Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 september 2025, over Digitale inclusie
Brontekst
Versie 07cc7b94accf2b48 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)Nr. 1426 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 15 oktober 2025 De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft op 24 september 2025overleg gevoerd met de heer Van Marum, Staatssecretaris van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties, over:−de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 1 juli 2025 inzake Nationaal ActieplanWebBeleid (Kamerstuk 26 643, nr. 1360);−de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 1 sep-tember 2025 inzake uitvoering van twee moties met betrek-king tot de tarieven en betaalbaarheid van internet (Kamerstuk26 643, nr. 1386);−de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 27 juni2025 inzake reactie op de gewijzigde motie van het lid Valizeover onderzoeken welke belemmeringen mensen met eenauditieve beperking ervaren bij het contact opnemen met 112(Kamerstuk 26 643, nr. 1306) (Kamerstuk 24 170, nr. 359).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,WingelaarDe griffier van de commissie,Boeve kst-26643-1426ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14261 Voorzitter: ValizeGriffier: MullerAanwezig zijn vier leden der Kamer, te weten: Buijsse, Kathmann, Koopsen Valize,en de heer Van Marum, Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties.Aanvang 9.46 uur.De voorzitter:Een hele goede ochtend gewenst allemaal. Welkom op deze wonder-schone woensdagochtend 24 september. Voor u op de agenda staat eencommissiedebat van de vaste commissie voor Digitale Zaken over digitaleinclusie. Het is 9.45 uur geweest, dus wij kunnen gaan beginnen.Aan de linkerzijde, voor de kijkers thuis aan de rechterzijde, zijn aange-schoven mevrouw Kathmann van de fractie GroenLinks-PvdA, de heerBuijsse, die namens VVD het woord zal voeren, en de heer Koops, dienamens NSC het woord wenst te voeren, ware het niet dat we eerst nogofficieel toestemming dienen te vragen aan de overige leden of zijakkoord gaan met het aanschuiven van de heer Koops, die officieel geenlid is van de commissie voor Digitale Zaken. Ik zie geknik. Dat is danakkoord bevonden en bij dezen besloten. Ik wens dan ook de heer Koopswelkom bij dit debat.Aan de rechterzijde, voor de kijkers thuis, en voor de mensen op detribune aan de linkerzijde, is Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties Van Marum aangeschoven, samen met zijn onder-steuning. Hij gaat ook over digitalisering. Welkom ook aan de mensenthuis en op de tribune. Een bijzonder woord van welkom ook aan demensen van de Vereniging Openbare Bibliotheken in Nederland. Hartelijkwelkom in ons midden.Ik zou graag het woord willen geven aan mevrouw Kathmann, die namensde partij GroenLinks-PvdA het woord zal voeren.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. De digitale wereld is duur en ingewikkeld. Daarhebben we het te weinig over. Terwijl we wel debatteren over cloud,datacentra en AI, ook te weinig, raken mensen ondertussen de weg kwijtin het moeras van de digitale overheid. 4,5 miljoen Nederlanders hebbenhier weleens last van en voor 2,5 miljoen van hen is het probleemstructureel.Gelukkig hebben we de Informatiepunten Digitale Overheid, de IDO’s. Datis een soort eerste hulp voor digitale ongelukken, gewoon in de biblio-theek. Er zitten vandaag tientallen IDO-medewerkers in de zaal, die elkedag horen hoe de overheid mensen digitaal uitsluit. Staatssecretaris, ikhoop dat u met ze gaat praten als het debat zo meteen geschorst is. Zehebben namelijk heel veel verhalen te vertellen. Bij die mensen zit echt dekennis. Daar zitten de mensen die weten hoe de overheid digitaal beterkan en hoe de overheid digitaal beter moet. De helden van de IDO’sverdienen een pluim. Ze verdienen geen rauwe bezuiniging op hun dak.Een aangenomen motie van mij van voor de zomer vroeg om niet op deIDO’s te korten.De Staatssecretaris zei toen ook dat ze dat niet zouden doen; de dienstver-lening blijft overeind. Gaat er nu toch een hele ordinaire bezuinigingdoorgevoerd worden, terwijl 4,5 miljoen Nederlanders hier afhankelijk vanzijn? Zij hebben maar één last resort: de IDO’s. De motie is breedaangenomen, dus de belofte ligt er vanuit de overheid. Wij, de TweedeKamer, moeten onszelf serieus nemen. We moeten zorgen dat die motieook recht wordt gedaan. En we moeten zorgen dat deze mensen nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14262 gekort gaan worden, zodat ze hun goede werk kunnen voortzetten. Hetgaat ook niet om astronomische bedragen; het gaat echt om een paarmiljoen. Er zijn meerdere ministeries verantwoordelijk, dus dat moeten wegewoon samen voor elkaar kunnen boksen. Daarom is mijn vraag ook omde motie uit te voeren en om anders aan te geven waarom dat nietgebeurt.De grootste boosdoener bij de IDO-hulpbalie is eigenlijk ook weer dieDigiD. GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft vaker het punt gemaakt datinloggen makkelijker en sneller moet kunnen. Ik heb bijvoorbeeld eenwelzijnsmedewerker in mijn wijk, die eigenlijk de hele dag bezig is metDigiD-aanvragen. Dat is niet haar werk. Ze wil heel graag haar werk heelgoed doen. Daarom heb ik de volgende vragen. Is de Staatssecretaris vanplan om nieuwe inlogmethoden voor DigiD te ontwikkelen, zoals met eentoken, net als in Denemarken? Is de DigiD inmiddels beschikbaar in alletalen die in Nederland worden gesproken, waaronder in het Fries? En isde Staatssecretaris het met mij eens dat IDO-medewerkers demogelijkheid moeten krijgen om mensen te helpen met hun DigiD, zonderde AVG te overtreden?Dan kom ik nog op de grote schoonmaakactie van onze overheidsweb-sites. Die is broodnodig. Ik zie dat de vaart daar eindelijk in zit, wantwebsites worden steeds toegankelijker. Maar we hebben harde doelen,deadlines en sancties nodig, zodat de vaart erin blijft. Is de Staatssecre-taris bereid om een doel te stellen voor wanneer alle overheidswebsitestoegankelijk of opgeruimd moeten zijn? Dan bedoel ik ook echt: A-status,volledig toegankelijk en anders sancties.Dan wil ik het ook nog even hebben over de betaalbaarheid van onsinternet en de hoge prijs van digitalisering. Een laptop, een telefoon, eeninternetabonnement: bij elkaar opgeteld is dat voor veel huishoudens teduur. Na mijn aangenomen motie is er onderzoek gedaan naar de prijsvan het internet. Daar kwam uit dat de prijzen relatief oké zijn inNederland, maar dat geldt bijvoorbeeld niet voor die honderdduizendenwerkende armen. Dat zijn gewoon mensen die te weinig verdienen omhun leven te kunnen betalen. Dat is echt schandalig. Dan kun je na eenonderzoekje zeggen dat het wel meevalt met de prijs van het internet inNederland, maar voor die mensen is het gewoon te duur.Je hebt geen leven zonder internet. De overheid verplicht je om digitaalzaken met ze te doen. Je kan je werk niet goed doen, je kan geen goedonderwijs genieten, je mist ook dingen in je sociale leven. Kortom,internet is een basisbehoefte. Dat vinden we hier allemaal. Dat betekentdat, als internet een basisbehoefte is, Den Haag als eerste moet opstaan,om ervoor te zorgen dat internet voor iedereen betaalbaar blijft. Daarommoet er een sociaal internetpakket komen. Den Haag moet daar als eerstede verantwoordelijkheid in pakken, want zo hoort dat met basisbehoeften.Ik heb de telco’s gesproken, en die willen wel. Wat gaat de Staatssecre-taris doen om te zorgen dat zo’n sociaal internetaanbod er komt?De voorzitter:Dan dank ik mevrouw Kathmann voor haar inbreng. Ik zie dat de heerBuijsse een interruptie heeft.De heer Buijsse (VVD):Ik sla even aan op het laatste punt van mevrouw Kathmann over sociaalinternet. Ik begrijp dat er vanuit het ministerie onderzoek is gedaan naarsociaal internet en internetprijzen. Er is een prijzenvergelijk gemaakt, ooktussen landen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet elke letter van hetrapport heb gelezen, maar de strekking die tot mij kwam, was: wij zijn nietheel duur in Nederland. We zijn niet het goedkoopst, maar we zijn zekerook niet het duurst. Mijn vraag aan mevrouw Kathmann is hoe zij deonderzoeksresultaten van dit rapport tot zich heeft genomen en welkgevoel zij daarbij kreeg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14263 Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik heb dit tot mij genomen zoals ik zei in mijn bijdrage. Het onderzoekwijst uit dat internet niet duur is in Nederland of dat het in ieder gevalrelatief niet duurder is dan in andere landen. Maar dat betekent niet datvoor bijvoorbeeld alle werkende armen in Nederland, alle mensen dieschandalig genoeg volop aan het werk zijn maar te weinig verdienen omhun leven te betalen, internet gewoon duur is. Dat is gewoon een feit.Ik heb met alle telco’s aan tafel gezeten. Zij zeggen dan ook: ja, eigenlijkzien we ook niet zo veel wanbetalers. Maar ze zeggen ook: «We weten welwaarom dat is. Omdat je eigenlijk net als gas, licht, huur en zorg ook wildat je internet betaald wordt. Anders staat je leven namelijk gewoonwegstil.» Maar dat betekent dus wel dat je misschien tegen je kind zegt: nou,doe maar effe niet die voetbalcontributie, want we hebben een internet-abonnement dat we moeten bekostigen. Voor heel veel mensen is het dusheel duur.We constateren hier in Den Haag continu dat internet een basisbehoefteis. Dat betekent dat we boter bij de vis moeten doen. Dat betekent dat jevoor mensen in Nederland met een dunne portemonnee wel moet zorgendat internet betaalbaar is. Daarom moet er een sociaal internetpakketkomen, niet voor iedereen, maar wel voor mensen die moeite hebben omde rekeningen te betalen. Daar is Den Haag als eerste verantwoordelijkvoor, want zo werkt dat: een overheid is verantwoordelijk om de basisbe-hoeften van Nederlanders op orde te hebben.De voorzitter:Dan nog een aanvullende vraag van de heer Koops.De heer Koops (NSC):Meneer de voorzitter, hoeveel interrupties hebben wij hier? Talloze, neemik aan, gelet op ...De voorzitter:Het zijn er vier. Ik had dat in het begin even moeten zeggen. Dat ben ikvergeten te zeggen. Het is mijn schuld. Excuses daarvoor. Maar het zijnvier interrupties per woordvoerder.De heer Koops (NSC):Het is ook mijn schuld. Ik heb namelijk zo hard gefietst dat ik amper naar ugeluisterd heb vanochtend. Maar ik was op tijd.Ik heb een vraag aan mevrouw Kathmann. Het belang van de IDO’s staatwat mij betreft gewoon voor honderd procent vast. De moeilijkheid is datwe nu bij Digitale Zaken zitten, maar dat de mensen die bij de IDO’swerken op een soort van smeltpunt van onderwerpen zitten, waardoor ditheel veel verschillende commissies raakt. Denk aan de commissie voorJustitie en Veiligheid op het gebied van rechtsbescherming en problemenmet de overheid. Denk aan de commissie voor Onderwijs, Cultuur enWetenschap als het gaat om laaggeletterdheid. Ik noem nu twee onder-werpen waar ik mevrouw Kathmann nog niet over heb gehoord. Gelet ophet vuur en de passie waarmee zij haar verhaal zojuist naar voren bracht,vraag ik u wat het standpunt van GroenLinks-PvdA is op de aanpak vanlaaggeletterdheid. Wat kan de rol van de IDO’s daarbij zijn?De voorzitter:Dan wil ik het woord geven aan mevrouw Kathmann. Maar ik wil welvragen om bij het onderwerp van Digitale Zaken te blijven, in dit gevaldigitale inclusie. Laaggeletterdheid valt dan net buiten de scope.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel blij met deze vragen van NSC, want die taak is ongelofelijkgroot. We hebben het tegenwoordig namelijk niet alleen over laaggelet-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14264 terdheid, maar ook over digitale geletterdheid, die daar ook bij hoort. Datis één groot vraagstuk. Dat is hetzelfde vraagstuk.Wat de IDO’s op dit moment al doen, is de mensen die niet uit hetzakendoen met de digitale overheid komen ... Ze pakken eigenlijk allevragen eruit, ook als die gaan over het woonnet of als mensen er digitaalniet uit komen met hun hypotheek of met hun pensioen. Ze zullen nooitiemand wegsturen. De meeste mensen worden direct doorverwezen naarhun cursussen, waar ze heel veel mensen vinden die ook laaggeletterd endigitaal ongeletterd zijn. Het is juist heel mooi – ik ben zelf vaak bij zo’ncursus geweest, want ik loop ook weleens tegen die digitale overheid aan– dat je daar met gelijkgestemden zit en dat je eindelijk durft te zeggen: ikvind dit lastig, ik vind dit moeilijk. Die cursus helpt je, zodat je niet meernaar het IDO hoeft. Mensen willen namelijk helemaal niet de hele tijdhulpvragen stellen; ze willen het zelf doen.Dus die rol pakken de IDO’s al. Naast dat ze gewoon die 4,5 miljoenNederlanders kunnen helpen met vragen, helpen ze ook nog mensen metcursussen en helpen ze ook nog heel Nederland die er niet uit komt bijandere instellingen. Dat is broodnodig, want het gaat ook oververtrouwen in de instellingen. Als je er niet uit komt met die instellingen,krijg je wantrouwen. De IDO’s helpen dus ook nog in het terugwinnen vanvertrouwen. Dan ligt er een vraagstuk: kan er misschien 2 miljoen bij? Naeen toezegging van de Staatssecretaris, die zegt «nee, we gaan nietingeven op het goede werk dat zij doen», gebeurt het gewoon wel door debestuurlijke rommel hier in Den Haag, zelfs nadat er Kamerbreed eenmotie is aangenomen die zegt: red de IDO’s. Ik kan er met mijn pet niet bij.Ik hoop dat we dat vandaag gaan repareren.De voorzitter:Er zijn geen verdere interrupties meer. Dan zou ik gaarne het woord gevenaan de heer Buijsse, die namens de VVD zijn inbreng zal leveren.De heer Buijsse (VVD):Voorzitter, dank voor het woord. Wat de VVD betreft staan we, aangejaagddoor generatieve AI, aan de vooravond van een nieuwe digitaliseringsgolfvan de overheid. Dit is een enorme kans om ons land veiliger te maken,economische kansen te benutten en dienstverlening van de overheid aanonze inwoners en ondernemers te verbeteren. Voor de VVD staat vooropdat deze golf bijdraagt aan een kleine en efficiënte overheid. Het moethelpen een einde te maken aan verstikkende processen en proceduresvoor de aanvraag van onder andere vergunningen en toeslagen.Risico’s voor onze persoonsgegevens en onze vitale infrastructuur moetenzo veel als mogelijk door slimme en lokale aanschaf vermeden worden.Bij de hiervoor genoemde visie is het van groot belang dat het kabinetwerkt aan het toegankelijk maken van de diensten door de overheid.Toegankelijk voor iedereen: ondernemers, inwoners, maar ook mensenmet een audiovisuele beperking. Ik wil in het debat daarom drie zaken aande orde stellen.Allereerst: bevorder AI-geletterdheid en begin bij ambtenaren diebetrokken zijn bij de overheidsdienstverlening. Ontwikkelingen in AI gaanrazendsnel. Over drie jaar is er nog eens een slag gemaakt zoals we delaatste drie jaar hebben gezien. Juist in het domein van digitale inclusiezal AI een grote rol spelen om toegang tot informatie van overheids-diensten voor ondernemers en inwoners te verbeteren. Denk aanchatbots, AI-tools die ondersteunen bij een Woo-verzoek of AI die helptom de rechten als ondernemer te weten in het woud van regelgeving. Hetis goed om als overheid hierop in te zetten.Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk en realistisch zijn. Het algemenekennisniveau van iedereen, maar in het bijzonder van ambtenaren, op hetterrein van AI is momenteel laag. Dat kan tot grote risico’s leiden. Er issprake van AI-analfabetisme, terwijl de ongebreidelde inzet van AI ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14265 grote risico’s kent, bijvoorbeeld voor de bescherming van persoonsge-gevens of de weerbaarheid tegen aanvallen van buitenaf. Het is dusminstens zo belangrijk om te investeren in AI-geletterdheid van ambte-naren als in de ontwikkeling van de digitale infrastructuur en de tools zelf.Ziet de Staatssecretaris dit zelf ook? Is hij bereid dit te betrekken in zijnbeleid?Mijn tweede punt gaat over het ordenen en reduceren van het aantalwebsites en toepassingen. Al jaren pleit de VVD voor het reduceren enordenen van overheidswebsites. Er is onvoldoende structuur in het woudvan websites. Dit leidt tot onduidelijkheid voor inwoners en ondernemers,maar ook tot situaties van illegale websites, die niet van echt te onder-scheiden zijn. Hoewel in de agendastukken te lezen is dat er hard gewerktwordt aan het reduceren en ordenen, ontbreken recente cijfers van hetaantal overheidswebsites. Ook is het een doorn in het oog dat het procesvoor het gebruik van domeinnaamextensies zoals.overheid.nl nietopschiet. Kan de Staatssecretaris hier meer prioriteit aan geven?Daarnaast leeft er een grote behoefte aan duidelijkheid over de beschik-baarheid van NLdoc. Kan de Staatssecretaris aangeven of dit programmaal beschikbaar is?Voorzitter. Mijn laatste punt: ontwerp websites met ervaringsdeskundigen.Websites van de overheid worden steeds toegankelijker. Dit is een goedezaak, maar helaas voldoet slechts 8% van de websites aan de criteria voormensen met een beperking. Dat moet beter. Wat moeten de overhedendoen? Welke stappen moeten echt en welke zijn nice to have? De VVDvindt dat de websites en applicaties van de overheid mede ontworpen enperiodiek geëvalueerd dienen te worden door mensen met ervaring, doorervaringsdeskundigen. Ik krijg signalen uit het veld dat er voor mensenmet een visuele beperking soms nog altijd geen goede toegankelijkheid is,ondanks dat de applicatie volledig digitaal toegankelijk is en status Aheeft.Een motie hierover van collega Daan de Kort en mijzelf is na het vorigedebat aangenomen. Kan de Staatssecretaris aangeven wat de status isvan deze motie en wat hij nog meer van plan is om websites en toepas-singen beter toegankelijk te maken voor mensen met een beperking?Bovendien, wat is de ambitie van de Staatssecretaris eigenlijk als het gaatom het behalen van die A-status door overheden? Ik begrijp vaak vankleinere decentrale overheden dat het behalen van die status veel geldkost en dat niet alle decentrale overheden dezelfde middelen daarvoorbeschikbaar hebben.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Ik zie een interruptie van mevrouw Kathmann.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik heb aan de VVD – het zal geen verrassing zijn – een vraag over de IDO’s,omdat ik denk dat het de heer Buijsse ook aan het hart moet gaan dat,zoals ik ook in mijn bijdrage zei, zijn kabinet een toezegging doet die nietgestand gedaan wordt en er een Tweede Kamermotie is aangenomen diegewoon niet wordt uitgevoerd.De IDO-medewerkers willen eigenlijk gewoon hun werk doen vandaag enalle Nederlanders helpen met hun digitale vragen, want er zijn heel veelNederlanders die die vragen hebben. Nu moeten ze vandaag hier komenom aan het kabinet te vragen om hun werk te doen en om aan de TweedeKamer te vragen om ons werk serieus te nemen en te zorgen dat onzemotie wordt uitgevoerd. Vind ik de VVD aan mijn zijde als ik zeg dat ditvandaag gaat gebeuren en dat dit gerepareerd gaat worden? De IDO’sbieden namelijk ook ondersteuning bij veel van de uitdagingen die deheer Buijsse vandaag heeft geadresseerd. Het werk dat zij doen voor dedigitale overheid in Nederland, is eigenlijk echt een koopje. Ze vragen nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14266 eens een extra bedrag. Wil je die alsjeblieft niet wegbezuinigen, terwijl hetaantal vragen bij de IDO’s het afgelopen jaar is verdubbeld? Het isgewoon verdubbeld. Kan ik de VVD vandaag aan de zijde van de IDO’svinden en kan de VVD gewoon doen wat juist is? Het kabinet heeft ietstoegezegd. Er is een Kamermotie aangenomen. Wij nemen ons werkserieus.De heer Buijsse (VVD):Ik heb het gehoord.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik hoop dus dat er maar één antwoord is en dat is ja.De voorzitter:Mevrouw Kathmann, interrupties zijn doorgaans kort. U had een kortevraag in een uitvoerig betoog. Ik sta het dit keer even toe, maar probeerhet korter te houden.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):U mag deze tellen als drie interrupties.De voorzitter:Dank u vriendelijk.De heer Buijsse (VVD):Ik respecteer heel erg de passie waarmee mevrouw Kathmann haarbetoog voert ten faveure van de IDO’s. Ik moet ook eerst en vooral gezegdhebben dat ik niet bij de petitieoverhandiging aanwezig kon zijn. Ik hebme laten vervangen door mevrouw Van Groningen, omdat ik zelf eenverplichting voor de fractie had. Ik kon er dus helaas niet bij zijn, maar ubent in ieder geval wel gehoord door onze fractie.Dan over het punt dat mevrouw Kathmann maakt. Ik zou eigenlijk vooralen eerst willen zeggen dat ik oog heb voor de transformatie die de IDO’sen de biebs in het algemeen de laatste jaren doorgemaakt hebben.Vroeger was een bieb een plek waar je boeken haalde. Tegenwoordig kunje er van heel veel meer diensten gebruikmaken als het gaat om digitalise-ringsvraagstukken, maar er zijn ook cursussen en dat soort dingen voornieuwe inwoners van Nederland. Ik respecteer zeer de inzet van de biebsen de IDO’s daarin.Het vraagstuk is complexer dan alleen het punt van de bezuiniging en detoezegging. Ik weet er in die zin op dit moment, met de voorbereiding dieik gedaan heb, te weinig van af om alle details erover te weten. Ik zou indie zin ook eerst de reactie vanuit het kabinet willen horen, voordat ik daarverder een mening over ga vormen en daar namens de fractie eenstandpunt over in kán nemen. Daarvoor heb ik ook andere collega’s nodig.Dat is mijn eerlijke antwoord op dit moment.De voorzitter:Dan toch nog een vervolgvraag van mevrouw Kathmann. Hou het kort,alstublieft.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):De VVD geeft aan: het is complexer dan het niet nakomen van een motieof het niet uitvoeren van een toezegging vanuit het kabinet. Ik heb heelgoed nieuws: het is niet complexer. Zo simpel is het. Als dadelijk uit debeantwoording van de Staatssecretaris blijkt dat het wel zo simpel is – eris echt maar één mogelijkheid en dat is dat dat blijkt, want anders kan iknog wel wat filmpjes gaan knippen en dan zien we vanzelf de smokinggun en het bewijs – heb ik de VVD dan aan mijn zijde?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14267 De heer Buijsse (VVD):Ik wacht de reactie van de Staatssecretaris af.De voorzitter:Geen verdere interrupties. Dan geef ik graag het woord aan de heer Koopsvoor zijn ... Heeft u toch nog een interruptie, meneer Koops? Nee. Hetwoord is aan de heer Koops voor zijn inbreng namens Nieuw SociaalContract.De heer Koops (NSC):Dank u, meneer de voorzitter. Als we beginnen bij het begin, dan zijn IDO’sgewoon een inspirerend plekje hier in Nederland. Dat is niet echt een heelerg provocatieve opmerking. Ik denk niet dat iemand in de zaal daaranders over denkt, specifiek vandaag niet. Er is dus een bezuinigingvoorgenomen op die IDO’s. Ik krijg de vinger er maar niet achter hoe datnou precies in elkaar zit. Ik vraag de Staatssecretaris dus bij dezen om eenheel korte toelichting op hoe die 10% bezuiniging nou precies tot standkomt.Ik zie dat er minder geld naar de gemeentes gaat, zodat er dus via degemeentes minder geld naar de IDO’s gaat, maar ik snap gewoon nietheel goed hoe dat niet kan leiden tot een achteruitgang van de dienstver-lening door de IDO’s. Is het niet zo dat de Staatssecretaris of het kabinetde verantwoordelijkheid voor de subsidiëring weglegt bij de gemeentes,zelf het geld in de portemonnee houdt en zegt: de gemeentes lossen hetmaar op; zij kunnen dat, dus als er wordt bezuinigd, is dat de schuld vande gemeentes en niet van het kabinet. Dat is voor de opening een eerstevraag.Dan kom ik terug bij het uitgeschreven gedeelte van mijn inbreng. Heteerste waar ik aan denk bij laaggeletterdheid, bij de noodzaak van digitaleinclusie, bij het opkomen voor kwetsbare groepen waar IDO’s voor zijngemaakt, is dat problemen vaak samenlopen. Iemand krijgt bij wijze vanspreken een envelop met de oproep om iets te gaan doen waar hetinternet voor nodig is, weet de website niet te vinden, weet niet hoe DigiDte hanteren, komt daardoor te laat met alles en krijgt boetes, verzuim-boetes, naheffingen of er worden onomkeerbare besluiten genomen doorde gemeente waar diegene niet meer tegen kan opkomen. De conclusie isdat er heel vaak ook sprake is van een mate van rechtsbescherming dienoodzakelijk is voor diezelfde mensen die via het IDO dan proberen voorzichzelf op te komen. Dat was een lange zin om te vragen op welke wijzegeborgd is dat de IDO’s goed samenwerken met de laagdrempeligetoegangsroutes voor rechtsbescherming, zoals het sociaaljuridisch loket,in sommige gemeentes het sociaal notariaat en meer in het algemeen desociale advocatuur. Hoe kom je daar terecht?Dat is een heel belangrijke vraag. Hoe wordt dat geborgd? En wat is devisie van deze Staatssecretaris op de samenwerking van de IDO’s met dietoegangspunten tot rechtsbescherming? Is de Staatssecretaris het met mijeens dat alleen al daarom er nooit bezuinigd mag worden op die IDO’s,omdat ze ook een toegangspunt zijn naar zelfhulp bij rechtsbeschermingtegen de overheid?Een tweede vraag betreft de inzet van tolken, dus het gemak waarmeeIDO’s gebruik kunnen maken van en toegang hebben tot tolkendiensten.Op het moment dat een mevrouw die buitengewoon slecht Nederlandsspreekt, wiens man is overleden en die nu opeens zelf de dingetjes moetgaan regelen, zich meldt bij zo’n IDO en er met haar moet wordengecommuniceerd, zijn de tolkendiensten dan op een laagdrempeligemanier toegankelijk voor de IDO’s?Dan hebben we het over de DigiD. Daar zijn al heel veel woorden aangewijd. Mij valt op dat de toegang met een DigiD tot overheidssitesinmiddels wel in het Engels wordt aangeboden, maar niet in het Fries. Hetstaat ergens in een van onze partijprogramma’s dat we ook moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14268 opkomen voor de kleine talen. Waarom wordt de DigiD niet aangebodenin het Fries? Hoe komt het dat daar niet aan is gedacht? Je kan vanmensen die overwegend Fries spreken niet zeggen dat ze laaggeletterdzijn, in tegendeel, maar die toegang moet er wel in hun eigen taal zijn.Tot slot. Is de Staatssecretaris het ermee eens dat ook bij pensioenaan-spraken, die op dit moment heel versprokkeld terug te vinden zijn, detoegankelijkheid en inclusie nauwlettend in het oog moet wordengehouden? Als je werkgevers hebt gehad in de loop van je leven, dan ishet knap lastig om bij elkaar te sprokkelen waar je nou van gaat leven alsje eenmaal met pensioen gaat. Is de Staatssecretaris het met me eens datook op dat punt hulp van de overheid zeer wenselijk is?Ik zie de voorzitter kritisch kijken.De voorzitter:Inderdaad. U bent al ruim een halve minuut over tijd.De heer Koops (NSC):In mijn commissies krijg ik altijd twee minuten extra, meneer Valize!De voorzitter:Dank. Ik zie geen interrupties. O, toch: een interruptie van mevrouwKathmann.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik ben ongelofelijk blij met de bijdrage van NSC, omdat die eigenlijk nogeen keer duidelijk maakt hoe breed het hele werkveld van de IDO’s is. Danhebben we het over tolken, over pensioenen maar ook over de toegangtot rechtsbescherming. Dat is precies wat die mensen de hele dag doen.Zij zijn in het leven geroepen om mensen te helpen die er niet uit komenmet de digitale overheid.Ik heb heel vaak stage gelopen bij verschillende IDO’s in Nederland. Daarkomen gewoon heel veel mensen met brieven. Het is niet eens zo dat zeer niet uit komen met het pensioenoverzicht van de overheid, maar zekomen gewoon langs met de brief van het pensioenfonds waarin staat datje voor een bepaalde datum echt een hele scherpe keuze moet maken dieeen hele grote impact op je leven heeft. Mensen begrijpen eigenlijk niet –ik ook niet hoor, als ik die brieven krijg – wat daarin staat, wat je moetdoen en waar je naartoe moet. Zij komen op een website en daarop vindje niet meteen al die informatie. Ze weten altijd mensen, tolken ofrechtsbeschermingsloketten te vinden. Daar wordt altijd direct naardoorverwezen.Daarom nogmaals de vraag: hebben we NSC aan onze zijde op het puntdat die bezuiniging gewoon echt niet mag doorgaan, dat daar een streepdoorheen moet en dat we dat vandaag gaan repareren?De heer Koops (NSC):Ik neem aan dat dit geldt als interruptie drie tot en met zeven.Het moeilijke is dat we praktisch moeten worden. Uiteindelijk gaat het omeen verdeling van geld in een tijd van schaarste. Mevrouw Kathmannweet donders goed dat het helemaal niet gemakkelijk is om hier numeteen te zeggen dat we het geld op tafel leggen. Het zou prachtig zijn alswe dat zouden kunnen doen.Wat ik mevrouw Kathmann wel zonder meer kan toezeggen is dat mijnfractie zich hard zal maken voor het terugdraaien van bezuinigingen, maarik weet niet of dat gaat lukken en of dat gaat gebeuren met behulp vanamendementen of met het aannemen van moties. Daar ben ik gewoonnog helemaal niet uit. Uit één ding ben ik wel: ik vind het uitermateonwenselijk dat er 10% wordt bezuinigd op de IDO’s.Laat ik het zo zeggen: ik speel de bal die mevrouw Kathmann naar mij toespeelt door naar de Staatssecretaris, met het verzoek om echt nadrukkelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14269 erop in te gaan waarom specifiek op die IDO’s moest worden bezuinigd,waarom dat nodig is en of hij werkelijk geen manier ziet – we kennen deStaatssecretaris – om die bezuiniging terug te draaien. Ik geloof ernamelijk helemaal niks van dat de Staatssecretaris het leuk vindt om eendergelijke bezuiniging door te voeren. Dus waarom is het noodzakelijk? Ikhoop dat ik daarmee de vragen afdoende heb beantwoord.De voorzitter:Een hele korte vervolgvraag van mevrouw Kathmann. Dat is haar laatsteinterruptie.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog wel een reflectie op dat het allemaal niet zo makkelijk is, ofalthans, ik heb een reflectievraag. De partij NSC is opgericht om ervoor tezorgen dat we beter bestuur krijgen in Nederland. We hebben het hierover een bezuiniging die al, met een toezegging, is teruggedraaid door hetkabinet en waar ook nog eens een door de Kamer in meerderheidaangenomen motie onder ligt. Aan allebei die dingen wordt geen rechtgedaan. Een partij als NSC moet toch minimaal opstaan en zeggen: ho, dithoort niet bij goed bestuur in Nederland; hier vinden wij wat van.De heer Koops (NSC):Daar ben ik het mee eens. Dat is gewoon zo. Ik vind het ook gewoon echtvervelend. Ik denk dat mevrouw Kathmann en ik helemaal niet anders inde wedstrijd zitten; dat denkt mevrouw Kathmann ook niet. «Goedbestuur» is een containerbegrip. Je kunt daar alles in gooien wat nietgoed gaat of wat onvermijdelijk is en vervelend maar toch moet gaangebeuren. Dan is de retorische vraag: is dat nou goed bestuur? Dat kan jehier natuurlijk ook over zeggen. Is het nou goed bestuur om specifiek opdie IDO’s te gaan bezuinigen?Ik ben van mening dat die bezuiniging geen goed idee is. Ik zie alleen nietdirect verband met goed bestuur. Ik denk dat de noodzaak van eendergelijke bezuiniging buitengewoon goed moet worden uitgelegd.Helemaal los daarvan is het principieel onjuist als er geen uitvoeringwordt gegeven aan een motie. Ik heb in Parlis de brief gezien die hieraanten grondslag ligt. Ik begrijp niet dat die in september naar ons toe isgestuurd en dat daarin pas is ingegaan op de redenen om nog niks tedoen met die motie. Dat is een feit. Ook die bal kaats ik door naar deStaatssecretaris. Waarom is er zo weinig gebeurd en waarom horen wezojuist pas dat er niks met die motie gaat gebeuren?De voorzitter:Dank voor de beantwoording. U heeft nog een interruptie van de heerBuijsse.De heer Buijsse (VVD):Het gaat nogal veel over de IDO’s. Dat is ook terecht, zeg ik met het oogop de vele aanwezigen op de publieke tribune. Maar het gaat natuurlijkook om een efficiënte overheid. Dat is voor de VVD heel belangrijk. Ik wilde visie van NSC vragen: hoe werken we toe naar een efficiënte overheid?Uiteindelijk zijn IDO’s een heel mooi sluitstuk voor het inclusief maken vande digitalisering van de overheid, zodat de mensen die dat nodig hebbentoch een steuntje in de rug kunnen krijgen bij het verkrijgen van toegang.Wat ons betreft gaat het er ook heel erg om dat je aan de voorkant, in deontwerpprocessen van websites, applicaties en toepassingen, heel slimontwerpt. Ik heb er niet voor niets voor gepleit om nu al onze ambtenarengoed te informeren en goed te op te leiden op het gebied vanAI-geletterdheid. Immers, als we onze ambtenaren nu niet opleiden enAI-geletterd maken, krijgen we straks websites waarmee de IDO’smisschien tien keer zo veel werk krijgen, omdat het kwalitatief slechteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142610 websites zijn. Hetzelfde geldt voor de betrokkenheid van ervaringsdeskun-digen. Hoe kijkt NSC aan tegen een iets langere horizon en het tot standbrengen van websites van kwaliteit?De heer Koops (NSC):Dank voor deze vraag, want het is een hele mooie. Weet u, mijn kinderennoemen mij een boomer. Dat vind ik echt ongelofelijk irritant. Ik ben 51,mijn ouders zijn boomers, ik niet! Maar feit is dat als ik er niet helemaaluitkom met mijn telefoontje, ik met name naar mijn 18-jarige dochter ga,want die weet daar het meeste van af en lost meteen alles op. Ik benovergestapt van een iPhone naar een Samsung. Dames en heren: nietdoen.De voorzitter:We mogen geen reclame maken.De heer Koops (NSC):Nee, pardon. Andersom ook niet doen, zal ik maar zeggen. Daar moet ikonmiddellijk aan denken door de opmerking van de heer Buijsse. In deberichtgeving van het kabinet zien we dat er werk wordt gemaakt van hetvereenvoudigen van, laat ik zeggen, de «versprokkeldheid» van het aantalwebsites dat door de overheid wordt gebruikt. Dat wordt algemeenonderkend. De websites zijn niet goed, ze moeten meer worden samenge-voegd en het moet gemakkelijker worden om je weg te vinden. Dat AIdaarbij ook een rol speelt? Daar volg ik de heer Buijsse ogenblikkelijk enhelemaal in. Maar alle initiatieven die worden ontplooid op het terrein vanhet vereenvoudigen van de digitale toegang tot de overheid kunnen opgeen enkele manier raken aan het werk dat de IDO’s op dit moment doen.Ik ben het hartstochtelijk eens met de heer Buijsse, zonder meer. Wemoeten er natuurlijk op mikken, in zijn algemeenheid, dat de IDO’soverbodig worden, net zoals een advocaat zichzelf overbodig moetmaken. Je moet zorgen dat er geen procedures met een overheid zijn, datze zo snel mogelijk in de kiem worden gesmoord. In een ideale wereld zijnde IDO’s overbodig. Dat dat als een streven wordt geformuleerd: helemaalgoed. De praktijk leert alleen dat ze dat niet zijn. En over die praktijkhebben we het vandaag, omdat vandaag en komende week beslissingengenomen moeten worden over het spenderen van geld. Als ik nu met eenpistool tegen mijn hoofd zou moeten kiezen tussen investeren inAI-opleidingen voor ambtenaren enerzijds en in IDO’s anderzijds, kies ikhonderd procent voor IDO’s.De voorzitter:Mevrouw Kathmann, u bent door uw interrupties heen. De heer Buijssezegt dat u zijn laatste interruptie wel mag hebben. Dan heeft de heerBuijsse geen interrupties meer en mag mevrouw Kathmann de interruptievan de heer Buijsse plegen.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik wilde aan NSC nog even vragen of zij ook alle rapporten kennen waarinstaat dat zelfs als wij de allerbeste digitale overheid van de wereldoprichten ... Ik ben met de heer Buijsse op werkbezoek geweest in Estland,waar ze een heel toegankelijke digitale overheid hebben. De Esten zeggen:één ding, denk nooit dat er geen mensen die er niet uitkomen. Hoe goedje digitaal ook bent, altijd zal zo’n 20% ... Denk ook niet dat ze allemaal 88zijn. Het IDO in Tilburg bijvoorbeeld heeft gewoon loketten voor jongemensen met een bijbaantje die er niet uitkomen met de Belastingdienst ofde studiefinanciering; ik noem maar wat. Die rapporten liegen er niet om:altijd zal 20% tot 30% er niet uitkomen. De IDO’s zullen zichzelf heel graagwillen afschaffen, maar dat gaat niet, ook al gaat deze Staatssecretariservoor zorgen dat wij de allerbeste digitale overheid van de wereldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142611 krijgen. Daarom zijn die IDO’s zo belangrijk. De vraag is: is NSC het metme eens en kent NSC deze rapporten?De heer Koops (NSC):Of NSC ze kent? Ja, vast en zeker. Of ik ze ken? Nee, nooit van gehoord. Ikwil ook naar Estland. Het lijkt me hartstikke leuk. Maar even zondergrappen: wat ik wel weet, is dat ik de afgelopen 25 jaar, en dan niet in depolitiek, met name ben aangelopen tegen de onverschilligheid aan de kantvan de overheid, onverschilligheid die als het ware geïnstitutionaliseerdis. Het is niet zo dat een ambtenaar niet betrokken is bij zijn werk. Dat isniet wat ik bedoel. Het is meer dat bepaalde groepen kwetsbare menseneenvoudig over het hoofd worden gezien, er niet op tijd aan hen wordtgedacht, er niet tijdig rekening wordt gehouden met hoe de toegangwordt bemoeilijkt. Dat bestaat zolang er overheden zijn. Zolang je eengeorganiseerd verband hebt binnen een rechtsstaat, zal je dat hebben. Datis natuurlijk gewoon zo.We proberen elkaar hier ook helemaal niet op woorden te vangen. Je kanheel goed een ideëel doel hebben waarvan je weet dat je het nooit gaatbereiken. Dat is gewoon zo. Het enige wat ik hier wil benadrukken, is datinvesteringen die worden gedaan in de toegankelijkheid van de overheiddoor websites op een goede manier aan te pakken, met extensies verderte gaan werken en de versprokkeling tegen te gaan, en investeringen dieworden gedaan om ambtenaren bij de tijd te houden, op geen enkelemanier voorrang mogen krijgen op de toegang tot de overheid die op ditmoment mede door de IDO’s mogelijk wordt gemaakt.De voorzitter:Er zijn geen verdere interrupties. Ik wil als voorzitter even het petjeoverdragen aan mevrouw Kathmann, als zij hem wil aannemen. Dan magzij even het voorzitterschap overnemen. Dan kan ik namens de PVV hetwoord voeren.Voorzitter: KathmannDe voorzitter:Ik geef graag het woord aan de heer Valize van de PVV.De heer Valize (PVV):Dank voor het woord, voorzitter. Er is al veel gezegd. Meer dan de helftvan mijn inbreng kan ik al schrappen. Betreffende het Nationaal ActieplanWebBeleid is er al veel gezegd, met name door de VVD. Wij sluiten onsaan bij de vragen die gesteld zijn.Ik wil wel nog even wat vragen met betrekking tot de ontoegankelijkebestanden: wordt er ook rekening gehouden met mensen met een visueleaandoening? Daar hebben de heer Buijsse en de overige leden ook alaandacht voor gevraagd. Er zijn mensen met een oogaandoeningwaardoor zij bijvoorbeeld contrast heel slecht kunnen zien. Maculadege-neratie is een voorbeeld daarvan. Wanneer donkere letters op een lichteachtergrond worden omgezet naar lichte letters op een donkere achter-grond, is het voor hen makkelijker om de tekst te kunnen lezen. Alleen,wanneer die achtergrond een kleurtint heeft, dan tast dat het contrast aanbij het omzetten en dan is het wederom niet leesbaar. Dat is een heelgroot probleem voor deze mensen. Wordt daar rekening mee gehouden?Zo ja, dan hoor ik dat graag van de Staatssecretaris. Anders is het eenpuntje om mee te nemen.Over tekst gesproken. Ik kom even op Debat Direct. Niet alle debatten zijnvoorzien van ondertiteling. De debatten van vorig jaar zijn nog nietallemaal ondertiteld. Wordt dit wel nog met terugwerkende krachtgerealiseerd en, zo ja, wanneer is dit dan gereed?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142612 Voorzitter. Dan de betaalbaarheid van het internet. Ook hier is al veel overgesproken. De PVV heeft altijd al geroepen: in Nederland is het internetbetaalbaar. Dat blijkt ook uit de rapporten die u heeft meegestuurd met debrief. Ik heb een voorbeeldje uitgerekend. In 2005 kostte internet en vastbellen rond de € 50 per maand. Betaalde tv kostte € 40 per maand.Tv-basic kostte € 17,99 per maand, maar dat moest je wel hebben, wantanders kon je geen digitale aansluiting krijgen. Dan had je nog de mobieletelefonie. Met het goedkoopste abonnement zat je op € 12,50 per maanden dan had je maar 150 belminuten. Dat is samen € 120,49 per maand.Dan had je nog de vaste aansluitkosten en de belkosten van wat buiten debundel gebeld werd. Hoe hoger de prijs, des te beter was de verbinding,dus veel mensen gingen toch voor een iets duurdere verbinding. De prijsdie ik hier noem, die € 120,49, was dus een beetje de modus. Die kwamhet meest voor, ervan uitgaande dat er maar één mobiele telefoon perhuishouden was en dat is niet reëel.Voorzitter. Tegenwoordig liggen de kosten een stuk lager. Het is ook fijndat dat wordt erkend in dat onderzoek. Maar wat wel verrast, is dat veelmensen korting laten liggen door niet jaarlijks over te stappen. Dat zoueen goed puntje zijn. Evengoed wordt er nog onderzocht hoe marktpar-tijen zelf een sociaal internetaanbod kunnen vormgeven. Dat zal mevrouwKathmann ook vast en zeker gelezen hebben. Wij zijn benieuwd naar hoede markt hierop gaat inspelen en wat de resultaten zullen zijn van datonderzoek.Voorzitter. Dan de Informatiepunten Digitale Overheid. Soms ontspruit eriets heel moois in een prachtige gemeente genaamd Venlo, zo ook hetIDO-punt. Het bericht bereikte ons dat men de taken wil beleggen bij degemeenten en dat zij dan ook de vrijheid krijgen bij de inrichting van dieloketten. Het is echter zo dat die IDO’s ontdekt zijn door de burger en hetdaarmee een belangrijke dienstverlening betreft. Wanneer dit uniforme enherkenbare punt wordt afgebroken doordat de regie wordt belegd bij degemeenten, doet dat afbreuk aan de kwaliteit, aan de voortzetting van dedienstverlening aan de burger. Er is geen uniformiteit. Als je in Rotterdamin de bibliotheek bij een IDO-punt komt en in Venlo bij een IDO-punt komt,dan zijn dat twee geheel verschillende situaties. Deelt u deze zorg en bentu bereid om te onderzoeken hoe de regie toch bij de openbare biblio-theken belegd kan worden om de uniformiteit te borgen? Gemeentenverschillen immers veel. Je hebt ook open inlopen, informatie- enadviespunten, Huizen van de Wijk, een loketje voor dit, een loketje voordat; het is één grote chaos. De IDO-punten vormen dan een rots in debranding.Voorzitter, ik rond bijna af. De bereikbaarheid van 112 voor mensen meteen auditieve beperking: we hebben er op 27 juni een brief overontvangen waarin u drie scenario’s heeft geschetst en aangeeft datJustitie en Veiligheid met landelijke meldkamers samenwerkt en scenariodrie, de inzet van de Nederlandse gebarentaaltolken bij de112-alarmcentrale, besproken is. Tolken kunnen dan ’s nachts ook voorandere werkzaamheden worden ingezet. Dat is een stap in de richting vaneen potentiële oplossing die de LMS ook wel wil verkennen. Maar hoe nuverder? Komt er een onderzoek, een pilot? Daar hadden we graag watmeer inzicht in gekregen.Dan sluit ik af, hoewel ik hierna toch nog even iets ga zeggen, omdat iksteun wil verlenen aan de oproep van mevrouw Kathmann om die motiena te leven, die breed is aangenomen door de Kamer. Het kan niet zo zijndat het kabinet die gewoon naast zich neerlegt. De ondersteuning van AImet betrekking tot geletterdheid is ook een prima punt. Het staat, geloofik, ook in de NDS als punt, dus niet alleen digitale geletterdheid, maar ookAI-geletterdheid. Dus dat gaan we nog uitvoerig terugkrijgen. Ik doe nogwel een oproep aan ons allen als Kamerleden om die geletterdheid binnende Kamer te houden; dat zou wel fijn zijn. Dus mensen thuis, als u kijkt endenkt «het is een goede digitale commissie», stem dan op de mensen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142613 de digitale commissie: mevrouw Kathmann van GroenLinks, de heerBuijsse van de VVD, de heer Koops van NSC – als hij nog terugkeert bijeen andere lijst in de toekomst; dat kan altijd – en ikzelf natuurlijk namensde PVV.Voorzitter, ik kom aan het einde van mijn betoog, maar ik wil me wel nogeven aansluiten bij het punt over het Fries. Kan onderzocht worden of deDigiD ook in het Fries kan worden aangesloten? Dat had ik ook nog in mijntekst staan. Het is al een paar keer genoemd, dus ik had het evenweggestreept, maar ik stel de vraag toch nogmaals.Daarmee kom ik aan het eind van mijn betoog. Ik zie dat ik veel te ver overde tijd ben, excuses.De voorzitter:Ik zie één interruptie, van NSC.De heer Koops (NSC):Het is bepaald een genoegen om naar u te luisteren, meneer Valize. En datvoor iemand van de PVV! Ik heb u niet één keer het woord «allochtoon»horen gebruiken. Dat is voor het eerst tijdens een debat waar de PVV aandeelneemt deze week. Neem me niet kwalijk; dat was bedoeld als grapje.De heer Valize weet heel goed hoe hoog ik hem heb zitten, dus dat mag ikdan ook gewoon zeggen.Wel had ik een vraag die ziet op nieuwkomers in Nederland. Ik gebruikexpres het woord «nieuwkomers». We hebben vandaag nadrukkelijk nieteen discussie over de vraag of ze wenselijk zijn of niet en wat je eraanmoet doen. Er zijn gewoon veel mensen die uit het buitenland naar onstoe komen en hier een verblijfsvergunning aanvragen. Dat is een groepmensen die op een geheel eigen wijze kwetsbaar is. Dan is mijn vraag hoede PVV aankijkt tegen vormen van dienstverlening voor het toegankelijkmaken van de overheid, en dus ook tegen de rol van de IDO’s daarin bijhet helpen van specifiek die groep mensen. Daarbij ga ik er voor hetgemak even van uit dat ze rechtmatig hier verblijven en terecht asielaanvragen. Hoe moeten die mensen worden gesteund in termen vandigitale inclusie?De heer Valize (PVV):U kent de punten van de PVV. Vaak hebben ze dan al verschillende landendoorkruist die veilig zijn, maar dan ga ik hier praten over de portefeuillevan mijn collega en dat is niet netjes. Dat ga ik dan ook niet doen. Wezitten hier bij Digitale Zaken en beperken ons daartoe. Dat is voor alles eniedereen, net als die digitale inclusie. Dat is een basis in onzemaatschappij, ook voor de digitaal ongeletterden in onze samenleving dieals eersten bij de bibliotheken aankloppen voor die hulpvraag. Bij degemeente kunnen ze vaak niet terecht. Die verwijzen al door naar dieIDO-punten. Dat is ook nog een belangrijk punt voor de heer Van Marum,de Staatssecretaris, om mee te nemen. Ze worden namelijk al vanuit deloketten op de gemeentehuizen doorverwezen naar die IDO-punten.De voorzitter:Dan zijn er geen verdere interrupties. Ik geef de voorzittershamer terugaan de heer Valize van de PVV.Voorzitter: ValizeDe voorzitter:Dan dank ik mevrouw Kathmann voor haar excellente voorzitterschap. Ikzie dat het 10.30 uur is op dit moment. Ik heb even kort overlegd enakkoord bevonden dat we een halfuurtje gaan schorsen. Dan kunnen zeeven goed overleggen met de ambtelijke organisatie om een goedeinvulling te geven aan de beantwoording van al die vragen die wij hierTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142614 kritisch gesteld hebben namens onze commissie. Ik zou de vergaderingwillen schorsen tot 11.00 uur.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Is er een mogelijkheid dat we tien minuutjes langer schorsen? Ik kijk evennaar de Staatssecretaris. Het is misschien niet helemaal een eerlijke vraag,want ik weet hoelang er gelopen moet worden en hoeveel ambtenaren erklaar zitten om alle vragen goed te beantwoorden. Maar kan hij heel korteven in gesprek gaan met de vertegenwoordiger van de IDO’s? Ze zijn hierecht in heel groten getale vandaag. Kan het daarom vijf minuutjes langer?De voorzitter:Staatssecretaris Van Marum, bent u voornemens om even in gesprek tetreden met ...Staatssecretaris Van Marum:Ik ben sowieso van plan om even in gesprek te gaan, of dat nu direct is ofna die tijd. Ik ga in gesprek.De voorzitter:Dank voor de beantwoording. Dan stel ik voor dat we dadelijk even bij deStatenpassage met elkaar gezellig het gesprek aangaan. Dan schors ik devergadering voor 40 minuten en keren wij om 11.10 uur terug.De vergadering wordt van 10.32 uur tot 11.10 uur geschorst.De voorzitter:Een hele goede ochtend, allemaal. Welkom terug bij de vaste commissievoor Digitale Zaken. Iedereen is inmiddels weer keurig terug van deonderbreking. Ik zou gaarne het woord willen geven aan StaatssecretarisVan Marum, voor zijn eerste termijn.Staatssecretaris Van Marum:Dank u wel, voorzitter. Welkom ook aan iedereen op de tribune. Ik heb neteven een aantal mensen gesproken. Fijn dat u er allemaal bij bent eninteresse toont. Ook dank ik de commissie voor de vragen. Het is goed omzo kort voor het verkiezingsreces nog even het debat te voeren overdigitale inclusie. Wat mij betreft gaat het niet alleen over het onderwerpdigitaal, maar gaat het bijvoorbeeld ook over overheidsdienstverlening enbetaalbaar internet. Hierbij staan dus de burger en de ondernemer voormij centraal. Graag bespreek ik de digitale inclusie dan ook in dezecontext.Voorzitter. Digitale informatie en dienstverlening van de overheid zijn voorburgers en ondernemers doorgaans vooral beschikbaar op overheidsweb-sites. Door de wildgroei aan overheidswebsites, is het voor de gemid-delde internetbezoeker niet altijd duidelijk waar overheidsinformatie of-diensten gevonden kunnen worden. Daarnaast ontbreekt het binnen deoverheid aan een compleet overzicht van en duidelijke afspraken over heteigenaarschap van de websites, waardoor de regie voeren erg lastigwordt. Daarom heb ik begin juli het Nationaal Actieplan WebBeleid naarde Kamer gestuurd. Hierin is een wegwijzer opgenomen om de herken-baarheid, kwaliteit en beheersbaarheid van het aantal websites teverbeteren en terug te dringen. Hierdoor wordt er overzicht gecreëerdvoor burgers, ondernemers én overheid.Daarnaast wordt het aantal overheidswebsites dat voldoet aan dewettelijke verplichte standaarden voor digitale veiligheid en toeganke-lijkheid verhoogd. We hebben verschillende hulpmiddelen ontwikkeld,waarmee de overheidsorganisaties kunnen voldoen aan deze toegankelijk-heidseisen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het NL Design System,toegankelijkheidsverklaringen, signaleringsbrieven en zo is er meer. Ik wilTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142615 het toezicht op het toepassen van de standaarden voor de toeganke-lijkheid en informatieveiligheid in gaan richten. Als een overheidsorgaanniet aan de toegankelijkheidsstandaarden voldoet, dan wil ik daar ookconsequenties aan verbinden. Ik ga mederijksoverheden aansporen omeerder aan de standaarden te voldoen. Ik voer ook graag het debat metuw Kamer over dit actieplan.Voorzitter. Zoals ik eerder al aangaf, gaat inclusie wat mij betreft omdienstverlening. Er zijn twee zaken die er daarbij uitspringen voor mij:begrijpelijke overheidscommunicatie en de Informatiepunten DigitaleOverheid. Begrijpelijke overheidscommunicatie en dienstverleningvormen namelijk de basis van een goede publieke dienstverlening. Ik zetook in op overheidscommunicatie en dienstverlening die voor iedereenduidelijk, begrijpelijk en gebruiksvriendelijk is. Ik zie dat de transformatienaar mensgerichte dienstverlening aan de gang is, maar dat we er nogniet zijn.Ik werk daarom ook samen met de publieke dienstverlening en medeover-heden aan een overheidsbrede dienstverlening. Wat mij betreft staathierbij het perspectief van burgers en ondernemers centraal, en niet hoewe als overheid georganiseerd zijn. Dit is voor mij echt een prioriteit. Diestaat ook omschreven in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. In bredezin wil ik eigenlijk gewoon bij al mijn dossiers die ik voer, die burger enondernemer centraal hebben staan. We zijn heel vaak in onszelf gekeerd.We kijken hoe onze systemen het beste werken en hoe wij er het bestemee kunnen werken. Uiteindelijk is het natuurlijk de bedoeling dat we deburger daarmee bedienen. Ik vraag ook altijd aan mijn medewerkers: watbetekent dit voor de burger, en wat betekent dit voor de ondernemer?Vanuit dat oogpunt gaan we dan weer verder. De komende periode wil ikook samen met overheidsorganisaties en medeoverheden stappen zetten,zodat we deze prioriteit kunnen versnellen.Als laatste vormen de Informatiepunten Digitale Overheid, de IDO’s,laagdrempelige plekken waar burgers terechtkunnen met vragen over deoverheidsdienstverlening. Het is mijn inzet dat deze dienstverlening wordtaangeboden op plekken die voor mensen logisch en dichtbij voelen. Datkan in de bibliotheek zijn, maar ook andere plekken zijn denkbaar. Ik maakdaar ook afspraken over met gemeenten. Ik heb dat net ook aan eenaantal mensen uitgelegd, die hier op de tribune zaten. Er zijn bepaaldegevallen denkbaar waarbij je ook een andere inrichting zou kunnen gevenaan de IDO’s, omdat de beschikbaarheid van bibliotheken niet altijdaanwezig is.De voorzitter:Dan heeft u een interruptie van mevrouw Kathmann.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Misschien is het een vooringenomen interruptie. Als de opmerkinggemaakt wordt «dat kan in de bibliotheken, maar dat kan ook op andereplekken zijn», lijkt dat altijd een soort opmaat naar: de bezuiniging die wenu gaan indienen, is dus geen korting op de dienstverlening, want wehebben nog andere plekken die allemaal potjes krijgen. Het is juist zo datde IDO’s de hoofdstructuur vormen. Er zijn op dit moment al heel veelandere plekken in Nederland waar IDO-werk gedaan wordt, maar heelvaak zie je dat het IDO de spil in het web van het netwerk is. Dat kentnamelijk al die plekken. Er gaan ook IDO-medewerkers naar huizen in dewijk, naar buurthuizen, naar natuurlijke plekken waar mensen komen. Alsje daar geen IDO aan het hoofd laat staan, dan zie je dat zo’n helestructuur kapotgaat en wegvalt. Het is dus juist zo dat je de betaling aande IDO’s in stand moet houden, zodat je het hele netwerk in stand kanhouden, want op die plekken wordt dat IDO-werk allang gedaan. Datwordt al gedaan. Ik hoop dat de Staatssecretaris het met mij eens is dathet dus niet kan zijn dat als wij bedenken dat die dienstverlening ook opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142616 andere plekken kan plaatsvinden, dat betekent dat als we op de IDO’sgaan korten, we de dienstverlening omhoog blijven houden. Dat isnamelijk niet zo.Staatssecretaris Van Marum:Dank u voor deze interruptie en ook voor uw vraag. Ik ben het niethelemaal met u eens. Er zijn ook gewoon andere vormen denkbaar. Voormij staat wel overeind dat de IDO-structuur overeind moet blijven en dedienstverlening moet kunnen blijven geven, maar dat hoeft niet eenexclusief verhaal te zijn als het gaat om bibliotheken.De voorzitter:Nog een vervolgvraag. Ik wil dan wel ...Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Nee, dit is geen vervolgvraag. Dit is een punt van orde. Mijn vraag was devolgende. Het is een feit dat het al op andere plekken gebeurt. Dat is eenfeit. Dat is niet iets wat kán gebeuren, want dat is al een feit. In destructuren waar het kan plaatsvinden, spelen de IDO’s een hoofdrol. Mijngerichte vraag is dus: gaat de Staatssecretaris dadelijk als excuusgebruiken dat we het op andere plekjes ook gaan doen, zodat we kunnenkorten op de IDO’s, omdat dan zogenaamd de dienstverlening overeindblijft, ja of nee? Gaan we dat nu als excuus gebruiken? Dat zou echtnergens op slaan. Want op dit moment gebeurt er al van alles inNederland. Het zijn juist de IDO’s die die structuren overeind houden enervoor zorgen dat dit weefsel kan bestaan, bloeien en groeien.Staatssecretaris Van Marum:Ik zeg heel duidelijk dat ik niet van plan ben om daarop te korten. Ik zegdat het een bestaande structuur is, die we in de benen moeten houden. Ikzeg dat het ook denkbaar is dat er op andere manieren ook informatienaar burgers toe komt. Dat zeg ik.De voorzitter:Dan heb ik nog even een korte vraag. Heeft u uw beantwoordingopgesplitst in blokjes?Staatssecretaris Van Marum:Ja.De voorzitter:Oké. Het zijn een aantal blokjes. U kunt dadelijk aangeven wanneer u klaarbent met een blokje. Ik stel voor om de vragen te bewaren tot na eenblokje. Ik merk dat er toch nog een verhelderende vraag van mevrouwKathmann is.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ja, want de Staatssecretaris zegt nu dat hij juist aangeeft van plan te zijnom niet te korten. Dan hebben we nu dus de toezegging dat die bezui-niging niet doorgaat. Dat is heel fijn, want dan kan ik die noteren. Dan benik tevreden.Staatssecretaris Van Marum:U kunt daar weer een streep door zetten, want dat is niet wat ik zeg. Ikkom straks in de beantwoording van de vragen terug op hoe ik denkdaarmee om te gaan.De voorzitter:Dan kunt u uw inbreng continueren. O, er is een ordevoorstel van de heerBuijsse.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142617 De heer Buijsse (VVD):Nee, even voor de zekerheid. We interrumperen vanaf nu aan het eindevan een blokje. Hoeveel interrupties krijgt ieder lid?De voorzitter:Vier. Staatssecretaris, continueert u uw eerste termijn.Staatssecretaris Van Marum:Als laatste vormen de Informatiepunten Digitale Overheid laagdrempeligeplekken waar burgers terechtkunnen met vragen over overheidsdienstver-lening. Het is mijn inzet dat deze dienstverlening wordt aangeboden opplekken die voor mensen logisch en dichtbij voelen. Dat kan een biblio-theek zijn, maar ook een andere plek is daarbij denkbaar. Hierover maak ikafspraken met de gemeenten. In mijn brief van 28 augustus heb ik uwKamer gemeld dat ik u in de begroting voor 2026 een voorstel wil doenvoor extra middelen voor IDO-dienstverlening ter uitvoering van demotie-Kathmann. Het is mijn inzet om de eerder doorgevoerde budget-korting van 10% voor gemeenten te compenseren. Op dit moment heb ikdaarvoor echter nog niet de ruimte in de begroting kunnen vinden. Mijninzet is om dit te betrekken bij de totstandkoming van de eerste supple-toire begroting in 2026.Echter, met de uitvoering van de beleidsvisie Persoonlijk en Dichtbij geefik inhoudelijk invulling aan een gedeelte van de middelen die de Kamerter beschikking heeft gesteld vanuit het regeerprogramma, paragraafgoed bestuur. Hierbij zet ik in op het versterken van het hele lokalenetwerk van de publieke dienstverlening, waarin IDO-dienstverlening eenbelangrijke functie vervult als laagdrempelige en empathische onder-steuning bij regelzaken met de overheid en als warme doorverwijzer inhet netwerk. Om goed invulling te kunnen geven aan het versterken vandit lokale netwerk worden dus extra middelen ter beschikking gesteld aande gemeenten.Dan wil ik nu overgaan naar de beantwoording van de vragen en dat wil ikdoen in de volgende blokjes: IDO’s, toegankelijkheid overheidswebsites,DigiD en andere onderwerpen, zoals sociaal internet en AI-geletterdheid.Mevrouw Kathmann vroeg: is het niet zo dat de Staatssecretaris deverantwoordelijkheid legt bij de gemeentes en zelf wat geld in de zakhoudt? Mijn antwoord daarop is dat in het coalitieakkoord is afgesprokendat de specifieke uitkeringen, de SPUK’s, met 10% korting wordenomgezet naar fondsuitkeringen. IDO’s werden zo gefinancierd. Het is eenkabinetsbesluit dat de specifieke uitkering wordt omgezet naar eendecentralisatie-uitkering voor gemeenten. Dit houdt in dat er middelengelabeld worden, maar dat gemeenten wel beleidsvrijheid houden.Uitgangspunt vanuit het hoofdlijnenakkoord was dat deze omzetting deadministratieve en verantwoordingslasten zou verlagen, dus dat dekorting niet zo leiden tot een verminderde dienstverlening. Tochonderzoek ik naar aanleiding van de motie-Kathmann of ik extra middelenkan vinden bij de suppletoire begroting. Daarnaast wil ik bestuurlijkeafspraken maken met de gemeenten over het niveau van de dienstver-lening. Ik informeer uw Kamer hierover in Q4.Dan een vraag van mevrouw Kathmann en de heer Koops: voert u deeerdere motie-Kathmann inzake financiering van de IDO’s uit en, zo nee,waarom niet? Ik heb uw motie nog niet uit kunnen voeren, omdat de dooru voorgestelde dekking niet beschikbaar is. Het is nog steeds mijn inzetom volgend jaar bij de suppletoire begroting extra middelen beschikbaarte hebben. Deze middelen gaan direct naar de gemeenten en niet naar debibliotheken. Gemeenten voeren namelijk de regie.Dan vraag nummer vier. Dat is ook een vraag van mevrouw Kathmann: isde Staatssecretaris het met mij eens dat de IDO-medewerkers demogelijkheid moeten krijgen om mensen te helpen met hun DigiD zonderde AVG te overtreden? Nee, dat ben ik niet met u eens. Dat zou namelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142618 betekenen dat IDO-medewerkers extra bevoegdheden moeten krijgen ommensen te helpen met hun DigiD. Ze zijn geen overheidsmedewerkers,dus dit is niet hun taak. IDO-medewerkers bieden laagdrempelige enempathische ondersteuning bij regelzaken met de digitale overheid. Bijoverheidsbrede loketten kunnen mensen terecht om verdergaande zakente regelen. Deze dienstverleningstypes zijn complementair. De IDO’skunnen wel al ondersteunen bij de aanvraag van een DigiD, maar er in diezin dus niet zelf mee werken. Tenzij ze gemachtigd zijn, maar daar zitinderdaad weer wat tijd tussen. Ik snap dus waar de vraag een beetje dooringegeven is.Op welke wijze is geborgd dat de IDO’s goed samenwerken met delaagdrempelige toegangspunten voor rechtsbescherming? Bij deuitvoering van mijn beleidsvisie op laagdrempelige en persoonlijkedienstverlening zet ik op versterking van het lokale netwerk vanuit hetprincipe «altijd de juiste deur». Gemeenten hebben daarin een regierol ophet vormgeven van het lokale ecosysteem van de publieke dienstver-leners. De overheidsbrede loketten zijn plekken waar professionals metmandaat zitten die mensen ook daadwerkelijk kunnen helpen. Daarin zoekik ook de samenwerking met bijvoorbeeld de domeinen zorg en rechtsbe-scherming. IDO’s kunnen mensen helpen de weg te vinden naar dezeoverheidsbrede loketten.Dan een vraag van NSC: is de Staatssecretaris het ermee eens dat er nooitgekort zou moeten worden op IDO’s, omdat ze de toegang zijn tot zelfhulpen rechtsbescherming tegen de overheid? Ik ben het daar niet zomaarmee eens. Ik zet in op het versterken van laagdrempelige ondersteuningbij regelzaken met de overheid en daarin ga ik met middelen voor goedbestuur extra investeren. De IDO’s in bibliotheken zijn een van de plekkenom deze hulp te bieden, maar niet de enige plekken. Mensen die dezevorm van ondersteuning en hulp nodig hebben, weten de IDO’s in debibliotheken niet altijd te vinden. Ik zet daarom ook in op meerdere lokaleplekken. Het kan ook zijn dat de gemeenten op den duur zeggen «wehebben toch een aantal mensen die niet naar die IDO’s toe gaan» en datgemeenten de mogelijkheid krijgen om die mensen zelf te bezoeken. Ikweet dat er vanuit de IDO’s ook af en toe ook wat geregeld wordt, maar ikwil de gemeenten wel die beleidsvrijheid geven.Dan een vraag van de heer Valize van de PVV: bent u bereid te onder-zoeken hoe de regie toch bij de openbare bibliotheek kan worden belegdom de uniformiteit te borgen? Ik deel die zorg in die zin niet en ik zie geenaanleiding om dat te onderzoeken. Ik hoorde net in de gesprekken watover uniformiteit, dus we moeten wel even kijken hoe we enige unifor-miteit bewaren. Gemeenten voeren de regie op de IDO-dienstverlening,omdat zij hun inwoners in het lokale netwerk het beste kennen zoalsvermeld in de gezamenlijke overheidsbrede visie op lokale dienstver-lening en ondersteuning Persoonlijk en Dichtbij.Bij de uitvoering van die visie wil ik de regierol van de gemeentenversterken om zo het bereik van de overheidsdienstverlening te vergroten.Wat ik wel wil toezeggen, is dat ik het overleg met de gemeenten denadruk leg op die uniformiteit van het aanbieden van die dienst. Die moetechter niet zo klemmend zijn dat de gemeenten geen bewegingsvrijheidmeer hebben om zelf ook nog andere middelen ter hand te nemen omburgers te informeren en te helpen in de moeilijke systemen die zij af entoe tegenkomen.Zijn tolkendiensten op een laagdrempelige manier toegankelijk voorIDO’s? IDO’s kunnen doorverwijzen naar hulp en ondersteuning vanandere organisaties in het lokale netwerk. Dat geldt ook voor tolken-diensten. Ze zouden ook kunnen verwijzen naar een cursus Nederlands.Dat zou misschien ook goed zijn. Dit is ook afhankelijk van de eventuelebeschikbaarheid in het lokale netwerk. Gemeenten voeren de regie op hetvormgeven van dit netwerk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142619 Dan de vraag van het Kamerlid Valize. «Tolken kunnen ’s nachts ookingezet worden voor andere werkzaamheden. Een stap in de richting vaneen potentiële oplossing: de Landelijke Meldkamer Samenwerking, de112-meldkamer. Wilt u dit verkennen? Hoe nu verder? Komt er eenonderzoek of een pilot? Graag iets meer inzichten hierover.» Mijn collega’svan Economische Zaken en van Justitie en Veiligheid onderzoeken met deLandelijke Meldkamer Samenwerking of uitbreiding van de tolkenurenmogelijk is. Ik kan uw vraag hierover niet exact beantwoorden. Ik kan uwverzoek doorgeleiden naar beide ministeries en hen verzoeken uw Kamerschriftelijk nader te informeren.Dan kom ik bij het tweede blokje: toegankelijkheid van overheidswebsites.De voorzitter:Dan gaan we eerst even naar de interrupties. Er waren interrupties vanmevrouw Kathmann en de heer Koops. Allereerst geef ik even het woordaan mevrouw Kathmann.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik ken deze commissie echt als een commissie waar bloed niet vaak kookten waar je ook niet vaak woedend hoeft te worden, maar op ditmoment ... Ik weet gewoon niet eens waar ik moet beginnen. Hoe kan ditkabinet zeggen: we gaan korten, maar de dienstverlening blijft hoog? Webezuinigen gemeentes helemaal kapot. Die staan hier altijd aan depoorten te rammelen dat ze hun dienstverlening niet op orde kunnenhouden, dat ze van alles moeten sluiten. We bezuinigen ze kapot, maar,weet je, deze dienstverlening gaan ze wel hooghouden.Hoe kan het dat alle IDO’s in Nederland dat hele weefsel van lokaledienstverleners en buurvrouwen zelfs in kaart hebben, beter dangemeentes dat zelf hebben – gemeentes leunen daarop – en dat dan hierals excuus wordt gebruikt: ja, er zijn ook nog wel wat andere plekjes waardie mensen geholpen kunnen worden. En ook: «Ja, nee, met die DigiD’skan niet geholpen worden. Dat moeten overheidsmedewerkers doen.»Kan de overheid er dan vanaf vandaag meteen mee kappen om mensendie er niet uitkomen met hun DigiD direct door te verwijzen naar dieIDO’s? Kan dat dan? Of zet overheidsmedewerkers bij die IDO’s neer omdie mensen te ontlasten.Ik ken deze Staatssecretaris echt als iemand met een heel groot hart vooral die Groningers die kapot zijn gemaakt door de overheid, die vermorzeldzijn. We hebben het hier over dienstverlening aan mensen die elke dagvermorzeld worden door de overheid. Dat zijn diezelfde Groningers dietoen in de rij stonden, omdat wij het niet voor elkaar hadden met desubsidie. Die rijen waren zichtbaar. Toen stond er vorst op het gras. Erstonden heel veel oude mensen in de rij. Deze hele Kamer stond op.Dezelfde dag nog ging het kabinet naar Groningen en werd de subsidieuitgebreid, zodat Groningers daar verder konden met hun leven. Elke dagstaan mensen in dezelfde rij in Nederland. Ik kijk naar het NoodfondsEnergie, waarbij mensen 48 uur niet geslapen hadden om te kunnenrefreshen, omdat onze systemen niet werken. Die IDO-medewerkers zijnde enigen die ze geholpen hebben.Er is toegezegd dat de dienstverlening niet achteruitgaat. Er is hier eenKamermotie aangenomen. Er wordt gevraagd om een potje van1,7 miljoen. Dat is het, of misschien 2 miljoen. De hoeveelheid aanvragenis namelijk verdubbeld. Dat kan niet. Het wordt weer weggepoetst in hetsysteem: ja, want de suppletoire begroting bla, bla, bla, bla, bla. Erworden elke dag mensen vermorzeld. Er is één loket waar die mensennaartoe kunnen. Gaan we nu dat loket vermorzelen als overheid? Er zijndrie ministeries die hierin hun verantwoordelijkheid kunnen pakken.Verdeel gewoon dat bedrag. Zorg dat deze mensen ook die anderepartijen in heel Nederland, van buurthuizen tot Huizen van de Wijk,omhoog kunnen houden. We vragen geen monsterbedrag. Het is een heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142620 klein bedrag, zodat heel veel mensen in Nederland verder kunnen methun leven.De voorzitter:Na dit indringende betoog geef ik het woord aan de heer Van Marum.Staatssecretaris Van Marum:Ik ben natuurlijk altijd geraakt als mensen zich met ziel en zaligheidinzetten voor zaken. Dat probeer ikzelf ook te doen. Ik heb echter wel temaken met een regeerakkoord en de begrotingsregels die daarin zitten.Wij hebben gekeken waar we de ruimte kunnen vinden en wij denken datwe die ruimte op de suppletoire begroting kunnen vinden. Uw dekkings-voorstellen waren niet geschikt om dit door te kunnen voeren, dus om mijnu te verwijten dat ik het hele systeem van de baan wil vegen, vind ik eenbeetje te ver gaan. Ik heb namelijk net aangegeven dat ik ze hartstikkebelangrijk vind. Ik heb ook aangegeven dat ik dus aan het zoeken ben naarmiddelen om gehoor te geven aan datgene wat u van mij vraagt.Het feit dat ik zeg dat er differentiatie kan zijn in het aanbieden van eendienst, betekent niet dat ik zeg dat de IDO’s maar moeten verdwijnen.Daar waar er IDO’s zijn, lijkt het mij alleszins wenselijk dat die IDO’s ookgewoon in de benen worden gehouden en dat daar de middelen voorbeschikbaar komen die daarvoor nodig zijn. Maar uiteindelijk is het wel zodat de afspraak binnen het coalitieakkoord is geweest dat de specifiekeuitkeringen verdwijnen. Daar komt een uitkering uit algemene middelenvoor in de plaats.Wij proberen in bestuurlijke afspraken met een gemeente daar richtingaan te geven, zodat de middelen daar wel terechtkomen en op de juistemanier besteed worden. We zoeken ook nog naar een stukje extra dekkingbij een volgende begroting, om volledig aan uw wens te kunnen voldoen.Zoals u het hier neerzet, gaat het mij dus te ver. Weet dat het voor mij ookbelangrijk is dat ze er zijn en dat ze op de goede manier gefaciliteerdworden. Dat is eigenlijk mijn reactie op uw betoog. Een echte vraag heb ikdaar niet in gehoord. Ik snap wel dat u op dit moment niet krijgt wat ugraag wil, maar binnen de mogelijkheden die ik heb, is dit het maximalewat ik daaraan kan doen.De voorzitter:Mevrouw Kathmann, de Staatssecretaris gaat zich er echt keihard voorinzetten. Geen vervolgvraag? Oké. Dan geef ik het woord aan de heerKoops.De heer Koops (NSC):Ik sloeg aan op de woorden van de Staatssecretaris over andere locaties.We hebben het over de IDO’s. Daar hebben we het nu uitgebreid overgehad. Maar er werden andere locaties genoemd waar ook geld naartoezou moeten gaan om die laagdrempelige hulp te kunnen bieden. Mijnvraag is eenvoudigweg: waar moet ik dan aan denken?Staatssecretaris Van Marum:Van de 859 IDO’s zijn er nu al 114 buiten de bibliotheken. Er zijn dus ook alIDO’s buiten bibliotheken. Het kan ook zijn dat bepaalde gemeenten tot deconclusie komen dat een bepaalde doelgroep die IDO’s helemaal niet weette bereiken en dat zij dan zeggen: we willen gericht mensen inzetten omdie groep persoonlijk te benaderen. Die mogelijkheid willen wij degemeenten ook geven.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Koops.De heer Koops (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142621 Vergeef me dat ik er nog even op doorga. Misschien is het gewoon mijnonkunde, hoor, want ik begrijp dat een deel van de IDO’s buiten debibliotheken gevestigd is. Maar als we het hebben over het verdelen vangeld over steunpunten, dan veronderstel ik dat hier niet alleen het oog isgericht op die 150 die buiten de bibliotheken zitten. Welke anderesteunpunten heeft de Staatssecretaris in gedachten? Dat is eigenlijk mijnvraag. Of heb ik gewoon niet goed begrepen wat hij zei?Staatssecretaris Van Marum:Er wordt nu een heel rechtstreekse koppeling gemaakt tussen debibliotheek en het IDO. Er zijn ook andere locaties dan een bibliotheekdenkbaar voor een IDO. Kijk bijvoorbeeld in Groningen. Daar zijn heel veelbibliotheken gesloten door de tijden heen. De bereikbaarheid daar is af entoe ook gewoon slecht. Als een gemeente dan besluit om in een buurt-centrum of buurthuis of iets dergelijks zo’n locatie te willen opzetten, danwil ik die ruimte niet blokkeren. Dat is wat ik zeg. Daar waar het biblio-theken zijn, is dat prima, goed. Daar waar al zaken buiten de bibliotheekgeregeld zijn, is dat ook prima. Maar ik wil niet vastleggen dat gemeentenalleen maar met bibliotheken mogen werken, omdat dat de dienstver-lening mogelijk negatief kan beïnvloeden.De voorzitter:U heeft nog een vervolgvraag van de heer Koops.De heer Koops (NSC):Dan doe ik hierbij simpelweg de oproep om daarbij nadrukkelijk ook oogte houden voor de juridische loketten en de locaties waar die zijngevestigd. Neem de Huizen van het Recht, een initiatief dat overal wordtontplooid. Je hebt namelijk ook een versprokkeling van dit soortlaagdrempelige aanbieders van hulp aan laaggeletterden en allerleigroepen kwetsbare mensen die hulp nodig hebben. Hoe meer dat telkensop één locatie is samen te brengen, hoe beter dat is. Dat is niets tennadele van de bibliotheken, maar daar ben ik dus, met andere woorden,groot voorstander van. Ik moet er een vraag van maken. Zou u daaropwillen reflecteren, meneer de Staatssecretaris?Staatssecretaris Van Marum:Mijn portefeuille wordt steeds ruimer op deze manier. Ik denk in algemenezin dat het ook voor een stukje een gemeentelijke taak is om te zorgenvoor een goede verdeling van dat soort plekken. Ik kan me voorstellen datals je in een stad in één wijk op drie verschillende punten drie verschil-lende zaken hebt en je dit op één punt kunt samenbrengen, dat tenpositieve van de burger is. Maar op die stoel kan ik niet gaan zitten. Hetlijkt mij iets voor het lokale beleid om daar goed naar te kijken en dat in degemeente voor elkaar te krijgen.De voorzitter:Een vraag van mevrouw Kathmann.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Het is eerder een opmerking die ik wil maken. Ik heb het nu al drie keergezegd. Het is gewoon niet eerlijk wat het kabinet hier voorschotelt. Inheel Nederland zijn er heel veel plekken buiten de biebs om waarIDO-werk wordt verricht, ook bijvoorbeeld in mijn gemeente Rotterdam.Het is zelfs het IDO dat ervoor zorgt dat dat maximaal gebeurt, omdat zijmaximaal bereik willen en als bibliotheek heel veel doelgroepen hebbendie zelfs in de bibliotheek de plek van het IDO moeilijk kunnen vinden.Het IDO zorgt er juist voor dat het weefsel van partijen die mensen kunnenhelpen die vermorzeld worden door de digitale overheid, omhooggehouden wordt. In heel veel gemeentes is het juist het IDO dat proactiefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142622 op zoek gaat naar locaties en zelf zegt: «Wij hebben hier centraal allemaalmateriaal, dus ga daarmee uw burgers helpen. Als ze bij u aankloppen,stuur ze dan vooral naar die cursus, want dan kunnen we ze nog beterhelpen.» Dat gebeurt al maximaal. Ze hebben het kabinet niet nodig voordie tegenwerking, alsof de IDO’s daar zelf niet mee bezig zijn en niet zelfervoor zorgen dat dat netwerk alleen maar sterker en sterker wordt.Nogmaals, als je de IDO’s kapotbezuinigt, dan bezuinig je dus in al diegemeentes al die netwerken kapot. Dat zijn zelfs dezelfde gemeenteswaarvan het kabinet zegt dat ze het een beetje zelf moeten bepalen. Diekloppen bij de IDO’s aan met de vraag: «Kunt u ons misschien evenhelpen, want wij weten dit niet zo goed. Wij hebben het netwerk niet oporde, maar u wel, dus kunt u ons helpen bij maximaal goede hulp bijdigitale ongelukken van onze gemeente? U bent namelijk eigenlijk deenige binnen onze gemeentegrenzen die het netwerk wel heeft en onsdaarbij kan helpen.» Het is gewoon niet eerlijk om het als een soorttegenstelling voor te schotelen en dit als excuus te gebruiken voor hetkunnen doorvoeren van een ordinaire bezuiniging. Die bibliothekenverklaren zichzelf ook helemaal niet heilig, helemaal niet. Dat is nog nooitgedaan. Het is gewoon niet eerlijk.Staatssecretaris Van Marum:Ik werp toch verre van mij dat ik hier een of andere grote bezuinigingsope-ratie neer wil leggen en dat ik dat ten koste van die IDO’s wil doen.Volgens mij heb ik heel duidelijk gezegd dat wij het belang van die IDO’szien, dat we graag willen dat die dienstverlening in stand blijft en dat wezoeken naar middelen om die uitspraak gestand te doen. Dat dat niet zosnel gaat als u graag wil, dat snap ik. Maar hebben dus heel duidelijkaangegeven dat we die middelen wel zoeken op de volgende begroting. Inhet begrotingsvoorstel dat gedaan is, zat het niet. Daar konden we het nietuit krijgen. Dus voor mij blijft dan over om gewoon bij de eerstvolgendegelegenheid te zorgen dat ik wel geld krijg om daar uitvoering aan tekunnen geven.De voorzitter:Continueert u uw inbreng.Staatssecretaris Van Marum:Dan ga ik naar het blokje toegankelijkheid overheidswebsites en ookNationaal Actieplan WebBeleid. Daar kreeg ik de vraag: «Is de Staatssecre-taris bereid om een doel te stellen voor wanneer alle overheidswebsitestoegankelijk of opgeruimd zijn? Dan bedoel ik A-status, volledig toegan-kelijk, en anders sancties. Wat is de ambitie om de A-status te halen voorde websites?» Het is allereerst noodzakelijk om een compleet inzicht tecreëren in het portfolio van de overheidswebsites en dat is best nog weleen klusje, heb ik gezien. Hieraan wordt ook gewerkt door het RegisterInternetdomeinen Overheid, het digitoegankelijkheidsregister en hetNIS2-registerportaal van het Nationaal Cyber Security Centrum tekoppelen en domeininformatie uit te wisselen. Daar zet ik druk opmomenteel. Zodra ik een volledig overzicht heb van alle websites bij deoverheid kan ik een beter doel stellen gericht op voldoen aan de digitaletoegankelijkheid. De wettelijke verplichting is namelijk dat de websitesstatus A tot en met C hebben. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan toezicht,want ik deel de opvatting dat we digitale toegankelijkheid moetennastreven en daaronder versta ik dus dat we ten minste voldoen aan devereisten A tot en met C als uitgangspunt.Dan de vraag van de heer Buijsse: kan de Staatssecretaris meer prioriteitgeven aan het ordenen van websites bij het in gebruik nemen van eendomeinnaamextensie, zoals.overheid.nl? Met het Nationaal ActieplanWebBeleid geef ik prioriteit aan het inzichtelijk maken, op orde brengen ensaneren van het portfolio van de overheidswebsites. Op dit momentTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142623 wordt onderzocht of de invoering van een uniforme domeinnaamextensie,zoals.gov.nl of.overheid.nl, voor de rijksoverheid een haalbare enbetaalbare oplossing is. De uitkomsten daarvan verwacht ik aan het eindvan dit jaar. Ik zal uw Kamer in het eerste kwartaal van 2026 een briefsturen over de haalbaarheid van de ingebruikname van een overheidsdo-meinextensie als.overheid.nl. Maar weet dat er vanuit de lokale overhedennog niet alleen maar applaus is voor dit plan. Dat heeft waarschijnlijk ookte maken met alle drukwerk dat ze hebben liggen waar domeinnamen opstaan. Daar zitten wat bredere consequenties aan dan alleen maar dedomeinnaam veranderen, maar daar kunnen we mogelijk een goed puntvoor vinden als zaken vervangen moeten worden om te kijken watdaarmee kan. Ik wil er verder niet op vooruitlopen, maar er wordt serieusnaar gekeken.De heer Buijsse vraagt of ik kan aangeven of NLdoc beschikbaar is. MetNLdoc kunnen pdf-documenten digitaal toegankelijk worden gemaaktvoor onder meer visueel beperkten. NLdoc is in bèta sinds juni van dit jaarbeschikbaar en wordt nu al gebruikt om de digitale toegankelijkheid teverbeteren. De inzet is erop gericht om de finale livegang voor het eindevan dit jaar geregeld te hebben.Dan nog een vraag van de heer Buijsse: «Applicaties en websites dienenperiodiek geëvalueerd te worden door mensen met een beperking optoegankelijkheid. Hierover is in een debat eerder een motie aangenomen.Wat is de status van de uitvoering van die motie?» Ik deel uw ambitie omeen ervaringsdeskundige in te zetten bij het ontwerpen van overheids-websites. Ik voer daarom nu al de motie uit die werd ingediend door deVVD. Daarom zal ik in het najaar een pilot laten uitvoeren met de CodeInclusief Digitaal Ontwerpen. Deze code is door belangenorganisatiesontwikkeld, om ervaringsdeskundigen te betrekken bij de ontwerppro-cessen. De pilot wordt in de community van NL Design System uitgezet.In deze community worden de bouwblokken ontwikkeld voor websites diedoor alle overheidsorganisaties te gebruiken zijn. Zo wordt de feedbackvan de ervaringsdeskundigen ook gewoon breed ingezet.Dan de vraag van de heer Valize: wordt er rekening gehouden metmensen met een visuele aandoening en wordt het omkeren van letters enkleuren mogelijk gemaakt voor deze doelgroep? Ja. Het omzetten vankleur is onderdeel van de standaarden waaraan overheidswebsitesmoeten voldoen. Met NL Design System biedt het Ministerie van BZKdiverse overheidsorganisaties bouwblokken om websites en appsgebruiksvriendelijk, begrijpelijk en digitaal toegankelijk te maken. Met hetNL Design System wordt ook het omzetten van de kleuren opgelost.Dan de vraag over Debat Direct: niet alle debatten zijn voorzien vanondertiteling; wordt dit nog met terugwerkende kracht gerealiseerd enwanneer is dit klaar? De ondertiteling van Debat Direct wordt verzorgddoor de stafdienst van uw Kamer. De ondertiteling van debatten vind ikerg belangrijk, ook nationaal. Voor een goede democratie wil ik graagbijdragen aan de ondertiteling van debatten. Daarom nodig ik uw Kamergraag uit om gezamenlijk aan ondertiteling te werken. In mijn Neder-landse Digitaliseringsstrategie werk ik met versnellers op het gebied vanAI, waarvan transcriberen voor ondertiteling ook een onderdeel is.Dan het blokje DigiD. Mevrouw Kathmann vraagt: is de Staatssecretarisvan plan om nieuwe inlogmethoden voor DigiD te ontwikkelen, zoals meteen token zoals in Denemarken? Mijn antwoord daarop is: ik ben continuaan de slag om veilig in loggen met DigiD toegankelijker te maken. Ik benmij ervan bewust dat DigiD op een smartphone niet voor iedereentoegankelijk is. Op het laagste betrouwbaarheidsniveau kunnen burgersook met een tweefactorauthenticatie via sms inloggen.In de toekomst zullen veel overheidsdiensten op betrouwbaarheidsni-veaus «substantieel» of «hoog» worden aangeboden. Daarom focus ik mijook op de doorontwikkeling van toegankelijke inlogmethoden die zorgendat een gebruiker op een van deze betrouwbaarheidsniveaus kanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142624 inloggen. Zo ben ik bezig met de doorontwikkeling van een desktopappli-catie waarmee op het hoogste betrouwbaarheidsniveau kan wordeningelogd zonder gebruik van een smartphone. Bij de verdere doorontwik-keling van DigiD zal ik zeker onderzoeken of een token of chip, zoals ze inDenemarken hebben, hierin een rol kan spelen.Dan had ik nog een vraag van mevrouw Kathmann en de heer Valize: isDigiD inmiddels beschikbaar in alle talen die in Nederland wordengesproken, waaronder het Fries en, zo nee, wanneer is dit wel het geval?De DigiD-app is inmiddels vertaald in het Papiaments. Deze vertalinghoudt verband met de introductie van DigiD in Caribisch Nederland. Deintroductie van DigiD past in het beleidsprogramma dat zich focust op hetversterken van de digitale dienstverlening van de overheid in CaribischNederland. De vertaling van DigiD in het Fries is in het verleden nietproportioneel geacht en heeft geen prioriteit gekregen vanwege anderelopende zaken. DigiD zou in het Fries kunnen worden vertaald, maar datvergt wel de nodige middelen. Ik ben bereid om dat te onderzoeken. Ik kin’t Frysk ek wol ’n bytsje ferstean. Ik tink dat in Frysk dat ek wol ’n bytsje kinmei ’t Nederlânsk. Ik denk dus dat ze zich in de tussentijd wel redden.De voorzitter:Heel hartelijk dank voor dit blokje. Dan is er allereerst een interruptie vanmevrouw Kathmann. O, de heer Buijsse heeft een punt van orde. Maar hetFries is toegestaan.De heer Buijsse (VVD):Kan iemand even voor mij vertalen wat de heer Van Marum net zei? Ikkom oorspronkelijk namelijk uit Zeeuws-Vlaanderen. Ik kan er echt geenjota van verstaan.Staatssecretaris Van Marum:Ik zei dat ik een Groninger ben en ook wel een beetje Fries kan. Omdat ikhet Fries wel een beetje kan, redden die Friezen zich in de tussentijd ookwel met het Nederlands. We moeten dus maar even geduld hebben. Maarwe gaan het onderzoeken, zodat iedereen zich in zijn eigen taal van deDigiD kan bedienen.De voorzitter:Heel hartelijk dank.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Misschien moet ik me verontschuldigen voor mijn ongeduld, maar ik wilde Staatssecretaris meegeven dat we in deze commissie eigenlijk al vierjaar over dezelfde dingen praten en al vier jaar horen: «We gaan hetonderzoeken. We gaan er geld voor vinden. Heb nog even geduld; overeen halfjaar krijgt u een tijdlijn. Er komt een investeringsagenda.» Elkekeer zeggen we eigenlijk best wel braaf: oké, we wachten wel weer even.We zijn best wel een brave commissie. Hetzelfde gebeurt ook met DigiD. Ikben heel blij dat ook deze Staatssecretaris weer bereid is om het te gaanonderzoeken en om te kijken, maar in Denemarken doen ze het onder-tussen gewoon. Daar hebben ze gezegd: elke Deen moet dit gewoon heelmakkelijk vanuit de luie stoel kunnen doen zonder al te veel problemen.Daar doen ze het elke dag. En elke dag dat wij het niet doen worden ermensen vermorzeld door de overheid. Ik zei het net al.Ik heb het voorbeeld van het Tijdelijk Noodfonds Energie al eerdergenoemd. We hebben letterlijk voor de vierde keer mensen kapotgemaakt.Deze keer was het nog erger dan ooit. Juist de mensen met de DigiD-problemen hadden geen toegang tot de ratrace die deze subsidie is. Diemensen hebben twee nachten niet geslapen. Ik zei het net al. Ze zijn naarde IDO’s gelopen. Ook daar konden ze die mensen niet helpen. Ze zijn datgeld misgelopen. Dit zijn precies de mensen in Nederland die dat geld hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142625 aller-, allerhardst kunnen gebruiken. Ook hier gaat het dan weer mis metdie DigiD.Waarom kunnen we niet gewoon zeggen dat we stoppen met onder-zoeken, dat we het net als de Denen gewoon gaan doen – iedereen moethet vanuit zijn luie stoel makkelijk kunnen doen, niet zo moeilijk als bij ons– en dat we dat zo snel mogelijk gaan regelen? Want we gaan elke keerwel van incident naar incident, van probleem naar probleem. Dat kunnenwe toch niet op deze manier laten voortduren? Waarom is er nou weereen onderzoek nodig?De voorzitter:Figuurlijk, mag ik hopen. De heer Van Marum, de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Marum:Ik heb ook aangegeven dat ik het herken en erken. Daarmee heb ik nogniet een compleet systeem omgebouwd. Dat gaat niet zo simpel. Ik zeg utoe dat ik kijk wat de bandbreedte is waarin ik dingen kan doen, omdat ikherken wat u zegt. Het is niet zo dat ik zeg: er is niks aan de hand; we gaandoor op dezelfde voet. Maar een dergelijk systeem omkatten heeft wel denodige consequenties. U heeft ook wel gezien wat er de afgelopen tijd opons afkomt wat betreft onveilige situaties met internet, persoonsgegevensen dat soort dingen meer. Dus het is niet even zomaar wat. Weet dat hetgewoon wel serieus genomen wordt, maar dat we ook rekening moetenhouden met de veiligheid van onze systemen en de dataveiligheid van degebruikers daarin. Dus ik kijk daar serieus naar, maar wel binnen debandbreedte van de mogelijkheden.De voorzitter:Dan mag u door met het laatste kopje. O wacht, u heeft nog een inter-ruptie van de heer Buijsse. Excuus.De heer Buijsse (VVD):Ik heb iets in aanvulling op mevrouw Kathmann. Het is niet dat ik hetermee eens ben, maar ik heb wel even een verduidelijkende vraag, omdathet iets bij mij oproept. Ik zou willen vragen of mijn beeldvorming op ditonderwerp wel klopt. DigiD is in mijn optiek ooit in het leven geroepen alseen toegang. Het is een soort sleutel die je in het slot stopt om achter dedeur te komen, om tot jouw informatie te komen. Als je dat slot weghaalt,dan staat die deur eigenlijk altijd open. Eigenlijk kan iedereen dan heelmakkelijk bij de informatie die achter die deur zit. Dus dat slot weghalen iseen heel risicovolle exercitie. Vraag één is of de Staatssecretaris dezeanalogie deelt.Het tweede punt is dat als je à la Denemarken en Estland toe wilt naar eensoort omgeving waar inwoners heel makkelijk toegang hebben in hunpersoonlijke overheidsportal, een gepersonaliseerde digitale omgeving,dan zie ik dat ook wel voor me als iets wat wij als fractie zouden willen opde langere termijn. Maar we zijn ons ervan bewust ... Dit is de vraag die ikook wil stellen: klopt het dat je daardoor eigenlijk ook tornt aan jeidentiteitsstelsel en eigenlijk aan de hele manier waarop je persoonsge-gevens toegankelijk gaat maken binnen de overheid? Het is nogal eenexercitie. Ik hoop dat het begrepen wordt.De voorzitter:Dank voor de twee interrupties. Het waren twee verschillende vragen,meneer Buijsse. De ene vraag ging over of het een open deur is of dat heteen ... Ja, het waren twee verschillende vragen, excuseer me. We zien wel.Als u dadelijk bij een vijfde komt, dan zal ik het door de vingers zien.Staatssecretaris Van Marum:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142626 Na deze discussie over het aantal interrupties moet ik natuurlijk ook heelscherp zijn met mijn antwoorden.DigiD is gewoon een waarborg dat je op een veilige manier bij jegegevens kan. Dat hebben we zo veilig mogelijk gemaakt, maar omdat weDigiD veilig maken, is die niet altijd even toegankelijk. Dat is gewoon deconsequentie; niet zozeer omdat wij het niet gemakkelijker willen maken,maar wel van het feit dat de buitenwereld die slechte bedoelingen heefthet juist zo moeilijk heeft gemaakt. Ik denk dat wij moeten kijken hoe wedit in de NDS voor de langere termijn op een goede manier kunnenregelen.Dan blijft natuurlijk nog steeds overeind dat in de tussenliggende periodeeen aantal mensen gemangeld worden omdat ze onvoldoende gebruikkunnen maken van de systemen die er nu zijn. De zoektocht is altijd eenbeetje: hoe kunnen we in die tussenliggende periode nog wat doenwaarmee we de mensen die daar problemen mee hebben, tegemoetkunnen komen? Dat is wel een zoektocht en we moeten ook kijken of dathaalbaar is. We moeten het niet nalaten om voor de langere termijn diesystemen zodanig toegankelijk te maken dat ze makkelijker toegankelijkzijn. Laat dat ook een opdracht zijn voor de mensen die in de NDS dezezaken gaan uitwerken. Zij moeten kijken hoe ze dat gebruiksgemak ookeen belangrijk onderdeel laten zijn van de ontwikkeling van de NDS.De voorzitter:U mag uw inbreng continueren.Staatssecretaris Van Marum:Dan had ik de vraag wat ik ga doen om ervoor te zorgen dat er een sociaalinternet komt. Namens de Minister van EZ kan ik die vraag als volgtbeantwoorden. Het kabinet organiseert begin oktober een overleg metbetrokken partijen onder onafhankelijk voorzitterschap van ECP, hetPlatform voor de InformatieSamenleving. ECP verzamelt hiervoor inputvan onder andere telecompartijen, de Alliantie Digitaal Samenleven, hetMinisterie van SZW, de Autoriteit Consument & Markt en andere relevantestakeholders. De focus van de rondetafel ligt op wat de telecompartijenkunnen bijdragen aan de betaalbaarheid van internet voor de armstehuishoudens en welke mogelijkheden er zijn voor maatwerkoplossingen,zonder het verplicht opleggen van een sociaal tarief. De uitkomsten vandit overleg zullen door de Minister van EZ worden gedeeld met de TweedeKamer. De planning is in Q4.Dan had ik nog een vraag van de heer Buijsse. Hij vroeg of ik ook zie dathet belangrijk is om te investeren in de AI-geletterdheid van ambtenarenen of ik bereid ben dit te betrekken in het beleid. Ja, ik onderschrijf dat deAI-geletterdheid van ambtenaren belangrijk is voor een verantwoordeinzet van AI bij de overheid. Ook maakt AI-geletterdheid onderdeel uit vande AI-verordening, die organisaties vraagt werk te maken vanAI-geletterdheid. In het kader daarvan pakken wij de AI-geletterdheid vanambtenaren op als onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie,onder de prioriteit: digitaal vakmanschap in een moderne werkomgeving.Dan de vraag van de heer Koops. Hij vroeg of ik het met hem eens ben datde pensioenaanspraken, die versprokkeld te vinden zijn, een onderwerpzijn waarbij de digitale inclusie van belang is en dat op dat punt de hulpvan de overheid zeer wenselijk is. Hoewel de IDO’s in het leven zijngeroepen voor de overheidsdienstverlening, valt ondersteuning van depensioenfondsen daarmee niet onder hun hoofdtaak. Pensioenfondsenvallen wel onder de publieke sector, maar niet onder de overheid. Het ismij wel bekend dat IDO’s ook bredere hulp bieden aan mensen diedaarom vragen. Als Staatssecretaris Digitalisering ben ik echter niet deaangewezen persoon om hier iets mee te doen. Daarvoor moet u eigenlijkbij de Minister van SZW zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142627 De voorzitter:Daarmee bent u aan het einde van het laatste kopje. Er is nog eeninterruptie van mevrouw Kathmann.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):De Staatssecretaris geeft aan dat de vraag wat de telecombedrijvenkunnen doen om sociaal internet te realiseren centraal staat, samen metandere dingen. Maar in mijn vraag stond juist centraal dat wij er hier inDen Haag de mond vol van hebben dat internet een basisbehoefte is. Zopraten we er altijd over. Volgens mij is er zelfs een keer een opmerkingover gemaakt toen NSC nog in het kabinet zat. Als wij, kabinet en Kamer,internet hier in Den Haag een basisbehoefte vinden, dan hoort daar boterbij de vis bij. Dus de vraag die vandaag centraal staat, is hoe de Neder-landse overheid aan tafel zit om het idee van internet als basisbehoefterecht te doen. Hoe zit de overheid aan tafel? Welke bijdrage gaat deNederlandse overheid leveren? Al die telco’s heb ik gesproken; die willenwel. Maar die kunnen niets zonder de Nederlandse overheid.Staatssecretaris Van Marum:Ik heb even wat informatie. Dit is een onderwerp dat eigenlijk onder EZvalt. EZ ziet internet niet als nutsvoorziening.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Dat is iets anders dan een basisbehoefte. Dat weet ik ook wel.Staatssecretaris Van Marum:Ik kan niet vooruitlopen op wat ze daar aan de rondetafel gaan doen. Ikdenk dat ik daarmee de vraag moet beantwoorden, want ik ga gewoonniet verder dan dat. Ik wil trouwens wel aanbieden dat ik in Q4 samen metEZ en SZW een brief ga schrijven over dit verhaal en dat ik er daarin evennader op terugkom.De voorzitter:Dat lijkt mij een mooi compromis. Ik denk dat mevrouw Kathmanndaarmee wel kan instemmen, maar daar zal ze ongetwijfeld in de tweedetermijn op reflecteren. Er is nog even een interruptie van de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Ik ben eigenlijk gewoon tevreden met de beantwoording op het vlak vanAI-geletterdheid – die krijgt een plek in de NDS – maar ik wil de Staatsse-cretaris meegeven dat het wel echt heel snel gaat. Ik heb gisterenbijvoorbeeld een bezoek gebracht aan de omgevingsdienst bij mij in deregio, Noordoost-Brabant. Die is op eigen initiatief, samen met degemeentes aldaar, AI-tools aan het ontwikkelen om efficiënter te worden,om schaarste op de arbeidsmarkt op te kunnen vullen. Dat is supergoed,supergoed. Daarnet sprak ik mensen vanuit de bieb, vanuit de IDO’s, dieook eigenstandig gewoon het initiatief pakken om de AI en de toeganke-lijkheid voor mensen aan te pakken. Dat roept bij mij op a dat hetsupersnel gaat, b dat het versplinterd is en c dat er heel veel inspiratie inzit, dus we kunnen heel veel van elkaar leren. Wil de Staatssecretaris ditalsjeblieft meenemen?Staatssecretaris Van Marum:Ik neem dat zeker mee. Ik denk dat we dit signaal ook over kunnenbrengen naar de voorzitter van de NDS-raad, die we nu ingesteld hebben:«Let op. Er zijn heel veel ontwikkelingen; het gaat heel snel. Zorg er nueigenlijk gewoon voor dat we aan de voorkant een advies krijgen voor hoewe ervoor zorgen dat het niet te veel gaat versplinteren.»De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142628 Dan dank ik de Staatssecretaris voor de beantwoording in de eerstetermijn. We gaan direct door naar de tweede termijn. Ik kijk even naarmijn linkerzijde om te zien of mevrouw Kathmann nog een tweede termijnwenst. Dat is het geval. Dan geef ik haar het woord.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ja, voorzitter, graag een tweede termijn. Ik wil ook graag een tweeminu-tendebat aanvragen, hoewel ik weet hoe lastig dat is. Daar ligt ook preciesmijn punt. Ik vind de bestuurlijke wanorde echt verschrikkelijk. Nederlandheeft gewoon stilgestaan doordat het kabinet in de afgelopen jaren zoweinig niet demissionair was. Omdat er een kabinet gevallen is, zitten weweer in de situatie dat we nu eigenlijk een Kamermeerderheid hebben omde IDO’s, een kabinetstoezegging en een in meerderheid aangenomenmotie recht te doen, maar we hebben nog maar zes dagen voordat hetverkiezingsreces begint. Als we die nu indienen, dan wordt het tenminstegefikst, want 2026 is gewoon te laat.Elke dag worden er mensen vermorzeld door de digitale overheid. Datdoen we allemaal niet expres. Dat doet dit kabinet niet expres en dat doetdeze Staatssecretaris niet expres. We hebben juist IDO’s in het levengeroepen en het hele netwerk dat daaraan vasthangt omdat dat tochgebeurt, al willen we het niet, en we die mensen willen helpen. Ik zei netal over het Noodfonds Energie dat mensen twee nachten niet hebbengeslapen en er hier gewoon niet eens een debat over is geweest. Het isonbestaanbaar, onbestaanbaar: zulke grote groepen mensen en wehebben er niet eens een debat over.We hebben nu een kans om wat toen gebeurd is een beetje recht te breienen er in ieder geval voor te zorgen dat dat in de toekomst minder gebeurt,om die mensen die toch tussen wal en schip vallen te helpen. We kunnenmet drie ministeries gewoon een pot maken en zeggen: dit gaan wegewoon doen, want dit gaat over zo veel mensen. Het gaat over2,5 miljoen Nederlanders structureel en over 4,5 miljoen Nederlanders afen toe, van wie echt hun leven stilstaat.De voorzitter:U bent al ruim buiten uw tijd.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Dus ik wil een tweeminutendebat aanvragen. Daar zal ik die motiesindienen, maar dit kabinet weet ook dat de kans heel klein is dat datallemaal weer wordt toegezegd. Ik zou daarom eigenlijk hier gewoon detoezegging willen dat als het kabinet toch proeft dat er op dit moment eenKamermeerderheid is ...De voorzitter:U heeft uw punt gemaakt.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):... dat het gewoon gerepareerd gaat worden.De voorzitter:U heeft uw punt gemaakt. De heer Buijsse, heeft u nog behoefte aan eentweede termijn?De heer Buijsse (VVD):Uiteraard. Dank je wel, voorzitter. Ik heb een aantal punten naar vorengebracht in dit debat. Het moge duidelijk zijn dat voor de VVD de insteekvan dit debat heel erg lag op de kwaliteit van websites, de digitaleomgeving van de overheid en haar dienstverlening. Ik heb wat minderingezet op de kwaliteit van de dienstverlening van vandaag. Er isuitgebreid gesproken over de IDO’s. Ik ben me ervan bewust dat daar watTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142629 minder aandacht voor was in mijn inbreng. Als er moties komen vanmevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA zou ik die graag goed willenbeoordelen samen met mijn fractie. Ik vind de beantwoording van devragen door de Staatssecretaris goed. Ik zal zelf geen moties indienen.Dus dank daarvoor.De voorzitter:Keurig binnen de tijd, waarvoor dank. De heer Koops namens NieuwSociaal Contract.De heer Koops (NSC):Voorzitter. Allereerst een woord van dank aan de Staatssecretaris voor devoorbereiding en dat geldt natuurlijk ook voor de ondersteuning van deStaatssecretaris. Die vergeet ik soms te noemen, maar dat is in mijn hoofdanders. Dat is één. Als er een tweeminutendebat komt en dat voor hetreces komt, wat prijzenswaardig zou zijn, dan zal ik daar ook met eenmotie komen.Ik heb helemaal aan het eind eigenlijk nog maar één vraag en die betreftde verwijzing naar een andere Minister als het gaat over die pensioenaan-spraken, over de versprokkeling van de informatie voor kwetsbaren alshet gaat over pensioenaanspraken. Ik denk om te beginnen dat als je ietsvan pensioen hebt, dat je net iets minder kwetsbaar maakt. Maar je hebthet gewoon over mensen die heel veel werkgevers hebben gehad, zoalswe zeiden. Los van die verwijzing: als we nou naar die Minister toezouden gaan, wijst die dat dan niet eenvoudig weg weer terug naar dezeStaatssecretaris omdat het gaat over een rol van de IDO’s bij die pensi-oenaanspraken? Ik vroeg ook heel erg expliciet niet naar onder wiensportefeuille het valt, maar naar wat deze Staatssecretaris nou zelf vindtdat moet gebeuren van overheidswege, vanuit het publieke belang, alshet gaat om voorlichting over versprokkelde pensioenaanspraken. Dat isdus mijn resterende vraag.Ook de voorzitter dank ik hartelijk.De voorzitter:Dank voor de dank. Dan wil ik graag het stokje weer even overdragen aanmevrouw Kathmann, zodat ik ook nog even een tweede termijn kaninbrengen.Voorzitter: KathmannDe voorzitter:Graag geef ik het woord aan de heer Valize van de PVV.De heer Valize (PVV):Voorzitter, dank voor het woord.De voorzitter:Excuus. Voordat hij het woord neemt, zal ik even zeggen dat hij iets langertijd krijgt als dat nodig is omdat hij als voorzitter, invallend voorzitter, bijnageen interrupties heeft gepleegd. Dus als het nodig is. Ik houd het heuswel in de gaten. Het is niet ongebreideld, maar u verdient dat wel. Dus hetwoord is aan de heer Valize van de PVV.De heer Valize (PVV):Heel hartelijk dank voor deze coulance, voorzitter. Ik heb niet heel veelvragen. Ik heb de beantwoording vernomen en daar zaten een aantalgoede antwoorden bij op de vragen die wij gesteld hebben, maar tochnog even met betrekking tot die IDO-punten. Het zijn zeer belangrijkepunten. Ik wil toch benadrukken – ik wil vragen of de Staatssecretaris ditkan toezeggen – dat de IDO-punten in ieder geval gesprekspartnersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142630 moeten zijn bij het afstemmen met gemeenten om te kijken of zij toch dieregierol vast kunnen houden, want zij zijn IDO. Het is niet iets wat bedachtis door de overheid. Het is iets wat zij hebben ontwikkeld. Zij hebben hetfingerspitzengefühl, zoals ze dat altijd zeggen. Dat kan gewoon nietverloren gaan. Dus kunnen zij prominent aanschuiven? Dat is mijn vraag.Dank voor de beantwoording. Dank ook aan de ambtelijke ondersteuningvoor alles.De voorzitter:Dan geef ik de voorzittershamer terug aan de heer Valize van de PVV.Voorzitter: ValizeDe voorzitter:Dank voor het excellente voorzitterschap. Ik kijk even naar mijn rechter-zijde. Kan de Staatssecretaris direct overgaan tot beantwoording of wensthij nog even een paar minuten te schorsen?Staatssecretaris Van Marum:Ik probeer het zo even te doen. Er zijn geen heel spannende zaken meer.Ten aanzien van het tweeminutendebat van mevrouw Kathmann: dat staathaar natuurlijk volledig vrij. Ik wil wel zeggen dat die bezuiniging van 10%pas in 2026 ingaat, dus met ingang van 2026. Ik denk dus dat er niet eenheel groot gat gaat vallen als wij in het voorjaar proberen die middelen tegaan regelen in een suppletoire begroting.Het Noodfonds Energie – dat wil ik wel even kenbaar maken – is SZW. Datvalt niet onder deze portefeuille, maar ik wil het niet bagatelliseren, wanthet was vreselijk. Dat hebben we gewoon gezien. In Groningen hebbenwe dat ook een keer gezien. Dat moeten we gewoon niet willen. Dat is deandere kant van het verhaal, maar het is wel een ander verhaal.Ik had nog een vraag over het betrekken van de IDO’s bij de besprekingen.Absoluut. Dat ga ik zeker doen. Meer dan dat kan ik niet toezeggen.Ik had geen echte vragen meer, toch? Heb ik nog een vraag gemist vandeze of gene? Nee, hè? Dan wil ik de commissie hartelijk danken voor devragen en de constructieve samenwerking en uiteraard mijn team ook.Voorzitter, ook dank voor dit mooie debat.De voorzitter:Dank voor de beantwoording, Staatssecretaris. Dank ook aan de ambte-lijke ondersteuning. Dank aan mijn collega-Kamerleden voor hunbevraging en hun inbreng in het debat. Dank ook aan de aanwezigen, metbijzondere dank aan de Vereniging van Openbare Bibliotheken.Dan zal ik nog even snel recapituleren welke toezeggingen er zijn gedaantijdens dit debat. Allereerst een toezegging aan het lid Kathmann ... Nee,dat is geen toezegging. Ze vraagt een tweeminutendebat aan. Zij is daarbijde eerste spreker. Dat wordt doorgeleid naar de Griffie plenair, met daarbijhet verzoek, neem ik aan, om dat volgende week nog op de agenda tezetten. Ja. Dat wordt doorgeleid.−De Staatssecretaris zegt toe dat de manieren om de benodigdefinanciële middelen met betrekking tot de IDO’s te bewerkstelligenzullen worden meegenomen bij de eerstvolgende suppletoirebegroting van 2026. Dit naar aanleiding van de vraag van het lidKathmann.−De Staatssecretaris zegt toe in Q4 de Kamer te informeren over debestuurlijke afspraken met gemeenten.−De Staatssecretaris zegt toe in de overleggen met gemeenten denadruk te leggen op de uniformiteit van de dienst, naar aanleiding vande vraag van de heer Valize, en dat de IDO’s hierbij als gesprekspartnerzullen aansluiten.Daar spant de Minister zich voor in, hoor ik. Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142631 −De Staatssecretaris zegt toe het verzoek naar aanleiding van de vraagvan de heer Valize over de bereikbaarheid van 112 door te geleidenaan de Ministeries Economische Zaken en Justitie en Veiligheid, en deKamer hierover schriftelijk te informeren.−De Staatssecretaris BZK zegt toe de Kamer in Q1 2026 te zulleninformeren over de haalbaarheid en ingebruikname van nationaleoverheidsdomeinnaamextensies zoals.gov, naar aanleiding van devraag van het lid Buijsse.−De Staatssecretaris zegt toe de beschikbaarheid van andere talen zoalsde Friese taal op DigiD zal worden onderzocht.Kunt u daar nog een tijdspad aan toevoegen?Staatssecretaris Van Marum:Q1.De voorzitter:U komt daar in Q1 van 2026, vul ik dan maar even in, op terug.−De Staatssecretaris BZK zal samen met de bewindspersonen van SZWen EZ de Kamer in Q4 per brief informeren over de betaalbaarheid vanhet internet.Waarvoor dank. Dan dank ik de leden van de commissie, de bezoekers, demensen op de tribune, de kijkertjes thuis, en natuurlijk de Staatssecretarisen ambtelijke ondersteuning voor hun bijdrage. Ik sluit dit debat.Sluiting 12.14 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 142632
Gerelateerde bronnen
- Digitale inclusie
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 september 2025, over Digitale inclusie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.