KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 3 feb 2026 · Tweede Kamer

Antwoord op vragen van het lid Ceder over het bericht ‘Koop nu, baal later: hoe Klarna-klanten vastlopen in dubieuze incasso-trajecten’

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden1017Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid over het bericht «Koop nu, baal later: hoe Klarna-klantenvastlopen in dubieuze incassotrajecten» (ingezonden 12 november 2025).Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid) (ontvangen3 februari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,nr. 538.Vraag 1Bent u bekend met de werkwijze van incassobedrijven, zoals Alektum (aanwie BNPL-bedrijf (Buy Now Pay Later) Klarna vorderingen heeft overgedra-gen), die duizenden rechtszaken aanhangig maken, vaak zonder deugdelijkeonderbouwing, niet verschijnen bij de rechtbank en schuldenaren confronte-ren met torenhoge rente- en incassokosten?1Antwoord 1Ik ben bekend met de beschrijving hierover in het artikel van Follow theMoney van 8 november 2025. Dit beeld is ook terug te zien in verschillenderechterlijke uitspraken, zoals gepubliceerd op rechtspraak.nl.Vraag 2 en 3Hoe beoordeelt u deze handelwijze in het licht van de beginselen van eenbehoorlijke procesorde en de bescherming van schuldenaren? In hoeverre ishier volgens u sprake van (structureel) misbruik van procesrecht?Kunt u toelichten welke maatregelen momenteel bestaan om te voorkomendat incassobureaus op dergelijke wijze misbruik maken van het rechtssys-teem?Antwoord 2 en 3Het is aan de rechter om te beoordelen of er bij de handelwijze van incasso-bedrijven zoals Alektum sprake is van misbruik van procesrecht. Dit zal perindividueel geval door de rechter moeten worden beoordeeld.Hieronder benoem ik een aantal verschillende (wettelijke) waarborgen in hetrechtssysteem die ervoor zorgen dat het incasseren van private vorderingen1Follow the Money, 8 november 2025, «Koop nu, baal later: hoe Klarna-klanten vastlopen indubieuze incassotrajecten», https://www.ftm.nl/artikelen/schaduwkant-achteraf-betalen-klarna-alektum?utm_medium=social&utm_campaign=sharebuttonnietleden ah-tk-20252026-1017ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 goed verloopt en er geen misbruik wordt gemaakt van het procesrecht. Dezewaarborgen zien zowel op de buitengerechtelijke incassofase als op degerechtelijke fase.In het algemeen geldt dat een schuldeiser en schuldenaar zich jegens elkaardienen te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid(artikel 6:2 Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). Dat geldt evenzeer voorincassodienstverleners.Per 1 april 2024 geldt de Wet kwaliteit incassodienstverlening (Wki). Deze stelteisen aan incassodienstverleners, onder meer voor de communicatie metschuldenaren, de informatie die aan hen moet worden verstrekt, de adminis-tratie van dossiers en de deskundigheid van personeel. De Wki is vantoepassing op buitengerechtelijke incassowerkzaamheden die worden verrichtbij in Nederland woonachtige natuurlijke personen voor een derde of naoverdracht van een vordering. Dit betekent dat wanneer een partij voor of alsrechtsopvolger van de (oorspronkelijke) schuldeiser een vordering buitenge-rechtelijk probeert te incasseren bij een natuurlijk persoon, deze werkzaamhe-den onder de reikwijdte van de Wki vallen.2 Onder buitengerechtelijkeincassowerkzaamheden wordt onder andere verstaan het bellen en/ofschriftelijk aanmanen van de schuldenaar, ongeacht of hiervoor bij deschuldenaar kosten in rekening worden gebracht. De Inspectie Justitie enVeiligheid houdt toezicht op naleving van de eisen die de Wki aan dezeondernemingen stelt.Als een vordering niet buitengerechtelijk wordt voldaan, kan de schuldeisereen gerechtelijke procedure starten. Het uitgangspunt is dat eenieder inbeginsel toegang heeft tot de rechter, zolang diegene voldoende belang bijeen rechtsvordering heeft.3 Het burgerlijk procesrecht bevat meerderewettelijke waarborgen die moeten voorkomen dat partijen procederen zonderdeugdelijke onderbouwing of wanneer zij daar, gelet op de onevenredigheidtussen de betrokken belangen, in redelijkheid geen belang bij hebben («geenbelang, geen actie»). Van misbruik van procesbevoegdheid is niet snel sprake.Het enkele feit dat een vordering weinig kans maakt, levert geen misbruik vanprocesrecht op. De rechter kan besluiten om een vordering af te wijzen indienwordt geconstateerd dat er misbruik wordt gemaakt van het procesrecht.4Hiervan kan sprake zijn als een eisende partij zijn vordering baseert op feitenen omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde tekennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat dezegeen kans van slagen hadden en hij in redelijkheid niet tot het instellen vande rechtsvordering had kunnen komen.5 De rechter past dit principeterughoudend toe, gelet op het belang van de toegang tot de rechter.Daarnaast kan de rechter tot het oordeel komen dat er sprake is vanrauwelijks dagvaarden. Hierbij wordt een schuldenaar zonder voorafgaandemogelijkheid tot een buitengerechtelijke oplossing gedagvaard. Indiendaarvan sprake is, kan dit aanleiding zijn voor een afwijkende proceskosten-veroordeling, omdat van een schuldeiser mag worden verwacht dat hij geenonnodige kosten veroorzaakt.De rechter kan voorts een hardheidsclausule toepassen bijvoorbeeld wanneerenkel wordt geprocedeerd om een executoriale titel te verkrijgen voor hetgeval een overeengekomen betalingsregeling niet zou worden nagekomen, ofwanneer – zoals hiervoor toegelicht – sprake is van rauwelijks dagvaarden.6Daar komt bij dat rechters in zaken ter bescherming van consumentenambtshalve toetsen of personen die handelen in de uitoefening van eenberoep of bedrijf (handelaren) hebben voldaan aan de dwingendrechtelijkeverplichtingen van het consumentenrecht. Dit omvat onder meer de toetsingvan algemene voorwaarden (oneerlijke bedingen) en de naleving vanwettelijke informatieplichten, zoals onder andere de correcte toepassing vande wettelijke incassokosten en de onderbouwing van de gevorderde kosten.2Artikel 2 onder b van de Wki3Artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek4Artikel 3:13 Burgerlijk Wetboek5Zie voor een toelichting op de toepassing van «misbruik van procesrecht» of «geen belang,geen rechtsvordering» in het geval van strategische rechtszaken tegen publieke participatie vanjournalisten, niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), wetenschappers en maatschappelijkeorganisaties (in het Engels «strategic lawsuits against public participation» (SLAPPs)): Kamer-stukken II 2024–2025, 36 731, nr. 3.6Artikel 237, lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 Indien deze verplichtingen niet zijn nageleefd, kan de rechter de vorderinggeheel of gedeeltelijk afwijzen.Vraag 4Op welke wijze heeft u de aangenomen motie Ceder c.s. (Kamerstuk 35 915,nr. 27) afgedaan? Acht u de genomen maatregelen afdoende om hetdoorverkopen van schulden als verdienmodel te hebben bestreden? Zo nee,welke maatregelen bent u voornemens te nemen en/of te laten onderzoeken?Antwoord 4Schulden mogen geen verdienmodel zijn. Alle stappen binnen de keten zijnopzichzelfstaand gerechtvaardigd, maar kunnen alsoptelsom soms tot excessen leiden. In de Kamerbrief Aanpak Civieleinvordering Kamerstukken II, 2024/25, 24 515, nr. 798. zijn maatregelenaangekondigd, waaronder het collectief afbetalingsplan, de zorgplicht voorgerechtsdeurwaarders en de herziening van de financierings- en tariefstruc-tuur van gerechtsdeurwaarders. Deze maatregelen zijn erop gericht om dekostenoploop voor de schuldenaar te beperken en onwenselijke verdienprik-kels in het invorderingsproces tegen te gaan. In lijn met de toezegging aanuw Kamer is recent de wetsevaluatie van de Wet normering buitengerechte-lijke incassokosten (WIK) door het WODC gestart.7 De Kamer wordt in deeerste helft van 2026 nader geïnformeerd over de verdere uitwerking van demaatregelen.Zoals in de brief aan uw Kamer van 29 maart 20248 uiteen is gezet, is deverkoop en overdracht van vorderingen een gebruikelijke handeling in hethandelsverkeer die bijdraagt aan solvabiliteit en liquiditeit van ondernemin-gen. In die brief is uiteengezet dat de verkoop van vorderingen een breedpalet aan varianten omvat en ook veel positieve effecten heeft. Daarbij komtdat de oploop van kosten in het traject van invordering geen verband houdtmet de verkoop van de vorderingen, maar met de inning van een vordering.Verdere kostenoploop door invorderingsmaatregelen die niet meer bijdraagtaan het komen tot betaling van de hoofdsom kan leiden tot een ongewenstverdienmodel.9 De maatregelen zijn er dan ook op gericht deze kostenoploopaan te pakken.Tevens verzocht de motie Ceder c.s. om concrete maatregelen uit te werkenwaarmee de te vorderen rente bij schulden jegens consumenten wordtgemaximeerd. Dit onderwerp is ook aan de orde gekomen tijdens hetCommissiedebat armoede- en schuldenbeleid op 22 mei 2025.10 De voorma-lig Staatssecretaris Rechtsbescherming heeft aan de Kamer toegezegd om teidentificeren of er situaties zijn waarin sprake is van disproportionelerenteoploop die in het individuele geval door het wettelijk kader onvoldoendegeadresseerd kan worden. Hierbij is specifiek het veld (evenals uw Kamer)uitgenodigd om casuïstiek aan te reiken. Tot dusver zijn er nog geen concretecasussen gemeld.Vraag 5 en 6Bent u bekend met de algemene consumentenvoorwaarden van Klarna,waarin staat dat de vordering van de (web)winkel op de consument wordtovergedragen aan Klarna Bank AB? Deelt u dat een dergelijke overdracht vaneen vordering valt onder de reikwijdte van artikel 2, sub b, van de Wetkwaliteit incassodienstverlening?11Bent u van mening dat de activiteiten van Klarna onder de Wet kwaliteitincassodienstverlening vallen? Zo ja, voldoet het bedrijf, naar uw oordeel,aan de verplichtingen die de wet stelt? Is het juist dat Klarna niet geregi-streerd staat in het register van incassodienstverleners?7Deze toezegging is gedaan naar aanleiding van de aangehouden motie van de leden Lahlah(PvdA-GL) en Ceder (CU) waarin de regering wordt verzocht om de wettelijke incassokosten teverlagen en daarbij de tarieven in landen als Zweden en Duitsland als voorbeeld te nemen(24 515, nr. 789).8Kamerstukken II, 2023/24, 24 515, nr. 757.9Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 798.10Debat Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting op 22 mei 2025kst-24515-800.pdf11Klarna, 5 mei 2025, «Koop nu – Betaal later», Klarna: Koop nu – Betaal laterTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3 Antwoord 5 en 6Ik ben bekend met het feit dat Klarna verschillende sets algemene voorwaar-den hanteert voor de uiteenlopende betaalmethoden die zij aanbiedt.12 Eenvan die betaalmethoden betreft Buy Now Pay Later (hierna: BNPL). Hierbijgaat Klarna als BNPL-aanbieder een kredietovereenkomst aan met deconsument én neemt daarbij de vordering over uit de consumentenovereen-komst (een koopovereenkomst of overeenkomst tot het verrichten vandiensten) van de handelaar (derde partij) waarmee de consument deconsumentenovereenkomst is aangegaan.13Doordat sprake is van overdracht van een vordering vallen eventuele doorKlarna verrichte buitengerechtelijke incassowerkzaamheden die voortvloeienuit BNPL-overeenkomsten onder de reikwijdte van de Wki en rust op Klarnain beginsel een registratieplicht. Klarna staat op het moment dat deze vragenworden beantwoord niet in het register van incassodienstverlening.14 Ik hechteraan te benadrukken dat het oordeel of het bedrijf voldoet aan de verplich-tingen die de Wki stelt bij de Inspectie van Justitie en Veiligheid ligt en nietbij mij.De toezichthouder kan op grond van artikel 3 Wki (de registratieplicht)handhavend optreden. Verder is de registratieplicht strafrechtelijk gesanctio-neerd in de Wet op de economische delicten.Vraag 7Bent u bekend met het feit dat Klarna, in het kader van haar BNPL-activiteiten, aan consumenten betalingsherinneringen en aanmaningenverstuurt wanneer facturen onbetaald blijven? Deelt u de opvatting dat hetversturen van herinneringen en aanmaningen moet worden aangemerkt alshet verrichten van «buitengerechtelijke incassowerkzaamheden» in de zin vanartikel 1 van de Wet kwaliteit incassodienstverlening?Antwoord 7Ja, ik ben bekend met het versturen van dergelijke betalingsherinneringen enaanmaningen. In de door vier BNPL-aanbieders opgestelde GedragscodeBNPL is onder meer afgesproken dat consumenten kosteloos minimaal éénbetalingsherinnering ontvangen. Zoals in antwoord op vragen 2 en 3 isaangegeven, vallen het opnemen van contact en het sturen van betalings-herinneringen en aanmaningen voor een derde of na overdracht van eenvordering onder de Wki.15Vraag 8Is het correct dat de reikwijdte van de wet gebaseerd is op de feitelijkeuitvoering van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden richting natuurlijkepersonen, ongeacht door wie deze worden uitgevoerd? Zijn er organisatiesuitgezonderd van de reikwijdte van deze wet?Antwoord 8Ja, de Wki heeft betrekking op de uitvoering van buitengerechtelijkeincassowerkzaamheden met betrekking tot voldoening door in Nederlandwoonachtige natuurlijke personen (zie vraag 6). De enige structureleuitzondering betreft publiekrechtelijke incassanten zoals het CJIB en dezogenoemde zelfincassanten. Dit zijn de primaire schuldeisers die de eigenvorderingen zelf innen in plaats van de buitengerechtelijke incassowerkzaam-heden uitbesteden aan een geregistreerde incassodienstverlener. Dat wilzeggen dat op deze partijen geen registratieplicht rust. Deze schuldeisersdienen zich te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid enbillijkheid.12https://www.klarna.com/nl/voorwaarden/13Zie onder meer de uitspraken van de Rechtbank Midden-Nederland: ECLI:NL-:RBMNE:2025:2054; ECLI:NL:RBMNE:2025:2056; ECLI:NL:RBMNE:2025:2057; ECLI:NL-:RBMNE:2025:2059.14https://www.justis.nl/registers/register-incassodienstverlening15Kamerstukken II, 2020/21, 35 733, nr. 3Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel4 Vraag 9 en 10Klopt het, zoals in het artikel gepubliceerd door Follow the Money staat, dat uin gesprek bent met het bedrijf Klarna over de naleving van de Wet kwaliteitincassodienstverlening?Wat is de reden voor dit overleg? Is het gebruikelijk en wenselijk dat eroverleg plaatsvindt tussen u en een bedrijf over naleving van de wet? Wat ishierin de rol van de Inspectie Justitie en Veiligheid? Is de Inspectie (al danniet op handhavende wijze) betrokken bij dit overleg?Antwoord 9 en 10Nee, dat klopt niet. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is niet in gesprekmet Klarna over de naleving van de Wet kwaliteit incassodienstverlening(Wki). Dat acht ik ook niet wenselijk. Zoals ik hiervoor in antwoord op vraag 6heb benadrukt, is dit ook niet aan mij. Wel heeft mijn ministerie eentoelichting gegeven aan onder andere Klarna over de civielrechtelijkegevolgen en wat in de memorie van toelichting bij de Wki is opgenomen overde definitie van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden, ongeacht of voordeze werkzaamheden kosten in rekening worden gebracht bij de schuldenaar.Dit nadat in een regulier overleg met de Vereniging van financieringsonderne-mingen in Nederland (Vfn) was aangegeven dat schuldeisers een belangrijkerol hebben in het naleven van de wet door enkel incassowerkzaamheden telaten verrichten door geregistreerde partijen. Ook omdat hier vanaf 1 oktober2026 civielrechtelijke gevolgen aan verbonden zijn die ook impact hebben opde schuldeisers zelf.Omdat het gesprek een toelichtend karakter had en niet zag op een beoorde-ling van de werkwijze van Klarna, is ervoor gekozen de Inspectie niet bij hetgesprek te betrekken.Vraag 11Kunt u aangeven waarom met Klarna wordt «overlegd» terwijl in hetnieuwsbericht van de Inspectie Justitie en Veiligheid staat dat «incassodienst-verleners die niet zijn geregistreerd hun werkzaamheden met onmiddellijkeingang [moeten] staken en gestaakt houden»?16Antwoord 11Zoals ik heb aangegeven in het antwoord op de vragen 9 en 10 heb ik geenoverleg gehad met Klarna over haar naleving van de Wki.Op grond van artikel 4 van de Wet kwaliteit incassodienstverlening (Wki), ishet verboden voor incassodienstverleners zonder geldige registratiebuitengerechtelijke incassowerkzaamheden te verrichten of aan te bieden. Ditwordt eveneens benadrukt in het nieuwsbericht van de Inspectie Justitie enVeiligheid. In dit kader wil ik toevoegen dat het van groot belang is dat ookBNPL- partijen (waaronder Klarna) zich alsnog inschrijven als zij hunincassowerkzaamheden in de toekomst willen continueren.Vraag 12Klopt het dat het overtreden van de registratieplicht in het incassoregisterwordt aangemerkt als een economisch delict in de zin van de Wet op deeconomische delicten (WED)? Kunnen burgers in dit geval zelf aangifte doenvan een vermoedelijke overtreding van deze registratieplicht door eenincassodienstverlener?Antwoord 12Ja, het overtreden van de registratieplicht is een economisch delict op grondvan de Wet op de economische delicten.17 Het Openbaar Ministerie (hiernaOM) is bevoegd hiertegen op te treden. Iedereen die een vermoeden heeftvan het niet naleven door een incassobedrijf van de registratieplicht in de zinvan de Wki kan daarvan aangifte doen bij de politie.16Inspectie Justitie en Veiligheid, 17 juli 2025, «Controle op registratieplicht incassodienstver-leners», Controle op registratieplicht incassodienstverleners | Inspectie Justitie en Veiligheid17Artikel 1, onder 4° van de Wet op economische delicten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel5 De Inspectie JenV ziet erop toe dat de incassosector de registratieplichtnaleeft en heeft eveneens een meldpunt Wki, zodat burgers met individueleproblemen met een incassodienstverlener hiervan melding kunnen maken.18Vraag 13Op welke wijze wordt er gehandhaafd op de Wet kwaliteit incassodienstverle-ning? Kunt u cijfers delen van de hoeveelheid boetes et cetera die zijnopgelegd?Antwoord 13De Inspectie JenV beschikt over verschillende handhavingsinstrumenten,waaronder de last onder dwangsom, bestuurlijke boete en doorhaling en/ofschorsing van een registratie. Naast dit formele handhavingsinstrumentariumbeschikt de Inspectie JenV ook over informele instrumenten zoals het voerenvan een normoverdragend gesprek met een onderneming en het uitdelen vanwaarschuwingen. In het geval het geboden is om strafrechtelijk op te treden,is het OM aan zet.De Inspectie heeft in 2025 tot op heden vijftien keer geïntervenieerd naaraanleiding van geconstateerde overtredingen. In elf gevallen betrof het deinzet van een informeel handhavingsinstrument (waarschuwingsbrief en/ofnormoverdragend gesprek) en in vier gevallen de inzet van een formeelhandhavingsinstrument (last onder dwangsom of bestuurlijke boete).Vraag 14 en 15Heeft de Inspectie Justitie en Veiligheid volgens u voldoende instrumenten encapaciteit om adequaat te kunnen handhaven om een afschrikwekkendewerking te hebben waardoor bedrijven zich genoodzaakt voelen om tevoldoen aan de wet?Wat vindt u van de suggestie die gedaan wordt in het artikel om de wetge-ving aan te scherpen ten aanzien van de wijze waarop zogeheten BNPL-bedrijven mogen samenwerken met incassobureaus? Bent u bereid teonderzoeken of aanvullende regelgeving of toezicht nodig is om consumen-ten beter te beschermen tegen agressieve incassopraktijken in deze sector?Antwoord 14 en 15De Inspectie JenV heeft bij het ministerie kenbaar gemaakt dat zij voor eeneffectieve uitvoering van haar toezichtstaak aanvullende instrumenten encapaciteit wenselijk acht. In 2026 heb ik, net als vorig jaar, met het oog opeen effectieve uitvoering extra middelen beschikbaar gesteld voor deInspectie JenV ter ondersteuning van haar toezichttaak, waaronder vooruitbreiding van capaciteit en het Meldpunt Wki van de Inspectie JenV.Ook herkent de Inspectie JenV dat de reikwijdte van de Wki in de praktijk totvragen en knelpunten leidt. In dat kader wil ik benoemen dat de Invoerings-toets Wki waarin de knelpunten uit de uitvoeringspraktijk zijn geïnventari-seerd nagenoeg af is en dat ik momenteel werk aan de kabinetsreactiedaarop. De reikwijdte van de wet vormt een expliciet onderdeel van dezetoets. Ik verwacht de resultaten dit voorjaar aan uw Kamer te sturen. Ik wilhier nog niet op vooruitlopen. Vooralsnog ga ik ervan uit dat de huidigewetgeving voldoende instrumentarium biedt om de kwaliteit van incasso-dienstverlening te verbeteren. Tegelijkertijd zal de opgedane ervaring in depraktijk met het toezicht de komende periode moeten uitwijzen of dezeinstrumenten in de uitvoering toereikend zijn.Op basis van deze bevindingen kan bij de evaluatie van de wet wordenbeoordeeld of aanvullende regelgeving en toezicht noodzakelijk is. Bovendientreedt het laatste onderdeel van de wet – de civielrechtelijke gevolgen – pasop 1 oktober 2026 in werking.18https://www.inspectie-jenv.nl/toezichtgebieden/t/toezicht-op-de-incassomarktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel6

Versie 1d53dc1fa120a7f61d42dd19cf3094a6dbadb19e4d7a999d36e6a91adffb25df · Officiële bron.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.