Update routes aanvullende schade
Brontekst
Versie 67ed38bd1213312d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 066BelastingdienstNr. 1391 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 31 mei 2024Ouders die leed is aangedaan door de toeslagenaffaire verdienen een zogoed en zo spoedig mogelijk herstel. Dat bestaat uit meerdere onder-delen, zoals het terugbetalen van de onterecht teruggevorderde toesla-genbedragen en een schuldenaanpak. Een belangrijk onderdeel dat daarook bij hoort is het vergoeden van de schade die de onterechte terugvor-deringen vaak veroorzaakt hebben. Precisie en snelheid moeten daarinzoals in de hele hersteloperatie steeds tegen elkaar afgewogen worden.Op een verantwoorde manier versnellen kan daardoor alleen met eengewogen beeld van welke mate van precisie noodzakelijk blijft.Het kabinet heeft in het voorjaar van 2023 stappen genomen om deafhandeling van aanvullende schade voor ouders te versnellen en teverbeteren. Sinds de start van de hersteloperatie is gebleken dat de groepgedupeerde ouders veel groter en diverser is dan eerder was voorzien. Ditvraagt om een aanpak die recht doet aan de verschillen tussen ouders.Het kabinet heeft daarom een nieuwe aanpak met verschillende routesuitgewerkt. Naast de bestaande route via de Commissie WerkelijkeSchade (CWS), is het kabinet gestart met twee aanvullende routes: deVaststellingsovereenkomst (VSO)-regieroute en een pilot met een meergrofmazige route met forfaitaire bedragen via de Stichting GelijkwaardigHerstel (SGH). De contouren van deze aanpak zijn met uw Kamer gedeeldin de Kamerbrieven van 23 juni 20231 en van 28 september 20232.In de debatten die over de hersteloperatie zijn gevoerd heeft uw Kamerregelmatig gesproken over het belang van eigen regie voor ouders,snelheid, ruimhartigheid en uitlegbaarheid. Ook is gesproken oververtrouwen en uitgaan van het verhaal van de ouder, het verminderen vancausaliteit en het verlagen van de bewijslast. Zoals het kabinet heeftaangegeven in de bovengenoemde brieven, gaat dit onvermijdelijkgepaard met dilemma’s en risico’s.1Kamerstukken 31 066, nr. 12542Kamerstukken 31 066, nr. 1288 kst-31066-1391ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13911 Inmiddels is de pilot bij SGH afgerond en geëvalueerd. Daarnaast zijn bijCWS en de VSO-regieroute maatregelen uitgewerkt om de schadeafhan-deling te versnellen en te verbeteren. In deze Kamerbrief schetst hetkabinet de stand van zaken van de verschillende schaderoutes. Daarbijwordt toegelicht hoe de dilemma’s en risico’s uit de brieven van juni enseptember 2023, zich in de praktijk (deels) materialiseren.Met deze brief beantwoordt het kabinet tevens het verzoek van uw Kamertijdens de Regelingen van werkzaamheden van 2 april en 14 mei jl.,waarbij een debat is aangevraagd over het proces van compensatie vanaanvullende werkelijke schade en is verzocht om een brief voorafgaandaan dit debat.Het vergoeden van schade die is ontstaan door de toeslagenproblematiekis een essentieel onderdeel van het herstel van ouders. Dat kan gaan omde vergoeding van immateriële schade, maar ook om hele tastbareschade zoals de gedwongen verkoop van een huis of gemist inkomen. Hetkabinetsstandpunt daarin is dat het vergoeden van schade steeds op eenuitlegbare, schaalbare en robuuste wijze moet plaatsvinden.In de Catshuisregeling van € 30.000 en een eventuele aanvulling uit deintegrale beoordeling (IB), is al een (deels) forfaitaire vergoeding vanschade opgenomen. Een deel van de ouders heeft een hogere schade danvergoed op basis van de Catshuisregeling en de integrale beoordeling.Deze ouders konden zich tot 2023 melden bij slechts één bestuursrech-telijk orgaan: de Commissie Werkelijke Schade (CWS).In 2023 heeft het kabinet vastgesteld dat schadevergoeding via de CWS telang duurt, de bejegening van ouders onvoldoende was en de wachtrijente lang werden. Veel ouders hun leven stond in de wachtstand waardoorde urgentie om in te grijpen op dit onderdeel van de hersteloperatie grootwas. Het doel van deze ingreep was de wachtende ouders zo snelmogelijk duidelijkheid geven over hun aanvullende schadevergoeding.Dat heeft geleid tot een aantal verstrekkende veranderingen aan hetschadestelsel, zoals de pilot voor een schaderoute op basis vangrofmazige berekeningen en forfaitaire bedragen en aanpassingen bij deCWS. Het eerder genoemde dilemma tussen precisie en snelheid speeldein deze afweging een centrale rol.De Stichting (Gelijk)waardig Herstel (SGH) is in september gestart met eengrootschalige pilot om 300 vaststellingsovereenkomsten af te sluiten. Inde Kamerbrief van september 2023 is aangekondigd dat uiterlijk einddecember 2023 een evaluatie van deze route zou beginnen. Door het toennog geringe aantal VSO’s is dat moment verplaatst naar eind maart.Inmiddels is de pilot conform de afspraken in de dienstverleningsovereen-komst afgerond en geëvalueerd.Om alles zo helder en inzichtelijk mogelijk te maken, komt het kabinet metdeze brief om de stand van zaken uiteen te zetten. In deze brief beschrijfthet kabinet ook hoe de dilemma’s en onzekerheden uit de brieven van junien september 2023, zich in de praktijk (deels) materialiseren. Specifiekwerd benoemd dat het risico bestond dat de implementatie en uitvoeringniet snel genoeg gerealiseerd kunnen worden, of dat de maatregelenonvoldoende versnellen. Daarnaast dat de kans bestaat dat meer ouderseen verzoek indienen voor vergoeding van aanvullende schade, ook als zijdaarvoor niet in aanmerking komen en dat dit langere wachttijden totgevolg kan hebben. De kans op overcompensatie werd benoemd alsgevolg van het verlagen van de eisen voor het aannemelijk maken vancausaliteit en dat dit ook tot gevolg zou kunnen hebben dat meer oudersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13912 zich melden. Als laatste werd de mogelijkheid genoemd dat een verschilin uitkomst zou ontstaan tussen schaderoutes.In de wetenschap dat diversiteit binnen de groep ouders dusdanig groot isdat één schaderoute nooit een bevredigende afsluiting van financieelherstel biedt voor iedereen, en de wachttijden voor de CWS ookaanzienlijk zijn, wil het kabinet een schadestelsel inrichten bestaande uitverschillende elementen. Het uitgangspunt van het kabinet is daarbij altijddat dit stelsel op ruimhartige wijze moet worden uitgevoerd. Daar horendilemma’s bij, bijvoorbeeld op het gebied van uitlegbaarheid tussen dezeverschillende elementen en van het stelsel als geheel.De Commissie Werkelijke Schade (CWS)De CWS vormt de bestuursrechtelijke schaderoute conform de Wethersteloperatie toeslagen (Wht) die maatwerk biedt aan ouders enuiteindelijk leidt tot een beschikking. De route is gericht op ouders diebehoefte hebben aan een precieze berekening van schade met demogelijkheid tot bezwaar en beroep. De CWS heeft een verbeterplangedeeld met het ministerie3, dat bij deze voorzien van een appreciatie ookmet uw Kamer gedeeld wordt.De regieroute-VSOOuders die behoefte hebben aan maatwerk maar dit graag afsluiten meteen vaststellingsovereenkomst (VSO) kunnen in aanmerking komen voorde eerder al opgestarte regieroute-VSO. De Staat en ouders – in demeeste gevallen bijgestaan door een advocaat – komen in deze routegezamenlijk tot een VSO. Er gelden vooralsnog specifieke voorwaardenvoor deelname aan deze route, die in beginsel nog op uitnodiging of opbasis van doorverwijzing is. Deze route wordt uitgevoerd door hetMinisterie van Financiën.De route via de Stichting (Gelijk)waardig Herstel (SGH)SGH biedt ouders de mogelijkheid om op hun eigen tempo een luisterendschrijver hun verhaal te vertellen. Op basis van dit verhaal stellenschadeanalisten aan de hand van forfaitaire bedragen een schadestaat op,die de ouder als VSO aanbiedt aan de Staat. De route is – met veel ruimtevoor het verhaal van de ouder – gericht op ouders die hun schade opgrofmazige wijze berekend willen hebben.Vanaf september 2023 is deze route in pilotvorm doorlopen. De evaluatievan de SGH-route tot dusver deel ik voorzien van een appreciatie bij dezemet uw Kamer.4 Daarbij wordt opgemerkt dat SGH een eigen «eersteverslag» heeft opgesteld, welke op 14 maart 2024 gedeeld is met uwKamer.5 Alvorens de SGH-route een definitieve plek krijgt in het schade-stelsel, zijn op basis van de evaluatie een aantal belangrijke punten naarvoren gekomen die moeten leiden tot aanpassingen ten opzichte van depilot.Digitale schaderouteHet kabinet is continu bezig met het zoeken naar manieren om dehersteloperatie sneller en beter te laten verlopen. Zoals reeds in de brief3Bijlage 1.4Bijlage 2.5Kamerstukken 31 066, nr. 1347.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13913 van 23 juni 2023 gemeld wordt ook gewerkt aan een volledig digitaleafhandeling van schade.Een centraal aanmeldportaalVoor de uitvoering en de ouder is het belangrijk één centrale plek tehebben om informatie te vinden over verschillen tussen de schaderoutesen de aanmelding. De ouder wordt in staat gesteld vanuit eigen regieweloverwogen keuzes te maken en voor de uitvoering is in beeld vanwelke schaderoute een ouder gebruikmaakt.Op het meest fundamentele niveau zijn er drie voorkeuren die bepalenwelke route het best aansluit bij de behoefte van de ouder: tussen eengrofmazige of precieze schadeberekening, intensieve begeleiding ofzelfstandigheid, en tussen een VSO of een beschikking met mogelijkheidtot bezwaar en beroep. Op basis van deze keuzes komt de ouder uit bijeen schaderoute.In deze brief wordt het bovengenoemde verder gedetailleerd en wordtingegaan op de planning. Met dit stelsel beoogt het kabinet zo snelmogelijk het proces voor vergoeding van aanvullende schade voor alleouders die daar behoefte aan hebben te hebben afgerond. Het streven vanhet kabinet blijft daarbij om het vergoeden van schade in 2027 af teronden, waarbij we moeten benoemen dat de haalbaarheid van dit doelsterk afhangt van meerdere – onder andere in deze brief uiteengezette –onzekerheden. Dat gaat met name om het aantal ouders dat uiteindelijkeen vergoeding wenst van aanvullende schaderoute en welke route zijdaarvoor kiezen, in combinatie met de opschalingsmogelijkheden perroute.De Commissie Werkelijke SchadeDe CWS verzorgt de bestuursrechtelijke maatwerkroute die al sinds deopstartfase van de hersteloperatie een rol speelt bij het vergoeden vanaanvullende schade. De CWS blijft deze rol vervullen, met een nieuwewerkwijze en een vergrote productiecapaciteit.Het kabinet heeft de CWS gevraagd met een plan van aanpak te komendat ziet op drie doelstellingen: capaciteitsvergroting, een beterebejegening van ouders en het inlopen van achterstanden. In de brief d.d.7 september 2023 zijn deze doelstellingen met uw Kamer gedeeld.6Tevens heeft het kabinet met de CWS gecommuniceerd dat er meeraandacht moet zijn voor de ruimhartigheid bij het bepalen van deaannemelijkheid van een causaal verband tussen de toeslagenaffaire engeleden schade. Daarbij is de CWS ook gevraagd te kijken naar de rol dieforfaitaire bedragen kunnen spelen bij het verbeteren van hun proces enmanieren om het schadevergoedingsproces minder bureaucratisch in terichten.In april 2024 heeft de CWS het gevraagde plan van aanpak opgeleverd. Inhet plan van aanpak spreekt de CWS de wens uit grondig te vernieuwen.Daarbij ziet de CWS het als haar taak zich ten opzichte van oudersdienstbaar op te stellen. Dat doet ze door aan de ene kant de eigenbeleidskaders te heroverwegen ten opzichte van ruimhartigheid, en aande andere kant door organisatorische maatregelen te nemen om deproductiesnelheid te verhogen. Daarnaast blijft bejegening een belangrijkaandachtspunt. Het kabinet heeft aan de CWS de verwachting uitge-sproken dat zij blijft verbeteren en versnellen in de komende periode.6Kamerstukken 31 066, nr. 1288.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13914 BeleidsaanpassingenHet toekenningsbeleid van aanvullende schade moet volgens het planruimhartiger worden ingevuld. Dat gaat bijvoorbeeld over het toewijzenvan veel voorkomende schadeposten als vervangende opvangkosten enhet toepassen van een «marginale aannemelijkheidstoets» voor kleineschadeposten.De CWS introduceert bovendien een proces om onderscheid te makentussen arbeidsintensieve dossiers en minder arbeidsintensieve dossiers.Ouders met schade die door medewerkers van de CWS zelf te berekenenis, komen daardoor niet langer in dezelfde wachtrij als ouders waarvoorbijvoorbeeld de inhuur van externe expertise noodzakelijk is, zoals in hetgeval van medische schade.Het kabinet ondersteunt de CWS in haar nieuwe werkwijze. Naast deouder staan en ruimhartigheid van beleid zijn beginselen van de herstel-operatie. Ouders die zich melden bij CWS moeten zich gehoord voelen. DeCWS zal daarbij leren van de praktijk in andere schaderoutes. De CWSheeft aangegeven de nieuwe werkwijze per 3 juni a.s. te implementerenen conform deze werkwijze de eerste adviezen in juni vast te stellen.BejegeningOp het gebied van bejegening zet de CWS noodzakelijke verbeterstappen.De CWS start voortaan met het voeren van een intakegesprek met deouder, de behandelend secretaris en een vaste gespreksleider alsvertrekpunt voor het schrijven van het advies. Daarnaast beschikken deouder en CWS over hetzelfde dossier als basis voor het intakegesprek.De CWS gaat ouders pro-actiever informeren over de mogelijkheden enonmogelijkheden van aanvullende schadevergoeding, waardoor ouderseen reëel beeld krijgen van de mogelijke uitkomst van hun verzoek.Adviezen van de CWS worden met de ouder besproken, waarbij de ouderde mogelijkheid krijgt een eigen zienswijze te geven op het advies.Mocht de CWS merken dat het formuleren van een schadeverzoek dooreen ouder als lastig wordt ervaren, dan zal de CWS met de ouder incontact treden om de ouder hierin te ondersteunen.Organisatorische wijzigingenOm naast de beleidsaanpassingen te voldoen aan de productieopgaven,die ook door de Tweede Kamer zijn meegegeven7, oordeelt het kabinet datde CWS naast haar beleid ook op organisatieniveau aanpassingen moetdoorvoeren. Een deel hiervan is reeds gerealiseerd: de commissie zelf isin oktober 2023 vernieuwd met een nieuwe voorzitter en een anderewerkwijze waarbij de commissieleden meer een controlerende enkaderstellende rol hebben gekregen en waarbij de adviezen in beginselworden geschreven door de ondersteuning die in direct contact staat metde ouder. De ondersteuning is mede daarom afgelopen jaar ookuitgebreid.Desondanks is het kabinet van mening dat wat betreft de ondersteuningvan de commissie verdere opschaling noodzakelijk is. De CWS moet instaat zijn flexibel te opereren. Dat kan betekenen dat de CWS haarproductie moet kunnen verhogen indien de interesse in de routeonverminderd groot blijft. Tegelijkertijd moet het zich ook kunnen richten7Motie Van Dijk en Temmink, Kamerstukken 31 066, nr. 1312.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13915 op alleen of met name complexe schade, indien het merendeel vanouders een andere schaderoute kiest.Over de manier waarop de CWS de genoemde flexibiliteit kan borgenwordt het gesprek gevoerd. Het kabinet hecht eraan dat ouders in deCWS-route sneller geholpen kunnen worden, waar tegenover staat datvanzelfsprekend ook meer capaciteit voor de CWS nodig is om degewenste versnelling en opschaling te kunnen realiseren. De CWS geeftaan dat met de inmiddels getroffen maatregelen op termijn tenminste dedoor de Kamer gevraagde productie van 15 adviezen per week mogelijkmaken. Het Ministerie van Financiën levert daarvoor – conform de motieAzarkan8 – alle mogelijke ondersteuning.De hierboven beschreven maatregelen en wijzigingen van beleid moetenertoe leiden dat de CWS in haar operatie met meer capaciteit sneller enbeter adviseert. De combinatie van deze doelstellingen met de beterebejegening, maken bovendien dat mogelijk minder bezwaar zal wordeningediend hetgeen kan leiden tot minder druk op de uitvoering.Regieroute-VSODe Regieroute-VSO is gestart om een route in te richten waarin de oudermeer invloed heeft op het proces en de inhoud. Het traject past bij oudersmet behoefte aan een grondige individuele schadeberekening, die goedinzicht hebben in hun werkelijke schade en bereid zijn te schikkendoormiddel van een vaststellingsovereenkomst (VSO). De Regieroute-VSOwordt uitgevoerd door een team binnen het Ministerie van Financiën.Na een kennismakingsgesprek tussen het team Regieroute en de ouderstelt de ouder, vaak bijgestaan door een advocaat, een overzicht van degeleden schade op. Ondersteunende documenten worden bijgevoegd perschadepost; zoals salarisstroken, brieven van een incassobureau en nota’svoor medische kosten. Het Ministerie van Financiën voegt hieraan deinformatie toe die vanuit UHT en Belastingdienst verkrijgbaar is. Op basishiervan stelt de Staat de ouder een bedrag voor. Wanneer de ouderakkoord gaat met het voorstel, wordt een VSO met finale kwijtingopgesteld. Het gehele proces vanaf kennismaking tot aan het onderte-kenen van de VSO gebeurt momenteel in circa 13 weken.De Regieroute-VSO helpt ouders vooralsnog op uitnodiging en doorver-wijzing, bijvoorbeeld via het Ondersteuningsteam Buitenland, via hetInstituut Publieke Waarden, of via hun advocaat. Uitnodiging van oudersvindt plaats aan de hand van een aantal criteria, zoals de mate waarin eenouder heeft aangegeven schikkingsbereid te zijn. Gemiddelde bedragenliggen bij de regieroute met name door de complexiteit van de dossierseen stuk hoger dan bij CWS, namelijk rond de € 90.000 na salderen.Voor de huidige werkwijze op basis van uitnodiging en doorverwijzing isgekozen zodat opschaling van de regieroute plaats kan vinden zonder datdit negatieve gevolgen heeft voor de gemiddelde doorlooptijd, hetervaren maatwerk en het ontstaan van een wachtrij. De redeneringhierachter is dat zonder deze kenmerken de regieroute inlevert op haaronderscheidende karakter. Wel erkent het kabinet dat de regieroute totdusver langzaam is ontwikkeld en op gang is gekomen, waardoor dezeroute nog niet de aantallen heeft bereikt waarop eerder is ingezet.Het kabinet wil de regieroute verder ontwikkelen, opschalen en op termijnopenzetten voor alle ouders die daar interesse in hebben.8Motie Azarkan, Kamerstukken 31 066, nr. 1149.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13916 Route via SGHDe schaderoute via de Stichting (Gelijk)waardig Herstel (SGH) isbegonnen vanuit de ambitie van het kabinet en de Tweede Kamer deouder zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over hun schadevergoeding,meer regie te bieden over het eigen herstel en de afhandeling van schadein zijn geheel te versnellen. Deze ambitie kwam voort uit de constateringdat het vergoeden van werkelijke schade een bottleneck was in dehersteloperatie en de toenmalige werkwijze van het alleen aanbieden vande CWS-route leidde tot veel onvrede onder ouders. Tevens was aanvul-lende schade het onderdeel van de hersteloperatie waar het kabinet noghet meest de ruimte had in te grijpen, omdat relatief weinig ouders dittraject al hadden doorlopen. Dit plan is in de Kamerbrief d.d. 23 juni 2023aangekondigd en sindsdien verder uitgewerkt en in gang gezet. Daarbij isaangegeven dat de nieuwe werkwijze grofmazig zou zijn, met forfaitairebedragen en dat de aannemelijkheid van causaliteit op een andere manieringevuld zou worden. In september 2023 is gestart met een pilot om dezenieuwe werkwijze te beproeven en is de Kamer daarover geïnformeerd.Deze pilot is inmiddels conform de voorwaarden in de dienstverlenings-overeenkomst afgerond.In de Kamerbrieven is beschreven dat de mogelijkheid zich voor zoukunnen doen dat de nieuwe schadevergoedingswijze zou kunnen leidentot onder andere een grotere toeloop onder ouders, hogere schadebe-dragen als gevolg van het sneller aannemen van causaliteit en door eencombinatie hiervan ook tot mogelijke overcompensatie. Daarbij zijn dezerisico’s aanvaardbaar geacht en is er ook een evaluatie ingebouwd, om devergoeding van aanvullende schade sneller af te handelen.De SGH-route is wezenlijk anders dan CWS en de regieroute-VSO doormeer nadruk op het verhaal van de ouder en het gehanteerde schade-kader. In plaats van een precieze berekening van schade, gaat dit kader uitvan forfaitaire, gemitigeerde bedragen uit de letselpraktijk. Het causaleverband tussen schade en de toeslagenaffaire wordt aangenomen opgrond van het verhaal van de ouder en wordt slechts in enkele gevallenonderbouwd met stukken.De SGH voert deze schaderoute uit met veel oog voor de eigen regie vanouders en het herstel van vertrouwen tussen Staat en burger. Ouders diede SGH-route doorlopen, worden gekoppeld aan een Luisterend Schrijverdie het verhaal van de ouder opschrijft in een feitenrelaas. Wanneer deouder tevreden is met dit relaas, kiest de ouder er zelf voor een schade-analist een berekening te laten doen van de schade door het feitenrelaasnaast het schadekader te leggen. Op basis van deze berekening tekenenouder en Staat een VSO om het financieel herstel af te sluiten.Dat deze aanpak helpt voor ouders die vaak al lang wachten op herstel,maakt dat het kabinet – indien invulling wordt gegeven aan de verderopuitgewerkte noodzakelijke aanpassingen – de wens heeft deze schade-route te formaliseren en op te schalen.EvaluatieZoals eerder in deze brief aangehaald is in september 2023 gestart meteen grootschalige pilot om 300 VSO’s af te sluiten. Inmiddels is de pilotafgerond en de route geëvalueerd door het Ministerie van Financiën. Inverband met de snelheid heeft deze evaluatie parallel gelopen met delaatste fase van de pilot, waarin deze week de 300 VSO’s bereikt zijn. Hetkabinet waardeert de aanpak van SGH, bijvoorbeeld als het gaat om debejegening van ouders, de lage uitvoeringskosten tot dusver en de hogeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13917 oudertevredenheid, maar ziet vanzelfsprekend op basis van de evaluatieook een aantal belangrijke aandachtspunten.De evaluatie is uitgevoerd aan de hand van zeven onderzoeksvragen diezien op de oudertevredenheid, animo voor de route, snelheid, schaal-baarheid, capaciteitsbelasting voor ketenpartners, uitlegbaarheid ennavolgbaarheid.De evaluatie concludeert positief ten aanzien van de oudertevredenheiden de capaciteitsbelasting voor ketenpartners. Bovendien wordt demensgerichte, neutrale en collectieve aanpak van de SGH door ouders enhet kabinet erg gewaardeerd. Het kabinet spreekt ook zijn waardering uitvoor de waarden die SGH daarbij actief uitdraagt: eigen regie,vertrouwen, neutraliteit en collectiviteit.Ten aanzien van het animo wordt geconstateerd dat voldoende oudersgeïnteresseerd zijn in de SGH-route om een wezenlijk onderdeel tekunnen zijn van het schadestelsel, maar met de kanttekening dat eenrisico ontstaat dat het aantal aanmeldingen te snel oploopt. Dezeconclusie sluit aan bij die over de schaalbaarheid van de organisatie, waarhet risico wordt geconstateerd op knelpunten in het proces.Tegelijkertijd worden in de evaluatie ook verschillende verbeterpuntengenoemd voor deze route. Hierna wordt ingegaan op de vervolgstappenen voorwaarden die daarbij horen.Zo is het oorspronkelijke doel van een gemiddelde individueledoorlooptijd van 8 weken niet gehaald. De evaluatiecommissie conclu-deert dat de doorlooptijd inmiddels bijna 21 weken is en langzaamoploopt. Daarbij wordt opgemerkt dat deze doorlooptijd geen probleemhoeft te zijn waar het de eigen regie van ouders aangaat. Doel van deroute is immers hen op eigen tempo het herstelproces te laten doorlopen.Wat betreft de uitlegbaarheid ziet de evaluatie meerdere perspectieven,namelijk vanuit de ouder, de overheid, in relatie tot de Wet hersteloperatietoeslagen en het civiele recht, in relatie tot andere schaderoutes en vanuitde belastingbetaler. Het beeld tussen deze perspectieven wisselt, maarkomt overwegend neer op de observatie dat de uitlegbaarheid van deroute in het geding is.De navolgbaarheid van de route – dat wil zeggen de mate waarinindividuele uitkomsten na te gaan zijn – wordt als onvoldoendebeschouwd. Dat komt doordat afspraken en controles op onderliggendestukken tussen de Staat en SGH onvoldoende zijn uitgewerkt envastgelegd.De evaluatie geeft twintig aanbevelingen om de SGH-route te verbeteren.Deze aanbevelingen neemt het kabinet ter harte. Het gesprek tussen hetMinisterie van Financiën en de SGH over deze aanbevelingen is reedsgestart, waarbij het kabinetsstandpunt is dat de uitlegbaarheid,robuustheid en schaalbaarheid van de route randvoorwaardelijk zijn voorformalisering en verdere opschaling. Daarbij geeft het kabinet rekenschapvan de opdracht van de Kamer – in de vorm van de motie Kamminga9 –om de verschillen in uitkomst tussen routes uitlegbaar te houden.Het kabinet waardeert de aanpak van SGH. Dat gaat om de bejegeningvan ouders en de hoge oudertevredenheid, maar ook over het feit dat de9Motie Kamminga c.s., Kamerstukken 31 066, nr. 1365.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13918 SGH in korte tijd veel vrijwilligers en professionals aan zich heeft weten tebinden om een rol te spelen in het herstelproces van ouders.De hieronder geschetste waarborgen zijn cruciaal voor het kabinet omopschaling mogelijk te maken. Op detailniveau moeten deze waarborgenin overleg met SGH verder worden uitgewerkt.UitlegbaarheidUitgangspunt van het kabinet gedurende de hersteloperatie is altijdgeweest dat deze op ruimhartige wijze moet worden uitgevoerd. Daarbijmoet het kabinet oog blijven houden voor de uitlegbaarheid vanindividuele uitkomsten en daarmee die van de hersteloperatie in zijngeheel. Om deze redenen wordt overlegd met de SGH over hetwaarborgen van de uitlegbaarheid. Onderdeel van deze waarborgen zijnten minste de onderstaande punten.In de evaluatie wordt geconstateerd dat het huidige afsprakenkader leidttot vergoeding voor schade die zijn oorsprong vindt vóór de start van detoeslagenaffaire zoals vastgesteld in de integrale beoordeling. Dat kanbijvoorbeeld gaan om een arbeidsverleden dat al was beëindigd vóórdeze datum. De gevolgen hiervan zijn groot, omdat hiermee schade wordtvergoed die geen verband meer houdt met de toeslagenaffaire. Dezewerkwijze is dan ook een verruiming ten opzichte van wat als doelstellingis gesteld bij het begin van de route en volgens het kabinet onwenselijk.Een andere geconstateerde verruiming betreft de beoogde doelgroep. Eenouder ontvangt een positieve eerste toets maar blijkt na de IB nietgedupeerd. Voor het kabinet staat vast dat deze groep ouders geen rechtheeft op aanvullende schadevergoeding bovenop de reeds ontvangenbedragen zoals de Catshuisregeling. Het gaat hier overigens om eenkleine groep.Datzelfde uitgangspunt geldt voor ouders die reeds een beschikkinghebben ontvangen van CWS, een VSO hebben getekend of reeds eenciviele procedure hebben gevoerd tegen de Staat. Het meermaalsdoorlopen van schaderoutes door dezelfde ouders acht het kabinet nietredelijk, onwerkbaar en daarom onwenselijk.Voor het kabinet is een correcte vergoeding van inkomensschade ook vanbelang. Bij deze vergoeding dient rekening te worden gehouden metontvangen inkomen voor of tijdens de toeslagenaffaire. De reden hiervooris dat de vergoeding van inkomensschade anders leidt tot onuitlegbareverschillen tussen routes.Uit dezelfde wens om vergoedingen navolgbaar te houden wenst hetkabinet waar nodig – voor slechts een beperkt aantal posten – onderlig-gende stukken te ontvangen die het verhaal van de ouder te onder-steunen. Dat gebeurt nu niet altijd. Deze voorwaarde is overigens reedsonderdeel van de huidige afspraken binnen de SGH-route maar komtonvoldoende tot uitvoering.In de evaluatie wordt geconstateerd dat door de gekozen systematiek ersprake is van een praktische minimumvergoeding van ongeveer € 35.000.De oorzaak ligt in stapelingen van schadeposten die vrijwel altijd samenvoorkomen. Denk aan de posten «achterstand betaling», «schuldeisersaan de deur» en «beslaglegging». Hierdoor is het zo dat een ouder dievergoed wordt voor een beslaglegging, vrijwel zeker drie schadepostentoegewezen krijgt omdat een beslaglegging voorafgegaan zal zijn doorTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13919 schuldeisers aan de deur en die weer voorafgegaan zijn door eenachterstand in betalingen. Dit fenomeen komt bij meer combinaties voor.Het gevolg van deze stapeling en dus minimumvergoeding is dat voor inprincipe iedere ouder geldt dat zij op een vergoeding van aanvullendeschade kunnen rekenen. Het is gezien de grote diversiteit ouders nietaannemelijk dat alle ouders aanvullende werkelijke schade hebben,immers zullen er ook ouders voldoende gecompenseerd zijn na deCatshuisregeling, IB en de kwijtschelding van publieke schulden.Zodoende zal op verzoek van het kabinet een externe partij kijken naaronder andere het genoemde praktische minimum en de stapeling vanposten.Bovendien zal het kabinet na ontvangst van dit advies de optie wegenindividuele uitkomsten te laten salderen met kwijtgescholden enovergenomen schulden, of deze in het schadekader te laten verwerken.Daarbij blijft het uitgangspunt dat individuele uitkomsten uitlegbaarmoeten zijn.Tenslotte dienen afspraken te worden gemaakt met de SGH over desamenstelling van de doelgroep voor de schaderoute, waarbij het kabinethet standpunt inneemt dat voor niet alle ouders geldt dat een grofmazigeschadeberekening leidt tot een uitlegbare uitkomst. Het kabinet ziet dat deschadeberekening van bepaalde groepen ouders in de praktijk te complexblijkt of slecht uitlegbare uitkomsten tot gevolg heeft. Te denken valt aanex-toeslagpartners, gezinnen waarin beide ouders toeslagaanvragers zijnof waren, ouders met lage terugvorderingen of ouders die alleengedupeerd zijn op basis van de toekenning Opzet/Grove Schuld (O/GS).Daarom worden voor deze groepen op zo kort mogelijke termijn alterna-tieven onderzocht.RobuustheidMet de robuustheid van de route bedoelt het kabinet de mate waarinvoldoende is gewaarborgd dat de uitkomsten het gevolg zijn van eenzorgvuldig en navolgbaar proces. Het is nu soms onvoldoende duidelijkhoe sommige beslissingen in relatie tot schadestaten tot stand komen. Dithangt nauw samen met de uitlegbaarheid van de route, die medehierdoor in het geding komt.De neutraliteit van SGH wordt door ouders zeer gewaardeerd en door hetkabinet onderschreven en gesteund. Daar staat tegenover dat het kabinetmede verantwoordelijk is voor een transparante, uitlegbare en robuusteuitvoering, en verantwoording moet kunnen afleggen aan het parlementen de samenleving.Om die reden is het van belang dat ook in de toekomst individueleuitkomsten navolgbaar zijn en dat het parlement open en transparantgeïnformeerd kan worden. Daarvoor zijn goede afspraken nodig tussen deSGH en de Staat. Het kabinet ziet daarbij minimaal dat de Staat de juistecontrole kan uitoefenen op de toepassing van het kader voordat de oudereen schadestaat ontvangt van de SGH. Daarbij voorziet het kabinet dat inde loop van de tijd deze controle mogelijk kan afnemen naarmate dewerkwijze gestandaardiseerd raakt.De evaluatie beveelt aan een derde partij toe te voegen als controleur vande door SGH opgestelde schadestaten. Het kabinet weegt nog de voor- ennadelen van een dergelijke derde partij en wat de gevolgen hiervanzouden zijn voor de uitlegbaarheid en robuustheid van de SGH-route.Daarbij wordt wel opgemerkt dat het tijdig vinden van een derde partijTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 139110 complex kan zijn. Wanneer de Staat constateert dat het kader correct istoegepast en aan de randvoorwaarden voor een uitlegbare VSO isvoldaan, zal de Staat deze VSO’s blijven tekenen. Daarbij gaat het kabinetervan uit dat het ministerie en SGH snel voldoende leren. Ook hieroverworden nadere afspraken gemaakt met SGH.Ingewikkelde dossiers willen vertegenwoordigers van de SGH en hetMinisterie van Financiën op vaste momenten met elkaar besprekenwaarbij pas een besluit wordt genomen wanneer beide partijen hierovereenstemming over hebben. Voor werkinstructies voor schadeana-listen geldt hetzelfde.Reeds bij het starten van deze route in juni 2023 is geconstateerd dat deSGH-route in potentie onrechtmatig is. Dat komt door de scope van deWht die in beginsel alleen een schaderoute via de CWS voorziet. Op ditmoment worden de juridische consequenties hiervan verder onderzocht.Indien sprake blijkt van (mogelijke) onrechtmatigheid kan één van dejuridische oplossingen een wetswijziging zijn. Mocht dat het geval blijken,zal de Kamer worden geïnformeerd.SchaalbaarheidHet kabinet heeft de ambitie alle ouders die daar recht op hebben binneneen redelijke termijn te voorzien van aanvullende schadevergoeding.Gezien het geschatte animo voor de SGH-route is de opschalingsopgavevoor SGH nog ambitieuzer dan die van de CWS en de regieroute-VSO. Omde rest van de ouders te helpen zou SGH haar huidige productie moetenvermenigvuldigen met minimaal 5 tot 25 keer10, ervan uitgaande datopschaling per direct mogelijk is.Ten behoeve van de haalbaarheid van deze opschalingsopgave voorziethet kabinet daarom dat ook op dit vlak enkele waarborgen noodzakelijkzijn. Te denken valt in ieder geval aan het voorleggen van een opscha-lingsplan aan het ministerie en reguliere overlegmomenten omknelpunten bij het opschalen door te nemen. Daarbij is het van belang datde wachttijden voor ouders telkens zo kort mogelijk zijn.De evaluatie beveelt aan te sturen op een totale doorlooptijd van20 weken, maar het kabinet hecht er waarde aan de ouder zoveel mogelijkzelf de regie te laten houden en daarom alleen te sturen op de doorloop-tijden van processen waarbij de ouder in afwachting is van een besluitdoor de Staat of door SGH. In overleg met SGH wordt ingezet op eeninspanningsverplichting de wachttijd voor ouders in principe niet meerdan 12 weken te laten zijn gedurende het hele proces, waarbij de rest vande tijd de ouder zelf aan zet is.De opschaling van SGH is ambitieus omdat de verwachting is dat debelangstelling voor deze route groot is. Tegelijkertijd moet meegewogenworden dat indien SGH niet wordt opgeschaald en deze route daarmeeniet wordt gecontinueerd, de druk op de andere schaderoutes zaltoenemen. Wachtrijen zullen groeien, hetgeen ook leidt tot moeilijkuitlegbare verschillen tussen ouders in die zin dat de ene ouder veellanger zal moeten wachten dan de ander. Een situatie waarin alleen deCWS en regieroute-VSO de schaderoutes vormen, acht het kabinetdaardoor niet wenselijk.10Zie prognose op pagina’s 12 en 13 van deze brief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 139111 PlanningGesprekken tussen het Ministerie van Financiën en SGH over de evaluatieen eventuele opschaling lopen naar verwachting nog een aantal weken.Na afronding wordt een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) getekendmet de SGH waarin de genoemde voorwaarden worden vastgesteld. Inhoeverre de nieuwe DVO leidt tot de door beide partijen gewensteresultaten, zal doorlopend gemonitord worden en op reguliere momentenbesproken met elkaar en indien nodig worden aanvullende afspraken metelkaar gemaakt. Deze bepaling zal worden opgenomen in de DVO. De DVOwordt getekend met nadrukkelijk voorbehoud dat de beide Kamers hunbudgetrecht moeten kunnen uitoefenen.Het kabinet zal nadat de afspraken met SGH gemaakt zijn maar alvorensde DVO definitief wordt getekend, nog in de ministerraad een besluitnemen over de SGH-route. Na het definitief tekenen van deze DVO wordtde route een structureel onderdeel van het schadestelsel. Over deuitkomst van deze overeenkomst en de bijgestelde budgettaire verwach-tingen zal uw Kamer te zijner tijd nader worden geïnformeerd.Centraal aanmeldportaalHet centrale aanmeldportaal is een website waarop de ouder – naafronding van de integrale beoordeling – informatie kan vinden over deverschillende schaderoutes voor aanvullende schade. Ook kunnen oudersaan de hand van een rekenhulp en routewijzer inschatten of zij eenaanvraag willen doen voor de vergoeding van aanvullende schadever-goeding en zo ja, welke route het beste past. Het doel van het aanmeld-portaal is het bieden van één overzichtelijke plek zodat ouders met dejuiste informatie een passende keuze kunnen maken.Alle ouders kunnen zich na de IB tot 1 januari 2025 melden voor aanvul-lende schadevergoeding of – als dat leidt tot een latere datum – zesmaanden na het onherroepelijk worden van de beschikking inzake deintegrale beoordeling. Melden kan in het portaal. De ouder krijgt daarbijstandaard een plek in de wachtrij van CWS, waarna de ouder ook de keuzekan maken een andere schaderoute te bewandelen. De keuze om over testappen naar een andere route blijft mogelijk tot het moment dat de CWShet dossier in behandeling neemt.Indien een ouder voor een andere route kiest dan die van de CWS, kanaltijd teruggekeerd worden naar de CWS-wachtrij. In dat geval keert deouder terug op de plek in de wachtrij die hij of zij zou hebben gehadindien meteen gekozen was voor de CWS. Nadat een ouder ervoor kiestnaar de CWS-wachtrij terug te keren, is overstappen niet langer mogelijk.Op deze manier wordt voorkomen dat wachtrijen bij de verschillenderoutes onnodig lang in stand worden gehouden.Het centrale aanmeldportaal gaat naar verwachting in een paar maandenlive.Overige schadetrajectenDigitale routeNaast de reeds genoemde schaderoutes kijkt het kabinet naar en werkt hetaan een volledig digitale forfaitaire schaderoute. Ouders die inaanmerking komen voor deze snelle en grofmazige schadeberekeningzouden die dan vervolgens kunnen laten omzetten in een VSO. Ouderszouden in deze route in een digitale omgeving op basis van een overzichtTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 139112 zelf aan kunnen geven welke schadeposten passen bij hun situatie. Deschade wordt onderbouwd middels ondersteunende stukken. Het kabinetkan op dit moment niet inschatten hoeveel ouders deze route zullen willendoorlopen. Wanneer de besluitvorming over deze mogelijkheid verdergevorderd is, wordt de Kamer nader geïnformeerd.Mediation in bezwaarOuders die in bezwaar gaan tegen hun IB-beschikking kunnen ervoorkiezen met UHT een mediationtraject in te gaan. In juni 2023 is UHTgestart met een pilot waarin deze ouders naast behandeling van hunIB-bezwaar ook hun eventuele aanvullende schade kunnen betrekken bijde mediation.Op dit moment lopen 105 mediationtrajecten. 15 ouders zijn een trajectgestart maar zijn daarmee gestopt. In 85 dossiers geeft de ouder aangraag de afhandeling van aanvullende schade te betrekken bij het traject.De overige 20 hebben daar geen behoefte aan.Voor het vaststellen van de schade wordt momenteel het schadekader vanCWS gebruikt. Indien de ervaringen met het betrekken van schade bijmediation positief blijken, kan deze werkwijze worden uitgebreid.Daarvoor wordt het traject op dit moment geëvalueerd. Daarbij wordtgekeken naar de mate waarin mediationtrajecten voorzien in een uniekevraag die niet wordt voorzien door andere schaderoutes, de oudertevre-denheid, de wijze waarop het kader toegepast wordt en de schaal-baarheid. Uw Kamer wordt geïnformeerd wanneer deze evaluatie rond is.Naar verwachting is dit uiterlijk in augustus dit jaar.Cijfermatige prognose totale schadestelselHet aantal ouders dat ervoor kiest een aanvullende schaderoute tebewandelen kan om meerdere redenen nog schuiven. Dat heeft bijvoor-beeld te maken met de introductie van nieuwe schaderoutes, of aanpas-singen in reeds bestaande routes die leiden tot meer of minder animo.Om die reden houden we rekening met meerdere mogelijke uitkomsten,waarbij het kabinet vaststelt dat de doelgroep in ieder geval groter zal zijndan een jaar geleden geprojecteerd.Op dit moment hebben zich circa 5.300 ouders aangemeld voor aanvul-lende schade bij één van de schaderoutes. Dit aantal is gebaseerd op desom van het totaal aan aanmeldingen11 waarbij rekening wordt gehoudenmet het feit dat ongeveer een kwart van de aanmeldingen voor SGH ookin de wachtrij staat voor CWS. Wanneer het aanmeldportaal live gaatzullen deze getallen preciezer bijgehouden kunnen worden.Het huidige doorstroompercentage van ouders die na de IB kiezen vooreen aanvullende schaderoute is dus ongeveer 25%. Dit getal is min ofmeer in lijn met wat in de Kamerbrief van juni 2023 geprojecteerd was alsmogelijke uitkomst. Op basis van dat percentage en het verwachte totaalaan gedupeerde ouders houden we rekening met – inclusief ex-toeslag-partners – tenminste 13.000 ouders die één van de schaderoutes zaldoorlopen.Het ligt door de gekozen systematiek in met name de SGH-route echtervoor de hand dat dit percentage op zal lopen, zoals ook aangegeven in debrieven van juni en september 2023. Het is nog onduidelijk met hoeveel in11Ongeveer 3600 bij CWS, 2300 bij SGH en ongeveer 100 bij de regieroute-VSO. Hierbij wordtrekening gehouden met 26% overlap tussen de populatie van CWS en SGH.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 139113 totaal. Indien alle gedupeerde ouders die een IB-beschikking ontvangenén alle ex-toeslagpartners zich melden voor de vergoeding van aanvul-lende schade, kan het totaal oplopen tot circa 51.000 aanmeldingen.Daarbij wordt rekening gehouden met ongeveer 42.000 toeslagaan-vragers12 en 9.000 ex-toeslagpartners13. Tussen deze twee uiterstenbestaan ook tussenmogelijkheden, zoals waarin ongeveer 50% of 26.000ouders zich uiteindelijk melden voor de vergoeding van aanvullendeschade.Prognose CWSIn totaal zijn op dit moment ongeveer 500 dossiers door de CWSbehandeld. Op basis van de huidige capaciteit en werkwijze is deverwachting dat voor het einde van 2027 tussen de 1.100 en 1.600 ouderszijn geholpen via de CWS. Naar aanleiding van het verbeterplan van CWSworden de onderliggende scenario’s verder uitgewerkt en geconcreti-seerd.Op basis van deze projecties moet net als in medio 2023 geconcludeerdworden dat de CWS – tot voor kort de enige aanvullende schaderoute – devraag in haar huidige vorm zelf niet aan kan. Daarom is toentertijd eennieuwe schaderoute aangekondigd. Opschaling van de CWS én andereschaderoutes is dan ook noodzakelijk.Prognose Regieroute-VSOMomenteel zijn 20 VSO’s afgesloten en lopen gesprekken met meer dan40 ouders. Dit is minder dan verwacht, met name door de opstartfasewaarvoor meer tijd nodig was dan oorspronkelijk begroot. De huidigebehandelcapaciteit wordt geschat op 200 dossiers per jaar. Het kabinetheeft besloten de capaciteit van deze route op korte termijn te verdub-belen. Tot eind 2027 kunnen met deze opgeschaalde capaciteit naarschatting per jaar 400 ouders geholpen worden via deze route.Prognose SGHAfhankelijk van de in deze brief geschetste onzekerheden is deverwachting dat SGH circa 9.000 tot 40.000 ouders moet helpen, waarbijer al vanuit wordt gegaan dat een deel van de ouders – zoals ex-toeslag-partners – niet deel kunnen nemen. Indien deze groepen niet inaanmerking komen, zal de capaciteit bij de andere schaderoutes moetenworden vergroot, dan wel zullen er alternatieven moeten wordenuitgewerkt. Mogelijkheden daartoe worden onderzocht. Indien dezegroepen wél in aanmerking komen, zal SGH tussen de 11.000 en 49.000ouders moeten helpen, waarbij rekening wordt gehouden met 2.000ouders die een andere route bewandelen. Waar de totale doelgroepbinnen deze marge op uitkomt is afhankelijk van hoeveel ouders in totaalkiezen voor de vergoeding van aanvullende schade en hoeveel daarvankiezen voor een andere route.Het kabinet acht het van belang een realistisch beeld te schetsen van demogelijke aantallen waar het schadestelsel mee te maken krijgt en degevolgen die dit heeft voor de individuele schaderoutes, inclusief die vande SGH, en daarbij de aantallen vooral niet te laag in te schatten. Daarbij12Ongeveer 69.000 aanmeldingen in totaal, waarvan 25.000 na een positieve eerste toets ervoorkiezen de IB te doorlopen en dan gedupeerd blijken. Van de 40.000 ouders met een negatieveeerste toets blijkt ongeveer 17.000 na de IB alsnog gedupeerd.13Ongeveer 5.000 ex-toeslagpartners zijn reeds aangeschreven door UHT. Daarnaast wordtrekening gehouden met ongeveer 4.000 zelfmelders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 139114 wordt de SGH ingeschat als de route die door een veelvoud aan factorendoor de meeste ouders aantrekkelijk gevonden wordt. Het blijft degedeelde verantwoordelijkheid van de verschillende schaderoutes alleouders die zich melden te helpen.Budgettaire gevolgenIn juni 2023 heeft het kabinet in de Kamerbrief aangaande de nieuweschaderegelingen een aantal risico’s en onzekerheden geïdentificeerd engedeeld met de Kamer.Ten eerste bestond de kans dat meer ouders dan toentertijd een verzoek inzouden dienen voor vergoeding van aanvullende schade. Toen bestondimmers het schadestelsel uitsluitend uit CWS, en bij brede openstellingvan een additionele route waar lagere bewijslast wordt gehanteerd zoudat percentage kunnen toenemen. Ten tweede bestond het risico dat deimplementatie en uitvoering niet snel genoeg gerealiseerd kunnenworden, of dat de maatregelen onvoldoende versnellen. De SGH-route isimmers een nieuwe route, en als meer ouders dan initieel ingeschat zichaanmelden kan het ook langer duren. Ten derde waren de werkelijkebudgettaire gevolgen van deze maatregelen op voorhand niet metzekerheid te bepalen, deze zijn immers sterk afhankelijk van het aantalouders dat zich meldt en de gemiddelde schadevergoeding. Beidefactoren zijn op voorhand lastig in te schatten want elke ouder is uniek enmaakt zelf de keuze. Ten vierde is de mogelijkheid geschetst dat meerposten geaccepteerd zouden worden door het verlagen van de eisen voorhet aannemelijk maken van causaliteit en dat hierdoor het gemiddeldeuitgekeerde schadebedrag toeneemt en daarmee het risico op overcom-pensatie. Tenslotte bestaat ook het risico op een onzekerheid in decomptabele rechtmatigheid. Door het verlagen van de eisen voor hetaannemelijk maken van causaliteit en het niet volledig werken metonderliggende documenten kan mogelijk niet afdoende worden getoetstof de uitbetalingen in overeenstemming zijn met de van toepassing zijndewet- en regelgeving, en in lijn en in verhouding zijn met de (uitkomstenvan de) overige herstelmaatregelen.Bij de Voorjaarsnota 2024 is voorgesteld een bedrag van € 1,2 mld. tereserveren op de Aanvullende Post. In totaal is daarmee ca. € 1,6 mld.gereserveerd voor de afhandeling van aanvullende schade voorgedupeerden en ex-toeslagpartners. De hele grofmazige aanname daarbijwas dat ca. 22.000 ouders zich zouden aanmelden voor één van deschaderoutes en het gemiddelde bedrag aan aanvullende schade op ca.€ 67.000 na salderen zou uitkomen.Naar aanleiding van de evaluatie stellen we vast dat de vooraf vastge-stelde risico’s zich deels materialiseren, en er daarmee scenario’s zijnwaarbij meer mensen zich aanmelden en de bedragen hoger zijn.Door de gewijzigde systematiek, het vragen van minder bewijsstukken enhet minder streng toetsen van de causaliteit, kan een grotere groepouders aanspraak maken op vergoeding en is de gemiddelde vergoedinghoger. Daarom is het de verwachting dat een grotere groep zich gaataanmelden, met als uiterste mogelijkheid alle ouders.In deze brief zijn een aantal maatregelen opgesomd die de uitlegbaarheidverbeteren. De maatregelen in deze brief leiden tot een eerste inschattingdat het gemiddeld aanvullende bedrag van de SGH-route op ca. € 85.000uitkomt (i.p.v. € 128.000), en ca. € 55.000 indien saldering met schuldenplaatsvindt. Het aantal aanmeldingen blijft erg lastig te voorspellen,ongeacht de gekozen maatregelen. Met de voorgestelde maatregelen inTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 139115 deze brief kan het benodigd budget oplopen tot € 4,7 mld, ervanuitgaande dat alle ouders zich melden voor deze route. Als de maatre-gelen uit deze brief niet worden genomen, komt de raming hoger uit:namelijk een totaal van ca. € 6,6 mld. Hiermee is na de voorgesteldemaatregelen in deze brief de bandbreedte € 1,2 mld. tot € 4,7 mld.Hiervoor is reeds ca. € 1,6 mld. gereserveerd.Tot slotDe gesprekken die gevoerd worden met de SGH leiden op zo kortmogelijke termijn tot een nieuwe DVO, zodat de tijd tussen het einde vande pilot en de start van de definitieve SGH-route zo kort mogelijk blijft. Hetkabinet streeft er daarom naar de tijd tussen de afronding van de pilot eneen nieuwe DVO zo kort mogelijk te houden. Indien de ministerraad hetopschalingsbesluit accordeert, wordt vervolgens het budget tergoedkeuring aan uw Kamer voorgelegd. Wanneer deze afspraken gemaaktzijn, wordt uw Kamer daarover geïnformeerd.De inzet van het kabinet blijft om de hersteloperatie te versnellen en teverbeteren. De maatregelen die in deze brief uiteen zijn gezet kunnendaaraan bijdragen. Deze maatregelen bespreek ik graag zo spoedigmogelijk met uw Kamer, om zo duidelijkheid richting ouders te kunnengeven, de gesprekken met SGH goed te kunnen voeren en snelheid tekunnen maken.De Staatssecretaris van Financiën,A. de VriesTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 139116 Invulling artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet (CW3.1)Op grond van de werkwijze met betrekking tot artikel 3.1 van de Compta-biliteitswet14 is het met ingang van 1 november 2021 verplicht ombeleidsvoorstellen met budgettair beslag (en/of vergelijkbare financiëlegevolgen voor maatschappelijke sectoren) van meer dan 20 miljoen europer jaar in een kader toe te lichten. Voor het voorstel aanvullende schadeziet dit kader er als volgt uit:Beleidskeuzes uitgelegdOnderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)Doel(en)Het doel van de voorgelegde maatregelen is om het proces voorvergoeding van aanvullende schade voor alle gedupeerde ouders enex-toeslagpartners in het kader van de hersteloperatie toeslagen die daarbehoefte aan hebben te versnellen. Daarbij is het streven dit voor eind2027 te realiseren.Beleidsinstrument(en)Omdat de groep gedupeerde ouders en ex-toeslagpartners dermate diversis dat één schaderoute nooit een bevredigende afsluiting van financieelherstel biedt voor iedereen wil het kabinet een schadestelsel inrichten datleidt tot een snellere afhandeling van het totale traject van aanvullendeschade met meer ruimte voor regie door de ouders. Dit stelsel bestaat –indien SGH voldoet aan de geschetste voorwaarden – uit de volgendeonderdelen:– Commissie Werkelijke Schade: De route is gericht op ouders diebehoefte hebben aan een precieze berekening van schade met demogelijkheid tot bezwaar en beroep.– De regieroute-VSO: Een route voor ouders die behoefte hebben aanmaatwerk maar dit graag afsluiten met een vaststellingsovereenkomst(VSO).– De route via de Stichting Gelijkwaardig Herstel: De route is – met veelruimte voor het verhaal van de ouder – gericht op ouders die hun schadeop grofmazige wijze berekend willen hebben.– De digitale route: digitale forfaitaire afhandeling van schade, deze optiewordt nog verder uitgewerkt.– Een centraal aanmeldportaal waarmee de ouder in staat wordt gesteldvanuit eigen regie weloverwogen keuzes te maken over de afhandelingvan aanvullende schade.Met het inrichten van dit stelsel krijgen ouders de keuze voor de route diebij de eigen situatie past.Op het meest fundamentele niveau zijn er drie voorkeuren die bepalenwelke route het best aansluiten bij de behoefte van de ouder: tussen eengrofmazige of precieze schadeberekening, intensieve begeleiding ofzelfstandigheid, en tussen een VSO of een beschikking met mogelijkheidtot bezwaar en beroep. Op basis van deze keuzes komt de ouder uit bijeen schaderoute.14Kamerstukken II 2021/22, 31 865, nr. 198.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 139117 Beleidskeuzes uitgelegdOnderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)Financiële gevolgen voor hetRijkIn de voorliggende Kamerbrief is een aantal maatregelen opgesomd diede uitlegbaarheid van de uitkomsten van de SGH-route verbeteren. Demaatregelen in deze brief leiden tot een eerste inschatting dat hetgemiddeld aanvullende bedrag van de SGH-route op ca. € 85.000 uitkomt.Het aantal aanmeldingen blijft erg lastig te voorspellen, ongeacht degekozen maatregelen. Met de voorgestelde maatregelen in deze brief kanhet benodigd budget oplopen tot € 4,7 mld, ervan uitgaande dat alleouders zich melden voor deze route. Als de maatregelen uit deze brief nietworden genomen, komt de raming hoger uit: namelijk een totaal van ca.€ 6,6 mld.Bij de Voorjaarsnota 2024 is voorgesteld een bedrag van € 1,2 mld. tereserveren op de Aanvullende Post. In totaal is daarmee ca. € 1,6 mld.gereserveerd voor de afhandeling van aanvullende schade voor gedupeer-den en ex-toeslagpartners.Financiële gevolgen voormaatschappelijke sectorenn.v.t.Nagestreefde doeltreffendheidDoor het opnemen van de VSO-route via de SGH – indien zij voldoen aande geschetste voorwaarden – wordt het beoogde doel van het kabinet omzo snel mogelijk het proces voor vergoeding van aanvullende schade vooralle ouders die daar behoefte aan hebben te hebben af te ronden bereikt.Nagestreefde doelmatigheidMet het uitbreiden van het stelsel van schaderoutes is de verwachting dateen groot deel van de ouders een keuze maakt voor de VSO-route via deSGH. In de raming wordt ervan uitgegaan dat de uitvoeringskosten vandeze specifieke route laag zijn.EvaluatieparagraafNadere afspraken over de evaluatie van de SGH-route dienen noggemaakt te worden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 139118
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.