Voorjaarsbrief klimaat en energie
Brontekst
Versie 71b264a53d40490e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 813Kabinetsaanpak Klimaatbeleid29 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 1556 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 maart 2026Hierbij stuur ik u mede namens de Ministers van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur, Infrastructuur en Waterstaat en Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordeningen de Staatssecretarissen van Klimaat enGroene Groei, Fiscaliteit en Belastingdienst, Landbouw, Visserij, Voedsel-zekerheid en Natuur en Infrastructuur en Waterstaat de eerste brief van ditkabinet over klimaat en energie.Nederland wordt steeds zelfstandiger in het opwekken van duurzameenergie en de energietransitie is overal zichtbaar. Dat is ook hard nodig.We staan in de wereld, Europa en Nederland voor grote veranderingen.We zien de spanningen toenemen in verschillende delen van de wereld.Dat raakt ook onze levens hier in Nederland: mensen maken zich zorgenover de conflicten en over of de prijzen omhoog zullen gaan. Afhanke-lijkheid van fossiele grondstoffen maakt ons kwetsbaarder voor politiekeonrust, problemen in de toevoerketen en prijsstijgingen elders in dewereld. De energiecrisis van 2022 liet dit al zien. Daarbij lopen de kostenvan extreem weer als gevolg van klimaatverandering ook in Europa op.Daarmee is het afbouwen van fossiele grondstoffen niet alleen goed omklimaatverandering tegen te gaan en voor een schone leefomgeving,maar ook voor onze economische stabiliteit.Investeren in duurzame innovatie en eigen duurzame energie is daarmeeook investeren in onze eigen economie en onafhankelijkheid. Eenvoortvarende transitie met een integrale aanpak naar een duurzamesamenleving is de beste manier om als Nederland en Europa onzeeconomische kracht te behouden. De rapporten van Draghi, Letta enWennink laten dit duidelijk zien.1 Daarbij helpen investeringen inenergiebesparing ook om grip te houden op de energierekening vanhuishoudens, bedrijven en maatschappelijke instellingen.1https://commission.europa.eu/topics/competitiveness/draghi-report,https://www.rapportwennink.nl en https://www.consilium.europa.eu/media/ny3j24sm/much-more-than-a-market-report-by-enrico-letta.pdf kst-32813-1556ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15561 Maar die omschakeling is niet gemakkelijk. Bedrijven kunnen niet goedvooruit door onder andere het volle stroomnet, kostenstijgingen, tekortaan gekwalificeerd personeel, ruimte- en grondstoffentekort, stikstofbe-perkingen en dumping op internationale markten. Huishoudens enmaatschappelijke instellingen hebben daarnaast voldoende financierings-ruimte en duidelijkheid nodig over wat er van hen verwacht wordt. Dezeproblemen moeten we in samenhang aanpakken, zodat we echt vooruitkunnen. Groeiende, duurzame markten elders in de wereld, zoalsbijvoorbeeld in Azië, bewijzen dat het kan. Dit alles laat des te meer ziendat de klimaat- en energietransitie, weerbaarheid en toekomstbestendigeeconomische groei geen losse uitdagingen zijn: ze hangen nauw samen.Daarom bouwen we verder aan een schoon en sterk Nederland met eenmoderne en circulaire economie. Dat levert een aantrekkelijk toekomst-beeld op: schone elektrische auto’s, energiezuinig en comfortabel wonen,duurzame voedselproductie, genoeg hernieuwbare energie en eenprettige en gezonde leefomgeving. We zijn al een heel eind gekomen. Wattien of vijftien jaar geleden nog onhaalbaar leek, is nu de nieuwe realiteit.Circa de helft van onze elektriciteit wordt duurzaam opgewekt. Zonnepa-nelen op daken zie je overal in Nederland en steeds meer woningenworden aardgasvrij verwarmd. Elektrische auto’s bepalen steeds vaker hetstraatbeeld. Ook economisch levert de klimaat- en energietransitie eenhoop op: slimme innovaties, duurzame verdienmodellen, nieuwewerkgelegenheid en wereldwijde exportmogelijkheden.Het pad naar dit toekomstbeeld bewandelen we het beste samen. EenEuropese aanpak zorgt voor een gelijk speelveld voor onze bedrijven enmaakt dat we internationaal sterker staan. Daarom trekken we gezamenlijkop in Europa voor een ambitieus klimaatpakket voor het Europeseklimaatdoel voor 2040. Ook nationaal moeten we onze bijdrage leveren.Het kabinet blijft zich inzetten om tot verdergaande emissiereducties tekomen. In het coalitieakkoord zijn al concrete maatregelen aangekondigddie hieraan bijdragen. Onder andere investeringen in betaalbareduurzame energie van eigen bodem, zoals wind op zee en kernenergie,het verder inzetten op isolatie en uitfaseren van lage energielabels,normering en stimulering van hybride, slimme warmtepompen, stimu-lering van elektrificatie in de industrie, uitbreiding van laadinfrastructuurvoor elektrische voertuigen, stimulering van de productie van duurzameluchtvaartbrandstoffen in Nederland en normering van methaanremmersin veevoer.Eind dit jaar is er een beter beeld met welke maatregelen de EuropeseUnie (EU) komt voor 2040. We spannen ons in voor een ambitieusEuropees klimaatpakket en sluiten hier nationaal zoveel mogelijk bij aan.Waar nodig komt het kabinet met aanvullend nationaal geborgdemaatregelen bij de Voorjaarsnota 2027 om het doel van 2040 te halen.Daarbij houdt het kabinet oog voor betaalbaarheid en handelingsper-spectief. Tegelijkertijd moeten we geen tijd verliezen en direct aan de slagmet een aantal grote uitdagingen in de energietransitie, om niet verder tevertragen. Om vaart te houden met verduurzaming, pakken we deknelpunten in de uitvoering aan. Waar infrastructuur achter blijft, pakt deoverheid de regie. Zo is het topprioriteit voor dit kabinet om netcongestiete verminderen en daarmee perspectief te bieden aan burgers,maatschappelijke instellingen en bedrijven om een aansluiting te kunnenkrijgen.Het Nederland van de toekomst kan ons veel brengen. En we kunnen hetwaarmaken. Samen als land. Vanuit optimisme én realisme. Daar gelooftdit kabinet in. Met deze brief licht ik de belangrijkste onderdelen toe vande klimaat- en energietransitie waarmee het kabinet komend jaar aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15562 slag gaat. Dat zijn investeringen in duurzame energie van eigen bodem,ontwikkelen van de routes richting klimaatneutraliteit, actualisatie van hetNationaal Plan Energiesysteem (NPE) en de voorbereidingen voorPrinsjesdag 2026. De Staatssecretaris van KGG en ik komen eind april meteen bredere beleidsbrief op de terreinen van klimaat en groene groeivanuit EZK.Wat doen we nu: de basis leggen om verduurzaming door te latengaanDoor zelf duurzame energie op te wekken, netcongestie aan te pakken, inons vervoer over te stappen op elektriciteit of waar nodig ophernieuwbare brandstoffen, kritieke grondstoffen te recyclen en in tezetten op hergebruik, woningen en andere gebouwen energiezuiniger temaken en schone technologieën te ontwikkelen, worden we minderafhankelijk van andere landen. Het kabinet reserveert budget voor zesnieuwe rondes van € 8 mld. voor de Stimulering Duurzame Energiepro-ductie en Klimaattransitie (SDE++) vanaf 2027, zodat de uitrol van deenergietransitie en de verduurzaming van de industrie door kan gaan. Ookzet dit kabinet middelen klaar voor de verdere groei van windenergie opzee via Contracts for Difference. Voor de industrie trekt het kabinet voor deperiode tot en met 2035 jaarlijks ca. € 1 mld. uit voor het verlengen van deIndirecte Kosten Compensatie (IKC) en het verlagen van de elektriciteits-kosten voor de industrie. Hiermee zorgen we dat de industrie een gelijkerspeelveld heeft en beter kan elektrificeren. We pakken de stikstofopgaveaan met een reservering voor investeringen van € 20 mld. die, naast datze ook een milieueffect zullen hebben, zorgen dat onder andere energie-en verduurzamingsprojecten sneller door kunnen en ondernemers verderkunnen met ondernemen en perspectief krijgen. Ook zetten we in opinnovatie voor een toekomstbestendige samenleving; we stimulerennationale innovaties die de transitie versnellen waaronder voor koolstof-verwijdering, marktontwikkeling van circulaire oplossingen en onder-steunen nucleaire innovaties.Ondertussen blijven we samen met medeoverheden, waarvoor we in deperiode 2031 tot en met 2040 opgeteld € 8 mld. vrijmaken, zorgen datmensen de overstap naar een duurzamer leven kunnen maken. Onderandere door zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden over de routedaarnaar toe. Bijvoorbeeld of wijken een warmtenet krijgen of dat eenandere verduurzamingsoptie beter past. Daarnaast door via het Klimaat-en energiefonds voor de korte termijn middelen te alloceren voor deoverstap naar duurzaam leven, zoals subsidie voor warmtepompen enisolatie via de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebe-sparing (ISDE, onder voorwaarden) en subsidie voor inpandige aansluit-kosten voor warmtenetten via de Stimuleringsregeling aardgasvrijehuurwoningen (SAH). Ook zorgt het kabinet ervoor dat elektrisch rijdenfiscaal aantrekkelijk blijft en onderzoekt het een toekomstbestendigehervorming van de autobelasting naar oppervlakte of omvang binnen demrb. Samen met Duitsland en Frankrijk wordt opgetrokken voor hetnormeren van de inzet van biobrandstoffen voor wegverkeer en binnen-en zeevaart voor de periode na 2030.Daarbij moeten we ook realistisch zijn; 2030 is al dichtbij en ook detransitie naar 2050 zal nog flinke hobbels kennen. Met beperkte financiëlemiddelen en oog op andere belangrijke thema’s, zoals betaalbaarheid, dewoningmarkt en onze veiligheid, moet het kabinet ingewikkelde keuzesmaken. Een van die knelpunten is netcongestie, die het moeilijk maakt omeen aansluiting te krijgen op het stroomnet, wat voor veel projectenessentieel is. Daarom pakken we netcongestie met topprioriteit aan, ondermeer met het Aansluitoffensief voor betere benutting van het elektrici-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15563 teitsnet.2 Parallel zet het kabinet met de Versnellingsaanpak in opversnelde verzwaring van het stroomnet, te beginnen bij de meestecruciale projecten. Tot slot versterken we het Aansluitoffensief en deVersnellingsaanpak met aanvullende wet- en regelgeving voor denetcongestiecrisis.Om de uitvoering van de transitie door te laten gaan, heeft het kabinet ditvoorjaar besloten over de verdeling van de middelen uit het Klimaat- enenergiefonds. De allocatie van middelen wordt toegelicht in het Ontwerp-Meerjarenprogramma 2027, dat ik met deze brief aan de Kamer aanbiedt.Hierin wordt voorgesteld € 809,4 mln. over te hevelen. Daarmee resteerter nog € 21,0 mld. in het fonds. Hiervan is € 7,5 mld. toegekend ondervoorwaarden of gereserveerd voor specifieke maatregelen die naderworden uitgewerkt voor het MJP 2028. In totaal is € 13,5 mld. nog nietbestemd voor een specifieke maatregel. Deze middelen vallen nagenoeggeheel onder het perceel kernenergie en zijn daar benodigd voor denucleaire ambities van het kabinet. Het definitieve Meerjarenprogramma2027 verschijnt op Prinsjesdag, nadat ik met de Kamer in gesprek hebkunnen gaan.Over het fiscale pakket voor de glastuinbouw zal uiterlijk bij aankomendeMiljoenennota worden besloten. Zoals toegezegd tijdens het commissie-debat fiscaliteit van 11 maart jl.3 zal Uw Kamer dan ook worden geïnfor-meerd over in hoeverre de glastuinbouw na 2030 voor ETS2 wordtgecompenseerd. Het kabinet zal Uw Kamer met Prinsjesdag ook infor-meren over de appreciatie en weging van de alternatieve voorstellen diede Werkgroep Afvalsector voor het beprijzingspakket voor afvalverbran-dingsinstallaties heeft gedaan, omdat het kabinet meer tijd nodig heeftom deze voorstellen te beoordelen.4Wat werken we verder uit: de lange termijn voor klimaat enenergieHet kabinet gaat met volle kracht aan het werk om de klimaatdoelen tehalen. Het klimaatdoel van 2030 wordt lastig, maar we houden de ambitievast. Willen we profiteren van de kansen die verduurzaming met zichmeebrengt en ons land tijdig voorbereiden, dan moeten we ook vooruit-kijken en het perspectief richten op de lange termijn. Daarom neemt hetkabinet bij de verdere vormgeving van het beleid de transitie richting2050, met 2040 als duidelijke tussenstap, als basis. Het kabinet gaat aande slag met het concreter uitwerken van routes voor de weg naarklimaatneutraliteit voor alle sectoren. Daarbij is het belangrijk dat weverder kijken dan alleen emissiereductie en het verwijderen van CO2(koolstofverwijdering).We kijken ook naar andere maatschappelijke transities, zoals de weg naareen circulaire economie, behoud en opbouw van cruciale sectoren vooronze weerbaarheid en het beschermen van onze waardevolle natuur. Hetkabinet beziet hoe het voor deze routes brede indicatoren kan vaststellenom de voortgang te meten. Hiermee bouwen we voort op de transitie-paden in het NPE, het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE)en het Klimaatplan. De eerste contouren van de routes voor elke sectorworden opgenomen in de Klimaat- en Energienota 2026.Voor het realiseren van de routes richting klimaatneutraliteit is hetessentieel dat we blijven bouwen aan het energiesysteem van de2Kamerstukken II, 2025–26, 29 023, nr. 6263TZ202603-0544Kamerstukken II, 2025/26, 30 872, nr. 322Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15564 toekomst. Daarom komt het kabinet rond de zomer met een tussentijdseactualisatie van het NPE. Met het NPE geeft het kabinet een overkoepe-lende strategie voor de bouw van het nieuwe energiesysteem richting2050. Deze wordt uiterlijk elke 5 jaar opgesteld. In de tussentijdseactualisatie richt het kabinet zich vooral op de concrete keuzes die nodigzijn in de energietransitie de komende jaren in het pad richting 2040.Van routes richting klimaatneutraliteit naar beleidHet kabinet wil zoveel mogelijk aansluiten bij de Europese aanpak om hetEuropese 2040-klimaatdoel te behalen. De Europese klimaat- en energie-doelen vormen daarmee de basis voor het verduurzamingstempo in deroutes voor de lange termijn. De Europese Commissie komt dit najaar metvoorstellen voor het behalen van dit klimaatdoel. Tijdens de Milieuraadvan 17 maart heeft de eerste gedachtewisseling over decarbonisationefforts in the area of climate post-2030 plaatsgevonden.In het voorjaar van 2027 neemt het kabinet indien nodig aanvullendenationaal geborgde maatregelen om het klimaatdoel van 2040 te halen.Daarbij heeft het kabinet oog voor betaalbaarheid en handelingsper-spectief zodat mensen de transitie ook daadwerkelijk mee kunnen maken.Daarnaast is beter inzicht in het kostenbeeld op de lange termijn, inclusiefde kosten en risico’s van niet handelen (cost of inaction) nodig voor hetafwegen van opties om te komen tot klimaatneutraliteit.Dit doet het kabinet op basis van de transitiepaden. Daarbij zal het kabinetook de adviezen van het Nationaal Burgerberaad Klimaat meewegen.5 Ikben de 175 Nederlanders uit alle hoeken van het land zeer dankbaar voorde adviezen. Daarnaast heeft de rechtbank in het vonnis in de procedureover klimaatverandering op Bonaire de Staat bevolen om binnenachttien maanden in nationale regelgeving absolute emissiereductiedoel-stellingen voor de gehele economie vast te leggen voor de periode tot2050, inclusief tussentijdse doelen en reductietrajecten.6 Ook moet deStaat in 2030 een nationaal klimaatadaptatieplan, dat ook Bonaire beslaat,opstellen en implementeren volgens het UAE-framework for globalclimate resilience. Het vonnis is bij voorraad uitvoerbaar. Dit betekent dathet instellen van hoger beroep de werking van het oordeel en deopgelegde bevelen niet opschort. Hiermee oordeelt de rechtbank dat detot op heden getroffen maatregelen, op zowel klimaatmitigatie alsklimaatadaptatie voor Bonaire, onvoldoende zijn. Er zullen nadere stappenmoeten worden gezet. Het kabinet zal de Kamer in het tweede kwartaalinformeren over de wijze van opvolging van het vonnis en het al dan nietinstellen van hoger beroep.Een bredere blik en het verleggen van het perspectief vraagt ookaanpassingen in de manier waarop we de voortgang van de transitiemonitoren. Verschillende aspecten moeten hierin worden meegewogen,waaronder een beter inzicht in het kostenbeeld op lange termijn dat metde energietransitie gepaard gaat. Er is met name meer aandacht nodigvoor de transitiepaden van de verschillende sectoren richting eenklimaatneutrale samenleving in 2050 en de vraag of de sectoren op koersliggen en zo niet wat daarvan de oorzaken en gevolgen zijn, zoals5Kamerstukken II, 2025/26, 32 813, nr. 1542. Conform het instellingsbesluit (Kamerstukken II,2025/26, 32 813, nr. 1286) zal het kabinet uiterlijk op 1 juni 2026 reageren op de adviezen enmotiveren waar het kabinet verder mee aan de slag gaat en waarmee niet.6De Kamer is eerder geïnformeerd over de uitspraak van de rechtbank in Kamerstukken II,2025/26, 32 813, nr. 1552Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15565 bijvoorbeeld het ontbreken van de benodigde randvoorwaarden.7 Hetkabinet is met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in gesprek hoedit een plek kan krijgen in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) en/ofandere onderzoeken die het PBL samen met andere kennisinstellingenuitvoert. De Klimaat- en Energienota is de beleidsreactie op de KEV.Daarin zal het kabinet ingaan op het handelingsperspectief dat uit dePBL-analyse voortvloeit en de meerjarige beleidsagenda die daaruit volgt.Deze verschijnt jaarlijks bij Prinsjesdag.Tot slotDe klimaat- en energietransitie doen we samen: door het doel voor ogente houden, duidelijke keuzes te maken en te zorgen dat iedereen mee kandoen. Grote bedrijven, kleine ondernemers, maatschappelijke instellingen,medeoverheden, mensen thuis en in de wijk en jongeren. Niet alles zalmeteen overal lukken, maar zolang we aan de slag blijven en nationaal eninternationaal samenwerken, komen we stap voor stap dichterbij onseindbeeld: een schoon, sterk en succesvol Nederland, dat klaar is voor detoekomst.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S. van Veldhoven-van der Meer7Conform motie Jumelet, Klos, Groot, Grinwis en Flach (Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 XXIII,nr. 37)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15566
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.