Jaarlijkse voortgangsbrief Strafrechtketen en reactie Verantwoordingsonderzoek Algemene Rekenkamer
Brontekst
Versie daa9d62bdeb7e51c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 974 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIEEN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 juni 20251. Inleiding Jaarlijks wordt uw Kamer voor het zomerreces geïnformeerd over devoortgang van de prestaties in de strafrechtketen en de maatregelen die ingang zijn gezet ter uitvoering van de motie Ellian c.s. (Kamerstuk 29 279,nr. 805)1 Hierbij doen wij u de voortgangsbrief van 2025 toekomen. Wijreageren met deze brief ook op de conclusies en aanbevelingen over decoördinatie van de prestaties van de strafrechtketen uit het Verantwoor-dingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer (hierna: Rekenkamer) datop 21 mei jl. is gepubliceerd.2In deze brief geven wij eerst een algemene reflectie op het onderzoek vande Rekenkamer en schetsen wij de richting en hoofdlijnen van deaanvullende verbetermaatregelen die in gang worden gezet (paragraaf 2).Vervolgens komt in paragraaf 3 het actuele cijfermatige beeld aan de ordeover de voorraden en doorlooptijden, op basis van de factsheet strafrecht-keten over 2024. In paragraaf 4 gaan we in op de ambities en maatregelendie in het kader van de meerjarenagenda aanvullend worden voorbereid.Hiermee geven wij ook uitvoering aan de aangenomen motie Michon-Derkzen van 8 april 20253 en komen we terug op de toezegging in de briefvan de Minister van JenV van 11 november 2024 in reactie op de motievan het lid Mutluer.4 Tot slot delen we de stand van zaken op de tweeoverige ketendoelstellingen: digitalisering en de implementatie van hetnieuwe wetboek van strafvordering (paragraaf 5). In de bijlage bespreken1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 874.2Verantwoordingsonderzoek Algemene Rekenkamer, rapport bij het jaarverslag 2024 van hetMinisterie van JenV, 21 mei 2025. Uw Kamer heeft op 28 mei jl. reeds ontvangt een separatebrief over het onderwerp «foutieve tenaamstelling veroordeelden» ontvangen.3Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 941.4Minister JenV (kenmerk 5898726), met appreciatie motie Mutluer over programmatischeaanpak (ernstige) verkeersdelicten, Kamerstukken II, 2024–2025, 29 279, nr. 903. kst-29279-974ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9741 we voor de volledigheid nog enkele meer specifieke deelconclusies van deRekenkamer.2. Conclusies Rekenkamer: algemene reflectie De Rekenkamer heeft voor haar verantwoordingsonderzoek over 2024onderzoek gedaan naar de effecten van de in 2024 ingevoerde maatre-gelen in de strafrechtketen, in het bijzonder ten aanzien van de doorloop-tijden van jeugd- en zedenzaken. De Rekenkamer stelt op basis van debeschikbare cijfers tot en met 2023 vast dat de doorlooptijden voor zedenen jeugdzaken ver achterblijven bij de streefnormen. Verder concludeertde Rekenkamer dat «de Minister de bedrijfsvoering van strafrechtketen teweinig coördineert» en dat de verbeteringen die sinds 2024 zijn doorge-voerd «nog in ontwikkeling, tijdelijk, vanzelfsprekend of onvoldoende»zijn. Dit leidt tot het oordeel dat sprake is van een onvolkomenheid waarhet gaat om de coördinatie op de prestaties van de strafrechtketen.Daaraan verbindt de Rekenkamer de aanbeveling «dat de Minister gebruikmoet maken van zijn wettelijke bevoegdheden om aanwijzingen te gevenaan ketenpartners in de strafrechtketen over hun bedrijfsvoering om hetalgemene ketenbelang te behartigen». Daarbij zou de focus gelegdmoeten worden op het aanpakken van knelpunten en het verbeteren vansturingsinformatie en werkprocessen, waarbij centraal moet staan wat deuitvoering nodig heeft.Wij onderkennen dat de resultaten bij het verbeteren van de doorloop-tijden tot en met 2023 zijn achtergebleven bij de streefnormen die deketenorganisaties zichzelf hebben gesteld. Tegelijkertijd komt dit wat onsbetreft deels doordat het tijdsverloop tussen de aankondiging van deverbetermaatregelen (januari 2024) en het nu verrichte Rekenkameron-derzoek relatief kort is, omdat sommige maatregelen eerst nog organisa-torische invulling vergden voordat ze feitelijk in gang konden wordengezet. Dat maakt dat de effecten van de ingezette maatregelen wellichtnog te weinig zichtbaar zijn. Bovendien latende meest recente cijfers over2024 een positiever beeld laten zien ten opzichte van 2023. In paragraaf 3lichten wij dit nader toe.Het rapport van de Rekenkamer volgt op de eerdere kritische conclusiesuit de parlementaire verkenning van uw Kamer en de daaropvolgendemotie Ellian c.s. uit 2023. Hoewel we op de goede weg zijn, hebben we temaken met weerbarstige vraagstukken waarvan de aanpak tijd kost.Hiermee rekening houdend is wel duidelijk dat aanvullende inspanningengewenst zijn om de gewenste verbetering van het presterend vermogenvan de strafrechtketen te realiseren.Wij hebben hierover recent overleg gevoerd met de bestuurders van allebetrokken ketenorganisaties. De belangrijkste uitkomst daarvan is dat wemet gedeelde urgentie nu een nieuw traject ingaan: de komende periodewordt een meerjarenagenda uitgewerkt met heldere doelen en verant-woordelijkheden, die erop is gericht het presterend vermogen van destrafrechtketen te versterken, de voorraden te verkleinen en de doorloop-tijden te verbeteren. Het Ministerie van JenV en ketenorganisaties zettenzich ervoor in om knelpunten die hieraan in de weg staan, ieder vanuit deeigen verantwoordelijkheid en waar nodig gezamenlijk, aan te pakken.Daarbij werd de conclusie van de Rekenkamer dat centraal moet staan watde uitvoering nodig heeft om beter te kunnen presteren breed onder-steund. Hierin zien wij een gedeelde opgave met de gehele strafrecht-keten.Om het presterend vermogen van de strafrechtketen te verbeteren,hebben we met de ketenorganisaties afgesproken dat meer dan tot nu toeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9742 vooruitgekeken moet worden naar wat er op de ketenorganisaties afkomt,zodat zij daar tijdig op kunnen anticiperen en daar gezamenlijk en waarnodig in overleg met het ministerie keuzes in kunnen maken. Dat vergtsoms ook politieke keuzes. Niet alles kan tegelijk en er zijn grenzen aanhet absorptievermogen en de verwerkingscapaciteit van de strafrecht-keten.De ketenorganisaties benadrukken dat het belangrijk is om bij hetverbeteren van de doorlooptijden primair in te zetten op versterking vanlokale en regionale initiatieven en werkwijzen. De sturing op zaken endoorlooptijden vindt ook primair op het lokale en regionale niveau plaatsen dat moet zo blijven. Daar zit de expertise, daar zijn de verantwoordelijk-heden belegd en daar zetten al die duizenden professionals zich elke dagin voor een eerlijk, effectief en tijdig strafrecht. Wij onderschrijven hetbelang van regionale en lokale inzet, in combinatie met afstemming encoördinatie op landelijk niveau op basis van verbeterde transparantesturingsinformatie (zie verder in paragraaf 4.3 onder versterking coördi-natie).We onderschrijven de aanbeveling van de Rekenkamer dat knelpunten diein de weg staan aan versnelling van de doorlooptijden beter en eerder inbeeld moeten komen en worden opgepakt; regionaal waar dat kan enlandelijk waar dat nodig is. De vorig jaar aangestelde ketencoördinatorenkunnen juist hierbij vanuit het lokale en regionale niveau een belangrijkerol spelen. De ketenorganisaties en het ministerie werken de komendemaanden gezamenlijk aan een concrete, meerjarenagenda gericht op hetwegwerken van de voorraden en het verbeteren van de doorlooptijden.Zie hierover verder paragraaf 4.In samenhang hiermee gaan we de bestaande overleg- en coördinatie-structuren binnen het ministerie en tussen het ministerie en de ketenorga-nisaties kritisch tegen het licht houden: waar en hoe kan het ministerie zijncoördinerende rol beter invullen en welke aanvullende acties zijn daarbijpassend, rekening houdend met de onafhankelijke positie van deRechtspraak, de bijzondere rechtsstatelijke positie van het OpenbaarMinisterie en het sui generis karakter van de politie.Ook gaan we met de ketenorganisaties gezamenlijk bekijken hoe detransparantie, toegankelijkheid en benutting van ketendata verbeterd kanworden. Hierop hebben de ketenorganisaties al stappen gezet, maar het isbelangrijk dat er een nog beter beeld beschikbaar komt van de voortgangen eventuele knelpunten bij het wegwerken van voorraden en hetversnellen van doorlooptijden, waar deze door veroorzaakt worden en hoeze kunnen worden weggenomen. In lijn met de aanbeveling van deRekenkamer zal hierbij waar nodig een beroep gedaan worden op externeexpertise.In het recente overleg met de ketenorganisaties is ons goed duidelijkgeworden dat de urgentie om de ketenprestaties te verbeteren bij allebetrokkenen hoog is. De hoofdlijnen van de meerjarenagenda en deconcrete afspraken die wij met de ketenorganisaties hebben gemaakt overaanscherping van de coördinatie binnen het departement en in relatie totde ketenorganisaties, geven ons het vertrouwen dat we op de goede wegzijn. Dat zijn we ook verplicht aan zowel slachtoffers als verdachten: het isvan groot belang dat zij sneller zekerheid krijgen over hun zaak. Dat zalbijdragen aan het vertrouwen in het strafrecht en daarmee in de rechts-staat in het algemeen. We zullen de voortgang kritisch blijven monitorenen uw Kamer daarover blijven rapporteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9743 3. Doorlooptijden en voorraden: cijfers 2024 tot en met eerstekwartaal 2025 Als bijlage bij deze brief treft u de factsheet strafrechtketen van 2024 aan.Zoals uit de factsheet naar voren komt, hebben de ketenorganisaties ookhet afgelopen jaar een enorme hoeveelheid strafzaken, zowel overtre-dingen als misdrijven, afgehandeld.5 Dat is een compliment waard,gegeven het feit dat de druk op de strafrechtketen hoog is en de organi-saties, net als andere sectoren in de samenleving, te kampen hebben(gehad) met personeelskrapte. Wij waarderen hun inzet, te meer daar wijzien dat de prestaties in de keten een verbetering laten zien: verschillendedoorlooptijden laten een lichte verbetering zien en de voorraad oudezaken neemt af. Dat laatste duidt op een afname van de werkvoorraden.Hieronder zullen wij nader ingaan op in welke fasen van het proces zichverbeteringen hebben voorgedaan.6ZedenEind 2022 is gestart met het actieplan versterken ketenaanpak in zeden-zaken. Zichtbaar wordt dat de inspanningen resultaat beginnen op televeren. Bij de politie is de doorlooptijd gelijk gebleven: vanaf het momentvan «aangifte bij de politie» heeft in 53% (in plaats van de beoogde 80%)binnen 180 dagen inzending aan het OM plaatsgevonden. Daarbij moetechter worden aangetekend dat de instroom van zedenzaken met 8% istoegenomen ten opzichte van 2023, mogelijk onder meer als gevolg vande invoering van de Wet seksuele misdrijven, zonder dat dit heeft geleidtot verdere vertraging. Tegelijkertijd is de voorraad oude zaken bij depolitie afgenomen, in 2023 was die in 32% van de zaken meer dan eenjaar, in 2024 was dit 16%.De doorlooptijd in de fase «Instroom OM» tot «beoordeling OM» is flinkverbeterd (van 49% naar 60% in 60 dagen). Van «beoordeling OM» tot«eerste zitting» is licht verbeterd (van 41% naar 43%). De doorlooptijd bijde rechtspraak is gelijk gebleven («eerste zitting» tot «eindvonnis» 72% in90 dagen). De Algemene Rekenkamer heeft opgemerkt dat zaken die nietbinnen de genoemde percentages zijn behandeld er langer over doen. Deoorzaak hiervan is het wegwerken van oude voorraad, waardoor tijdelijkdoorlooptijden in eerste instantie wat op kunnen lopen, omdat deverwerkingstijd van oudere zaken het gemiddelde omhoog brengt. Hetwegwerken van oude voorraden zal op termijn gaan bijdragen aanverkorting van de doorlooptijden.JeugdBij de jeugdzaken zijn in 2024 nieuwe normen vastgesteld, metmeetpunten die passen bij de huidige systemen en waarbij een realistischgroeipad is ontwikkeld. Uit eerste cijfers blijkt dat politie en OM in 2024uitstekend presteren op deze normen. De groeinorm van 70%, die in 2026dient te worden bereikt, wordt in 2024 bijna of helemaal bereikt. Dedoorlooptijd van de fase «vanaf dagvaarden tot vonnis», loopt nog nietconform de norm. Bezien wordt of de overige jeugdstrafrechtpartners ookzo snel mogelijk kunnen aansluiten op de jeugdmonitor doorlooptijden.5In de tabel «Voorraad arrestanten AICE» op blz. 28 van de factsheet, ziet de voorraad opaantallen in zaken. In de tabel «Voorraad zelfmelders AICE/DJI» ziet de voorraad op aantallen inpersonen.6Deze fasen betreffen 1) aangifte bij de politie tot inzenden, 2)instroom vanuit politie naar OMtot aan de beoordeling dagvaarden, 3)beoordeling dagvaarden tot instroom bij Rechtspraak 4)instroom vanuit OM bij de Rechtspraak tot 1e zitting en 5)1e zitting tot eindvonnis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9744 Veel voorkomende criminaliteit (vvc)-zakenTen aanzien van veel voorkomende criminaliteit (vvc) geldt dat er tot nutoe nog geen streefnormen zijn geformuleerd, dit gaat de komende jarenwel gebeuren als onderdeel van de meerjarenagenda van de ketenorgani-saties (zie paragraaf 5). Wel is zichtbaar dat de voorraad VVC-zakenafneemt. De voorraad politierechter zaken (PR-zaken) bij de Rechtspraakdaalt hard, het overgrote deel daarvan betreft VVC-zaken. De afgelopenjaren is al hard gewerkt aan het verkorten van de doorlooptijden van deVVC-zaken. Dat heeft erin geresulteerd dat de voorraad op zitting teplannen zaken van eind 2022 van ruim 13.500 zaken, eind april 2025 wasteruggebracht tot circa 7.200 zaken. Deze tendens zet door. Niet alleenwordt de voorraad steeds kleiner – de verwachting is dat die voorraad dekomende jaren nog verder daalt – ook de ouderdom van de zaken daaltaanzienlijk.De cijfers over 2024 laten bij politie, Openbaar Ministerie en Rechtspraakzowel bij zeden als bij jeugd in een aantal fasen van het strafproces eenvoorzichtige en soms ook duidelijke verbetering zien. Bij veel voorko-mende criminaliteit is het beeld dat de voorraden daar flink afnemen.Hiermee zijn we er zeker nog niet, de resultaten moeten verder verbeterenen daar zijn nog grote stappen te maken. Dat is voor de ketenorganisatiesvoldoende reden om in de meerjarenagenda de ambities onverminderdvoort te zetten, om bij zeden voor 2026 een tussenstap in te bouwen omtot een realistischer groeipad te komen richting de jaren erna en om meerspecifieke ambities te formuleren met betrekking tot de aanpak vanveelvoorkomende criminaliteit. Dit wordt in de volgende paragraaf naderuitgewerkt als onderdeel van de meerjarenagenda.4. Meerjarenagenda strafrechtketen De organisaties in de strafrechtketen werken aan een meerjarenagendadie moet leiden tot een versterking van de aanpak van voorraden endoorlooptijden, op drie geprioriteerde zaaksstromen: zeden, jeugd en veelvoorkomende criminaliteit. Om die versterking te realiseren worden doorde organisaties zowel generieke maatregelen (die de doorlooptijden inalgemene zin verkorten) als specifieke maatregelen (die zich met namerichten op een zaaksstroom) genomen. De maatregelen zullen zowel oplokaal/regionaal als op landelijk niveau worden uitgevoerd, waarbij zowelde ketenorganisaties als het Ministerie van JenV een rol hebben.Hieronder beschrijven we eerst de cijfermatige doelstellingen voor dekomende jaren. Daarna gaan we in op de maatregelen die op dit momentworden uitgewerkt. Het streven is om de eerste uitwerking met verdereplanning van de maatregelen in het najaar van dit jaar gereed te hebben(zie paragraaf 4.2 en 4.3).4.1 Ambities doorlooptijden en voorraden 2026 en verder De meerjarenagenda richt zich op één van de ketendoelstellingen, deaanpak van doorlooptijden. De meerjarenagenda zal later wordenaangevuld met afspraken over de andere twee ketendoelen, namelijkketendigitalisering en implementatie van het nieuwe Wetboek vanStrafvordering. De afspraken over de aanpak van doorlooptijden hebbenzoals gezegd betrekking op de drie geprioriteerde zaaksstromen zeden-,jeugd- en vvc-zaken.Zedenzaken:In 2019 zijn voor zedenzaken normen vastgesteld voor de doorlooptijd vandeze zaken van aangifte bij de politie tot eindvonnis in eerste aanleg.Vanaf 2022 wordt er met een actieplan gewerkt aan het verbeteren vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9745 deze doorlooptijden. De organisaties in de strafrechtketen stellen zich inde meerjarenagenda tot doel in 2026 in 70%, in 2027 in 75% en in 2028 in80% van alle zedenzaken de afgesproken doorlooptijden te halen.Jeugdzaken:In 2024 heeft het Bestuurlijk Ketenberaad voor jeugdzaken (herijkte)normen en doelstellingen voor de doorlooptijden vastgesteld. Het zijnketennormen en normen voor verschillende deeltrajecten in het jeugd-strafrecht, inclusief de leveringsbetrouwbaarheid van de benodigderapportages over de persoon van de verdachte. In de meerjarenagendastellen de organisaties in de strafrechtketen zich tot doel in 2026 in 70% enin 2028 in 80% van alle jeugdzaken de afgesproken doorlooptijden ennormen voor tijdige advisering te halen.VVC-zaken:Ten aanzien van VVC-zaken stellen de organisaties in de strafrechtketenzich tot doel de bestaande achterstanden in VVC-zaken bij politie, OM enRechtspraak uiterlijk medio 2026 grotendeels te hebben weggewerkt. Ervindt nog overleg plaats met de partners verderop in de keten, om teborgen dat voldoende geanticipeerd kan worden op de verwerking vandeze inhaalslag. Naast het wegwerken van de voorraden worden ook voorVVC-zaken normen ontwikkeld voor de doorlooptijden voor de jaren 2026en verder. Hiermee wordt een belangrijke beweging gemaakt om devoorraden weg te werken en normen te ontwikkelen voor zaken die eengrote impact hebben op de samenleving. Het gaat om hoge volumes vanrelatief eenvoudig te behandelen misdrijven zoals diefstal, inbraak eneenvoudige mishandeling, waarin veelal de ZSM-aanpak wordt toegepasten de zaken worden afgedaan met een OM-strafbeschikking of, indien zeaan de rechter worden voorgelegd, via de politierechter, snelrecht ofsupersnelrecht. VVC-zaken vormen kwantitatief ongeveer tweederde vanalle misdrijfzaken. Het wegwerken van voorraden en het verkorten van dedoorlooptijden in deze zaakstroom heeft dus een groot effect op desamenleving en de prestaties van de strafrechtketen als geheel.4.2 Maatregelen en aanpak knelpunten ketenorganisaties Om de prestaties in de strafrechtketen te verbeteren worden door deorganisaties in de strafrechtketen verschillende maatregelen ingezet. Dezezijn enerzijds generiek, waar zij in algemene zin doorlooptijden verkorten,en anderzijds specifiek daar waar zij zich richten op één van dezaakstromen. Maatregelen zullen zowel op landelijk als op lokaal niveauworden uitgevoerd. Wij gaan eerst in op de maatregelen die de ketenorga-nisaties nemen om de afspraken in de meerjarenagenda te realiseren.Vervolgens zullen wij aangeven hoe wij de ketenorganisaties daarbijzullen ondersteunen.Aanscherping selectiviteits- en opportuniteitskader OM/politieOm te voorkomen dat zaken de strafrechtketen instromen die beter langsandere weg kunnen worden afgedaan is van belang dat politie enOpenbaar Ministerie nog meer gaan werken vanuit een gedeeldselectiviteits- en opportuniteitskader. Op dit moment ronden OM en politieeen eerste ontwikkelingsfase af, de opgedane inzichten en ervaringenworden verder uitgewerkt tot een kader dat de sturing op de instroom vanstrafzaken helpt bevorderen. Dit ondersteunt de lokale sturing op deinstroom van zaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9746 Triage en CoördinatiepuntenDe politie verkent momenteel de inrichting van de het landelijke eenduidiginrichten van Triage en Coördinatiepunten (TCP) ten behoeve van het werkin de basisteams. Deze teams voeren activiteiten uit die gerelateerd zijnaan de in- door- en uitstroom en kwaliteit van opsporingsonderzoeken diestarten in het (basis)team. Het landelijk eenduidig beschrijven en inrichtenvan het TCP zal bijdragen aan betere triage, snellere doorlooptijden,kwalitatief betere uitstroom en meer rechtsgelijkheid voor burgers.Verruiming inzet OM-strafbeschikkingPer 1 februari 2025 is binnen het OM de Tijdelijke instructie intensiveringstrafbeschikking bij veelvoorkomende vermogensdelicten (hierna:Tijdelijke instructie) in werking getreden. Met deze uitbreiding van de inzetvan de strafbeschikking beoogt het College van procureurs-generaal(College) de strafrechtketen te ontlasten, de doorlooptijden te verkortenen meer criminaliteit aan te pakken, zoals uitvoerig besproken in het debatmet uw Kamer van 8 april 2025.7 Het College gaat de resultaten van deTijdelijke instructie en de mate waarin deze bijdraagt aan de beoogdedoelen monitoren. Op basis van deze resultaten en de resultaten van detwee aangekondigde onderzoeken naar de strafbeschikking,8 zal hetCollege bezien of het de toepassing van de strafbeschikking blijvend eneventueel verder verruimd zal worden.OM Programma Voorraden & DoorlooptijdenHet OM werkt met het Programma Voorraden & Doorlooptijden via zesprogrammalijnen de komende jaren door middel van sprints aan uniformeen heldere definiëring, het in balans brengen van in- en uitstroom vanzaken, beter voorraadbeheer, het operationaliseren van volumesturing,optimale benutting van zittingscapaciteit en de drie prioriteiten van hetBKB: zeden, jeugd en vvc. Het programma bevat concrete doelstellingenvoor de drie prioriteiten, zoals het behalen van de voor het OM geldendestreefnormen voor zeden en jeugd. De keteneffecten van dit programmaworden in het Coördinerend Keten Beraad (CKB) besproken.De (optimale) vulling van MK- en PR-zittingenIn ieder arrondissement worden vrijwel dagelijks (super)snelrechtzittingengehouden. Niet overal worden deze zittingen goed gevuld. Een belemme-rende factor hierbij lijkt te zijn dat OM niet kort voor de zitting nog zakenkan toevoegen omdat de reclasseringsrapportage dan niet tijdig gereed is.3RO sluit aan bij landelijke en lokale initiatieven (zoals de digitalesamenwerkingsruimte ZSM) om doorlooptijden te bekorten en is bereidwaar nodig ook behulpzaam te zijn bij het verbeteren van de planning vanzittingen en vaststelling van zittingsconvenanten.Gezamenlijk project OM en Rechtspraak: «Verbetering Verkeerstorens»Ieder arrondissement heeft een logistiek centrum, een «Verkeerstoren».Medewerkers van het OM en de Rechtspraak werken hier samen. Zijregelen de logistieke planning van meervoudige strafzaken. Ookmonitoren, begeleiden en bewaken zij de zaakstromen. De Verkeerstorens7Debat n.a.v. brief Minister van Justitie en Veiligheid en Staatssecretaris Rechtsbescherming van3 april 2025 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 930)8Zowel het WODC (naar verwachting in de loop van 2026 gereed) als de procureur-generaal bijde Hoge Raad (naar verwachting eind 2025 gereed) voeren onderzoek uit naar de strafbeschik-king.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9747 dragen bij aan een zo optimaal mogelijke zittingsvulling. De Verkeers-torens spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol bij het prioriteren van(meervoudige) jeugd- en zedenzaken. OM en Rechtspraak hebben hungezamenlijk project «Verbetering Verkeerstorens», tot eind 2025 verlengd.Dit draagt bij aan de versterking van de verkeerstorens.Voorkomen onnodig aanhouden van zakenOM en Rechtspraak onderzoeken samen hoe voorkomen kan worden datstrafzaken aangehouden moeten worden of niet gepland kunnen wordenop zitting wegens het ontbreken van (onder meer Pro Justitia) rappor-tages (zie ook paragraaf 4.3). Bij dit onderzoek zullen ook de criteriabetrokken worden om tot een dergelijke rapportage opdracht te geven.Tenuitvoerlegging straffenOpenbaar Ministerie, Rechtspraak en CJIB overleggen zowel lokaal alslandelijk om te zorgen voor een snellere, zekerdere en beter geïnfor-meerde tenuitvoerlegging van straffen. De drie reclasseringsorganisaties(3RO) en het CJIB werken samen met het Openbaar Ministerie en hetMinisterie van JenV projectmatig aan concrete maatregelen om het aantalsuccesvol afgeronde taakstraffen met 5% te verhogen.Sinds het najaar van 2023 is er bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)een capaciteitsprobleem, onder andere door een stijgende bezetting alsgevolg van langere detenties en een toename van tbs-passanten enjongvolwassenen in het gevangeniswezen. Er is sinds eind vorig jaarsprake van een code zwart-situatie: concreet betekent dit een bezettingvan ruim 99,5% bij DJI en er blijven stelselmatig arrestanten achter oppolitiebureaus. Ook is er is een groeiende voorraad zelfmelders enarrestanten. Uw Kamer wordt hierover periodiek geïnformeerd door deStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid via de voortgangsrapportagescapaciteit DJI.KetencoördinatorenIn alle arrondissementen/politieregio’s zijn sinds 2023 ketencoördinatorenwerkzaam. Zij werken voor de lokale organisaties in de strafrechtketen.Ketencoördinatoren ondersteunen en/of coördineren in elk arrondis-sement de gezamenlijke aanpak van de geprioriteerde zaakstromen enidentificeren en bedenken oplossingen voor de problemen op dekoppelvlakken. Ketencoördinatoren wisselen met elkaar best practices uit.Tevens nemen zij het voortouw in het monitoren van de actuele stand vanzaken op het gebied van in-, door- en uitstroom van deze zaken. Deketencoördinatoren zijn in beginsel aangesteld voor twee jaar. Op basisvan de positieve ervaringen in de meeste regio’s is inmiddels in hetBestuurlijk Ketenberaad strafrechtketen besloten om deze periode teverlengen. De verwachting is dat deze verlenging zal bijdragen aanverdere verbetering van de afstemming en samenwerking op lokaal enregionaal niveau en in het identificeren en helpen oplossen vanknelpunten.4.3 Maatregelen/aanpak knelpunten door JenV In de loop van 2024 zijn, ter uitvoering van de motie Ellian c.s., stappengezet om de monitoring en coördinatie vanuit het departement, zowelintern als in relatie tot de strafrechtketen te versterken. In deze paragraafgaan wij kort in op de stand van zaken, de voorgenomen aanscherpingenen leggen we de koppeling met de bevindingen van de Rekenkamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9748 Scherpere invulling verantwoording aan Ministerie van JenVDe ketenorganisaties zijn primair zelf verantwoordelijk voor het doorver-talen van landelijk afgesproken doelstellingen en voor het in gang zettenvan concrete maatregelen die het verbeteren van het presterendvermogen van de strafrechtketen tot doel hebben. Wij spreken deketenorganisaties vanuit onze politieke verantwoordelijkheid aan op hetrealiseren van de gestelde ketendoelen en bieden ondersteuning bij hetwegnemen van knelpunten. Daarbij besteden wij nadrukkelijk aandachtaan wat de ketenorganisaties van ons nodig hebben om hun prestaties teverbeteren.Aan de hand van de streefnormen die de ketenorganisaties zelf hebbenafgesproken en de daaraan gekoppelde acties en maatregelen:1)wordt beoordeeld of de doelen ambitieus genoeg zijn gesteld (enketenbreed zijn vastgelegd in de jaarplancyclus);2)wordt de voortgang gemonitord van de resultaten en worden dezegeagendeerd in de bestuurlijke overleggen met de ketenorganisaties;3)worden de organisaties aangesproken als blijkt dat de gemaakteafspraken (binnen de keten) niet worden nagekomen, dan wel zalworden bemiddeld wij als organisaties er onderling niet uitkomen.Het is van belang dat de ketendoelstellingen voor de strafrechtketen vooralle organisaties transparant opgenomen zijn in de jaaraanschrijvingen ende bestuurlijke afspraken tussen het Ministerie van JenV en de ketenorga-nisaties. Dit verbeterproces is vorig jaar gestart. Op dit moment zijn dedoelstellingen met betrekking tot doorlooptijden verwerkt in jaarplanaan-schrijvingen, kaderbrieven, subsidiebrieven en bijdragebrieven aanketenorganisaties. De doelstellingen zijn ook opgenomen in de bijdrage-brief rechtspraak. Dit proces zullen wij nauwlettend blijven volgen enmochten er verdere aanscherpingen of verbeteringen nodig zijn, danzullen we die doorvoeren. Bij het opstellen van de volgende Veiligheids-agenda9 bezien we hoe de in het BKB gemaakte afspraken over doorloop-tijden zich daartoe verhouden en daarin een plaats kunnen krijgen.Dat ketenorganisaties verantwoording afleggen over de besteding vantoegekende middelen en over de afgesproken doelstellingen staat niet terdiscussie. De Rekenkamer noemt planning-, roostering- en personeels-beleid van de ketenorganisaties als voorbeelden van zaken die onderbedrijfsvoering vallen waarover wij meer zeggenschap zouden hebben.Maar deze zaken raken zodanig aan de interne werkprocessen vansommige ketenorganisaties en de inhoud van het werk, dat daarbij degrens tussen «bedrijfsvoering» van die organisaties en de inhoud van hunwerk heel dun wordt, in het bijzonder bij de Rechtspraak en het OpenbaarMinisterie.Wij zullen betrokken blijven bij de realisatie van de in de meerjarenagendaaangekondigde afspraken en maatregelen. Niet alleen zullen wij de ketenblijven ondersteunen bij het oplossen van de knelpunten die zich kunnenvoordoen, maar ook zullen wij de voortgang scherp blijven monitoren ensamen met de ketenorganisaties de nodige acties nemen om indien nodigook tussentijds te kunnen bijsturen. Daarvoor zullen alle relevanteoverleggen op verschillende niveaus worden benut, consequenter enfrequenter dan tot nu toe het geval is geweest. Belangrijke voorwaardedaarvoor is dat er voldoende transparante informatie beschikbaar is omop tijd de gewenste actie te kunnen ondernemen. Zoals aangegeven in hetbegin van deze brief vergt dit nog verdere verkenning en concretisering.Dat zal in de komende maanden gebeuren. Een van de reeds ingezette9De Veiligheidsagenda bevat doelstellingen en concrete afspraken voor de politie voor de jaren2023–2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9749 maatregelen is dat de ketenorganisaties werken aan een regionalemonitor, die naar verwachting nuttige aanvullende inzichten zal gevenbovenop de landelijke cijfers. Waar het gaat om het beter identificeren vanknelpunten die zorgen voor vertraging in de afhandeling van zaken, zienwij een belangrijke rol weggelegd voor de ketencoördinatoren die in deverschillende regio’s werkzaam zijn. Zij zijn bij uitstek in de positie omknelpunten op het spoor te komen en oplossingen aan te dragen, waar hetkan op regionaal niveau en waar dat nodig is op landelijk niveau. Wij gaanverder met de ketenorganisaties in gesprek over andere mogelijkheden totverbetering, waarbij we ook specifieke expertise zullen betrekken op hetgebied van logistiek en het genereren van sturingsinformatie.Overzicht en prioritering nieuwe beleids-en wetgevingsvoorstellenPortfoliomanagementDe strafrechtketen wordt al jarenlang geconfronteerd met een grotehoeveelheid nieuwe beleids- en wetgevingsvoorstellen die impact hebbenop de ketenorganisaties. De Rekenkamer werpt terecht de vraag op of deorganisaties in de strafrechtketen deze voorstellen wel adequaat kunnenimplementeren. Niet alles kan tegelijkertijd en dat betekent dat, in nauwoverleg met de ketenorganisaties, meer rekening moet worden gehoudenmet het absorptievermogen van de ketenorganisaties als het gaat om deimplementatie van alle beleids- en wetgevingsinitiatieven, inclusief deinternationale (EU)-wetgeving. Dit is des te belangrijker in relatie tot deimplementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Juist daaromheeft het Ministerie van JenV in 2024 een project gestart om met behulpvan «portfoliomanagement» een transparant overzicht te creëren dat hetmogelijk moet maken om te kiezen en prioriteren.In dit kader is nu een belangrijke volgende stap gezet. Er is in samen-werking met strafrechtketenpartners een interactief dashboard ontwikkelddat een overzicht biedt van alle beleids- en wetgevingsinitiatieven,specifiek gericht op de strafrechtketenpartners. Dit dashboard isontworpen om ervoor te zorgen dat strafrechtketenpartners al in debeleidsvormende fase tijdig en volledig geïnformeerd zijn over allerelevante ontwikkelingen. Het dashboard zal medio juni beschikbaarworden gesteld aan geautoriseerde personen binnen elke strafrechtketen-partner. Deze personen kunnen op elk gewenst moment het overzichtraadplegen en de meest recente beleidsinitiatieven inzien. Dit draagt bijaan een transparanter en efficiënter proces, waarbij de strafrechtketen-partners proactief kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen.Bij de ontwikkeling van het dashboard heeft een ketenbrede werkgroepmet vertegenwoordigers van organisaties uit de strafrechtketen eencruciale rol gespeeld. Diezelfde groep werkt nu ook aan de volgende stap:het opstellen van een werkwijze waarmee de consequenties van beleids-wijzigingen en het absorptievermogen van ketenorganisaties kunnenworden ingeschat. Dit zal de mogelijkheid gaan bieden voor de laatstestap: een uniform prioriteringsproces richting de strafrechtketen, met hetoog op het maken van verantwoorde keuzes over de (de)prioritering vanvoorstellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97410 Aanpak knelpunten NIFPHet Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie(NIFP) kampt al geruime tijd met problemen om te voldoen aan de vraagnaar pro Justitie- rapportages10 en deze op tijd op te leveren. Debelangrijkste oorzaak is een structureel tekort aan rapporteurs. Dit tekortwordt mede veroorzaakt doordat de (wettelijke) vergoedingen voorrapporteurs lager liggen dan de tarieven in de private sector. Daarnaastzijn de zwaarte van de problematiek van de doelgroep en de complexiteitvan de behandelde zaken toegenomen. Hierdoor staan de huidigedeclareerbare uren niet langer in verhouding tot de daadwerkelijk bestedeuren. Momenteel wordt bekeken of en hoe binnen de bestaande budget-taire kaders, in aanvulling op de bestaande maatregelen, de tarieven voorpro Justitia-rapporteurs en het aantal declareerbare uren per rapportageverhoogd kunnen verhogen. Daarna zal samen met de betrokken partijenworden bezien op welk tijdstip een dergelijke verhoging in werking kantreden. Het NIFP bespreekt daarnaast met de Rechtspraak en hetOpenbaar Ministerie hoe de pro Jusitia-rapportage optimaal kan wordeningezet en welke maatregelen kunnen worden genomen om met deschaarste aan rapporteurs om te gaan.5. Stand van zaken overige ketendoelen 5.1 Ketendigitalisering In het Duurzaam Digitaal Stelsel (DDS) werken de betrokken ketenpartijensamen aan de digitaliseringsopgaven van de strafrechtketen op basis vanhet Ketenmeerjarenplan Digitalisering Strafrechtketen 2025–2029. Dit planvormt de basis voor een strategische IV-routekaart om te komen totsturing op de gezamenlijke opgaven. De ketenpartners zorgen ervoor datze, ieder voor zich én gezamenlijk, alles in het werk stellen om de invullingvan de opgaven met betrekking tot informatievoorziening (IV-opgaven)voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering op tijd af te hebben. DeIV-implementatie moet één jaar voor inwerkingtreding van het nieuweWetboek van Strafvordering gereed zijn zodat de mensen in het primaireproces opgeleid kunnen worden. Tevens werken de ketenpartners aan deIV-opgaven die voortvloeien uit de Europese e-Justice verordeningen.Centraal in de samenwerking staan de afspraken, standaarden envoorzieningen die noodzakelijk zijn voor de digitale informatie uitwis-seling in het strafrechtproces. Op deze wijze levert de strafrechtketen eenbijdrage aan een betere informatievoorziening ten behoeve van dewerkprocessen van de organisaties.Naast het zorgdragen dat de IV bij de ketenpartijen gereed is voorimplementatie van het nWvSv en e-Justice, vraagt ook de noodzakelijkeomschakeling van technisch verouderde primaire processystemen naareen meer moderne wendbare IV-ondersteuning, veel aandacht. Om diereden hebben de ketenpartijen in DDS verband afgesproken, om dezeprioriteiten in de samenwerking de komende jaren centraal te stellen. Deopgave voor de ketenpartijen is zowel in termen van portfolio als intermen van capaciteit en expertise zeer groot.Politie, OM en Rechtspraak werken intensief samen om de digitaleuitwisseling van multimedia binnen de zaakstroom Veel VoorkomendeCriminaliteit (vvc) tot stand te brengen. Naast de technische koppel-vlakken gaat het ook om de integratie van deze toepassing met de eigenprimaire processystemen. De start van de uitrol staat gepland voor 2026.10Dit zijn onderzoeken door een psychiater of psycholoog naar een persoon die betrokken is ineen rechtszaak.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97411 Dan start ook de voorbereiding om de andere zaakstromen (onderzoekdossiers met een hoge rubricering) te realiseren.5.2 Implementatie nieuwe Wetboek van Strafvordering Zoals toegezegd door de Staatssecretaris Rechtsbescherming tijdens debehandeling van de eerste twee wetsvoorstellen in dit wetgevingsproject,informeren wij uw Kamer in deze voortgangsbrief over de stand van zakenvan de voorbereidingen voor de invoering van het nieuwe Wetboek vanStrafvordering. De in de vorige brieven toegelichte aanpak wordtonverminderd voorgezet.11 Om de onderlinge vergelijkbaarheid tussen deorganisaties te vergroten en de samenhang van de uit te voerenimplementatie-activiteiten scherper in beeld te krijgen, zullen de organi-saties uiterlijk op 1 oktober 2025 hun individuele implementatieplannenactualiseren. Zij doen dit mede op basis van een in samenwerking met deAuditdienst Rijk opgesteld referentiekader. Om gezamenlijk inzicht tekrijgen en te houden op de voortgang van de activiteiten die bij deorganisaties en in ketenverband gerealiseerd worden, is een eerste versievan een ketenmijlpalenplanning opgesteld. De ketenorganisatiesrapporteren over de voortgang in tertaalrapportages. In de tertaalge-sprekken tussen directeuren-generaal en het bestuur van de organisatiesin de strafrechtketen wordt zo nodig aandacht besteed aan aanpak,voortgang, afhankelijkheden van andere (keten)organisaties, voorgedaneof verwachte knelpunten en (indien van toepassing) financiële uitputting.Aangezien bij de aansturing van de ketenorganisaties vanuit het minis-terie de planning- en begrotingscyclus centraal staan, zijn de implementa-tiewerkzaamheden in 2026 wederom onderdeel van de jaarplanaanschrij-vingen aan de ketenorganisaties.In aanvulling op het in kaart brengen van de structurele uitvoeringsconse-quenties van het nieuwe wetboek voor de ketenorganisaties, is opdrachtaan een extern bureau gegeven voor onderzoek naar de effecten van hetnieuwe wetboek voor gefinancierde rechtsbijstand. Een eerste expert-meeting daarover heeft op 30 april jongstleden plaatsgevonden.6. Tot slot De strafrechtketen ziet op opsporing tot en met tenuitvoerlegging vansancties. Bij alle keuzes en/of maatregelen die worden genomen om dedoorlooptijden, digitalisering en Wetboek van strafvordering te verbe-teren, is van belang dat in de hele keten de samenwerking wordt gezocht.Het overkoepelende doel van alle inspanningen van zowel het depar-tement als de ketenorganisaties is om strafzaken tijdig en effectief tot eeneinde te brengen. Het is belangrijk dat de prestaties in de strafrechtketenniet alleen worden afgemeten aan de doorlooptijden, ook kwaliteit enzorgvuldigheid van beslissingen zijn essentiële waarden. Dat zijn wij nietalleen verplicht aan de slachtoffers en verdachten, maar aan de samen-leving als geheel.11Naast de reeds genoemde brief van 23 september 2024, ook de brief van 29 januari 2024,Kamerstukken II 29 279, nr. 836.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97412 Een goed werkende strafrechtketen is van groot belang voor de veiligheidvan Nederland en voor een sterke rechtsstaat. Wij verwachten dat we metde in deze brief gepresenteerde maatregelen deze doelstelling dekomende jaren een stap dichterbij kunnen brengen.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97413 reactie op andere specifieke deelconclusies RekenkamerDe Rekenkamer benoemt een aantal oorzaken die mede van invloedkunnen zijn op te lange doorlooptijden. Voorzover deze nog niet aan deorde zijn gekomen, bespreken we ze hieronder.Financieringssystematiek organisaties in relatie tot doorlooptijdenDe Rekenkamer noemt als een van de mogelijke oorzaken voor te langedoorlooptijden dat de manier van bekostiging van de organisaties in destrafrechtketen geen positieve prikkel bevat voor het verkorten vandoorlooptijden. Naar aanleiding hiervan is binnen het Ministerie van JenVnogmaals goed gekeken naar de bestaande manieren waarop de diverseorganisaties worden gefinancierd en naar de voor- en nadelen vanverschillende bekostigingssystemen. Daarbij zijn ook de conclusiesbetrokken van het grondige onafhankelijke onderzoek dat SEO insamenwerking met AEF in 2021 heeft verricht. Wij onderschrijven nogsteeds de uitkomsten van dat onderzoek, namelijk om ten aanzien van depolitie inputbekostiging te handhaven en ten aanzien van OpenbaarMinisterie en Rechtspraak uit te blijven gaan van gemengde bekostigingdie neerkomt op een mix van deels vaste bekostiging en deels outputbe-kostiging (op basis van het aantal zaken). Uit het omvangrijke onderzoekvan SEO is destijds niet gebleken dat de bestaande systematiek leidt totongewenste effecten bij het afdoen van strafzaken en wij hebben geenaanwijzingen dat dit anno 2025 anders is. In de praktijk worden welvormen van ketenfinanciering toegepast bij specifieke, goed af te bakenenprojecten, zoals de implementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvor-dering of de digitalisering van de keten. Maar een dergelijke wijze vanfinancieren van reguliere werkprocessen in alle ketenorganisaties is in depraktijk niet werkbaar om dat dit een majeure ingreep zou betekenen vooralle organisaties met grote gevolgen voor de continuïteit van het werk.Daar komt bij dat organisaties als de politie en de Rechtspraak ook veelandere taken verrichten naast werk voor de strafrechtketen. Daaromkiezen wij ervoor om geen fundamentele wijzigingen aan te brengen in debestaande wijze van bekostiging van de organisaties in de strafrechtketen.Uiteraard zijn op onderdelen verbeteringen altijd mogelijk, daaromhouden we ook nadrukkelijk de vinger aan de pols. Hierover vindt ookregelmatig overleg plaats met de organisaties in de strafrechtketen, juistom te voorkomen dat zich perverse effecten voordoen. In het verleden zijndiverse bekostigingssystemen ook al met enige regelmaat aangepast. Enindien het voorbeeld van de Rekenkamer zich voordoet dat de eneorganisatie veel zaken behandelt terwijl een andere organisatie kampt metpersoneelstekort, zien wij de oplossing veeleer in een verdere verbeteringvan de onderlinge afstemming tussen de ketenorganisaties dan in eenandere manier van financieren.Zicht op ongewenste uitstroomDe ARK concludeert dat zaken tussentijds kunnen «uitstromen» uit deketen maar dat dit soms sprake is van «ongewenste uitstroom» die niet inlijn is met de in-, uit- en doorstroom van zaken binnen de strafrechtketenworden verantwoord in de jaarlijkse strafrechtketenmonitor, die hierbovenal aan de orde is gekomen. Daarin wordt onder meer aangegeven hoeveelstrafbare feiten de politie heeft geregistreerd, hoeveel van deze feitendoorstromen naar het OM, hoeveel niet in behandeling worden genomen(bijvoorbeeld wegens het ontbreken van opsporingsindicaties) en hoeveelvoortijdig worden beëindigd (bijvoorbeeld omdat het onderzoek nietsheeft opgeleverd).Bijlage:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97414 Er zijn verschillende oorzaken, waardoor zaken de strafrechtketen uitkunnen stromen. Als bijvoorbeeld een onderzoek van de politie langduurt, niet leidt tot een verdachte en wordt beëindigd of het niet lukt eenopgelegde straf uit te voeren waardoor de zaak terug wordt gestuurd naarhet OM (retourstroom) en moet worden geseponeerd, zou gesprokenkunnen worden van ongewenste uitstroom. Maar hierbij is geen sprakevan strijd met wet- en regelgeving. Er wordt in de factsheet strafrechtke-tenmonitor voldoende inzichtelijk gemaakt wat er gebeurt met de bij depolitie geregistreerde zaken. Nog preciezer registreren zou tot eenonevenredige belasting leiden voor de organisaties in de strafrechtketen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97415
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.