Voortgang aanpak versterking toegang tot het recht
Brontekst
Versie 578ea7b8db91164b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 920 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 december 2024Goed bestuur en de democratische rechtsstaat vormen het fundament vanonze samenleving. Een rechtsstaat, omdat iedereen – dus ook de overheid– zich aan het recht moet houden. Burgers dienen door en tegen deoverheid beschermd te zijn en ondersteuning te krijgen als dat nodig is.Toegang tot het recht, waaronder toegang tot de rechter, is dan ook eenbelangrijke voorwaarde voor een goed functionerende rechtsstaat.Het waarborgen en versterken van de toegang tot het recht versterkt nietalleen het rechtssysteem, maar draagt ook bij aan het vertrouwen vanburgers in de overheid. Ik vind het belangrijk dat burgers, zzp’ers,bedrijven en organisaties (hierna: rechtzoekenden) in staat wordengesteld om sneller, eenvoudiger en beter een passende en duurzameoplossing te vinden voor een juridisch probleem. Conform het regeerpro-gramma (p. 84) zet ik mij hiervoor in.Dit uit zich allereerst in meer budget voor de versterking van de toegangtot het recht. Het kabinet trekt hier vanaf 2027 structureel € 35,6 mln. vooruit. Dit budget wordt als volgt besteed:Tabel 1. Budget versterking van de toegang tot het recht (bedragen x € 1.000)20252026202720282029Versterken Juridisch Loket7.00014.00014.00014.00014.000Toegang tot het recht3.4002.100000Versterken Rechtspraak13.60015.10021.60021.60021.600Totaal24.00031.20035.60035.60035.600 De verschillende posten worden verderop in deze brief nader toegelicht.Dit jaar heeft ook nadere besluitvorming plaatsgevonden omtrent deverdeling van middelen versterking toegang tot het recht uit de brief van kst-29279-920ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9201 27 juni 2023. Op basis hiervan is er vanaf 2025 structureel extra subsidievoor de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken(€ 100.000) en de rechtswinkels (€ 400.000), en is er € 250.000 ingezetvoor de aanpak versterking toegang tot het recht. Het gereserveerdebedrag voor het register voor mediators (€ 1,5 mln.) wordt in tegen-stelling tot wat eerder is gecommuniceerd opgevangen binnen debestaande kaders.Daarnaast is met partijen gestart met de ontwikkeling van een visie op deversterking toegang tot het recht.1 Dit heeft geleid tot de volgende missie,visie en kernwaarden2:MissieSamen de toegang tot het recht borgen en versterken. De recht-zoekende staat hierbij centraal.VisieIedereen in Nederland kan een passende en duurzame uitkomstvinden voor een (juridisch) probleem.Deze missie, visie en kernwaarden zijn toegelicht in het visiedocument inbijlage 1 bij deze brief. Met partijen wordt gewerkt aan de verdereuitwerking van deze visie.3 Doel van de visieontwikkeling is om vanuit eengemeenschappelijk kader maatregelen te kunnen nemen om de toegangtot het recht te versterken.LeeswijzerOver de versterking toegang tot het recht en de voortgang van destelselvernieuwing rechtsbijstand werd uw Kamer tot op heden doormiddel van aparte voortgangsbrieven geïnformeerd. Vanwege de sterkeinhoudelijke samenhang meen ik er goed aan te doen de voortgang opalle onderwerpen die de toegang tot het recht raken in één brief samen tebrengen.In deze brief ga ik in op ontwikkelingen ten aanzien van maatregelen die ikwil nemen om de toegang tot het recht te versterken. Omdat er alverschillende trajecten lopen op het gebied van het strafrecht, richt ik mehier met name op het civiel- en bestuursrecht.4 Voor een totaaloverzichtvan lopende maatregelen verwijs ik naar bijlage 1 van de brief Aanpakversterking toegang tot het recht die op 27 juni 2023 naar uw Kamer isgestuurd.5 De inzet is erop gericht de toegang tot het recht langs devolgende drie pijlers te versterken: 1. informatie, 2. advies en onder-steuning en 3. beslissing van een neutrale instantie. Bij de toelichting vande maatregelen wordt de structuur van deze pijlers aangehouden.1O.a. de Raad voor de rechtspraak, Raad voor Rechtsbijstand, het Juridisch Loket, de Neder-landse orde van advocaten, Mediatorsfederatie Nederland, Koninklijke Notariële Beroepsorga-nisatie, Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders en de Stichting Geschillen-commissies voor Consumentenzaken zijn hierbij betrokken.2Bij de toegankelijkheid staan betaalbaarheid, beschikbaarheid, nabijheid en begrijpelijkheidcentraal. Bij kwaliteit gaat het om de kwaliteit van de beschikbare oplossingsrichtingen engeboden dienstverlening. Hieronder vallen ook de snelheid waarmee rechtzoekenden wordengeholpen, de procedurele rechtvaardigheid die zij ervaren en de effectiviteit van de gebodenhulp of gewezen beslissing.3Zie voetnoot 2.4Op het gebied van het vreemdelingenrecht lopen er aparte trajecten. Wat betreft het strafrechtverwijs ik onder andere naar: Kamerstukken II, 2023/24, 29 279, nr. 836; Kamerstukken II,2024/25, 29 279, nr. 874; Kamerstukken II, 2024/25, 29 279, nr. 918.5Kamerstukken II 2022/23, 29 279, nr. 800.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9202 Vervolgens bied ik een korte vooruitblik en geef ik aan welke onderzoekener lopen.Maatregelen nu en in de toekomstOm de toegang tot het recht te versterken zet ik de aanpak versterkingtoegang tot het recht voort. Uw Kamer is, bij eerder genoemde brief van27 juni 2023, over deze aanpak geïnformeerd.6 Belangrijk onderdeel vande aanpak is het nemen van concrete maatregelen om de toegang tot hetrecht te versterken. Ik ben dan ook verheugd te melden dat hier in hetkader van het regeerprogramma aanvullende incidentele middelen voorzijn gereserveerd. Voor 2025 gaat het om € 3,4 mln. en voor 2026 om€ 2,1 mln. (zie tabel 1). Komende periode wordt met betrokken partijenbezien hoe deze middelen het beste kunnen worden ingezet om detoegang tot het recht met dit beschikbare budget zo optimaal mogelijk tekunnen versterken.Hieronder ga ik per pijler in op de verschillende maatregelen die wordengenomen.Pijler 1: Informatie 1.1 Informatievoorziening vanuit de overheid Het is van belang dat rechtzoekenden toegang hebben tot bereikbare,begrijpelijke en objectieve informatie. Zoals ook is opgenomen in hetregeerprogramma (p. 84), kunnen mensen door een verbeterde informa-tievoorziening over de verschillende vormen van geschiloplossing beterbeoordelen wat voor hun de meest passende wijze is om hun probleemop te lossen, bijvoorbeeld via mediation, een geschillencommissie of degang naar de rechter. Met het Ministerie van Algemene Zaken werk ikeraan om de informatie over de verschillende manieren om een juridischprobleem op te lossen op een begrijpelijke manier op de website vanRijksoverheid.nl weer te geven. Ik streef ernaar dat de pagina begin 2025online gaat.Daarnaast heb ik gewerkt aan een aantal zogenaamde boegbeeldvideo’swaarin een beroepsbeoefenaar inzicht geeft in een bepaalde oplossings-richting. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om video’s over mediation, hetnotariaat, de sociale advocatuur en de geschilleninstanties. Hiermeebeoog ik de kenbaarheid van de verschillende vormen van geschilop-lossing te bevorderen. Ik streef ernaar om deze video’s begin 2025 op denieuwe pagina op Rijksoverheid.nl te publiceren.1.2 Publicatie rechterlijke uitspraken Ik werk samen met de Raad voor de rechtspraak, de Hoge Raad en deAfdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State aan de voorbereidingvan een wetsontwerp rond het publiceren van rechterlijke uitspraken.7Een wettelijke regeling biedt de rechterlijke organisaties duidelijkheid enondersteuning bij het uitvoeren van het programma voor het meer énverantwoord publiceren van uitspraken. Een goede uitvoerbaarheid voorde rechterlijke organisaties staat daarbij voorop.Om de wettelijke regeling goed te laten aansluiten bij andere recenteregelgeving, zoals de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de DataGovernance Verordening (2022/868), vindt kennisuitwisseling plaats met6Kamerstukken II 2022/23, 29 279, nr. 800.7Kamerstukken II 2022/23, 29 279, nr. 801.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9203 het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Daarbij isgebleken dat dit complexer is dan aanvankelijk gedacht. Het wetsvoorstelmoet een goede balans vinden tussen enerzijds de openbaarheid van derechtspraak en anderzijds bescherming van de persoonsgegevens van debij de uitspraken betrokkenen. Over de vraagpunten en denkrichtingen wilik uw Kamer graag nader informeren in een contourenbrief over hetpubliceren van rechterlijke uitspraken, die ik uw Kamer in het eerstekwartaal van 2025 zal toesturen.Pijler 2: Advies en ondersteuning 2.1 Stelselvernieuwing rechtsbijstand Het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand werkt aan een stelselvan gesubsidieerde rechtsbijstand waarin de rechtzoekende met een(juridisch) probleem vroegtijdig, laagdrempelig en adequaat geholpenwordt met de oplossing van zijn of haar probleem en waarin de rechtsbij-standverleners die binnen het stelsel werkzaam zijn zo goed mogelijk zijntoegerust voor hun taak. Hiermee vormt de stelselvernieuwing rechtsbij-stand een belangrijk onderdeel van het brede traject versterking toegangtot het recht. Hieronder zijn enkele belangrijke mijlpalen van de stelselver-nieuwing uit de afgelopen periode opgenomen. Bijlage 2 bij deze briefbevat een de stand van zaken ten aanzien van alle maatregelen die lopenin het kader van de stelselvernieuwing rechtsbijstand.2.1.1 Eerste lijn Landelijk dekkend netwerk sociaaljuridische dienstverlening (motie VanNispen/Palmen)Op 26 november jongstleden is de motie van de leden Van Nispen (SP) enPalmen (NSC) aangenomen waarin de regering wordt verzocht metvoorstellen te komen hoe een landelijk dekkend netwerk tot stand zoukunnen komen waarin lokale en regionale samenwerkingsvormen zoalshet Huis van het Recht een plek krijgen, te beginnen met regio’s waar desociaaljuridische problematiek het grootst is en/of het aanbod beperkt is,en de Kamer over een concreet tijdspad met doelstellingen te infor-meren.8Ter uitvoering van deze motie zal ik laten verkennen hoe een landelijkdekkend netwerk van sociaaljuridische dienstverlening het best vormge-geven kan worden. Mijn streven is om voor de zomer van 2025 eenkwartiermaker hiervoor benoemd te hebben. Ik geef hierbij graag mee datde insteek van de vormgeving van een landelijk dekkend netwerk niet zalzijn om nieuwe loketten te introduceren, maar om te versterken en teverbinden wat er al is. Voor de vormgeving van een dergelijk netwerk issamenwerking binnen het Rijk en tussen Rijk, regio’s en gemeenten nodigom de toegang te verbeteren en netwerken te bouwen. Ik zal hiervoor inde komende periode in gesprek gaan met mijn ambtgenoten van onderandere SZW en BZK en met de VNG. Ook andere organisaties, zoals hetJuridisch Loket, Divosa en Sociaal Werk Nederland, zal ik hierbijbetrekken. Voor de zomer van 2025 zal ik uw Kamer informeren over destand van zaken. Het WODC-rapport «Onderweg naar betere rechtshulp»levert waardevolle inzichten voor de vorming van een landelijk dekkendnetwerk. In bijlage 3 bij deze brief treft u de beleidsreactie op dit rapport.8Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VI, nr. 91.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9204 Investeren in het Juridisch Loket (n.a.v. regeerprogramma)Het kabinet vindt het belangrijk dat burgers goede toegang tot rechtshulphebben. Een deel van de financiële middelen voor het versterken van derechtstaat en goed bestuur zijn daarom toegekend aan het Juridisch Loket(7 miljoen in 2025 en vanaf 2026 14 mln. zie tabel 1). De medewerkers vanhet Juridisch Loket helpen iedere dag vele mensen met een laag inkomenbij hun juridische vragen en problemen. Dit doen zij online, tijdens(inloop)spreekuren en telefonisch. Sinds 2023 heeft het Juridisch Loketeen gratis telefoonnummer (0800 8020) en een spoedlijn.De vraag naar rechtshulp is momenteel heel hoog. Er is sprake van eentoename van 25% van het aantal contacten ten opzichte van vorig jaar. Deextra subsidie voor het Juridisch Loket is bedoeld om de toegang tot enkwaliteit van rechtshulp te borgen. Ook kan hiermee de ontwikkeling vanmeer probleemoplossend vermogen van de dienstverlening, zoals in ganggezet in het kader van de stelselvernieuwing rechtsbijstand, structureelgeïmplementeerd worden. Het Juridisch Loket gaat aan de slag metcoördinatie van eerstelijns rechtshulp en breidt de samenwerking uit metoverheidsdiensten en sociaal domein, zodat problemen sneller opgelostkunnen worden. Het kabinet wil ten slotte signalen uit de uitvoerings-praktijk benutten om (de uitvoering van) wet- en regelgeving te verbe-teren. Tegen die achtergrond zal het Juridisch Loket een signaleringsme-thode ontwikkelen, waarmee het mogelijk wordt om de juridischehulpvragen van mensen met een inkomen onder de Wrb-grens, teanalyseren. Hierdoor ontstaat een duidelijker beeld van de kwesties waarrechtzoekenden tegenaan lopen.Subsidieregeling rechtswinkels geactualiseerdRechtswinkels zijn een waardevolle aanvulling op de rechtshulp die hetJuridisch Loket en sociaal raadslieden aanbieden. Rechtswinkels zijngemakkelijk toegankelijk voor iedereen die hulp zoekt bij juridische vragenen problemen. Sommigen richten zich op specifieke groepen of thema’s,zoals vrouwen, jeugdigen, belastingzaken of strafrecht. Bij rechtswinkelszijn veelal studenten en andere vrijwilligers werkzaam. Daarmee zijn hetmooie maatschappelijke initiatieven en voor studenten een plek ompraktijkervaring op te doen. De rechtswinkels kunnen een goede kweek-vijver zijn voor maatschappelijk betrokken juristen in spé en bijdragen aanjonge aanwas voor de sociale advocatuur.Al sinds jaar en dag bestaat er bij de Raad voor Rechtsbijstand een(bescheiden) subsidieregeling voor de rechtswinkels. De regeling is sinds2009 niet meer toegankelijk voor nieuwe aanvragers en het subsidie-plafond is sindsdien niet geïndexeerd. Slechts 33 rechtswinkels kunnengebruik maken van de regeling terwijl er in Nederland inmiddels115 rechtswinkels actief zijn. Vanuit mijn ambitie om de toegang tot hetrecht te versterken laat ik de subsidieregeling actualiseren, zodat iedererechtswinkel in aanmerking kan komen voor een subsidie. Vanaf 2025 is ermet de extra subsidie van € 400.000 jaarlijks € 515.000 beschikbaar.Rechtswinkels kunnen hierdoor beter dan voorheen hun bijdrage leverenaan de laagdrempelige toegang tot het recht, een meer volwaardigesamenwerkingspartner zijn in het netwerk van de eerstelijns rechtshulp,investeren in scholing van de medewerkers en de kweekvijverfunctie beterontwikkelen.De geactualiseerde regeling wordt begin volgend jaar gepubliceerdwaarna aanvragen bij de Raad voor Rechtsbijstand ingediend kunnenworden om in aanmerking te komen voor subsidie op basis van dezeregeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9205 Ontwikkelingen eerstelijnsvoorziening Caribisch NederlandDe afgelopen tijd is hard gewerkt aan de nadere concretisering van deeerstelijns voorziening voor rechtshulp voor burgers in CaribischNederland. Ik spreek mijn waardering uit voor het werk dat de kwartier-maker van het Juridisch Loket in korte tijd heeft geleverd en de inzichtendie dit heeft opgeleverd. Zo is er belangrijke input geleverd over dereikwijdte van de dienstverlening, de mogelijke huisvesting en de wervingen opleiding van personeel. Gedurende de kwartiermakersfase werdechter ook duidelijk dat de organisatorische inbedding op een anderemanier vorm gegeven moet worden. Inwoners van Caribisch Nederlandmoeten kunnen rekenen op een stevige en duurzame voorziening, waar zijjuridische hulp kunnen krijgen die doorlopend fysiek toegankelijk is. Het isduidelijk geworden dat dit – om juridische redenen – lastiger valt terealiseren vanuit het Juridisch Loket in Europees Nederland dan aanvan-kelijk werd gedacht. Het recente onderzoek naar ervaren juridischeproblemen maakt inzichtelijk dat rechtshulp van groot belang is, maaronderstreept ook het belang van een gedegen en zorgvuldige start.Daarom heb ik samen met de Minister van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties besloten om in te zetten op de gezamenlijke oprichtingvan een nieuwe, lokale stichting. Deze stichting wordt verantwoordelijkvoor het verlenen van rechtshulp en zal dienen als antidiscriminatievoor-ziening. Het oprichten van een stichting kost tijd. De komende tijd zal hetvoornemen om een stichting op te richten worden voorgelegd aan hetMinisterie van Financiën en de Algemene Rekenkamer, gevolgd door eenvoorhangprocedure bij uw Kamer. De verwachting is dat dit circa10 maanden extra in beslag zal nemen.2.1.2 Tweede lijn Versterking van de sociale advocatuurMensen moeten erop kunnen vertrouwen dat ze hulp kunnen krijgen bijeen juridisch probleem of geschil. Hun toegang tot het recht is eenfundament van onze democratische rechtsstaat. Sociaal advocaten zijndeze toegang voor de meest kwetsbare mensen in onze samenleving. Deberoepsgroep staat echter onder grote druk, door vergrijzing en gebrekaan aanwas. De oplossing hiervoor is niet eenvoudig, en niet alleen eenkwestie van veel meer geld. Bij het vinden van een oplossing is een rolweggelegd voor veel betrokken partijen, bijvoorbeeld de overheid, deRaad voor Rechtsbijstand, de advocatuur zelf en het onderwijs.Allereerst ligt er een handschoen voor de advocatuur om zelf op tepakken. Punt van aandacht is vooral de uitstroom van jonge advocaten,die na een paar jaar de sociale advocatuur verlaten. Jonge juristen werkengraag in een kantoor waar voortdurende opleiding, een gedeeld ideaal ensociaal contact belangrijk worden gevonden. Er moet worden nagedachtover een kantoormodel of samenwerkingsvorm die bestendig enaantrekkelijk is. Daarbij kijk ik ook welke rol hier voor mij noodzakelijk isom op te pakken.De afgelopen periode zijn de nodige stappen gezet waar ik samen met deNederlandse orde van advocaten (NOvA), de Vereniging SocialeAdvocatuur (VSAN) en de Raad voor Rechtsbijstand een vervolg aan wilgeven. Daarbij sluit ik aan op een aantal maatregelen die in de afgelopenperiode in gang zijn gezet. De maatregelen op het gebied van deberoepsopleiding, onderwijs en vergoedingen uit het plan van aanpaksociale advocatuur in de brief van 20 april 2023 zijn in gang gezet, dit geldttevens voor de maatschappelijke bijdrage van de advocatuur. Het is nuTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9206 ook tijd om naar de langere termijn te kijken. Het heeft mijn prioriteit omjonge advocaten te laten toetreden en te behouden voor het stelsel.Ik zie een gedeelde opdracht om samen met de NOvA, de VSAN en deRaad voor Rechtsbijstand een vervolgplan op te stellen voor de middel-lange en lange termijn, waarin alle betrokkenen vanuit hun eigenverantwoordelijkheid meedenken op de aandachtspunten innovatie,maatschappelijke bijdrage en fundamentele aanpassingen. Met de NOvAwil ik toewerken naar een meer duurzaam kantoormodel voor sociaaladvocaten, dat bedrijfsmatig efficiënt is, dat aantrekkelijk is voor jongeadvocaten en waarin de kwaliteit is gewaarborgd. Daarbij zou ik ookwillen verkennen hoe een betere mix van toevoegings- en commerciëlepraktijk kan worden gecreëerd en hoe de barrières tussen de sociale en decommerciële advocatuur kunnen worden geslecht. Ik betrek hierbij ook deaanbevelingen van de Commissie-Van der Meer II die zien op hetverdienvermogen van sociaal advocaten en de verdere duiding van decijfers – zowel landelijk als regionaal – over de uittredende advocatenwaarnaar het Kenniscentrum van de Raad voor Rechtsbijstand op ditmoment onderzoek naar doet.Nog dit jaar vindt over deze gedeelde opdracht een vervolgoverleg metNOvA, VSAN en de Raad voor Rechtsbijstand plaats. Naast de stand vanzaken en voortgang van en mogelijke aanvullende maatregelen op hetbestaande plan van aanpak, is het ook nodig om met elkaar een visie opde toekomst van de sociale advocatuur vorm te geven. Vanuit diegezamenlijke visie wil ik gericht doelen kunnen stellen en concretevervolgmaatregelen afspreken. Deze doelen en vervolgmaatregelenmoeten bijdragen aan een volwaardig en toekomstgericht beroep vansociaal advocaat, zodat daarmee de toegang tot het recht voor derechtsbijstandsgerechtigde, ook naar de toekomst toe, geborgd blijft. Ikben voornemens u nog voor het commissiedebat rechtsbijstand, datgepland staat op 13 maart aanstaande, in een separate brief over devoortgang op dit onderwerp te berichten.Slachtofferadvocatuur: besluit landelijke implementatie ernstig geweldSlachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven hebben recht opkosteloze rechtsbijstand door een gespecialiseerde slachtofferadvocaatgefinancierd door de overheid, ongeacht de financiële draagkracht van hetslachtoffer. In 2020 en 2021 heeft een pilot plaatsgevonden om eenwerkwijze voor actieve doorverwijzing door de politie naar slachtofferad-vocaten te beproeven. Uiteraard gebeurt dit alleen indien een slachtofferdat wenst. De werkwijze voor slachtoffers van ernstig geweld was in dezepilot nog niet voldoende uitgekristalliseerd om landelijk te implemen-teren. Daarom wordt er sinds medio juli 2023 een vervolgpilot uitgevoerdwaarbij het aantal pilotregio’s is uitgebreid van twee naar drie. Door hettoevoegen van Rotterdam-Zuid komt ook de grootstedelijke context beterin beeld. Deze vervolgpilot is onlangs afgerond en daarna geëvalueerd.Het beeld dat naar voren komt uit deze evaluatie is overwegend positief.De evaluatie toont aan dat de werkwijze uit de pilot doeltreffend is en dedrempel lijkt te verlagen voor slachtoffers om hun recht op een kostelozeadvocaat te effectueren. Daarnaast kan de werkwijze uit de pilot rekenenop overwegend positieve ervaringen bij slachtoffers en professionals.Begin november is daarom met de betrokken ketenpartners besloten omdeze werkwijze landelijk te gaan implementeren en hiervoor een project-leider aan te stellen. Hierbij zal zo veel mogelijk aansluiting wordengezocht bij de reeds gestarte voorbereiding van de landelijke implemen-tatie van de werkwijze voor zedenzaken.Kernpunt in beide implementatietrajecten is het tot stand brengen van eendigitale systematiek voor de doorverwijzing van slachtoffers vanuit deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9207 politie naar een slachtofferadvocaat. Hiervoor dient een koppelinggemaakt te worden tussen de systemen van de politie, de Raad voorRechtsbijstand en een slachtofferadvocaat, met afschrift van de doorver-wijzing aan Slachtofferhulp Nederland.De Raad voor Rechtsbijstand heeft hier een haalbaarheidsonderzoek naaruitgevoerd. De komende periode wordt met de betrokken ketenpartnerseen concreet implementatieplan opgesteld voor beide trajecten, en wordthet realiseren van een automatische koppeling verder voorbereid. UwKamer zal over de verdere implementatie van de werkwijze in de volgendevoortgangsrapportage worden geïnformeerd. Ondertussen zal debeproefde werkwijze in de voormalige pilotregio’s worden voortgezet.2.1.3 Burgergerichte overheid Actieplan project procedeergedrag overheidDe afgelopen periode is uitvoering gegeven aan het Actieplan «Meervertrouwen, minder onnodige procedures», dat als bijlage 4 bij deze briefis gevoegd. Dit Actieplan richt zich op het terugdringen van onnodigeprocedures in het bestuursrecht en het stimuleren van behoorlijk,burgergericht procedeergedrag. Het is voorbereid in samenwerking meteen brede groep betrokkenen – waaronder vertegenwoordigers vanuitburgers, wetenschap, overheid, rechtspraak en rechtsbijstandverleners –en is het vervolg op eerdere publicaties met inzichten over en eenprobleemanalyse van het procedeergedrag van de overheid.9Het aantal procedures in het bestuursrecht en hoe deze procedures doorburgers worden ervaren is geen geïsoleerd vraagstuk, maar hangt sterksamen met de totstandkoming en inhoud van beleid en wetgeving en dewijze waarop de overheid is georganiseerd. Om deze reden geeft hetActieplan een breed beeld van activiteiten en programma’s van de(decentrale) overheid die invloed hebben op het aantal procedures tussenoverheid en burger en de opstelling van de overheid hierin. In aanvullingop die bestaande activiteiten is het Actieplan gericht op de wijze waaropde overheid omgaat met de burger in de fase van besluitvorming enbezwaar en beroep. Vroegtijdig en persoonlijk contact met de burger helptbij het doordringen tot de kern van de zaak en draagt bij aan het vindenvan een oplossing voor het probleem. De «informele aanpak» is eengoede methode hiervoor. Vooruitlopend op de in het regeerprogramma(p. 88) aangekondigde handvatten voor publieke dienstverleners tenbehoeve van het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb, benik bezig met het inrichten van een kennisplatform met informatie over hetimplementeren en werken volgens deze informele aanpak. Daarnaast wilik bij bestuursorganen aandacht vragen voor het belang van behoorlijkprocederen in het bestuursrecht. In het bijgevoegde Actieplan is naderetoelichting te vinden. De uitvoering van het Actieplan is in de afrondendefase en vormt het sluitstuk van het deelprogramma Burgergerichteoverheid dat begin 2025 wordt afgerond.2.2 Stimuleren van onderlinge overeenstemming 2.2.1 Startbijdrage mediation Om mediation toegankelijker te maken is, bij een verwijzing vanuit deRechtspraak naar mediation, de eerste tweeënhalf uur van de mediationkosteloos voor burgers die niet in aanmerking komen voor eentoevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand. De mediatorontvangt daarvoor een vergoeding, de startbijdrage. Voor degene die al9Kamerstukken II 2022/23, 31 753, nr. 268 respectievelijk 270.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9208 procedeert op basis van een toevoeging en voor mediation in eenstrafzaak, is en blijft de mediation kosteloos.De startbijdrage gold aanvankelijk tot 1 januari 2025. Op basis van deevaluatie van de regeling heb ik besloten de startbijdrage met ingang van1 januari 2025 voor de duur van vijf jaar te verlengen. De regeling zalblijvend worden gemonitord en aan de hand van formulieren wordengeëvalueerd. In 2029 zal een onafhankelijke evaluatie plaatsvinden aan dehand waarvan wordt beoordeeld of en zo ja in hoeverre het wenselijk is deregeling voort te zetten.2.2.2 Uitwerking contouren centraal mediatorsregister Eerder is uw Kamer geïnformeerd over de contouren van het te ontwik-kelen centraal mediatorsregister en het onderbrengen daarvan in eenpubliekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (zbo).10 Na verdereverkenning heb ik besloten een kwartiermaker aan te stellen die zich laatbijstaan door drie deskundigen en daarmee af te zien van de eerderaangekondigde onafhankelijke commissie.11 Met een kwartiermaker wil ikbeter in kaart brengen wat het zbo nodig heeft om zijn taken goed tekunnen uitoefenen. In mijn opdracht aan de kwartiermaker vraag ik omaanbevelingen op de in de brief van 26 oktober 2023 genoemdecontouren. Daarnaast vraag ik om in overleg met het departement en hetwerkveld inzichtelijk te maken welke aandachtspunten en randvoor-waarden er, gegeven de uitwerking van die contouren, moeten wordengesteld aan de uitvoering/uitvoerder van het register. Daarbij zullen ookde governance van het zbo en de organisatiestructuur worden betrokken.2.2.3 Schuldenproblematiek Op 11 oktober jl. heb ik samen met de Staatssecretaris Participatie enIntegratie de kabinetsreactie op het Interdepartementaal Beleidsonderzoekproblematische schulden «Naar een beter werkende schulden keten»12aan uw Kamer aangeboden.13 De maatschappelijke kosten van schuldenbedragen minimaal 8,5 miljard per jaar. Het is daarom belangrijk dat deoverheid verantwoordelijkheid neemt om de schuldenproblematiek aan tepakken. Ik vind het belangrijk dat ook mensen met schulden (en daarmeeminder financiële ruimte om juridische hulp in te schakelen) toegang tothet recht hebben. In de brief van 11 oktober jl. staan een aantal maatre-gelen, zoals een zorgplicht voor deurwaarders en een collectief afbeta-lingsplan, die ik komende periode verder zal uitwerken. Uiterlijk 1 mei2025 deel ik met de Kamer de juridische aanpak civiele invordering waarineen uitwerking van de maatregelen is opgenomen. Daarnaast is onlangseen pilot gestart waarbij mensen die worden geconfronteerd met beslagop het inkomen en/of hun vermogen – en die daardoor niet in aanmerkingkomen voor gesubsidieerde rechtsbijstand, of die geconfronteerd wordenmet een zeer hoge eigen bijdrage – onder omstandigheden alsnog eentoevoeging kunnen krijgen, omdat zij de kosten van een advocaat door hetbeslag niet zelf kunnen dragen. Ook is de wetswijziging Wsnp sinds juli2023 van kracht om de doorstroom naar de Wsnp te verbeteren. Sinds1 november jl. kunnen Wsnp-bewindvoerders worden ingezet voor de10Kamerstukken II 2022–23, 29 279, nr. 822 en Kamerstukken II 2023–24, 29 528, nr. 17.11Als kwartiermaker zal Prof. dr. S. Voet, verbonden aan de Universiteit Leuven, wordenaangesteld. Daarnaast zullen de volgende deskundigen worden aangesteld: mr. C. Schroten,voorzitter van de landelijke expertgroep maatwerk en mediation van de Rechtspraak enrechterlijk bestuurslid van de rechtbank Noord-Holland, mr. drs. D. Strörmann, jurist,socioloog, MfN-registermediator, lid RvT MfN, en dr. mr. M. Simon Thomas, verbonden aan deUniversiteit Utrecht (Rechtssociologie) en onder meer redactielid Tijdschrift Conflicthantering.12Kamerstukken II 2023/24, 24 515, nr. 766.13Kamerstukken II 2023/24, 24 515, nr. 770.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9209 aanvraag Wsnp. Om de toestroom naar de Wsnp te vergroten wordt meeren bredere voorlichting hierover gegeven. Tot slot kom ik begin 2025 meteen Kamerbrief bewind waarin ook de toegang tot het recht voor de onderbewind gestelde aan de orde zal komen.2.2.4 Online dispute resolution Sinds eind 2023 kunnen rechtzoekenden in de regio Noord-Holland dieproblemen hebben met of binnen de Vereniging van Eigenaars (VvE) vanhun woning, binnen de pilot voorRecht, online zoeken naar hoe de rechteromgaat met vergelijkbare gevallen en tips krijgen over hoe je weer met deandere partij(en) in contact kan komen. Lukt het niet om er met dewederpartij uit te komen, dan wordt persoonlijke begeleiding aange-boden, bijvoorbeeld in de vorm van mediation. Als het nodig is, kan dezaak aan een rechter worden voorgelegd. Inmiddels zijn meer dan veertigzaken door de pilot in behandeling genomen.Uit de cijfers van het gebruik van de website en de ingevulde commen-taren van gebruikers blijkt, dat de meeste rechtzoekenden het platformgebruiken om informatie te vinden. In 2025 wordt de pilot uitgebreid omte onderzoeken of de eerste positieve bevindingen ook los van de pilotvoortgezet kunnen worden. Naast Noord-Holland kunnen rechtszoe-kenden voor VvE-zaken ook bij de rechtbanken Amsterdam enOost-Brabant terecht. Verder wordt in Noord-Holland de pilot uitgebreidmet bouwzaken.Pijler 3: Beslissing van een neutrale instantie 3.1 Versterking rechtspraak: betere rechtsbescherming in de jeugdbe-scherming en rechtspraak jeugd Ik vind het belangrijk om kwetsbare groepen te beschermen. In dat kaderwerk ik aan de versterking van de rechtsbescherming van kwetsbaregezinnen die te maken krijgen met een kinderbeschermingsmaatregel. Ikheb uw Kamer over de voortgang hiervan apart geïnformeerd in mijn briefvan 18 november 2024.14Als onderdeel daarvan investeer ik in familie- en jeugdrechtspraak, zodatde kinderrechter beter in staat wordt gesteld een goede en juiste afwegingte maken in kinderbeschermingszaken en recht te doen aan kinderen enouders. De familie- en jeugdrechters hebben aangegeven dat hetbelangrijk is dat de rechter echt goed kan luisteren naar wat de ouders enkinderen op zitting vertellen. Dit wordt onder andere gerealiseerd door hetfinancieren van de afschaffing van de meldbriefprocedure en hetrealiseren van meer tijd voor de behandeling van jeugdbeschermings-zaken zodat ouders en kinderen zich tijdens de procedure en op zittingmeer betrokken en gehoord voelen.3.2 Versterking rechtspraak: institutionele vernieuwing Rechtspraak Daarnaast stel ik financiering beschikbaar aan de Rechtspraak voorinvesteringen op het gebied van institutionele vernieuwing. De Recht-spraak kan dit geld aanwenden om te investeren in innovatief personeels-beleid, vernieuwing van werkwijzen en het werken met innovatievetechnologie. Dit kan een bijdragen leveren aan het verlagen van dewerkdruk binnen de Rechtspraak. De Rechtspraak heeft aangegeven onderandere structureel te willen inzetten op de doorgroei van ervarengerechtsjuristen via de weg van het rechter-plaatsvervangerschap naar14Kamerstukken II 2024/25, 31 839, nr. 1047.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 92010 rechter. Deze doorgroeimogelijkheden kunnen ook bijdragen aan eenbetere positie van de Rechtspraak op de steeds krapper wordendearbeidsmarkt. Ook denkt de Rechtspraak na over het op een andere wijzeinzetten van de functie van de gerechtsauditeur (artikel 1 sub b 8°, 14 en72 Wet RO). De gerechtsauditeur heeft een zwaardere rol bij de voorbe-reiding van en tijdens de zitting en kan deels de werkzaamheden vanrechters en raadsheren overnemen. De Rechtspraak ziet hierin grotemeerwaarde omdat ook de inzet van gerechtsauditeurs naar verwachtingeen waardevolle bijdrage kan leveren aan het verminderen van dewerkdruk van rechters en raadsheren.Ook via digitalisering kan de werkdruk worden verlicht. AI-technologieontwikkelt zich in een hoog tempo en er worden steeds meer toepas-singen daarvan binnen bestaande werkprocessen bereikbaar. Door eenterugloop in het personeel en verzwaring van rechtszaken zet de Recht-spraak in op slimmer en innovatiever werken ten behoeve van derechtzoekenden. Daarom is het belangrijk dat de Rechtspraak hierin kaninvesteren zodat zij op zijn minst bijblijft bij de maatschappelijke ontwikke-lingen op het vlak van data en AI.Voor het totaalpakket versterking rechtspraak trek ik in 2025 13,6 mln., in2026 15,1 mln. en in 2027 e.v. 21,6 mln. structureel uit (zie tabel 1).3.3 Maatschappelijk effectieve rechtspraak WijkrechtspraakWijkrechtspraak heeft tot doel effectief bij te dragen aan het oplossen vanuiteenlopende, meervoudige problemen (multiproblematiek) van mensenin geselecteerde wijken. Bij de behandeling van zaken is extra tijd enaandacht voor het vinden van oplossingen voor de verschillendeproblemen die bij partijen spelen. De rechter bekijkt die problemenintegraal en kijkt welke beslissingen nodig zijn om de problemen effectiefaan te pakken.15 Op dit moment zijn in verschillende rechtbankenwijkrechtspraakprojecten opgezet. De Rechtspraak breidt de komendejaren het aantal locaties wijkrechtspraak uit. Te beginnen in de gemeentenwaar wijken geprioriteerd zijn om de leefbaarheid en veiligheid tevergroten in het landelijk programma Preventie met gezag. Het uitbreidenvan het aantal locaties wijkrechtspraak sluit aan bij het regeerprogramma(p. 100) waarin staat dat het bestaande beleid om wijkrechtspraak testimuleren wordt voortgezet. Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aande motie van de leden Six Dijkstra en Palmen.16 Die motie verzoektexperimenten te bevorderen waarin ervaring kan worden opgedaan meteen maatwerkbehandeling van zaken waarin sprake is van multiproble-matiek en/of verwarde personen, waarbij rechters meer regie kunnennemen bij het (duurzaam) oplossen van de onderliggende problematiek.Experiment RegelrechterIk heb samen met de Raad voor de rechtspraak en de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid een ontwerpbesluit voorbereid voor eenexperiment met de «regelrechter», het eerste experiment op basis van deTijdelijke Experimentenwet rechtspleging. Het experiment, dat drie jaar zallopen bij de rechtbanken Den Haag, Overijssel, Rotterdam enZeeland-West Brabant, creëert een laagdrempelige ingang bij dekantonrechter voor geschillen over geldvorderingen tot € 5.000 envorderingen van een werknemer uit hoofde van een arbeidsovereen-15Kamerstukken II 2022/23, 29 279, nr. 801.16Kamerstukken II 2024–25, 29 279, nr. 900.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 92011 komst, waaronder werknemers in een kwetsbare positie zoals arbeidsmi-granten. Doel is onder andere de procedure eenvoudiger, sneller eneffectiever te maken. Het ontwerpbesluit is na internetconsultatie en eenvoorhang bij beide Kamers, ter advisering voorgelegd aan de Raad vanState. Het streven is om begin 2025 met de regelrechter te starten. Hetexperiment zal worden geëvalueerd en op basis van de uitkomsten van ditexperiment bezie ik of het wenselijk is (elementen van) de experimenteleprocedure om te zetten in een structurele regeling.3.4 Vereenvoudigen van burgerlijk procesrecht Rechtzoekenden ervaren procederen bij de rechter vaak als ingewikkeld.Om de toegang tot de rechter te vergroten onderzoek ik of de proceduresvoor de burgerlijke rechter kunnen worden vereenvoudigd. De Advies-commissie voor burgerlijk procesrecht is gevraagd om hierover advies uitte brengen. De Adviescommissie komt naar verwachting begin volgendjaar met dit advies. Voor andere onderwerpen die raken aan het burgerlijkprocesrecht verwijs ik naar mijn brief over de privaatrechtelijke (wetge-vings)agenda van 18 oktober 2024.173.5 Friese taal in het rechtsverkeer De motie van de leden Tjeerd de Groot en Meulenkamp18 verzoekt deregering met concrete maatregelen te komen om Fries in het rechts-verkeer in Fryslân op de kortst mogelijke termijn te bevorderen waaronderte bezien of wet- en regelgeving geactualiseerd dient te worden om detweetalige rechtspraktijk te bevorderen, en te onderzoeken hoe alleFriestalige zaken kunnen worden gecentreerd in Leeuwarden, en deKamer daarover te informeren.Ik onderschrijf dat het gebruik van het Fries in procedures van derechtbank Noord-Nederland (hierna: de rechtbank) en het gerechtshofArnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) van meerwaarde is en dat debehoefte om het te gebruiken nadrukkelijk aanwezig is bij de Friestaligerechtzoekenden. De rechtbank en het hof zijn samen met DINGtiid19 na dezomer een werkgroep gestart om te verkennen hoe het gebruik van hetFries tijdens procedures verder kan worden gefaciliteerd en de gerechts-besturen daarover te adviseren. Gelet op de onafhankelijke positie van deRechtspraak is het vervolgens aan de gerechtsbesturen om over mogelijkemaatregelen een besluit te nemen. De voortgang van de werkgroep wordtgemonitord.Met de inwerkingtreding van de Wet gebruik Friese taal in 2014 isuitvoering gegeven aan de wens van het kabinet om de gelijke rechtenvan de Nederlandse en de Friese taal binnen de provincie Fryslân tewaarborgen. De bepalingen die zien op het Fries in de Rechtspraak biedenwaarborgen en handvatten om de tweetalige rechtspraktijk te bevorderen.Ik heb geen aanwijzingen dat die bepalingen op enigerlei wijze tekort-schieten en zie om die reden geen grond die te actualiseren. Wel stel ikvast dat van de drie C1 tolken Fries die in het Register beëdigde tolken envertalers zijn ingeschreven, twee geen tolkdiensten Fries verrichten tenbehoeve van de rechtspleging. Daarover vinden gesprekken plaats enover de voortgang en uitkomsten daarvan zal ik uw Kamer naderinformeren.17Kamerstukken II 2024–25, 36 600 VI, nr. 9.18Kamerstukken II 2023–24, 36 410 VII, nr. 94.19Orgaan foar de Fryske taal. DINGtiid adviseert de Provincie Fryslân en de Rijksoverheid overde Friese taal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 92012 Sinds 2022 is bij de rechtbank toedeling op maat mogelijk in zaken die(gedeeltelijk) in de Friese taal gevoerd worden. Het hof heeft eenvergelijkbare regeling. Als gevolg hiervan worden zaken waarbij Fries-talige procesdeelnemers zijn betrokken zo veel mogelijk op de zittingslo-catie Leeuwarden behandeld. Uit gesprekken met de gerechten blijkt datdeze werkwijze in de praktijk goed werkt en niet ten koste gaat van demogelijkheden om het gebruik van het Fries te bevorderen. Ik ga ervan uitdat met deze werkwijze aan Friessprekenden voldoende waarborgenworden geboden om in de zittingslocatie in Fryslân terecht te kunnen enzal monitoren of er op een later moment verdere aanpassingen nodig zijn.3.6 Tolken en vertalers Er is toegezegd dat uw Kamer jaarlijks geïnformeerd wordt over deresultaten van de monitoring van de tolkdienstverlening.20 Voor hetkerstreces zal een brief over tolken- en vertaaldiensten naar uw Kamerworden verzonden waarin de resultaten van deze monitoring gepresen-teerd worden en geef ik inzicht in de vergoedingen die tolken ontvangen.Daarnaast biedt de brief inzicht in de ontwikkelingen rond de stelselwij-ziging voor de tolk- en vertaaldienstverlening bij het Openbaar Ministerieen de Rechtspraak.VooruitblikMonitoring en onderzoekIk vind het belangrijk om op basis van onderzoek inzichtelijk te maken hoehet staat met de toegang tot het recht, wat de werking van maatregelenop langere termijn is en na te gaan in welke mate ze bijdragen aan eenversterking van de toegang tot het recht. Hieronder volgt een overzichtvan een aantal onderzoeken die momenteel lopen.Geschilbeslechtings-delta 2025Het WODC is gestart met de Geschilbeslechtingsdelta over de periode2019–2024. De verwachting is dat de Geschilbeslechtingsdelta eindvolgend jaar wordt opgeleverd. Sinds 2003 doet het WODC elke vijf jaarkwantitatief onderzoek naar de civiel- en bestuursrechtelijke problemendie burgers ervaren, de wegen die zij bewandelen om deze problemenop te lossen, het verloop en de afloop van deze aanpak, en hun evaluatievan geraadpleegde adviseurs en procedures. De uitkomsten hiervanworden gepubliceerd in de Geschilbeslechtingsdelta.OnderzoekmiddeninkomensHet Kenniscentrum doet in samenwerking met het CBS onderzoek naarde kwetsbaarheid van de lagere middeninkomens in de toegang totrechtsbijstand. In de eerste fase is onderzocht welke inkomensgroepenrelatief vaak van positie wisselen tussen wel- en niet Wrb-gerechtigd zijn,waardoor zij een onzeker recht op rechtsbijstand kunnen hebben. Detweede fase van het onderzoek gaat dieper in op de verschillendekenmerken van de groepen die in de eerste fase zijn onderzocht. Denkhierbij aan kenmerken als leeftijd, gezinssamenstelling, of de belangrijk-ste inkomensbron. Het CBS start begin 2025 met de gegevensverzame-ling voor deze tweede fase. Aansluitend zullen in de derde en laatste fasevan het onderzoek met behulp van een enquête de groepen die relatiefveel wisselingen kennen worden bevraagd op de mate waarin zijproblemen ervaren door de onzekerheid over het recht op rechtsbijstand. InternationaalNaast de nationale trajecten lopen er op Europees en internationaalniveau verschillende trajecten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om deuitvoering van Verordening (EU) 2023/2844 over de digitalisering van dejustitiële samenwerking en de toegang tot de rechter (e-Justice). In dekomende jaren wordt ter uitvoering van deze verordening digitale20Kamerstukken II 2023/24, 29 936, nr. 75.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 92013 toegang mogelijk voor een aantal grensoverschrijdende Europeseprocedures, te beginnen bij het Europees betalingsbevel (Vo 1896/2006zoals herzien in 2017) en de geringe vorderingen procedure (Vo (EU)861/2007), zoals herzien in 2017). Daarnaast werken we aan de implemen-tatie van de Richtlijn (EU) 2024/1069 betreffende bescherming van bijpublieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegrondevorderingen of misbruik van procesrecht («strategische rechtszaken tegenpublieke participatie», de anti-SLAPP richtlijn), en de herziening vanRichtlijn 2013/11/EU betreffende alternatieve beslechting van consumen-tengeschillen. Voor Europese voorstellen op het terrein van het burgerlijkprocesrecht is mijn inzet erop gericht zoveel mogelijk te komen toteenduidige processen en hierbij aan te sluiten bij de Nederlandse situatie.Daarnaast heeft Nederland (JenV) zich aangesloten bij een meerlanden-project in het kader van het Technical Support Instrument (TSI)programma van de Europese Unie. Het project heeft tot doel om de vierdeelnemende landen (Ierland, Italië, Malta en Nederland) te ondersteunenin de versterking van de toegang tot het recht en de mensgerichtebenadering daarvan (people-centred justice).21 Tijdens de looptijd van3 jaar zal ten eerste een diagnoserapport (nulmeting) worden opgeleverd,waarin onderzocht wordt hoe het in deelnemende landen staat met detoegankelijkheid van het rechtsbestel en het hierbinnen centraal stellenvan mensen. Op basis hiervan zullen een routekaart en actieplan (op maatvoor iedere lidstaat) voor de versterking van de toegang tot het recht ende mensgerichte benadering daarvan opgesteld worden. Daarnaast zal erimplementatieondersteuning (op maat) geboden worden in de uitvoeringen implementatie van het actieplan en zal uiteindelijk een eindrapportageworden opgeleverd. Het project zal in nauwe samenwerking metNederlandse partijen door de Organisatie voor Economische Samen-werking en Ontwikkeling worden uitgevoerd.Ook voor deze internationale trajecten blijf ik mij inzetten.Komende voortgangsbrievenIn deze brief heb ik uw Kamer geïnformeerd over de stand van zaken tenaanzien van de aanpak versterking toegang tot het recht, met inbegrip vande voortgang op de maatregelen die lopen onder de stelselvernieuwingrechtsbijstand. Dit zal ik voortaan jaarlijks op deze wijze doen. Deeerstvolgende integrale voortgangsbrief is voorzien voor december 2025.Het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand loopt tot en met eind2025. Ik streef ernaar uw Kamer rond de zomer te informeren over decontouren van het wetsvoorstel dat hiervan het sluitstuk zal vormen.SlotIn deze brief heb ik uw Kamer meegenomen in een aantal belangrijkeontwikkelingen op het gebied van de versterking van de toegang tot hetrecht. Ook de komende periode blijf ik mij er samen met betrokkenpartijen voor inzetten de toegang tot het recht verder te versterken en geefik uitvoering aan de in deze brief en het regeerprogramma aangekondigdemaatregelen.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. Struycken21Zie https://reform-support.ec.europa.eu/our-projects/country-factsheets/netherlands_en.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 92014
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.