Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. Verslag informele Raad Algemene Zaken van 11 mei 2026 (Kamerstuk 21501-02-3399)
Brontekst
Versie f5bdecff2c981c68 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3447 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 11 juni 2026 De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over debrief van 18 mei 2026 over inzake de geannoteerde agenda RaadAlgemene Zaken van 16 juni 2026 (Kamerstuk 21 501–02, nr. 3427), debrief d.d. 16 januari 2026 inzake de Kabinetsreactie AIV-advies loyalesamenwerking in de EU (Kamerstuk 36 715, nr. 31) en de brief d.d. 18 mei2026 inzake het Verslag informele Raad Algemene Zaken van 11 mei 2026(Kamerstuk 21 501–02, nr. 3399).De vragen en opmerkingen zijn op 8 juni 2026 aan de Minister vanBuitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 11 juni 2026 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,Van MeetelenDe griffier van de commissie,Blom kst-21501-02-3447ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34471 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie vande bewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie9 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken. Hierover hebben zijde volgende vragen.De leden van de D66-fractie vragen hoe het kabinet staat tegenover hetvoorstel van de Europese Commissie om hoofdstuk 2 van de onderhande-lingen met Montenegro over toetreding tot de Europese Unie (EU) tesluiten.1. Antwoord van het kabinet Hoofdstuk 2 omvat onder andere de toegang tot de arbeidsmarktin lidstaten, coördinatie van socialezekerheidsstelsels,versterking van de capaciteit van de arbeidsinspectie, en samen-werking tussen lidstaten en de Europese Arbeidsautoriteit. Bij debehandeling van de Draft Common Position (DCP) voor dithoofdstuk zijn tevens de transitiemaatregelen behandeld voor vrijverkeer van werknemers en voor arbeidsmobiliteit op grond vanhet vrij verkeer van diensten afspraken vastgelegd.Het kabinet weegt de bredere (rechtsstaats-)situatie in Monte-negro zodanig dat het een kritisch-constructieve grondhoudingheeft ten aanzien van voorstellen van de Commissie voor hetonder voorbehoud sluiten van individuele hoofdstukken. Hetkabinet kan dit steunen, mits Montenegro blijvend investeert inversterking van de administratieve en personele capaciteit, enaan de beleidsinhoudelijke closing benchmarks voor individuelehoofdstukken is voldaan.1 Voor hoofdstuk 2 ziet de benchmarkop het instellen van adequate organisatorische structuren enadministratieve en personele capaciteit om op het moment vantoetreding toe te zien op effectieve implementatie van hetEU-acquis dat valt onder hoofdstuk 2.Nederland heeft tijdens de behandeling van de DCP in Brusselopgeroepen tot deugdelijke implementatie van hervormingen ennauwe, blijvende monitoring door de Commissie. Voor detransitiemaatregelen voor vrij verkeer van werknemers heeftNederland een verlenging van de mogelijke maximumduur met 2jaar gerealiseerd. Daarmee wordt het mogelijk om arbeidsmobi-liteit na EU-toetreding van Montenegro voor een initiële periodevan 4 jaar te beperken, wat vervolgens nog verlengd kan wordenmet achtereenvolgens 3 en 2 jaar. Bij eerdere toetredingenbedroegen de maximale termijnen voor deze overgangsmaatregel1Kamerstuk 23 987, nr. 398Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34472 2+3+2 jaar. Ook is het op verzoek van Nederland mogelijkgeworden om de bredere maatschappelijke gevolgen, zoals ophuisvesting, mee te wegen bij een eventueel besluit totverlenging. Tot slot heeft Nederland naast het vrij verkeer vanwerknemers ook transitiemaatregelen voor arbeidsmobiliteit opgrond van het vrij verkeer van diensten vastgelegd in een aantalsectoren die volgens het Roemer-rapport2 als risicosector gezienworden voor misstanden en uitbuiting van laagbetaalde arbeids-migranten. Voor deze transitiemaatregelen geldt dezelfdemaximumduur als voor het vrij verkeer van werknemers.Het kabinet steunt het onder voorbehoud sluiten van dithoofdstuk, nu de Commissie bevestigt dat Montenegro aan declosing benchmark voldoet, en de transitiemaatregelen naartevredenheid zijn verstevigd. Naar verwachting zal er in de Raadunanieme steun zijn voor deze stap en wordt en marge van deRaad Buitenlandse Zaken van 15 juni een IntergouvernementeleConferentie georganiseerd om deze stap te markeren.Wat zijn de exacte aandachtspunten van het kabinet bij de compromis-teksten voor de gedeeltelijke algemene oriëntaties (PGA’s) en op welkepunten komen zij nog niet overeen met het kabinetsstandpunt?2. Antwoord van het kabinet De laatste versies van de compromisteksten voor de gedeeltelijkealgemene oriëntaties (PGA’s) zijn grotendeels in lijn met dekabinetsinzet zoals geformuleerd in de Kamerbrief van 22 mei jl.3Voor de PGA inzake de nationale en regionale partnerschaps-plannen (NRPP) heeft het kabinet met name aandacht voor deuitvoerbaarheid van de plannen en de aanscherping van derechtsstaatconditionaliteiten. Ten aanzien van de PGA van hetEuropees Concurrentievermogenfonds (ECF) pleit het kabinet metgelijkgestemde lidstaten voor het vasthouden aan excellentie alsuitgangspunt en kijkt het kabinet nauwgezet naar de toegang enrestricties omtrent de governance in het ruimtevaartdomein. Ookhecht het kabinet eraan dat het defensie-industrie hoofdstukbinnen het ECF open staat voor associatie van derde landen. Metbetrekking tot de PGA in Global Europe zijn betrokkenheid vande Raad en een effectieve en juridisch houdbare migratieconditio-naliteit belangrijke aandachtspunten voor het kabinet.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda ter voorbereiding op de Raad AlgemeneZaken d.d. 16 juni 2026. Naar aanleiding van deze agenda hebben deleden nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie constateren dat het tijdens deze Raad onderandere zal gaan over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Volgens degeannoteerde agenda kan het kabinet zich grotendeels vinden in deinhoud van de gedeeltelijke algemene oriëntatie voor het fonds voorNationale en Regionale Partnerschapsplannen, het Europees Concurren-2«Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederlandtegen te gaan,» Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, oktober 2020.3Kamerbrief d.d. 22 mei 2026 inzake update van de inzet van het kabinet ten aanzien van deonderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader en het eigenmiddelenbesluit van de EUvoor de periode 2028–2034, Kamerstuk 22 112, nr. 4357.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34473 tievermogenfonds en Europa in de Wereld. Wel heeft het kabinet nogaandachtspunten in de verordeningen, waaronder een verdere versterkingvan de rechtstaat. Op welke manier is het kabinet van plan om via debetreffende verordeningen meer aandacht voor rechtstatelijke aspecten tecreëren? Houdt de inzet van het kabinet in dat bepaalde gelden uit defondsen niet naar lidstaten mogen vloeien waarbij de rechtstaat niet oporde is, of wordt hiermee een andere vorm van versterking van derechtstaat bedoeld? Wat zijn de andere aandachtspunten betreffende deverordeningen waar het kabinet naar verwijst in de geannoteerde agenda,en verwacht het kabinet dat er voor het bereiken van deze aandachts-punten een meerderheid te vinden is?3. Antwoord van het kabinet Het kabinet is van mening dat lidstaten die de rechtsstaat enfundamentele waarden niet respecteren hun recht op Europeesgeld verliezen. Samen met gelijkgezinde lidstaten zet het kabinetzich in voor zowel het behoud van de door de EuropeseCommissie voorgestelde versterking van de rechtsstaatconditio-naliteiten, als voor verdere aanscherping van de rechtsstaat- enHandvestconditionaliteiten in het volgend Meerjarig FinancieelKader (MFK). De versterkte rechtsstaatconditionaliteiten voor hetvolgend MFK zijn met name opgenomen in de huidige compromis-tekst voor het NRPP. Deze compromistekst bevat horizontalevoorwaarden die betrekking hebben op de rechtsstaatbeginselenen het EU-grondrechtenhandvest. Als een lidstaat niet (meer) aandeze voorwaarden voldoet, vindt geen uitbetaling plaats. Ookmoeten lidstaten in hun plannen laten zien dat zij opvolginggeven aan de landenspecifieke aanbevelingen op het terrein vanrechtsstaat uit het rechtsstaatrapport en het Europees Semester.Dit sluit grotendeels aan bij de eerdergenoemde inzet van hetkabinet. Zie ook de beantwoording van de vorige vraag overandere aandachtspunten van het kabinet inzake PGA’s.De leden van de VVD-fractie constateren voorts dat er tijdens de Raad stilzal worden gestaan bij de «Eén Europa, één markt»-routekaart. Deze ledenondersteunen de overkoepelende intentie van deze routekaart om deregeldruk in Europees verband, daar waar mogelijk, tegen te gaan. Welkestappen is het kabinet van plan te zetten om ervoor te zorgen dat dezeroutekaart zo snel mogelijk tot concrete resultaten zal leiden?4. Antwoord van het kabinet Alle acties in de routekaart sluiten aan bij het kabinetsvoor-nemen uit het coalitieakkoord om de interne markt te voltooien.Meer specifiek werkt het kabinet aan versterking van deEuropese interne markt op grond van de interne-markt actie-agenda. Deze is recent geactualiseerd en u bent hierover bij briefgeïnformeerd.4 Versterking van de interne markt ligt in onzeeigen handen en hangt niet af van externe factoren. Diverseacties in de routekaartzijn onderdeel van de actieagenda. Hetkabinet zal bewaken dat het interne-marktperspectief explicietbij alle onderdelen van de routekaart wordt meegenomen.De leden van de VVD-fractie stellen vast dat het tijdens de Raad ook zalgaan over de Artikel 7-procedure die in 2018 tegen Hongarije is gestart.Net als het kabinet menen deze leden dat de verkiezingswinst van Magyareen positieve ontwikkeling is. Wel constateren zij dat het kabinet middelseen Benelux-interventie aandacht zal vragen voor de thema’s waarover4Kamerstuk 22 112, nr. 4361Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34474 richting Hongarije nog zorgen bestaan. Over welke thema’s gaat het, enwelke verbeteringen hebben er op deze thema’s sinds de installatie vanMagyar in Hongarije plaatsgevonden?5. Antwoord van het kabinet De artikel 7-procedure tegen Hongarije richt zich op zorgen overonafhankelijkheid van de rechterlijke macht, corruptie enbelangenverstrengeling, ruimte voor het maatschappelijkmiddenveld, gelijke rechten voor minderheden, academischevrijheid en mediavrijheid en privacy en gegevensbescherming.De nieuwe Hongaarse regering laat zien dat zij een serieuzeEuropese koers wil varen en zet zich in voor het herstel van derechtsstaat en de bescherming van de Europese waarden. Ditwerd ook bevestigd tijdens het bezoek van de Minister vanBuitenlandse Zaken aan Boedapest op 1 juni jl., het eerstebuitenlandbezoek dat Minister Anita Orbán ontving. Hongarijeheeft inmiddels besloten om deel te nemen aan het EuropeesOpenbaar Ministerie, om de terugtrekking uit het InternationaalGerechtshof (ICC) te herroepen en om een wetvoorstel in tedienen om het Soevereiniteitsbureau op te heffen. Hongarije zaltijdens deze Raad de voortgang verder toelichten.Het kabinet zal middels een Benelux-interventie optimismeuitdragen over de door de nieuwe Hongaarse regering ingezettekoers en de verwachtingen uitspreken dat Hongarije debenodigde duurzame hervormingen zal doorvoeren, bijvoorbeeldop het terrein van anti-corruptie, belangenverstrengeling,rechterlijke onafhankelijkheid, academische vrijheid en gelijkerechten van minderheden.De leden van de VVD-fractie hebben tot slot nog enkele vragen over hetEU-toetredingsproces van Montenegro. Deze leden constateren dat er op22 april 2026 een ad hoc werkgroep is opgericht om een toetredings-verdrag met Montenegro op te stellen. Wat zijn tot dusver de resultatenvan deze ad hoc werkgroep? Op welke manier is deze werkgroep van planom invulling te geven aan de ambitie van de Europese Commissie om tewerken aan een nieuwe generatie EU-toetredingsverdragen? In hoeverreis dit begrip al concreet ingevuld voor Montenegro, en wat zullen deconsequenties hiervan voor Montenegro, de EU, en Nederland zijn?6. Antwoord van het kabinet De werkgroep richt zich nu eerst op technische aanpassingen aanhet EU-acquis die nodig zijn bij toekomstige EU-toetreding vanMontenegro. In een latere fase start de groep met werken aan hettoetredingsverdrag, en wordt er gesproken over aanvullendewaarborgen en overgangsmaatregelen. Naar verwachting zaldaarover ook discussie plaatsvinden in de RaadswerkgroepCOELA en in Coreper over welke waarborgen en overgangsmaat-regelen lidstaten en de Commissie wenselijk en noodzakelijkachten. Uw Kamer heeft als bijlage bij de KamerbriefEU-uitbreiding, waarborgen en de Toekomst van Europa5 eennon-paper ontvangen met daarin ideeën voor (gerichte)overgangsmaatregelen en waarborgen.5Kamerbrief inzake EU-uitbreiding, waarborgen en de Toekomst van Europa, Kamerstuk 23 987,nr. 412Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34475 Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda van de Raad Algemene Zaken van 16 juni. Over deze agendahebben deze leden de volgende vragen.De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet precies uiteen te zettenwelke onderdelen van de voorgestelde gedeeltelijke algemene oriëntatiesvoor de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP), hetEuropees Concurrentievermogen en «Europa in de wereld» onomkeerbarepolitieke of financiële gevolgen kunnen hebben, ondanks de stelling vanhet kabinet dat er nog geen besluitvorming plaatsvindt over de overkoe-pelende financiële elementen van het MFK.De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet per verordening aan tegeven welke bevoegdheden, beleidsruimte of uitvoeringsmachtverschuiven van lidstaten naar de Europese Commissie.7. Antwoord van het kabinet Met het vaststellen van de deelakkoorden (PGA’s) wordt tijdigesturing gegeven en de Raadsinzet voor het volgend MFK tijdelijkvastgezet om informele gesprekken over de verordeningen methet Europees Parlement te kunnen starten. Na consultaties methet Europees Parlement en definitief akkoord in de EuropeseRaad over de «negotiating box» worden de verordeningen naderuitgewerkt. Er worden op dit moment dus geen onomkeerbarestappen gezet. De gemoderniseerde structuur van het MFK, metmeer resultaatgerichte financiering, heeft gevolgen voor debesluitvorming over de besteding van EU-middelen. Bij resultaat-gerichte financiering vindt uitbetaling immers plaats op basis vanvooraf afgesproken mijlpalen en doelstellingen. Het kabinet ishier voorstander van omdat het de effectiviteit van EU-middelenkan vergroten. Het kabinet heeft daarbij telkens scherp aandachtvoor een passende rolverdeling tussen de lidstaten, de Raad en deCommissie. Zo heeft Nederland gepleit voor het garanderen vanbetere betrokkenheid van de Raad en het inperken vanzelfstandige uitvoeringsbevoegdheden voor de Commissie, in hetbijzonder in het kader van het NRPP en Global Europe.De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet aan te geven of hetEuropees Semester, en de landenspecifieke aanbevelingen, volgens hetkabinet ook gebruikt mogen worden om Nederland aan te spreken opnationale keuzes rond belastingen, hypotheekrenteaftrek, woningmarkt,pensioenstelsel, arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Deze leden verzoekenhet kabinet te bevestigen dat landenspecifieke aanbevelingen formeel nietbindend zijn, maar in de praktijk steeds vaker kunnen worden gekoppeldaan EU-financiering, begrotingsregels en politieke druk vanuit Brussel.8. Antwoord van het kabinet De landenspecifieke aanbevelingen zijn op zichzelf genomen nietbindend. De landenspecifieke aanbevelingen die de Commissievoorstelt zijn in de ogen van het kabinet gebaseerd op eengrondige analyse in de landenrapporten die de Commissie opstelten aanbevelingen van de Raad voor het economische beleid vande eurozone. Hierbij vindt het kabinet het belangrijk dat delandenspecifieke aanbevelingen de lidstaten een voldoende matevan beleidsvrijheid geven om deze te adresseren. VoldoendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34476 beleidsvrijheid is van belang voor nationaal draagvlak, eigenaar-schap en uitvoerbaarheid.In het voorstel van de Europese Commissie voor het nieuwe MFKworden de landenspecifieke aanbevelingen gekoppeld aanEU-financiering.6 Een deel van de EU-middelen zal wordenverstrekt via NRPP, het nationale plan dat door de lidstaat zelf zalworden opgesteld. Deze plannen moeten volgens het Commissie-voorstel een significant deel van de uitdagingen die zijn geïdenti-ficeerd in het kader van het Europees Semester, in het bijzonderin de landenspecifieke aanbevelingen, adresseren.De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet toe te lichten waaromde Artikel 7-procedure tegen Hongarije in de agenda expliciet wordtgekoppeld aan aansluiting bij het gemeenschappelijk buitenlands- enveiligheidsbeleid, waaronder steun aan Oekraïne en sancties tegenRusland, en daarbij te bevestigen dat deze rechtsstaatprocedure en debeoordeling van EU-financiering uitsluitend mogen worden gebaseerd opobjectieve juridische voorwaarden en niet mogen worden gebruikt alspolitiek drukmiddel om democratisch gekozen regeringen tot buitenland-politieke gehoorzaamheid aan Brussel te dwingen.9. Antwoord van het kabinet Zoals in het antwoord op vraag 4 is toegelicht zal het kabinetmiddels een Benelux-interventie optimisme uitdragen over dedoor de nieuwe Hongaarse regering ingezette koers en deverwachtingen uitspreken dat HON de benodigde duurzamehervormingen zal doorvoeren. Aansluiting bij het Gemeenschap-pelijk Buitenland en Veiligheidsbeleid (GBVB), waaronder steunaan Oekraïne en sancties tegen Rusland vormen geen onderdeelvan de artikel 7-procedure tegen Hongarije.Tegelijkertijd zet het kabinet zich in conform de motie VanLanschot c.s.7, die de regering verzoekt om zich er in EU-verbandbij de Europese Commissie voor in te zetten dat Hongarije derechtsstaat herstelt, zich opnieuw in lijn brengt met gedeeldewaarden en het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheids-beleid zoals steun aan Oekraïne en sancties tegen Rusland, en dehervormingen doorvoert om te voldoen aan de voorwaarden voorEuropese financiering.De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet uiteen te zetten welkeconcrete gevolgen het onder voorbehoud sluiten van hoofdstuk 28 metMontenegro heeft voor het verdere toetredingsproces. Deze ledenverzoeken het kabinet daarnaast de mogelijke gevolgen voor het ondervoorbehoud sluiten van hoofdstuk 2 over vrij verkeer van werknemersmet Montenegro voor Nederland in kaart te brengen, waaronder druk opsociale voorzieningen en extra druk op de arbeids- en woningmarkt.10. Antwoord van het kabinet Het onder voorbehoud sluiten van hoofdstuk 28 heeft geengevolgen voor overige onderdelen van het toetredingsproces.Montenegro zal voor elk hoofdstuk aan de relevante closingbenchmarks moeten voldoen. Na het onder voorbehoud sluitenvan hoofdstuk 28 en van hoofdstuk 2 zullen 16 van de 336Kamerstuk 22 112, nr. 41447Kamerstuk 21 501–02, nr. 3383Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34477 hoofdstukken in de toetredingsonderhandelingen met Monte-negro onder voorbehoud zijn gesloten.Bij de behandeling van de Draft Common Position voor hoofdstuk2 heeft Nederland rekening gehouden met het kwantitatiefonderzoek door het Centraal Planbureau8, waaruit deverwachting naar voren komt dat arbeidsmigratie relatief beperktzal toenemen door de toekomstige toetreding van Montenegro.Toetreding van Montenegro zonder transitiemaatregelen zorgtnaar verwachting voor ca. 4.000 extra arbeidsmigranten inNederland tien jaar na toetreding volgens het CentraalPlanbureau. Dit zal waarschijnlijk beperkt drukken op de socialevoorzieningen, arbeids- en woningmarkt, maar neemt niet wegdat we hierop goed voorbereid moeten zijn. Nederland heeftdaarom bij de behandeling van hoofdstuk 2 stevig ingezet op eenlangere maximale duur van de transitiemaatregelen voor verkeervan werknemers en transitiemaatregelen voor arbeidsmobiliteitop grond van het vrij verkeer van diensten en hierbij resultaatbehaald. Bij de eventuele verlenging van transitiemaatregelenwordt voortaan bovendien ook de impact op onder meer dewoningmarkt meegewogen. Zie hierover ook het antwoord opvraag 1.De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsre-actie op het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV)en hebben daarover nog enkele vragen. Deze leden verzoeken het kabinette bevestigen dat een tegenstem of het gebruik van een veto door eenlidstaat volgens de AIV niet kan worden beschouwd als een schendingvan de plicht tot loyale samenwerking, en uiteen te zetten waarom hetkabinet desondanks inzet op afschaffing van het vetorecht binnen hetGemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid en het Gemeen-schappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid.11. Antwoord van het kabinet Elke lidstaat heeft het recht om bij besluitvorming in de Raadtegen te stemmen. De Adviesraad Internationale Vraagstukken(AIV) is van mening dat het uitbrengen van een tegenstem geenschending is van het beginsel van loyale samenwerking injuridische zin. Er kan volgens de AIV in de context van besluit-vorming wel sprake zijn van een schending van de politiekegedragsnorm die in dit beginsel besloten ligt. Het kabinet zet inop uitbreiding van meerderheidsbesluitvorming in GBVB om deeffectiviteit van het GBVB te vergroten, in lijn met de motie Klos9en motie Klos en Van der Lee10, waarmee een breder doel wordtgediend dan enkel omgaan met (gepercipieerd) niet-loyaalstemgedrag.De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet daarnaast toe te lichtenwaar voor het kabinet de grens ligt tussen een legitiem nationaal belangvan een lidstaat en zogenoemd «ondermijnend gedrag.»8Zie https://www.cpb.nl/persbericht/eu-uitbreiding-leidt-naar-verwachting-tot-beperkte-extra-migratie-naar-nederland en de aanbiedingsbrief bij Kamerstuk 21 501–31, nr. 8099Kamerstuk 21 501–20, nr. 233810Kamerstuk 21 501–02, nr. 3400Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34478 12. Antwoord van het kabinet Elke lidstaat kan in onderhandelingen en bij stemming over eenbesluit in EU-verband opkomen voor nationale belangen, zo ookNederland. Door legitieme nationale belangen kenbaar te makenis het vaak mogelijk om gezamenlijk tot een compromis tekomen. In bepaalde omstandigheden kan een positie in onderhan-delingen of stemgedrag als ondermijnend worden ervaren. Eenindicatie daarvoor kan bijvoorbeeld zijn wanneer er geen recht-streeks verband bestaat tussen het besluit dat op tafel ligt en hetnationale belang waaraan wordt gerefereerd.De leden van de PVV-fractie verzoeken het kabinet uiteen te zetten hoe hetbegrip «loyale samenwerking» wordt afgebakend, zodat dit niet kanworden gebruikt als politiek drukmiddel tegen democratisch gekozenregeringen die een andere koers varen op migratie, klimaat, buitenland-beleid of EU-uitbreiding.13. Antwoord van het kabinet Elke lidstaat heeft het recht om tegen te stemmen en op tekomen voor nationale belangen. Het beginsel van loyale samen-werking omvat, zoals toegelicht door de AIV, niet alleen eenjuridische norm maar ook de politieke gedragsnorm ombereidheid te tonen om mee te werken aan compromissen tenbehoeve van de besluitvorming. De praktijk toont aan dat deovergrote meerderheid van besluiten in de Raad worden vastge-steld met consensus, waarbij nationale belangen zoveel mogelijkworden meegenomen.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 16 juni2026 en het AIV-advies «De kracht van loyale samenwerking binnen deEU», en de kabinetsreactie daarop. Deze leden delen de kernboodschapvan het advies dat Europese samenwerking niet vrijblijvend is. Juist ineen tijd van oorlog op het Europese continent, geopolitieke druk eneconomische onzekerheid moet de Europese Unie slagvaardig zijn. Datvraagt om lidstaten die elkaar ruimte geven, maar ook om lidstaten diegemaakte afspraken nakomen. Wie lid is van een rechtsgemeenschap, kanimmers diezelfde rechtsgemeenschap niet van binnenuit ondermijnen.Deze leden hebben enkele vragen bij het advies en de kabinetsreactie.Kabinetsreactie AIV-advies loyale samenwerking in de EUAanbeveling 1: Zorg dat ondermijnend gedrag niet loontDe leden van de CDA-fractie steunen het uitgangspunt dat ondermijnendgedrag niet mag lonen. Kan het kabinet concreet maken waar voorNederland de rode lijn ligt? Welke gedragingen kwalificeert het kabinet als«ondermijnend gedrag»?14. Antwoord van het kabinet Zoals aangegeven in antwoord op vraag 11, kan bepaald gedragvan lidstaten tijdens het besluitvormingsproces als ondermijnendworden ervaren. Daarnaast wijst de AIV op ondermijnend gedragna de fase van besluitvorming. Bijvoorbeeld als een lidstaat zichniet houdt aan de gemaakte afspraken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34479 De AIV adviseert om ondermijnend gedrag in het buitenlandbeleid waarmogelijk te omzeilen, onder meer door vaker gebruik te maken vangekwalificeerde meerderheid, constructieve onthouding of nauweresamenwerking. Deze leden zijn positief over «constructieve onthouding».Dat kan voorkomen dat één lidstaat de hele EU blokkeert. Is het kabinetbereid in EU-verband te pleiten voor een politieke afspraak dat lidstateneen veto of constructieve onthouding altijd schriftelijk en openbaarmotiveren? Zou dat volgens het kabinet helpen om misbruik van het vetotegen te gaan?15. Antwoord van het kabinet Een politieke afspraak om een veto of constructieve onthoudingschriftelijk of openbaar te motiveren, kan bijdragen aan samen-werking tussen lidstaten en daarmee aan de effectiviteit vanbeleidsterreinen waarvoor unanimiteit geldt, zoals het GBVB. Hetkabinet zet zich in voor een effectiever GBVB onder meer dooruitbreiding van meerderheidsbesluitvorming in lijn met de motieKlos11 en motie Klos en Van der Lee.12 Het kabinet staat ervooropen de politieke verklaring als optie mee te nemen in verdereverkenning van mogelijkheden om de effectiviteit van het GBVB,of andere beleidsterreinen waarvoor unanimiteit geldt, tevergroten.De leden van de CDA-fractie vinden het zorgelijk als nationale leiderstijdens een EU-voorzitterschap de indruk wekken namens de EU tespreken, terwijl zij afwijken van de gezamenlijke EU-lijn. Deelt het kabinetdat dit de geloofwaardigheid van de EU kan schaden, bijvoorbeeldrichting Rusland? Welke maatregelen zijn genomen om te voorkomen dateen roulerend EU-voorzitterschap wordt gebruikt voor nationale buiten-landpolitiek die haaks staat op de EU-lijn?16. Antwoord van het kabinet Het roulerend voorzitterschap van de Raad heeft geen bevoegd-heden op het terrein van EU-externe vertegenwoordiging. Hetkabinet hecht groot belang aan eenheid in het optreden van deEU, en veroordeelt handelingen die deze eenheid ondermijnen.Indien nodig en passend zal Nederland, samen metEU-instellingen en andere lidstaten en van geval tot geval,bespreken welke gevolgen verbonden zouden moeten worden aaneventueel ondermijnend gedrag.Aanbeveling 2: Benut de politieke gereedschapskist om de cultuur vanloyale samenwerking en onderling vertrouwen te versterkenDe leden van de CDA-fractie constateren dat de AIV het belang benadruktvan politieke dialoog, onderling vertrouwen en het bespreekbaar makenvan loyale samenwerking. Is het kabinet bereid loyale samenwerkingactief te agenderen in de Raad Algemene Zaken, zoals de AIV adviseert?Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?17. Antwoord van het kabinet Het kabinet onderschrijft het belang van loyale samenwerking, enbenadrukt dit ook in EU-verband, bijvoorbeeld in de context vanwaarborgen in nieuwe toetredingsverdragen. Het kabinet zet zichervoor in dat toetredingsverdragen het beginsel van loyale11Kamerstuk 21 501–20, nr. 233812Kamerstuk 21 501–02, nr. 3400Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 344710 samenwerking stevig verankeren, zoals uitgelegd in de Kamer-brief EU-uitbreiding, waarborgen en de Toekomst van Europa ende bijgaande non-paper met ideeën voor (gerichte) overgangs-maatregelen en waarborgen.13 In discussies over nieuwe toetre-dingsverdragen en EU-hervormingen, zal het kabinet hier stevigop inzetten.De AIV stelt verder dat vertrouwen vraagt om diplomatieke investering enkennis van het Europese krachtenveld. Het kabinet erkent dat hetpostennet hierbij belangrijk is om goed zicht te krijgen op het krach-tenveld. Deze leden vragen of het kabinet concreet kan maken wat ditbetekent voor de Nederlandse posten in EU-lidstaten en voor de Perma-nente Vertegenwoordiging. Komt er extra capaciteit voor rechtsstaat,EU-besluitvorming en coalitievorming? Hoe wordt geborgd dat Neder-landse diplomaten voldoende Europese ervaring opbouwen?18. Antwoord van het kabinet In het kader van de Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie(IOB) adviezen «Grip door begrip»14 en «Tactisch en praktisch»15heeft het kabinet eerder al geïnvesteerd in de basiskennis van deEU onder ambtenaren, waaronder ook Nederlandse diplomaten.Het kabinet vindt het belangrijk dat ambtenaren over voldoendeEU-kennis beschikken.Ook wordt ingezet om het aantal Nederlanders bij deEU-instellingen te vergroten, zodat ambtenaren meer EU-ervaringop kunnen doen en deze kennis over kunnen brengen binnen hetRijk.In het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Raad, inde tweede helft van 2029 zal moeten worden geïnvesteerd inextra formatieplekken bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken,de andere departementen in Den Haag, plaatsen bij de Europeseposten en bij de Permanente Vertegenwoordiging van Nederlandbij de EU in Brussel. Dit geldt ook voor de EU-kennis enEU-ervaring.Tot slot is van belang dat in het coalitieakkoord is afgesprokenom ter versterking van de positie van Nederland in het buitenlandvanaf 2027 te intensiveren op het postennetwerk van ambas-sades, consulaten-generaal en permanente vertegenwoordi-gingen. Zoals in de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 202616 isopgenomen volgt de nadere uitwerking van de invulling van deintensivering in het postennet in de ontwerpbegroting 2027 vanhet Ministerie van Buitenlandse Zaken.Aanbeveling 3: Benut de juridische gereedschapskist om niet-loyalesamenwerking tegen te gaan ten volleDe leden van de CDA-fractie steunen een strenge koppeling tussenEU-geld en respect voor rechtsstaat en fundamentele rechten. Nederlandsbelastinggeld mag niet bijdragen aan regeringen die de rechtsstaatafbreken of de Unie ondermijnen. De AIV wijst op Artikel 7 en opmogelijkheden om EU-subsidies stil te leggen bij schending van funda-mentele waarden. Deze leden vragen of het kabinet kan toelichten welke13Kamerbrief inzake EU-uitbreiding, waarborgen en de Toekomst van Europa, 23 987, nr. 41214IOB-rapport Grip door begrip15IOB-rapport Tactisch en praktisch16Kamerstuk 36 800 V, nr. 103Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 344711 concrete voorstellen Nederland hiervoor op tafel legt. Gaat het kabinetbijvoorbeeld pleiten voor automatische opschorting van fondsen bijernstige rechtsstaatschendingen? Hoe denkt het kabinet te kunnenvoorkomen dat lidstaten elkaar blijven beschermen en Artikel 7 daardoortandeloos blijft?19. Antwoord van het kabinet Het kabinet zet zich met gelijkgestemde lidstaten onverminderdin om het rechtsstaatinstrumentarium verder te versterken. Hetkabinet zet allereerst in op aanvullende waarborgen terbescherming van de waarden van de EU, waaronder de rechts-staat, in de nieuwe generatie toetredingsverdragen en bij internehervormingen in het licht van toekomstige EU-uitbreiding. Zostelt het kabinet in het kader van nieuwe toetredingsverdrageneen non-regressiebepaling voor die terugval op eerbiediging vanEU-waarden na toetreding verbiedt, zet het kabinet in op eenverplichting tot (onderzoek naar de) inzet van financiële rechts-staatinstrumenten, een vernieuwde vrijwaringsclausule ofregulier handhavend instrumentarium zoals de inbreukpro-cedure,17 en roept het kabinet op tot discussie over het tijdelijkafwijken van de procedurele regels van artikel 7 van hetEU-Verdrag om de effectiviteit van deze procedure te versterken.Daarnaast zet het kabinet zich, in het kader van de onderhande-lingen over het volgende MFK en in lijn met de motie Olger vanDijk c.s.,18 in voor een sterke en effectieve koppeling tussen hetrespecteren van de rechtsstaat en fundamentele rechten en hetontvangen van fondsen uit de EU-begroting. Zie hiervoor ook hetantwoord op vraag 2.De AIV adviseert om de juridische gereedschapskist volledig te benutten,waaronder inbreukprocedures en procedures bij het Hof van Justitie vande EU. Het kabinet stelt dat het primaat voor inbreukprocedures bij deEuropese Commissie ligt. Deze leden begrijpen dat uitgangspunt, maarvragen wel onder welke voorwaarden het kabinet bereid is zelf, samenmet gelijkgezinde lidstaten, juridische stappen te zetten. Welke lessen trekthet kabinet uit zaken waarin Nederland samen met andere lidstaten aande zijde van de Commissie optreedt bij schending van fundamenteleEU-waarden?20. Antwoord van het kabinet Het is primair aan de Commissie om een inbreukprocedure testarten tegen gevallen van (gepercipieerde) niet-loyale samen-werking. Het kabinet weegt per geval of Nederland de Commissiewil steunen in EU-Hofzaken. Het kabinet wil niet speculeren overgevallen waarin Nederland, zelf of met andere lidstaten, daartoehet initiatief neemt. Nederland is een actieve speler voor het EUHof van Justitie, onder andere in EU-Hofzaken over EU-waarden.Ervaring leert dat Nederland door deelname aan een EU-Hofzaaksamen met andere lidstaten een effectieve bijdrage kan leverenaan de rechtsontwikkeling en de gewenste uitkomst in eenEU-Hofzaak.Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie of het kabinet bereid isjaarlijks, bijvoorbeeld bij de Staat van de Europese Unie, te rapporterenover gevallen van ondermijnend gedrag, de Nederlandse inzet daarop, het17Kamerbrief inzake EU-uitbreiding, waarborgen en de Toekomst van Europa, 23 987, nr. 41218Kamerstuk 36 715, nr. 9Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 344712 gebruik van rechtsstaatinstrumenten, blokkades in het GemeenschappelijkBuitenlands en Veiligheidsbeleid en de voortgang op meer meerderheids-besluitvorming.21. Antwoord van het kabinet Het kabinet heeft aandacht voor de genoemde thema’s en zal deKamer wanneer relevant informeren over de laatste ontwikke-lingen en Nederlandse positie, via geannoteerde agenda’s,verslagen en debatten van (Europese) Raden.Geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 16 juni 2026De leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad een eerste besprekingvoert over het lentepakket en de landenspecifieke aanbevelingen. Dezeleden hechten aan gezonde overheidsfinanciën en een stabiele eurozone.Lidstaten moeten hervormen waar dat nodig is en hun begroting op ordehouden. Kan het kabinet aangeven welke hoofdlijn het verwacht in deaanbevelingen voor Nederland? Op welke punten verwacht het kabinetaanbevelingen over woningbouw, arbeidsmarkt, productiviteit, investe-ringsklimaat, energie-infrastructuur en defensie-uitgaven?22. Antwoord van het kabinet De kabinetsappreciatie van de door de Commissie voorgesteldelandenspecifieke aanbevelingen voor Nederland is te vinden in denazending van de geannoteerde agenda van de Eurogroep enEcofinraad.19 De aanbevelingen raken, net als vorig jaar, aan allein de vraag genoemde beleidsterreinen.De leden van de CDA-fractie lezen dat het wetgevingsprogramma voor2026 zich richt op onder meer defensie en veiligheid, simplificatie enbescherming van democratie en waarden. Kan het kabinet een overzichtgeven van de wetgevingsvoorstellen die Nederland in 2026 het meestbelangrijk vindt? Welke voorstellen wil Nederland versnellen, welke wilNederland aanpassen en welke wil Nederland tegenhouden?23. Antwoord van het kabinet In een tijd van geopolitieke instabiliteit moet de EU slagvaardig,welvarend en veilig blijven. Zoals in de Staat van de Unie-brief20uiteengezet ziet het kabinet daarbij prioriteiten zoals hetversterken van de concurrentiekracht; een modern, betaalbaar eneerlijk MFK; investeringen in defensie en veiligheid; het vermin-deren van migratiedruk en stimulatie van terugkeer. Ook zal hetkabinet aandacht houden voor de problematiek van ruimtelijkeordening en versimpeling van regelgeving. Het kabinetverwelkomt veel voorstellen vanuit de Commissie voor dit jaar.Voor een appreciatie per commissievoorstel, verwijst het kabinetgraag naar de kabinetsappreciatie van het Commissiewerkpro-gramma (CWP) 2026.21De leden van de CDA-fractie lezen dat de Artikel 7-procedure tegenHongarije opnieuw wordt besproken. Zij zien dat de verkiezingsuitslag inHongarije hoopvol kan zijn, maar delen de lijn dat de procedure pas kanworden afgerond als de rechtsstaat duurzaam is hersteld, zoals ook vervat19Kamerstuk 21 501–07, nr. 212420Kamerstuk 36 866, nr. 121Kamerstuk Vergaderjaar 2025–2026, 22 112, nr. 4217Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 344713 in de aangenomen motie-Van Lanschot c.s. (Kamerstuk 21 501–02, nr.3383). Kan het kabinet aangeven welke concrete hervormingen Hongarijewat het kabinet betreft moet doorvoeren voordat beëindiging van deArtikel 7-procedure aan de orde kan zijn?De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast of het kabinet concreet kanaangeven onder welke voorwaarden Hongarije weer aanspraak kanmaken op 16,4 miljard euro aan geblokkeerde EU-subsidies. Welkehervormingen moeten hiervoor gerealiseerd worden?24. Antwoord van het kabinet De voorwaarden waaraan Hongarije moet voldoen om weer inaanmerking te komen voor de geblokkeerde EU-middelen liggenop het terrein van anti-corruptie, belangenverstrengeling enrechterlijke onafhankelijkheid. Deze zijn opgenomen als super-mijlpalen in het uitvoeringsbesluit ter goedkeuring van hetHongaarse herstelplan, als corrigerende maatregelen in hetuitvoeringsbesluit voor maatregelen tegen Hongarije op grondvan de MFK-rechtsstaatsverordening en als horizontale enthematische randvoorwaarden in de Common ProvisionsRegulation (CPR). In lijn met de moties van Lanschot c.s.22 enSjoerdsma c.s.23 pleit het kabinet ervoor dat Hongarije derechtsstaathervormingen doorvoert voordat de geblokkeerdeEU-middelen worden vrijgegeven.De leden van de CDA-fractie lezen dat hoofdstuk 28 over consumenten- engezondheidsbescherming onder voorbehoud kan worden gesloten metMontenegro. Kan het kabinet toelichten welke benchmarks volledig zijngehaald en welke stappen nog openstaan? Hoe wordt na sluiting ondervoorbehoud gecontroleerd dat hervormingen ook echt worden uitge-voerd?25. Antwoord van het kabinet De closing benchmarks voor hoofdstuk 28 zien op het omzettenvan regels over consumentenrechten, overdraagbare ziekten enlichaamsmateriaal in wetgeving en het realiseren van voldoendecapaciteit voor de uitvoering en handhaving van het acquis. DeCommissie monitort ook na het onder voorbehoud sluiten vaneen hoofdstuk onder andere of Montenegro administratieve enpersonele capaciteit verder versterkt. Nederland benadrukt in debehandeling van de Draft Common Position voor het ondervoorbehoud sluiten van hoofdstukken altijd het belang vandergelijke monitoring. Bij dit hoofdstuk geldt dat bijvoorbeeldvoor een actieplan voor consumentenbescherming en productvei-ligheid. De Raad wordt hier periodiek over geïnformeerd.De leden van de CDA-fractie constateren ten slotte dat Griekenland inaanloop naar de Europese Raad van 18–19 juni 2026 officieel eenamendement heeft ingediend op de concept-Raadsconclusies, waarmeeaan de Commissie gevraagd wordt een stresstest uit te voeren op debinnenlandse productiecapaciteit van brandstoffen in vredes- encrisistijden om de potentiële risico’s voor de defensieparaatheid, deleveringszekerheid en de strategische autonomie te beoordelen. Dezeleden vragen hoe het kabinet tegen dit amendement aankijkt.22Kamerstuk 21 501–02, nr. 338323Kamerstuk 21 501–02, nr. 2543Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 344714 26. Antwoord van het kabinet De onderhandelingen en gesprekken over de Raadsconclusies vande ER zijn in volle gang. Wat er wordt gewisseld in Coreper envoorstellen die door andere lidstaten in Coreper worden gedaan,valt onder het diplomatieke verkeer en onder de vertrouwe-lijkheid van de beraadslaging (artikel 6 RvO van de Raad).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 344715
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.