KamerkringInloggen
Kamerstuk

Nader gewijzigd amendement van de leden Sterk en Spekman ter vervanging van nr. 36 over het moratorium op schuldhulpverlening

20 jun 2011 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 71a8952b48e81d8a · officiële bron

kst-32291-37ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201132 291Het geven aan gemeenten van de verantwoordelijkheid voor schuldhulpverlening (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) Nr. 37 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN STERK EN SPEKMAN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 36 Ontvangen 20 juni 2011 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: INa artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 4a Moratorium 1. Het college kan de rechtbank verzoeken een afkoelingsperiode af te kondigen, waarin elke bevoegdheid van de schuldeiser tot verhaal op de goederen van de schuldenaar en tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar bevinden niet kan worden uitgeoefend, voor een periode van maximaal zes maanden. 2. De lopende verplichtingen dienen tijdens deze periode door verzoeker te worden voldaan. 3. Een afkoelingsperiode als bedoeld in het eerste lid wordt slechts afgekondigd indien deze periode noodzakelijk is in het kader van schuldhulpverlening en indien is voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde nadere voorwaarden. IIArtikel 11 komt te luiden:Artikel 11 Inwerkingtreding De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 291, nr. 371 Toelichting Met dit amendement wordt beoogd om in de gemeentelijke schuldhulp-verlening de beschikking te krijgen over een wettelijk breed moratorium. Als de rechter dit moratorium afkondigt, heeft dit tot gevolg dat voor de duur van de afkoelingsperiode elke bevoegdheid van de schuldeiser tot verhaal op de goederen van de schuldenaar en tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar bevinden niet kan worden uitgeoefend. Dit betekent dat beslag, executoriale verkoop en verrekening worden opgeschort. Een breed wettelijk moratorium moet worden gezien als uiterste middel om een oplossing in het minnelijke traject te bewerkstelligen. Het instrument mag derhalve niet te lichtvaardig of te vroeg in het proces van schuldhulpverlening worden ingezet. De schuldhulpverlening moet moeite hebben gedaan om schuldeisers te overtuigen hun invorderings-maatregelen tijdelijk op te schorten. Daarom is bepaald dat uitsluitend het college het verzoekschrift bij de rechtbank kan indienen. Het doel van een breed wettelijk moratorium is om de schuldhulpver-lening in staat te stellen om met medewerking van de schuldenaar tot een schuldregelingsvoorstel te komen. Het is een samenspel van verschillende belangen, waarbij de schuldhulpverlener als intermediair optreedt. Het gaat daarbij niet alleen om het belang van de schuldenaar tijdens de periode van een breed wettelijk moratorium te borgen, maar ook de belangen van schuldeisers dienen tijdens deze periode voldoende geborgd te zijn. Gedurende de afkoelingsperiode worden rechten van hem immers opgeschort. Daarom is bepaald dat de lopende verplichtingen tijdens de afkoelingsperiode door de schuldenaar moeten worden voldaan. Een moratorium mag alleen worden toegekend als het voor de schuldhulpverlening noodzakelijk is. Het is aan de verzoekende gemeente om dit met kracht van argumenten in het verzoekschrift aannemelijk te maken. Bij algemene maatregel van bestuur zullen nadere voorwaarden worden gesteld waaraan moet worden voldaan om een afkoelingsperiode te kunnen uitspreken. Ook deze nadere voorwaarden brengen tot uitdrukking dat een breed wettelijk moratorium een ultimum remedium is als de reguliere schuld-hulpverlening tevergeefs of onmogelijk is gebleken. Hieronder wordt een aantal bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden (niet limitatief) opgesomd en kort toegelicht.– het moet aannemelijk zijn dat een afkoelingsperiode bijdraagt aan de totstandkoming van een schuldregelingsvoorstel. Op het moment dat een schuldenaar daar nog niet aan toe is, bijvoorbeeld vanwege psychische problemen of verslaving, is een breed wettelijk moratorium niet aan de orde.– Er mag nog niet eerder een afkoelingsperiode zijn afgekondigd ten aanzien van de schuldenaar. Dat houdt in dat per schuldenaar slechts eenmaal een moratorium kan worden ingezet.– Een breed wettelijk moratorium kan slechts worden gevraagd als de schuldeiser niet gebonden is aan een convenant en als vaststaat dat de schuldeiser niet bereid is op basis van individuele afspraken zijn invorde-ringsmaatregelen tijdelijk op te schorten. Zelfregulering heeft de voorkeur en moet de kans krijgen om zich verder te ontplooien. Als een schuldenaar tijdens de afkoelingsperiode niet aan zijn verplich-tingen voldoet, vervalt het moratorium en mag de schuldeiser zijn invorderingsmaatregelen hervatten. Vanuit het oogpunt van de financiering van de kosten voor de rechter-lijke macht zal de bepaling inzake het moratorium gelijktijdig in werking treden met het in het Regeerakkoord aangekondigde wetsvoorstel met daarin de maatregel dat de rechtspraak wordt bekostigd door degenen die Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 291, nr. 372 daar gebruik van maken. Dit wordt geregeld door de inwerkingtredingsbe-paling aan te passen. SterkSpekmanTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 291, nr. 373

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bd49358734ce9f21

14 okt 2026 · 0c9a6d6b0540cd4c

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.