Uitvoeringsadvies bekostiging wijkverpleging
Brontekst
Versie a7bd1e16e6a3dc7c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202523 235Thuiszorg en wijkverplegingNr. 245 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 augustus 2025Op 3 september a.s. ga ik met u in gesprek over de wijkverpleging, die eensleutelrol speelt in toekomstbestendige zorg. Verpleegkundigen enverzorgenden in de wijk bieden en coördineren zorg in de thuissituatie, insamenwerking met huisartsen, apothekers, paramedici en het sociaaldomein. Door de vergrijzing en toenemende complexiteit van zorgvragenvind ik het van groot belang te investeren in een sterke wijkverpleging.Alleen zo kunnen zij samen met andere professionals en mantelzorgersinspelen op de groeiende en veranderende zorgbehoeften.In aanloop naar dit debat informeer ik u graag over de ontwikkelingenrond de bekostiging van de wijkverpleging, die ondersteunend moet zijnaan deze opgave. Met deze brief bied ik u daarom het uitvoeringsadviesaan van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over de bekostiging vanintegrale prestaties in de wijkverpleging. Dit advies is het resultaat vaneen onderzoek dat de afgelopen zes maanden op verzoek van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is uitgevoerd en waarbijverschillende veldpartijen zijn geconsulteerd1. Bij uitzondering stuur ik udeze brief in het reces. Reden hiervoor is dat ik u ruim voor het commis-siedebat wijkverpleging van 3 september wil informeren over deuitkomsten van het rapport van de NZa. In deze brief licht ik de aanleidingvan dit rapport toe, ga ik in op recente ontwikkelingen in de bekostiging,en schets ik de vervolgstappen die ik op basis van de uitkomsten wilzetten.Aanleiding UVTSinds 2016 vinden in de wijkverpleging aaneengeschakelde bekostigings-experimenten plaats met als doel de bekostiging beter te laten aansluitenbij het leveren van passende zorg. Het uitgangspunt van deze experi-1ZiN, ZN, Actiz, Zorgthuisnl, V&VN, PFN, Buurtzorg, Binkz, SPOT, PerSaldo, deskundigen enandere ketenpartners kst-23235-245ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 235, nr. 2451 menten is om bij te dragen aan meer professionele autonomie, minderadministratieve lasten en betere uitkomsten voor cliënten, terwijltegelijkertijd betere sturing op kwaliteit en kosten wordt gerealiseerd.Binnen het eerste experiment, verpleging en verzorging, werd hetmogelijk om integrale prestaties te declareren in plaats van de reguliere,losse prestaties. In het experiment gelden voor de integrale prestatiesvrije tarieven. De tarieven worden in de contractering tussen zorgaan-bieder en zorgverzekeraar bepaald en vastgelegd. Het afsluiten van eencontract tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar was en is eenvoorwaarde om gebruik te maken van de experimentele bekostiging.Ondanks het experimentele karakter zijn integrale prestaties sinds 2017 inde praktijk de standaard geworden voor gecontracteerde wijkverpleging,mede vanwege de duidelijke meerwaarde ten opzichte van het regulieresysteem. Bijna alle gecontracteerde partijen maken inmiddels gebruik vandit experiment. In de praktijk bleken integrale prestaties namelijk meerruimte voor professionele autonomie te bieden en minder administratievelasten te geven. De effecten van het gebruik van integrale prestaties zijnuitgebreid beschreven in evaluaties van de NZa (20192, 20233) en in hetbijgevoegde uitvoeringsadvies.Tegelijkertijd bleef de behoefte bestaan om de bekostiging verder door teontwikkelen, onder meer om beter zicht te krijgen op de zwaarte van dezorgvraag en de uitkomsten van de verleende zorg. Het vervolgexpe-riment Cliëntprofielen verpleging en verzorging, introduceerde om diereden naast het integrale tarief de cliëntprofielen. Hierover heeft de NZamet het veld in een convenant4 afspraken gemaakt. Waar het integraletarief zorgde voor administratieve verlichting en meer professioneleautonomie, was het idee dat cliëntprofielen hieraan meer inhoudelijkeonderbouwing van de geleverde zorg, transparantie over zorgzwaarte endaarmee sturingsmogelijkheden voor zorgaanbieders en zorgverzekeraarszouden toevoegen. In juli 2024 heeft uw Kamer echter bij motie5 verzochtom cliëntprofielen uit het experiment te laten vervallen. Sindsdien beperkthet huidige experiment zich tot het gebruik van integrale tarieven (per uur,dag, week of maand). Dit experiment loopt tot en met 2028. Ruim voor hetaflopen van het experiment moet een besluit worden genomen of deexperimentbekostiging moet worden opgenomen in de regulierebekostiging. Als dit niet gebeurt zal de volledige sector vanaf 2029 weergebruik moeten maken van wat nu nog de reguliere bekostiging is (losseprestaties voor verpleging en verzorging met maximumtarieven).Gezien het succes van het werken met integrale prestaties, en het feit dathier inmiddels geruime tijd mee is geëxperimenteerd, verken ik of en opwelke manier het kan worden opgenomen in de reguliere bekostiging.Deze verkenning is des te noodzakelijker nu het onderdeel cliëntprofielenis komen te vervallen, dat bedoeld was om inhoudelijke informatie entransparantie over de geleverde zorg te bieden, en daarmee een aantalrisico’s van integrale prestaties met vrije tarieven te mitigeren. Specifiekvoor niet-gecontracteerde zorg waarbij er geen inhoudelijke afsprakengemaakt worden tussen de zorgaanbieder en zorgverzekeraar kan hetintegrale tarief zonder aanvullende onderbouwing risico’s opleveren. Hetis op dit moment niet mogelijk om binnen een sector regulier tweebekostigingssystemen te hanteren. Het regulier maken van integrale2Eindrapport Evaluatie experiment bekostiging verpleging en verzorging – NederlandseZorgautoriteit3Rapportage evaluatie experiment in de wijkverpleging – Verwachtingen experiment cliëntpro-fielen en systeemfuncties in de wijkverpleging – Nederlandse Zorgautoriteit4Convenant bekostiging wijkverpleging 2022–2026 – Nederlandse Zorgautoriteit5Kamerstukken II, 2023/24, 29 509, nr. 80.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 235, nr. 2452 prestaties met vrije tarieven zou daarmee automatisch betekenen dat dezeprestaties ook door niet-gecontracteerde zorgaanbieders mogen wordengedeclareerd, wat nu wegens het experiment met contractvereiste nietmogelijk is. Om die reden heb ik de NZa verzocht inzicht te bieden wat degevolgen zouden zijn van het regulier maken van de integrale prestatiesmet vrije tarieven en hierbij te toetsen op uitvoerbaarheid, handhaaf-baarheid, en mogelijke frauderisico’s, en te analyseren in hoeverre diebekostiging past binnen de huidige wet- en regelgeving, en waar dezeeventueel knelt of aanpassing vereist.Het uitvoeringsadviesDe NZa onderbouwt het advies met drie toetsen, te weten een toets opuitvoeringsconsequenties en controles, een markttoets en een fraude-toets. Daarbij maakt zij onderscheid tussen gevolgen voor gecontrac-teerde zorg en niet-gecontracteerde zorg. Hieronder vat ik kort deresultaten ten aanzien van elke toets samen:•Toets op uitvoeringsconsequenties en controlesVoor de uitvoeringsconsequenties heeft de NZa gekeken naar effectenvan integrale prestaties met vrije tarieven ten opzichte van de huidigereguliere bekostiging ten aanzien van de kwaliteit van zorg, professio-nele autonomie, doelmatige besteding, continuïteit en toegankelijkheidvan zorg en administratieve lasten.•Ten aanzien van kwaliteit wordt positief gedacht over integraleprestaties omdat het de mogelijkheid biedt om zorg op- en af teschalen en passende zorg te leveren. Tegelijkertijd zien veel partijenook risico’s, die de kwaliteit van zorg kunnen ondermijnen, wanneerintegrale prestaties regulier worden. Voor de gecontracteerde zorggeldt dat er over deze risico’s afspraken kunnen worden gemaakt.Bij de niet-gecontracteerde zorg is deze mogelijkheid er niet, metmogelijk verschraling van zorg tot gevolg.•Op het gebied van professionele autonomie blijken integraleprestaties een positief effect te realiseren. De ervaren professioneleautonomie blijkt toe te nemen naarmate de duur van de integraleprestatie toeneemt (uur/dag/week/maand/kwartaal), maar heeft ookal positief effect bij het integrale uurtarief.•Op het gebied van kostenbeheersing laat de NZa zien dat hetintegrale tarief bij gecontracteerde zorgaanbieders passende zorgstimuleert en daarmee een goede balans vormt in verantwoordingvan kosten (administratie) en vrijheid van de zorgaanbieder. Voorniet gecontracteerde zorgaanbieders signaleert de NZa een prikkelom laagcomplexe zorg tegen een hoog tarief te leveren, waarmeeverwacht wordt dat de macrokosten voor niet-gecontracteerde zorgmogelijk toenemen bij het regulier maken van de integrale tarieven.•De NZa concludeert dat integrale prestaties de administratievelasten verlagen ten opzichte van de losse prestaties uit de regulierebekostiging, omdat de prestaties verpleging of verzorging nietapart vastgelegd en gedeclareerd hoeven te worden.Op basis van deze toets op uitvoeringsconsequenties concludeert deNZa dat integrale prestaties voor gecontracteerde zorg de toets goeddoorstaan. Voor de niet-gecontracteerde zorg zien zij onaanvaardbarerisico’s voor de kwaliteit van zorg en toegankelijkheid van zorg voorcliënten met een complexe zorgvraag.•MarkttoetsDe NZa heeft in het kader van de markttoets twee tariefsoorten binnende integrale prestatie wijkverpleging met elkaar vergeleken: integraleprestatie met een vrij tarief en integrale prestatie met een maximumta-rief.CHet hanteren van een maximumtarief kent bij integrale prestatieseen belangrijk knelpunt, namelijk de uitdaging om het juisteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 235, nr. 2453 maximum tariefniveau vast te stellen. Een maximumtarief dat isgebaseerd op het gemiddelde dekt vaak niet voldoende de kostenvan gespecialiseerde zorg, terwijl een tarief dat is afgestemd op dezwaarste doelgroepen kan leiden tot overcompensatie en daardoorniet doelmatig is.CVrije tarieven sluiten beter aan bij de variatie in zorgzwaarte binnende wijkverpleging en bieden daarmee meer flexibiliteit. Tegelijker-tijd signaleert de NZa ook risico’s bij toepassen van vrije tarieven inde hele sector, met name voor niet-gecontracteerde zorgaanbie-ders. De verwachting is dat het aanbod van zorg aan cliënten metcomplexe zorgvragen – zoals gespecialiseerde verpleging thuis enmedische kindzorg – zal afnemen, omdat is gebleken dat devergoeding voor deze zorg bij vrije tarieven lager ligt dan hetmaximum van de prestatie verpleging uit de reguliere bekostiging.De NZa concludeert hiermee dat zowel een maximumtarief als een vrijtarief voor de gehele sector zal leiden tot marktrisico’s. Het integralevrije tarief biedt de grootste meerwaarde voor de sector als uitsluitendde gecontracteerde aanbieders hier gebruik van maken.•De fraudetoetsDeze toets heeft onderzocht welk effect het hanteren van integraleprestaties heeft op het risico op fraude.CIn het reguliere bekostigingssysteem wordt gedeclareerd op basisvan de prestaties verpleging of verzorging. Het risico op fraudeneemt toe doordat het integrale tarief voor niet-gecontracteerdezorgaanbieders hoger zal uitvallen dan het huidige tarief voor deprestatie verzorging. Daarnaast heeft de zorgverzekeraar bijniet-gecontracteerde zorg geen inzicht meer in de verhoudingtussen de prestaties verpleging of verzorging, waardoor risico-analyses rondom controle en fraude slechter uit te voeren worden.Deze factoren kunnen aanbieders prikkelen om lichtere cliënten teselecteren of onder te behandelen aangezien er geen contractueleafspraken met zorgverzekeraars zijn om dat te voorkomen.CFrauderen gaat meer lonen. Reeds bestaande frauderisico’s nemendoor deze ontwikkeling logischerwijs toe. Het zorgt ervoor dat hetgemakkelijker is om zorgdossiers en administratie achteraf op testellen of passend te maken. Ook is het moeilijker om (via data- ofrisicoanalyse) een gegronde aanleiding te vinden tot het startenvan een fraudeonderzoek.CVoor gecontracteerde zorg wordt hetzelfde risico gesignaleerd tenaanzien van risicoselectie en onderbehandeling. Tegelijkertijdworden daar wel afspraken gemaakt tussen zorgaanbieders enzorgverzekeraars, waardoor de NZa die risico’s als minder grootziet.De fraudetoets concludeert dat het regulier maken van integraleprestaties voor zowel gecontracteerde als niet-gecontracteerdezorgaanbieders leidt tot een toename van frauderisico’s in dewijkverpleging. Bij niet-gecontracteerde zorgaanbieders zijn er echtergeen mitigerende maatregelen mogelijk, waardoor de frauderisico’sniet weggenomen kunnen worden.•ConclusieDe NZa concludeert dat er voor de gecontracteerde zorg duidelijkemeerwaarde zit in het regulier maken van de huidige experimentpres-taties: integrale prestaties met een vrij tarief. Voor het niet-gecontracteerde deel van de zorg wegen de voordelen echter niet optegen de bijbehorende risico’s. De NZa is van mening dat de niet-gecontracteerde zorg de verdere ontwikkeling van de gecontracteerdezorg niet in de weg mag staan. Om deze ontwikkeling te ondersteunen,ziet de NZa duaal bekostigen als enige wenselijke optie voor de sectorwijkverpleging. Dat wil zeggen dat integrale prestaties en een vrij tariefkunnen worden gedeclareerd in geval sprake is van een overeenkomstTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 235, nr. 2454 met de zorgverzekeraar. Daarnaast is sprake van reguliere prestatiesverpleging of verzorging en bijpassende (maximum)tarieven.VervolgstappenIk ben de NZa dankbaar voor het uitgebreide advies. Ik blijf inzetten op detwee sporen die mijn ambtsvoorganger eerder met uw Kamer heeftgedeeld6. Het eerste spoor betreft de verkenning naar de structureleinbedding van de integrale prestaties in de reguliere bekostiging voor dewijkverpleging. Het uitvoeringsadvies is een belangrijke eerste stap indeze verkenning. Ik deel de conclusie van de NZa uit dit rapport en ziedaarin de bevestiging dat het regulier maken van de integrale prestatiesvoor gecontracteerde zorgaanbieders een wenselijke stap is. Tegelijkertijdzijn er grote risico’s als het gaat om het regulier maken van dezeprestaties voor niet-gecontracteerde zorgaanbieders. Deze conclusiewordt gesteund door Actiz en ZN, die mij een brief hebben gestuurdwaarin zij pleiten voor gedifferentieerd bekostigen voorniet-gecontracteerde zorg en gecontracteerde zorg in de wijkverpleging(bijlage 2). De Minister van VWS en ik werken daarom momenteel inoverleg met de NZa aan een verkenning van de mogelijkheden van dualeprestatie- en tariefregulering voor de wijkverpleging.Naar het zich nu laat aanzien vraagt een duale prestatie- en tariefregu-lering een aanpassing van de Wet Marktordening Gezondheidszorg(Wmg). Daarnaast gaan partijen aan de slag met welke informatie aan decontractering kan worden toegevoegd om weliswaar minder grote, maaraanwezige risico’s op risicoselectie en onderhandeling bij gecontracteerdezorg te minimaliseren.Met de verschillende evaluaties van de integrale prestaties, het uitvoe-ringsadvies, en het komen te vervallen van de cliëntprofielen in hethuidige experiment, acht ik de jaarlijkse evaluatie van het experiment –die vooral toezag op de ontwikkeling van cliëntprofielen – niet meer vantoegevoegde waarde, en onnodig belastend voor de sector. Hetexperiment zal nog wel aan het einde van de looptijd, volgens de regels,worden geëvalueerd. Hiermee doe ik de motie van het lid Dijk7 over hetjaarlijks met de Kamer delen van het verslag van de monitoring van hetexperiment af.Het tweede spoor waarop ik inzet, omvat een bredere dialoog met hetveld om bekostiging en contractering beter aan te laten sluiten bij debeleidsdoelen voor de eerstelijnszorg. De wijze van bekostigen isbelangrijk, maar hoe zorgaanbieders en zorgverzekeraars gebruik makenvan de bekostiging bepaalt uiteindelijk of de wijkverpleging nu en in detoekomst toegankelijk blijft voor ieder die dat nodig heeft. Na de zomer gaik hierover met partijen in gesprek. Ik verwacht u voor het einde van hetjaar te kunnen informeren over de uitkomsten van dit gesprek.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,N.J.F. Pouw-Verweij6Kamerstukken II, 2023/24, 33 578, nr. 121.7Kamerstukken II, 2022/23, 23 235, nr. 239.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 235, nr. 2455
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.