Verslag van een schriftelijk overleg de geannoteerde Agenda Formele Raad WSB 20 juni 2024 (Kamerstuk 21501-31-751)
Brontekst
Versie 1660df37eefefb2e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 753 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 18 juni 2024 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid over de brief van 10 juni 2024 inzake deGeannoteerde Agenda Formele Raad WSB 20 juni 2024 (Kamerstuk21 501-31, nr. 751).De vragen en opmerkingen zijn op 13 juni 2024 aan de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid voorgelegd. Bij brief van 18 juni 2024zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,De JongAdjunct-griffier van de commissie,Van den Broek kst-21501-31-753ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7531 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en antwoord/reactievan de MinisterVragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragenover het Europees Semester. Deze leden vragen of het klopt datde aanbeveling om het aandeel flexwerk te verminderen in hetEuropees Semester staat, in verband met de negatieve gevolgendie daarmee worden geassocieerd, namelijk voor de kansenge-lijkheid en de economie (productiviteit, opleidingen). Deze ledenvragen wat de consequenties zijn van het niet naleven van deaanbevelingen uit het Europees Semester.Op 19 juni 2024 aanstaande publiceert de Europese Commissie hetLentepakket in het kader van het Europees Semester. Op het moment vanopstellen van deze beantwoording is de inhoud van de (voorstellen voor)landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) van dit jaar nog niet bekend.In voorgaande jaren heeft de Raad, op voorstel van de Commissie,aanbevolen de prikkels om gebruik te maken van flexibele of tijdelijkecontracten te verminderen. Het kabinet heeft destijds aangegeven zich inde aanbeveling te herkennen.1 Hoewel flexibele contracten een nuttige rolkunnen vervullen op de arbeidsmarkt en ook in de toekomst nodig zullenzijn, dient voorkomen te worden dat contractvormen worden gebruikt omte concurreren op arbeidsvoorwaarden. Excessieve flexibilisering kan hetNederlandse verdienvermogen schaden, als werkenden en organisatiesals gevolg van die excessieve flexibilisering minder investeren in elkaarsmenselijk en organisatiekapitaal. Bovendien zien we dat mensen metflexibele contracten minder baanzekerheid genieten. Daardoor hebbenmensen met een flexibel contract minder perspectief, wat kan leiden totverdere scheidslijnen in de samenleving tussen contractenvormen, watdruk kan zetten op de sociale cohesie. Uw Kamer is eerder geïnformeerdover welke maatregelen concreet worden genomen om flexwerkers meerzekerheid te bieden2. Het wetsvoorstel Meer Zekerheid Flexwerkers ligt nuvoor advies bij de Raad van State. Het voorstel wordt naar verwachting inde tweede helft van 2024 bij het parlement ingediend en zal naarverwachting in 2026 van kracht worden, onder voorbehoud van mogelijkewijzigingen door een volgend kabinet en de parlementaire behandelingvan het wetsvoorstel. Deze maatregel is tevens opgenomen in hetNationaal Hervormingsprogramma (NHP) 2024, waar uw Kamer op26 april jl. over is geïnformeerd3.De aanbevelingen uit het Europees Semester zijn in beginsel niet juridischbindend. Als landen zich in de context van de herstel- en veerkrachtfaci-liteit en het Stabiliteits- en Groeipact op basis van hun landspecifiekeaanbevelingen verbinden aan specifieke investeringen en hervormingendan kan het niet implementeren van deze investeringen en hervormingenwel consequenties hebben. In de herstel- en veerkrachtfaciliteit (HVF)wordt bij de beoordeling van de herstel- en veerkrachtplannen onderandere bezien of het plan naar verwachting bij zal dragen tot eendoeltreffende aanpak van alle of een aanzienlijk deel van de uitdaging diezijn vastgesteld in de relevante landspecifieke aanbevelingen. Landenverbinden zich in hun herstel- en veerkrachtplan aan specifieke investe-1Kamerstukken II, 2022/23, 21 501-20, nr. 1951.2Kamerstukken II, 2022/23, 29 544, nr. 11763Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-07, nr. 2034Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7532 ringen en hervormingen. In het Stabiliteits- en Groeipact4 nemen lidstatenin hun meerjarenplan naast een uitgavenpad ook investeringen enhervormingen op. Als een lidstaat aanspraak wil maken op een langerebudgettaire aanpassingsperiode dan moet het plan een reeks investe-ringen en hervormingen bevatten die tezamen genomen in de regel aaneen aantal criteria voldoen, en moet onder andere ingaan op relevantelandspecifieke aanbevelingen (inclusief eventuele aanbevelingen die zijngedaan in het kader van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure). In het NHP 2024 zijn ook arbeidsmarkthervormingenopgenomen die in lijn zijn met eerdere LSA’s en het kabinet in het Herstel-en Veerkrachtplan (HVP) opgenomen heeft, namelijk het wetsvoorstelVerduidelijking Arbeidsrelaties en het wetsvoorstel BasisverzekeringArbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen. Deze wetsvoorstellenhebben als doel het aanpakken van schijnzelfstandigheid en het invoerenvan een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen.Indien deze maatregelen niet (volledig en tijdig) worden doorgevoerd, ishet mogelijk dat de desbetreffende LSA niet adequaat gedekt wordt en hetNederlandse HVP niet meer aan de Europese vereisten zou voldoen. In ditgeval zou Nederland binnen de looptijd van de Herstel- en Veerkrachtfaci-liteit (tot en met augustus 2026) een alternatieve maatregel moetenaandragen die de desbetreffende LSA dekt. Het niet uitvoeren vanhervormingen die in het Nederlandse HVP zitten, en waarmee de(arbeidsmarkt) LSA’s worden geadresseerd kan leiden tot financiëlekortingen voor Nederland, zoals ook toegelicht in de Kamerbrief over hetNHP 20245.Ook vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie naar deStrategic Agenda. Deze leden vragen of de Minister verwachtwelke delen van de Terhulpenverklaring in de Strategic Agendalanden. Ook vragen de leden in hoeverre de andere lidstaten deEuropese Unie (EU)-prioriteiten van Nederland op Sociale Zakenen Werkgelegenheid (SZW)-terrein steunen. Daarnaast vragen zijof de Minister een prominentere plaats kan geven aan hetterugdringen van onzekerheid en flexwerk op de arbeidsmarkt inde Nederlandse prioriteiten.Op dit moment is niet in te schatten welke delen van de Terhulpenver-klaring in de Strategische Agenda van de Europese Raad van Regerings-leiders (ER) terecht komen. Het kabinet brengt actief de Nederlandseprioriteiten voor de volgende legislatuur op sociaal- en werkgelegenheid-sterrein in tijdens besprekingen in Brussel over de EU-prioriteiten voor dekomende periode.6 Eén van de Nederlandse prioriteiten is het bevorderenvan eerlijke arbeidsmobiliteit (fair labour mobility) en grensoverschrij-dende handhaving. Onderdeel van deze prioriteit is dat het kabinet hetEuropese debat voedt met de in Nederland gezette stappen in hetverbeteren van de positie van arbeidsmigranten door uitvoering van deaanbevelingen uit het rapport van Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmi-granten (Commissie Roemer).De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de Nederlandsestandpuntbepaling t.a.v. de EU Talent Pool dat het demissionairekabinet arbeidsmigratie van buiten de EU ziet als sluitstuk voorde aanpak van tekorten op de arbeidsmarkt. Deze leden vragenvoor welke sectoren precies het kabinet deze vorm van arbeids-migratie ziet als oplossing van krapte. Kunnen sectoren waarvoorde EU Talent Pool gebruikt mag worden geconcretiseerd worden4Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-07, nr. 20045Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-07, nr. 20346Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-31, nr. 732.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7533 indien wenselijk? Veel van de kraptesectoren zoals de bouw,voedselindustrie, landbouw, horeca en transport zijn arbeidsin-tensieve en fraudegevoelige sectoren waar uitbuiting geregeldvoorkomt. Gaat het kabinet door de komst van deze Talent Poolmeer handhaven in deze sectoren? Zo ja, hoe is de Minister vanplan dit te doen? Zo nee, waarom niet?Het kabinet begrijpt de focus van het voorstel op knelpuntberoepen enberoepen die een directe bijdrage leveren aan de groene en digitaletransities. Dit sluit aan bij de visie van het kabinet om arbeidsmigratie vanbuiten de EU, met uitzondering van kennismigratie, te zien als sluitstukvoor de aanpak van tekorten op de arbeidsmarkt. De tekortberoepen diede Commissie noemt zijn niet allemaal relevant voor de Nederlandsecontext. Daarom ziet het kabinet er meerwaarde in dat de mogelijkheidbestaat voor de lidstaten om deze lijst desgewenst aan te passen.In de algemene oriëntatie is toegang tot de EU-Talentenpool reeds beperkttot vacatures voor knelpuntberoepen of beroepen die bijdragen aan degroene en digitale transities. De Commissie heeft daartoe een lijst met 42beroepen in de EU opgesteld.7 Om snel te kunnen inspelen op deveranderende behoeften van de arbeidsmarkt, stelt de Commissie voor delijst per gedelegeerde handeling elke zes maanden te kunnen wijzigen. Delidstaten kunnen bovendien zelf bepalen of ze op het platform specifiekeknelpuntberoepen willen toevoegen of schrappen op basis van de eigennationale en/of regionale arbeidsmarktbehoeften. Het kabinet verwelkomtdeze flexibiliteit, aangezien de nationale arbeidsmarktbehoefte per lidstaaten soms zelfs per regio verschilt en bovendien niet statisch is.Daarnaast is van belang dat de nationale wetgeving van lidstaten vantoepassing blijft. In Nederland wordt bij toelating van arbeidsmigrantenvan buiten de EU op basis van de Wet Arbeid Vreemdelingen getoetst opprioriteitgenietend aanbod. Dat wil zeggen dat werkvergunning inbeginsel alleen wordt afgegeven als er in Nederland of de EU geenarbeidsaanbod aanwezig is.Voor zover bij deelname van Nederland een aanpassing van wet- enregelgeving nodig is, bijvoorbeeld waar het gaat om de technischeaansluiting en uitvoering van Talentpool, geldt dat alle relevante uitvoe-rende en handhavende instanties in staat gesteld een uitvoerings- enhandhavingstoets uit te voeren. Daarin worden de gevolgen voor deuitvoering en de handhaving geanalyseerd, inclusief de eventueelbenodigde aanvullende capaciteit. De uiteindelijke deelname van lidstatenaan de Talentenpool is vrijwillig. Het kabinet laat een besluit overmogelijke deelname van Nederland aan de EU-Talentenpool, en deeventuele inrichting van het proces rond het vormgeven van de nationaleen regionale lijst tekortberoepen, aan een volgend kabinet.Ook vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie, gezien devele misstanden met arbeidsmigranten van buiten de EU, hoe dearbeidsvoorwaarden van deze mensen geborgd worden. Zijn ereisen gesteld aan arbeidsrechten en bescherming? Hoe gaat deMinister de kwetsbaarheid van deze arbeidsmigranten mitigeren?Het kabinet heeft tijdens de onderhandelingen ingezet op concretewaarborgen om misstanden te voorkomen. In de algemene oriëntatie isopgenomen dat alle activiteiten die in het kader van de EU-Talentenpoolplaatsvinden in overeenstemming moeten zijn met het recht op eeneerlijke en gelijke behandeling op het gebied van arbeidsvoorwaarden,7COM(2023) 716, Annex I.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7534 minimumloon, toegang tot sociale bescherming, opleiding enbescherming van jongeren op het werk. Tevens moet de EU-Talentenpool,in overeenstemming met de beginselen van de Europese pijler van socialerechten, zorgen voor hoogwaardige werkgelegenheid en eerlijkeconcurrentie. Daarnaast heeft het kabinet ervoor gepleit dat op hetplatform verplicht specifieke informatie over de rechten en plichten vanderdelanders wordt aangeboden. Dit is overgenomen in de Raadspositie.De informatievoorziening wordt verplicht (en niet enkel op verzoek zoalsin het originele voorstel) gedeeld met werkzoekenden uit derde landenzodra er sprake is van een match. De informatie wordt waar mogelijkgebaseerd op bestaande bronnen en middels automatisering verstrekt omadministratieve lasten te beperken.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet devrijwilligheid van deelname van lidstaten aan de Talent Poolverwelkomt. Deze leden begrijpen dat vrijwilligheid wenselijk is,maar zijn van mening dat deze vrijwilligheid in de praktijk geeneffect heeft gezien het vrije verkeer in de EU. Zijn er maatregelengetroffen om ervoor te zorgen dat deze arbeidsmigranten nietdoorreizen naar andere landen? Zijn er eisen gesteld aan devacatures die moeten bestaan alvorens de Talent Pool gebruiktkan worden? De leden lezen dat werving en plaatsing alleengericht mag zijn op functies in de lidstaat waarin de werkgevergevestigd is. Wat zijn de eisen hiervan, gezien detachering niet isuitgesloten?Het kabinet heeft zich er sterk voor gemaakt om oneigenlijke detacheringvan derdelanders die worden geworven via de EU Talentenpool tegen tegaan. Op voorspraak van Nederland zijn er in de Raadspositie verschil-lende waarborgen opgenomen om oneigenlijke detachering tegen tegaan. Zo is in de Raadspositie opgenomen dat werving en plaatsing alleengericht mag zijn op functies in de lidstaat waarin de werkgever gevestigdis. Ook moet er sprake zijn van een concrete vacature alvorens eenwerkgever een werknemer uit een derde land kan werven. Daarnaastkunnen lidstaten malafide werkgevers uitsluiten van deelname aan hetplatform. Ook wordt expliciet genoemd dat de herziene Detacherings-richtlijn en de relevante jurisprudentie nageleefd dienen te worden,waaronder de voorwaarde van legale en gewoonlijke tewerkstelling in dezendende lidstaat. Ten slotte is in de evaluatiebepaling opgenomen dat inde rapporten van de Commissie over de toepassing van de verordeningspecifiek aandacht besteed moet worden aan: de doeltreffendheid bijaanpakken van arbeidsmarkttekorten in deelnemende lidstaten, dedoeltreffendheid van het aanwervingsproces, o.a. wat betreft hetwaarborgen van eerlijke aanwervingspraktijken, en het respecteren vaneerlijke en rechtvaardige arbeidsvoorwaarden. Het kabinet is tevreden datal deze bepalingen zijn opgenomen in de algemene oriëntatie.Tegelijkertijd blijft het inderdaad mogelijk dat derdelanders die doorwerkgevers uit deelnemende lidstaten worden gerekruteerd via deEU-Talentenpool onmiddellijk na werving kunnen worden gedetacheerdnaar een andere lidstaat. Het kabinet heeft tijdens de onderhandelingenmeerdere voorstellen gedaan om extra waarborgen in te bouwen omdergelijke oneigenlijke detacheringen te voorkomen. Een belangrijkvoorstel dat door Nederland in dit kader is ingebracht, is het aan devoorkant uitsluiten van uitzendbureaus en private intermediairs. Voor dezevoorstellen bestond echter onvoldoende steun. Dit is mede de reden dathet kabinet zich heeft onthouden van stemming over de algemeneoriëntatie. Het kabinet zal er in de triloog met het Europees Parlementvoor blijven pleiten om oneigenlijke detachering van derdelanders in despecifieke context van de EU-Talentenpool te voorkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7535 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinetvan mening is dat, omdat de mogelijkheid om onmiddellijk tedetacheren naar een andere lidstaat al bestaat, dit voorstel nietszal veranderen. Is de Minister het met deze leden eens dat erhierdoor veel breder toegang komt voor arbeidsmigranten vanbuiten de EU naar Nederland? Zijn er prognoses gemaakt overwat deze Talent Pool betekent voor demografische ontwikke-lingen in Nederland? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractielezen dat het kabinet het ook onwenselijk vindt dat intermediairsen uitzendbureaus ook gebruik kunnen maken van de EU TalentPool.Is het kabinet het met deze leden eens dat, omdat deze eis niet isingewilligd, dit betekent dat een tegenstem meer op zijn plaats isdan een onthouding, ook als deze op vrijwillige basis wel kunnenworden uitgesloten gezien het vrije verkeer van personen endiensten?Het blijft inderdaad mogelijk dat derdelanders die door werkgevers uitdeelnemende lidstaten worden gerekruteerd via de EU-Talentenpool nawerving onmiddellijk kunnen worden gedetacheerd naar een anderelidstaat. Het aantal derdelanders die op die manier naar Nederland komt,kan hierdoor stijgen. In welke mate is thans echter niet in te schatten.Gelet op de weging van de Nederlandse belangen op het vlak van hetvoorkomen van misstanden en oneigenlijke detachering van derde-landers, migratiesamenwerking en partnerschappen met landen vanbuiten de Unie, het krachtenveld en het uiteindelijke doel en reikwijdtevan de Verordening, heeft het kabinet ervoor gekozen zich te onthoudenvan stemming. Het kabinet zal na de trilogen op basis van een eventueelvoorlopig politiek akkoord opnieuw een weging maken en een standpuntbepalen.Het kabinet geeft aan dat er ook oog moet zijn voor de effectenop huisvesting, zorg, onderwijs, openbare orde en veiligheid,(irreguliere) migratie, terugkeer en overname. De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie vragen op welke manier het kabinet hierniet alleen oog voor heeft, maar ook maatregelen neemt om dedruk op voorzieningen te mitigeren?Om uitbuiting van arbeidsmigranten tegen te gaan, slechte huisvestingaan te pakken, en oneerlijke concurrentie en verdringing op de arbeids-markt te voorkomen, voert het kabinet de aanbevelingen uit het rapportvan het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (commissieRoemer) onverkort en met urgentie uit en wordt onder andere destrafbaarstelling van mensenhandel gemoderniseerd en uitgebreid.8 Bijhet aantrekken van nieuwe economische activiteiten is er weinig aandachtvoor voldoende en kwalitatief goede huisvesting, toegang tot zorg en voortoegang tot onderwijs voor kinderen van arbeidsmigranten. Met alsgevolg dat arbeidsmigranten te vaak in onfatsoenlijke huisvesting wonenen lang moeten reizen tussen hun woon- en werkplaats. Ik ben verheugddat de VNG in afstemming met de Ministeries van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en EconomischeZaken en Klimaat een eerste versie van de effectrapportage bij nieuwebedrijvigheid heeft ontwikkeld. De effectrapportage heeft tot doel om8Kamerstukken II, 2022–23, 29 861, nr. 99, en zie documenten van de internetconsultatie van hetwetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht: Overheid.nl | ConsultatieWetsvoorstel modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel (internetconsulta-tie.nl).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7536 gemeenten te ondersteunen in het vroegtijdig verkrijgen van inzicht opwelke wijze het huisvestingsvraagstuk van arbeidsmigranten verbonden isaan het gevoerde economisch en ruimtelijk beleid. Door middel van deeffectrapportage worden zowel (lokale) overheden als bedrijfslevenaangespoord vroegtijdig na te denken over de effecten van het gevoerdebeleid ten opzichte van de arbeids- en huisvestingsbehoefte in degemeente en regio. En door de effecten inzichtelijk te maken, probeert deeffectrapportage bewustwording te creëren bij bedrijven en overhedenrondom de huisvesting van arbeidsmigranten en onnodige druk opvoorzieningen te voorkomen. Zodat ook de lusten en de lasten vanarbeidsmigratie eerlijker worden verdeeld.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie zien in tijden van grote arbeids-marktkrapte, waarin een internationale race voor talent isontstaan, het nut in van een EU Talent Pool. Nederlandse partici-patie aan de EU Talent Pool faciliteert het vinden van gepastearbeid voor Nederlandse bedrijven, zodat zij de opgaven enontwikkelingen waar zij nu voor staan, zoals verduurzaming of detoepassing van artificiële intelligentie (AI), met geschiktpersoneel kunnen aangaan. Ook zijn deze leden verheugd om telezen dat pogingen om misbruik via A1-achtige constructies tevoorkomen worden ondernomen. Zij zijn benieuwd op welketermijn het kabinet verwacht dat de eerste stappen tegenmisbruik via A1-constructies genomen kunnen worden.Daarnaast resten er nog enkele vragen.Ik benut elke gelegenheid om mijn zorgen over de uitdagingen rond dedetachering vanderdelanders te uiten, ook gezien hun kwetsbare positie. Zo ook in mijnbilaterale contacten met collega-ministers, de Europese Commissie, en deEuropese Arbeidsautoriteit (ELA).Nederland heeft ook tijdens de onder-handelingen over de EU-Talentenpool ingezet op concrete waarborgen ommisstanden te voorkomen. De eerste stappen zijn dus al gezet.De detachering van derdelanders is legaal, mits aan een aantalvoorwaarden voldaan wordt. De betrokken derdelanders moetenbijvoorbeeld in de betreffende EU-lidstaat recht op werk en verblijfhebben gekregen en daar gewoonlijk werken. Zij mogen door hun inwerkgever in het kader van het vrij verkeer van diensten tijdelijk tewerkge-steld worden in een andere EU-lidstaat. De exacte voorwaarden waaraanmoet worden voldaan volgen deels uit jurisprudentie van het EuropeseHof van Justitie, die ruimte laat voor interpretatie. Een A1-verklaring iseen bewijsstuk waarmee werknemers binnen de EU kunnen aantonen inwelke lidstaat ze sociaal verzekerd zijn. In dat opzicht wordt er dus nietgesproken van een A1-constructie maar van een gedetacheerdewerknemer die een A1-verklaring aan kan vragen om, voor zichzelf envoor toezichthoudende instanties, aan te tonen in welk land hij sociaalverzekerd is. In de praktijk blijkt echter dat niet altijd aan de voorwaardenvoldaan wordt en er soms sprake is van oneigenlijke detachering ofschijnconstructies. Dergelijke detacheringsconstructies zijn onwenselijk.Dit constateert ook de Adviesraad Migratie in haar rapport «Geenderderangsburgers. De risico’s voor gedetacheerde arbeidsmigranten ende Nederlandse samenleving».99«Geen derderangsburgers. De risico’s voor gedetacheerde arbeidsmigranten en de Neder-landse samenleving», Adviesraad Migratie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7537 Het doet mij dan ook deugd dat Enrico Letta in zijn recent verschenenrapport over de toekomst van de interne markt de aanbeveling doet omhet juridisch kader rond de detachering van derdelanders te verduide-lijken.10 Dit sluit aan bij de Nederlandse inzet. Nederland zet in op hetverduidelijken en concretiseren van concepten uit de jurisprudentie vanhet Europese Hof van Justitie ten aanzien van de detachering vanderdelanders. Zoals aangegeven in mijn appreciatie van het advies van deAdviesraad Migratie kan dat bijvoorbeeld in een EU-richtlijn of richt-snoeren.11 De verheldering van deze en andere concepten uit dejurisprudentie is van belang om eerlijke arbeidsmobiliteit binnen de EU tekunnen bevorderen.Niet alle waarborgen die Nederland heeft voorgesteld om oneigenlijkedetachering tegen te gaan kregen helaas voldoende steun in de Raads-werkgroep. Daarom blijft het met de algemene oriëntatie helaas mogelijkvoor werkgevers uit deelnemende lidstaten om derdelanders die wordengeworven via de EU-Talentenpool, onmiddellijk te detacheren naar eenandere lidstaat. Oneigenlijke detachering van derdelanders is derhalveniet volledig uitgesloten in de Raadspositie. Het kabinet zal er in de triloogmet het Europees Parlement voor blijven pleiten om oneigenlijkedetachering van derdelanders in de specifieke context van deEU-Talentenpool te voorkomen.Hoewel de leden van de VVD-fractie niet tegen de opname vanuitzendondernemingen en intermediairs onder de definitie van«werkgever» is, zien zij wel dat invoering van de EU Talent Poolsituaties van uitbuiting en arbeidsmisstanden niet gaatvoorkomen in Nederland, gezien het hoge aantal misstanden datplaatsvindt onder malafide ondernemingen in deze sector. Dezeleden betreuren echter dat het kabinet voornemens is om dus ookalle bonafide intermediairs en uitzendondernemingen uit tesluiten van de definitie. Het uitsluiten van deze branche beperktde werking van de EU Talent Pool, omdat bedrijven die voordienafhankelijk waren van intermediairs of uitzendondernemingendat bij het gebruik van deze pool ook zullen blijven. Kan hetkabinet reflecteren op de effecten van het uitsluiten van deuitzendbranche voor de werking van de EU Talent Pool? Inhoeverre verhoudt dit zich ook met de Wet toelating terbeschik-kingstelling van arbeidskrachten die is voorgesteld om malafidepraktijken in de uitzendsector tegen te gaan? Straalt het kabinethier eigenlijk mee uit dat hij geen vertrouwen heeft in zijn eigenwetsvoorstel om met deze nieuwe wet de problemen aan tepakken? Waarom is een aanvullende uitsluiting van een sectordan toch nodig?Het kabinet heeft zorgen dat private intermediairs en uitzendbureaus diezijn gevestigd in andere EU-lidstaten die zullen besluiten tot deelname aande EU-Talentenpool, de EU-Talentpool gaan gebruiken voor oneigenlijkedetacheringsconstructies. Het kabinet acht het onwenselijk dat derde-landers die zijn aangeworven in een andere EU-lidstaat direct gedeta-cheerd worden naar een andere lidstaat, ongeacht of deze lidstaatdeelneemt aan de EU-Talentenpool of een tekort heeft in de sector waarde derdelander voor aangeworven is. In de praktijk is bovendien geblekendat rekrutering door private intermediairs en uitzendbureaus regelmatigtot situaties van uitbuiting en andere misstanden van arbeidsmigrantenheeft geleid. Het kabinet is daarom van mening dat het onwenselijk is dat10https://www.consilium.europa.eu/media/ny3j24sm/much-more-than-a-market-report-by-enrico-letta.pdf, p. 104.11Kamerstukken II, 2023/24, 29 861, nr. 124.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7538 onder de definitie van «werkgever» in het voorstel ook intermediairs enuitzendbureaus vallen. Het doel van het voorstel is om tekorten op dearbeidsmarkt in de EU aan te pakken. Een werkgever weet het beste welkpersoneel nodig is voor zijn of haar eigen bedrijf. De EU-Talentenpoolbiedt werkgevers een praktisch instrument om zelf personeel te vinden.In de algemene oriëntatie is de definitie van «werkgever» opgesplitst intwee delen: enerzijds «deelnemende werkgevers», en anderzijds «anderedeelnemende entiteiten», waaronder wordt verstaan een private interme-diair, een uitzendbureau of arbeidsmarktbemiddelaar. Op basis van ditonderscheid is in een aanvullende bepaling (uitsluitingsclausule)opgenomen dat lidstaten zelf kunnen bepalen of zij private intermediairsen uitzendbureaus toegang willen geven tot het platform.Dit is in beginsel positief, maar laat onverlet dat de mogelijkheid blijftbestaan dat private intermediairs en uitzendbureaus de EU-Talentenpoolkunnen benutten om derdelanders via detachering uit te zenden naarlanden die deze uitsluitingsclausule gebruiken.Het kabinet heeft er veel vertrouwen in dat de Wet toelating terbeschik-kingstelling van arbeidskrachten (Wtta) een belangrijke bijdrage zalleveren aan het bestrijden van misstanden met private intermediairs enuitzendbureaus op de Nederlandse arbeidsmarkt. Geen enkele maatregelkan echter alle risico’s in deze sector, zeker bij grensoverschrijdendedetachering, tot nul reduceren. Het kabinet ziet daarom ook in combinatiemet de Wtta potentieel meerwaarde in de uitsluitingsclausule. Deuiteindelijke deelname van lidstaten aan de Talentenpool is vrijwillig. Dekeuze of Nederland uiteindelijk wel of niet zal deelnemen aan deEU-talentenpool, en in dat scenario eventueel gebruik zou maken van deuitsluitingsclausule voor wat betreft deelname van private intermediairsen uitzendbureaus aan het platform, wordt overgelaten aan een nieuwkabinet.De leden van de VVD-fractie constateren dat de EuropeseCommissie spreekt van een globale strijd om talent. Deze ledenzijn bezorgd dat midden- en kleinbedrijf (mkb-) ondernemingenniet de middelen hebben om te concurreren in een dergelijkeglobale strijd en daar mogelijk onder zullen lijden. Hoe weegt hetkabinet deze zorgen? Kan het kabinet reflecteren op het volumevan gebruik van de EU Talent Pool door mkb-bedrijven? Kan hetkabinet beoordelen of de Talent Pool voldoende toegankelijk isvoor het mkb?Het kabinet merkt op dat een EU-Talentenpool interessant kan zijn voorhet aantrekken van specifiek internationaal talent dat een bijdrage kanleveren aan de Nederlandse kenniseconomie. Met name voor het MKB isinternationale werving soms een opgave: de EU-talentenpool kan dezegroep werkgevers wegwijs maken bij zowel het vinden van talent uitderde landen, als ook de verdere te volgen (nationale) procedures, dieonverkort van kracht blijven.Het kabinet heeft echter ook verschillende serieuze bezwaren en vragenbij het voorstel voor een EU-Talentenpool, zoals uiteengezet in deGeannoteerde Agenda voor de Formele Raad Werkgelegenheid en SociaalBeleid van 20 juni aanstaande.12 Gelet op de weging van de Nederlandsebelangen op het vlak van het voorkomen van misstanden en oneigenlijkedetachering van met name derdelanders, migratiesamenwerking enpartnerschappen met landen van buiten de Unie, het krachtenveld en het12Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-31, nr. 751.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 7539 uiteindelijke doel en reikwijdte van de Verordening, heeft het kabinet zichonthouden van stemming. Het kabinet zal na de trilogen op basis van eeneventueel voorlopig politiek akkoord opnieuw een weging maken en eenstandpunt bepalen. De uiteindelijke deelname van lidstaten aan deTalentenpool is vrijwillig. De keuze of Nederland uiteindelijk wel of niet zaldeelnemen aan de EU-talentenpool wordt overgelaten aan een nieuwkabinet.De leden van de VVD-fractie constateren dat verschillendeEU-landen kampen met grote (jeugd)werkloosheid. Deze ledenvragen of het kabinet zich inzet om de Talent Pool écht alssluitstuk van de Europese arbeidsmarkt te laten functioneren endaarbij de huidige middelen zoals European Employment Services(EURES) optimaal benut. De leden zijn benieuwd of het kabinetinzicht heeft in of EU-arbeidsmigranten vaker terugkeren naarhun herkomstland dan niet-EU arbeidsmigranten.Het kabinet werkt op dit moment aan de verschillende mogelijkheden omde tekorten op de arbeidsmarkt aan te pakken via drie pijlers: hetverminderen van de vraag naar arbeid, het vergroten van het binnen-landse arbeidsaanbod en het verbeteren van de match tussen vraag enaanbod. Het kabinet zet daarbij in op zes gebieden om de krapte op dearbeidsmarkt aan te pakken: het stimuleren van technologie- en procesin-novatie, het vergroten van het arbeidsaanbod, het verbeteren van dematch, mensen stimuleren om meer uren te werken, het stimuleren vaneen leven lang ontwikkelen, en het verbeteren van de aansluiting tusseninitieel onderwijs en de arbeidsmarkt. Arbeidsmigratie heeft ook korte- enlangetermijneffecten op tal van beleidsterreinen en publieke voorzie-ningen, zoals de effecten op huisvesting, zorg, onderwijs, openbare ordeen veiligheid, en ook op sociale cohesie in wijken en buurten. verbeterenvan de aansluiting tussen initieel onderwijs en de arbeidsmarkt. Daarnaastzijn de afgelopen jaren ook de schaduwkanten van arbeidsmigratieduidelijk naar voren gekomen op brede schaal. Om uitbuiting vanarbeidsmigranten tegen te gaan, slechte huisvesting aan te pakken, enoneerlijke concurrentie en verdringing op de arbeidsmarkt te voorkomen,voert het kabinet de aanbevelingen uit het rapport van het AanjaagteamBescherming Arbeidsmigranten (commissie Roemer) onverkort en meturgentie uit en wordt onder andere de strafbaarstelling van mensen-handel gemoderniseerd en uitgebreid.Op welke wijze arbeidsmigratie kan bijdragen aan het aanpakken vankrapte op de arbeidsmarkt, is aan een nieuw kabinet. Schaarste zorgt vooreen noodzaak tot fundamentele keuzes die moeilijke afwegingen vergen.Indien wordt ingezet op het bevorderen van arbeidsmobiliteit binnen deUnie, is het wenselijk dat een Europees netwerk van vacatures envoldoende voorlichting beschikbaar is. Het EURES-netwerk kan eraanbijdragen dat mobiliteit onder redelijke voorwaarden en volgens degeldende arbeidsnormen plaatsvindt en er dus sprake is van eerlijkearbeidsmobiliteit.De cijfers die inzicht kunnen geven over de terugkeer vanEU-arbeidsmigranten en niet- EU arbeidsmigranten liggen dicht bij elkaar.Er is niet voldoende informatie aanwezig om iets te zeggen over waarmigranten naartoe gaan na vertrek uit Nederland. Dit kan het land vanherkomst zijn, maar ook een ander land waar gewerkt wordt. Van demigranten die vanwege het migratiemotief arbeid met een nationaliteitvan buiten de EU/EFTA (d.w.z. vanuit derde landen) naar Nederlandkwamen in de periode 2008–2012 is na 10 jaar 78% niet meer in Nederlandaanwezig. Voor arbeidsmigranten met een nationaliteit van andereEU/EFTA-landen ligt dit percentage op 75% (zie ook Figuur 1). Dit betreftTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75310 enkel personen die zich hebben ingeschreven in de BRP als ingezetene.Een groot aandeel arbeidsmigranten, met name onder de groepEU-arbeidsmigranten, staat echter geregistreerd als niet-ingezetene in deBRP. Deze groep kent een korte verblijfsduur. Registratie alsniet-ingezetene in de BRP is mogelijk bij een (verwacht) verblijf korter danvier maanden.Bij een (verwacht) verblijf van vier maanden of langer is registratie alsingezetene in de BRP verplicht.13 Daarbij is er ook een grote groepEU-migranten die wel in Nederland werkt maar in cijfers van het CBS nietzichtbaar zijn als arbeidsmigranten. Zij zijn hier bijvoorbeeld in eersteinstantie met een ander motief gekomen, zoals studie of gezin. Deze groepkomt niet terug in onderstaande figuur omdat het hier alleen gaat ommigranten, EU en niet-EU, waarvan het migratiemotief arbeid is.Figuur 1De leden van de VVD-fractie vragen hoe het kabinet de oprichtingvan een Talent Pool weegt ten opzichte van het belang voorsectoren die afhankelijk zijn van arbeidsmigranten die dezeafhankelijkheid door middel van innovatie af kunnen bouwen. Deleden vragen of het extra faciliteren van arbeidsmigratie investe-ringen in innovatie kan remmen.Het kabinet is het eens met de constatering van de VVD-fractie dattoegang tot arbeidsmigratie de prikkel voor werkgevers kan verkleinen omzich in te zetten voor het activeren van binnenlands potentieel, viaverbetering van arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, en om teinvesteren in innovatiekracht, waaronder robotisering. Het kabinet zetdaarom in op zes gebieden om de krapte op de arbeidsmarkt aan tepakken: het stimuleren van technologie- en procesinnovatie, het vergrotenvan het arbeidsaanbod, het verbeteren van de match, mensen stimulerenom meer uren te werken, het stimuleren van een leven lang ontwikkelen,en het verbeteren van de aansluiting tussen initieel onderwijs en de13De registratie van niet-ingezetenen geeft minder betrouwbare informatie over bijvoorbeeldde verblijfsduur dan bij personen die zijn ingeschreven als ingezetene. De verwachting is dater een groep onterecht staat ingeschreven als niet-ingezetene. Zij verblijven langer dan 4maanden in Nederland of zijn soms alweer vertrokken uit Nederland.Bron: CBS Statistiek Migratiemotieven*Deze grafiek bevat enkel de vertrekcijfers van arbeidsmigranten die zich als ingezetene hebbeningeschreven in het bevolkingsregister.**Tussen 2008–2012 kwamen 89.135 EU/EFTA arbeidsmigranten en 43.365 niet-EU/EFTAarbeidsmigranten naar Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75311 arbeidsmarkt. Het kabinet ziet arbeidsmigratie van buiten de EU, metuitzondering van kennismigratie, als sluitstuk voor de aanpak van tekortenop de arbeidsmarkt.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van de Geannoteerde Agenda van de formele RaadWerkgelegenheid en Sociaal Beleid van 20 juni. Deze ledenhebben enkele vragen over de inzet van het kabinet gedurendedeze Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid.De leden van de NSC-fractie onderschrijven de tekorten die erzijn op de arbeidsmarkt en dat de EU Talent Pool een instrumentkan zijn om deze tekorten aan te pakken. Deze leden waarderenhet oog dat het kabinet heeft voor het voorkomen van mistandenop de arbeidsmarkt en uitbuiting van arbeidsmigranten. Tegelij-kertijd geeft het kabinet aan dat het wel mogelijk blijft voorderdelanders die via het online portaal worden gerekruteerd nawerving op grond van het vrij verkeer van diensten onmiddellijkkunnen worden gedetacheerd naar een andere lidstaat, omdatoneigenlijke detachering van derdelanders niet is uitgesloten inde compromistekst. Het kabinet geeft aan dat er aan belangrijkeonderdelen van de Nederlandse inzet niet (voldoende) istegemoetgekomen en dat het nog geen definitieve positie heeftbepaald. De leden van de NSC-fractie vragen daarom waarom hetkabinet voornemens is om zich te onthouden van stemming enniet tegen te stemmen. Wat deze leden betreft stemt het kabinettegen zolang het voorkomen van ongewenste detachering enuitzendconstructies, en misbruik van A1-verklaringen, niet kanworden gewaarborgd.Het kabinet heeft in de Geannoteerde Agenda van de Formele RaadWerkgelegenheid en Sociaal Beleid van 20 juni a.s. toegelicht hoe hetkabinet tot het oordeel is gekomen zich te onthouden van stemming.14Daarbij heeft het kabinet uiteengezet welke onderdelen van de Neder-landse inzet zijn opgenomen in de algemene oriëntatie en aan welkeonderdelen niet of onvoldoende tegemoet is gekomen. Gelet op deweging van de Nederlandse belangen op het vlak van het voorkomen vanmisstanden en oneigenlijke detachering van met name derdelanders,migratiesamenwerking en partnerschappen met landen van buiten deUnie, het krachtenveld en het uiteindelijke doel en reikwijdte van deVerordening, heeft het kabinet zich woensdag jl. in het Coreper-overlegonthouden van stemming. Het kabinet zal in de triloog met het EuropeesParlement de Nederlandse wensen, in het bijzonder ten aanzien vanoneigenlijke detachering van derdelanders, naar voren blijven brengen.Het kabinet zal na de trilogen op basis van een eventueel voorlopigpolitiek akkoord opnieuw een weging maken en een standpunt bepalen.De leden van de NSC-fractie vragen hoeveel derdelanders er,volgens de verwachting van het kabinet, gebruik gaan maken vande EU Talent Pool om naar Nederland te komen. Welke invloedgaat deze groep hebben op de huizenmarkt (conform het rapportvan de commissie Roemer)?De EU-Talentenpool is een EU-breed IT-platform dat beoogt de matchtussen werkgevers in de EU en (potentiële) werknemers van buiten de EUte verbeteren. Het voorstel vormt een aanvulling op bestaande instru-14Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-31, nr. 751.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75312 menten voor het aantrekken van talent op nationaal niveau en laatnationale wetgeving en procedures met betrekking tot toelating totgrondgebied en arbeidsmarkt intact. Het is op dit moment niet in teschatten hoeveel werkgevers die zullen deelnemen aan de EU Talen-tenpool derdelanders in het kader van het vrij verkeer van diensten zullendetacheren naar Nederland. De uiteindelijke deelname van lidstaten aande Talentenpool is vrijwillig. De keuze of Nederland uiteindelijk wel of nietzal deelnemen aan de EU-talentenpool wordt overgelaten aan een nieuwkabinet.De leden van de NSC-fractie vragen, indien er toch beslotenwordt om te onthouden van stemming, hoe het kabinet ervoorgaat zorgen dat er niet toch via de EU Talent Pool derdelandersvia detachering en uitzendconstructies naar Nederland komen enNederland (zoals vaker) geconfronteerd wordt met EU-wetgevingwaarbij Nederland geen autonome beslissingsvrijheid heeft omnationale belangen veilig te stellen.Ik benut elke gelegenheid om mijn zorgen over de uitdagingen rond dedetachering van derdelanders te uiten, mede gezien hun kwetsbarepositie. Nederland heeft tijdens de onderhandelingen ingezet op concretewaarborgen om misstanden te voorkomen. Ondanks de waarborgen dieop voorspraak van Nederland zijn opgenomen om oneigenlijkedetachering tegen te gaan, blijft het met de algemene oriëntatie helaasmogelijk dat derdelanders die door werkgevers uit deelnemende lidstatenworden gerekruteerd via de EU-Talentenpool, na werving onmiddellijkdoor hun werkgevers worden gedetacheerd naar een andere lidstaat. Vandeze mogelijkheid wordt in de huidige situatie ook al gebruikt gemaakt,het voorliggende voorstel verandert hier niets aan. Het kabinet zal er in detriloog met het Europees Parlement voor blijven pleiten om oneigenlijkedetachering van derdelanders in de specifieke context van deEU-Talentenpool te voorkomen.Op dit moment ontbreekt een duidelijk juridisch kader voor dedetachering van derdelanders. Het doet mij dan ook deugd dat EnricoLetta in zijn recent verschenen rapport over de toekomst van de internemarkt de aanbeveling doet om het juridisch kader rond de detacheringvan derdelanders te verduidelijken.15 Dat is hard nodig. Mijn inzet is danook gericht op het verduidelijken en concretiseren van concepten uit dejurisprudentie van het Europese Hof van Justitie ten aanzien van dedetachering van derdelanders. Zoals aangegeven in mijn appreciatie vanhet advies van de Adviesraad Migratie kan dat bijvoorbeeld in eenEU-richtlijn of richtsnoeren.16 De verheldering van deze en andereconcepten uit de jurisprudentie is van belang om eerlijke arbeidsmobiliteitbinnen de EU te kunnen bevorderen.Het doel van de EU Talent Pool is om het oplossen van detekorten op de arbeidsmarkt bij knelpuntberoepen te vergemak-kelijken. Bij deze leden bestaat de zorg dat via het platform ookderdelanders kunnen worden geworven voor beroepen die nietvan essentieel belang zijn voor Nederland. De leden onder-schrijven het standpunt van het kabinet dat er oog moet zijn voorde effecten van arbeidsmigranten op beleidsterreinen zoalshuisvesting, zorg, onderwijs, openbare orde en veiligheid en opde druk op sociale voorzieningen. Daarom vragen zij welkewaarborgen er zijn om te voorkomen dat er via de EU Talent Pool15https://www.consilium.europa.eu/media/ny3j24sm/much-more-than-a-market-report-by-enrico-letta.pdf, p. 104.16Kamerstukken II, 2023/24, 29 861, nr. 124.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75313 door werkgevers geworven wordt onder laagproductieve arbeids-migranten die in Nederland niet door de arbeidsmarkttoetszouden komen, en die bijgevolg zwaarder zouden kunnendrukken op sociale voorzieningen. Zij vragen ook hoe de lijst vanknelpuntberoepen vorm zou krijgen in Nederland.In de algemene oriëntatie is toegang tot de EU-Talentenpool reeds beperkttot vacatures voor knelpuntberoepen of beroepen die bijdragen aan degroene en digitale transities. De Commissie heeft daartoe een lijst met 42beroepen in de EU opgesteld. Om snel te kunnen inspelen op deveranderende behoeften van de arbeidsmarkt, stelt de Commissie voor delijst per gedelegeerde handeling elke zes maanden te kunnen wijzigen. Delidstaten kunnen bovendien zelf bepalen of ze op het platform specifiekeknelpuntberoepen willen toevoegen of schrappen op basis van de eigennationale en/of regionale arbeidsmarktbehoeften. Het kabinet verwelkomtdeze flexibiliteit, aangezien de nationale arbeidsmarktbehoefte per lidstaaten zelfs per regio verschilt en bovendien niet statisch is. De uiteindelijkedeelname van lidstaten aan de Talentenpool is vrijwillig. Het kabinet laateen besluit over mogelijke deelname van Nederland aan deEU-Talentenpool, en daarmee de eventuele inrichting van het proces rondhet vormgeven van de nationale en regionale lijst tekortberoepen, aan eenvolgend kabinet.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van de stukken ten behoeve van de Formele Raad van20 juni. Deze leden hebben wel nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie zijn teleurgesteld door de afwach-tende houding van het kabinet ten aanzien van de EU Talent Pool.Het kabinet beschrijft arbeidsmigratie van buiten de EU alssluitstuk. Deze leden hebben begrip voor deze lijn, maar vindende afwachtende houding die hieraan verbonden wordt onbegrij-pelijk. De arbeidsmarkt is extreem krap en door de vergrijzing zaldit alleen maar erger worden. Het is dus niet de vraag óf dezevorm van arbeidsmigratie nodig is, maar in welke mate en hoe.Kiezen voor afwachten zorgt ervoor dat we als Nederlandbeperkte invloed hebben op de vormgeving en ook mogelijkstraks achteraan de rij staan waardoor we achter het net vissen.Terwijl het niet vervullen van cruciale banen een grote invloedheeft op bijvoorbeeld onze welvaart, de klimaattransitie,voldoende woningen en goede zorg. De leden zijn benieuwd of deMinister deze zorgen deelt.Het kabinet merkt op dat een EU-Talentenpool interessant kan zijn voorhet aantrekken van specifiek internationaal talent dat een bijdrage kanleveren aan de Nederlandse kenniseconomie. Het kabinet heeft zichtijdens de onderhandelingen in de Raad ervoor ingezet om van deEU-Talentenpool een goed functionerend instrument te maken voor delidstaten die besluiten deel te nemen, met uitgebreide aandacht voor hetvoorkomen van misstanden en uitbuiting van arbeidsmigranten. Deuiteindelijke deelname van lidstaten aan de Talentenpool is vrijwillig. Dekeuze of Nederland uiteindelijk wel of niet zal deelnemen aan deEU-Talentenpool wordt overgelaten aan een nieuw kabinet.Ook vanuit het perspectief van herkomstlanden is bekend dat deEU Talent Pool van grote waarde kan zijn. Van de herkomstlandenis namelijk bekend dat zij eigenlijk maar één ding willen in ruilvoor terugkeerafspraken: veilige en legale migratieroutes,Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75314 bijvoorbeeld om tijdelijk in Europa te werken of studeren. Dat isniet alleen verstandig om die afspraken te kunnen maken, maarook omdat het de enige manier is om te voorkomen dat mensenop een gammel bootje stappen. Want zolang het niet legaal kan,zullen mensen altijd andere routes zoeken én vinden. De EUTalent Pool creëert precies de veilige migratieroutes die nodigzijn om stappen te zetten op het migratiedossier. De leden zijnbenieuwd of de Minister deze mening deelt.Het uitgangspunt in de beoordeling van het voorstel is dat het kabinetarbeidsmigratie van buiten de EU, met uitzondering van kennismigratie,ziet als sluitstuk voor de aanpak van tekorten op de arbeidsmarkt.Aanvullend erkent het kabinet het feit dat legale, tijdelijke en kleinschaligecirculaire (arbeids-)migratie deel kan uitmaken van bredere (migratie)part-nerschappen met landen van herkomst of transit, waar ook afspraken overhet bevorderen van terugkeer en het tegengaan van irreguliere migratieonderdeel van kunnen zijn. Het kabinet erkent dat de EU-Talentenpool eenpositieve bijdrage kan leveren aan de dialoog met deze landen.Gelet op de weging van de Nederlandse belangen op het vlak van hetvoorkomen van misstanden en oneigenlijke detachering van met namederdelanders, migratiesamenwerking en partnerschappen met landen vanbuiten de Unie, het krachtenveld en het uiteindelijke doel en reikwijdtevan de Verordening, heeft het kabinet besloten zich te onthouden vanstemming. Het kabinet zal na de trilogen op basis van een eventueelvoorlopig politiek akkoord opnieuw een weging maken en een standpuntbepalen.Tot slot zijn de leden van de D66-fractie benieuwd of de Ministerkan schetsen welke landen positief aankijken tegen de EU TalentPool en welke argumenten zij hiervoor aandragen.De meeste lidstaten hebben het voorstel positief ontvangen en devrijwillige deelname eraan benadrukt. Naarmate meer in detail over hetvoorstel wordt gesproken, kwamen meer vragen en bezwaren over dewerking van de tool boven tafel. Nederland stond daarmee niet alleen inde vragen en bezwaren die het op tafel heeft gelegd. Tijdens het Coreper-IIvan 12 juni jl. was er brede steun voor het voorstel onder de lidstaten. Eénlidstaat heeft zich, naast Nederland, onthouden van stemming over dealgemene oriëntatie.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van deGeannoteerde Agenda. Deze leden hebben daarover nog enkelevragen.De leden van de SGP-fractie hebben vragen bij de mogelijkeoprichting van de EU Talent Pool, aangezien zij vinden dat deinzet rond arbeidsmigratie zoveel mogelijk moet worden bepaalddoor de lidstaten zelf. Hoe ziet het kabinet dit voorstel in hetlicht van de nationale bevoegdheid? Waarom zou een dergelijkeEU Talent Pool noodzakelijk zijn, aangezien er op dit moment nogvoldoende (potentiële) arbeidskrachten langs de kant staan enarbeidsmigratie van buiten de EU wordt gezien als sluitstuk?Welke problemen doen zich voor als de EU Talent Pool er nietkomt? Zijn ook alternatieven overwogen, welke?De EU-Talentenpool is een vrijwillig instrument dat kan bijdragen aan hetoplossen van tekorten op de arbeidsmarkt voor de EU-lidstaten die daarTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75315 gebruik van willen maken. De bestaande bevoegdheden van de lidstatenten aanzien van toelating tot de arbeidsmarkt blijven derhalveongewijzigd. Het kabinet erkent, evenals de Commissie, dat er sprake isvan krapte op de arbeidsmarkt, onder andere veroorzaakt door demogra-fische ontwikkelingen (vergrijzing) en de noodzakelijke groene en digitaletransities. Er is sprake van een mismatch ten aanzien van kwalificaties eneen minder snel groeiend en in sommige gevallen afnemend arbeids-aanbod. Volgens de Commissie is het mobiliseren van binnenlandsearbeidskrachten en inzet van intra-EU mobiliteit niet langer voldoende endient daarom gekeken te worden naar het aantrekken van vaardighedenen talent van buiten de EU.Het kabinet is, anders dan de Commissie, van mening dat er nogaanzienlijk binnenlands en EU-potentieel bestaat om aan te boren bij hetoplossen van de arbeidsmarktkrapte. Het hoge aandeel deeltijdwerkers intekortsectoren, zoals het onderwijs en de zorg, is hier een sterke indicatievan. Het kabinet ziet arbeidsmigratie van buiten de EU, met uitzonderingvan kennismigratie, als sluitstuk voor de aanpak van tekorten op dearbeidsmarkt. Daarnaast kan toegang tot arbeidsmigratie de prikkel voorwerkgevers verkleinen om zich in te zetten voor het activeren vanbinnenlands potentieel, via verbetering van arbeidsvoorwaarden en-omstandigheden, en om te investeren in innovatiekracht, waaronderrobotisering.Verder moet arbeidsmigratie, als inzet op demografische ontwikkelingenen arbeidsmarktkrapte, onderdeel zijn van een bredere visie op deNederlandse economie, de samenleving en welke banen daarbij horen.De leden van de SGP-fractie vragen naar het verloop van hetdebat over deze verordening in de Raadswerkgroep in deafgelopen maanden. Kan de Minister daar inzicht in geven? Hoeheeft het speelveld zich ontwikkeld? Met welke argumentenkwamen andere lidstaten om hun steun of twijfel over hetvoorstel uit te spreken? Hoe lag de verhouding tussen lidstatendie relatief positief dan wel gereserveerd of negatief stondentegenover het voorstel?De meeste lidstaten hebben het voorstel positief ontvangen en devrijwillige deelname eraan benadrukt. Naarmate meer in detail over hetvoorstel wordt gesproken, kwamen meer vragen en bezwaren over dewerking van de tool boven tafel. Nederland stond daarmee niet alleen inde vragen en bezwaren die het op tafel heeft gelegd. Tijdens het Coreper-IIvan 12 juni jl. was er brede steun voor het voorstel onder de lidstaten. Eénlidstaat heeft zich, naast Nederland, onthouden van stemming over dealgemene oriëntatie.De leden van de SGP-fractie lezen dat het kabinet voornemens iszich te onthouden van de stemming op de algemene oriëntatieten aanzien van de EU Talent Pool, mocht dat worden bereikt.Aan belangrijke onderdelen van de Nederlandse inzet is niet(voldoende) tegemoetgekomen. Waarom wil het kabinet zichonthouden in plaats van tegen te stemmen? Wat moet ergebeuren wil het kabinet tegen het voorstel stemmen?Het kabinet heeft in de Geannoteerde Agenda van de Formele RaadWerkgelegenheid en Sociaal Beleid van 20 juni a.s. toegelicht hoe hetkabinet tot het oordeel is gekomen zich te onthouden van stemming.17Daarbij heeft het kabinet uiteengezet welke onderdelen van de Neder-17Kamerstukken II, 2023/24, 21 501-31, nr. 751.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75316 landse inzet zijn opgenomen in de algemene oriëntatie en aan welkeonderdelen niet of onvoldoende tegemoet is gekomen. Gelet op deweging van de Nederlandse belangen op het vlak van het voorkomen vanmisstanden en oneigenlijke detachering van met name derdelanders,migratiesamenwerking en partnerschappen met landen van buiten deUnie, het krachtenveld en het uiteindelijke doel en reikwijdte van deVerordening, heeft het kabinet zich woensdag jl. in het Coreper-overlegonthouden van stemming. Het kabinet zal in de triloog met het EuropeesParlement de Nederlandse wensen, in het bijzonder ten aanzien vanoneigenlijke detachering van derdelanders, naar voren blijven brengen.Het kabinet zal na de trilogen op basis van een eventueel voorlopigpolitiek akkoord opnieuw een weging maken en een standpunt bepalen.De leden van de SGP-fractie lezen dat het kabinet aanvankelijkvragen had bij het voorstel gelijke behandeling van personenongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd ofseksuele geaardheid buiten arbeid, maar lijkt inmiddels te kunneninstemmen. Hoe heeft het standpunt van de Nederlandse regeringzich ontwikkeld in de achterliggende periode, en wat heeft deNederlandse regering binnengehaald? Kan de Minister aangevenwat de laatste stand is op dit dossier? Zijn de bezwaren vanonder meer Duitsland en Italië in de ambtelijke gremia onder deRaad besproken? Kan aan deze bezwaren tegemoet wordengekomen?Zoals destijds aangegeven in het BNC-fiche en de voortgangsrapportagesin de Geannoteerde Agenda sindsdien staat het kabinet positief tenaanzien van de totstandkoming van een richtlijnvoorstel op dit gebied.18Het kabinet hecht grote waarde aan de bescherming van fundamentelerechten, waaronder het recht op gelijke behandeling. Nederland heeftnaar aanleiding van het oorspronkelijke richtlijnvoorstel ingezet opverbetering van de rechtszekerheid van het voorstel door onduidelijk-heden ten aanzien van reikwijdte en terminologie weg te nemen.Uitgangspunt daarbij was het voorkomen van disproportionele financiële,praktische, juridische gevolgen. Een aantal lidstaten deelde deze zorgenvan Nederland destijds. Na bespreking in de Raadswerkgroep zijn dezezorgen weggenomen in de compromisteksten die zijn gepubliceerd doorde diverse EU-Voorzitterschappen.De bedenkingen van enkele lidstaten spelen onder andere bij de discrimi-natiegronden leeftijd en handicap. Om deze zorgen te adresseren, heefthet Belgisch Voorzitterschap enkele tekstvoorstellen gedaan. Voor watbetreft de discriminatiegrond leeftijd is in de laatst gepubliceerdecompromistekst opgenomen dat leeftijdsonderscheid is toegestaan indienhet objectief gerechtvaardigd is door een legitiem doel en de middelenvoor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. Daaraan isnog toegevoegd dat dit toegang kan omvatten tot specifieke sociale engezondheidszorgdiensten of voordelen voor personen die tot specifiekeleeftijdsgroepen behoren. Tevens biedt de compromistekst de lidstateneen ruime vrijheid voor het inrichten van hun socialezekerheidsstelsels,waarbij de mogelijkheid om leeftijdsgrenzen te stellen aan de toegang totbepaalde regelingen expliciet is opgenomen. Verder biedt de compromis-tekst op het punt van financiële dienstverlening ruimte voor risicobeoor-deling in verband met leeftijd en gezondheid van personen. Op het gebiedvan de discriminatiegrond handicap heeft het Voorzitterschap duidelijkgemaakt dat deze richtlijn lidstaten geen aanvullende verplichtingenbovenop de bestaande verplichtingen uit het VN-verdrag handicap oplegt.Het kabinet verwelkomt deze toevoegingen en verduidelijkingen in het18Kamerstukken I, 2008/9, 31 544, nr. J;10, Kamerstukken II, 2022/23, 21 501-31, nr. 709.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75317 richtlijnvoorstel en hoopt dat deze voldoende zijn om de nog twijfelendelidstaten over de streep te trekken.Een aantal lidstaten heeft nog geen formele positie ingenomen, maar eensubstantiële groep lidstaten, waaronder Nederland, heeft aangegeven inte kunnen stemmen met tekst van het richtlijnvoorstel zoals ten laatstegepubliceerd door het Belgische EU-Voorzitterschap. Onduidelijk is of hetdoel van het Voorzitterschap om de vereiste unanimiteit te behalenhaalbaar is, gezien het voorlopig ontbreken van steun van enkelelidstaten. Het Voorzitterschap beoogt met het agenderen van hetrichtlijnvoorstel transparantie over de posities van de EU-lidstaten tebereiken en daarmee tot een akkoord te komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-31, nr. 75318
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.