Eindrapport over het Nationaal Programma Onderwijs - funderend onderwijs
Brontekst
Versie 9f53b8b2203e561a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 293Primair Onderwijs31 289Voortgezet Onderwijs25 295InfectieziektenbestrijdingNr. 858 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 december 2025In maart 2020 brak de COVID-19-pandemie in ons land uit. De pandemieveranderde veel, ook in het funderend onderwijs. Op meerdere momentenwaren klaslokalen grotendeels leeg en kregen leerlingen afstandson-derwijs. Ondanks alle inspanningen van onderwijspersoneel, leerlingen enouders, had de pandemie direct grote gevolgen voor leerlingen. Een grootdeel van de leerlingen liep een leervertraging op en de kansenongelijkheidwerd vergroot. Ook stond het welbevinden van veel leerlingen onder druk.Deze uitdagingen voor het onderwijs kwamen bovenop een neerwaartsetrend in onderwijsprestaties in de jaren voorafgaand aan corona. Daaromis in 2021 besloten tot het Nationaal Programma Onderwijs (hierna: NPOnderwijs). Het programma richtte zich op het herstellen van door depandemie ontstane leervertragingen, het verminderde welbevinden en deverminderde kansengelijkheid van leerlingen. Alle scholen en gemeentenin Nederland ontvingen geld uit het programma. Eind schooljaar2024–2025 liep het programma af.Sinds de start van het NP Onderwijs hebben scholen en gemeenten allesop alles gezet om het onderwijs zo goed mogelijk door te laten gaan en tezorgen voor herstel. De belangrijkste conclusies die uit de evaluatie vanhet NP Onderwijs naar voren komen zijn1:1.Leervertragingen door de pandemie zijn voor leerlingen in hetbasisonderwijs ingehaald. Leerprestaties zijn hier weer op niveau vanvoor de pandemie.2.Leerprestaties in het voortgezet onderwijs geven een wisselend beeldweer en vragen om blijvende aandacht.1Het precieze effect van het NP Onderwijs is moeilijk te bepalen. We kunnen immers niet wetenwat er gebeurd zou zijn zonder het NP Onderwijs. Ook weten we niet precies wat de invloedwas van andere ontwikkelingen in het onderwijs en de maatschappij. Door middel vanverschillende onderzoeken zijn de opbrengsten van het NP Onderwijs zo goed mogelijkgeprobeerd in kaart te brengen. kst-31293-858ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8581 3.De terugval in kansengelijkheid door de pandemie in het basisonder-wijs is ingelopen. Ondanks dat een crisis vaak juist kwetsbareleerlingen meer treft, zijn scholen in het basisonderwijs in Nederlanderin geslaagd dit tijdens de looptijd van het NP Onderwijs geheel tekeren.4.Leren staat niet los van welbevinden. Er is herstel zichtbaar in hetwelbevinden van leerlingen en schoolleiders en personeelsledengeven aan meer aandacht te hebben voor welbevinden; dit is goedvoor het welzijn van leerlingen en een randvoorwaarde voor goedeleerprestaties.Deze opbrengsten zijn een directe weerspiegeling van de tomeloze inzeten toewijding van scholen, besturen en andere onderwijsprofessionals.Terwijl de pandemie aan het begin van het NP Onderwijs weer oplaaide,hebben zij het programma direct omarmd. Daar wil ik mijn waardering endank voor uitspreken. Ook de opzet van het programma, waarin evidence-informed werken gestimuleerd werd en het geld terecht kwam waar hethet hardst nodig was, hielpen hierbij.In het vervolg van deze brief wordt dieper ingegaan op de hierbovengenoemde conclusies. De Kamer is via zes voortgangsrapportagesjaarlijks geïnformeerd over de voortgang. De eindrapportage van het NPOnderwijs en de onderzoeksrapporten die in deze brief centraal staan, zijnals bijlage bij deze brief opgenomen. In 2026 volgen nog: de laatsteverantwoordingsgegevens over 2025, schoolloopbanenrapport 2026 NPOnderwijs en de verdiepende analyse tussen welbevinden enschoolloopbanen.LeeswijzerIn deze brief wordt eerst teruggeblikt op de aanleiding en het doel van hetNP Onderwijs. Vervolgens wordt ingegaan op de opbrengsten en geleerdelessen van het programma.1. Een integraal programma voor herstel van leerprestaties enwelbevinden De COVID-19-pandemie veroorzaakte wereldwijd een grote verschuivingin het onderwijs2. Door plotselinge schoolsluitingen moesten scholenrazendsnel overschakelen op afstandsonderwijs, wat hen voor immenseuitdagingen stelde. Naast de logistieke en didactische uitdagingen, zorgdeook de uitval van ziek personeel en leerlingen voor verstoringen in hetleerproces. Bovendien leidde de crisis tot een pijnlijk tekort aan sociaalcontact tussen leerlingen onderling. De impact hiervan werd snelzichtbaar. Leerlingen kregen te maken met grote leervertragingen, hunwelbevinden stond steeds meer onder druk en de kansengelijkheid vanleerlingen verminderde. Het basisonderwijs en speciaal (basis) onderwijszijn in totaal 13 weken gesloten geweest3. Het basisonderwijs is daarbijook 4 weken gedeeltelijk gesloten (50%) geweest. Het voortgezetonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs zijn in totaal 18 wekengesloten geweest. Daarbij heeft gedurende 15 weken een afstandsmaat-regel van 1,5 meter gegolden in het vo en vso, waardoor niet alleleerlingen tegelijkertijd op school konden zijn4. De gevolgen van deze2François, M. en K. de Witte (2025). Addressing Learning deficits and Student Well-being:International Insights for the Evaluation of the Dutch National Education Programme. Katho-lieke Universiteit Leuven, Leuven Economics of Education Research (LEER): Leuven.3Kinderen in een kwetsbare positie en kinderen van ouders/verzorgers met een cruciaal beroepmochten altijd naar school komen.4Specifieke groepen leerlingen, bv in een kwetsbare positie of examenleerlingen, mochten altijdnaar school komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8582 schoolsluitingen werden snel duidelijk. Onderzoek liet bijvoorbeeld al snelzien dat de eerste schoolsluiting gemiddeld tot 7–8 weken leervertragingin het basisonderwijs leidde5.De urgentie om deze problemen aan te pakken was groot. Onder anderedoor de Kamer, maar ook door gemeenten en het onderwijs zelf, werdopgeroepen om tot een steunprogramma voor het onderwijs te komen.Begin 2021, nog tijdens de pandemie, kwam daardoor het NP Onderwijstot stand. Vanwege de urgentie moest het geld zo snel mogelijk bijscholen terechtkomen. Daarom is ervoor gekozen het meeste geld viaaanvullende bekostiging uit te keren. Het alternatief, een subsidie, zouondoenlijk zijn geweest voor scholen in deze crisisperiode. Via het NPOnderwijs stelde het kabinet € 8,5 miljard beschikbaar voor het heleonderwijs, van funderend tot hoger onderwijs. Voor het funderendonderwijs was in totaal € 5,8 miljard beschikbaar. Dit geld werd ingezetom de doelen van het NP Onderwijs te realiseren:1.De leerprestaties van leerlingen zo snel mogelijk, maar in ieder gevalaan het einde van het NP Onderwijs, weer op het pre-COVID-19 peil tekrijgen.2.Scholen mitigeren en/of voorkomen de impact van de pandemie op deschoolloopbanen van leerlingen, en doen dit voor het einde van het NPOnderwijs.3.De kansenongelijkheid, die tijdens de pandemie is toegenomen, isvoor het eind van het NP Onderwijs hersteld. Dit geldt zowel voor deleerprestaties als voor de schoolloopbanen van leerlingen.4.Scholen hebben tijdens het programma aandacht voor het welbevin-den, de executieve vaardigheden en sociaal-emotionele ontwikkelingvan leerlingen.Het NP Onderwijs kwam in korte tijd en onder aanzienlijke tijdsdruk totstand. Dat maakt het des te bijzonder dat via het programma nieuwewerkwijzen op grote schaal zijn toegepast. Zo was het NP Onderwijs heteerste programma in Nederland waarin scholen dringend werd geadvi-seerd gebruik te maken van effectieve interventies, die zijn onderbouwdmet wetenschappelijke kennis. Ook zijn in de beginfase van hetprogramma heldere doelen geformuleerd, die via uitgebreide monitoringtijdens de hele looptijd van het programma zijn gevolgd; iets datvoorheen ongebruikelijk was bij onderwijsinvesteringen. De AlgemeneRekenkamer beschreef deze doelen dan ook als een doorbraak in hetdenken over de relatie tussen financiële en inhoudelijke informatie, en deverantwoording erover.2. Opbrengsten NP Onderwijs Leerprestaties in basisonderwijs hersteldIn het basisonderwijs zien we dat de leergroei van leerlingen in schooljaar2024–2025 vergelijkbaar is met de periode vóór COVID-19 voor begrijpendlezen, spelling en rekenen-wiskunde6. De leervertraging in het basison-derwijs, die was ontstaan tijdens de eerste jaren van pandemie, isdaarmee ingelopen. Dit was essentieel voor het herstel van de ontwik-keling van leerlingen. Zo konden zij weer aansluiten bij het ontwikkelings-niveau dat zonder de pandemie mogelijk was geweest. Schoolleiders en5Verhagen, M. en J. de Jongh (2021). Wat was de impact van 1 jaar corona op de kernvakken inhet primair onderwijs?, op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-989208.pdf6NCO (2025). Factsheets leergroei, op: https://www.nationaalcohortonderzoek.nl/factsheets-leergroeiTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8583 personeel in het basisonderwijs geven aan ook positief te zijn over deresultaten van het programma7.Leerprestaties geven wisselend beeld in het voortgezet onderwijsIn de onderbouw van het voortgezet onderwijs (de eerste drie leerjaren)zijn de leerprestaties ondanks alle inzet nog niet hersteld. Leerlingenhebben in het schooljaar 2024–2025 een lager vaardigheidsniveau8 voorNederlands woordenschat en leesvaardigheid dan leerlingenpre-COVID-199. Ook bij rekenen-wiskunde is een daling te zien, hoeweldeze minder sterk is dan bij Nederlands woordenschat en leesvaardigheid.Leerlingen hebben in schooljaar 2024–2025 wel een hoger vaardigheids-niveau voor Engels vergeleken met pre-COVID-19, met name voorwoordenschat.In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs zien we een wisselendbeeld. Examenkandidaten hebben in schooljaar 2024–2025 geen lagerevaardigheid meer dan leerlingen pre-COVID-1910. Dit komt overeen meteen langjariger beeld; eenmaal op het eindexamen laten leerlingen eenstabielere leerprestatie zijn dan in de onderbouw. De gevolgen voor dedoorstroom naar het vervolgonderwijs zijn daarmee beperkter dan je opbasis van resultaten van leerlingen op 15-jarige leeftijd mag verwachten.Uitzondering hierop zijn havisten, waar wel een lagere vaardigheidzichtbaar is dan voor de pandemie. Ook hier zien we met name eenstijgende vaardigheid bij Engels, en een dalende vaardigheid bijwiskunde.SchoolloopbanenDe COVID-19-pandemie, het afstandsonderwijs en beleidsmaatregelenzoals het NP Onderwijs hebben in potentie niet alleen invloed gehad opde leerprestaties van leerlingen, maar ook op hun schoolloopbaan. Dit kanvervolgens invloed hebben gehad op hun leerprestaties. In het basison-derwijs zijn veranderingen in de schoolloopbaan van leerlingen tijdens enna de pandemie beperkt gebleven11. De impact op schoolloopbanen in hetvoortgezet onderwijs is groter geweest dan in het basisonderwijs. Directna het uitbreken van de pandemie bleven leerlingen in het voortgezetonderwijs minder vaak zitten en lagen slagingspercentages hoger danvoorheen. Het is denkbaar dat dit een relatie heeft met de oproep aanscholen om coulanter om te gaan met overgangsnormen en met het nietdoorgaan van het centraal eindexamen Men wilde namelijk niet datleerlingen die door de pandemie hun potentie niet geheel konden latenzien, onnodig vertraging op zouden lopen, die ze richting het eindexamenof in het vervolgonderwijs weer in zouden kunnen halen.Terugval kansengelijkheid ingelopenHet onderwijs heeft de potentie om de grote gelijkmaker te zijn voorleerlingen uit verschillende achtergronden. Tijdens de directe uitbraak vancorona is dat niet gelukt; zoals over de hele wereld zichtbaar was, wordenjuist leerlingen uit minder kansrijke achtergronden harder getroffenwanneer scholen sluiten of er sprake is van afstandsonderwijs. Het7Broek, A. van den, T. Termorshuizen, E. Luyten, J. Cuppen & A. Groot (2025). Evaluatie NPOnderwijs. ResearchNed: Nijmegen.8Leergroei beschrijft de mate van vooruitgang van leerlingen over een jaar tijd. Vaardigheids-niveau beschrijft het niveau van beheersing van leerlingen op het moment van toetsafname.9Cito (2025). Vaardigheid Examenkandidaten 2025. Cito: Arnhem.10Cito (2025). Vaardigheid examenkandidaten 2025. Cito: Arnhem.11DUO (2025). Schoolloopbanen NP Onderwijs 2025, op: https://duo.nl/open_onderwijsdata/images/schoolloopbanen-np-onderwijs-2025.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8584 onderwijs is er echter in geslaagd om deze vergroting van kansenonge-lijkheid in te lopen tijdens corona. In het basisonderwijs zien we dat dedoor de COVID-19-pandemie toegenomen kansenongelijkheid inmiddelsis ingelopen12. Leerlingen met praktisch opgeleide ouders hebben inschooljaar 2024–2025 een relatief gunstiger ontwikkeling in de leergroeivergeleken met pre-COVID-19 bij begrijpend lezen en spelling ten opzichtevan leerlingen met theoretisch opgeleide ouders.In het voortgezet onderwijs is geen informatie beschikbaar over hetverschil in de ontwikkeling van prestaties tussen leerlingen met praktischen theoretisch opgeleide ouders. Wel hebben onderzoekers in beeldgebracht hoe de ontwikkeling is van vaardigheidsniveaus van onderbouw-leerlingen op scholen met verschillende achterstandsscores. Dit inzichtlijkt aan te sluiten op het beeld in het primair onderwijs: leerlingen opscholen met een hoge achterstandsscore hebben tijdens de pandemie nietmeer leervertraging opgelopen tijdens en na de pandemie dan leerlingenop scholen met een lagere achterstandsscore. Dit suggereert datkansenongelijkheid na afloop van het NP Onderwijs niet is toegenomen inhet voortgezet onderwijs ten opzichte van pre-COVID-19.Herstel in welbevinden zichtbaarWelbevinden, motivatie en leerresultaten kunnen niet los van elkaargezien worden. Tijdens de coronapandemie was een afname van delevenstevredenheid van leerlingen zichtbaar: in 2021 tijdens de pandemiegaven leerlingen in het voortgezet onderwijs hun leven gemiddeld een7,113. In 2019, voor de pandemie, gaven zij hun leven nog een 7,5. Vooralonder meisjes nam de tevredenheid af: van een 7,3 in 2019 tot een 6,7 in2021. Onder jongens bleef de daling beperkt.Tussen 2021 en 2023 steeg de levenstevredenheid weer, tot een 7,4 in2023. Deze stijging zien we zowel bij jongens als bij meisjes. In hetbasisonderwijs zien we een soortgelijk beeld. In 2021 en 202214 gavenleerlingen in groep 8 hun leven gemiddeld een 8, ten opzichte van een 8,3in 2017. Ook jongens in groep 8 zijn meer tevreden over hun leven danmeisjes. Het rapportcijfer dat jongens aan hun leven geven tussen 2017 en2022 bleef ook redelijk gelijk, terwijl de levenstevredenheid van meisjesdaalde: van een 8,2 in 2017 naar een 7,7 in 2021. In 2022 steeg huntevredenheid licht, tot een 7,8.Schoolleiders en personeelsleden maken zich na het NP Onderwijs mindervaak zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen enhun welbevinden, terwijl de zorgen hierover aan het begin van het NPOnderwijs fors waren. Aan het begin van de COVID-19-pandemie maakte82% van de schoolleiders zich zorgen, in het najaar van 2025 is ditteruggelopen tot 41%.3. De uitvoering van het NP Onderwijs verliep goed Tijdens de pandemie zijn scholen direct voortvarend aan de slag gegaanmet het NP Onderwijs. Omdat de vertragingen per school kunnenvariëren, zijn scholen gestart met het uitvoeren van een schoolscan. Met12NCO (2025). Factsheets leergroei, op: https://www.nationaalcohortonderzoek.nl/factsheets-leergroei13Rombouts, M., K. Morren, S. van Dorsselaer, M. Tuithof en K. Monshouwer (2024). Peilstati-onsonderzoek Scholieren 2023. Mentale gezondheid, op:https://cijfers.trimbos.nl/scholierenmonitor/mentale-gezondheid/samenvatting-2/14De gegevens over het basisonderwijs zijn afkomstig uit Stevens, G. et al. (2023). Jong naCorona. Universiteit Utrecht: Utrecht. Er zijn geen recentere gegevens beschikbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8585 deze scan brachten scholen de vertragingen en behoeften van hunleerlingen in kaart. De zorgen bleken in eerste instantie vooral groot overde sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen, hun welbevinden enexecutieve vaardigheden.Deze uitkomsten vormden daarmee de basis voor een schooleigenprogramma, waarin elke school beschreef hoe zij de door de pandemieontstane vertragingen wilden aanpakken. Zij konden hiervoor gebruikmaken van de door OCW aangeboden menukaart met evidence-informedinterventies. Dat zijn aanpakken die hun bewezen effectiviteit vinden uitkennis, uit de wetenschap en de onderwijspraktijk. Te denken valt aaninterventies zoals klassenverkleining, instructie in kleine groepen of deinzet van (extra) onderwijsassistenten. Per interventie stond in demenukaart aangegeven wat het verwachte effect van de interventie was,wat de kosten waren en hoe sterk het bewijs was. Het NP Onderwijs istoonaangevend met deze werkwijze: het is het eerste programma waarinscholen geadviseerd zijn gebruik te maken van evidence-informedinterventies. Al snel gaven scholen ook aan dat dit het gesprek op schoolen in de lerarenkamer over wat effectief onderwijs is, heeft aangezet. Ookde kenniscommunity van het NP onderwijs heeft bijgedragen aanevidence informed werken op scholen, door kennis beter toegankelijk temaken, kennisdeling te stimuleren en door bewustwording te vergroten15.Daarnaast was een van de uitgangspunten van het NP Onderwijs dat ookde medezeggenschapsraad instemming gaf voor de besteding van het NPOnderwijsgeld. Een grote meerderheid van de scholen gaven in hetjaarverslag over 2024 aan dit ook te hebben gedaan16.Scholen positief over uitvoeringScholen zijn er, ondanks de voortdurende pandemie en uitdagingen zoalshet lerarentekort, goed in geslaagd hun schoolprogramma uit te voeren.83% van de schoolleiders geeft dit aan17. Schoolleiders schrijven eensuccesvolle uitvoering met name toe aan een sterke samenwerkingbinnen het team, goede aansluiting van interventies bij de behoeften vanleerlingen en het aansluiten bij bestaande schoolontwikkeling of verbeter-trajecten. Het aandeel schoolleiders dat aangeeft dat de uitvoering mindergoed is gelukt of hier neutraal over oordeelt, is beperkt. De meestgenoemde knelpunten zijn drukte door andere onderwijsprioriteiten, eenstructureel tekort aan leraren en uitval van leraren door ziekte.Gemiddeld hebben scholen tijdens het programma zeven interventiesuitgevoerd. Met name instructie in kleine groepen (69–85% van descholen18), de (extra) inzet van onderwijsassistenten (73–79% van descholen) en interventies gericht op het welbevinden van leerlingen(70–91% van de scholen) bleken populair19. Ook bestuurders en perso-neelsleden zijn overwegend positief over de uitvoering: 84% van debestuurders en 70% van de personeelsleden geeft dit aan. Bestuurderszijn met name positief over de beslissing om middelen direct naar de klas15De Ruiter, J., de Roode, J. & Kloppers, I. (2025). De kenniscommunity als proeftuin: Evaluatiekenniscommunity van het Nationaal Programma Onderwijs. Oberon. Utrecht.16Broek, A. van den, T. Termorshuizen, E. Luyten, J. Cuppen & A. Groot (2025). Evaluatie NPOnderwijs. ResearchNed: Nijmegen.17Broek, A. van den, T. Termorshuizen, E. Luyten, J. Cuppen & A. Groot (2025). Evaluatie NPOnderwijs. ResearchNed: Nijmegen.18Het percentage verschilt per schoolsoort. De interventie instructie in kleine groepen is in baodoor 85% van de scholen gekozen, in vo door 79% van de scholen en in (v)so door 69% van descholen.19Broek, A. van den, T. Termorshuizen, E. Luyten, J. Cuppen & A. Groot (2025). Evaluatie NPOnderwijs. ResearchNed: Nijmegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8586 te laten gaan (95%). Ook de keuzeruimte voor scholen (90%) wordt positiefbeoordeeld.Binnen het onderwijsveld zijn verschillende verklaringen genoemd voorde verschillen in herstel tussen het basisonderwijs en het voortgezetonderwijs20. Deze zijn met name structureel en contextueel van aard.Structurele factoren die van invloed zijn geweest op het inlopen van deleervertragingen zijn bijvoorbeeld het lerarentekort en verschillen inonderwijskwaliteit. Voorbeelden van contextuele factoren zijn de mate vanouderbetrokkenheid en de geboden ondersteuning thuis. De invloed vanbeleidsmatige keuzes zoals kansrijk adviseren worden ook genoemd.Maatschappelijke trends spelen eveneens een rol, te denken valt aanveranderingen in leesmotivatie en toenemend schermgebruik die het leer-en concentratievermogen mogelijk beïnvloeden.Bijna al het NP Onderwijsgeld besteedSchoolbesturen hebben verantwoord hoe het NP Onderwijsgeld vanuit deaanvullende bekostiging is besteed21 en in welke mate de interventies vande menukaart ingezet zijn.Tussen 2021 en 2024 hebben scholen in totaal € 3,4 miljard (83,5% van dedirect ontvangen aanvullende bekostiging) van NP Onderwijsgeld besteedaan interventies22. Het meeste ging naar de extra inzet van personeel enondersteuning: bijna 44%, wat neerkomt op € 1,4 miljard23. Hierna volgenandere interventies, zoals interventies voor effectiever onderwijs (17%,€ 560 miljoen) en interventies voor meer onderwijs (13%, € 427 miljoen).In elk van de NP Onderwijsjaren gaat het meeste geld naar de extra inzetvan personeel en ondersteuning, effectiever onderwijs en meer onderwijs.Op interventieniveau gaat het meeste geld naar de inzet van onderwijs-assistenten (23%), gevolgd door instructie in kleine groepen (13%) enklassenverkleining (12%). Op bestuursniveau is iets meer dan€ 600 miljoen besteed (14,8% van het ontvangen geld), vooral aan deextra inzet van personeel en ondersteuning (35%, € 214 miljoen). Opgepaste afstand volgen andere interventies, bijvoorbeeld voor effectieveronderwijs (16%, € 96 miljoen). Omdat het programma tot eind schooljaar2024–2025 liep, ontbreken op dit moment de verantwoordingsgegevensover (het eerste halfjaar van) 2025. Zij komen in het najaar van 2026beschikbaar.Gemeenten focussen op sociaal-emotionele ontwikkelingOok gemeenten hebben met het NP Onderwijs sterk geïnvesteerd inverschillende maatregelen. Gemiddeld zetten gemeenten 5,5 interventiesin24. Gemeenten hebben met name ingezet op sociaal-emotioneel vlakzoals schoolmaatschappelijk werk (59%), extra jeugdhulp in de school20Muskens, M. en B. Jacobs (2025). Het verhaal achter de cijfers: Een verkenning van verkla-ringen voor uiteenlopende leerprestaties in het funderend onderwijs na de coronaperiode.KBA Nijmegen: Nijmegen.21Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2021). NP Onderwijs verantwoorden, op:https://www.nponderwijs.nl/po-en-vo/aan-de-slag/uitvoering/np-onderwijs-verantwoorden22In totaal is met het NP Onderwijs € 5.8 miljard naar het funderend onderwijs gegaan. Hiervanis € 4,1 miljard direct naar scholen gegaan via aanvullende bekostiging. Scholen leggenhierover verantwoording af.De overige € 1,7 miljard bestaat uit enkele financiële regelingen, subsidieregelingen, middelenaan gemeenten en uitvoeringskosten.23Sommige interventies zijn duurder dan andere. Hierdoor kan er een verschil bestaan tussen deinterventies die scholen vaak gekozen hebben en de interventies waar het meeste geld naartoeis gegaan.24Broek, A. van den, T. Termorshuizen, E. Luyten, J. Cuppen & A. Groot (2025). Evaluatie NPOnderwijs. ResearchNed: Nijmegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8587 (55%) en activiteiten gericht op sport, cultuur of techniek (68%). Ruim dehelft van de gemeenten richtte zich hierbij ook op specifieke doelgroepen,zoals leerlingen met mentale problemen en leerlingen in een kwetsbarethuissituatie. Voor de uitvoering van interventies werkten gemeenten vaaksamen met partijen in het onderwijs (scholen en besturen) en kinder- enbuitenschoolse opvang. Ook met jongerenwerk is frequent samengewerkt.In de meeste gemeenten lukte het goed om de NP Onderwijsplannen uitte voeren. Acht op de tien gemeenten is, alles overziend, tevreden over deuitvoering van het NP Onderwijs25. Gemeenten schrijven een succesvolleuitvoering met name toe aan een sterke samenwerking met het onderwijs(89%), een sterke samenwerking met andere partijen (81%) en voldoenderuimte binnen bestedingsdoelen (78%).4. Waardevolle lessen voor de toekomst Het NP Onderwijs heeft ons waardevolle lessen geleerd. Dat geldt zowelinternationaal, als voor OCW, scholen en gemeenten. Het NP Onderwijsonderscheidt zich internationaal door de snelle start van het programmamet concrete maatregelen, gerichte steun voor de meest kwetsbareleerlingen, zorgvuldige monitoring, expliciete aandacht voor welbevindenen ruimte voor scholen om binnen de menukaart uit evidence-informedinterventies te kiezen26. Deze geleerde lessen vormen een belangrijkevoorbereiding op mogelijke toekomstige crises. Zo wordt op scholen alsook in verschillende beleidsprogramma’s zoals Ontwikkelkracht, Schoolen Omgeving en Masterplan Basisvaardigheden, nu vaak met evidence-informed onderwijs gewerkt.Ook blijkt het toekennen van aanvullende middelen in het basisonderwijsop het gebied van kansengelijkheid succesvol te zijn geweest27. Opscholen zien we dat er veel geïnvesteerd is in de professionalisering vanpersoneel. Na afloop van het NP Onderwijs blijft die kennis en kunde inhet onderwijs aanwezig. Een ruime meerderheid van de schoolleiders eneen groot deel van de gemeenten geeft aan interventies na afloop van hetprogramma te continueren. Tot slot is één van de grote winstpunten vanhet NP Onderwijs dat welbevinden steeds meer aandacht heeft gekregen,zowel op scholen als in beleid. Een ruime meerderheid van de scholenheeft interventies gericht op het welbevinden van leerlingen ingezet, envaak met succes: op veel scholen wordt met enthousiasme teruggebliktop dit type interventies. NP Onderwijs heeft ons geleerd een completerperspectief te nemen op de rol van het onderwijs, waarbij ook aandachtvoor welbevinden en kansengelijkheid worden meegenomen. Om dit inde toekomst duurzaam voort te zetten is blijvende samenwerking met allebetrokken partijen cruciaal.Alle kinderen en jongeren in Nederland hebben steun ontvangen van hetNP Onderwijs. Vanuit het NP Onderwijs is het magazine Blijf bij de Lessamengesteld om de vele verhalen, persoonlijke ervaringen envoorbeelden uit het veld weer te geven.25Broek, A. van den, T. Termorshuizen, E. Luyten, J. Cuppen & A. Groot (2025). Evaluatie NPOnderwijs. ResearchNed: Nijmegen.26François, M. en K. de Witte (2025). Addressing Learning deficits and Student Well-being:International Insights for the Evaluation of the Dutch National Education Programme.Katholieke Universiteit Leuven, Leuven Economics of Education Research (LEER): Leuven.27Scholen ontvingen niet alleen een vast bedrag per leerling: scholen met een hoog risico oponderwijsachterstanden ontvingen een extra bijdrage, die hoger was naarmate het achter-standsrisico groter bleek te zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8588 5. Tot slot Het herstel in het basisonderwijs, het herstel van de toegenomenkansenongelijkheid in het basisonderwijs en de aandacht voor hetwelbevinden van leerlingen laten zien dat het harde werk niet voor niets isgeweest. Het NP Onderwijs laat mooie resultaten zien. Daar zijn we hetonderwijsveld ontzettend dankbaar voor. Tegelijk laat de situatie in hetvoortgezet onderwijs zien dat we er nog niet zijn. Daar komt bij dat we ookvoor de COVID-19-pandemie al te maken hadden met dalende leerpres-taties in het onderwijs. Via onder andere het Masterplan Basisvaardig-heden, de oplevering van een nieuw, kennisrijk curriculum en eenversterkte inzet op evidence-informed onderwijs wordt daarom dekomende tijd blijvend gewerkt aan het verbeteren van de basisvaardig-heden van leerlingen. De urgentie om dit te doen is en blijft groot. Voorkennis uit wetenschap en ondersteuning bij het invoeren van effectieveinterventies met betrekking tot welbevinden kunnen scholen de komendejaren terecht bij het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs en GezondeSchool. Laten we doorgaan met samenwerken, leren en verbeteren. Metoog voor wat echt telt: de leerling.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,K.M. BeckingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 293, nr. 8589
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.