KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op het verzoek van het lid Omtzigt, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 18 februari 2025, over het bericht Fundamentele koerswijziging OM: dieven en oplichters zo min mogelijk voor de strafrechter’ (Nrc.nl, 17 februari 2025)

24 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0e9d80647e05af45 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 929 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIEEN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 maart 2025Met uw brief van 18 februari 2025 verzoekt u ons te voldoen aan hetverzoek van het lid Omtzigt (NSC) om informatie over het bericht in hetNRC van 18 februari 2025 «Fundamentele koerswijziging OM: dieven enoplichters zo min mogelijk voor de strafrechter.»1 Hieronder gaan wij in ophet informatieverzoek van het lid Omtzigt en lichten wij toe wat destrafbeschikking is, hoe het verruimde beleid van het OM tot stand isgekomen en waarom het OM hiervoor heeft gekozen. Ook lichten wij derechtsbescherming van de verdachten en de positie van slachtoffers bij destrafbeschikking toe. Verder gaan wij in op het schrappen van contra-indicaties in de werkinstructie van het OM. Daarnaast gaan wij in op demoties van het lid Eerdmans (JA21) uit het tweeminutendebat gevange-niswezen van 20 maart jl.2 Tot slot bevat deze brief een reactie op hetverzoek van het lid Sneller (D66) tijdens het debat over het nieuweWetboek van Strafvordering van 19 maart 2025. Hij verzocht de Ministervan Justitie en Veiligheid om een inschatting van de uitvoeringsconse-quenties van de drie amendementen die het lid Emiel van Dijk (PVV)19 maart in het kader van het nieuwe wetboek heeft ingediend over destrafbeschikking.Los van deze brief, vinden wij het gelet op de essentiële rol van destrafbeschikking in de strafrechtspraktijk belangrijk om de discussie overde strafbeschikking verder met uw Kamer te voeren. Op 26 maartaanstaande vindt een ronde tafel plaats en op 8 april staat het debathierover gepland. Het WODC zal de komende periode onderzoekverrichten naar de ervaringen van procesdeelnemers, waaronderslachtoffers, met de wijze waarop de strafbeschikking in de praktijk wordtingezet.3 Ook de procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft een vervolg-onderzoek naar de strafbeschikking aangekondigd. Dat onderzoek zal12025Z03021.2Kamerstuk 24 587, nrs. 1040 en 1039.3Kamerstukken II, 36 471, 2024–2025, nr. 96. kst-29279-929ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9291 gericht zijn op de vraag in hoeverre door het OM uitvoering is gegevenaan de aanbevelingen uit het eerdere rapport van de procureur-generaalnaar de OM-strafbeschikking. In het vervolgonderzoek zal ook aandachtworden besteed aan de recente beleidswijziging van het OM. Wij hechteneraan om de resultaten van deze onderzoeken mee te laten wegen bijeventuele wettelijke aanpassingen ten aanzien van de strafbeschikking.Totstandkoming uitbreiding toepassing strafbeschikkingHet OM heeft sinds 1 januari 2008 de bevoegdheid om een strafbe-schikking op te leggen, via de Wet OM-afdoening. Door middel van eenstrafbeschikking kan een officier van justitie een overtreding of misdrijfzelfstandig afdoen. Het gaat hierbij om strafbare feiten waarop eenmaximale gevangenisstraf van 6 jaar is gesteld, zoals eenvoudigemishandeling, winkeldiefstal, openbare dronkenschap, bedreiging, rijdenonder invloed en vandalisme. Het gaat hier dan ook om buitengerechte-lijke afdoening van relatief lichtere strafzaken.De strafbeschikking is in het leven geroepen met als doel om alleen deschaarse rechterlijke capaciteit in te zetten in zaken waarin dat nodig is.Uit de evaluatie van de wet OM-afdoening blijkt ook daadwerkelijk datmeer capaciteit is vrijgekomen voor die zaken.4 Dit betekent dat destrafbeschikking tot gevolg heeft dat de strafrechter wordt ontlast en datde rechterlijke capaciteit kan worden benut voor de zwaardere strafzaken,zoals zedenzaken en zaken op het gebied van georganiseerde criminaliteit.De strafbeschikking levert daarmee een bijdrage aan het verkorten van dedoorlooptijden in strafzaken, het ontlasten van de rechtspraak en hetafbouwen van de voorraden. Op die manier wordt er meer criminaliteitaangepakt en wordt en sneller en adequater opgetreden tegen strafbarefeiten. Ook voor de slachtoffers is dit wenselijk, hun zaak wordt hierdoorsneller afgehandeld. De strafbeschikking is dus een belangrijke sanctievoor de strafrechtketen, die ook veel wordt ingezet. Van de 405.000 zakenbij het OM wordt op dit moment ongeveer 25 procent met een strafbe-schikking afgedaan. Als al deze zaken voortaan voor de rechter moetenkomen, zal de strafrechtketen die al onder druk staat nog verder verstoptraken en zal er minder criminaliteit worden bestraft. Er is op dit momentgeen alternatief. Kortgezegd levert de strafbeschikking een grote bijdrageaan de effectiviteit en efficiëntie in de strafrechtsketen en aan hetbestrijden van criminaliteit.Sinds 1 februari jl. past het OM de strafbeschikking vaker toe bij veelvoor-komende vermogenscriminaliteit, zoals winkeldiefstal en heling. Hiermeewordt de strafrechter verder ontlast en kan rechterlijke capaciteit wordenbenut voor zwaardere strafzaken. Zo worden de doorlooptijden verkort enwordt meer criminaliteit aangepakt. Het OM heeft de instructie enkeleweken voor inwerkingtreding aangekondigd bij de betrokken keten-partners. De Minister van Justitie en Veiligheid heeft na de inwerking-treding van de instructie met de voorzitter van het College vanprocureurs-generaal besproken dat over de instructie nader overleg metde Rechtspraak plaatsvindt met als doel om de gevolgen voor de nieuweinstructie af te stemmen. Dit overleg heeft inmiddels plaatsgevonden.Bijgevoegd treft u de tijdelijke instructie aan waarmee het OM sinds1 februari de strafbeschikking ruimer toepast. Deze instructie is gepubli-ceerd op de website van het OM. De uitbreiding van de toepassing van destrafbeschikking betreft op dit moment alleen veelvoorkomende vermo-gensdelicten. De instructie houdt in dat het OM het uitgangspunt hanteertdat voor veelvoorkomende vermogensdelicten gepleegd door meerder-4Zie de evaluatie naar de Wet OM-afdoening uit 2018.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9292 jarige verdachten in beginsel een strafbeschikking wordt uitgevaardigd endeze zaken niet meer voor de rechter brengt. In dit soort zaken werdendoor het OM al strafbeschikkingen opgelegd, met de instructie zal ditvaker gebeuren. Dit betekent niet dat de officier niet meer tot dagvaardingover kan gaan en bij de rechter geen vrijheidsstraf meer kan eisen. Diemogelijkheid is er nog altijd. Het OM heeft in de tijdelijke instructie latenweten dat de instructie de start is van een traject gericht op het vakeruitvaardigen van strafbeschikkingen voor strafbare feiten waarvoor datwettelijk gezien mogelijk is. Het OM heeft de Minister van Justitie enVeiligheid geïnformeerd dat, mede gelet op de ontstane vragen, ruim detijd wordt genomen voor een zorgvuldige monitoring van de huidigeuitbreiding en voorbereiding van mogelijke toekomstige uitbreidingen. Ditbetekent dat pas in de loop van het najaar een volgende stap wordtoverwogen door het OM. De Minister van Justitie en Veiligheid is en blijfthierover met het OM in overleg.De instructie betreft een relatief beperkt aantal zaken. In 2024 werden doorde arrondissementsparketten circa 21.500 misdrijfzaken met een strafbe-schikking afgedaan, afgezet tegen een totaal van 139.500 misdrijfzaken.Een eerste inschatting van het OM is dat de instructie zorgt voor eentoename van 2.500 zaken die via een strafbeschikking worden afgedaan.Het gaat dus om een toename van een paar procent.De instructie wordt uiteindelijk verwerkt in een Aanwijzing (eenAanwijzing bevat voorschriften en regels die algemeen gelden entoegepast (moeten) worden). Het OM heeft een interne commissieingesteld die over het proces tot aan een definitieve Aanwijzing hetCollege van Procureurs-Generaal adviseert.Bovenstaande overwegende staan wij in algemene zin achter het beleidvan het OM om door deze ruimere toepassing doorlooptijden vanstrafzaken te verkorten en meer criminaliteit aan te pakken. Het vakerafdoen van strafzaken met een strafbeschikking is met het oog op dat doeleen geschikt middel, mede uitgaande van de bestaande capaciteitste-korten bij de rechtspraak. Daarbij worden vanzelfsprekend alle wettelijkewaarborgen – zoals het taakstrafverbod – rondom de uitvaardiging vanstrafbeschikkingen in acht genomen, terwijl ook de rechten vanverdachten en de rechten en belangen van slachtoffers gewaarborgdblijven, waarop wij hieronder nog nader zullen ingaan. Daarnaast blijft deofficier van justitie bevoegd om in individuele zaken toch over te gaan tothet uitbrengen van een dagvaarding en bij de rechter een vrijheidsstraf teeisen.Rechtsbescherming verdachtenVoor wat betreft de rechtsbescherming blijft onverminderd gelden dat eenverdachte binnen 14 dagen na uitvaardiging van de strafbeschikking inverzet kan gaan (artikel 257e Wetboek van Strafvordering). Op die wijzekan hij – kosteloos en zonder verdere beperkingen – bewerkstelligen datde zaak alsnog wordt behandeld door de rechter. Voor zwaarderestrafbeschikkingen, waarin bijvoorbeeld een taakstraf wordt opgelegd ofeen geldboete van meer dan € 2.000, geldt dat de verdachte voorafgaandaan het uitvaardigen daarvan moet worden gehoord door de officier vanjustitie, waarbij hij kan worden bijgestaan door een raadsman. In hetwetsvoorstel versterking rechtsbijstand in het strafproces, dat aan deAfdeling advisering van de Raad van State is voorgelegd, wordt het rechtvan verdachten op rechtsbijstand bij OM-strafbeschikkingen zoals dat inde praktijk al geldt, ook wettelijk vastgelegd. Op basis van deze wet dientde verdachte vooraf voldoende te worden geïnformeerd over de straf ende gevolgen daarvan zoals een strafblad, en over de wenselijkheid en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9293 mogelijkheden om tijdig verzet tegen de strafbeschikking aan te tekenen.Zo kan de verdachte met behulp van zijn raadsman een afgewogenbeslissing nemen of hij zich bij de strafbeschikking zal neerleggen ofdaartegen verzet zal instellen.Bij strafbeschikkingen geldt het openbaarheidsvereiste van artikel 121Grondwet niet. De verdachte heeft altijd het recht om in verzet te gaantegen de strafbeschikking, waarna de zaak alsnog in het openbaar wordtbehandeld door een rechter. Opmerking verdient nog dat de officier vanjustitie desgevraagd een afschrift van een strafbeschikking verstrekt aanieder ander dan de verdachte of zijn raadsman (artikel 257h Wetboek vanStrafvordering), tenzij er sprake is van een wettelijke weigeringsgrond. Indat laatste geval kan de officier van justitie een geanonimiseerd afschriftverstrekken. Indien geen afschrift wordt verstrekt kan de verzoeker eenklaagschrift indienen. Op die wijze is ook bij de strafbeschikking voorzienin een vorm van openbaarheid.Positie slachtoffersOver de positie en belangen van slachtoffers bij toepassing van destrafbeschikking heeft de toenmalige Minister voor Rechtsbescherminguw Kamer uitgebreid geïnformeerd per brief van 9 november 20225 envervolgens in de tweede6 en derde7 voortgangsbrief meerjarenagendaslachtofferbeleid. Zo worden slachtoffers er expliciet op gewezen dat zijeen schriftelijke slachtofferverklaring kunnen indienen, zodat hunbelangen door de officier van justitie kunnen worden meegewogen bij hetuitvaardigen van een strafbeschikking. Ook kunnen slachtoffers stukkenindienen ter onderbouwing van het verhalen van hun schade op de dader.Daarnaast geldt er op grond van de Aanwijzing OM-strafbeschikking(2022A003) een contra-indicatie voor ernstige spreekrechtwaardige feiten,waardoor er in beginsel geen strafbeschikking zal worden uitgevaardigdvoor die feiten. De tijdelijke instructie van het OM ziet niet op spreekrecht-waardige feiten en de contra-indicatie hiervoor wordt in de instructie nietopgeschort. Verder bepaalt deze instructie dat bij elk veelvoorkomendvermogensdelict in de strafbeschikking een schadevergoedingsmaatregelwordt opgelegd als het slachtoffer heeft laten weten dat een schadever-goeding gewenst is. Slachtoffers die van mening zijn dat de zaak tochvoor de rechter moet worden gebracht, kunnen op grond van artikel 12van het Wetboek van Strafvordering een beklagprocedure starten. Tot slotwensen wij te benadrukken dat het ook voor slachtoffers wenselijk is datde doorlooptijden in de strafrechtsketen minder worden en dat er genoegcapaciteit is om criminaliteit aan te pakken. Hiervoor is de (blijvende) inzetvan de strafbeschikking van belang om te voorkomen dat zaken voortijdigworden geseponeerd of simpelweg niet kunnen worden opgepakt.Schrappen van contra-indicatiesDe nieuwe instructie van het OM bevat een passage over het vervallenvan twee «contra-indicaties» voor het opleggen van een strafbeschikking,bij recidive en illegale vreemdelingen en asielzoekers. Daarover heeft deMinister van Justitie en Veiligheid opheldering gevraagd bij het OM. Wijvinden het van belang te benadrukken dat ook deze zaken nog steeds voorde rechter kunnen worden gebracht, ook onder deze nieuwe instructie. Dieafweging wordt bij iedere zaak gemaakt. Daarnaast blijft het doelgroepen-beleid van het OM in stand. Dat betekent dat er ander beleid is en blijftvoor bijvoorbeeld vervolging van criminele asielzoekers en recidivisten.5Kamerstukken II, 29 279, 2022–2023, nr. 743.6Kamerstukken II, 33 552, 2022–2023, nr. 112.7Kamerstukken II, 33 552, 2023–2024, nr. 116.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9294 De instructie maakt het echter nu mogelijk om bij deze groepen – bijrelatief lichtere feiten – die nu soms onbestraft blijven door bijvoorbeeldgebrek aan capaciteit of sepots – een strafbeschikking op te leggen. Hetopheffen van de contra-indicaties zorgt er in die gevallen juist voor dat ereen straf kan worden opgelegd in plaats van dat een officier enkel overkan gaan tot dagvaarden, wat nu soms niet gebeurt door gebrek aancapaciteit of sepots. Het toepassen van de strafbeschikking is in dezegevallen dus een toevoeging aan het arsenaal van een officier van justitieom strafbare feiten aan te pakken en leidt ertoe dat meer criminaliteitwordt aangepakt. Het OM zal de passage in de instructie bij een eerstvol-gende wijziging of volgende instructie op dit punt verhelderen en heeftook op hun website de instructie op dit punt verduidelijkt.8Appreciatie en gevolgen moties Eerdmans (JA21) (24 587, nr. 1040 en24 587, nr. 1039)Het lid Eerdmans heeft op 20 maart jl. een motie ingediend waarin hij hetkabinet verzoekt om het besluit van het OM om in de regel een strafbe-schikking op te gaan leggen zoals een boete of een taakstraf voor delictenwaar maximaal 6 jaar celstraf op staat zo snel mogelijk terug te draaien.Sinds 2008 is het wettelijk gezien mogelijk dat het OM een strafbe-schikking oplegt voor strafbare feiten waarop een maximale gevangenis-straf van 6 jaar is gesteld. Met de instructie expliciteert het OM dat bijveelvoorkomende vermogensdelicten het uitgangspunt wordt dat eenstrafbeschikking wordt opgelegd. Ook voordat deze instructie in werkingtrad werden voor dit soort feiten vaak strafbeschikkingen opgelegd, in lijnmet de wettelijke bevoegdheid van het OM. Hierboven hebben wij altoegelicht wat de voordelen van de strafbeschikking zijn, met name voorde strafrechtketen en het niet onbestraft laten van criminaliteit. Wijbenadrukken dan ook graag de gevolgen voor de strafrechtketen als demotie wordt aangenomen. De strafrechtketen staat onder grote druk enstaat voor een uitdagende opgave om de voorraden terug te dringen ende doorlooptijden aan te pakken. Door het beperken van de mogelijk-heden om relatief lichtere criminaliteit af te doen met een strafbeschikkingzal de strafrechtketen verder vastlopen. Op dit moment worden door dearrondissementsparketten van het OM circa 25 procent van de zaken afmet een strafbeschikking. Als (veel) meer van al deze relatief lichterestrafbare feiten voor een rechter moeten komen, zal de al zeer schaarsezittingscapaciteit nog schaarser worden. Dan zullen de doorlooptijden nogverder oplopen, ook in grotere strafzaken. Dit is niet in het belang vanslachtoffers. Daarnaast zal het OM bij lichtere feiten vaker seponeren.Voor de aanpak van criminaliteit is de (ruimere toepassing van de)strafbeschikking dan ook cruciaal. Gezien het voorgaande, maar ookomdat de motie eigenlijk ontijdig is vanwege de ronde tafel op 26 maarten het geplande debat van 8 april, ontraden wij deze motie.Het lid Eerdmans heeft daarnaast een motie ingediend waarin hij hetkabinet verzoekt asielzoekers die misdrijven plegen uit te zonderen van denieuwe werkwijze van het OM. Hierboven hebben wij al toegelicht dat hetschrappen van de contra-indicaties er juist toe leidt dat meer criminaliteitwordt aangepakt, ook criminaliteit gepleegd door asielzoekers en illegalevreemdelingen. Daarbij komt dat tegen criminele asielzoekers hard blijftworden opgetreden door het OM. De mogelijkheid voor een officier vanjustitie om bij de rechter een gevangenisstraf te eisen blijft bestaan. Ookhet bestaande OM-beleid bij criminele asielzoekers blijft in stand. Het OMheeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in de aanpak van specifiek dezedoelgroep door lik-op-stuk-beleid. Denk daarbij aan de inzet van (super)-snelrecht en de directe tenuitvoerlegging van de sanctie. Kortgezegd helpt8https://www.om.nl/actueel/nieuws/2025/03/19/reactie-om-op-publicaties-telegraafTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9295 het schrappen van de contra-indicatie dus om relatief lichtere feitengepleegd door asielzoekers te bestraffen en doet het niks af aan de stevigeaanpak van het OM bij criminele asielzoekers. Gezien het voorgaande,maar ook omdat de motie eigenlijk ontijdig is vanwege de ronde tafel op26 maart en het geplande debat van 8 april, ontraden wij deze motie.Achtergrondinformatie amendementen op verzoek van het lid Sneller(D66)Het lid Emiel van Dijk (PVV) heeft op 19 maart jl. voorafgaand het plenairedebat over het nieuwe Wetboek van Strafvordering drie amendementeningediend die er alle drie toe strekken – kortgezegd – de gevallen in teperken waarin de officier van justitie een strafbeschikking kan uitvaar-digen. Deze amendementen zijn door de Minister van Justitie enVeiligheid tijdens het debat ontraden. Aansluitend verzocht het lid Snellerten behoeve van stemming over deze amendementen op 25 maart omeen inschatting van de uitvoeringsconsequenties. De Minister van Justitieen Veiligheid heeft daarop aangegeven dat hij zou bekijken in hoeverre wijzo’n inschatting zouden kunnen geven. Met het onderstaande doen wijdeze toezegging gestand.Op deze korte termijn – voor de geplande stemmingen over de amende-menten – is het niet mogelijk gebleken om uitvoeringsconsequentiesexact in beeld te brengen. Maar de onwenselijke gevolgen van hetbeperken van de wettelijke mogelijkheden van de inzet van de strafbe-schikking zijn in deze brief duidelijk geschetst. Het komt er in het kort opneer dat op dit moment circa 25 procent van de zaken bij het OM met eenstrafbeschikking wordt afgedaan en dat door het beperken van de inzetvan de strafbeschikking, er meer zaken de toch al overbelaste strafrecht-keten instromen, worden geseponeerd of simpelweg niet wordenopgepakt. Het beperken van de inzet van de strafbeschikking zal erdaarom toe leiden dat de doorlooptijden oplopen en er minder crimina-liteit wordt aangepakt. Dat is in niemands belang. Specifiek ten aanzienvan het amendement dat voorstelt om de inzet van de strafbeschikkingwettelijk te beperken tot strafbare feiten waarop een gevangenisstraf isgesteld van niet meer dan drie jaar merken wij op dat in dat geval ookstrafbare feiten als een eenvoudige winkeldiefstal niet meer met eenstrafbeschikking kunnen worden afgedaan. Daar komt bij dat in dit soortzaken de officier voor de rechter naar verwachting eenzelfde soort strafvordert als hij met een strafbeschikking zou opleggen. Een gevangenis-straf is voor dit soort feiten immers vaak niet geïndiceerd.Tot slotAl met al is de strafbeschikking een onmisbaar instrument in de straf-rechtspraktijk. Onmisbaar omdat met behulp van de strafbeschikking ookde relatief lichtere strafbare feiten op een efficiënte en effectieve wijzekunnen worden aangepakt. Feiten die anders soms onbestraft blijven doorsepots of capaciteitsgebrek in de strafrechtketen. Door deze feiten als OMsneller af te doen, blijft er meer zittingscapaciteit over voor zwaarderestrafbare feiten. De (ruimere toepassing van de) strafbeschikking helpt dusom sneller én tegen meer criminaliteit op te treden, een broodnodigewens in een strafrechtsketen die onder druk staat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9296 Gelet op de essentiële rol van de strafbeschikking in de strafrechtspraktijkvinden wij het belangrijk om de discussie hierover zorgvuldig te voeren, tebeginnen met het debat op 8 april aanstaande.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9297

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9413aafd7028162c

14 okt 2026 · 036c3d1d6f7b77cb

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.