Kabinetsreactie op IBO-rapport Bekostiging van de Elektriciteitsinfrastructuur
Brontekst
Versie 42f64ce2408f295f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 567 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 april 2025De geopolitieke situatie brengt nog scherper in beeld hoe belangrijk het isom meer in eigen energieproductie te voorzien, en risicovolle afhankelijk-heden ten aanzien van de import van fossiele energie te verminderen.Elektriciteit is voor het grootste deel van onze energiebehoefte op termijnde meest duurzame en doelmatige oplossing; daarmee is het de ruggen-graat van ons toekomstige energiesysteem. Voor een welvarende,weerbare en schone samenleving, met een krachtige en concurrerendeeconomie, zijn grote investeringen in elektriciteitsinfrastructuur nodig. Omin de energievraag te voorzien van industrie, woningen en mobiliteit moethet elektriciteitsnet fors worden uitgebreid. De energietransitie bevindtzich hiermee in een cruciale fase.Tegelijkertijd is er ook nu al veel aan de hand: bedrijven, medeoverhedenen netbeheerders ondervinden momenteel grote problemen doornetcongestie. Nieuwe woonwijken kunnen pas veel later wordenaangesloten, mkb’ers moeten wachten voor ze kunnen uitbreiden,internationaal concurrerende bedrijven zien dat hun elektriciteitsrekeningin Nederland hoger is – en minder voorspelbaar – dan in omringendelanden, en heroverwegen investeringen. Tegen deze achtergrond is eeninterdepartementaal beleidsonderzoek (hierna: IBO) uitgevoerd naar debekostiging van de elektriciteitsinfrastructuur. Hierin wordt het kabinetgeadviseerd hoe meer inzicht in en grip te krijgen op de omvang van deinvesteringen in de elektriciteitsinfrastructuur tussen nu en 2040, en debekostiging en financiering ervan, zowel vanuit nationaal als Europeesperspectief. Met deze brief reageert het kabinet op de aanbevelingen uitdit onderzoek.De netbeheerders becijferen de noodzakelijke investeringen in deelektriciteitsinfrastructuur tot en met 2040 cumulatief op € 195 miljard.Hier staan grote economische en maatschappelijke baten tegenover.Daarom moeten we goed kijken hoe we deze investeringen effectief endoelmatig kunnen realiseren, en hoe we de kosten hiervan rechtvaardigkunnen verdelen. Het kabinet deelt de urgentie om het elektriciteitsnet zo kst-29023-567ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5671 snel mogelijk uit te breiden in heel Nederland; van noord tot zuid, oost totwest, voor bedrijventerreinen, steden, dorpen, en het landelijk gebied.Daarnaast hecht het kabinet sterk aan betaalbaarheid voor huishoudensen bedrijven. Naast de inzet van het kabinet vraagt dit ook iets van degehele samenleving. Zo zullen huishoudens of bedrijven hun energiege-bruik iets meer moeten richten op momenten dat er veel energiebeschikbaar is, of een hogere stroomprijs betalen. Ook zullen de netkostenhoe dan ook stijgen met gevolgen voor de nettarieven. Het kabinet wiltegelijkertijd de pijn verzachten, bijvoorbeeld door flexibel energiegebruikmakkelijker te maken en gerichte ondersteuning te bieden. Dit levert vooriedereen voordelen op. Zo blijven de hiermee gepaard gaande kostenbeheersbaar, en de energierekening voor huishoudens, maatschappelijkeinstellingen, en bedrijven betaalbaar.In deze brief gaat het kabinet achtereenvolgens in op de volgende zaken,waarmee eveneens opvolging wordt gegeven aan een motie entoezeggingen:1.Een samenvatting van de analyse en aanbevelingen uit het IBO;2.De hoofdlijn van de beleidsagenda die het kabinet neerlegt in reactieop het onderzoek:A.Betere benutting van het net en dempen van de kostenstijging;B.Opties voor het anders verdelen van de netkosten;C.Het stroomlijnen van de besluitvorming;3.Opvolging moties en toezeggingen waaronder ook de door de Kamergevraagde uiteenzetting op de rol van de Autoriteit Consument enMarkt (ACM).1. Samenvatting: beschrijving analyse en aanbevelingen IBOrapport De investeringsopgave bij netbeheerders tot en met 2040 wordt geschatop cumulatief € 195 miljard, gemiddeld ruim € 11 miljard per jaar.Hiervan is € 108 miljard bestemd voor het net op land en € 88 miljardvoor de ontwikkeling van het net op zee; de op dit net aangeslotenwindparken gaan voorzien in ongeveer de helft van het sterk toegenomenNederlandse elektriciteitsverbruik in 2040. Voor deze berekeningen geldtdat de ontwikkeling van warmtenetten, evenals de geraamde groei vanvraag en aanbod van groen gas en waterstof tot stand wordt gebracht,zodat de energietransitie tegen de laagste nationale kosten wordtgerealiseerd.Er staan grote maatschappelijke baten tegenover deze noodzakelijkeinvesteringen: uit meerdere onderzoeken blijkt dat de netcongestie waarwe nu mee te maken hebben ons miljarden per jaar kost. Bijvoorbeeldomdat bedrijven willen uitbreiden of verduurzamen en dit niet kunnendoordat ze geen (grotere) aansluiting kunnen krijgen. Indicatief gaat ditom € 10–35 miljard per jaar voor het laag- en middenspanningsnet; dekosten van de wachtrij van TenneT, inclusief de aanvragen van regionalenetbeheerders, belopen € 8–30 miljard per jaar.1, 2Vanwege de grootschalige investeringen – randvoorwaardelijk voor deelektrificatie van ons energiegebruik – stijgen de netbeheerkosten van€ 7 miljard in 2024 naar € 20 miljard in 2040. Dit leidt tot een verdub-beling tot verdrievoudiging van de netkosten voor alle gebruikers,waardoor de nettarieven van huishoudens en bedrijven zullen stijgen.Uitgaande van de huidige kostenverdeling over gebruikers zouden denetkosten voor een gemiddeld huishouden kunnen stijgen van ongeveer1BCG (2024) – Haal de kink uit de kabel.2Ecorys (2024) – Maatschappelijke kostprijs netcongestie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5672 € 400 per jaar in 2024 naar circa € 1.100 per jaar in 2040, bij gelijkblijvendverbruik.In het IBO worden maatregelen onderverdeeld in drie categorieën:A.Beter benutten en dempen van de kosten;B.Kosten anders verdelen;C.Besluitvorming stroomlijnen.A. Beter benutten en dempen van de kosten Het elektriciteitsnetwerk is volgens het ontwerpbeginsel voor elektriciteits-netten gedimensioneerd op basis van de absolute vraag op piekmo-menten: het moet dus volledig kunnen voorzien in de maximale vraag. Ditbetekent dat er op veel momenten gedurende de dag sprake is vanonbenutte capaciteit. Energiebesparing en het beter benutten van hetelektriciteitsnet zijn essentieel voor het matigen van de investerings-opgave en hebben maatschappelijke baten op de korte en lange termijn.•Energiebesparing is daarbij een logische eerste en cruciale stap. Deelektriciteit die niet gebruikt wordt, hoeft ook niet opgewekt engetransporteerd te worden; daarmee wordt ook netcongestie bestre-den.•Betere benutting kan op korte termijn netcongestie beperken enmaatschappelijke baten van nieuwe aansluitingen eerder realiserendoor de ontstane ruimte op het net. Op de middellange termijn demptbetere benutting de investeringsopgave, wat leidt tot lagere nettarie-ven. Het IBO concludeert dat nadere keuzes om het net op land beter tebenutten de cumulatieve investeringsopgave kunnen dempen met€ 3,5 – € 22,5 miljard (op een totaal van € 107 miljard voor het net opland). In deze mogelijke besparing is niet meegewogen wat de(financiële en maatschappelijke) kosten van de interventies zelf zijn, alshet bijvoorbeeld gaat om het verkleinen van de piekbelasting vanhuishoudens en bedrijven.B. Kosten anders verdelen Het IBO bevat ook opties om kosten anders te verdelen. Deze richten zichzowel op de energierekening voor huishoudens, de bedrijven enmaatschappelijke instellingen, de invoeders van elektriciteit, andereFiguur 1. Ontwikkeling nettarieven tot 2040 voor verschillende groepen eindge-bruikersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5673 verdeling in de tijd, en verdeling van netkosten met andere omringendelanden. Daarbij wordt aangetekend dat de rekening, ongeacht deverdeling van de kosten, linksom of rechtsom betaald moet worden.C. Besluitvorming stroomlijnen Het IBO concludeert ten slotte dat ten behoeve van de politieke besluit-vorming meer inzicht nodig is in de langetermijnontwikkeling van hettoekomstige energiesysteem richting 2050, de kosten die daaruit volgenen de verdeling ervan over burgers, maatschappelijke instellingen, enbedrijven.2. Beleidsagenda voortbouwend op het IBO Het kabinet heeft met interesse kennis genomen van de vele opties die inhet rapport worden uitgewerkt en steunt de aanbevelingen van het IBO inalgemene zin. De beleidsagenda van het kabinet bouwt voort op demaatregelen die in het rapport zijn opgenomen langs de drie categorieën:A.het net beter benutten en de kostenstijging dempen;B.de kosten anders verdelen;C.de besluitvorming rond uitbreiding van elektriciteitsinfrastructuurinzichtelijker maken.Het kabinet ziet – puttend uit het rapport – aangrijpingspunten voorvoortzetting, intensivering en aanpassing van bestaand beleid, enintroductie van nieuw beleid. Het voortzetten en intensiveren vanbestaand beleid wordt ingepast binnen de bestaande begroting vanverantwoordelijke beleidsdepartementen. Het nieuw aangekondigdebeleid is onderdeel van de gesprekken die binnen het kabinet zijn gevoerdover een pakket met energie- en klimaatmaatregelen, om de doelen voorenergie en klimaat binnen bereik te brengen. Deze besluitvorming isbudgettair nog niet in deze Voorjaarsnota verwerkt, met uitzondering vande verlaging energiebelasting. Budgettaire verwerking en autorisatie doorde Kamer zal op een later moment plaatsvinden. Pas na die autorisatiezullen de uitgaven daadwerkelijk plaats kunnen vinden.Voor beleidsmaatregelen met nieuwe uitgaven hoger dan € 20 miljoenper jaar zal het kabinet bij uitwerking daarvan een onderbouwing conformBeleidskeuzes Uitgelegd (artikel 3.1 Comptabiliteitswet 2016) opleveren.A. Betere benutting van het net en dempen van de kostenstijging Betere benutting van het net is essentieel om de komende jaren meerwoningen en bedrijven aan te kunnen sluiten. Het lukt simpelweg niet omhet net sneller op korte termijn te verzwaren om te voldoen aan de vraag,vanwege bijvoorbeeld arbeidsmarkttekorten. Naast het realiseren vanmeer aansluitingen kan betere benutting op termijn de nettarievendempen, waardoor huishoudens meer overhouden in de portemonnee enbedrijven beter kunnen concurreren met het buitenland. Dat wil nietzeggen dat beter benutten van het elektriciteitsnet louter voordelen heeft;het vergt ook een inspanning van de hele samenleving. Huishoudens enbedrijven zullen hun elektriciteitsverbruik meer moeten spreiden over dedag en netbeheerders zullen meer mogelijkheden moeten krijgen om dezegewenste spreiding van het verbruik over de dag te sturen. De overheidzal huishoudens en bedrijven hierin moeten ondersteunen, maar kan nietal het ongemak wegnemen dat hiermee gepaard gaat. Ook voor netbe-heerders en de ACM vergen acties op dit vlak een nieuwe, forse encomplexe inspanning. Daarmee zal het ook een langjarig leerproces zijn.Intensieve samenwerking tussen netbeheerders, de ACM, en de overheidis hiervoor nodig en zal de komende tijd moeten worden geconcretiseerd.Het kabinet is van mening dat de baten van het beter benutten van het netTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5674 ver opwegen tegen de kosten. Het kabinet wil deze handschoen samenmet de ACM en netbeheerders de komende tijd oppakken; hierbij wordtrekening gehouden met een potentiele besparing op de netkosten van€ 10 tot € 20 miljard in de periode 2025–2040. Niets doen is feitelijk geenoptie, aangezien in dat geval de economische ontwikkeling zal stagnerendoor gebrek aan aansluitcapaciteit voor de woningbouw, het midden- enkleinbedrijf, en de industrie.Hieronder gaat het kabinet in op concrete maatregelen. Deze maatregelen– die in veel gevallen nog nadere uitwerking behoeven vormen met elkaaréén beleidsagenda en zullen alleen in gezamenlijkheid bijdragen aan eenefficiënter energiesysteem en betere benutting van het net. Voortvarendeimplementatie en verdere uitwerking is nodig. Tabel 1 geeft een overzichtvan beleidsmaatregelen die zien op het dempen van de kostenstijging enbetere benutting van het net. Dit najaar zal het kabinet met een actuali-satie komen van de verschillende maatregelen. Aan de hand hiervanwordt het besparingspotentieel verder geconcretiseerd. Dit zal ook inzichtgeven in de mogelijkheden om een kostenbesparingsdoel te formulerenop basis van de optimalisatiescenario’s die in het IBO in kaart zijngebracht om de totale investeringsopgave te dempen.Het kabinet wil actief inzetten op maatregelen die het net beter benuttenen de kostenstijging dempen langs de vier interventiecategorieën die hetIBO identificeert: 1) flexibiliseringsopties en besparen van elektriciteit,2) locatiesturing, 3) het zwaarder belasten van het net en 4) keuzestoekomstig energiesysteem. Vanuit het Landelijk ActieprogrammaNetcongestie (LAN) zijn reeds verschillende acties in gang gezet rondomhet flexibiliseren van het elektriciteitsgebruik en het zwaarder belastenvan het net. De Kamer is hierover op 24 maart geïnformeerd via deKamerbrief «Voortgang aanpak netcongestie».3 Het kabinet zal in deVoortgangsrapportages LAN betere benutting monitoren, bijvoorbeeld tenaanzien van het aantal contracten dat is afgesloten en hoeveel megawattaan flexibiliteit hiermee is ontsloten. Met de netbeheerders is er overlegop welke wijze deze monitoring kan worden uitgebreid. Netbeheerderszullen op grond van de nieuwe Energiewet worden verplicht om in deinvesteringsplannen ook de inkoop van flexibiliteitdiensten op te nemendie uitbreiding van het net voorkomen of uitstellen. Inkoop van dezediensten zorgt voor een betere benutting van het net.Gegeven de toenemende vraag naar elektriciteit in de toekomst en deuitbreiding van het net die daarvoor nodig is, is het onder andere vanbelang dat gebruikers van elektriciteit flexibeler omgaan met hun vraagnaar elektriciteit. Deze vorm van beter benutten leidt ertoe datzogenoemde «outsiders» – partijen die op de wachtlijst staan voor eenaansluiting – sneller toegang krijgen. Dit zijn bijvoorbeeld nieuwebedrijven maar ook geplande woonwijken.Door gebruik te maken van flexibiliteitsopties kunnen op verschillendenetvlakken (hoog-, midden- of laagspanning) kostenbesparingen optredenen in sommige gevallen leiden tot maatschappelijk vermeden kosten alsnetuitbreidingen hiermee niet op korte termijn tot stand gebracht hoevente worden. In congestiegebieden is flexibel gebruik van het net bovendiennoodzakelijk als maatregel om binnen de grenzen van het net te blijven enruimte te maken voor nieuwe aansluitingen.3Kamerstuk 29 023, nr. 559.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5675 Tabel 1 Beleidsmaatregelen Beter benutten en dempen kostenstijgingPijler beleidsagendaVoortzetten en intensiverenbestaand beleidNieuw beleidProces voor uitwerkingA. Dempen kostenstijging en beter benuttenA1.Flexibiliseren kleinver-bruik, grootverbruik enenergie-besparing– LAN: slimme apparaten enfinanciële prikkels om piek tevermijden– Steun voor volume- en tijdsaf-hankelijk nettarief kleinverbruikers– Actieagenda DigitaliseringEnergiesysteem– Verkennen extra netbeschermingter voorkoming stroomuitval:veiligheidsmechanisme omoverbelasting van het net tevermijden.– Actieplan bi-directioneel laden– Contracten gericht op congestie-management en restcapaciteit– Subsidie voor meer flexibelelektriciteitsverbruik (Flex-e)– Sectorale aanpak congestie-management– Verbeteren isolatie-niveaugebouwen– Uitfaseren EFG-labels corporatie-en huurwoningen– Subsidie verduurzamingparticuliere verhuur– Versoepelen subsidievoorwaardenwoningeigenaren– Nationaal Isolatieprogramma– Nationaal warmtefonds– Energieprestatienormen utiliteits-bouw per 2030– Conform nieuwe Energiewet,verplichting voor netbeheerders omflexdiensten op te nemen ininvesteringsplannen– Ontwikkelen van voorstellen vooralternatieve contactvormen,tariefmodellen en de inzet vanslimme net-intensieve apparaten– Nationaal Isolatieprogramma,aanvullend budget ISDE– Versnellen uitrol contractvormenna 2025– Rol netbeheerders rond herver-deling van infrastructuur overgrootverbruikers– Borging slimme warmtepompenvia NEN-trajectVoortgangsrapportage LAN,1e kwartaal 2026Kamerbrief pakket voor groene groeiA2. Sturen op locatie– Stimuleringsprogramma Energie-hubs– Versnellen ruimtelijke inpassingexpertpool– Verkenning ruimtelijke reserverin-gen bij locatiekeuze en locatiesturing– Verkennen inzet subsidievoor-waarden voor realisatie elektrolyseop gewenste locatiesKamerbrief pakket voor groene groeiNota RuimteAanvullende analyse stimulerings-programma Energiehubs (Q4 2025)Verkenning intensivering ruimtelijkesturing nationaal energiesysteem(2026)A3. Zwaarder belastenvan het net– Net zwaarder belasten– Onderzoeken maximale benuttingcapaciteitVoortgangsrapportage LAN,1e kwartaal 2026A4. Keuzes toekomstigenergie-systeem– Uitrol van wind op zee inevenwicht brengen met deverwachte vraagontwikkeling en hetuitroltempo indien nodig bijsturenWIN (zomer 2025)Klimaat- en energienota (2025)AlgemeenAlle hierboven genoemde maat-regelenKamerbrief actualisatie maatregelenbetere benutting (Q3–Q4 2025) A1 Flexibiliseringsopties en besparingHet kabinet werkt aan een overkoepelend inzicht in de benodigdeflexibiliteit en flexibiliteitsopties die nodig zijn in een CO2-vrij elektriciteits-systeem, mede in aanloop naar de Europese verplichting om eenFlexibility Needs Assessment op te leveren.De kabinetsinzet op energiebesparing draagt bij aan een lagere vraag endaarmee het verminderen van de benodigde transportcapaciteit, hetstructureel dempen van piekmomenten op het net, en de betaalbaarheidvan de energierekening. Het verbeteren van het isolatieniveau vangebouwen en het efficiënter inrichten van procestechnieken en gebouw-gebonden installaties in de industrie zijn hiervoor cruciaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5676 Flexibel elektriciteitsverbruik kleinverbruikersVoortzetten en intensiveren bestaand beleid•Netbeheerders werken aan een voorstel voor een volume- entijdsafhankelijk nettarief voor kleinverbruikers dat zij indienen bij deACM. Hierdoor loont het voor kleinverbruikers om elektriciteit teverbruiken op momenten dat er ruimte is op het elektriciteitsnet. Hetkabinet kijkt hoe zij de invoering van een tijdsafhankelijk nettarief kanondersteunen.•Samen met netbeheerders en de ACM zijn in het Landelijk Actiepro-gramma Netcongestie (LAN) al verschillende acties in gang gezet,gericht op het gebruik van slimme apparaten om piekmomenten tevermijden. In opdracht van het kabinet wordt gewerkt aan een normvoor slimme warmtepompen. De samenhang tussen deze en andereacties op het gebied van digitalisering wordt geborgd in de Actie-agenda Digitalisering van het Energiesysteem. De Kamer wordthierover na de zomer geïnformeerd.•Ook worden eisen voor andere slimme apparaten verkend.•Dit jaar wordt een «Actieplan voor bi-directioneel laden» door deMinister van I&W bij de Kamer aangeboden om het zogenoemde slimladen van elektrische auto’s te bevorderen.•Tot slot verkent het kabinet een extra netbescherming, als uiterstredmiddel om stroomuitval te voorkomen om acute problemen op hetlokale net bij zowel productie als gebruik van elektriciteit het hoofd tebieden. Dit is een veiligheidsmechanisme waarmee vlak voordatoverbelasting van het net zich voordoet, of in real time, de productie ofhet verbruik van slimme net-intensieve apparaten automatisch beperktwordt.Nieuw beleid•De Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) werktin opdracht van het kabinet aan een Nederlands Technische Afspraak(NTA) die eisen stelt aan een slimme warmtepomp. Na gereedkomendaarvan kan worden bezien op welke wijze deze NTA kan wordenbenut om te borgen dat warmtepompen die worden aangeschaft ookslim gebruikt worden.Flexibel elektriciteitsverbruik grootverbruikersVoortzetten en intensiveren bestaand beleid•Er worden binnen het LAN nieuwe contractvormen ontwikkeldwaardoor grootverbruikers via congestiemanagement en alternatievetransportrechten flexibiliteit beschikbaar kunnen stellen aan denetbeheerder. Deze contractvormen zijn het afgelopen jaar ontwikkeldbinnen het LAN in samenwerking met het Ministerie van Klimaat enGroene Groei, de netbeheerders en de ACM, en worden in 2025geïmplementeerd en uitgerold door de netbeheerders.•Daarnaast steunt het kabinet de nieuw geïntroduceerde mogelijkheidvoor netbeheerders om de gecontracteerde transportcapaciteit teverlagen bij grootverbruikers die deze ruimte niet benutten. Dit biedtruimte aan bedrijven die nu een (zwaardere) aansluiting aanvragen.Het kabinet komt hier in de halfjaarlijkse voortgangsrapportage LANop terug.•Het kabinet heeft per 1 april 2025 voor de jaren 2025 en 2026 eensubsidie beschikbaar gesteld voor het vergroten van flexibel elektrici-teitsverbruik (Flex-e), zoals aangekondigd in de Kamerbrief «Beleids-keuzes uitgelegd, subsidieregeling flexibel elektriciteitsverbruik» vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5677 17 februari jl.4 Hiermee ondersteunt het kabinet grootverbruikers omhun elektriciteitsverbruik te flexibiliseren.•Daarnaast is het kabinet bezig met een sectorale aanpak. Het doel vandeze aanpak is de bereidheid en mogelijkheid om flexibiliteit beschik-baar te stellen voor het vergroten van congestiemanagement en testimuleren dat bedrijven hun eigen activiteiten kunnen opvangenbinnen hun bestaande aansluiting. Verkennende gesprekken wordengevoerd met onder andere de sector glastuinbouw. Deze sector kentreeds veel mogelijkheden voor flexibiliteit, bijvoorbeeld door de inzetvan warmtekrachtkoppeling (WKK) en het dimmen van LED-lampen.Nieuw beleid•Samen met de netbeheerders kijkt het kabinet of contractvormen voorgrootverbruikers na 2025 versneld kunnen worden aangeboden.Energiebesparing klein- en grootverbruikersVoortzetten en intensiveren bestaand beleid•Veel beleid is reeds in gang gezet, waaronder afspraken met woning-corporaties over de uitfasering van EFG-labels uiterlijk in 2028.•Aanvullend zijn afspraken gemaakt voor de periode tot 2034 m.b.t.reductie van de gemiddelde warmtevraag van de corporatievoorraad.•Het kabinet heeft de subsidie voor verduurzaming en onderhoud vanparticuliere verhuur verlengd (tot en met 2029) en de budgetten perhuurwoning verhoogd.•Ook voor woningeigenaren en verenigingen van eigenaars zijn desubsidievoorwaarden versoepeld waardoor subsidies voor meerwoningen beschikbaar komen.•Verder is er boven op de landelijke subsidies, in alle gemeenten eenlokale aanpak van het Nationaal Isolatieprogramma met extrasubsidies, begeleiding en ontzorging voor woningeigenaren en VvE’sdie dat het hardst nodig hebben.•Ook kunnen woningeigenaren met een verzamelinkomen tot € 60.000renteloos lenen bij het Nationaal Warmtefonds.•Daarnaast worden, als onderdeel van de implementatie de EPBD IV,vanaf 2030 energieprestatienormen gesteld voor bestaande utiliteits-bouw.5 Op grond van deze normering moet de 16% van de gebouwenmet de slechtste energieprestatie per 2030 zijn verbeterd. Daarnaastmoet per 2033 de 26% van de gebouwen met de slechtste energiepres-tatie zijn verbeterd. Deze energieprestatieverbetering kan bereiktworden met energiebesparende maatregelen als isoleren, efficiëntereinstallaties en opwek van hernieuwbare energie. Voor gebouweigena-ren is ondersteuning beschikbaar onder andere in de vorm vanontzorging, financiering en subsidies.•Het kabinet werkt ook aan een wetsvoorstel voor het uitfaseren vanEFG-labels voor huurwoningen per 1 januari 2029.6Nieuw beleid•Het Nationaal Warmtefonds ondersteunt met name huiseigenaren metlagere inkomens en Verenigingen van Eigenaars en wordt tot en met2028 gecontinueerd.7 In het kader van het Nationaal Isolatiepro-4Kamerstuk 29 023, nr. 535.5Kamerstuk 32 847, nr. 1288.6Kamerstuk 32 847, nr. 12887Ondersteuning betreft onder andere een renteloze lening voor woningeigenaren met eenverzamelinkomen tot € 60.000 en een rentekorting voor Verenigingen van Eigenaars.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5678 gramma, gericht op woningeigenaren, wordt in de Kamerbrief pakketvoor groene groei voorgesteld om in het Klimaatfonds een budget van€ 793 miljoen te reserveren, ten behoeve van de ISDE-regeling. Opdeze manier worden huiseigenaren op een doelmatige manierondersteund bij het treffen van verduurzamingsmaatregelen.A2. Sturen op locatieDe locaties van vraag en aanbod zijn zeer bepalend waar en hoeveelnetinfrastructuur uitgebreid moet worden. Overheden kunnen met behulpvan het huidige omgevingswetinstrumentarium ruimtelijke reserveringeninzetten om hierop te sturen. Voor nationale belangen gebeurt ditbijvoorbeeld al voor het Deltaprogramma. Met ruimtelijke reserveringendoor Rijksoverheid, provincies, en gemeenten wordt de beschikbaarheidvan ruimte voor energie op maatschappelijk gewenste en net-efficiëntelocaties in de toekomst verzekerd en worden tegenstrijdige ontwikke-lingen voorkomen.Voor een toekomstbestendig energiesysteem zijn zowel elektrolysecapa-citeit als batterijtechnologieën essentieel voor energieopslag en netstabi-liteit. Het kabinet deelt de conclusie dat ook hier gerichte locatiesturingextra investeringen in het elektriciteitsnetwerk kan helpen beperken. Het isvan belang dat energievraag, -aanbod, transport, flexibiliteit en conversiein samenhang worden ontwikkeld, ook in de ruimte. Regie op grond en ingevallen ook het eigendom van grond kan hierbij helpen.EnergiehubsVoortzetten en intensiveren bestaand beleid•Het kabinet ziet energiehubs als een belangrijke ontwikkeling op lokaalniveau en onderschrijft dat het van nut kan zijn om het organiserenvan collectieve flexibiliteit bij een professionele partij te beleggen. Hetkan gaan om publieke partijen, zoals netwerkbedrijven of marktpartijenals service-verlener. Voor de keuze voor een specifieke partij zal nadereafweging nodig zijn. In het Stimuleringsprogramma Energiehubswordt dit nader uitgewerkt. De Kamer wordt eind dit jaar geïnfor-meerd.Locatiesturing via ruimtelijke instrumentenNieuw beleid•In de Kamerbrief Pakket voor groene groei wordt voorgesteld€ 22,5 miljoen te reserveren om ruimtelijke inpassing te versnellen viaeen zogenoemde expertpool die bij decentrale overheden proceduresversnelt.•Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) legt een goede basisvoor het ontwikkelen van net-efficiënte locaties. Het kabinet zal naderbezien of ruimtelijke reserveringen specifiek een rol kunnen vervullenten aanzien van locatiekeuzes en locatiesturing op het vlak vanelektriciteitsinfrastructuur, kerncentrales en andere grootschaligeelektriciteitscentrales, aanlandingen Wind op zee, grootschaligeelektrolyse, en batterijen.•Ook wordt nader verkend of grondverwerving op bovenstaande eenaanvulling kan zijn, omdat dit de overheid in staat stelt om ook opspecifieke momenten in de tijd op specifieke locaties de ontwikkelingvan energiefuncties te programmeren. In 2026 wordt de Kamer over deuitkomsten van de verkenning naar de intensivering van ruimtelijkesturing geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5679 •Het kabinet werkt in dit kader aan de Nota Ruimte waarin de verschil-lende ruimtelijke opgaven (waaronder energie) in samenhang wordenbezien en ook keuzes daarover worden gemaakt.•Het kabinet brengt tevens samen met TenneT en de regionalenetbeheerders geschikte opslaglocaties zo nauwkeurig mogelijk inkaart. Hierover zal de Kamer eind dit jaar over worden geïnformeerd.Stimuleren van elektrolysecapaciteit en batterijen op degewenste locatiesNieuw beleid•Als de tariefsystematiek en ruimtelijke instrumenten hier onvoldoendeprikkels voor bieden, zal het kabinet bezien of het met subsidievoor-waarden kan sturen op realisatie van elektrolysecapaciteit en batterijenop locaties met lage maatschappelijke kosten.A3. Zwaarder belasten van het elektriciteitsnetHet Nederlandse elektriciteitsnet kent internationaal gezien een zeer hogebetrouwbaarheid. Dat betekent dat het aantal onderbrekingen in deelektriciteitsvoorziening beperkt is en de gemiddelde duur van onderbre-kingen kort. Het kabinet zet in op een intensievere benutting van denetcapaciteit die de investeringsopgave kan verminderen onder devoorwaarde dat de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet op eenvoldoende hoog niveau kan blijven.Voortzetten en intensiveren bestaand beleid•Zoals aan de Kamer gemeld, worden binnen het LAN de mogelijkhe-den om het elektriciteitsnet zwaarder te belasten onderzocht. Op veelplekken in het land wordt het elektriciteitsnet al zwaarder belast. Delevensduur van de infrastructuur neemt daardoor soms af en zwaarderbelasten kan tot meer risico’s leiden.•Het Ministerie van Klimaat en Groene Groei en de ACM voeren samenmet de netbeheerders een analyse uit naar de mogelijkheden om opeen verantwoorde manier de capaciteit maximaal te benutten, enwelke beleidsmatige of andere interventies hiervoor nodig enwenselijk zijn. De resultaten van dit onderzoek worden gefaseerd na dezomer verwacht.A4. Keuzes voor het toekomstige energiesysteem die de investerings-opgave beïnvloeden.De uitrol van wind op zee draagt bij aan de leveringszekerheid enopschaling van hernieuwbare energie van Nederland en Noordwest-Europa. Door de bouw van windparken op zee kan worden voorzien in dehogere toekomstige elektriciteitsvraag van huishoudens, mkb-bedrijven,maatschappelijke instellingen, en industrie. Tot dusverre was de capaciteitvan wind op zee nog gering ten opzichte van de elektriciteitsvraag, maarinmiddels betreft dit een steeds significanter aandeel van de elektrici-teitsmix. De langere termijn inzet van windenergie op zee (38 GW), waarin het IBO van is uitgegaan, is afgestemd op de verwachte elektrischeaanlanding benodigd om de streefdoelstelling van 50GW in 2040 (inclusiefwaterstof) te kunnen realiseren.Tegelijkertijd komt de verwachte vraagontwikkeling langzamer tot standdan verwacht. Hierdoor ontstaat een sterkere noodzaak om de uitrol vanwindenergie op zee in evenwicht met de verwachte vraagontwikkeling tebeschouwen en het uitroltempo bij te sturen indien nodig, zodat onnodigTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56710 sterke toename van nettarieven wordt voorkomen. In het WindenergieInfrastructuurplan Noordzee (WIN), dat deze zomer aan uw Kamer wordtverstuurd, en de klimaat- en energienota, die uw Kamer met Prinsjesdagontvangt, zal nader worden stilgestaan bij de ontwikkeling van de vraagten opzichte van het aanbod.B. Opties voor het anders verdelen van de netkosten In het rapport worden verschillende mogelijkheden besproken om denetwerkkosten te herverdelen of de lasten voor bepaalde groepen/sectoren te verminderen. Hierna worden de opties besproken voorherverdeling tussen Nederland en het buitenland, verdeling tussengeneraties, verdeling tussen huishoudens en bedrijven en verdelingtussen inkomensgroepen. In algemene zin geldt dat een hogere energiere-kening doorwerkt in de inflatie en zo wordt meegewogen in dekoopkrachtbesluitvorming. Een belangrijke kanttekening hierbij is datgeneriek koopkrachtbeleid onvoldoende gericht is om huishoudens diefinancieel kwetsbaar zijn voor een hoge energierekening te compenseren.Tabel 2 geeft inzicht in de beleidsmaatregelen die samenhangen met hetanders verdelen van de netkosten.Tabel 2 Beleidsmaatregelen ten aanzien van anders verdelen van de netkostenPijler beleidsagendaVoortzetten en intensiverenbestaand beleidNieuw beleidProces voor uitwerkingB. Anders verdelenAnders verdelen– Verdeling tussen landen doorsamenwerking North Seas EnergyCorporaton– Financiering TenneT– Energiefonds 2025– ACM-ontwerpbesluit invoedings-tarief– Inzetten op voldoende middelenConnecting Europe Facility (CEF)– Verkennen afwenteling transport-kosten op andere landen bij exportwind op zee– Uitwerken randvoorwaardenamortisatie– Verlengen IKC-ETS– Verlagen energiebelastingAdvies aan ACMNederlandse positiebepaling voorEuropese Clean Industrial Deal, Staal-en Metaal Actieplan en Actieplan voorBetaalbare Energie via gebruikelijkeBNC-procedureKamerbrief pakket voor groene groei ACM-ontwerpbesluit invoedingstariefOp dit moment worden de transportkosten voor het elektriciteitsnet inrekening gebracht bij afnemers. De wijze waarop bekostiging is georgani-seerd betekent nu dat de individuele business case geen inzicht geeft inde totale maatschappelijke kosten. Invoeders van elektriciteit betalen nietmee aan transportkosten. Deze worden alleen opgebracht door deafnemers.Met een invoedingstarief verschuift een deel van de netkosten van deelektriciteitsinfrastructuur van afnemers naar invoeders van elektriciteit.Dit is vanuit economisch perspectief gerechtvaardigd: het netgebruik vanindividuele invoeders is ook bepalend voor de kosten van de benodigdeinfrastructuur. Een invoedingstarief zou dan ook bijdragen aan hetprincipe van het kostenveroorzakingsbeginsel en afhankelijk van hetontwerp ook efficiënter netgebruik kunnen stimuleren. De mate waarineen invoedingstarief leidt tot een lagere totale energierekening voorafnemers hangt af van de mate waarin invoeders hogere kosten kunnendoorberekenen aan gebruikers op de Europese markt. Als zij dit kunnendoorberekenen, staat tegenover een bijdrage door invoeders aan denetkosten een hogere leveringsprijs van elektriciteit. Als deze kosten totuiting komen in de leveringsprijs worden deze kosten – in tegenstelling totde bijdrage aan het net – echter verrekend met alle eindgebruikers vanelektriciteit, ook buiten Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56711 De ACM streeft ernaar om in 2025 een ontwerpbesluit voor een invoe-dingstarief te publiceren. Conform de motie van de leden Grinwis enBontenbal van 6 maart jl.8 zal de ACM worden gevraagd ook de rol vanopslag bij een invoedingstarief mee te nemen in het ontwerpbesluit. DeACM heeft aangegeven hier welwillend tegenover te staan.Als aanbieders de kosten niet kunnen doorberekenen zal een invoedings-tarief de businesscase van bestaande projecten, zoals zon en wind,verslechteren, terwijl compensatie daarvan niet mogelijk is binnen debestaande subsidieregelingen. Ook is van belang dat een invoedingstariefbij nieuwe projecten zal leiden tot een hogere onrendabele top waardoormeer subsidiebudget nodig zal zijn om deze onrendabele top te compen-seren. Dit subsidiebudget, voor nieuwe en bestaande projecten, is op ditmoment niet beschikbaar. Gegeven de grote investeringen die TenneTreeds heeft gedaan voor de Routekaart Windenergie op zee gericht op21 GW en de verslechterde businesscase voor windparken op zee, lijktdaarenboven een invoedingstarief voor windparken op zee de komendejaren bijzonder risicovol. Wanneer de businesscase hierdoor onder waterkomt te staan en biedingen uitblijven, zal dit resulteren in dure infra-structuur die onbenut blijft. Dergelijke gevolgen zetten het nationaleenergie- en klimaatbeleid onder druk. Het kabinet adviseert de ACM ombovenstaande risico’s mee te wegen.B1. Mogelijkheden op Europees niveauVoortzetten en intensiveren bestaand beleidNederland zet zich op Europees niveau in om netkosten tussen landen teverdelen voor de aanleg van het net op zee. Het kabinet zet hierbij in opsamenwerking met andere EU-landen binnen de North Seas EnergyCooperation (NSEC) met als doel een gezamenlijke en gebalanceerdeverdeling van kosten en baten te verkennen en met een gezamenlijkvoorstel te komen richting de Europese Commissie. De EuropeseCommissie heeft aangekondigd om in het kader van een Grids Packagemet wetgevingsvoorstellen te komen ter bevordering van een sterkergrensoverschrijdende geïntegreerde planning en uitvoering van projecten,vooral met betrekking tot interconnecties, en de ontwikkeling van eeneffectief kostenverdelingsmechanisme voor (onder andere grensover-schrijdende) projecten.Tevens wordt ingezet op alternatieve oplossingen om op projectbasisafspraken te maken met andere landen (bilateraal en multilateraal).Nieuw beleid•Het kabinet zal zich daarnaast in het kader van de onderhandelingenover het Meerjarig Financieel Kader (MFK) post-2027 in Europeesverband inzetten voor versterking van het concurrentievermogen, waarook de fysieke energie-infrastructuur deel van uitmaakt.•In het IBO wordt gesteld dat het belangrijk is om extra productie vanwind op zee, die in de toekomst niet primair in Nederland zal wordengeconsumeerd gekoppeld dient te worden aan de vraag of anderelanden kunnen meedelen in de kosten van het Nederlandse (offshore)net. Denemarken heeft onlangs al aangegeven dat het alleen totuitbreiding van het net op zee overgaat als Duitsland gaat bijdragenaan de kosten. Op dit moment is Nederland op veel uren in het jaarnetto-exporteur van elektriciteit. Dat impliceert overigens niet datNederland alle 8.760 uren van het jaar alleen maar elektriciteitexporteert. Gedurende een jaar importeert Nederland ook een8Kamerstuk 29 023, nr. 539.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56712 aanzienlijke hoeveelheid elektriciteit. Door de toekomstige gestagegroei van wind op zee productie zal Nederland op termijn netto-exporteur blijven van elektriciteit, met name als de binnenlandsevraagontwikkeling achterblijft bij de prognoses. Voor de toekomstigewindparken en (hybride) interconnectoren zet het kabinet in op eenverdeling van de kosten tussen landen die een afspiegeling is van debaten die ermee samenhangen. In het WIN zal hier verder op wordeningegaan.B2. Generieke mogelijkheden op nationaal niveauVoortzetten en intensiveren bestaand beleid•In september 2024 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat hetvoornemens is om zelf zorg te blijven dragen voor de financiering vanTenneT Nederland. Vervolgens is in het IBO bekeken of er naastkapitaalstortingen ook andere manieren mogelijk zijn om netbeheer-ders te financieren, zoals garanties of leningen. Deze informatie isgebruikt in de besluitvorming over de structurele oplossing voor definanciering van TenneT Nederland. Over de uitkomst hiervan bent uop 17 april jl. in de Kamerbrief «Structurele oplossing TenneTNederland en TenneT Duitsland door het kabinet geïnformeerd.9Nieuw beleid – uitwerken randvoorwaarden amortisatieEen oplossing is nodig om de nettarieven gedurende de energietransitievoorspelbaar te maken en op een redelijk niveau te houden ten opzichtevan omringende landen. Het kabinet wil de concurrentiepositie van deindustrie versterken, ruimte creëren voor ondernemers om weer teinvesteren in activiteiten die in het toekomstige Nederlandse energie-systeem passen en ook elektrificatie bij huishoudens verder stimuleren.Het kabinet heeft daarom met interesse kennisgenomen van deIBO-beleidsoptie voor een amortisatierekening. Door een deel van denetkosten via leningen op een amortisatierekening te bekostigen en dezekosten langer in de tijd te spreiden, kunnen gemaakte netkosten over eengroter elektriciteitsverbruik worden verdeeld.Met een positieve grondhouding kijkt het kabinet of aan vier randvoor-waarden kan worden voldaan, uiterlijk bij Prinsjesdag dit jaar:1.Er is duidelijkheid nodig over de juridische mogelijkheden om dezevariant uit te voeren.2.Het is nog onduidelijk wat de effecten zijn van een amortisatiereke-ning op het EMU-saldo en de EMU-schuld. Het kabinet wil namelijkdeze aanpak alleen toepassen op een manier die niet saldo-relevantis.3.Het kabinet vindt het van belang om de intergenerationele effectenvan een amortisatierekening zo goed mogelijk in kaart te brengen.Het kabinet wil er namelijk oog voor houden, dat de rekening nietonevenredig wordt doorgeschoven naar toekomstige generaties.Hierover zal het kabinet in gesprek gaan met de ACM.4.Ook wil het kabinet de effecten van de amortisatierekening op definanciële positie van TenneT en de credit-rating in kaart brengen.In de vormgeving van deze optie zal het kabinet rekening houden metoverige maatregelen om de kosten te dempen, zoals het beter benuttenvan het net, de al bestaande subsidie voor de netten op zee, en eventuelespecifieke compensatie voor bepaalde doelgroepen. Het kabinet achtstevige Europese afspraken hiervoor van belang en zal hier de komende9Kamerstuk 28 165, nr. 447.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56713 maanden op inzetten. In het Europese Actieplan voor betaalbare energiewordt de mogelijkheid van een amortisatierekening voor elektriciteitsin-frastructuur expliciet genoemd. Het kabinet zal de EU vragen om in derichtsnoeren die de Europese Commissie in het tweede kwartaal van ditjaar publiceert heldere guidance te geven rond de saldo- en schuldrele-vantie, citeria voor een rechtvaardige intergenerationele verdeling enstaatssteun voor behoud van een gelijk speelveld. Het kabinet zal deKamer met Prinsjesdag 2025 informeren over de randvoorwaardenaangaande de amortisatieoptie en het besluit daarover.B3. Specifieke opties industrieIn brede zin liggen de energieprijzen voor internationaal opererendebedrijven binnen de EU op een hoger niveau dan daarbuiten, waardoorhet Europese bedrijfsleven kampt met een ongelijk speelveld ten opzichtevan internationale concurrenten buiten de EU. De Clean Industrial Deal(CID), het Staal- en Metaal Actieplan, en het Europese Actieplan voorbetaalbare energie vragen hier aandacht voor. Over de Nederlandsepositiebepaling ten aanzien van deze voorstellen wordt uw Kamer via degebruikelijke BNC-procedure geïnformeerd. De elektriciteitsrekening voorde sector industrie in Nederland is hoger dan in EU-buurlanden, onderandere vanwege verschillen in verleende kortingen en vrijstellingen tenopzichte van ons omringende landen. Voor elektriciteits-intensievebedrijven bestaat er tot 2030 een concurrentienadeel doordat er inNederland geen meerjarige middelen beschikbaar zijn voor de IndirecteKosten Compensatie voor ETS-bedrijven (IKC-ETS) in tegenstelling totEU-buurlanden. Naarmate de energiemix steeds verder verschuift vangrijze naar groene elektriciteit, wordt dit concurrentienadeel na 2030 naarverwachting kleiner.De Commissie heeft aangekondigd om in het tweede kwartaal van 2025met aanbevelingen over nettarieven te komen, gericht op verdereharmonisatie van de methodologie van nettarieven en flexibeler energie-verbruik. In het Staal- en Metaal Actieplan heeft de Commissie aange-kondigd dat in deze richtsnoeren mogelijke oplossingen worden aange-dragen om systeemkosten voor alle gebruikers te verlagen, ook voor deenergie-intensieve industrie. Ook zal de Europese Commissie tegen deachtergrond van de herziening van ETS en CBAM werken aan maatre-gelen voor indirecte ETS kostencompensatie na 2030. Het kabinet zet zichin voor een geharmoniseerde aanpak gericht op een gelijk speelveldbinnen Europa en op het verbeteren van het Europese speelveld tenopzichte van de rest van de wereld.Nieuw beleidHet kabinet stelt in de Kamerbrief pakket voor groene groei voor om, inlijn met de oproep in het Staal- en Metaal Actieplan, de IKC-ETS regelingmet drie jaar te verlengen. Hierdoor valt een groot deel van het kosten-nadeel ten aanzien van de elektriciteitsprijs weg en kan het gelijkespeelveld voor deze bedrijven ten opzichte van hun Europese concur-renten ten dele worden hersteld.B4. Specifieke opties huishoudensHet IBO signaleert dat huishoudens met een substantiële stijging van denettarieven worden geconfronteerd. Deze stijgende nettarieven vormeneen groeiende zorg voor de betaalbaarheid van energie, en vooral doorhuishoudens met lage inkomens. Verwacht wordt dat in 2025 tussen de550.000 en 640.000 huishoudens in energiearmoede verkeren. Zoalshiervoor is aangegeven, wordt de ontwikkeling van nettarieven jaarlijksTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56714 impliciet meegewogen in de koopkrachtbesluitvorming. Op dat momentkan integraal bekeken worden of maatregelen nodig zijn om dekoopkracht van (midden)groepen te ondersteunen. Ondanks het beperkenvan de vraag, een andere verdeling van de netwerkkosten, en de integraleblik op de koopkrachtontwikkeling kan gerichte ondersteuning voorhuishoudens in een kwetsbare positie nog steeds noodzakelijk zijn. Hetkabinet heeft hier oog voor.Het IBO heeft verschillende opties onderzocht in de breedte van deenergierekening. De beste manier om de laagste energierekening vooriedereen te garanderen, is via marktwerking op de energiemarkt.Aanvullende maatregelen kunnen overwogen worden om huishoudensdie financieel kwetsbaar zijn voor een hoge energierekening te onder-steunen. Daarbij moet een weging worden gemaakt tussen de impact vande koopkrachtmaatregelen, gerichtheid op de doelgroep van huishoudensmet een laag inkomen en een relatief hoge energierekening, budgettairekosten voor de overheid, complexiteit van de uitvoering en doenver-mogen van huishoudens, en bijkomende effecten van een instrumentzoals de competitieve werking van de energiemarkt als geheel. Onder-zochte opties omvatten verlaging van de energierekening (door verlagingvan de energiebelastingtarieven of verhoging van de belastingvermin-dering in de energiebelasting), oprichting van een publiek energiefonds ofhet sociaal tarief.Ondersteuning van huishoudens voor de stijgende energierekening opbasis van een laag inkomen of energiequote (zoals een energiefonds ofsociaal tarief) heeft als voordeel dat huishoudens gericht ondersteundkunnen worden. Keerzijde is dat de marginale prikkel om energie tebesparen juist wordt verlaagd. Voor het sociaal tarief geldt dat hetnadelen kent in de vorm van marktverstoring. Ook is er op dit momentgeen oplossing voorhanden voor de complexe en kostbare uitvoerings-problematiek. Het kabinet overweegt deze optie daarom vooralsnog niet.Ook een energiefonds kent op zichzelf uitdagingen in de uitvoering, maarer is wel enige ervaring opgedaan met het Tijdelijk Noodfonds Energie in2023 en 2024.Voortzetten en intensiveren bestaand beleid•Het kabinet heeft op 14 februari jl. een positief besluit genomen overeen publiek-privaat energiefonds voor 2025 in de Kamerbrief van deMinister en Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid envan ondergetekende.10 Hiermee worden huishoudens financieelkwetsbaar zijn voor een hoge energierekening ondersteund met hetbetalen ervan. Het energiefonds 2025 opent in de week van 21 aprilvoor huishoudens met een (laag)middeninkomen en een hogeenergierekening. De laatste stand van zaken omtrent de opening vanhet energiefonds 2025 treft u in de Kamerbrief van 4 april 2025.11 In2025 kunnen voor het eerst ook huishoudens met een blokaansluitingeen aanvraag voor het energiefonds indienen. Deze publiek-privateconstructie zal er in 2025 voor het laatst zijn.Nieuw beleid•Het kabinet heeft besloten om een voorstel ter goedkeuring bij deCommissie in te dienen voor de besteding van middelen uit het SocialClimate Fund, waaronder een meerjarig publiek energiefonds.10Kamerstuk 29 023, nr. 533.11Kamerstuk 29 023, nr. 562.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56715 •Het kabinet stelt daarnaast voor om de energiebelasting voorhuishoudens te verlagen door verhoging van de belastingverminde-ring. Dit is een vast bedrag per elektriciteitsaansluiting dat ongeacht dehoeveelheid verbruikte energie in mindering wordt gebracht op deenergierekening. Met deze maatregel wordt de belastingverminderingin 2026, 2027 en 2028 met € 200 miljoen verhoogd.C. Stroomlijnen besluitvorming Het IBO concludeert dat ten behoeve van de politieke besluitvormingmeer inzicht nodig is in de langetermijnontwikkeling van de infrastructuur,de kosten die daaruit volgen en de verdeling ervan over burgers enbedrijven. Aanbevelingen zien enerzijds op systeem- en infrastructuur-planning en anderzijds op het verstrekken van informatie over investe-ringen en kosten. De opgave vraagt om meer samenwerking en nieuwesamenwerkingsvormen. Het betekent ook dat informatie, inzicht en kennismeer gedeeld moeten worden tussen partijen.De aanbevelingen die in het rapport zijn geformuleerd over besluit-vorming en beter inzicht in de cijfers, worden door het kabinet omarmd.Bij de uitwerking van de aanbevelingen zal worden aangesloten bij dewettelijke rol- en taakverdeling en zal nadrukkelijk worden gekeken naarbehoud van een efficiënt proces met aandacht voor de benodigdeuitvoeringscapaciteit die een aantal van de aanbevelingen mogelijk metzich meebrengt. Daarnaast zal bij het publiceren van financiële cijfersuiteraard ook rekening worden gehouden met eventuele vertrouwelijkheidvan bedrijfsgevoelige informatie. Hiervoor zal moeten worden gezochtnaar het juiste aggregatieniveau.Ten eerste maakt het kabinet werk van het advies om het proces voor hetgezamenlijk opstellen van langetermijnscenario’s verder te verbeteren.Deels sluit dit al aan bij bestaande praktijk. Netbeheerders stellen iederetwee jaar scenario’s op ten behoeve van het investeringsplan. Hierbijworden de ACM en andere stakeholders nauw betrokken. In deEnergiewet zal dit proces al verder worden geïnstitutionaliseerd. Hierbijwordt ook de minimale zichtstermijn voor de scenario’s van 25 jaarvastgelegd. Verbeterpunt is het in gezamenlijkheid tot transparanteuitgangspunten komen waarop de scenario’s worden gebaseerd.Netbeheerders betrekken planbureaus, de ACM en mijzelf hier al bij, maarintensivering en institutionalisering ziet het kabinet als nuttig omaannames, bijvoorbeeld over prijsontwikkelingen, ruimtelijke aannamesof economische ontwikkelingen, te toetsen en scenario’s beter aan te latensluiten bij beleid. In het bijzonder bij het scenario dat direct gekoppeld isaan het beleid, is consistentie van uitganspunten van belang. Het kabinetzal hiertoe in gesprek treden met de netbeheerders, planbureaus en deACM. Hierbij dient echter opgemerkt te worden dat dit niet moet leiden totvertraging van het scenario- en IP-proces.Ten tweede acht het kabinet de aanbeveling om de scenario’s door tevertalen naar een integrale infrastructuurplanning ook logisch; het kabinetziet dit echter niet zozeer als een zogenoemde tussenstap in het IP-proces,maar als uitbreiding op II3050 en in samenhang met PEH en NPE. Eenintegrale planning van de netbeheerders gezamenlijk draagt bij aan inzichtin de effecten van beleidskeuzes op systeemniveau en hoe energie-infrastructuur zo efficiënt mogelijk ingericht en benut kan worden.Onderdeel hiervan is ook de zogeheten «netwerktoets» bij beleid. Hetkabinet zal hierover afspraken maken met de netbeheerders. Netbe-heerders moeten meer betrokken raken bij beleidsvoorstellen die naarverwachting grote impact hebben op het elektriciteitsnet en op debenodigde investeringen en mogelijke doorwerking daarvan op de kosten-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56716 en tariefontwikkeling, en zouden daartoe een netwerktoets kunnenopstellen. Met netbeheerders zal overlegd worden op welke termijn erruimte is om een dergelijke toets structureel te implementeren en hoe diteruit komt te zien. Het kabinet vindt het verstandig om hierbij eenondergrens te hanteren, bijvoorbeeld benodigde investeringen dieworden geschat op 200 miljoen euro of meer, zoals in het IBO wordtgeadviseerd. Het kabinet komt hierop terug in de Klimaat- en Energienota2025.Daarbij is het ook nodig om energieplanologie – de wisselwerking tussenruimtelijke ontwikkelingen en aanpassingen van het energiesysteem –vroegtijdig mee te nemen in het beleid. Het is daarbij belangrijk dat deruimtelijke inpassing eerder wordt meegewogen bij besluiten overenergie. Door in de eerdergenoemde integrale infrastructuurplanning ookde ruimtelijk dimensie te betrekken, kan er (mede) vanuit het energie-systeem ruimtelijk gestuurd worden op de locaties van vraag, aanbod enopslagcapaciteit.Ten derde zal het kabinet vanaf dit jaar de investeringsprognoses, deverwachte nettarieven en financieringsbehoefte van de netbeheerdersopnemen als bijlage bij de Voorjaarsnota en nader geactualiseerd in deMiljoenennota. Het kabinet zal met de netbeheerders en ACM afsprakenmaken over een beter inzicht in en sturing op investeringsprognoses en-plannen en komt hier bij de Klimaat- en Energienota 2025 nader op terug.Via het LAN brengt het kabinet keuzes in beeld voor efficiëntere benuttingvan het elektriciteitsnet. Keuzes op systeemniveau worden daarbijmeegenomen in het PEH en het NPE.Het is van belang dat de Tweede Kamer kennis kan nemen van dehierboven genoemde consequenties voor bijvoorbeeld gewensteuitbreidingen van het net op zee. De aanbevelingen die in het IBO-rapportzijn opgenomen, zal het kabinet gaan navolgen. Hierdoor kan na devoorjaarsbesluitvorming en na goedkeuring van de Voorjaarsnota door deKamer, de Minister van KGG het ontwikkelkader aanpassen en degewenste uitbreidingen van het net op zee in opdracht aan TenneT kangeven. Hiermee wordt het budgetrecht van de Kamer op dit vlak geborgdop zowel de financiering van TenneT voor het net op zee als op deinpassingskosten. Vanaf dit jaar zal het kabinet bovenstaande besluitvor-mingsproces voor wind op zee volgen, daarbij rekening houdend mettrajecten die al in gang zijn gezet en daardoor niet in zijn geheel dit proceskunnen volgen.Tot slot wil het kabinet de publieke kennis, data en methoden verderontwikkelen om kosten, baten en verdelingsaspecten en het effect vanbeleidskeuzes daarop, gedurende de energietransitie integraal enstructureel in beeld brengen. Het kabinet heeft de samenwerking gezochtmet de publieke kennisinstellingen (PBL, CPB, TNO, CBS en RVO, verenigdin de Kenniscoalitie voor de Energietransitie) om met hen een daaropgericht werkprogramma op te stellen, zodat er een stevigere publiekekennisbasis komt over kosten en baten. Inhoudelijke details, prioriteringen bijbehorende omvang worden nog vastgesteld. Met de publiekekennisinstellingen zal bekeken worden op welke wijze een dergelijk inzichtop termijn kan worden gedeeld met de Tweede Kamer, bijvoorbeeld in deVoorjaarsnota of de jaarlijkse Klimaat- en Energienota.3. Opvolging moties en toezeggingen Het kabinet maakt van de gelegenheid gebruik om in deze brief ook aantwee toezeggingen aan de Kamer tegemoet te komen die direct een relatiehebben met het IBO rapport. Ook reageert het kabinet op de moties vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56717 respectievelijk het lid Rooderkerk c.s. van 11 maart jl. en de motie van deleden Erkens en Postma van 7 november 2024, de motie van het lidBallekom en de motie van het lid Holterhues c.s.12, 13, 14Bevoegdheidsverdeling nettarievenOp verzoek van de Kamer zet het kabinet uiteen hoe de bevoegdheidsver-deling met betrekking tot de nettarieven is vormgegeven en welkewettelijke sturingsmogelijkheden daarvoor bestaan. Voor de volledigheidwordt ook verwezen naar de eerdere brief van 19 november jongstleden.15De ACM heeft op basis van Europese regelgeving de exclusieve taak omonafhankelijk de tariefstructuren en de hoogte van de nettarieven vast testellen. Dat houdt in dat ACM ook vaststelt hoe de netkosten wordenverdeeld over verschillende categorieën van gebruikers. Een uitspraak vanhet Europees Hof van Justitie van 2 september 2021 heeft de onafhanke-lijke positie van toezichthouders in de EU nogmaals benadrukt. Hetkabinet heeft op dit vlak dus geen bevoegdheden. Het kabinet mag deACM ook geen instructies geven om bepaalde wijzigingen van detarievenstructuur door te voeren of te onderzoeken. Dit geldt eveneensvoor uw Kamer. Dit laat onverlet dat lidstaten wel bevoegd zijn om hunnationaal energiebeleid vast te stellen zolang dat geen afbreuk doet aande onafhankelijkheid van de nationale regulerende instanties bij deuitvoering van de aan hen toegekende exclusieve bevoegdheden.Niettemin is het kabinet regelmatig in gesprek met ACM over de nettarie-venstructuur en de wijze waarop deze de Nederlandse energiemarktbeïnvloedt en impact heeft op de energie- en klimaatdoelstellingen ofspecifieke categorieën van afnemers raakt, die een rol hebben bij hetbehalen van de energie- en klimaatdoelstellingen, zoals de industrie,batterijen, elektrolysers en huishoudens. In dat verband – en in opvolgingde motie-Erkens – zal het kabinet ACM ook vragen of zij binnen Europesekaders nog ruimte ziet om de nettarieven voor elektrolyse en batte-rijopslag te verlagen.16 Dit kan bijvoorbeeld in het licht zijn van deintegratie van hernieuwbare energie en de voorzieningszekerheid, hetfaciliteren van energieopslag en de verwezenlijking van de doelstellingenvan de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen. Het is echteraan ACM om te beoordelen of en in hoeverre zij bijzondere behandelingvan batterijen en elektrolysers wenselijk en verdedigbaar vindt binnen deEuropese regels, waarbij ook de principes van kostenreflectiviteit,transparantie en non-discriminatie in acht moeten worden genomen. DeACM moet deze uitgangspunten respecteren bij het vaststellen van denettarievenstructuur. De Europese Commissie heeft aangekondigd ommet richtsnoeren over nettarieven te komen, gericht op het flexibelerenergieverbruik en het waarborgen van een gelijk speelveld. Het is aan deACM om dit te betrekken in de afweging over tariefstructuren ennetwerktarieven.Voor de volledigheid merkt het kabinet ook op dat zowel de nettarieven-structuur voor elektriciteit als de aansluit- en transportvoorwaarden vannetbeheerders voor elektriciteit in beweging zijn. Netbeheerders en ACMhebben de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar aanpassingen dienetgebruikers kunnen belonen voor efficiënter netgedrag, bijvoorbeelddoor de beprijzing van netgebruik (verder) te differentiëren op basis vantijd en locatie. Veel van deze aanpassingen zijn door ACM vastgelegd in12Kamerstuk 32 813, nr. 1476.13Kamerstuk 36 600 XXIII, nr. 29.14Kamerstuk 36 378, I.15Kamerstuk 29 023, nr. 525, p. 4.16Kamerstuk 29 023, nr. 479.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56718 de methoden en voorwaarden en worden al toegepast, zoals in non-firmaansluit- en transportovereenkomsten of meer tijds- en plaatsgerelateerdetariefdifferentiatie. Het IBO-rapport bevat hier een overzicht van.17Het voorgaande laat onverlet dat het kabinet wel indirect invloed kanuitoefenen op de (hoogte van de) netkosten en daarmee uiteindelijk ookop de nettarieven. Bijvoorbeeld via een subsidie aan netbeheerders, inzetop zwaardere benutting van het elektriciteitsnet, meer ruimtelijke sturing,of andere beleidsopties die het IBO in kaart heeft gebracht.Rol niet-gerealiseerde investeringen in nettarievenTijdens het debat «Netcongestie en energie-infrastructuur» van 19 februarijl. is door het lid Postma de vraag gesteld of de kosten behorend bij deinvesteringen die netbeheerders niet tijdig kunnen realiseren en dieonderdeel zijn van de 25% onderbesteding door netbeheerders in detarieven worden opgenomen. Dit is niet het geval. Als grondslag voor detarieven worden alleen de (effectieve) kosten meegenomen die directsamenhangen met daadwerkelijk gerealiseerde infrastructuur.Informeren EK over onderzoek elektriciteitskosten in NederlandTijdens de behandeling van de Energiewet in de Eerste Kamer op3 december jl. is door het lid Van Ballekom het verzoek gedaan omonderzoeken die zijn gedaan rondom de elektriciteitskosten in Nederlandte delen met de Eerste Kamer. Het kabinet stuurt daarom het onderzoekdat afgelopen jaar door E-Bridge is uitgevoerd mee met deze kabinetsap-preciatie.18Motie-Rooderkerk c.s. inzake kapitaalstorting t.b.v. Wind op ZeeIn de motie van het lid Rooderkerk c.s. wordt de regering verzochtvoorafgaand aan de Voorjaarsnota een kapitaalstorting in TenneT voor deinvesteringen voor Wind op Zee verder uit te werken. Het kabinet merkthierover het volgende op. Kapitaalstortingen hebben als doel om definanciële positie van TenneT te versterken, zodat TenneT eigenstandigvoldoende vreemd vermogen kan aantrekken om zijn investeringen tekunnen financieren. Zoals hiervoor uiteengezet is in het IBO bekeken of ernaast kapitaalstortingen ook andere manieren mogelijk zijn om netbe-heerders te financieren, zoals garanties of leningen. Over de voorge-nomen structurele oplossing voor de financiering van TenneT Nederlandbent u op 17 april jl. in de Kamerbrief «Structurele oplossing TenneTNederland en TenneT Duitsland» door het kabinet geïnformeerd. Debesluitvorming over dit financieringsvraagstuk heeft geen invloed op denettarieven. Kapitaalstortingen zullen de nettarieven dus niet verlagen. Demotie verzoekt de regering op korte termijn maatregelen te nemen om destijging van de nettarieven te voorkomen. Het kabinet gaat er daarom vanuit dat de indieners van de motie doelden op maatregelen rondom hetverlagen van de nettarieven, zoals het verstrekken van een subsidie of hetopzetten van een amortisatierekening. Ten aanzien van laatstgenoemdeoptie verwijst het kabinet naar de appreciatie hieromtrent in deze brief.17Bijlage 7, Bijlage Tarieven, nieuwe nettariefstructuren en aansluit- en transportvoorwaarden,«Schakelen naar de toekomst», IBO Bekostiging Elektriciteitsinfrastructuur.18Kamerstuk 32 813, nr. 1372.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56719 Motie-Erkens/Postma inzake gelijk speelveld voor elektrificatieindustrieIn bovengenoemde motie van de leden Erkens en Postma wordt deregering verzocht om te kiezen voor maatregelen die ervoor zorgen dathet gelijke speelveld van de Nederlandse industrie op het gebied vanelektriciteit zo veel mogelijk wordt hersteld en om zich binnen deEuropese Unie in te spannen voor beleid dat het gelijke speelveld met derest van de wereld op het gebied van elektrificatie herstelt. Het kabinetheeft in het kader van de Voorjaarsnota verlenging van de IKC-ETSregeling mogelijk gemaakt, werkt de randvoorwaarden voor amortisatieuit, en zet in op een geharmoniseerde aanpak binnen de Europese Uniegericht op een gelijk speelveld binnen Europa en op het verbeteren vanhet Europese speelveld ten opzichte van de rest van de wereld.Motie-Holterhues c.s. inzake overwegingen sociaal tarief energie-kostenIn de motie van het lid Holterhues c.s., ingediend in de Eerste Kamer bijde behandeling van de Energiewet 3 december jl., wordt de regeringverzocht het sociaal tarief te onderzoeken en de resultaten te delen. In hetvoorliggende IBO zijn de voor- en nadelen van het sociaal tarief naderonderzocht, zoals in deze brief uiteengezet.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 56720
Gerelateerde bronnen
- In de kabinetsreactie op het IBO-rapport gaat de minister in op de vraag of de onbenutte 25% aan investeringen worden meegenomen in de nettarieven.
In de kabinetsreactie op het IBO-rapport gaat de minister in op de vraag of de onbenutte 25% aan investeringen worden meegenomen in de nettarieven.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.