KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda Eurogroep en informele Ecofinraad 22 en 23 mei 2026 (Kamerstuk 21501-07-2188)

22 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0c0a355f5393bf58 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2194 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 22 mei 2026 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over de brief van 13 mei2026 over de brief van 13 mei 2026 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2188),waarmee de Minister de geannoteerde agenda van de vergaderingen vande Eurogroep en de Ecofinraad 22 en 23 mei 2026 heeft aangeboden,alsmede over de brieven van 29 april respectievelijk 18 mei 2026(Kamerstuk 21 501-07, nr. 2182 resp. 2189), waarin de Minister verslagheeft gedaan van de vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraadvan 27 maart respectievelijk 4 en 5 mei 2026).De vragen en opmerkingen zijn op 20 mei 2026 aan de Minister vanFinanciën voorgelegd. Bij brief van 22 mei 2026 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,JansenDe griffier van de commissie,Weeber kst-21501-07-2194ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21941 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de stukken voorde Ecofin.Zij lezen in het verslag van de laatste Ecofin/Eurogroep dat Nederlandhierin heeft opgeroepen tot een analyse van eventuele overwinsten bijenergiebedrijven en het verkennen van juridische mogelijkheden voor hetinvoeren van een eventuele belasting op overwinsten. Zij vragen wathiervan de stand van zaken en het vervolg is.Tijdens de Ecofinraad van 4 en 5 mei heeft het kabinet opgeroepen tot eennadere analyse van het ontstaan van eventuele overwinsten bij olie- engasbedrijven als gevolg van de huidige hoge prijzen. Daarnaast heeftNederland opgeroepen op EU-niveau de juridische mogelijkheden teverkennen voor het invoeren van een belasting op overwinsten als erinderdaad sprake is van overwinsten, op zowel de Ecofinraad van 4 en5 mei als op de informele Energieraad van 12 en 13 mei. De discussie overeen overwinstbelasti ng speelt in verschillende lidstaten. De EuropeseCommissie heeft aangegeven geen voorstel voor een geharmoniseerdeoverwinstbelasting te gaan publiceren. De Europese Commissie heeft inde AccelerateEU mededeling van 22 april jl. tevens steun aan Lidstatenaangeboden voor het vormgeven van maatregelen toegespitst op hetbelasten van overwinsten van olie- en gasbedrijven. Het is van belang dekomende tijd te blijven monitoren of er daadwerkelijk overwinstenontstaan, het kabinet zal hier ook bij de Europese Commissie aandachtvoor blijven vragen.Tevens lezen deze leden dat meerdere lidstaten, waaronder Nederland,vroegen om voortzetting van het gesprek over het gebruik van geïmmobi-liseerde centrale banktegoeden van Rusland. Kan de Minister het verloopvan deze discussie schetsen en uiteenzetten wat de vervolgstappen zijn?Op de Ecofinraad is de economische en financiële impact van deRussische agressie tegen Oekraïne een vast agendapunt. Hierover wordtde Kamer elke keer geïnformeerd middels de geannoteerde agenda en hetverslag van de Ecofinraad; en zo ook over de Ecofinraad van 5 mei jl.1Zoals aangegeven in dat verslag vroegen meerdere lidstaten, waaronderNederland, om voortzetting van het gesprek over het gebruik vangeïmmobiliseerde centrale banktegoeden van Rusland in lijn met deconclusies van de Europese Raad van december jl. Op dit moment liggener nog geen concrete vervolgstappen op tafel. Verschillende EU-lidstatenstaan kritisch tegenover discussies over het gebruik van de geïmmobili-seerde tegoeden, met het oog op de vermeende financiële en juridischerisico’s.In het coalitieakkoord heeft het kabinet aangegeven te zullen blijvenpleiten voor de inzet van de tegoeden. Het kabinet zal zich daarom inEU-verband inzetten om conform de conclusies van de Europese Raadvan december jl., aanvullende mogelijkheden voor de inzet van detegoeden te blijven onderzoeken. Hierbij is van belang dat de optiesfinancieel en juridisch houdbaar zijn, dat risico’s en lasten gezamenlijkworden gedragen en dat eventuele stappen in EU-verband en in samen-werking met de G7. Op dit moment ligt er, naast het eerdere voorstel voorherstelleningen, geen concreet voorstel voor in EU-verband. Indien1Kamerstukken II 21 501-07, nr. 2189Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21942 nadere voorstellen volgen, zal de Kamer hierover via de gebruikelijkeroutes worden geïnformeerd.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de Eurogroep en informele Ecofinraad van 22en 23 mei 2026 en van de overige stukken. Zij hebben hierover nog enkelevragen.De leden van de VVD-fractie lezen dat de in de raming de economischegroei in Europa neerwaarts is bijgesteld, voornamelijk door de gevolgenvan het conflict in het Midden-Oosten voor de energieprijzen. Degeopolitieke ontwikkelingen hebben ook gevolgen voor de financiëlesituatie van Nederlanders. Genoemde leden vragen aandacht voor hetversterken van de Europese concurrentiekracht via minder marktbarrières,geïntegreerde energiemarkten en een sterkere kapitaalmarktunie. Welkebelemmeringen ziet de Minister specifiek voor deze punten en op welkewijze zouden die weggenomen kunnen worden?Een belangrijke voorwaarde voor een goed geïntegreerde energiemarkt isde uitrol van voldoende grensoverschrijdende energie-infrastructuur,zoals interconnectoren om de uitwisseling van energie tussen landen tefaciliteren. Op dit moment wordt gewerkt aan Europese wetgeving om deplanning en snelle uitrol van infrastructuur te bevorderen, zoals het EUGrids Package.De Europese kapitaalmarkt is momenteel gefragmenteerd, onderont-wikkeld en vooral bancair georiënteerd. Dit belemmert investeringen,innovatie en groei. De Europese Commissie heeft daarom diversevoorstellen gedaan om deze barrières binnen de kapitaalmarkt weg tenemen. Het kabinet steunt een ambitieus akkoord op alle onderdelen vande lopende onderhandelingen rond de kapitaalmarktunie, en werkt daarbijsamen met kopgroepen om de besluitvorming te versnellen.Nationaal zet het kabinet zich in voor de implementatie van Europeserichtlijnen die bijdragen aan het versterken van de kapitaalmarkten.Daarnaast verkent het kabinet de oprichting van een nationale investe-ringsinstelling en worden fiscale opties om beleggen te stimulerenonderzocht.De leden van de VVD-fractie merken op dat we op dit moment geenkapitaalmarktunie hebben, maar dat de Minister wel bezig is met eenkopgroep met andere landen om regelgeving te standaardiseren. De ledenvragen naar de stand van zaken op dit punt. En welke stappen gaat deMinister concreet zetten na zijn oproep in het Financieel Dagblad van18 april 2026 («Minister Heinen wil voor het VK nieuw «toegangskaartje»bij EU regelen») om het Verenigd Koninkrijk en eventueel Noorwegen enCanada hierbij te betrekken?Het kabinet onderstreept het belang van een goed functionerendeEuropese kapitaalmarktunie voor de concurrentiekracht van Nederland ende Europese Unie. Daarom werkt Nederland samen met een kopgroep vanzes landen, de zogenoemde E6. Binnen deze kopgroep worden onder-werpen besproken als de spaar- en investeringsunie, de internationale rolvan de euro, defensie en kritieke grondstoffen. De huidige focus ligt ophet kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket (KTP), met alsdoel om tijdens de onderhandelingen in de Raad eensgezindheid insnelheid en ambitie te realiseren. De inzet van het kabinet is gericht op hetsuccesvol versterken van de Europese kapitaalmarkt onder andere doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21943 centralisatie van toezicht en het hanteren van gelijke regels voor degehele Europese Unie.Naast de intensieve samenwerking binnen de EU vraagt het kabinet in hetlicht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen om een bredere blik. HetVerenigd Koninkrijk, Noorwegen en Canada zijn belangrijke bondgenotendie hetzelfde belang hechten aan het versterken van de economieën enhet vergroten van de Europese concurrentiekracht. Het kabinet geeftprioriteit aan het versterken van de Europese kapitaalmarkt, wat voorbedrijven uit het VK aantrekkelijker kan maken om in de EU te investeren.De toenemende open houding van de Britse regering richting de EU biedteen goede basis voor een versterkte samenwerking.Op dit moment worden voorbereiding getroffen voor de EU-VK Top dienaar verwachting voor de zomer zal plaatsvinden. Financiële diensten zijnop dit moment geen onderdeel van de besprekingen. In zijn algemeenheidvindt het kabinet dat het aan het VK is om aan te geven of er animo is omtoe te treden tot de douane-unie of de Europese interne markt. Vanzelf-sprekend staan Nederland open voor het bespreken van de lange termijnvisie voor de relatie tussen de EU en het VK. Daarbij kan gekeken wordennaar modellen die de EU met andere derde landen heeft ingericht.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de gedachtewis-seling over de woningmarkt in relatie tot concurrentievermogen. Zijbenadrukken dat woningmarktbeleid primair een nationale verantwoorde-lijkheid is en dat uitbreiding van EU-bevoegdheden op dit terrein, medeook omdat Europese regelgeving van administratieve lasten woningbouwzouden kunnen vertragen, in principe niet aan de orde moet zijn. Hoe zietde Minister de rolverdeling van bevoegdheden tussen de Europese Unieen lidstaten op dit terrein? In hoeverre maakt de Minister zich zorgen overmogelijke extra Europese regelgeving of administratieve lasten voor dewoningmarkt en woningbouw?Het kabinet is van oordeel dat het woonbeleid een nationale bevoegdheidis en ook moet blijven. Het is daarom positief dat de Europese Commissiedit uitgangspunt expliciet bevestigt in het Affordable Housing Plan dateind vorig jaar is gepresenteerd. Nederland staat hierin niet alleen, ookandere lidstaten benadrukken het belang van nationale beleidsruimte ophet terrein van wonen.Het kabinet ziet in de gezamenlijke Europese aanpak niettemin kansen omde nationale woningbouwopgave beter te ondersteunen. Zo wordt opEuropees niveau gekeken naar wet- en regelgeving die de woningbouw-opgave bemoeilijkt. De Europese Commissie werkt daarom toe naar eenvereenvoudigingspakket voor woningbouw in 2027, gericht op hetversnellen van procedures en het wegnemen van belemmeringen voorwoningbouw.Daarnaast biedt samenwerking op Europees niveau mogelijkheden ominnovaties sneller aan te jagen en kennis uit te wisselen. Denk daarbij aaninnovatieve bouwmethoden en verduurzamingstechnieken die kunnenbijdragen aan snellere, betaalbaardere en duurzamere woningbouw inNederland.De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat tijdens de informeleEcofinraad zal worden gesproken over stablecoins. Deze leden zien hierbijrisico’s voor de financiële stabiliteit, in het bijzonder bij zogenoemdemulti-issuance stablecoins. Zij zouden graag zien dat deze risico’s goed inkaart worden gebracht en dat voorstellen voor strengere waarborgen(waaronder een Europese «kill switch») geanalyseerd en getoetst moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21944 worden. Zij vragen de Minister hoe hij deze risico’s momenteel beoor-deelt. Welke mitigerende maatregelen worden in Europees verbandverkend? En hoe kijkt de Minister aan tegen het pleidooi van Duitsland enItalië om multi-issuers onder centraal Europees toezicht te plaatsen?Financiëlestabiliteitsrisico’s ten aanzien van stablecoins wordengemonitord door DNB en in internationale overlegorganen zoals deFinancial Stability Board. Nederland maakt daar deel van uit. De matewaarin stablecoins een risico voor de financiële stabiliteit vormen hangtsamen met de verwevenheid met de traditionele financiële sector. Hoeweldie verwevenheid toeneemt, is deze op dit moment nog beperkt. Om derisico’s te mitigeren en consumenten te beschermen geldt binnen deEuropese Unie de verordening cryptoactiva (MiCAR). MiCAR stelt onderandere prudentiële eisen aan uitgevers van stablecoins. Zo moeten zijkapitaalbuffers aanhouden en aan reserve-eisen voldoen. DNB houdttoezicht op uitgevers van stablecoins en AFM houdt toezicht opcryptoactiva-dienstverleners.Multi-issuance stablecoins zijn stablecoins die door twee verschillendeuitgevers in twee verschillende rechtsgebieden worden uitgegeven maartechnisch hetzelfde en volledig met elkaar inwisselbaar zijn. Onder meerde Europese Centrale Bank en DNB waarschuwen dat multi-issuancestablecoins een verhoogd risico hebben voor de financiële stabiliteit. Opdit moment bestaat onduidelijkheid over de juridische status vanmulti-issuance stablecoins onder MiCAR. Daarom zet het kabinet inEuropees verband in op aanvullende maatregelen om de risico’s van dezemulti-issuance stablecoins te mitigeren en rechtszekerheid te bieden. HetEuropees Comité voor Systeemrisico’s heeft aanbevelingen gedaan voormaatregelen om de risico’s van multi-issuance te beperken2. Het kabinetsteunt deze maatregelen op hoofdlijnen. Het kabinet is gezien degrensoverschrijdende aard van multi-issuance stablecoins ookvoorstander van het voorstel van Duitsland en Italië om uitgevers vanmulti-issuance stablecoins onder centraal Europees toezicht te plaatsen.Daarnaast is het van belang dat de Europese toezichthouder de handel ineen multi-issuance stablecoin kan stilleggen als de uitgever devoorwaarden niet nakomt of wanneer deze een te groot risico vormt voorde monetaire stabiliteit. Dit is de zogenoemde «kill switch» waar de ledenvan de VVD-fractie aan refereren. De Europese Commissie heeft recenteen consultatie gepubliceerd om MiCAR te evalueren. Daarin zal hetkabinet deze punten ook noemen.Met betrekking tot de steun aan Oekraïne vragen de leden van deVVD-fractie de Minister hoe het kabinet de post Oekraïnesteun in hetnieuwe MFK benadert, aangezien nu al duidelijk is dat 90 miljard euro nietvoldoende lijkt te zijn.In de Kamerbrief Update Nederlandse inzet volgend MFK/EMB die uwKamer op korte termijn zult ontvangen, wordt nader ingegaan op deNederlandse inzet op de MFK onderhandelingen.Duidelijk is dat Oekraïne de komende jaren afhankelijk blijft van de steunvan derde landen en de internationale gemeenschap. Het is in lijn met hetNederlandse beleid om Oekraïne politiek, militair, financieel en moreelactief en onverminderd te steunen in tijd van oorlog, herstel en weder-opbouw, zolang als dat nodig is.2Recommendation of the European Systemic Risk Board of 25 September 2025 on third-countrymulti-issuer stablecoin schemes (ESRB/2025/9)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21945 De Europese Commissie heeft voor het nieuwe MFK een financieelsteunpakket voor Oekraïne voorgesteld van € 100 miljard gericht opherstel, wederopbouw en pre-toetredingssteun. De precieze vormgeving,waaronder de verhouding daarin tussen leningen en giften, is nogonderdeel van de bredere MFK-onderhandelingen.Tot slot willen de leden van de VVD-fractie nog een vraag stellen naaraanleiding van de berichtgeving over Spanje en het coronaherstelfonds inde Telegraaf van 14 mei 2026 («Miljarden uit EU-coronafonds naarpensioenen ambtenaren: linkse regering Spanje onder vuur»). Dezeberichtgeving roept behoorlijk wat vragen op bij de leden. De leden vande VVD-fractie maken zich zorgen over de doelmatigheid en transparantievan deze fondsen en vinden dat EU-geld aantoonbaar moet wordenbesteed aan de afgesproken doelen, met stevige controle en verant-woording. Deelt de Minister het standpunt van de leden van deVVD-fractie dat het onwenselijk is dat EU-geld op deze manier doorSpanje is besteed? En zo ja, is de Minister bereid dit in de EU aan tekaarten? Dit onderwerp is des te meer relevant omdat de EuropeseCommissie de systematiek van het uitbetalen van geld zoals dat gebeurtin het coronaherstelfonds, wil gebruiken voor het nieuwe MFK.De berichtgeving in de Telegraaf van 14 mei jl. refereert aan bevindingenvan de Spaanse Rekenkamer in een recent gepubliceerd rapport over deSpaanse Algemene Staatrekeningen van 20243. De Spaanse Rekenkamerconstateert dat de Spaanse regering 2,4 miljard euro aan middelen,ontvangen uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF), had ingezet voor definanciering van o.a. pensioenuitgaven. De Spaanse Rekenkamer heeftkritiek op de nationale begrotingssystematiek, specifiek de juridischeonderbouwing voor de kasschuif die ten grondslag ligt aan deze uitgaven.De Spaanse Rekenkamer heeft geen kritiek op de rechtmatige bestedingvan HVF-middelen. De Europese Commissie heeft bevestigd dat er geensprake is van onrechtmatig gebruik van HVF-middelen. Uitbetaling uit deHVF vindt plaats op basis van het behalen van vooraf geformuleerdemijlpalen en doelstellingen. De Europese Commissie heeft bevestigd datSpanje de nodige mijlpalen en doelstellingen heeft behaald die vereistwaren om deze middelen te ontvangen. Het is aan Spanje zelf om deinvesteringsprojecten waarop de mijlpalen en doelstelling betrekkinghebben te voorzien van financiering. In het geval van Spanje heeft daarbijkennelijk een kasschuif plaatsgevonden tussen vooraf geraamde nationalebegrotingsposten. Indien de kasschuif leidt tot een tekort aan financieringvoor de implementatie van overige mijlpalen en doelen, dan zal Spanjezelf middelen vrij moeten maken voor de financiering daarvan.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda van de Eurogroep en informele Ecofinraad op 22 en 23 mei 2026.Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de PVV-fractie nog enkelevragen.Allereerst willen de leden van de PVV-fractie weten welke financiëlegevolgen het niet volledig voldoen aan de mijlpalen en doelstellingen uithet Herstel- en Veerkrachtplan met zich mee kan brengen voor deschatkist. Heeft het kabinet hierbij een back-up plan, voor het gevalNederland uiteindelijk alsnog geen aanspraak kan maken op het volledigedeel uit het Europese coronafonds? Aan welke maatregelen denkt hetkabinet hierbij?3https://www.tcu.es/es/Comunicacion-y-Espacio-Divulgativo/Aprobada-la-Declaracion-de-la-Cuenta-General-del-Estado-2024/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21946 Als mijlpalen en doelstellingen niet vóór 31 augustus 2026 wordengehaald, kan Nederland te maken krijgen met een korting. De korting kanoplopen tot maximaal ruim 600 miljoen euro per niet-behaalde mijlpaal ofdoelstelling. Een korting leidt tot een tegenvaller op de ontvangstenreeksop de begroting van Buitenlandse Zaken. Binnen de begrotingsregelsgeldt dit als een generale tegenvaller die ingepast moet worden onder hetuitgavenplafond. Dit zal dan meelopen in de begrotingscyclus.Voorts vragen de leden van de PVV-fractie naar een reactie op hetgegeven dat Spanje ervan beschuldigd wordt tot tien miljard euro aanEU-herstelgelden uit de coronacrisis te hebben gebruikt om een gat in hetpensioenstelsel te dichten. Klopt het dat het niet in strijd is met de regelsom vervroegd verstrekte post-Covid-financiering te gebruiken omalgemene begrotingsbehoeften te dekken?De berichtgeving in de Telegraaf van 14 mei jl. refereert aan bevindingenvan de Spaanse Rekenkamer in een recent gepubliceerd rapport over deSpaanse Algemene Staatrekeningen van 20244. De Spaanse Rekenkamerconstateert dat de Spaanse regering 2,4 miljard euro aan middelen,ontvangen uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF), had ingezet voor definanciering van o.a. pensioenuitgaven. De Spaanse Rekenkamer heeftkritiek op de nationale begrotingssystematiek, specifiek de juridischeonderbouwing voor de kasschuif die ten grondslag lag aan deze uitgaven.De Spaanse Rekenkamer heeft geen kritiek op de rechtmatige bestedingvan HVF-middelen. De Europese Commissie heeft bevestigd dat er geensprake is van onrechtmatig gebruik van HVF-middelen. Uitbetaling uit deHVF vindt plaats op basis van het behalen van voor af geformuleerdemijlpalen en doelstellingen. De Europese Commissie heeft bevestigd datSpanje de nodige mijlpalen en doelstellingen heeft behaald die vereistwaren om deze middelen te ontvangen. Het is aan Spanje zelf om deinvesteringsprojecten waarop de mijlpalen en doelstelling betrekkinghebben te voorzien van financiering. In het geval van Spanje heeft daarbijkennelijk een kasschuif plaatsgevonden tussen vooraf geraamde nationalebegrotingsposten. Indien de kasschuif leidt tot een tekort aan financieringvoor de implementatie van overige mijlpalen en doelen, dan zal Spanjezelf middelen vrij moeten maken voor de financiering daarvan.Is de Minister het eens met de Europese Rekenkamer dat hetEU-coronafonds een gebrek aan transparantie en controlemechanismenvertoont?De Europese Rekenkamer (ERK) heeft op 6 mei jl. een rapport over detraceerbaarheid en transparantie van de herstel- en veerkrachtfaciliteit(HVF) gepubliceerd. De ERK concludeert dat de meeste lidstatenHVF-uitgaven kunnen traceren. Wel heeft de ERK kritiek op een aantalaspecten. De ERK vindt dat er een gebrek is aan openbare informatie overde ontvangers van middelen uit de HVF en heeft kritiek op de beschik-baarheid van informatie over werkelijke kosten. Daarnaast oordeelt deERK dat de efficiëntie van HVF-uitgaven onvoldoende kan wordenbeoordeeld.Het kabinet hecht waarde aan de rechtmatige en transparante uitgave vanEuropese middelen. Daarvoor zijn in de HVF-verordening verschillendebepalingen vastgesteld. Om aanspraak te maken op middelen moetenlidstaten, als onderdeel van hun herstel- en veerkrachtplan, een robuustnationaal controlesysteem opzetten. Zonder een goed werkend controle-systeem hebben lidstaten geen recht op uitbetaling. Middels4https://www.tcu.es/es/Comunicacion-y-Espacio-Divulgativo/Aprobada-la-Declaracion-de-la-Cuenta-General-del-Estado-2024/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21947 systeemaudits controleert de Europese Commissie in alle lidstaten of decontrolesystemen voldoen aan de vereisten, in het bijzonder inzake hetvoorkomen van belangenconflicten, fraude, corruptie, en dubbelefinanciering. Ook moeten lidstaten gegevens verzamelen over o.a.eindontvangers, contractanten en subcontractanten. Daarnaast houdenlidstaten een openbare lijst bij met de 100 ontvangers die de meesteHVF-middelen ontvangen. Deze verplichtingen vormen een evenwichttussen enerzijds gedegen gegevensverzameling en het voldoen aantransparantievereisten, en anderzijds de bijkomende administratievelasten.Het kabinet wil benadrukken dat de werkwijze van de HVF bewust afwijktvan andere Unie-programma’s, waar uitbetaling plaatsvindt op basis vande vergoeding van werkelijk gemaakt kosten. Uitbetaling vanHVF-middelen daarentegen vindt plaats op basis van behaalde mijlpalenen doelstellingen. Wel moeten lidstaten bij goedkeuring of wijziging vanhet HVP een gemotiveerde raming van de totale kosten van de hervor-mingen en investeringen uit het plan aandragen. De Commissie beoor-deelt deze raming op redelijkheid, aannemelijkheid en kostenefficiëntie.Dat de uiteindelijke kosten kunnen afwijken van deze raming is inherentaan de systematiek van de HVF.Het rapport van de ERK bevat waardevolle lessen ten aanzien van detraceerbaarheid en transparantie van de besteding van EU-middelen.Lidstaten zouden bijvoorbeeld op een meer uniforme en systematischemanier data kunnen verzamelen. Het kabinet neemt de lessen van de ERKmee in de onderhandelingen over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader,waarin de HVF-werkwijze terugkomt. Het kabinet heeft echter ook oogvoor de uitvoeringslasten en benadrukt dat aandacht voor uitvoerbaarheidnoodzakelijk is bij betere verantwoording, maar ook bij vereenvoudigingvan regels. Te vaak vormt de administratieve last een belemmering vooreen doeltreffende en doelmatige besteding van EU-middelen.Voorts stellen de leden van de PVV-fractie vast dat de EU vanaf 2028jaarlijks 25 miljard euro moet terugbetalen van de gezamenlijke schuld dietijdens de covidpandemie is opgebouwd. Hoe «eerlijk» is het datNederland hieraan meebetaalt?In het Commissievoorstel voor het Meerjarig Financieel Kader 2028–2034is 24 miljard euro per jaar opgenomen voor aflossing- en rentebetalingenvoor het coronaherstelfonds NGEU. In het eigenmiddelenbesluit, dat in2020 is overeengekomen, is afgesproken dat de geleende middelenuiterlijk 31 december 2058 moeten zijn afgelost en dat de rente enterugbetaling van de niet-terugbetaalbare steun worden gefinancierd uitde EU-begroting. Nederland draagt conform de afspraken uit heteigenmiddelenbesluit bij aan de EU-begroting.Verder vragen de leden van de PVV-fractie naar een reactie op deuitspraak van Christine Lagarde dat de invoering van de digitale euro «telang duurt, zoals vermeld in het Financieel Dagblad van 11 mei 2026(«Lagarde vindt invoering digitale euro te lang duren»).Het kabinet ziet meerwaarde in de introductie van de digitale euro zoalsvoorzien in de Raadspositie5. Daarom hoopt het kabinet, net als mevrouwLagarde, dat we in de EU voortgang maken met de besluitvorming overde digitale euro. In december 2025 bereikte de Raad van de Europese Uniehaar akkoord over de digitale euro. Het Europees Parlement is nog bezigmet de behandeling van het voorstel. Zodra het Europees Parlement een5Kamerstukken II, 2025–2026, 22 112, nr. 4219Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21948 positie heeft bepaald, zullen de triloogonderhandelingen tussen de Raadvan de Europese Unie en het Europees Parlement van start gaan.Kan de Minister wat betreft de invoering van de digitale euro tevens eenupdate geven of er voldaan is aan de vijf voorwaarden die het kabinet op2 februari 2023 in het verslag van een schriftelijk overleg heeft geformu-leerd, namelijk (1) duidelijke voordelen voor consumenten, bedrijven enbrede economie; (2) waarborging van privacy; (3) overeenstemming methet anti-witwasraamwerk; (4) waarborgen voor de financiële stabiliteit en(5) een niet-programmeerbare digitale euro? Zijn dit nog steeds hardevoorwaarden voor dit kabinet voor de invoering van de digitale euro?Het kabinet heeft u hierover reeds geïnformeerd in de Kamerbrief over devoortgang van Europese wetgevingsdossiers6 op 9 december jl. DeRaadspositie is voldoende in lijn met de Nederlandse inzet in hetBNC-fiche7. Dat houdt in dat de Raadspositie sterke waarborgen bevat dieovereenkomen met de voorwaarden die zijn genoemd in het verslag vaneen schriftelijk overleg op 2 februari 2023.Het ontwerp en de wetteksten van de digitale euro zijn nog niet definitief.Het Europees Parlement onderhandelt hier momenteel over, waarna detriloogfase kan beginnen.Ten slotte vragen de leden van de PVV-fractie naar een reactie op deEU-begrotingswens van € 2.200 miljard. Waar ligt voor dit kabinet deprecieze grens?De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan voor het MFK2028–2034 met een totale omvang van 1.985 miljard euro in lopendeprijzen. Het Europees Parlement heeft voorgesteld dit bedrag te verhogennaar bijna 2.200 miljard. De inzet van het Europees Parlement (EP) vooreen grotere EU-begroting dan het Commissievoorstel beoordeelt hetkabinet negatief. Zo vindt het kabinet de budgettaire impact van hetCommissievoorstel op de Nederlandse bijdrage aan de EU-begroting alonacceptabel, dat geldt dus ook voor de verhoging die het EP voorstelt. Erzijn diverse factoren die invloed hebben op de Nederlandse afdracht aande Europese begroting. De hoogte van het MFK is er daar één van. Om toteen acceptabele Nederlandse bijdrage aan het MFK te komen zet hetkabinet daarom in op een verlaging van de voorgestelde omvang van hetMeerjarig Financieel Kader (MFK), tevens moet de korting die Nederlandontvangt op de bni-afdracht behouden worden en de perceptiekostenver-goeding dient op 25% te blijven.Kan de Minister de ontwikkeling en een prognose geven van deEU-begroting (in miljarden) in de periode vanaf 2010 tot en met 2035 enaangeven hoeveel Nederland daaraan heeft bijgedragen?De Commissie publiceert op haar website een overzicht van de ontwik-keling van de EU-begroting sinds 2000, inclusief de Nederlandse bijdragedaaraan.8 Voor het huidige Meerjarig Financieel Kader (MFK) zijn derelevante cijfers tevens opgenomen in de jaarlijkse EU-begrotingen.9 Degerealiseerde en geraamde Nederlandse bijdragen zijn daarnaast terug tevinden in de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken,6Kamerstukken II, 2025–2026, 22 112, nr. 42197Kamerstukken II, 2022–2023, 22 112, nr. 3747.8https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/eu-budget/long-term-eu-budget/2021-2027/spending-and-revenue_en9Draft amending budget No 1/2026 – European CommissionTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21949 artikel 3.10 Voor de periode vanaf 2028 is nog geen overeenstemmingbereikt over een nieuw MFK. De Europese Commissie heeft voorstellengepubliceerd voor het volgende MFK en het eigenmiddelenbesluit(EMB).11 De Kamer heeft hierover een kabinetsappreciatie ontvangen.12Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de stukken tenbehoeve van de aankomende Ecofinraad en hebben daarover nog enkelevragen.De leden van de CDA-fractie volgen met belangstelling de analyse vanvoormalig ECB-president Mario Draghi over de geopolitieke positie vanEuropa, die hij onder meer heeft uitgedragen bij de uitreiking van deCharlemagne prijs (zie ook de berichtgeving van BNR van 15 mei 2026:«Voormalig ECB-topman Draghi sombert: «Europa staat er voor het eersthelemaal alleen voor»).Draghi stelt dat Europa zich moet voorbereiden op een wereld waarin deVerenigde Staten niet langer vanzelfsprekend een stabiele partner zijn enwaarin strategische afhankelijkheden opnieuw moeten worden bezien.Tevens stelt hij dat de institutionele inrichting van de Europese Unieonvoldoende aansluit op de huidige geopolitieke en economischewerkelijkheid. Kan de Minister reflecteren op deze analyse van Draghi?Draghi heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het in gang zetten vanhet debat om het EU concurrentievermogen te versterken. Draghi richtzich in zijn speech erg veel op het belang van het verdiepen van de internemarkt en kapitaalmarktunie. Dit is van belang niet alleen vanuit econo-mische, maar ook geopolitieke doeleinden. Het kabinet kan deze lijnsteunen.Bovendien erkent het kabinet dat een versnelde en meer coherente inzetop identificatie en mitigatie van risicovolle strategische afhankelijkhedennodig is. Dat vraagt om een sterk gezamenlijk optreden van de EU: doorde eigen productiviteitsgroei te verhogen, en te investeren in eigencapaciteit (promote), sterke partnerschappen met gelijkgezinde landen(partner) en gerichte, gemoderniseerde handelsdefensieve instrumenten(protect), zonder in protectionisme te vervallen.Het kabinet deelt de analyse van Draghi dat de institutionele inrichting vande EU verbeterd kan worden om de slagvaardigheid van de EU teversterken. Zoals beschreven in de BZ beleidsbrief zet het kabinet daaromin op het verbeteren van de besluitvormingsprocedures binnen hetGemeenschappelijk Buitenland- en Veiligheidsbeleid (GBVB), waarondervia meer gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming. Samen metgelijkgezinde lidstaten zet Nederland zich hiervoor in. Ook zet het kabinetzich in om – indien nodig – via nauwere samenwerking en het vormen vankopgroepen de slagvaardigheid van de EU te versterken.Deelt het kabinet de opvatting dat een slagvaardiger Europa inmiddelsook een fundamenteel financieel-economisch vraagstuk is? Op welkewijze krijgt dit onderwerp momenteel vorm binnen de Ecofinraad en debredere Europese financiële agenda?10https://www.rijksfinancien.nl/memorie-van-toelichting/2026/1SUPP/V11https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/eu-budget/long-term-eu-budget/eu-budget-2028-2034_en?prefLang=nl12https://open.overheid.nl/documenten/5263d471-8248-4ee1-970e-ae5b1c62ed79/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219410 Verstandig financieel-economisch beleid vormt een belangrijke randvoor-waarde voor een slagvaardig Europa. In de Ecofinraad wordt er regel-matig gesproken over een breed palet onderwerpen die van belang zijn indit kader, zoals begrotingsbeleid, hervormingen en investeringen,integratie van de kapitaalmarktunie, en de internationale rol van de Euro.Het kabinet benadrukt in deze discussies het belang van onder andere hetwaarborgen van schuldhoudbaarheid, prudent begrotingsbeleid, hetdoorvoeren van structurele hervormingen en prioriteren van uitgaven.De leden van de CDA-fractie hebben daarnaast enkele vragen naaraanleiding van de vorige Ecofinraad. Het stilvallen van transport via deStraat van Hormuz zet druk op energieprijzen en leveringszekerheid.Daarbij werkt de Europese Commissie aan voorstellen rond elektrificatie,energie-infrastructuur en het emissiehandelssysteem. Wanneer verwachthet kabinet concrete voorstellen van de Europese Commissie op dezeonderdelen? Welke besluitvormingstrajecten voorziet het kabinetvervolgens en op welke termijn verwacht het kabinet verdere behandelingbinnen de Raad?De Europese Commissie heeft in AccelerateEU voorstellen ten aanzienvan elektrificatie, netwerktarieven en een EU ETS herziening aange-kondigd. Ten aanzien van elektrificatie verwacht het kabinet dat eenactieplan wordt voorgesteld. Het is nog niet bekend of hier wetgevendevoorstellen aan gekoppeld worden. Dit actieplan wordt in Q2 2026verwacht. Ten aanzien van netwerktarieven heeft de Commissie in deAccelerateEU-mededeling aangekondigd om in juni 2026 met eenwetgevend voorstel te komen op netwerktarieven en energiebelasting. Hetis nog niet bekend of de huidige voorzitter van de Raad, Cyprus,voornemens is om onderhandelingen over dit wetgevend voorstel op testarten, of dat dit zal gebeuren onder Iers voorzitterschap (vanaf 1 juli).Ten aanzien van het EU ETS komt de Commissie in juli 2026 met eenvoorstel voor een herziening van het ETS-1. Hierna zullen de onderhande-lingen van start gaan. Naar verwachting vindt de eerste bespreking oppolitiek niveau plaats in de Milieuraad in oktober dit jaar.Voorts wordt gesproken over mogelijke Europese maatregelen tenaanzien van overwinsten in de olie- en gassector. Wanneer verwacht hetkabinet hierover meer duidelijkheid vanuit de Europese Commissie? Watis de inzet van het kabinet ten aanzien van eventuele Europese maatre-gelen op dit punt?De Europese Commissie heeft in de AccelerateEU mededeling van 22 apriljl. aangegeven dat Lidstaten maatregelen kunnen nemen toegespitst ophet belasten van overwinsten van olie- en gasbedrijven vanuit hetoogpunt van sociale rechtvaardigheid. De Commissie heeft aangegevengeen voorstel voor een geharmoniseerde overwinstbelasting te gaandoen, omdat dit een nationale aangelegenheid is. De Commissie zalbeslissingen van de lidstaten hiertoe respecteren en lidstaten onder-steunen met «best practices» voor de vormgeving van nationale maatre-gelen en de impact van deze maatregelen op de interne markt beoordelen.Het is van belang de komende tijd te blijven monitoren of er daadwerkelijkoverwinsten ontstaan. Het kabinet zal hier ook bij de Commissie aandachtvoor blijven vragen. Tijdens de Ecofin van 4 en 5 mei heeft Nederlandopgeroepen tot een nadere analyse van het ontstaan van eventueleoverwinsten bij olie- en gas bedrijven als gevolg van de huidige hogeprijzen. Daarnaast heeft Nederland opgeroepen op EU-niveau dejuridische mogelijkheden te verkennen voor het invoeren van eenbelasting op overwinsten als er inderdaad sprake is van overwinsten. Ookheeft Nederland in de informele Energieraad van 13 mei jl. steunuitgesproken voor een ondersteunende rol van de Commissie in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219411 verduidelijken van de juridische mogelijkheden voor het belasten vanoverwinsten.De leden van de CDA-fractie lezen voorts dat wordt gewerkt aan verderecoördinatie van nationale steunmaatregelen. Wanneer verwacht hetkabinet het overzicht van nationale maatregelen vanuit de EuropeseCommissie? Deelt het kabinet de opvatting dat grote verschillen tussenlidstaten het gelijke speelveld en de interne markt onder druk kunnenzetten? Deelt het kabinet daarnaast de zorg dat omvangrijke nationalesteunmaatregelen de houdbaarheid van Europese begrotingen verderonder druk kunnen zetten?De Europese Commissie heeft op 13 mei een catalogus gepresenteerdmet best practices van EU-lidstaten sinds 2022 met maatregelen om opkorte termijn het verbruik van olie en gas te verminderen, energie tebesparen en de productie van schone energie te verhogen. De maatre-gelen zijn volgens de Commissie breed toepasbaar binnen de EU enkunnen zowel burgers als bedrijven snel verlichting bieden, terwijl ze ookleiden tot een structurele daling van de vraag naar fossiele brandstoffen.Daarnaast heeft de Commissie in de AccelerateEU-mededeling aange-kondigd om te komen met een digitale database met nationale noodmaat-regelen die lidstaten hebben genomen. De precieze planning en opzet vandeze database zijn nog niet bekend.Het kabinet deelt de opvatting dat grote verschillen tussen lidstaten bijnationale steunmaatregelen het gelijke speelveld en de interne marktonder druk kunnen zetten. Transparantie over nationale noodmaatregelenin reactie op deze crisis kan ertoe bijdragen om het gelijke speelveld tebewaren. Daarnaast verwacht het kabinet van de Commissie dat deze zaltoetsen bij andere lidstaten of nationale maatregelen marktverstorendeeffecten hebben op de interne markt.De leden van de CDA-fractie hebben tevens vragen over de Spaar- enInvesteringsunie. Nederland behoort tot de groep van zes lidstaten dieheeft aangedrongen op versnelling van de Spaar- en Investeringsunie,inclusief het pakket voor kapitaalmarktintegratie en toezichtcentralisatie.Welke concrete stappen verwacht het kabinet de komende maanden op ditdossier? En wanneer wordt de Kamer hier weer over geïnformeerd? Waarliggen volgens het kabinet momenteel de belangrijkste politieke eninstitutionele knelpunten? Acht het kabinet een Raadsakkoord deze zomerhaalbaar?Op dit moment lopen de onderhandelingen over verschillende voorstellendie volgen uit de mededeling van de Europese Commissie over de spaar-en investeringsunie van maart 2025 nog, waaronder over hetkapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket. Uw Kamer is op18 mei jl. geïnformeerd over de bespreking van dit pakket in de Ecofinraadvan 5 mei jl. De Kamer zal op de gebruikelijke wijze worden geïnformeerdover de voortgang van de onderhandelingen. Het kabinet zet in op eenafronding van de onderhandelingen in de Raad voor deze zomer, conformde oproep van de Europese Raad van afgelopen maart om voor het eindvan het jaar overeenstemming met het Europees Parlement te bereiken.Tot slot hebben de leden van de CDA-fractie vragen over de aankomendevergadering en dan specifiek over het punt woningmarkten in relatie totconcurrentievermogen. Deze leden constateren dat binnen Europesediscussies relatief weinig aandacht bestaat voor het belang vandoorstroming op de woningmarkt. Deze leden wijzen erop dat hetstimuleren van verhuizingen onder senioren ook starters en gezinnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219412 meer kansen op de woningmarkt biedt wat ook van belang is voor onzeeconomie.Nederland kent in vergelijking met andere Europese landen relatief veelwoningvermogen bij ouderen, gecombineerd met een sterk pensioen-stelsel. Tegelijkertijd sturen Europese kaders sterk op schuldreductie enrisicobeperking, bijvoorbeeld in discussies over aflossingsvrijehypotheken. Volgens deze leden leidt dit in de praktijk tot beperktemogelijkheden om overwaarde verantwoord in te zetten ten behoeve vandoorstroming.De leden van de CDA-fractie leden vragen het kabinet daarom te reflec-teren op de mogelijkheid van zogenoemde life-cycle lending binnenbestaande Europese kaders. Deelt het kabinet de opvatting dat finan-ciering meer rekening zou kunnen houden met levensfase, pensioenin-komen en opgebouwd vermogen? Ziet het kabinet ruimte voor een brederrisicokader waarin naast inkomen ook pensioenvermogen, woningver-mogen en loan-to-value-verhoudingen worden meegewogen? Hoe kijkthet kabinet aan tegen verdere Europese harmonisatie van verzilverpro-ducten? En is het kabinet bereid de relatie tussen woningmarkt,doorstroming, arbeidsmobiliteit en macro-economisch concurrentiever-mogen actiever te agenderen binnen de Ecofinraad?De leennormen zijn gericht op verantwoorde kredietverstrekking. Daarbijwordt gekeken naar de hoogte van de lening ten opzichte van het(pensioen) inkomen van de consument (loan-to income) en de hoogte vande lening ten opzichte van de waarde van de woning (loan-to-value). Deleennormen zijn in 2025 geëvalueerd door SEO Economisch Onderzoek engrotendeels doeltreffend en volledig doelmatig bevonden. Indien deconsument vermogen heeft opgebouwd kan de consument dat vermogengebruiken om de benodigde hypotheek te verlagen. Kredietverstrekkerskunnen via maatwerk een hypotheek verstrekken aan consumenten dieniet in aanmerking komen voor een hypotheek op basis van deleennormen. De kredietverstrekker moet dan onderbouwen waarom dehypotheek toch verantwoord is voor de desbetreffende consument.Via een verzilverhypotheek kunnen consumenten de overwaarde van hunhuis gebruiken als aanvulling op hun pensioeninkomen. De verzilverhypo-theek is gericht op consumenten die de pensioengerechtigde leeftijd(bijna) hebben bereikt en weinig pensioeninkomen of vermogen hebben.Er is geen noodzaak tot verdere Europese harmonisatie van verzilverpro-ducten aangezien er geen belemmeringen zijn voor kredietverstrekkersom dergelijke producten aan te bieden. Verzilverhypotheken worden ookdoor diverse kredietverstrekkers in Nederland aangeboden.Het kabinet ziet raakvlakken tussen woningmarkt, doorstroming, arbeids-mobiliteit en macro-economisch concurrentievermogen en is bereid dezesamenhang, waar relevant, ook binnen de Ecofinraad onder de aandachtte brengen.Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda voor de Eurogroep en informele Ecofinraad van 22 en23 mei 2026.De leden van de JA21-fractie maken zich zorgen over de verslechterendemacro-economische situatie in Europa. De groeiverwachtingen zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219413 opnieuw neerwaarts bijgesteld en de eurozone groeide in het eerstekwartaal slechts beperkt. Tegelijkertijd lopen inflatieverwachtingen weerop.Daarnaast wijzen recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten en deaanhoudende spanningen rond de Straat van Hormuz op het risico vanlangdurig hogere energieprijzen, verstoringen in mondiale toeleverings-ketens en een scenario van stagflatie.De leden van de JA21-fractie constateren tevens dat vanuit de ECB wordtaangegeven dat men nog ruimte ziet om af te wachten met renteverho-gingen. Deze leden wijzen erop dat de ECB in 2021 en 2022 eveneens telaat reageerde op oplopende inflatie.Hoe beoordeelt het kabinet de risico’s van een langdurige blokkade van deStraat van Hormuz voor de Europese economie, inflatie en energievoor-ziening? Hoe kijkt het kabinet naar de recente signalen vanuit obligatie-markten, waar oplopende kapitaalmarktrentes wijzen op zorgen overhardnekkige inflatie, geopolitieke risico’s en oplopende overheids-schulden? Is de Minister niet bang dat centrale banken opnieuw achter deinflatiecurve dreigen te raken, terwijl financiële markten daar nu al opreageren met hogere kapitaalmarktrentes?Een langdurige blokkade van de Straat van Hormuz zou gepaard gaan methogere inflatie en lagere economische groei. In de meest recente ramingvan de ECB zijn de groeivooruitzichten voor de eurozone neerwaartsbijgesteld en de inflatievooruitzichten opwaarts bijgesteld. Daarbij gaathet ECB uit van drie scenario’s vanwege de onzekerheid rondom deraming (zie figuur, ECB (2026), ECB staff macroeconomic projections forthe euro area, March 2026). De exacte impact op de economische groei eninflatie zal afhangen van de duur en intensiteit van het conflict.Rentes zijn opgelopen als gevolg van hogere inflatieverwachtingen op dekorte termijn en zorgen over oplopende overheidsschulden als gevolg vansteunpakketten en lagere economische groei. De begrotingsruimte isdaarbij beperkter dan bij eerdere crises het geval was. Dit onderstreepthet belang van gerichte, tijdelijke en tijdige steunpakketten, zoalsbenadrukt door o.a. het IMF en de OESO.Voorafgaand aan het conflict stabiliseerde de inflatie in de eurozone zichrond de 2%-doelstelling. Als gevolg van de gestegen energieprijzen is deHICP-inflatie in de eurozone inmiddels opgelopen naar 3,0% in april. DeECB heeft bij de vorige rentevergadering benadrukt de ontwikkelingennauwgezet te monitoren. Daarbij gaf Lagarde aan dat de ECB krachtig zalreageren indien de inflatie aanzienlijk en langdurig van de inflatiedoel-stelling beweegt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219414 De leden van de JA21-fractie constateren daarnaast dat Italië opnieuwpleit voor verdere flexibilisering van het Stabiliteits- en Groeipactvanwege de energiecrisis. Hoe gaat Nederland concreet oppositie voerentegen pogingen om energie-uitgaven buiten het Stabiliteits- en Groeipactte plaatsen? Deelt het kabinet de opvatting dat juist in tijden van geopoli-tieke onzekerheid geloofwaardige begrotingsdiscipline essentieel is omfinanciële stabiliteit en vertrouwen op financiële markten te behouden?Het kabinet deelt de opvatting dat geloofwaardige begrotingsdiscipline intijden van geopolitieke onzekerheid essentieel is voor financiële stabiliteiten vertrouwen op financiële markten. Het verder oprekken van uitzonde-ringsclausules ondermijnt de werking en geloofwaardigheid van hetherziene begrotingsraamwerk, kort nadat hierover nieuwe afspraken zijngemaakt.Het vergroot het risico op hogere schulden en ruimere begrotingspolitiek,terwijl de huidige economische omstandigheden juist vragen omhoudbare overheidsfinanciën en gerichte inzet van middelen. Het isdaarom onwenselijk om verdere flexibiliteit binnen de begrotingsregels tecreëren.Nederland zal zich in de Eurogroep en Ecofinraad blijven uitspreken tegenpogingen om energie-uitgaven buiten het reguliere begrotingskader teplaatsen, of andere voorstellen die de begrotingsdiscipline zoals vereistonder het SGP ondergraven. Italië heeft de wens voor meer flexibiliteit inde Eurogroep van 4 mei jl. al uitgesproken. Daarbij leek de steun bijandere lidstaten voor uitbreiding van de nationale ontsnappingsclausulenaar energie-gerelateerde uitgaven zeer beperkt. Ook de Commissie zietrisico’s voor de schuldhoudbaarheid en heeft aangegeven dat het huidigeSGP-kader voldoende flexibiliteit biedt.De leden van de JA21-fractie merken op dat hogere energieprijzen inmarkteconomieën vanzelf leiden tot aanpassingen in vraag en aanbod.Juist daarom vragen deze leden zich af of aanvullende Europeselastenverzwaringen via ETS2 economisch verstandig zijn in de huidigeomstandigheden. Erkent het kabinet dat ETS2 bovenop een geopolitiekeenergieschok inflatie verder kan versterken en economische groei kanafremmen? Hoe beoordeelt het kabinet de koopkrachteffecten van ETS2voor huishoudens, mkb’ers en energie-intensieve bedrijven in eenscenario van langdurig hoge energieprijzen? Is het kabinet bereid zich inEuropees verband in te zetten voor heroverweging van ETS2 indien dehuidige energiecrisis aanhoudt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219415 De huidige geopolitieke crisis onderstreept het belang om de afhanke-lijkheid van energiebronnen uit het buitenland te verminderen. Het ETS2is een belangrijk onderdeel van het Europese Fit-for-55 pakket en draagtop een kosteneffectieve manier bij aan het behalen van de klimaatdoelenen het verminderen van de afhankelijkheid van het buitenland. Het ETS2heeft daarnaast waarborgen om het risico op te hoge prijzen te verkleinen.Eind vorig jaar heeft de Europese Commissie voorstellen gepubliceerd omde prijsstabiliteit en voorspelbaarheid van ETS2 verder te vergroten.Onderdeel hiervan was ook het versterken van het prijsbeheersingsme-chanisme, waarmee de hoeveelheid rechten die op de markt wordengebracht is verdubbeld in geval dat het prijsniveau wordt overschreden.Daarnaast heeft de Commissie aangegeven sowieso gebruik te maken vande discretionaire bevoegdheid als het prijsniveau binnen een jaar eentweede keer wordt overschreden. Het kabinet vindt deze versterking vanhet prijsbeheersingsmechanisme voldoende om aan deze zorgentegemoet te komen. Tot slot worden de opbrengsten onder anderegebruikt om het Social Climate Fund te financieren. Dat fonds is gericht ophet ondersteunen van de financieel kwetsbare huishoudens en micro-ondernemingen. Zoals gebruikelijk weegt het kabinet het algehelekoopkrachtbeeld in augustus.Op 10 december 2025 is door de Raad en het Europees Parlementbesloten om de inleverplicht en veilingen onder ETS2 met een jaar uit testellen, naar 1 januari 2028.De leden van de JA21-fractie blijven kritisch op de digitale euro. Zijconstateren dat private Europese marktpartijen via het EuropeanPayments Initiative reeds werken aan Europese betaalsoevereiniteitzonder publieke Europese betaalinfrastructuur. Hoe beoordeelt het kabinetde ontwikkeling van private Europese betaalinitiatieven zoals hetEuropean Payments Initiative?Waarom acht het kabinet de digitale euro nog noodzakelijk naast dezemarktontwikkelingen? Hoe beoordeelt het kabinet de waarschuwingenvan Europese banken over de hoge implementatiekosten van de digitaleeuro? Klopt het dat banken en betaaldienstverleners fors moeteninvesteren in wallets, infrastructuur, compliance en klantenservice voor dedigitale euro?Het is nog niet duidelijk hoe hoog de kosten precies zullen zijn. Dit hangtook af van de ontwerpkeuzes waarover nog wordt onderhandeld. Bankenen betaaldienstverleners zullen een rol krijgen in de distributie van dedigitale euro en moeten daarvoor de nodige investeringen doen. Hetkabinet vindt het daarom passend dat zij deze kosten uiteindelijk kunnenterugverdienen. Het Raadsakkoord waarborgt dit, terwijl tegelijkertijdwordt voorkomen dat winkeliers met te hoge kosten worden geconfron-teerd.Daarnaast benadrukt het kabinet dat de digitale euro tevens baten heeft.Zo kunnen de offline functionaliteiten omzetderving bij pinstoringenvoorkomen of verminderen. Verder zijn er ook niet-kwantificeerbare baten,zoals het vergroten van onze strategische autonomie en weerbaarheid.De ECB stelt dat de digitale euro voor basisgebruik gratis moet zijn. Kanhet kabinet aangeven wie uiteindelijk de implementatie- en operationelekosten van de digitale euro zal dragen? Hoe voorkomt het kabinet datimplementatiekosten uiteindelijk worden doorberekend aan winkeliers,webshops, rekeninghouders en consumenten? Is het kabinet bereid zichervoor in te zetten dat invoering van de digitale euro alleen plaatsvindtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219416 indien sprake is van aantoonbare kostenneutraliteit voor ondernemers enconsumenten?De voorstellen voor de digitale euro voorzien inderdaad dat bepaaldebasisdiensten gratis zijn voor consumenten, zoals het openen van eendigitale-eurorekening of het doen van betalingen. Met het uitrollen van dedigitale euro gaan kosten gepaard. Deze kosten worden verdeeld tussenwinkeliers en betaaldienstverleners, waarbij ook het Eurosysteem eendeel voor zijn rekening zal nemen.De Europese onderhandelingen over de vormgeving van de digitale eurolopen nog, waaronder over het kostenmodel. In de Raadspositie isopgenomen dat kosten voor winkeliers in de eerste jaren niet hogermogen zijn dan kosten van vergelijkbare betaalmiddelen. Het kabinetvindt het echter ook belangrijk dat banken hun kosten op termijn kunnenterugverdienen. Daarom vindt het kabinet het passend dat de maximaletarieven op den duur worden herzien op basis van de daadwerkelijkekosten van een transactie. Het kabinet vindt de baten die de digitale euroheeft belangrijk voor Nederland en Europa. Het is aanvaardbaar dat hierkosten mee gepaard gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219417

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 90ab165c0ea5c8ec

14 okt 2026 · 45eadb8a1b7e4c43

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.