Kabinetsreactie op het Rli-advies "Samen Werken: kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen"
Brontekst
Versie 8f04b17bb5241afd · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 637BedrijfslevenbeleidNr. 633 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN ENKLIMAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 maart 2024De Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur (Rli) heeft op 31 oktober2023 het advies uitgebracht «Samen Werken: kiezen voor toekomstbe-stendige bedrijventerreinen».1 Dit advies gaat over hoe de verduurzamingvan bedrijventerreinen en de bedrijven die er gevestigd zijn te versnellen.En wat dit betekent voor rollen, verantwoordelijkheden en instrumentenvan de Rijksoverheid, andere overheden, marktpartijen en de samen-leving. Het advies heb ik op 31 oktober 2023 in ontvangst genomen. Indeze brief geef ik, conform toezegging en mede namens de Ministers vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Infrastructuur enWaterstaat (IenW), voor Klimaat en Energie (K&E) en Natuur en Stikstof(N&S) en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) eenschriftelijke reactie op het advies.Rli advies «Samen Werken: kiezen voor toekomstbestendigebedrijventerreinen»De Rli doet aan het Rijk drie overkoepelende aanbevelingen voor deversnelling van verduurzaming bedrijventerreinen:1.Formuleer een toekomstbeeld voor duurzame bedrijventerreinen metmeetbare doelstellingen en tijdspad.2.Samenwerking in georganiseerd verband op bedrijventerreinenverleidelijk maken en uiteindelijk verplicht stellen.3.Zorgen voor een heldere rolverdeling tussen de overheden enuitvoeringsinstanties die betrokken zijn bij verduurzamingbedrijventerreinen.Kabinetsreactie op het Rli-advies «Samen Werken»Het Rli-advies zet bedrijventerreinen én het potentieel hiervan voorverduurzaming op de kaart. Bedrijventerreinen kunnen een belangrijke1Samen Werken – kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen, Rli, 31 oktober 2023 kst-32637-633ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6331 katalysator zijn in de transitie naar een klimaatneutrale, circulaire,natuurinclusieve en digitale samenleving. De Rli doet heldere aanbeve-lingen, waarvan het kabinet de richting herkent, zoals het belang vanverduurzaming, versterking van het organiserend vermogen, de behoefteaan een regierol en meer gezamenlijke duurzaamheidsdoelstellingenvanuit de overheid. Deze aanbevelingen zijn goed bruikbaar in deontwikkeling van (beleid rondom) toekomstbestendige bedrijventerreinen.In Nederland zijn er circa 3800 bedrijventerreinen. Daar heeft zo’n 30% vande werkzame beroepsbevolking een baan, wordt 40% van het brutobinnenlands product verdiend en 60% van de investeringen in onderzoeken ontwikkeling (R&D) wordt gedaan. Op bedrijventerreinen wordt zo’n50% van het gas en 27% van de elektriciteit verbruikt. Het zijn logischelocaties voor verschillende transities. Veel departementen zien mogelijk-heden bij bedrijventerreinen om een bijdrage te leveren aan de opgavewaarvoor zij verantwoordelijk zijn: bijvoorbeeld aan opgaven op hetgebied van de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie, natuurin-clusief, biodiversiteit, stikstof, mobiliteit en ondermijning.Collectieve initiatieven van bedrijven op bestaande bedrijventerreinenkunnen kansrijk zijn voor het behalen van deze maatschappelijke doelen,maar ook als mogelijke oplossing dienen voor bijvoorbeeld problemenrondom netcongestie. De beschikbaarheid van energie is in steedsbelangrijker mate een vestigingsplaatscriterium en in meer en meerregio’s een knelpunt. Collectieven van bedrijven kunnen kansrijk zijn voorduurzame mobiliteit door gezamenlijke aanleg van laadinfrastructuur,slimme uitwisseling van hernieuwbare energie en zo bijdragen aan hetverminderen van netcongestie. Groene daken en groenblauwedooradering van bedrijventerreinen kunnen ervoor zorgen dat water beterwordt opvangen en dragen bij aan koeling van de omgeving en biodiver-siteit. Ook is er een potentieel in het benutten van elkaars reststromen watbedraagt aan vermindering van het gebruik van grondstoffen (die steedsschaarser zijn) in het streven naar een circulaire economie in 2050.Het is daarvoor wel nodig om de verduurzaming op bedrijventerreinen alsRijk meer in samenhang aan te pakken. Dit is onderliggend een belang-rijke boodschap van de Rli. De huidige beleidsinspanningen van verschil-lende departementen lijken nog te vaak op zichzelf te staan. Er wordtbeperkt gebiedsgericht of te weinig vanuit integraliteit gestuurd. En datkan uiteindelijk zorgen voor een inefficiënte en niet-effectieve aanpak. Hetbereik van het ene doel kan er juist voor zorgen dat andere doelen nietbereikbaar zijn. Dit is voor ondernemers belastend en heeft een negatieveimpact op de animo voor de gebiedsgerichte verduurzaming. Een goedeorganisatiegraad op bedrijventerreinen en een betere aansluiting op deondernemersbehoefte kan dat voorkomen en er tevens toe leiden dat deondernemersbetrokkenheid gestalte krijgt.Ik zie het Rli-advies als belangrijke ondersteuning van de uitvoering vanhet Programma Ruimte voor Economie.2 In dit programma heb ikaangegeven dat ik de regietaak voor voldoende ruimte voor economischeactiviteit op mij neem. Het programma zal zich de komende jaren verderontwikkelen in samenwerking met de andere departementen, regionalepartijen en het bedrijfsleven. Het toekomstbestendig maken van bedrij-venterreinen is daar een onderdeel van.Een gecoördineerde aanpak kan ertoe leiden dat er door de synergie meermogelijk is dan vanuit iedere opgave op zich. Denk aan het beter benutten2Het Programma Ruimte voor Economie is op 13 oktober 2023 aangeboden aan de TweedeKamer (Kamerstuk 34 682, nr. 178)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6332 van bestaande bedrijventerreinen in combinatie met verduurzaming. Dithelpt bij de ruimtelijke opgave als gevolg van de energie- en circulairetransitie of dat er betaalbare bedrijfsruimten ingepast kunnen worden. Inreactie op het advies van de Rli, kondig ik daarom een interdeparte-mentale werkgroep aan, die als taak heeft om een beter overzicht tecreëren in aanpakken en programma’s voor de verduurzaming vanbedrijventerreinen.Dit betekent dat mijn ministerie in samenspraak met alle andere betrokkenministeries inventariseert welke programma’s er vanuit het Rijk (beleid/uitvoering) zich richten op verduurzaming bedrijventerreinen en met welkspecifiek doel. Dit overzicht analyseren we, waarbij we zoeken naaroverlap, conflicten, concurrentie, blinde vlekken en de werkbaarheid voorondernemers op bedrijventerreinen. Deze analyse bespreken weinterdepartementaal, waarbij we een antwoord formuleren op de vraagwat nodig is om de inzet vanuit het rijk rondom verduurzaming vanbedrijventerreinen efficiënter, effectiever en ondernemersgerichter tekrijgen. Het uiteindelijke doel van de interdepartementale werkgroep isom de regierol van de Rijksoverheid op het gebied van verduurzamen vanbedrijventerreinen vorm te geven. Vanzelfsprekend zal deze werkgroepook verbindingen leggen met de belangrijkste externe stakeholders.Zo kan ik ook goede verbindingen maken met andere belangen die rakenaan bedrijventerreinen, zoals het Programma Mooi Nederland (BZK),Agenda Natuurinclusief (LNV)3, Werklandschappen van de Toekomst,Mobiliteitsvisie 2050 (IenW), Landelijk Actieprogramma Netcongestie(EZK), het traject Grip op grootschalige bedrijfsvestigingen en hetNationaal Programma Circulaire Economie (IenW). Samen bevordert ditwerkgelegenheid én leefbaarheid.Daarnaast worden de aanbevelingen van het Rli opgepakt via drie sporen:1.Het opzetten van pilots voor toekomstbestendige bedrijventerreinen2.Het versterken van de organisatiegraad3.Het versterken van de uitvoeringskracht.1. Opzetten van pilots voor toekomstbestendige bedrijventerreinenToekomstbestendige bedrijventerreinen zijn een betekenisvol onderdeelvan het programma Ruimte voor Economie. Op het vandaag beschikbareareaal bedrijventerreinen moeten we werken aan het vestigingsklimaatvan morgen: bedrijven die innoveren, produceren en distribueren. Hierbijdraait het om beter benutten van de beschikbare ruimte, infrastructuur enverduurzaming met de focus op circulariteit, de energietransitie envergroening.Als onderdeel van het Nationaal Programma Ruimte voor Economie ga ikeen integrale aanpak ontwikkelen die leidt tot een betere benutting van deinfrastructuur, ruimte én verduurzaming van bedrijventerreinen via pilots.In de pilots gaan we de krachten van het Rijk, provincies, gemeenten,ondernemers en vastgoedeigenaren bundelen. Het gaat hier concreet omeen mix van herontwikkeling van gebieden, revitalisering van bestaandepanden en vernieuwing, efficiënt inrichten en benutten van infrastructurenvoor energie, circulariteit, biodiversiteit, internet en mobiliteit. Met depilots wordt ervaring opgedaan met het op een effectievere manier vanorganiseren en financieren hiervan. Doel is om de te ontwikkelen aanpak3Aan de agenda Natuurinclusief (LNV) is onlangs een nieuw domein bedrijventerreinentoegevoegd. Zie kamerstuk 33 576, nr. 359.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6333 ook elders toe te passen. Eveneens kunnen obstakels in de wet- enregelgeving worden geïdentificeerd.Voor het opzetten van deze pilots zijn de aanbevelingen van de Rli goedbruikbaar. Ik wil dit jaar starten met deze integrale pilots «toekomstbe-stendige bedrijventerreinen».2. Het versterken van de organisatiegraadHet versterken van de organisatiegraad op bedrijventerreinen is eencruciale voorwaarde om bedrijventerreinen versneld toekomstbestendigte maken. Hoe beter bedrijventerreinen georganiseerd zijn, hoe gemakke-lijker verduurzaming op gang komt.Het Rijk investeert actief in de versterking van deze organisatiekracht viahet Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen (PVB). Dit programmais door het Ministerie van BZK opgezet in nauwe samenwerking met hetMinisterie van EZK. De opzet van PVB met een landelijk kennis- ennetwerkplatform (expertise) én de uitvoering via de provincies(aansluiting op lokale en regionale structuren), is in lijn met het Rli-advies.Hiermee wordt voldaan aan een randvoorwaarde voor het verduurzamenvan bedrijventerreinen conform het advies van de Rli.Verder heb ik onderzocht of de BIZ (een Bedrijven Investeringszone) eengoed en aantrekkelijk instrument is voor de verduurzaming van bedrijven-terreinen en versterking van het organiserend vermogen. Uit hetbijgesloten onderzoek blijkt dat dit mogelijk is. In dit kader neem ik tweeacties. Ten eerste ga ik in gesprek met provincies en gemeenten overkennisontwikkeling en kennisdeling rondom de Bedrijven Investe-ringszone (BIZ). Daarbij leg ik de verbinding met PVB en VNO-NCW. Tentweede ga ik na of bij doorstart of ongewijzigde voortzetting van een BIZverlaagde draagvlakeisen mogelijk zijn.3. Het versterken van de uitvoeringskrachtDe uitvoeringskracht in de regio is eveneens van belang voor de verduur-zaming van bedrijventerreinen. Het kabinet heeft via de regeling CDOKE(Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat en Energie) hiervoormiddelen vrijgemaakt. De regeling is bestemd voor provincies engemeenten ten behoeve van inhuur van capaciteit zodat zij hun taken opgebied van klimaat en energie (met CO2-emissiereductie tot gevolg)kunnen uitvoeren.De CDOKE-middelen kunnen onder meer ingezet worden voor beleidgericht op het verduurzamen van bedrijventerreinen door provincies engemeenten. Dat beleid heeft immers CO2-emissiereductie tot gevolg. Hetkabinet roept de provincies en gemeenten op om de CDOKE voorverduurzaming bedrijventerreinen te benutten. Én om dit in samen-werking met de ondernemers op een bedrijventerrein te doen.Samen ondernemersgericht werken aan verduurzaming bedrijventer-reinenTot slot, het is belangrijk dat de verduurzaming van bedrijventerreinen ookondersteunend is aan de uitdagingen waar de ondernemers op bedrijven-terreinen voor staan. Dit vraagt dat we als overheden (Rijk, provincies,gemeenten) de verduurzamingsopgave op bedrijventerreinen echt samenmet de ondernemers vormgeven; waar nodig ontzorgen en tegelijkertijdaan de opgaven rondom verduurzaming werken. Dat vraagt maatwerk:ieder bedrijventerrein is anders – qua ligging, mogelijkheden voorTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6334 verduurzaming, ondernemers die er gevestigd zijn, leeftijd en inrichtingvan het terrein.Ik herken het signaal van de Rli dat er veel op de ondernemers afkomt quaverduurzaming. Ik pak dit al op via de coördinerende rol van het Ministerievan EZK bij verduurzaming mkb, via het actieprogramma duurzaamondernemen en de actieagenda mkb-dienstverlening voor ondernemers-dienstverlening in den brede. In het verlengde daarvan ga ik ook decoördinerende rol rondom toekomstbestendige bedrijventerreinenoppakken. Toekomstbestendige bedrijventerreinen vragen immers om:«Samen Werken»; dit is niet voor niets de titel van het advies. In devoortgangsbrief over het nationaal programma Ruimte voor Economie,zoals aangekondigd in het commissiedebat over het verdienvermogen, zalik ook over de voortgang van de werkgroep verduurzaming bedrijventer-reinen rapporteren.De Minister van Economische Zaken en Klimaat,M.A.M. AdriaansensTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6335 Toelichting op een aantal lopende programma’s en trajectenActieagenda mkb-dienstverlening, verduurzaming mkb, actieprogrammaduurzaam mkbEr komt veel op de ondernemers af qua verduurzaming. Vooral het mkbheeft nu al moeite om een beeld te krijgen van alle verplichtingen die erzijn en aankomen, en hoe daaraan te voldoen. Op bedrijventerreinen ishet merendeel van het mkb gevestigd. Het mkb is 99% van het Neder-landse bedrijfsleven en zorgt voor 71% van de werkgelegenheid inNederland. Door de grote transities in de economie stapelen de uitda-gingen voor het mkb zich op. Onderzoek laat zien dat een flink deel vanhet mkb niet over voldoende verandervermogen beschikt om de noodza-kelijke transities te maken. Vooral het kleinere mkb is daardoor kwetsbaar.Daarvoor zijn de volgende trajecten gestart•Actieagenda mkb-dienstverlening: Het Nederlands Comité voorOndernemerschap heeft geconstateerd dat, ondanks dat er veel goedgaat, er verbeteringen nodig zijn in de mkb dienstverlening. Om o.a. deverduurzaming te doen slagen vergt het dat honderdduizendenmkb’ers stappen in de goede richting zetten. Daarom is in 2023 is doorkwartiermaker Rob Schouten de actieagenda mkb-dienstverleningontwikkeld. Doel is om een vraaggestuurd stelsel van publiekedienstverlening te realiseren dat mkb ondernemers beter bereikt,activeert en ondersteunt bij het toekomstbestendig maken en houdenvan hun bedrijf. De aanpak wordt in 2024 uitgewerkt. In de actieagendawordt er voor EZK een regierol voorzien met betrekking tot de werkingvan het stelsel.•Verduurzaming mkb: In de kamerbrief hoofdlijnen voortgang van deverduurzaming van het mkb van 6 april 2023, heeft de Minister vanEconomische Zaken en Klimaat een interdepartementale werkwijzeverduurzaming mkb aangekondigd. Deze werkwijze is erop gericht deondersteuning van het mkb bij de verduurzaming effectiever enefficiënter te maken. Bij deze werkwijze wordt onder andere gekekennaar: hoe regelingen en programma’s beter op elkaar kunnenaansluiten, wegnemen van overlap of conflicterende/concurrerendeelementen tussen verschillende regelingen en programma’s. Endaarnaast wordt bekeken hoe het aanbod van ondersteuning, voor deondernemers, overzichtelijker en toegankelijker te maken. Daarbij ishet belangrijk is dat voorzien wordt in de behoeften van ondernemers.•Actieprogramma duurzaam ondernemen: dit actieprogramma is eenonderdeel van de interdepartementale werkwijze rondom verduurza-ming mkb. Doel is de informatievoorziening naar het kleine mkbrondom verduurzaming te optimaliseren. Het programma heeft drieactielijnen: goede dienstverlening vanuit gemeenten aan de mkb’er,activering van het «warme» netwerk rondom de ondernemer enheldere communicatie vanuit het Rijk.Ontzorging verduurzaming mkb•In 2024 start het ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine enmicro mkb-ondernemingen gestart met een budget van € 23 miljoen.Het ontzorgingsprogramma biedt ondersteuning voor het mkb tot50fte rondom de verduurzaming van het vastgoed én bedrijfsproces-sen, door inzicht te geven in wat het mkb kan doen om het pand enbedrijfsproces te verduurzamen plus welke ondersteuning hiervoorbeschikbaar is. Dit programma wordt in samenwerking met deprovincies uitgevoerd en loopt tot 2027. De uitvoering is in lijn met de3e aanbeveling van de Rli t.a.v. rolverdeling overheden.Bijlage 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6336 Vergroening bedrijventerreinen – Werklandschappen van de toekomst•Rondom vergroening van bedrijventerreinen is vanuit het NationaalGroeifonds in 2023 een impuls gegeven van 26 miljoen euro voor hetprogramma Werklandschappen van de Toekomst. Het programmawerkt aan toekomstgerichte, groene, gezonde en klimaatbestendigebedrijventerreinen. Meer groen draagt bij aan een gezondere enaantrekkelijker werkomgeving. Dit kan een positief effect hebben op dearbeidsproductiviteit. Daarnaast heeft meer groen een positieveuitwerking op klimaatadaptatie en biodiversiteit.•In de eerste fase worden op een aantal bedrijventerreinen living labs(onderzoek- en testen van innovaties) en ambassadeursterreinengerealiseerd (toepassing van best practices uit de living labs opbedrijventerreinen), die een basis kunnen vormen voor grootschaligetoepassing.•Werklandschappen van de Toekomst richt zich met name op kennisont-wikkeling, toegepaste innovatie en bestuurlijke samenwerking rondomhet vergroenen van bedrijventerreinen.Programma Ruimte voor Economie- pilots beter benutten en toekomstbe-stendige bedrijventerreinen.Eind 2023 is het Nationaal programma Ruimte voor Economie gestartvanuit het Ministerie van EZK.Eén van de actielijnen is toekomstbestendige bedrijventerreinen.•Het Ministerie van EZK gaat, via het Programma Ruimte voorEconomie, pilots opzetten in samenwerking met provincies voor hetbeter benutten (herstructureren) en verduurzamen van bedrijventerrei-nen: toekomstbestendige bedrijventerreinen.•Doel is om via de pilots praktische ervaring op te doen met organise-ren en financieren van het beter benutten van bedrijventerreinen,infrastructuur én verduurzaming. In de pilots gaan Rijk, provincies engemeenten hierop samenwerken.•De inzet is om vervolgens de ontwikkelde aanpak ook elders toe tepassen.•Voor de eerste stap is € 9 mln. beschikbaar vanuit het Ministerie vanEZK. Voor de pilots geldt als voorwaarde dat de provincies minimaalhetzelfde bedrag aan middelen investeren in kansenzones/bedrijventerreinen. Deze samenwerking is in lijn met de 3e aanbevelingvan de Rli.•Op basis van de ervaringen en lessen uit de pilots wordt nut ennoodzaak bezien van een eventuele inrichting van een nationaalvestigingsfonds voor herontwikkeling en verduurzaming van bedrij-venterreinen. Daarnaast bestaan er op provinciaal niveau ookherontwikkelingsmaatschappijen zoals OMU, HMO, OHG en fondsenzoals energiefondsen en het perspectieffonds (Gelderland).Netcongestie – Landelijk Actieprogramma Netcongestie, energiehubs enslim met stroomDe Rli signaleert dat bedrijventerreinen een bijdrage kunnen leveren aanhet verminderen van de netcongestie en overbelasting van het energienetdoor onderlinge energie-uitwisseling en flexibel omgaan met vraag enaanbod van energie.•In het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN, kamerstuk29 023, nr. 358) werken netbeheerders, overheden en marktpartijensamen aan oplossingen voor netcongestie om belemmeringen weg tenemen door in te zetten op snellere verzwaring en maatregelen vooreen slimmer gebruik van het elektriciteitsnetwerk. Vooral bij slimmergebruik van energie en energie-uitwisseling kunnen bedrijven enbedrijventerreinen een rol spelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6337 •Het elektriciteitsnet wordt namelijk minder belast als de vraag naar enhet aanbod van lokaal opgewekte energie bij elkaar worden gebracht.Dit kan mogelijk worden gemaakt door versnelling van de ontwikkelingvan energy-hubs of door bij eigen opwekinstallaties batterijen toe tevoegen en bedrijfsprocessen af te stemmen. Dit kan men individueeldoen, maar de voorkeur is om dit collectief te organiseren doorsamenwerking in energiehubs. Het Ministerie van EZK werkt aan eenStimuleringsprogramma Energiehubs. Dit programma zorgt o.a. voorhet aanstellen van regisseurs en de ontwikkeling van een toolkit metstandaarden voor het delen van data en contracten tussen partijen.Bedrijventerreinen vormen één van de doelgroepen.•Ook zal een bestuurlijk aanjager «slim met stroom» zich inzetten ombedrijven te bewegen om meer flexibele contracten af te sluiten enbijvoorbeeld op bedrijventerreinen samen te werken om de beschik-bare stroom op piekmomenten te verdelen. VNO-NCW zal, in opdrachtvan het Ministerie van EZK, gerichte communicatie naar alle bedrijven-terreinen in Nederland opzetten over de gevolgen van netcongestie enhet handelingsperspectief voor bedrijven.Programma Verduurzaming bedrijventerreinen – versterking organisatie-graadOrganisatievorming op een bedrijventerrein helpt bij verduurzaming-vraagstukken die een gezamenlijke en/of gebiedsgerichte aanpak vergen.Het is een belangrijke randvoorwaarde, bijvoorbeeld bij vorming vanenergy hubs, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Er zijn diverse vormenvan organisatie mogelijk zoals een ondernemersvereniging, een onderne-mersfonds, een coöperatie, parkmanagement.•Eind 2022 is de pilot Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen(PVB) gestart vanuit BZK. Inmiddels is het een interdepartementaalprogramma van het Ministeries van BZK en EZK en loopt van2024–2027 met een budget van € 23 miljoen. PVB heeft tot doel om deorganisatiegraad van bedrijventerreinen te vergroten. De aanpak is eencombinatie van een kennisfunctie door het programmabureau en eenuitvoeringsprogramma door de provincies.•Het Programmabureau vervult de functie van kennis- en netwerk-platform. Dat betekent de ontsluiting van kennis, best practices ennetwerken rondom de versterking van het organiserend vermogenen de verduurzaming van bedrijventerreinen.•De provincies ontvangen van het Rijk een bijdrage om de organisa-tiegraad te versterken t.b.v. verduurzaming, aansluitend op hunregionale structuur. Dit sluit aan bij de aanbeveling van de Rli rondde rollen binnen de overheid (aanbeveling 3).Bedrijven Investerings zone (BIZ) voor bevordering van organiserendvermogen.•Vanuit het programma Ruimte voor Economie heeft het Ministerie vanEZK de mogelijkheden verkend van het instrument Bedrijven Investe-rings Zone (BIZ) voor verduurzaming van bedrijventerreinen en alsaanjager van organisatievorming.•Uit het bijgesloten onderzoek bij deze kabinetsreactie, blijkt dat de BIZmogelijkheden biedt. Gemeenten en provincies spelen een belangrijkefaciliterende rol bij een BIZ. Daarnaast blijkt dat het een intensieftraject is om bij verlenging van de BIZ na vijf jaar opnieuw eendraagvlakmeting uit te voeren.•Hiervoor neemt het Ministerie van EZK de volgende acties vanuit hetprogramma Ruimte voor Economie:oin gesprek gaan met provincies en gemeenten over kennisontwik-keling en – deling rondom de Bedrijven Investerings Zones, zoalsTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6338 het delen van best practices. Daarbij leggen we de verbinding metPVB en VNO-NCW;onagaan bij doorstart of ongewijzigde voortzetting van een BIZ ofverlaagde draagvlakeisen mogelijk zijn.Regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat en Energie•Vanuit het Ministerie van EZK is de regeling Capaciteit DecentraleOverheden voor Klimaat en Energie (CDOKE) opgezet met een budgetvan momenteel 1,037 miljard euro. Dit budget wordt in 2024 substanti-eel opgehoogd. De regeling is bestemd voor provincies en gemeententen behoeve van inhuur van capaciteit zodat zij hun taken op gebiedvan klimaat en energie (met CO2-emissiereductie tot gevolg) kunnenuitvoeren.•De huidige regeling loopt tot en met 2025. Aan een nieuwe regelingvoor de jaren 2026 t/m 2030 wordt gewerkt.•De CDOKE-middelen kunnen onder meer ingezet worden voor beleidgericht op het verduurzamen van bedrijventerreinen door provinciesen gemeenten. Dat beleid heeft immers CO2-emissiereductie totgevolg. Het kabinet benoemt hierbij expliciet de mogelijkheid om demiddelen voor beleid gericht op het verduurzamen van bedrijventerrei-nen in te zetten en roept op om dit in samenwerking met ondernemersop een bedrijventerrein te doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 6339 overzicht trajecten vanuit departementen die landen op bedrij-venterreinen1e overzicht programma’s en inzet Rijksoverheid gericht op bedrijventer-reinenBZK•Verduurzaming gebouwde omgeving•Utiliteitsbouw aardgasvrij•Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen i.s.m. EZK•Programma ontzorging MKB i.s.m. EZK•Werklandschappen van de toekomst (Nationaal Groeifonds/vergroening)•Meetlat klimaatadaptieve omgeving i.s.m. IenW•Groenblauwe bedrijventerreinen samen klimaatbestendig•Mooi NederlandEZK•Energiebesparingsplicht•Landelijke Aanpak Netcongestie – stimuleringsprogramma energie-hubs•Ruimte voor economie – toekomstbestendige bedrijventerreinen•Samenwerking met BZK rondom programma verduurzamingbedrijventerreinen.V&J•OndermijningLNV•Biodiversiteit verhogen•Werklandschappen van de toekomst – meer groen op bedrijventerrei-nen•Klimaatadaptatie•Agenda Natuurinclusief – domein bedrijventerreinen•Groenblauwe bedrijventerreinenI&W•Clean Energy hubs•Duurzaam personen vervoer (woon-werk)•Circulaire economie – Nationaal Programma Circulaire Economie•Laadinfrastructuur – Vliegende brigade•Duurzaam goederenvervoer (modal shift)•Klimaatadaptatie – nationaal programma – groene gezonde werkland-schappen (NUPKA) en groenblauwe bedrijventerreinen samenklimaatbestendigBijlage 2:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 637, nr. 63310
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.