Kabinetsreactie AIV advies Klimaatrechtvaardigheid
Brontekst
Versie 78e196c4d4b9433f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 813Kabinetsaanpak Klimaatbeleid36 180Doen waar Nederland goed in is – Strategie voorBuitenlandse Handel enOntwikkelingssamenwerkingNr. 1418 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE HANDEL ENONTWIKKELINGSHULP EN VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 oktober 2024De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) is door de voormaligeMinister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerkinggevraagd om te adviseren over sturing door de overheid ten behoeve vaneen effectieve, eerlijke en rechtvaardige klimaattransitie die bijdraagt aanbestendige groei.De AIV heeft in reactie op deze adviesaanvraag op 26 oktober 2023 hetrapport «Klimaatrechtvaardigheid als noodzaak» gepubliceerd. Hetdemissionaire kabinet heeft de beantwoording aan het nieuwe kabinetgelaten. Hierbij bieden wij uw Kamer de kabinetsreactie aan.De adviesaanvraag over de invulling van een eerlijke en rechtvaardigeklimaattransitie was ingegeven vanuit de overtuiging dat voor het slagenvan een transitie breed maatschappelijk draagvlak nodig is en dat het nietzo kan zijn dat een beperkte groep profiteert van de transitie terwijlkwetsbaardere groepen in de maatschappij de prijs betalen. Zoalsopgenomen in de adviesaanvraag wil Nederland bij de inzet op denoodzakelijke transities nadrukkelijk gebruik maken van Nederlandseexpertise.Bij beantwoording van de adviesaanvraag heeft de AIV gekozen voor eenbrede beschouwing van klimaatrechtvaardigheid met veel aandacht voorinterstatelijke verhoudingen. Zoals de AIV constateert, en eerder ook deWetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid in hun rapport Rechtvaar-digheid in klimaatbeleid, kent dit begrip vele dimensies en is er geeneenduidige definitie van dit begrip.1 De AIV benadert het onderwerpdaarom vanuit zes verschillende perspectieven, die handvatten kunnenbieden om verdere invulling te geven aan het begrip klimaatrechtvaar-1Rechtvaardigheid in klimaatbeleid. Over de verdeling van klimaatkosten | Rapport | WRR kst-32813-1418ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14181 digheid: planetaire grenzen, historische schuld, rechten, solidariteit,eerlijke markt en ontwikkeling. Van de genoemde handvatten neemt voorhet kabinet de sociaaleconomische ontwikkeling van arme landen eencentrale positie in.Tegen de achtergrond van de zes genoemde perspectieven analyseert deAIV het Nederlandse, Europese en internationale klimaatbeleid. Daarbijwordt specifiek gekeken naar (i) het reguleren van de markt, (ii) hetbeïnvloeden van consumentengedrag, (iii) groene industriepolitiek,(iv) internationale klimaatfinanciering en (v) beleidscoherentie. De AIVdoet vervolgens negen aanbevelingen.Het kabinet gaat in de volgende paragrafen nader in op de aanbevelingenvan de AIV.1. Wereldwijde klimaatrechtvaardigheid als noodzakelijkevoorwaarde Erken wereldwijde klimaatrechtvaardigheid als noodzakelijke voorwaardevoor een succesvolle klimaattransitie en communiceer hier duidelijk over,zowel in nationaal als in internationaal verband.De Overeenkomst van Parijs is er om een probleem, waar ook Nederlandbij betrokken is, op te lossen dat alleen met internationale afspraken kanworden aangepakt: klimaatverandering. Onderdeel van de Overeenkomstvan Parijs is het beginsel van common but differentiated responsibilitiesand respective capabilities. Dit betekent onder andere dat ontwikkelings-landen ondersteuning nodig hebben bij hun klimaatinspanningen en datlanden met een hogere uitstoot meer doen aan het terugdringen daarvan.Zoals de AIV aangeeft hebben de armste landen het minst bijgedragenaan klimaatverandering, maar worden zij daar wel het hardst getroffen.Het kabinet onderkent het principe van common but differentiatedresponsibilities and respective capabilitiesals belangrijke voorwaarde vooreen succesvolle klimaattransitie. Dat betekent onder andere datNederland, in EU verband, uiterlijk in 2050 klimaatneutraal wil zijn om deeigen bijdrage te beperken én zich wereldwijd inzet om de impact vanklimaatverandering te beperken op ontwikkelingslanden zodat hunsociaaleconomische ontwikkeling niet wordt belemmerd. Ook vraagtNederland aandacht voor de positie van de minst ontwikkelde landen enkleine eilandstaten. Nederland onderhoudt hiervoor onder andere nauwcontact met kleine eilandstaten en andere landen in UNFCCC-verband,bijvoorbeeld in de Cartagena dialoog. Ook trekt Nederland hiervoor opmet het Caribisch deel van het Koninkrijk, zoals tijdens de CaribbeanClimate & Energy Conference (CCEC) op Aruba in mei 2023 en de tweedeCCEC op Curaçao die begin 2025 mede door de Minister van Klimaat enGroene Groei wordt georganiseerd. Het vertrekpunt van de Nederlandseinzet is internationaal overeenstemming bereiken over het aanpakken vanklimaatverandering door het verminderen van broeikasgassen en doorsolidariteit te tonen richting landen met minder uitstoot en minderdraagkracht, teneinde mondiaal te werken aan de aanpak van klimaatver-andering. Deze inzet komt ook tot uiting in de standpunten die Nederlandinternationaal uitdraagt, we zetten in op serieuze betrokkenheid metlanden in het mondiale Zuiden en het verkleinen van de kansen opinstabiliteit in die landen.Nederland erkent de verantwoordelijkheden die landen met een relatiefhoge uitstoot van broeikasgassen hebben onder de Overeenkomst vanParijs om die uitstoot terug te dringen. Deze boodschap is onderdeel vaninterventies, toespraken en de opstelling in internationale klimaatonder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14182 handelingen en daarbuiten. Hierover communiceren we ook in nationaalverband, bijvoorbeeld in de campagne «Zet ook de knop om».22. Intensiveer de dialoog over klimaatrechtvaardigheid Intensiveer de dialoog over klimaatrechtvaardigheid met het mondialeZuiden in fora van multilaterale samenwerking en zorg ervoor dat debelangen van de lage inkomenslanden van meet af aan worden meege-nomen in een coherent Europees klimaatbeleid.Op multilaterale fora spreken het kabinet en ambtelijke delegaties metlanden uit het mondiale Zuiden, ook over klimaatrechtvaardigheid. Eenvoorbeeld van de inzet hierop is de deelname van de klimaatgezant aande SIDS-conferentie.Het kabinet onderschrijft dat bij de vormgeving van EU-klimaatbeleid ookde belangen van lage-inkomenslanden moeten worden meegenomen endat we als EU hierover het gesprek met deze landen moeten voeren.Nederland zet zich hiervoor in. Zo draagt Nederland actief bij aan hetTeam Europe Initiative om productie-/ontwikkelingslanden te steunen bijhet voldoen aan de voorwaarden van de EU Ontbossingsverordening.De AIV verwijst ook naar mogelijke negatieve effecten voor ontwikkelings-landen die geraakt worden door het Europese koolstofcorrectiemecha-nisme aan de grens, het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM).De EU heeft toegezegd ontwikkelingslanden gericht te ondersteunen bijde invoering van het CBAM. Nederland heeft het belang van onder-steuning gedurende de onderhandelingen onderstreept en blijft dat doen.Daarbij moet worden opgemerkt dat het CBAM op dit moment slechts opeen beperkt aantal producten is gericht en dat de export vanuit ontwikke-lingslanden van deze producten naar de EU gering is, daarom verwachtde Commissie een beperkte impact op ontwikkelingslanden. Het kabinetdeelt deze inschatting.33. Verhoog klimaatfinanciering Verhoog de klimaatfinanciering voor lage- en middeninkomenslanden enmaak deze vanaf nu, zoals internationaal afgesproken, additioneel aan deuitgaven voor reguliere ontwikkelingssamenwerking ter hoogte van0,7 procent van het bruto nationaal inkomen. Zorg daarbij dat minimaalde helft van de klimaatfinanciering is bestemd voor adaptatie, met denadruk op lage-inkomenslanden.De afgelopen jaren is er een gestage stijging geweest van de klimaatfinan-ciering. Nederland levert zijn aandeel in de overeengekomen interna-tionale verplichting jaarlijks USD 100 miljard te mobiliseren voorklimaatactie in ontwikkelingslanden. Meer dan de helft van onze publiekeklimaatfinanciering wordt besteed aan adaptatie en er is specifiekaandacht voor lage-inkomenslanden. Wat betreft de door de AIVgenoemde additionaliteit van klimaatfinanciering bestaat er internationaalgeen consensus over de definitie daarvan. Steun voor klimaatactie inontwikkelingslanden kwalificeert per definitie als officiële ontwikkelingsfi-nanciering (ODA).Het kabinet ziet geen noodzaak om een scheiding aan te brengen tussenklimaatrelevante en «reguliere» ontwikkelingssamenwerking.Bij de onderhandelingen op COP29 in 2024 over een nieuwe klimaatfinan-cieringsdoelstelling zal het kabinet zich conform de AIV-aanbevelinginzetten voor het uitbreiden van het aantal landen dat bijdraagt aanklimaatfinanciering en een verhoogde terugdringing van de uitstoot. Hetkabinet gaat bij deze internationale onderhandelingen niet pleiten voor2www.zetookdeknopom.nl3Fiche: Verordening Carbon Border Adjustment Mechanism (Kamerstuk 22 112, nr. 3197)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14183 een hoogte van ten minste USD 1.000 miljard zoals de AIV voorstelt. Hetkabinet vindt het van belang eerst overeenstemming te bereiken over devormgeving van een nieuw klimaatfinancieringsdoel. Zoals verzocht doorde Tweede Kamer,4 informeerde het kabinet de Kamer in september 2024per brief over de hoofdlijnen van de Nederlandse inzet voor COP29.Wat betreft de aanbeveling van de AIV om de bronnen van financiering uitte breiden met andere financieringsbronnen steunde Nederland deoproep in de Raadsconclusies van 18 maart 2024 voor nieuwe innovatievebronnen van financiering, waaronder uit de fossiele sector. Wat betreftinternationale lucht- en scheepvaartheffingen is het kabinet waakzaam datdit niet ten koste gaat van toekomstbestendige maatregelen in diesectoren en dat de dialoog hierover in respectievelijk de internationaleburgerluchtvaartorganisatie van de Verenigde Naties (ICAO) en deInternationale Maritieme Organisatie (IMO) wordt gevoerd.4. Hervorming internationale financieel-economische systeem Gebruik de invloed van Nederland binnen de Internationale FinanciëleInstellingen om te pleiten voor hervorming van het internationalefinancieel-economische systeem, in lijn met principes van klimaatrecht-vaardigheid zoals in dit advies uitgewerkt. Zoek daarvoor brede interna-tionale coalities.Wat betreft de aanbeveling van de AIV voor actieve aansluiting bij hetBridgetown initiatief – voor de hervorming van het mondiale systeemvoor ontwikkelingsfinanciering – geldt dat Nederland actief is op eenaantal terreinen daarvan, maar dat niet alle voorstellen uit dat initiatiefkunnen worden onderschreven. Een uitgifte voor extra trekkingsrechten(SDRs) door het IMF zoals bepleit door de AIV is nu niet aan de orde medegelet op de uitgifte daarvan in 2021. Wel heeft Nederland toegezegd omde hoeveelheid doorgeleende SDRs ten behoeve van kwetsbare landen teverdubbelen, van 20% van de in 2021 gealloceerde SDRs naar 40%. Deaanbeveling van de AIV om in internationaal verband te pleiten voor eensterkere regulering van de internationale koolstofmarkt om greenwashingte voorkomen is staand beleid. Nederland is hier actief mee bezig, samenmet experts uit een paar andere landen evenals experts van de EuropeseCommissie.5. Faciliteren groen en inclusief sector- en industriebeleid Faciliteer waar mogelijk een effectief groen en inclusief sector- enindustriebeleid in landen in het mondiale Zuiden en ondersteun dit doormiddel van gerichte partnerschappen, bijvoorbeeld in het kader van TeamEurope Initiatieven.Het kabinet kan zich vinden in de rationale die de AIV geeft voor hetondersteunen van een groen en inclusief sector- en industriebeleid inzuidelijke landen, o.a. in de hernieuwbare energiesector en grondstoffen-sectoren. Nederland en de EU zetten hierop in. Dit kan zowel via bilateraleof Europese partnerschappen als op andere manieren. Via initiatievenzoals het Intergovernmental Forum on Mining, Minerals, Metals andSustainable Development (een internationale organisatie met meer dan 80aangesloten landen) faciliteert Nederland de institutionele versterking oplangere termijn van zuidelijke landen om industrialisatie in de mijnbouw-sector te bevorderen. Daarnaast sluiten Nederland en de EU partner-schappen gericht op onder andere waterstof, kritieke grondstoffen encirculariteit (o.a. GACERE). Daarbij zijn zoals de AIV aangeeft wederzijdsprofijt en ondersteuning van lokale waarde-toevoeging een doel. Ook zethet kabinet proactief in op een meer strategische EU Global Gatewayprogrammering op thema’s, regio’s en sectoren waar Nederland4Besluitenlijst van de procedurevergadering van dinsdag 2 juli 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14184 meerwaarde heeft, in de vorm van concrete kennis en kunde, innovatie-vermogen en multi-stakeholder aanpak. Nederland ziet kansen ondermeer op het gebied van watermanagement, energietransitie enagri-logistiek.Het kabinet onderschrijft dat het belangrijk is om een breed scala vanstakeholders en partijen te betrekken, waaronder maatschappelijkeorganisaties.De AIV roept op tot verbetering van de Nederlandse handels- en investe-ringsverdragen zodat deze beter passen in een context van klimaatrecht-vaardigheid en slim sector- en industriebeleid. Zowel op Nederlandsniveau als op Europees niveau wordt reeds enkele jaren ingezet opmodernisering van de verouderde investeringsbeschermingsverdragen.Handelsverdragen worden enkel op EU-niveau afgesloten.6. Multi-donor partnerschap Neem, in navolging van bestaande Just Energy Transition Partnerships,het voortouw bij het opzetten van een multi-donor partnerschap, gerichtop een specifieke klimaat gerelateerde uitdaging in één van de landenbinnen het Nederlandse beleid voor Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking.Het kabinet streeft, in lijn met het AIV advies, naar structurele langeretermijn programma’s. Het is van belang dat die zowel passen bij de lokaleagenda als bij Nederlandse kennis, kunde en belangen. Nederland istoegetreden tot het Just Energy Transition Partnership (JETP) inZuid-Afrika en draagt bij als implementatiepartner van JETP’s in anderelanden. In deze landen lopen momenteel studies naar verdere kansenvoor het Nederlandse verdienvermogen. De JETP’s bieden een waardevolplatform om in coördinatie met donoren en in samenwerking met hetdoelland de energietransitie te bevorderen. Dit vergroot de slagkracht enmeerwaarde van Nederlandse acties. De opstartfase van de JETP’s kostveel tijd in verband met de betrokkenheid van vele spelers. Deze maniervan werken biedt op de lange termijn een duurzame relatie en breedgedragen inzet. In iedere context zal de afweging moeten wordengemaakt wat de meest effectieve manier is voor Nederland om bij tedragen aan de opgaves. Met hetSoil Values programma zet Nederland met partners (IFDC, SNV en WUR)in op verbetering van bodemgezondheid in Mali, Niger, Burkina Faso enNigeria. Dit programma draagt bij aan meer aandacht voor bodemge-zondheid binnen het Food Security Resilience Programme van deWereldbank en andere programmering in deze landen. Gezonde bodemszijn een belangrijke factor in de klimaatweerbaarheid van landbouwsys-temen.Nederland speelt een aanjagende rol in het Cooperation in InternationalWaters in Africa (CIWA) multidonor trustfund van de Wereldbank. CIWAontwikkelt kennis over hoe afvoer van internationale rivieren zoals de Nijlen de Niger verandert als gevolg van klimaatverandering en helpt landenom spelregels te ontwikkelen om dat water rechtvaardig te blijvenverdelen. Ook ontwikkelt CIWA een pijplijn voor investeringen vanoverheden, te financieren door internationale financiële instellingen enandere multilaterale organisaties, en begeleidt CIWA de implementatievan grensoverschrijdende gecoördineerde investeringen tussen de landendie de rivier delen. Dat zijn lange termijn processen. Nederland bepleitbetere samenwerking en partnerschappen met maatschappelijkeorganisaties, hetgeen de lokale agenda ten goede komt. Daarbij vraagtNederland nadrukkelijk ook aandacht voor participatie van lokalegemeenschappen en het naleven van mensenrechten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14185 7. Verminderen eigen bijdrage klimaatverandering Verminder de eigen bijdrage aan klimaatverandering zo snel als mogelijken bouw fossiele subsidies af.De AIV adviseert de oproep van de Europese wetenschappelijkeadviesraad voor klimaatverandering (ESABCC) te volgen. Deze stelt dateen EU tussendoel van netto 90–95% in 2040 op weg naar klimaatneutra-liteit in 2050 noodzakelijk is om een kans van 50% te behouden datopwarming van de aarde beperkt blijft tot 1,5 graden, in lijn met deOvereenkomst van Parijs. De AIV adviseert, ook in lijn met advies van deNederlandse Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR), in Nederland in 2040op tenminste 90% reductie t.o.v. 1990 uit te komen. De EuropeseCommissie heeft op 6 februari jl. een mededeling uitgebracht met eenaanbeveling voor een EU tussendoel voor 2040 van 90% netto broeikas-gasemissiereductie ten op opzichte van 1990.Het kabinet heeft een positieve grondhouding ten aanzien van eenEU-klimaatdoel voor 2040 van 90%.5 Dit is in lijn met wetenschappelijkeinzichten, internationale toezeggingen over het binnen bereik houden van1,5 graden Celsius en de voortrekkersrol van de EU. Het aanbevolenEU-klimaatdoel betreft een beperkte verhoging van de ambitie tenopzichte van de koers die is ingezet met het huidige beleid, dat bijcontinuering uitkomt op 88%. Uit het impact assessment van deCommissie blijkt dat het doel haalbaar is, mits voldaan wordt aan de juisterandvoorwaarden, en dat er belangrijke voordelen zijn zoals hogereenergie-onafhankelijkheid, verbeterde volksgezondheid en kansen voortoekomstig EU concurrentievermogen, terwijl de kosten van de transitie inde periode 2030–2050 niet significant verschillen ten opzichte van andereonderzochte doelstellingen.6 Conform motie Erkens7 stelt het kabinet dateen uitvoeringspakket nodig is om knelpunten in de uitvoering op telossen en de transitie te versnellen. Er komen geen nieuwe nationalekoppen bovenop het EU beleid. Nederland zal dus geen nationaal doelvoor 2040 vastleggen in de Nederlandse Klimaatwet.Recent zijn in Nederland – in lijn met dit advies van de AIV – diverseregelingen die bijdroegen aan fossiele voordelen, afgebouwd enafgeschaft. In de Miljoenennota 2024 is uitgebreide transparantie gegevenover regelingen die voordelen kunnen geven aan specifiek gebruik vanfossiele energiedragers. Deze transparantie zal jaarlijks worden herhaald.Ook heeft Nederland tijdens COP28 een internationale coalitie gelanceerdom met andere landen samen te werken aan de afbouw van voordelenvoor fossiele brandstoffen. De coalitie is gericht op transparantie doorgebruik van een eenduidige methodologie, het identificeren en aanpakkenvan internationale barrières die het afbouwen van fossiele voordelen in deweg staan, en (een internationale dialoog ten aanzien van) nationaleafbouwplannen. Verdere afbouw van fossiele voordelen voor de energie-voorziening dient volgens het kabinet in Europees verband plaats tevinden, zodat klimaateffecten als gevolg van het gebruik van fossielebrandstoffen Europees geprijsd worden. Op die manier worden verstoringvan het speelveld voor internationaal concurrerende bedrijven enverplaatsing van emissies zoveel mogelijk beperkt.8. Versterk coherentie van beleid Versterk de coherentie van beleid om de negatieve impact van deNederlandse economie op mens en milieu elders te beëindigen.5Kamerstuk 22 112, nr. 39166Kamerstuk 21 501–08, nr. 945; Kamerstukken 36 539, B en C.7Kamerstuk 31 793, nr. 257Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14186 Het verkleinen van de voetafdruk raakt aan verschillende beleidsterreinen-en doelen en is daarom een interdepartementale opgave. In de Interna-tionale Klimaatstrategie is aangegeven dat ook onze internationalevoetafdruk dient te worden verkleind. Het terugdringen van onzemondiale klimaat-, land- en watervoetafdruk is tevens onderdeel van hetin 2022 herziene Actieplan Beleidscoherentie voor Ontwikkeling.De AIV adviseert tijdgebonden limieten te stellen voor de wereldwijdevoetafdrukken van Nederland om de impact van de Nederlandseeconomie in lijn te brengen met veilige en rechtvaardige planetairegrenzen.Het Nederlandse Nationale Biodiversiteit Strategie en Actie Plan (NBSAP)zal uiterlijk medio 2025 aan de Tweede Kamer worden gestuurd. In hetNBSAP zullen de maatregelen die genomen worden om de Nederlandsevoetafdruk te verminderen genoemd worden (Aanhangsel Handelingen II,2023/24, nr. 1856). Het kabinet wil eerst meer zicht op de consequentiesvan het al dan niet stellen van nieuwe limieten. Daartoe dient onder meerhet met behulp van consultatie van belanghebbenden het concretiserenvan handelingsperspectieven voor het reduceren van ketenemissies,waarover het vorige kabinet u heeft geïnformeerd (Kamerstuk 32 813,nr. 1397) en het kabinet u later dit jaar zal informeren. Ook zal in hetKlimaatplan worden ingegaan op de inzet van het kabinet ketenemissiesterug te dringen en daartoe handelingsperspectief te identificeren.Ook adviseert de AIV om in te zetten op ambitieuze NederlandseIMVO-wetgeving. Zoals aangegeven heeft het vorige kabinet zich ingezetvoor totstandkoming van Europese IMVO-wetgeving. Europese regelsvoor multinationale bedrijven zorgen voor een gelijk speelveld met anderebedrijven in de EU en een grotere impact bij het bevorderen van mensen-rechten en milieu en klimaatbescherming. De Europese richtlijn gepastezorgvuldigheid (de Corporate Sustainability Due Diligence Directive,CSDDD) is op 25 juli jl. in werking getreden. Lidstaten hebben twee jaar detijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. Het kabinet isgestart met de implementatie. Het uitgangspunt is om de richtlijn,conform staand kabinetsbeleid, zuiver en lastenluw te implementeren. Hetkabinet zal bedrijven ondersteunen met o.a. het IMVO-steunpunt en hetbevorderen van sectorale samenwerking.9. Investeer in breed maatschappelijk draagvlak binnenNederland Investeer in breed maatschappelijk draagvlak binnen Nederland voor eenwereldwijd rechtvaardige klimaattransitie, o.a. in het kader van hetburgerberaad over klimaat- en energiebeleid.Voor draagvlak voor klimaatbeleid is het cruciaal dat mensen dat beleidals rechtvaardig ervaren. De WRR toont aan dat Nederlanders voor derechtvaardigheid van klimaatbeleid onder andere het behoud van eenminimale ondergrens, de effectiviteit van beleid, en het principe devervuiler betaalt, belangrijk vinden.1 Zoals in de Klimaatnota gesteld, lagde primaire focus van klimaatbeleid lang op de (kosten)effectiviteit vanmaatregelen. Met het beleidspakket van het voorjaar van 2023, heeft eenaccentverschuiving plaatsgevonden naar meer aandacht voor hande-lingsperspectief, solidariteit en draagkracht.8 Voor betaalbaarheid was allanger veel aandacht. Om draagvlak voor de klimaattransitie te behoudenis het belangrijk dat er blijvende aandacht is voor deze onderwerpen.Daarnaast is in 2022 het Nationaal Klimaatplatform (NKP) opgericht ommaatschappelijke betrokkenheid bij klimaatbeleid te vergroten. Hetplatform voert dialoog in de samenleving met bijzondere aandacht voor8Klimaatnota 2023 | Rapport | Kamerstuk 2023D44480Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14187 rechtvaardigheid en groepen die minder betrokkenheid voelen bij hetonderwerp. Het platform signaleert kansen en knelpunten voor versnellingen rapporteert die meerdere keren per jaar in een rapport aan de Ministervan Klimaat en Groene Groei.De AIV refereert in het advies ook aan het Nationaal BurgerberaadKlimaat, dat het kabinet in 2023 heeft ingesteld en begin 2025 van start zalgaan.9 Uw Kamer is in februari geïnformeerd over de voortgang van hetburgerberaad.10 Door te streven naar een representatieve afspiegeling vanburgers in het burgerberaad komen verschillende perspectieven naarvoren wat zorgt voor meer herkenbaarheid bij diverse groepen in debevolking. De adviezen van de gelote burgers worden daarmee eerder alslegitiem en minder polariserend ervaren. Beleid gebaseerd op dezeadviezen leidt daarmee naar verwachting tot groter draagvlak onder debevolking. Om tot een goed gewogen advies te komen krijgen deelnemersvan het burgerberaad feitelijke en gebalanceerde informatie. Zo kunnende deelnemers aan het burgerberaad het klimaatprobleem, inclusief deinternationale dimensie, en de vraag die hen gesteld wordt (hoe eten,spullen gebruiken en reizen op een manier kan die beter is voor hetklimaat) goed begrijpen. In de organisatie van het burgerberaad zullenexperts ervoor zorgen dat er onder meer kennis wordt gedeeld overduurzaamheid, gedrag, economie, ethiek en ook bestaande wetten enafspraken.De experts worden door het onafhankelijke secretariaat aangesteld endesgewenst door deelnemers zelf aangedragen. Het AIV advies zal alswaardevolle invalshoek en informatiebron voor het burgerberaad met hetsecretariaat worden gedeeld.De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,R.J. KleverDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. Hermans9Instellingsbesluit burgerforum klimaat- en energiebeleid | Besluit | Rijksoverheid.nl10Kamerstukken 32 813 en 30 184, nr. 1350Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 14188
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.