeleider?Dan nog heel kort over fietsveiligheid, of ben ik al door mijn tijd heen?Bijna iedereen in Nederland zit wel op een fiets, maar de bescherming vande fietser mag best een versnellinkje hoger. Hoe staat het met mijn motieom de schoolfietsroutes zonder vrijliggend fietspad aan te pakken? HoeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117016 staat het met de gerichte aanpak op veiligheid bij spoorwegovergangen?Welke concrete vervolgstappen gaat de Minister zetten om fietsen veiligerte maken?Ik rond af met een felicitatie aan de Minister met zijn nieuwe bonnen-kanon, de focusflitser, die de pakkans bij appen achter het stuur vergroot.Hopelijk heeft dit een groot effect, en niet alleen qua opbrengsten voor hetministerie.De voorzitter:Hartelijk dank. Ik zie tot dusver geen interrupties. Dan geef ik graag hetwoord aan de heer Stoffer van de SGP.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Er is een Joods gezegde dat luidt: «Wie een leven redt,redt de hele wereld.» De pijn van het verlies van een mensenleven is bijverkeersongevallen schrijnend voelbaar. Mensen zijn in de bloei van hunleven en opeens zijn ze er niet meer. Dat motiveerde mij, toen ik bijRijkswaterstaat werkte, om wegen veiliger te maken. Het motiveert me nuook als woordvoerder om hetzelfde via de Kamer te doen.Ik moet zeggen dat het wel een beetje zeer doet als ik zie dat er rond eenonderwerp als stikstof stad en land bewogen wordt om een mol depositie-reductie te bereiken, terwijl we in het verkeer jaarlijks zo’n 600 mensen omhet leven zien komen. Dit krijgt gewoon niet de prioriteit die het verdient.Ook in het hoofdlijnenakkoord had de verkeersveiligheid het nakijken. Deheer Grinwis refereerde er zojuist al aan: ook het amendement dat we bijde afgelopen begroting indienden, haalde het helaas niet. Mijn vraag aande Minister is: hoe gaat hij dit rechtzetten? Kijkt hij ook naar structureleondersteuning van gemeenten en provincies voor veiligere wegen enfietspaden?Voorzitter. De fatbike is door iedereen al genoemd, dus ik kan natuurlijkniet achterblijven. We hebben als Kamer verschillende keren aange-drongen op een stevigere aanpak van fatbikes. Het is makkelijk om hard tegaan en het gaat vaak mis. We kennen alle gevolgen. De Minister geeftaan dat hij het niet kan maken om juridisch verschil te maken tussenfatbikes en andere elektrische fietsen. Het is juridisch heel dun of hetmaakt voor de verkeersveiligheid niet uit. Ik moet zeggen dat ik zijnworsteling snap. Ik vind het echter wel te gemakkelijk om te zeggen datwe niets doen omdat we geen onderscheid kunnen maken op banddikte.Als je jezelf strikt wil beperken tot fatbikes, dan lijkt dit inderdaad eenheilloze weg. En als christelijke partijen moeten we van heilloze wegenniets hebben. Ik kijk even naar mijn broeders, de collega’s Grinwis en Krul.Ik zie in het DTV-rapport juist aanknopingspunten om wat verder te kijkendan alleen naar fatbikes. Je zou kunnen kijken naar het koppel van deelektromotor. Fatbikes, maar ook andere krachtige e-bikes, hebben hogekoppelwaarden. Hoe hoger, hoe meer risico’s. Fatbikes hebben alleen eenrotatiesensor, wat eerder tot onveilige situaties leidt dan het geval is bij dee-bikes met een krachtsensor. Mijn vraag is hoe de Minister aankijkt tegende optie om e-bikes vanaf bepaalde koppelwaarden en zonder kracht-sensor als een aparte categorie aan te merken en hiervoor een helmplichten een minimumleeftijd in te voeren? Het zal vast niet helemaal sluitendzijn, maar het zorgt hoogstwaarschijnlijk wel voor meer veiligheid danalleen het plan van de Minister. Ik geef het maar gratis aan hem door.Voorzitter. De Minister kwam met de campagne «’t kan hard gaan»,bedoeld voor jongeren en hun ouders. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dateen slogan vind voor ouderen die de e-bike onderschatten. Voor jongerenis die slogan alleen maar een uitdaging. «Cool! Hoe harder, hoe beter.» Zedenken de risico’s wel aan te kunnen. Waar blijft dus de campagne gerichtop jongeren, bijvoorbeeld «heb lef en trap op de rem»?Voorzitter. Dan alcohol- en drugsgebruik in het verkeer. Daar blijven we alsSGP ons onverminderd grote zorgen over maken. Het aantal staandehou-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117017 dingen bij controles is gelukkig wel een klein beetje omhooggegaan, maarhet alcohol- en drugsgebruik in het verkeer is verdubbeld. Klopt mijnbeeld dat het aantal controles en blaastesten omlaag is gegaan? Dat isdus de verkeerde richting. Mijn vraag is: hoe gaat het kabinet de pakkansverhogen? Ik moedig de Minister aan om opnieuw met het alcoholslot tekomen. Het is een effectieve maatregel om drankrijders aan te pakken enhoort als instrument in de gereedschapskist.De Kamer heeft meermaals bepleit om gemeenten meer ruimte te gevenvoor verkeershandhaving. Denk aan de verkeersboa en ook aan de lokaleflitspalen. Er wordt al een paar jaar over gepraat, maar er is nog geenvooruitgang. Mijn vraag is of de bewindslieden voor de zomer eenvoorstel voor meer handhavingsruimte voor gemeenten naar de Kamerwillen sturen.Voorzitter. Tot slot de aanpak van de lange wachttijd voor rijexamens bijhet CBR. Het voorstel om de tussentijdse toets te schrappen is voor deSGP en veel rijschoolhouders een enorme graat in de keel. Juist de betererijscholen benutten de tussentijdse toets om leerlingen makkelijker telaten slagen voor hun examen. Voor leerlingen met faalangst en autismeis die tussentijdse toets een uitkomst. Hoe kan het dat een instructeur inde regio Oost te horen krijgt dat er geen examinatoren meer nodig zijn,terwijl hij ondertussen wel de rekening gepresenteerd krijgt van hetschrappen van de tussentijdse toets? Ik kan dat niet uitleggen. Zet ervarenrijinstructeurs in om de toets af te nemen. Geef tenminste leerlingen metfaalangst en autisme de mogelijkheid voor die tussentijdse toets. Geefrijschoolhouders weer ruimte om examens te ruilen of te annuleren, zodatslagingspercentages stijgen omdat leerlingen op het goede momentexamen doen. Heel graag daar een reactie op.Daar laat ik het bij. Dank u wel.De voorzitter:Heel goed, dank. Dan geef ik graag het woord aan de heer Krul van hetCDA.De heer Krul (CDA):Voorzitter, dank u wel. Dank aan de collega’s dat ik deel mag nemen aandit debat. Ik vervang mijn collega Vedder en ik wens haar veel beterschap.Ik vervang haar heel graag omdat ik eerder lid ben geweest van dezecommissie. Hier zijn voelt altijd als een warm bad. Het is goed om te ziendat sommige zaken zijn veranderd. Ik kan me nog lange interruptiede-batten herinneren met de woordvoerder van de VVD, toen hij de fatbikenog stoer en sexy vond. Gelukkig is dat veranderd. Ik kan me ook nogmooie verhalen van de PVV-woordvoerder herinneren over het stepge-bruik van zijn zoontje. Dat vormt een heel verschil met de inbreng van dePVV nu. Wat ik ook altijd mooi vind van deze commissie is dat voor elkeoplossing die een woordvoerder bedenkt, drie andere woordvoerdersvier problemen hebben bedacht.Voorzitter. Dat laat ook wel zien hoe ingewikkeld het is, want verkeersvei-ligheid gaat eigenlijk iedereen aan het hart. Ik moet ook beginnen met dieverschrikkelijk fatbikes. Het zijn eigenlijk de tanks van het fietspadgeworden. De Minister zegt dat hij het verschil niet ziet, of in ieder gevalhet onderscheid niet kan maken. Omdat ik inval, wil ik hem gewoon nogéén keer vragen om het voor mij uit te leggen: waarom kan dat eigenlijkniet? Leg het mij nog een keer uit, Minister, want iedereen kan toch zienwat het verschil is? Wethouders kunnen dat in ieder geval wel. Want vanalle politieke kleuren en uit heel het land schreeuwen zij al tijden om demogelijkheid tot het invoeren van fatbikevrije zones. De Minister heeft watons betreft tot op heden nog onvoldoende inzet gepleegd om zo’nmodelverordening of zo’n wijziging op een modelverordening terealiseren. Met een modelaanpassing van de APV, in samenwerking metde VNG, kunnen we wethouders namelijk die tools geven. En ja, als eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117018 gemeente er dan voor kiest om van de hele gemeente een fatbikevrijezone te maken, zou dat wat ons betreft een goed idee zijn.Voorzitter. Het zal geen geheim zijn dat wij ook voorstander zijn van eenleeftijdsgrens. De discussie gaat hier vaak over de vraag of die dan 14 jaarof 16 jaar moet zijn. Maar hoe langer het duurt, hoe meer wij ervoorvoelen om er gewoon 18 jaar of 21 jaar van te maken. Wij zien namelijknet te veel jongeren van 17 jaar of ouder die hetzelfde levensgevaarlijkegedrag vertonen. De noodkreet van artsen gaat door merg en been. Zijgeven namelijk aan: alsjeblieft, niet nóg een kind met hersenletsel; wijgaan het zelf maar bijhouden.Maar het handhaven is moeilijk. Denk aan de unaniem aangenomen motievan mijn voorganger, de heer Geurts. Er zijn trouwens inmiddels al watmoties-Van Dijk/Veltman overheen gegaan. Maar dit is een inzet die allanger wordt gepleegd. Dan gaat het bijvoorbeeld over het opvoeren vanfatbikes, de beschikbaarheid van fatbikes, en het handhaven opopgevoerde fatbikes. Die moties liggen nog steeds op de plank. Er is welnieuw beleid, maar het is nog steeds vrij eenvoudig om die opgevoerdefatbikes te kopen. Ik raad dit niemand aan, maar voor dit debat heb ik eenaantal websites bezocht, en het is gewoon te simpel. Kunnen we niet heelconcreet, zoals we dat ook bij andere zaken doen – ik noem legaledesignerdrugs – bepaalde websites gewoon op slot zetten?Voorzitter. Deze motie was van mijn voorganger, Jaco Geurts. Maar mijnvoorganger had nóg een motie. Die sluit ook aan bij de treffendewoorden ... O, ik moet helaas even stoppen.De voorzitter:Ja, in de verwachting dat het blokje fatbikes nu voltooid is.De heer Krul (CDA):Het blokje fatbikes is voltooid!De voorzitter:Kijk! Dan heb ik dat goed ingeschat. Dan geef ik de heer Heutink hetwoord voor een interruptie.De heer Heutink (PVV):Ik denk dat meneer Krul net «de treffende woorden van meneer Heutink»wilde zeggen. O, ik hoor dat hij dat ook wilde zeggen! Kijk, dat klinkt mijaltijd als muziek in de oren. Ik wil vragen of meneer Krul, namens hetCDA, het volgende kan aangeven. Het CDA associeert zich namelijk ookmet de regio, het platteland. Kan meneer Krul een garantie geven aan aldie jongeren die op een gewone e-bike naar hun school, naar vriendjes ofnaar opa en oma moeten gaan, en daarvoor misschien wel 10, 15 of20 kilometer moeten fietsen? Kan het CDA die mensen, die kinderen, inieder geval met rust laten?De heer Krul (CDA):Voorzitter. Ik heb ook in die omstandigheden gewoond. Ik moet zeggendat jongeren er helemaal niet slechter van worden als ze elke ochtend enelke middag een halfuur op de fiets zitten. Maar wij begrijpen ook dat ditin de huidige tijd wel belangrijk is. Maar ik kan de jongeren niet garan-deren dat ze binnenkort niet toch aan die helm moeten; daar ga ik straksiets over zeggen. Maar wat de heer Heutink zegt, klopt. Ontzettend veelmensen in de regio, in landelijk gebied, zijn afhankelijk van een anderevorm van mobiliteit, en dat is vaak een e-bike.Ik denk dat iedereen kan zien dat er een onderscheid is tussen een fatbikeen een e-bike. Wij begrijpen ook dat het juridisch gezien misschieningewikkeld is, maar die inzet is onverminderd. Dan zou een modelveror-dening die per gemeente invoerbaar is, goed kunnen uitwerken. Denk aanhet idee dat je in grote steden bepaalde wijken fatbikevrij maakt, maar datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117019 je in landelijk gebied weer een andere keuze maakt. Dat zou ook een optiekunnen zijn. Ik hoop dat ik de heer Heutink zo ietwat gerustgesteld heb.Nee?De voorzitter:Vervolgt u desondanks uw betoog.De heer Krul (CDA):Zowel de heer Heutink als de heer Grinwis en de heer Stoffer ... Eigenlijkkent waarschijnlijk iedereen hier wel aangrijpende verhalen als het gaatom verkeersslachtoffers. Wat mij stoort, is het volgende, en daarbij sluit ikme aan bij de heer Stoffer. Bij elk mestdebat is er een permanente staatvan crisis, maar hier hebben we het eigenlijk te weinig over. Sinds 2021 –2021! – is de ambitie van het vorige kabinet, en inmiddels dit kabinet, alom het aantal verkeersslachtoffers te halveren in 2030. Maar elk jaarneemt het aantal toe. Bij mijn allerlaatste IenW-debat in de vorige periode– toen had ik woordvoerder Madlener nog aan mijn zijde – zei devoorganger van de Minister, Harbers, het volgende. Ik weet het nog goed;hij zei het een beetje mysterieus. Hij zei: het wordt tijd dat we gaannadenken over vergaande maatregelen. Alle woordvoerders sprongentoen naar voren en vroegen wat de Minister dan bedoelde. Daarop zei hij:«Daar ben ik nog op aan het broeden. Maar als we dit tij niet kunnenkeren, is het tijd voor vergaande maatregelen.» Ik ben benieuwd of dezeMinister dat ook vindt. Ik ben ook benieuwd welke maatregelen dat danzijn.Omdat ik niet alleen maar over de fatbike of over verkeersveiligheid in hetalgemeen wil spreken, heb ik toch nog een paar andere opmerkingen. Ikheb ook een stuk op de agenda gezien dat over verzorgingsplaatsen ging.Ook dat is een zorg. Het is in ieder geval een zorg van mij persoonlijk. Ditspeelt al langer. We hebben een moratorium op de aanleg van nieuwelaadinfrastructuur gelegd. Dat is enerzijds jammer, want we willen dielaadinfrastructuur graag hebben, maar anderzijds is er een risico dat deinrichting van die tankstations straks ingrijpend gaat veranderen. Nu is hetvaak zo dat je links moet tanken, dat de shop daarachter is, en dat je aande rechterkant moet laden. Maar met het nieuwe systeem kan dit zomaarper locatie gaan verschillen. Er kan dan ook een extra shop bij hetlaadgedeelte komen, waardoor je meer lopend verkeer krijgt. Dat kan ookgevaarlijk zijn. Ik ben benieuwd hoe deze Minister daarnaar kijkt.Voorzitter. Dan richt ik me nu tot de Minister van JenV: een alcoholslot iseen goed idee; dat moeten we doen. Ik heb nog één vraag, over depakkans. We zien dat steeds meer mensen die onder invloed rijden,gepakt worden. Maar we willen dat graag koppelen aan een aantal. Metandere woorden: worden er meer mensen gepakt met minder controles,of zijn er meer controles nodig om meer mensen te kunnen pakken? Diecijfers zouden ons kunnen helpen om iets over de causaliteit te kunnenzeggen.Voorzitter. Ik ga afronden. Ik heb tot slot nog wel een compliment voor deMinister. Ondanks de kritiek van de heer Grinwis vonden wij het wel goeddat de Minister met een aanpak voor verkeersveiligheid op de N-wegenkomt. We gaan het nog over de punten en de komma’s hebben, maar ikvind het goed dat de Minister hier stappen in zet.Voorzitter. Daarmee rond ik af.De voorzitter:Dank. Dan zie ik nog een interruptie van mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Ik sla even aan op het onderwerp verzorgingsplaats. Dan gaat het over deplekken langs de snelweg waar we kunnen tanken, laden en rusten. Ik vinddat u dit onderwerp heel terecht aanhaalt. In de transitie naar duurzamerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117020 rijden zie je het volgende. Er zijn bestaande verzorgingsplaatsen – dat zijnvaak mkb-bedrijven – waar men kan tanken, maar waar men nog niet kanladen. Dat hadden ze daar misschien wel graag gewild en misschienhebben ze ook al iets aangelegd, maar hebben ze de mogelijkheid om teladen nog niet geïnstalleerd. In het voorgenomen beleid – dat nog geenwerkelijkheid is, maar nog in consultatie – is er sprake van een soortsterfhuisconstructie voor de bestaande mkb’ers die wel dat tanken kunnenaanbieden, maar door die tijdelijke beleidsregel dat laden nog niet mogenaanbieden. Is de heer Krul het met mij eens dat we echt moetenvoorkomen dat die mkb-bedrijven in die sterfhuisconstructie terecht-komen?De heer Krul (CDA):Hier vindt de VVD het CDA aan haar zijde. Want inderdaad, enerzijdsdreigt het risico dat in die transitieperiode, dus tot aan 2028, dat beeld vandie sterfhuizen al een realiteit wordt, maar anderzijds krijg je straksmisschien ook een soort kruisbestuiving. Daarmee bedoel ik dat helegrote partijen zich specifiek voor dat laden gaan inschrijven op een locatiewaar al jarenlang of generatieslang een familiebedrijf actief is. Die partijenzouden dan ook een eigen shop erbij kunnen openen. Op die manier krijgje dan eigenlijk een gek soort concurrentie. Dit zijn vaak bedrijven die algeneraties in dezelfde familie zijn. Wat ons betreft zouden die ook de kansmoeten krijgen om bijvoorbeeld dat laden erbij te kunnen gaanaanbieden, gewoon onder één dak. Maar de vorige Minister heeft daareen moratorium opgelegd. Ik ben heel benieuwd hoe deze Ministerdaarnaar kijkt, want dit is echt een groot risico.De voorzitter:Dan zag ik ook nog een interruptie van de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik ben blij dat de heer Krul vandaag deelneemt aan dit debat. Zijnenthousiasme, maar ook het stukje geschiedenis, verrijken dit debat. Laatik dat gezegd hebben. Hij heeft ook een aantal mooie suggesties gedaan.De vraag die ik de heer Krul namens het CDA aan dit kabinet hoor stellen,is om welke vergaande maatregelen het gaat; de problematiek is heelduidelijk geschetst. Er zat een soort teaser in de bijdrage van de heer Krul,omdat hij zei dat hij nog zou komen met vergaande maatregelen. Die hebik eigenlijk een beetje gemist. Misschien wil de heer Krul met deze extraspreektijd toch nog duiden wat die vergaande maatregelen van het CDAdan zijn?De voorzitter:Dan wil ik de heer Krul wel verzoeken om dat kort en bondig te doen.De heer Krul (CDA):De heer Grinwis maakt zich hier nooit populair mee, maar de SWOV heeftheel goed berekend wat een helmplicht zou opleveren. Ongeacht of dievoor minderjarigen of voor meerderjarigen zou gelden, heb je het echtover honderden minder slachtoffers per jaar. Daar heeft het CDA tot nutoe nooit aan gezeten. Ik ga als invalwoordvoerder ook niet zeggen dat wedat gaan doen. Maar ik vind wel dat dat soort opties in ieder geval op tafelmoeten komen. Iedereen voelt daar een bepaald ongemak bij, maartegelijkertijd is het wel zo dat we ook met de volgende publiekscampagnehet verschil niet gaan maken. Maar er zijn meer opties. Mensen hebbenhet weleens gehad over verplichte cursussen voor minderjarigen die opeen e-bike willen rijden. Ik weet niet of dat echt zoden aan de dijk zet.Maar kijk naar dat doel voor 2030: de helft minder slachtoffers. We zijninmiddels al over de helft en het aantal slachtoffers stijgt nog steeds. Danmoeten we misschien toch zeggen: dat is geen haalbaar doel, laat datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117021 maar varen. Ik vind het een beetje ingewikkeld om je wel achter dietotempaal te scharen, maar vervolgens niet de stappen daarnaartoe tezetten.De heer Olger van Dijk (NSC):Dat snap ik, maar tegelijkertijd heb ik hier natuurlijk een voorstel gedaanten aanzien van de categorie zware e-bikes, met name de fatbikes.Hopelijk kunnen we deze Minister met een ruime Kamermeerderheiddwingen om dat verder uit te werken; misschien gebeurt dat vandaag, ofanders tijdens het tweeminutendebat. Kan ik de heer Krul aan de zijde vanNieuw Sociaal Contract vinden? Kan hij steun geven aan het idee omdaarvoor die minimumleeftijd van 14 jaar en die helmplicht in te voeren?De voorzitter:Dat is een concrete vraag. Meneer Krul?De heer Krul (CDA):Ik ga mijn woordvoerder hier niet met een probleem opzadelen, maar ikkan de heer Van Dijk wel toezeggen dat ik in ieder geval vanuit mijnperspectief hier een warm pleidooi voor zal houden. Maar uiteindelijk zalik mij ongetwijfeld achter de woordvoerder scharen.De voorzitter:Dank. Dan zie ik nog een interruptie van de heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Ik moet zeggen dat ik ook erg blij ben met de inbreng van de heer Krul,want hij heeft met zijn jarenlange ervaring in deze commissie een paarheel verstandige dingen geroepen. Ik kan me voorstellen dat hij zijnwoordvoerder niet voor de voeten wil lopen, maar die helmplicht en dieminderjarigen en zo ... Hij is zelf waarschijnlijk heel vaak naar zijnmiddelbare school gefietst. Zonder helm, neem ik aan?De heer Krul (CDA):Zeker.De heer Pierik (BBB):Als het dan gaat over de helmplicht, gaat het alleen over elektrischefietsen, neem ik aan, en niet over gewone fietsen. Wat is dan deminimumleeftijd die hij voor ogen heeft?De heer Krul (CDA):Een paar elementen in die vraag. Als mijn moeder mij had gedwongenom een helm te dragen, had ik ’m na 100 meter in de bosjes gegooid,denk ik. Waarschijnlijk had ik daar niet mee willen aankomen op demiddelbare school. Kijk, als het verboden is voor minderjarigen, is hetverboden voor minderjarigen. Dan maakt het natuurlijk niet uit of ze 12, 13of 16 zijn. Dan zou het gewoon voor minderjarigen gelden. Natuurlijk isniet elke minderjarige zelf een gevaar op de fiets, maar het is wel eenkwetsbare weggebruiker, die ook het slachtoffer kan zijn van een ongelukdat veroorzaakt wordt door een veel grotere weggebruiker.Ik herken deze interruptiedebatjes. Het is altijd leuk om een partij die meteen betuttelingsvoorstel komt of daar vragen over gesteld heeft, er eenseven goed over door te zagen. Ik ben gewoon benieuwd wat we echt gaandoen om het aantal naar beneden te brengen. Als de Minister zegt «daarheb ik helemaal geen helmplicht voor nodig», zeg ik: nou, gelukkig. Danben ik gewoon benieuwd wat er wel op tafel ligt.De voorzitter:Duidelijk. Nog een vervolgvraag of is het zo duidelijk?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117022 De heer Pierik (BBB):Ik zit een beetje te zoeken naar: wat dan precies wel? Gaat het om fietsen,of misschien ook om andere vervoermiddelen waarmee jongeren,minderjarigen, kwetsbaar zijn? Hoever moeten we gaan in het verplichtenvan een helm?De heer Krul (CDA):Het liefst niet. Als het niet nodig is, dan liever niet.De voorzitter:Dan geef ik graag het woord aan de heer Pierik voor zijn inbreng.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. De verkeersveiligheid heeft recht op onze volle aandacht.Vooral fietsers en in toenemende mate e-bikegebruikers zijn zeerkwetsbaar in ons verkeer. De cijfers van de Nederlandse ziekenhuizenliegen er niet om. In slechts één oktoberweek vorig jaar belandden480 e-bikers op de spoedeisende hulp, waarvan bijna 100 fatbikers. Ditbetekent dat 37% van alle fietsslachtoffers op een elektrische fiets zat.Voorzitter. We zien een zorgwekkende trend. Jaar na jaar stijgt het aantalverkeersdoden onder fietsers met 5%. Fietsers die in aanraking komenmet een auto, lopen een verhoogd risico. Maar fietsers raken ook ernstiggewond zonder dat er een motorvoertuig bij betrokken is. Kan de Ministertoezeggen dat hij ingaat op wat dit zegt over de veiligheid van onzefietsinfrastructuur? Wat zegt dit over de veiligheid van e-bikers?Voorzitter. De fatbike is de laatste tijd veel in het nieuws geweest, en metreden. Het lijkt juridisch en praktisch onmogelijk om fatbikers als eenaparte categorie te bestempelen; er is al eerder iets over gevraagd engezegd. Elk kenmerk dat we proberen vast te leggen, zoals banddikte, lijkteenvoudig te omzeilen en kan ook ongewenste beperkingen opleverenvoor andere e-bikes. Maar dat betekent niet dat we dan niets moetendoen. Het probleem zit namelijk niet in de fiets zelf, maar in het illegaalopvoeren en in het feit dat er ook onveilige fatbikes op de markt zijn. Dekern van het probleem is dus dat veel fatbikes worden opgevoerd enharder rijden dan 25 kilometer per uur. Hierdoor is het geen legaleelektrische fiets meer, maar een niet-gekeurde, onverzekerde en illegalebromfiets. Bovendien schiet de handhaving op het illegale gebruik vanfatbikes zwaar tekort.De Minister en zijn voorganger hebben ingezet op een brede aanpak. Kande Minister vertellen hoe het staat met het verbod op opvoersets enopvoerapps? Waarom is dit verbod nog niet ingevoerd? Wanneer gaat ditgebeuren, zodat er een betere handhaving kan plaatsvinden? Kan deMinister ook de illegale import aan banden leggen? Heeft de Minister allesuit de kast gehaald om vast te stellen dat het juridische onderscheidtussen fatbikes en andere elektrische fietsen absoluut onmogelijk is? Ikmoet zeggen dat ik enthousiast werd van het voorstel dat de heer Van Dijknaar voren schoof, namelijk om te kijken naar het koppel en naar anderetechnische kenmerken om toch een onderscheid te kunnen maken.Voorzitter. De opkomst van de elektrische fiets en in het bijzonder van defatbike heeft een nieuwe dynamiek in het verkeer gegeven. Het is eenontwikkeling met twee gezichten. Enerzijds is er de kans voor jongerenom mobiel te zijn, vooral in de regio, waar grote afstanden overbrugdmoeten worden. Anderzijds is het ook een bron van toenemende zorgover de veiligheid. Voor de BBB is het echter wel belangrijk dat demobiliteit van onze jongeren kan blijven bestaan, vooral in de regio. Bijna32.000 scholieren zijn afhankelijk van een e-bike voor hunwoon-schoolverkeer. Een minimumleeftijd voor fatbikes zou deze groeponevenredig hard treffen en de toegang tot het onderwijs belemmeren ofbemoeilijken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117023 Ook moeten we ervoor oppassen dat we met specifieke maatregelen,zoals helmplicht, onnodig andere grotere groepen e-bikers raken. Welkeconcrete stappen gaat de Minister zetten om het verkeersveiliger te makenvoor e-bikers? De Minister spreekt over het versterken van de huidigeaanpak tegen het opvoeren van e-bikes en fatbikes. Kan de Ministeraangeven wat dit concreet betekent? Hoeveel extra capaciteit wordt eringezet bij de politie, de ILT, de NVWA en de Douane om de handhaving teintensiveren? Welke meetbare resultaten worden nagestreefd?De Minister benadrukt het belang van een keurmerk. Hoe zit het daarmee?Wie ontwikkelt dit? Wanneer is het operationeel? Wordt er daarnaast voorgezorgd dat dit keurmerk niet alleen een wassen neus wordt, maardaadwerkelijk bijdraagt aan de veiligheid van fietsen op de markt?Ten slotte, voorzitter, vraagt de BBB-fractie nog extra aandacht voor deverkeersveiligheid op de N36 en de N50. Het rijden op deze wegen is nogsteeds hartstikke gevaarlijk. We zijn blij met de eerste stappen om deverkeersveiligheid op deze wegen te verbeteren, maar het is van grootbelang dat de verkeersveiligheid op de gehele N36 en N50 nog sterkverbetert. Kan de Minister prioriteit geven aan de realisatie van fysiekerijbaanscheidingen op zowel de gehele N50 als de gehele rijksweg N36Wierden-Ommen?Dank u wel.De voorzitter:Dank. Dan geef ik het woord aan de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Laat ik dit debat ook beginnen met stilstaan bij demensen die afgelopen jaar een geliefde, een familielid of een kennishebben verloren bij een ernstig verkeersongeval. Dat is hartverscheurend.Onze ambitie is volgens mij sinds 2018 – ik hoorde de heer Krul 2021zeggen, maar dat maakt ook niet zo veel uit – om nul verkeersdoden tehebben. We zagen echter juist een stijging van het aantal dodelijkeongevallen met 745 doden in 2022. Ook het aantal ernstige verkeerge-wonden blijft fors stijgen. In de technische briefing werd geschetst datdeze ontwikkeling zich flink blijft doorzetten. De bulk van het letsel zit bijvoetgangers, fietsers en gewone e-fietsers. Velen daarvan zijn ookouderen. Zij veroorzaken veel vaker ongelukken en als het misgaat, lopenze vaker en zwaarder letsel op.Voorzitter. Laat ik vooropstellen dat ik blij ben dat zo veel mensentegenwoordig langer actief en vitaal blijven. Dat vinden we heel fijn. Maarze worden daarmee ook vaker geconfronteerd met verkeersrisico’s. Toenik aan de vorige Minister in alle voorzichtigheid vroeg naar de relatietussen demografie en leeftijd bij het aantal ernstige verkeersongelukken,werd daar zeer terughoudend op gereageerd. Nu laat onderzoek duidelijkzien dat leeftijd een grote factor is. Ik lees in de stukken alleen nog geenoplossing, integendeel. Onze ondersteuning voor lokale maatregelen,zoals herinrichting en onderhoud van fietspaden, is onzeker. Gemeentenkomen geld tekort. Er komt een campagne om het gebruik van defietshelm door ouderen te ondersteunen. Ik hoop dat dat helpt, maar hetis best vrijblijvend natuurlijk. Wat voor mogelijkheden ziet de Minister omnet als in Scandinavische landen het gebruik van een fietshelm nog verderactief te stimuleren? Dat geldt niet alleen voor onze ouderen, zeg ik erbij,maar ook voor kinderen en jonge ouders. In Denemarken heeft 60% vande mensen inmiddels een helm op, vrijwillig, door jarenlang gerichtecampagnes.Er is wat mij betreft geen ruimte voor vrijblijvendheid als het gaat om hetbesturen van een auto. In de verzamelbrief ...De voorzitter:Meneer De Hoop, ik zie een interruptie van de heer Heutink.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117024 De heer Heutink (PVV):We kennen GroenLinks-Partij van de Arbeid natuurlijk als de partij die deauto haat, de partij van de open grenzen, waardoor onze bevolking enormis toegenomen. We kennen GroenLinks-Partij van de Arbeid natuurlijk ookals de partij die fietsen stimuleert. Vandaag hoor ik de selectieve veront-waardiging van GroenLinks-Partij van de Arbeid over het feit dat hetaantal ongevallen onder fietsers is toegenomen. Hoe zou dat komen,vraag ik aan de heer De Hoop. Zou het misschien komen doordat u zograag wilt dat er zo veel meer fietsers bij komen? Zou dat misschien dereden kunnen zijn? Zou het misschien komen doordat de bevolking enormis toegenomen? Dat is iets wat GroenLinks-Partij van de Arbeid heel graagwil. Waarom hoor ik u daar niet over, vraag aan ik de heer De Hoop via devoorzitter.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja, laat ik deze interruptie maar serieus proberen te beantwoorden, al vatik die niet zo heel serieus op, moet ik eerlijk bekennen. We zien dat steedsmeer ouderen nog heel lang fietsen. Dat is ontzettend fijn. Ze worden daargezonder en vitaler door. Het aantal ouderen neemt de komende jarenzeker ook nog toe. Richting 2040 zullen er 800.000 75-plussers bij komen,bijvoorbeeld. Dat is niet een demografie die van buiten komt, zeg ik tegencollega Heutink. Dat zijn gewoon onze ouderen die ouder worden, en debabyboomgeneratie. Dat zijn mensen die langer op de fiets zitten. Zijworden daarmee ook langer geconfronteerd met verkeersrisico’s. Als jedat stevig en goed wilt aanpakken, moet je ervoor zorgen dat ouderen zoveel mogelijk een fietshelm dragen, denk ik. Zeg ik dat dat verplicht moetworden? Nee, maar ik vind wel dat je dat zo veel mogelijk moet stimu-leren. Bovendien is de inrichting van ons verkeer een heel grootprobleem. Daar trekt dit kabinet veel en veel te weinig geld voor uit. Datzijn serieuze oplossingen. Ik zie dat er in de coalitie heel veel problemenworden benoemd en dat er heel veel symboolpolitiek is, maar echteoplossingen zie ik niet. Die zitten met name in de infrastructuur en metname in het stimuleren van mensen om een fietshelm op te zetten.De voorzitter:Dan de laatste interruptie van de heer Heutink in deze eerste termijn.De heer Heutink (PVV):Is het dan niet één keer bij de heer De Hoop opgekomen dat op hetmoment dat je meer mensen naar Nederland haalt en dus meer mensenlaat fietsen – dat staat nog even los van mensen die oud worden, want diemoeten dat in alle gezondheid en veiligheid gewoon kunnen doen – dekans statistisch gezien gaat groeien dat er een ongeval gebeurt onderfietsers?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):De heer Heutink kan in ieder geval het vinkje zetten dat hij ook tijdens ditdebat migratie tot een probleem heeft gemaakt, maar dat is natuurlijk niethet probleem waar het nu echt om draait. Met alle respect: ik heb van dePVV toch weinig oplossingen gezien als het hierom gaat. Ik stel volgensmij hele serieuze dingen voor. Kijk nou naar de inrichting van hetwegverkeer! Ook moeten de snelheden omlaag van 50 kilometer per uurnaar 30 kilometer per uur binnen de bebouwde kom. Ik zie dat dit kabinet130 kilometer per uur wil rijden. Los van dat ik denk dat dit in de praktijkheel ingewikkeld is, weten we allemaal dat harder rijden meer verkeers-doden veroorzaakt, terwijl ons doel nul doden is. Ik vind het beleid dusbest wel ... Als je echt naar nul verkeersdoden wilt, dan is dit niet de wegom in te slaan. Ik doe daar serieuze voorstellen voor.Ik vind het heel erg leuk dat de heer Heutink een karikatuur van mijn partijwil maken. Prima, dat vind ik helemaal niet erg, maar ik zal doorgaan metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117025 serieuze voorstellen in het debat. Ik had eigenlijk gehoopt dat we die ookvan de PVV hadden gezien vandaag, maar dat viel vies tegen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Wie niet veilig kan rijden, mag niet meer rijden. Die moet zijn rijbewijsinleveren, want anders is zo iemand een gevaar op de weg, voor zichzelfen voor anderen. Ik vind dat geen keuze. Dat doen we immers ook niet bijrijexamens. Daar beslist de kandidaat ook niet zelf.Voorzitter. Gisteren kwam het bericht dat 84% van de Nederlanders graagziet dat het alcoholslot terugkomt. Daar ben ik voor, maar ik denk niet datwe moeten lezen dat die 84% de oproep doet om alcoholmobilisten veelharder aan te pakken, terwijl ik daar nog veel meer voor ben. Hetalcoholslot is uiteindelijk een middel om drankrijders weer te laten rijden.Zouden we niet meer het Duitse model moeten volgen en veelplegersharder moeten aanpakken? Wie meermaals heeft bewezen dat hij deverantwoordelijkheid niet aankan, gaat voortaan maar lopen; ja, sorry. Bijalcohol, veel te hard rijden en drugs past wat mijn fractie betreft gewooneen rijontzegging, dus niet per se een hogere boete, maar gewoon nietmeer de weg op. Mijn fractie is er nog steeds voor om dit soort mensenvan de weg te halen. Negen van de tien Nederlanders steunt dat ook.Dan kom ik bij de grootste groep verkeersdoden: fietsers die zijn aange-reden door een automobilist. Ook hierbij spelen zaken als leeftijd enonoplettendheid een rol. Vooral een lagere maximumsnelheid engescheiden verkeersstromen bieden de beste bescherming aan fietsers envoetgangers. Beide vragen om een andere inrichting van dorpen ensteden, en kosten veel geld. Elke euro die we besteden aan veiligefietspaden, autoluwe steden, ov en snelheidshandhaving verdienen we,denk ik, ook weer dubbel en dwars terug.Voorzitter. Het voorkomen van een verkeersdode is natuurlijk ook op geenenkele manier in geld uit te drukken. Welke gevolgen gaat de Ministerverbinden aan zijn onderzoek? Hieruit bleek bijvoorbeeld dat SUV’s veeldodelijker zijn voor voetgangers en fietsers, en vooral voor kinderen. Kanhij er concreet op ingaan wat daar extra voor nodig is? Het is in iedergeval niet veiliger om harder te rijden. Dat blijkt uit elk onderzoek. Toch zetdit kabinet zijn wens om 130 kilometer per uur te rijden door. Is deMinister het met ons eens dat dit niet mag leiden tot meer verkeers-doden? Welke mitigerende maatregelen gaat de Minister nou concreetnemen om dit te voorkomen? Als daar mogelijk maatregelen voor zijn,waarom worden die met het oog op verkeersveiligheid dan niet nu algenomen?Voorzitter. Dan heb ik nog een paar korte vragen aan de Minister vanJenV, maar ik zie dat u mij wilt onderbreken.De voorzitter:Ja. Ik zie nog een interruptie van de heer Krul.De heer Krul (CDA):Zo kan ik er ook eentje van mijn trip down memory lane afvinken, want nuis ook de heer Koerhuis weer een beetje bij ons, die in 2022 met het ideekwam voor die permanente rijontzegging. De onmogelijkheid daarvanwas dat het maximum op dit moment tien jaar is. Toen was eigenlijk devraag hoe we dat dan gingen doen. Ik ben wel benieuwd of de heer DeHoop met een concreet voorstel komt. Ik ben er namelijk op zich best welin geïnteresseerd, maar ik ben dan ook benieuwd hoe GroenLinks-PvdAdit in de praktijk gaat brengen en of ze met een voorstel gaan komen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117026 Ik leg ’m in dit debat eerst als vraag neer, ook om te kijken bij de Ministervan JenV wat daar nu de mogelijkheden voor zijn. Als er meer mogelijk-heden zijn, vind ik dat we daar verder in zouden moeten gaan. Dat leg ikhier open op tafel. Weet je, hogere boetes zijn allemaal leuk en aardig,maar als mensen echt een gevaar op de weg zijn, is een rijontzegging veeleffectiever voor de maatschappij. Ik vind dat we daar best ver in zoudenmogen gaan.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog een paar vragen aan de Minister van JenV. Het lijkt mijn fractiegoed als we naast de jaarlijkse rapportage over feitcodes ook jaarlijkspubliceren welke boetes direct betaald worden en welke verder hetincassotraject ingaan en hoeveel verhogingen er zijn. Dat zegt ook ietsover de legitimiteit en de betaalbaarheid van de boetes.Voorzitter. Tot slot. Het motto van dit kabinet luidt «doen wat wel kan».Alleen lijkt deze Minister daar of weinig van begrepen te hebben, of nietzoveel zin in te hebben. Een van de twee is in ieder geval waar als het gaatom de fatbike. Wat mijn fractie betreft, voert hij de Kamermotie gewoonuit. Ik ben ook bereid om te kijken naar andere mogelijkheden om wattegen de fatbike te doen, want dat moet. Hij is een groot gevaar enmensen ervaren hem ook als heel erg onveilig. Tegelijkertijd zeg ik, in mijnafsluitende woorden, dat het ook wel een beetje een symbool is. Als wedaadwerkelijk de problemen van verkeersveiligheid willen aanpakken,moeten we niet 130 kilometer per uur gaan rijden, moeten we niet alleenmaar focussen op de fatbike en moeten we niet allemaal leuke kentekensmet elkaar bedenken, maar moeten we serieus beleid maken op Infra-structuur en Waterstaat. Dat mis ik echt bij deze coalitie en ik hoop datdaar verbetering in komt.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord graag aan de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Ik vond dat mooie termen, «ervaren veiligheid» eninderdaad, «symboolwetgeving». Laat ik gelijk eerlijk zijn en ook mijnmening delen. Ik vind de fatbike op zijn zachtst gezegd geen mooie fiets.Hij heeft te brede banden, een te hoog gewicht, een lelijk frame en eennog lelijker zadel. In die zin zou ik dus iedereen thuis, alhoewel ik nietdenk dat de betreffende leeftijden nu mee aan het kijken zijn, willenoproepen: stap alstublieft niet op zo’n fiets. Het is gewoon lelijk. Maar datis mijn mening. Dat is mijn mening en wie ben ik om mijn mening aananderen op te dringen? Want de kijker zal denken dat het stoer is. Ook datkan ik niet weerleggen, want in de Kamer weten we allemaal dat hetinvoeren van een helmplicht veiliger is en toch besluiten we niet om dat tedoen. Ik kan me heel goed voorstellen dat Kamerleden dat niet doen,omdat we dat aan de mensen moeten vertellen en sommigen vinden zo’nhelm niet stoer genoeg. Maar goed, nu heb ik dan toch mijn mening metjullie gedeeld. Dan ga ik over naar mijn tekst, oftewel naar het themaverkeersveiligheid.Voorzitter. De verkeersboetes zijn weer hoger. Ieder instituut met enigverstand van zaken is tegen een verdere verhoging van verkeersboetes:het Openbaar Ministerie, de Raad voor de rechtspraak, het CJIB, depolitie, de Raad van State en de Kamer. Het maakt het verkeer ook nietveiliger. Waarom verhoogt u dan toch de boetes, zou ik aan de Ministerwillen vragen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117027 Meneer El Abassi, u heeft een interruptie van de heer Krul.De heer Krul (CDA):Dit is mijn laatste volgens mij, dus de heer El Abassi kan hem ook gewoonopen beantwoorden. Ik begrijp dat het zijn mening is. Ik begrijp ook datheel veel mensen uit de doelgroep nu niet kijken, maar wie wel kijken zijnverschillende artsen die de noodklok hebben geluid. Die hebben aange-geven: ik wil niet nog een kind hier op tafel hebben met hersenletsel. Diezijn zelf gaan registreren. Je kan zeggen: dat is ook een mening. Maar hoeoordeelt de heer El Abassi dan daarover? Is hij het er niet mee eens datwe wel degelijk vergaande stappen moeten zetten om iets te doen aan defatbike of de e-bike?De heer El Abassi (DENK):Ik gaf in mijn bijdrage aan dat ik het ook een lelijke fiets vind. Dat wasvoor mij reden om op zoek te gaan naar een reden om überhaupt die fietsaf te schaffen, weg te krijgen, uit het straatbeeld te krijgen. Een fiets heeftgeen apk-keuring, dus je ziet helaas heel veel verschrikkelijk lelijke fietsenrondfietsen. Maar dat is voor mij geen reden om een aanpak voor fietsente introduceren die niet helpt, die niet werkt. We hebben hier gezeten.Deskundigen zijn hier aan het woord geweest. Die hebben eigenlijkallemaal gezegd: joh, zo’n fiets is niet onveilig, is intrinsiek niet onveilig.Sterker nog, die lelijke banden zijn juist veiliger. Ik kan niet anders danconcluderen dat het een lelijke fiets is, maar hij is wel veiliger dan anderefietsen. We verdoen heel veel van onze tijd hier, maar laten we vooral naarde cijfers kijken over de echte onveiligheid. Die zal ik hier ook zo noemen.De voorzitter:Duidelijk, dank. Dan zie ik nog een interruptie van de heer Van Dijk vanNieuw Sociaal Contract.De heer Olger van Dijk (NSC):Ook mijn laatste, in aanvulling op de heer Krul. Dit is toch wel de kern vandit debat, denk ik. Het gaat over verkeersveiligheid. Ik zou de heerEl Abassi toch wel willen voorhouden dat het over heel veel meer gaatdan over het lelijk zijn van deze producten. We horen nu al twee ofdrie jaar berichten dat deze fietsen wel degelijk onveiliger zijn. Dat is nietalleen beleving. Die beleving hebben we volgens mij wel allemaal. Dieheb ik in ieder geval wel. Ik ben ook een paar keer bijna aangereden, metal die capriolen die men uithaalt. Zelfs in Barcelona hadden ze last vanfatbikes op de stoep, zeg ik tegen de heer El Abassi. Dat is niet alleen«ervaren verkeersonveiligheid», dat ís gewoon verkeersonveilig. Als jekijkt naar het product met het DTV-rapport in de hand, zie je dat er tweekenmerken zijn die echt wel vrij uniek zijn voor een fatbike. Dat heb iknatuurlijk betoogd in mijn inbreng. Dan gaat het om het koppel, hetacceleratievermogen. Dat staat echt in relatie tot verkeersveiligheid. Datstaat gewoon in dit rapport. En voor gewicht geldt hetzelfde. Erkent deheer El Abassi dat deze aspecten, die vooral kenmerkend zijn voor eenfatbike, een relatie hebben met verkeersveiligheid?De heer El Abassi (DENK):Er is een correlatie tussen snelheid en veiligheid. Maar als we kijken naarde uiterlijke kenmerken van de fatbike, zien we dat dat niet het geval is. Ikzou willen dat dat wel het geval is, want dan had ik aan jullie zijde kunnenstaan. Maar dat is niet het geval. Als dat wel het geval is, kom dan ookmet iets. Kom met bewijsstukken. Kom met deskundigenadviezen. Die zijner niet.Om terug te komen op Barcelona: daar hadden ze het breed over fietsendie op de stoep kwamen, waardoor er inderdaad een stukje onveiligheidwas. Dat heeft ermee te maken dat Nederland veel verder is in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117028 infrastructuur dan zij. Dat is toch wel ergens een compliment dat we aanNederland kunnen geven. Dat wil ik graag geven.De voorzitter:Ik zie nog een interruptie van mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Nog even over de opmerking van de heer El Abassi dat niemand heeftgezegd dat die dingen onveilig zijn. De NVWA controleert op elektrischefietsen, maar niet op opgevoerde elektrische fietsen. Een groot deel vandie fatbikes die rondrijden, is opgevoerd. Daarom zeiden zij: «Dat is eengrijs gebied. Daar komen wij niet. Dan is het aan de ILT. Wij kijken alleennaar fietsen die binnen de definitie van de elektrische fiets vallen.» Als dievoldoet aan de regels, kun je natuurlijk zeggen dat er sprake is van eenveilige fiets. Het is ook ingewikkeld waar we het hier over hebben.Daarom is het ook zo leuk voor meneer Madlener om dit op te lossen. Hetis dus niet zo eenvoudig. Je kunt niet zeggen dat er helemaal niets aan dehand is met die fatbikes. Daarmee ondersteun ik nog maar eens wat eenaantal van ons net tegen de heer El Abassi heeft gezegd. Het is niet zo datpartijen zeggen dat de fatbike over het algemeen niet intrinsiek onveilig is.De goedgekeurde, niet-opgevoerde fiets is veilig, maar het gaat natuurlijkjuist om die dingen die mensen opvoeren met een gashendeltje. Mijnvraag aan de heer El Abassi is eigenlijk: heeft hij zelf weleens op zo’nopgevoerde fatbike gezeten? Ik wel, en je weet niet wat je meemaakt. Jekijkt ernaar en hij schiet al onder je vandaan. Dus zeg niet dat hij nietonveilig is.De heer El Abassi (DENK):Ik weet niet of het verstandig is om mij te vragen of ik op een opgevoerdefatbike heb gezeten. Dat is één. Het antwoord is uiteraard nee. Ik vind datwe integer moeten zijn, zeker als Kamerleden. Ik vind dat ook Kamerledenkeihard gestraft moeten worden als ze er wel voor kiezen om op zo’nfatbike rond te fietsen. Maar goed, ik hoop dat mevrouw Veltman eengoede reden had om ...De voorzitter:Het is goed dat mevrouw Veltman nog interrupties heeft, want dan kan zedit nader toelichten.De heer El Abassi (DENK):Precies. Gelukkig.Mevrouw Veltman (VVD):Er geldt nog geen algemeen opvoerverbod in Nederland, dus op eigenterrein mag het. Dat is in een beveiligde omgeving gebeurd, met mensenvan de branche, om het verschil te kunnen zien. Ik denk dat het ook echtheel belangrijk zou kunnen zijn voor andere Kamerleden om te weten wateen goedgekeurde e-bike is, waar het misgaat en welke e-bikes er zo veelellende op de openbare weg veroorzaken. Vanzelfsprekend ben ik daarheel integer in.De voorzitter:Kunt u uw vraag misschien nog kort herhalen? Heeft u nog een vraag aande heer El Abassi, of kan hij door met zijn betoog? Vervolgt u uw betoog.De heer El Abassi (DENK):Mevrouw Veltman gaf inderdaad aan dat het ging om een opgevoerdefatbike, maar dat dit niet in het openbare verkeer heeft plaatsgevonden.Dat mag. Dat is precies een maatregel waarvan ik zou zeggen: denkdaarover na. Mag dat wel? Is bijvoorbeeld een generiek verbod niet beter?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117029 Dat is voor de heren ook makkelijker om mee te geven en is beterhandhaafbaar. Ik ben er persoonlijk geen voorstander van. Maar goed, datzouden wel maatregelen zijn die er echt toe kunnen doen, in tegenstellingtot symboolwetgeving, zoals mijn buurman het wat mij betreft ook correctbenoemde, of symbolisch iets gaan invoeren wat totaal niet gaat werken.De voorzitter:Prima. Vervolgt u uw betoog.De heer El Abassi (DENK):Dan ga ik toch verder, voorzitter. Ik was bij verkeersboetes. Wat we welweten, is dat de verhoging van de verkeersboetes de schatkist weer zo’n40 miljoen gaat opleveren. Ik heb het vaker aangegeven: verkeersboeteszijn niet bedoeld om de staatskas te spekken. De hardwerkende alleen-staande moeder die zich iedere maand afvraagt hoe ze rond moet komenen rondrijdt met een kapot remlicht, wordt hierdoor keihard geraakt. Endan zijn er ook nog verzekeringsboetes. Mensen met schulden die hunverzekeringen niet kunnen betalen, krijgen boetes van honderden euro’sdie door verhogingen oplopen tot boven de € 1.000. In totaal incasseertde overheid hier jaarlijks bijna 50 miljoen euro mee.Voorzitter. Alsof dit niet schrijnend genoeg is, werden er vorig jaar aandaklozen 1.500 boetes uitgeschreven voor wildkamperen en 775 boetesvoor bedelen. Wat heeft dat nog met handhaving te maken? Dat isgewoon het straffen van armoede. En terwijl de gevangenissen overvolzitten en we geen capaciteit hebben, worden mensen vastgezet die eenboete moeten betalen. Een kwart van de gevangenen zit vast omdat zij deboete niet kunnen betalen. Is de Minister het met mij eens dat we dezeruimte en de capaciteit beter kunnen besteden aan de echte criminelen, inplaats van aan mensen zoals een alleenstaande moeder waarvan hetknipperlicht niet werkt of Nederlanders die een boete hebben gehadvanwege onnodig claxonneren tijdens een voetbalwedstrijd van hetNederlands elftal?Dan kom ik bij mijn volgende punt. Het debat over nieuwe regels voorfatbikes lijkt eindeloos. De Minister heeft geconcludeerd dat eenhelmplicht en een minimumleeftijd voor fatbikes niet haalbaar zijn, en dater geen aparte wettelijke categorie voor deze fietsen mogelijk is. Toch ishet belangrijk om te beseffen dat de problematiek rondom de elektrischefiets veel breder is dan alleen de fatbikes. In Nederland zien we meerslachtoffers en doden bij fietsgebruik dan bijvoorbeeld bij autogebruik.Het is opmerkelijk dat de realiteit is dat fietsen relatief onveiliger is, terwijlde aandacht steeds bij auto’s lijkt te liggen. Zo belanden wekelijks zo’n360 verkeersslachtoffers van 55 jaar en ouder op de spoedeisende hulp.Als ik hier de redenatie van de Kamer zou moeten volgen, zijn mensenvan 55 jaar en ouder het probleem. Het overlijdensrisico van fietsers isook nog eens ruim acht keer zo hoog als dat van automobilisten.In plaats van op symbolische maatregelen die nauwelijks effect hebben,moeten we inzetten op bredere handhaving en ook op bewustwording.We moeten de illegale opvoering van elektrische fietsen, en dus nietalleen die van fatbikes, aanpakken, en investeren in een structureleverbetering van de verkeerseducatie. Alleen zo kunnen we bijdragen aaneen veiligere verkeersomgeving voor alle weggebruikers.Met deze feiten in het achterhoofd, stel ik dan de volgende vraag aan deMinister: wat gaat de Minister doen om de groep fietsers van 55-plusbeter te beschermen op de fiets? Ik schrik namelijk van de cijfers. In 40%van alle gevallen gaat het om 55-plussers. Deze groep moeten we echtgaan beschermen. Ik hoor graag een antwoord van de Minister.Dan wil ik toch kort stilstaan ...De voorzitter:Rondt u af?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117030 De heer El Abassi (DENK):Sorry?De voorzitter:Rondt u langzaamaan af?De heer El Abassi (DENK):Ja. Ik wilde stilstaan bij de onrust bij het Ministerie van I&W. Nu wilde ikhet debat afwachten, maar deze Minister slaagt er keer op keer in om eengroot deel van de samenleving pijn te doen. Eerder is deze Ministernamelijk geconfronteerd met discriminerende uitspraken van DonaldTrump, waarin de suggestie werd gewekt dat immigranten katten enhonden eten. De heer Madlener kon toen niet uitsluiten dat dit gebeurt.Nu wordt hij geconfronteerd met de uitspraak waarin Trump zijn plankenbaar maakt om Gaza etnisch te zuiveren. Zijn antwoord was: ik hebliever een mooie kustlijn dan een terrorismestrook. De mensen die dit stuktekst voor de Minister hebben geschreven ... Dit doet wat met dezemensen. Wat vindt de Minister hiervan? Dit doet mensen echt pijn.De voorzitter:Dank u wel. Dan sluit ik bij dezen de eerste termijn van de kant van deKamer. Ik kijk even naar rechts. Hoeveel tijd denken jullie nodig tehebben? We gaan uiteraard ook eten. We gaan om 18.45 uur verder. Hetwordt toch 19.00 uur. We gaan om 19.00 uur verder.De vergadering wordt van 18.08 uur tot 19.01 uur geschorst.De voorzitter:Welkom bij het tweede gedeelte van dit commissiedebat. Het verzoek isgedaan om eerst de beantwoording van de Minister van Justitie enVeiligheid te doen. Daarna gaan we kijken of er nog vervolgvragen ofinterrupties zijn en zullen we ook eventuele toezeggingen doornemen. Hetverzoek is dat de Minister van JenV dit commissiedebat vervolgensverlaat. We proberen het zorgvuldig te doen. Volgens mij moet ditmogelijk zijn, maar ik kijk nog even naar jullie om te zien of dit akkoordwordt bevonden. Ik zie dat de heer Heutink wil reageren.De heer Heutink (PVV):Wat doen we dan met de tweede termijn?De voorzitter:Mijn voorstel zou zijn om na afloop van de eerste termijn van de Ministergewoon goed de tijd te nemen voor vragen die u anders wellicht in detweede termijn zou hebben gesteld; ik zal daarvoor ook wat ruimte geven.En de Minister van IenW is er uiteraard nog. Voor nu lijkt dit me werkbaar.We proberen het zorgvuldig te doen en we proberen zowel de Minister alsde Kamer recht te doen. Ik denk dat we daar met elkaar wel uit moetenkomen. Ik stel voor dat de Minister begint met zijn beantwoording.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Dank aan de Kamerleden voor hun inbreng in eerstetermijn. Werken aan verkeersveiligheid is voor ons allemaal van belang.We willen allemaal zo veilig mogelijk kunnen deelnemen aan het verkeeren we willen allemaal dat er zo min mogelijk slachtoffers vallen. Daarvooris het nodig dat we ons op verschillende terreinen blijven inzetten:educatie, de inrichting van de infrastructuur, maar ook de handhaving.Vanuit mijn verantwoordelijkheid als Minister van Justitie en Veiligheid zetik uiteraard vooral in op versterking van de handhaving. Zo wordt ermomenteel flink geïnvesteerd in de uitbreiding van het aantal geautomati-seerde en innovatieve handhavingsmiddelen, zoals de flexflitser en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117031 focusflitser. Op die laatste kom ik nog terug. «Het bonnenkanon» werd dieflitser door een van uw leden al genoemd, hoorde ik, maar dat is uiteraardniet het doel.Daarnaast blijft de politie zich ervoor inzetten om het aantal staandehou-dingen te laten stijgen, want de laatste jaren zien we helaas weer eentoename van bijvoorbeeld het rijden onder invloed. Om dit effectiever aante kunnen pakken wordt momenteel gewerkt aan een wetsvoorstel voorde verbetering van de aanpak van rijden onder invloed. Ik streef ernaar debeantwoording van de vragen uit het verslag bij dit wetsvoorstel zeerbinnenkort naar de Kamer te sturen. Ook de komende tijd kijken we hoede verkeershandhaving nog verder kan worden verbeterd. Zo wordt nogdit jaar de wet-Mulder geëvalueerd. De uitkomsten van dat onderzoekleiden mogelijk tot verdere verbetering voor een efficiëntere en effec-tievere afdoening van verkeersovertredingen. Tot slot wordt momenteel inhet kader van de propositie verkeershandhaving die eerder dit jaar onderleiding van de G4 is gelanceerd, samen met betrokken partners bekekenwelke aanvullende maatregelen nog genomen kunnen worden om zowelde objectieve als de subjectieve pakkans te vergroten.Dan kom ik nu bij mijn beantwoording. Ik heb een aantal blokjes. Ik beginmet fatbikes, althans, het deel daarvan dat mij aangaat. Daarna komenhandheld telefoongebruik en focusflitser, rijden onder invloed, hogerestraffen en veelplegers, boetes en overig. Ik begin met de fatbikes. Degrote vragen over de fatbikes liggen uiteraard op het terrein van deMinister van IenW, maar ik heb een aantal specifieke vragen gekregen.Eentje was van de heer Grinwis, over de rollerbanken. Een andere vraagvan de heer Grinwis was of de politie inmiddels beter onderscheid weet temaken tussen legale en illegale fatbikes. Ten slotte vroeg de heer Pieriknog hoeveel extra capaciteit er wordt ingezet door de politie om dehandhaving te intensiveren.Ik begin met de rollerbanken. Met de nieuwe rollertestbanken beschikt depolitie over middelen om opgevoerde fietsen op te sporen. Inmiddelsbeschikken alle politie-eenheden over deze rollertestbanken. De handha-vingsmogelijkheden zijn hiermee dan ook sterk toegenomen. Uit de cijfersvan de in 2024 opgelegde boetes voor het gebruik van voertuigen zondergoedkeuring voor toelating tot het verkeer op de openbare weg – kortgezegd: illegaal opgevoerde voertuigen – valt af te leiden dat dehandhaving op opgevoerde fatbikes behoorlijk is geïntensiveerd sinds derollerbanken worden ingezet. Uit cijfers van het CJIB blijkt dat het aantalopgelegde boetes voor het laten staan van of rijden met een ongekeurdvoertuig op de openbare weg is gestegen van 643 in 2023 naar 4.845 in2024. Hoewel deze cijfers niet kunnen worden uitgesplitst naar het soortillegaal opgevoerd voertuig, betreft het merendeel van deze overtredingenvolgens de politie een fatbike. Ik denk dus dat dat een aanzienlijketoename is, mede dankzij de inzet van de rollerbanken.De heer Grinwis vroeg ook of de politie inmiddels beter onderscheid weette maken tussen legale en illegale fatbikes. De politie controleert of fietsenmet trapondersteuning aan de eisen voldoen om zonder goedkeuring opde openbare weg te worden gebruikt. Controle vindt onder andere plaatsmet de rollertestbank, waar we het net over hadden. Als uit de test blijktdat het voertuig trapondersteuning biedt tot boven 25 kilometer per uur,kan er worden gesanctioneerd met een geldboete. Ook kan wordenopgetreden wanneer is vastgesteld dat door middel van een gashendelwordt gereden. Dan voldoet de fiets namelijk niet meer aan de criteria omte kunnen worden aangemerkt als fiets met trapondersteuning. Dan wordthet juridisch gezien een bromfiets of een speedpedelec. Bij de eersteovertreding wordt een boete opgelegd en een waarschuwing dat bij devolgende staandehouding inbeslagname volgt. Dat is ook gebaseerd opjurisprudentie over wat redelijk wordt geacht door de rechter.Wordt er dan extra capaciteit ingezet door de politie om die handhaving teintensiveren? Verkeershandhaving valt onder de reguliere politietaak enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117032 die valt weer onder het lokale gezag, dat beslist over waar de prioriteit ligtin waar de politie wordt ingezet. Maar er wordt al wel meer gedaan. Iknoemde al de enorme stijging in het aantal boetes, die ook verband houdtmet fatbikes. De politie doet wat ze kan, maar het is ook weer nietmogelijk om elke dag zonder aanleiding duizenden elektrische fietsen aande kant te zetten. Men reageert of op het feit dat men zo’n fiets te hard zietrijden of men doet steekproeven op bepaalde plekken, of op verzoek vanhet lokale gezag, dus de burgemeester of het OM, op bepaalde locaties.Maar het zal nooit overal en altijd zijn, want handhaven is immers hetsluitstuk van een bredere aanpak en niet de oplossing als zodanig. In diezin kan ik u geen concrete aantallen noemen, anders dan dat we wel deeffecten zien van een betere handhaving over het algemeen.Dat brengt mij aan het einde van mijn deel over de fatbikes.Mevrouw Veltman (VVD):Dank aan de Minister voor de toelichting. De Minister zei net dat de politiede fatbikes op straat kan aanpakken. Als ze ze zien rijden en ze vermoedendat het te hard gaat, kunnen ze ze aan de kant te zetten en dan gaanmeten, of ze alsnog naar een rollerbank brengen. Zeker bij die steek-proeven, als ze groepen of meerdere tegelijk naar zo’n plek voor roller-banken brengen, heb ik vorige week bij de technische briefing begrependat de politie op zo’n moment heel vaak niet kan overgaan tot een sanctie,omdat de definitie van elektrische fiets in de Wegenverkeerswet in haarogen onvoldoende grondslag biedt daarvoor, en daardoor zou debeslagketen of de strafketen zeg maar onnodig worden belast. Dat is deopvatting van de politie. Ik ben blij om te horen dat de Minister nu zegtdat dat in principe geregeld zou moeten zijn. Maar toch is daar onduide-lijkheid over. Is de Minister bereid om dat nog even goed uit te zoeken ente zorgen dat dat helder wordt?Minister Van Weel:Op de categorisering komt de Minister van IenW nog terug. Dat gaat overwanneer iets een elektrische fiets is en wanneer niet. Als ik kijk naar watde politie nu kan, op basis van de huidige wetgeving, en naar het aantalboetes, dat enorm is toegenomen tussen 2023 en 2024, dan zit datvoornamelijk in het bekeuren van fatbikes. Dat zijn 4.800 boetes die depolitie heeft opgelegd voor fatbikes die te hard reden en opgevoerdwaren. Ik herken het signaal als zodanig niet, maar nogmaals, als datsamenhangt met de categorisering, dan komt het terug bij de Minister vanIenW.Mevrouw Veltman (VVD):Ik heb begrepen dat dat niet zozeer samenhangt met de categoriseringmaar met hoe ze op het moment van het meten op die rollertestbankermee verder kunnen. Als dat wel goed geregeld was, zou het nog veelmeer zijn dan die 4.800. Soms kunnen ze niet die constatering doen,omdat ze het niet hebben zien gebeuren. Dan moeten ze dat met detestbank doen. Het is best wel een technische discussie, maar het zou mijeen lief ding waard zijn als de Minister dit intern wil bespreken met depolitie, om te kijken waar dat probleem zit waar zij in de praktijk tegenaanlopen.Minister Van Weel:Daar ben ik uiteraard toe bereid. Ik ken de signalen niet, maar ik zal medaarin verdiepen.De heer Olger van Dijk (NSC):Goed om te horen dat de handhaving geïntensiveerd is en dat deopgevoerde fatbikes worden beboet. Als we een boete uitdelen, hebbenwe altijd een zekere marge. We weten allemaal hoe dat zit, ook bij deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117033 normale boete bij de autosnelheden. In de media las ik dat deze bij defatbikes veel hoger ligt en dat je pas een boete krijgt als op die rollerbankwordt geconstateerd dat je ver in de 30 kilometer per uur zit. Klopt dat? Enis er misschien wat aan te doen zodat die marge omlaag kan?Minister Van Weel:Ook dit signaal herkennen wij niet; 25 is de norm zoals die is vastgesteld.Ik ga er ook van uit dat de rollerbanken daarop zijn afgesteld. Maar als iktoch het gesprek aanga met de politie, zoals ik heb toegezegd aanmevrouw Veltman, dan neem ik dit, dus de marges, daarin mee.Dat brengt mij bij het kopje handheld telefoongebruik. Ik moet eerlijkzeggen ... U heeft waarschijnlijk meegekregen dat ik gisteren de eerstefocusflitser van het Openbaar Ministerie hier in Den Haag heb geïnstal-leerd. Het klinkt alsof die heel mobiel is. Die is ook mobiel, maar het ziet ertoch uit alsof er een soort halve zeecontainer staat. Dat komt ook omdatdit, anders dan de MONOcam die de politie al voor dit doel inzet, eenvaste opstelling is. Ook deze camera moet dus de tand des tijds envandalisme kunnen doorstaan. Het is dus best een behoorlijk apparaat,maar we verwachten hier ook veel van. Dat is ook nodig. Ik schrok van hetonderzoek waaruit blijkt dat zeven van de tien Nederlanders nog steeds afen toe hun mobiele telefoon bedienen tijdens het besturen van eenvoertuig. Dat is ontzettend veel. Dat leidt, hoewel we dat niet kunnenuitspitsen, toch echt tot op z’n minst tientallen verkeersdoden, zou ik hierwillen zeggen, als gevolg van het gebruik van die mobiele telefoon.Het gebeurde al met de MONOcam, het gebeurde al vanuit touringcars –ook daar heeft u waarschijnlijk de media-aandacht over meegekregen – enhet gebeurde al door staandehoudingen. Daar komt de focusflitser nu dusbij. De komende twee maanden wordt daar nog mee getest om te kijkenof het systeem werkt, of de goede data wordt doorgestuurd naar het CJIBen of daarmee de boeteafhandeling ook op een goede manier kangeschieden.Vanaf april gaat de echte handhaving met de focusflitser van start.Daarmee wordt niet alleen de objectieve pakkans, maar ook de subjec-tieve pakkans vergroot. Het is belangrijk bij handhaving dat mensen hetidee hebben dat er op elk moment zo’n camera kan zijn, waardoor ze dusworden afgeschrikt van het gebruik van hun mobiele telefoon op enigmoment.De MONOcam wordt vooral ingezet op snelwegen, zeg ik in antwoord opeen van uw vragen, en de focusflitser vooral op N-wegen en drukketoegangswegen tot steden. Het is wat dat betreft echt een aanvulling opde middelen die al gebruikt worden.Als je kijkt naar 2024, zie je dat er voor handheld telefoongebruik achterhet stuur 165.000 boetes zijn uitgeschreven. De verwachting is dat dataantal met de inzet van de focusflitser nog verder zal stijgen. Maar nogbelangrijker dan dat het aantal boetes stijgt, is natuurlijk dat het gedraguiteindelijk wordt aangepast en dat het aantal overtredingen naarbeneden gaat. Dat is toch echt het doel van deze handhaving.Het is een flinke boete. Er staat € 430 op handheld telefoongebruik in deauto. In combinatie met de verhoging van de pakkans gaat hier naarverwachting een behoorlijk afschrikwekkende werking van uit. Naast dehandhaving zal de Minister van IenW straks ingaan op wat er verder wordtgedaan om afleiding in het verkeer tegen te gaan.Voorzitter. Dan kom ik bij het kopje rijden onder invloed.De voorzitter:Minister, ik zie een interruptie van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Het is een goede zaak dat appen achter het stuur wordt aangepakt; datdelen wij volledig. Maar ik zat nog heel even te kijken naar een foto vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117034 zo’n focusflitser. Iedereen kan dat ding natuurlijk zien. Is dat wel handig?Want als je ’m van zó ver al kunt zien ... Hij is echt hoog, hij is groot; hetlijkt een beetje op die beveiligingscamera’s die ook langs de snelwegstaan. Laat ik het zo vragen: verwacht de Minister daar nog problemenmee?Minister Van Weel:Eerlijk gezegd zag ik, toen ik gisteren met die groepering en journalistenlangs de weg stonden, al dat de gemiddelde snelheid van de auto’s dielangsreden naar beneden ging. Het heeft dus niet alleen een effect als diewerkt of aan staat; het gaat ook om de uitstraling. Ze gaan natuurlijk welvan locatie wisselen. Ik moet u eerlijk zeggen dat er bij mij in de buurt inRotterdam, op een beruchte plek voor te hard rijden, ook een tijdje zo’nmobiele flitspaal heeft gestaan. Die was duidelijk herkenbaar, in politie-kleuren, en hartstikke groot. Het aantal mensen dat daar alsnog te hardvoorbijrijdt en dus toch een boete krijgt, is enorm groot. Er zullen echtmensen zijn die snel hun mobieltje weggooien op het moment dat ze zo’nding zien. Dan hoop ik dat ook die schrikreactie ertoe leidt dat mensendenken: «Ik moet alerter zijn. Ik moet dit niet doen, want dit was bijna€ 430.» Dus ook als die boete niet wordt uitgedeeld, heeft die eenpsychologisch effect. Het feit dat mensen deze apparaten zien, draagt ookbij aan de subjectieve pakkans. Mensen weten dan namelijk dat dezeapparaten in omloop zijn. Het is dus altijd een beetje een trade-off; je kuntdat helemaal stealthy doen, bijvoorbeeld met touringcars waar politie inzit – ook dat moet je af en toe doen – of je kunt het meer openlijk doen,maar dan wel op wisselende locaties.De heer Pierik (BBB):Ik begrijp van de Minister dat de focusflitser de komende twee maandennog in een testomgeving uitgeprobeerd wordt. Vanaf april zou die echtingezet kunnen worden om ook te gaan beboeten. Is er ook een communi-catieplan voorzien? Gaan we de samenleving ook informeren dat defocusflitser in gebruik genomen wordt?Minister Van Weel:Ik heb gisteren mijn uiterste best gedaan om zo veel mogelijk media naarMadurodam te lokken, om daar de lancering te doen. Het OM zal daar ookaandacht voor blijven vragen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik voor degemiddelde beleidsbrief niet zo veel animo heb gehad als voor hetopenen van een focusflitser. Dit is dus wel iets waar mensen mee bezigzijn. Het is natuurlijk wel goed dat mensen beseffen dat dit echt eenprobleem is. We zullen daar op die manier aandacht voor blijven vragen.Dan rijden onder invloed. De leden Stoffer en Krul hebben gevraagd of hetaantal controles en blaastesten naar beneden is gegaan en hoe we depakkans gaan vergroten. Worden er nou meer mensen gepakt met mindercontroles? Hoe zit dit nu precies? Het handhaven op het verbod op rijdenonder invloed is en blijft een van de hoofdprioriteiten op het gebied vanverkeershandhaving, zowel voor het OM als voor de politie. Dat is ook zovastgelegd in de leidraad verkeershandhaving. De politie zet nog steeds inop alcoholcontroles of de zogenaamde fuiken. Toen ik net mijn rijbewijshad, zag je die nog heel veel. Maar door de invloed van social media enallerhande apps – daar hebben we die mobiele telefoon weer – is deinvloed van zo’n fuik heel kortstondig; binnen no time weet men ervan.Dan rijden mensen om en dan sta je daar voor niks met je hele operatievan 100 politieagenten. Je moet dat dus op een andere manier inrichten.De politie maakt daarbij bijvoorbeeld gebruik van informatie overgrootschalige samenkomsten, feesten en evenementen, en zorgt dat zedat middel heel gericht invult.Het aantal alcoholcontroles bedroeg vorig jaar 1.220. Dat waren er in 2023nog 1.364. Maar het aantal controles zegt niet direct iets over hoeveelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117035 blaastesten er in totaal zijn afgenomen, omdat er in één controle somstientallen blaastesten kunnen ontstaan. Dat wordt ook niet bijgehouden.Je kunt het aantal controles dus niet een-op-een met elkaar vergelijken.Hetzelfde geldt voor het aantal speekseltesten dat wordt afgenomen doorde politie om het gebruik van drugs in het verkeer op te sporen. We ziendat het aantal bloedonderzoeken voor drugs in het verkeer de afgelopenjaren flink is toegenomen: van ongeveer 1.500 in 2017 naar ruim 20.000 in2024. De risicogestuurde aanpak die de politie hierbij heeft, werpt zijnvruchten af. Het totaal aantal opgemaakte processen-verbaal voor rijdenonder invloed is de afgelopen jaren namelijk gestegen, van ruim 25.000 in2017 tot ruim 40.000 in 2024. Dat is dus echt behoorlijk. Ik moet daarbijaantekenen dat het merendeel van deze stijgingen zit in het rijden onderinvloed van drugs. Het aantal processen-verbaal voor het rijden onderinvloed van alcohol is over de afgelopen jaren ongeveer gelijk gebleven.Er worden in totaal ongeveer evenveel mensen gepakt met mindercontroles, zeg ik samenvattend.Over het alcoholslot heb ik in de openbaarheid wel wat gezegd, maarprimair ligt de behandeling daarvan bij de Minister van IenW. Die zal daarnog op terugkomen.De heer Heutink (PVV):Ik neem aan dat de Minister klaar is met zijn blokje. Ik schrik toch heel ergvan deze cijfers, want ze zijn absurd hoog. Blijkbaar zijn er heel veelmensen in ons land die onder invloed achter het stuur kruipen. Ik hoordede Minister net zeggen dat hij met wetgeving gaat komen. Hoe gaat dezewetgeving dit aantal dan omlaag brengen?Minister Van Weel:Je kunt dat nooit met wetgeving alleen doen. Ik zei aan het begin al dat ikhier met name zit voor de handhaving. De handhaving is heel belangrijk,zowel voor de objectieve en subjectieve pakkans alsook voor de gerech-tigheid. Mensen moeten het idee hebben dat er recht wordt gedaan na hetbegaan van een overtreding of strafbaar feit. Maar het is ook het sluitstukvan de hele aanpak. Als je het hebt over schrikbarende aantallen mensendie voor rijden onder invloed worden gepakt – ik vind het ook hele hogeaantallen – dan heb je het natuurlijk over straffen, over maatregelentreffen, over het alcoholslot als mogelijkheid, waar ongetwijfeld nog overgesproken gaat worden, maar dan heb je het ook over preventie. Danmoet ik bijvoorbeeld denken aan de succesvolle Bob-campagne, die ooitin België is gelanceerd. Die had een enorm effect. Van preventie tot aanrepressie, dat hele spectrum zul je moeten bestrijken om dit uit te bannen.De voorzitter:Tot slot op dit onderwerp, een korte vraag.De heer Heutink (PVV):Ik hoorde de Minister net spreken over rechtvaardigheid. Ik heb in mijnbetoog een schrijnend voorbeeld aangehaald waaraan je kan zien dat erveel misgaat in deze hele keten. Ik weet niet of de Minister daar nog opterug gaat komen. Maar ik ben wel heel erg benieuwd naar het volgende.Als hij dit zo hoort – en ik heb hier meerdere voorbeelden van – hoe vindthij dan dat het gaat met het opsporen van mensen die onder invloedrijden en mensen doodrijden? Die mensen komen vervolgens maar eenpaar dagen of zelfs helemaal niet vast te zitten. Ik ben benieuwd wat deMinister daarop te zeggen heeft. Hoe vindt hij zelf dat het gaat?Minister Van Weel:Dat brengt mij bij het volgende blokje, dat gaat over hogere straffen enveelplegers. Meerderen van u, ook de heer Heutink, hebben daar vragenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117036 over gesteld. Wellicht zijn er nog andere interventies wat betreft het blokjealcohol.De heer El Abassi (DENK):Voordat de Minister overgaat op het volgende blokje, zou ik dan toch nogeven willen inzoomen op handhaving. Wat betreft alcoholcontrole ligt defocus enorm op de auto; ik gaf het in mijn bijdrage al aan. Maar deskun-digen hebben laten zien dat er enorm veel te winnen valt als het gaat omde fiets. Wat betreft de auto hebben we een kreukelzone en automatischeremmen; AI zal dit alleen nog maar verder brengen. De auto is dusbehoorlijk veilig. Laten we daar vooral mee doorgaan, zou ik zeggen. Maarlaten we ook kijken waar we terrein kunnen winnen. Dan wil ik inzoomenop de fiets. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat mensen inuitgaansgebieden in 42% van de gevallen met te veel alcohol op op defiets stappen. Het risico op ongevallen wordt daarmee enorm verhoogd. Ikzou de Minister willen vragen waarom we wat betreft alcoholgebruik nietfocussen op de fiets.Minister Van Weel:Er wordt niet gecontroleerd op fietsers en alcohol. Ik zie wel degelijk derisico’s die zich daarbij voordoen; ook de politie is daar alert op. Het is welzo dat de gevaarzetting bij een auto groter is. De snelheden zijn groter. Uheeft het over al die AI, maar de auto is wel gewoon een metalen objectdat met grote snelheid over de weg rijdt. Als je het hebt over de auto ende fietser, is het duidelijk wie er beter van af komt. Ik ben het dus met ueens dat daar ook aandacht voor moet bestaan in de handhaving. Maar ikzou de auto zeker niet uitvlakken. Ik denk dat de meest ernstigeongevallen nog steeds worden veroorzaakt door aanrijdingen met auto’swaarbij mensen rijden onder invloed.De heer El Abassi (DENK):Dan zou ik de Minister toch willen vragen om het SWOV-onderzoek telezen. Daarin staat namelijk dat er op dat gebied juist heel veel te winnenvalt, terwijl de auto al behoorlijk veilig is gemaakt; daar valt weinig meeraan te verbeteren. Dat hebben we ook uit een ander onderzoek kunnenhalen. Juist wat betreft de fietsers – daarbij gaat het om enorm veelongevallen en heel veel verkeersdoden – kunnen we echt een enorme slagslaan. Ik zou de Minister dus toch willen vragen om daar beter naar tekijken en daar een reflectie op te geven.De voorzitter:Uw punt is helder.De heer Krul (CDA):Dank aan de Minister voor de goede beantwoording. Maar het is ook welinteressant. Je ziet dus dat we iets minder zijn gaan controleren – dangaat het over een slordige 10% – maar dat de pakkans is gestegen. Datkan twee dingen betekenen. Misschien wordt de politie steeds slimmer endoen we het goed wat betreft evenementen, of misschien gaan er meermensen met alcohol op achter het stuur zitten. Wat zeggen deze cijfersdeze Minister? Is dit ook een aansporing om in plaats van 10% mindervolgend jaar 20% meer te controleren? Als die pakkans stijgt, hebben wenamelijk ook iets te pakken met elkaar.Minister Van Weel:Deze Minister van politie zal natuurlijk altijd zeggen dat het komt door hetslimmer en daarmee effectiever inzetten van de politie. Dat risicogestuurdoptreden werpt natuurlijk zijn vruchten af. In die zin denk ik dat dit vooreen groot deel te verklaren is door het gegeven dat wij die controlesslimmer uitvoeren. Ik kan niet met zekerheid zeggen of er ook sprake isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117037 van een autonome groei van het aantal mensen dat rijdt onder invloed.Dat vertellen deze cijfers helaas niet. Ik zou ook niet durven zeggen of 10%meer controleren ... Dan zouden we ongetwijfeld meer mensen pakken.Maar het is ook aan het lokale gezag om continu af te wegen waarop diepolitie wordt ingezet. We weten hier allemaal dat de politiecapaciteitbeperkt is en zwaar onder druk staat. Meer alcoholcontroles betekenendus minder agenten in de wijk. Ik denk dat het lokale gezag aan zet is omdaarin elke keer de goede afweging te maken.Ik kom op het hoger bestraffen. De vraag van de heer Heutink, naaraanleiding van een concreet geval, was: kunnen we verkeersovertre-dingen niet hoger bestraffen dan we nu doen? Ik kan hier in uw Kamerniets zeggen over individuele gevallen. Ik kan dus niet ingaan op hetvoorbeeld dat u noemt. De straffen die we in Nederland kunnen opleggenvoor verkeersmisdrijven, zijn al vrij hoog. De SWOV geeft ook aan dat hetverder verhogen van de straffen an sich niet effectief of gewenst is. Het isveel belangrijker om de pakkans bij dit soort zaken te verhogen.Uit eerder onderzoek naar het strafklimaat bij verkeersmisdrijven bleek dathet strafklimaat in algemene zin goed is. Geconstateerd werd datnaarmate de schuld, de gevolgen en de ernst toenemen, ook de strafhoger wordt. Dus is er schuld en sprake van een dodelijk ongeval, danvolgt er vrijwel altijd een onvoorwaardelijke hechtenis. Maar uit ditonderzoek bleek ook dat voor een aantal individuele delicten, zoals hetrijden onder invloed, de straffen zouden moeten worden verhoogd.Daarom is in 2020 de Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheidernstige verkeersdelicten in werking getreden. Daarmee werd demaximumstraf voor bijvoorbeeld het rijden onder invloed en hetdoorrijden na een ongeval verhoogd van drie maanden naar een jaar. Ookwerd roekeloosheid duidelijker in de wet gedefinieerd. Deze wet zal ditjaar worden geëvalueerd, zeg ik ook tegen de heer Heutink, want dat doenwe altijd vijf jaar na inwerkingtreding van een wet. Onderzocht zal wordenwat het effect is geweest van onder andere de strafverhogingen.Daarnaast wordt met het wetsvoorstel Verbetering aanpak rijden onderinvloed, dat ik al eerder noemde en nu bij uw Kamer in behandeling is,beoogd om rijden onder invloed en enkele andere ernstige verkeersde-licten effectiever te bestraffen. Zo wordt het met dit wetsvoorstel voor derechter mogelijk gemaakt om het rijbewijs ongeldig te verklaren, kan ervervangende hechtenis worden toegepast bij bestuurders die rijdentijdens een rijontzegging en kan een ontzegging van de rijbevoegdheiddadelijk uitvoerbaar worden verklaard, waardoor deze direct van krachtwordt, ook in afwachting van een eventueel hoger beroep.De heer De Hoop vroeg nog: gaat u het mogelijk maken om bij verkeers-hufters die bewezen hebben de verantwoordelijkheid van hun rijbewijsniet aan te kunnen, eerder of vaker een rijontzegging op te leggen? Hetopleggen van een rijontzegging is al mogelijk voor veel overtredingen: bijhet veroorzaken van een aan schuld te wijten dodelijk ongeval of eenverkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel, bij het verlaten van deplaats van een ongeval en bij het rijden onder invloed.Maar ik hoor tegelijkertijd de roep van uw Kamer om meer mogelijkhedenvoor een strengere aanpak. Met het wetsvoorstel Verbetering aanpakrijden onder invloed doe ik daartoe verschillende voorstellen. Die heb iknet genoemd. Zo is daarin voor rechters de mogelijkheid opgenomen omeen rijbewijs ongeldig te verklaren voor die overtredingen waarvoor nuook al een ontzegging van de rijbevoegdheid kan worden opgelegd. Datkan bijvoorbeeld gepast zijn in het geval van recidive, maar rechterskunnen hier ook in andere gevallen toe besluiten. De betrokkene dient bijeen dergelijke ongeldigverklaring van het rijbewijs na afloop van deontzegging van de rijbevoegdheid opnieuw de rijvaardigheid en rijge-schiktheid aan te tonen voordat er een nieuw rijbewijs kan wordenverkregen. Daarnaast wordt met dit wetsvoorstel mogelijk gemaakt datbestuurders die een ontzegging van de rijbevoegdheid hebben maar tochTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117038 de weg opgaan, vervangende hechtenis kunnen krijgen. Ook kan eenontzegging van de rijbevoegdheid straks direct ingaan, ook in afwachtingvan een eventueel hoger beroep.Dat brengt mij aan het einde van dit kopje, voorzitter.De voorzitter:Dank. Dan is er een interruptie van de heer Heutink. Ik wil graag iedereende ruimte geven, dus ik moedig u aan om het bij dit blokje alstublieft bijéén interruptie te houden.De heer Heutink (PVV):Ik heb er volgens mij ook nog maar één, voorzitter.De voorzitter:Nou, daar doen we niet zo moeilijk over, als we maar een beetje rekeningmet elkaar houden.De heer Heutink (PVV):Oké! Nou, ik ben heel goed in rekening houden met anderen. Ik hoor deheer De Hoop lachen.Natuurlijk moet de pakkans omhoog. Daar ben ik het helemaal over eensmet de Minister. Maar wat heeft het nou voor zin dat we mensenoppakken maar daar vervolgens bijna niks mee wordt gegaan? Ik heb eenaantal voorbeelden opgeschreven en uitgezocht. Iemand was nadrie dagen op vrije voeten nadat er iemand doodgereden was. Hij kreegweliswaar drieënhalf jaar cel, maar is spoorloos. Of deze: € 1.500, ooktoen er iemand was doodgereden. Of weer een ander voorbeeld:24 maanden cel, maar ook hij is spoorloos. Wat heeft het voor zin, vraag ikaan de Minister. We gaan de pakkans verhogen. Dat moet natuurlijk. Maarvervolgens raken we iedereen kwijt of wordt er niks mee gedaan ofworden de straffen te laag.Dus nogmaals mijn vragen. Ten eerste, wat kan deze Minister doen omervoor te zorgen dat de straffen die ten laste worden gelegd ook daadwer-kelijk ten uitvoering komen? En ten tweede, wat gaat de Minister doen omdie straffen hoger en strenger te maken?De voorzitter:Duidelijk.Minister Van Weel:Dit zijn twee gevallen. Nogmaals, ik kan niet ingaan op die individuelegevallen. Dat past mij gewoon niet als Minister van Justitie, want dat isaan het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht.Eén. Hebben we de mogelijkheid om hoog genoeg te kunnen straffen voordit soort gevallen? Met andere woorden, zijn de strafmaxima – daar gaanwij als wetgevers over – voldoende en worden die door de rechterlijkemacht en door het OM als voldoende ervaren? Dat is een vraag die wehier met z’n allen kunnen stellen. De vraag die we hier moeilijker kunnenbeantwoorden, is of die straffen dan ook worden geëist door het OM enworden opgelegd door rechters. Met hoe het geregeld is in onze rechts-staat, is dat echt aan die twee instanties zelf.Dan kun je alsnog bij een evaluatie kijken – dat gaan we dus ook doen bijde Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeers-delicten – of er gebruik is gemaakt van de strafmaxima die we hebbengezet. En zo niet, waarom niet? Wat vertelt ons dat dan? Moeten wedaarmee de wet aanpassen? Moeten de strafmaxima omhoog of omlaag?Welke knelpunten worden er gezien? Dat zijn allemaal hele terechtevragen. Die kunnen we onszelf stellen, maar het is heel moeilijk om aanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117039 de hand van individuele uitspraken, waarvan we niet kunnen beoordelenwat er allemaal heeft meegewogen in de strafzaak, nu ons beleid hier temaken.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ben blij met de woorden van de Minister. Ik merk dat hier echt verre-gaandere stappen in worden gezet dan bij eerdere commissiedebattenover verkeersveiligheid. Ik ben zelf nog nieuwsgierig naar het volgende.De Minister had het over de rijontzegging. Is daar dan een termijn aangekoppeld, die nu bijvoorbeeld maximaal tien jaar is, of niet? In hoeverrewordt het vooral gezien als strafverzwaring? Dat is volgens mij nu nogsteeds zo. Maar de Minister had het vooral over de geschiktheid. Wordt erook meer een onderscheid gemaakt? Het gaat mij niet eens zozeer om deverzwaring van de straffen; het gaat mij er meer om dat ik iemandgewoon niet meer geschikt vind om de weg op te gaan. Ik ben benieuwdof daar juridisch onderscheid in zit. Wordt dat nu anders gewogen door deMinister?Minister Van Weel:Zoals het nu geregeld is en zoals het ook voorligt in het wetsvoorstelVerbetering aanpak rijden onder invloed – ik kijk ernaar uit om daarovermet uw Kamer van gedachten te wisselen om die wet te vervolmaken – ishet aan de rechter om een rijbewijs al dan niet ongeldig te verklaren. Daarheeft hij dus een scala aan aanleidingen voor. Zelfs buiten dat scala aanmogelijkheden die worden gegeven, kan de rechter alsnog besluiten totongeldigverklaring. Dus er worden een aantal voorbeelden gegeven. Hetkan bij recidive. Het kan ook in de gevallen die u noemt, dus bij herhaal-delijk roekeloos rijden of anderszins. De vrijheid ligt bij de rechter om ditop te leggen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Zou de Minister nog wat specifieker kunnen ingaan op de termijn diedaaraan zit? Volgens mij was het eerst vijf jaar en daarna bij meerdereovertredingen tien jaar. Wordt daar iets anders gedaan? Zit daar nog eentermijn voor de rechter aan, of kan daar zelfs nog verder van afgewekenworden?Minister Van Weel:Daar zal ik schriftelijk bij u op terug moeten komen, tenzij ik dat nu tijdensmijn termijn nog binnenkrijg. Dan zal ik u dat antwoord geven.De voorzitter:Nog kort over dit onderwerp, meneer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Heel fijn als de Minister daar schriftelijk op terug kan komen. Dietoezegging wordt gewaardeerd. Ik wil vragen of er in die schriftelijketoezegging nog iets meer duiding kan komen over het volgende punt.Wordt het nu gezien als strafverzwaring of beweegt het meer richting diegeschiktheidsverklaring? Dat is mij nog niet helemaal duidelijk.Minister Van Weel:De termijn heb ik inmiddels binnen. Die blijft tien jaar. Dat was die al. Dusdat blijft zo. We komen nog te spreken over het wetsvoorstel. In aanloopdaarnaartoe zal ik graag meer informatie geven over uw vraag.De voorzitter:Dat noteren we als toezegging. De heer Krul. Het hoeft niet, hoor. Oké, uwilt niet meer interrumperen? Mooi dat het zo kan. Vervolgt u uw betoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117040 Minister Van Weel:Dat brengt mij bij het kopje boetes. De heer De Hoop vroeg of het CJIBjaarlijks cijfers kan publiceren over hoeveel boetes direct worden betaalden welke worden verhoogd dan wel een incassotraject ingaan. Daar kan ikheel kort over zijn. Ja, dat kan ik u toezeggen. U zult daarover wordengeïnformeerd.De heer El Abassi vroeg: kunnen we de capaciteit in de gevangenissenniet beter besteden aan echte criminelen in plaats van aan mensen diehun boete niet hebben betaald? Ik beperk me even tot verkeersboetes,want daar hebben we het vandaag over in dit commissiedebat. Mensenworden niet gegijzeld als ze hun verkeersboete op grond van de Wetadministratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften niet kunnenbetalen. Gijzeling bij verkeersboetes vindt echt zelden plaats, alleen als ersprake is van betalingsonwil. Vorig jaar, in 2024, was het aantal gegij-zelden op die titel nul. Ik kan dus bevestigen dat de schaarse capaciteit inde gevangenissen – die is er inderdaad – niet wordt ingezet voor hetgijzelen van mensen die een onbetaalde verkeersboete hebbenopenstaan.De heer El Abassi had ook een vraag over het blijven verhogen van deboetes. Ook daar hebben we meerdere debatten bij stilgestaan, dus ikweet wat de heer El Abassi hiervan vindt. Ik heb hem ook al eerdertoegezegd – dat zal ik hier ook doen – dat ik niet voor een autonomeverhoging van de verkeersboete ben, en al helemaal niet om budgettaireredenen. Dat is in een vorige kabinetsperiode wel gebeurd. Dat zullen wijhier niet doen. Wij gaan wel jaarlijks indexeren om de geldontwaarding ende strafmaat in relatieve zin gelijk te houden. Dat is dus per 1 februari ookweer gebeurd. Het ging in dit geval om een indexering van 3,2%. Maarnogmaals, de boetes zijn dit jaar niet aanvullend verhoogd. Ik heb ook altoegezegd dat ik dat in de toekomst niet ga doen.Ik wil daarbij wel het volgende aanmerken. Er werden een aantalvoorbeelden genoemd van mensen die in de knel komen. Daar is ook eenremedie voor. Het zijn ook vermijdbare kosten. Iemand hoeft die kostenniet te maken als hij zich gewoon aan de verkeersregels houdt. De stijgingvan 3,2% betekent overigens dat de gemiddelde boete naar verwachtingmet ongeveer € 3 stijgt. Daarnaast hebben we afgesproken dat burgersdie moeite hebben met het betalen van hun boete, een betalingsregelingkunnen treffen met het CJIB of kunnen vragen om een noodstoppro-cedure. Dan wordt de inning vier maanden gepauzeerd onder devoorwaarde dat schuldhulp wordt aangevraagd bij de gemeente.Tot zover over de boetes.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor dit antwoord. Heel goed dat de boetes in ieder geval nietbeleidsmatig verhoogd gaan worden. Toch heb ik een vraag: is er eenalternatief voor die jaarlijkse indexatie? Ik las het bericht, net zoals velenhier, dat het aantal verkeerboetes in 2024 met een half miljoen gedaaldwas. Dat had niet alleen te maken met het feit dat Nederlanders zich veelnetter zijn gaan gedragen in het verkeer, maar ook met het feit dat bijbepaalde trajecten de controle is weggehaald. Wat is de afruil die mogelijkis tussen het aantal controles en de te controleren trajecten et cetera, ende hoogte van de boete? Het lijkt wel alsof dat twee gescheiden debattenzijn, terwijl als je zegt «we indexeren niet, maar we gaan op een aantalextra plekken flitspalen neerzetten», je dat toch met elkaar kunt verre-kenen? Dat kan misschien begrotingstechnisch niet, maar inhoudelijk wel.Minister Van Weel:De reden dat ik geen beleidsmatige verhoging van de verkeersboetes wil,is omdat ik dat inderdaad de verkeerde systematiek vind. Boetes zijn erniet om de begroting rond te krijgen. Boetes zijn er omdat er een bepaaldesanctie moet staan op een bepaalde gedraging. Daar past indexatie nouTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117041 juist wel bij, omdat dat ervoor zorgt dat de strafmaat relatief gezienhetzelfde blijft ten opzichte van de geldontwaarding. Daarom is er wel watte zeggen voor indexatie. Ik moet er wel bij aantekenen dat we het rapportBoetestelsel in balans hebben gehad. Dat rapport geeft aan dat deverhouding tussen de verkeersboetes en de overige boetes die door hetOM kunnen worden opgelegd scheefgegroeid is in sommige opzichten.Daar kijken we naar. We zullen zien op welke manier we daaraan tegemoetkunnen komen. Daarbij wil ik overigens zeggen dat dat natuurlijk wel geldkost. Daar zullen we dan ook een dekking voor moeten vinden. Ik hoor uwsuggestie. Die wil ik graag meenemen, zonder dat ik perverse prikkels wilcreëren. Dat is namelijk wat ik wil voorkomen bij handhaving.De voorzitter:Graag korter, Minister. De heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Naar dat laatste was ik inderdaad op zoek. De achtergrond van mijn vraagwas inderdaad de volgende. Geen beleidsmatige verhoging en alleen eenindexatie is natuurlijk fantastisch, maar als iets uit zijn verband isgegroeid, dan blijft het dus uit zijn verband. De verhoudingen tussen dediverse boetes en ... Het was aantrekkelijker om een paar kilometer peruur te hard te rijden en in het strafrecht terecht te komen dan om binnenhet bestuursrecht te blijven. Dat zijn rare, perverse prikkels. Mijn vraag isof de Minister kan toezeggen dat hij eens gaat kijken hoe we datmisschien iets anders kunnen doen zonder dat er een financieel gat valt,bijvoorbeeld met een handhavingsinspanning in combinatie met toch watbijstellingen. Wanneer kan hij ons daarover informeren? Het zou welprettig zijn als dat kan in combinatie met het rapport, de evaluatie die deMinister aanhaalt.Minister Van Weel:Ik kan toezeggen dat ik daar voor de zomer op terugkom.De voorzitter:Dat is fijn.Minister Van Weel:Dit traject liep al. Daar nemen we deze suggesties ook in mee.De voorzitter:Fijn, dank. Een korte interruptie van de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Ook ik wil niet in herhaling vallen, want we hebben hier inderdaad vakerover gedebatteerd. Het ging mij ook om dat onderzoeksrapport met diedisbalans. De Hoge Raad heeft daarover ook aangegeven dat de boetesniet proportioneel waren. Een verlaging van 30% is vanuit het OMgekomen. We hebben schuldhulpverleners die zeggen: we hebben onzehanden vol aan mensen die op ons afkomen en in de problemen komen.Met dat in het achterhoofd snap ik het gewoon niet. Dan is iedereverhoging te hoog. We moeten juist 30% omlaag. Met die insteek wilde ikde Minister vragen: hoe kan het zo zijn dat die boetes nog omhooggaan,terwijl wij de andere kant op willen? Wij willen omlaag met z’n allen.De voorzitter:Graag een kort antwoord van de Minister.Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117042 Ik wil niet in herhaling vallen, maar de indexatie is de indexatie. Daaromvoer ik die wel door. Tegelijkertijd heb ik toegezegd dat ik ga kijken naardie balans. Daar kom ik voor de zomer op terug.Dat brengt mij bij het kopje overig.De voorzitter:Er is nog een interruptie van de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik had inderdaad ook mijn hand hierover opgestoken, want volgens mijhad u er wel op gereageerd en dat had ik ook begrepen, maar hetantwoord ging net wel even de andere kant uit. Zoals ik het begrijp washet aantal uitgeschreven boetes vorig jaar lager onder andere doordat erheel veel flitspalen uit stonden of doordat daar onderhoud aan was. Ikdenk dan: daar kun je ook op sturen. Wat Nieuw Sociaal Contract betreftmoeten de boetes inderdaad niet hoger worden, maar moet dehandhaving beter en meer. Misschien kun je de boetes dan zelfs verlagen.Dat was volgens mij ook de vraag van de heer Grinwis. Misschien mag ikdie vraag hier nu neerleggen. We hebben nu ook de focusflitsers en ikneem toch aan dat die heel veel zullen opleveren aan boetes en aanmiddelen in die zin. Krijg je daarmee niet de ruimte om die boetes in iedergeval niet verder te verhogen? En als er inderdaad meer binnenkomt, kandat dan worden besteed aan verkeersveiligheid?De voorzitter:Heldere vraag.Minister Van Weel:Ik leer elke keer weer wat over mijn portefeuille. Een van de zaken die ikheb geleerd als het gaat over het opleggen van verkeersboetes is dat hetneerzetten van een flitspaal ... Iedereen denkt dat je dat gewoon kunt doenop ieder kruispunt waar te hard wordt gereden; daar wordt het veiligervan en je verdient er nog geld mee ook. Maar een knelpunt bij hetneerzetten van een flitspaal en het handhaven is de strafrechtketen. Eenpercentage van de mensen die een boete krijgen, gaat in beroep. Dat leidtweer tot zaken waar de rechtbanken capaciteit en tijd aan kwijt zijn. Wemoeten kijken naar de hele balans van wat we kunnen handhaven en watdat oplevert in verhouding tot het aantal zaken dat we uiteindelijkdoorbelasten aan de strafrechtketen. Nogmaals, ik heb toegezegd dat ikde suggesties meeneem in het onderzoek dat we nu doen en waar we opterugkomen, maar het zonder meer verhogen van het aantal boetes levertweer andere problemen op.Dat brengt mij bij de categorie overig. Ik begin bij de heer Van Dijk, dievroeg: kan de politie prioriteit geven aan controle op roodkruisnegatie?Aanrijding met voertuigen van weginspecteurs door roodkruisnegatie isecht een ernstige zaak. Ik durf overigens te zeggen dat hier ook een linkligt met het onderwerp dat we eerder bespraken, namelijk het gebruik vande mobiele telefoon, waardoor mensen zijn afgeleid. Dat maakt heteigenlijk nog veel cynischer. De vraag is: kunnen we daar prioriteit aangeven? Zoals we hebben aangegeven in de antwoorden op uw Kamer-vragen wordt door de politie gehandhaafd op roodkruisnegatie. Ookhebben Rijkswaterstaat en de politie daarover werkafspraken gemaakt. Opverzoek van Rijkswaterstaat kan de politie bij vooraf geplande werkzaam-heden waarvoor rijstroken moeten worden afgekruist, op basis van eenrisico-inschatting en beschikbare capaciteit ter plaatse controleren oproodkruisnegatie. Voor incidentele afkruisingen, bijvoorbeeld bij eenaanrijding of als er obstakels op de weg liggen, is er een protocolafgesproken tussen Rijkswaterstaat en de politie. Als het noodzakelijk is,treedt eerst een weginspecteur van Rijkswaterstaat ter plaatsehandhavend op. Als er geen weginspecteur beschikbaar is, neemtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117043 Rijkswaterstaat contact op met de regionale politiemeldkamer en wordtdoor de politie beoordeeld of er een politie-eenheid beschikbaar is dievoor die melding op pad kan. Daarbij wordt de maat van gevaarzetting,dus op welke weg het gebeurt en wat de verkeersdrukte is, uiteraardmeegenomen in de afweging. De bestraffing van deze overtreding is echtniet licht. Het gaat hier echt om een gevaarlijke overtreding en daarvoorworden dan ook hoge boetes opgelegd. Die worden in dit geval bepaalddoor het OM. Ook levert dit een aantekening in de justitiële documentatievan de overtreder op.Voorzitter. Dan was er nog een vraag van de heer Stoffer over dehandhaving door gemeenten. Er is meermaals voor gepleit om hun meerruimte te geven. Er ligt een propositie; daar refereerde ik eerder aan. Hoegaan we daar nou mee om? Er wordt al een paar jaar over gepraat zonderdat er veel voortgang wordt geboekt, zo vat ik de woorden van de heerStoffer samen. Nogmaals, ik ben blij dat gemeenten verkeersveiligheid deaandacht geven die het verdient en dat ze daar zelf een belangrijke rol inwillen vervullen. In de verzamelbrief die voor dit debat is uitgegaan, ben ikook ingegaan op de ontwikkelingen rond de propositie, die precies overdie handhavingsruimte voor de gemeenten gaat. Een aantal van demaatregelen stuitten op praktische en juridische bezwaren, maar hebbenwel aanleiding gegeven tot de start van een verkenning naar hetvergroten van de pakkans. Onder voorzitterschap van mijn ministeriewerken de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het InterprovinciaalOverleg, de gemeente Rotterdam, het OM, de politie, het CJIB en hetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat samen om effectieve proporti-onele en uitvoerbare maatregelen uit te werken. In de verzamelbrief voorhet volgende debat zal ik u daarover informeren.Op één onderwerp wil ik wel specifiek ingaan, namelijk de verkeersboa enof daar sprake kan zijn van een uitbreiding. Boa’s hebben sinds 1 januarivan vorig jaar al extra bevoegdheden op het gebied van verkeershand-having. Dan gaat het om fietsverlichting, handheld telefoongebruik en hetnegeren van rood licht door fietsers. Op dit moment ben ik bezig met eendiepgaandere beschouwing van het hele boastelsel. Dat gaat niet alleenover de verkeersboa’s maar over alle boa’s. Hoe verhoudt het zich tot depolitietaken? Waar moet de balans liggen? Moeten de capaciteiten wordenvergroot? Moeten de bevoegdheden worden vergroot? Zoals ik ook hebtoegezegd aan een andere commissie van uw Kamer, kom ik voor dezomer met een beschouwing van dat boabestel. Daar neem ik dezeaspecten in mee, want verkeershandhaving is een belangrijke taak daarin.Voorzitter, dat brengt mij aan het einde van de aan mij gestelde vragen.De voorzitter:Dank. Dan richt ik mij even tot de commissie. Voordat we overgaan totverdere interrupties of verhelderende vragen, vraag ik eerst: zijn al jullievragen beantwoord? Laten we ook even kritisch kijken naar de toezeg-gingen. Laten we dat eerst afwerken, voordat we doorgaan met mogelijkverhelderende vragen of interrupties richting de Minister. Ik begin vanlinks naar rechts. Mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Hartelijk dank voor de antwoorden en alle informatie die we hebbengekregen. In het begin heeft de Minister aangegeven in gesprek te gaanmet de politie over ...De voorzitter:Mevrouw Veltman, ik wil eerst graag even afhechten of alle vragen zijnbeantwoord, voordat we overgaan tot verdere interrupties of eenvervolgvraag.Mevrouw Veltman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117044 Dit is geen interruptie, maar een inleiding. Ik heb een antwoord op eenvraag gekregen, maar ik vraag me af of er een toezegging kan komen datik er in een brief een terugkoppeling van krijg. De Minister gaat in gesprekmet de politie over de metingen op de rollerbanken. De vraag is of hij kantoezeggen om daar in een brief over terug te rapporteren aan de Kamer.Het is een verfijning van waar we het over gehad hebben, een antwoordop mijn vraag.De voorzitter:Dat had ik eigenlijk hierna willen doen. Ja, die kunt u krijgen. Dat gaan wenoteren. Verder: zijn er vragen onbeantwoord? Kijk met name kritisch naarde toezeggingen, voordat we ingaan op eventuele verdere vragen aan deMinister. De heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik heb natuurlijk de antwoorden op mijn Kamervragen goed gelezen. Dankdat de Minister daaraan refereert. Maar ik heb toen geen antwoordgekregen op mijn vraag, en nu ook niet, of de roodkruisnegatie nu wel ofniet toeneemt. Ik hoor dat het belangrijk is. Dat vinden wij natuurlijk ook.Het is ernstig dat dit plaatsvindt. Maar ik zou toch willen dat daarnaargekeken wordt en dat we daarover geïnformeerd worden.Minister Van Weel:Die cijfers heb ik op dit moment niet. Ik weet niet of de Minister van IenWdie heeft? Dan komt hij daarop terug in zijn termijn.De heer Krul (CDA):Voorzitter, ik heb er persoonlijk wel behoefte aan dat u of de Minister detoezegging die de heer De Hoop heeft gekregen, even scherp formuleert.Misschien kan ik er anders nog wat aan toevoegen.De voorzitter:Dank dat u die behoefte aangeeft. Voordat de Minister het debat verlaat,zullen we de toezeggingen doornemen die hij gedaan heeft richting deKamer. De heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Ik heb alleen maar slappe antwoorden gehoord op alle vragen die ik hebgesteld, en antwoorden die met een grote omweg om het probleem heendraaien. Dus ik ben geen stap verder gekomen. Ik vind het ook heel ergjammer dat de Minister niet eens ingaat op de strafeis, of het feit dat welage straffen opleggen of dat straffen niet eens worden uitgevoerd. Datzijn concrete zaken. Ik vind dat heel erg. Daar kopen we helemaal niksvoor.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Toch even. De Minister maakt nu volgens mij best een grote bewegingmet een wetsvoorstel waarmee hij naar de Kamer komt. Het enige wat totnu toe mist – dat is waar de heer Heutink om gevraagd heeft – is datiedereen wordt vastgezet die ooit een verkeersdode heeft veroorzaakt, ofweet ik veel wat allemaal. Volgens mij is het kijken naar een rijontzeggingeen veel logischere oplossing. Mensen vastzetten is allemaal prima, leuken aardig, maar voor je het weet, moet mevrouw Coenradie ze toch weeruit de cel laten. Volgens mij is het veel beter om voor een rijontzegging tegaan. Ik weet niet precies waar de heer Heutink nu nog extra naar op zoekis. Dan moet hij die vraag concreet aan deze Minister voorleggen. Dit iseen beetje bashen, maar er zitten niet echt een vraag en een oplossings-richting in. Dus daar ben ik wel heel erg benieuwd naar. Dat mogen wevolgens mij ook wel verwachten van de grootste partij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117045 De heer Heutink (PVV):Volgens mij was ik toch echt bezig met een interruptie richting de Ministeren was ik niet in een tweede termijn van een debat beland met meneer DeHoop. Ik wil met alle liefde vragen beantwoorden. Het is heel simpel. Wijverwachten dat deze Minister met maatregelen komt om strenger testraffen. Wij verwachten dat er een reflectie wordt gegeven over hoe diestraffen nu worden uitgevoerd en worden opgelegd, over hoe we moetenomgaan met nabestaanden, waar nu schandelijk mee wordt omgegaan.Dat is verschrikkelijk. Het enige wat ik vraag, is een reflectie. Kom metbetere maatregelen. Kom met strengere straffen en zorg ervoor dat al diemensen die mensen doodrijden, onder invloed of met welke reden danook, worden vastgezet en nooit meer op de weg komen. Dat is wat wijvragen van de Minister. Dan krijgen we een heel verhaal over beterepreventie. Dat zal allemaal wel. Ik wil gewoon dat de straffen wordenverhoogd, zeg ik via de voorzitter tegen de heer De Hoop.De voorzitter:Prima. Ik wijs u erop dat er nog een tweede termijn komt. Zijn er tot slotnog verhelderende vragen aan de Minister voordat we de toezeggingendoornemen? Ik kijk even rond. Ik stel voor dat we de toezeggingen gaandoornemen.–De eerste toezegging is aan meneer De Hoop. De Minister van JenVstuurt de Kamer een brief met informatie over hoeveel boetes direct enhoeveel boetes pas na verhoging vanwege het verstrijken van debetaaltermijn worden betaald.De vraag aan de Minister is: wanneer?Minister Van Weel:Excuus, ik werd even afgeleid. Kunt u de toezegging nog een keerherhalen?De voorzitter:Het betreft de toezegging dat de Minister van JenV de Kamer een briefstuurt met informatie over hoeveel boetes direct en hoeveel boetes pas naverhoging vanwege het verstrijken van de betaaltermijn worden betaald.Minister Van Weel:Dit gaan we nu inregelen, dus dat zal aan het einde van dit jaar worden,want dan hebben we een kalenderjaar met data.De voorzitter:Aan het einde van het jaar.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Heel fijn. Voor de precisie: het wordt dus een jaarlijkse rapportage? Dusniet alleen volgend jaar, maar jaarlijks.De voorzitter:Een jaarlijkse rapportage.–De tweede toezegging: de Minister van JenV zal in het onderzoek naarherziening van het boetestelsel de suggesties van de commissie, zoalsjuist lagere verkeersboetes, meenemen en de Kamer hierover voor dezomer per brief informeren. Dat is een toezegging aan de heer Grinwis.–Dan de laatste toezegging: de Minister gaat in gesprek met de politieover fatbikes op de rollerbanken en over de vraag of er margesgehanteerd worden bij het meten van snelheden van fatbikes, eninformeert de Kamer schriftelijk over de uitkomsten van het gesprek.De vraag is nog wel even: wanneer?Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117046 Dat zal ik ook doen voor de zomer. In diezelfde brief die ik ga sturencombineer ik dat met een andere toezegging, die ik heb gedaan aan deheer De Hoop, namelijk over de rijontzegging en de mogelijkheden voorde rechter, termijnen et cetera.De voorzitter:Eén moment. Een vierde toezegging?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):De Minister corrigeert mij vast als dit niet is wat hij wilde toezeggen, maarvoor het wetsvoorstel zou er nog worden ingegaan op de duur en ook ofde rijontzegging nou als strafverzwaring werd gezien of juist als geschikt-heidsverklaring. De Minister zou voordat het wetsvoorstel in de Kamerbehandeld wordt, daarover nog een uitgebreide brief naar de Kamersturen.De heer Krul (CDA):Daar zou ik graag de vraag aan willen toevoegen of de Minister in die briefof in ieder geval voor de wetsbehandeling ook kan ingaan op het idee omdie termijn van tien jaar te verdubbelen, te verhogen. Want tussen hetgeblaas van de heer Heutink en de inbreng van de heer De Hoop hoor jewel een gemene deler, namelijk: we willen zwaarder straffen. Een van dedingen is dat een permanente rijontzegging niet mogelijk is, want op hetmoment dat je de rijbevoegdheid intrekt, kan iemand na afloop van determijn een nieuw rijbewijs halen. Na tien jaar verloopt nu immers ... Ikben benieuwd of de Minister hierop kan ingaan. Volgens mij heeft hij hieral praktisch een meerderheid voor.De voorzitter:Zou dit onderdeel kunnen worden van het vierde verzoek?Minister Van Weel:Jazeker. Dit vraagt bijna om een amendement, voorzitter.De voorzitter:Tot slot mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Voor de helderheid. De derde toezegging betreft dus de meting door depolitie via de rollerbanktesten, maar ook in relatie tot de definitie van deelektrische fiets in de Wegenverkeerswet.Minister Van Weel:Daar komt de Minister van IenW nog op terug. Hier ging het erom of depolitie bij de handhaving nadelen ervaart van de categorisering. Op datdeel kom ik nog terug, maar niet op de categorisering als zodanig.Mevrouw Veltman (VVD):Correct, maar het gaat er juist om dat er verschil van inzicht is tussenIenW en JenV. Ik zou het fijn vinden als u beiden dat kunt verhelderen. Eris een verschil van inzicht en ik hoop dat dat opgehelderd kan worden.De heer Olger van Dijk (NSC):En daar zaten de marges voor de snelheden ook bij, hè, maar goed.Minister Van Weel:Even voor de helderheid ...De voorzitter:Even centraal allemaal. De Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117047 Minister Van Weel:De toezegging wordt net wat anders. Wat ik heb toegezegd naaraanleiding van de signalen die u heeft gekregen van de politie en die ookbetrekking hebben op het hebben van moeite met het handhavenvanwege de gehanteerde definitie van «elektrische fiets», is dat ikdaarover het gesprek zou aangaan met de politie en daarover zourapporteren. Dat doe ik. Ik heb ook toegezegd dat ik voor de heer Van Dijkmeeneem welke marges er gehanteerd worden en of er knelpunten danwel verbeterpunten mogelijk zijn. Dat zijn de twee zaken volgens mij.De voorzitter:Goed. Dan dank ik de Minister voor zijn aanwezigheid en zijn uitgebreidebeantwoording en gaan we door naar de Minister van Infrastructuur enWaterstaat. Ik stel voor om nu drie interrupties te doen, in de wetenschapdat er nog een tweede termijn aankomt. Ik geef graag het woord aan deheer Madlener.Minister Madlener:Voorzitter. Ik heb de volgende blokjes. Ik heb een stukje algemeen. Dan gaik naar de fatbikes en e-bikes. Daarna volgt infrastructuur. Dan kom ik opvoertuig, een blokje alcoholslot, een blokje gedrag en daarna een blokjeoverig.In 2023 zijn in Nederland na deelname aan het verkeer 7.400 ernstiggewonden in het ziekenhuis opgenomen en zijn 684 mensen nooit meerthuisgekomen. Dat is wel een daling ten opzichte van 2022, dat je als eensoort piekjaar kunt zien. De trend is helaas wel dat het aantal verkeers-slachtoffers toeneemt. Het wordt natuurlijk ook drukker in Nederland. Inhet regeerprogramma staat dan ook dat we gaan uitzoeken welke extramaatregelen de trend van toenemende verkeersslachtoffers kunnen keren.Daarnaast zetten IenW en JenV samen met de medeoverheden dagelijksin op het verbeteren van de verkeersveiligheid in Nederland. Ik stip eenaantal maatregelen aan.U heeft in de media gelezen dat de meerderheid van de respondenten eenalcoholslot wilde invoeren. Daar ben ik voor, omdat het bewezen effectiefis voor de verkeersveiligheid en we daarmee veelplegers in het verkeerkunnen aanpakken. Momenteel loopt er een onderzoek naar hoe we ditjuridisch weer mogelijk kunnen maken. Dat zal uiterlijk in het tweedekwartaal van dit jaar naar de Kamer worden gestuurd. Ook, en dat isnieuw, laat ik onderzoek doen naar het invoeren van een puntenrijbewijs.Dat is een goed middel om mensen die meerdere keren over de schreefgaan in het verkeer, aan te pakken. We hebben hiervoor goedevoorbeelden uit het buitenland: Duitsland, Engeland. De bedoelinghiervan is dat veelplegers die ernstige verkeersovertredingen begaanweten dat als ze dit nog een keer doen, ze bijvoorbeeld hun rijbewijs kwijtzijn. Dat kan een effectief middel zijn. Ik laat nu dus onderzoek doen of datin Nederland ook uitgevoerd kan worden.We zijn ook weer een nieuwe Bob-campagne gestart: Top, jij blijft Bob!Dat is de nieuwe slogan van de campagne die op 9 december is gelan-ceerd in Den Haag, samen met de politie en wethouder Arjen Kapteijns.De Bob-campagne is al meer dan twintig jaar succesvol. Dat laat zien datalcohol en het verkeer absoluut niet samengaan.Ook is de investeringsimpuls dit jaar weer geopend. Gemeenten,provincies en waterschappen kunnen weer aanvragen indienen waarbijhet Rijk en de wegbeheerder ieder de helft betalen van kosteneffectieveverkeersveiligheidsmaatregelen. Daarbij valt te denken aan het aanleggenvan een vrijliggend fietspad en rotondes en het inrichten van schoolzonesof rijrichtingscheiding op 80km/u-wegen. Op het rijkswegennet investerenwe in verkeersveiligheid met de 200 miljoen voor de rijks-N-wegen. Wehebben ook het programma Meer Veilig net afgerond. Daarmee wordenbermen en kruispunten veiliger ingericht en worden er rijbaanscheidingenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117048 aangelegd. Nog dit jaar brengen we bijvoorbeeld een moeilijkoverrijdbare rijbaanscheiding aan op de N57 en de N59. Langs de N9wordt bermverharding aangebracht en worden in- en uitvoegmogelijk-heden aangepast.Daarnaast werken we aan een verkeersveiligheidsagenda voor derijkswegen, waarbij het rijkswegennet wordt ingedeeld naar risicocatego-rieën. Hierdoor kunnen we investeringen nog beter richten op de grootsteveiligheidsrisico’s. Ik streef ernaar om deze strategische agenda voor dezomer naar de Kamer te sturen.De fietshelmstrategie heeft u in oktober ontvangen. In april start decampagne hiervoor. Hierin werken provincies en Veilig Verkeer Nederland,ANWB, BOVAG en VeiligheidNL en ook andere partners samen.Tot slot de fatbike. De Kamer spreekt duidelijk haar zorgen uit over dehinder en veiligheid van dit voertuig. Ik begrijp de wens van de Kamer omaparte regels voor gebruikers in te stellen, maar op basis van onafhan-kelijk onderzoek blijkt dat een heilloze weg. Daarom zet ik in op hetversterken van de huidige aanpak op het gebied van communicatie,toezicht en handhaving. Dat was het kopje algemeen.Dan heb ik nog een paar vragen in het kopje algemeen. Het lid Grinwisvroeg naar mijn visie op hoe het nu verder moet met een geloofwaardigeaanpak van verkeersveiligheid. Hoeveel doden accepteren we nog? Elkverkeersslachtoffer is er natuurlijk een te veel. Wij zetten graag in opveilige wegen, veilige voertuigen en veilig gedrag. Er is nog 236 miljoenbeschikbaar voor het onderliggende wegennet vanuit de Investerings-impuls Verkeersveiligheid. Er is 200 miljoen euro geïnvesteerd inrijks-N-wegen en er is nog 50 miljoen beschikbaar voor vernieuwendemaatregelen voor fietsveiligheid. Daarnaast onderzoeken we in het trajectTrendbrekers verkeersveiligheid welke extra maatregelen wenselijk zijnom de trend te breken. Uiterlijk in mei van dit jaar ontvangt u deuitkomsten hiervan. Er is ook nog een landelijke raadpleging geweestwaarin we Nederlanders hebben gevraagd hoe zij de verkeersveiligheidzouden kunnen bevorderen. Die is door meer dan 10.000 menseningevuld.Hoe gaan we ervoor zorgen dat gemeenten in verkeersveiligheid kunnenblijven investeren zonder de benodigde financiële ondersteuning? Vanuithet Rijk is er tot 2030 450 miljoen beschikbaar via de InvesteringsimpulsVerkeersveiligheid. Daarvan is dus nog 236 miljoen over. Van 26 februaritot en met 9 april kunnen provincies, gemeenten en waterschappen hierweer aanvragen voor indienen. Daarmee kan er tot 2030 dus nog wordengeïnvesteerd in de verkeersveiligheid op het onderliggende wegennet.De heer Stoffer vraagt of verkeersveiligheid niet meer aandacht hadmoeten krijgen in het hoofdlijnenakkoord. Ook dit kabinet vindt verkeers-veiligheid erg belangrijk. Elk verkeersslachtoffer is er natuurlijk een teveel. Over verkeersveiligheid staat in het regeerprogramma dat we in hettraject Trendbrekers verkeersveiligheid onderzoeken welke extra maatre-gelen wenselijk zijn om de trend te breken. Ook zetten we met deinvesteringsimpuls in op veilige wegen bij medeoverheden en steken we200 miljoen in onze eigen rijks-N-wegen. Meer is natuurlijk altijd welkom,maar dit is wat er nu is, en dat is gelukkig ook niet helemaal niks.Daarmee ben ik aan het einde van het eerste blokje gekomen.Dan ga ik naar de fatbikes. Of nog niet?De voorzitter:U weet allen dat er nog inhoudelijke blokjes komen, maar als u vragenheeft over deze inleiding, dan staat u dat vrij. De heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Volgens mij komen de N-wegen niet meer terug. Wel? Dan kom ik er laterop terug, excuus.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117049 De voorzitter:Minister, kunt u misschien herhalen wat uw blokjes zijn?Minister Madlener:Ik ga zo verder met fatbikes en e-bikes, ook met dikke wielen en banden.Dan ga ik door met infra. Daarna komen voertuigen, alcoholslot, gedragen overig.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Valt 130 kilometer per uur rijden onder overig?Minister Madlener:Ja.De voorzitter:Dan stel ik voor dat we gaan beginnen.Minister Madlener:Fatbikes zijn elektrische fietsen met dikke banden, voor wie dat nog nietwist. Of ze lelijk zijn, laat ik aan degene die dat beoordeelt, maar ik vind zezelf eigenlijk best wel leuk. Ze zien er stevig uit. Ik heb er zelf ook opgefietst, kan ik u vertellen. Ik denk niet dat die opgevoerd was. Hij is vrijlaag, dus je kunt met beide benen bij de grond. Je hebt dikke banden, dusje zal niet zo snel over de tramrails vallen. Het is niet per se een gevaar-lijke fiets, maar goed, als je ’m opvoert of als je je misdraagt, gaat hetnatuurlijk mis, en dat gebeurt helaas te vaak.Het maken van aparte regels voor fatbikes heb ik laten onderzoeken. Uheeft een prachtig onderzoek gekregen van DTV. Het is een ontzettendleesbaar onderzoek. Mensen die daarin geïnteresseerd zijn, zou ik het echtaanbevelen. Het is leesbaar, het is heel duidelijk geschreven, in blokjes, ener staat duidelijk in wat wel en niet kan. De uitkomst is heel eenduidig,namelijk dat een aparte voertuigcategorie voor fatbikes niet kan. Als wenieuwe regels maken, en ik luister natuurlijk naar de Kamer, dan moetenze wel handhaafbaar en effectief zijn. Dat is natuurlijk teleurstellend voorde indieners van de motie, maar ik kan dit niet negeren.Je kunt die fatbikes of elektrische fietsen zo makkelijk aanpassen dat erniet iets te bedenken is waarmee je de fatbike an sich aanpakt. Ik heb hetgeprobeerd. Ik heb ook gekeken naar bijvoorbeeld het gewicht. Eengewicht van 30 kilo werd al genoemd. Heel veel fatbikes zitten daar netonder of net boven. Je kunt ze ook weer aanpassen. Als we een gewichts-grens gaan stellen – je kunt bijvoorbeeld stellen dat er bepaalde regelsgaan gelden voor alle elektrische fietsen boven de 30 kilo – zijn we bangdat fabrikanten zullen bezuinigen op materiaal en ervoor zullen zorgen datze net onder de 30 kilo komen, zodat je geen helm op hoeft. Dat zal nietleiden tot meer veiligheid, maar eerder tot minder veiligheid. Ook dat isdus heel lastig. Heel veel bakfietsen en normale elektrische fietsen zijn ookzwaar. Als je een normale elektrische fiets hebt – laten we zeggen eenouderwetse, Hollandse, elektrische fiets, met een flinke batterij – kun jeook boven de 30 kilo zitten. Het is natuurlijk heel moeilijk om de politiemet een weegschaal op pad te sturen zodat ze kunnen zeggen: weegt jefiets iets meer, dan moet je een helm op; blijft hij eronder, dan hoeft datniet. Voor de handhaving moet het duidelijk zijn en dat is met zo’nkilogrens niet makkelijk.Dat geldt ook voor de newtonmetergrens. De kracht van de motor kanvariëren. Er zijn piekvermogens en continuvermogens. Ten eerste zijn diemoeilijk te meten. Ten tweede kun je aan een fiets niet zien of die fiets welof niet voldoet. De politie moet in de handhaving wel weten of een fietswel of niet legaal is. Dat is dus een onbegaanbare weg.De goede weg is de weg die we op zijn gegaan, dus gewoon derollerbank, die meet hoe hard die fiets gaat, hoe hard je met de traponder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117050 steuning gaat. Dat is de weg. Daar gaat het om. Ik denk dat de keuze voorde rollerbank – ieder korps beschikt er nu over een – de goede weg is.Alleen, die moet wel ingezet worden. Daarom ben ik heel blij dat deMinister van Justitie en ik in onderling overleg hebben gezegd dat wegaan kijken of de boa’s, de buitengewoon opsporingsambtenaren van degemeente, lokale handhavers, daar een grotere rol in kunnen vervullen,ook met die rollerbanken. Want zij zijn toch het meest aanwezig in allestadscentra. Op die manier kunnen we de handhaving enorm versterken.Dat is dus de weg die we op willen, de weg die ik zoek. Ik ben blij dat deMinister van Justitie heeft toegezegd die weg te gaan onderzoeken.Dan de vraag van Veltman en Van Dijk over de koppelwaarde, dekrachtsensor. Dat is dus onderzocht. Behalve het gehele onderzoek heb iknog apart gevraagd of zo’n route, met een gewicht van 30 kilo en eenkoppel van 60 newtonmeter, of een ander getal, mogelijk zou zijn. Maardaar is in de handhaving gewoon heel moeilijk mee om te gaan. Ook datis dus een heilloze weg.Het lid Pierik vroeg: welke concrete stappen gaan we zetten om hetverkeersveiliger te maken? We willen meer doen in communicatie,handhaving, zoals gezegd, en markttoezicht. Er komt een vervolg op decampagne «’t kan hard gaan», waarbij jongeren en hun ouders wordengewezen op de risico’s als ze de regels niet volgen. Met name oudersspelen hierin een rol, want als jonge gebruikers op een opgevoerde fietszich misdragen, is dat natuurlijk ook aan de ouders: hou je kind in degaten, zodat het niet misgaat. Hier hebben we al 3 miljoen mensen meebereikt.De komende tijd ga ik onderzoeken hoe de samenwerking tussenmarkttoezichthouders verbeterd kan worden. De NVWA is al genoemd,maar het gaat ook om de ILT, de Douane en de politie. Samen met Justitieen Veiligheid wil ik zorgen dat we de markttoegang, dus de manierwaarop die fietsen ons land in komen, intensiever controleren. Datgebeurt al, want we zien dat de ILT er veel actiever in is geworden omjuist naar deze voertuigen te kijken. Ze worden veel in beslag genomen.We hebben nog wel een weg te gaan, want ze worden nog allemaalaangeboden. Ik kijk ook weleens op internet en dan zie ik inderdaad dat zenog worden aangeboden, maar we werken er wel aan om die markt-toegang te sluiten. Daarnaast ben ik aan het onderzoeken ... Kijk, wat isnou een legale fiets? Daar zijn al regels voor in Europa. Dat heet hetCE-keurmerk. Alleen, dat CE-keurmerk is zo lek een mandje. Er worden talvan producten aangeboden, op allerlei sites, waar «CE» op gedrukt staat,maar die niet voldoen aan de eisen van de Europese CE-standaard. Dat iseen Europees keurmerk, en dat vind ik eigenlijk ook aantrekkelijk, want deEuropese markt is groot genoeg om een echt goed en betaalbaar aanbodvan dit soort fietsen te krijgen. En ik vind de Europese aanpak eigenlijkbeter dan de Nederlandse. Ik heb dus liever een goedwerkend Europeeskeurmerk dan een Nederlands keurmerk, ook omdat veel mensen gewooniets kopen in het buitenland. Er zijn dus goede Europese normen, maardie worden niet gehandhaafd. En die fietsen komen van allerlei kantenEuropa binnen: via Griekenland, via andere havens, via de Rotterdamsehaven; van allerlei kanten komen die fietsen onze kant op. Dit moet duseen Europese aanpak zijn. Maar ik wil heel graag werken aan een betervertrouwen in CE, dus dat dat CE-keurmerk echt waarde krijgt en je weet:als er «CE» op mijn product staat, is het een goed product. En dat geldtniet alleen voor fietsen; dat geldt natuurlijk voor alles wat je koopt. Wantja, China is toch de producent van de wereld. En we zien het ook bijopladers die in brand kunnen vliegen, of andere spullen waar soms wel«CE» op gedrukt staat maar niet die goedkeuring hebben. Je ziet dat datgewoon enorm zou moeten verbeteren, om het vertrouwen in datCE-keurmerk te krijgen. Ik denk dat ook de Europese Unie en de EuropeseCommissie dat zo willen, want hier is Europa voor, zou je kunnen zeggen.Ik ben niet zo’n fan van de Europese Unie zoals u weet, vanuit mijn partijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117051 althans, maar de interne markt is bij uitstek iets waar Europa goed in is.Dat keurmerk zou dus echt kracht bijgezet moeten worden. Daar ga ik mehard voor maken in Brussel, en dat doe ik graag.Dan het lid Stoffer en de campagne gericht op jongeren. Ja, ’t kan hardgaan. De heer Stoffer kon het leuk vertellen. Het kan jongeren natuurlijkook enthousiast maken voor zo’n fiets die je op kunt voeren. Diecampagne is natuurlijk ook voor de ouders bedoeld. En er zijn ookverstandige jongeren. Het is niet zo dat iedere jongere denkt: o, ik ga deregels overtreden. De pakkans moet natuurlijk ook geregeld zijn. Maargoed, we hebben dit al met de Minister van JenV besproken. We gaan duskijken of die boa’s hierbij ook echt de pakkans kunnen verhogen. Verderben ik natuurlijk bereid om te bekijken of die campagne wel effectief is.Het is dus niet alleen een leuke campagne; het kan echt gevaar opleveren,en daar dient die campagne natuurlijk voor.Dan mevrouw Veltman en de heer Van Dijk: de NVWA had nooit gehoordvan veiligheidsproblemen met fatbikes. Ik ga dus de komende tijdonderzoeken hoe ik vanuit mijn ministerie samen met JenV de samen-werking op het gebied van toezicht kan verbeteren, dus tussen de ILP, deDouane en de politie. Specifiek gaat mijn ministerie in de komende tijdook in gesprek met de Minister van Financiën over de inzet van de Douanebij grenscontroles op fatbikes en andere elektrische fietsen. De stroomvan voertuigen die niet voldoen aan de regelgeving willen we natuurlijkbeperken, maar we zullen dat in heel Europa moeten doen, wantnogmaals: die handel gaat via alle Europese havens.Dan: de politie geeft aan dat een wijziging van de Wegenverkeerswetnodig is voor de handhaving op straat met betrekking tot fatbikes. Kunnenwe de Wegenverkeerswet aanpassen? Dit vraagt mevrouw Veltman. In deregelgeving is al vastgelegd dat trapondersteuning moet ophouden bij25 kilometer per uur. Daar wordt dus al op gehandhaafd. Het zou wellichtintensiever kunnen, en dat gaan we met elkaar proberen.Waarom is er nog niet een verbod op opvoersets en opvoerappsingevoerd? Nou, het is al verboden om opvoersets en opvoerapps tegebruiken. Het ministerie is bezig met het verbod op de aanwezigheid vanhard- en software waarmee controles worden bemoeilijkt of beïnvloed.Daarmee wordt het verboden om een fiets zo aan te passen dat detrapondersteuning snel kan worden beperkt bij een controle. Naarverwachting treedt de wijziging van de Regeling Voertuigen per 1 juli ’25in werking. Dat klinkt allemaal mooi, maar dit blijft natuurlijk software.Jongeren zijn daar heel handig mee, bedrijven kunnen erop inspelen, duslaten we elkaar niet wijsmaken dat dit een waterdicht middel is. Er zullenaltijd weer mensen zijn die net iets slimmer zijn, zeker als het om softwaregaat, om de regels te omzeilen. Dus het blijft toch een soort kat-en-muisspel. Maar er moet gehandhaafd blijven. Dat is echt onvermijdelijk.Hoeveel capaciteit wordt er ingezet bij de politie, ILT, NVWA en Douaneom de handhaving te intensiveren? Ik ga de komende tijd onderzoekenhoe we de samenwerking van mijn ministerie met JenV kunnen verbe-teren. Ik zal de Kamer hierover informeren, ook over de capaciteit en demeetbare resultaten, zeg ik tegen de heer Pierik.De heer Olger van Dijk vraagt om toe te zeggen voor de zomer eenvoorstel uit te werken over de invoering van een vorm van typegoed-keuring voor e-fietsen. Over het keurmerk worden gesprekken gevoerdmet de RAI Vereniging, de vereniging van de Nederlandse fabrikanten. Ikben aan het kijken of het een toegevoegde waarde heeft om een Neder-lands keurmerk te hebben, maar dat zal toch ook overeen moeten komenmet de Europese eisen, anders wordt het ook voor de fabrikanten heelmoeilijk, denk ik. Ik zal u voor de zomer daarover informeren.De RAI Vereniging is samen met de industrie bezig met de ontwikkelingvan dat keurmerk. Het idee is dat er een onafhankelijke derde partij komtdie de e-bikes toetst aan bestaande eisen en criteria. Het gaat dan omsnelheid, vermogen en antiopvoermaatregelen. Het keurmerk maakt hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117052 werk van controlerende instanties makkelijker en het is natuurlijkmakkelijker voor consumenten om te weten of een fiets voldoet aan deeisen, of zij een veilige, legale fiets kopen. In het voorjaar zal ik uinformeren.Dan de suggestie van de heer Grinwis over een helmplicht op de e-bikevoor minderjarigen. Ik moet zeggen: het is een optie. Het is in ieder gevaluitvoerbaar. Het is duidelijk: een fiets is elektrisch of niet, dus iedereenweet waar hij aan toe is. Ik heb uitgezocht hoe het zit met die helmplichten ik heb u daarover geïnformeerd. Je kunt ook een leeftijd aanwijzen. Datdoen ze in veel landen. Je kunt zeggen dat je een helmplicht hebt tot18 jaar. Dat kan en dat is handhaafbaar, dus dat is een optie. Ik ben nogniet zo ver dat ik daarvoor kies, maar het is in ieder geval uitvoerbaar, integenstelling tot die aparte fatbikecategorie.Is het niet verstandig om werk te gaan maken van een generiek opvoer-verbod voor elektrische fietsen? Het gebruik van opgevoerde elektrischefietsen op de openbare weg is al verboden. De politie kan dus alhandhavend optreden tegen opgevoerde fietsen op de weg, maar niet opprivéterrein. Ik begrijp de wens om dat ook te doen bij privéfietsen, maarik weet niet of dit uitvoerbaar is, want dan gaan we wel hele strenge eisenaan fietsen stellen. Dat valt niet onder de Wegenverkeerswet en dan zouhet een hele nieuwe wet moeten worden. Ik zie zelf het meest in hetCE-keurmerk, het echte Europese keurmerk, voor onze Europese internemarkt, zodat alle fabrikanten in de wereld, ook de Chinese, weten dat diefiets voldoet. Als je als consument een fiets koopt en er staat «CE» op,weet je dat die fiets voldoet aan Europese eisen. Dat is natuurlijk deallerbeste weg. Dan hoeven we niet allerlei ingewikkelde Nederlandsewetten te gaan maken, want die fietsen komen anders toch wel binnen.Als er een vraag is, ontstaat er ook aanbod, dus ik vind dat CE-keurmerktoch de beste lijn.Dan de vraag van de heer Grinwis over importrommel uit Azië: kan deMinister illegale import aan banden leggen? Ja, het allerbeste is natuurlijkdat we de illegale import aan banden leggen. Het grote voordeel daarbijis, en dat is echt een belangrijk punt, dat een consument die zo’n fiets opinternet koopt geen enkele terugroepactie kan doen, als er iets mis is metdie fiets. Je kunt de fabrikant niet aansprakelijk stellen. Die fietsen zitten ineen half illegaal circuit. Ze worden soms in garages verkocht en je kuntnergens terecht als er iets mis is met zo’n fiets. Dat is ook voor deconsument echt niet zoals we het willen hebben. Als er een fabricagefoutin een fiets zit, ben je als fabrikant ook aansprakelijk en moet je in feiteeen terugroepactie kunnen uitvoeren, en dat kan hier allemaal niet. Ik vinddat echt een probleem. Vandaar dat het echt beter moet, met datCE-keurmerk.Ik zie dat er in veel andere landen in Europa ook problemen beginnen teontstaan met die snelle elektrische fietsen. Die vraag is er in heel Europa.Ik zag dat in Engeland precies hetzelfde speelt; ook de politieke vraag water aan de hand is op hun wegen. Die snelle of in ieder geval makkelijkopvoerbare fietsen worden massaal verkocht. Consumenten willen zehebben, en ze zijn ook nog eens goedkoop. Ik denk dat het heel goed isom hiervoor op Europees niveau samen te werken.Kunnen we de websites niet op slot zetten, vraagt het lid Krul van hetCDA. We zien veel advertenties voor illegale bromfietsen; dat zijn heteigenlijk. Het moet voor consumenten natuurlijk wel duidelijk zijn wat zeaanschaffen. De ILT kan websites niet op slot zetten. Maar we maken welafspraken met marktplatforms. Als de ILT ziet dat er ongekeurdebromfietsen – dat zijn dus die dikkebandenfietsen – op de markt wordenaangeboden, treedt de ILT op tegen deze marktdeelnemers. AlsILT-inspecteurs niet-conforme advertenties aantreffen, wordt er in eersteinstantie geacteerd richting de betreffende aanbieder, en anders via hetplatform. De ILT is dus wel bezig om te bekijken hoe die kanalen lopen enhoe die handelaren kunnen worden uitgeschakeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117053 Dan vroeg het CDA naar een fatbikevrije zone. Dat gaat dus niet, want wekunnen de fatbike niet echt categoriseren als een apart voertuig. Daarmeeis dit niet mogelijk. Je zou wellicht wel een zone voor elektrische fietsenkunnen aanwijzen, maar ik weet niet of dat wenselijk is. Je gedragen op jefiets zou volgens mij nog het allermooiste zijn.Als laatste in dit blokje kom ik op de vraag van het lid Pierik: «Fietsersraken vaak ernstig gewond zonder dat daar een motorvoertuig bijbetrokken is. Wat zegt dit over de stabiliteit van e-bikes?» De SWOV steltdat het niet duidelijk is of fietsen op een elektrische fiets risicovoller is danfietsen op een normale fiets zonder trapondersteuning. Daarnaast zien wede ontwikkeling van nieuwe fietsmodellen, bijvoorbeeld met een lagereinstap. Maar denk zelfs aan driewielerfietsen, die meer stabiliteit bieden. Ikzie trouwens veel meer ouderen die echt op leeftijd zijn met een driewielerrondrijden. Eigenlijk is het natuurlijk heel slim en goed om op die leeftijdnog in beweging te blijven. Dat zien we dus graag.Dat was het blokje.De voorzitter:Dan beginnen we met de interruptie van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Ik hoorde de Minister zeggen dat hij luistert naar de Kamer. Vervolgensheeft hij echt heel veel woorden gebruikt om uiteindelijk tot de conclusiete komen dat hij toch niet luistert naar de Kamer. Want de Kamer heefthem een duidelijk verzoek gedaan, namelijk: kom met een apartecategorie voor fatbikes. Desnoods moet u deze trouwens als tweeinterrupties tellen, voorzitter. Ik heb namelijk toch een fundamenteletegenstrijdigheid in de beantwoording van de Minister geconstateerd.Waar hij aan de ene kant in zijn antwoorden richting de Kamer aangaf dateen aparte categorie voor fatbikes een heilloze weg zou zijn, omdat mendie fatbikes dan zou gaan aanpassen en de markt dan met andere dingenzou komen, hoorde ik hem net hetzelfde zeggen over het aanpassen vande RVV; daarbij ging het over het terugschroeven van de software zodatde politie er niet meer bij kan. Maar dat zou óók een kat-en-muisspelworden. Jongeren zijn ingenieus; die kunnen allemaal andere dingengaan doen en dat zo weer terugdraaien. Waarom kan de Minister dan welde RVV aanpassen, als daarbij blijkbaar ook sprake is van een kat-en-muisspel dat exact lijkt op het probleem dat we volgens de Minister gaankrijgen bij de fatbike?Minister Madlener:Dit kan totaal niet vergeleken worden, want je kunt natuurlijk zeggen dathet verboden is om software beschikbaar te maken die het makkelijkmaakt om een fiets sneller te laten gaan. Dat is een softwareding. Je kuntnatuurlijk stellen dat dit niet mag. Ik heb een heel mooi onderzoek latendoen naar de fatbike als aparte categorie. Dat onderzoek heb ik aan uwKamer gestuurd; u kent het onderzoek. Daarin wordt gezegd: «Wat is eenfatbike nou precies? Heeft dat te maken met de dikke banden, of gaat hetom een combinatie van een aantal zaken?» Dat is véél lastiger. Het isnatuurlijk heel logisch om software te verbieden die snel en makkelijk eenhogere snelheid mogelijk maakt. En als de politie constateert dat diesoftware op een bepaalde fiets aanwezig is, kunnen ze die fiets illegaalverklaren.De heer Heutink (PVV):Maar dan gaat die vergelijking toch nog steeds op? Want dat zou dus hetvolgende betekenen. Stel dat je een aparte categorie voor fatbikes maakt,waarbij het gaat over het koppel en het gewicht. Iedereen weet natuurlijkwat voor fiets die in huis heeft en bekijkt op internet wat voor specificatieszo’n ding heeft. Dan weet je gewoon: dit is een fatbike of een fiets die inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117054 die zware categorie valt, dus moet ik dat dan wel doen? Wij zeggen hiermet elkaar dan toch dat dit het is? Dat geeft dan toch een signaal af aaniedereen in Nederland? Dan weet men toch waar men aan toe is? Het doelis dan in eerste instantie dat ze die fiets gewoon laten staan, maar intweede instantie dat ze de nodige bescherming gaan dragen om leed vananderen in ieder geval te voorkomen.De voorzitter:De Minister. Kort, alstublieft.Minister Madlener:Ik weet niet wat de vraag precies is, maar alle software voor alleelektrische fietsen waarbij de trapondersteuning boven de 25 kilometerper uur instelbaar is, is verboden.De voorzitter:Duidelijk.Mevrouw Veltman (VVD):Ik heb drie verschillende vragen, voorzitter. Wilt u dat ik die apart stel, ofin één keer?De voorzitter:Het liefst apart.Mevrouw Veltman (VVD):Oké. Dan begin ik met de eerste. De Minister zegt dat zo’n aparte categorieer niet kan komen, omdat zijn rapport dat zegt. Fabrikanten zouden temakkelijk dingen aan kunnen passen. Die zouden wat betreft die verschil-lende kenmerken kleine aanpassingen kunnen doen, waarna je alsnogweer met dit probleem zit. Maar zoals ik in mijn bijdrage al heb gezegd:dan zitten wij hier weer. Wat wij nu eigenlijk horen van de Minister, is dathij zich laat gijzelen door de fabrikanten die dan dit soort gedrag zoudengaan vertonen, in plaats van zich te laten leiden door verkeersveiligheiden de veiligheid op straat. Volgens mij zouden die laatste punten leidendmoeten zijn. Ik zou het prettig vinden als de Minister hier even opreflecteert.De voorzitter:Een korte reflectie van de Minister hierop.Minister Madlener:Het hebben van dikke banden op je fiets betekent niet dat je een gevaar-lijke fiets hebt. Als jij je goed gedraagt op een fiets met dikke banden, is erniks aan de hand; dan is dat een prima fiets. Als jij je slecht gedraagt opeen fiets met normale, smalle banden, is dat een groot probleem. Hetheeft dus niets met de dikte van de banden te maken. Dan kun je vragen:hoe ziet een fatbike eruit? Ja, dat is een fiets met dikke banden. Maar hetheeft voor mij weinig zin om wettelijk een maximale banddikte te gaanverplichten en de politie de straat op te gaan sturen met een schuifmaatom te bekijken of iemands banden te dik zijn. Daar gaan we niets meeoplossen. In het kort gezegd, is dat het probleem. Dikke banden zijn dushet probleem niet; het gaat om het gedrag en om het opvoeren van diefietsen. Dat kunnen we controleren met een rollerbank; dat is de manierom dat te bewijzen.Mevrouw Veltman (VVD):Ik heb het niet alleen maar over dikke banden gehad. Het gaat om het helerapport dat u uit heeft laten brengen. Daar zitten verschillende kenmerkenin. Er worden hier vandaag ook suggesties op tafel gelegd rond hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117055 gewicht en het koppel. Maar de suggestie is vooral: «Beste Minister, weesalstublieft creatief. Legt u zich alstublieft niet neer bij de conclusie uit hetrapport, maar ga zelf creativiteit tonen en ervoor zorgen dat er wel ietskan met die kenmerken, of met een combinatie van die kenmerken. Zoeknaar wat er wel kan!»Minister Madlener:Maar ik ben niet de Minister die «wel iets wil doen». Ik wil een probleemoplossen. Als ik «wel iets» zou doen, zou ik zeggen: nou, misschienkunnen we met een bepaalde combinatie van dikke banden, een vastzadel en – weet ik het – een bepaald gewicht een derde van de fatbikeseruit halen. Maar hebben we het probleem dan opgelost? Nee. Zijn wedan creatief geweest? Tja, misschien zegt u dan: dat is wel creatief. Maardan hebben we geen probleem opgelost. Dus u moet van mij niet alleencreativiteit vragen. We moeten met elkaar een probleem oplossen. Datprobleem gaat niet over dikke banden of over een breed zadel, maar overgedrag, over het opvoeren van die fietsen, en over de inkoopkanalen vooronveilige fietsen die veel te makkelijk op te voeren zijn. Die wordeneigenlijk bijna op de markt gebracht met het label «koop mij, want ik bensnel op te voeren». Die fietsen gaan we eruit halen. Daar is hetCE-keurmerk, de Europese toelatingseis, eigenlijk voor bedoeld. Dat is dejuiste route. Creativiteit lijkt me in dezen ongepast.De heer Grinwis (ChristenUnie):De Minister zegt: ik wil problemen oplossen; ik wil iets aan verkeersvei-ligheid doen. Het rapport is kraakhelder, en de Minister is dat ook: het iseen heilloze weg om een aparte categorie voor fatbikes te determineren,ongeacht wat je dan combineert. Het voorstel van de heer Van Dijk was:doe maar een combinatie van het koppel en het gewicht. Dat is dus eenheilloze weg, zegt zowel het rapport als de Minister. Ik hoor de heerHeutink zeggen dat het rapport dat niet zegt. Maar dat is wel zo. Kijk maarnaar de conclusies en de aanbevelingen op pagina 24 van 27. Het staat ergewoon letterlijk. Ik kan citeren. Maar dat even terzijde.Dan stel ik een praktische vraag. De Minister heeft weinig geld, dus hij kanniet eindeloos veel aanleggen. Hij heeft een duidelijk rapport. Hij wil hetfietsen voor jonge kinderen veiliger maken. Die kun je namelijk eindeloosaanspreken op gedrag, maar luisteren is vers twee. Waarom zegt hij nudan niet: «Oké, ik ben Minister. Ik sta voor de verkeersveiligheid. Ik weetniet of ik een meerderheid in de Kamer heb, maar ik ga gewoon leider-schap tonen en bijvoorbeeld een voorstel voorleggen voor eenhelmplicht, voor minderjarigen of tot een bepaalde leeftijd»?De voorzitter:Helder.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat is toch een heldere vraag?De voorzitter:Een heldere vraag.Minister Madlener:Ik heb al gezegd: zo’n maatregel is in ieder geval handhaafbaar enuitvoerbaar. In die zin zou dat dus kunnen. Sommige landen doen dat ook:die zeggen dat zij een helmplicht hebben tot 13 jaar, 18 jaar of wat je maarwil. Dat kan, maar ik ben er nog niet aan toe om dat te doen. Ik wil eerstnog kijken of daar draagvlak voor is. Ik wil ook kijken of Nederlanddaaraan toe is, want er zijn ook heel veel jonge mensen die je deelektrische fiets dan eigenlijk een beetje af stuurt. Dat willen we ook niet,want op zich gaan heel veel jonge mensen met zo’n elektrische fiets naarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117056 hun school. Een helmplicht is in Nederland niet populair. Het is toch eenbelasting. Het is een stukje verlies van vrijheid als je niet meer zonderhelm mag rijden.De voorzitter:Uw antwoord is volgens mij duidelijk.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik snap het antwoord van de Minister als je redeneert vanuit het heden,vanuit het nu. Ik weet ook dat ik me niet populair maak door deze vraag testellen, want ik weet dat heel veel kinderen, jongeren of andere mensen inNederland het suf, betuttelend of wat dan ook vinden, maar een aantaljaren geleden stapte bijna niemand met een helm op een racefiets.Tegenwoordig doet bijna iedereen dat. Normen kunnen door de tijd heenveranderen. Als we een bijzondere verantwoordelijkheid voelen voor deverkeersveiligheid van onze kinderen, moet je soms misschien ietsimpopulairs durven te entameren. Wie weet is het over twintig jaarvolstrekt normaal en heeft niemand het over «de Madlenerhelm», maargewoon over «de gezondverstandhelm».Minister Madlener:Het is verstandig om een helm op te zetten. De racefietshelm zetten we nuinderdaad allemaal op, want een racefiets gaat ook hard; die haalt somsmakkelijk 40 à 50 kilometer per uur. Dat is zonder plicht gebeurd; dat isniet verplicht en toch gebeurt het. Ik hoop natuurlijk dat we doorcampagnes mensen, ook ouderen, kunnen verleiden om die helm op tezetten, zeker als ze elektrisch fietsen. Want ik zie ook heel veel ouderemensen op een elektrische fiets en we zien ook in de statistieken dat juistde ouderen de meeste brokken maken met een elektrische fiets. Ik hoopdus inderdaad dat mensen massaal die helm op gaan zetten. Sterker nog,ik zie in mijn omgeving steeds meer ouderen met helm op een elektrischefiets. Ik kan dat niet staven met cijfers, maar dat valt mij op. Misschienheeft ook dit soort gesprekken zin en kunnen we inderdaad naar dievrijwillige helm. Ik ben er dus nog niet aan toe om een plicht neer teleggen voor kinderen. Ik hoop dat ouders ... Ik leer mijn zoontje ook dat hijeen helm moet opzetten als hij fietst. Dat is verstandig, of je nou elektrischfietst of niet. Je hoopt dan hij dat blijft doen als hij ouder wordt. Ik hoopdus dat we met z’n allen langzaam toch naar een helmnorm kunnen gaanin plaats van naar een helmwet.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik denk dat het goed is dat ik pas als zesde een interruptie doe, want ikheb even moeten afkoelen. Ik vind het namelijk onbestaanbaar hoe dezeMinister reageert op dit voorstel. Na een vraag van een collega noemt hijniet het gewicht en het koppel maar noemt hij weer de dikke banden. Hijmaakt daarmee een karikatuur van het voorstel dat we hebben willendoen, alsof we daarmee maar een derde zouden willen vatten. Ik denk datde Minister zich bewust is van zijn positie: wat hij zegt en wat hij doet,moet kloppen. Ik ga de vraag op basis van het rapport hier gewoon aan deMinister voorleggen: is het karakteristieke kenmerk gewicht te vatten inregelgeving en geldt dat ook voor het koppel van de elektromotor? Kanwettelijk worden vastgelegd dat elektrische fietsen met een koppel boveneen bepaalde grens worden gezien als fatbikes of als zware e-bikes, dusals een aparte categorie? Dat is mijn vraag. Is de Minister het ermee eensdat dat kan, ja of nee?De voorzitter:Is de Minister het daarmee eens?Minister Madlener:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117057 Hiermee wordt geciteerd uit het onderzoek. Ik heb het hier bij me. Daarstaat inderdaad dat het koppel te vatten is in regelgeving. Je kan een regelof wet maken die zegt dat het koppel maximaal zo hoog mag zijn, maarals u verder leest, ziet u ook: is dat uniek voor een fatbike? Want er zijnheel veel fietsen met dat koppel. Is het makkelijk te handhaven? Nee, vooreen politieagent op straat is niet te zien hoe hoog het koppel van je fietsis. Pak je zonder die kenmerken hiermee de fatbikes? Nee. Kun je hethandhaven? Nee. Bovendien is dat koppel heel makkelijk aan te passenvia de software. Dat maakt dat ook het koppel niet geschikt is voorcategorisering, zoals u vraagt. Dat is een heilloze weg.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik constateer dat de Minister inderdaad concludeert dat het te vatten is inregelgeving. Dat staat ook in het rapport. Dat is dus winst. Hij gooit het ophet punt van de handhaafbaarheid, maar hij vergeet het verkeersveilig-heidsargument. Daar zitten we hier voor bij elkaar, want beide elementenhebben daar een relatie mee. In het betoog dat ik namens Nieuw SociaalContract heb gehouden, heb ik al gezegd dat het ons gaat om eencategorie «zware e-bikes». Dan vind ik dat de Minister hier niet moetaankomen met «u pakt daarmee niet alleen alle fatbikes». Als we eencategorie zouden maken van 30 kilo en 65 newtonmeter of meer, pakkenwe uit de bestaande markt 90% à 95% of misschien wel bijna 100% vanalle fatbikes. Daar zitten inderdaad ook wat andere categorieën bij. Dan ishet inderdaad een kwestie van de wil om met fabrikanten te voorkomendat dit wordt omzeild. Dan is het een kwestie van het door deze Ministeruitspreken dat dit kan en van het door hem aanspreken van de fabri-kanten, zodat hij met een nieuw keurmerk voor nieuwe fietsen gaatvoorkomen dat dit gebeurt. Mijn vraag is dus nog één keer: is dezeMinister bereid om die categorie «zware e-bikes» in het leven te roepen ofdit in ieder geval te onderzoeken en met een voorstel te komen en ook tekijken hoe je dit handhaafbaar zou kunnen doen?Minister Madlener:Ik heb dat onderzocht en het antwoord daarop is nee. Het is niet zinvol,want als je 30 kilo als gewicht neemt, zal je zien dat al die fietsen binnende kortste tijd 29,99 kilo wegen. Hoe doen ze dat? Misschien wel door aande veiligheid te sleutelen door de materialen wat dunner te maken of doorandere zaken van de fiets af te halen. Lossen we dan een probleem op?Nee, eerder het tegenovergestelde, ook al prijs ik uw creativiteit en ook alis het goed dat u nadenkt. Hierbij komt dat heel veel bestaande fietsen alboven die 30 kilo zitten. Dat geldt niet alleen voor bakfietsen. Er zijn talvan fietsen, zeker elektrische fietsen, die zwaarder dan 30 kilo zijn en dietotaal niet lijken op een fatbike. Die mensen zullen nooit begrijpenwaarom zij wel een helm op moeten, terwijl hun buurman, die wel op eenfatbike fietst, dat niet hoeft. Want er zijn ook heel veel fatbikes onder de30 kilo.De voorzitter:Helder, helder.Minister Madlener:Ik zie daar dus echt niks in.De voorzitter:De laatste interruptie van de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik denk dat mensen dat heel goed begrijpen, want er is een verkeersveilig-heidsargument. Het is zwaarder; dat wordt hier ook beschreven. Het isgroen. Het is inderdaad logisch en uitlegbaar dat een zwaardere e-bikeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117058 een verkeersveiligheidspunt heeft. Dan zul je dus ook aan een helmplichtmoeten en dan geldt er een minimumleeftijd. Het punt dat de fabrikant ditontwijkt, kun je, zoals wij ook hebben betoogd, inderdaad ondervangendoor het aanspreken van die producenten.De voorzitter:Wat is uw vraag, meneer Van Dijk?De heer Olger van Dijk (NSC):De vraag is simpelweg: kan de Minister naar aanleiding van die criteriatoch een voorstel uitwerken met inderdaad niet 30 kilo maar misschieniets daaronder of met regelgeving die weer makkelijk kan wordenaangepast, zodat in ieder geval de huidige markt van fatbikes enmisschien wat andere categorieën daarmee worden afgedekt? En is hijbereid de Kamer daarover te informeren?Minister Madlener:Ja, ik ben bereid de Kamer te informeren over wat zo’n soort regel zoudoen, maar waar leg je de grens? Met 30 kilo pak je dus niet de fatbikes.Bij de fatbikes of wat u een «fatbike» noemt – dus een fiets met dikkebanden, elektrische aandrijving en misschien een zadel – zitten ook fietsenonder de 30 kilo. Ik vind het dus echt zinloos om op kilo’s te gaan zitten.Heel veel zware fietsen – u noemde al de bakfietsen, die heel populair zijn– ga je dan natuurlijk wél een helmplicht geven. Dat kun je willen, maar ikdenk niet dat dat het probleem oplost. Het lost in ieder geval niet hetprobleem op dat hier in de Kamer besproken wordt, namelijk het gedragop die fatbikes en het opvoeren van fatbikes. Het is in de handhaving heellastig. Ik moet de politie op pad sturen met een weegschaal.De voorzitter:Minister, ik concludeer, ook met het oog op het tempo van de vergadering,dat het antwoord op de vraag van de heer Van Dijk nee is.Minister Madlener:Ik denk dat het niet zinvol is. Nogmaals, ik heb het dus laten onderzoeken.Het is klip-en-klaar. Ik vind dit niet een goede weg.De voorzitter:Duidelijk.De heer El Abassi (DENK):Ik wil de Minister bijna smeken om met een creatieve oplossing te komenom die fatbikes alsnog uit de hele markt te krijgen, zodat we kunnenovergaan naar waar het echt om draait, namelijk verkeersveiligheid. Maarik zie dat de Minister echt alle creativiteit heeft gebruikt. Dat kun je ookteruglezen in het rapport. Ik zie echt oprecht geen andere oplossing – diehoor ik ook niet van de collega’s – behalve «zoek naar creativiteit», die erniet is. Toch zou ik de Minister willen vragen of hij in alle creativiteitmisschien ook kan omdenken. Wellicht kunnen we hier met 150 Kamer-leden allemaal op verschillende fietsen ergens in een ruimte rondfietsen,waarbij een deel op een fatbike fietst en een deel niet. Ik ben benieuwd ofdegenen die op een fatbike fietsen, dan meer ongelukken krijgen. Ik kanme heel goed voorstellen dat de oudere Kamerleden sneller ongelukkenzullen krijgen.De voorzitter:Uw vraag?De heer El Abassi (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117059 Kan de Minister niet op die manier creatief zijn? Ik wil gewoon van dezehele discussie af.De voorzitter:Dat lijkt me eerder een oproep dan een vraag, maar wellicht kan deMinister hier kort op reageren.Minister Madlener:Deze discussie is natuurlijk heel zinnig, want er zijn problemen met tal vanelektrische fietsen. Die worden goedkoper, ze zijn populair en ze komen inde mode. Je ziet tal van jongeren fietsen op fietsen die ze ook nog heelmakkelijk kunnen opvoeren. Daar praten we hier over; dat is het probleemwaar het om gaat. Dat proberen we met elkaar aan te pakken. Meteenieder die hierin meedenkt – of dat nou om het gewicht, de newton-meters, het koppel of wat dan ook gaat – zoeken we met z’n allen naar eenmanier om dit aan te pakken. Ik denk dat het beter afschermen van demarkttoegang de manier is, dus met een keurmerk. Een fiets moetvoldoen aan de Nederlandse en Europese wetgeving. Ik denk ook datbeter handhaven zal helpen. Dat is net al besproken. We gaan de boa’sdaar mogelijk voor inschakelen. We hebben die rollerbanken aangeschaft.We zien een enorme stijging van het aantal fatbikes dat van de weg wordtgehaald. Ik denk dat dat een goede weg is. Dat is eigenlijk ook de weg diewe vroeger bewandelden met al die opgevoerde brommers. Dit is nietanders. Maar ik wil de discussie ook niet tekortdoen, meneer El Abassi,want we zijn hier met elkaar bezig om een lastig probleem op te lossen.Het lijkt simpel, maar het is lastig in de uitwerking. Ik vind dat iederscreativiteit hier een toegevoegde waarde biedt. Dit gesprek biedt mij ookde steun om te bekijken hoe we het wel kunnen oplossen.De heer El Abassi (DENK):Dat is het precies: wat lossen we op? Het gewicht zorgt niet voor deonveiligheid, hebben we meegekregen. Het frame zorgt ook niet voor deonveiligheid. De bandenbreedte zorgt juist voor meer veiligheid. Dat iswaar we iedere keer met z’n allen op terugkomen. Het staat op bladzijde24: een aparte categorie voor fatbikes is een heilloze weg. Ik ben echt opzoek naar hoe we hiervanaf kunnen. Het doel moet niet zijn dat we defatbike aanpakken. Het doel moet zijn dat we de veiligheid bevorderen. Ikhoop dat we er op die manier met z’n allen naar kunnen kijken. Dit wasgeen vraag.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan mevrouw Veltman voor een laatste interruptie.Mevrouw Veltman (VVD):Allereerst moet mij iets van het hart. In reactie op mijn interruptie zei deMinister dat creativiteit hem niet gepast lijkt en een minuut geleden zegthij dat alle creativiteit welkom is. Volgens mij is dat inderdaad het gesprekdat we hier hebben met elkaar.Mijn vraag gaat over intensiever markttoezicht. Waarom heeft de Ministerdaar niet eerder werk van gemaakt? Hij geeft net in zijn bijdrage aan dathij dat in de komende tijd gaat onderzoeken, dat hij er binnenkort mee aande slag gaat en dat hij het CE-verhaal heel goed vindt en beter wil maken.We zijn al een jaar aan het praten. Vanaf het eerste moment heeft deMinister, volgens mij heel terecht, laten weten dat handhaving en toezichtbelangrijk zijn. Maar toch is hiervoor nog niet een gezamenlijk plan vanNVWA, ILT, Douane en eventueel de politie gepresenteerd. Mijn vraag isdus waarom dat zo lang geduurd heeft.Twee. Hoe kan het eigenlijk dat ongekeurde bromfietsen door de ILT uit deverkoopkanalen kunnen worden gehaald, maar dat de Minister hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117060 onderscheid tussen die ongekeurde bromfietsen en elektrische fietsen nietkan maken? De ILT heeft dat onderscheid kennelijk wel gemaakt.Minister Madlener:Om te beginnen over de creativiteit. Kijk, creativiteit in denken om eenprobleem te benaderen is natuurlijk goed. Maar creativiteit in wetgevingvatten en denken «ik doe maar wat», waardoor na een week mijn wetweer verouderd is, is niet goed. Creativiteit moet wel leiden tot goedewetgeving. Daar kom ik dus niet uit.Hoe kan het zijn dat de ILT een voertuig kan identificeren dat niet istoegelaten op de Europese markt? Dat is omdat het voertuig niet voldoetaan de eisen die we stellen, namelijk een maximummotorvermogen ofeen bepaalde stevigheid van frame en remmen. Ik ben nu zeven maandenMinister. Ik zie dat de ILT enorm veel inspanningen heeft gedaan in deafgelopen maanden om die markt echt af te snijden. We hebben heel veelinbeslagnames van deze fietsen gezien. Ik zie dat de Minister van Justitieen Veiligheid echt bezig is om te kijken hoe we de handhaving kunnenverbeteren. Zeggen dat er niets gebeurt, vind ik geen recht doen aan watwe allemaal doen. Het is wel een proces waarin we achterstand hebbenopgelopen, want inmiddels zijn die fietsen heel populair. Ze rijdeninmiddels al jaren rond op onze wegen en er wordt al jaren overgesproken. Ik ben er zelf nog bij geweest als Kamerlid. Ik vind niet dat erniks gebeurt. Ik vind juist dat er veel gebeurt. Maar we moeten nog meerdoen om het probleem echt tegen te gaan. Wat mevrouw Veltman hierzegt over het samenwerken om de markttoegang af te snijden, isnatuurlijk een heel goede weg. Dat moeten we ook doen. Ik ben graagbereid om die weg te gaan en de Kamer snel te informeren over demanier waarop we de samenwerking tussen al die diensten kunnenverbeteren.De heer Stoffer (SGP):Ik vind het toch mooi om te horen dat de Minister zijn zoontje adviseertom een fietshelm op te doen. Ik ben dan wel benieuwd of hij die ook echtopdoet. Maar ik zou zeggen dat de Minister als verkeersvader van heelNederland dat advies dan toch ook vast kan leggen voor alle kinderen inNederland. Op dat punt ondersteun ik de heer Grinwis wel. Ik zal er nogeens over nadenken, wie weet wat het dan wel niet wordt.Mijn vraag is een andere. Ik heb de Minister aangehoord en denk dat hijgewoon een goed verhaal heeft over de fatbikes. Je ontkomt er niet aan;je leest het hier ook, enzovoorts. Volgens mij is dit de beste weg, metrollerbanken en boa’s, ook vanuit de gemeente. Ik ben blij verrast dat deMinister van Justitie heel enthousiast is over verkeersboa’s vanuit degemeente; hij is de eerste die ik hier meemaak die daar positief over is.Om een lang verhaal kort te maken: je kunt dit heel lang laten wachten,maar kan de Minister als de uitwerking komt van Justitie nog voor dezomer aangeven aan de commissie I&W hoe de verkeersboa’s enrollerbanken gaan werken, zodat we er een beetje druk op houden? Ik benhet dus helemaal eens met de richting van de Minister en zie graag, alsdat kan, voor de zomer een stukje uitwerking.Minister Madlener:Dank voor de mooie woorden, zeg ik allereerst. Als vader ben ik blij datmijn zoontje ... Hij is 11 jaar, dus hij zit nog niet in z’n dwarse periode, nognet niet; nu luistert hij nog naar me. Maar ik weet dat het moeilijker wordtals hij 14 jaar is en stoer wil doen met vriendjes. Ik hoop dat alle kinderenverstandig zijn en dat ouders dat ook leren aan hun kinderen, want alskinderen omkomen in het verkeer of hersenletsel oplopen is dat natuurlijkafschuwelijk. We hebben het allemaal gezien; het is bijna niet teverdragen. Ik denk dat dit een taak voor ons allen is. Een helmplicht totTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117061 een bepaalde leeftijd is wel mogelijk, dat is zo, maar ik ben zelf nog nietzover om zo’n verplichting in te stellen. Maar ik denk er wel over na.De voorzitter:Helder.Minister Madlener:Dan de vraag over ...De voorzitter:Verkeersboa’s.Minister Madlener:Ja, de verkeersboa’s. Ook ik ben heel blij met de houding van de Ministervan Justitie. Ik werk graag met hem samen. Verkeersboa’s is eenonderwerp dat we allebei zien zitten. Het ontlast de politie. Ik heb ook watrondgevraagd bij boa’s. Die hebben er naar mij toe allemaal enthousiastop gereageerd. Ik zie ook dat die boa’s het meest aanwezig zijn in heelveel steden en dorpen; meer eigenlijk dan de politie. Ik verwacht hier dusveel van. Als we dit waar kunnen maken met elkaar, denk ik dat we dehandhaving echt enorm veel kracht bij kunnen zetten. Ik denk dat dat ookprecies de target is voor de overlast die we dan aanpakken, want dieoverlast zit ’m dikwijls in het gedrag van toch vaak jonge mensen die zichmisdragen op zo’n fiets, die gevaarlijke capriolen uithalen en veel te hardfietsen op plekken waar dat echt onverantwoord is. Ik verwacht er dusveel van en ben heel blij met de aanpak van de Minister van JenV. Eninderdaad, ik wil mij inspannen om samen met de Minister van JenV snelmet resultaten te komen en te bekijken wat die precieze aanpak kan doenvoor dit probleem.De heer Stoffer (SGP):Heel concreet was mijn vraag of de Minister daar voor de zomer op wilterugkomen bij de commissie.De voorzitter:De Minister antwoordt «ja». Dan geef ik het woord aan de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Toch nog even het volgende, voor de scherpte van het debat en naaraanleiding van het interruptiedebat dat de Minister met de VVD en NSChad. Zij noemden een concreet voorstel dat ze wilden doen voor defatbike: het koppel en dat gewicht. Heb ik de Minister goed geïnterpre-teerd dat zelfs als dat voorstel wordt gedaan door de Kamer en de motiewordt aangenomen, de Minister nu al zegt dat hij die dan alsnog niet gaatuitvoeren, mede naar aanleiding van het rapport dat hij heeft latenopstellen? Gewoon in alle scherpte: zegt de Minister «zelfs als die motiekomt en wordt aangenomen, ga ik die niet uitvoeren»? Begrijp ik deMinister zo goed?Minister Madlener:Ik zal mij altijd inspannen om een motie uit te voeren, want ik vind dat eenKamermotie in beginsel uitgevoerd moet worden, tenzij dit niet kan. Ikdenk dat het hier niet kan. Ik heb de vraag meerdere keren gesteld. Wehebben in allerlei combinaties gekeken naar wat zo’n fiets die je eigenlijkniet wil hebben, nou precies is. Wat betreft gewicht en koppel: ook dat zalgehandhaafd moeten worden. En een wet die niet gehandhaafd kanworden, is niets waard. Ik vind het ook mijn taak om de kwaliteit vanwetgeving te bewaken. Ik ben dus niet zo van de lijn: we doen het en danzien we daarna wel hoe het gaat. Nee, hiervan kun je van tevoren zien dathet problemen in de handhaving gaat geven. Ik vind het dus niet de goedeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117062 weg. Als er een motie komt, zal ik die ontraden. Maar het is natuurlijkuiteindelijk aan de Kamer om mij opdrachten te geven. Dan zal ik zien of ikdie opdracht alsnog kan uitvoeren. Op dit moment kan ik dat niettoezeggen.De heer Pierik (BBB):Toch nog even een vraag over de inzet van de Minister. Markttoezicht,handhaving en communicatie zijn de speerpunten en zouden de oplossingmoeten zijn. Kijken naar technische aanpassingen ziet de Minister echt alseen heilloze weg. Maar ik denk dat bij de eerste hulp van ziekenhuizenheel veel chirurgen zullen zeggen «markttoezicht, handhaving encommunicatie hebben helemaal niet geholpen, dat lijkt ons dus eenheilloze weg.» Mijn vraag is daarom: wat is nou echt een heilloze weg enwaar staan we over een halfjaar, zodanig dat de weg die de Minister nukiest, met meer inzet op markttoezicht, handhaving en communicatie,geen heilloze weg blijkt?Minister Madlener:We gaan natuurlijk met z’n allen voor resultaat. Dat betekent dat je nietmakkelijk meer een fiets kan kopen die niet voldoet aan de regelgeving,dat als je zo’n fiets hebt gekocht en je je ermee gaat misdragen – je voerthem op, wat niet mag – je gepakt wordt en een boete krijgt, en dat als jedat twee keer doet, je je fiets kwijt bent. Dat moet dan leiden tot goedgedrag. Zal dat honderd procent helpen? Nee, er zullen altijd mensen zijndie opnieuw proberen om toch de regels te overtreden. Maar gaat hethelpen? Ja, dat denk ik zeker. Tot nu toe hebben we nog niets gedaan; wehebben dit probleem jarenlang zien aankomen, maar we hebben nognooit wat gedaan. Het is voor het eerst dat we nu gaan proberen om ditprobleem kleiner te maken in plaats van groter. En ik zie resultaten. Derollerbanken geven resultaten. De ILT haalt op massale schaal fietsen vande markt, echt tienduizenden. Die fabrikanten zien dat natuurlijk ook endenken: hm, als ik in Nederland mijn fietsen ga verkopen, ben ik ze straksallemaal kwijt. Dus ik denk wel dat het resultaten gaat opleveren. Als wedan ook de boa’s nog zover krijgen dat zij heel actief gaan handhaven,denk ik dat de overlast van fatbikes echt een heel erg stuk teruggedrongenkan worden.De voorzitter:Dank. Ik kijk even of er nog interrupties zijn in het blok over de fatbikes. Ikzie dat dat niet zo is. Dan stel ik voor dat de Minister zijn beantwoordingvervolgt. Ik verzoek hem om een beetje te versnellen, ook gezien de tijd.Minister Madlener:Ik kom ik bij het blokje infra. Allereerst Van Dijk en Grinwis en de motieom schoolfietsroutes zonder vrijliggend fietspad aan te pakken. Er werd albij gezegd dat er maar beperkt budget is. Het aanpakken van drukkeschoolroutes langs 80km/u-wegen en 50km/u-wegen zonder vrijliggendfietspad is een van de ambities met de derde tranche van de Investerings-impuls Verkeersveiligheid. Wegbeheerders kunnen met die investerings-impuls geld aanvragen voor de kosteneffectieve maatregelen die zijnsamengevat op een menukaart. Deze menukaart bevat bijvoorbeeldmaatregelen om vrijliggende fietspaden aan te leggen of om de snelheidte verlagen op wegen waarin een fietspad niet past. Conform de motie uituw Kamer zullen wij de Kamer jaarlijks informeren over de voortgang vandeze aanpak. Ik nodig dan ook vanuit deze positie de wegbeheerders vanharte uit om een aanvraag te doen voor de investeringsimpuls omschoolroutes op 80km/u-wegen en 50km/u-wegen weg te nemen. Het isnatuurlijk de grote zorg van iedere ouder met kinderen. Wij hebben metelkaar daarvoor te zorgen, dus bij dezen de oproep.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117063 Dan vroeg de heer Van Dijk of er bij de derde tranche van de investerings-impuls specifiek wordt gestuurd op fietsverkeersveiligheid. Het antwoordop deze vraag is ja. Ik heb dit net ook al gezegd. Het gaat om gemeenten,provincies en ook waterschappen. Zij zijn aan zet en kunnen hier samenmet ons tot maatregelen komen. Je kunt daarbij denken aan het verwij-deren van fietspaaltjes, het verbreden van fietspaden, de aanleg vanfietsoversteekplaatsen of dus een vrijliggend fietspad.NSC, Van Dijk, vroeg hoe ik aankijk tegen het meer verplicht stellen van deafgevlakte trottoirbanden bij vervanging van de trottoirbanden. Is daar hetgesprek over te voeren? Ik stimuleer provincies, gemeenten en water-schappen via de investeringsimpuls om het onderliggend wegennetverkeersveiliger te maken. Het weghalen van haakse trottoirbanden is eenvan de maatregelen die medeoverheden kunnen nemen. Dit zorgt ervoordat fietsers minder snel zullen vallen. Wel wil ik de heer Van Dijk eropwijzen dat de medeoverheden als wegbeheerders van het onderliggendwegennet zelf verantwoordelijk zijn voor het beheer van dat wegennet.Het gaat mij te ver om in te grijpen voor een niet afgevlakte stoeprand. Deeigen verantwoordelijkheid bij de lagere overheden staat dus voorop,maar het is wel een goed idee.De heer Stoffer: structurele ondersteuning van gemeenten en provinciesbij veiligere wegen en fietspaden. Tot 2030 ondersteunt het kabinet via deInvesteringsimpuls Verkeersveiligheid de medeoverheden met geld omkosteneffectieve maatregelen te treffen op het omliggend wegennet. Eenvoorbeeld van zo’n maatregel is het verbreden van fietspaden. Fiets-paaltjes en drempels heb ik al genoemd. Van 26 februari tot 9 april kunnenaanvragen voor de derde tranche worden ingediend. Deze kunnen wordenuitgevoerd vanaf nu tot 2029. Uit mijn gesprekken met medeoverhedenblijkt dat er veel vertrouwen is dat zij die aanvragen ook daadwerkelijkgaan doen.Dan Pierik: de meeste ernstig gewonden raken gewond zonder dat er eenmotorvoertuig bij betrokken is. Fietsongevallen zonder motorvoertuigkunnen verschillende oorzaken hebben. Dat kan liggen aan de fietsinfra-structuur, maar ook aan het eigen gedrag, het ontwijken van andereweggebruikers of gewoon omdat je valt. Via de InvesteringsimpulsVerkeersveiligheid ondersteunen we medeoverheden bij de aanleg vanveilige infrastructuur, zoals het weghalen van paaltjes en het verbredenvan fietspaden. Overigens zie ik nog heel veel paaltjes staan op fiets-paden. Er is dus absoluut nog winst te boeken. Bij dezen weer een oproepaan alle medeoverheden: maak gebruik van deze impuls en haal in iedergeval die paaltjes weg.Welke concrete vervolgstappen gaan we zetten om fietsen veiliger temaken, vraagt Grinwis. Ik werk aan een meerjarenplan fietsveiligheid. Hetstreven is om dit plan af te ronden in het voorjaar van 2025. Zoals gezegdondersteun ik provincies en gemeenten bij de aanleg van veiligefietsinfrastructuur via de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid. Vooruit-lopend op dit plan start in april de communicatieaanpak om het gebruikvan de fietshelm te stimuleren. Dit voeren we uit in samenwerking metmedeoverheden en belangenorganisaties. Ik wijs ook scholen op hunspeciale verantwoordelijkheid om dit met kinderen te doen. In België, kanik uit eigen ervaring zeggen, wordt dit heel actief gedaan, ook op scholen.Dat biedt een heel goed resultaat. Die kinderen willen elkaar ook allemaalnadoen en dat levert een heel goede norm op. Het lijkt me dus heel goedom ook de scholen hierbij te betrekken.Grinwis: het geld voor de N36. Zo veel mogelijk middenrijbaanscheidingen het geld niet laten terugvloeien naar de algemene middelen, zegt hij.Dat is een goede vraag. Rijkswaterstaat is bezig met de planuitwerkingvoor de N36. Zoals bij vele projecten op dit moment, is het budget helaasontoereikend. Het is allemaal veel duurder dan gedacht en gepland.Rijkswaterstaat brengt nu de opties in beeld om de verkeersveiligheid teverbeteren met het beschikbare budget. Daarbij is het uitgangspunt omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117064 rijbaanscheiding te realiseren over een zo groot aantal kilometers.Overigens heb ik zojuist gezegd dat de N57 geen rijbaanscheiding krijgtmaar wel een moeilijk oversteekbare middenstrook. Misschien kunnen wedie oplossing hier ook bij betrekken. Ik weet niet of dat een oplossingbiedt, maar het zou zomaar kunnen dat dat wel binnen het budget pastover de hele lengte. Misschien kunnen we daar nog naar kijken. Het teruglaten vloeien van de middelen die we niet uitgeven naar de algemenemiddelen gaan we niet doen. Dit is echt bedoeld voor de verkeersvei-ligheid en dat geld gaan we dus ook 100% op die manier besteden.Dan als laatste in het blokje infra de vraag van het lid Pierik over prioriteitgeven aan de realisatie van de N50. Dat is eigenlijk hetzelfde verhaal alsdaarnet. Voor de N50 is 21 miljoen beschikbaar gesteld en voor de N36125 miljoen. Beide is eigenlijk onvoldoende gebleken. We zijn bezig metde planuitwerking. We kijken hoever we komen, maar 100% van het geldmoet natuurlijk naar het doel dat de Kamer gesteld heeft.De voorzitter:Ik kijk even of er interrupties gewenst zijn bij dit blok. Dat is niet het geval.Vervolgt u uw beantwoording.Minister Madlener:Dan kom ik bij een vraag tussendoor van het lid El Abassi, over Gaza. Ikheb gerefereerd aan een of andere tv-uitzending over Gaza, begrijp ik. Devraag was of ik mijn ambtenaren een plezier doe met dit soort uitlatingen.Waar ik mijn ambtenaren het meest plezier mee doe, is als we hetvandaag over verkeersveiligheid hebben en niet over de Gazastrook. Alsde heer El Abassi het goedvindt, gaan we over tot de orde van devergadering.De heer El Abassi (DENK):Ik houd het bij één interruptie. Ik hoef niet eens een vraag te stellen.De voorzitter:Dit is uw laatste interruptie.De heer El Abassi (DENK):Ik wil de Minister gewoon meegeven dat dit wat met mensen doet. Devorige keer heb ik dit ook gezegd, ook over een uitspraak van Trump. Juistvoor de mensen die de stukken voor de Minister schrijven, zou ik willenzeggen: let daarop.Minister Madlener:Laat ik het daar maar bij laten.Dan voertuigen. De heer Van Dijk: wat denkt de Minister van het stimu-leren van fietsverlichting die ook naar de zijkant schijnt en aantoonbaar dezichtbaarheid vergroot? Ik vind het wel een goede vraag. Het is nuwettelijk niet toegestaan, maar het vergroot absoluut de zichtbaarheid. Indie zin denk ik dat we moeten kijken of de huidige regelgeving hindert datwe hele slimme maatregelen kunnen nemen. We hebben nu natuurlijkallemaal ledlampjes. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is een helegoede manier om de zichtbaarheid te vergroten. Ik wil dus graagtoezeggen dat ik ga kijken of wij daar met innovaties op het gebied vanfietsverlichting toch verbetering in kunnen bereiken. Ik zal de heer Van Dijken de Kamer informeren over of we dit kunnen doen. Het is een goedidee.Dan de heer El Abassi: wat gaan we doen om kwetsbare fietsers van 55+beter te beschermen? Ik ben zelf net 56 geworden, dus ik hoor nukennelijk ook tot die oudere groep. Ik kreeg al een woning voor 55+aangeboden, waarbij ik dacht: nou, je bent al snel oud in dit land. Maar ikblijf nog even bij mijn tuin. Goed. We doen veel voor fietsers van 55+.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117065 Toevallig is vandaag het landelijk congres Doortrappen. Via hetprogramma Doortrappen helpen we ouderen – dat zijn dus mensen zoalsik – met voorlichting en oefeningen om langer veilig te blijven fietsen. Datis voor ieder die dat wil. Het is natuurlijk altijd verstandig om te kijken ofje de fiets nog goed beheerst, want een val is zo gebeurd. Medeoverhedenondersteunen de aanleg van veilige infrastructuur en het seniorproofwegontwerp financieel. Ik werk ook aan een meerjarenplan fietsveiligheid.Dat wordt in het voorjaar van 2025 afgerond. Bedankt dus voor de vraag.Het is een zorg.Het lid De Hoop vraagt welke gevolgen we gaan verbinden aan hetSWOV-onderzoek waaruit blijkt dat SUV’s dodelijker zijn voor fietsers. HetSWOV-onderzoek laat zien dat zware voertuigen in het algemeen veiligerzijn voor de inzittenden, maar niet voor de fietsers die daardoor geraaktworden. Moderne zware auto’s hebben steeds vaker rijhulpsystemen. Dielijken toch ook wel te kunnen werken bij het beschermen van de zwakkereverkeersdeelnemers. Alle nieuwe auto’s hebben vanaf juli 2026 eensysteem dat automatisch remt in het geval van een bijna-botsing met eenfietser of een voetganger. Ik hoop dus dat dat echt gaat leiden tot minderdoden. Ik zet in op het veiliger maken van de fietsinfrastructuur, want hetis natuurlijk ook belangrijk dat je niet te veel kruisend verkeer hebt. Met deInvesteringsimpuls Verkeersveiligheid willen we die infrastructuurnatuurlijk ook verbeteren. Voor het verkeersveiliger maken van devoertuigen zet ik mij in Europees en internationaal verband in, maar detechniek schrijdt voort en je ziet ontzettend veel hoopvolle, nieuweontwikkelingen. Ze zullen niet allemaal gelijk leiden tot meer veiligheid,maar het aantal mogelijkheden lijkt de komende jaren onbegrensd, dus ikben toch hoopvol dat al die systemen kunnen helpen om botsingen tevoorkomen.De voorzitter:Dank. Ik kijk even rond of er interrupties gewenst zijn bij dit blok. Ikconstateer dat dit niet het geval is. O, de heer Heutink voor zijn laatsteinterruptie.De heer Heutink (PVV):Wil de Minister, gezien zijn leeftijd, wel voorzichtig doen op de fiets?De voorzitter:Gaat u door met uw beantwoording.Minister Madlener:Je zal maar 56 worden, zeg. Dan gebeurt er wat. Maar dank aan de heerHeutink voor de waarschuwing. Dan over een spoedige herinvoering vanhet alcoholslot. Heel veel Nederlanders zien dat echt als een goed middel,zeker om recidivisten te verhinderen om nog in de auto te stappen. Ik ziedat ook zo en de Kamer ziet dat ook zo. Ik denk dus dat we dit met z’nallen willen. Het is de vorige keer misgegaan, ook door juridische,technische zaken, zou ik willen zeggen. We gaan nu echt kijken of we ditalsnog kunnen doen. Momenteel loopt hier een onderzoek naar. Samenmet mijn collega van Justitie en Veiligheid onderzoek ik wat de conse-quenties voor de uitvoering zijn en hoe we dit kunnen doen. Het lijkt eeneffectief middel te zijn, dus ik ben er zelf erg enthousiast over.Dan het lid Stoffer, ook over het alcoholslot. Tja, ik heb het eigenlijk algezegd. Ik ben enthousiast en de SWOV is ook enthousiast. Ik denk datiedereen dit wil, dus laten we met elkaar kijken of we dit kunnen invoeren.De voorzitter:Dank. Ik kijk even of er interrupties gewenst zijn. Die zie ik niet. Vervolgt uuw beantwoording.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117066 Minister Madlener:Dan kom ik bij het kopje gedrag. Wat doen de Ministers meer danhandhaving tegen afleiding door een mobieltje in het verkeer, vraagt deVVD. Met de MONO-campagne hebben we de norm neergezet dat socialemedia en verkeer niet samengaan. 93% van de verkeersdeelnemers weetwaar «MONO» voor staat en 85% neemt maatregelen om onderweg nietafgeleid te worden, bijvoorbeeld door de telefoon op stil te zetten of in detas te laten zitten of door de nietstorenmodus aan te zetten. Maar wemoeten mensen eraan blijven herinneren om dit te doen. We gaan dehandhaving ook versterken met de nieuwe flitsers. Ik denk dat dat ook eenheel sterk signaal afgeeft. Ook zijn de boetes enorm hoog. Dus mensen,doe dit niet; het is een enorme ergernis en het gebeurt gewoon veel tevaak.Dan het verhalen van de kosten op de betrokken rijbewijshouders. Hetuitgangspunt is natuurlijk het verhalen van die kosten op de rijbewijs-houders. Daarom gaan we een voorstel uitwerken om dat mogelijk temaken.Mevrouw Veltman van de VVD vraagt wat we doen tegen afleiding doormobieltjes in het verkeer. Dat is de MONO-campagne, waar ik het net alover had. Strakkere handhaving is zeer welkom.De heer Van Dijk vroeg of de roodkruisnegatie toeneemt. Het exacte aantalgevallen is niet bekend. Er is niet altijd een weginspecteur ter plaatse,bijvoorbeeld als er een rood kruis is vanwege werkzaamheden of bij eengesloten spitsstrook. In de praktijk zien we wel dat er bij incidenten zoalsernstige ongevallen regelmatig toch gebruik wordt gemaakt vanafgesloten rijstroken. Dat levert natuurlijk een groot gevaar op voorhulpverleners en weggebruikers. Het aantal aanrijdingen met auto’s vanweginspecteurs is de afgelopen jaren na een flinke afname helaas weeraan het toenemen. Ik doe daarom nogmaals de oproep: «Negeer die rodekruizen absoluut niet; ze staan er niet voor niks en het is levensgevaarlijk,ook voor onze weginspecteurs, als u die negeert. De boete als u gepaktwordt, is bovendien heel hoog.» Ik hoop dat dit gaat helpen.Dan De Hoop, als laatste in dit blokje. Welke mogelijkheden zie ik om defietshelm nog meer te stimuleren? We hebben natuurlijk de campagne.Het Deense voorbeeld gaat uit van informeren, probeeracties en inzet opverkeerseducatie gericht op de doelgroepen ouderen, forenzen, en oudersvan kinderen tot 12 jaar. Hierbij trek ik samen op met medeoverheden enbelangenorganisaties, voor een zo groot mogelijk bereik. Ik denk dat ookscholen hier een belangrijke rol in hebben. Ik zie tot mijn grote geluk veelouderen die toch die helm opzetten. Ik denk dus dat het praten hierovertoch echt helpt om ouderen bewust te maken, zodat zij een helm opzettenals zij gaan fietsen.Dit was het blokje gedrag.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb de campagne van de Minister op dit moment niet scherp, vandaardat ik deze vraag stel. Ik deel met de Minister dat de verkeersrisico’s bijouderen het grootst zijn. Maar als je invloed wilt hebben op het gedrag, ishet misschien wel heel goed om juist te beginnen bij jonge kinderen enhun ouders. Dat werkt blijkbaar heel goed in Scandinavië. Krijgt dat dusecht een grote plek in het plan van de Minister? Zo niet, is hij dan ookbereid om daar wel naar te kijken en daar de inzet op te richten?Minister Madlener:Ja. Zoals op zo veel beleidsterreinen is Denemarken ook een heel goedvoorbeeld van hoe het kan en hoe het succesvol kan zijn. Dat volgen weop die manier. Ik deel met u allen de mening dat het heel mooi zou zijn alshet fietshelmgebruik echt toeneemt, juist ook bij jongeren. Ik wijs ook opscholen die daarin een mooi voorbeeld kunnen vormen. Ik denk datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117067 ouderen de boodschap al steeds meer hebben begrepen en ook de risico’sonderkennen. Maar inderdaad, het is een goed idee.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat was niet mijn vraag. Mijn vraag was of het onderdeel wordt van deinzet en het plan van de Minister en zo niet, of de Minister dan toch bereidis om dat te doen. Dat was mijn vraag.Minister Madlener:Het antwoord is ja. Wij volgen dat voorbeeld.De voorzitter:Gaat u door met uw laatste blok.Minister Madlener:Het laatste blokje is het blokje overig. Dat begint met de vraag van het lidKrul over de verschillen tussen verzorgingsplaatsen. Hij vroeg hoe ikaankijk tegen de verschillen tussen verzorgingsplaatsen qua veiligheid. Ikben het ermee eens dat verzorgingsplaatsen – dat zijn natuurlijk ookgewoon tankstations, waar je even kunt stoppen en waar soms ooktruckparkings zijn – veilig, uniform en in ieder geval herkenbaar ingerichtmoeten zijn. Op dit moment werken we aan een inrichtingsplan. We kijkenhoe we de inrichting van die verzorgingsplaatsen kunnen verbeteren. Devoorbeeldplannen zijn in het tweede kwartaal van dit jaar klaar – ik neemde suggesties van de heer Krul mee – en worden dan openbaar gemaakten afgestemd met stakeholders, zoals Transport en Logistiek Nederland ende ANWB.Dan zei het lid De Hoop dat een verhoging van de maximumsnelheid nietmoet leiden tot meer verkeersdoden. In generieke zin is er een relatietussen snelheid en verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid is een belangrijkelement bij de verhoging van de maximumsnelheid. In de drie ontwerp-verkeersbesluiten, die nu ter inzage liggen, wordt specifiek ingegaan opverkeersveiligheid. Voor de drie ontwerpverkeersbesluiten is, net als bij desnelheidsverhoging in 2012, gekeken naar kritische ontwerpelementenvan de wegen. Dit zijn onder meer de inrichting van het dwarsprofiel ende obstakelvrije zone in de berm. Het komt er gewoon op neer dat130 kilometer per uur verantwoord is op wegen die voldoen aan decriteria die wij daartoe stellen. Zo bekijken we dat.Dan vroeg de heer Van Dijk naar de effecten van de generieke taakstellingsubsidies SWOV. Dat gaat om de korting, denk ik. De door u ingediendeen aangenomen motie is momenteel in behandeling. De Tweede Kamerwordt medio april geïnformeerd. De korting op de subsidie van SWOVvoor 2025 wordt in de Voorjaarsnota teruggedraaid. Daarmee krijgt deSWOV evenveel subsidie als vorig jaar. Dit was op basis van een door hetlid Stoffer in 2024 ingediend en aangenomen amendement. Ere wie eretoekomt.Dan heb ik een vraag van de ChristenUnie over de gerichte aanpakveiligheid spoorwegovergangen. Op 11 december 2024 heeft de Staatsse-cretaris nog met de Kamer gesproken over het onderwerp spoorvei-ligheid. Overwegveiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid van despoor- en wegbeheerder, want het gaat over kruisende verkeersstromen.Twee keer per jaar wordt de Kamer via een reguliere voortgangsbrief overspoorveiligheid op de hoogte gehouden van de voortgang. Naarverwachting zal de Kamer nog voor de zomer over de voortgang wordengeïnformeerd.De heer Stoffer van de SGP vroeg: hoe kan het zijn dat een instructeur inde regio Oost te horen krijgt dat er geen examinatoren meer nodig zijn,terwijl hij wel de rekening gepresenteerd krijgt van het schrappen van detussentijdse toets? Deze specifieke casus ken ik niet. Ik weet dat het CBRnog steeds vacatures open heeft staan voor examinatoren, vooral in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117068 Randstad, waar de reserveringstermijn het langst is. Dus de tussentijdsetoets is in heel Nederland tijdelijk geschrapt, omdat dit technisch de enigemanier was om overal snel de wachttijden terug te brengen. Het CBR kanexaminatoren vragen te verplaatsen naar locaties met lange wachttijden.Rijscholen mogen zelf een tussentijdse toets aanbieden, graag zelfs – datwil ik graag stimuleren – maar het levert geen vrijstelling op voor debijzondere verrichtingen.Dan de vraag van het lid Stoffer of leerlingen met faalangst en autismewel de ruimte krijgen voor een tussentijdse toets. De mogelijkheid vaneen faalangstexamen blijft gewoon bestaan. Ook blijft de Rijopleiding inStappen, de RIS, bestaan. Daarnaast kijkt het CBR op dit moment naar eenalternatief voor kwetsbare jongeren, bijvoorbeeld door op gezette tijdenop verschillende locaties uitleg te geven over hoe een examen werkt enwat een examinator doet. Daarover is ook contact met de branche. Er zijnspeciale rijopleiders voor deze doelgroep. En er is een individueelbegeleid theorie-examen mogelijk als dat nodig is.De heer Stoffer vroeg: kunnen ervaren rijinstructeurs worden ingezet omde tussentijdse toets af te nemen? Nee, dat kan niet zolang er eenvrijstelling aan gekoppeld is. Vanwege de Europese regelgeving kan eeninstructeur geen examen afnemen, want dat is een wettelijke taak van hetCBR. Het gaat dus om die vrijstelling. Een tussentijdse toets kan wel, maarzonder vrijstellingen. Daarnaast is het vak van examinator ook een andervak met andere competenties dan het opleiden van jongeren. Rijscholenzijn natuurlijk vrij om een eigen toets te ontwikkelen en deze aan tebieden. Er kunnen alleen geen vrijstellingen worden verleend.Geef rijschoolhouders meer ruimte om examens te ruilen of te annuleren,vraagt het lid Stoffer. Het CBR heeft de ruilmogelijkheden met ingang van1 januari dit jaar verruimd. Met de aankondiging dat de tussentijdse toetstijdelijk geschrapt wordt, is het CBR coulant met de rijscholen die bovenop het verhoogde ruilquotum kandidaten willen wisselen of annuleren.Dat geeft dus wat extra ruimte. Dit is ook zo gecommuniceerd met derijschoolbranche.Als laatste in het blokje overige vraagt het lid Krul van het CDA of ik hettijd vind voor vergaande maatregelen. Het antwoord is ja. Daarom staat inhet regeerprogramma ook dat we verkennen hoe we de trend van hettoenemend aantal verkeersslachtoffers kunnen breken. We verkennen nuextra maatregelen en maken inzichtelijk hoe effectief, haalbaar, betaalbaaren gedragen deze maatregelen zijn. Uiterlijk in mei dit jaar is het trajectgereed en laat ik uw Kamer weten welke maatregelen wenselijk zijn.Daarbij wil ik nog zeggen dat ik van het puntenrijbewijs, dat ik onderzoek,echt wel een goede uitwerking verwacht, als ik kijk naar de buitenlandseervaringen daarmee. Daar wordt u dus over geïnformeerd.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Krul.De heer Krul (CDA):Als niet-lid zijnde van deze commissie zou ik willen zeggen dat dit debatvolgens mij drie maanden te vroeg is ingepland. Want mei is vrij snel endit klinkt behoorlijk baanbrekend. Kan de Minister iets zeggen over dedenkrichtingen? Als we na jaren tobben eindelijk op het drempelpuntstaan van het overwegen van vergaande maatregelen, kan de Ministerons dan een beetje meenemen waar dan ongeveer aan gedacht wordt,aangezien het al bijna mei is?Minister Madlener:Ik vind een puntenrijbewijs, waarover ik zojuist sprak, een vergaandemaatregel. Als we de boa’s op de handhaving kunnen inzetten, is dat ookeen voorbeeld van een vergaande maatregel. Bovendien gaan we nogandere maatregelen onderzoeken. Het is maar wat u vergaand vindt. VoorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117069 Nederlandse begrippen vind ik dit zelf behoorlijk vergaand. Ik denk dat hetgoede maatregelen zijn. In mei zullen we komen met een definitieve lijst.De voorzitter:Dan sluit ik bij dezen de eerste termijn en gaan we over naar de tweedetermijn. U heeft anderhalve minuut voor uw inbreng in tweede termijn. Ikgeef allereerst het woord aan mevrouw Veltman van de VVD.Mevrouw Veltman (VVD):Voorzitter. Allereerst vraag ik graag een tweeminutendebat aan. Want ditis hoe het nu is: veel scholen met grote fietsenstallingen vol metgoedkope, opgevoerde fatbikes. Een ventje van een jaar of 15 staatdaarnaast en zegt stoer: hij rijdt 60 kilometer per uur en, by the way, ikweet dat dat gevaarlijk is. Op de vraag waarom hij daar dan op rijdt, zegthij stoer: omdat jullie me niets kunnen maken, man, omdat ik zelf welbepaal wat ik doe. Ik constateer dat deze Minister zijn oren laat hangennaar de fabrikanten die de mazen van de wet opzoeken in plaats van dathij de veiligheid vooropstelt. Daarom zet de Minister zich wat ons betreftextra in om voor fatbikes of dan maar de «zware e-bikes» een apartecategorie te definiëren. Ik trek daarin samen op met mijn collega, de heerVan Dijk.Ik ben blij dat de Minister ziet dat een integraal plan voor handhaving enmarkttoezicht nodig is. Ik heb geconstateerd dat hier nog hiaten in zittenen dat diensten naar elkaar wijzen, dus dat er nog veel meer moetgebeuren om illegale praktijken aan te pakken.Ook ben ik blij dat nog voor de zomer duidelijkheid komt over hetalcoholslot, want als je met alcohol op achter het stuur zit, dan speel jemet mensenlevens. Wat de VVD betreft gaan we heel snel over tot de inzetdaarvan.Tot slot. Kan de Minister ons laten weten wat de resultaten zijn van deinzet van de nieuwe focusflitser, bijvoorbeeld na de eerste drie maandenvan het gebruik? Het is fijn als hij dit kan toezeggen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:De heer Van Dijk van Nieuw Sociaal Contract.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank u, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ikprobeer toch maar een lichtpuntje te zien in dit debat en dat is dat deMinister aangeeft: misschien kan het wel, maar wat betreft de apartecategorie «zware e-bikes» zit het vol op de handhaving. Bij handhavingdenk ik: waar een wil is, is een weg; dan maar met een weegschaal, wantlijkt me niet ingewikkelder voor de politie dan met een rollerbank van€ 16.000. Kortom, collega Veltman en ik zullen daar met een motie tochweer aandacht voor vragen, omdat wij denken dat het wel kan. We zullendie richting graag aangeven en hopen op een meerderheid in de Kamer.Over de roodkruisnegatie heb ik toch nog een vraag. Ik hoor dat wedaaromtrent eigenlijk niets kunnen weten. We weten op dit moment nietin hoeverre dat het geval is, terwijl het wel een ernstig iets is. Ik wil deMinister toch vragen of hij een poging wil doen om dat in kaart te brengenalsook de mogelijkheden om dat verder tegen te gaan.Ik ben blij met de toezegging over de fietsverlichtinginnovatie. Ik hoor dathet stimuleren van afgevlakte trottoirbanden echt aan de lokale wegbe-heerders is. Volgens mij kun je dat wel degelijk stimuleren, dus misschienkan de Minister daar nog op reageren.Tot slot de SWOV. In 2025 hebben we problemen daarmee via hetamendement-Stoffer dat wij mede hebben ondertekend kunnenvoorkomen. Mijn vraag is er natuurlijk juist op gericht om dat ook in dejaren erna te voorkomen. Zou de Minister in ieder geval willen aangevenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117070 dat hij dat meeneemt in de uitwerking over het verdelen van dekaasschaaf, de ellende eigenlijk, die half april komt? We vragen hem omjuist bij het verdelen van de ellende de verkeersveiligheidssubsidies teontzien.De voorzitter:Dank. U heeft nog een interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik sla toch een beetje aan op de best wel stevige woorden van decoalitiepartijen. Eerst zei mevrouw Veltman dat de Minister zijn oren laathangen naar de fatbikeproducenten. Ik vind dat echt heel harde en ookwel een klein beetje onterechte woorden, moet ik eerlijk zeggen. Ik sta nietaltijd vooraan om deze Minister te verdedigen, maar ik vind dat best welstevige woorden. Ik hoorde de heer Olger van Dijk in het debat net ook hetwoord «onbestaanbaar» noemen. Ik vind dat ook wel een stevigekwalificatie, dus ik vraag me gewoon af wat het betekent. Als de Ministerde motie niet uitvoert en dat «onbestaanbaar» is, wat betekent dat danvoor NSC? Ik wil gewoon even voelen hoe zwaar die kwalificatie is, wantik interpreteer die woorden best wel stevig.De voorzitter:Een reactie van de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Kijk, waar het om gaat, is dat een motie heel breed is aangenomen na eenheel lang debat. Het gevoel dat ik met dat woord probeer uit te drukken envolgens mij net ook weer heb vertolkt, is dat je dan verwacht dat deMinister al het mogelijke doet om wat in die motie gevraagd wordt,mogelijk te maken, links- of rechtsom. Wij vinden dat dat niet gebeurd isen daarom zijn we daarop teruggekomen. Wij hebben met het rapport inde hand een suggestie gedaan. Uiteindelijk heeft de Minister toegegevendat het wel degelijk mogelijk is om dit in regelgeving te vatten en dat hijvooral grote problemen verwacht bij de uitvoering en de handhaving. Ikben er op zich wel blij mee dat hij dat toegaf. Dat is het lichtpuntje dat iknet benoemde. Wij zullen hier met de Minister op doorgaan en er hetgesprek over blijven aangaan.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Mijn fractie gaat een weging maken over die motie, ook naar aanleidingvan dit debat en het tweeminutendebat dat we nog zullen hebben. Ik vindwoorden als «onbestaanbaar» heel stevig. Ik hoorde de heer Olger vanDijk ook al «onbestaanbaar» zeggen, toen het ging over 17% in verbandmet de luchtvaart. Dit is nu de tweede of misschien wel de derde keer datik dat van de heer Olger van Dijk van NSC, een coalitiepartij, heb gehoordin verband met een motie van zijn fractie die niet uitgevoerd is. Als dateen aantal keren voorkomt, wordt er dan op een gegeven moment eenconclusie getrokken? Wordt er iets afgekeurd? Of is het gewoon het woord«onbestaanbaar» en gaan we volgende week weer verder? Ik wil datgewoon even scherp hebben.De heer Olger van Dijk (NSC):Er moet wel goed geciteerd worden. Toen was het het woord «onbegrij-pelijk». Dat is toch net even anders, een andere kwalificatie. Ik vind hetlastig te begrijpen, dus onbegrijpelijk, dat deze Minister aangenomenmoties van de Kamer naast zich neerlegt. We roepen deze Ministerdaarom ter verantwoording. Dat hebben we in het luchtvaartdebatgedaan. Dat doen we vandaag ook hierover. Zo hoort dat ook in goedeverhoudingen. Het hoort ook bij onze politieke weging om daar eenoordeel aan te geven. Wij hopen nu dat de Minister wel degelijk alsnog inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117071 beweging wil komen, ook naar aanleiding van het tweeminutendebat. Datgaan we zien met de feiten in de hand. Het is ook aan deze Minister. Zogaan wij ook over ons eigen oordeel.De voorzitter:Dan is er nog een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Zonder het helemaal over te gaan doen: de heer Stoffer en ik zitten elkaarnet hoofdschuddend aan te kijken. Een heilloze weg!? Het is allemaaluitgezocht, een- en andermaal. Deze coalitiepartijen hebben het overuitvoerbaarheid. De partij van de heer Van Dijk, NSC, zegt over asiel-wetten die naar de Kamer dreigen te komen: het moet wel een beetjeuitvoerbaar zijn; wat heb je aan ineffectieve wetten? Nu breekt dezeMinister een lans voor uitvoerbaarheid en zegt hij dat het een beetje temanagen moet zijn, omdat dit kabinet, deze coalitie, overigens ook nogeens minder ambtenaren wil, en dan gaat men gewoon botweg door. Inde tussentijd gebeurt er niks, behalve de handhavingsinspanningen vande Minister. We dronken een glas, we deden een plas en alles bleef zoalshet was. Ik vind dit echt een tenenkrommende bijdrage van de coalitie,met name van de heer Van Dijk zojuist.De heer Olger van Dijk (NSC):Blijkbaar heeft de heer Grinwis niet heel goed geluisterd naar mijnbijdrage. Ik heb eerst duidelijk gemaakt dat het door NSC gekomen is dater een aanvalsplan is gekomen en dat er beter wordt gehandhaafd. Totslot is de conclusie: een heilloze weg in het rapport. Dat is een politiekoordeel. Dat is echter gekoppeld aan de vraag of fatbikes als een apartevoertuigcategorie kunnen worden gekenmerkt. Als u goed heeft geluisterdnaar de inbreng van NSC, dan hebt u gehoord dat NSC heeft aangegevendat het inderdaad ingewikkeld is en zegt: kies voor een aparte categorie«zware e-bikes». Dit rapport gaat niet over dat voorstel. Dat is een nieuwvoorstel. Ik constateer vandaag dat de Minister daar een beetje omheengaat. Hij geeft wel toe dat je het inderdaad apart kun categoriseren. Wijhopen dat we deze Kamer ervan kunnen overtuigen dat dat eenverstandig plan is. We doen echt op basis van het DTV-rapport een nieuwvoorstel, waar dit rapport dus geen uitspraak over heeft gedaan.De heer El Abassi (DENK):Ook ik ben het met de collega’s hier eens. Ik moet het helaas, zou ik bijnawillen zeggen, in dit geval voor de Minister opnemen. Twee dingen. Eén:veiligheid. Nergens is uit gebleken dat de fiets intrinsiek onveilig is. Dat isal reden om te zeggen: stop hiermee. Het tweede is handhaafbaarheid.Wat voor redenen heeft NSC nog meer nodig om dit niet te doen, om ditgewoon te stoppen? Kijk, meerdere partijen hebben onder de motie vande heer Van Dijk gestaan. Ze hebben wel meegetekend – vanwegeonderbuikgevoelens of wat voor reden dan ook – maar komen daar nu opterug. Waarom blijft NSC doorzetten?De voorzitter:Ik stel voor dat we nog één reactie krijgen van de heer Van Dijk en dat wedan op een ander onderwerp gaan doorvragen of doorgaan naar de heerHeutink.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik doe het met liefde, voorzitter. Ik doe het met liefde, maar ook op feitengebaseerd. Dat begint met het punt: welke kenmerken hebben eenverkeersveiligheidsargument? Nou, dat zijn die twee punten: gewicht enkoppel. U kunt dat lezen in het DTV-rapport. Iedereen kan dat lezen. Deconclusie van NSC en de VVD is dat we op basis daarvan een aparteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117072 categorie zware e-bikes kunnen identificeren. Dan moeten we inderdaadgaan kijken naar de handhaafbaarheid. Ik denk dat het kan op basis vangewicht. De Minister denkt dat het lastig is. Hij heeft het niet uitgeslotenen daar ben ik blij mee, dat zie ik als een opening. Daar gaan we verderhet gesprek over aan.De voorzitter:Dan geef ik graag het woord aan de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Ik wil de Minister bedanken voor de antwoorden. Op zich ben ikduidelijk geweest; ik ga het niet herhalen. Ik wil het nog wel even over hetvolgende hebben.Vlak voordat de eerste termijn van de Minister tot een einde kwam, had hijhet over de verzorgingsplaatsen. Er komt een pakket plannen of concept-plannen – ik weet niet meer precies hoe hij het noemde – dat hij dan zouvoorleggen of laten zien aan de ANWB en aan Transport en LogistiekNederland. Buiten die groep is er ook nog een hele hups aan kleinemkb’ers die ook concessiehouder zijn, bijvoorbeeld de VPR. Wil hij dieplannen ook met hen bespreken om te zien hoe zij die plannen ervaren? Ikdenk dat die kleine concessiehouders die een pomp hebben wel degelijkiets te zeggen zouden moeten hebben. Ik hoop dat de Minister dat metons deelt.De voorzitter:Dank. De heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Ik dank de Minister voor de beantwoording, die op veel puntenhelder was. Dat staat in schril contrast met met name de collega’s Veltmanen Olger van Dijk, die wat mij betreft na alles 83 keer gewisseld te hebbentoch wel heel graag de kop in het zand steken. Ik vind het, om met drie g’ste spreken, goedkope retoriek, gebrek aan realiteitszin en graag kiezenvoor complexiteit, terwijl deze coalitie het ook met minder ambtenarenuitvoerbaar wil maken. De Minister wil de Kamer niet bruuskeren endaarom zegt hij: ik ga de motie ontraden en als ie toch wordt aange-nomen, ga ik eens kijken wat ik ermee kan doen. Dat is wat anders daneen opening bieden. Dat is meer gewoon de hoffelijkheid tussen Ministeren Kamer als de Kamer in weerwil van het oordeel van de Minister eenmotie aanneemt. Dat is wat anders dan een opening bieden, maar oké; dewens is de vader der gedachte.Mijn enige vraag in deze tweede termijn aan de Minister is deze. DeMinister zegt: ik ga liever voor een helmnorm dan voor een helmplichtvoor kinderen op een e-bike. Of dat dan op een fatbike of een anderee-bike is, zien we dan wel. Dat snap ik, dat ben ik met hem eens. Ik ben erook totaal geen fan van, maar soms moeten we vanwege het welzijn vanonze kinderen de tering naar de nering zetten. Wanneer is het voor deMinister genoeg? Wanneer concludeert hij: die normstelling gaat toch telangzaam, ondanks veelbelovende voorbeelden in België; ik ga toch maarover op een plicht? Over een jaar? Over twee jaar? Wat is de deadline voorde Minister?De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Voorzitter, dank. Ik moet eerlijk zeggen ... Kijk, ik had het liefst gehad dat erveel meer geld beschikbaar kwam voor verkeersveiligheid. Dat is er niet,daar kunnen we hier ook niet zo veel aan doen. Daarvoor moeten we bijFinanciën zijn. Wie weet wat we daar de komende periode kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117073 organiseren. Maar met de beantwoording van beide Ministers ben ik bestcontent, ook met de beantwoording van de Minister van JenV, die echtlaat zien: ik wil met de gemeentelijke boa’s een en ander op gaan pakken.Wat dat betreft gaat het de goede richting op.Over de fatbike hebben we veel gesproken. De Minister heeft mij ervanovertuigd dat categorieën maken gewoon niet gaat werken, omdat menaltijd weer op de randen gaat zitten. Kijk naar alle historie die er is. Watmij betreft wordt er een goede weg ingezet. Ik zou zeggen: ookdoorpakken. Dat lijkt mij de beste weg.Dank.De voorzitter:De heer Krul.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Ook ik dank de Minister voor de uitgebreide beantwoording.Het is ons wel helder: het is een heilloze weg; laten we vooral de focusrichten op waar we wel verschil kunnen maken. Tegen de heer Van Dijkzou ik nog willen zeggen: ga nooit op de tenen van je voorganger staan,maar op de schouders. Nieuw Sociaal Contract heeft absoluut geen patentop aanvalsplannen tegen de fatbike. Helaas praten we hier al jaren overen hebben we er als Kamer al meerdere moties over ingediend.Ik ben er wat minder gerustgesteld over dat er in mei vergaande maatre-gelen komen. Eigenlijk zijn er maar vier echt effectief. De heer De Hoophad het al over van 50 naar 30. Een andere is om op 60/80-wegen hetfietsverkeer hard te scheiden van het autoverkeer. En we hebben diehelmplicht, vrijwillig of verplicht. Dat zijn de maatregelen waarvan weweten dat ze echt effectief zijn. Als we die niet gaan overwegen, vrees ikdat we er niet gaan komen. Denemarken is in 2001 begonnen met hunstrategie. Bij onze strategie gaat het nog minstens twaalf jaar duren,voordat we dat social tipping point hebben van mensen die deze meergaan gebruiken.Ik vraag de Minister om een toezegging. Als hij in mei komt met diemaatregelen, zou hij dan het liefst van tevoren aan de SWOV willenvragen om door te rekenen wat ze gaan opleveren of wat de verwachteopbrengst is voor de verkeersveiligheid en met name natuurlijk voor hetaantal slachtoffers? Zij kunnen dat goed doorrekenen. Ik ben daar wel heelbenieuwd naar.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ik wil de Minister ook bedanken voor zijn inzet voorverkeersveiligheid. Het is altijd jammer als je weinig geld te besteden hebten moet werken aan zo’n belangrijk item. Hij zet in op een puntenrijbewijs,een alcoholslot en de focusflitser. Dat zijn mooie voorbeelden dat je tochiets kunt bewerkstelligen om de verkeersveiligheid te verbeteren.Ik heb nog wel twijfels over de zware inzet op handhaving. Het zijnallemaal mooie plannen. Als je de Minister hoort, moet het allemaal eenstuk beter en veiliger worden. Als je die ideeën en maatregelen hoort,denk je: hoe kan het in vredesnaam zo zijn dat er toch heel andere beeldenzijn in ziekenhuizen, waar heel veel slachtoffers binnenrollen, ookfatbikeslachtoffers? Maar goed, misschien moeten we toch eerst eenhalfjaar kijken of die handhavingsmaatregelen allemaal voldoende helpen.Voor de rest ben ik blij met de beantwoording dat er 125 miljoen voor deN36 en 21 miljoen voor de N50 beschikbaar blijft. Misschien is er nog watte verhapstukken om het door een ander wegontwerp toch veiliger temaken met wat minder geld. Ik zou het wel mooi vinden als we daar nogwat stappen kunnen zetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117074 Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Laat ik beginnen met een aantal positieve dingen. Mijn fractie isheel blij met de verbetering van de aanpak rijden onder invloed, waar deMinister van JenV mee bezig is, vooral dat hij kijkt naar die rijontzeg-gingen, en niet zozeer als strafverzwaring maar vooral als geschiktheids-verklaring. Ik denk dat dat een hele goede weg is. Mensen langervastzetten, kunnen we wel willen, maar dan maken we het mevrouwCoenradie nog moeilijker; ik weet niet of we daar beter van worden.De Minister van IenW was best wel stevig over de fatbikes. Mijn fractie zalzich beraden op zijn beantwoording en nog goed nadenken over wat voorweging wij daar zelf maken. Ik hoorde dat hij net niet helemaal expliciet,maar wel impliciet zei: als er een Kamermeerderheid komt, ga ik die motietoch niet uitvoeren. Dat heb ik wel gehoord.Voorzitter. Nog een aantal kritiekpunten, ook richting de coalitiepartijen. Ikvond de woorden vandaag wel heel erg stevig. Ik weet niet of dat wat zegtover de onderlinge omgangsvormen, maar ik vond het niet terecht datmen sprak over de oren laten hangen naar de fatbike-industrie, of hetwoord «onbestaanbaar». Ik vond de uithaal van de PVV naar de Ministervan JenV ook buitenproportioneel.Ik kan niet anders dan concluderen dat dat voor een deel is om teverbloemen dat de echte aanpak er nog niet is. Die is in feite toch om deinfrastructuur op orde te brengen, maar daar is te weinig geld voor. Decoalitie heeft te weinig geld uitgetrokken voor de weginrichting van50 kilometer per uur naar 30 kilometer per uur. Dan vraag ik mij wel af hoeserieus men deze problemen wil aanpakken. Als je dat echt wil, moet je bijde volgende begroting, en nu ook bij de Voorjaarsnota, nadenken overmeer geld voor die goede infrastructuur, om Nederland veilig te houden.De voorzitter:Dank u. Dan geef ik het woord tot slot aan de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Een heilloze weg is een weg zonder goddelijke zegen.Volgens mij is dat een heel slimme term om in ieder geval de christelijkepartijen aan je zijde te krijgen. Dat is dus een tip voor een volgende keervoor de ambtenaren. Schrijf die maar op. Maar inderdaad, ook in mijnogen is het een heilloze weg. Ik heb nog steeds niet gehoord waarom diefiets zorgt voor onveiligheid. Ik hoorde eerder waarom hij zorgt voorveiligheid. Denk bijvoorbeeld aan de bredere banden of de handhaaf-baarheid. Volgens mij is het gewoon heel duidelijk. Wat ik zou willenvoorkomen, en daar gaan wij ons op beraden, is dat we in deze discussieblijven hangen met z’n allen, waardoor we niet focussen op de 99% vande andere gevallen, namelijk alle ongevallen en alle verkeersonveiligheiddie bestaat. Ik wil voorkomen dat we nu slechts op dit kleine deelfocussen, waardoor we de echte verkeersveiligheid gewoon vergeten. Ikzou de Kamerleden toch ook willen vragen om gewoon naar de experts ende deskundigen te luisteren. Laten we dit hoofdstuk afsluiten, wat mijbetreft.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Dan kijk ik naar de kant van de Minister. U heeft een beperkt aantalvragen en een beperkt aantal verzoeken om toezeggingen gekregen. Zouu daarop kunnen reageren? De Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117075 Minister Madlener:Ja, voorzitter, dat kan ik zeker. Ik begin graag bij de leden van VVD enNSC. Zij hadden het over het verhaal van een jongen van 15 op school,die zegt: ik rij 50 kilometer per uur op mijn fatbike en ze kunnen me niksmaken. Daarbij wil ik toch zeggen dat het in het voorstel van NSC en VVDslechts om een helmplicht voor die jongen ging. In mijn voorstel gaat hetover handhaving. Dat gaat over het beboeten van die jongen, omdat zijnfiets veel te hard gaat. Als hij het twee keer doet, is hij zijn fiets kwijt. Datis iets steviger dan alleen zeggen: jij moet een helmpje dragen. Ik vind hetdus ook onterecht om dit voorbeeld op deze manier te noemen.Dan kom ik bij de vraag van de VVD.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Het voorbeeld dat ik noemde ging natuurlijk over wat je ziet en wat demensen ervaren op straat, of zo’n jongen nou 13, 14, 15 of 16 is. Volgensmij heeft de Minister dat ook gezien en erkend en heeft hij ook zijn bestgedaan om daar iets aan te kunnen doen; dat is in ieder geval wat hij zegt.Daarover constateer ik en constateren wij dat wij daar toch nog anderemogelijkheden zien. Dat wil ik vooropgesteld hebben. Ik wil graag ookeven iets anders rechtzetten. Ik zou hier gezegd hebben: oren latenhangen naar fabrikanten. Ik heb gezegd: oren laten hangen naar fabri-kanten die de mazen van de wet zoeken. We moeten dus juist optredentegen die fabrikanten die denken dat ze het wel weer fiksen.De voorzitter:Goed, we gaan door.Minister Madlener:De focusflitser heeft de VVD zeer belangrijk genoemd. Er zijn 40 stuksaangeschaft, dus ik verwacht daar ook veel van. Dus ja, die focusflitser isecht een belangrijk nieuw element in onze handhaving. Ik ben het met deVVD eens dat dat een forse stap is.Dan vroeg NSC om roodkruisnegatie bij te houden. Ja, ik vind het ookmoeilijk om te zeggen: we weten niet of het nou toeneemt of afneemt. Ikvind het een heel ernstig vergrijp. We zien ook weer een toename van hetaantal aanrijdingen met weginspecteurs. Ik wil dus zeker serieustoezeggen dat we kijken naar extra maatregelen tegen het negeren vanrode kruizen en dat we ook gaan kijken of het nou toeneemt of niet. Het iseen zeer ernstig vergrijp, en wat dat betreft wil ik ook de pakkansverhogen, want dat kan zo niet. Daar ben ik het mee eens.Dan de heer Van Dijk over de trottoirbanden. Die willen we natuurlijkstimuleren. We vragen de wegbeheerders dus ook een aanvraag te doenin de derde tranche van de investeringsimpuls. Dan kunnen we hieraanzelfs voor de helft meebetalen. Het is al geadviseerd in de richtlijn van hetCROW als veilige weginrichting, dus in die zin is het niet onbekend.Dan de SWOV. Kan de Minister aangeven of er bij de subsidie vanuit IenWgeen kaasschaaf wordt gehanteerd? Bij de Voorjaarsnota komt er eenreactie op de motie. De SWOV is voor dit jaar in ieder geval gered metextra geld. We zullen de Voorjaarsnota moeten afwachten. Dan weten wehoe dat er verder uit gaat zien.Dan de verzorgingsplaatsen. Daar begon de heer Heutink van de PVVover. Dat is een belangrijk onderwerp. We hadden tijdelijk een stop op deelektrificering bij bestaande tankstations. Ik heb die helaas nog één jaarmoeten verlengen, omdat het precieze beleid nog niet gereed was. Ik hebwel beloofd, ook aan de tankstationhouders, waar ik veelvuldig meespreek, om echt zo snel mogelijk met beleid te komen. Dat gaat zowelover de veiligheid als over de marketing en de investeringen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117076 bestaande tankstationshouders. We proberen met iedereen rekening tehouden. Ik doe daar m’n best voor. We houden dus ook rekening met deconsument, want daar doen we het uiteindelijk voor. We willen zorgenvoor goede verzorgingsplaatsen, waar we kunnen opladen en onszelfkunnen verzorgen. Ook voor de truckchauffeurs is dit heel belangrijk. Opkorte termijn kom ik dus met nieuw beleid.De heer Heutink (PVV):Dat begrijp ik, maar mijn vraag was of de Minister niet vergeet dat er ooknog andere belangenorganisaties zijn, zoals de VPR. Ik vraag aan hem ofhij die ook zou willen betrekken bij het uitwerken van de plannen.Natuurlijk moet hij ook de Kamer niet vergeten. We hebben hier ookallemaal ideeën over hoe wij dit voor ons zien. Ik zou dus vooral die handwillen uitsteken naar de Minister, zo van: laten we nou samen kijken hoewe dit het beste kunnen vormgeven, maar vergeet ook zeker niet de kleinebrancheorganisaties.Minister Madlener:Absoluut. Toen ik net de twee andere partijen noemde, was het niet debedoeling dat ik andere niet zou noemen. Het is absoluut belangrijk datalle belanghebbenden hier aan tafel zitten. Ik heb ze ook allemaaluitgenodigd om hierover te praten. Daar zal ik zeker mee doorgaan, wanter staan hele grote belangen op het spel voor bijvoorbeeld individuelepomphouders en consumenten. Ik wil dus echt met heel goed beleidkomen om die grote aanbestedingen die eraan zitten te komen over eenpaar jaar, echt goed te doen, zodat we ook de elektrificering van devrachtwagensector snel en goed kunnen uitrollen. Dus ik ga hier zeker metalle belanghebbenden mee aan de slag.Dan de heer Grinwis ...De voorzitter:Een moment, een moment. Er is een interruptie van de heer Krul.De heer Krul (CDA):Ik wil de Minister daarover nog één ding meegeven. Ik heb er allevertrouwen in, maar toch. De Minister geeft aan dat hij ook het belang vande consument wil meenemen. Dan is vaak de ACM-invalshoek: deconsument heeft er belang bij dat er op zo’n verzorgingsplaats twee shopszijn, want dan kan hij kiezen. Maar verkeersveiligheid is ook in het belangvan de consument. Die heeft er ook heel erg veel belang bij dat hij nietvan zijn sokken gereden wordt terwijl hij van de ene naar de andere shoploopt terwijl allerlei soorten verkeer de verzorgingsplaats op komt. Kan deMinister dat belang ook even goed meenemen?Minister Madlener:Dat is absoluut een terechte opmerking. Ik heb de ACM al gevraagd om bijde aanbestedingen mee te kijken naar wat voor de consumenten de goedemix van ondernemers is. Moeten er wel of niet meerdere shops komen?Moeten er wel of niet meerdere aanbieders zijn? Die vragen zullen weallemaal moeten beantwoorden. De ACM zit aan tafel en komt met advies.IenW heeft natuurlijk zelf ook kijk op de verkeersveiligheid en deinrichting. Dit is bij ons absoluut bekend. Er moet een goede inrichtingzijn. Maar ik zal hier absoluut scherp op letten. Bedankt voor de aanmoe-diging.Dan de heer Grinwis over de helmnorm en de helmplicht. Denemarkenheeft er lang over gedaan. De heer Grinwis zegt dus eigenlijk: laten wij hetwat sneller doen dan Denemarken. Althans, als ik hem goed hebbegrepen. We proberen het op dit moment op basis van vrijwilligheid. Eenplicht, zeker voor jonge mensen of kinderen onder de 18, zou weluitvoerbaar zijn. We gaan kijken wat we kunnen bereiken. We gaan ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117077 voorjaar beginnen met een campagne. Die is niet alleen gericht opouderen, maar ook op kinderen.De voorzitter:Kort graag. De heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Daar ben ik het mee eens en ik snap de Minister, maar de vraag was:hoelang geeft de Minister het? Wanneer is het punt aangebroken dat jeevalueert en zegt «het heeft genoeg gedaan; er zit een ontwikkeling in» of«nee, we moeten misschien toch bij een norm die uit samenleving komt,als overheid een handje helpen met een plicht»? Wanneer is het momentaangebroken dat je die conclusie kunt gaan trekken?Minister Madlener:Dat is een goede vraag. Je zou ook kunnen zeggen: het kantelpunt is watde Tweede Kamer en de maatschappij ervan vinden. De Tweede Kamer is,als het goed is, de afspiegeling van de maatschappij. Dit gesprek toont alaan welke kant we opgaan. We willen naar een helmnorm. Ik ben zelf nogniet toe aan een plicht, maar ik kan op dit moment nog niet zeggenhoelang dat nog gaat duren. Het hangt er ook vanaf wat je ziet. Ik zie nudat meer ouderen een helm dragen. Althans, ik denk dat te zien. Ik denkdat de SWOV daar ook op zal letten en mee zal kijken. Maar als blijkt datdat absoluut niet gebeurt en mensen die helm weer af gaan zetten, danmoeten we misschien nadenken over hoe we verdergaan. Ik denk dat eencampagne ook veel doet, zeker voor ouderen, die het risico somsonderschatten. Ik verwacht daar wel iets van.De heer Krul (CDA):Ik zal de vraag van de heer Grinwis nog even concreet maken. We hebbenin oktober de «Strategie voor het promoten van het vrijwillig gebruik vande fietshelm» gehad. Daarin staat dat we nu op 4% zitten en dat we nogtien jaar nodig hebben om op 25% te komen. Die strategie loopt dus voortien jaar. De concrete vraag is: kijken we onderweg wel ergens of we dathalen? Misschien moet ik daar een motie over indienen. Want als we hetdoel van 25% vrijwillig helmgebruik niet halen, dan laat de literatuur ziendat het ook geen norm wordt. Daar heb je immers 25% voor nodig. Wezullen dus wel ergens moeten kunnen ingrijpen.Minister Madlener:We monitoren het helmgebruik in Nederland. We krijgen in oktober weereen nieuw cijfer en dan kunnen we zien of we op de goede weg zijn ofniet. Het is aan uw Kamer om daar dan conclusies uit te trekken.De voorzitter:Gaat u door.Minister Madlener:Het lid Pierik vroeg naar de N36 en de N50. Bedankt voor de steun en voorhet uitspreken van het vertrouwen dat u heeft in dat we daar goed meebezig zijn en het geld goed besteden. We gaan kijken wat we kunnen doenom de rijbaanscheiding zo snel mogelijk in orde te brengen op een zogroot mogelijk traject. Maar goed, we moeten het doen met de middelendie we hebben. Ik ga onderzoeken of een iets andere inrichting wellichtmeer soelaas biedt. Ik geloof dat je dat in Rijkswaterstaattermen «hetverleggen van de scope» noemt. Dat hoort u nog.Er werd nog gevraagd naar de effectieve maatregelen en de SWOV. Hetging over de meimaatregelen. Dit was een vraag van de heer Krul. Demaatregelen uit het trendbrekerstraject zijn doorgerekend door de SWOV.Een doorgerekende effectieve maatregel is onder andere het alcoholslot.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117078 Het puntenrijbewijs komt daar nu bij. Ik ga de SWOV vragen of ze heteffect daarvan kan doorrekenen, maar dat kost vaak wel iets meer tijd. Ikdenk niet dat we zoiets al in mei kunnen krijgen van de SWOV, maar ik gaze wel vragen om alle maatregelen die we met elkaar besprokenhebben ... Het is best wel een pakket, met daarin een nieuwe flitser, hetpuntenrijbewijs en de boa’s, die gaan handhaven. Het is niet niks. Ik hebhier vele vergaderingen meegemaakt waarin we met minder concretezaken bezig waren, dus in die zin ben ik tevreden. Maar ik zal de SWOVvragen om daar een lijstje van te maken en ik zal ze ook vragen of zekunnen kijken naar de effectiviteit van die maatregelen.De voorzitter:Dank voor uw beantwoording, Minister. Er is nog een vervolgvraag vanmevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Ja, ik heb nog een kleine vraag. Aan het begin van uw tweede termijnhadden we het over de focusflitsers. Ik vroeg of u kunt toezeggen om deresultaten met de Kamer te delen, bijvoorbeeld na drie maanden.Minister Madlener:Ik ben zelf ook erg benieuwd naar hoe die gaan werken. Ik denk dat alsveel Nederlanders hebben gezien dat ze worden geflitst met de telefoon inde hand, ze dat wel uit hun hoofd zullen laten, zeker gezien de boetes dieerop staan. Ik verwacht hier dus veel van. Ik ga hier samen met u naarkijken. Hopelijk zien we over drie maanden dat dit resultaat oplevert. Hetantwoord is dus ja.De voorzitter:Ik kijk even rond of er nog hele dringende interrupties gewenst zijn. Dat isniet het geval. Dan stel ik voor dat we overgaan naar de controle van detoezeggingen. Het lid Veltman vraagt een tweeminutendebat aan. DeMinister van Infrastructuur en Waterstaat heeft de volgende toezeggingengedaan.−De Minister van IenW gaat in overleg met het Ministerie van JenV overhet intensiveren van handhaving en markttoezicht op fatbikes eninformeert de Kamer hierover, waarbij ook wordt ingegaan op decapaciteit die hiervoor nodig is en hoe meetbare resultaten kunnenworden behaald; dat was een toezegging aan de heer Pierik.Klopt dit? Dat is het geval. Dan gaan we door.−De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de uitkomst vangesprekken met de RAI Vereniging over de mogelijkheid van hetinstellen van een Nederlands keurmerk voor fatbikes; dat was eentoezegging aan het lid Van Dijk.Klopt dit? Dat is het geval.−De Minister van IenW stuurt de Kamer voor de zomer een brief over deresultaten van de inzet van verkeersboa’s; dat was een toezegging aanhet lid Stoffer.Is dat juist? Dat is juist.−De Kamer wordt door de Minister van IenW geïnformeerd over deinnovaties op het gebied van fietsverlichting die de veiligheid kunnenverbeteren; dat was een toezegging aan het lid Van Dijk.Klopt dat? Dat klopt.−De Minister van IenW zal de Kamer na drie maanden gebruik van defocusflitsers informeren over de resultaten van de inzet van defocusflitsers; dat was een toezegging aan het lid Veltman.Is dat correct? Dat is correct.−De Minister van IenW informeert de Kamer in mei over de verregaandemaatregelen en zal daarvoor SWOV vragen om de te verwachtenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117079 opbrengst voor de verkeersveiligheid van de maatregelen, waaronderhet puntenrijbewijs, door te rekenen.Dat waren de toezeggingen. Ik geef het woord nog even aan de heer VanDijk.De heer Olger van Dijk (NSC):In de tweede termijn heb ik toch echt een toezegging van de Ministergehoord om de roodkruisnegatie in kaart te brengen en ook om te kijkenof er nog meer maatregelen mogelijk zijn, want dit is een groot probleem.Het zou mij een lief ding waard zijn als de Minister dit herkent.De voorzitter:Als de Minister de toezegging even herhaalt, schrijven wij die op. Wat isde toezegging volgens de Minister?Minister Madlener:We gaan de roodkruisnegatie in beeld brengen en we gaan maatregelenbekijken die we kunnen nemen om die tegen te gaan. Dat komt dit jaarnog.De voorzitter:Dan sluit ik bij dezen het commissiedebat. Het duurde iets langer dangepland, maar we hebben de zaken goed doorgesproken met elkaar. Datis ook wat waard. Wel thuis allemaal.Sluiting 21.51 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117080

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7ffc945ce683390a

14 okt 2026 · f8fce5a5a0298c37

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingVerkeersveiligheid
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 februari 2025, over Verkeersveiligheid

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.