KamerkringInloggen
Kamerbrief

Resultaten doorstroomtoetsen en schooladviezen 2024

16 jul 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 018be92cce7d60fc · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 293Primair OnderwijsNr. 741 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 juli 2024Met deze brief bied ik u de rapportage van het College voor Toetsen enExamens (CvTE) «Terugblik normering doorstroomtoetsen 2024» aan,over de eerste afname van de doorstroomtoetsen.1 Het CvTE ziet erop toedat gelijke prestaties van leerlingen tot een gelijk toetsadvies leiden,ongeacht de toetskeuze van een school. De rapportage beschrijft hoe dekwaliteit van de doorstroomtoetsen dit jaar is gewaarborgd en gaat in opde normering van de toetsresultaten en de verschillen tussen toetsen. Metdeze brief geef ik een duiding van de toetsresultaten en een eerstelandelijk beeld van de schooladviezen. De definitieve cijfers omtrent deschooladviezen worden dit najaar officieel vastgesteld en vervolgensopenbaar gemaakt. Gezien de recente aandacht voor de toetsresultaten enschooladviezen, deel ik een deel van de cijfers omtrent de schooladviezennu al met uw Kamer. Uit deze eerste landelijke cijfers blijkt dat dedoorstroomtoets dit jaar een nog sterker instrument is voor gelijke kansenbij het schooladvies dan in eerdere jaren. Dat is een mooie ontwikkelingwaar ik mij hard voor blijf maken.Stelselinrichting doorstroomtoets: keuzevrijheid en vergelijk-baarheidDe huidige vorm van toetsen in groep 8, waarbij scholen kunnen kiezenuit verschillende toetsen, is ontstaan vanuit een politieke wens met groot1Zoals toegezegd tijdens het debat van de onderwijscommissie op 27-06-2024 over het vmbo(TZ202406–064). kst-31293-741ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7411 draagvlak in het onderwijsveld.2 Vanwege deze keuzevrijheid waren deafgelopen jaren forse maatregelen wat betreft de normering nodig: zoalsbeschreven in de Kamerbrief van 17 april jl., komen we op dat vlak vanver.3 Op advies van onafhankelijk onderzoek door het Research Centervoor Examinering en Certificering (RCEC) en dankzij de voortdurende inzetvan de verschillende toetsaanbieders, het CvTE, stichting Cito en OCW istoegewerkt naar het gebruik van één normering, die los staat van devoorlopige schooladviezen.4 Sinds het schooljaar 2023–2024 is het CvTEaan zet als centrale bewaker van de kwaliteit van alle doorstroomtoetsenen van de normering. Hierbij hanteert het CvTE een gedegen beoorde-lingskader met heldere eisen, waardoor alle toetsen voldoen aan eenminimum aan kwaliteitsvoorwaarden. Alle toetsaanbieders wordenzorgvuldig betrokken bij de totstandkoming van de normering, waar hetgezamenlijk anker een onmisbare rol in speelt.5 Zoals wettelijk vastgelegdin de Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO adviseert Stichting Cito hetCvTE over de normering op grond van hun psychometrische expertise enonderzoek van de toetsgegevens. Hierdoor konden scholen dit jaar voorhet eerst kiezen tussen zes verschillende doorstroomtoetsen, die allemaalaan dezelfde kwaliteitseisen voldeden, en die op grond van dezelfdeprestaties kwamen tot dezelfde resultaten.De keuzevrijheid tussen verschillende doorstroomtoetsen vereist eendoorlopende inzet van de verschillende betrokken partijen. Zo kunnen weer voor zorgen dat de resultaten van die verschillende toetsen goedvergelijkbaar zijn en dat het voor een leerling niet uit maakt welke toetsdie maakt.Rapportage CvTE 2024: kwaliteitsbewaking en normeringdoorstroomtoetsenIn de rapportage «Terugblik normering doorstroomtoetsen 2024»benadrukt het CvTE dat het huidige stelsel van toetsen sterk divers is,vanwege de eerdergenoemde keuzevrijheid: «verschillende scholen kiezenverschillende toetsen die verschillende groepen leerlingen onderverschillende omstandigheden maken.»6 Scholen kunnen zo de toets ende afnamecondities kiezen die het best bij hen past. De rapportage laatzien wat de verschillen zijn tussen de zes erkende doorstroomtoetsen.2Zie Motie van de leden Rog (CDA) en Van Meenen (D66), Kamerstuk 33 157, nr. 55, vergaderjaar2013–2014. Daarnaast werd naar aanleiding van een Motie van het lid Kwint (SP), Kamerstuk31 293, nr. 479, vergaderjaar 2018–2019, nog een extra toets aan het aanbod toegevoegd, eendoorstroomtoets die vanuit de overheid wordt aangeboden (de DOE-toets). Bij de evaluatie vande Wet eindtoetsen po gaf 90 procent van de ondervraagde scholen aan de keuze tussenverschillende toetsen te willen behouden. Oomens, Scholten & Luyten, (2019). Evaluatie WetEindtoetsing PO. Eindrapportage. Utrecht: Oberon. Ook de PO-Raad formuleerde in 2018 in eensectoraal standpunt dat zij de keuzevrijheid wilde behouden, mits een aantal verbeteringen zouworden doorgevoerd: «Handhaaf meerdere eindtoetsen maar herstel zonder enige vrijblij-vendheid de onjuistheden met betrekking tot de psychometrische kwaliteit zodat vergelijk-baarheid van eindtoetsen geoptimaliseerd wordt. Hiervoor is heldere centrale sturing nodig,duidelijke kaders en een verplicht pakket van eisen met betrekking tot psychometrischekwaliteit en (digitale) veiligheid». po-raad_standpunt_eindtoets.pdf (poraad.nl).3Er is bijvoorbeeld sprake geweest van verschillende en te sterk uiteenlopende normeringen envan gecorrigeerde toetsadviezen. Zie Kamerbrief over 1e afname doorstroomtoets: TweedeKamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 729.4Kamerbrief over 1e afname doorstroomtoets: Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293,nr. 729.; RCEC rapport Onderzoek naar de kwaliteit van de normering eindtoetsen primaironderwijs 2022 | Rapport | Rijksoverheid.nl5De normering is vastgelegd in de regelingen beoordelingsnormen doorstroomtoetsen po enhet normeringshandboek 2024. wetten.nl - Regeling - Regeling beoordelingsnormendoorstroomtoetsen PO - BWBR0047606 (overheid.nl); wetten.nl - Regeling - Het normerings-handboek 2024 - BWBR0049380 (overheid.nl).6Zie bijlage 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7412 Hieronder benoem ik een aantal belangrijke punten uit de analyse van hetCvTE:–Alle doorstroomtoetsen worden nu op gelijke wijze genormeerd opbasis van de prestaties van leerlingen op gezamenlijke ankeropgaven:dat is een set vragen die in elke toets hetzelfde is. Het CvTE gebruiktabsolute standaarden en garandeert dat de toetsadviezen volledigonafhankelijk van de voorlopige schooladviezen tot stand komen. Dezemethode geeft een goede afspiegeling van de daadwerkelijke prestatieop de toets van de individuele leerling.–Door deze wijziging in de normeringsmethode zijn de toetsresultatenvan 2024 niet goed te vergelijken met de resultaten van eindtoetsen ineerdere jaren. Daarom beschouwen we dit eerste afnamejaar als eennulmeting.7 Dit heb ik nadrukkelijk onder de aandacht gebracht vanbasisscholen en ook herhaaldelijk aan uw Kamer gemeld.8–De gezamenlijke ankeropgaven functioneren psychometrisch geziengoed: ze vormen een goede basis om de verschillende doorstroom-toetsen op dezelfde schaal te normeren. Dat betekent dat de resultatenop de toetsen onderling goed vergelijkbaar zijn en dat de resultatenvanaf dit jaar goed vergeleken kunnen gaan worden met de komendejaren.–Er zijn duidelijk verschillen te zien in de resultaten van de doorstroom-toetsen: de toetsadviezen zijn niet evenredig verdeeld over de diversetoetsen en dat geldt ook voor de percentages behaalde referentieni-veaus. Met andere woorden: bij sommige toetsen zijn de scoresgemiddeld hoger dan bij andere toetsen. We zien daarnaast specifiekverschillen tussen papieren en digitale toetsen.–Deze verschillen zijn geen gevolg van de gebruikte normeringsme-thode, maar zijn representatief voor de prestaties van de leerlingen opde ankeropgaven.9Verklaringen voor de verschillenHet CvTE onderzoekt waar de onderlinge verschillen tussen dedoorstroomtoetsen vandaan komen en hoe die, indien nodig, kunnenworden opgelost. Dit onderzoek is complex en vergt een lange adem,omdat resultaten van meerdere jaren nodig zijn om de analyses te maken.Waar mogelijk worden resultaten direct gebruikt ter verbetering van detoetsen.In de onderzoeksagenda wordt onder andere de rol van de volgendemogelijke factoren geanalyseerd:–Het verschil in vaardigheden van leerlingen die de diverse toetsenmaken. Scholen hebben vaak veel leerlingen die een flink hoger of flinklager vaardighedenniveau hebben dan het landelijk gemiddelde.Wanneer scholen met een specifiek vaardighedenniveau clusteren bijeen bepaalde toets, dan kan dat terug te zien zijn in de resultaten vandie doorstroomtoets. Bijvoorbeeld wanneer die doorstroomtoets vaakgekozen wordt door scholen in het speciaal onderwijs, door scholenwaar veel leerlingen een lagere motivatie voor de toets hebben (denkbijvoorbeeld aan leerlingen met een voorlopig schooladvies vwo), of7Zie ook Kamerbrief over 1e afname doorstroomtoets: Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024,31 293, nr. 729.8Begeleidende brief bij resultaat doorstroomtoets 2024 | Brief | Rijksoverheid.nl Zie Kamerbriefover 1e afname doorstroomtoets: Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 729.; Zieverder ook: Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 720; Tweede Kamer, verga-derjaar 2021–2022, 31 293, nr. 608; Normering | Toetsen primair onderwijs | CvTE[147745996] enNormering doorstroomtoets primair onderwijs - factsheet | Publicatie | CvTE.9Dat wil zeggen dat waar bepaalde toetsen lagere toetsadviezen hebben gegeven en lagerereferentieniveaus hebben gerapporteerd, de leerlingen die die toets gemaakt hebben ookminder juiste antwoorden hebben gegeven op de ankeropgaven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7413 door scholen met een bepaalde didactische insteek of technischemogelijkheden.–Meer technische factoren. Zo wordt bijvoorbeeld gekeken naar deverschillen tussen een papieren en een digitale afname van de toets, ofde volgorde van vragen binnen de toetsen.Deels zijn de verschillen tussen de doorstroomtoetsen dus simpelweg eenreflectie van het feit dat niet alle scholen dezelfde scores kunnenbehalen.10 Dat is een gegeven dat aandacht verdient en dat (juist) door dedoorstroomtoetsen nog beter zichtbaar is gemaakt. Deze verklaring is nietvoldoende meegenomen in de themarapportage van de PO-Raad vanafgelopen maand, waarin werd gesproken van verschillen die «onaccep-tabel» zijn, en waarin die verschillen werden gezien als een teken dat dedoorstroomtoets niet goed gefunctioneerd zou hebben.11 We hebben nueenmaal te maken met de realiteit dat toetsprestaties van scholenverschillen en dat scholen vervolgens onevenwichtig verdeeld zijn over dediverse toetsen.In de onderzoeksagenda is uiteraard oog voor verschillen tussendoorstroomtoetsen die wél kunnen en moeten worden opgelost. Wewillen immers niet dat de ene toets leerlingen beter in staat zou stellenom te laten zien wat ze in hun mars hebben dan de andere toets. Wanneerzulke factoren worden opgespoord, wordt meteen in samenwerking metde verschillende toetsaanbieders gewerkt aan verbeteringen. Dit is eencontinu proces. Zo hebben de doorstroomtoetsaanbieders afgelopen jarensamen nauwe afspraken gemaakt over de opmaak en weergave vanankeropgaven. Door de nieuwe normering komen dit soort technischeverschillen beter in beeld en kunnen toetsaanbieders, met ondersteuningvan stichting Cito, de nodige aanpassingen maken.DUO-cijfers definitieve schooladviezen 2024: veel meerbijstellingenDe adviezen die uit de doorstroomtoets komen (de «toetsadviezen»)kunnen we alleen duiden in de context van de schooladviezen. Dedoorstroomtoets geldt namelijk als objectief, tweede gegeven bij hetschooladvies. Ik wil hierbij benadrukken: dit beleid is erop gericht omleerlingen passend te adviseren. De ene leerroute is niet «hoger» dan deander: iedere leerling verdient een advies dat past bij diens mogelijk-heden, zodat die zich optimaal kan ontwikkelen. Voor sommige leerlingenis dat een mooie plek in het praktijkonderwijs of het vmbo, bij andereleerlingen past het beter om te starten in havo of vwo. Maar, bij debepaling van een geschikte plek moet het niet uitmaken hoeveel diploma’sje ouders hebben, waar je woont en of je een jongen of een meisje bent.Het uitgangspunt is: bij gelijke prestaties op de toets, krijgen leerlingeneen gelijk advies.Bijstellingen: grote stap in bevordering gelijke kansenWanneer uit de doorstroomtoets blijkt dat een leerling over meer kennisen vaardigheden beschikt dan werd verwacht op grond van het school-advies, dan is het vanaf schooljaar 2023–2024 verplicht om het school-advies bij te stellen, tenzij bijstellen niet in het belang van de leerling is.Scholen moeten dan verantwoorden waarom ze het advies niet of maargedeeltelijk bijstellen. Voor leerlingen met een schooladvies praktijkon-10De grote onderlinge verschillen tussen scholen waren dit jaar bijvoorbeeld ook een belangrijkonderwerp in de Staat van het Onderwijs. Inspectie van het Onderwijs (2024), «Rapport DeStaat van het Onderwijs 2024».11https://sectorrapportage.poraad.nl/themarapportage-doorstroomtoets/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7414 derwijs, die de doorstroomtoets maken en het toetsadvies pro/vmbo-bbkrijgen, geldt dat er niet hoeft worden bijgesteld.12 Bij deze maatregelhouden we rekening met hoe toetsen werken. Iedereen heeft namelijk weleens een slechte dag waarop je niet kunt laten zien wat je in je mars hebt.Aan de andere kant geldt: je kunt niet per ongeluk boven je echte kunnenscoren op de toets. Daarom wordt het schooladvies alleen bijgesteld,wanneer uit de toets blijkt dat een leerling baat heeft bij meer uitdaging.Driekwart van de leerlingen die op de toets liet zien over meer vaardig-heden en kennis te beschikken, krijgt nu de kans om die vaardighedenverder te ontwikkelen in een leerroute die volgens de toets passender is.13Afgelopen jaren was dat minder dan een derde van de leerlingen die opde toets lieten zien meer uitdaging aan te kunnen.14 Met het doel voorogen dat leerlingen bij gelijke resultaten gelijke kansen verdienen, is diteen cijfer waar ik blij mee ben. In de afgelopen jaren was er nog in te veelgevallen sprake van onderadvisering. Met name leerlingen uit gezinnenwaar het financieel moeilijk ging, leerlingen uit niet-stedelijke gebieden,leerlingen uit gezinnen met een migratieachtergrond en meisjes kregenminder kansen in hun schooladvies, terwijl ze dezelfde resultatenbehaalden als andere leerlingen. Het hoge aantal bijstellingen draagt bijaan gelijkere kansen in de overgang van po naar vo. Met monitoringhouden we er zicht op of groepen leerlingen die te maken hebben metstructurele onderadvisering, evenredig profijt hebben van de nieuwemaatregel. Aangezien deze leerlingen onevenredig vaak in aanmerkingkomen voor een bijstelling, ligt dit wel in de lijn der verwachting.Een leerling die op de doorstroomtoets laat zien een bepaalde uitdagingaan te kunnen, moet in beginsel de kans krijgen om dat in het vo te gaanuitproberen. Maar: scholen blijven leidend in het schooladvies en kunnenhierin hun eigen, professionele afweging maken. Dat scholen van dieautonomie gebruik maken, blijkt ook uit de cijfers: van elke vier leerlingendie in aanmerking kwamen voor een bijstelling, hebben scholen dit jaar bijéén leerling besloten het schooladvies niet bij te stellen.Voorlopige schooladviezen, toetsadviezen en definitieve schooladviezenIn de bijlage presenteer ik de landelijke cijfers voor de toetsadviezen en deschooladviezen. Dit is een voorlopig beeld op basis van informatie vanDUO. Dit najaar worden de data achter deze tabellen officieel vastgestelden openbaargemaakt. In het voorjaar van 2025 ontvangt uw Kamer zoalsieder jaar een uitgebreide analyse van de data via de DUO MonitorSchooladvies en doorstroomtoets.15 Een aantal belangrijke conclusies opbasis van deze cijfers:16–We zien minder enkelvoudige adviezen, de dubbele adviescategorieënzijn allemaal gestegen. In 2022–2023 waren 33 procent van de adviezendubbel, dit jaar zijn dat er 44,4 procent. Deze trend zien we al eenaantal jaar.1712Zie ook Handreiking schooladvisering, hoofdstuk 6. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2020/10/12/handreiking-schooladvisering13Zie bijlage 2, tabel 4.14Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2022-2023 | Rapport | Rijksoverheid.nl15In die uitgebreide analyse worden cijfers over het schooladvies onder andere geduid incontext van de daadwerkelijke instroom in het 1e jaar van het vo, en verder uitgesplitst naarrelevante categorieën, zoals naar sociaaleconomische status, meisjes versus jongens enverschillen tussen stedelijke en niet-stedelijke gebieden. Zie Monitor schooladvies endoorstroomtoets 2022-2023 | Rapport | Rijksoverheid.nl Voorheen heette deze jaarlijksemonitoring het DUO Rapport Wegvallen eindtoets.16Zie bijlage 2, tabel 1,2,3.17Zie ook Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2022-2023 | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7415 –Er is in het algemeen sprake van een teruglopend aantal leerlingen: 2,6procent minder leerlingen dan vorig jaar heeft dan ook een definitiefschooladvies gekregen. Dit heeft invloed op de aantallen leerlingen inde verschillende leerroutes.–We zien een daling van 0,1 procentpunt in de definitieve schooladvie-zen voor het praktijkonderwijs.–We zien minder vmbo-adviezen dan vorig jaar. In 2022–2023 was 39,6procent van de definitieve schooladviezen een vmbo-advies, in2023–2024 35 procent.18–Ingezoomd op het vmbo zien we minder beroepsgerichte vmboadviezen: de vmbo-adviezen van vmbo-bb, vmbo-kb en vmbo-gt (en dedaartussen gelegen dubbele adviezen) waren in 2022–2023 goed voor17,6 procent van het totaal aantal definitieve adviezen, dit jaar was dat14,1 procent.–We zien vooral meer dubbele havo/vwo-adviezen: in 2022–2023 warendat 11,9 procent van de adviezen, in 2023–2024 15,8 procent.–Het aantal definitieve schooladviezen vwo is min of meer gelijkgebleven. Het toetsadvies vwo is dit jaar minder gegeven dan vorigjaar, maar dat heeft niet geleid tot grote wijzigingen in de schooladvie-zen: leerlingen met een voorlopig schooladvies vwo behouden immershun advies. In 2022–2023 ging het om 20,3 procent van de definitieveschooladviezen, dit jaar is het 20,8 procent.In verschillende media werden de afgelopen tijd zorgen geuit over debijstellingen en schooladviezen: zo waren er zorgen over de lagereaantallen schooladviezen voor het vmbo en het praktijkonderwijs.Doelgroep vmboZoals hierboven genoemd zien we met name in het vmbo een aantalveranderingen optreden in de definitieve schooladviezen ten opzichte vanvorig jaar. Er is een daling in het totaal aantal vmbo-adviezen. Daarnaastis een verschuiving binnen de vmbo-adviezen zichtbaar, van de beroeps-gerichte leerwegen naar de theoretische leerweg. Het voortgezetonderwijs had in algemene zin al te maken met leerlingendaling entoename van het gemiddelde onderwijsniveau, ontwikkelingen die metname bij het vmbo hebben gezorgd voor een teruglopend leerlingaantal.Toch zien we leerlingen niet vastlopen: de meeste leerlingen in het vmbohalen hun diploma op het instroomniveau, en stromen door naar het mbowaar zij hun mbo-diploma ook vaak op instroomniveau halen.19Om te zien hoe deze schooladviezen zich precies gaan vertalen in depraktijk, houden we via DUO scherp zicht op de instroomcijfers vankomend schooljaar. In het najaar hebben we hier een eerste indruk van.Hierbij hebben we ook oog voor de organiseerbaarheid en andere vragendie hieruit voortkomen bij scholen, bijvoorbeeld wat betreft hunhuisvesting of lerarenformatie. De precieze verdeling van leerlingen overscholen waar vmbo-onderwijs wordt gegeven, hangt natuurlijk ook sterkaf van regionale afspraken, het plaatselijke aanbod en de keuzes dieouders en leerlingen maken.Vooruitlopend op de feitelijke instroomcijfers lag een verschuiving binnende vmbo-adviezen in de lijn der verwachting. We zien al jaren datleerlingen met een voorlopig schooladvies vmbo-bb vaker hoger scorenop de toets (dan verwacht op grond van het schooladvies) dan leerlingen18Als je het dubbele advies vmbo-t/havo meerekent is het aantal leerlingen met vmbo in hetadvies bijna gelijk gebleven: van 50,6 procent in 2022–2023 naar 49,7 procent in 2023–2024.19DUO (2024). Opwaartse druk bij de doorstroom van het vmbo naar het mbo. Zie: Resultatendoorstroom vmbo-mbo - Publicaties - DUO.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7416 met andere voorlopige schooladviezen.20 En dat leerlingen een bijgesteldadvies in het voortgezet onderwijs ook vaak waarmaken.21 Het was dus teverwachten en ook wenselijk dat deze groep nu vaak een bijstelling zougaan krijgen.Doelgroep Praktijkonderwijs (pro)Vorig jaar kreeg 1,2 procent van de leerlingen in het regulier een voorlopigschooladvies pro (ongeveer 2000 leerlingen), dit jaar 1,3 procent(ongeveer 2200 leerlingen).22 Vanwege het relatief laag aantal leerlingenhebben kleine wijzigingen al snel een grote impact op de percentages ende onderwijspraktijk. Het merendeel van de leerlingen met een voorlopigadvies pro maakt de doorstroomtoets.23 Zoals eerder genoemd, geldt datbij leerlingen met een voorlopig schooladvies pro, die op de doorstroom-toets het toetsadvies pro/vmbo-bb halen, het schooladvies niet hoeft teworden bijgesteld.24 Hier is het onderwijsveld meermaals over geïnfor-meerd. Wat valt op aan de cijfers omtrent toetsadviezen en schoolad-viezen bij pro (tabellen 5 tot en met 10):–Net als vorig jaar liet bijna 60 procent van de leerlingen met eenvoorlopig schooladvies pro, die in het regulier onderwijs zitten én dedoorstroomtoets maken, op de toets zien vmbo-bb/vmbo-kb of meertheoretisch vervolgonderwijs aan te kunnen.25–62,6 procent van de leerlingen met een voorlopig schooladvies pro diein aanmerking kwamen voor een bijstelling, heeft ook daadwerkelijkeen bijgesteld advies gekregen.26 Dat ging concreet om iets meer dan500 leerlingen.27–Van de leerlingen in het regulier basisonderwijs met een voorlopigschooladvies pro, die een bijstelling hebben gekregen, had 86,4procent een toetsadvies vmbo-bb/vmbo-kb, vmbo-kb-gl of vmbo-gl-tl.28 De overige 13,6 procent van de leerlingen die een bijstelling heeftgekregen had een toetsadvies pro/vmbo-bb.29In een klein aantal gevallen (minder dan 150 leerlingen) hebben scholendus afgeweken van de uitzonderingsregel voor leerlingen met eenvoorlopig schooladvies pro, die als toetsadvies pro/vmbo-bb hebbengekregen. Ik heb er alle vertrouwen in dat scholen hierin een welover-wogen keuze hebben gemaakt. Anderzijds krijg ik signalen dat scholendoor ouders onder druk zouden zijn gezet om, ondanks de uitzonderings-20Dit heeft onder andere te maken met de toetsadviescategorieën: leerlingen met een enkel-voudig advies vwo kunnen immers geen bijstelling meer krijgen. Zie ook Monitor school-advies en doorstroomtoets 2022-2023 | Rapport | Rijksoverheid.nl21Voor cijfers omtrent doorstroom, zie De Staat van het Onderwijs 2023, Inspectie van hetOnderwijs, p. 59. Hierin staat dat bijna 80 procent van de leerlingen met een bijgesteld adviesin leerjaar 3 van het vo nog steeds op het schooltype zit dat zij door de bijstelling kregen.22Als we het bo, sbo en so samennemen gaat het om 3,2 procent (ca. 5800 leerlingen) in2022–2023 en 3,4 procent (ca. 6000 leerlingen) in 2023–2024.23Bij leerlingen die de toets niet maken, gaat het met name om leerlingen met een IQ onder de75. Zie ook Handreiking schooladvisering, p. 8. In schooljaar 2022–2023 deed 52,8 procent vande leerlingen in het regulier onderwijs met een voorlopig schooladvies pro mee aan de toets,dit jaar was dat 59,6 procent. Voor bo, sbo en so samen was het in 2022–2023 63,7 procent enin 2023–2024 68,3 procent. Voor leerlingen die de toets niet maken, geldt dat hun voorlopigschooladvies pro wordt omgezet naar een definitief advies pro.24Uit de doorstroomtoets kan namelijk geen enkelvoudig advies pro komen, omdat dekenmerken voor dat advies niet getoetst kunnen worden met de doorstroomtoets. Dezeuitzondering staat ook vermeld in de Handreiking schooladvisering. Handreiking schooladvi-sering, p. 10 en 40. Er zijn ook leerlingen die ondanks de ontheffing toch de doorstroomtoetshebben gemaakt. Deze leerlingen worden in bijgevoegde cijfers meegenomen.25Voor bo, sbo en so samen was dit 37,6 procent.26Voor bo, sbo en so samen was dit 54,6 procent.27Voor bo, sbo en so samen waren dit ca. 850 leerlingen.28Voor bo, sbo en so samen was dit 85,4 procent.29Voor bo, sbo en so samen was dit 14,6 procent.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7417 regel, schooladviezen voor het praktijkonderwijs bij te stellen. In commu-nicatie zal daarom nog meer bekendheid worden gegeven aan dezeuitzonderingsregel en de mogelijkheid om niet bij te stellen, wanneer ditniet in het belang van de leerling is, alsook de regel dat niet elke leerlingde doorstroomtoets hoeft te maken. Ook geven pro-scholen het signaal afdat zij te maken hebben met teruglopende aanmeldingen. Over dezeontwikkelingen ben en blijf ik in gesprek met de Sectorraad Praktijkon-derwijs, de VO-raad, de PO-Raad en Ouders en Onderwijs. Ik kom hieropterug in de Kamerbrief over het praktijkonderwijs die de Tweede Kamer nade zomer ontvangt.Monitoring en evaluatieZoals gezegd, ontvangt u in het voorjaar van 2025 de DUO MonitorSchooladvies en doorstroomtoets. Daarin worden de effecten onderzochtvan de maatregel bijstellen schooladvies, zoals voor leerlingen uitgezinnen met een lage sociaaleconomische positie. We hebben hier ook inhet bijzonder oog voor de loopbanen van leerlingen die een voorlopigschooladvies praktijkonderwijs of vmbo-bb hadden.Naast doorstroomcijfers bekijken we ook de ervaringen met de Wetdoorstroomtoetsen po. In dat kader zijn bij verschillende partijen de eerstepraktische ervaringen met het nieuwe tijdpad en de nieuwe maatregelschooladvies opgehaald, nadat het tijdpad één keer doorlopen is.30 Deinput gebruiken we om te onderzoeken hoe we de wet doorstroomtoetsenpo kunnen aanscherpen. Ik verwacht uw Kamer in het voorjaar van 2025te informeren over de uitkomsten. Daarnaast start dit najaar een evaluatievan de wet op de langere termijn. De looptijd van dit onderzoek beslaatmeerdere schooljaren en afnames van de doorstroomtoets. Ik verwacht uhierover eind 2027 te informeren.Tot slotMet de nieuwe inrichting van de doorstroomtoetsen zetten we belangrijkestappen om leerlingen zoveel mogelijk kansen te geven bij de overgangnaar het vo. We moeten er zorg voor dragen dat leerlingen ook daadwer-kelijk een passende plek in het vo vinden en dat zij daar voldoendeondersteund worden om zich optimaal te ontwikkelen. Ik vind het vanbelang dat leerlingen de mogelijkheid hebben om ook in het voortgezetonderwijs van leerroute te wisselen. Na het zomerreces zal ik uw Kamerinformeren hoe ik verder werk aan doorstroommogelijkheden omeventuele nadelige effecten van het huidige overgangsmoment teondervangen. Als uw Kamer daar behoefte aan heeft, zijn mijn ambte-naren bereid in samenwerking met het CvTE en stichting Cito eentechnische briefing te geven over het proces rond de doorstroomtoets.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. Paul30De verschillende raden, Ouders en Onderwijs, regionale organisaties die zich bezighoudenmet de overgang van po naar vo, leraren en schoolleiders hebben hiervoor input geleverd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7418

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0891862552b61db2

14 okt 2026 · 21f4036b3f4c0c3a

13 okt 2026 · 4ef8920bfb324d54

Documentversies en bestanden

Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.

Historische bestandscontext niet beschikbaar. De gekozen brontekst blijft ongewijzigd.

Bijlagen

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Bij dit hoofddocument

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie