KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 24 februari 2025 (Kamerstuk 21501-32-1698)

19 feb 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0481344fc2d2ecbf · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1699 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 19 februari 2025 De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuurheeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de brief van10 februari 2025 inzake de geannoteerde agenda Landbouw- en Visse-rijraad 24 februari 2025 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1698).De vragen en opmerkingen zijn op 17 februari 2025 aan de Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voorgelegd. Bij brief van19 februari 2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,AardemaAdjunct-griffier van de commissie,Van den Brule-Holtjer kst-21501-32-1699ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16991 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van deagenda en de bijbehorende stukken voor de Landbouw- en Visserijraad(LVR) van 24 februari 2025. Deze leden hebben hierover nog enkele vragenen opmerkingen.Geannoteerde agendaDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben te beginnen met degeannoteerde agenda vragen en opmerkingen. De Europese Commissie(EC) constateert dat de marktsituatie is gestabiliseerd en verwacht dat deEuropese Unie (EU) haar positie als netto exporteur van landbouwpro-ducten behoudt. Is in dit toekomstscenario rekening gehouden met eengrootschalige omslag naar biologische landbouw? Is het volledig voldoenaan de Nitraatrichtlijn een randvoorwaarde voor dit Europese toekomst-beeld? Welke risico’s heeft dat voor de toekomstige rol van Europa alsvoedselexporteur, indien lidstaten de richtlijn niet tijdig uitvoeren?AntwoordIn de vooruitzichten voor de middellange termijn tot 20351 geeft deEuropese Commissie (hierna: Commissie) aan een verbetering teverwachten in de milieuomstandigheden en de klimaateffecten vanlandbouw. Dit geldt o.a. ook voor ammoniakuitstoot en stikstofoverschot.De belangrijkste oorzaken hiervan zijn de verwachte afname van hetaantal dieren en vermindering van het landbouwareaal in de loop van detijd, evenals toepassing van verbeterde landbouwpraktijken door boerenin de EU. Bij dit laatste wordt uitgegaan van efficiëntere toepassing vanmeststoffen en het verbeteren van het bodembeheer. De Commissie geeftbij de berekeningen aan dat veranderingen in de omvang van biologischelandbouw niet specifiek zijn meegenomen in de berekeningen. Hetvoldoen aan de Nitraatrichtlijn is ten algemene een verplichting voor deEU-lidstaten. Lidstaten stellen hiervoor actieprogramma’s op metmaatregelen ter invulling van de landbouwopgave voor de verbeteringvan de waterkwaliteit in de verschillende gebieden in de EU.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat u benoemt dater «uitdagingen [zijn] voor de verschillende landbouwsectoren om teverduurzamen en om te gaan met klimaatverandering,» kunt u dit nadertoelichten? Welke specifieke uitdagingen bedoelt u? Is het niet aanNederland als lidstaat om effectieve maatregelen te nemen om dezeuitdagingen te lijf te gaan en de noodzakelijke transformatie van delandbouw in gang te zetten? Welke maatregelen verwacht u van de LVR ende EC door deze problematiek in Europees verband aan te kaarten?AntwoordNederland werkt met het Actieprogramma klimaatadaptatie landbouw aande stimulering en ondersteuning van de agrarische ondernemers in deland- en tuinbouw, zodat zij beter kunnen omgaan met de gevolgen endaarmee de uitdagingen als gevolg van klimaatverandering, zoalsdroogte, verzilting en wateroverlast. De Commissie komt dit jaar en1EU Agricultural outlook 2024–35: A resilient sector adapts to climate change, sustainabilityconcerns, and shifting consumer demand (11 december 2024) (https://agriculture.ec.europa.eu/media/news/eu-agricultural-outlook-2024-35-resilient-sector-adapts-climate-change-sustainability-concerns-and-2024-12-11_en)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16992 volgend jaar o.a. met een Climate Adaptation Plan en een WaterResilience Strategy. Daarnaast zijn klimaatadaptatie en het versterken vanweerbaarheid ook onderdeel van het Europees GemeenschappelijkLandbouwbeleid (GLB). Steun vanuit de Commissie kan helpen om deNederlandse aanpak op klimaatadaptatie te versterken. Dit is relevantaangezien droogte, overstromingen en ook marktschokken door extreemweer, dierziektes of andere marktverstoringen allemaal grensoverschrij-dende problemen zijn. De Europese strategieën voor klimaatadaptatiemoeten goed aansluiten bij de Nederlandse situatie en bijdragen aan eenveerkrachtige Europese land- en tuinbouwsector. Door in te zetten opinnovatie, kennis en klimaatadaptatie blijft schade beperkt en de voedsel-zekerheid gewaarborgd.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn op het onderwerp «ruralproofing» benieuwd welk lopend nationaal beleid hier reeds invulling aangeeft. Deze leden denken onder andere aan de Regio Deals uit het traject«Elke regio telt». Wat is de toegevoegde waarde van maatregelen als eenplattelandstoets? Leidt dit daadwerkelijk tot een betere positie vanNederlandse plattelandsgebieden en een gezondere natuur? Waaruit blijktdat?AntwoordTijdens de aankomende Landbouw- en Visserijraad zal Nederlandbenadrukken dat het voor «rural proofing» van belang is dat wordtvoortgebouwd op lopende initiatieven, zoals de Territorial ImpactAssesment. Bij de ontwikkeling van de 6e tranche van de Regiodeals en deprogrammatische aanpak voor «Elke Regio Telt» wordt ook gekeken of ditgoed aansluit bij het landelijk gebied. Nieuw instrumentarium, zoals eenplattelandstoets, is niet altijd de oplossing. Een nieuwe manier vandenken is nodig waarbij rurale ervaringen en informatie worden meege-nomen in het maken van beleid. Daarbij is de betrokkenheid van lokale enregionale stakeholders van belang.Fiche 1: Herziening Gemeenschappelijke MarktordeningDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van hetfiche over de herziening van de Gemeenschappelijke Marktordeningverordening (COM(2024) 577) die de positie van de boer in de keten moetversterken. Voor deze leden is het van essentieel belang dat nieuwEuropees beleid bijdraagt aan een eerlijk verdienmodel voor boeren tenopzichte van grote ketenpartijen, mits het tegelijkertijd biologischebedrijfsvoering stimuleert en bijdraagt aan goede natuurbescherming. Isdit volgens u het geval?AntwoordHet voorstel van de Commissie voor herziening van de VerordeningGemeenschappelijke Marktordening draagt bij aan een sterkere positievan de biologische boer in de keten. Zo wordt de mogelijkheid ombiologische producentenorganisaties te erkennen geëxpliciteerd. Deherziening kan de biologische bedrijfsvoering daarmee aantrekkelijkermaken. In welke mate dit zal gebeuren is afhankelijk van hoeveel boerenzich aansluiten bij een producentenorganisatie en gebruik willen makenvan de nieuwe mogelijkheden.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd naar de nationaleimplicaties van deze verordening. Op welke punten heeft u ruimte omnationaal een eigen invulling te geven aan deze verordening?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16993 In het BNC-fiche is bij de essentie van het Commissievoorstel uiteengezetop welke onderdelen lidstaten een nadere invulling kunnen geven. Ruimtevoor nationale invulling is er o.a. op de volgende punten: i) het kiezen omeen schriftelijk contract ook op andere plaatsen in de keten te verplichtenin aanvulling op de verplichting tot een schriftelijk contract bij elkelevering van landbouwproducten door een boer of (unie van) producen-tenorganisatie(s) aan een afnemer (verwerker, verzamelaar, distributeur ofretailer); ii) bepaalde uitzonderingen op de verplichting tot schriftelijkecontracten (als de waarde van de levering niet boven een vooraf bepaaldedrempel van maximaal € 10.000 uitkomt, de levering landbouwproductenbevat met een seizoensgebonden vraag- of aanbodfluctuatie of bederfe-lijkheid of als de levering landbouwproducten bevat waarvoor traditioneleverkooppraktijken gelden; iii) lidstaten kunnen aanvullende indicatoren,indexcijfers of berekeningsmethoden vaststellen die marktcondities enproductiekosten weerspiegelen; iv) lidstaten kunnen afnemers verplichtenom de contracten te registreren in een register; en v) lidstaten dienen eenbemiddelingsmechanisme op te zetten, wanneer partijen geen overeen-stemming kunnen bereiken over de voorwaarden voor het sluiten van eencontract, maar hebben de mogelijkheid hier nationaal een eigen invullingaan te geven. Voorts kunnen lidstaten zelf beoordelen op welke wijze zijbinnen de Nationaal Strategische Plannen invulling willen geven aansectorale interventies.Deze leden hebben zorgen over de druk op nationale toezichthouders. Hoebeoordelen de betrokken nationale toezichthouders deze verordening?Welke implicaties heeft de verordening voor de toezichthouders, en welkeaanvullende capaciteit en middelen verwachten zij nodig te hebben omgoed te kunnen handhaven? Wanneer verwacht u dit wel te weten en kuntu toezeggen om de toezichthouders tijdig en voldoende uit te rusten,indien dit nog niet duidelijk is?AntwoordIn het BNC-fiche zijn onder paragraaf 5 b) en 7) de financiële conse-quenties (incl. personele) voor Rijksoverheid en/of medeoverhedenuiteengezet en de implicaties voor uitvoering en/of handhaving. Verschil-lende maatregelen in de voorstellen leiden tot grotere inzet (en financiëlekosten) voor toezichthouders, maar de wijze waarop hangt mede af vande wijze waarop hier in Nederland invulling aan de verordening wordtgegeven. Dit zal mede afhangen van de definitieve vormgeving van deverordening en de wijze waarop dit, waar nationale invulling mogelijk is,in Nederland wordt geïmplementeerd en gehandhaafd. Dit zal naarverwachting in 2026 verder duidelijk worden, afhankelijk van de snelheidvan besluitvorming op Europees niveau. Met uitvoerende instanties entoezichthouders is hierover initieel overleg gevoerd. Het kabinet isvoornemens geen «nationale koppen» of nadere nationale invulling doorte voeren, aangezien dit zal leiden tot verdere kosten en administratievelasten voor de overheid en het bedrijfsleven.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het van belang dat erovereenstemming is over de definitie van «eerlijk,» «billijk» en «korteketens.» Alleen vanuit een gezamenlijke taal kunnen lidstaten samenoptrekken. Op welke wijzigingen in de definitiebepaling van «eerlijk,»«billijk» en «korte ketens» stuurt u aan? Wanneer is de verordening op ditpunt wél naar wens?AntwoordHet is van belang, mede gezien de interne markt en handhavingsmogelijk-heden, dat op EU-niveau zoveel mogelijk eenduidige definities wordenvastgesteld. Naast de definiëring van «korte ketens», geeft de Commissieaan dat definiëring van de termen «eerlijk» en «billijk» binnen twee jaar naTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16994 inwerkingtreding nader dient te worden uitgewerkt door middel van eenuitvoeringsverordening. Eenduidige en uitvoerbare definiëring is vanbelang, om duidelijkheid naar producenten en consumenten teverschaffen, maar ook om rekening te kunnen houden met bestaandeinitiatieven, die hier invulling aan geven. Deze elementen zijn voor mij vanbelang.Welke duidelijkheid heeft u nodig ten aanzien van de duurzaamheidsaf-spraken, zodat deze volgens u beter uitvoerbaar zijn?AntwoordVoor de toepasbaarheid van duurzaamheidsafspraken met sociale doelenis het van belang dat de voorwaarden en criteria helder worden gedefi-nieerd om onduidelijkheid bij de uitvoering en handhaving te voorkomen.De Commissie is voornemens dit nader uit te werken in richtsnoeren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn tot slot benieuwd naar dezienswijze van nationale belangenorganisaties op deze herziening. Heeft ucontact met landelijke landbouw- en natuurorganisaties (gehad) over devoorstellen? Kunt u in algemene zin iets zeggen over hun zorgen ensuggesties? Op welke punten heeft de input van deze organisaties uwstandpunt mede bepaald?AntwoordDe afgelopen periode is met een aantal organisaties in de land- entuinbouwsector contact geweest over de voorstellen. Organisaties vanlandbouwers geven in het algemeen aan de voorstellen tot versterkingvan de positie van de boer te kunnen ondersteunen, waarbij vanuitbijvoorbeeld producentenorganisaties en coöperaties ook op eenwerkbare uitvoering wordt aangedrongen. Algemeen wordt het beeldgedeeld dat helderheid over definities en toepassing noodzakelijk is en datde administratieve- en uitvoeringslasten beperkt moeten blijven.Fiche 2: Verordening oneerlijke handelspraktijkenDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van het fiche over de verordening grensoverschrijdend toezichtOneerlijke Handelspraktijken (COM(2024) 576). Deze leden veronderstellendat een eenduidige methode voor samenwerking over landsgrenzen heenkan bijdragen aan het effectief bestrijden van oneerlijke handelspraktijken.Dit vraagt wel om een goede uitwerking en brede overeenstemmingtussen lidstaten. Hierover hebben deze leden nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de weigeringsgrondenvoor samenwerking niet te vrijblijvend zijn. Hoe wordt onafhankelijkvastgesteld dat een verzoek niet tot doel heeft om oneerlijke handelsprak-tijken te onderzoeken? Kan de verzoekende autoriteit bezwaar maken alszij meent dat een autoriteit weigert mee te doen om ongeldige redenen?AntwoordDe Verordening is gericht op het samenwerken door autoriteiten bij hettoezicht op oneerlijke handelspraktijken waarbij leveranciers en afnemerzich in twee of meer lidstaten bevinden. Een verzoekende autoriteit zalzich bij het verzoek om informatie richten op de oneerlijke handelsprak-tijken die op de lijst staan van de Richtlijn Oneerlijke handelspraktijken. Dehandhavende autoriteiten kunnen in enkele gevallen een verzoek totsamenwerking weigeren. Bijvoorbeeld in de situatie waarin de gevraagdeinformatie niet nodig is om vast te stellen of er sprake is van eengrensoverschrijdende oneerlijke handelspraktijk, of wanneer er al eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16995 juridische procedure is gestart tegen de betrokken afnemer in deaangezochte lidstaat. De Commissie gaat uit van de eigen verantwoorde-lijkheid en welwillendheid van de lidstaten en autoriteiten. Er zijn geenconsequenties of bezwaarmogelijkheden opgenomen in het geval vanweigering van samenwerking. Het zal in de praktijk moeten uitwijzen hoedit uitpakt en of er toch aanvullende protocollen nodig zijn.Kunt u bovendien meer zeggen over hoe de taken tussen autoriteitenworden verdeeld en op basis waarvan wordt besloten welke autoriteit eenonderzoek coördineert?AntwoordVolgens het Commissievoorstel kunnen autoriteiten gezamenlijk besluitenhoe de taken verdeeld worden. Het voorstel biedt ruimte voor de eigeninvulling van samenwerking die het beste past bij de betreffendehandhavende autoriteiten.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen tot slot weten welkecapaciteit en middelen de Autoriteit Consument & Markt (ACM)aanvullend nodig zal hebben ter voorbereiding en uitvoering van dezeverordening. Heeft u hierover contact met de ACM? Gaat u hen tijdigtegemoet komen met voldoende middelen?AntwoordDe ACM is betrokken, het voorstel is met hen besproken. De uitvoerings-kosten kunnen toenemen voor de ACM. Het is moeilijk in te schattenhoeveel aanvragen zullen worden gedaan en/of hoeveel klachten er zullenworden ingediend. De omvang van deze kosten is daarom moeilijk in teschatten. De eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op debegroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform deregels van de budgetdiscipline.Reactie EU-dierenwelzijnswetgevingDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie betreuren uw inzet ten aanzienvan de herziening van de EU-dierenwelzijnswetgeving. Deze leden staanversteld van de grove schendingen van dierenwelzijn binnen de bioin-dustrie. Volgens deze leden vraagt dit om een radicale omslag van hoemensen met dieren omgaan. Ambitieuze Europese wetgeving kan er juistvoor zorgen dat er eenduidige regels komen zodat veehouders eeneerlijke concurrentiepositie hebben binnen Europa en dieren maximaalworden beschermd. Dat lukt alleen door Europees aan te dringen op zogoed mogelijke dierenwelzijnswetgeving. De valse tegenstelling tussen depositie van de boeren en betere dierenwelzijn doet geen recht aan hetbelang van een diervriendelijke toekomst van de landbouw. Hierinverwachten deze leden een voortvarende en ambitieuze houding van ditkabinet, die tot nu toe op dit dossier flink is achtergebleven.AntwoordIk onderschrijf het belang van goede dierenwelzijnswetgeving opEU-niveau. Juist voor de concurrentiepositie van Nederlandse veehoudersis het van belang dat dergelijke wetgeving zo veel mogelijk op internati-onaal niveau wordt geregeld.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de stukken ter voorbereiding op de LVR van 24 februari 2025. Dezeleden wensen in dit kader enkele specifieke aandachtspunten tebenadrukken en vragen hierover nadere toelichting van het kabinet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16996 De leden van de VVD-fractie constateren dat de marktsituatie in delandbouwsector zich grotendeels heeft gestabiliseerd, mede door dalendeinputkosten en redelijke tot goede opbrengstprijzen. Tegelijkertijd blijvener structurele uitdagingen, zoals de impact van klimaatverandering,dierziekten en geopolitieke onzekerheden. Deze leden vragen het kabinetwelke concrete maatregelen Nederland bepleit binnen de EU om deveerkracht van landbouwmarkten te vergroten.AntwoordDe Commissie komt dit jaar en volgend jaar o.a. met een ClimateAdaptation Plan en een Water Resilience strategy. Daarnaast zijnklimaatadaptatie en het versterken van weerbaarheid ook onderdeel vanhet GLB. De Europese plannen voor klimaatadaptatie moeten goedaansluiten bij de Nederlandse situatie en bijdragen aan een veerkrachtigeEuropese land- en tuinbouwsector. Vorst, regen en droogte behoren tothet normale ondernemersrisico van boeren, maar we kunnen wel helpendoor inzet op kennis, innovatie en klimaatadaptatie om de weerbaarheidte vergroten en schade te beperken. Aanvullend kunnen verzekeringen engezamenlijke fondsen worden ingezet bij oogstschade. De landbouwre-serve is het uiterste vangnet bij ernstige marktverstoringen door impactvan klimaatverandering, dierziekten en geopolitieke onzekerheden,waarbij objectieve criteria aan de basis moeten liggen van de verdelingvan gelden. Ik zal in Europees verband wijzen op het belang van blijvendeinzet op innovatie en ondernemerschap om het verdienvermogen van deboer te vergroten, net als de noodzaak voor een gemeenschappelijkeaanpak van specifieke problemen, zoals uitbraken van verschillendedierziektes.Welke initiatieven neemt de EC om handelspolitieke spanningen teverminderen en de positie van Europese landbouwers op de wereldmarktte versterken?AntwoordDe markten voor landbouwgoederen en voedselverwerking zijn internati-onaal sterk verweven. Afhankelijk van de sector of het product kan depositie van Europese landbouwers versterkt worden via het Europesehandelsbeleid door offensieve en/of defensieve maatregelen evenalspromotiemaatregelen. De Commissie kan in haar handelsbeleid, ondermeer via (nieuwe) handelsakkoorden, bijdragen aan het verminderen vanhandelspolitieke spanningen. Het is daarbij belangrijk om in gesprek teblijven met handelspartners en te zoeken naar mogelijkheden voorwederzijdse vergroting van afzetmogelijkheden waarbij gevoeligesectoren beschermd worden.De leden van de VVD-fractie zien daarnaast het belang van innovatie enondernemerschap voor het verdienvermogen van boeren. Deze ledensteunen de focus op verduurzaming, maar willen inzicht in hoe het kabinetde balans bewaakt tussen strengere duurzaamheidseisen en de concur-rentiepositie van de Nederlandse landbouwsector. Hoe wordt gewaar-borgd dat verdere eisen niet leiden tot een onevenredige lastendruk voorboeren en tuinders?AntwoordIk zie, net als de leden van de VVD-fractie, ook het belang van innovatie enondernemerschap voor het verdienvermogen van boeren. Het kabinetbewaakt de balans tussen strengere duurzaamheidseisen en de concur-rentiepositie van de Nederlandse landbouwsector en geeft daarvan inzichtaan de Kamer door middel van BNC-fiches over voorstellen van deCommissie. Ook informeer ik de Kamer over mijn inbreng in discussiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16997 hierover in bijvoorbeeld de Landbouw- en Visserijraad. Dat geldt evenzeervoor de lastendruk van boeren en tuinders.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de besprekingvan het beginsel van «rural proofing» en erkennen het belang van eenvitaal platteland. Deze leden steunen initiatieven om beleid beter te latenaansluiten bij de realiteit van landelijke gebieden, maar vragen hoe hetkabinet ervoor zorgt dat deze aanpak niet leidt tot extra bureaucratischelasten.AntwoordTijdens de Landbouw- en Visserijraad zal Nederland benadrukken dat hetvoor «rural proofing» van belang is dat wordt voortgebouwd op lopendeinitiatieven, zoals de Territorial Impact Assessment. Bij de ontwikkelingvan nieuw beleid moet meer gekeken worden naar de impact daarvan ophet platteland. Dit vergroot de effectiviteit van beleid en hiermee kunnenbureaucratische lasten verminderd worden. Nieuw instrumentarium, zoalseen plattelandstoets, is niet altijd de oplossing. Een nieuwe manier vandenken is nodig waarbij rurale ervaringen en informatie meegenomenworden in het maken van beleid. Daarbij is de betrokkenheid van lokale enregionale stakeholders van belang.Hoe beoordeelt het kabinet de effectiviteit van bestaande instrumenten,zoals de territoriale effectbeoordeling en het Plattelandspact in dit proces?AntwoordTijdens de Landbouw- en Visserijraad zal Nederland aandacht vragen voorhet gebruik van bestaand instrumentarium. Samen met andere lidstaten isNederland op dit moment mogelijke verbeteringen van de territorialeeffectbeoordeling aan het identificeren. Het landelijk gebied is een van deonderwerpen van dit project. Daarnaast zijn het afgelopen jaar de eerstestappen gezet voor een Nederlands plattelandspact. Dit netwerk biedt demogelijkheid voor nauw contact tussen en met lokale en regionalestakeholders uit de plattelandsgemeenschap.Daarnaast constateren deze leden dat het kabinet inzet op een synergietussen de tweede pijler van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid(GLB) en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Hoe ziet hetkabinet de mogelijkheden om deze integratie te versterken zonder deadministratieve lasten te verhogen?AntwoordDe uitdagingen in het landelijk gebied sluiten aan bij de doelen vanverschillende Europese Structuur-Investeringsfondsen (ESI-fondsen) zoalsde tweede pijler van het GLB en het Europees Fonds voor RegionaleOntwikkeling (EFRO). De fondsen zijn op verschillende manierencomplementair. Beide kennen de mogelijkheid voor een gebiedsgerichteaanpak, kunnen inzetten op de ontwikkeling en implementatie van(technische) innovaties en kunnen bijdragen aan ketenontwikkeling voornieuwe gewassen en producten.Onlangs heeft de Commissie een mededeling gepubliceerd over het EUMeerjarig Financieel Kader (MFK) vanaf 2028.2 De ontwikkelingen omtrenthet MFK zullen impact hebben op de inzet rondom de ESI-fondsen. Hetkabinet bereidt momenteel een kabinetsreactie voor op de MFK-mededeling, die binnenkort met de Kamer zal worden gedeeld.2The road to the next multiannual financial framework (COM(2025) 46 final).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16998 De leden van de VVD-fractie constateren tot slot dat generatievernieuwingin de landbouwsector een blijvend aandachtspunt is. Deze leden vragenhoe het kabinet in Europees verband pleit voor betere ondersteuning vanjonge boeren en zij-instromers. Welke obstakels worden daarbij gezien enwelke instrumenten acht het kabinet het meest effectief om de instroomvan nieuwe ondernemers in de sector te bevorderen?AntwoordJonge boeren zijn cruciaal voor een vitaal platteland. Het behoud van eenvitaal platteland is essentieel voor de economische stabiliteit vanNederland. Generatievernieuwing op agrarische bedrijven is tegen-woordig minder vanzelfsprekend dan vroeger en vereist daarom gerichteaandacht. Zo ervaren jonge boeren problemen rondom de bedrijfsfinan-ciering en zij-instromers toegang tot kennis over bedrijfsvoering. In hetRegeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96) is aangegevendat er een samenhangend pakket van maatregelen wordt ontwikkeld omhet aantal succesvolle bedrijfsopvolgingen binnen familiebedrijven,evenals overnames en bedrijfsstarts door gemotiveerde zij-instromers, tevergroten. Ik zal de Kamer hierover dit jaar informeren.Op Europees niveau speelt het GLB een belangrijke rol bij het bevorderenvan generatievernieuwing. Het stimuleren van generatievernieuwing in deagrarische sector is een kerndoelstelling van het GLB. Via het NationaalStrategisch Plan (NSP) heeft Nederland instrumenten in werking gesteldof in voorbereiding om jonge landbouwers te ondersteunen. Zo bestaat ereen subsidiemodule voor de vestiging van jonge landbouwers, die henhelpt met de financiering van bedrijfsovernames.Het creëren van een toekomstperspectief voor jonge boeren is eenbelangrijk thema binnen de EU-visie op Landbouw en Voedsel. Ik zal dezevisie nauwkeurig bestuderen en de Kamer een appreciatie hiervan doentoekomen middels een BNC-fiche.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de stukken enhebben hier enkele vragen over.De leden van de NSC-fractie zijn verheugd over de vele aandacht voor depositie van de boer in de keten. De wijziging van de GemeenschappelijkeMarktordening (COM(2024) 577) voor landbouwproducten heeft ten eersteals doel het versterken van de positie van de boer in de keten en tentweede het vergroten van het vertrouwen in de voedselvoorzieningsketen.Is de Minister van mening dat deze doelen ook gaan worden behaald metde gedane voorstellen door de EC? Welke haken en ogen zitten er nog aandit voorstel?AntwoordHet kabinet verwelkomt het voorstel van de Commissie. Het uitgangspuntom schriftelijke contracten verplicht te stellen tussen landbouwers ofproducenten(organisaties) en hun afnemers, met de flankerendebepalingen, versterkt de onderhandelingspositie van boeren. Zoalsaangegeven in het BNC-fiche moet het contract een statische prijs ofobjectieve indicatoren voor prijsbepaling bevatten die de boer een betereprijs voor zijn product opleveren. Daarnaast voorziet het voorstel in deverplichting om in contracten met een loopduur van meer dan zesmaanden een herzieningsclausule op te nemen. Op basis hiervan kunnenboeren een heronderhandeling starten met de afnemer wanneer dekostprijs systematisch niet wordt gedekt. Verder kunnen boeren gebruik-maken van een bemiddelingsmechanisme wanneer (her)onderhande-lingen met afnemers over prijzen niet slagen. Bovendien maakt deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16999 vereenvoudiging van de erkenningsregels voor producentenorganisatieshet voor boeren eenvoudiger om samen te werken, waarmee zij hunpositie ten opzichte van afnemers kunnen versterken. Het succes van dezeinitiatieven is afhankelijk van de mate waarin boeren in producentenorga-nisaties samenwerken en de lasten voor producenten(organisaties)kunnen worden beperkt. Het gaat hierbij onder meer om maatwerk in deprijsberekening en de inrichting van het bemiddelingsmechanisme.Het definiëren en het reguleren van het gebruik van de termen «eerlijk»,«billijk» en «korte keten» kan daarnaast bijdragen aan het vergroten vanhet vertrouwen in de keten. Onduidelijk is nog of dit de beste wijze is omdeze doelstelling te realiseren, aangezien het lastig kan zijn om opEU-niveau tot eenduidige definities hiervan te komen die goed passenbinnen de Nederlandse context.Hoe gaat de Minister deze verordening implementeren? Welke aspectenvindt zij daarin belangrijk?AntwoordIn algemene zin acht het kabinet het van belang dat de verordeningaansluit bij het kabinetsbeleid dat erop gericht is om het vertrouwen vande sector in de overheid te vergroten en de positie van boeren in de ketente versterken. Daarmee hangt samen dat de administratieve lasten voorboeren en uitvoeringslasten voor de overheid zoveel mogelijk moetenworden beperkt en dat de voorstellen uitvoerbaar en handhaafbaar zijn.Het kabinet kijkt daarom aandachtig naar de (financiële) consequentiesvoor boeren, uitvoeringsinstanties en toezichthouders. Daarnaast dienthet gelijke speelveld in de interne markt te worden gehandhaafd.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van destukken voor de LVR van 24 februari 2025. Deze leden hebben ten eersteeen aantal vragen over het verslag van de LVR van 27 januari 2025.Waarom heeft de Minister ervoor gekozen om in de LVR in te brengen dathet kabinet de voor- en nadelen zal overwegen en dan een definitievepositie zal innemen? Hoe verhoudt deze inbreng zich tot de aangenomenmotie waarin de Kamer het kabinet oproept om de EC en de EuropeseRaad te laten weten dat Nederland het EU-Mercosur-verdrag niet zalondertekenen (Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 36)?AntwoordNaar aanleiding van de motie Teunissen c.s.3 heb ik het afwijzendestandpunt van de Kamer over een EU-Mercosur-akkoord gecommuniceerdin Brussel, zoals het kabinet in de Kamerbrief van 16 december 20244heeft aangegeven te doen. Tegelijkertijd blijft staan dat de Kamer in hetvoorjaar een kabinetsappreciatie van de voor- en nadelen van het akkoordontvangt op basis van de conceptteksten van het onderhandelaarsakkoordvan 6 december 2024. Na ontvangst van die appreciatie heeft de Kamer degelegenheid om desgewenst in debat te gaan met het kabinet over hetakkoord, alvorens sprake is van daadwerkelijke besluitvorming door deRaad.De leden van de BBB-fractie constateren dat een aantal lidstaten bij deLVR van 27 januari 2025 opnieuw heeft onderstreept dat oog moet wordengehouden voor de boeren in de EU. Deze leden willen graag benadrukkendat ook zij zich zorgen maken over de import van Oekraïense productendie niet zijn geproduceerd volgens Europese maatstaven. De import van3Kamerstukken II, 36 000 VVII, nr. 36.4Kamerstukken II, 31 985, nr. 85.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169910 Oekraïense kip is ook voor Nederlandse boeren van grote invloedaangezien van de 20.000 ton kip die maandelijks vanuit Oekraïne naar deEU komt ongeveer 60 procent naar Nederland komt.De leden van de BBB-fractie willen daarbij nog eens benadrukken dat ookin het hoofdlijnenakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 37) staat dat«we niet willen importeren wat we in Nederland niet mogen produceren».Ook de oproep van Luxemburg onder het agendapunt «handelsgerela-teerde landbouwvraagstukken» over importtoleranties hangt hiermeesamen. Waarom heeft de Minister ervoor gekozen om dit punt aan tehoren en niet te steunen?AntwoordIn de notitie van Luxemburg werd opgeroepen om geen nieuwe importto-leranties vast te stellen en bestaande toleranties te verlagen tot onder dedetecteerbare drempelwaarde voor werkzame stoffen die niet zijngoedgekeurd binnen de EU vanwege volksgezondheid- of milieuaspecten,en met name voor stoffen die hormoonverstorend, mutageen, kankerver-wekkend of giftig voor de voortplanting zijn.Omdat meerdere punten een rol spelen met betrekking tot dit onderwerp,heb ik besloten om het punt aan te horen. Zo hebben landen buiten deEU, op basis van internationale regelgeving, de mogelijkheid om eenaanvraag in te dienen voor de vaststelling van een Maximum ResidueLevel (MRL) voor geïmporteerde producten (importtolerantie) voorresiduen van in de EU niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen ofvoor een andere hoogte van de MRL. Wanneer uit risicoanalyse blijkt datde residuen van de gebruikte stof geen risico voor de voedselveiligheidopleveren, kan de importtolerantie worden toegekend (de residuen vangewasbeschermingsmiddelen zijn de beleidsverantwoordelijkheid van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Het weigeren ofverlagen van importtoleranties die veilig zijn voor de Europese consu-menten, zou in strijd zijn met de verplichtingen van de EU onder de WTOom producten die aan veiligheidsnormen voldoen, niet te weren. Daarbijkomt dat er geval-per-geval gekeken zou moeten worden, omdat rekeningmoet worden gehouden met de verschillen tussen landen in bijvoorbeeldagronomische en klimatologische omstandigheden.Ten aanzien van Oekraïne: op het gebied van dierenwelzijn en Oekraïnezijn in het Associatieakkoord/Deep and Comprehensive Free TradeAgreement afspraken opgenomen waarin Oekraïne zich verplicht heeft deEuropese SPS-regelgeving, inclusief dierenwelzijnsregelgeving, over tenemen en te implementeren. Hier wordt door Oekraïne aan gewerkt. Zomoet per januari 2026 de EU-dierenwelzijnswetgeving geïmplementeerdzijn (o.a. een verbod op legbatterijen).De leden van de BBB-fractie hebben ook de opmerkingen bij het diver-senpunt «vermindering van de administratieve lasten voor biologischeboeren en medewerkers» gelezen. Deze leden onderschrijven dat hetbelangrijk is om regelgeving op het gebied van biologische productie teversimpelen. Deze leden willen echter ook aan de Minister vragen of zijheeft overwogen ter sprake te brengen dat de biologische productie-eisenniet in alle Europese lidstaten gelijk zijn, waardoor ook daar een vorm vanoneerlijke concurrentie ontstaat.AntwoordIk ondersteun de vermindering van administratieve lasten en hetvoorkomen van oneerlijke concurrentie in de EU van harte. De doorDuitsland aangedragen aanbevelingen vergen echter nader onderzoek,alvorens conclusies te trekken over het EU-speelveld. Ik ben daarom blijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169911 dat de Commissie de door Duitsland aangedragen aanbevelingen in maartmet de experts van de lidstaten zal bespreken.De leden van de BBB-fractie zien over de geannoteerde agenda van deLVR van 24 februari 2025 dat de marktsituatie na de invasie van Oekraïneook weer zal worden besproken. Ziet de Minister een mogelijkheid om ietste doen met de bovenstaande punten als het gaat over de import vanlandbouwproducten vanuit Oekraïne die niet geproduceerd zijn onder destrenge Europese (en Nederlandse) eisen en voorwaarden?AntwoordDe bespreking van de marktsituatie is een terugkerend agendapunt op deLandbouw- en Visserijraad. De Commissie geeft daarbij een overzicht vande marktsituatie in de verschillende landbouwsectoren. Deze monitoringvan de Commissie heeft onder andere tot doel om dreigende ernstigemarktverstoringen tijdig te kunnen waarnemen en, zo nodig, voorberei-dingen te kunnen treffen voor eventuele inzet van maatregelen omernstige marktverstoringen het hoofd te kunnen bieden. Onder dezemonitoring valt ook de mate van import van landbouwgoederen uitOekraïne. Waar het gaat om het stellen van Europese productiestan-daarden aan import uit Oekraïne zijn er afspraken opgenomen in hetAssociatieakkoord/Deep and Comprehensive Free Trade Agreementwaarin Oekraïne zich verplicht heeft om de Europese SPS-regelgeving,inclusief dierenwelzijnsregelgeving, over te nemen en te implementeren.Hier wordt door Oekraïne aan gewerkt. Zo zal per januari 2026 deEU-dierenwelzijnswetgeving geïmplementeerd moeten zijn (o.a. eenverbod op legbatterijen).De leden van de BBB-fractie hebben daarnaast het Poolse compromis-voorstel over nieuwe genomische technieken (NGT’s) gelezen. Deze ledenzien daarin dat onder andere tegemoet is gekomen aan de zorgen dievanuit Nederland leefden over het eerdere voorstel. Deze leden zijn vanmening dat dit voorstel de Nederlandse steun verdient in de lopendeonderhandelingen binnen de Europese Raad en een unieke gelegenheid isom op korte termijn voortgang te boeken in de EU op dit dossier. Dezeleden hebben sterke bedenkingen bij het eerdere Poolse voorstel waarinlidstaten een opt-out kregen voor de toelating van NGT 1-planten waareen octrooi op rust. Deze leden zouden in plaats daarvan graag zien datoctrooihouders worden aangemoedigd hun kennis tegen redelijkevoorwaarden beschikbaar te stellen voor boeren en kwekers, bijvoorbeelddoor deelname aan diverse licentieplatforms en ondersteund door eenopenbaar toegankelijke databank waarin deze licenties wordengeregistreerd.AntwoordHet onderhandelingstraject in de Raad is een vertrouwelijk proces, dus ikkan niet inhoudelijk op de Poolse compromisvoorstellen ingaan. Wel kanik, namens de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheiden Natuur, ten algemene zeggen dat het nieuwe Poolse voorstel eenbelangrijke stap voorwaarts is vergeleken met het vorige compromis-voorstel en dat dit nieuwe voorstel beter aansluit bij de Nederlandsepositie zoals vastgelegd in het BNC-fiche.5 Met dit nieuwe voorstel zijn weweer een stap dichterbij een gekwalificeerde meerderheid in de Raad opdit dossier. De Staatssecretaris en ik zetten ons in Brussel actief in vooreen voor het Nederlandse kabinet toereikend voorstel, waardoor wegebruik kunnen maken van proportionele, veilige en toekomstbestendigeNGT-wetgeving.5Kamerstuk 22 112, nr. 3773.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169912 Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractieDe leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de agenda vande LVR van 24 februari 2025 en hebben hier nog enkele vragen over.In algemene zin zien de leden van de PvdD-fractie dat deze bewindsper-sonen binnen de Landbouw- en Visserijraden zeer weinig aandachtbesteden aan het zetten van concrete stappen voor de transitie naar eenduurzame, toekomstbestendige landbouw. Deze leden wijzen erop datjuist het huidige systeem ertoe heeft geleid dat veel boeren hebbenmoeten stoppen of, met hoge schulden, vastzitten, en dat het daarmeeook in hun belang is om de grote problemen die er zijn integraal op telossen.De leden van de PvdD-fractie lezen dat Nederland tijdens de LVR eenoproep heeft gedaan aan de EC om in 2025 de herzieningsvoorstellenvoor de dierenwelzijnsverordeningen te presenteren. Hoe heeft de ECgereageerd op deze oproep van Nederland? Hoe groot acht de Minister dekans dat de voorstellen ook daadwerkelijk in 2025 zullen wordengepresenteerd?AntwoordDe Commissie heeft tijdens de Raad van 9–10 december jl. geen toezeg-gingen gedaan met betrekking tot de publicatie van de betreffendeherzieningsvoorstellen voor de dierenwelzijnsverordeningen. Zeer recentheeft de Commissie haar werkprogramma voor 2025 gepubliceerd.6 Hierinontbreken aankondigingen over nieuwe voorgenomen voorstellen metbetrekking tot de EU-dierenwelzijnswetgeving. Ik acht de kans zeer kleindat de Commissie nog dit jaar met nieuwe wetgevingsvoorstellen opdierenwelzijnsterrein zal komen; dit zal hoogstwaarschijnlijk pas in 2026plaatsvinden.De leden van de PvdD-fractie lezen in antwoorden op de brief vanAustralische Parlementslid Georgie Purcell (Kamerstuk 28 286, nr. 1375)dat de EC geen juridische basis ziet om de import van kangoeroepro-ducten op basis van dierenwelzijn te weren. Hoe kijkt het kabinet naardeze uitspraak, wetende dat andere wrede producten, zoals zeehon-denbont, wel van de Europese markt worden geweerd op basis vanpublieke moraal. Deze leden wijzen erop dat een meerderheid van deKamer het kabinet heeft opgeroepen om kangoeroeproducten van deNederlandse markt te weren én zich actief in te zetten voor een Europeesverbod op de import van kangoeroeproducten (Aanhangsel Hande-lingen II, vergaderjaar 2024–2025, nr. 848). Kan de Minister meer gedetail-leerd aangeven op welke manier zij zich hard gaat maken voor datEuropese verbod?AntwoordOmdat de Commissie eerder heeft aangegeven geen juridische basis tezien om kangoeroeproducten op basis van dierenwelzijn te weren, zie ikgeen aanleiding om voor een importverbod te pleiten.7 Zoals toegezegdzal het kabinet er wel zorg voor dragen dat de door de Kamer aange-dragen zorgpunten worden overgebracht aan de Commissie.6Commission work programme 2025: Moving forward together: A Bolder, Simpler, Faster Union(COM(2025) 45 final).7Aanhangsel Handelingen II, 2024/25, nr. 848.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169913 Hierbij wil ik nog graag opmerken dat het aan de Australische overheid isop welke manier kangoeroejacht gereguleerd wordt, net zoalsEU-lidstaten zelfstandig de jacht op wild reguleren met inachtneming vande staat van instandhouding van de soort en dierenwelzijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 169914

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 48637566a5f5a3ad

14 okt 2026 · 0a4c434fad3cfd6c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.