KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 2 juli 2025, over Jaarverslag en Slotwet 2024 van het ministerie van VWS

23 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5485fa697df88e67 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 740 XVIJaarverslag en slotwet Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport 2024Nr. 19 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 23 juli 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 2 juli2025 overleg gevoerd met mevrouw Jansen, Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport, mevrouw Pouw-Verweij, StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg, en mevrouw Tielen, Staatssecre-taris Jeugd, Preventie en Sport, over:–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 21 mei 2025 inzake jaarverslag Ministerie van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport 2024 (Kamerstuk 36 740-XVI, nr. 1);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 juni 2025 inzake beantwoording vragen commissieover het jaarverslag Ministerie van Volksgezondheid, Welzijnen Sport 2024 (Kamerstuk 36 740-XVI, nr. 1 ) (Kamerstuk36 740-XVI, nr. 8);–het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport 2024 (Kamerstuk36 740-XVI);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 juni 2025 inzake verslag houdende een lijst van vragenen antwoorden (Kamerstuk 36 740-XVI, nr. 6);–de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d.21 mei 2025 inzake aanbieding van het rapport resultatenverantwoordingsonderzoek 2024 bij het Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport (Kamerstuk 36 740-XVI,nr. 2);–de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d.10 juni 2025 inzake beantwoording vragen commissie, gesteldaan de Algemene Rekenkamer, over het rapport resultatenverantwoordingsonderzoek 2024 bij het Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport (Kamerstuk 36 740-XVI,nr. 2) (Kamerstuk 36 740-XVI, nr. 5);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 juni 2025 inzake beantwoording vragen commissie,gesteld aan de regering, over het rapport resultaten verant-woordingsonderzoek 2024 bij het Ministerie van Volksgezond- kst-36740-XVI-19ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 191 heid, Welzijn en Sport (Kamerstuk 36 740-XVI, nr. 2) (Kamer-stuk 36 740-XVI, nr. 7);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 16 juni 2025 inzake VWS-monitor 2025 (Kamerstuk36 600-XVI, nr. 194).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 192 Voorzitter: MohandisGriffier: KrijgerAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Bevers, De Korte, Mohandis,Paulusma, Slagt-Tichelman en Thiadens,en mevrouw Jansen, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,mevrouw Pouw-Verweij, Staatssecretaris Langdurige en MaatschappelijkeZorg, en mevrouw Tielen, Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport.Aanvang 18.04 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering. Welkom bij het wetgevingsoverleg Jaarverslag enslotwet 2024, uiteraard van de commissie voor VWS. Voordat ik devergadering open en u ga meenemen in wat wij gaan doen, heet ik allebewindspersonen en alle Kamerleden van harte welkom. Aangeschovenzijn mevrouw Slagt-Tichelman van de GroenLinks-PvdA-fractie, de heerBevers van de VVD-fractie, de heer Thiadens van de PVV-fractie, mevrouwDe Korte van de NSC-fractie en mevrouw Paulusma van de D66-fractie.Hierbij open ik dus het WGO Jaarverslag en slotwet 2024 van hetMinisterie van VWS. Ik wil alle bewindspersonen van het ministeriebijzonder welkom heten. Zij zijn alle drie nieuw, relatief nieuw. Minister enStaatssecretarissen, van harte welkom.We gaan het als volgt doen. De rapporteur, mevrouw Slagt-Tichelman, zalnamens de commissie haar bevindingen met betrekking tot de volgendethema’s toelichten: evaluatie van beleid, brede welvaart en uitvoerings-toetsen, preventie, bedrijfsvoering, waaronder financieel beheer, enonderuitputting bij de zorguitgaven. Zij zal ongeveer tien minuten aan hetwoord zijn. Ik verzoek de leden om haar tijdens haar bijdrage niet teinterrumperen. U weet dat natuurlijk, maar ik zeg het nog even.Vervolgens zullen de bewindspersonen kort reageren op de bevindingenvan de rapporteur. Ook daarbij is het niet de bedoeling dat er wordtgeïnterrumpeerd. Mocht er wel behoefte zijn aan een vraag naderhand,dan is die mogelijkheid er uiteraard, maar niet tijdens de reactie. Daarnagaan we verder met de inbrengen van de fracties, zoals we dat eigenlijkaltijd doen in de eerste termijn.U heeft allemaal een indicatieve tijd doorgegeven. Dat geldt trouwensvoor beide termijnen, de eerste en de tweede termijn. Er is ook nog eenmogelijkheid om moties in te dienen in de tweede termijn; ik zeg het nogmaar even. Enkele leden hebben na het uitgaan van de convo aangegevennog iets langer nodig te hebben. Ik zal daar niet heel strak in zijn, maar alsu het bont maakt, zult u mij tegenover u hebben. Laten we er rekeningmee houden dat het wetgevingsoverleg sowieso niet later eindigt dan23.00 uur. Ik ga er alles aan doen om het vooral effectief en tijdig te latenzijn, maar eerder is altijd welkom.Ik dacht aan vier interrupties in de eerste termijn van de Kamer. Ik kijkgewoon even hoe het loopt. U kent mij: ik volg een beetje de tijd. Sluit opelkaar aan en herhaal geen vragen van elkaar. Uw commissie kan dathartstikke goed.Verder zijn de antwoorden op de vragen van de V-100 eerder deze weekontvangen. Deze kunt u eventueel bij het overleg betrekken.Verder willen wij het volgende aan u meegeven, op advies van decommissie voor de Rijksuitgaven. Het is mogelijk dat aan het einde van ditwetgevingsoverleg een conclusie wordt getrokken over de dechargever-lening door de Tweede Kamer op basis van de input van de aanwezigeleden. U kunt hierover eventueel moties indienen in de tweede termijn;dat heb ik al eerder gezegd. Ik zal de commissie voor de Rijksuitgaven naafloop van dit overleg informeren over de uitkomst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 193 Dan beginnen we nu met mevrouw Slagt-Tichelmans namens decommissie, in haar rol als rapporteur. Aan u het woord.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Als rapporteur heb ik namens de commissie voorVWS de jaarverantwoording over het jaar 2024 nader bekeken. Ik heb mijdaarbij verdiept in vier onderwerpen, die de voorzitter net al benoemde:evaluatie van beleid, bedrijfsvoering, onderuitputting bij de zorguitgavenen het preferentiebeleid.Ik start met de bedrijfsvoering. Dat is een onderwerp dat door derapporteurs vaker is besproken. Ik spreek meteen complimenten uit aande Minister en de voorgangers. De Algemene Rekenkamer signaleerdejarenlang verschillende onvolkomenheden. In 2024 zijn twee daarvanopgelost: informatiebeveiliging en lifecyclemanagement. Echter, deAlgemene Rekenkamer en de Auditdienst Rijk constateren nog steeds drieresterende onvolkomenheden, die hardnekkig en welhaast structureelblijken te zijn. Daarom is een verbetertraject ingezet, dat aantoonbaarvruchten afwerpt. Het is daarom belangrijk dat de Minister dit verbeter-traject stevig voortzet, ook wat betreft de in gang gezette cultuuromslagbinnen het ministerie. Herkent de Minister de conclusie van de AlgemeneRekenkamer dat het belang van goed financieel beheer en het gezamen-lijke gevoel van eigenaarschap nog niet goed verankerd is in de cultuur ophet ministerie? Welke voortgang is geboekt in 2024 wat betreft eencultuurverandering VWS-breed? Wat zijn hierbij de concrete acties enplannen voor 2025?In de beantwoording van de vragen zagen wij dat de Auditdienst Rijk netals in 2024 gevraagd is het verbeterproces te beoordelen. Kan de Ministertoezeggen dat zij, gebruikmakend van de uitkomsten van hetADR-onderzoek, ook zelf een tussenevaluatie uitvoert, zoals aanbevolendoor de Algemene Rekenkamer? Graag ziet de Kamer begin 2026 deuitkomsten van deze tussenevaluatie tegemoet.In 2025 wordt een nieuw inkoopsysteem operationeel. Hopelijk ligt deimplementatie op koers. Kan daar iets over gezegd worden? Met hetnieuwe systeem zal de onvolkomenheid bij het inkoopbeheerwaarschijnlijk verdwijnen. Wat betreft het subsidiebeheer citeer ik deAlgemene Rekenkamer, die concludeert: «Hoewel we verbeteringen zienin 2024, wordt het echt tijd dat de Minister vaart maakt om hardnekkigeproblemen in het subsidiebeheer op te lossen.» Wat zou volgens deMinister nog een reden kunnen zijn dat de onvolkomenheden bijinkoopbeheer en subsidiebeheer in 2025 niet definitief wordenopgeheven? Graag verzoek ik de huidige bewindspersonen om in degevraagde tussenevaluatie ook uitvoerig in te gaan op acties en resultatenin 2025, om deze beide zaken op orde te krijgen. Daarnaast vraag ik deregering expliciet om de toezegging ervoor te zorgen dat het subsidie-beheer bij VWS uiterlijk in 2025 structureel op orde is, en de Kamer daaruiterlijk eind 2025 over te informeren. Kan dit toegezegd worden?Dan mijn laatste en grote punt bij dit onderwerp: zicht op risico’s. DeVWS-begroting gaat niet in op de grootste voorziene risico’s, ondanks eeneerder verzoek hierover van de rapporteurs bij het begrotingsonderzoek inoktober 2024. Ook de Algemene Rekenkamer is voornemens om in detoekomst zo’n lijst met hoge risico’s rijksbreed op te stellen. Daaromvraag ik als rapporteur nogmaals of de Minister voortaan in de begrotingen in het jaarverslag hier aandacht aan wil besteden. Kan de Minister eenlijst met hoge risico’s voor de VWS-begroting in de komende begrotingopnemen? En kunt u de Kamer per brief over het lopende begrotingsjaarinformeren over de top drie van financiële risico’s en de top drie vanmaatschappelijke risico’s, met daarbij een beschouwing van wat deMinister doet om deze risico’s te beheersen of te verkleinen?Het PALLAS-project zou een voorbeeld kunnen zijn die op de lijst vanfinanciële risico’s komt te staan, mede vanwege de schaalgrootte en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 194 lange looptijd. Kan de Minister toezeggen om de PALLAS-projectaandeelhoudersrol van het Ministerie van VWS te scheiden van debeleidsmakersrol, en de Kamer hierover te informeren?Dan kom ik bij een volgend onderwerp, dat vaker terugkeert: onderuit-putting. In 2024 is zo’n 3 miljard minder uitgegeven dan beschikbaar wasvoor de zorg. Ik vraag u of dit aanleiding geeft tot actie. Kunt u aangevenwelke beleidsdoelen in 2024 als gevolg van onderuitputting niet vollediggerealiseerd konden worden? In de lijst van posten van onderuitputting inhet jaarverslag ontbreekt een onderuitputting van circa 508 miljoen,doordat in 2024 100.000 huishoudens minder dan verwacht zorgtoeslaghebben ontvangen. Waarom ontbrak deze post in het overzicht? Zatendaar ook huishoudens tussen die wel recht hadden op zorgtoeslag?De Subsidieregeling Veelbelovende Zorg Sneller bij de Patiënt kent aljaren onderuitputting en wordt gestopt. De vraag is welke lessen deMinister daaruit trekt en of zij mogelijkheden ziet om op andere maniereninitiatieven te stimuleren gericht op veelbelovende zorg.Tot slot de wijkverpleging. Die kent veruit de grootste onderuitputting:ruim 1 miljard in 2024. Dit kabinet schrijft dat veruit het grootste deelhiervan reeds structureel verwerkt is in de VWS-begroting voor anderbeleid. Hoe staat het met de nog openstaande toezegging dat de Kamergeïnformeerd zal worden over de aanwending van dit miljard? Waarom isde onderuitputting op de wijkverpleging volledig ingezet voor tegen-vallers elders? Is ook overwogen een deel van de ruimte ten goede telaten komen aan de wijkverpleging? Kan deze Minister garanderen dat inde sector wijkverpleging nu nog voldoende groeiruimte resteert om alletransitieopgaven te kunnen bekostigen en kansrijke initiatieven landelijkuit te rollen?Voor bestaande uitdagingen in de wijkverpleging is het Investeringsak-koord Opleiden Wijkverpleging afgesloten. Daarvoor was in 2024 eenbedrag van 50 miljoen euro beschikbaar. Vanaf 2025 is er 60 miljoen eurostructureel beschikbaar. Klopt het dat dit budget in 2024 niet volledig isbenut? Hoe zorgt deze Minister dat de opleidingsmiddelen voor dewijkverpleging toereikend zijn en volledig benut worden? Welke stappenworden vanaf nu extra ondernomen?Voorzitter. Het derde onderwerp is evaluatie. Mijn eerste punt gaat overevaluatieonderzoek. Ook hier mijn complimenten voor de systematischeen uitvoerige wijze waarop de evaluatieagenda door VWS sinds 2023 inkaart wordt gebracht. Wel blijft het punt staan dat het overzicht vanevaluatieonderzoeken nog vooral opsommend en beschrijvend is. Ik wilde Minister daarom vragen om met het overzicht van de periodiekeevaluaties voortaan beter inzichtelijk te maken wat de opbrengsten zijnvan de evaluaties, de geleerde lessen en de opgevolgde aanbevelingen.Een punt dat al vaker is benoemd, is het evalueren van fiscale regelingen.De Algemene Rekenkamer meldt in haar verantwoordingsonderzoek datde Minister in 2024 geen fiscale regelingen heeft laten evalueren, ondanksde toezegging dit te doen. We hebben wel net een brief ontvangen van deMinister van Financiën, gelukkig. Met deze regelingen zijn grote bedragengemoeid, in totaal bijna 3 miljard euro. Ik noem bijvoorbeeld de regelingaftrek specifieke zorgkosten, het lage btw-tarief voor geneesmiddelen enhulpmiddelen, en de vrijstelling van de assurantiebelasting voor deverplichte zorgverzekering, Zvw. Hoe effectief zijn die? Waarom duurt deverkenning naar de aanpassing van deze fiscale regeling zo lang? Kan deMinister toezeggen om de evaluatie van de fiscale regelingen als vastonderdeel toe te voegen aan de strategische evaluatieagenda van VWS?Dan de jaarlijkse monitors, die u en ons helpen om trends en ontwikke-lingen te signaleren, namelijk de Monitor Brede Welvaart van het CBS ende VWS-monitor. Uit de monitors blijkt dat het goed gaat met grotegroepen Nederlanders. Wel zijn er aandachtspunten. Ik noem de toene-mende eenzaamheid en beperkingen in functioneren bij de groep75-plussers. De Monitor Brede Welvaart signaleert ook achteruitgang inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 195 brede welvaart voor de generatie 18- tot 25-jarigen, op meerdereindicatoren. Daarmee staat deze groep het vaakst in het rood, bijvoor-beeld rond de thema’s mentale gezondheid, werkzekerheid enhuisvesting. Mijn vraag is of de Minister dit beeld herkent? Wanneer kande Kamer de Nationale Jeugdstrategie verwachten? Wordt hierin ookspecifiek aandacht besteed aan deze 18- tot 25-jarigen? Of wordt voordeze groep ander beleid ingezet?De Kamer ontving de VWS-monitor dit jaar pas medio juni, en zonderinhoudelijke duiding. Vorig jaar heb ik als rapporteur bij het begrotingson-derzoek al gepleit om de VWS-monitor, die is teruggebracht van twee keerper jaar naar één keer per jaar, te voorzien van een korte duiding vanrelevante trends die uit de monitor blijken. Waarom hebben we als Kamernu geen duiding gekregen? Graag de toezegging dat de VWS-monitorvoortaan vóór 1 juni naar de Kamer wordt gestuurd, voorzien van eenduiding.Dan nog een punt over de uitvoeringstoetsen. Dat is een instrument dat isbedoeld om instanties, die een rol spelen in de uitvoering, te vragen omeen oordeel te geven over de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid vanwetgeving of beleid. Vaak gebeurt dit in het stadium waarin het beleid ofhet wetsvoorstel in concept gereed is. Ik wil vragen wanneer de geplandeen toegezegde uitvoeringstoetsen komen en of deze voortaan structureelkunnen worden opgenomen in de begrotingen en jaarverslagen van VWS.Mijn laatste onderwerp is preventie. Dit is een breed beleidsterrein, metmiddelen op meerdere beleidsartikelen. Dat maakt het voor de Kamer envoor de bewindslieden moeilijk om het totaal aan beschikbare middelen temonitoren. In oktober 2024 heeft het ministerie, desgevraagd door deKamer, eenmalig aparte overzichten opgesteld van de uitgaven en defiscale ontvangsten rond preventiebeleid. Nu deze overzichten ereenmalig liggen en de systematiek is uitgedacht, vraag ik de Minister ofdit financieel overzicht van preventie jaarlijks geactualiseerd kan worden.Zo ja, kan de Kamer dat bij de begroting van 2026 opnieuw ontvangen? Zonee, dan is de vraag hoe u effectief preventiebeleid kunt voeren zondereen overzicht van het totaal aan daarvoor beschikbare middelen.Verder valt op dat het beleidsverslag en de Jaarverantwoording 2024 tenopzichte van de Jaarverantwoording 2023 minder informatie bevattenover de belangrijke akkoorden en beleidsprogramma’s die verbandhouden met preventie en de effecten van beleid. Er lijkt een accentver-schuiving zichtbaar in de beleidsdoelen, van een collectieve preventie-aanpak naar meer eigen verantwoordelijkheid voor gezondheid. Is dezewaarneming correct? Welke achterliggende visie op preventie en welktheoretisch model ligt aan het in 2024 gevoerde preventiebeleid tengrondslag?Tot slot. In het jaarverslag zien we tussen 2020 en 2023 een terugloop inlevensverwachting en ervaren gezondheid van Nederlandse burgers. Ditlijkt tijdelijk, maar roept toch de vraag op wat hiervan de oorzaak is. Heeftu hier een verklaring voor? Gaat u de oorzaken hiervan proberen aan tepakken?Voorzitter. Dit was mijn inbreng namens de commissie als rapporteur. Ikkijk uit naar alle antwoorden van de Minister en Staatssecretarissen op dedoor de commissie gestelde vragen.Ik heb nog één laatste punt, dat is gericht aan mijn collega-Kamerleden.Dit jaar nam ik als Kamerlid deel aan de gesprekken van de V-100 op26 mei. We spraken met mensen over overheidsregelingen, zoals die vanhet CAK. Een duidelijke boodschap van zowel burgers als uitvoeringsorga-nisaties, was: de Kamer moet ook zelf verantwoordelijkheid nemen als hetgaat om hoe uitvoerbaar wetten zijn, ook bij het indienen van eigenamendementen en zeker als het gaat om heel veel amendemententegelijk. Laten we dit signaal en deze vraag als Kamerleden goedoppakken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 196 De voorzitter:Heel veel dank. Ik dank mevrouw Slagt-Tichelman in haar rol alsrapporteur namens de commissie voor haar inbreng en voor het vele werkdat zij daarin heeft gestoken. Vooral ook veel dank aan de medewerkersdie haar hebben ondersteund; ik kijk ook even hun kant op. Dank voor alhet werk voor de commissie.Dan geef ik nu het woord aan de Minister van VWS om te reageren op debevindingen van de rapporteur. Het woord is aan u.Minister Jansen:Dank, voorzitter. Allereerst dank aan de rapporteur voor de scherpe enzorgvuldige inbreng wat betreft het jaarverslag. Ik zal in mijn bijdrageingaan op de eerste drie onderwerpen die de rapporteur heeft aangestipt:de bedrijfsvoering, de onderuitputting en de Strategische EvaluatieAgenda. Daarna geef ik het woord graag aan mijn collega, de Staatssecre-taris Jeugd, Preventie en Sport. Die zal reageren op de vragen die zijngesteld en de opmerkingen die zijn gemaakt over het provinciebeleid.Voorzitter. Ik wil beginnen met het onderwerp bedrijfsvoering. Zoals derapporteur terecht heeft benoemd, heeft het ministerie de afgelopen jarengrote stappen gezet wat betreft het verbeteren van het financieel beheer.Het is nog maar kort geleden, precies twee jaar, dat mijn ambtsvoor-ganger, Ernst Kuipers, hier stond, bij het wetgevingsoverleg voor hetjaarverslag over 2022. De stukken die toen voorlagen, bevatten stevigekritiek. Er waren zes onvolkomenheden, waarvan één als ernstig werdaangemerkt: het financieel beheer. Het ministerie heeft toen dehandschoen opgepakt: er is met veel inzet en vasthoudendheid gewerktom het beheer op een hoger niveau te krijgen. En met resultaat: we zijninmiddels teruggegaan naar drie resterende onvolkomenheden, en ookdaarbij zien we duidelijke vooruitgang.Ik wil dan ook van deze gelegenheid gebruikmaken om een grootcompliment uit te spreken aan alle medewerkers binnen het ministerie diedit mogelijk hebben gemaakt. Zij hebben, vanuit een complexe uitgangs-positie, deze opgave niet alleen aangepakt, maar ook weten te benuttenals kans om sterker te worden dan we waren. Dat biedt vertrouwen voorde toekomst. Dit vertrouwen is niet alleen gebaseerd op wat we hebbenverbeterd, maar vooral op de manier waarop we dat hebben gedaan. Veelvan de ingezette verbetermaatregelen zijn inmiddels structureel ingebedin de organisatie. Zo zijn er opleidingsprogramma’s ontwikkeld waarmeealle medewerkers binnen VWS hun kennis en expertise over de financiëleaspecten van goed beleid kunnen vergroten. Er zijn expertisecentraingericht waar beleidsmedewerkers terechtkunnen voor advies enondersteuning, bijvoorbeeld bij de inrichting van complexe subsidierege-lingen. Daarnaast hebben we de planning-en-controlcyclus versterkt.Daarmee stellen we zowel de ambtelijke als de politieke top beter in staatom gericht te sturen op risico’s. Ook hebben we een intern controleplaningericht dat ons in staat stelt om risico’s vroegtijdig te signaleren enpassende beheersmaatregelen te treffen. Dit zijn geen losse interventies,maar het zijn structurele bouwstenen van een organisatie die steeds beterin staat is om echt in control te zijn.Voorzitter. Ten slotte wil ik in dit verband nog specifiek stilstaan bij deversterking van de financiële functie binnen het ministerie. Daarmeebedoel ik de medewerkers die werken in het domein van financiën encontrol, zowel binnen de directie Financieel-Economische Zaken alsbinnen de beleidsdirecties zelf. Deze medewerkers zijn essentieel voor hetop orde krijgen en houden van het financieel beheer. Zij zorgen niet alleenvoor controle en kritische vragen – die mogen soms best streng zijn –maar juist ook voor ondersteuning en advies. Ze helpen hun collega’s omfinancieel bewust, doelmatig en beheersbaar beleid te maken en uit tevoeren. We hebben de afgelopen jaren zowel kwalitatief als kwantitatiefTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 197 geïnvesteerd in deze financiële functie. Daarmee staat er nu een sterkfundament, waarop we verder kunnen bouwen.Voorzitter. Zoals ook door de rapporteur is aangehaald, heb ik deAuditdienst Rijk gevraagd om een tussentijdse evaluatie uit te voeren vande effecten van de herinrichting van de financiële functie binnen hetministerie. Deze herinrichting is een belangrijk onderdeel geweest vanonze versterkingsaanpak. De ADR is inmiddels gestart met deze evaluatieen zal begin volgend jaar met een eindrapport komen. Tegelijkertijd heb ikde ADR ook verzocht om tussentijdse bevindingen met ons te delen zodradie beschikbaar zijn. Op die manier zijn we als ministerie in staat om tijdigbij te sturen, mocht dat nodig zijn. Straks, als ik inga op de manier waaropwij uw Kamer blijven informeren over het financieel beheer, zal ik ooktoelichten op welke momenten ik de uitkomsten van deze tussentijdseevaluatie wil betrekken bij de rapportage.Dit brengt mij bij een belangrijk inzicht dat we de afgelopen jaren metelkaar hebben opgedaan: goed financieel beheer is niet alleen eenverantwoordelijkheid van de financiële functie, maar het is een verant-woordelijkheid van alle medewerkers binnen het ministerie. Goed beleidbegint bij de inhoud, maar eindigt nooit zonder een stevige financiëleonderbouwing. Dat vraagt om financiële alertheid en verantwoorde-lijkheid in elke fase van het beleidsproces, en dus ook bij medewerkers dieniet primair in een financiële rol zitten. We zien gelukkig dat dit denkensteeds breder in de organisatie wordt gedragen. Dit raakt de cultuurveran-dering waar de rapporteur terecht vragen over stelt. Het besef dat je ookals beleidsmedewerker een rol hebt in financieel bewust en beheerstwerken, is bij steeds meer collega’s vanzelfsprekend geworden. We zettendaar actief op in, onder andere via opleidingen en trainingen die zich juistrichten op collega’s buiten de financiële kolom. Ook in 2025 en in de jarendaarna blijven we daar onverminderd in investeren, zodat het belang vangoed financieel beheer overal in de organisatie wordt gevoeld engedragen.Voorzitter. De rapporteur heeft specifiek een vraag gesteld over hetnieuwe inkoopsysteem dat momenteel wordt geïmplementeerd binnenhet ministerie. Daar reageer ik graag op. Ik ben het niet eens met destelling dat we dit nieuwe systeem nodig hebben om van de onvolko-menheid af te komen. Ook zonder dit systeem moeten en kunnen wij alsministerie gewoon handelen conform de geldende regels voor inkoop-beheer. Ik ben het er wel mee eens dat dit systeem ons als organisatieaanzienlijk beter in staat stelt om op een goede, geïnformeerde enuniforme manier invulling te geven aan het inkoopbeheer. Het systeembiedt naar verwachting een stevige basis om processen verder teverbeteren en te stroomlijnen. We zijn nu halverwege 2025 en ongeveerde helft van de organisatie werkt inmiddels met dit nieuwe systeem. Designalen die we daarover ontvangen, zijn positief. Ik verwacht dat het helekerndepartement dit jaar overstapt op dit nieuwe systeem, conformplanning. Dat stemt mij optimistisch. Ik heb er vertrouwen in dat we onsinkoopbeheer dit jaar al naar een merkbaar hoger niveau kunnen tillendan voorheen.Voorzitter. De rapporteur heeft ook vragen gesteld over het subsidie-beheer binnen het ministerie. Het klopt dat de Algemene Rekenkamer dital geruime tijd aanmerkt als een onvolkomenheid. Eerlijk is eerlijk: hetsubsidie-instrument is mogelijk het meest complexe financiële instrumentdat wij als ministerie hanteren. Dat heeft alles te maken met de aard vanhet veld dat we bedienen. We verstrekken subsidies aan een breed endivers scala aan partijen, van medeoverheden tot private instellingen, enhet gaat om uiteenlopende soorten subsidies, zoals projectsubsidies eninstellingssubsidies. Dat maakt het beheer ervan erg ingewikkeld, maarhet is des te belangrijker om het proces goed op orde te hebben.De afgelopen jaren hebben we flinke stappen gezet in het beter in kaartbrengen van het subsidiebeheer, van begin tot eind. We zijn beterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 198 geworden in het herkennen van risico’s, bijvoorbeeld op het vlak vanmisbruik of oneigenlijk gebruik. Juist bij het ontwerpen van subsidierege-lingen vergt dat scherpte. Die scherpte is de afgelopen jaren verderontwikkeld. In 2025 is het beleid omtrent misbruik en oneigenlijk gebruikaangescherpt en is een werkwijze geïmplementeerd om risico’s zo scherpmogelijk te identificeren. De lessen uit de coronapandemie hebben onsdaarbij geholpen. Daardoor zijn we nu beter in staat om gericht maatre-gelen te nemen die het subsidiebeheer verder versterken. Ik heb er danook vertrouwen in dat we juist op dit terrein dit jaar opnieuw significantestappen kunnen zetten richting een meer beheerst, effectief en verant-woord gebruik van subsidies.Voorzitter. De rapporteur heeft terecht gevraagd hoe en wanneer wij uwKamer blijven informeren over de voortgang op het gebied van financieelbeheer. Daar ben ik uiteraard graag toe bereid. Tegelijkertijd willen we alsministerie, nu we steeds beter in control zijn, terug naar een normalesituatie, waarin we gebruikmaken van de reguliere verantwoordingsmo-menten in plaats van extra rapportagelijnen. Toch begrijp ik goed dat wein deze fase nog in een overgang zitten. Daarom stel ik het volgende voor.Het eerste moment waarop ik uw Kamer wil informeren over de stand vanzaken rondom het financieel beheer is in oktober. Dan sturen wij, zoalsgebruikelijk, het interim-auditrapport van de Auditdienst Rijk naar uwKamer. Ik kan uw Kamer de toezegging doen dat ik aanvullend aan ditrapport de Kamer een brief stuur met de actuele stand van zaken rondomhet financiële beheer. We zullen daarin ook ingaan op de voortgang vande implementatie van het nieuwe inkoopsysteem en op de eersteuitkomsten van de tussentijdse evaluatie van het herinrichten van definanciële functie. Uiteraard nemen we daar ook het subsidiebeheer inmee en gaan we in op de vraag of zich hier significante risico’s invoordoen. Met uw goedvinden wil ik dit moment ook gebruiken om dedoor u gevraagde risico’s te beschrijven voor het lopende jaar, dus voor2025.In dit kader vroeg u mij ook om de grootste risico’s voor het volgendejaar, dus 2026, op te nemen in de begroting. Hoewel ik hier uiteraard toebereid ben, wil ik dit wel graag doen in overleg met mijn collega van hetMinisterie van Financiën, omdat de wijze waarop begrotingen wordenopgesteld onderhevig is aan een streng regime vanuit Financiën, ook omde uniformiteit en begrijpelijkheid van alle begrotingen te waarborgen. Zobegrijp ik dat binnen het Ministerie van Financiën wordt gewerkt aan eenzogenaamd risicobeheersingsplan, dat mogelijk invulling kan geven aanuw behoefte. Ik sluit hier uiteraard gaarne bij aan.U noemde nog specifiek het project PALLAS als risicodossier. Zoals uweet, is PALLAS aangemerkt als een zogenaamd groot project. Uw Kamerontvangt periodiek informatie over PALLAS. U vroeg nog naar deverschillende rollen binnen VWS voor PALLAS. Mede naar aanleiding vande aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer is per 1 maart jongst-leden de aandeelhoudersrol gescheiden van de beleidsmakersrol. Dezerollen zijn ondergebracht bij verschillende directies binnen het Ministerievan VWS.Het tweede moment waarop ik uw Kamer wil informeren, is bij hetjaarverslag over 2025. Ik stel voor dat ik hierin in de bedrijfsvoeringspara-graaf uitgebreid stilsta bij de voortgang en de resultaten van het financieelbeheer over het gehele jaar. Dan kunnen we ook het volledige evaluatie-rapport van de Auditdienst Rijk over de financiële functie delen met uwKamer. Ik hoop dat we op deze wijze tegemoet kunnen komen aan deinformatiebehoefte van uw Kamer.Voorzitter. Ik begon mijn bijdrage met een positieve noot over debedrijfsvoering en ik wil ook positief eindigen. Binnen het ministeriegroeit het vertrouwen – en terecht – dat we echt steeds beter in controlzijn over de middelen die we beheren. Dat is maar goed ook, want hetgaat om belastinggeld en daarmee moeten we uiterst prudent, zinnig enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 199 zuinig omgaan. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we dat doen en datwe het steeds beter doen. Het is uiteindelijk aan de Algemene Reken-kamer om te beoordelen of er nog onvolkomenheden resteren. Maar éénding kan ik u garanderen: wij doen er alles aan om de Rekenkamer in staatte stellen om hopelijk al dit jaar de resterende onvolkomenheden af tekunnen schalen.Dat brengt mij bij het tweede onderwerp dat de rapporteur heeftopgebracht, namelijk de onderuitputting op de VWS-begroting. Derapporteur heeft gevraagd of de onderuitputting van 2024 aanleiding geefttot actie en of ik kan aangeven welke beleidsdoelen als gevolg hiervanniet volledig zijn gerealiseerd. Laat ik vooropstellen dat de oorzaken vanonderuitputting per beleidsonderwerp verschillen. Als het gaat om debegrotingsgefinancierde uitgaven, dan zien we vaak onderschrijdingendoor vertraagde uitvoering of door subsidies die uiteindelijk niet volledigzijn benut. Dat betekent in veel gevallen niet dat beleidsdoelen nietworden gehaald, maar eerder dat de realisatie is vertraagd of dat hetbeschikbare budget ruimer is gebleken dan nodig. Bij vertraagdeuitvoering schuift de doelrealisatie in de tijd. Die komt dan later alsnog totstand.Bij onbenutte subsidies kan het bijvoorbeeld zo zijn dat de belangstellingin het veld is overschat of dat de beleidsdoelen efficiënter zijn bereikt danvooraf gedacht. Het grootste deel van de onderuitputting betreftoverigens niet de begrotingsgefinancierde uitgaven, maar de premiegefi-nancierde zorguitgaven. Daar zien we al enkele jaren een structureleonderschrijding, met name in de wijkverpleging. Naar deze onder-schrijding zijn meerdere onderzoeken gedaan. De uitkomst laat zien dathet gaat om een combinatie van factoren. Zo is het gemiddelde aantalzorguren per cliënt de afgelopen jaren gedaald, wat wijst op meerdoelmatigheid. Ook personeelstekorten spelen een rol. Toch blijkt uitdiezelfde onderzoeken dat de toegankelijkheid van de wijkverpleging oporde is. Mensen kunnen in de regel snel zorg krijgen wanneer dat nodig is.Voorzitter. Er is ook gevraagd waarom in de lijst met posten van onderuit-putting in het jaarverslag een bedrag van circa 508 miljoen euroontbreekt. Dat hangt samen met het feit dat zo’n 100.000 huishoudensminder dan verwacht zorgtoeslag hebben ontvangen in 2024. Gevraagdwerd of daar ook huishoudens bij zaten die wél recht hadden opzorgtoeslag. Laat ik dat kort toelichten. Daarvoor moet ik even de techniekinduiken. In het jaarverslag is een overzicht opgenomen van posten dievallen onder het uitgavenkader van de rijksbegroting. De zorgtoeslag valtechter onder het inkomstenkader en wordt daarmee als niet relevantbeschouwd voor dat overzicht. Vandaar dat deze post daar niet in isopgenomen.Wat betreft de inhoud: de onderuitputting bij de zorgtoeslag komt doordater minder huishoudens dan verwacht zorgtoeslag hebben ontvangen. Inde raming van de zorgtoeslag wordt overigens al standaard rekeninggehouden met een niet-gebruik van circa 10%. Daarbij gaat het ommensen die wel recht erop hebben, maar de toeslag niet aanvragen. In ditspecifieke geval is de verklaring voor de lagere aantallen vooral gelegenin twee gunstige ontwikkelingen. De inkomensontwikkeling in 2024 wasbeter dan verwacht en de premie voor de zorgverzekering is lageruitgevallen dan in de raming was aangenomen. Daardoor vielen sommigehuishoudens buiten de doelgroep voor de zorgtoeslag. We houden eroverigens rekening mee dat het aantal uitkeringen alsnog kan oplopen,bijvoorbeeld door aanvragen met terugwerkende kracht, door gerichteacties om niet-gebruik terug te dringen of doordat er bij definitievevaststellingen alsnog recht op een toeslag blijkt te bestaan.Voorzitter. De rapporteur stelde ook een vraag over de Subsidieregelingveelbelovende zorg, die al jaren te maken heeft met onderuitputting enwaarvan is aangekondigd dat deze per 31 december 2025 stopt. De vraagwas welke lessen wij daaruit trekken en of ik mogelijkheden zie omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1910 initiatieven op dit vlak op een andere manier te blijven stimuleren. Deregeling loopt inderdaad eind 2025 af. Alle lopende onderzoeken wordengewoon afgerond en door het Zorginstituut geduid. De eerste resultatenworden nog dit jaar verwacht. De regeling zal na afloop worden geëva-lueerd. Vooralsnog zijn er geen plannen om een directe opvolger voor deregeling in te richten. In de basis is het namelijk aan de veldpartijen zelfom de zorg te evalueren en te implementeren, wanneer deze effectiefblijkt. Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat er ook via andere kanalenaandacht is voor dit type zorg. Denk aan het ZonMw-programmaDoelmatigheidsOnderzoek of het bredere Kaderprogramma PassendeZorg, waarin eveneens wordt gekeken naar effectiviteit en kosteneffecti-viteit. De lessen uit de regeling veelbelovende zorg zullen wordenmeegenomen in de bredere context van stimuleren, evalueren enimplementeren van passende en doelmatige zorg.Voorzitter. De rapporteur vroeg terecht aandacht voor de forse onderuit-putting in de wijkverpleging: ruim 1 miljard in 2024. Gevraagd werd watdaarmee is gebeurd. Laat ik daar helder over zijn. De Kamer is opmeerdere momenten geïnformeerd over de aanwending van deze ruimte,onder meer in de brief van 16 oktober 2024 en de brieven van 18 en28 maart 2025. Deze onderschrijding is ingezet voor het opvangen vandiverse knelpunten binnen de zorgbegroting, waaronder overschrijdingenin de IZA-sectoren ggz en multidisciplinaire zorg, besparingsverliezenbinnen de Wlz, onder andere binnen het kwaliteitskader behandelingmeerjarig contracteren, de tranchering van het eigen risico, structurelekosten binnen de Zorgverzekeringswet en Wlz buiten het IZA en detaakstelling opleiden uit de OCW-begroting van 165 miljoen euro.Sommigen vragen zich af waarom deze middelen niet zijn teruggevloeidnaar de wijkverpleging zelf. Daar is zorgvuldig naar gekeken. Uiteindelijkheb ik ervoor gekozen om de raming en de realisatie dichter bij elkaar tebrengen. Zeker met het oog op de arbeidsmarktkrapte is het vasthoudenvan budget alleen niet voldoende. Belangrijker nog, door deze ruimte in tezetten binnen de zorgbegroting zijn de middelen voor de zorg behoudengebleven. Tegelijkertijd blijft er voldoende groeiruimte beschikbaar voorde wijkverpleging. Naast reguliere loon- en prijsbijstellingen is er nogsteeds sprake van 3,5% volumegroei per jaar en is er structureel 60miljoen euro beschikbaar voor opleiden. Overigens zou het alsnogvolledig uitgeven van de onderschrijding leiden tot een fors opwaartseffect op de nominale premie, omdat zorgverzekeraars in hun premie-stelling uitgaan van het realistische uitgavenniveau.De transitieopgaven in de wijkverpleging blijven onverminderd onzeaandacht houden. Binnen het IZA zetten we stevig in op het versterkenvan de eerstelijnszorg en daar hoort de wijkverpleging vanzelfsprekendbij. Ook de financiële ruimte is aangewezen om kansrijke initiatievenverder uit te rollen.Tot slot een korte opmerking over het Investeringsakkoord OpleidenWijkverpleging, het IOW. In 2024 was daarvoor 50 miljoen eurobeschikbaar. Daarmee is de Subsidieregeling Inrichten Opleidings-structuur Wijkverpleging opgezet en is er een impuls gegeven aan hetopleiden van extra verpleegkundig specialisten. De middelen zijn dat jaarniet volledig benut en daarover is uw Kamer op meerdere momentengeïnformeerd, waaronder bij de suppletoire begrotingen en de slotwetten.Vanaf 2025 is hiervoor 60 miljoen euro structureel beschikbaar, en met denieuwe regelingen verwachten we betere benutting.De rapporteur vroeg ook hoe ik ervoor zorgen dat de opleidingsmiddelenvoor de wijkverpleging toereikend zijn en daadwerkelijk benut worden.Daar werken we langs meerdere lijnen aan. De bestaande IOW-regeling isvoor 2025 en 2026 verbreed, en omgevormd tot een nieuwe Subsidiere-geling Inrichten Opleidingsstructuur helpenden, verzorgenden enverplegenden, de IOHVV. Deze is op 27 juni jongstleden gepubliceerd ende doelgroep is aanzienlijk verbreed naar alle sectoren waarin helpenden,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1911 verzorgenden en verpleegkundigen werken. Bovendien kunnen instel-lingen nu niet alleen subsidie aanvragen voor planvorming, maar ookvoor uitvoering, ontwikkeling en implementatie van leertechnologie. Metdeze verbreding verwacht ik dat er een aanzienlijk groter deel van debeschikbare middelen in 2025 benut zal worden.Daarnaast komt er met ingang van 2025 structureel 60 miljoen eurobeschikbaar voor een tegemoetkoming in de werkgeverskosten vooropleiden in de wijkverpleging. Ik ben voornemens om dit najaar desubsidieregeling werkgeverskosten opleiden wijkverpleging, de WOW, tepubliceren. Op basis van de ervaring met het Opleidingsfonds Wijkver-pleging in 2024 heb ik er vertrouwen in dat we met deze nieuwe stappende beschikbare opleidingsmiddelen in de komende jaren volledig kunneninzetten waar ze het meest nodig zijn.Voorzitter. Dat brengt mij bij het derde onderwerp dat de rapporteur heeftopgebracht: de Strategische Evaluatie Agenda van VWS. Specifiek werdopgemerkt dat het overzicht van evaluaties momenteel vooralbeschrijvend en opsommend is. Die observatie begrijp ik goed. Daaromneem ik de suggestie over om in toekomstige overzichten van periodiekeevaluaties nadrukkelijker in te gaan op de opbrengsten van het onderzoek,de geleerde lessen en de wijze waarop de aanbevelingen wordenopgevolgd. Dat maakt de SEA niet alleen informatiever maar ookbruikbaarder voor beleidsontwikkeling en parlementaire controle.Daarnaast werd er gevraagd naar enkele fiscale regelingen, waaronder deaftrek specifieke zorgkosten, het verlaagde btw-tarief voor geneesmid-delen en hulpmiddelen en de vrijstelling van assurantiebelasting voor deverplichte zorgverzekering. Laat ik die kort langslopen.De aftrek specifieke zorgkosten is in 2022 geëvalueerd. Op korte termijnontvangt uw Kamer een ambtelijke verkenning met voorstellen vooraanpassingen en verbeteringen. Dat gebeurt met zorgvuldigheid, juistomdat het om een complexe regeling voor een kwetsbare doelgroep gaat.Het btw-tarief op geneesmiddelen en hulpmiddelen is meegenomen in debrede evaluatie van het lage btw-tarief, uitgevoerd door Dialogic in 2022.De conclusie daaruit was dat dit instrument weinig gericht is. Het fiscalevoordeel komt bij alle huishoudens terecht, en niet specifiek bij de minderdraagkrachtigen. Bovendien is niet goed vast te stellen in hoeverre hetverlaagde tarief daadwerkelijk de basisbehoefte aan zorg ondersteunt.Naar aanleiding hiervan is op 30 juni jongstleden een vervolgonderzoekgepubliceerd waarin is gekeken naar de effecten van tariefverhoging enverbetermogelijkheden in de uitvoering. De assurantiebelasting is in 2019geëvalueerd. Daarbij is destijds gekozen voor een afbakening totschadeverzekeringen, omdat de wetgever oorspronkelijk alleen diecategorie wilde belasten. Zoals in de evaluatieagenda staat, is een nieuweevaluatie gepland in 2028. Daarbij zal worden bezien of het wenselijk isom ook de vrijstelling voor de Zvw-zorgverzekering daarbij te betrekken.Tot slot vroeg de rapporteur of ik kan toezeggen om de evaluatie vanfiscale regelingen als vast onderdeel op te nemen in de StrategischeEvaluatie Agenda van VWS. Laat ik daar helder over zijn: de formeleevaluatieagenda voor fiscale regelingen wordt opgesteld door hetMinisterie van Financiën en wordt gepubliceerd als bijlage bij deMiljoenennota. Over welke fiscale regelingen binnen het VWS-domeinworden geëvalueerd, vindt altijd afstemming plaats tussen onze beidedepartementen. Ik zal ervoor zorgen dat de relevante fiscale evaluaties ophet terrein van VWS ook structureel worden opgenomen in onze eigenStrategische Evaluatie Agenda. Daarmee borgen we de samenhang enversterken we de transparantie richting uw Kamer.Voorzitter. De rapporteur wees terecht op het belang van de jaarlijksemonitors, zoals de VWS-monitor en de Monitor Brede Welvaart van hetCBS. Die geven ons een waardevol beeld van de staat van het land, vangezondheid, werk en wonen tot welzijn en verbondenheid. Inderdaad, hetgaat goed met grote groepen Nederlanders, maar er zijn duidelijk nogTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1912 aandachtspunten. De rapporteur noemde er twee: de toenemendeeenzaamheid en beperkingen in het functioneren bij 75-plussers en deachteruitgang in brede welvaart voor jongeren tussen de 18 en 25 jaar.Laat ik hier ingaan op het onderwerp eenzaamheid bij 75-plussers. Op hetonderdeel jongeren zal de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sportstraks ingaan. Voor de 75-plussers is het beeld genuanceerd. Het beeldvan toenemende eenzaamheid herken ik op basis van de meest recentecijfers niet. Integendeel, uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen enOuderen uit 2024 blijkt dat het aandeel ouderen die zich eenzaam voelen,juist licht is gedaald. Dat is bemoedigend, al is dat natuurlijk geen redenom achterover te leunen. Ouderenbeleid blijft ook gericht op verbon-denheid en functioneren.Voorzitter. De rapporteur heeft ook aandacht gevraagd voor deVWS-monitor.De voorzitter:Ik laat u doorgaan, maar we hadden ongeveer een kwartier uitgetrokken.Ik probeer dus even te plaatsen hoe u dat voor elkaar gaat krijgen. Een uuris ook goed, maar dat was niet de bedoeling, zeg ik ook gelijk heel eerlijk.Ik weet ook dat de Staatssecretaris nog moet. Dat zeg ik toch even.Minister Jansen:Ja, ik zal doorlezen.De voorzitter:Oké, maar ... Want anders ...Minister Jansen:Ja, ik snap het.De voorzitter:Oké.Minister Jansen:Even de VWS-monitor. Concreet werd gevraagd waarom de Kamer dit jaargeen extra duiding bij de monitor heeft ontvangen en of ik kan toezeggendat deze voortaan voor 1 juni wordt aangeleverd, voorzien van eentoelichting op relevante trends. De VWS-monitor biedt jaarlijks een breedoverzicht van de ontwikkelingen in de volksgezondheid en aanpalendedomeinen. Ik herken niet dat vorig jaar in het wetgevingsoverleg over debegroting expliciet een extra duiding is toegezegd.Tegelijkertijd wil ik het belang onderstrepen van een goede trendduiding.Dat is ook waarom op de laatste pagina van de monitor al een aantalkernindicatoren zijn opgenomen, voorzien van kwalificaties, zoals«gunstige», «stabiele» of «ongunstige» trends, gebaseerd op analyses vanhet RIVM. In mijn beleidsvorming betrek ik deze trends uiteraardnadrukkelijk en ik informeer uw Kamer daarover op thematischemomenten, bijvoorbeeld via Kamerbrieven over mentale gezondheid,preventie of ouderenzorg. Een generieke duidingsnotitie bij deVWS-monitor zou mogelijk waarde toevoegen, maar vraagt ook extracapaciteit. Zeker gezien de taakstelling op de rijksoverheid wil ik daarterughoudend in zijn en wil ik voorkomen dat een nieuw omvangrijkinformatieproduct ontstaat.Daarnaast speelt mee dat het niet altijd eenvoudig is om helderestreefwaarden of beleidsdoelen te koppelen aan trends. Soms latenindicatoren maatschappelijke bewegingen zien die slechts ten delebeïnvloedbaar zijn via beleid. In andere gevallen zijn effecten moeilijk incijfers uit te drukken, zoals bij welbevinden of sociale samenhang.Kortom, ik sta open voor het verder benutten van de VWS-monitor in onzegezamenlijke beleidsdialoog, maar ik wil dit wel op een zorgvuldige enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1913 proportionele manier doen. Ik zal verkennen hoe we in de volgende editiebinnen de bestaande opzet een iets duidelijkere toelichting kunnen gevenop de meest relevante trends.Voorzitter. Tot slot is er een terechte vraag gesteld over de uitvoerings-toetsen: wanneer komen de toegezegde toetsen naar de Kamer en kunnendeze voortaan structureel worden opgenomen in de begrotingen enjaarverslagen van VWS? Ik ga daar puntsgewijs op in. Ter geruststelling:dat is mijn laatste pagina. In de tabellen 97 en 99 van het jaarverslag ziet uwelke moties en toezeggingen nog openstaan. Zo is aan de Kamertoegezegd dat zij naar aanleiding van de motie-Dobbe/Paulusma over hettoetsen van nieuwe wet- en regelgeving aan het VN-verdrag Handicapvoor de zomer wordt geïnformeerd over de uitvoeringstoets. Dezeuitvoeringstoets maakt onderdeel uit van de werkagenda bij de nationalestrategie VN-verdrag Handicap die nog naar de Kamer wordt gestuurd.Daarnaast is er een toezegging van mijn collega, de StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport, over de mogelijke toevoeging van OCTN2-deficiëntie aan de hielprikscreening. De uitvoeringstoets van het Centrumvoor Bevolkingsonderzoek van het RIVM wordt op korte termijn gepubli-ceerd en zoals toegezegd, zal de Kamer in het najaar worden geïnfor-meerd over het definitieve besluit, waarbij de uitkomsten van de toetsuiteraard worden meegenomen.Voor de uitvoeringstoetsen rond budgetbekostiging van spoedeisende-hulpposten en intensive cares geldt het volgende. De NederlandseZorgautoriteit levert het advies over de SEH naar verwachting op 1 juliaan. De toets voor de ic volgt in november. Daarnaast wordt de impact-analyse, zoals in december 2024 toegezegd in het commissiedebat overhet Integraal Zorgakkoord, naar verwachting na het zomerrecesopgeleverd.De structurele opname van uitvoeringstoetsen in begrotingen enjaarverslagen is iets wat we verder aan het verkennen zijn. In veelgevallen gaat het om interdepartementale trajecten of om beleidsdo-meinen waarin de toets buiten de reguliere VWS-cyclus valt. Maar het iswel mijn inzet om, waar relevant en uitvoerbaar, bij belangrijke stelselwij-zigingen of beleidsbesluiten de uitvoeringstoets structureel te betrekken inde verantwoording aan uw Kamer.Voorzitter. Tot zover mijn beantwoording. Daarmee geef ik graag hetwoord aan mijn collega.Staatssecretaris Tielen:Die als een razende Ronnie probeert om nog wat resterende vragen tebeantwoorden die door de rapporteur zijn gesteld namens de Kamercom-missie.Dan begin ik met de vragen die gesteld zijn over jongeren in de MonitorBrede Welvaart van het CBS. Het klopt dat jongeren relatief vaak in hetrood staan, om het maar zo populair te zeggen – volgens mij zei derapporteur dat zelf ook – als het gaat om mentale gezondheid, werkze-kerheid en huisvesting. Dat wekt wel wat zorg. Tegelijkertijd moet je hetook in perspectief zien, want die jongeren worden dan weer vergelekenmet oudere groepen die vaak, gewoon omdat ze wat verder in hun levenzijn, wat meer stabiliteit kennen. Dat verklaart voor een deel het verschil.Dat wil niet zeggen dat wel echt onderkend moet worden dat jongerenstructureel meer druk ervaren. Aandacht daarvoor hebben we en houdenwe.De rapporteur vroeg daarbij naar de Nationale Jeugdstrategie. Wanneerkomt die? Gaat het daarbij over jongeren tussen 18 en 25? Ja, daarhebben we nadrukkelijk aandacht voor. Zoals ik net al zei, zijn er eenaantal uitdagingen, zoals mentale gezondheid, financiële onzekerheid enprestatiedruk. Dat vergt een bepaalde blik waarmee we naar jongerenmoeten kijken. Dat doen we samen met meerdere ministeries ondercoördinatie van VWS, in zowel Europees als Caribisch Nederland, kan ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1914 bevestigen. Met die strategie willen we ervoor zorgen dat de positie vanjongeren in de samenleving wordt versterkt en jongerenparticipatie ookstructureel wordt verankerd in beleid, want de stem van jongerengebruiken we ook voor die strategie. Inmiddels hebben meer dan 12.000jongeren hun mening gegeven over de tien voor hen meest relevantethema’s. Dat kunnen we gebruiken in die strategie. De NationaleJeugdraad is dat nu aan het verwerken, zodat het behapbaar kanterugkomen.Er waren ook een paar vragen over preventie, bijvoorbeeld over eenoverzicht van de uitgaven aan preventie. In oktober 2024 – de rapporteurrefereerde er al aan – is er eenmalig een overzicht verstrekt. De vraag wasom dat te actualiseren. Dat is best wel lastig, want het is behoorlijkarbeidsintensief gebleken. Preventie is namelijk niet een labeltje met eencode dat aan alle aan preventie gerelateerde kosten wordt bevestigd, omhet zo te zeggen. Preventie is heel breed en zit op verschillende beleids-terreinen. In debatten hebben we het daar ook vaak over.Preventie op het gebied van gezondheid zit vaak bij andere overheden enin andere domeinen dan VWS en die andere overheden hebben er vaakook niet dat labeltje op zitten. Dat maakt het dus arbeidsintensief. Ik zouniet willen toezeggen om dat structureel te doen. Tegelijkertijd hebben wein het investeringsmodel voor preventie laten zien dat de uitkomsten vande exercitie die we vorig jaar hebben gedaan wel heel waardevol zijn endat we daar wel mee aan de slag zouden moeten. Maar ja, hoe we dat dandoen, is weer nieuw beleid en misschien is dat aan een missionairkabinet.Dat betekent echter niet dat we achteroverleunen. We blijven aan de slagmet effectief preventiebeleid. De rapporteur vroeg of er een accentver-schuiving is. Is het collectief of is het individueel? U heeft tweeënhalfweken geleden de nieuwe preventiestrategie ontvangen. Als u met eenscherpe blik met mij meekijkt, ziet u dat het juist een combinatie is vancollectieve en omgevingsgerichte preventie en individuele gedragingen.We hebben als basis voor het preventiebeleid zeven leefomgevingengekozen waarin kinderen en jongeren opgroeien en zich ontwikkelen. Inhet investeringsmodel preventie, waar ik net al naar verwees, zult u ookdie combinatie van omgeving en maatschappij aan de ene kant en hetindividu aan de andere kant herkennen. Dat geldt ook voor de akkoorden.Het blijft een maatschappelijke opdracht, waarbij oog voor de leefom-geving samen moet gaan met oog voor het individu.Welk theoretisch model ligt daaraan ten grondslag, werd ook gevraagd. Ikbegrijp die vraag, want er zijn heel veel verschillende definities. Wat datbetreft hebben we redelijk pragmatisch de theorie toegepast, om het zomaar te zeggen. In de begroting staan drie doelen voor preventievemaatregelen, ten eerste ziektepreventie gericht op het voorkomen vanziekte of het vroegtijdig signaleren ervan. Denk aan de bevolkingsonder-zoeken en de vaccinatieprogramma’s. Dat is de eerste lijn. De tweede isgezondheidsbevordering. Dat gaat over het stimuleren en vasthouden vaneen gezonde leefstijl. Denk aan voeding, beweging en natuurlijk middelen-gebruik zoals tabak en alcohol. Ten derde hebben we gezondheidsbe-scherming, gericht op het beschermen van mensen tegen risico’s als hetgaat om gezondheid. Dat valt zowel binnen als buiten het domein vanVWS. Dat is onder andere product- en voedselveiligheid. Die driedelinggebruiken we voor onze theoretische inbedding van preventie.Tot slot, voorzitter. Er was ook nog een vraag over de daling in levensver-wachting en de ervaren gezondheid in de afgelopen jaren, en danspecifiek de jaren 2020 tot 2023. Dat viel me ook op. Die dip is best weldirect te relateren aan de coronapandemie. Uiteraard zijn er in die periodemeer mensen overleden. Er was toen ook een grote druk op de gezond-heidszorg. Het had ook een brede impact op het welzijn van mensen inNederland. Dat heeft zijn weerslag gehad op zowel de levensverwachtingals de ervaren gezondheid. Dat is de verklaring. Tegelijkertijd is het welTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1915 belangrijk om ook op de lange termijn te kijken. U heeft het afgelopen jaarook de Volksgezondheid Toekomst Verkenning, afgekort VTV, ontvangen.We zien daarin dat de kans om oud te worden toe blijft nemen. Maar bijde kwantitatieve winst – dat hoort u niet voor het eerst van mij/ons – is hetwel belangrijk om juist ook de kwaliteit van leven in het oog te houden.Dat waren volgens mij de antwoorden op de vragen die aan mij gesteldzijn. Namens ons drieën dank aan de rapporteur én aan de ondersteuning;we weten dat dat altijd heel plezierig is. Bedankt voor de betrokken enscherpe inbreng. We hopen dat dit een goede basis vormt voor hetverdere debat.De voorzitter:Dan dank ik u zeer voor uw zeer uitgebreide beantwoording van de zijdevan het kabinet. Ik kijk of er leden zijn die vragen hebben. Andersbeginnen we aan de eerste termijn van de zijde van de Kamer. MevrouwPaulusma heeft nog een vraag.Mevrouw Paulusma (D66):Ja, nog één vraag. Dank aan de bewindspersonen voor de zeer uitge-breide beantwoording. Eén ding viel me heel erg op in de woorden van deMinister toen het ging over de onderuitputting in de wijkverpleging. Zij zeinamelijk: patiënten krijgen snel zorg als ze thuiszorg nodig hebben. Toenvroeg ik mij af: hoe weet de Minister dit? Tijdens legio werkbezoekenhoorde ik juist dat patiënten heel lang tijdelijk zijn opgenomen omdat zeniet naar huis kunnen. Een groot deel daarvan gaat naar huis zonderthuiszorg. Die patiënten worden niet geregistreerd en vallen tussen wal enschip. Ik ben dus toch benieuwd hoe de Minister weet dat iedereen snelthuiszorg krijgt.Minister Jansen:Dank voor de vraag van mevrouw Paulusma. Dat blijkt uit de onderzoekendie ik heb ontvangen. Ik heb geen signalen dat het anders is.Mevrouw Paulusma (D66):Maar er wordt niet onderzocht of mensen die naar huis gaan en dieeigenlijk thuiszorg nodig hebben, die zorg ook krijgen of dat ze die nietkrijgen vanwege een wachtlijst of vanwege een personeelstekortwaardoor ze niet geholpen kunnen worden. Voor het complete plaatjemoeten we dus ook registreren wie wel thuiszorg nodig heeft, maar dieniet krijgt en bijvoorbeeld heel lang een ziekenhuisbed bezet houdt.Minister Jansen:Daar kom ik in tweede termijn op terug.De voorzitter:Wordt vervolgd straks. Dat noteren we nog even, mevrouw Paulusma.Dan gaan we beginnen aan de eerste termijn van de zijde van de Kamer.Mevrouw Slagt-Tichelman, u als eerst, namens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Als rapporteur van de commissie heb ik al heel uitgebreid verschillendeaandachtspunten benoemd bij de verantwoording, vragen gesteld en ookom concrete toezeggingen gevraagd waar voor een deel aan tegemoetge-komen is. Die heb ik afgevinkt op mijn lijstje. Dus dat is mooi. Toch denk ikdat wij in de tweede termijn met moties komen om het financieel beheervan VWS iets te verbeteren. Het zal er misschien één zijn, want bij éénvraag heb ik geen vinkje staan. Daarnaast gaan we ook een voorstel doenom het Opleidingsfonds Wijkverpleging nog toekomstbestendiger temaken. Ik ben heel blij dat de Minister al heel veel toekomstbestendigheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1916 heeft ingebouwd, maar ik zou daar een klein slagje verder in willen gaan.Dus daar kijk ik naar uit.Ook hebben we deze week de beantwoording ontvangen van de V-100-vragen; de voorzitter verwees er al naar. Daar heb ik nog wel vragen over,want enkele vragen van de V-100 zijn niet beantwoord. Er wordt eenopsomming gegeven van de huidige processen. Daarom herhaal ik nuvraag 4, met het verzoek om daar antwoord op te geven. Hoe borgt denieuwe – ik gebruik nu de afkorting die jullie ook gebruiken – ivb 2026, dewerktitel van de nieuwe inkomens- en vermogensafhankelijke eigenbijdrage in de Wmo en op termijn mogelijk ook in de Wlz, dat een extragewerkt uur altijd loont, gezien de wijzigingen van de eigen bijdrage CAKhuur- en zorgtoeslag? Dus hoe wordt dat geborgd? Ik wil geenopsomming van feiten maar gewoon antwoord.Ook vraag 5 is niet beantwoord. Kunt u uiterlijk Q3 2025 een openrekentool publiceren waarmee burgers hun maximale eigen bijdrage overmeerdere jaren kunnen overzien? We hebben wel het antwoord gekregendat ze het kunnen overzien, maar het gaat ons om het aspect «overmeerdere jaren». Daar willen we, zeker met de aangekondigde wijzi-gingen, zicht op hebben, want daarover leven heel veel onzekerheden bijmensen.Tot slot een vervolgvraag over het antwoord op vraag 8. In de beant-woording is aangegeven dat het CAK nu al op basis van de Zorgverzeke-ringswet de gegevens van verzekerden in de Regeling betalingsachter-stand zorgpremie mag delen met gemeenten. In vier gemeenten loopt ereen experiment om gegevens te delen van burgers met een betalingsach-terstand bij de te betalen eigen bijdrage Wmo 2015 en of eigen bijdrageWlz. Er is continu aandacht voor eventuele verbeteringen, zo wordt eraangegeven, in de gegevensuitwisseling met gemeenten in het kader vande schuldhulpverlening. Maar de vervolgvraag is dus als volgt. We krijgenpositieve geluiden uit de pilots te horen. Wanneer is de officiële evaluatiehiervan? Kan deze eventueel vervroegd worden, zodat de besluitvormingerover kan plaatsvinden om dit voor heel Nederland in te voeren. Wehoren echt heel veel positieve geluiden.Tot slot nog een opmerking over de antwoorden in het kader vanpreventie. Ik heb de contourennota gezien met de nieuwe systematiekvoor de collectieve aanpak van preventie, maar mij viel op dat het nogalpragmatisch is. Ik denk dat er echt enorme winst te behalen valt als daareen goed theoretisch model onder zit. Ik weet dat de Minister dezemodellen ook heel goed kent. Ik denk dat Health in All Policies echt veelmeer kracht krijgt als we dat doen met een goed model – en niet pragma-tisch hapsnap. Zou dat toegezegd kunnen worden?De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker. Dat is de heer Bevers,namens de VVD.De heer Bevers (VVD):Dank u wel, voorzitter. We beginnen natuurlijk met de rapporteur, collegaSlagt-Tichelman, en de VWS-commissiestaf te bedanken voor hunrapportage en voor de bijdrage. Er past een groot compliment voor al hetwerk dat is geleverd. Voor zover mijn oordeel ertoe doet, vind ik het er eenuit het boekje. De rapportage is zo compleet dat eigenlijk alle vragen enopmerkingen die wij hadden, onder andere over bedrijfsvoering enandere onderwerpen, zijn behandeld. Dat betekent dat ik daar verder nietmeer op inga. De antwoorden zijn ook uitgebreid gegeven van de kant vanhet kabinet.Voorzitter. Dat betekent dat ik kort inga op twee kernpunten die we alsVVD nog willen benoemen, namelijk het stijgen van de uitgaven, enfraude en criminaliteit in de zorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1917 Voorzitter. Afgelopen jaar stegen de uitgaven van het Ministerie van VWSmet 8,1% – het is een bekend percentage inmiddels – ten opzichte van hetjaar daarvoor en de economie groeide met 1%. Je hoeft geen wiskundigeof econometrist of zo te zijn om te zien dat die voortdurende stijgingonhoudbaar gaat worden, zeker als we daarbij betrekken dat de financiëlebig bang – zo noem ik het maar even – na 2030 nog moet komen, als dedubbele vergrijzing haar piek gaat bereiken. Dat betekent dat we dekomende jaren scherpere keuzes moeten maken. Als we niet willen dat denominale premie en de belastingen voor de zorg verder exploderen, zal deKamer zich binnen de kaders van de begroting zo langzamerhand echtmoeten uitspreken over wat ze wel en wat ze niet noodzakelijk vindt. Voorde VVD is ongelimiteerd belastinggeld op de VWS-begroting storten echtgeen optie.Laten we met elkaar in elk geval streven naar het beperken van deongecontracteerde zorg. Het bevorderen van zorgcontractering helpt meteen aantal zaken, zoals het behouden van betaalbare en kwalitatief goedezorg. Contractering helpt immers ook met het stellen van kwaliteitskadersdoor zorgverzekeraars en zorgkantoren. Bovendien zijn de risico’s opfraude bij ongecontracteerde zorg groter. Afgelopen weekend konden weweer het een en ander lezen in het Algemeen Dagblad over wat datbetekent, namelijk fraudeurs in de spreekwoordelijke grote auto’s enzorgafhankelijke mensen die aan hun lot worden overgelaten. Het heetfraude, maar laat ik heel helder zijn: voor de VVD valt dat gewoon onderzware criminaliteit. Het OM stelt dat zorgfraude naar schatting 10 miljardeuro per jaar kost. De VVD vindt dat onacceptabel. Het is een bekendonderwerp, dat we al vaker hebben aangekaart. Criminelen halen geldweg bij zieke en kwetsbare mensen. Dat moet echt worden bestraft. Omzorgfraude aan te pakken is de Taskforce Integriteit Zorgsector opgericht.Daarin participeert een heel scala aan organisaties. Ik zou graag van deMinister horen wat de stand van zaken is. Per wanneer verwacht deMinister dat de investeringen in de fraudebestrijding ook echt rendementzullen gaan opleveren? Wat gaat ze verder doen om de zorgfraudeeffectief aan te pakken? Welk tijdspad heeft ze daarbij in gedachten? DeVVD roept de Minister op om samen met haar collega van Justitie enVeiligheid voortvarender aan de slag te gaan.Voorzitter. Ik rond af. De resultaten van 2024, vooral de stijging van deuitgaven, nopen ons, wat de VVD betreft, echt tot bezinning. Als dezestijging de komende jaren onverminderd jaar op jaar doorgaat, stijgt debegroting van VWS in 2030 tot meer dan 160 miljard, en dan moet diegrote big bang nog komen. Dat kunnen we als samenleving niet dragen.De VVD verwacht dat het kabinet in de begroting voor 2026 de stijging vande uitgaven een halt toeroept, of daar op z’n minst in demissionaire statuseen start mee gaat maken. Verder verwachten we vanzelfsprekend dat debewindspersonen een adequate opvolging geven aan de opmerkingen diede Algemene Rekenkamer heeft gemaakt en aan de constateringen vanonze rapporteur. De VVD zal voor de slotwet stemmen, oftewel dechargeverlenen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u zeer. De volgende spreker van de zijde van de ... O, sorry, ik ga tesnel. Uiteraard mag u interrumperen. We hebben maximaal vier inter-rupties. Eerst is mevrouw Slagt-Tichelman, dan mevrouw Paulusma.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik heb één kleine vraag aan de VVD. Natuurlijk willen we met elkaarzorgfraude beperken. Het middel ongecontracteerde zorg beperken zoukunnen helpen. Bij palliatieve zorg wil je dat er op tijd zorg geleverdwordt. Als gecontracteerde zorgaanbieders die zorg niet kunnen leveren,omdat het te complex is of omdat ze vol zitten, dan moeten we het binnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1918 de palliatieve zorg niet moeilijker maken voor de ongecontracteerde zorgen het niet beperken. Heeft de VVD nog een paar uitzonderingen en zoupalliatieve zorg daarbuiten kunnen vallen?De heer Bevers (VVD):Laat ik helder zijn. Het beperken en het afschaffen van ongecontracteerdezorg betekent wel dat er goed ingekocht moet worden, dat er goedecontracten zijn en dat er voldoende beschikbaar is. Dat gaat natuurlijk nietin één keer. Ik vind wel dat dat het streven zou moeten zijn. Ongetwijfeldzal je in het proces daarnaartoe moeten kijken waar je snellere stappenkunt nemen. Ik ben het met u eens dat je in bepaalde sectoren ziet dat dateen probleem is. Ik ga dus niet zeggen dat we het rücksichtslos met éénstreep moeten wegstrepen, maar het proces naar de beheersbaarheid vande zorg, kwaliteitskaders en beschikbare goede zorg, moeten we welingaan. De ongecontracteerde zorg is en blijft in onze visie echt een grootrisico.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):In tweede instantie. Ik ben blij om te horen dat de VVD wel oog heeft voorhet tekort aan zorgaanbieders dat er soms is. Als we ruim in ons jasjezitten, kan het heel goed, maar als er krapte en tijdsdruk zijn bij bepaaldezorg, ligt het wel wat genuanceerder dan het zo kortweg in te brengen.De heer Bevers (VVD):Dat klopt. Die nuance breng ik ook wel aan, maar we zijn er als VVD alheel lang heel duidelijk over dat wij eigenlijk tegen de ongecontracteerdezorg zijn, omdat die een aantal nadelen heeft. Nogmaals, natuurlijk ga jedat niet rücksichtslos doen. Dat doe je stap voor stap. Maar het is wel eenstreven om de kwaliteit en de beschikbaarheid te laten toenemen. Laat iker nog iets bij zeggen: ik zou het liefst zien dat dat soort zorgpartijen ookgewoon gecontracteerd worden. Daar zullen we dan op moeten inves-teren. Die nuances maak ik natuurlijk op dat standpunt van ons.De voorzitter:We komen bij de volgende spreker van de zijde van de Kamer, de heerThiadens namens de PVV-fractie.De heer Thiadens (PVV):Dank, voorzitter. Dank aan de rapporteur en de commissieondersteuningvoor het uitgebreide verslag en de zeer uitgebreide beantwoording doorde Minister en de Staatssecretaris. Ik heb geprobeerd dubbelingen uitmijn bijdrage te halen. Toch heb ik nog een aantal vragen. Daar ga ik numee beginnen.De uitgaven aan zorg stijgen sneller dan de totale economie. Hetberoemde percentage van 8,1% is al gevallen. Van elke euro die deNederlandse economie ingaat, gaat inmiddels € 0,10 naar de gezond-heidszorg. Dat is best een zorgwekkende trend. Om de zorg betaalbaar entoegankelijk te houden, werd het Integraal Zorgakkoord gesloten.Inmiddels is de Kamer in afwachting van het AZWA, het Aanvullend Zorg-en Welzijnsakkoord. We kijken vol verwachting uit naar vrijdag, aangeziende Minister eerder vandaag heeft toegezegd dan met een brief te komenover de stand van zaken. Waarom is het AZWA nog niet getekend? Dit lagtoch al klaar om ondertekend te worden bij het aantreden van dezeMinister? Worden er door de nieuwe Minister nog veranderingendoorgevoerd? Of blijft het AZWA bestaan zoals de vorige Minister hetheeft achtergelaten?De midterm review van het Integraal Zorgakkoord liet zien dat eronvoldoende inzicht is in de besteding en effectiviteit van de beschikbaremiddelen in het IZA. De Algemene Rekenkamer concludeert inmiddelshetzelfde. Voormalig Kamerlid mevrouw Jansen heeft recent een motieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1919 aangehouden, waarin zij onder andere verzocht om een overzicht vandoelen en resultaten en een voorstel waarmee de Kamer beter kancontroleren of publieke IZA-gelden bijdragen aan de maatschappelijkeopgave om passende zorg toegankelijk te houden. Hoe gaat MinisterJansen hier invulling aan geven? Hoe wordt geregeld dat er inzicht is inde effectiviteit van alle voorgenomen acties in het AZWA?De PVV-fractie wil aangetoonde doelmatigheid van de besteding vanpubliek geld. Hoe gaat de Minister daarnaast het financieel beheer,inkoopbeheer en het subsidiebeheer van het Ministerie van VWSoptimaliseren? Dat geldt bijvoorbeeld ten aanzien van de PALLAS-reactor,die al eerder ter sprake is gekomen. Inmiddels is het budget maar liefst 2,4miljard euro. Maar die PALLAS-reactor is bedoeld voor de productie enbeschikbaarheid van medische isotopen voor kankermedicijnen. Straks ishet bedoeld voor medicijnen, nu alleen nog voor scans. Wat zijn voor ditgrote project de risico’s van kostenoverschrijding en vertraging? Hoezorgt de Minister dat zij grip heeft op deze risico’s?Voorzitter. De PVV-fractie is geschrokken van de conclusies in hetonderzoeksrapport Voortgang en randvoorwaarden implementatieverbeterprogramma financiële beheersing VWS. Dat concludeert dat eenoverzicht van financiële werkzaamheden ontbreekt en dat instructiesworden gemist. Wat wel is opgesteld door FEZ sluit niet altijd aan op depraktijk. FEZ wordt gezien als eigenaar van het financieel beheer, maarspreekt het middenmanagement niet aan op het gevoerde financieelbeheer. Uit de beantwoording van de feitelijke vragenronde daarentegenblijkt dat het eigenaarschap van financieel beheer heel nadrukkelijk ligt bijde beleidsdirecties van VWS, waarbij FEZ vanuit de wettelijke rol toezichtmoet houden op het financieel beheer. Er blijkt dus geen goede controlete zijn op de verantwoording van de besteding van publieke gelden. Welkemeetbare doelen zijn er inmiddels gesteld ter verbetering? Hoeveelpubliek geld is er met dit wanbeleid verspild? Heeft dit nog consequentiesvoor de verantwoordelijke functionarissen gehad?Voorzitter. Over de aanpak van de personeelstekorten is de PVV-fractienog niet tevreden. We spraken er vandaag plenair ook al over. De Ministergaf aan geen plannen te hebben voor het dichten van de loonkloof, hetzogenaamde buikje in de zorg, terwijl de onderschrijding in de wijkver-pleging van 1 miljard vooral wordt veroorzaakt door personele tekorten.Zijn er met dit geld geen inspanningen verricht om iets aan de loonkloofte doen? Waarom niet?Voorzitter. Op financieel gebied gaat het wel beter met de ouderenzorg.Vvt-instellingen boekten een positief resultaat van ruim 1 miljard en eenrendement van 3,5%. Dat is het dubbele ten opzichte van een jaar eerder.Daar staat tegenover dat de kosten door uitvallende medewerkersoplopen tot 1,6 miljard. Daarnaast bereikte het ziekteverzuim in deouderenzorg vorig jaar een recordhoogte van 9,4%. Dat is bijna twee keerzo veel als het landelijk gemiddelde. Hoe verklaart de Minister dit? Komtdit doordat er steeds meer zorg geleverd moet worden met minderpersoneel? Er blijkt geen inzicht te zijn in de uitgaven van zorgaanbiedersaan de werving van personeel. Waarom niet? Welke inspanningen hebbenzorgaanbieders concreet geleverd ten gunste van personeel?Voorzitter. Inmiddels blijkt dat het op personeelsgebied overal piept enkraakt. Fysiotherapeuten stoppen in groten getale met hun beroep. Er iseen schrijnend tekort aan kraamverzorgenden, tandartsen, apothekersas-sistenten en huisartsen. De grote personele tekorten in de ggz en dejeugdzorg zijn ook nog steeds niet opgelost. Wat is de inzet van dezeMinister om de zorg in de benen te houden? Is zij bereid echt te investerenin personeel?Voorzitter, ik rond af. De PVV-fractie vindt het essentieel dat snel inzich-telijk wordt wat daadwerkelijk de doelmatigheid van besteding vanpubliek geld is en dat de financiële beheersing van VWS op orde gesteldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1920 wordt. Alleen dan kunnen er doelgericht plannen en acties gemaaktworden om de gezondheidszorg te optimaliseren.De voorzitter:Dank u. Dan komen we bij de volgende spreker. Dat is mevrouw De Kortenamens NSC.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. Allereerst ook complimenten aan de rapporteur.Het waren uitstekende vragen en een goede analyse. Dank ook voor desteun van de ambtenaren daarbij. Er zijn al heel veel vragen beantwoord.Fijn dat de Minister en de Staatssecretaris duidelijke antwoorden hebbengegeven over de aanpak van de verbetering van het financieel beheer. Erzijn nog een paar stappen te zetten, maar we zien ook echt een goedevooruitgang in het hele financieel beheer.Ik heb een aantal punten en ik begin met het onderwerp goed bestuur,nog steeds een mooi thema van de partij Nieuw Sociaal Contract. Deoverheid stuurt steeds meer via prestatie- en marktprikkels enzogenaamde objectieve rekenmodellen. Procesmanagers, juristen enboekhouders zijn het beleid gaan bepalen in plaats van deskundigen enmensen met praktijkervaring. Dit gaat ten koste van de kwaliteit vanwetgeving, van bestuur en van de uitvoering.Nieuw Sociaal Contract vindt dat uitvoerenden, zorgprofessionals enervaringsdeskundigen meer betrokken moeten worden bij de beleids-vorming en -evaluatie. Nu hebben de Minister en de Staatssecretaris alhet goede voorbeeld gegeven met hun achtergrond in de zorg. Dat isnatuurlijk heel mooi, maar is het VWS-beleid erop gericht om uitvoerendezorgprofessionals zoals verpleegkundigen, artsen en mantelzorgcoördina-toren, maar ook ervaringsdeskundigen te betrekken bij beleidsontwik-keling, toetsing en uitvoering van de VWS-programma’s? Is er beleid bijVWS om ambtenaren en topambtenaren aan te nemen met daadwerke-lijke ervaring in de zorg?Dan over de effectrapportage. In het jaarverslag is vaak nog onduidelijkhoe het geld besteed wordt en wat het resultaat is. De begrotingsrap-porteur en de Algemene Rekenkamer geven aan dat er meer gebruik moetworden gemaakt van de smart-doelen. Dat staat voor: specifiek, meetbaar,acceptabel, realistisch en tijdgeboden. Daardoor kunnen effectengeëvalueerd worden. Waar dit kan, juichen wij dit toe, maar vanmorgenhad ik het ook over de registratiedruk. Het mag niet zo zijn dat we net alsde JCI 1.000 indicatoren hebben en nog niet weten wie er beter van wordt.Hoe ziet de regering dat enerzijds effectmetingen waar mogelijk ingezetkunnen worden en anderzijds de registratiedruk steeds meer verhoogdmag worden?Wat voor ons toch wel inzichtelijk was, was de VWS-monitor. Die geeftinzicht in gezondheid. We zien trends van de afgelopen jaren. Derapporteur wilde meer duiding. Ik hou meer van grafiekjes, maar een kleinbeetje meer duiding zou zeker prettig zijn. Dank aan de bewindspersonenvoor deze transparante informatie.We zijn ook blij dat de preventiebudgetten inzichtelijk zijn gemaakt. DeStaatssecretaris geeft aan dat het moeilijk is om dat structureel teherhalen. Wij zouden het wel graag steeds herhaald willen zien. DeStaatssecretaris weet nu waar de informatie vandaan te halen is. Als je hetvoor de tweede keer gaat doen, is het meestal al wat makkelijker. Wevragen de Staatssecretaris om dit te blijven doen. Zonder dit overzicht ishet moeilijk om als Kamer te blijven controleren. Om te zien of preventie-programma’s goed werken zou het ook mooi zijn als we enkele effectenblijven monitoren, zoals het aantal rokers, drugsgebruikers en alcoholge-bruikers.De rapporteur merkte ook op dat binnen het domein van preventie defocus lijkt te zijn verschoven van collectieve preventie naar individueleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1921 verantwoordelijkheid. Die vraag is wat ons betreft beantwoord. Wat onsbetreft blijft er een goed evenwicht tussen collectieve preventie enindividuele verantwoordelijkheid.Ik heb vanmorgen ook al iets over gezegd over de ggz. De wachttijden inde jeugd-ggz en de reguliere ggz zijn in 2024 niet afgenomen. De inzet vande aanpak rondom het IZA, het Integraal Zorgakkoord, en het GALA, hetGezond en Actief Leven Akkoord, lijken onvoldoende doorwerking tehebben gehad op het terrein van psychische zorg. Financiële en personeleknelpunten blijven bestaan. Tegelijkertijd blijkt uit het jaarverslag dat ersprake is van een onderuitputting in de premiegefinancierde uitgaven,zoals de Wlz en de Zvw. Daar wordt ook de ggz uit bekostigd. Natuurlijkworden er ook andere soorten zorg uit bekostigd, zoals de wijkverpleging,maar ik wil het nu specifiek over de ggz hebben. Mijn vraag aan deregering is of dit betekent dat er minder zorg geleverd is dan op basis vande financiën mogelijk is. Zo ja, heeft de regering zicht op de oorzakenhiervan? Liggen die in personele krapte? Of ligt het aan selectiegedragvan zorgaanbieders om vooral cliënten met eenvoudige klachten aan tenemen in plaats van complexe casussen?Dan over de regio’s. Elke regio en elke persoon telt. De regionaleverschillen in gezondheid zijn jarenlang genegeerd. Nieuw SociaalContract vindt dat de adviezen uit het rapport Elke regio telt! moetenworden opgepakt. Het jaarverslag 2024 laat zien dat regionale gezond-heidsverschillen toenemen, terwijl de coördinatie tussen zorg, gemeentenen welzijn niet structureel wordt versterkt. Hoe gaan de huidige bewinds-personen om met deze regionale verschillen in gezondheid? Het gaat ookover de bereikbaarheid van ziekenhuizen en huisartsen, over de aanrij-tijden van de ambulance, de bereikbaarheid van kraamklinieken. Hoekijken deze nieuwe bewindspersonen naar de regionale verschillen op aldeze gebieden?Ten slotte de begrijpelijkheid van de overheid. Overheidscommunicatiemoet helder zijn, altijd in begrijpelijk Nederlands. In het jaarverslag wordtgeen aandacht besteed aan de begrijpelijkheid van communicatie metzorggebruikers, ondanks herhaalde signalen van patiëntenorganisatiesover onduidelijke brieven, formulieren en beschikkingen. Hoe gaan debewindspersonen dit oplossen? Wat vinden de nieuwe bewindspersonenvan het idee om een meldpunt op te zetten waar burgers onbegrijpelijkecommunicatie van uitvoeringsorganisaties in de zorg, zoals CAK, CIZ, SVBen ZN, kunnen melden en laten herschrijven? Ik hoop dat de mensen dieluisteren de afkortingen kunnen begrijpen. Is het mogelijk dat brieven vanVWS en de uitvoerende instanties voortaan een naam en telefoonnummerbevatten?Dat was het, voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker, mevrouw Paulusmanamens D66.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Ook vanuit hier mijn dank aan de rapporteur. Het isaltijd heel fijn als Kamerleden extra werk naast de drukke Kameragendawillen doen. Ook dank aan de ondersteuning.De zorg in Nederland staat onder druk. De samenleving vergrijst en hetpersoneelstekort groeit. En de zorguitgaven blijven maar stijgen. De rek iseruit. Maar de reflex om terug te grijpen naar oude modellen is niet deoplossing. Keuzes moeten scherp en toekomstgericht zijn. De zorg heeftechte doorbraken nodig die ons zorgsysteem houdbaar maken.Zoals in het jaarverslag staat, is het kabinet een onderzoek gestart naar deherintroductie van het verzorgingshuis. Dat schept bij D66 grote zorgen. Ikbenoemde die vanochtend ook al. We begrijpen de zorgen over degroeiende zorgvraag. Die horen wij zelf ook en die nemen we uiterstTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1922 serieus. Maar laten we eerlijk zijn: het herintroduceren van verzorgings-huizen is duur en ouderwets en geen geschikte oplossing voor deuitdagingen waar we nu voor staan. Het klinkt voor velen wellichtvertrouwd en wellicht ook comfortabel voor de Staatssecretaris die hetmoet uitvoeren, maar de werkelijkheid is anders. Ouderen willen nietterug naar deze woonvorm. Ze willen juist hun autonomie behouden. Datblijkt uit verschillende onderzoeken. D66 zegt: investeer in socialewoonvormen, zoals hofjes, gemengde woonvormen en kleinschaligegemeenschappen. Daarmee combineren we autonomie, verbondenheid,zorg en vrijheid. Ik zal hierover in tweede termijn een motie indienen.De voorzitter:U heeft een interruptie.Mevrouw Paulusma (D66):O, dat is fijn.De voorzitter:U lijkt bijna verbaasd. De heer Thiadens.De heer Thiadens (PVV):Ik sla aan op wat mevrouw Paulusma vanmorgen ook al zei over deverzorgingshuizen en dat niemand daarop zou zitten te wachten. Hettegendeel is volgens mij waar. Ik heb daar heel andere signalen over.Volgens mij kan de Staatssecretaris beamen dat er nu zo’n 200.000ouderen zijn die best graag in zo’n verzorgingshuis zouden willen gaanwonen, en dan niet in een verzorgingshuis zoals we dat kennen vanvroeger, maar in een moderne variant, waar het prettig wonen is, waar jetoch zelfstandigheid hebt maar ook gezamenlijke ruimtes. Dat zijn nu200.000 ouderen, maar dat worden er wellicht veel meer. Want we krijgeneen dubbele vergrijzing, dus veel meer ouderen. Wat zegt mevrouwPaulusma dan tegen deze mensen?Mevrouw Paulusma (D66):Dat deze mensen vooral niet in de sprookjes van de PVV moeten geloven,want ook het laatste onderzoek van de ouderenbond ANBO-PCOB liet ziendat slechts 8% van de thuiswonende ouderen naar een verzorgingshuiswil. Dat betekent dat 92% wat anders wil. Ook vanochtend heb ik gezegddat gemeenten met deze vraag worstelen. Die hebben daarbij hulp nodig.Er is heel veel knellende regelgeving. Als de Staatssecretaris dan ergenstijd en energie in wil steken, laat ze dan de gemeenten helpen om ervoorte zorgen dat de grote groep die echt een andere wens heeft, een fijneplek heeft om oud te worden.De voorzitter:Tot slot de heer Thiadens, in tweede instantie.De heer Thiadens (PVV):Die 8% zijn nu misschien nog geen 200.000 mensen, maar daar kan hetzomaar naartoe groeien met dubbele vergrijzing. Tegen hen zegt ueigenlijk: «Past u zich aan en blijft u gewoon op uzelf wonen. Wij regelenzorg voor u thuis, maar u krijgt niet de gelegenheid om in een verzor-gingshuis te gaan wonen.»Mevrouw Paulusma (D66):Het is fijn dat de heer Thiadens dan toch weer het woord «verzor-gingshuis» in de mond neemt, terwijl hij net wat anders zei. Ik vind, en datvindt D66, dat we moeten luisteren naar wat mensen echt willen. Wemoeten niet mee in het frame dat iedereen in een verzorgingshuis blij is.Of neem dat hele hallucinante plan van de PVV rondom het eigen risico.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1923 Ook dat is een sprookje voor Nederlanders. Ze schieten er niks mee op,het kost ons als samenleving ontzettend veel geld en we geven geengehoor aan wat ouderen daadwerkelijk willen. Als de heer Thiadens échtwat wil, dan zou ik ervoor zorgen, samen met deze Staatssecretaris, datgemeenten ook kunnen bouwen wat ouderen nodig hebben. Dat gaat heelvaak over doorstromen en niet over het bouwen van verzorgingshuizen.De voorzitter:De heer Thiadens nog.De heer Thiadens (PVV):Ten slotte, voorzitter. Natuurlijk wil de heer Thiadens iets, en zeker voor demensen die heel graag naar een verzorgingshuis willen. Deze mensenwillen niet genegeerd worden. Vanmorgen hadden we er ook al even korteen gesprekje over, maar het eigen risico verlagen of volledig afschaffenis alleen maar een verbetering van de toegankelijkheid van zorg en iszeker geen sprookje. Het is volledig doorgerekend. Het is ook iets waarmensen beter van worden. Dat ten slotte.Mevrouw Paulusma (D66):Mijn partij zal zeker geen mensen negeren. Wat de PVV aan het doen is, ismensen voorliegen. Het laatste onderzoek rondom het eigen risico toontook aan dat daarmee de toegankelijkheid van de zorg onder het vriespuntzakt en mensen nog langer op een wachtlijst staan. Dus verkoop geensprookjes, maar vertel gewoon de waarheid.Voorzitter.De voorzitter:Voordat u verdergaat, ik heb ook nog een interruptie genoteerd vanmevrouw Slagt-Tichelman.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik hoor hier wat gepolariseer en ik denk dat ik als GroenLinks-PvdA-Kamerlid wat verbinding kan brengen bij deze stelling. De modernevariant van een verzorgingshuis zou een Thuisplusflat kunnen zijn, waariedereen zelfstandig woont en geclusterd bij elkaar. Dan zorgen mensenook voor elkaar in een geclusterde woonvorm. Die geclusterdewoonvormen zijn er ook al. Maar dat zou de overweging kunnen zijn. Heelveel mensen willen dat. Uit een enquête blijkt ook dat mensen graagzelfstandig willen wonen, maar dan wel geclusterd en omkijkend naarelkaar. Dat kan zomaar de moderne variant zijn. De Raad van Ouderenheeft net een advies gegeven – ik zie de Staatssecretaris knikken – om ditecht niet gepolariseerd te doen, maar om samen te kijken naar construc-tieve oplossingen. Daartoe roep ik jullie echt op. Volgens mij kan dat heelgoed.Mevrouw Paulusma (D66):Ik zie de voorzitter glimlachen. Ik doe dat ook een beetje. Het debat in dithuis gaat altijd over de tegenstellingen. Dat is gezond en dat is ookinteressant. Daarom zei ik: wat fijn dat ik een interruptie krijg. Ik ben heelblij dat mevrouw Slagt-Tichelman mijn pleidooi volledig omarmt, wantwat zij zegt, heb ik net genoemd in mijn bijdrage.Voorzitter, ik vervolg mijn betoog. Ouderen willen ook langer thuis blijvenwonen. Dat vraagt niet alleen om geschikte woningen, maar ook omslimme organisatie van zorg, technologie en ondersteuning. Wij zien helemooie stappen. Ik ga bijna elke week op werkbezoek. Zo was ik vorigeweek in Zuidwolde, in het prachtige Tonckenshuys, in het nog mooiereDrenthe. Hier wonen mensen zo veel mogelijk zelfstandig, waarbij zijgebruikmaken van zorg als dat nodig is. Ook zijn er sociale voorzieningenvoor ze geregeld. Alles is dichtbij, maar wel met autonomie en privacy.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1924 Maar juist dit soort innovatieve woonvormen – ik noemde het net ook al –lopen tegen obstakels aan. Financiering is moeilijk, regelgeving knelt enschaalvergroting, of gewoon het kopiëren van goede voorbeelden, blijftuit. D66 wil juist veel steviger inzetten op opschaling en financiering vanzulke mooie initiatieven, zodat deze straks voor veel meer mensenbeschikbaar zijn. Daarom vragen wij de Staatssecretaris wat zij gaat doenom ervoor te zorgen dat de investeringen die gedaan worden in nieuwewoonvormen voor ouderen aansluiten bij de wensen en behoeften vanouderen.Voorzitter. Ook bij dit werkbezoek – het gaat een beetje door elkaar, wantdit is denk ik weer voor de Minister – kwamen de bezuinigingen op hetstagefonds ter sprake en was de oproep van verpleegkundigen, vig’ers enverzorgenden: doe het niet. Ik zal in tweede termijn hier ook een motieover indienen. Ik wil dat hier ook benoemd hebben. Ik was dus inZuidwolde, in Drenthe. De Minister kent de regio volgens mij als geenander. De bezuinigingen op het ov hebben juist voor stagiaires in de regiohele grote consequenties. Zij kunnen daardoor vaak niet eens op hunstageplek komen, dus we zijn de problemen voor jonge instromers welheel groot aan het maken.Voorzitter. Een onmisbare schakel in het langer thuis kunnen blijvenwonen is de wijkverpleging. Het zal u allen niet verbazen dat ik daar alsoud-wijkverpleegkundige wederom over begin. Dag in, dag uit zettenwijkverpleegkundigen zich in. Zij bieden ondersteuning, signalerenproblemen vroeg en zorgen dat mensen op een veilige manier thuiskunnen blijven wonen. Ook het Integraal Zorgakkoord – de Ministerverwees er al naar – benadrukt het belang van de wijkverpleging, maartegelijk zien we al jaren een onderuitputting in het budget voor diezelfdewijkverpleging. Zoals ik net al zei, ben ik zelf ook wijkverpleegkundigegeweest. In gesprekken met collega’s toen en nu hoor ik steeds dezelfdedingen, namelijk dat ze meer tijd willen voor patiënten, minder bureau-cratie en meer ruimte voor hun eigen professionele oordeel. D66 wil datwijkverpleging slimmer en effectiever wordt ingezet, met meer ruimtevoor professionele autonomie. Nu twijfel ik even omdat de Ministerantwoord gaf op de vragen, maar het is volgens mij de Staatssecretaris.Dus daartoe vragen wij het kabinet: hoe gaan ze ervoor zorgen dat hetbudget voor de wijkverpleging beter wordt benut? Is het kabinet bereidom samen met de zorgverzekeraars te kijken naar alternatieve vormen vanbekostiging die meer ruimte geven aan de professionele afweging van dewijkverpleegkundige? Tot slot op dit punt. Is het kabinet bereid om kenniste nemen van de Academische Werkplaatsen Wijkverpleging? Die zijn eenprachtig initiatief en houden zich bezig met kennisontwikkeling eninnovatie, juist om de wijkverpleging, waar veel vraag naar gaat komen, teondersteunen met meer kennis. Graag een reactie.Voorzitter. Het ministerie investeert in het Nationaal Preventieakkoord. Datis een stap in de goede richting, waar D66 erg blij mee is. Maar eerlijk iseerlijk, deze investeringen zijn nog altijd beperkt in verhouding tot wat weuitgeven aan het behandelen van ziekten en klachten die voorkomenkunnen worden. Als we naar de slotwet kijken, is het voor iedereen, ofalthans voor ons, pijnlijk duidelijk dat we structureel te veel bezig zijn metgenezen in plaats van voorkomen. Dat is niet alleen slecht beleid, maarvooral ook duur beleid. Elk jaar dat we wachten met een steviger inzet oppreventie groeit de zorgvraag verder en stijgen de kosten mee. Daaromzegt D66: zet preventie centraal in álle domeinen, van onderwijs totruimtelijke ordening, van werk tot voeding. Gezondheid is niet alleen eenmedische opgave; het is een maatschappelijke verantwoordelijkheid.Graag een reactie van de Staatssecretaris.Voorzitter. Zoals ik ook al eerder aangaf, blijft de financiering van zorg eenterugkerend knelpunt. De vergrijzing zorgt voor een toenemendezorgvraag, terwijl de capaciteit, zowel mensen als middelen, onder drukstaat. Het Zorginstituut stelde vorige week dat er structureel meer geldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1925 naar het sociaal domein zou moeten gaan. Zij stellen dat veel gezond-heidsproblemen ontstaan of verergeren door sociale factoren: schulden,eenzaamheid, gebrek aan perspectief. Door meer in te zetten op hetsociaal domein, zoals ondersteuning via wijkteams en buurthuizen,kunnen we duurdere zorg voorkomen. D66 ondersteunt dit pleidooi vanharte. Laten we zorg en het sociaal domein niet langer als gescheidenwerelden behandelen. Dat is niet alleen sociaal wenselijk, maar ookeconomisch verstandig. Anders blijven we dweilen met de kraan open.Daarom vraagt D66: neemt de Minister het advies van het Zorginstituutover om structureel meer middelen naar het sociaal domein teverschuiven?Voorzitter. Ik zal afsluiten. D66 kiest voor toekomstgerichte zorg, voor eensamenleving waarin ouderen kunnen wonen zoals zij dat willen,zelfstandig, veilig en verbonden, waarin professionals ruimte krijgen omhun werk goed te doen en waarin preventie geen bijzaak is, maar hetfundament van gezondheid. Daarvoor is lef nodig, lef om te kiezen voorvernieuwing, lef om voorbij oude ideeën te kijken waaraan we zo gewendzijn geraakt, lef om fundamenteel anders te denken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn vande zijde van de Kamer. In verband met de dinerpauze en het verplaatsennaar elders wil ik met uw goedvinden in totaal drie kwartier schorsen.Tussen 20.15 uur en 20.20 uur gaan we weer verder. Dan schors ik devergadering.De vergadering wordt van 19.36 uur tot 20.23 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We zijn gekomen bij de eerste termijn van dezijde van het kabinet. Ik weet niet welke volgorde u hanteert, maar ikneem aan dat de Minister als eerste gaat. Dat is het geval. Misschien kuntu ons even meenemen langs de kopjes. Daarna komen de Staatssecreta-rissen. Als u ons meeneemt langs de kopjes, vraag ik de leden om, als heteven kan, de interrupties op te sparen tot het einde van ieder blokje. Maardaar gaat u over; kijk maar even. We doen maximaal vier interrupties vande zijde van de Kamer. De Minister. Gaat uw gang.Minister Jansen:Voorzitter. Ik ga beginnen met een algemene vraag over de zorguitgaven,dan heb ik een kopje AZWA, dan wat vragen over bedrijfsvoering enfraude en dan nog overig.Ik begin met de vraag van mevrouw Paulusma over de beheersing van dezorguitgaven. De zorguitgaven groeien het hardst van alle uitgaven op derijksbegroting. We hebben als departement alle aandacht op hetbeheersen van de groei van de zorguitgaven. Een belangrijk instrumentdaarbij is het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, waarin we afsprakenmaken om de zorg toegankelijk en beheersbaar te houden. Maar ook talvan andere beleidsinitiatieven zijn gericht op beheersing van de zorguit-gaven.Dat is allereerst nodig om het arbeidsmarkttekort beheersbaar te houden.We hebben simpelweg niet de mensen om de zorguitgaven oneindig telaten groeien. Ook verdringt de zorg bij onbeheersbare groei andereuitgaven op de rijksbegroting. Tot slot draagt het beheersen van dezorguitgaven ook bij aan een beheerste lastenontwikkeling voor burgers.De beheersing van de zorguitgaven op lange termijn is wel een hele groteuitdaging. Ook internationaal stijgen de zorguitgaven fors. Dit hangt deelssamen met de vergrijzing van de samenleving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1926 Dan heb ik vragen gekregen over het AZWA. Ik heb een vraag van de heerThiadens: waarom is het AZWA nog niet getekend, want dat lag al klaarom ondertekend te worden bij het aantreden van deze Minister? Wordener door de nieuwe Minister nog veranderingen doorgevoerd? Zoals ikvanochtend ook al heb gezegd, bevinden de gesprekken over het AZWAzich in de afrondende fase. Ik heb nog steeds goede hoop en blijf goedehoop hebben dat het rondkomt. In ieder geval kom ik met een brief voorhet zomerreces, zoals ik heb beloofd. Dus dat is voor zaterdag. Dan kuntook kennisnemen van de inhoud van het akkoord. Daar ga ik nog niet opvooruitlopen.Nog een vraag van de heer Thiadens, over een motie die ik recent alsKamerlid ...De voorzitter:Ik wilde eigenlijk de interrupties per blok doen, mevrouw Paulusma.Minister Jansen:Nee hoor, mevrouw Paulusma, ik ben nog niet aan het einde van hetblokje. Ik ga nog even door.De voorzitter:Neenee, we zijn nog even bezig. Dus spaar de vragen nog even op.Minister Jansen:Het is best wel een stapeltje.De voorzitter:Daarom. Gaat u door.Minister Jansen:Ik zal aangeven als ik het af heb.De vraag van de heer Thiadens ging over een motie die ik als Kamerlidheb ingediend en die is aangehouden, waarin ik een overzicht van doelenen resultaten vroeg en een voorstel waarmee de Kamer beter kancontroleren of publieke IZA-gelden bijdragen aan de maatschappelijkeopgave om passende zorg toegankelijk te houden. De heer Thiadensvroeg hoe Minister Jansen hier invulling aan gaat geven. Ik kan u meldendat ik kort na het zomerreces een brief stuur aan de Kamer over devoortgang van het IZA. Daarin zal ik ingaan op de monitor, waaronder demonitor Passende Zorg. Dan wordt ook duidelijk hoe ik invulling ga gevenaan de motie om beter te volgen wat de doelen van het IZA zijn en wat deresultaten ervan zijn.Mevrouw De Korte had een vraag over het jaarverslag en over de grotergeworden regionale verschillen in gezondheid: regionale verschillen in debereikbaarheid van ziekenhuizen en de huisartsen, de aanrijtijden van deambulance en de bereikbaarheid van kraamklinieken. Ze vroeg hoe debewindspersoon omgaat met regionale verschillen. Iedere regio kentspecifieke uitdagingen en de specifieke context waarbinnen uitdagingenmoeten worden aangegaan. In het IZA zijn daarom onder meer afsprakengemaakt om regiobeelden en regioplannen op te stellen. Via het regioplankunnen regionale partijen op een onderbouwde en gedragen wijze komentot een gerichte en afgestemde aanpak van de transformatieopgave in deregio, om zo de zorg toegankelijk te houden.De heer Thiadens had twee vragen over de aanpak van personeelste-korten in de zorg van afgelopen jaar. Ik kan melden dat het afgelopen jaarde aanpak van het arbeidsmarkttekort prioriteit heeft gehad langs drielijnen. De eerste lijn is het verminderen van de tijd die zorgaanbiedersbesteden aan administratieve lasten, onder andere door slim gebruik vanAI, digitale werkwijze en een standaardisatie, maar ook door dereguleringen vereenvoudiging. De wetgeving wordt herzien en waar nodigTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1927 verbeterd. Dat was de tweede. De derde is autonomie en vertrouwen. Wezetten in op vertrouwen in zorgprofessionals om de regeldruk te vermin-deren.Daarnaast hebben we een efficiënte inzet van medewerkers door goedesamenwerking met mantelzorgers en ondersteuning, het introduceren vanarbitrage tussen zorgwetten, het stimuleren van innovaties en ook hetvergroten van vakmanschap en werkplezier. Het AZWA biedt eenbelangrijke bijdrage voor het vormgeven en financieren van vakmanschapvoor de komende jaren. Ook blijven we samen met het werkveld werkenaan het terugdringen van ziekteverzuim door middel van het preven-tieplan.Nog een vraag van de heer Thiadens: welke inspanningen hebbenzorginstellingen concreet geleverd ten gunste van personeel en waarom iser geen inzicht in de uitgaven van zorginstellingen aan de werving vanpersoneel? VWS heeft geen inzicht in de uitgaven die zorginstellingendoen voor de werving van personeel. De werving van personeel is eenverantwoordelijkheid van werkgevers in zorg en welzijn.Een vraag van mevrouw Paulusma. Neemt de Minister het advies van hetZorginstituut over om structureel meer middelen naar het sociaal domeinte verschuiven? Mevrouw Paulusma wijst op het belang van samen-werking tussen het sociaal domein en de zorgverleners. Ik erken hetbelang daarvan om die reden. Het is ook een onderwerp dat in het kadervan het AZWA-akkoord met zorgpartijen en de VNG wordt besproken.Dat was mijn kopje AZWA.De voorzitter:Eerst mevrouw Paulusma en dan mevrouw De Korte.Mevrouw Paulusma (D66):Dank aan de Minister voor dat ze zo voortvarend is met het AZWA en inieder geval veel hoop heeft. Ook fijn dat we een brief krijgen voorzaterdag, want dan is het zomerreces begonnen. Ik ben een beetje aan hetzoeken. Er kan een brief komen met veel woorden, maar ik ben ook opzoek naar de financiële paragraaf. Dus kan de Minister toezeggen dat erook een financiële context in komt als het gaat om mijn vragen rondomdat sociaal domein. Wat betekent dat nou, ook omdat haar voorgangertoezeggingen heeft gedaan rondom de financiering van het gordelroos-vaccin en het vervolgonderzoek naar dicht borstweefsel? Daar stond ookgeld voor gereserveerd in het AZWA. Dus ik zou heel graag vooral eenheel grote financiële brief willen met de consequenties van het AZWA.Minister Jansen:Dat is geen probleem. Dat nemen wij op in de brief.Mevrouw De Korte (NSC):Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik had een vraag over deregionale gezondheidsverschillen en dan wordt verwezen naar deregiobeelden en het IZA, maar wat gebeurt er nou daadwerkelijk om diegezondheidsverschillen, die echte verschillen in de regio’s, aan te pakken?Er zijn plannen, maar daar zit nog geen uitvoering achter. Dus wat wordter concreet gedaan om gezondheidsverschillen te verminderen?Minister Jansen:Daarvoor moet ik toch verwijzen naar die regioplannen. Het voert te vervoor mij om hier op te gaan sommen wat er precies wordt gedaan binnendie regioplannen. Het is juist binnen het Integraal Zorgakkoord dat er metalle partijen en organisaties in de regio wordt gekeken wat daar despecifieke vragen zijn en ook wat er juist specifiek in die regio helpt.Wellicht dat de brief over het IZA en de voortgang binnen het IZA van naTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1928 de zomer meer duidelijkheid kan geven. Het zit dus echt in de plannen diejuist daarom ook per regio worden uitgevoerd.De voorzitter:Mevrouw De Korte nog? Nee? Dan mevrouw Slagt-Tichelman.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik ga even door op de vraag van mevrouw De Korte. Ik vroeg wat nou hettheoretische preventiemodel is achter de preventiestrategie en dat raaktde vraag van mevrouw De Korte. Zij vraagt ook: hoe kunnen we diegezondheidsverschillen nou verkleinen? Huisvesting, leefcondities,werkcondities, regionale bepaling en ook wat de werkcondities zijn: dat zitallemaal in het model van Dahlgren en Whitehead. Daar kun je dehoge-impactfactoren per regio uit halen om zo je preventiestrategie vormte geven. Dus ik snap echt niet wat het hogere preventieplaatje is, ook omgezondheidsverschillen regionaal te verkleinen.Minister Jansen:Als ik het verhaal van mevrouw Slagt-Tichelman hoor, denk ik dat het gaatover gezondheid in alle beleidsdomeinen. Je probeert problemen op telossen door niet alleen in het zorgdomein actie te ondernemen, want hetis ook belangrijk is dat je het in andere domeinen gaat doen. Je hebt dusverschillende departementen nodig om dat op te lossen. Ik zit een beetjete zoeken naar hoe mevrouw Slagt-Tichelman die theoretische modellen,waar ik inderdaad in mijn vorige loopbaan een hele hoop kennis over hebopgedaan, precies wil integreren. Ik stel voor dat mevrouw Slagt-Tichelman en ik – misschien wil de Staatssecretaris zich er ook bijaansluiten – het een keer gaan hebben over hoe zij dat precies ziet.Dan kom ik bij het kopje bedrijfsvoering. Dit is een vraag van mevrouw DeKorte. Is er beleid bij VWS om ambtenaren aan te nemen met daadwerke-lijke ervaring in de zorg? De selectieprocedure voor topambtelijke functiesverloopt aan de hand van een vooraf vastgesteld vacatureprofiel, waarinde maatschappelijke opgave en de specifieke competenties voor defunctie centraal staan. Vakinhoudelijke kennis en uitvoeringservaring zijndaarbij relevant, maar ook andere aspecten, zoals leiderschapsvaardig-heden en achtergronden die een persoon inbrengt, spelen mee. Westreven naar een optimale deskundigheidsmix en zoeken naar dekandidaat die past bij de opgave, de context en de organisatie.Dan een vraag van de heer Thiadens. Hoe gaat de Minister naast hetfinancieel beheer het inkoopbeheer en het subsidiebeheer van hetMinisterie van VWS optimaliseren? In 2025 zetten we een belangrijke stapom het financieel beheer, het subsidiebeheer en het inkoopbeheer op eenhoger niveau te krijgen. Inzake het financieel beheer zetten we deingezette koers voort. Dat doen we langs vier lijnen. De eerste lijn isexpertise en advies, de tweede sturing en beheersing, de derde toezichten de vierde financiële functie. Op basis van concrete maatregelen binnendeze vier lijnen wordt het beheer binnen VWS verder versterkt.Binnen de lijn expertise en advies worden medewerkers binnen VWSopgeleid en in staat gesteld om bij risicovolle dossiers de benodigdeexpertise te raadplegen. Ook wordt de bestuurlijke informatievoorzieningversterkt, zodat de ambtelijke top in staat is om te sturen op beheers-matige risico’s. Verder wordt ook de planning-en-controlcyclus versterkt.Voor het subsidiebeheer zijn het beleid rondom misbruik en oneigenlijkgebruik en de bijgaande risicoanalyses vernieuwd en aangescherpt.Daarnaast is meer expertise beschikbaar gesteld om directies te onder-steunen. Inzake inkoopbeheer heb ik, zoals eerder gezegd, vertrouwen dathet nieuwe inkoopsysteem ons als organisatie aanzienlijk beter in staatgaat stellen om op een goede, geïnformeerde en uniforme manierTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1929 invulling te geven aan dat inkoopbeheer. Het systeem biedt naarverwachting een stevige basis om processen te verbeteren en te stroom-lijnen.Een vraag van mevrouw De Korte. Is het VWS-beleid erop gericht omuitvoerende zorgprofessionals, zoals verpleegkundigen, artsen enmantelzorgcoördinatoren, maar ook ervaringsdeskundigen, te betrekkenbij beleidsontwikkeling? Het is inderdaad staande praktijk dat de uitvoe-rende zorgprofessionals zo veel als mogelijk worden betrokken bijbeleidsontwikkeling. Hetzelfde geldt voor de evaluatie van programma’s.Nog een vraag van mevrouw De Korte. In het jaarverslag wordt geenaandacht besteed aan duidelijke communicatie, bijvoorbeeld in brieven enbeschikkingen, terwijl patiëntenorganisaties hier genoeg signalen overafgeven. Hoe gaan we dat oplossen? Mevrouw De Korte noemt inalgemene zin een heel belangrijk punt. Ik hecht grote waarde aanbegrijpelijke communicatie, waaronder in dit jaarverslag en richtingpatiënten en burgers. Ik zal mij hier dus zo veel mogelijk voor inzetten.De heer Thiadens vroeg: welke meetbare doelen zijn er inmiddels gesteldter verbetering van het financieel beheer, hoeveel publiek geld is er metdit wanbeleid verspeeld en heeft dit nog consequenties voor de verant-woordelijke functionarissen gehad? VWS heeft in 2025 een eerste interncontroleplan opgesteld en met dit plan is het mogelijk om risicogericht debelangrijkste dossiers en processen te monitoren. Dit controleplan wordtonder regie van de directie FEZ uitgevoerd en de resultaten wordenperiodiek gerapporteerd aan het auditcomité, zodat tijdig bijgestuurd kanworden.In het plan zijn verschillende concrete doelen gesteld, bijvoorbeeld op hetterrein van het volledig en juist inboeken in het financieel systeem. Datzijn doelen met betrekking tot betalingsgedrag en kwaliteitsdoelen metbetrekking tot het jaarverslag. Als het financieel beheer van het ministerieonvoldoende op orde is, kan dit ertoe leiden dat uitgaven onvoldoendekunnen worden verantwoord volgens de geldende regels voor bijvoor-beeld aanbesteding en inkoop. Uiteraard geldt wel dat de regels voorgoed financieel beheer een belangrijk doel dienen. Daarom zijn wegemotiveerd om de ingezette lijn van de verbetering van het financieelbeheer voort te zetten.Nog een vraag van de heer Thiadens ten aanzien van de PALLAS-reactor.De heer Thiadens vraagt naar de risico’s van kostenoverschrijding envertraging, en hoe ik ervoor zorg dat ik grip heb op deze risico’s. Het isbelangrijk te benadrukken dat het nieuwbouwprogramma van PALLASeen grootschalig, langdurig en complex traject betreft. Daarmee zijnvanzelfsprekend risico’s gemoeid. Onvoorziene omstandigheden enbijbehorende kostenstijgingen kunnen daarom niet volledig wordenuitgesloten. Tegelijkertijd worden deze risico’s waar mogelijk beperkt. Zois baseline 9 op zorgvuldige wijze opgesteld en extern getoetst, watbijdraagt aan het beheersen van de kostenontwikkeling. In de meestrecente voortgangsrapportage van april jongstleden is hier verder opingegaan, inclusief een nadere toelichting op de belangrijkste risico’s.De bevoegdheden en keuzemogelijkheden van het Ministerie van VWS inhet geval van substantiële kostenstijging of vertragingen binnen hetPALLAS-programma zijn vastgelegd in het governanceplan. Dit plan is op19 september 2023 met de Tweede Kamer gedeeld. Als enige aandeel-houder van NRG PALLAS BV beschikt VWS over verschillende zeggen-schapsrechten. Deze omvatten onder andere het consultatierecht tenaanzien van de strategie van de onderneming, invloed op de benoemingvan leden van de raad van bestuur en raad van commissarissen, hetvaststellen van het dividendbeleid, de goedkeuring van de jaarrekening enwinstverdeling en instemmingsrechten bij grote investeringsbesluiten.Deze mate van zeggenschap is in lijn met het geldende staatsdeelnemin-genbeleid.Dat zijn de antwoorden op de vragen over de bedrijfsvoering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1930 Mevrouw De Korte (NSC):Dank voor de antwoorden. Dank ook voor de aandacht voor het betrekkenvan zorgprofessionals en andere professionals bij het beleid. Het is ookmooi dat de Minister zich inzet voor begrijpelijke communicatie. Begrijp ikhet goed dat ook de brieven van VWS een naam en een telefoonnummerbevatten? Mensen willen graag een persoon hebben voor het geval dat zeiets willen vragen of willen bellen. Is zo’n naam en nummer concreet opdie manier beschikbaar?Minister Jansen:Ja, op die brief staan een naam en een telefoonnummer.Dan het kopje fraude. Om zorgfraude aan te pakken is de TaskforceIntegriteit Zorgsector opgericht. De heer Bevers vraagt wat de stand vanzaken is en per wanneer de Minister verwacht dat investeringenrendement opleveren. Verder wil hij weten wat ik ga doen om zorgfraudeaan te pakken. Daar hebben we het vanochtend ook al over gehad. DeTaskforce Integriteit Zorgsector is belangrijk in de aanpak van zorgfraude.Een goed voorbeeld is dat de samenwerking heeft bijgedragen aan detotstandkoming van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatigezorg, die per 1 januari 2025 in werking is getreden. Deze wet verbetert degegevensdeling tussen betrokken TIZ-partners via de oprichting van deStichting Informatieknooppunt Zorgfraude. Ondanks dat die stichting pasrecent is gestart, heeft zij toch al meer dan 300 fraudesignalen tussen departners gedeeld. We zien dan ook dat partners elkaar dankzij de TIZ beterweten te vinden, zowel bestuurlijk als in de uitvoering. Dat was het kopjefraude.Dan overig. Hoe ziet de regering dat enerzijds effectmetingen waarmogelijk ingezet kunnen worden en anderzijds de registratiedruk nietsteeds meer verhoogd mag worden? Dat was een vraag van mevrouw DeKorte. De regering maakt voor de effectmeting zo veel mogelijk gebruikvan bestaande registraties. De cijfers die in de verschillende rapportagesaan de Kamer worden genoemd, zijn bijvoorbeeld gebaseerd op gegevensvan het CBS, dat daarvoor bestaande uitvragen gebruikt. Daarnaast is viade Regiegroep Aanpak Regeldruk intensief contact met de verschillendebetrokken partijen, zoals de huisartsen.Wat vinden de nieuwe bewindspersonen van het idee om een meldpuntop te zetten waar burgers onbegrijpelijke communicatie van uitvoerings-organisaties in de zorg kunnen melden en laten herschrijven? Is hetmogelijk dat brieven van VWS en de uitvoerende instanties voortaan eennaam en telefoonnummer bevatten? Over dat laatste hebben we het netgehad. Uitvoeringsorganisaties zijn continu bezig hun dienstverlening aanburgers te verbeteren, ook op het gebied van toegankelijkheid en goedecommunicatie, bijvoorbeeld door gebruikersgroepen en klantpanels.Vanuit het rijksbrede programma Werk aan Uitvoering lopen meerderetrajecten bij uitvoeringsorganisaties, die een impuls geven om decommunicatie richting burgers te verbeteren. Een extra loket doorkruistde goede initiatieven die er bij de individuele organisaties en rijksbreedvia Werk aan Uitvoering lopen. Daarom acht ik zo’n loket niet wenselijk.VWS heeft responsiviteit hoog in het vaandel staan en communiceertwaar mogelijk op een open en toegankelijke manier, waarbij het voor deburger duidelijk moet zijn hoe en waar men terecht kan met vragen.Vanuit praktisch oogpunt is het niet altijd mogelijk om één contactpersoonaan te wijzen.De laatste vraag voor mij komt van mevrouw Slagt-Tichelman. «Kunt uuiterlijk in het derde kwartaal van 2025 een open rekentool publicerenwaarmee burgers hun maximale eigen bijdrage voor meerdere jarenkunnen overzien?» Dat kan ik niet toezeggen. Door het controversieelverklaren van het wetsvoorstel vervanging abonnementstarief is het devraag of en wanneer een inkomens- en vermogensafhankelijke eigenbijdrage wordt doorgevoerd en in welke exacte vorm. Daarmee stagnerenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1931 ook de voorbereidingen voor implementatie en uitvoering van de wet.Voor een betrouwbare rekentool zijn de exacte bedragen van de ivb nodigen die kunnen met de controversieelverklaring wijzigen, afhankelijk van dezienswijze van een nieuw kabinet op de ivb.De voorzitter:Mevrouw Paulusma. Nee, eerst de heer Thiadens.De heer Thiadens (PVV):Ik heb volgens mij één antwoord niet gehoord of ik heb ’m gemist,namelijk over de onderschrijding in de wijkverpleging van 1 miljard. Datantwoord gaat nog komen, begrijp ik nu.De voorzitter:Ja, het is wel even goed... U kent de portefeuilleverdeling een beetje?De heer Thiadens (PVV):Jazeker.De voorzitter:Oké, check. Er komen hierna nog twee Staatssecretarissen aan het woord.Mevrouw Paulusma (D66):Dan krijg ik waarschijnlijk hetzelfde antwoord, maar de Minister hadtoegezegd dat zij in haar termijn zou terugkomen op mijn vragen rond dewijkverpleging en het niet-registreren van mensen die naar huis gaanzonder thuiszorg.De voorzitter:Ja. Dat was nog in een eerdere termijn. Mevrouw Paulusma, kunt u uwpunt even herhalen?Mevrouw Paulusma (D66):Ik zie de Staatssecretaris met een briefje zwaaien en het is een langantwoord. Ik weet niet of ik daar blij mee ben.De voorzitter:Er wordt gezwaaid met een blaadje. Heeft u een volgorde bedacht?Staatssecretaris Tielen eerst? Ja? Prima.Staatssecretaris Tielen:We gaan op alfabetische volgorde van voornaam.De voorzitter:Ja, u gaat daarover. Staatssecretaris Tielen.Staatssecretaris Tielen:Voorzitter. Ik heb maar een paar vragen gekregen. Eentje over degeestelijke gezondheidszorg. Mevrouw De Korte vroeg of de onderuit-putting ook van toepassing is op de geestelijke gezondheidszorg en of datook zou betekenen dat er minder zorg is geleverd. Dat is niet het geval bijde geestelijke gezondheidszorg. De afgelopen jaren zagen we consistentjuist overschrijdingen van enkele honderden miljoenen euro’s. Als je duskijkt naar wat we gebudgetteerd hebben aan geestelijke gezondheidszorg,dan gaat dat telkens eroverheen. Ik zie mevrouw De Korte knikken. Dit wasdus mijn antwoord op haar vraag.Mevrouw De Korte had ook een vraag over de wat uitgebreidere vorm vanuitgaven aan preventie. Ik heb in reactie op de rapporteur al gezegd dathet echt een heel arbeidsintensief traject was om dat voor elkaar tekrijgen. De aanname of veronderstelling, of misschien wel hoop, dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1932 makkelijker is als je het voor de tweede keer doet, moet ik helaasontkennen. Dat is niet het geval. De vraag is dan of je al die ambtelijkecapaciteit en uitgaven daaraan wil besteden. Mijn insteek zou zijn om datte besteden aan het beleid zelf. Vooralsnog houd ik het dus graag bij watwe daaraan afgelopen jaar hebben gedaan. Daarbij werd overigensgesteld – ik weet niet meer of dat mevrouw De Korte was – dat het welhandig is om te weten hoeveel tabak er wordt gebruikt en dat soortdingen, als ik het ongeveer goed citeer. Die uitkomsten blijven wemonitoren. Het ging er met name om welke uitgaven als preventieworden gelabeld. Dat laten we dus even voor wat het is.Mevrouw Slagt-Tichelman vroeg naar de theoretische modellen. Daarinterrumpeerde ze de Minister net ook op, verwijzend naar Dahlgren enWhitehead. Ik heb dat even snel opgezocht. Die leveren vooral inzichtenover de relatie tussen individu en sociale omgeving enzovoorts, zeg ikmaar even snel. Maar het Loket Gezond Leven: er zijn heel veel theore-tische modellen. Ik snap best dat mevrouw Slagt-Tichelman denkt: kies ereen theoretisch model uit. Maar daar ben ik toch niet direct enthousiastover. Ik vind de suggestie van de Minister prima om daar eens over vangedachten te wisselen. Wat wij willen, is dat als wij investeren inpreventie, dat ook resultaat heeft. Dan is mijn idee dat praktische inzichtenen lerend evalueren ons meer brengt dan theoretische modellen. Maarmisschien is mevrouw Slagt-Tichelman dat niet met mij eens.Mevrouw Paulusma vroeg naar de rol van preventie in al die anderedomeinen, in het Engels Health in All Policies. We noemen dat alstaalpuristen zelf liever «gezondheid in alle beleidsterreinen». In debeleidsagenda die we daarover hebben geschreven, heb ik laten zien hoewe daarop inzetten. Daarbij zijn vier thema’s benoemd: bestaanszekerheiden werk, een gezonde generatie, een gezonde fysieke leefomgeving en hetGezond en Actief Leven Akkoord. Gisteren bij het sportdebat hebben wehet daar ook al over gehad en heb ik aan de Kamer toegezegd dat ik ookbij de andere departementen en bewindspersonen continu aandacht zalvragen voor gezondheid. We erkennen allemaal dat gezondheid niet iets iswat exclusief bij het departement Volksgezondheid, Welzijn en Sporthoort. Het is juist veel breder. Dat hebben we als opdracht geïnternali-seerd, om het maar zo te zeggen.Voorzitter. Dat waren mijn antwoorden.De voorzitter:Eerst mevrouw Slagt-Tichelman en dan mevrouw Paulusma.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Dank voor de antwoorden. Bij gezondheid in alle beleidsterreinen kan zo’nsociaal model heel erg helpen dat je geen domein vergeet dat eendeterminant is. Dan kun je je beleid ook veel gerichter bij de andereministeries inzetten. Daarover ga ik graag nog eens verder in gesprek. Hetkan ook aan de hand van een ander model, als er een beter modelgevonden wordt. Maar het zou dus als kapstok heel erg behulpzaam zijnom gezondheid te bevorderen. Wij delen de mening dat we zorg die geenzorg hoort te zijn, niet tot zorg willen maken, maar op voorhand wegwillen nemen als die onder andere beleidsterreinen valt.Staatssecretaris Tielen:Nogmaals, ik vind het prima om daar nog eens over door te filosoferen ente sparren. Tegelijkertijd vind ik het al een heel erg grote stap omgezondheid überhaupt al vanuit ons departement te verbreden naarandere departementen. We zullen er zeker wat vergeten, maar laten webeginnen met de meest in het oog springende: ruimtelijke ordening,huisvesting, werk. Ik heb er net een paar genoemd. Laten we daar gewoonmee beginnen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1933 De voorzitter:Duidelijk.Mevrouw Paulusma (D66):Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ik ken de Staatsse-cretaris langer als Kamerlid dan als Staatssecretaris. Als Kamerlid kon ikaltijd heel goed met haar optrekken als het ging om het kwantificeren. Ikdenk dat ambities uitspreken heel goed is en ik denk dat we allemaal deworsteling zien met de samenwerking tussen die verschillende departe-menten. Maar het zou mij, en ik denk ook de Staatssecretaris, helpen alswe een manier vinden om het te kwantificeren. Want wanneer zijn wetevreden over die samenwerking?De voorzitter:Ik denk opeens aan het woord tabellen.Staatssecretaris Tielen:Tabellen, grafieken en infographics, daar ben ik vooral dol op. Diebeleidsagenda ligt er. We hebben toegezegd nog wat stappen te zettenrichting dat investeringsmodel rondom preventie. Ik kan nu nog nietzeggen «dan gaan we deze getallen of die determinanten benoemen»,maar ik ben als mens niet veranderd. De opdracht is alleen andersgeworden. Ik denk dat we daar zeker op terug zullen komen bij volgendedebatten over dat investeringsmodel en de beleidsagenda.Mevrouw Paulusma (D66):Fijn dat ook de Staatssecretaris nog steeds van de infographics, detabellen en – nu ben ik de derde vergeten – is, maar zij loopt ook al watlanger mee en weet dat in dit huis niets vanzelf gaat. Hoe gaat deStaatssecretaris druk uitoefenen? Wat worden de consequenties voor deandere departementen als ze niet doen wat de Staatssecretaris wil?De voorzitter:Sancties!Staatssecretaris Tielen:Dat is een als-danvraag, hè? We hebben het daar gisteren inderdaad evenover gehad. Voorlopig kan ik daar geen uitspraak over doen. Vertrouwerop dat wij daarvoor zullen vechten. Uiteindelijk zullen we kabinets-breed... Demissionair, hè? We zijn dus wel iets afwachtender dan we alsmissionair kabinet zouden zijn, kan ik me zo voorstellen. Laten webeginnen met ervoor te vechten, dan zien we wat het oplevert. Daaropkom ik dan bij u terug, want u gaat mij er vast aan houden wat het voorconsequenties zou moeten hebben.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker van de zijde van hetkabinet: Staatssecretaris Pouw-Verweij. Aan u het woord.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dank u wel, voorzitter. Ik heb tweeënhalf à drie kopjes, namelijk wijkver-pleging, ouderenzorg en dan nog één vraag over het sociaal domein, alstoetje.Om met de wijkverpleging te beginnen. De heer Thiadens – spreek ik uwnaam goed uit, overigens?De voorzitter:Ja, dat is...De heer Thiadens (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1934 Ik ben veel varianten gewend, voorzitter, maar deze is het meestgangbaar.Staatssecretaris Pouw-Verweij:De heer Thiadens vroeg naar de onderschrijding in de wijkverpleging van1 miljard en naar de loonkloof, het buikje. Over de onderschrijding hebbenwe het al kort gehad in het debat vanochtend. Die heeft inderdaad onderandere de arbeidsmarktkrapte als oorzaak. Daardoor kan minder zorggeleverd worden.Uit het onderzoek dat ik uw Kamer vanochtend heb doen toekomen,inderdaad rijkelijk laat, blijkt dat dit een kleine factor is en dat er ookbelangrijke andere dingen spelen. Die hebben met name te maken metmeer doelmatigheid, waardoor effectiever gewerkt kan worden en mindertijd nodig is. Er wordt ook ingezet op reablement. Dat er minder zorgvraagis en daardoor ook minder geleverd wordt, is eigenlijk een positieveontwikkeling. Maar voor een deel speelt ook dat er minder zorg geleverdkán worden, omdat de benodigde mensen er niet zijn om die zorg televeren.Het vraagstuk van de arbeidsvoorwaarden is primair een zaak vanwerkgevers en werknemers. Dat staat naar mijn idee los van de onder-schrijding van de wijkverpleging.Voorzitter, moet ik wachten op een interruptie?De voorzitter:Ik wil interrupties per blokje doen, meneer Thiadens. Dan mag u aan heteinde van het blokje als eerste.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dan vroeg mevrouw Paulusma nog hoe ervoor gezorgd wordt dat hetbudget voor de wijkverpleging beter wordt benut. Zoals ik al zei heeft eendeel van die onderschrijdingen positieve oorzaken. Ik weet dat mevrouwPaulusma ook heel erg van de inzet van technologie is, en dan digitaalwaar dat kan. Dat is een van de redenen dat we deze onderschrijdinghebben. Er wordt ook meer ingezet op zelfredzaamheid en reablement,zoals ik al zei.Tegelijkertijd zijn in het kader van het IZA ook afspraken gemaakt om desector gezonder te maken. Daar hebben de verzekeraars in de contrac-tering ook op ingezet. Ondertussen wil ik mij met de betrokken partijeninzetten voor een agenda om de wijkverpleging ook voor de toekomsttoegankelijk te houden. Dat antwoord heb ik vanochtend ook gegeven.Maar het antwoord op uw vraag van vanochtend – zie ik het belang in vande wijkverpleging? – is dus: ja. En wil ik met hen in gesprek hierover? Ookja. Die antwoorden krijgt u nu dus ook nog cadeau, in samenhanghiermee.Dan de vraag of we bereid zijn om samen met de zorgverzekeraars tekijken naar alternatieve vormen van bekostiging, die meer ruimte gevenaan de professionele afweging van de wijkverpleegkundige. De NZa werktmet de betrokken partijen aan het structureel maken van integraletarieven voor de wijkverpleging, zowel per uur als per week of per maand.Met name de week- en maandtarieven bieden ruimte voor preventie,innovatie en voor de professionele afweging van wijkverpleegkundigen.Dan nog de vraag of het kabinet bereid is om kennis te nemen van deacademische werkplaatsen. Ja, absoluut. We zijn zeker bereid om kenniste namen van de inzichten die daar ontwikkeld worden. Er is ook opregelmatige basis contact met zowel ZonMw als V&VN. Die bereidwil-ligheid is er dus absoluut.Dat is het einde van het kopje wijkverpleging.De heer Thiadens (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1935 We hebben het vanmorgen inderdaad gehad over de onderbesteding inde wijkverpleging en de vraag waar dat door komt. Alleen is mijn vraagmeer gericht op wat het ministerie kan doen aan de loonkloof, die ergewoon is. Tegelijkertijd is er een onderbesteding van een miljard en dielijkt structureel. De Staatssecretaris zegt: dat gaat over arbeidsvoor-waarden en daar ga ik niet over, want dat is een zaak voor werkgevers enwerknemers. Maar is er nou geen manier om daar vanuit het ministerieeen bijdrage aan te leveren, zodat werkgevers ruimte krijgen om dat teverbeteren?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dat is heel lastig. In principe staat het ministerie daarbuiten. Het moetecht tussen die twee partijen geregeld worden. Daarbij zou ik ook willennoemen dat in sectoren waarin minder problemen zijn met de arbeids-voorwaarden, zoals de academische ziekenhuizen, we ook personeelste-korten en problemen zien met de inzet van mensen.Ik weet eerlijk gezegd ook niet of dit de primaire oorzaak is van detekorten die we zien binnen de wijkverpleging. We zien dit namelijk overde hele linie bij verpleging, verzorgenden en helpenden, ook op plekkenwaar gunstigere cao’s afgesproken zijn en de lonen hoger liggen dan inbijvoorbeeld de wijkverpleging. Ik ben persoonlijk geneigd om te denkendat het meer te maken heeft met allerlei inhoudsfactoren van het werk,problemen met roosters, alle administratieve lasten en het steedszwaarder worden van de zorggroep dan dat het primair bij het inkomenzit. Dat genoemd hebbende: die loonkloof is er. Maar dit ligt dus buitenhet ministerie en moet primair tussen werkgevers en werknemersopgelost worden.Ik kan me voorstellen dat dit een teleurstellend antwoord is. Dat meen ikin ieder geval af te lezen aan het gezicht van de heer Thiadens. Mijnexcuses.De voorzitter:Toch wel? Excuus, mevrouw Paulusma heeft nog een interruptie.Mevrouw Paulusma (D66):Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ook fijn dat ze meteen agenda voor de wijkverpleging wil komen. Maar deze Staatssecretariskent mij ook als Kamerlid. Ik ben dan altijd wel benieuwd naar de termijn,want het is heel mooi om over een agenda te praten, maar wanneer gaatde Staatssecretaris dat doen? Wanneer wordt de Kamer daarovergeïnformeerd? Gaat de Staatssecretaris in die brief dan ook nog ietszeggen over wat ze gedaan heeft met de academische werkplaatsen?En ik had nog een vraag die ik eerst bij de Minister had neergelegd entoen bij de Staatssecretaris. Dat is namelijk de registratie van mensen diewel thuiszorg aangevraagd hebben ... O, dat is een ander mapje danwijkverpleging?Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dat zit in het blokje ouderenzorg.Mevrouw Paulusma (D66):Ja, daar wordt het wel een beetje verwarrend van op deze dag.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Daar kom ik absoluut op terug. Ik weet dat het laat is, maar het zit in hetblokje ouderenzorg.De voorzitter:Uw vraag wordt echt beantwoord. Daar waak ik voor en het komt dus echtvanzelf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1936 Mevrouw Paulusma (D66):Fijn!De voorzitter:Ik zag het briefje net al, dus ... Maar eerst even die termijn.Staatssecretaris Pouw-Verweij:De termijn, ja. Ik heb een paar keer «voor het reces» horen langskomen.Dat gaat in dezen niet lukken. Ik zou willen inzetten op «voor het einde vandit jaar». Ik ben me er namelijk ook van bewust dat we een hele drukkeperiode ingaan met een verkiezingsreces en ...De voorzitter:Genoteerd.Staatssecretaris Pouw-Verweij:... dat daar een hele hoop partijen ...De voorzitter:Voor het kerstreces.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Voor het kerstreces.De voorzitter:Mevrouw De Korte nog?Mevrouw De Korte (NSC):Mevrouw De Korte nog.De voorzitter:Mevrouw De Korte, u heeft het woord.Mevrouw De Korte (NSC):Vanmorgen had ik het ook over de loonkloof. Er blijkt geld over te zijn bijde wijkverpleging en dan zegt de Staatssecretaris: ja, daar kan ik verderniks aan doen. In het bedrijfsleven is het zo dat als er schaarste is, je meergeld geeft. Kennelijk is dat niet zo als er een tekort aan zorgverleners is. Ikblijf ook een beetje haken aan wat meneer Thiadens probeerde te vragen:waarom lukt het dan niet? Waarom lukt het niet om deze mensen meergeld te geven? Daarnaast weten we dat veel verzorgenden problemenhebben om rond te komen. Ze zitten echt op hele lage salarissen. Ik hoopdat deze Staatssecretaris zich ook verdiept in hoeveel met name verzor-genden verdienen. Bij wijkverpleegkundigen valt het echt nog wel mee,maar ik maak me reuzezorgen om de verzorgenden, die ook veelal in dewijk werken.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Om met het antwoord te beginnen: ik heb zelf als verzorgende in de wijkgewerkt, dus ik weet wat voor salaris je dan krijgt. Ik herken de vragen vanmevrouw De Korte dus absoluut. Zelfs al zouden we ervoor willen kiezenom als overheid in te grijpen in de relatie tussen werkgevers enwerknemers, dan nog zou ik het niet daaruit mogen vergoeden. Dat zougezien worden als een intensivering die we betalen vanuit een meevalleren dat gaat in tegen de begrotingsregels. We zijn heel erg blij dat dat gelder is, zodat we dat voor andere knelpunten bij VWS kunnen inzetten. Ikkan een meevaller gebruiken voor een tegenvaller, maar ik kan eenmeevaller niet gebruiken voor een intensivering. Die regels heb ik nietbedacht, Het is wat het is en ik ben daar dus wel aan gebonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1937 Ik hoor de naam Gerrit Zalm vallen, maar deze regel is zelfs nog ouder. Inde tijd dat ik nog niet op deze aarde rondliep, was dit ook al zo geregeld.Stel dat we zouden zeggen: weet je wat, wij gaan persoonlijk in diewerkrelatie zitten en voor deze specifieke groep maken wij vanuit deoverheid een extra potje, dat buiten de werkgever-werknemerrelatie omgaat. Als we op die manier zouden willen ingrijpen, of als de Kamer onszou opdragen om dat te doen, dan nog zou dat niet vanuit deze financiëlemiddelen kunnen.De voorzitter:Oké.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dus dat...Mevrouw De Korte (NSC):Er is hier niet eenmalig een onderbesteding, maar er is al een flink aantaljaren een onderbesteding. Je kunt zeggen dat je dat niet eenmalig kuntterugdraaien, maar er zijn wel structureel enorme tekorten. We doenverzorgenden echt tekort door ze zo weinig te betalen. Verzorgenden enhelpenden, ik noem ze maar even. Ik hoop dat deze Staatssecretaris, diezelf weet hoe het inkomen is en dat je daarvan amper de huur kuntbetalen, misschien kan kijken welke geitenpaadjes er zijn.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik snap de wens en ik herken de wens ook. Tegelijkertijd zit ik hier alsdemissionair Staatssecretaris en is dit een voorstel dat niet is opgenomenin het hoofdlijnenakkoord. Ik zou dit toch willen teruggeven aan de Kameren ik zou willen zeggen: voer hier allen campagne op. Hopelijk valt er inde volgende formatie iets te regelen. Maar ik denk dat een structureel planecht te ver voert voor mij op dit moment. Dat zijn te grote schoenen omaan te trekken.Ik merk dat de voorzitter graag wil dat ik doorga naar het volgende punt.De voorzitter:Voordat u dat gaat doen, vraag ik of er nog andere vragen zijn over ditblok. Dat is niet het geval. Vervolgt u uw betoog, Staatssecretaris.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ouderenzorg. Mevrouw Paulusma vroeg: wat doet de Minister om tezorgen dat investeringen in nieuwe woonvormen aansluiten bij dedaadwerkelijke wensen en behoeften van onze ouderen? In het kader vande Wet versterking regie volkshuisvesting zijn gemeenten verplicht omeen volkshuisvestingsprogramma te maken. Daarin wordt ook de opgaveop het gebied van ouderenhuisvesting meegenomen. Dat wordt op lokaalniveau afgestemd met ouderen. Daarnaast vragen bijvoorbeeld corpo-raties vaak aan bewoners wat hun wensen en behoeften zijn metbetrekking tot de bouw voor ouderen.Dat gezegd hebbende denk ik dat hier een grotere vraag onder ligt.Mevrouw Paulusma heeft vanochtend ook wat gezegd over de verzor-gingshuizen. Ik zou me op dat punt graag willen aansluiten bij de oproepvan mevrouw Slagt-Tichelman. Ik hoor de 8% die u noemt. Ik hebvanochtend ook genoemd dat er ondertussen op verzoek van VWS en deRaad van Ouderen een onderzoek ligt dat aansluit bij het PwC-onderzoek.Dat tweede richt zich vooral op de financiële aspecten. Dit richt zich meerop de wens die er is. Zij gaven aan verrast te zijn hoe groot de behoefteaan verzorgingshuizen toch is. Er speelt wel een groot imagoprobleem. Bijverzorgingshuizen denken mensen aan achter de geraniums zitten in eenklein kamertje met een bloemetjesgordijn. Dat is niet wat men wil. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1938 ouderen van nu zijn niet de ouderen van 50 jaar geleden. Zij hebben dusook andere wensen.Ik heb zelf altijd gesproken over «het verzorgingshuis nieuwe stijl». Ikgebruik de term «verzorgingshuis», omdat daar een bepaald soort zorggeleverd werd. Dat betreft de oude zzp 2- en zzp 3-groep. Het is meteeninzichtelijk als je die term gebruikt. Dat betekent niet dat ik exact dezelfdegebouwen uit de grond wil gaan trekken. Het is overduidelijk dat wij nueen groep autonome ouderen met een grotere behoefte aan zelfstan-digheid hebben. Het is ook echt niet mijn idee dat we mensen geforceerdnaar plekken gaan brengen waar ze niet willen wonen. Ouderen geven wélheel duidelijk aan dat ze graag samen ouder willen worden. Ze willen datbinnen een gemeenschap doen. Ze willen graag gemeenschappelijkeruimtes. Ze willen het gevoel van veiligheid van de systemen om zichheen. En ze willen graag dat zorg 24/7 beschikbaar of op z’n minstoproepbaar is. Dat zijn allemaal dingen waar ik aan denk als we hethebben over verzorgingshuizen.Gaan we dan daadwerkelijk kijken naar onzelfstandige woningen, zoalsdie vroeger gebouwd werden, of naar toch wat grotere appartementenmet eenzelfde onderverdieping, als het ware, zoals je die vroeger in hetverzorgingshuis had? Ik denk we daar samen uit moeten komen. Wellichtzit er ook helemaal niet zo veel licht tussen de geclusterde woonvormendie mevrouw Paulusma noemt en het verzorgingshuis waar ik aan denk.Wellicht kunnen we daar in de toekomst nog eens samen over praten enkunnen we een einde maken aan de polarisatie omtrent de verzorgings-huizen, waartoe mevrouw Slagt-Tichelman oproept.Mevrouw Paulusma (D66):Dat vind ik vervelend. Volgens mij wordt er niet gepolariseerd, maar zitiedereen hier – dat heb ik ook tegen mevrouw Slagt-Tichelman gezegd –vanuit zijn eigen achtergrond en politieke overtuiging in het debat. Datmag ook scherp zijn, maar er wordt hier niet gepolariseerd, niet door mijen ook niet door de heer Thiadens. We zijn het gewoon niet met elkaareens. Het is niet goed voor dit huis en dit instituut als we dit dan ook al«polariseren» gaan noemen. Ik zou dus graag willen dat de Staatssecre-taris wellicht een ander woord kiest.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Mijn excuses. Het was bedoeld als een grapje op basis van een eerdergebruikt woord. Maar we kunnen het dan een «meningsverschil» of een«politiek kleurverschil» noemen.Dan kom ik bij de vraag over het onderzoek naar mensen die eigenlijkthuiszorg nodig hebben en naar huis gaan zonder dat zij die hebbenontvangen. Ik ga ervan uit dat met «thuiszorg» wijkverpleging bedoeldwordt. Naar aanleiding van de onderschrijding van het kader wijkver-pleging is onderzoek gedaan naar de toegankelijkheid van de wijkver-pleging. Daaruit blijkt dat in de meeste gevallen in een tot enkele dagenwijkverpleging beschikbaar is en dat het alleen bij hele complexezorgvragen langer kan duren. Maar ook dan valt het vrijwel altijd binnende treeknorm. Daar is dus onderzoek naar gedaan. Dat zijn de gegevensdie wij daarover beschikbaar hebben.De voorzitter:Ik kijk even naar mevrouw Paulusma. Ze wacht tot de Staatssecretarisklaar is.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik heb binnen dit blokje nog één punt, van de heer Thiadens. Ik sprak uwnaam weer verkeerd uit, hè? Het spijt me; ik ga erop oefenen thuis.Het ziekteverzuim in de ouderenzorg bereikte een recordhoogte van 9,4%.Waarom is dat zo veel hoger? Ik denk dat het komt door een combinatieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1939 van factoren. Er zijn dus bepaalde dingen die het werk lastiger maken.Daar hebben we het net over gehad; ik noemde al de roosters en desteeds hogere zorgvraag. Dat zorgt ervoor dat er binnen de sector meeruitval is, denk ik. Het is ook een factor dat het ziekteverzuim bij vrouwengemiddeld hoger is dan bij mannen, 5,8% versus 4%, en dat 80% van demensen in de zorg vrouwen zijn. Dat zal ook een simpele factor zijn.Daarbij speelt ook dat mensen die in de zorg werken significant vakermantelzorger zijn. Voor vrouwen die in de zorg werken geldt nog vaker datze mantelzorger zijn. We weten dat onder mantelzorgers het uitvalper-centage ook veel hoger is. Dan heb je ook nog eens een beroepsgroep dieheel veel contact heeft met patiënten, die ook allerlei ziektes doormakenen regelmatig besmettelijk zijn. Ik denk dus dat al deze factoren bijdragenaan een heel hoog uitvalspercentage.Dat is het einde van het blokje.De heer Thiadens (PVV):Dank voor deze toelichting over het ziekteverzuim in de ouderenzorg, datbijna twee keer zo hoog is als het landelijk gemiddelde. De Staatssecre-taris geeft daar een aantal verklaringen voor. Ik constateer dat het met eenrendement van 3,5% en een positief resultaat van een miljard eurofinancieel gezien een gezonde sector is. Maar als je het ziekteverzuimper-centage daartegenover zet, lijkt het erop – daar kan de Staatssecretarismisschien iets meer over te vertellen – dat die fantastische financiëleresultaten ten koste gaan van mensen, want die worden er bovenge-middeld vaak ziek van. In die zin: het is een financieel gezonde sector,maar qua ziekteverzuim kun je dat niet echt zeggen.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Ik snap heel goed wat u bedoelt. Tegelijkertijd denk ik dat er ook hierbijmet name gekeken moet worden naar arbeidsvoorwaarden en naarbijvoorbeeld hoe mantelzorg en het werken in de zorg makkelijk tecombineren zijn. En zo zijn er meer knoppen om aan te draaien. Mijnpersoonlijke ervaring is dat in de instelling waar ik werkte, het uitvalper-centage omhoogschoot toen de zzp’ers niet meer in de zorg mochtenwerken bij ons in de instellingen. Daardoor vielen de vaste zzp’ers, dieheel veel gaten in de roosters vulden, weg en waren we aangewezen opuitzendbureaus met onbekende krachten. De samenwerking verliep vaakheel moeizaam, waardoor vervolgens het ziekteverzuim onder de vastemedewerkers weer omhoogschoot. Dus ik denk dat hier een aantalbeleidskeuzes wellicht niet helemaal handig uitwerkten. We moeten naarhet grotere plaatje kijken. Zoals ik net al zei, denk ik niet dat dit louter eenkwestie van meer geld is.De voorzitter:Mevrouw Paulusma, u bent eigenlijk al door uw interrupties heen. Uwallerlaatste dan maar.Mevrouw Paulusma (D66):Dank, voorzitter, voor deze coulance. Dank ook voor de toezeggingen vande Staatssecretaris, want ik denk dat we wellicht op een aantal puntenveel dichter bij elkaar zitten dan we voorafgaand aan dit debat haddengedacht.Ik heb nog wel twee vragen, die ik dan maar in één keer ga stellen. Ikhoorde de Staatssecretaris zeggen dat er geregistreerd wordt hoelangmensen moeten wachten op thuiszorg. Maar de signalen die ik krijg, zijndat mensen geen thuiszorg krijgen en een beetje verdwalen in eenziekenhuisbed of verdwalen tijdens een kortdurende opname. Ze houdendus eigenlijk een verpleeghuisbed bezet, omdat ze niet naar huis kunnen.Of ze gaan naar huis, omdat ze niet willen wachten op thuiszorg. Of zeblijven lang in het ziekenhuis. Er is dus een categorie die we volgens mijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1940 niet in beeld hebben. Dan kun je dus onderbezetting of onderuitputting opde wijkverpleging hebben, maar is er eigenlijk een grotere groeppatiënten.Ik heb ook nog een vraag over de brief rondom het wonen, maar die zal ikop een ander moment stellen, want anders krijg ik denk ik ruzie met dezevoorzitter.De voorzitter:Precies.Mevrouw Paulusma (D66):We hebben namelijk 3 september een commissiedebat over de wijkver-pleging. Dan ga ik deze vraag weer stellen. Wellicht kunnen we kijken ...De voorzitter:Dan wacht u maar...Mevrouw Paulusma (D66):Of het kabinet begrijpt mijn vraag en kan daar een brief over schrijven,zeg ik ook tegen mevrouw Slagt-Tichelman.De voorzitter:Dat kan ook.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Heel even nog om te controleren. Sorry, dan vraag ik alsnog een reactie.Als u het heeft over thuiszorg die niet geleverd kan worden, gaat die vraagdan heel specifiek over de wijkverpleging? Oké, ik zie dat dat zo is. Wehebben natuurlijk meer vormen van thuiszorg, maar daar heeft ditonderzoek zich niet op gericht. Het zou natuurlijk kunnen dat er mensenzijn die op de een of andere manier door dit onderzoek gemist zijn.Tegelijkertijd ga ik er wel van uit dat de NZa haar werk in dezen goedgedaan heeft. Maar ik ben absoluut bereid om met haar het gesprek aante gaan en te vragen om een reactie op de signalen die mij nu bereiken.Ten slotte de vraag van mevrouw Slagt-Tichelman hoe het onderwerp vande nieuwe ivb geborgd wordt in de Wmo en op termijn ook de Wlz. Hetkabinet was voornemens om de nieuwe ivb via een nieuw wetsvoorstelmet een onderliggende AMvB te borgen in de Wmo. Maar nu hetwetsvoorstel met de val van het kabinet controversieel is verklaard, is hetde vraag of de ivb nog wordt ingevoerd.Voorzitter. Dat was ’m van mijn kant.De voorzitter:Veel dank. Dank aan alle bewindspersonen voor hun beantwoording. Ikkijk even naar de Kamerleden. Kunnen we gelijk doorgaan? Ik check heteven. Als u twee minuten wilt schorsen, wil dat ook best doen. Ik voelbehoefte aan tempo en dat gun ik u ook. We gaan dus gelijk beginnen. Eris gelegenheid om moties in te dienen. Er komt geen tweeminutendebatof iets in die richting; ik zeg het maar even. Mevrouw Slagt-Tichelman, uwtweede termijn.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik had bij de eerste termijn niet zo extreem veel ingebracht, omdat ik watmoties heb. Allereerst wil ik de bewindspersonen bedanken voor detoezegging voor een gesprek. Daar kijk ik echt naar uit. Ik ga gewoon eendatum met jullie inplannen. Dat lijkt me heerlijk!Dan kom ik bij de langste motie, en die gaat over het opleidingsfonds voorwijkverpleging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1941 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de ouderenzorg steeds meer vanuit de thuissituatieplaatsvindt en het daarbij van belang is voldoende wijkverpleegkundigenop te leiden om deze veranderende zorg te kunnen leveren;constaterende dat uit het huidige opleidingsfonds vanaf 2025 structureel60 miljoen euro wordt overgeheveld naar de VWS-begroting voor eensubsidieregeling ten behoeve van werkgeverskosten voor opleiding in dewijkverpleging als een uitvloeisel van het Investeringsakkoord OpleidenWijkverpleging (IOW);constaterende dat het huidige fonds gebaseerd is op een systeem metvergoedingen achteraf, wat leidt tot bureaucratische procedures enonzekerheid voor zorgaanbieders over de daadwerkelijke vergoedingen;overwegende dat het budget van 60 miljoen euro voor 2024–2026onvoldoende is ten opzichte van de geraamde 90 miljoen euro die nodigis om de opleidingskosten volledig te dekken, zoals blijkt uit eenSEO-onderzoek;overwegende dat de wijkverpleging voor grote transitieopgaven staat,zoals het versterken van samenwerking boven concurrentie, domeinover-stijgende samenwerking en het vervullen van een spilfunctie in de wijk, endat dit een investering in opleiding en training vergt;overwegende dat deze noodzaak ook erkend wordt in het programma «Debuurt als ecosysteem» binnen het IZA-project, maar dat dit nu slechtsgeldt voor twintig wijken en nog geen landelijke dekking kent;verzoekt de regering het huidige opleidingsfonds voor wijkverplegingstructureel in te richten en toekomstbestendig te maken met landelijkedekking,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Slagt-Tichelman.Zij krijgt nr. 9 (36 740-XVI).Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Dat was de langste. Dan komt er een wat kortere motie, over focussen opwelzijn onder jongeren.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het CBS in zijn analyse aangeeft dat brede welvaartongelijk verdeeld is, met name ten nadele van jongeren, mensen tussenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1942 de 18 en 25 jaar, veelal met een migratieachtergrond en mensen met eenlagere opleiding;constaterende dat de Minister in de jaarverantwoording van VWSnauwelijks ingaat op bredewelvaartsindicatoren en het aspect welzijnvrijwel buiten beschouwing blijft;overwegende dat brede welvaart raakt aan kerntaken van VWS, zoalsgezondheid, sociale samenhang en toekomstperspectief voor jongeren;verzoekt de regering om in toekomstige jaarverantwoordingen van VWSexpliciet in te gaan op de ontwikkeling van brede welvaart, met bijzondereaandacht voor jongeren, kwetsbare groepen en het milieu, en daarbijbeleidsconsequenties te betrekken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Slagt-Tichelman.Zij krijgt nr. 10 (36 740-XVI).Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Nu een motie die mede is ingediend door de heer Bevers.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat tijdens de V-100 inwoners en vertegenwoordigers vanuitvoeringsorganisaties de wens uitspraken dat de Tweede Kamer meerverantwoordelijkheid neemt voor de uitvoerbaarheid van wetgeving;constaterende dat met name werd gepleit voor het tijdig aanvragen vanuitvoeringstoetsen bij wetsvoorstellen, in het bijzonder bij een grootaantal ingediende amendementen en zo nodig ook op het geheel vanamendementen;overwegende dat zorgvuldige weging van de uitvoerbaarheid vanwetgeving essentieel is voor een goed functionerende overheid enbetrouwbare uitvoering;spreekt uit dat de Kamer de uitvoerbaarheid van wetgeving nadrukkelijkermeeweegt door, mede op basis van de inbreng tijdens de V-100, bijwetsvoorstellen tijdig uitvoeringstoetsen aan te vragen, ook op het geheelvan amendementen indien daar aanleiding toe is,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Slagt-Tichelman en Bevers.Zij krijgt nr. 11 (36 740-XVI).Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Dan nog een motie over: op naar gezond subsidiebeheer bij VWS. Dezemotie is ook mede-ingediend door de heer Bevers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1943 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het subsidiebeheer bij VWS al jaren als onvolkomenwordt beoordeeld door de Algemene Rekenkamer;overwegende dat eerdere verbetermaatregelen nog niet hebben geleid totstructurele oplossingen, waardoor de Algemene Rekenkamer de onvolko-menheden op subsidiebeheer nog niet als opgelost kan beschouwen;verzoekt de regering ervoor te zorgen dat het subsidiebeheer bij VWSuiterlijk in 2025 structureel op orde is, en de Kamer daarover uiterlijk eind2025 te informeren, inclusief toetsbare resultaten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Slagt-Tichelman en Bevers.Zij krijgt nr. 12 (36 740-XVI).Dank u wel. De volgende spreker, de heer Bevers, ziet af van zijnspreektijd. Kan ik dat zo zeggen? Ja. Hartstikke goed. De heer Thiadensvan de PVV.De heer Thiadens (PVV):Voorzitter, dank. Ik wil de Minister allereerst herinneren aan de uitvoeringvan de motie-Claassen (Kamerstuk 31 765, nr. 926). Daarin wordtgevraagd om het Zuyderlandziekenhuis, de provincie Limburg en deonderwijsinstellingen te ondersteunen om voor het zomerreces van 2025,dus voor vrijdag, tot een plan te komen voor werving, flexibel opleiden enflexibele inzet van het zorgpersoneel. Dat kan de Minister wat mij betreftin dezelfde envelop doen als die ze toch al gebruikt voor aanstaandevrijdag. Dat is één.Dan heb ik drie moties ... Ik geloof dat ik gesouffleerd word door mijncollega.De voorzitter:Leest u ze gelijk voor.De heer Thiadens (PVV):Dank.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,concluderende dat aangetoonde effectiviteit van de bestaande zorgak-koorden nog altijd ontbreekt, zoals geconstateerd door de AlgemeneRekenkamer;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1944 verzoekt de regering betere monitoring en evaluatie van de zorgak-koorden te bewerkstelligen en daarmee de effectiviteit ervan inzichtelijk temaken, en de Kamer hier jaarlijks over te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Thiadens.Zij krijgt nr. 13 (36 740-XVI).De heer Thiadens (PVV):De tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederlanders met een chronische ziekte of handicapstructurele zorgkosten hebben die niet veranderen;constaterende dat er intensief toezicht op deze personen plaatsvindt inverband met mogelijke fraude;overwegende dat er in deze groep bij slechts 1 op de 1.000 gevallendaadwerkelijk sprake is van fraude;verzoekt de regering het intensieve toezicht op mensen met eenchronische ziekte of handicap te verminderen en zich meer te richten opde fraude die zorgbreed plaatsvindt voor 10 miljard euro,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Thiadens.Zij krijgt nr. 14 (36 740-XVI).De heer Thiadens (PVV):De derde en laatste motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederlanders met een chronische ziekte of handicapstructurele zorgkosten hebben die niet veranderen;constaterende dat deze Nederlanders structureel wordt verzocht ombewijsstukken aan te leveren voor hun chronische ziekte en om zo destructurele kosten die zij al jaren maken te onderbouwen;overwegende dat het jaarlijks aanleveren van bewijsstukken bij eenchronische ziekte of handicap onnodig is bij een ongewijzigde situatie;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1945 verzoekt de regering om mensen met een chronische ziekte of handicapmet structurele kosten enkel te vragen om bewijsstukken aan te leverenbij een significante wijziging in de kosten of de indicatie,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Thiadens.Zij krijgt nr. 15 (36 740-XVI).De heer Thiadens (PVV):Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. We zijn hier bijna de hele dag bezig geweest. Washet twaalf uur? Nee, dat nog niet. In ieder geval veel dank voor allebeantwoording die we hebben gekregen van de Minister en de Staatsse-cretarissen.We zijn behoorlijk gerustgesteld over de inbreng van zorgverleners enervaringsdeskundigen bij VWS. We hopen dat dat echt voortgang maghebben. Er wordt ook hard gewerkt aan de toegankelijkheid van deinformatievoorziening. Wellicht kan u ons daar ook nog eens overinformeren.We kijken ook uit naar de verantwoording van het IZA die de Minister onsheeft toegezegd. Een aangehouden motie van mevrouw Jansen ging daareigenlijk ook over. Daar kijken we dus ook naar uit.Dan is er toch één motie overgebleven.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het jaarverslag 2024 laat zien dat regionale gezond-heidsverschillen toenemen, terwijl de coördinatie tussen zorg, gemeentenen welzijn niet structureel is versterkt;overwegende dat de aanbevelingen uit Elke regio telt! gericht zijn opversterking van bestuurlijke en financiële samenwerking in de regio;verzoekt de regering om de adviezen uit het rapport Elke regio telt! mee tenemen in haar beleidsvorming, en de Kamer hierover voor september teinformeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid De Korte.Zij krijgt nr. 16 (36 740-XVI).Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1946 Mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Dank aan alle bewindspersonen. Ik vond het echteen heel plezierig debat, dus complimenten daarvoor. Ik kijk uit naarvervolgdebatten, die op de rol blijven staan of niet. Maar ik hoop op meerdebatten met deze bewindspersonen.Voorzitter. Ik heb twee moties. Motie één.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het demissionaire kabinet voornemens is te investerenin de bouw van nieuwe verzorgingshuizen;constaterende dat veel ouderen juist niet naar een traditioneel verzor-gingshuis willen, maar behoefte hebben aan woonvormen waarin zijzelfstandig kunnen blijven wonen, met passende ondersteuning en in eenomgeving waarin zij zich prettig voelen;overwegende dat investeren in nieuwe verzorgingshuizen niet aansluit bijde wensen van veel ouderen en voorbijgaat aan innovatieve en toekomst-bestendige woonzorgvormen;verzoekt de regering geen middelen te reserveren voor de bouw vannieuwe verzorgingshuizen of de gereserveerde middelen in te zetten voorde bouw van kleinschaligere, toekomstbestendige woonzorgvormen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Paulusma.Zij krijgt nr. 17 (36 740-XVI).Mevrouw Paulusma (D66):En dan motie twee.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet van plan is om vanaf 2028 122 miljoen eurote bezuinigen via het stopzetten van het stagefonds;overwegende dat hierdoor het tegengaan van het personeelstekort in dezorg nog moeilijker wordt en er bovendien geen alternatief is voor hetstagefonds;verzoekt de regering om af te zien van de bezuiniging op het stagefondsen dit te dekken met het niet invoeren van rode diesel vanaf 2027,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1947 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Paulusma.Zij krijgt nr. 18 (36 740-XVI).Mevrouw Paulusma (D66):Ik heb een dekking. Dat moet deze bewindspersonen toch echt gunstigstemmen.De voorzitter:Mevrouw Paulusma, u heeft nog een interruptie van de heer Bevers. Diegaat over de vorige motie, denk ik.De heer Bevers (VVD):Ik heb mijn trekker met rode diesel even geparkeerd.(Hilariteit)De heer Bevers (VVD):Mevrouw Paulusma noemt in haar eerste motie de investering. Heeft zijhet dan ook over de 600 miljoen extra die in het hoofdlijnenakkoord vandeze coalitie zijn gereserveerd als dekking – laat ik het dan ook maar zonoemen – voor de ouderenzorg? Wil zij dat bedrag ook gebruiken voor dieinvestering?Mevrouw Paulusma (D66):Ik heb de motie niet meer voor mijn neus, dus als ik niet exact citeer uitwat ik heb opgeschreven, dan moet de heer Bevers mij dat vergeven. Ikdenk dat de heer Bevers hiernaar vraagt omdat we vanmiddag ook eendebatje hebben gehad over de bezuinigingen op de ouderenzorg, waar iktrouwens ook niet om sta te springen. Volgens mij is er in het hoofdlijnen-akkoord ook nog geld gereserveerd voor het realiseren van de verzor-gingshuizen. Exact! Dan begrijpen we elkaar goed, maar misschien wasdat na hier twaalf uur te zijn geweest toch een te moeilijke vraag.Laten we het geld dat gereserveerd is voor het bouwen van verzorgings-tehuizen steken in het realiseren van woonzorgvormen die betertegemoetkomen aan de wensen van de ouderen die een vorm van zorg ofsaamhorigheid nodig hebben. Ik denk dat de Staatssecretaris en ik watbetreft die woonzorgvormen best wel dicht bij elkaar komen.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijnvan de zijde van de Kamer. De moties worden hier en daar verspreid. Ukrijgt ze ook, zeg ik tegen de Kamerleden. De Kamerleden krijgen ze ook,toch? Ja. Ik heb even overleg gehad en schors tien minuten. Maar blijf inde buurt, hoor ik net. Ik schors in ieder geval tien minuten. We kijken evenhoelang de bewindspersonen nodig hebben. Tot 21.40 uur kunt u debenen strekken.De vergadering wordt van 21.29 uur tot 21.38 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering voor de tweede termijn van de zijde van hetkabinet. Ik neem aan dat we meteen toekomen aan de appreciatie van demoties. Het woord is aan de Minister.Minister Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1948 De moties die ik oversla, zitten bij de Staatssecretarissen. Ik heb demotie-Slagt-Tichelman op stuk nr. 11 voor me. Dat is een spreekt-uitmotieen ik geef dus geen appreciatie.De motie-Slagt-Tichelman op stuk nr. 12 gaat over gezond subsidiebeheerbij VWS. Deze motie kan ik oordeel Kamer geven. Ik twijfelde wel of ikdeze motie oordeel Kamer zou geven of ontraden, want het is niet aan mijom een onvolkomenheid uit te delen. Dat is de bevoegdheid van deAlgemene Rekenkamer. Het is goed dat zij dat doet. Maar de motie vraagtmij niet om een onvolkomenheid op te lossen, maar om het subsidie-beheer structureel op orde te brengen. Dat onderschrijf ik ten zeerste endaarom kan ik deze motie oordeel Kamer geven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 12: oordeel Kamer.Minister Jansen:De motie-Thiadens op stuk nr. 13 kan ik ook oordeel Kamer geven als ikdie zo mag lezen dat ik dat monitoren doe met zo min mogelijk adminis-tratieve lasten en in overleg met de veldpartijen.De voorzitter:Met die toevoeging, kanttekening, dan wel opmerking: oordeel Kamer.Dan komen we bij de motie op stuk nr. ...Minister Jansen:De motie op stuk nr. 14. Deze motie is ook van de heer Thiadens. Ik moetdie motie ontraden. We hebben het er vanmiddag in het debat ook overgehad. Nogmaals, wij herkennen niet het beeld dat chronisch ziekenanders worden behandeld. Het proportioneel vormgeven van toezichtheeft wel onze continue aandacht. Maar deze motie moet ik ontraden.Dan de motie-Thiadens op stuk nr. 15. Deze motie moet ik ook ontraden. Ikzou het gevraagde wel graag willen, maar uitvoeringstechnisch is het nietmogelijk. Dat was de motie op stuk nr. 15.De voorzitter:Stuk nr. 15. Wat was het nou? Ontraden?Minister Jansen:Ontraden.De voorzitter:Ontraden. De motie op stuk nr. 15 is ontraden. Voordat u naar eenvolgende motie gaat, vindt de heer Thiadens wat van dat oordeel.De heer Thiadens (PVV):Zeker, voorzitter. Ik begrijp de onderbouwing van de Minister niet. Zij zegtdat het niet uit te voeren is. Kan zij daar iets meer over zeggen?Minister Jansen:Ja, dat kan ik wel. Er staat: verzoekt de regering om mensen met eenchronische ziekte of handicap met structurele kosten enkel te vragen ombewijsstukken aan te leveren bij een significante wijziging in de kosten ofindicatie. Dat vraagt heel erg om keuzes maken en om definiëring: wat isdan een «significante wijziging»? Wanneer wel en wanneer niet te vragenom het aanleveren van bewijs is niet zwart-wit met een harde knipduidelijk te maken. Daarom is het gevraagde dus uitvoeringstechnischniet mogelijk.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1949 Ik wil voorkomen dat we een heel nieuwe discussie beginnen. Het isgewoon een appreciatie van de motie, meneer Thiadens. Laatsteinterruptie.De heer Thiadens (PVV):De laatste, voorzitter, ten slotte. De motie vraagt namelijk om mínder tedoen. De motie vraagt niet om meer inzet, maar om minder inzet. Dat lijktme toch niet te ingewikkeld.De voorzitter:Oké. Het punt is gemaakt. De Minister tot slot.Minister Jansen:Nou, «minder» ... Dan nog moet je keuzes maken. Ook al doe je hetminder of helemaal niet, je zult keuzes moeten maken. En dat vraagt veelmeer reflectie.De voorzitter:Oké. Deze motie blijft ontraden. De volgende motie.Minister Jansen:De motie-De Korte op stuk nr. 16 over Elke regio telt! krijgt oordeel Kamer.De motie-Paulusma op stuk nr. 18 ontraad ik. De dekking is ondeugdelijken er is ook aangegeven dat het stagefonds niet effectief is gebleken.Maar in het IZA investeren we wel in opleidingen.De voorzitter:Even voor de duidelijkheid: dit gaat over motie op stuk nr. 18 vanmevrouw Paulusma, dus niet over de motie op stuk nr. 17. De motie opstuk nr. 18 is ontraden in verband met de dekking. Oké. Dan komen er nogmeer moties vanuit het kabinet, neem ik aan? Ik begrijp dat we naarStaatssecretaris Tielen gaan voor de motie op stuk nr. 10.Staatssecretaris Tielen:De motie-Slagt-Tichelman op stuk nr. 10 gaat over de jaarverantwoor-dingen, het opnemen van jongeren daarin en de cijfers daarover. Dezemotie ontraad ik. Ik begrijp heel goed wat mevrouw Slagt-Tichelman wil,maar daar is de jaarverantwoording van VWS niet voor bedoeld. Sterkernog, we hebben net met z’n allen geconstateerd dat health ... Nee, wehebben geconstateerd dat het gezondheidsbeleid in alle domeinen is.Maar neem van mij aan dat we de zorgen van mevrouw Slagt-Tichelmanen de cijfers die daarbij horen, echt terug laten komen. Maar die zitten danin de brede sociaaldomeinagenda en niet in de jaarverantwoording.Daarom ontraad ik de motie, maar ik snap heel goed wat mevrouwSlagt-Tichelman graag wil.De voorzitter:Dat was de motie op stuk nr. 10. Dan komen we bij de volgende motie.Staatssecretaris Pouw-Verweij:Dan gaan we terug naar de motie op stuk nr. 9 van mevrouw Slagt-Tichelman over het Opleidingsfonds Wijkverpleging. Die moet ikontraden, ook omdat er geen dekking is. Wel is er vanaf 2025 structureel60 miljoen beschikbaar voor het opleiden in de wijkverpleging. Ik streefernaar om in het najaar van 2025 een nieuwe regeling te publiceren tenbehoeve van de werkgeverskosten voor het opleiden van zijinstromers inde wijk. Dat is er dus wel, maar de motie moet ik helaas ontraden.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1950 Het dictum bevat geen bedrag. Daarom is er geen dekking. We hopen dathet ministerie dekking kan vinden om het budget iets op te hogen, maarhet staat bewust niet in het dictum. Wel staat in de overwegingen en in deconstateringen dat ook de procedures bureaucratisch zijn. Ik kan me dusvoorstellen dat deze motie wel oordeel Kamer krijgt en dat het gezienwordt als stimulans om zich maximaal in te zetten om het Opleidings-fonds Wijkverpleging te verbeteren.De voorzitter:Oké, maar de Staatssecretaris heeft het volgende geapprecieerd:«verzoekt de regering het huidige opleidingsfonds voor wijkverplegingstructureel in te richten en toekomstbestendig te maken met landelijkedekking».Staatssecretaris Pouw-Verweij:Nee, dan nog moet ik ’m ontraden. Helaas.Dan tot slot is er de motie op stuk nr. 17 van mevrouw Paulusma.Ondanks dat we elkaar genaderd zijn, vind ik ’m voorbarig. Ik zou heelgraag het onderzoek van PwC af willen wachten. Dat doe ik met hetonderzoek van de Raad van Ouderen aan mevrouw Paulusma toekomen,aan de hele Kamer, overigens. Rond die tijd ga ik heel graag eens pratenover hoe de verzorgingshuizen, waar we ook een nieuwe naam voorkunnen bedenken, al dan niet vorm willen geven. Maar de motie ontraadik.De voorzitter:Oké, ontraden. Het kan aan mij liggen, of aan onze administratie, maarheeft u de motie op stuk nr. 11 geapprecieerd? O nee, dat is een spreekt-uitmotie. Nee, helemaal correct. Daar gaat u niet over. Daar gaat de Kamerzelf over. Dat klopt. Dat heeft u goed ingeschat.Dan zijn we in ieder geval door de appreciaties heen. Zijn er nog anderedingen? Volgens mij niet. Dan gaan we richting het einde. Voordat werichting het einde gaan, heb ik diverse toezeggingen. Maar voordat ik datdoe ... Nee, dat ga ik eerst doen. Eerst de toezeggingen. O, ja, de heerThiadens.De heer Thiadens (PVV):Dank, voorzitter. Ik had ook nog een vraag gesteld over een aangenomenmotie van de heer Claassen.De voorzitter:Help me even. Waar gaat deze motie van de heer Claassen over?De heer Thiadens (PVV):Nou kijk, het was een rappel op een aangenomen motie. Maar ik zougraag een bevestiging hebben van de Minister dat dat plan van aanpak indezelfde envelop zit voor vrijdag.De voorzitter:Envelop. Vrijdag. Plan. Motie. «Wordt vervolgd» is wat ik hier hoor. Umoet daar samen wel of niet uitkomen.De heer Thiadens (PVV):Ik wil de vraag best herhalen. Voor ons is dit heel belangrijk. Het is eenaangenomen motie waarin staat dat er voor het zomerreces een plan vanaanpak komt. Dat is bijna zover. Ik zou dus graag een toezegging krijgenvan de Minister dat we dit plan van aanpak inderdaad voor het zomer-reces tegemoet kunnen zien.Minister Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1951 Het plan van aanpak voor? Sorry, maar ik ben het even kwijt.De voorzitter:De motie-Claassen.De heer Thiadens (PVV):Dan pak ik de motie er even bij. Ik kan het nummer ook nog een keernoemen: 31 765, nr. 26. Die verzoekt de regering Zuyderland, de provincieLimburg en de onderwijsinstellingen te ondersteunen en om voor hetzomerreces van 2025 met een plan te komen voor werving, flexibelopleiden en een flexibele inzet van het zorgpersoneel.Minister Jansen:Nogmaals: ik kan dat nu niet toezeggen. Daar moet ik navraag naar doen.Ik kan geen helaas geen ander antwoord geven.De voorzitter:Oké.Minister Jansen:Maar ik kom er bij u op terug en dat is wel voor het reces.De voorzitter:De Minister komt erop terug voor het reces. Volgens mij is dat een mooietoezegging.Dan waren we gekomen bij de toezeggingen. Die laatste is dan ook evengenoteerd. Dan kom ik bij de volgende.–Eén. De Minister zal in oktober een brief naar de Kamer sturen met deactuele stand van zaken inzake de bedrijfsvoering.–Twee. Bij het jaarverslag 2025 zal de Kamer extra worden geïnfor-meerd over de voortgang van het financieel beheer.Check.–Drie. De Kamer ontvangt op korte termijn de ambtelijke verkenningover de aftrek specifieke zorgkosten.Is dat nog voor het verkiezingsreces? Ik zit even na te denken, wantwanneer is dat dan? Is er nog iets over die termijn te zeggen? September?Voor het verkiezingsreces, hoor ik.–Punt vier. De relevante fiscale evaluaties worden in de StrategischeEvaluatie Agenda meegenomen.–Punt vijf. De toegezegde uitvoeringstoetsen komen naar de Kamer.–Punt zes. De Minister komt voor het zomerreces met een brief over hetAZWA, inclusief financiële paragraaf.Is dat echt zo?–Punt zeven. De Minister komt kort na het zomerreces met eenvoortgangsbrief IZA, inclusief de monitor Passende Zorg.–Punt acht. De Kamer ontvangt de agenda wijkverpleging voor hetkerstreces.Daarmee komen we aan het einde van de vergadering. Ik stel vast dat inhet WGO, met inachtneming van de toezegging van de bewindspersonen,geen motie is ingediend met de bedoeling dechargeverlening aanvoorwaarden te verbinden of op te schorten. Over de overige moties enover de slotwet en daarmee de decharge zelf wordt zoals gezegd op 3 juli,morgen, gestemd. Dat is dus over alles; dan weet u dat alvast. Dat gaatsnel, ja. Dat moet ook. Morgen stemmen we trouwens twee keer. Ik weeteven niet of dat in de middag of avond is. Nou, goed. Ik zou zeggen: let opmorgen. U heeft niet heel veel tijd, dus u moet straks nog aan de bak metstemadvies en dergelijke, zeg ik tegen de Kamerleden.Ik dank alle Kamerleden. Ik dank iedereen die dit debat met heel veelinteresse heeft gevolgd, ook op afstand. Ik dank alle bewindspersonen. Ikweet dat het een lange dag is geweest voor u allen. Ik wens u in iederTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1952 geval voor nu nog een fijne avond. Het is morgen nog een lange dag, inieder geval voor de Kamerleden. Ik wens u alle goeds. Dank u wel.Sluiting 21.51 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 1953

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 04942920530c9161

14 okt 2026 · c3678b141f26bc8c

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.