Geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 16 en 17 juli 2026
Brontekst
Versie 4ab2a9728f86f1ff · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 317JBZ-RaadNr. 1016 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VANASIEL EN MIGRATIE EN VAN DE STAATSSECRETARIS VANJUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 7 juli 2026Hierbij bieden wij, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken ende Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, uw Kamer degeannoteerde agenda aan van de informele Raad Justitie en BinnenlandseZaken (JBZ-Raad) van 16 en 17 juli a.s. in Dublin. De Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid zal hieraan deelnemen.Daarnaast informeren wij uw Kamer over de stand van zaken van deEuropese Verordening ter voorkoming en bestrijding van seksueelmisbruik van kinderen.Europese Verordening ter voorkoming en bestrijding van seksueelmisbruik van kinderenOnder het Cypriotische voorzitterschap is verdere voortgang geboekt inde onderhandelingen over de Europese Verordening ter voorkoming enbestrijding van seksueel misbruik van kinderen (hierna:CSAM-verordening), met name op de onderdelen verwijder- en blokke-ringsbevelen, alsmede de bepalingen inzake risicobeoordeling, risicobe-perkende maatregelen en rapportageverplichtingen. Naar verwachting zalhet aankomende Ierse voorzitterschap de onderhandelingen voortzetten,waarbij de focus zal liggen op de artikelen inzake detectiebevelen en hetEU-centrum.Zoals bij uw Kamer bekend, is de interim derogatie (Verordening (EU)2021/1232), die aanbieders de mogelijkheid bood om vrijwillig onlinebeeldmateriaal van seksueel kindermisbruik te detecteren, op 3 april 2026vervallen. Het wegvallen van deze mogelijkheid wordt binnen de Raad alszorgelijk beschouwd. Het wegvallen van een (tijdelijke) juridische basiszonder alternatief leidt tot onduidelijkheid over de juridische grondslagvoor de toepassing van Detectiemogelijkheden. Om die reden heeft de kst-32317-1016ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10161 Raad op 30 juni jl. opnieuw een positie vastgesteld, welke inhoudelijkgelijk is aan de eerder ingenomen Raadspositie.Nederland heeft hierbij een ongewijzigde positie aangehouden, zoals aanuw Kamer op 23 januari 2026 is gecommuniceerd.1 Met het bereiken vaneen Raadspositie wordt in tweede lezing alsnog beoogd tot een akkoordmet het Europees Parlement en de Europese Commissie te komen. HetEuropees Parlement zal naar verwachting in de week van 6 juli 2026 overdeze positie stemmen.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Minister van Asiel en Migratie,G. van den BrinkDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van Bruggen1Kamerstukken II, 2025–2026, 32 317, nr. 993.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10162
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.