Uitkomsten extern onderzoek Risico Analyse Model (RAM)
Brontekst
Versie 4acb99cd98503268 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 066BelastingdienstNr. 1465 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 maart 2025Mijn ambtsvoorganger heeft in de Kamerbrief van 31 augustus 20231tezamen met de voormalig Staatssecretaris van Financiën – Toeslagen enDouane – aangegeven dat er een extern onderzoek naar het RisicoAnalyse Model plaatsvindt. Uw Kamer is op 19 december 20232 geïnfor-meerd over de start van de aanbesteding van het externe onderzoek en deonderzoeksvragen. Met de stand van zakenbrief Belastingdienst3 van7 februari 2024 bent u geïnformeerd over de voortgang. KPMG heeft ditonderzoek inmiddels afgerond. Hierbij ontvangt u, mede namens deStaatssecretaris van Financiën – Herstel en Toeslagen – het rapport(bijlage 1) en mijn reactie hierop.Ook heeft het lid Omtzigt op grond van artikel 68 van de Grondwetgevraagd om alle memo’s over RAM die de top van de Belastingdienst(vanaf schaal 16) en/of de politieke top bereikt hebben sinds 2015, aan uwKamer te verstrekken. Bijgaand (bijlage 2) verstrek ik deze informatie.De Belastingdienst maakte 20 jaar lang gebruik van een database waarin(fiscale) gegevens van burgers en bedrijven waren opgenomen. Dit washet Risico Analyse Model (RAM). De Belastingdienst heeft RAM in mei2018 uitgeschakeld, voor de inwerkingtreding van de Algemene Veror-dening Gegevensbescherming, wegens strijdigheid met deze wetgevingwegens onvoldoende mitigerende maatregelen. Op basis van hetonderzoek van KPMG concludeer ik dat het gebruik van RAM niet voldeedaan de destijds geldende (wettelijke) eisen op het gebied van privacywet-geving, beveiligingsvoorschriften en de Archiefwet. Ik stel vast dat deBelastingdienst RAM niet had moeten en mogen gebruiken en ik betreurdat. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft aangegeven verderonderzoek te verrichten naar RAM. Daarnaast onderzoekt de Belasting-1Kamerstukken II, 31 066, nr. 12762Kamerstukken II, 31 066, nr. 13263Kamerstukken II, 31 066, nr. 1338 kst-31066-1465ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14651 dienst of het gebruik van gegevens uit RAM in specifieke situatiesmogelijk tot een schending van grondrechten heeft geleid.Burgers en bedrijven moeten er zeker van kunnen zijn dat de Belasting-dienst conform wet- en regelgeving werkt, waaronder de algemenebeginselen van behoorlijk bestuur en dat zij vertrouwen kunnen stellen inde Belastingdienst. Vanaf 2018 zijn verbeteringen doorgevoerd die leidentot een betere balans tussen toezicht en gegevensbescherming. Ondermeer de vergroting van het bewustzijn en de introductie van waarborgenhebben ertoe geleid dat beter omgegaan wordt met gegevensbe-scherming en beveiliging. De Belastingdienst van nu functioneertdaarmee anders dan de Belastingdienst van toen. Er wordt nog steedstoezicht gehouden en dit blijft een data-intensieve taak, maar wel omkleedmet de nodige waarborgen. Desondanks is er nog het nodige werk teverzetten, getuige ook het recente advies van de AP.4De opzet van deze briefIn deze brief ga ik in op wat RAM was, RAM in relatie tot wettelijke eisenen interne kaders, de besluitvorming over RAM en met RAM vergelijkbarerisico-analysesystemen. Per deelaspect vat ik samen welke bevindingenKPMG daarbij heeft. Daarna reageer ik op dat aspect en beschrijf ik wat ersindsdien is veranderd bij de Belastingdienst en welke stappen er nog tezetten zijn. Tot slot besteed ik aandacht aan het verzoek om de memo’sover RAM te openbaren en het onderzoek dat de AP verricht naar RAM.Voor het KPMG onderzoek geldt dat gezien de lange historie van RAM, hetgebruik van RAM reeds zes jaar voor aanvang van het onderzoek isstopgezet en dat het systeem inclusief bijbehorende gegevens niet meerbeschikbaar is, niet alle informatie die benodigd is voor het volledigbeantwoorden van de onderzoeksvragen aanwezig is.1. Wat was RAM 1.1. Bevindingen KPMG Vanaf 1998 groeide de behoefte om centraal binnen de Belastingdienst tebeschikken over de belastingrisico’s per branche. Daarnaast moest decontrole van midden- en kleinbedrijven efficiënter en effectiever plaats-vinden, wegens een beperkte controlecapaciteit en het groeiende aantalMKB-bedrijven. Door ontbrekende applicatiefunctionaliteiten ontwik-kelden medewerkers eigen voorzieningen om hier invulling aan te geven.Zo ontstond RAM in 1998 als database. Medewerkers hoefden niet langerper belastingplichtige informatie in verschillende bronsystemen op tezoeken, maar konden in RAM van één of meerdere belastingplichtigengegevens vanuit verschillende bronnen in één keer raadplegen. Geleidelijkwerd deze database uitgebouwd van lokale applicatie tot een omvangrijkdatawarehouse. Het aantal gebruikers nam toe tot 281. Belastingdienst-medewerkers die betrokken waren bij het houden van toezicht kondengegevensselecties aanvragen bij deze gebruikers en gegevens kondennaar Excel worden geëxporteerd. Hierdoor werden de resultaten uit RAMbreed binnen de Belastingdienst gebruikt. RAM werd intensief gebruikt,tot het in mei 2018 werd uitgeschakeld. Zo zijn er in 2017 circa20.000 selecties gemaakt van gegevens over burgers of bedrijven en trofKPMG 1.170 unieke spreadsheets met RAM-selecties aan. RAM werd ookgebruikt voor gegevensleveringen aan andere (overheids)organisaties,voornamelijk in het justitie- en sociale domein. Uit interviews bleek dat debehoefte aan een dergelijk systeem als RAM in de tijd werd versterkt door4Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 761, nr. 311Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14652 de gevoelde maatschappelijke en politieke druk om goed toezicht uit tekunnen voeren en waar nodig fraude te bestrijden met informatiegestuurdtoezicht.Uiteindelijk zijn de data van 69 interne en externe bronsystemen in RAMopgenomen, waarmee RAM uitgebreide gegevens van vrijwel allebelastingmiddelen en alle belastingplichtige bedrijven en particulierenbevatte. Zo omvatte RAM-tabellen gegevens over aangiften, toeslagen,vastgoed, bedrijven en autobezit, maar ook eerste en tweede nationaliteiten fiscaal strafrechtelijke gegevens. Social media gegevens zijn daarbijniet aangetroffen en uit interviews is gebleken dat die niet in RAM warenopgenomen.In RAM waren ook totalen opgenomen of die werden berekend vanbijvoorbeeld aantallen per belastingplichtige, per kantoor, per land of perfiscaal dienstverlener. Dit betrof bijvoorbeeld het aantal keer dat eennationaliteit voorkwam, het aantal registraties van fiscaal strafrechtelijkegegevens of het aantal registraties in de Fraude Signaleringsvoorziening(FSV). Daarnaast waren er berekende risico-indicatoren aanwezig. Dezehadden betrekking op verhoudingscijfers, zoals de omzet in relatie tot dewinst (materialiteit) of op Fiscaal Dienstverleners (FD’s). Voor FD’s warenprocesparameters, toezichtparameters en marginale toetsingsparametersaanwezig. Op basis van de proces- en toezichtparameters werd eenrisicoscore voor een fiscaal dienstverlener berekend. KPMG heeft dezegegevens aangetroffen in de spreadsheets, maar heeft niet kunnenvaststellen hoe deze gegevens zijn gebruikt.Met het uitzetten van RAM viel een systeem weg dat belangrijk was in hetuitoefenen van toezicht. Om alsnog aan deze toezichtstaak te voldoen,heeft de Belastingdienst vervangende voorzieningen voor RAM opgezet.Daar zijn drie verschillende scenario’s gelijktijdig voor uitgewerkt.•Spoor 1 is ingezet als noodvoorziening en had als doel eengeschoonde RAM database beschikbaar te stellen die AVG-compliantwas. Spoor 1 was actief per 15 juni 2018 en is in mei 2019 beëindigd.10 gebruikers hadden toegang en voor hen was extern e-mailen,internet- en USB-toegang uitgeschakeld. Uit interviews blijkt dat hetgebruik van spoor 1 slechts was toegestaan op basis van eenomschreven opdracht per zoekslag en omschreven gebruiksvoorwaar-den en procedures; een zogenoemde Willen, Mogen en Kunnen (WMK)toets. KPMG heeft niet onderzocht of de database daadwerkelijkAVG-compliant werd gemaakt.•Spoor 2 is opgezet als noodvoorziening met als doel om een geheelnieuw systeem in te richten dat de taken van RAM kon overnemen endat voldeed aan de AVG. Dit betrof de (geschoonde) dataset uitspoor 1, die door analisten aangevuld kon worden met brongegevens,indien het gebruik van deze brongegevens werd goedgekeurd dooreen stuurgroep. Circa 25 gebruikers hadden toegang. Spoor 2 wasactief van 27 augustus 2018 tot 1 januari 2021. Daarna hebben noggegevensleveringen plaatsgevonden uit deze voorziening voor enkelespecifieke toezichtsvraagstukken. In afwijking van het rapport vanKPMG hebben deze leveringen plaatsgevonden tot in het vierdekwartaal van 2024.•Spoor 3 is opgezet als structurele oplossing om analyses in het kadervan subjectgericht toezicht te ondersteunen en als alternatief voorRAM, waarbij een minimale hoeveelheid gegevens verwerkt werd diebovendien AVG-compliant was. Dit spoor is onafhankelijk van RAM ende sporen 1 en 2 opgezet. Spoor 3 bevatte «opgewerkte gegevens» inplaats van brongegevens en een beperkt aantal medewerkers(maximaal circa 15) had toegang. Spoor 3 was actief vanaf 25 mei 2019tot en met december 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14653 Specifiek voor Dienst Toeslagen geldt dat uit het KPMG rapport blijkt datvijf medewerkers van Toeslagen toegang hadden tot RAM, maar datdaarbij niet duidelijk wordt of en hoe zij RAM ook daadwerkelijk gebruikthebben. Uit de enquête van KPMG blijkt dat door vier personen isaangegeven dat zij de gegevens van Toeslagen gebruikten. Omdat deenquête anoniem was, is niet bekend waar de betreffende viermedewerkers werkzaam waren. Op basis van de logging over 2017 isvastgesteld dat in 2017 één uitdraai is gemaakt voor gegevens uit RAMdoor een medewerker van Toeslagen zelf. KPMG stelt voor Toeslagen datop basis van de beschikbare onderzoeksinformatie het daadwerkelijkegebruik bij toezicht van gegevens uit RAM niet meer te achterhalen is enderhalve bovenstaande de enige beschikbare informatie is waar KPMGeen verband tussen Dienst Toeslagen en RAM heeft aangetroffen.Specifiek voor de Douane blijkt uit het KPMG rapport dat viermedewerkers van de Douane toegang hadden tot RAM en dat ook bij deDouane niet duidelijk is geworden of en hoe zij RAM daadwerkelijkgebruikt hebben. Uit de anonieme enquête blijkt dat een persoon heeftaangegeven voornamelijk de gegevens van de Douane te gebruiken.Daarnaast is in de enquête aangegeven dat een persoon vanuit de Douanetoegang heeft gehad en/of gebruik heeft gemaakt van RAM.Op basis van de logging over 2017 is voor de Douane vastgesteld dat indat jaar 137 uitdraaien zijn gemaakt voor gegevens uit RAM door eenmedewerker van de Douane. KPMG stelt voor Douane, net als bij DienstToeslagen, dat op basis van de beschikbare onderzoeksinformatie hetdaadwerkelijk gebruik bij toezicht van gegevens uit RAM niet meer teachterhalen is. Verder worden in een document uit 2017 opvragingen vooreen tactische verkenning voor twee gezamenlijke projecten van Belasting-dienst en Douane genoemd.1.2 Belastingplichtigen in RAM RAM was een database waarin (fiscale) gegevens van burgers enbedrijven waren opgenomen, waarin veel databronnen aan elkaar werdengekoppeld en gegevens van vrijwel alle belastingplichtigen warenopgenomen. Alhoewel RAM niet voldeed aan de wettelijke eisen eninterne kaders, ondervond een belastingplichtige geen schade of nadeelvan het enkele feit dat zijn of haar gegevens waren opgenomen in RAM.De gegevens van deze belastingplichtigen waren immers ook in afzonder-lijke systemen van de Belastingdienst of in andere (basis)registratiesbeschikbaar.Er kan wel nadeel zijn ontstaan op het moment dat met gegevens uit RAMaanvullende informatie werd gegenereerd die niet in de afzonderlijke(bron)systemen beschikbaar was, deze informatie gebruikt werd in hettoezicht op het niveau van een belastingplichtige of zijn fiscaal dienstver-lener en er onvoldoende waarborgen waren dat dit op een juiste maniergebeurde. Die aanvullende informatie betrof berekende velden mettotalen die in RAM waren opgenomen en risicoscores die voor een fiscaaldienstverlener werden berekend. Alhoewel deze totalen en risicoscoreszijn aangetroffen door KPMG in spreadsheets, heeft KPMG niet kunnenvaststellen of deze benut zijn en op welke wijze. Gezien de verstreken tijden het feit dat KPMG het gebruik niet heeft kunnen vaststellen, zie ik geenmogelijkheid om dat inzicht alsnog te krijgen.In de volgende paragraaf ga ik in op hoe nu omgegaan wordt metselectie-instrumenten op basis van risico-indicatoren bij de Belasting-dienst en in paragraaf 2.2.2 ga ik nader in op eventueel nadeel dat isontstaan door het maken van bepaalde selecties in RAM, zoals opnationaliteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14654 1.3 Gebruik selectie-instrumenten op basis van risico-indicatoren De Belastingdienst gebruikt selectie-instrumenten, zoals risicomodellen ofselectiemodules met als doel aangiften en aanvragen waarin onzeker-heden worden onderkend te selecteren voor een handmatige controle.Selectiemodules maken gebruik van simpele beslisregels – opgestelddoor vaktechnische experts – waar een wel/niet antwoord uit volgt.Risicomodellen maken gebruik (al dan niet in combinatie met beslisregels)van een statistische weging om te bepalen hoe groot een risico is.Er is een waarborgenkader selectie-instrumenten ontwikkeld en aan uwKamer gestuurd5 waarbinnen gewerkt dient te gaan worden. Hetwaarborgenkader wordt momenteel doorontwikkeld tot een integraalkwaliteitsmanagement systeem voor alle gegevensverwerking binnen deBelastingdienst onafhankelijk van de verwerking of het gebruik (zoalsAlgoritmen, AI, selectie-instrument). Nu al worden er bias- en fairness-toetsen uitgevoerd om inzichtelijk te hebben waar onderscheid tussengroepen op ongewenste gronden wordt gemaakt of te voorkomen dat ditonderscheid wordt gemaakt. Er worden mensenrechten toetsen gedaantijdens de ontwikkeling van risicomodellen, de zogenoemde ImpactAssessment Mensenrechten en Algoritmes (IAMA). De selectieregels vaneen model worden getoetst aan de AVG. Ook is er een ethisch team datmultidisciplinair werkt aan de ethische vraagstukken rondom de inzet vanalgoritmes. Tot slot zorgt de Belastingdienst ervoor dat voor het einde van2025 alle algoritmes met hoge impact in het Nederlandse Algoritme-register zijn opgenomen. In mei 2025 wordt de voortgang aan u gerappor-teerd via de Jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk.1.4 Gevonden spreadsheets uit RAM KPMG heeft in het onderzoek 1.170 unieke RAM spreadsheets aange-troffen in archiefbestanden op netwerkschijven van de Belastingdienst.17 spreadsheets zijn door medewerkers aangeleverd, de overigespreadsheets stonden in een archief dat niet toegankelijk was voormedewerkers. Daarnaast kwam in interviews naar voren dat mogelijk oplokale schijven en op USB-sticks nog andere RAM spreadsheets zijnopgeslagen. Het is onaannemelijk dat medewerkers nog toegang hebbentot USB-sticks met RAM spreadsheets. Oude USB-sticks zijn niet meer tegebruiken, ook niet buiten de werkomgeving van de Belastingdienst.Sinds medio 2023 kunnen alleen nieuw uitgereikte USB-sticks methardwarematige beveiliging op de werkomgeving van de Belastingdienstgebruikt worden. Bovendien is slechts voor een beperkt aantalmedewerkers met specifieke taken een ontheffing te krijgen voor hetgebruik van een USB-stick en is het beleid6 om strikt met het gebruik vanUSB-sticks om te gaan.De Belastingdienst zal andere omgevingen op spreadsheets uit RAMdoorzoeken die niet geraakt zijn in het KPMG onderzoek en eventueel aante treffen bestanden veiligstellen in een datakluis en de bestanden op deoorspronkelijke locatie verwijderen.Conform de selectielijst Belastingdienst Centrale Administratie7 kennen demeeste bestanden die in het primaire proces gebruikt worden, vernieti-gingstermijnen van 5, 7 of 12 jaar, afhankelijk van het belang dat eendergelijk bestand heeft voor het uitvoeringsproces en voor welk belasting-5Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 066, nr. 12056Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 066, nr. 12367https://www.nationaalarchief.nl/sites/default/files/field-file/selectielijsten/selectielijst_belastingdienst_ca_vastgesteld_stcrt_22488.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14655 middel het bestand gebruikt werd. Afhankelijk van de aanmaakdatum vande spreadsheet, had een groot gedeelte van de 1.170 aangetroffenspreadsheets overeenkomstig de Archiefwet vernietigd moeten zijn. Hetkleine aantal spreadsheets dat is aangetroffen uit de laatste jaren dat RAMwerd gebruikt, bevestigt het beeld dat de Belastingdienst het archief-beheer onvoldoende op orde had. In de Kabinetsreactie op het rapport«Ongekend onrecht» is aangekondigd dat het archiefbeheer bij deRijksoverheid moet verbeteren en is het programma Informatie op Ordeaangekondigd. Met dit programma worden de Wet open overheid en deArchiefwet verder geïmplementeerd. Het streven is om de informatiehuis-houding bij de Belastingdienst per 2026 naar een hoger volwassenheids-niveau te brengen.1.5 Verstrekken van gegevens uit RAM aan andere organisaties Ik maak uit het KPMG onderzoek op dat RAM een vehikel was omprojecten die overheidsbreed werden uitgevoerd van data te voorzien. Erzijn bijvoorbeeld gegevensverstrekkingen naar voren gekomen aan desamenwerkingsverbanden Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA), hetFinancieel Expertise Centrum (FEC), de Regionale Informatie- enExpertisecentra (RIEC’s), het Landelijk Informatie- en Expertisecentrum(LIEC) en de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI).Dat het gebruik van RAM beperkt voldeed aan waarborgen rondomgegevensbescherming, betekent niet dat verondersteld moet worden dateen dataverstrekking aan andere partijen per definitie onrechtmatig was.Voor een verstrekking van data aan deze en andere partijen waren – ookdestijds – convenanten gesloten waarin is opgenomen welke dataverstrekt kunnen worden en welke wet- en regelgeving daaraan tengrondslag lag. Zonder RAM hadden grotendeels dezelfde data verstrektkunnen zijn als met RAM, alleen hadden dan data uit één of meerderesystemen van de Belastingdienst gecombineerd moeten worden.Gegevens die alleen in RAM beschikbaar waren vormen hierop eenuitzondering. Naast een verantwoordelijkheid bij de verstrekkende partij,rust ook een verantwoordelijkheid bij de ontvangende partij als verwer-kingsverantwoordelijke om ontvangen data te beoordelen op proportiona-liteit en subsidiariteit.Deze gegevensverstrekkingen hebben plaatsgevonden in een periode van20 jaar en uiterlijk tot mei 2018 met gegevens uit RAM. Uit eerdereanalyses naar aanleiding van vragen van uw Kamer over specifiekeprojecten van RIEC, LIEC en LSI werd duidelijk dat de data die werdengebruikt voor deze projecten niet meer beschikbaar waren. Gezien deverstreken tijd is het dan ook onmogelijk om te achterhalen hoe data vooroverheidsbrede projecten door andere organisaties beoordeeld engebruikt zijn.De Belastingdienst houdt tegenwoordig beter zicht op de gegevensver-strekkingen aan andere partijen. In nieuw opgestelde convenanten (en debijbehorende bijlagen) worden de afspraken vastgelegd over het leverenen ontvangen van (persoons)gegevens en hoe hier toezicht op wordtgehouden. De Belastingdienst houdt een overzicht bij van de op deconvenanten uitgevoerde toetsen, zoals de WMK-toets. Er zijn ookverbetermogelijkheden. Zo is nog niet elk convenant gepubliceerd op dewebsite van de Belastingdienst, lukt het nog niet om het streven terealiseren dat elk convenant periodiek wordt geëvalueerd en waar nodigherzien en bevat nog niet elk convenant de specificatie van de te leverengegevens als bijlage. Het toezicht op de afspraken voor gegevensdelingen de naleving van deze afspraken zal daarom binnen de Belastingdienstworden versterkt. In de stand van zakenbrief Belastingdienst die in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14656 najaar van 2025 aan u wordt aangeboden, informeer ik u nader over deuitvoering van deze verbeteracties.In het wetstraject Wet waarborgen gegevensverwerking Belastingdienst,Toeslagen en Douane (WGBTD)8 wordt een versteviging van de wettelijkegrondslagen voor onder andere het structureel verkrijgen van persoons-gegevens en het verstrekken van persoonsgegevens aan (overheids)orga-nisatie voorzien.Daarnaast is het uitgangspunt dat nieuwe verzoeken om gegevens-verstrekking door de Belastingdienst worden afgewezen, omdat dit eenniet-fiscale taak is, tenzij er zwaarwegende redenen voor honorering zijn.De redenen worden per casus getoetst en afgewogen. Door middel vaneen «verstrekkingenkader» wordt getoetst of de gevraagde gegevensnoodzakelijk zijn en of de doorbreking van de geheimhoudingsplichtevenredig is aan het beoogde doel. Deze vragen zijn van belang om tewaarborgen dat er zorgvuldig wordt omgegaan met gegevens vanbelastingplichtigen. Indien de noodzakelijkheid en evenredigheid zijnvastgesteld wordt van andere departementen verlangd dat zij in hun eigenwetgeving voorzien in een grondslag voor de Belastingdienst omgegevens te mogen verstrekken voor dit specifieke doel.1.6 Toezicht op Fiscaal Dienstverleners De Belastingdienst heeft als doel de compliance van de FD’s te vergrotenen via de FD’s die van zijn klanten. Dit bereikt de Belastingdienst onderandere door de kennis bij FD’s te vergroten, maar ook door te handhaven.In RAM waren hiervoor marginale, toezicht- en procesparameters,totaalscores en risicoscores beschikbaar, waar ook variabelen in betrokkenwerden als het aantal FSV meldingen.Voor het handhaven en het bijbehorende toezichtsproces gebruikt deBelastingdienst tegenwoordig de FD-monitor. Met deze monitor krijgt deBelastingdienst per FD inzicht in bijvoorbeeld het aantal maal dat uitstel isverleend, aangiften afwijkend van de indiening zijn vastgesteld en ofsprake is van aangifteverzuim. Van het klantenbestand van de FD wordtinzichtelijk welke branches dit betreft, wat het financieel belang is en of ersprake is van horizontaal toezicht. Buiten deze gegevens, spelenkenmerken van het klantenbestand geen rol in het toezicht op FD’s.Op dit moment vindt een inventarisatie plaats of de waarborgen op grondwaarvan de FD-monitor wordt gebruikt afdoende zijn. Afhankelijk van deuitkomst van deze inventarisatie worden vervolgstappen bepaald.Daarnaast worden soortgelijke FD’s met een query met elkaar vergelekenop basis van procesvariabelen als tijdige, juiste en volledige aangiften.Afwijkingen tussen FD’s worden nader geanalyseerd en indien nodigbetrokken in een interventie, zoals een kwaliteitsgesprek.1.7 Lokaal ontwikkelde applicaties (LOA) Uit de bevindingen over LOA’s maak ik op dat het initiatief voor RAMontstond uit een gebrek aan digitale ondersteuning bij het houden vantoezicht. Om die taken efficiënt uit te kunnen voeren, werd het systeemRAM ontwikkeld «vanaf de werkvloer». Het systeem was nooit voorzienom op landelijk niveau gebruikt te worden en er werd niet als zodanig op8Kamerstukken II 2022/23, 32 761, nr. 281.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14657 gestuurd in de ontwikkeling. Daardoor kon een systeem ontstaan met eengebrek aan voldoende uniforme waarborgen.Tegenwoordig neemt de Belastingdienst zoveel als mogelijk applicatiesdie bedrijfskritisch en op lokaal niveau ontwikkeld zijn via de architectuurin beheer. Hiervoor worden deze applicaties omgebouwd tot zogenoemdeRobuuste Tijdelijke Voorzieningen en worden de voorwaarden die geldenvoor het voortbrengingsproces van de informatievoorziening vantoepassing. Dit betekent dat Belastingdienst-brede kaders en wet- enregelgeving ook op deze applicaties toegepast worden en ontstaat meerzicht op de naleving hiervan. Zo wordt via de architectuur gegevens-extractie uit systemen zeer beperkt toegestaan en expliciet beoordeeld.Overigens is de totstandkoming van een LOA nooit in zijn geheel tevoorkomen, omdat het opstellen van een spreadsheet immers al aan dezekwalificatie voldoet. De AP heeft in het jaarplan 2025 opgenomen dat hetin het kader van het toezichtarrangement onderzoek verricht naar deLOA’s binnen de Belastingdienst. Dit jaarplan wordt u met de stand vanzakenbrief Belastingdienst aangeboden, die rond dezelfde datum als dezebrief aan u wordt verstuurd.2. RAM in relatie tot wettelijke eisen en interne kaders KPMG heeft op basis van de nog beschikbare informatie onderzoekgedaan naar de wettelijke en interne kaders waar het de beveiliging,privacy, archivering, profilering betreft. Daarbij is KPMG uitgegaan van deeisen die ten tijde van de gehele levensduur van RAM van toepassingwaren.2.1 Beveiliging, privacy en archivering 2.1.1 Bevindingen KPMG Volgens KPMG was er een beperkt aantal beveiligingsmaatregelengetroffen om te kunnen voldoen aan de wettelijke en interne kaders voorinformatiebeveiliging.KPMG heeft op basis van documentatie en interviews afgeleid dat RAMvanaf 2012 aan circa 10 van de 27 beveiligingseisen voldeed. KPMG heeftook afgeleid dat de beveiligingsprocessen informeel van aard waren endat 200 van de 248 op autorisatieoverzichten aangetroffen gebruikers in2017 onbeperkte toegang hadden tot RAM. Zij konden gegevens in RAMexporteren en onbeveiligd via e-mail versturen of op USB-sticks plaatsen.In de periode 2012 tot en met 2017 heeft de Belastingdienst aanvullendebeveiligingsmaatregelen in RAM genomen, zoals het loggen van toegang,het onmogelijk maken van verspreiding van RAM-gegevens viaUSB-sticks en e-mail, het aanscherpen van autorisaties en het doorgebruikers kunnen pseudonimiseren van gegevensselecties.KPMG stelt vast dat in en rondom het RAM-systeem een beperkt aantaltechnische en organisatorische maatregelen waren getroffen om tekunnen voldoen aan de wettelijke kaders voor privacy en archivering. Hetwaarborgen van de naleving van de beginselen van privacy- en archive-ringswetgeving werd bijna geheel aan (eind)gebruikers van deRAM-gegevens overgelaten.KPMG stelt vast dat geen analyse van grondslagen en doelbinding heeftplaatsgevonden voor het koppelen van gegevens in RAM of voor hetmaken van selecties voor toezichtsactiviteiten. De gegevensverwerkingmet RAM was niet opgenomen in het register van verwerkingen en nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14658 aangemeld bij de Functionaris Gegevensbescherming van het Ministerievan Financiën of de externe privacytoezichthouder.KPMG heeft geconstateerd dat een beperkt aantal technische en organisa-torische maatregelen was getroffen. In interne onderzoeken heeft deBelastingdienst dit ook vastgesteld, bijvoorbeeld in een Gegevensbescher-mingseffectbeoordeling (GEB) in 2017, waarna maatregelen zijn getroffendie hierboven reeds zijn genoemd, zoals de beperking van exportmogelijk-heden en het beperken van het aantal gebruikers. Uiteindelijk heeft deconstatering dat niet voldaan zou worden aan de voorwaarden van deAVG geleid tot het uitschakelen van RAM in mei 2018 bij de inwerking-treding van de AVG. Andere maatregelen, zoals het introduceren vanleveringscriteria en een intakeformulier en het kunnen pseudonimiseren,waren in beperkte mate geoperationaliseerd.2.1.2 Beheersing gegevensbescherming De verbeteringen die de Belastingdienst heeft ingezet om te voldoen aande AVG, zijn vanaf 2018 gestart. Dat was te laat om aan de AVG tevoldoen. Alhoewel het voldoen aan de AVG continu aandacht vereist, zieik dat de Belastingdienst de achterstand op dit gebied inloopt, maar ookdat er nog verdere verbeteringen zijn te treffen.Om medewerkers te ondersteunen met kennis over privacyrecht is er eenvaktechnische structuur opgezet en zijn vanaf 2018 datacoördinatorenaangesteld. Het bewustzijn van medewerkers op het gebied vanzorgvuldig gebruik van gegevens, informatiebeveiliging en privacy isvergroot door bewustwordingsacties, verplichte awareness cursussen,ook op het gebied van vooroordelen. Alle nieuwe medewerkers van deBelastingdienst die in de uitvoering aan de slag gaan, worden hierinopgeleid in hun opleidingsprogramma. Voor huidige medewerkers is ereen apart opleidingsprogramma met deze aandachtsgebieden gestart.Ik heb uw Kamer geïnformeerd9 dat de Belastingdienst een toetsingverricht op de opzet van alle bedrijfsprocessen op onderdelen van deAVG, Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en Archiefwet.Hiermee ontstaat er inzicht in de processen en risico’s, waardoor debeheersing verbetert. In de stand van zakenbrief Belastingdienst, die ronddezelfde datum als deze brief aan u wordt aangeboden, wordt naderingegaan op de activiteiten die de Belastingdienst uitvoert en nog moetuitvoeren in het kader van de AVG.Veel van de applicaties die de Belastingdienst gebruikt voorzien niet inlogging en monitoring. De Belastingdienst beziet welke maatregelenkunnen bijdragen aan het verantwoorden over toegang tot specifiekeinformatie. Daarbij wordt gezocht naar methodes met weinig impact opde IV-portfolio.Verder is de Belastingdienst begonnen met de realisatie van het «need toknow» principe en dataminimalisatie. Dit krijgt de komende jaren verdervorm. De toenemende dreiging van ondermijning, technologischeontwikkelingen als cloudgebruik en het inrichtingsprincipe voor met namede toezichtsprocessen waardoor veel gegevens raadpleegbaar zijn, makendat er opnieuw nagedacht wordt over de invulling van het «need to know»principe. De ambitie is om te zorgen dat medewerkers alleen gegevenskunnen inzien die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taak.9Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 1338Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14659 2.2 Profilering 2.2.1 Bevindingen KPMG KPMG heeft geen aanwijzingen aangetroffen dat met RAM op ras,etniciteit of godsdienst is geselecteerd. KPMG heeft wel selectiesaangetroffen op andere aspecten, zoals nationaliteit. In 14 van de1.170 spreadsheets werd gebruik gemaakt van eerste en/of tweedenationaliteit als selectiecriterium. In deze spreadsheets werd geselecteerdop de Bulgaarse, Roemeense, Afghaanse en/of Albanese nationaliteit.Aanvullend bleek uit enquêtes dat in 4 toezichtprojecten geselecteerd zouzijn op de Chinese, Turkse, Italiaanse en Nederlandse nationaliteit. Dezespreadsheets zijn niet aangetroffen door KPMG. Met RAM was overigenseen voorselectie gemaakt van in totaal 17 nationaliteiten10 en zesgroepen11 nationaliteiten per adres. In het ontwerp van RAM was dezevoorselectie opgenomen, het daadwerkelijk gebruik hiervan is niet doorKPMG aangetroffen.Uit enquête is gebleken dat met RAM geselecteerd werd op postcodeeventueel in combinatie met huisnummer. Die selectie is aangetroffen in35 van de 1.170 unieke spreadsheets. In mindere mate werd geselecteerdop achternaam, IP-adres en fiscaal strafrechtelijke gegevens. Ook waren errisico-indicatoren beschikbaar in RAM, die zijn reeds beschreven inparagraaf 1.1 en daar ben ik in paragraaf 1.3 nader op in gegaan.KPMG stelt dat het wegens het ontbreken van een gestructureerdevastlegging in RAM en/of in individuele controledossiers geenmogelijkheid ziet om integraal eventuele nadelige effecten voor belasting-plichtigen te identificeren.2.2.2 Mogelijk sprake van ongelijke behandeling In het onderzoek van KPMG komt naar voren dat nationaliteiten vanbelastingplichtigen in RAM waren opgenomen. Als zonder zwaarwegenderedenen op nationaliteit is geselecteerd en dit gegeven als enige ofdoorslaggevende criterium is gebruikt voor het instellen van een controlevan de aangifte(n) van een specifieke belastingplichtige, kunnen belasting-plichtigen op basis van alleen nationaliteit ongelijk zijn behandeld. Ditmag zich nooit voordoen. Ik vind dat de Belastingdienst als een dergelijkgeval zich heeft voorgedaan, dit dient te corrigeren door de gevolgen vande selectie en het onderzoek terug te draaien. Dit is in lijn met een arrest12van de Hoge Raad, waarin wordt geconcludeerd dat gegevens verkregenuit onderzoek dat voortvloeit uit een selectie in strijd met een grondrecht,zoals het verbod op ongelijke behandeling op basis van afkomst,geaardheid of geloofsovertuiging, onder omstandigheden niet gebruiktmogen worden bij het vaststellen van een belastingaanslag.KPMG stelt dat eventuele nadelige effecten van het gebruik van RAM niette duiden zijn. De Belastingdienst wil dit toch proberen uit te zoeken,omdat een schending van een grondrecht vergaand is. Hiervoor gebruiktde Belastingdienst de werkwijze die ontwikkeld is om de Wet compensatiewegens selectie aan de poort uit te voeren. De Belastingdienst gaat bij de14 aangetroffen spreadsheets na of aangiften van belastingplichtigen zijngeselecteerd op voor het (fiscale) toezicht relevante en objectief gerecht-10Afghaans, Bosnisch, Bulgaars, Colombiaans, Egyptisch, Ghanees, Hongaars, Irakees, Iranees,Marokkaans, Nederlands, Nigeriaans, Pools, Roemeens, Surinaams, Tunesisch, Turks11Rest van Afrika, Australië en Oceanië, rest van Azië, rest van Europa, Noord-Amerika, rest vanZuid-Amerika12ECLI:NL:HR:2021:1748Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 146510 vaardigde gronden. Over de uitkomst van deze analyse, de mogelijkhedenen de eventuele noodzaak voor herstel informeer ik u uiterlijk in juni 2025.Een eventueel hersteltraject zou dan vorm kunnen krijgen in lijn met deWet compensatie wegens selectie aan de poort.2.2.3 Verwerking nationaliteit, fiscaal strafrechtelijke- of medischegegevens Uit het KPMG onderzoek bleek dat bijzondere persoonsgegevens engegevens over nationaliteit in RAM beschikbaar waren. Het aanwezig zijnvan dergelijke gegevens in RAM vind ik niet juist, omdat die gegevens nietzomaar voor andere doelen verwerkt mochten worden en dat verwerkingmet waarborgen omgeven moesten en moeten zijn.In sommige gevallen is het toegestaan om bijzondere persoonsgegevens,strafrechtelijke gegevens of nationaliteit te verwerken. U kunt hierbijdenken aan medische gegevens bij aftrekposten of het doen van eenberoep op een coulanceregeling naast het gebruik van strafrechtelijkegegevens bij het opleggen van boetes. Nationaliteit mag bijvoorbeeldverwerkt worden bij buitenlandse belastingplichtigen. Op 30 mei 2022 iseen overzicht13 met grondslagen voor het verwerken van nationaliteit aanuw Kamer gestuurd.Naar aanleiding van de bevindingen rondom de FSV is het programmaHerstellen, Verbeteren, Borgen uitgevoerd. In dit programma heeft deBelastingdienst alle centraal beheerde applicaties voor alle processen vande Belastingdienst doorzocht op het gebruik van nationaliteit, fiscaalstrafrechtelijke en medische gegevens en beoordeeld of er een rechts-grond voor bestaat. Voor 2 applicaties van de Belastingdienst is destijdsonvoldoende gebleken dat een rechtsgrond voor het registreren van dezetypen persoonsgegevens aanwezig is en zijn reeds passende maatregelengetroffen. Dit betroffen FSV (in februari 2020 uitgezet) en InvorderingLokaal (INL), waarover eerder met uw Kamer is gecommuniceerd14.3. Besluitvorming over RAM 3.1 Bevindingen KPMG Over de periode 1998 tot 2010 was de beslissingsbevoegdheid over RAMdecentraal belegd. KPMG heeft geen besluiten aangetroffen over hetinitieel ontwikkelen of over het toevoegen van gegevensbronnen aanRAM. Vanaf 2011 is met de vorming van landelijke directies de verant-woordelijkheid voor RAM op landelijk niveau belegd. Over die periodeheeft KPMG diverse beslissingen herleid.Er is diverse malen besloten om RAM niet stop te zetten, omwille van hetbelang dat RAM had in het toezicht. Er is naar het gebruik en werking vanRAM wel op meerdere momenten onderzoek uitgevoerd. Zo heeft deBelastingdienst in 2016 een onderzoek laten uitvoeren door de SIG(Software Improvement Groep) en uw Kamer over onder meer ditonderzoek in reactie op Kamervragen van oktober 2023 geïnformeerd. Opbasis van onderzoeken zijn voor de geconstateerde risico’s aanvullendetechnische, privacy of beveiligingsmaatregelen voorgesteld. Niet alledestijds voorgestelde verbeteringen zijn doorgevoerd of waren effectief.Uiteindelijk werd in april 2018 besloten tot het uitwerken van noodscena-13Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 31 066, nr. 1030, bijlage «overzicht expliciete (fiscale)wettelijke grondslagen gebruik nationaliteit Belastingdienst»14Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 31 066, nr. 1030, bijlage HVB voortgangsrapportage4e kwartaal 2021 – 1e kwartaal 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 146511 rio’s om RAM te vervangen en werd RAM direct voorafgaand aan deinwerkingtreding van de AVG uitgezet.3.2 Besluitvorming bij de Belastingdienst De Belastingdienst was ten tijde van RAM voornamelijk gericht op hetinvulling kunnen geven aan het houden van toezicht. Andere zaken, zoalsgegevensbescherming, waren ondergeschikt. Dit blijkt ook uit de doorKPMG in beeld gebrachte besluitvorming over RAM. Bij meerderebeslissingen over het voortbestaan van RAM werd het belang dat RAMhad voor het toezicht zwaarder meegewogen op het moment dat zichrisico’s voordeden op het gebied van gegevensbescherming.Het is helder dat de Belastingdienst bij het gebruik van RAM rekening hadmoeten houden met wettelijke kaders. De Belastingdienst had ervoormoeten zorgen dat RAM aan de eisen voldeed of op een andere wijze inde informatiebehoefte van medewerkers en management belast mettoezicht moeten voorzien. Ook had de Belastingdienst kunnen signalerendat het beperkingen in het toezicht ervoer en dit (politiek) bespreekbaarkunnen maken.Met het programma besturing Belastingdienst en bijbehorende herin-richting van de topstructuur is de besturing van de Belastingdienstvereenvoudigd en verbeterd. De top van de Belastingdienst stuurt opstrategische onderwerpen en er worden sneller besluiten genomen meteen evenwichtige afweging tussen de verschillende collectieve belangen.Hierdoor worden Belastingdienst brede onderwerpen, zoals vaak metICT-systemen of processen het geval is, aan de juiste tafel besproken enmet hen die hierover een beslissing kunnen nemen. Daarnaast is opmeerdere manieren voorzien in het ontvangen en op de juiste tafel krijgenvan signalen vanuit de Belastingdienst, mede naar aanleiding van hetrapport «Ongekend Onrecht» van de Parlementaire ondervragingscom-missie Kinderopvangtoeslag. Tot slot wordt in de Stand van de uitvoeringen de Staat van de uitvoering op regelmatige basis gerapporteerd over deuitvoeringspraktijk en kunnen signalen uw Kamer bereiken.4. Met RAM vergelijkbare analysesystemen 4.1 Bevindingen KPMG KPMG heeft de hulpmiddelen en applicaties voor toezicht bij de Belasting-dienst, Dienst Toeslagen en Douane in kaart gebracht. Systemen/processen die aan elk van de onderstaande criteria voldoen, zijn geclassi-ficeerd als «vergelijkbaar met RAM:•Er bestaat de mogelijkheid tot:C(risico)selecties of de berekening van risicoscores,Cof het genereren van klantbeelden,•Het wordt gebruikt voor toezicht en/of handhaving,•Het betreft geen primair (transactie/relatie) systeem, bijvoorbeeld vooreen belastingmiddel,•Het systeem is de laatste 10 jaar in gebruik geweest.Twaalf systemen voldoen volgens KPMG aan deze criteria. Vijf systemenhiervan zijn nog in gebruik bij de Belastingdienst. Dit zijn: Gruff, InforaySelectie Module OB (SMOB), Infosjabloon, Klantbeeld toezicht applicatie(KTA) en het Invorderings Hulp Programma (IHP). Eén systeem is nog ingebruik bij de Douane, dit betreft Profielgebaseerd Risico Management(PRISMA).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 146512 KPMG heeft in dit onderzoek niet onderzocht of deze systemen voldoen ofvoldeden aan wettelijke kaders. Vanaf paragraaf 6.4 in het KPMG-rapport(bladzijde 262) is een overzicht opgenomen van de eigenschappen vandeze systemen en een nadere beschrijving.4.2 Omgang met RAM vergelijkbare analysesystemen De Belastingdienst heeft voor vijf systemen die nog in gebruik zijn eeneerste analyse (bijlage 3) uitgevoerd om een beeld te vormen over debeheersmaatregelen rondom privacy en informatiebeveiliging. De analyseheeft plaatsgevonden op basis van beschikbare documentatie engesprekken met betrokkenen. Uit de resultaten van de analyse blijkt dat desystemen worden gebruikt om klantbeelden ten behoeve van het toezichtsamen te stellen uit bronsystemen. Van de data die zijn opgenomen in desystemen is het logisch dat de Belastingdienst die inzet voor toezicht. Opbasis van de beschikbare informatie is niet gebleken dat er geautomati-seerde selecties en profilering plaatsvindt. Tevens is niet gebleken dat erbijzondere persoonsgegevens voorkomen in deze systemen.Op het gebied van informatiebeveiliging is geconstateerd dat erwaarborgen zijn genomen voor toegang, gegevensopslag, gegevensuit-wisseling en monitoring. De Belastingdienst onderkent ook risico’s enverbetermogelijkheden rondom de toegang, privacy en het toekomstbe-stendig maken van deze systemen. Een nadere analyse wordt uitgevoerdhoe geconstateerde verbetermogelijkheden kunnen worden doorgevoerd,zodat deze systemen meer toekomstbestendig kunnen worden gemaakt.Belangrijke elementen uit deze analyse zijn:•Een tijdspad voor het actualiseren van de verwerkingen en daar waarnodig uitvoeren van een DPIA;•Een planning van (voorgenomen) maatregelen die organisatorisch vanaard zijn en risico’s rondom ongeautoriseerde toegang kunnenmitigeren;•Een analyse van technische onmogelijkheden gerelateerd aan demoderniseringsopgave rondom autorisatieconcepten of logging metdaarbij:CPrioritering in het portfolio van de Belastingdienst (wanneer zijnmaatregelen nodig of worden applicaties vervangen).CPlanning van tijdelijke maatregelen om risico’s verder te beperken.Bij één systeem, de Klantbeeld Toezicht Applicatie (KTA), heeft deBelastingdienst direct verbeteringen doorgevoerd gezien de bevindingenrondom de toegang tot dat systeem. Op dit moment hebben22.000 gebruikers toegang tot KTA, waarin veel fiscale gegevens vanbelastingplichtigen te vinden zijn. Duizenden gebruikersaccounts die nietgerelateerd zijn aan directies die toezicht uitoefenen, worden gecontro-leerd ingetrokken. Daarnaast wordt naast de reeds beschikbare logging,actieve monitoring direct geïmplementeerd.Dergelijke maatregelen op het gebied van informatiebeveiliging werdenreeds voorzien in het kader van de aanpak weerbaarheid tegen onder-mijning en in het kader van de beheersing gegevensbescherming, zie voordit laatste paragraaf 2.1.2. Waar het de ondermijning betreft bent u met debrief van 25 april 202415 geïnformeerd. In die brief is het belang genoemdvan het beheer van autorisaties van ICT-systemen en logging enmonitoring, om het risico te beperken dat gegevens in verkeerde handenvallen. Met het oog op efficiënte en klantgerichte dienstverlening enlandelijk werken van de Belastingdienst, werden autorisaties breed15Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 1379Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 146513 verstrekt. De keerzijde is dat veel medewerkers toegang hadden totpersoonsgegevens.Daarnaast is vanuit de weerbaarheid aandacht voor de op dit momentbeperkte logging en monitoring van systemen bij de Belastingdienst.Hiervan onderkent de Belastingdienst dat de technische mogelijkhedenvoor logging en monitoring verbeterd moeten worden. Hiervoor kunnenpassieve (afwijking in toegang achteraf zichtbaar) en actieve monitoring(afwijkingen in toegang direct zichtbaar) worden gebruikt. Passievemonitoring is op een aantal systemen reeds mogelijk. Het voornemen isom actieve monitoring toe te passen op de meest risicovolle systemen.Het systeem Prisma wordt door de Douane gebruikt om selecties temaken op de goederenaangiften die de Douane via diverse aangifte-systemen ontvangt. Er kan met Prisma geen klantbeeld gegeneerdworden noch op andere wijze downloads worden gemaakt. De gegevens-elementen die in Prisma kunnen worden gebruikt zijn de gegevens dievoor elke aangifte moeten worden gebruikt door de aangever (bijlage Buit het Douane Wetboek van de Unie). Bij de vereiste gegevenselementenworden geen directe persoonsgegevens gevraagd, maar bedrijfsnamen.De Douane is wettelijk verplicht om douanecontroles hoofdzakelijk tebaseren op geautomatiseerde risicoanalyse (artikel 46 lid 2 DouaneWetboek van de Unie). In het kader van informatiebeveiliging zijn destandaard informatiebeveiligingsmaatregelen van de Douane vantoepassing.5. Tot slot 5.1 Resultaten verzoek artikel 68 Grondwet Bij de beantwoording van de Kamervragen over RAM op 13 oktober 2023,heeft mijn ambtsvoorganger de documenten betreffende RAM van deeerste zoekslag naar uw Kamer gezonden.16 Hierbij is benadrukt dat dezezoekslag enkel betrekking had op stukken die door het directieteam van deBelastingdienst zijn besproken en zijn opgenomen in Digidoc, het centralesysteem voor stukkenstroom en archivering daarvan binnen het Ministerievan Financiën.Er heeft inmiddels een vervolgzoekslag plaatsgevonden naar documentenin de mailboxen van diegene in de top die mogelijk met (besluitvormingover) RAM te maken hebben gehad. In bijlage 2 zend ik u de documentenover RAM die de top van Belastingdienst (vanaf schaal 16) en/of depolitieke top bereikt hebben sinds 2015. Voor de interpretatie van hetverzoek en de werkwijze van de zoekslag naar deze documenten verwijs iknaar bijlage 4. Voor dit informatieverzoek is alleen in mailboxen gezocht,voor de zoekactie ten behoeve van KPMG zijn daarnaast ook de netwerk-schijven op relevante documenten doorzocht. De documenten die doorKPMG in haar rapportage zijn genoemd, worden wanneer deze inzichtelijkzijn bij de volgende stand van zakenbrief Belastingdienst met uw Kamergedeeld.5.2 Onderzoek Autoriteit Persoonsgegevens Zoals eerder aangekondigd heeft de AP aangegeven een onderzoek naarRAM te starten.17 Het KPMG onderzoek evenals de resultaten van hetonderzoek ingevolge artikel 68 Grondwet zijn inmiddels aan de AP16Kamerstukken II, 31 066, nr. 130217Kamerstukken II, 31 066, nr. 1276Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 146514 verstrekt. Als onafhankelijk toezichthouder bepaalt de AP de scope van hetvervolgonderzoek, de planning en op welke wijze wordt gerapporteerd.5.3 Afsluitend In deze brief heb ik beschreven hoe de Belastingdienst in het verleden isomgegaan met RAM en welke conclusies en acties ik daaraan verbind.Daarnaast heb ik genoemd op welke wijze de Belastingdienst nu werktmet aspecten als gegevensbescherming, gegevensverstrekking,bijzondere persoonsgegevens en besluitvorming. Tot slot heb ik aandachtbesteed aan stappen die de Belastingdienst nog wil zetten ter verdereverbetering. Hierover ga ik graag met u het gesprek aan. Als u behoefteheeft aan een nadere toelichting op het KPMG rapport, is de Belasting-dienst hiervoor beschikbaar.De Staatssecretaris van Financiën,T. van OostenbruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 146515
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.