KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op het Capaciteitsplan 2027-2030

22 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9450c756346e0d8c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 282Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsectorNr. 630 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 mei 2026Op 19 december 2025 heeft het Capaciteitsorgaan de driejaarlijkseintegrale raming uitgebracht voor de instroom in de medische enaanverwante (vervolg)opleidingen voor 2027, 2028 en 2029 (het Capaci-teitsplan). In deze brief geef ik mijn beleidsreactie op het Capaciteitsplan.Hieronder ga ik eerst in op de rol van het Capaciteitsorgaan en deontwikkeling met betrekking tot realistisch ramen. Na het schetsen van dealgemene ontwikkelingen wordt per (groep van) opleiding(en) besprokenhoe om wordt gegaan met de instroomadviezen van het Capaciteits-orgaan. Met deze kabinetsreactie geef ik tevens invulling aan de toezeg-gingen die zijn gedaan over de planning van deze beleidsreactie tijdenshet Commissiedebat Eerstelijnszorg op 1 april 2026.Om bij te dragen aan de doelen van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsak-koord (hierna: AZWA) zullen organisaties en professionals in zorg enwelzijn anders moeten gaan werken. Er wordt een groot beroep gedaanop het leer- en ontwikkelvermogen van organisaties en professionals.Binnen het AZWA is daarom afgesproken om extra in te zetten opopleiding en scholing. De focus ligt daarbij eerst en vooral op daar waartekorten het grootst zijn, dit zijn de sectoren buiten het ziekenhuis zoals deeerstelijnszorg. De afspraken hierover zijn vervat in het AZWA (fiche B3).Naast voornoemde AZWA-afspraak blijft het kabinet een groot aantal(medische) vervolgopleidingen financieren op grond van de adviezen vanhet Capaciteitsorgaan en daarover gaat deze brief.Het Capaciteitsorgaan is een stichting die is opgericht in 1999 doorveldpartijen uit de zorg en heeft als doel – op grond van onder meer de teverwachten zorgbehoefte – het opstellen van ramingen met betrekking totde toekomstige benodigde capaciteit aan professionals in de zorg. HetCapaciteitsorgaan brengt adviezen en ramingen uit voor de gewensteinstroom in de diverse medische profiel- en vervolgopleidingen. Tevensbrengt het Capaciteitsorgaan adviezen en ramingen uit over de daarvoornoodzakelijk geachte instroom in de initiële opleiding tot basisarts kst-29282-630ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6301 (geneeskunde), tandarts, mondzorgkundige, physician assistant enverpleegkundig specialist. Bij de totstandkoming van het Capaciteitsplanhoudt het Capaciteitsorgaan rekening met tal van factoren (parameters)die van invloed zijn op de zorgvraag en het zorgaanbod op lange termijn(zoals vergrijzing, epidemiologie, vakinhoudelijke ontwikkelingen,taakherschikking, verandering arbeidstijd). De integrale ramingen van hetCapaciteitsorgaan verschijnen voor de meeste opleidingen elke drie jaar.Het Capaciteitsorgaan heeft in deze raming voor het eerst rekeninggehouden met realistisch ramen in een context van schaarste aanprofessionals. Dat betekent dat het Capaciteitsorgaan nadrukkelijkrekening houdt met realistische verwachtingen, haalbaarheid enonzekerheid. Realistische verwachtingen gaan over wat er in de toekomstverwacht kan worden, waarbij ook financiële mogelijkheden vooruitbreiding van opleidingsplekken meetelt. Haalbaarheid gaat over dehaalbaarheid van het advies, waarbij rekening gehouden moet worden ofopleidingen en/of praktijkopleiders een geadviseerde stijging kunnenrealiseren. Ook wordt rekening gehouden met het aanbod van kandidaten.Het Capaciteitsorgaan signaleert terecht dat veldpartijen en VWSaandacht hebben voor meer instroom in de extramurale artsenberoepen,maar ziet ook dat het nog steeds moeilijk is om basisartsen te bewegenom voor deze specialismen te kiezen (huisartsen, specialisten ouderge-neeskunde, arts verstandelijk gehandicapten en artsen in de socialegeneeskunde). Onzekerheid gaat over de mate waarin grote verande-ringen impact hebben op de toekomst, zo verwacht het Capaciteitsorgaandat technische innovaties mogelijk impact gaan hebben op de inzet vanprofessionals, maar de toekomstige impact daarvan is nog niet in teschatten en daarom nog niet in de ramingen meegenomen. Ik onderschrijfhet belang om de verwachtingen, haalbaarheid en onzekerheid inzichtelijkte maken in de adviezen van het Capaciteitsorgaan. Tegelijkertijd wil ik –conform het AZWA – de beweging naar de voorkant faciliteren.Capaciteitsplan 2027–2030Het Capaciteitsorgaan constateert dat de zorgvraag nog steeds stijgt dooronder andere meer kwetsbare ouderen en patiënten met complexeproblematiek als gevolg van co- en multimorbiditeit. Demografischeontwikkelingen laten zien dat de vergrijzingspiek in 2040 wordt bereikt. Demeer complexe zorg vraagt naar verwachting om meer hoogopgeleide(BIG-geregistreerde) professionals.Tegelijkertijd wordt vanuit inhoudelijke en soms pragmatische keuzesingezet op taakverschuiving. Door bepaalde taken over te dragen aanbijvoorbeeld physician assistants of verpleegkundig specialisten kan dehuisarts of de medisch specialist in de langdurige zorg of het ziekenhuiszich op de meer complexe taken richten. Beide ontwikkelingen (meercomplexe zorgvraag en taakverschuiving) zijn onderdeel van de ramingen.Nieuw in deze ramingscyclus is de eerste richtinggevende raming voor deopleiding geneeskunde (basisartsen). Dit is van belang gezien desamenhang met de medische vervolgopleidingen en de rol van basis-artsen in het zorgstelsel.Geadviseerde instroomaantallenIn het vervolg van deze beleidsreactie wordt per (groep van) opleiding(en)besproken hoe om wordt gegaan met de instroomadviezen van hetCapaciteitsorgaan. Daarbij is een onderverdeling gemaakt naar definancieringsvorm.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6302 In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de vervolgopleidingen die bekostigdworden via de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen.Die beschikbaarheidbijdrage wordt gefinancierd vanuit de zorgpremies(volgend uit de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg).Hoofdstuk 2 betreft de (medische) vervolgopleidingen die via subsidiesvanuit de begroting van VWS gefinancierd worden. Omdat de financieringvan de publieke gezondheidszorg niet plaatsvindt op basis van deZorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg kunnen deze opleidingenniet via de beschikbaarheidbijdrage worden gefinancierd.Tot slot wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de initiële opleidingen. Voorzover deze opleidingen door de overheid worden bekostigd volgt debekostiging de begroting van het Ministerie van OCW en in sommigegevallen deels de begroting van het Ministerie van VWS.Een overzicht van de door de ministeries van VWS en OCW bekostigdevervolgopleidingen met de geadviseerde aantallen door het Capaciteits-orgaan en voorgenomen opleidingsaantallen is voor de volledigheidopgenomen als bijlage bij deze brief.1. Opleidingen bekostigd via een beschikbaarheidbijdrage Huisartsen, arts verstandelijke gehandicapten en specialist ouderenge-neeskundeDe adviezen voor de opleidingen tot huisarts, specialist ouderengenees-kunde en arts verstandelijk gehandicapten worden volledig overgenomen.Zoals hierboven beschreven is de focus van dit kabinet gericht op debeweging naar de voorkant. Deze beroepen zijn essentieel om diebeweging te bewerkstelligen. Hieronder worden de ontwikkelingen vandeze vervolgopleidingen beschreven.Het vraagstuk van achterblijvende instroom in extramurale artsenbe-roepen speelt al langer. Daarom hebben branche- en beroepsorganisatiesin 2024 een werkgroep Meer Extramurale Artsen (MeXa) opgerichtwaaruit actieplannen zijn voortgekomen. Deze werkgroep werd getrokkendoor UMC NL en KNMG en heeft positieve effecten teweeggebracht. Wezien een verbetering van onderlinge contacten en een verbetering van hetimago en bekendheid van extramurale artsenberoepen. De beschikbareopleidingsplaatsen worden echter nog niet volledig gevuld. Het ligtdaarom voor de hand dat ingezette acties gecontinueerd en geborgdworden. Het eindrapport en de evaluatie van de actieplannen wordtbinnenkort opgeleverd door de werkgroep.HuisartsenHet Capaciteitsorgaan adviseert om 1.028 opleidingsplaatsen beschikbaarte stellen. De urgentie voor het inlopen van het huidige tekort aanhuisartsen neemt verder toe door afspraken uit het Integraal Zorgakkoord(IZA) en het AZWA. Eerder gaf ook de Algemene Rekenkamer de noodzaakaan om voldoende opleidingsplaatsen beschikbaar te houden inNederland. Dit tezamen maakt dat ik het advies van 1.028 opleidings-plaatsen overneem.Daarnaast zet het kabinet – in navolging op een aangenomen motie vanhet lid Wiersma (Kamerstuk 33 578, nr. 175) – in op een betere spreidingvan opleidingsplaatsen over het land. Hierover lopen gesprekken met develdpartijen, het Ministerie van OCW en de regionale huisartsenorgani-saties. In het derde kwartaal van 2026 zal ik u ik samen met de Ministervan VWS informeren over de voortgang. Hiermee geven wij uitvoeringaan voornoemde motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6303 Specialist ouderengeneeskundeHet Capaciteitsorgaan adviseert een verlaging van de instroom in deopleiding Specialist Oudergeneeskunde. Zij constateren dat er voldoendeopleidingscapaciteit is, maar vooralsnog kiezen er te weinig artsen inopleiding tot specialist (hierna: aios) voor de opleiding tot specialistouderengeneeskunde. De daadwerkelijke instroom neemt de afgelopenjaren iets toe maar blijft nog achter bij het gewenste aantal. Het adviesvan 245 opleidingsplaatsen wordt overgenomen.Arts verstandelijk gehandicaptenHet Capaciteitsorgaan adviseert een verlaging van de instroom in deopleiding arts voor verstandelijk gehandicapten. Dit omdat het capaciteits-orgaan constateert dat neerwaartse verticale substitutie meer en meervoorkomt (bijvoorbeeld doordat de physician assistant en/of de verpleeg-kundig specialist taken uitvoert van de arts verstandelijk gehandicapten).Het advies van 34 opleidingsplaatsen wordt om die reden overgenomen.GGZ-beroepenVoor de psychotherapeut (156), klinisch psycholoog (210), klinischneuropsycholoog (19), de verslavingsarts (23) en de verpleegkundigspecialist ggz (142, 3-jarige variant) wordt het gepubliceerde advies vanhet Capaciteitsorgaan gevolgd.Voor de opleiding tot gz-psycholoog stel ik per 2027 691 opleidings-plaatsen beschikbaar. Hierbij volg ik het demografische scenario van hetCapaciteitsorgaan, zonder opwaartse verticale substitutie en met aftrekvan verwachte onbeschikte plekken (berekend op basis van het gemiddeldaantal onbeschikte opleidingsplekken van de afgelopen drie jaar). Ikverwacht dat dit aantal opleidingsplekken, gecombineerd met de circa21.4511 in het BIG-register geregistreerde gz-psychologen, voldoende zalbijdragen aan de zorg in de ggz. Daarbij is het wel essentieel dat hetzwaartepunt van de werkzaamheden van gz-psychologen verschuift vanlichte naar complexe zorg.In de gepubliceerde raming van het Capaciteitsorgaan is rekeninggehouden met zogeheten opwaartse verticale substitutie, waarbijzorgtaken van de huidige groep werkzame masterpsychologen uitgevoerdworden door gz-psychologen. Deze benadering sluit echter niet aan bij deuitgangspunten en afspraken van het IZA en AZWA omtrent taakher-schikking. Immers, daarin wordt juist ingezet op een werkpraktijk waarbijtaken worden belegd op basis van competenties en bekwaamheid inplaats van uitsluitend op opleidingsniveau. Taakherschikking en taakdiffe-rentiatie zijn belangrijke instrumenten om de schaarse personelecapaciteit in de zorg doelmatig in te zetten. Masterpsychologen vervulleneen belangrijke rol in de ggz die ik richting de toekomst toe juist wilbestendigen. Daarom heb ik navraag gedaan bij het Capaciteitsorgaannaar een scenario zonder opwaartse verticale substitutie. Het Capaciteits-orgaan heeft aangegeven dat het effect van opwaartse verticale substi-tutie niet los van andere factoren is berekend. Wel is net als in de vorigeraming het demografische scenario doorgerekend, waarin de verticaleopwaartse substitutie niet is meegenomen. Dit demografische scenariogaat uit van de verwachte bevolkingsgroei en vergrijzing en de gevolgendaarvan voor de zorgvraag. Omdat verticale opwaartse substitutie contrairis aan het beleid dat ik voorsta, kies ik ervoor dit demografische scenariote volgen.1BIG-register peildatum april 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6304 Masterpsychologen nemen in de praktijk veel werkzaamheden over vangz-psychologen en vormen zoals het Capaciteitsorgaan ook aangeeft eensubstantieel aandeel van de beschikbare capaciteit in de ggz.2 Demasterpsycholoog is conform de veldafspraken van het landelijkkwaliteitsstatuut GGZ inzetbaar als (mede)behandelaar in de diagnos-tiekfase, psycho-educatie, E-Health, en gestandaardiseerde behande-lingen. Het is mijns inziens voorstelbaar dat de masterpsycholoog voor delichte zorg, onder voorwaarden, kan functioneren als regiebehandelaarindien de kwaliteit van zorg geborgd blijft. Ik vertrouw erop dat dezetaakverdeling passend is bij de kwaliteitseisen die door veldpartijen zelf inhet landelijk kwaliteitsstatuut GGZ zijn geformuleerd.We zien de afgelopen jaren dat de opleiding tot gz-psycholoog de enigevervolgopleiding is waarbij opleidingsplekken worden aangeboden eningevuld zonder financiering vanuit een beschikbaarheidbijdrage. Ditwordt ook wel onbeschikt opleiden genoemd en tornt aan de legitimiteitvan het gebruik van de beschikbaarheidbijdrage voor deze opleiding.Immers, het instrument beschikbaarheidbijdrage wordt uitsluitend ingezetop het moment dat bekostiging in de markt niet of onvoldoende tot standkomt en daarmee dus sprake is van marktfalen. Als opleidelingen zondercentrale financiering van het Rijk kunnen worden opgeleid, is er geensprake van marktfalen. Het in mindering brengen van het aantalonbeschikte opleidingsplaatsen resulteert in een level playing field tenaanzien van alle andere beroepsgroepen waarbij de vraag speelt of ercentrale financiering voor opleidingsplaatsen moet worden ingezet.Daarnaast wordt met het in mindering brengen van de onbeschikteplaatsen voorkomen dat een zogenaamde varkenscyclus wordt gecreëerd.Over de jaren 2023 tot en met 2025 is jaarlijks gemiddeld 16,3% van deopleidelingen onbeschikt opgeleid. Met een demografisch scenario van826 plekken, betekent dit dat 135 opleidingsplaatsen op het totale aantalopleidingsplaatsen in mindering worden gebracht. Dit leidt tot 691beschikbare opleidingsplaatsen voor de gz-psycholoog.Ik zie dat het ophogen van het aantal opleidingsplekken vangz-psychologen in algemene zin3, niet bijdraagt aan meer capaciteit in degespecialiseerde ggz omdat – zoals ook in diverse rapporten4 geconsta-teerd – de uitstroom van gz-psychologen uit de ggz-instellingen naar devrijgevestigde praktijken hoog is.Het moge duidelijk zijn dat met het meer opleiden van gz-psychologen deverschuiving naar complexere zorg niet zomaar te realiseren valt. Om deverschuiving naar complexere zorg te bevorderen zal ik een verkenningstarten naar alternatieven voor de financiering van opleidingsplekken voorgz-psychologen. Daarbij zal ik nadrukkelijk de mogelijkheden verkennenom de acute en complexe ggz beter in staat te stellen om prikkels in tebouwen zodat de door hen opgeleide gz-psychologen langer voor deacute en complexe ggz blijven behouden. Tegelijkertijd kan het bestaandeproces, dat zorgvuldig is vormgegeven, niet zomaar worden vervangen.Ook dat zal ik meenemen in de verkenning.Om perspectief te bieden aan masterpsychologen die al langere tijdwachten op een vervolgopleiding tot gz-psycholoog en reeds veelwerkervaring hebben ben ik voornemens om vanaf 2028 voor een beperkt2Capaciteitsorgaan kernrapport beroepen geestelijke gezondheidszorg december 20253Het aantal werkzame gz- psychologen in de sector is naar verwachting in 2032 30% meer dan in2022, terwijl in 2022 al 48% meer gz-psychologen werkzaam waren in de sector ten opzichtevan 2018.4«Uit Balans – IBO mentale gezondheid en ggz», 2025. En J. Boumans, H. Kroon & B. van derHoek, «GGZ in de knel. Verkenning van mogelijkheden en valkuilen van het actuele hervor-mingsnarratief», 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6305 aantal masterpsychologen een verkort opleidingstraject te realiseren. Ervindt op dit moment conform toezegging aan uw Kamer van 25 november20255 een verkenning plaats over hoe zo’n verkort opleidingstraject metzorgvuldigheid en patiëntveiligheid als uitgangspunt ingericht zou kunnenworden. Hierbij zal de randvoorwaarde gelden dat dit niet zal leiden toteen uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen hoger dan de door hetCapaciteitsorgaan geraamde aantallen.Medisch specialistenBij de Medisch Specialisten adviseert het Capaciteitsorgaan een stijgingvan 99 opleidingsplekken ten opzichte van het vorige advies. Dit instroom-advies heeft te maken met de verwachte vroegtijdige uitstroom en deuitstroom naar pensioen. Daarnaast neemt de beschikbare capaciteit afdoor minder werkuren en andere contractvormen waardoor meerpersonen nodig zijn om dezelfde zorg te leveren. Er blijft ook minder tijdover voor directe patiëntenzorg door meerdere kleinere aanstellingen endubbele aanstellingen in bijvoorbeeld ziekenhuizen en zbc’s.Opvallend is dat ongeveer een derde van de extra instroomplaatsen nodigis voor twee specialismen met grote tekorten: de spoedeisende genees-kunde (+19) en neurologie (+11). Daarnaast zien we een toename voor demaag-darm-leverziekten (+6) en longziekten en tuberculose (+4). Hier zorgtvergrijzing, toename van chronische ziekten en meer minimaal invasievebehandelmogelijkheden voor een toename van zorgvraag. Anderzijds is indeze specialismen ook sprake van verschuiving van zorg naar de eerstelijn. Bijvoorbeeld door hybride zorg. In de specialismen dermatologie (+4),oogheelkunde (+4) en keelneus-oorheelkunde (+6) is er momenteel vooralsprake van tekorten op de arbeidsmarkt en daalt het aantal werkuren. Inde psychiatrie (+6) is eenzelfde patroon zichtbaar. De sportgeneeskunde(+2) heeft momenteel een groot tekort en zij behandelen vaker patiëntenmet bijvoorbeeld artrose en cardiovasculaire aandoeningen. Tot slot is erin enkele specialismen nog sprake van een licht overschot, waarondercardio-thoracale chirurgie, klinische fysica en klinische geriatrie. Ik neemhet advies van het Capaciteitsorgaan voor de medisch-specialistischeopleidingen in zijn geheel over voor 2027.In het coalitieakkoord staat vanaf het jaar 2029 een structurele kortingingeboekt voor de vervolgopleidingen medisch-specialisten ter hoogtevan € 110 mln. Deze vervolgopleidingen worden gefinancierd via debeschikbaarheidsbijdrage. Streven is om begin 2027 een beeld te hebbenhoe deze bezuiniging het beste vorm kan krijgen. Bij de uitwerking vandeze korting zal onder andere verkend worden of de korting gerealiseerdkan worden via een doelmatiger invulling van het instrument van debeschikbaarheidsbijdrage. In de onlangs aan de Kamer toegezondenPeriodieke Rapportage Arbeidsmarkt en opleiden, als onderdeel van deStrategische Evaluatie Agenda (hierna: SEA), worden concrete aanbeve-lingen gedaan voor een doelmatiger invulling van de beschikbaarheidsbij-drage voor medische vervolgopleidingen. Deze zullen betrokken wordenbij de verdere verkenning en uitwerking van de korting.FZO-beroepenVoor de medisch ondersteunende en gespecialiseerd verpleegkundigeberoepen, de zogeheten FZO-beroepen (Fonds Ziekenhuis Opleidingen),wordt de opleiding eveneens via de beschikbaarheidbijdrage bekostigd.Doordat de ramingscyclus voor de FZO-beroepen niet driejarig maartweejarig is, komt het meest recente instroomadvies uit december 2024.Het is de intentie om de ramingscyclus voor de FZO-beroepen te latenaansluiten bij die van de andere beroepen.5Kamerstukken II 2025, 29 282, TK, nr. 615.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6306 Nadat in de periode tot 2021 een stijgende lijn is ingezet, blijft de instroomde laatste jaren constant. Sinds die periode is ingezet op het modulaireopleidingsstelsel, wat zorgprofessionals en zorginstellingen meermogelijkheden biedt tot flexibiliteit en maatwerk. Naar verwachting zal hetmodulaire aanbod een positief effect hebben op de brede inzetbaarheid,de instroom en het behoud van zorgprofessionals tijdens en na deopleiding. De komende jaren moeten deze effecten hiervan op deramingen duidelijk worden. Hetzelfde geldt voor de ontwikkelingen op hetbeperken van de administratieve lasten, en nieuwe vormen van opleiden.2. Opleidingen bekostigd via de begroting van het Ministerie vanVWS (Profiel)artsen Maatschappij en GezondheidOm over voldoende artsen te beschikken voor de uitvoering van depublieke gezondheidszorg subsidieert het Ministerie van VWS deopleidingen tot arts infectieziektebestrijding, jeugdarts, medisch milieu-kundige, arts tuberculosebestrijding en de donorarts (profielartsen).Daarnaast wordt subsidie beschikbaar gesteld voor het verder opleidenvan deze profielartsen tot arts Maatschappij en Gezondheid (arts M+G). Debovenstaande opleidingen worden structureel gefinancierd middels eeninstellingssubsidie aan de Stichting beroepsopleiding huisartsen (SBOH).De opleidingen tot arts M+G zijn erkende duale medische vervolgoplei-dingen en zijn verdeeld in 2 fasen. De eerste profielfase duurt 2 jaar. Naafronding van de eerste fase volgt inschrijving in het betreffendeprofielregister van de KNMG. Daarna kan de profielarts KNMG de 2e faseopleiding tot arts M+G volgen; wederom 2-jarig.Sinds januari 2019 zijn de artsen, die de profielopleidingen volgen,ondergebracht bij één landelijke werkgever, de SBOH. Dit is een van demaatregelen om de instroom in deze opleidingen te verhogen en hetverder opleiden van deze profielartsen tot arts M+G te faciliteren. Deinstellingssubsidie SBOH is in het afgelopen jaar in het kader van de SEA(strategische evaluatie agenda) positief geëvalueerd. De afgelopen jaren isdoor het Ministerie van VWS meer en meer geïnvesteerd in dezeopleidingen. Binnen het reeds op de begroting beschikbare budget –waaronder middelen die reeds gereserveerd waren in afwachting van deverwachte ophoging van de instroomadviezen – zijn voor de Jeugdartsen1e fase (+9) en MMK-artsen (+5) kleine uitbreidingen voorzien.3. Initiële opleidingen GeneeskundeHet Ministerie van OCW bekostigt op dit moment 2.984 opleidings-plaatsen voor de opleiding Geneeskunde. Het Capaciteitsorgaan adviseertvanwege o.a. vervangingsvraag en demografische groei het maximaleaantal op te leiden basisartsen vast te stellen op 3.330. Dit aantal is forshoger (+346) dan eerdere rapporten van het capaciteitsorgaan, waar hetadvies al geruime tijd op 2.850 opleidingsplaatsen lag.TandheelkundeHet Capaciteitsorgaan adviseert de instroom in de opleiding Tandheel-kunde te verhogen (+96) naar 386 opleidingsplaatsen. Deze stijging komtdoor demografische groei en stijging van de complexere zorgvraag. Opdit moment worden er 290 opleidingsplaatsen door het Ministerie vanOCW bekostigd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6307 Op dit moment worden bovenstaande adviezen voor geneeskunde entandheelkunde door mij en het Ministerie van OCW bestudeerd en wordtbezien of en in hoeverre het mogelijk is om deze adviezen over te nemen,mede in het licht van de additionele middelen die hiervoor nodig zijn(Geneeskunde 97,7 mln., Tandheelkunde 27,1 mln. structureel).MondzorgkundeHet Capaciteitsorgaan adviseert de instroom in de hbo-opleidingmondzorgkunde te verhogen (+28) naar 381 opleidingsplaatsen. Dezestijging komt door een hogere inschatting van het aantal werkzaamhedendoor taakdelegatie vanuit de tandartsen en een sterke stijging van zowelde demografische- als de niet-demografische zorgvraag.Verpleegkundig specialist en physician assistantDe (master) opleidingen tot verpleegkundig specialist en physicianassistant zijn duaal en bestaan zowel uit werken als leren. De Minister vanOCW financiert de binnenschoolse kosten. Het Ministerie van VWSfinanciert met de subsidieregeling Opleiding tot advanced nurse practi-tioner en opleiding tot physician assistant de buitenschoolse kosten. Hetvoorkeursadvies voor de physician assistant en Verpleegkundig specialistAGZ ligt hoger dan het voorgaande advies. Het advies is om jaarlijks 320personen in te laten stromen in de opleidingen tot physician assistant, 256in de opleidingen tot verpleegkundig specialist-GGZ en 594 in deopleidingen tot verpleegkundig specialist-AGZ.De stijging in het advies van physician assistant /verpleegkundig specialistis in lijn met de beweging uit het AZWA die inzet op een evenwichtigearbeidsmarkt, toegankelijkheid van zorg, passende zorg en versterkingvan de eerste lijn.Samen met de Minister van OCW streef ik er daarom naar om de adviezenvoor mondzorgkunde, verpleegkundig specialist en physician assistentvolledig over te nemen. Hiervoor zijn echter additionele middelen nodig(13,4 mln. structureel), die ik voornemens ben te dekken binnen debegroting van VWS en OCW. Ik zal u hierover na de augustusbesluit-vorming informeren.Ik sluit af met de boodschap dat ik blij ben dat ik het gros van de ramingenkan overnemen. In enkele gevallen moet dit nog worden bezien. Daarbijstaat voor mij de belangrijke rol van de huisarts, de verpleegkundigspecialist en de physician assistant in de gewenste beweging naar devoorkant, centraal. Ik zal de komende tijd het gesprek voeren met hetMinisterie van OCW over het advies van het capaciteitsorgaan om meerplekken beschikbaar te stellen.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6308 - Advies Capaciteitsorgaan en beschikbare opleidingsplaatsenvoor 2027OpleidingAdvies COInstroom 2027 inpersonenMedisch specialist1.3201.320Huisartsgeneeskunde1.0261.026Arts Jeugdgezondheidszorg fase 110880Arts Jeugdgezondheidszorg fase 24141Arts Medisch Milieukundige fase 166Arts Medisch Milieukundige fase 244Arts Tuberculosebestrijding fase 121Arts Tuberculosebestrijding fase 221Arts Infectieziektebestrijding fase 11414Arts Infectieziektebestrijding fase 21919Donorarts fase 166Specialist ouderengeneeskunde245245Arts-verstandelijk gehandicapten3434Verslavingsarts2323Gezondheidszorgpsychologie1.2406911Psychotherapie156156Klinische psychologie210210Klinische neuropsychologie1919Verpleegkundig specialist GGZ256Nnb1Physician Assistant320Nnb1Verpleegkundig specialist AGZ594Nnb1Initiële opleiding geneeskunde3.330Nnb (OCW)1Initiële opleiding tandheelkunde386Nnb (OCW)1Initiële opleiding mondzorgkunde381Nnb (OCW)11 ToelichtingHierna volgt een toelichting waarvoor een specifieke situatie geldt. DonorartsDe opleiding tot donorarts start om de 2 jaar, waarbij er voor de 1e fasevan de opleiding om de twee jaar een klas van 6 instromers start.GezondheidszorgpsycholoogHet demografisch scenario minus de onbeschikte plekken wordtbeschikbaar gesteld.Verpleegkundig specialist / Physician AssistantDe 2-jarige opleiding wordt bekostigd middels een subsidie van hetMinisterie van VWS en door het Ministerie van OCW. Informatie volgt naaugustusbesluitvorming.BijlageTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6309

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7a5c020390079790

14 okt 2026 · 3fb10f30fe25a036

12 okt 2026 · ee5a6923c4bb5d00

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.