Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 30 juni 2025, over Suppletoire begroting samenhangende met de Voorjaarsnota
Brontekst
Versie 03356e0a9893556b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 725 XVIIWijziging van de begrotingsstaat voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp(XVII) voor het jaar 2025 (wijzigingsamenhangende met de Voorjaarsnota)Nr. 53 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 21 juli 2025 De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp heeftop 30 juni 2025 overleg gevoerd met mevrouw Boerma, StaatssecretarisBuitenlandse Handel, en de heer Veldkamp, Minister van BuitenlandseZaken, over:–het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)(Kamerstuk 36 725-XVII);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 5 juni2025 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoor-den inzake Wijziging van de begrotingsstaat voor BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2025(wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Kamerstuk36 725-XVII) (Kamerstuk 36 725-XVII, nr. 8);–de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp d.d. 28 mei 2025 inzake kabinetsreactie op hetAIV-briefadvies Een stabiel en voorspelbaar ODA-budget(Kamerstuk 36 600-XVII, nr. 79);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 27 juni2025 inzake beleidskader voor samenwerking met maatschap-pelijke organisaties in ontwikkelingshulp 2026–2030 (Kamer-stuk 36 180, nr. 168).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,De VriesDe griffier van de commissie,Meijers kst-36725-XVII-53ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 531 Voorzitter: EllianGriffier: Van der GraafAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Bamenga,Ceder, Dobbe, Ellian, Hirsch, De Korte en Ram,en mevrouw Boerma, Staatssecretaris Buitenlandse Handel, en de heerVeldkamp, Minister van Buitenlandse Zaken.Aanvang 15.00 uur.De voorzitter:Dames en heren, goedemiddag. Ik open deze vergadering van de vastecommissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Ik benvandaag uw voorzitter omdat ik een woordvoerder van de VVD vervangén omdat er geen voorzitter beschikbaar was. Ik heb gezegd dat ik dat dangraag doe. Je zou dus kunnen zeggen dat ik de vervanger van devervanger ben, maar ik ga mijn best doen om dit in goede banen teleiden. Daar ga ik straks wat meer over zeggen.Ik heet de twee bewindspersonen natuurlijk van harte welkom: de Ministervan Buitenlandse Zaken, de heer Veldkamp, en de StaatssecretarisBuitenlandse Handel, mevrouw Boerma. Volgens mij zijn ze nieuw in dezecommissie. Welkom beiden. Ik kan niks zeggen over deze commissie,want ik ben hier dus op zich nooit aanwezig, maar het zal vast een heleprettige commissie zijn en het wordt vast een goed, inhoudelijk debat. Ikheet natuurlijk alle aanwezige collega’s van harte welkom, net als allegeïnteresseerden in de zaal en iedereen die anderszins kennisneemt vandeze vergadering.Op de agenda staat de suppletoire begroting samenhangende met deVoorjaarsnota. Er zijn spreektijden geïnventariseerd; daar kom ik zo op. Ikwil beginnen met de volgende vraag aan de collega’s. We kunnen tweedingen doen: we kunnen de begrotingsvolgorde hanteren en handhaven –dat is een vastgestelde spreekvolgorde – of we kunnen gewoon devolgorde hanteren van hoe u nu zit. Het maakt mij niet uit; het is aan u. Ikzie dat het niemand iets uitmaakt. Dan hanteren we gewoon de volgordevan hoe u nu zit.Ik ga mijn best doen om het in goede banen te leiden. Ik ga als aller-laatste, zodat ik me helemaal kan focussen op het debat. Het is eenwetgevingsoverleg. Op zich zouden we dus met elkaar kunnen afsprekendat we elkaar onbeperkt mogen interrumperen, maar gelet op de tijdkunnen we dat echt niet doen, ook omdat de Minister van BuitenlandseZaken om 19.30 uur echt weg moet. We moeten dit ook afronden, zodatwe er donderdag over kunnen stemmen. We moeten dus proberen om heteen beetje gedisciplineerd te doen. Ik wil daarom voorstellen om in deeerste termijn, dus onderling, maximaal drie interrupties toe te staan.Afhankelijk van hoe voortvarend het gaat, kunnen we wat meer ruimtenemen voor de interrupties richting het kabinet. Ik kan me voorstellen datdaar het zwaartepunt ligt.Ik moet zelf om 18.30 uur echt weg, omdat ik ervan uitging dat het tot18.30 uur zou duren, maar het is met een uur verlengd. Jullie moeten dusonderling kijken hoe dat opgelost wordt.Ik kijk even naar de griffier: ben ik iets vergeten? Nee, we hebben we alleplichtplegingen gehad. Dan beginnen we bij mevrouw De Korte namensNieuw Sociaal Contract. U heeft vijftien minuten. Let op: die vijftienminuten gelden in totaliteit en ik ga proberen om iedereen aan deopgegeven tijd te houden. Mevrouw De Korte, het woord is aan u voor deeerste termijn.Mevrouw De Korte (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 532 Dank u wel, voorzitter. Van Oekraïne tot Sudan, van Gaza tot Myanmar,overal laaien gewelddadige conflicten op, met gevolgen: meer vluchte-lingen, meer humanitaire nood en meer geld naar defensie. Maar waarblijft de inzet op vrede? We investeren veel geld in humanitaire hulp. Weinvesteren miljarden in defensie, maar bemiddeling bij conflicten of hetvoorkomen ervan blijft achter. Dat moet anders, vindt Nieuw SociaalContract. Als we vrede willen, moeten we ook echt investeren in conflict-bemiddeling. Daarom stel ik iets concreets voor: een topinstituut voorinternationale conflictbemiddeling. Daarvoor heb ik namens NieuwSociaal Contract een amendement ingediend voor een startfinancieringvan € 500.000 vanuit het budget voor veiligheid en rechtsstaatontwik-keling. Nederland en Europa geven terecht geld uit aan veiligheid, maarhet ontbreekt aan een krachtige inzet voor vrede. Waarom laten wevredesonderhandelingen over aan Amerika, Qatar of Saudi-Arabië? Ikvroeg aan een hoge VN-ambassadeur of Europa aan tafel zit bij vredeson-derhandelingen. Hij vertelde dat Europa te weinig aan tafel zit. Driemaanden geleden heb ik dat probleem al aangekaart. Ik diende een motiein. Die heb ik aangehouden omdat de vorige Minister zei dat zij met eenbrief zou komen, maar die brief is niet gekomen, terwijl conflictenoplaaien.Voorzitter. Ondertussen zijn er meer mensen die zeggen dat er geïnves-teerd moet worden in conflictpreventie en bemiddeling. Ook deoud-generaals Van Uhm en De Kruif en oud-minister Ollongren pleitenvoor structurele investeringen in conflictpreventie en stabiliteit. Zij wezenerop dat Nederland meer moet doen om conflicten aan de voorkant tevoorkomen, in plaats van steeds achter de feiten aan te lopen. Hettopinstituut voor conflictbemiddeling moet zich volgens ons richten ophet topniveau, track I. Dat wil zeggen: onderhandelingen tussenregeringen, staatshoofden en leiders, wapenstilstanden, nationaledialogen en politieke transities. Daar gaat het om. Bestaande Europeseinitiatieven voor conflictbemiddeling zijn vaak indirect. Ze adviseren enbeïnvloeden, maar ze bemiddelen zelden actief. Dat worden trackII-besprekingen genoemd.Wat we nu missen, is een internationaal erkend centrum dat zich specifiektoelegt op het bemiddelen bij complexe, grensoverschrijdende conflicten,een plek waar landen en internationale organisaties terechtkunnen vooronafhankelijke ondersteuning bij onderhandelingen en vredesprocessen.Dit instituut zou een platform kunnen bieden waar juridische expertise,diplomatieke expertise en bemiddelingsexpertise samenkomen. Het zouondersteuning kunnen bieden bij formele en informele onderhandelingen,het trainen van bemiddelaars en het ontwikkelen van innovatievemethoden voor conflictpreventie. De voorkeur van Nieuw Sociaal Contractgaat uit naar een vestiging in het Vredespaleis in Den Haag. Den Haag isdé internationale stad van vrede en recht. Hoewel het Vredespaleis alonderdak biedt aan instellingen als het Internationaal Gerechtshof en hetPermanent Hof van Arbitrage, is hun rol in de actieve bemiddeling tussenen binnen landen beperkt. Een aanvullend topinstituut kan de leemteopvullen en bijdragen aan duurzame vredesoplossingen. Nederland kandit niet alleen en zal dit samen met de Europese Unie moeten doen.Ik besef dat het moeilijk is om conflicten op te lossen, maar alles aanandere partijen overlaten is geen optie. Wat Nieuw Sociaal Contractbetreft zou inzetten op vrede in de wereld topprioriteit nummer eenmoeten zijn in Nederland en Europa. We vragen aan het kabinet of hetbereid is om dit voorstel serieus te verkennen. Kan de Minister aangevenhoe hij aankijkt tegen de oprichting van een dergelijk instituut? Is hetmogelijk om een deel van de ruimte binnen de suppletoire begroting tereserveren voor een verkenning en een startinvestering? Kan een dergelijktopinstituut een bijdrage leveren aan vredesprocessen?Dan de bni-koppeling. De koppeling van het ODA-budget aan het bnisteekt als een graat in onze keel. Voor de kijkers thuis wil ik het kortTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 533 uitleggen. Het ODA-budget bestaat uit een paar onderdelen, waaronderhet geld voor ontwikkelingshulp. Internationaal is afgesproken dat landen0,7% van het bruto nationaal inkomen aan het ODA-budget uitgeven.Vorig jaar maakte Minister Klever de koppeling onverwacht niet. Dit jaarleek bij de Voorjaarsnota de bni-koppeling hersteld. Bij narekening bleekhet niet zo te zijn. Ik noem het maar een «ODA-truc» die Minister Heinenen voormalig Minister Klever hebben uitgehaald. Ze hebben een andererekenmethode gebruikt, waardoor het ODA-budget op een lager bedraguitkwam. Nieuw Sociaal Contract is er zeer verbaasd over. Van dezeMinister willen we weten of hij en het kabinet bekend waren met dezeODA-truc. Is Minister Veldkamp bereid zich tot het uiterste in te spannenom de bni-koppeling te herstellen in de begroting voor 2026? Als NieuwSociaal Contract blijven we staan voor de koppeling van het ODA-budgetaan het bni.Dan het maatschappelijk middenveld. Er heeft een grote veranderingplaatsgevonden in de verdeling van het geld voor ontwikkelingshulp.Nieuw Sociaal Contract is het eens met de grote lijnen: inzetten opvoedselzekerheid, watermanagement en gezondheidszorg. Maar hetmaatschappelijk middenveld werd sterk gekort. Ik heb namens NieuwSociaal Contract in twee moties al gepleit voor de essentiële rol van hetmaatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden. Maatschappelijkeorganisaties hebben een jarenlang opgebouwd netwerk en expertise. Zijweten wat er speelt in ontwikkelingslanden. Hun jarenlang opgebouwdenetwerken kunnen niet zomaar vervangen worden. Ook bedrijven enbanken geven aan dat zij het maatschappelijk middenveld nodig hebbenom inzicht te krijgen in de stabiliteit van het land, voordat zij gaaninvesteren. Het maatschappelijk middenveld werd door Minister Kleverbinnen een paar jaar met twee derde gekort. Wij vinden dit echt te vergaan. In het amendement dat we mede met mevrouw Hirsch en anderepartijen indienen, willen we het bedrag voor het maatschappelijkmiddenveld jaarlijks met 22 miljoen verhogen. Hiermee repareren we eensubstantieel deel van de korting die eerder is opgelegd. Wat vindt deMinister van dit voorstel? Hoe ziet de Minister de invulling van dit geld?Daarnaast nemen we aan dat het maatschappelijk middenveld een groterol blijft houden in het nieuwe budgettaire kader voor voedselzekerheid,watermanagement en gezondheidszorg, zoals we eerder in een motiehebben bepleit. Wat vindt de Minister hiervan? Hoe ziet de Minister deinvulling van dit geld?Dan de vrouwenrechten en gender. Vrouwenrechten dreigen teverdwijnen in het budget. Dat is onacceptabel, want we weten dat veelvrouwen worden onderdrukt. Vrouwen mogen niet naar school. Vrouwenzijn vaak uitgesloten van politiek en economie. We weten dat landen waarvrouwenrechten goed geregeld zijn, veiliger en stabieler zijn. De onder-werpen vrouwen en gender verdienen onze steun. Daarom dienen wesamen met mevrouw Hirsch een amendement in voor 20 miljoen extraper jaar, zodat een deel van de bestaande programma’s behouden kanblijven. Ik vraag aan de Minister hoe hij kijkt naar dit amendement,waarmee meer geld wordt vrijgemaakt voor vrouwenrechten en gender.Wil hij deze rechten blijven beschermen?Vervolgens een vraag over gezondheid en kinderen. De gezondheid vankinderen is de basis van ontwikkelingshulp. Nieuw Sociaal Contract vindtvooral de vaccinaties van kinderen in ontwikkelingslanden essentieel. BillGates en de organisatie Gavi luidden de noodklok. Steeds minderkinderen in ontwikkelingslanden krijgen vaccinaties, vaccinaties die voorons heel gewoon zijn. Kinkhoest, difterie, polio: we komen deze ziektesgelukkig niet meer tegen in Nederland. Ook is er nu een malariavaccin opde markt. Gezonde kinderen kunnen naar school en kunnen later werken.Werken in het thuisland voorkomt migratie. Kan de Minister toezeggenom vooral in te zetten op kindervaccinaties en hierop geen drastischebezuiniging toe te passen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 534 Voorzitter. Dit debat gaat over meer dan geld. Het gaat erom wie we alsNederland willen zijn in deze wereld. Zetten we in op vrede in de wereld?Steken we als rijk Nederland de ander de helpende hand toe? Of denkenwe alleen aan onszelf? Hoewel, het is ook in ons voordeel als landenstabiel zijn, vrouwenrechten en gender beschermd zijn, en de kinder-rechten niet geschonden worden. Wij kunnen als Nederland echt hetverschil maken.Dank u wel.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank aan mevrouw De Korte voor haar inbreng in dit debat. Het is goedom te horen dat er een goede inzet is voor de bni-koppeling. Ik steun ookde vraag die ze stelt aan de Minister. Ik zou ’m zelfs wat urgenter willenstellen, dus niet alleen maar kijken wat er mogelijk is, maar gewoonherstellen die boel. Ik steun ook wat mevrouw De Korte zei over dewaarde van het maatschappelijk middenveld. Het gaat niet alleen om dekennis en expertise, die mevrouw De Korte ook aanhaalde, maarbijvoorbeeld ook om de bedrijven die die kennis en expertise heel goedkunnen gebruiken. Dat geldt ook voor ons als Kamerleden. Ik heb hiertwee boeken meegenomen, een van Oekraïense activisten die langs zijngeweest en een van een mevrouw uit Kenia die mij heeft verteld over hoehet eraan toegaat in Kenia met genitale verminking. Precies dat wordt nuuitgesloten in de nieuwe beleidskaders van dit kabinet, want een nationalelobby mag niet meer. Wat vindt mevrouw De Korte daarvan?Mevrouw De Korte (NSC):Nou haalt mevrouw Dobbe er een heel specifiek onderdeel uit. Als hetgaat om vrouwenrechten, gaat het ook over politieke interventies. Dus watons betreft hoort dat er gewoon bij. We beseffen als Nieuw SociaalContract – dat heb ik net ook genoemd – dat vrouwen echt een essentiëlerol hebben in heel veel landen. Ja, natuurlijk ook in Nederland, maar zekerin ontwikkelingslanden. Dat willen we zeker ondersteunen. Daaromhebben we dat amendement ook mede-ingediend.Mevrouw Dobbe (SP):Sorry, ik denk dat mevrouw De Korte mijn vraag niet helemaal goed heeftbegrepen. Dat zal aan mijn vraagstelling liggen. Het ging mij erom dat inhet nieuwe beleidskader de nationale lobby wordt uitgesloten. Op hetmoment dat het maatschappelijk middenveld of organisaties inaanmerking willen komen voor Nederlandse financiering, mogen zij onsof bedrijven niet «belobbyen». «Belobbyen» klinkt een beetje viezig, maarhet gaat dan vooral om het delen van kennis en expertise. Mensenrech-tenactivisten hebben wat betreft dat soort landen veel meer kennis enexpertise dan wij. Dit wordt nu uitgesloten. Ik vroeg mij af wat mevrouwDe Korte daarvan vindt. Wil ze ons steunen door in ieder geval te zeggen:beoordeel financiering op inhoud, maar sluit dit soort dingen niet uit,omdat je dan ook een heleboel goede dingen verliest?Mevrouw De Korte (NSC):Nogmaals, er wordt hier dus een heel specifiek onderdeel uit gehaald. Ikben ook erg benieuwd hoe de Minister dat ziet. We gunnen hetmaatschappelijk middenveld inderdaad wel hun plek in de wereld. Wemoeten even kijken hoe de Minister tegen dat lobbyen aankijkt. Als er teveel geld aan lobby wordt uitgegeven, vinden wij dat ook een probleem.Maar wij denken dat kennisuitwisseling wel mogelijk moet zijn.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 535 Oké. Dan gaan we naar mevrouw Dobbe. O, sorry, er is nog eeninterruptie.De heer Ceder (ChristenUnie):Excuses, voorzitter, voor het laat opsteken van mijn vinger. Ik wil toch nogeven doorvragen naar die bni-koppeling. We hebben van de collega’s vanNSC de afgelopen maanden natuurlijk wel de belofte gehoord dat die zouworden hersteld of gerepareerd. Bij de Voorjaarsnota is een voorzichtigestap gezet, maar dat was niet datgene waar wij op gehoopt hadden. Maartoen zat NSC nog in een missionaire coalitie; dat is nu niet meer het geval.Mijn vraag is of dat leidt tot een ander standpunt en tot wat meerindringendheid als het gaat om het herstellen van die koppeling. Wantzoals u weet, is dit op termijn misschien wel de allergrootste bezuinigingdie ooit op OS gedaan is. Juist daarom is het des te urgenter om dievolledig te herstellen.Mevrouw De Korte (NSC):Ik heb net ook genoemd dat de nieuwe berekening, waar we zelf erg vangeschrokken zijn, anders is uitgevoerd dan in het verleden. Wij zijn daarook heel erg verbaasd over. Daarom heb ik zelf ook in mijn inbrenggevraagd: hoe wil de Minister dit nu echt terugbrengen naar de oudeberekening? Wij zijn hier ook zeer bezorgd over en we nemen aan datdeze Minister hier wel werk van gaat maken.De heer Ceder (ChristenUnie):«Aannemen» is mooi. Ook ik geloof in de goedheid van de heerVeldkamp. Maar we zijn ook controleurs en medewetgevers. We zitten bijeen wetgevingsoverleg waarin het volgens mij juist nu belangrijk is datparlementariërs zich uitspreken. Mijn vraag is of wij op de steun van NSCkunnen rekenen. Er ligt een motie voor een herstelkoppeling. Die dientmevrouw Hirsch mede namens de ChristenUnie in. Daarnaast ligt er ookeen amendement van mijn kant – volgens mij heeft die ook een aantalmede-indieners – om die te herstellen. Kunnen we verwachten dat NSCdie parlementaire rol ook pakt? Kunnen we verwachten dat dit niet overde schutting wordt gegooid richting de bewindspersoon? Wij wetenallemaal dat dingen rond een begroting altijd vloeibaar en inzet vanonderhandeling zijn. Laten wij dit als parlementariërs nu regelen.Mevrouw De Korte (NSC):We laten het voorlopig even bij de toezegging die wij verwachten vandeze Minister. We verwachten ook een grote inzet van hem als het gaatom het herstellen van de oude bni-koppeling.De voorzitter:Even kijken. Was er nog een interruptie van mevrouw Hirsch?Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Nee, toch niet.De voorzitter:Oké. Dan kijk ik even rond. Ik zie geen interrupties meer.Mevrouw Dobbe (SP):Mag ik één vraag stellen? Vindt u het goed als mevrouw Hirsch eerstspreekt en daarna ik?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 536 Als de rest het geen probleem vindt, vind ik het allemaal prima hoor. Mijmaakt het niet uit. Dan gaan we luisteren naar de eerste termijn vanmevrouw Hirsch. Zij spreekt namens GroenLinks-PvdA. Het woord is aanu.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u wel. Voorzitter. De wereld staat in brand. Autocratische leiderslappen internationale spelregels aan hun laars. Macht gaat boven recht.Het gevolg is onrust en onveiligheid. Ondertussen neemt het geweldtegen vrouwen en hulpverleners in conflictgebieden schrikbarendevormen aan en lossen we mondiale problemen zoals armoede enklimaatverandering niet op. Het is goed dat er vorige week overeen-stemming is bereikt over onze gezamenlijke verdediging, maar het isontzettend onverstandig om te denken – en dat denken sommige landen,net als sommige partijen in dit parlement – dat dit het beste bekostigd kanworden uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. In deVoorjaarsnota volhardt het kabinet in historische bezuinigingen. Dat isuiterst zorgwekkend. Terwijl Poetin zijn investeringen in Afrika verdubbelt,beknibbelt de coalitie op onze aanwezigheid in strategische buurregio’s inAfrika en het Midden-Oosten, terwijl de veiligheid van Nederlandersbegint bij veiligheid en stabiliteit in de regio’s die Europa omcirkelen.Oud-commandant De Kruif schreef recent in het AD: «Investeren instabiliteit en conflictpreventie is effectief en goedkoop. Elke euro die infragiele landen wordt geïnvesteerd in economische groei en overheids-diensten, kan tot € 90 aan toekomstige conflictkosten voorkomen.»Onderschrijft de Minister dat?Voorzitter. Met het afbreken van ontwikkelingssamenwerking heeft hetkabinet-Wilders/Yes¸ilgöz niet alleen risico’s genomen met de veiligheid,maar ook met onze economie. Wat is de reactie van de Minister op hetvandaag verschenen onderzoek van de Universiteit van Göttingen waaruitblijkt dat met elke euro ontwikkelingssamenwerking de Nederlandseexport groeit met bijna € 4?Voorzitter. Wat goed is voor mensen elders, is goed voor Nederland. Tochbezuinigt dit kabinet een historische 2,4 miljard. Daar kwam nog eens eenextra bezuiniging bij toen Minister Heinen de koppeling met de economie,een politiek commitment waar ons land zich al een halve eeuw aan houdt,wegmoffelde. Keer op keer wordt ons voorgehouden dat deze kapitalefout, die ook nog eens niet in het hoofdlijnenakkoord stond, hersteld zouworden in het voorjaar. Die eis is ook in de Eerste Kamer neergelegd. Nietalleen de oppositie en de Eerste Kamer vragen hierom, maar ook decollega’s van NSC. De heer Kahraman sprak van «een bedrijfsongeluk» enbeloofde als een leeuw te gaan vechten voor het herstel van de koppeling.Nog daarvoor was mevrouw Zeedijk voorzichtig optimistisch over hetherstel bij de Voorjaarsnota. Ook de heer Van Oostenbruggen zei toen, alswoordvoerder Financiën, dat de koppeling hersteld moest worden. Tochligt er nu een Voorjaarsnota waarin volgens een totale nieuwe logicawordt gewerkt. Dit constateert ook de Rekenkamer. Ik citeer: «Met devoorjaarsbesluitvorming is deze werkwijze verlaten en gaat het demissio-naire kabinet niet meer uit van (...) een ankerpunt van 0,7% (...).» Mijnfractie gaat niet akkoord met deze nepkoppeling. Daarom dien ik straksmet de rest van oppositie een motie in om deze systematiek van dekoppeling echt te herstellen.Voorzitter. In een onrustige en onveilige wereld toont onderzoek aan datlanden waar vrouwenrechten geborgd zijn, stabieler en veiliger zijn.Erkent de Minister dit? Het kabinetsbesluit om het budget voor vrouwen-rechten geheel af te schaffen, is buitengewoon onverstandig, maar datniet alleen. Het is een klap in het gezicht van vrouwen wereldwijd dieopkomen voor een leefbaar loon of voor hun recht op land en water.Daarom stel ik in een amendement voor dit besluit terug te draaien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 537 Voorzitter. Afgelopen weekend was ik, samen met collega’s van anderepartijen, in Boedapest. Daar konden wij in de praktijk zien en voelen hoeeen sociale meerderheid samenkwam om op te staan tegen autocratie.Complimenten aan onze ambassadeur Désirée Bonis, en aan dezeMinister, dat zij als enige ambassadeur voorin de mars meeliep met deNederlandse pridevlag in de hand. Dank voor haar wijze woorden over hetbelang van het recht op samenkomen en demonstreren. Ik hoop dat deMinister ook in de coalitie waakzaam is voor coalitiepartijen die aan hetdemonstratierecht tornen. De Boedapestpride illustreert waarom een sterkmaatschappelijk middenveld essentieel is als waakhond tegen autocra-tische krachten. Daarom is het goed dat het subsidiekader voor hetversterken van het maatschappelijke middenveld er op de valreep voorhet reces nog is gekomen. Maar waarom is er, in een wereld waarin dedemocratie zo onder druk staat, geen thema gemaakt van goed bestuur,democratie en rechtsstaat? Als we lokaal eigenaarschap serieus nemen,waarom is er dan voor gekozen ook het thema klimaat te schrappen? Ditzijn thema’s waarvan we weten dat ze voor zuidelijke organisaties enormbelangrijk zijn.Voorzitter. Het is goed dat schone en eerlijke handel een thema blijft in hetkader. Nederland drijft immers handel met de hele wereld, ook veel metZuid-Amerika. Denk alleen al aan de aanleg van infrastructuur en deimport van soja en vlees, waardoor Nederland een van de grootsteimporteurs van ontbossing ter wereld is. Waarom ligt de geografischefocus van het kader als het gaat over het bevorderen van eerlijke enschone handel dan enkel in Afrika en Azië? Waarom is dit het enige themawaarbij internationale beleidsbeïnvloeding, in strijd met de aangenomenmotie-Dobbe, is uitgesloten?Tot slot over het kader, voorzitter. Met de tijdlijn in de brief lijkt hetonmogelijk dat er op 1 januari 2026 programma’s kunnen beginnen. Hoevoorkomt de Minister dat dit er in de praktijk op neer gaat komen datlokale organisaties die nu in een partnerschap zitten, dan door een sterkvertraagd proces in Den Haag in de problemen komen?Voorzitter. Ik begon mijn inbreng met de constatering dat de wereld inbrand staat. Nergens lijkt de vlam zo in de pan te slaan als op dit momentin het Midden-Oosten, waar de genocidale oorlog tegen Gaza eenregionaal conflict lijkt te worden. Miljoenen Palestijnen in de Palestijnsegebieden, in Libanon en Jordanië zijn afhankelijk van UNRWA voor hunbasisbehoeften. De aanval op UNRWA past in een bredere trend van deondermijning van de VN en van de internationale orde.Terwijl de spanningen in de regio toenemen, volhardt het kabinet in hetafbouwen van de Nederlandse bijdrage aan UNRWA. De financiële noodbij die organisatie is enorm. Erkent de Minister dat een niet-functionerendUNRWA zal leiden tot de ineenstorting van de humanitaire hulpverleningin het gebied? Erkent de Minister de essentiële rol van UNRWA voor destabiliteit in de Palestijnse gebieden en in de omringende landen? Samenmet D66 dienen wij een amendement in om de Nederlandse bijdrage aanUNRWA op peil te houden.Voorzitter. Ik verwelkom graag de nieuwe Staatssecretaris BuitenlandseHandel bij haar eerste debat in de Kamer. Leuk om u weer terug te zien. Ikzou haar meteen willen vragen om haar visie op handel met ons te delen.Ik vraag dat omdat we een beleidsbrief Handel hebben van de vorigeMinister, die een behoorlijke breuk aankondigde in het Nederlandsehandelsbeleid: Nederland zou niet langer op basis van waarden handelmoeten drijven. Gaat de Staatssecretaris daarin mee? Of kiest zij voor eenhandelssysteem gebaseerd op waarden en afspraken? Ook in dewereldhandel zien we immers dat het recht van de sterkste steeds meergeldt. Juist door naar de belangen van de landen in het globale Zuiden teluisteren en te zorgen dat handel bijdraagt aan het welzijn van mensenelders, onderscheidt Europa zich van andere machtsblokken en is het eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 538 aantrekkelijke handelspartner, ook voor nieuwe handelspartners. Graag dereactie van de Staatssecretaris.Voor Nederland handelsland is het van belang om oog te hebben voor heteffect van onze handel op het mondiale Zuiden. Uit de nationaleSDG-rapportage blijkt immers dat het Nederlandse handelsbeleid eenenorme voetafdruk achterlaat op ontwikkelingslanden. Slechts vijf anderelanden hebben een negatievere impact op de rest van de wereld. Hoe gaatde Staatssecretaris, nu haar portefeuille is losgeknipt van het ontwikke-lingsbeleid, zorgen dat Nederland zijn enorme voetafdruk verkleint?Erkent zij dat het juist op het terrein van de handel belangrijk is datmaatschappelijke organisaties kunnen meepraten over haar beleid, zodatde stem van bijvoorbeeld boeren en vissers die land en voedsel verliezendoor de activiteiten van Nederlandse infrastructuurbedrijven, of vantextielarbeiders die een leefbaar loon eisen van kledingbedrijven, ookdoorklinkt in ons beleid?Voorzitter. Ik rond af. De regering-Wilders/Yes¸ilgöz zet het mes in deinternationale samenwerking. Door zich op dit cruciale moment van dewereld af te keren, verzwakt zij de veiligheid en de welvaart vanNederland. Het gaat goed moet Nederland als het goed gaat met de restvan de wereld. In een onrustige wereld staan we immers samen sterker.Laten we daar vandaag nog voor kiezen.Dank u wel.De voorzitter:Oké, dank u wel, mevrouw Hirsch. Ik kijk even of er interrupties zijn. Ja, deheer Ram namens de PVV.De heer Ram (PVV):Dank aan mevrouw Hirsch voor de inbreng. Ik heb een vraag over hetrapport waarnaar u verwijst, Domestic effects of foreign aid, waaruit zoublijken dat er ongeveer 11.000 banen bij komen vanwege de ontwikke-lingshulp. Realiseert mevrouw Hirsch zich ook dat dan uiteindelijk dekosten per baan ongeveer € 260.000 zijn? Als je immers 4 miljard uitgeeften dat levert maar 10.000 of 11.000 banen op, dan zijn dat in feitesupermelkertbanen. Hoe kijkt mevrouw Hirsch hiertegen aan?Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank voor de vraag. De 11.000 banen hebben niet alleen te maken met...Misschien moet ik even uitleggen hoe ik de vraag begrijp. Ik hoor mijncollega het bestaande ontwikkelingsbudget, overigens na de bezuiniging,omrekenen naar het aantal banen dat dat budget volgens dit rapportoplevert. Nu is natuurlijk het hele punt van dit rapport – daarom zei ik inmijn inbreng ook bewust dat de export met 400% toeneemt per euro diein ontwikkelingssamenwerking wordt geïnvesteerd – dat ontwikkelingssa-menwerking veel meer economische effecten heeft dan puur het betalenvan banen in de ontwikkelingssector. Dat zeg ik nog even los van het feitdat van die 4 miljard slechts heel weinig terechtkomt in Nederland zelf. Ofik interpreteer mijn collega dus niet helemaal goed, of hij blijkt eenberekening te maken die heel erg kort door de bocht is, terwijl het rapportjuist iets totaal anders zegt, namelijk dat investeren in mensen daar ookinvesteren is in Nederland handelsland.De heer Ram (PVV):Nou, waar ik op duid, is dat het banenargument erg misleidend is. De heleNederlandse handel is ongeveer een derde van het bruto nationaalproduct, namelijk 350 miljard. Dat levert 2,6 miljoen banen op. Met anderewoorden, handel is de motor van onze economie. Die 11.000 banen, die 4miljard zou je dus veel beter kunnen besteden als je banen wilt. Je zoudan veel beter programma’s op handel kunnen maken. OntwikkelingshulpTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 539 levert immers maar 11.000 banen op. Ziet mevrouw Hirsch dat ook zo metdeze uitleg?Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank voor de vraag. Meneer Ram heeft natuurlijk gemerkt dat ik in mijninbreng constant de link leg tussen internationale samenwerking enontwikkelingssamenwerking enerzijds en Nederland handelslandanderzijds. Het rapport toont aan dat die link heel sterk is en dat door teinvesteren in goede relaties met allerlei landen om ons heen, ver weg endichtbij, ook onze economie groeit en bloeit. Het rapport constateertbijvoorbeeld dat per euro die wordt geïnvesteerd in ontwikkelingssamen-werking er voor € 4 meer export is. Die € 4 meer export betekent heelveel banen in de handelseconomie. Ik deel de conclusie, die nogalrechtlijnig is – een budget wordt aan een getal gekoppeld – dus niet. Hetrapport gaat erover dat ontwikkelingssamenwerking niet op zich staat,maar een hele belangrijke positieve impact heeft op onder andere dehandelseconomie, die meneer Ram net als ik heel belangrijk vindt.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, mevrouw Hirsch, voor de inbreng. Fijn dat u ook de urgentievan conflictpreventie noemde. U heeft gezien dat wij een amendementhebben over een topinstituut voor conflictpreventie. Wij zijn benieuwdhoe u daartegen aankijkt.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank voor de vraag. We hebben het in de debatten al vaker over hetvoorstel van mevrouw De Korte gehad. Ik zit met een groot dilemma,namelijk dat we met gigantische bezuinigingen te maken hebben en wedus moeten kiezen in schaarste. Dat is een van de redenen waarom wehet zo ontzettend belangrijk vinden dat de systematiek achter dekoppeling wordt hersteld, zodat we ook weer weten hoeveel geld erbeschikbaar kan zijn voor internationale samenwerking en we brederevisies, zoals de visie van mevrouw De Korte op een dergelijk instituut,kunnen gaan ontwikkelen. Het probleem is dat we nu alle zeilen moetenbijzetten om de meest urgente zaken goed te kunnen financieren. Dangaat het ook over humanitaire hulp en steun aan al die mensen inconflictgebieden die nu enorm te lijden hebben onder geweld engrootschalig onrecht. Ik moet dus kiezen in schaarste. Ik probeer met eenaantal voorstellen – die doe ik overigens samen met mevrouw De Korte –het ergste te herstellen. Maar ik zit heel erg met het belang van desystematiek van de koppeling. Daarmee kunnen we ruimer kiezen op hetontwikkelen van nieuwe ideeën.Mevrouw De Korte (NSC):Dit stelt me wat teleur, want we vragen maar een relatief klein bedrag:€ 500.000. Dat is echt maar een klein bedrag ten opzichte van wat weuitgeven aan humanitaire hulp en zeker ook ten opzichte van wat weuitgeven aan defensie. Ziet zij daarin geen duidelijke kans om al dieconflicten enigszins te keren? Ik weet ook wel dat we niet alles kunnen,maar vindt u ook niet dat we hiervan prioriteit nummer één moetenmaken, opdat we minder conflicten in de wereld hebben en daarbij ookeen rol kunnen spelen als Nederland en als Europa?Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Het tegengaan van conflicten is ontzettend belangrijk. Tegelijkertijd,teleurstellend is het natuurlijk... Ik vind het heel vervelend om in een debatelkaars woorden te gaan herhalen. Wij hopen heel erg op volledige steunvan mevrouw De Korte en NSC voor het herstellen van de systematiekvan de koppeling. Onze voorgangers hebben zich daar hard voor gemaakt.Dat even vooropgesteld. Daar zijn wij al een aantal keren op teleurgesteld,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5310 om het maar even in die woorden te zeggen, dus ik zou dat echt heelgraag willen zien. € 500.000 is voor vrouwenorganisaties, ook in Congo enook in Sudan, zeker geen minimaal bedrag. Ik moet dus gewoon evenkijken hoe de Minister omgaat met een aantal van de suggesties die wijhebben gedaan, om te zien waar de ruimte hierin zit. Ik zeg dus ook niet:nee, daar zijn we echt tegen. Ik wil duidelijk maken dat de schaarste diewe nu hebben zeker niet is veroorzaakt door mijn partij of door deoppositiepartijen en dat we al heel erg lang praten over herstel van hetbudget. Ook voor mij is dit wel voorwaardelijk om andere dingen, nieuwedingen, in gang te gaan zetten.De voorzitter:Oké. Ik kijk even. Er zijn geen interrupties. Dan gaan we nu over naarmevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik kan mij aansluiten bij de woorden van mevrouwHirsch over het bni en ook over UNRWA. Dat scheelt dan alweer.Ik heb ontwikkelingsstudies gestudeerd, alweer een tijdje geleden. Daarleerden we de lessen van tientallen jaren ontwikkelingshulp, devoorbeelden van 50 jaar geleden van hulp waarvan de hulpgever vond dathet nodig was of waarvan de hulpgever vooral zelf profiteerde. Lucratief,maar niet effectief. Samenwerking, en dus ontwikkelingssamenwerking,was het antwoord op al die lessen. Het is daarom zo treurig dat we hetafgelopen jaar hebben moeten aanzien hoe al die geleerde lessen wordengenegeerd en hoe we redeneringen hebben teruggekregen van 50 jaargeleden. Effectiviteit wordt eraan afgemeten of het lucratief is voor hetNederlandse bedrijfsleven. En: geen geld meer voor vredesopbouw,democratisering en het voorkomen van conflict, wel geld voor de NAVOvan daddy Trump. Er wordt volledig aan voorbijgegaan dat het bereikenvan stabiliteit in andere landen niet alleen solidair is, maar ook eenbinnenlandse veiligheidskwestie is. Daarom zullen we verschillendevoorstellen doen om dit kortzichtige beleid weer te repareren.Vandaag – mijn collega Hirsch verwees er al naar – is er een onderzoekuitgekomen dat zegt dat de Nederlandse economie juist baat heeft bijontwikkelingssamenwerking. Voor elke euro die Nederland in ontwikke-lingssamenwerking investeert, groeit de Nederlandse export met € 2. Watis de reactie van de Minister hierop? Is dat dan niet genoeg reden om debezuinigingen te schrappen?Voorzitter. In een tijd waarin wereldwijd vrouwenrechten en vrouwenrech-tenactivisten onder druk staan, wordt de inzet op vrouwenrechtenwegbezuinigd. Dit gaat onder andere over vrouwen die zich inzetten vooronderwijs voor meisjes, gelijke arbeidsrechten voor mannen en vrouwenof gelijke economische rechten en participatie. Afgelopen donderdagkwam er een rapport uit van het European Parliamentary Forum,genaamd The Next Wave. Hierin wordt beschreven dat religieus-extremisten strategisch een mondiale antirechten- en antigendercam-pagne financieren, voor in ieder geval 1,18 miljard dollar in de afgelopenjaren. Aanvallen op vrouwenrechten worden gecoördineerd en gefinan-cierd door conservatieve en religieuze organisaties in de VerenigdeStaten, in Europa en in Rusland. In die context, waarin vrouwenrechtenzwaar onder druk staan, kiest de regering ervoor te stoppen met hetsteunen van vrouwenrechten. Wij zullen dus ook voorstellen doen omdeze bezuinigingen terug te draaien.Dan het feministisch buitenlandbeleid. Dat blijkt door dit kabinet te zijngeschrapt, terwijl het zo belangrijk is om gelijke rechten en gelijkwaar-digheid tussen mannen en vrouwen centraal te stellen binnen deonderdelen van het Nederlandse buitenlandbeleid. Is de Minister bereidom dit beleid weer in te voeren? Samen met mevrouw Hirsch hebben wehier ook een voorstel voor.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5311 Ik ben blij om te lezen dat in het beleidskader direct is verwerkt datinternationale lobby niet meer wordt uitgesloten als criterium voorfinanciering. Maar lobby op nationaal niveau wordt dat wel; ik had hetdaar net ook al even over. Ik had onlangs bijvoorbeeld een aantalOekraïense vrouwenrechtenactivisten op bezoek, die superindrukwek-kende verhalen vertelden over de gevolgen van de oorlog voor vrouwen,de toename van huiselijk geweld en ook de gevolgen van het wegvallenvan financiering door bijvoorbeeld USAID. Een Keniaanse mensenrech-tenactiviste vertelde over de strijd tegen genitale verminking. Dat konalleen maar omdat dit ook gefinancierd werd; anders hadden we diemensen nooit kunnen spreken. Zij krijgen wel financiering van Nederland,en gelukkig maar, maar zij mogen dat straks niet meer doen. Ze mogenniet meer langskomen bij Kamerleden of op het ministerie om tebespreken wat zij nodig hebben of wat de effecten zijn van beleid, terwijldit juist zo nuttig is. Dat lijkt me niet de bedoeling. Wat vindt de Ministerhiervan? Moeten we niet veel meer beoordelen op inhoud als het gaatover de financiering, in plaats van allerlei criteria op te tuigen en dit soortgoede initiatieven juist uit te sluiten?Voorzitter. Dan de mondiale gezondheid. Als hiv wordt behandeld, kunnenmensen een normaal leven leiden en wordt het virus niet meer overge-dragen. Het feit dat infectieziekten zoals mazelen, polio en nu ook malariavoorkomen kunnen worden is fantastisch, zodat geen ouder meer eenkind hoeft te verliezen aan een ziekte die voorkomen had kunnen worden.De bezuinigingen van USAID, van de ene op de andere dag, hebben eencatastrofaal effect. Klinieken moesten ineens sluiten, preventie enbehandeling moesten worden teruggeschroefd en werden soms ineensgestopt. Mondiale gezondheidsinitiatieven zoals Gavi, The Global Fund enUNAIDS zijn cruciaal om het gevecht tegen voorkombare infectieziektenvoort te zetten. Het is ontzettend belangrijk dat zo veel mogelijk landen,ook Nederland, wel hierop blijven inzetten. Voormalig Minister Klever gafaan dat ze dit wilde doen, maar een motie die opriep tot continuïteit vanfinanciering van deze instituten werd weggewuifd, want dat wasoverbodig. Daarom snap ik niet dat we nu horen dat er voor de komendeperiode ruim driekwart minder toegezegd wordt aan bijvoorbeeld Gavi,The Vaccine Alliance. De financiering voor bijvoorbeeld UNAIDS is ooknog steeds niet bekend. Klopt dit, vraag ik aan de Minister, want driekwarteraf is op geen enkele manier uit te leggen als continuïteit en eenoverbodigheid om hiertoe op te roepen.Dan het maatschappelijke middenveld. In het nieuwe beleidskader, datvanaf 1 januari ingaat, wordt fors bezuinigd op maatschappelijkeorganisaties. Daarnaast is het zo dat het invoeren van het nieuwebeleidskader vertraging oploopt en veel organisaties pas in de loop van2026 financiering zullen ontvangen op basis van het nieuwe beleidskader.Zo ontstaat een financieringsgat. Volgens mij wil niemand hier dat.Daarom stellen wij voor om het oude beleidskader in ieder geval nog eenhalfjaar te verlengen, zodat het nieuwe beleidskader kan wordenuitgewerkt, organisaties duidelijkheid hebben, en een nieuwe Kamer enook de regering tijd hebben om te bepalen wat ze hiermee willen. Is deMinister het daarmee eens?Dan humanitaire hulp. Die staat zwaar onder druk. Daarom stellen we ookvoor om de bezuinigingen hierop terug te draaien. 2024 was het gevaar-lijkste jaar ooit voor humanitairehulpverleners. Begin dit jaar werden inGaza 15 mensen, duidelijk herkenbaar als hulpverleners, door hetIsraëlische leger doodgeschoten en met hun ambulance begraven. En nogsteeds zijn de daders niet ter verantwoording geroepen. Dat geldt ookvoor geweld tegen hulpverleners in Oekraïne, in Congo en Sudan. Ditondermijnt niet alleen de naleving van het oorlogsrecht, maar ook dehumanitaire hulp in zijn geheel. Het is dus goed dat er een spoedadvieskomt van AIV en CAVV, en ook een actieplan voor de bescherming vanhulpverleners, dat ons is toegezegd door deze Minister. Maar wat doetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5312 deze Minister op dit moment om straffeloosheid aan te pakken, om tezorgen dat daders worden opgespoord en voor het gerecht wordengebracht? En welke rol ziet de Minister voor de Wet internationalemisdrijven, waarbij Nederlandse rechters, in tegenstelling tot anderelanden, geen universele jurisdictie hebben over internationale misdrijvenzoals geweld tegen hulpverleners? Ik ben daar heel benieuwd naar, dusgraag een reactie. En we hebben het al vaak gehad over Gaza, en dezeMinister weet dat wij vinden dat hij echt veel en veel te weinig doet omdaar straffeloosheid van oorlogsmisdaden en genocide te voorkomen.Deze week dienen we daar weer voorstellen voor in.Maar dan Sudan en Congo. We hebben al een heel aantal voorstellengedaan om bijvoorbeeld de fact-findingsmissies te steunen, om eenvoorlopersrol te spelen in humanitaire hulp in Sudan, om journalisten testeunen. Toch lukt het nog steeds onvoldoende om humanitaire hulp opde plek te krijgen waar die moet zijn, terwijl 25 miljoen mensen daarafhankelijk zijn van voedselhulp. En dat is óók zo omdat er onvoldoendefinanciering is. Daarom dienen we ook een amendement in om extra geldbeschikbaar te stellen voor noodhulp in Sudan. En als laatste hierover: inprincipe kent elk sanctieregime humanitaire uitzonderingen, maar wijhoren van humanitaire organisaties dat deze uitzonderingen er niet altijdzijn in de praktijk. Kan de Minister garanderen dat humanitaire organi-saties altijd onder sanctiemaatregelen uitkomen?Voorzitter. Dan wapens. De vreselijke oorlog in Sudan kan alleenplaatsvinden omdat de strijdende partijen worden bewapend. De RSFwordt bewapend vanuit de Verenigde Arabische Emiraten en begaatdaarmee de meest vreselijke oorlogsmisdaden. Hier waren al eerderrapporten over verschenen, maar een nieuw rapport van april dit jaar vanVN-experts laat weer zien dat de Emiraten via Tsjaad wapensteun leverenaan de RSF. Alle strijdende partijen in Sudan begaan oorlogsmisdaden.Het is dus cruciaal dat die toestroom aan wapens stopt, om het conflictdaar te stoppen. In 2024 exporteerde Nederland nog wapens en wapenon-derdelen voor 5,7 miljoen aan de Emiraten, 1,1 miljoen naar Saudi-Arabiëen 91 miljoen naar Egypte, waarvan de laatste twee landen wapens sturenaan de SAF in Sudan. En wat zegt het over onze wapenexportcontrole datNederland wapens exporteert naar deze landen? Gaat deze wapenexportnaar deze landen ook stoppen? En hoe staat het met de uitvoering van deaangenomen motie van de heer Van der Burg en mijzelf om maatregelente nemen richting de Verenigde Arabische Emiraten en andere landen diewapens of financiële steun leveren aan de strijdende partijen in Sudan?We hebben ook eerder gevraagd om het instellen van sancties tegen denetwerken en bedrijven die de RSF financieren, zoals de Al Junaidcompany. Daar hebben we het eerder met deze Minister ook over gehad.Dat bedrijf staat op een sanctielijst, maar heeft bijvoorbeeld al achtholdings die niet op die sanctielijst staan. Ik heb daarom eerder deMinister gevraagd om de bedrijven en de netwerken die dit doen en diestaan beschreven in een rapport uit 2023 van het VN-Panel of Experts, opde sanctielijst te zetten. Is dat inmiddels gelukt?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Oké. Ik kijk even of er interrupties zijn. Die zijn er niet. Dan gaan we naarde volgende spreker: de heer Ram, namens de PVV.De heer Ram (PVV):Dank u wel, voorzitter. De PVV is glashelder: ontwikkelingshulp moetstoppen en handel moet groeien. Nederland is geen pinautomaat voor dewereld. Deze suppletoire begroting is een eerste stap in de goede richting.Jarenlang verdwenen miljarden naar corrupte regimes, onzinnigeklimaatprojecten en ideologische hobby’s van ngo’s. Daar komt nugrotendeels een einde aan. Het Nederlandse belang staat weer centraal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5313 De vorige Minister zette een goede stap; klimaat, gender en onderwijsverdwenen als aparte artikelen uit de begroting. De PVV steunt dit.Buitenlandse handel en ontwikkelingshulp moeten draaien om Neder-landse belangen als stabiliteit, opvang in de regio en bescherming vanonze grenzen, en niet om woonprojecten in verre landen.Maar dit is pas een begin, voorzitter. De PVV wil helemaal stoppen met ditbeleid. Geen euro meer naar foute regimes, geen geld meer naarUN-organisaties, zoals UNRWA, die haatzaaien, geen steun aan hulpindus-trieën die mislukt beleid al decennia rekken. Dat geld moet terug naar deNederlander. Daarom zeggen wij: schrap de bni-koppeling. De automa-tische stijging van de ODA-uitgaven is niet uit te leggen aan mensen diehun boodschappen al nauwelijks kunnen betalen.Voorzitter. Dan de revolverende fondsen. Er zit meer dan 2,5 miljard vanons belastinggeld in deze constructies, die buiten het zicht van de Kamervallen. Het valt bijna buiten het budgetrecht van de Kamer. Dit isoncontroleerbaar en onwenselijk. De PVV wil dat er voor elk fonds eenexitplan komt en dat elk fonds regelmatig wordt geëvalueerd. De PVV wileen volledige rapportage over de resultaten en de revolverendheid vanhet fonds, en ook geen automatische bijstorting meer bij tekorten.Voorzitter. Het handelsbeleid. De PVV is positief na de beleidsbrief van deMinister. Handel moet weer draaien om Nederlandse belangen, niet ommensenrechtenpropaganda of gendertraining in Zuidoost-Azië of Afrika.De focus moet liggen op ons mkb, onze industrie, onze soevereiniteit, wattegenwoordig «strategische autonomie» heet; die term is door zo’n beetjeelke partij overgenomen.Voorzitter. De eerste stappen zijn gezet, maar de PVV wil verder. Wij willenontwikkelingshulp afschaffen, sterkere controle op de fondsen eninvesteren in wat echt telt: veiligheid, weerbaarheid, welvaart en detoekomst van de Nederlander.Dank u wel.De voorzitter:Oké, dat was wel heel ruim binnen de tijd.De heer Ram (PVV):Kort en krachtig.De voorzitter:Ja. Een interruptie van mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):We kennen natuurlijk het verhaal van de PVV. Toch is er kennelijk eenblinde vlek, want wij hebben ook banken en bedrijven gesproken. Diezeggen: we hebben informatie nodig uit landen om te kunnen investeren,anders kunnen wij niet investeren. Daar komt juist het maatschappelijkmiddenveld bij kijken, dat al jarenlang contacten heeft en dat kanaangeven of het veilig is om te investeren of niet. Als u zegt «we stoppenmet ontwikkelingshulp», dan stopt ook die informatievoorziening aanbedrijven en banken. Hoe ziet de heer Ram dat?De heer Ram (PVV):We zouden er beter aan doen om weer een handelspostensysteem op tezetten, zoals ABN Amro voorheen deed, voor de crisis van 2008. Diehadden een gigantisch netwerk in de wereld, waardoor heel veelinformatie over handel tot hun beschikking kwam. Dat is helaas wegge-vallen. Dat is voornamelijk overgenomen door de Nederlandse ambas-sades en consulaten. Daar wordt uiteraard door deze regering opbezuinigd, maar daarvan krijgen we wel nog steeds cruciale informatie.Maar mijn pleidooi zou zijn om te investeren in een echt handelsnetwerk,in plaats van alleen maar in maatschappelijke organisaties, die wat mijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5314 betreft niet de belangen van Nederland, maar vooral hun eigen ideolo-gische belangen vertegenwoordigen.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):De heer Ram verkleint – dat gebeurde net ook even in een interruptie opmij – de realiteit van het ontwikkelingssamenwerkingsbudget wel heel ergtot een van zijn stokpaardjes, namelijk het maatschappelijk middenveld. Isde heer Ram zich ervan bewust dat een groot deel van wat hij de«handelsposten» noemt of wat nu de ambassades zijn, mede door ditbudget worden gefinancierd en dat door de bezuinigingen dus een aantalvan die posten wegvallen? Maar dat is het niet alleen. Is de heer Ram, alshij een vraag stelt of zijn zorgen uit over onze strategische afhankelijk-heden, zich ervan bewust dat relaties met landen waarvan wij afhankelijkzijn – of we het nou willen of niet; we zijn een relatief klein land – juistgezond, goed of positief voor onze belangen blijven door activiteiten dieonder andere met dit budget worden ontwikkeld? Kan de heer Ram mijuitleggen hoe hij zijn behoefte om handelsposten op te zetten en onzestrategische belangen onder controle te houden, rijmt met zijn vurigepleidooi om juist dit essentiële budget gewoon maar even af te schaffen?De heer Ram (PVV):Wat ons betreft moet er meer geïnvesteerd worden in handel. Als daarmeer geld naartoe gaat, dan is dat een prioriteit van ons. Wat betreft dehele geopolitieke situatie in de wereld, die nu aan het veranderen is,moeten we kijken naar diversifiëring van ons handelsbeleid en niet meeralleen afhankelijk zijn van China en Amerika, maar ook kijken naarbijvoorbeeld Zuid-Amerika, landen in Afrika en in Zuidoost-Azië. Daar zijnwel degelijk kansen. Kijk bijvoorbeeld naar India. Dat is nu een combina-tieland. Laten we dat nou opwaarderen tot een echt handelsland. Latenwe daar een investeringsprogramma van maken waarin we elkaarswederzijdse belangen erkennen en waarin we onze wederzijdse behoeftenkennen qua economische groei. Laten we dan een mooie handelsdealsluiten. Daar zie ik dan meer accenten op. De reden daarvoor is dat handeluiteindelijk een derde van ons bruto nationaal product is en meer dan 2,6miljoen banen voor z’n rekening neemt. Dat is wat mij betreft vele malenbelangrijker dan de ontwikkelingshulp die we nu geven via hetmaatschappelijk middenveld. Het is dus een politieke afweging. Daar kuntu anders in staan, maar zo kijken wij ernaar.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank voor het antwoord. Ik vind het opvallend dat meneer Ram allerleiactiviteiten voorstelt, zoals het landenbeleid – hij noemde een combina-tieland – het creëren van vooruitgeschoven handelsposten en hetveiligstellen van strategische autonomie. Die activiteiten vallen juistallemaal onder dat ene budget waarop hij dus voortdurend enorm af zit tegeven. In een komma en bijzin doet hij dan alsof dat allemaal naarmaatschappelijke organisaties gaat. Die spelen, zoals mevrouw De Korteal zei, een heel erg essentiële rol in het gezond houden van die relaties. Ikkan alleen maar constateren dat de heer Ram en ik qua activiteitenmisschien dichter bij elkaar staan dan ik dacht, maar dat de frustratievooral zit in de naam, dus dat het «ontwikkelingssamenwerking» heet,want hij stelt precies voor wat in het budget juist al jaren- en jarenlanggedaan wordt.De heer Ram (PVV):Ik hoorde niet echt een vraag. Mevrouw De Korte begon over hetmaatschappelijk middenveld. Dat is de reden waarom ik daarop inging.Wat mij betreft moeten we dus op handel focussen en moeten we af vanontwikkelingshulp an sich. Dat is de focus waar de PVV voor staat. Danheb je dus een handelsbudget, een budget voor buitenlandse handel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5315 Daar moet je dan de budgetten onder zetten, en niet de hele tijd onderontwikkelingshulp. Dat is een andere visie.De voorzitter:Oké. Er zijn geen interrupties meer. Dan gaan we over naar de heer VanBaarle namens DENK voor zijn eerste termijn.De heer Van Baarle (DENK):Dank u wel, voorzitter. We hebben vandaag het eerste grote debat met denieuwe bewindspersonen die verantwoordelijk zijn voor ontwikke-lingshulp en buitenlandse handel. DENK is er absoluut niet rouwig om datMinister Klever, de politieke belichaming van de egoïstische «eigen volkeerst»-politiek, is verdwenen. Wat DENK betreft biedt dat ook de kans omafscheid te nemen van het asociale PVV-beleid op deze portefeuille, vande bezuinigingen die ervoor zorgen dat de allerarmste mensen in dewereld de dupe worden, en van het alleen maar willen inzetten van hulpals middel om het eigenbelang te dienen. In de huidige wereld, waarinoorlogen en honger helaas zo wijdverbreid zijn, mogen we ons alsNederland niet egoïstisch terugtrekken achter onze dijken. Wat gaan dezebewindspersonen nu anders doen, is mijn eerste vraag. Zijn ze bereid omafstand te nemen van de «eigen volk eerst»-politiek van Klever en de PVV?Zijn ze bijvoorbeeld bereid om die ontzettend pijnlijke bezuiniging,namelijk die bezuiniging op UNRWA – dat was gewoon een voorbeeld vanpolitiek handjeklap over de rug van de Palestijnen – terug te draaien? Jekan niet bezuinigen op hulp aan de Palestijnen op dit verschrikkelijkemoment voor de Palestijnen.Voorzitter. Als eerste wil ik het graag hebben over de Oeigoeren. DeOeigoeren worden door China op verschrikkelijke wijze onderdrukt. Zeworden opgesloten in concentratiekampen. Ze worden cultureel onder-drukt. De Oeigoeren worden ook ingezet door China voor dwangarbeid.Veel van de producten die tot stand zijn gekomen met Oeigoersedwangarbeid vinden ook hun weg naar Europa. Hiermee verdienenbedrijven dus letterlijk geld aan Oeigoers bloed en Oeigoers leed. Mijnmotie die vraagt om maatregelen om producten die tot stand zijngekomen met Oeigoerse dwangarbeid te weren, is onlangs in de TweedeKamer aangenomen. Welke stappen heeft de Minister sindsdien genomenom producten die met dwangarbeid van Oeigoeren zijn gemaakt, teweren? Kan de Minister ook nationaal al stappen zetten om die productente weren? Welke steun geeft de Nederlandse regering aan organisaties diezich wereldwijd inzetten voor de mensenrechten van Oeigoeren? Graageen reactie.Dan de Israëlische misdaden, die gestopt moeten worden. Volgens zo’nbeetje alle mensenrechtenorganisaties maakt het zionistische regime inIsraël zich schuldig aan illegale rassenscheiding en apartheid. Israëlvernietigt Gaza, pleegt een genocide en rooft steeds meer land van dePalestijnen. Dit moet stoppen. Maar nog altijd wordt er vanuit Nederlandvrolijk zakengedaan met Israël. Zo importeerde Nederland volgens demeest recente cijfers minstens 154 miljoen euro aan groente en fruit uitIsraël en de bezette Palestijnse gebieden, 77 miljoen aan toestellen voorcommunicatie, 99 miljoen aan diverse machines, 132 miljoen aanelektrische apparaten, 211 miljoen aan anorganische chemischeproducten en 308 miljoen aan ruwe aardolie en aardolieproducten. Intotaal ging er 1,71 miljard euro uit Nederland naar Israël. Het is dusletterlijk business as usual met een staat die genocide pleegt. Wat DENKbetreft moet er een totaalboycot van Israël komen. Wat DENK betreft mager geen Israëlisch product meer binnenkomen en moeten bedrijven diewinst maken met een genocidestaat een sanctie opgelegd krijgen. De tijddat er verdiend wordt aan Palestijns bloed moet voorbij zijn. Kunnen deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5316 Ministers uitleggen wat zij vinden? Is het voor deze Ministers oké dat er zoontzettend veel geld wordt verdiend aan bedrijvigheid in de genocidestaatIsraël?Er komen ook producten op de Nederlandse markt uit illegale Israëlischenederzettingen. Hiermee wordt er letterlijk geld verdiend aan landroof enkolonistengeweld tegen de Palestijnen. Het Internationaal Gerechtshofstelt dat landen zoals Nederland stappen moeten zetten om handels- eninvesteringsrelaties met bedrijven in de illegaal bezette Palestijnsegebieden niet alleen te ontmoedigen, maar ook proactief te voorkomen.Wat gaat de regering doen met deze duidelijke oproep van het Internati-onaal Gerechtshof? En waarom hebben we nog steeds louter een slapontmoedigingsbeleid waarin bedrijven een adviesje krijgen om maaralsjeblieft niet te handelen in Palestijns land dat illegaal door Israëlischebezettingstroepen bezet wordt? Waarom wordt dit niet gewoon veelsteviger aangepakt door de Nederlandse regering? Welke initiatievenbepleit de Nederlandse regering op Europees gebied om de handel inproducten uit illegale nederzettingen aan banden te leggen, bijvoorbeelddoor het gewoon te verbieden? Ik word er echt misselijk van dat erNederlandse bedrijven en organisaties zijn die bijvoorbeeld lekker«Israëlische» wijn, die is gemaakt op land dat is afgepakt van de Pales-tijnen, proberen te verkopen met een verkooppraatje. Neem bijvoorbeeldwijn van de Westelijke Jordaanoever, waarbij ook nog eens in eenpropagandapraatje op de website staat hoe die kolonisten zo aardigzouden zijn voor de Palestijnen, waarvan ze het land hebben afgepakt. Hetis ronduit walgelijk dat we dit soort producten en dit soort websites inNederland hebben. Het is walgelijk hoe schendingen van het internati-onaal recht zo recht worden gepraat. Het is walgelijk hoe er gewoon dikgeld wordt verdiend aan de vernietiging van Palestina, en walgelijk hoeextremistisch zionisme gewoon vermarkt wordt en er verdiend wordt aande onderdrukking van de Palestijnen.Waarom wordt dat niet gestopt, vraag ik aan de regering. Waarom wordtde tactiek van BDS, boycot, desinvesteringen en sancties, nog altijd doorde Nederlandse regering verworpen? We moeten toch gewoon stoppenmet toestaan dat er verdiend wordt aan de vernietiging van Palestina?Weet de Minister überhaupt wat de omvang is van de handel met illegalenederzettingen? Erkent de Minister dat het slappe etiketteringsbeleidgewoon niet werkt? Waarom zijn er talloze Nederlandse bedrijven diedirect of indirect bijdragen aan de bezetting van Palestina? Waarom staatde Nederlandse regering dit toe? Zouden die bedrijven in plaats van eenontmoedigingsadvies niet gewoon een sanctie moeten krijgen? Waaromdat slappe beleid?Maar het ergste van alles is nog dat Nederland aan zo veel handelsbevor-derende activiteiten met Israël doet, in het licht van het feit dat Israël eengenocide pleegt. Waarom moedigt het ministerie Nederlanders bijvoor-beeld aan om hun kansen op de Israëlische markt te ontdekken? Israëlpleegt een genocide en we moeten daar vooral onze kansen op de marktgaan ontdekken! Het is ziekelijk. Waarom zien we zelfs dat de overheid eralles aan gelegen is om die genocide geen enkele invloed te laten hebbenop de handel met Israël? Waarom zegt de rijksoverheid bijvoorbeeld datRVO-adviseurs persoonlijk ter beschikking staan voor advies, ook als degeopolitieke situatie de handel met Israël bemoeilijkt? En ik heb het aleerder tegen de Minister gezegd: waarom wordt Nederlanders door derijksoverheid geadviseerd dat ze beter niet over politieke zaken zoals dePalestijnse kwestie kunnen spreken? Dat wordt gewoon geadviseerd doorde Nederlandse overheid. Zwijg maar over de onderdrukking vanPalestijnen, want poen verdienen aan Israël is blijkbaar voor de Neder-landse regering belangrijker.Waarom heeft de Nederlandse Ambassade in Tel Aviv meerdere handels-adviseurs? Waarom organiseert Nederland netwerkbijeenkomsten enhandelsmissies in Israël? Waarom heeft Nederland een Israeli DutchTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5317 Innovation Center om innovatieve R&D-samenwerking tussen deNederlandse en Israëlische organisaties te bevorderen? Waarom staan erallemaal ronkende praatjes op sites van de rijksoverheid over dat Israëlzo’n fantastisch land zou zijn voor technologie? Dat is technologie die isuitgetest op Palestijnen, op weerloze Palestijnen. Hoe misselijkmakend ishet dat je hieraan wil verdienen en dat je dat als Nederlandse overheidook nog eens wil faciliteren met beleid? Ik vind het schrikbarend. Het isvolslagen vanzelfsprekend dat Nederland dit soort activiteiten nooit zouontplooien met andere landen waar mensenrechten op zo’n flagrantewijze worden geschonden als Israël doet. Waarom gaat de Nederlandseregering hier wel mee door? Waarom neemt de Nederlandse regeringvoor de verandering niet eindelijk een keer concrete maatregelen om testoppen dat er verdiend wordt aan de genocidestaat Israël? Waaromkunnen ze bijvoorbeeld in Ierland wel zoeken naar nationale wetgevingom de handel met illegale nederzettingen aan banden te leggen? Wil deNederlandse regering hier zelf niet aan denken? Waarom zien we ookgeen innovatievere voorstellen vanuit Nederland om het beleid aan tescherpen, anders dan alleen het hebben van een slap etiketteringsbeleiden een ontmoedigingsbeleid? Waarom sluiten we die hele handelspost bijde ambassade in Tel Aviv niet? Waarom knikkeren we Israëlischebedrijven niet uit het SWIFT-systeem?Wat DENK betreft – dat is onze oproep – moet de onderdrukkendezionistische apartheidsentiteit die Israël heet, afgebroken worden, wantapartheid, genocide en onderdrukking moeten gestopt worden. De enigemanier om dat te doen, is het op geen enkele manier ondersteunen vanhet staatsbestel dat daarvoor zorgt. Sterker nog, dat staatsbestel moetworden tegengewerkt. Dat betekent geen enkele euro meer voorzionistische bedrijven en zakenlieden die verdienen aan Palestijns bloed,zodat er uiteindelijk een staat kan ontstaan met gelijke rechten vooriedereen. Of je nou joods bent, christelijk of moslim dat maakt niet uit. Hetmoet een staat zijn met gelijke rechten voor iedereen. Die staat heet nietIsraël.Dank, voorzitter.De voorzitter:Ik kijk even of er interrupties zijn. Nee, dan gaan we naar de volgendespreker. Dat is de heer Ceder, die spreekt namens de fractie van deChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst de nieuwe Staatssecretaris veelsucces en zegen toewensen bij haar werk.Voorzitter. Vorige week stond Den Haag op zijn kop vanwege deNAVO-top. De NAVO-lidstaten hebben zich gecommitteerd aan de5%-norm en beloven de komende jaren miljarden meer uit te geven aandefensie. Dat is een flinke prestatie, en ook terecht. Maar waar dit kabinetde 5%-norm heeft omarmd, is de 0,7%-norm uit het raam gegooid.Ondanks de aangenomen motie-Huizinga-Heringa in de Eerste Kamerheeft dit kabinet in de Voorjaarsnota de koppeling van ontwikkelingssa-menwerking met het bni niet hersteld. President Trump gaf Spanje eenflinke veeg uit de pan omdat het minder wil uitgeven, maar welkewereldleider geeft andere landen ervan langs als ze juist willen bezuinigenop de allerkwetsbaarsten, op de meest arme in deze wereld? Dan is hethelaas stil.Voorzitter. Het is nog wranger dat, hoewel dit kabinet al een historischebezuiniging doorvoert, er partijen zijn die menen dat er nog wel wat extrakan worden bezuinigd op de medemens. Dat heb ik vandaag ook weergehoord. Dat is niet alleen onbarmhartig; het is ook, zoals een rapportvandaag uitwijst, niet in het Nederlands belang. Het is gewoon oliedom.Voor de ChristenUnie gaan investeringen in defensie hand in hand metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5318 investeringen in diplomatie en ontwikkelingssamenwerking. Dat is nietalleen vanuit solidariteit; het is ook in het Nederlands belang om teinvesteren in ontwikkelingssamenwerking en in relaties met anderelanden. Dat is in deze onzekere wereld van groot belang. Als we onsterugtrekken, staan landen als China klaar om onze positie en de invloeddie die met zich meebrengt, over te nemen.Voorzitter. Om die reden heb ik een amendement ingediend om dekoppeling met het bni volledig te herstellen. Wat dit kabinet bij deVoorjaarsnota naliet, kunnen we als Kamer op deze manier alsnoguitvoeren. Hoe kijkt de Minister zelf naar het feit dat de motie-Huizinga-Heringa nog niet is uitgevoerd en de koppeling maar half is hersteld? Is deMinister bereid om de koppeling volledig te herstellen, in lijn met demotie? Ik hoop op een positief oordeel op het amendement.Voorzitter. De 5%-norm betekent voor ons ook diplomatie, solidariteit eninzet. Het is mede daarom dat ik samen met de heer Bamenga vandaageen actieplan heb overhandigd aan de heer Veldkamp dat specifiek overCongo gaat, met de titel Van een vergeten conflict naar duurzame vrede.Het is vandaag ook Onafhankelijkheidsdag voor Congo. In het actieplanleggen we een aantal concrete punten voor. We zullen daar ookgezamenlijk wat moties over indienen, omdat we vanuit daar samen hetgesprek willen aangaan, maar ook daadkracht willen tonen. Ook dat hoortbij de NAVO.Voorzitter. Dan de rol van maatschappelijke organisaties. De bezuinigingop maatschappelijke organisaties is een stuk steviger dan die op OS in hetalgemeen. Is de Minister bereid om de bezuiniging op maatschappelijkeorganisaties nog meer te verlichten in de begroting voor 2026? We ziendat de financiering van programma’s via maatschappelijke organisaties alper 31 december van dit jaar stopt, terwijl het nieuwe beleidskader nogniet per 1 januari 2026 ingaat. Is de Minister daarom bereid toe te zeggendat hij met een overbrugging zal komen?Voorzitter. Tot slot humanitaire hulp. Er wordt flink bezuinigd, terwijl denood in de wereld toeneemt, onder meer door het stopzetten van USAID.Kan de Minister uiteenzetten hoe opvolging is gegeven aan de motie-Ceder c.s. die het kabinet oproept te verkennen hoe via verschillendekanalen en ngo’s zo veel mogelijk levensreddende hulp kan wordenvoortgezet in EU-verband en daarbuiten? Kan de Minister aangeven dathij bereid is deze bezuiniging nog te verzachten? Specifiek ten aanzien vanSudan: kan de Minister een update geven over de uitvoering van deaangenomen motie over toegang voor humanitaire organisaties tot beidehoofdregio’s van Sudan?Tot zover. Dank u wel.De voorzitter:Oké. Ook geen interrupties voor u. Dan gaan we naar de heer Bamenganamens D66, voor zijn eerste termijn.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil graag de nieuwe Staatssecretarisbedanken voor het feit dat zij hier is. Ik wil haar ook heel veel succeswensen bij al haar werkzaamheden.Voorzitter. Er zijn van die dagen die in het collectieve geheugen gegriftstaan, dagen waarop een volk zegt: vandaag zijn we vrij. Voor Congo wasdat 30 juni 1960. De vlag van de kolonisatoren werd gestreken. De beloftevan zelfbeschikking werd uitgesproken. Maar wie echt kijkt, wie door desymboliek heen prikt, ziet: Congo werd nooit echt vrij. Het werd niet vrijvan buitenlandse inmenging, niet vrij van uitbuiting en niet vrij om zijneigen koers te bepalen. Vandaag, in 2025, is Congo nog steeds niet vrij,want vrijheid is meer dan een vlag. Vrijheid is een moeder die haarkinderen zonder angst naar school stuurt. Vrijheid is een vader die nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5319 hoeft te kiezen tussen vluchten of vechten. Vrijheid is een volk dat magbouwen aan vrede en niet iedere generatie opnieuw moet overleven.Voorzitter. Ik sta hier niet alleen als Kamerlid. Ik sta hier ook als zoon vanhet Afrikaanse continent, als kind van een gedeeld verleden en alsvertegenwoordiger van een gedeelde toekomst. Want wat daar gebeurt, inGoma, in Bukavu, raakt ook ons, niet alleen omdat we mensen zijn, maarook omdat onze handen nooit helemaal schoon zijn. Congo is rijk, maarrijkdom heeft er nooit vrede gebracht, alleen maar oorlog. Grondstoffendie in onze telefoon zitten, worden daar met bloed betaald. Daarom biedtD66 samen met de ChristenUnie vandaag een actieplan aan, niet omdatwe alles kunnen oplossen, maar omdat wegkijken geen optie meer is. Wezeggen tegen dit kabinet: trek je niet terug uit het Grote Merengebied.Juist waar de hoop het kwetsbaarst is, moet Nederland blijven, niet omdathet makkelijk is, maar omdat het juist is. De geschiedenis zal ons nietvragen of het efficiënt was. Ze zal vragen of we er waren en er alles aandeden om het tij te keren. We zeggen: steun de miljoenen mensen inOost-Congo die nu geen water, geen voedsel, geen zorg hebben; steun demensen die vluchten met kinderen op de rug, zonder iets dan hoop.Extra humanitaire hulp is geen liefdadigheid. Het is een kwestie vanbeschaving. We zeggen: stop de hypocrisie, stop met mooie woordenover mensenrechten en tegelijk deals sluiten met regimes die actiefbijdragen aan het lijden van mensen. Rwanda kan geen partner in vredezijn zolang het oorlog financiert. Zolang rebellen in Oost-Congo wapenshebben en bescherming vinden over de grens, is elk strategisch partner-schap een verraad aan onze waarden.Dan die grondstoffen. Als je weet dat goud, tin en tantaal wordengewonnen in kinderkracht en bloedzweet, dan mag je niet blijven doenalsof je het niet weet. Bedrijven moeten hun keten op orde hebben, punt.Ja, Europa moet landen als Rwanda en Uganda aanwijzen als risicoge-bieden. Geen winst uit geweld. Geen telefoons ten koste van levens.Voorzitter. Er is zo veel kracht in de diaspora, in mensen hier in Nederlandmet wortels in Congo. Ze bouwen bruggen, sturen geld, starten projecten.Ze brengen hoop waar de wereld het laat afweten. Maar wij gebruiken diekracht nog veel te weinig. Daarom pleiten wij voor een Europesediasporastrategie, niet als bijzaak, maar als pijler van beleid.Voorzitter. Vrede is geen luxe; het is een plicht, geen geschenk, maar eenopgave. Ja, het is moeilijk, maar het alternatief is erger. Het alternatief ismeer geld, meer vluchtelingen, meer uitzichtloosheid, voor Congo, voorAfrika, voor ons allemaal. De belofte van 1960 is toch niet waargemaakt,maar vandaag kunnen wij kiezen om een stukje van die belofte opnieuw tedoen door te zeggen: Congo mag niet vergeten worden, niet door ons,niet door Europa, niet door de geschiedenis. Daarom komen wij, D66 enChristenUnie, met het actieplan «Van vergeten conflict naar duurzamevrede». Daarom komen we ook met een amendement om dit jaar 6miljoen extra vrij te maken voor humanitaire noden in Congo. Ik kijk uitnaar de reactie van de Minister op ons actieplan.De voorzitter:Momentje. Nog even de interruptie van meneer Ram.De heer Ram (PVV):Een vraag aan de heer Bamenga. Het conflict in Oost-Congo is natuurlijkeen verschrikkelijk conflict met heel veel humanitair leed. Nu heeftpresident Trump van de VS een vredesakkoord gesloten met Congo enRwanda. Ik ben wel benieuwd hoe de heer Bamenga tegen deze ontwik-keling aankijkt. Op zich lijkt mij dat een positieve ontwikkeling, aangeziende Europese Unie en de Afrikaanse Unie het niet voor elkaar hebbengekregen. Hoe kijkt meneer Bamenga daartegen aan?De heer Bamenga (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5320 Dank voor de vraag van de heer Ram. Inderdaad, er is sprake vanverschrikkelijk leed. Al meer dan 30 jaar is er sprake van verschrikkelijkleed. Er zijn in die 30 jaar ook vaker akkoorden geweest. Nu is erinderdaad ook weer een akkoord. Ieder akkoord is wat mij betreft eenhoopvolle beweging, maar ik denk dat we wel oplettend moeten blijven.Een van de grondoorzaken wordt daar bijvoorbeeld niet in benoemd. Datis de discriminatie in Oost-Congo. De rebellen hebben aangegeven dat dieeen van de redenen is waarom ze doen wat ze doen. Die worden daarbijvoorbeeld niet benoemd. Er is ook nog steeds sprake van straffe-loosheid met betrekking tot het geweld en de verkrachtingen die er deafgelopen periode zijn geweest. Mensen hebben ook behoefte aanrechtvaardigheid. Dat wordt daarin ook niet benoemd. Er zijn dus eenaantal dingen die niet benoemd worden. Het gaat ook niet over de relatiemet M23. Die heeft daar niet aan tafel gezeten. Hoe zit dat dan precies?Die zit nog steeds in dat gebied. Ook dat wordt niet benoemd. Een aantalaspecten worden dus niet benoemd, waardoor wij oplettend moeten zijnen echt moeten toewerken naar een duurzame vrede. We moeten dit nietmaar aannemen en denken dat we hiermee duurzaam vrede hebbenbereikt.De voorzitter:Gaat u verder, meneer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Wat heeft de Minister gedaan naar aanleiding van onze aangenomenmotie die oproept voor het behouden van het Grote Merenprogramma?Wat heeft de Minister gedaan naar aanleiding van onze aangenomenmotie over het opschorten van de MoU met Rwanda? Wat heeft deMinister gedaan naar aanleiding van onze aangenomen motie over hetstoppen van Europese steun voor het Rwandese leger? Wat is er gebeurdnaar aanleiding van de toezeggingen over het betrekken van de diasporabij beleid?Voorzitter. Er komt een dag waarop het Palestijnse volk in vrijheid zalleven. Vrij van angst, vrij van onderdrukking, vrij om te ademen, tebouwen en te dromen, zonder beperkingen die zijn opgelegd doorbuitenstaanders. Er komt een dag waarop Palestijnse kinderen opgroeienmet hoop in plaats van met trauma, waarop families samen kunnen leven,werken, reizen en liefhebben, met de vanzelfsprekende rechten die iedermens toekomen.De bevrijding van het Palestijnse volk is een morele noodzaak. Hetbetekent een einde aan de Israëlische bezetting, apartheid, geweld enontzegging van fundamentele rechten. Het betekent dat de door deinternationale gemeenschap erkende Israëlische staat zich aan alleverplichtingen houdt die voortvloeien uit het internationaal recht enrelevante VN-resoluties. Het betekent ook de erkenning van het recht vanhet Palestijnse volk om zich geweldloos te verzetten tegen de staat diehun land bezet. Het betekent dat mensen zelf mogen beslissen over huntoekomst, hun grond en hun cultuur. Het betekent dat mensen niet langeronderworpen worden aan Israëlische controle, vernedering enverdringing, maar dat zij in staat worden gesteld om hun leven op tebouwen in waardigheid en met autonomie, met een bestuur vanPalestijnse vertegenwoordigers, niet van een bezetter of een anderebuitenlandse partij. Daarbij moeten de fundamentele collectieve enindividuele rechten van het Palestijnse volk worden hersteld.De bevrijding van het Palestijnse volk is geen vijandige daad. Het is geenoproep tot wraak. Het is een vastberaden oproep tot gerechtigheid, tot denoodzakelijke truth and reconciliation, tot gelijkwaardigheid, tot hetherstellen van wat generaties lang is ontkend: het recht van het Pales-tijnse volk om te bestaan, om te floreren, om terug te keren en om invrijheid te leven. Wie opstaat voor de bevrijding van de Palestijnen, staatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5321 op voor universele waarden, voor mensenrechten, voor rechtvaardigheid,voor de erkenning dat geen enkel volk gedoemd is om voor altijdonderdrukt te blijven. Vrijheid is niet voorbehouden aan sommigen. Zebehoort toe aan iedereen. Laten we ons uitspreken en verantwoorde-lijkheid nemen, ons uitspreken tegen onderdrukking en voor rechtvaar-digheid, ons uitspreken en opstaan tegen genocide en voor mensen-rechten.Nederland mag niet blind zijn voor het eigen aandeel in de decennialangeonderdrukking van Palestijnse rechten. Wie gaat staan voor Palestijnsebevrijding, gaat ook staan voor de pijnlijke stappen die daaruit volgen, dievan grote invloed zullen zijn op de Nederlandse relatie met de huidigeIsraëlische regering en de Nederlandse inzet in de Europese Unie. Latenwe ons met alle middelen – diplomatiek, politiek, juridisch – inspannenom tot rechtsherstel te komen, niet uit haat maar uit liefde voor rechtvaar-digheid, niet om te verdelen, maar om ruimte te maken voor een gedeeldetoekomst, waarin ook het Palestijnse volk eindelijk vrij kan zijn, vrij om televen. Daarom komen we met andere partijen ook met een amendement,om de eerste bezuinigingen op UNRWA voor dit jaar helemaal terug tedraaien.Voorzitter. Ieder jaar betreden 10 miljoen jongeren de Afrikaansearbeidsmarkt zonder perspectief. Dit kabinet wil nog 8 miljoen eurobezuinigen op het perspectief voor deze jongeren, terwijl duurzaamperspectief juist zorgt voor stabiliteit en migratie tegengaat. Daaromkomen we met een amendement om deze bezuiniging op het perspectiefvan jongeren terug te draaien. Dat is niet alleen cruciaal voor jongerendaar, maar ook voor onze gezamenlijke toekomst, voor stabiliteit, handelen migratie. Laten we onze belofte aan Afrika waarmaken: geen woorden,maar structurele daden. Ook hoor ik graag van de Minister hoe er tot opheden opvolging is gegeven aan onze motie voor een ambassadeur voorkinderen in conflictgebieden.Voorzitter. Onder druk van de PVV dreigen meisjes, vrouwen en lhbti-personen het grootste slachtoffer te worden van het OS-beleid van ditkabinet. Als we nu geen actie ondernemen, verdwijnt het artikel overvrouwenrechten niet alleen uit de begroting, maar ook uit het zicht van ditkabinet. Overal ter wereld kijken vrouwen, meisjes en lhbti’ers naarlanden als Nederland om hun rechten te beschermen. Hun noodkreet omhulp mag niet onbeantwoord blijven. Daarom roep ik de Minister op: gooihet roer om nu de PVV overboord is gegaan. Herstel deze fout nu het nogniet te laat is. Samen met GroenLinks-PvdA zal ik een amendementindienen om het verplichtingsbudget op peil te houden. Zo behoeden wemeisjes, vrouwen en lhbti’ers wereldwijd voor PVV-wanbeleid.Tot slot, voorzitter. Eerder heeft de Kamer een motie aangenomen die hetkabinet verzoekt het nieuwe subsidiekader voor maatschappelijkeorganisaties voor de zomer van 2025 te publiceren en maatschappelijkeorganisaties uiterlijk in oktober 2025 zekerheid te geven over financieringvanuit het subsidiekader, zodat er voor de implementatie voldoenderuimte blijft voor eventuele aanpassingen aan het kader. Uit een recentebrief over het maatschappelijk middenveld blijkt dat het kabinet dezemotie naast zich neerlegt en het maatschappelijk middenveld in de koulaat staan; er is sprake van een gat in hun financiering. Dit kan toch nietwaar zijn, vraag ik aan de Minister. Dit zou toch onbehoorlijk bestuur zijn,vraag ik aan de Minister. Hoe gaat u alsnog opvolging geven aan dezeaangenomen motie?Dank u wel.De voorzitter:Dank, meneer Bamenga. Ik kijk of er interrupties zijn. Die zijn er niet. Dankijk ik even naar mijn linkerzijde. Wil iemand even het voorzitterschapovernemen? Mevrouw De Korte, zou u dat willen doen? Dank.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5322 Voorzitter: De KorteDe voorzitter:Hierbij geef ik het woord aan de heer Ellian van de VVD.De heer Ellian (VVD):Dank, voorzitter. Een korte inbreng van mij vandaag, als invaller.Voorzitter. Gedegen beleid op het gebied van handel staat voor de VVDcentraal. Met die handelsgeest is ons kleine land immers groot geworden.De wereld is flink veranderd. De oorlog op ons continent, migratiedruk ende dreigende handelsoorlogen tonen ons hoe snel de wereld kanveranderen en dat wij weerbaar moeten zijn voor de geopolitiek vanvandaag en morgen en veel meer naar de lange termijn zullen moetenkijken.Daarom vindt de VVD het belangrijk dat we strategischer gaan kijken naarde middelen die we inzetten voor het buitenlandbeleid, zodat we onshandels- en ontwikkelingsbeleid beter kunnen vormgeven. De VVDomarmt de aangekondigde trendbreuk in het ontwikkelingsbeleid door inte zetten op thema’s waar Nederland in uitblinkt, zoals watermanagement,gezondheidszorg en voedselzekerheid en door ons meer te richten opNederlandse belangen, door te investeren in handel, economie enveiligheid. Ik ben benieuwd hoe deze Minister deze nieuwe focus concreetgaat vertalen naar projecten en programma’s. Hoe zorgen we ervoor datde nadruk komt te liggen op de gebieden waar Nederland in uitblinkt? Hoekijkt de Minister vanuit zijn verantwoordelijkheid voor buitenlandsehandel en ontwikkelingshulp naar de vraag hoe we ervoor zorgen datNederland voldoende weerbaar is, juist wat betreft de huidige geopoli-tieke ontwikkelingen? Hoe kijkt de Minister aan tegen het meer inEuropees verband aanbieden van onder andere noodhulp, maar uitein-delijk ook van ontwikkelingshulp?Voorzitter. De VVD steunt de extra 15 miljoen die tijdens de voorjaarsbe-sluitvorming is vrijgemaakt voor een cruciale investering wat betrefthandel. Handels- en tariefoorlogen zorgen ervoor dat vrijhandel steedsmeer onder druk komt te staan. Ik vraag de Minister dan ook: maakt hijzich zorgen over deze handels- en tariefoorlogen? Hoe kijkt hij daartegenaan? Wat denkt hij dat er nodig is om vrijhandel te kunnen garanderen?Deze middelen moeten niet alleen worden ingezet voor algemenehandelsbevordering, maar ook voor het weerbaar maken van onder-nemers tegen deze schokken, die continu kunnen optreden. Hoe is deMinister van plan om de extra middelen onder artikel 1 specifiek in terichten, zodat Nederlandse ondernemers beter ondersteund worden bijbijvoorbeeld tariefmuren? Is de Minister bereid om te onderzoeken hoeeen deel van deze middelen als schokdemper kan dienen? Denk aan hetondersteunen van ondernemers bij het opvangen van een eerste klap enaan het ondersteunen bij het versneld aanboren van alternatieveafzetmarkten. Wij denken dat we ons met deze stappen beter kunnenvoorbereiden op een veranderende wereld, zodat hulp, handel eninvesteringen elkaar versterken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef het woord als eerste aan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank voor de inbreng van de heer Ellian. Ik heb een vraag over vrouwen-rechten. Wij trekken met meerdere collega’s van de heer Ellian van deVVD samen op als het gaat om onze zorgen over de mondiale bewegingdie plaatsvindt, die antirechtenbeweging die ook gefinancierd wordtvanuit een hele conservatieve hoek. Ik weet dat de VVD die zorgen ookdeelt. Binnen die context, waarin vrouwenrechten enorm wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5323 aangevallen en onder druk staan, wordt op dit moment het onderdeelvrouwenrechten helemaal wegbezuinigd uit de begroting. Nu liggen ermeerdere amendementen voor. Ik zal u niet vragen of u voor of tegen gaatstemmen, want dan gaat u zeggen dat u die nog moet bestuderen. Dat isook heel goed. Daarom is mijn vraag wat principiëler: vindt de VVD nietook dat wij de financiering van vrouwenrechten – en dit is niet de grootstekostenpost binnen deze begroting – moeten behouden, juist gelet op dezevijandige context rond vrouwenrechten?De heer Ellian (VVD):Dank voor de vraag. Ik weet dat mevrouw Dobbe veel optrekt met mijnfractiegenoot, mevrouw Becker, wat betreft dit onderwerp. Het is duidelijkdat de rechten van vrouwen, waar dan ook, ons aan het hart gaan. Dankom je natuurlijk op de politieke vraag wat je het beste middel ofinstrument vindt om uiteindelijk die rechten te waarborgen, tebeschermen of te verbeteren waar nodig. Dan kom je uiteindelijk – daarben ik eerlijk over, mevrouw Dobbe – op het maken van keuzes. Je kunt jeafvragen of het instrument van ontwikkelingshulp het beste instrument isdaarvoor. Volgens mij is wat ik zeg redelijk consistent met de lijn van deVVD-woordvoerders. Dat neemt niet weg dat ik het wel wat gek vind dathet zo rigoureus ... Het komt bijna niet eens meer voor in de stukken vanhet kabinet. Dat is natuurlijk wel gek, want dat je ergens geen hulp aangeeft, betekent niet dat je het niet belangrijk vindt. Dat viel me eerlijkgezegd wel op. Er zijn een hoop amendementen; daar heb ik zo meteenals voorzitter nog wel een ordeopmerking over, want we hebben zo weleen klus te doen met elkaar. We gaan uiteraard kijken naar de amende-menten. Ik zie dat het niet om een groot bedrag gaat. De vraag isnatuurlijk wel of je het wenselijk vindt om op onderdelen te gaanschuiven. Dat roept de vraag op: waarom bij het ene wel en bij het andereniet? Dat is mijn antwoord voor nu.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank voor uw inbreng en voor het voorzitten, natuurlijk. De heer Ellianspreekt in zijn inbreng over een trendbreuk, omdat er nu eindelijkgeïnvesteerd gaat worden in water, voedselzekerheid en gezondheid. Datis natuurlijk iets wat dit ministerie al jaren-, zo niet decennialang, doet. Deenige trendbreuk die ik zie, zijn eerlijk gezegd juist de enorme bezuini-gingen die plaatsvinden op dit goede werk. Daarom heb ik een vraag aande heer Ellian, die zich ook uitspreekt over het belang van deweerbaarheid van ons land. Er is echt een heel scala aan defensie-expertsgeweest, generaals buiten dienst, commandanten, mensen van hetMinisterie van Defensie zelf, experts van verschillende instituten, datbenadrukt dat juist ontwikkelingssamenwerking een essentieel onderdeelis van conflictpreventie en van het beheersbaar houden van conflicten,mochten die alsnog uitbreken. Hoe rijmt de heer Ellian dat met de grotebezuinigingen die mede dankzij de Minister van Financiën van zijn partijnu doorgevoerd zijn en die wat ons betreft tot grote schade gaan leiden?De heer Ellian (VVD):Prettig dat er een koppeling wordt gemaakt met de portefeuille die ik doe,namelijk Defensie. Daar kan ik op zich zeker iets over zeggen, alhoewel dewereldpolitiek en de veranderingen in de wereld op dit moment natuurlijkbijna elke portefeuille in dit huis raken. In mijn antwoord zojuist zei ik ook:je kunt ... Ik denk dat de meesten hier misschien nog wel beter dan ikweten wat er in ons verkiezingsprogramma staat. Het is volgens mij geengeheim dat de VVD twijfels heeft bij de effectiviteit van ontwikkelingshulpzoals die de afgelopen decennia is ingezet. Ik denk, mevrouw Hirsch, datdat meer met een principiële kijk op het vraagstuk te maken heeft: vind jedat de beste manier? Volgens mij heeft Minister Heinen toen hij nogKamerlid was ook uitgelegd dat het de vraag is of je dat niet meer inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5324 Europees verband zou moeten doen. Je kunt je ook echt afvragen of hetop lange termijn gaat helpen de wereld stabieler te maken.Dan kom ik op uw vraag ten aanzien van deskundigen vanuit Defensie. Iknoem ook iemand als Mart de Kruif, voor wie ik veel waardering heb. Ikdenk dat dat uiteindelijk ook te maken heeft met je kijk op de wereld. In deDefensiecommissie, waar ik nu een halfjaar in zit, na vier jaar J&V gedaante hebben, vertel ik altijd dat ik meer het type ben van «het glas is halfleeg». Dat maakt je leven niet per se veel vrolijker, maar dan kun je welbeter tegen alle teleurstellingen in de wereld; laat ik het maar zo zeggen.Als je kijkt naar de geopolitieke dreigingen, ook van de grotere actoren, enals je bijvoorbeeld ziet wat er op het Afrikaanse continent gebeurt, kun jeje wel echt afvragen of de vormen van ontwikkelingshulp die we tot nutoe geboden hebben echt gaan helpen bij het voorkomen van conflictenen, belangrijker nog, of die ons veiliger gaan houden. Ik heb daar eerlijkgezegd wel echt twijfels bij. Maar even los van die twijfels – want daar kunje op meerdere manieren naar kijken – is het ook keuzes maken. Daar wilik best duidelijk over zijn, mevrouw Hirsch, want u stelt volgens mij eennormale vraag. Dan geven wij op dit moment toch echt prioriteit aanharde defensie-investeringen boven investeringen in allerlei ontwikke-lingsprogramma’s die misschien ooit effectief zouden kunnen zijn, maarwaarvan wij ons afvragen of ze de veiligheid direct concreet ten goedegaan komen.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dan vinden wij elkaar er in ieder geval in dat het glas halfleeg is, wantdaar ben ik ook enorm van. Maar ik hoor in het antwoord van de heerEllian toch echt een mening. Ik probeer iets van de VVD te begrijpen. Ikhoorde van uw voorganger in deze commissie ook altijd: wij vinden noueenmaal dat die keuze gemaakt moet worden. Ik zie een heel panoramavan experts aan mij voorbijtrekken die zeggen dat dit een heel onver-standige beslissing is die niet goed is voor de veiligheid en deweerbaarheid van ons land. Ik ben dan toch heel erg nieuwsgierig. Kan deheer Ellian dan toelichten, misschien ook vanuit zijn andere portefeuille,op welke rapporten, studies of experts hij die positie baseert? Andersblijven we toch een beetje in de lucht praten. Ik probeer te zoeken naar deexperts, want ik ben zelf geen enorme expert op dit gebied. Ik probeer teluisteren naar wat experts uit de samenleving tegen ons zeggen. Ik ben zobenieuwd waar de heer Ellian zich op baseert als hij zegt: nee, onzeweerbaarheid heeft die ontwikkelingssamenwerking helemaal niet nodig.De voorzitter:U heeft vier interrupties gehad; ik heb er per ongeluk eentje te veelgerekend. Ik geef de heer Ellian de ruimte om kort antwoord te geven –niet zo uitgebreid als zonet; anders geven we iedereen te veel ruimte.De heer Ellian (VVD):Ja, heel goed dat u als vervangend voorzitter even streng bent, want wemoeten inderdaad op de tijd letten. Ik ga mijn best doen om het kort tedoen, voorzitter. Als deskundigen of onderzoekers iets zeggen, is het altijdde vraag of je dat als politicus dan moet doen of niet. In de commissievoor J&V had ik hier vaak mooie maar ook felle debatten over metcollega’s. Zij zeiden dan «het WODC zegt dat het niet effectief is» en danzei ik «ja, maar ik vind als volksvertegenwoordiger namens de VVD datbijvoorbeeld vergelding belangrijker is dan die effectiviteit». Daar kun jedan een debat over voeren. Ik vind het dus altijd ingewikkeld als er wordtgezegd: deskundigen zeggen dit, dus de politiek moet dat ook doen. Jemoet goed luisteren en uiteindelijk moet je een keuze maken. Als iemandme bevraagt, zoals mevrouw Hirsch nu doet, en zegt «meneer Ellian, diedeskundigen zeggen a, maar u zegt toch b», dan zeg ik: ja, omdat ervolgens mij ook voldoende ander onderzoek is. Laatst stond er volgensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5325 mij een mooi stuk in The Economist. Je kunt wel degelijk op meerderemanieren kijken naar ontwikkelingshulp en de effectiviteit ervan. Er is eenstroming die zegt: dat helpt uiteindelijk de stabiliteit van gebieden en dathelpt uiteindelijk bij het voorkomen van conflicten. Ik zeg: nee, ik denk datbepaalde regimes zich niks zullen aantrekken van die hulp en uiteindelijkde dreiging in stand zullen houden in de komende decennia. Als de VVDdan kijkt naar de dreigingen nu, dan zeggen wij: dit is minder belangrijkvoor ons; investeren in concrete zaken die de huidige weerbaarheidvergroten ten opzichte van actoren als Rusland, Iran en China, is belang-rijker. Dat is inderdaad een keus die we maken, uiteraard die deskundigengehoord hebbende. Het was stiekem toch een beetje lang.De voorzitter:Nou, het was wel weer aardig lang. Ik geef het voorzitterschap weer ... O,er is nog een interruptie van de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Wellicht ter verduidelijking, want ik weet niet zeker of ik goed gehoord hebwat de VVD zojuist heeft gezegd. Klopt het dat de VVD erover twijfelt ofhet het waard is om te investeren in de stem van meisjes, vrouwen enlhbti’ers? Heb ik het zo goed begrepen?De heer Ellian (VVD):Nee, dat heb ik zo helemaal niet gezegd. Volgens mij zei mevrouw Dobbetegen mij: ik trek op dit onderwerp veelvuldig op met de VVD-fractie, maarhet is totaal geen onderdeel meer van de begrotingsvoorstellen van hetkabinet, dus goh, hoe ziet de VVD dat? Ik heb toen aangegeven, volgensmij letterlijk: dit is een onderwerp dat ons aan het hart gaat; het is wel gekdat er geen woorden aan gewijd worden door deze bewindspersonen,maar je kunt je afvragen of ontwikkelingshulp daartoe het geëigendeinstrument is. Dát is volgens mij de vraag die hier voorligt. Ben je ervanovertuigd dat ontwikkelingshulp, vaak door middel van het financierenvan bepaalde projecten, uiteindelijk die rechten gaat verbeteren? Dat raakteigenlijk de hele principiële vraag die mevrouw Hirsch net stelde.De heer Bamenga (D66):Dank voor de toelichting. Ik wil even kijken of we inderdaad steun van deVVD kunnen krijgen. Want er zijn inderdaad ook wel wat voorstellengedaan om te zorgen dat wij nog steeds blijven investeren in vrouwen-rechten. In het verleden heb ik ook aangegeven dat we dat niet zomaarkunnen schrappen, omdat er ook Europese afspraken zijn gemaakt metbetrekking tot vrouwenrechten. We moeten een bepaald percentagedaarin blijven investeren. Kunnen we daarvoor ook steun krijgen vanuit deVVD, aangezien het toch wel belangrijk is voor de VVD? Dat hoor ik deheer Ellian althans zeggen.De heer Ellian (VVD):Ik wil er... Kijk, ik zeg dit niet om flauw te doen, maar het onderwerpvrouwenrechten – daar vind ik als mens echt van alles van; ik zeg altijd datik echt feministisch ben opgevoed – ligt bij een andere woordvoerder. Datis dus altijd lastig. Daar komt nog bij dat een andere woordvoerderseigenlijk hier nu had moeten zitten. Laat ik dit zeggen, maar ik heb nogniet naar alle amendementen en moties gekeken: ik wil er open naarkijken. Maar ik hoop dat de heer Bamenga ook mijn dilemma begrijpt. Alsje als VVD principieel doet op ontwikkelingshulp – dat is het korteinterruptiedebatje dat ik met mevrouw Hirsch had – dan moet je natuurlijkwel uitkijken dat je dan niet één vraagstuk eruit licht, want dat roeptnatuurlijk meteen de vraag op: waarom doe je dan de andere niet? Daarkan je best als antwoord op geven: maar dit ene vraagstuk vinden weononderhandelbaar. Ik sluit dat dus niet uit. Ik wil ernaar kijken, wantTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5326 iedereen weet hoe zeker mijn collega mevrouw Becker zich al jaren heeftingespannen voor de rechten van vrouwen. Ook mevrouw RoelienKamminga, mijn voorganger, die vandaag overigens geïnstalleerd wordtals burgemeester van Groningen, heeft in haar inbrengen meerderemalen aandacht gevraagd hiervoor, als ik het goed heb. Dus dat verplichtmij er bijna toe om uw vraag te beantwoorden met: ik wil er open naarkijken. Dat betekent niet dat ik ongedekte voorstellen ga steunen en zo,maar op dít onderwerp wil ik er echt wel even naar kijken.De voorzitter:Ik geef het woord terug.Voorzitter: EllianDe voorzitter:Dank dat u even wilde voorzitten, collega De Korte. Volgens mij hebbenwe het heel behoorlijk met elkaar gedaan. Ik kijk even naar de griffier. Wehebben nu vijftien amendementen, waarvan er dertien geapprecieerdmoeten worden. Maar dat gaan de bewindspersonen, want die zijn fris indeze commissie, vliegensvlug doen. Laat ik beginnen met de vraaghoeveel tijd u nodig heeft ter voorbereiding. Het verzoek van de Ministervoor 45 minuten schorsing zou ons brengen op 17.25 uur. Poeh... Mag ik uhet volgende vragen? Mijn ervaring met voorzitten leert dat er zo meteennog een heleboel vragen aan u gesteld gaan worden, omdat ik vermoeddat sommigen het niet eens gaan zijn met wat u gaat zeggen. En ik vindwel dat je een debat moet hebben met elkaar. Kunnen we 35 minutenafspreken? Snel tempo erin, en dan... Oké, 35 minuten. Ik schors tot 17.15uur en dan gaan we als de wiedeweerga verder. Ik zeg even tegen decollega’s: er is geen dinerschorsing of zo, dus als iemand wil eten, danadviseer ik om dat nu te doen of zo een broodje mee te nemen.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp net dat u om 18.30 uur weggaat, maar gaan we wel door tot19.30 uur?De voorzitter:Uiteraard gaat u gewoon door tot 19.30 uur. De bewindspersonen gaansnel werken aan de beantwoording. Ik schors de vergadering tot 17.15uur.De vergadering wordt van 16.39 uur tot 17.17 uur geschorst.De voorzitter:Gelet op de tijd ga ik de vergadering heropenen. We zijn nog steeds bij desuppletoire begroting samenhangende met de Voorjaarsnota. We hebbenprecies twee uur en tien minuten om dit af te ronden, waarvan ik nog éénuur en tien minuten uw voorzitter kan zijn. Ik ga dat streng doen. Datbetekent dat ik nu ook ga toezien op de interrupties, zodat die echtmegakort zijn. Ik zou eigenlijk tegen de Kamerleden willen zeggen:probeer echt alleen te interrumperen waar nodig, want ik zie aan dehoeveelheid amendementen en moties dat velen van u uw standpunt albepaald hebben. Tegen de bewindspersonen zeg ik, ook al zijn ze nieuw indeze commissie: geen inleidingen. U bent van harte welkom, iedereenvindt het fijn dat u er bent en u vindt het mooi om hier te zijn, maar wedoen het gewoon met vraag en antwoord, dus zonder lange beschou-wingen. Anders gaan we het echt niet redden. Dan ga ik het woord gevenaan de Minister van Buitenlandse Zaken.Minister Veldkamp:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5327 Voorzitter, dank. Ik begin met een aantal opmerkingen die ook al meteeningaan op de vragen die zijn gesteld. Ik heb een aantal tussenkopjes:veiligheid en stabiliteit, bni-koppeling – die term is een aantal malengevallen – maatschappelijk middenveld, vrouwen, UNRWA en anderebelangrijke thema’s die aan de orde zijn gekomen. Ik probeer daarstaccato doorheen te gaan.Ik wil de commissie danken voor de getoonde flexibiliteit om de behan-deling iets te verschuiven vanwege het plaatsvinden van de NAVO-topvorige week. Ontwikkelingshulp is nu tijdelijk ook het vakgebied van deMinister van Buitenlandse Zaken. Daar ben ik trots op. Ik ben niet deultieme expert op dit terrein, maar ik ben altijd wel van mening geweestdat ontwikkelingshulp of ontwikkelingssamenwerking een belangrijkelement is van het extern beleid van Nederland. Zoals mevrouw De Korteal aangaf, kunnen we daar ook een verschil mee maken. Het ontwikke-lingsbeleid onderstreept ook de verwevenheid van diplomatie, interna-tionale betrekkingen, veiligheid en stabiliteit. Je hoorde een aantal van diedingen ook verweven zijn in de diverse inbrengen van Kamerleden. Alszodanig kwamen die dus ook aan de orde.Ik ben blij om hier samen met de Staatssecretaris te zitten. Dat benadruktdat hulp en handel met elkaar verbonden zijn. Ik wijs op de beleidsbrief,die mevrouw Klever nog heeft gestuurd. Het beleid in die brief zet ik opzich voort, want het beleid is ingezet en wij zijn een demissionair kabinetdat roeit met de riemen die het heeft. Tegelijkertijd zal iedere bewinds-persoon er op eigen wijze invulling aan geven. Zo zal ik dat ook doen. Wezetten in op de thema’s waar we goed in zijn: voedselzekerheid, waterma-nagement en gezondheid. Daarbij houden we ook steeds oog voor demeest kwetsbare groepen, bijvoorbeeld vrouwen en meisjes, lhbtiq+,religieuze minderheden en andere gemarginaliseerde groepen. Uiteraardblijft Nederland zich met humanitaire hulp inzetten voor mensen in nood.Dat thema kwam al een aantal maal aan de orde. Ook levert Nederlandzijn aandeel in internationale klimaatfinanciering, en dat blijft het doen,zeg ik tegen mevrouw Hirsch.De eerste suppletoire begroting, die we vandaag bespreken, vormt definancieel-technische uitwerking van de beleidsagenda. Het is van belangom met die uitvoering aan de slag te gaan. De gewijzigde begroting bevatbudgetverhogingen en prioritaire thema’s, zoals 86 miljoen euro voorhumanitaire hulp, 100 miljoen euro voor handel, 312 miljoen euro voormigratie en opvang in de regio en 90 miljoen euro voor veiligheid enstabiliteit. In deze begroting komt ook de blijvende steun voor Oekraïnetot uitdrukking. Het kabinet heeft bij de Voorjaarsnota voor 2026 aan deniet-militaire steun, die je op deze begroting terugziet, 252 miljoentoegevoegd. Het kabinet staat in de startblokken om die uitgaven te doenen zo ook voor Nederland te werken aan concrete inkomens en sociaal-economische groei in lage en middeninkomenslanden, en de daarbijhorende stabiliteit. Een versterking van deze vaak instabiele landendraagt, zeg ik ook tegen de heer Ram, ook in bredere zin bij aan debelangen van Nederland: handel en economie, veiligheid en stabiliteit en,ja, ook migratie. De situatie in de wereld is ernaar. Dat behoeft geenbetoog. Als je hecht aan ontwikkeling, hecht je daarmee ook aanvooruitgang. Dat acht ik in het bredere belang van Nederland. Ik hoor deduidelijke oproep vanuit de Kamer over de koppeling. Daar kom ik zo opterug.Om te beginnen had mevrouw De Korte een aantal opmerkingen over deinzet op vrede, preventie en bemiddeling, naast natuurlijk de groteresultaten van bijvoorbeeld de NAVO-top van vorige week. Ik steun dat. Ikonderken dat de wereld meer gefragmenteerd is geraakt. Er zijn meerderemachtscentra. Het is een multipolaire wereld. Mathematisch gezien heb jedan meer frictiepunten tussen landen. Mathematisch gezien heb je dandus ook meer diplomatie nodig om met die frictiepunten om te gaan. Eendeel van die diplomatie zal altijd voor de schermen en een deel zal achterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5328 de schermen zijn. Ik worstel ermee, zeg ik tegen mevrouw De Korte, dateen deel van die conflictbemiddeling en preventie op dit momentplaatsvindt door juist kleinere, rijke, autocratisch bestuurde landen, zoalsQatar of Oman. Dat is op zich prima, maar de traditie is ook altijd geweestdat landen als Noorwegen, Zweden of Nederland dat ook doen. Ik vind datopen, westerse, Europese democratieën ook die rol toekomt. Die zoudenook die rol moeten kunnen invullen. We hebben in het verleden vaakgezien dat zij die rol pakten. Denk even aan het Midden-Oosten en deOslo-akkoorden. Denk aan de Den Haag-overleggen die voorafgingen aande Oslo-akkoorden. Er zijn altijd Nederlanders geweest – ik kijk ook naarmevrouw Hirsch, want dat gebeurde bijvoorbeeld ook vanuit eensociaaldemocratische traditie – die dat actief hebben vormgegeven.Ik worstel met de vraag waarom landen als Nederland dat nu kennelijkmoeilijker lukt. Misschien komt het doordat we meer gepolariseerd rakenover internationaal beleid. Misschien komt het doordat we mindertevreden zijn met diplomatie achter de schermen en we ook graag dienormstelling willen zien en onze verontwaardiging willen uiten over datwat we verschrikkelijk of schandelijk vinden in de wereld, en vaak ookterecht. Maar de diplomatie achter de schermen zou een kans moetenkrijgen. Ik kijk daarom met enige sympathie naar wat mevrouw De Korteheeft gezegd over het belang van conflictbemiddeling, conflictpreventieen het verschaffen van de middelen daartoe. Ik waardeer de aandachtvoor hoe we daarmee omgaan.Mevrouw Hirsch vroeg of ik de uitspraak van oud-generaal De Kruifonderschrijf dat investeren in stabiliteit en conflictpreventie effectief engoedkoop is. Ik onderschrijf die uitspraak. Ik apprecieer ook rapporten vanhet IMF, de Wereldbank en de VN die laten zien dat conflictpreventie ookkostenefficiënt kan zijn. We zetten daarom ook blijvend in op die conflict-preventie, bijvoorbeeld via onze inzet op hulp en veiligheid in diverseregio’s, zoals West-Afrika, de Hoorn van Afrika, Noord-Afrika en hetMidden-Oosten. Daar zit je al heel dicht rond ons continent, waardoor jedaarmee tevens een breder eigenbelang behartigt. Daarmee dragen we bijaan het doorbreken van geweldspiralen en de opbouw van landen invrede. Functionerende instituties in de veiligheids- en justitiesector zijndaarvoor van belang.De heer Bamenga vroeg specifiek aandacht voor het Grote Merengebieden Congo, onder andere via het actieplan dat hij vanuit D66 samen met deChristenUnie, de heer Ceder, heeft opgesteld en voorafgaand aan ditoverleg heeft overhandigd. Uw Kamer is door mijn voorganger geïnfor-meerd over het voornemen om te stoppen met het regionale GroteMerenprogramma. Dat betekent niet dat het kabinet zich geheel terugtrektuit die regio. Nederland blijft politiek actief middels onze ambassades.Nederland blijft ook humanitaire hulp bieden. Ik wil ook nader bestuderenhoe we daar onze betrokkenheid, onze rol, op een goede manier kunnenblijven invullen. Ik zal het actieplan van de heren Bamenga en Cederbestuderen. Ik kan de heren Bamenga en Ceder ook verzekeren dat wijbezig zijn met de opvolging van in het verleden aangenomen moties, ookandere moties die eerder zijn ingediend over de situatie in die regio. Daarzullen we uw Kamer op korte termijn over informeren middels eenKamerbrief. Daarin zal ik ook ingaan op andere vragen die u stelde overCongo en Rwanda, en ik zal specifiek op het actieplan ingaan. Ik ben ookvoornemens, zeg ik erbij, om binnenkort in Brussel te overleggen met deEU-gezant voor de Grote Meren, de Zweedse diplomaat Johan Borgstam.Daarmee kom ik aan bij nog enkele algemene opmerkingen. MevrouwHirsch vroeg naar het rapport van de universiteit van Göttingen, dataantoont dat iedere € 1 ontwikkelingshulp leidt tot € 2 handel; ik geloofdat dat het is. Nee, het is € 4 handel. Dat is inderdaad een multiplier. Hetrapport verscheen vandaag, geloof ik. Ik heb het dus nog niet kunnenbestuderen, maar ik bestudeer dat wel degelijk. Het past ook bij gegevensvan het IMF over return on investment die we hebben gezien. Het IMFTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5329 noemde dat de return on investment van elke in preventie geïnvesteerdeeuro € 25 tot € 75 is. We gaan kijken wat het rapport precies oplevert,maar ik vind het zeker interessant en boeiend om hiernaar te kijken.De heer Van Baarle vroeg op welke wijze ik er anders in sta dan mijnambtsvoorganger. Nogmaals, ik zal roeien met de riemen die ik heb quabeleidsagenda en beleidsbrief. Tegelijkertijd mag het duidelijk zijn dat ikeen ander politiek persoon ben dan mijn ambtsvoorganger. Ik zalbijvoorbeeld heel goed kijken naar wederkerigheid met het globaleZuiden, zoals tot uiting komt in de Afrikastrategie van het kabinet, en naarsociale ontwikkeling als kern van inzet.Voorzitter. Er is een aantal vragen gesteld over de zogehetenbni-koppeling.Mevrouw De Korte (NSC):Ik hoor nu dat het onderdeel stabiliteit en veiligheid afgerond is. Ik hoordat de Minister nog een beetje een innerlijke strijd heeft over hoe eromgegaan moet worden met conflictbemiddeling. Wij hebben juist eenamendement ingediend om op dat vlak wat concreter aan de slag te gaandoor middel van een topinstituut, waarin echt grote expertise aanwezig isvoor conflictbemiddeling. Misschien zegt hij daar straks meer over bij deappreciatie van de amendementen, maar wat hij zei over hoe hij tegenzoiets aankijkt, vond ik een beetje algemeen.Minister Veldkamp:Op de appreciatie van de diverse amendementen en moties kom iknatuurlijk terug in de tweede termijn. Ik heb willen aangeven dat ik welmet sympathie naar een dergelijk voorstel kijk, omdat we natuurlijk ookwel zien dat conflictpreventie en conflictbemiddeling echt van belang zijn.We weten ook hoe vaak conflicten zijn voorkomen. Niemand heeft hetmeer over het risico op burgeroorlog in het land dat nu Noord-Macedoniëheet en inmiddels een NAVO-lidstaat is. Ik kan me als de dag van gisterenherinneren dat het in 2001 wel leek op te vlammen tot een burgeroorlog indat land en dat er Nederlanders in verschillende organisaties Neder-landers, de EU, de NAVO en de OVSE, waren die zich toen hebben ingezetom te voorkomen dat dat conflict oplaaide: Robert Serry, Pieter Feith enDaan Everts. Ik noem gewoon de namen van deze mensen, die ik somsnog weleens in het nieuws zie langskomen. Zij hebben zich daar daadwer-kelijk voor ingezet. Talloze anderen hebben dat elders ook gedaan. Het isook soms de belangstelling van vorige Ministers van Buitenlandse Zakengeweest. Ik denk even aan Bert Koenders, die grote aandacht had voorColombia. Ik denk ook aan mensen van internationale organisaties. Wekennen misschien allemaal wel het boek van Samantha Power overVN-gezant Vieira de Mello, waarin staat wat hij deed om in tal van regio’sin de wereld conflicten te voorkomen of om het einde van een conflict tebemiddelen. Dat lukt lang niet altijd, maar soms lukt dat. Ik vind datbelangrijk en ik hoop dat Nederland daar ook aan zal bijdragen, continuzal bijdragen. Ik kijk dus met sympathie naar het initiatief van mevrouw DeKorte.Ik zeg er wel bij dat er natuurlijk instellingen zijn die wat dat betreft al eenrol hebben, zoals het European Institute of Peace en het Centre forHumanitarian Dialogue in Genève. Dat zijn organisaties die soms juistheel erg achter de schermen opereren en waarover niets of nauwelijks ietsin de kranten lezen, maar die zeer waardevol werk doen om erger tevoorkomen, want er is al te veel ellende om ons heen. Ik kijk daar dus metsympathie naar.De voorzitter:Gaat u dan verder, want ik zie geen verdere vragen.Minister Veldkamp:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5330 Voorzitter. Dan de zogeheten bni-koppeling. Excuses voor de vaktermino-logie daarbij. Het kabinet heeft in de voorjaarsbesluitvorming besloten omhet zogeheten ODA-budget, het ontwikkelingsbudget, te koppelen aan deontwikkeling van het bruto nationaal inkomen, het bni. Dat is in lijn meteen verzoek uit de Eerste Kamer. De zogeheten ODA-prestatie blijfthiermee voor Nederland langjarig op peil. Het bruto nationaal inkomen isnatuurlijk gegroeid sinds afgelopen zomer. Daardoor wordt er structureelaanvullend budget beschikbaar gesteld voor ontwikkelingshulp. Het gaatom cumulatief circa 770 miljoen extra tot en met 2030. Daarmee blijftNederland internationaal ook een substantiële donor. Die ODA-prestatiekomt dit jaar naar verwachting uit op 0,59% van het bni. Vanaf 2029 komtdie uit op 0,44% van het bni. Die blijft ongeveer gelijk op dat percentage.Ik vind dat Nederland als welvarend land een verantwoordelijkheid heeftom bij te dragen aan de sociaaleconomische ontwikkeling van anderelanden. Daarom is het budget voor ontwikkelingshulp gekoppeld aan onzewelvaart.Ja, er is door het kabinet-Schoof bezuinigd via het hoofdlijnenakkoord.Daarvoor is 2,4 miljard verschoven van ontwikkelingshulp naar Defensie,per 2027. Tegelijkertijd wil ik er wel aan herinneren dat er per 2027 eenmaximering ingaat van 10% vanuit de pot voor ontwikkelingshulp alsbijdrage aan de eerstejaarsasielopvang. Ik heb daar zelf in de formatie noghard aan gewerkt. Daarbij was het erg prettig dat er in het voorjaar vanvorig jaar een advies lag van de Adviesraad Internationale Vraagstukkendat een dergelijke maximering ook voorstelde. Vanaf 2027 wordt dat geldvrijgespeeld. U moet het zich indenken: in 2025 gaat ongeveer een vijfdevan de ontwikkelingshulp rechtstreeks naar de eerstejaarsasielopvang.Voor volgend jaar is dat ongeveer een kwart. Dat zou verder kunnenoplopen als die maximering er niet was geweest. Die maximering gaat in2027 in en speelt geld vrij. Dan kom je per 2027 onder een bijdrage van10% uit aan de eerstejaarsasielopvang. Ik hoop – hiermee laat ikmisschien toch iets van een verschil met mijn voorganger blijken – datdiverse partijen die maximering ook in hun verkiezingsprogramma willenopnemen als blijvend.De voorzitter:Een vraag van mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u wel voor de beantwoording. Ik merk dat er vaker heel erg wordtgesproken over de financiële middelen als het over de koppeling gaat,maar de motie die ik met meerdere woordvoerders indiende, ging over desystematiek. Dat was ook de aard van de motie die in de Eerste Kamer isaangenomen, want er is ook door een meerderheid in de Eerste Kamergevraagd om die systematiek te herstellen. We moeten, ook op basis vaneen rapport van de Rekenkamer, concluderen dat die systematiek niethersteld is naar de manier waarop over in het hoofdlijnenakkoordonderhandeld is. Ik ben dus toch benieuwd naar de reactie van deMinister op de motie, die vraagt om het herstel van de systematiek van dekoppeling, dus terug naar het ankerpunt van 0,7%. Daarbij hebben wij hetdus nog helemaal niet over of dat ook financiële consequenties zalhebben. Het gaat ons er gewoon om dat de systematiek die we altijdhanteerden, en die ook in het hoofdlijnenakkoord nog gehanteerd werd,echt weer teruggebracht wordt, zodat we op dezelfde voet verder kunnengaan met de onderhandelingen over wat uiteindelijk de bezuinigingenzijn.Minister Veldkamp:We hebben het op dit moment, vandaag, over de suppletoire begrotingvoor 2025. De begroting voor 2026 ligt nu nog niet voor. Ik kan dus nogniet echt vooruitlopen op de inhoud daarvan. Ik kan nu wel toezeggen datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5331 ik me vanuit mijn huidige rol zal inspannen voor het belang van ontwikke-lingshulp en om een goed resultaat neer te zetten. Wat dat betreft wil ikme inzetten voor de bni-koppeling zoals die altijd heeft gegolden, namelijkmet die systematiek waarin die 0,7% uiteindelijk de doelstelling is.Daarmee kan ik geen garantie afgeven. Het is niet makkelijk met eenstrenge Minister van Financiën. Ik vind dat landen ook een strengeMinister van Financiën moeten hebben voor een verantwoordelijkeoverheidshuishouding. Ik zet me er verder ook voor in dat juist wij alswelvarend land een duidelijke inzet op ontwikkelingshulp plegen. Dat kanik hier ook toezeggen. En daar hoort wat mij betreft een systematiek bijvoor een bni-koppeling zoals mevrouw Hirsch die heeft uitgelegd.De voorzitter:Oké, mooi. Gaat u verder. Sorry, ik zie dat er toch een interruptie is. Ik gahet nog niet timen, maar we moeten het wel echt kort houden.Mevrouw De Korte (NSC):Ik zie de griffier geen toezegging opschrijven en daarom wil ik toch echtvragen of ik een toezegging hoor van de Minister, namelijk dat hij zich zalinspannen om de bni-koppeling, zoals die tot nu toe gold, te herstellen.De voorzitter:Daar wordt druk overleg over gepleegd. Minister, is het een toezegging?Minister Veldkamp:Ik zeg toe dat ík mij daar in het kabinet voor zal inspannen. Die toezeggingkan ik geven.De voorzitter:Oké, dan gaan we dat zo noteren. Ik kijk naar de griffier ... We komen eraan het einde op terug! Minister, gaat u verder.Minister Veldkamp:Voorzitter. Daarmee kom ik aan bij het blokje maatschappelijk middenvelden maatschappelijke organisaties. Afgelopen vrijdag, 27 juni, heb ik deKamer geïnformeerd over de nadere uitwerking van het nieuwe beleids-kader voor de samenwerking met maatschappelijke organisaties voorontwikkelingshulp en de focus. Daarvoor is 490 miljoen euro beschikbaarin de periode 2026–2030. In dat nieuwe kader zetten we in op efficiëntie,lokaal eigenaarschap, capaciteitsversterking en meer ruimte voordienstverlening. We willen concrete resultaten bereiken en daaromwerken we zo direct als mogelijk samen met lokale organisaties.Het nieuwe beleidskader focust op maatschappelijke organisaties binnenvoedselzekerheid, watermanagement en gezondheid. Maatschappelijkeorganisaties blijven daarvoor een belangrijke partner, zeg ik ook tegenmevrouw De korte, die daar specifiek naar vroeg. Daar zijn tallozevoorbeelden van te geven, denk aan het Netherlands Food Partnership.Die organisatie initieert en begeleidt samenwerkingsverbanden vanbedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties enoverheden, zowel Nederlandse overheden als overheden uit lage- enmiddeninkomenslanden. Daarbij wordt weleens de Dutch DiamondApproach genoemd. Het is niet meer de triple helix, maar het is ietsbreder. En daarin werken die instellingen dus samen aan het oplossen vanuitdagingen, waar nodig ook met Nederlandse kennis en kunde.Het nieuwe beleidskader wordt zorgvuldig voorbereid. Ik zeg dat medenaar aanleiding van een opmerking van mevrouw Hirsch. We hebben datter hand genomen, maar dat kost tijd. Het nieuwe beleidskader start naarverwachting in de eerste helft van 2026 en wordt daarna getrapt ingezet.Mevrouw Dobbe vroeg naar de verlenging van bestaande subsidiekaders.Dat stuit op juridische bezwaren, want die kaders zijn gebonden aan eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5332 subsidieplafond dat niet zomaar kan worden verhoogd. Dat kan alleendoor een nieuw kader te publiceren. Ik wil daarom echt in 2026 aan hetwerk gaan met een nieuw kader.De voorzitter:Punt. Mevrouw Dobbe, heel kort.Mevrouw Dobbe (SP):De Minister zegt: het is juridisch niet mogelijk. Ik moet dat toch in twijfeltrekken. Ik denk dat het met een beetje creativiteit wel mogelijk is. Je zouer bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen om het huidige kader als eennieuw halfjaarlijks kader te publiceren. Dan heb je gewoon precieshetzelfde, maar dan in het jasje van een nieuw kader. Het gaat erom datwij voorkomen dat organisaties in de problemen komen, doordat een enander vertraagd is. Daardoor ontstaan er spanningen en problemen. Datwillen we niet. Volgens mij kan het prima zo en daarom zou ik graag watmeer creativiteit bij de Minister willen zien.Minister Veldkamp:We willen echt zo snel mogelijk aan de slag, maar verlenging van hethuidige kader betekent wel weer nieuwe activiteiten binnen dat kader. Dieplannen moeten aangeleverd en goedgekeurd worden. Dat is voor eenverlenging met zes maanden echt wel veel bureaucratie. Het is daarombeter om te beginnen met een vijfjarig nieuw kader en om nu eerstvertraging te voorkomen. Dus ja, dat lijkt mij toch echt de verstandigsteinzet.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, dat denk ik ook. Dat nieuwe kader is alleen vertraagd, dus er ontstaanzo meteen problemen in de uitvoering. Ik denk dat het maatschappelijkmiddenveld en iedereen die nu subsidies ontvangt prima in staat zijn omeen nieuw plan aan te leveren voor zes maanden en dat zij om debureaucratie te helpen ook in staat zijn om dat heel beknopt te doen enniet in 88 pagina’s. Hoewel we allemaal willen dat er een nieuw kaderkomt waar we nog heel veel jaren wat aan hebben, moeten we dit doen,omdat het nu gewoon te laat is. Er ontstaan uitvoeringsproblemen. Ikvraag de Minister nogmaals om daarin mee te denken.Minister Veldkamp:Het aflopen van het huidige kader is heel tijdig aangegeven, meer dan eenjaar van tevoren. Ik begrijp dat het verlengen van het huidige kader 50miljoen tot 60 miljoen kost. Dan krijg je twee kaders naast elkaar en is erhet risico van een heleboel bureaucratie. Je kunt dus beter getrapt eennieuw kader inzetten. Ik hoor wat mevrouw Dobbe zegt, maar de inzet zaltoch echt moeten zijn om dat nieuwe kader zo snel mogelijk in te zetten.Een verlenging van de huidige kaders vergt tijd en capaciteit. Ik denk dathet voor de maatschappelijke organisaties zelf van belang is dat we zosnel mogelijk dat instrument onder het nieuwe kader van de grondkrijgen.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Veldkamp:Voorzitter. Mevrouw Dobbe maakte nog een opmerking dat lobby opnationaal niveau uitgesloten zou zijn. Ik kan mevrouw Dobbe verzekerendat maatschappelijke organisaties nog steeds binnen Nederland kunnenlobbyen. Er is niks wat hun dat verbiedt. Maar inderdaad niet metfinanciering uit het nieuwe beleidskader. Die keuze is gemaakt. Mede naaraanleiding van eerdere opmerkingen en activiteiten en initiatieven vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5333 mevrouw Dobbe is het wel internationaal, maar we financieren vanuit hetnieuwe kader geen specifieke lobby meer in Nederland. Organisatieskunnen dat zelf wel doen, maar niet met diezelfde financiën. Het staatorganisaties vrij om hun opvattingen te uiten, hun mening te geven en opde deur te kloppen, ook bij Kamerleden. Het is geenszins verboden. Ik kijkeven naar de topambtenaar of ik dat goed zeg. Ik denk dat ik het goed zeg.De voorzitter:Dat is dan uw derde interruptie, mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. We hebben natuurlijk kunnen en kunnen. Deze Minister zegtdat ze het nog wel kunnen doen, maar in de praktijk zal dat niet het gevalzijn. Dan kunnen ze het niet doen. Om dit te kunnen doen, heb jefinanciering nodig. Ik noem als voorbeeld de Oekraïense dames die bij mijlangs zijn geweest en dit boekje hebben afgegeven en die andere damedie uit Kenia kwam om te vertellen hoe het gaat met genitale verminkingdaar. Superwaardevolle informatie, niet alleen voor Kamerleden van deEerste en Tweede Kamer, maar ook voor beleidsmakers, voor iedereen.Die hebben daar geld voor nodig. Zij komen niet bij ons of bij hetministerie op bezoek als er geen andere organisaties zijn die geldvrijmaken om dat te faciliteren. Dit zijn de effecten van de keuze die ditkabinet nu maakt. Daarom wil ik vragen: doe dat nu niet. Zorg ervoor datje niet op basis hiervan misschien hele mooie initiatieven uitsluit, maarbeoordeel op inhoud wat je de moeite waard vindt om te financieren enwat je niet de moeite waard vindt om te financieren. Maar ga nou niet ditals voorwaarde stellen en deze hele mooie dingen uitsluiten.Minister Veldkamp:Maatschappelijke organisaties, Nederlandse maatschappelijke organi-saties, kunnen ook fondsen werven uit andere bronnen, bijvoorbeeldparticuliere bijdragen. Dat doen ze ook in de praktijk. Daaruit kunnen zezonder meer de lobby in Nederland blijven financieren. De uren die zedaarvoor schrijven en maken, zijn wel degelijk mogelijk. Wij willen alleendat het geld van de Nederlandse belastingbetaler dat we inzetten opontwikkelingshulp, zo veel mogelijk in ontwikkelingslanden zelf wordtbesteed, in die landen zelf. In die landen zelf zullen deze organisaties nogsteeds financiering kunnen ontvangen voor hun pleiten, bijvoorbeeld voorveilige abortus of voor vrouwenrechten, lhbt-rechten en dergelijke, enook, mede naar aanleiding van een initiatief van mevrouw Dobbe zelf, bijeen internationale organisatie, bijvoorbeeld in VN-kader. Dat acht ik ookvan waarde. Maar de keuze is gemaakt om niet de financiering te doenvoor specifieke lobbyactiviteiten van maatschappelijke organisaties inNederland.De voorzitter:Oké, gaat u verder. Sorry, u heeft nog een vraag van mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Toch even over de reactie van de Minister. Ik ben het namelijk wel metmevrouw Dobbe eens. Als we – zo lees ik uw beleidskader – steun willengeven aan maatschappelijke organisaties in het Zuiden om voor eenaantal thema’s op te komen, dan is juist een van de allerbelangrijkstedingen dat zij kunnen spreken met overheden, onder andere die vanNederland, die heel veel invloed hebben op hun omgeving. Die hebbeninvloed op de manier waarop zij voedsel kunnen verbouwen, om maareens een voorbeeld te noemen, of op het water waarvan zij gebruikkunnen maken. Als je naar de statistieken kijkt van waar die financieringvandaan kwam – als ik het goed begrepen heb, was dat ook een van deredenen waarom het vorige kader ooit tot stand is gekomen – dan zie jeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5334 dat juist daarvoor enorm weinig financiering vanuit private donorenkwam. Daar is ook een reden voor, want die private donoren vertegen-woordigen over het algemeen dezelfde belangen als waar deze organi-saties tegen opstaan. Ik snap de redenering vanuit een feitelijk ... Het iseen interessante gedachte, maar het is gewoon bewezen dat er juistvanuit private donoren heel erg weinig geld is voor deze activiteiten. Daarzou ik toch nog even de reactie van deze Minister op willen hebben,omdat de meerwaarde van het beleid van Nederland tot nu toe was datNederland juist bereid was om deze stemmen wél mogelijk te maken.Minister Veldkamp:Als ik kijk naar organisaties die actief zijn in landen in het mondialeZuiden, in ontwikkelingslanden, dan zie ik dat zij wel degelijk, ook metNederlandse financiering, kunnen spreken met de vertegenwoordigingvan de overheidsdonoren daar. Onze ambassades in die landen staan daarook voor open. De bredere donoroverleggen van internationale organi-saties en dergelijke die daar actief zijn, staan daar ook voor open. Dat ismogelijk. Ook in bijvoorbeeld New York, als ik kijk naar UNDP, UNICEF endergelijke, is het, met Nederlandse financiering, wel degelijk mogelijk datdie organisaties daar op de deur kloppen. Wat dat betreft zijn weruimhartig. Alleen, de keuze is gemaakt om niet meer hun activiteiten hierin Nederland te financieren. Maar het is voor die organisaties nog steedsmogelijk om dat met andere fondsen wel degelijk te doen, zoals metparticuliere donaties, fondsen die ze van talloze begunstigers, leden endergelijke kunnen krijgen. Ik zie dus geen enkel verbod voor organisatiesom dat te doen, integendeel. De internationale financiering, in hetbuitenland, is dus nog steeds mogelijk.De voorzitter:Oké. Gaat u verder, Minister.Minister Veldkamp:Voorzitter. Mevrouw Hirsch vroeg ook nog naar het thema klimaat.Vanwege de forse bezuinigingsopdracht op ontwikkelingshulp zijn erscherpe keuzes gemaakt. We schrappen het thema klimaat echter niet.Klimaat is belangrijk. Nederland blijft bijdragen aan internationaleklimaatfinanciering. Ook erkennen we de problematiek met de ketens inLatijns-Amerika, die zij noemde. Maar we moeten focus aanbrengen.Daarom hebben we voor dit instrument gekozen, voor handelsketens diebelangrijk zijn voor Nederland en partnerlanden waar we breder meesamenwerken, die met name in Afrika en Azië liggen. Buiten ditinstrument om zijn we bijvoorbeeld wel actief als het gaat om hettegengaan van ontbossing in de Amazone. Als het gaat over klimaat, wijsik ook even op wat er in Nederland gebeurt met betrekking tot hetmobiliseren van privatesectorkapitaal. U weet dat Nederland bijvoorbeeldgrote pensioenfondsen en aanverwante organisaties heeft. Ik zie datNederland ook juist vrij geavanceerd is als het gaat om het proberen tebenutten van het kapitaal van die organisaties voor de SustainableDevelopment Goals. PGGM en dergelijke organisaties hebben ook, al danniet via organisaties als ILX, die echt de technische kennis in huis hebben... Het zijn echt de voormalige CFO’s van multilaterale ontwikkelings-banken die daarin actief zijn, die echt technische kennis hebben. Op diemanier kunnen we die Nederlandse privatesectorfondsen heel ergmobiliseren, met name richting middeninkomenslanden, voor ontwikke-lingsdoelen, onder andere op het gebied van klimaat. Het thema klimaat isdus niet weg. We kijken wel naar een andere invulling hiervan.Voorzitter. De heer Ceder vroeg of ik bereid was om de bezuinigingen opmaatschappelijke organisaties nog meer te verlichten in de begroting van’26. Als demissionair Minister ben ik natuurlijk beperkt in mijn mogelijk-heden op dit moment. Ik weet dat de diverse kaders subsidieplafondsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5335 hebben. Maar we willen wel degelijk blijven inzetten – dat blijkt ook uit hetnieuwe focuskader – op het werken met en via maatschappelijkeorganisaties. Wij waarderen hun kennis, hun expertise, hun rol, hunbetrokkenheid en datgene wat zij ook in bredere zin kunnen mobiliseren.Dan iets over de aangenomen motie van de heer Bamenga over het voorde zomer publiceren van het kader. Ja, daar was ik van op de hoogte. Inhet nieuwe beleidskader wordt invulling gegeven aan een aantal motiesen toezeggingen. We hebben op 27 juni de brief over de maatschappelijkeorganisaties verstuurd. Wat betreft de publicatie van de subsidiekaders,de subsidiebeleidskaders: we proberen dat zo snel als mogelijk te doen.Maar die zullen getrapt worden ingevoerd.Daarmee heb ik de vragen uit het blokje maatschappelijke organisatiesvolgens mij ingevuld. Dan kom ik op ...De voorzitter:Dat roept allerlei vragen op. Ik wil voorstellen dat ... Hoeveel blokjes heeftde Minister nog?Minister Veldkamp:Even kijken; een, twee, drie. Er zijn drie blokjes voordat we naar deStaatssecretaris gaan luisteren.De voorzitter:Dat gaat redelijk vlot. Als we het kort houden, gaat het de goede kant op.Meneer Ceder. O, meneer Bamenga.De heer Bamenga (D66):We lijken een heel klein beetje op elkaar.De voorzitter:Ik dacht dat ik beide handen omhoog zag gaan.De heer Bamenga (D66):Dank voor de reactie. De Minister gaf net iets aan wat betreft de publicatievan die subsidiekaders. Die worden getrapt ingevoerd. Ik had net ook eenvraag gesteld in het kader van goed bestuur, omdat ik denk dat deorganisaties hierdoor, als er geen aanvullende maatregelen komen,wellicht in de problemen komen. Ik vraag me af hoe de Minister daarinstaat. Welke zorgen heeft de Minister als het gaat om de zaken waarmaatschappelijke organisaties mee te maken hebben nu dit pas zo laatwordt gepubliceerd?Minister Veldkamp:Het feit dat het geldende, huidige kader afloopt ... Is dat het VVM-kader?O, ik hoor naast me dat dat het VMM-kader is. Natuurlijk: VersterkingMaatschappelijk Middenveld. Het feit dat het VMM-kader afloopt, is tijdigbekend gesteld, namelijk dertien maanden van tevoren. Dat weten deorganisaties dus. Over het nieuwe kader en over de invoer van het nieuwekader kunnen we met de individuele organisaties in gesprek. We voerenhet getrapt in, maar dat doen we vanuit het departement. Vanuit hetDirectoraat-generaal Internationale Samenwerking, het DGIS, zal men hetgesprek voeren met die maatschappelijke organisaties, zodat die preciesweten waar die aan toe zijn. Wat dat betreft hoeven er ook geen verras-singen te zijn. Ik had de Kamerbrief nog eerder willen versturen, maar iktrad toen net aan. En dan krijg je in deze rol ook nog eens te maken metde NAVO-top. We hebben wel echt getracht om de Kamerbrief nog in junite sturen.De heer Bamenga (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5336 Dank voor de reactie van de Minister. Hij geeft aan dat er toch gesprekkenzullen plaatsvinden met individuele organisaties. Ik beschouw hetantwoord zo: er wordt dus een vorm van maatwerk toegepast afhankelijkvan wat de situatie is per organisatie. Kan ik dit antwoord inderdaad alszodanig beschouwen?Minister Veldkamp:Ja, maatwerk. Zeker. Altijd. Dat kan ik tegen de heer Bamenga zeggen.De voorzitter:Gaat u verder, Minister.Minister Veldkamp:Voorzitter. Mevrouw De Korte vroeg, en zij niet alleen, naar vrouwen-rechten en gendergelijkheid. Dat blijft wel degelijk een prioriteit binnenhet beleid voor ontwikkelingshulp. Ook multilateraal gezien staatNederland voor vrouwenrechten en gendergelijkheid als onderdeel vanons mensenrechtenbeleid. Ik begrijp de wens om daar een separaatbudget voor beschikbaar te houden. Dat is ook in lijn met die inzet.Mevrouw Hirsch wees erop dat onderzoek aantoont dat landen waarinvrouwenrechten geborgd zijn, stabieler en veiliger zijn. Zij vroeg of deMinister dit erkent. Dat erken ik volmondig. Daarom wil het kabinet ookinvesteren in vrouwenrechten en gendergelijkheid, zowel in stabielelanden als in conflictgebieden. Zo zijn er binnen dat nieuwe focuskadervoor de versterking van maatschappelijke organisaties financieringsinstru-menten op het thema geweld tegen vrouwen, het thema vrouwelijkondernemerschap en het thema vrouw, vrede en veiligheid. Dit wordt ookmeegenomen in de programmering binnen het bredere ontwikkelings-beleid.Mevrouw Dobbe vroeg naar het feministisch buitenlandbeleid. We hebbeneen bezuinigingsopdracht. Daarom is het opnieuw invoeren van dat beleidnu niet realistisch, maar we staan wel pal voor de rechten van vrouwen enmeiden. Een aantal jaren geleden is een slinger gegeven aan hetfeministisch buitenlandbeleid, ook aan het bewustzijn binnen het eigendepartement van het belang van dergelijk beleid. Daar blijven wenatuurlijk ook echt aandacht aan besteden. Dat doe ik overigens ookbuiten ontwikkelingshulp om, zoals vorige week op en rond de NAVO-top.Dan kom ik toe aan een volgend blokje, voorzitter. Er zijn enkele vragengesteld en opmerkingen gemaakt over de VN-organisatie UNRWA. Het iseen hele bewogen tijd voor UNRWA. Ik noem de verschrikkelijke oorlog inGaza, de discussies over de neutraliteit van UNRWA en onderzoekdaarnaar – het is een soort Colonna-rapport – tijdelijke opschortingen vanbijdragen door veel donoren, ook tijdelijk in Nederland, en de Israëlischewetgeving. Zo goed en zo kwaad als het kan werkt UNRWA door aanhulpverlening en basisdiensten. Conform een wens van de meerderheidvan de Kamer – ik wijs even op het amendement-Stoffer/Eerdmans – is hetbedrag voor 2025 voor de bijdrage aan UNRWA naar beneden bijgesteld,naar 15 miljoen dit jaar. Dit is onlangs, na goedkeuring van de begrotingdoor de Eerste Kamer, op 26 maart overgemaakt. De vrijgevallenmiddelen worden ingezet om humanitaire noden te verlichten, ook tenbehoeve van diversificatie. Er is sowieso 4 miljoen gecommitteerd om viaUNICEF in de Gazastrook te besteden.De heer Van Baarle (DENK):Was dit de beantwoording van de Minister over UNRWA?Minister Veldkamp:Ja.De heer Van Baarle (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5337 De Minister geeft een zakelijk antwoord. Het klopt inderdaad dat op basisvan politiek handjeklap is besloten om te bezuinigen op UNRWA endaarmee de hulp aan Palestijnen onder druk te zetten. Ik vraag dezeMinister nu de coalitie geen stand meer houdt en de PVV geen onderdeelmeer uitmaakt van de regering, of hij als bewindspersoon vindt dat dieafspraak nog nagekomen dient te worden in het licht van de verschrikke-lijke positie waar de Palestijnen op dit moment in verkeren. Of vindt hij alsbewindspersoon dat we naar mogelijkheden moeten zoeken om diebijdrage aan UNRWA toch op peil te houden?Minister Veldkamp:De situatie van de Palestijnen in de Gazastrook is verschrikkelijk. Dat gaatook aan mij niet voorbij. Ik zie ook dat het kabinet zich blijft inzetten voorhulp, juist daar. Inmiddels is daarvoor een bedrag van 82 miljoen ingezet.Op allerlei manieren is er ook, niet via geld maar op andere manieren,aandacht voor de situatie in de Gazastrook en voor de noodhulp die daarecht keihard moet worden gelenigd. Specifiek wat betreft UNRWA ben ikin ieder geval blij dat we voor dit jaar een donatie doen van 15 miljoen.Het gaat om 15 miljoen, plus 4 miljoen die via UNICEF wordt besteed.Daarmee is Nederland een serieuze donor en besteedt Nederland ookmeer dan het aan jaarlijkse bijdrage jarenlang heeft besteed. Ik kan meherinneren dat dat jarenlang op 13 miljoen stond, tot en met 2021, geloofik. Daarna is het omhooggegaan. Ook dit jaar besteden we er dus meeraan dan dat het jarenlang in vorige kabinetten is geweest. We blijven eenserieuze donor. We zijn echt een substantiële donor in de Gazastrook.Daarnaast zetten we ons op talloze andere manieren in. We hebben ons inhet huidige kabinet ervoor ingezet dat er daadwerkelijk hulp in kan en dathulp kan worden gedistribueerd. Daar kan ik talloze voorbeelden bijgeven. Op dit moment is de voornaamste inzet – dat weet de heer VanBaarle, denk ik – het opheffen van de blokkade, die Israël sinds 2 maartheeft ingesteld. Het zogeheten GHF-systeem dat nu wordt toegepast, wijsik af. Ik vind dat een verschrikkelijk systeem. Het schendt niet alleenhumanitaire principes, maar het werkt ook niet. We zien talloze dodelijkeslachtoffers als gevolg, door Tsahal, door Shahab, door Hamas enanderen. Ik blijf mij ervoor inzetten, ook deze dagen, dat er zo snelmogelijk een staakt-het-vuren komt in de Gazastrook, zodat er massaalhumanitaire hulp geleverd kan worden.De heer Van Baarle (DENK):Dat was geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was of deze Ministernog achter de bezuiniging staat die wordt doorgevoerd op de bijdrage aanUNRWA. Ik doelde niet alleen op de situatie in Gaza, waar mensenafhankelijk zijn van UNRWA, maar ook op die in de andere gebieden waarPalestijnen wonen en afhankelijk zijn van UNRWA voor dienstverlening.Die staat gewoon onder druk. We hebben gesprekken gevoerd met deorganisatie van UNRWA. Het is elke maand uiterst onzeker of zij het nogredden tot het einde van die maand met de financiering die hun terbeschikking wordt gesteld. Ze moeten medewerkers ontslaan omdat zedie gewoon niet kunnen betalen, terwijl de Palestijnen verdikkemegewoon creperen op dit moment. Staat de Minister nog achter diebezuiniging of niet?Minister Veldkamp:Deze bezuiniging is veroorzaakt door een amendement dat hier in deTweede Kamer is aangenomen, een amendement van de heren Stoffer enEerdmans. Door een meerderheid is een amendement aangenomen omde jaarlijkse bijdrage aan UNRWA te verminderen. Daar houd ik mij aan. Indat amendement staat ook vastgelegd dat het resterende bedragbeschikbaar blijft voor noodhulp. Ook daar houd ik mij aan; dat resterendebedrag hebben we inmiddels al ingezet voor noodhulp, via UNICEF. DirectTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5338 na de goedkeuring van de begroting in de Eerste Kamer is ook de bijdragevoor 2025 aan UNRWA ook overgemaakt. Mocht de Kamer het anderszien, dan heeft de Kamer natuurlijk het recht om een amendement in tedienen. Op dit moment hebben we het over 15 miljoen voor UNRWA.Nogmaals, daarmee is Nederland een substantiële donor.De voorzitter:Minister, gaat u verder.Minister Veldkamp:Voorzitter. Dan kom ik aan andere belangrijke thema’s...De voorzitter:Meneer Bamenga heeft nog een vraag. Het is wel uw derde interruptie,meneer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Is dat meteen de laatste?De voorzitter:Yes.De heer Bamenga (D66):Dat is dan maar zo. Ik hoor de redenering van de Minister natuurlijk. Entoch, als ik iedere dag de beelden zie van wat er in Gaza gebeurt en vanwat er met de Palestijnen gebeurt, kan ik het gewoon niet geloven dat wijniet meer kunnen doen. We hebben hier in de Tweede Kamer verschil-lende keren met z’n allen moties aangenomen waarin we aangeven dat ermeer hulp geboden moet worden en dat er ongehinderd toegang moetzijn tot humanitaire hulp in Gaza. UNRWA is natuurlijk een belangrijkeorganisatie om die hulp te bieden. De Minister geeft aan dat middels eenamendement een bezuiniging is veroorzaakt. Nu willen wij dus ookmiddels een amendement een bezuiniging terugdraaien om zo te zorgendat UNRWA wel degelijk meer financiële middelen heeft, zodat de mensendie letterlijk op zoek zijn naar water, medicijnen enzovoort de hulp kunnenkrijgen die zij nodig hebben. Zou de Minister er nog even op willenreflecteren dat dit een manier is om te voldoen aan al die moties die weeerder hebben aangenomen?De voorzitter:De Minister. Ik denk overigens dat hij nog komt te spreken over hetamendement op stuk nr. 29.Minister Veldkamp:Ik kom daar graag in de tweede termijn op terug, maar ik zeg wel dat hetmij erom gaat welke inspanning we leveren; het gaat mij er minder om viawelke organisatie we precies die inspanning leveren. Die inspanning staat.Die 82 miljoen staat. Wat ook staat, zijn al die inspanningen die zijngeleverd, bijvoorbeeld het ondersteunen van de landbrug die via Jordaniëplaatsvond, het ondersteunen van de luchtbrug met helikopters waarNederland via militaire planners aan heeft geleverd en het ondersteunenvan de opening van diverse overgangen. Allemaal dingen die niet meteenin geldbedragen zijn uit te drukken, maar die wel staan.Ik zie de verschrikkelijke oorlog in Gaza. Het is frustrerend hoe langzaamhet allemaal gaat, maar ik zet mij er heel erg voor in om met de beperkteinvloed die Nederland heeft ten minste te helpen opdat er een einde komtaan die verschrikkingen. Dat is veel meer dan alleen de financiële inzet viahumanitaire hulp. Maar die humanitaire hulp leveren we wel. Ik werkbinnen de kaders van het aangenomen amendement, maar we leveren diehulp. Kijk naar de bijdrage van 15 miljoen die Nederland via UNRWATweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5339 levert dit jaar. Ik noemde Nederland al een substantiële donor. We zijn alsdonor dit jaar vijf keer zo groot als China. Vijf keer zo groot als China. Datbetekent dat we ook andere landen oproepen om meer te doen. Dus het isniet alleen Nederland dat zijn ding moet doen, maar ook andere landenkunnen soms meer doen.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik wil toch heel even ingaan op de uitspraak van de Minister dat UNRWAeen van de organisaties is. UNRWA is níét «een van de» organisaties.UNRWA is een hele specifieke organisatie. En dat weet de Minister ook,want ik heb dat zelfs voor het eerst van hem gehoord. UNRWA isopgericht voor het steunen van Palestijnen na de oprichting van de staatIsraël. De Palestijnen hebben een aparte status binnen het VN-stelsel.Daarmee is UNRWA de enige organisatie die hen mág ondersteunen in alhun basisbehoeften, zoals onderwijs, water en allerlei vormen vandienstverlening. Waarom we iedere keer terugkomen op de financieringvan UNRWA en het leiderschap van deze bijzondere VN-organisatie datjuist op dit gebied zo hard nodig is, is omdat het wegvallen van UNRWAeen heel erg slecht signaal afgeeft richting alle Palestijnen – niet alleen inGaza en niet alleen in de bezette gebieden, maar ook in Jordanië, ook inLibanon – dat wij ze in de kou laten staan. Daarom is UNRWA zobelangrijk. Ik zou toch even van de Minister willen horen waarom hij,gegeven het belang van juist deze organisatie, toch niet bereid lijkt te zijnom voor deze organisatie te gaan staan, juist nu.Minister Veldkamp:Mevrouw Hirsch zou ook kunnen kijken naar waar ik me wel voor inzet enheb ingezet. Het aangenomen amendement – daartoe heb ik niet hetinitiatief genomen, ook niet in mijn rol als Minister van BuitenlandseZaken, maar ik heb me er wel voor ingezet – kon alleen worden geappre-cieerd met oordeel Kamer als er ten minste ook voor dit jaar nog eenstevige bijdrage in zou zitten, hoger dan wat Nederland jarenlangachtereenvolgens heeft bijgedragen. Dat is deze 15 miljoen. Ik zie hoebelangrijk UNRWA is, ook als basis voor andere organisaties in zijnnetwerk, en wat het levert. Ik zie dat UNRWA natuurlijk ook buiten deGazastrook actief is en ook elders actief is, zoals in Jordanië, in Syrië, inLibanon, op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem. Ik zie ook,zeg ik erbij, de problematiek die er in de loop der jaren rond UNRWA isontstaan. Er ligt niet toevallig een rapport van mevrouw Colonna van 50bladzijden, met 50 aanbevelingen, waarin zaken aan de orde komen dietoch al jarenlang problematisch waren binnen UNRWA. Het gebrek aanhet adresseren van het thema neutraliteit bijvoorbeeld wordt nu een vastonderwerp op de agenda. Denk ook aan het feit dat UNRWA werkte meteen adviescommissie en niet met een vaste bestuursraad zoals UNICEF endergelijke dat wel doen. Denk aan de arbeidsverhoudingen binnenUNRWA, waarin een hele grote scheefgroei had plaatsgevonden. Het iseen heel nuchter rapport van mevrouw Colonna. Ik vind het heel goed datdie elementen, die hervormingen die moeten worden doorgevoerd,worden doorgevoerd. Ik vind dat heel belangrijk. Die problematiek speelten kan ik niet uitwissen, maar Nederland is een substantiële donor. WatUNRWA betreft kijk ik ook uit naar de verkiezingsprogramma’s van diversepartijen richting de verkiezingen van 29 oktober.De voorzitter:De Minister gaat nu vaart maken met de rest van de beantwoording. Datdoet hij al behoorlijk, hoor.Minister Veldkamp:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5340 Voorzitter. Dan heb ik een aantal andere belangrijke thema’s. Ik wil ze nietals overig beschouwen, maar het zijn een aantal andere belangrijkethema’s die ik heel moeilijk in specifieke categorieën kon vatten.Mevrouw De Korte vroeg naar kindervaccinaties. Nederland draagt dit jaar40 miljoen euro bij aan kindervaccinatie, zoals via Gavi, de Global Alliancefor Vaccines and Immunization. Dit is een belangrijk thema voorNederland op gezondheid. We hebben minder geld, bezuinigingen zijnonvermijdelijk. Maar ik zeg toe dat ik bij de invulling van die bezuini-gingen rekening zal blijven houden met uw wens om niet drastisch tebezuinigen op kindervaccinaties.Ik kan tegen mevrouw Dobbe zeggen over Gavi dat er geen enkele sprakeis van een driekwartsbezuiniging. Dat is niet het geval. De berichtgevingdaarover is onjuist. Nederland geeft dit jaar 40 miljoen aan Gavi en deeddat ook voorgaande jaren. 15 miljoen euro van die langlopende bijdrageloopt eind 2025 af. Deze bijdrage zal worden voortgezet, maar de exactehoogte ervan is een onderwerp van een bredere afweging. Daarover zult una de zomer worden geïnformeerd. De bijdrage van 25 miljoen loopt nogdoor tot 2030.Mevrouw Dobbe vroeg naar sanctieregimes en humanitaire uitzonde-ringen. Het kabinet zet zich in om alle mogelijke onbedoelde negatieveneveneffecten van sanctiemaatregelen op het gebied van humanitairehulp tegen te gaan. Alle VN-sanctieregimes bevatten een humanitaireuitzondering. Daarnaast beschikken alle EU-sanctieregimes mede dankzijNederlands aandringen daarop over humanitaire uitzonderingen. Sinds deinvoering van een breed model humanitaire uitzonderingen, sinds eind’22, rapporteren humanitaire organisaties dat ze betere financiële toegangtot gesanctioneerde regio’s hebben gekregen. Blijft er een risico vanovercompliance? Ja, natuurlijk. Uiteraard. Maar mochten mevrouw Dobbedaar specifieke berichten over bereiken, staat Buitenlandse Zaken alsorganisatie er zeker voor open omdat we daarop willen kunnen handelen.Voorzitter. De heer Bamenga vroeg nog naar de motie over de ambas-sadeur voor kinderen in conflictgebieden. Zoals de Kamer per brief, heb ikbegrepen, op 24 april is geïnformeerd, zal de ambassadeur voor jongeren,onderwijs en werk op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de heerJurriaan Middelhoff, het belang van de rechten van kinderen uitdragen.Ook zal ik dit onderwerp, waar relevant en opportuun, onder de aandachtbrengen binnen internationale overleggen. Deze ambassadeur voorjongeren, onderwijs en werk heeft onlangs nog overleg gevoerd metkinderrechtenorganisaties over verdere invulling. Ik heb verder ook deYouth Advisory Committee onlangs ontvangen, kan ik mij herinneren.Voor dat onderwerp blijven we aandacht hebben.Mevrouw Dobbe vroeg ook naar Sudan, waar ze telkens aandacht voorvraagt, en de verschrikkingen daar. Ik ben ook heel blij dat ze dat doet. Zevroeg ook naar het rapport uit 2023 van het VN-Panel of Experts en denetwerken die de zogeheten RSF financieren. Het kabinet deelt de zorgenover de ontwikkelingen in Sudan en maakt zich in EU-verband sterk voorhet zoeken naar oplossingen. Sancties zijn een van de instrumenten die deEU tot haar beschikking heeft. Nederland steunt de uitbreiding vanEU-sancties gerelateerd aan mensenrechtenschendingen in Sudan en zalzich blijven inzetten voor het verder uitbreiden van sancties richtingpartijen die het conflict faciliteren. Dat doen wij en dat blijven wij doen.De heer Ceder vroeg ook aandacht voor de humanitaire toegang inverschillende gebieden in Sudan. Ook daar blijven we aan werken. Zowelin de EU alsook bij de VN in New York werkt Nederland samen met anderelanden om druk te leggen op de strijdende partijen en hun supporters. Diediplomatieke druk heeft er al mede toe geleid dat de grensovergang bijAdré, in Tsjaad, ook de komende maanden open is voor humanitaire hulp,om die bijvoorbeeld naar Darfur te krijgen. Dat is typisch een voorbeeldvan: ja, wat kunnen we wat dat betreft doen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5341 Ook het geweld tegen hulpverleners is natuurlijk een heel belangrijk enverschrikkelijk thema. Nederland zet zich in voor de documentatie enbewijsgaring in multilateraal verband, zoals het steunen van de mecha-nismen, zoals de fact-finding missions en bewijzenbanken. Het Internati-onaal Strafhof vervolgt en berecht individuen voor internationalemisdrijven. Nederland heeft het Strafhof de afgelopen jaren financieelgesteund met 6 miljoen euro, specifiek voor dit kader. Nederland heeftverschillende internationale misdrijven strafbaar gesteld. De Nederlandserechter heeft daarbij ook rechtsmacht als de verdachte of het slachtofferNederlands is of zich op ons grondgebied bevindt.Tot slot – ik moet er inderdaad met tempo doorheen, voorzitter. De heerEllian vroeg naar de nieuwe focus op thema’s waar Nederland in uitblinkt.Hoe vertalen die zich in programma’s? We kijken hoe we het effectiefstkunnen bijdragen aan sociaaleconomische ontwikkeling in landen daarwaar het ook Nederlandse belangen raakt: handel, economie, veiligheid,stabiliteit, migratie. We verkennen de wederzijdse meerwaarde van dieNederlandse thema’s ook voor zo’n partnerland. We onderzoeken ook hoewe directer kunnen samenwerken met organisaties in zo’n land zelf, zodatwe hun initiatieven kunnen steunen.Hoe kijkt de Minister dan, vroeg de heer Ellian, vanuit meer Europeesverband naar het aanbieden van noodhulp en ontwikkelingshulp? Eendeel van onze middelen voor ontwikkelingshulp en humanitaire hulpzetten we in via de Europese Unie. Die moeten strategisch en doelgerichtworden ingezet. Het kabinet hecht eraan dat humanitaire hulp binnen deEU gebaseerd is en blijft op de humanitaire principes en ingezet wordtdaar waar de noden het hoogst zijn. Bij ontwikkelingssamenwerking zethet kabinet in op een aanpak die zowel de Europese belangen als debehoeften van de partnerlanden dient. Alleen als die twee dimensiesbeide worden meegenomen, is het beleid effectief. We benutten onzeervaringen bij het combineren van hulp en handel om ook in EU-verbandbij te dragen aan bredere partnerschappen, onder meer via de GlobalGateway-strategie.De heer Bamenga vroeg naar het betrekken van de diaspora in het beleid.Onder het Focus-beleidskader voor maatschappelijke organisaties zit ookeen instrument dat specifiek gericht is op Nederlandse particuliereontwikkelingsinitiatieven. Daarbij kunnen zulke organisaties, diasporaor-ganisaties – ik weet nooit waar ik de klemtoon moet leggen, voorzitter –ook hun rol spelen en gesteund worden vanuit ons beleid. Dat kan duszeker ook de Congolese diaspora betreffen. Vaak zijn mensen in dergelijkediaspora bruggenbouwers en kennen ze hun wegen. Verder krijgt deKamer, conform de eerdere toezegging aan de heer Bamenga, ook eenbrief over de algemene inzet ten aanzien van de diaspora.Voorzitter. Tot slot een vraag van de heer Ceder. Dat is een van de laatstevragen. Hij had het over verkennen hoe via verschillende kanalen ... Hijhad het over USAID. De oorspronkelijke bezuinigingen op humanitairehulp – de heer Ceder vroeg naar de humanitaire sector en humanitairehulp – zijn voor 2026 en 2027 in de Voorjaarsnota sterk gedempt.Misschien is de heer Ceder dat opgevallen in de stukken en de schriftelijkebeantwoording van de vragen.De heer Ellian vroeg nog naar de geopolitieke context en weerbaarheid.We zijn een relatief klein land. We zijn in Nederland gebaat bijweerbaarheid, zodat niet het recht van de sterkste overwint. Anderelanden en groepen mensen zijn ook gebaat bij die weerbaarheid in dezewereld vol conflicten. Onze inzet op hulp en veiligheid is er echt op gerichtdat we niet alleen als Nederland profiteren. Het moet namelijk ook leidentot meer veiligheid voor de meest kwetsbare groepen daar en uiteindelijkook tot meer veiligheid voor ons Koninkrijk.Tot slot een vraag van de heer Bamenga, over Afrikaanse jongeren enbezuinigingen op perspectief voor Afrikaanse jongeren. De 8 miljoen waarde heer Bamenga aan refereerde was een reservering voor mogelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5342 voortzetting van het programma Local Employment for AfricanDevelopment, LEAD, gericht op jeugdwerkgelegenheid. Dat heeft in totaaltwee fases gehad en een looptijd van negen jaar. Dat is niet voortgezetmet een derde fase. Een aantal programma’s dat specifiek is gericht opjeugdwerkgelegenheid, wordt afgebouwd. Mijn appreciatie van hetamendement komt aan de orde in de tweede termijn. We blijven aandachthouden voor jongeren, stabiliteit en migratie, maar ook voor kansen voorjongeren, jong ondernemerschap, creativiteit en de rol van jongeren inparticuliere initiatieven. Ik denk bijvoorbeeld even aan het fenomeenOrange Corners. Op tal van ambassades in Afrikaanse landen hebben weOrange Corners. Er zijn dus werksituaties met talloze initiatieven waarbijjuist jongeren worden betrokken, ook bij ons ontwikkelingsbeleid.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Oké. Dan gaan we naar de Staatssecretaris. Hoeveel mapjes heeft u?Staatssecretaris Boerma:Nou, dan moet ik tellen. Het zijn er een stuk of vijf.De voorzitter:Pf, dan gaat u vliegens...Staatssecretaris Boerma:Ik probeer uw vragen ook nog ergens te beantwoorden voordat u vertrekt.De voorzitter:Oké. Dan gaat u vliegensvlug van start. Ik heb net even geïnventariseerd:er komen rond de twintig moties, minimaal. Die moeten voorzien wordenvan een appreciatie, en de amendementen ook, want anders kunnen wedaar donderdag niet over stemmen. De Minister moet om 19.30 uur weg.Ik doe echt een beroep op de collega’s om zo meteen moties voor te lezen... Ik weet dat de ondersteuning in opperste staat van paraatheid is, duswe moeten het snel doen. Staatssecretaris, brand los.Staatssecretaris Boerma:Voorzitter, dank u wel. Allereerst dank voor het warme welkom in dezecommissie. Ik ga nog graag kennismaken met uw commissie, maar ik benblij dat ik hier alvast met u in gesprek mag, samen met mijn collega vanBuitenlandse Zaken. Ik ben nu tien dagen in functie. Het Ministerie vanBuitenlandse Zaken is niet nieuw voor mij, maar deze rol wel. Mij isverteld dat deze commissie enorm betrokken is. Sommigen van u heb ik aleens eerder ontmoet, en dat bevestigt dat beeld. Ik kijk dan ook uit naarhet debat met u en ook naar de samenwerking. Ik hoop u ook individueelte spreken de komende weken, nog voor het einde van het reces. Dat isvrij ambitieus. Dat geeft mij energie om hier samen met u een mooieperiode van te maken. We weten niet hoelang die duurt, maar het zalafgebakend zijn in tijd, ook als demissionair Staatssecretaris.Voorzitter. Ik hoop dat ik in deze functie een constructieve samenwerkingmet de commissie kan bewerkstelligen. Ik luister graag naar uw inzichtenen ideeën. De geopolitiek gaat door, de wereld staat niet stil. De komendeperiode hoop ik van gedachten te wisselen over belangrijke dossiers alsEU-VS-handelstarieven, Mercosur, wapenexport en -controle, enexportcontrole. Ik kijk uit naar een aantal interessante en relevantedebatten, ook in dit najaar.De Minister heeft reeds uitvoerig gesproken over het ontwikkelingsbeleid.Ik spreek dus graag nog met uw commissie over de handelsagenda vanhet kabinet. Ik hecht eraan om te onderstrepen dat ik ook erg hecht aan delink tussen hulp en handel. Die hopen we komend jaar te onderstrepen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5343 We trekken daarin samen met elkaar op. Ik zal me daarvoor blijveninzetten.Voorzitter. Ik ga over tot de beantwoording van de vragen die door deKamer zijn gesteld. Daar heb ik een drietal blokjes bij: handel algemeen,handel in relatie tot Israël en de Palestijnse gebieden, en andere belang-rijke thema’s elders in de wereld.Er werd al gevraagd naar de betekenis van de recente Kamerbrief. Devraag was hoe ik het voortzet als Staatssecretaris. Met de recentehandelsbrief hebben we meer focus aangebracht in het handelsbeleid. Alsdemissionaire Staatssecretaris zal ik dat grotendeels voortzetten, maarsoms wel met andere accenten. Ik ben van een andere partij. Ik ga er latermet u van gedachten over wisselen, misschien als we een keer een debathebben over de handelsbrief. Dan zult u vanzelf zien waar eventueleaccentverschuivingen zijn. In ieder geval focust dit kabinet op welvaart eneconomische weerbaarheid, waarbij onze waarden belangrijk zijn. In diedriehoek zal ik mogelijkerwijs weleens andere accenten leggen.Ik ga nu door op de vragen van mevrouw Hirsch. Zij stelde terechtevragen over waarden en handel. Omstandigheden dwingen ons tefocussen. De wereldhandel zit in turbulent vaarwater. We hebben beperktecapaciteit om de uitdagingen op te pakken. Dit kabinet focust daarom opwelvaart en weerbaarheid, bijvoorbeeld door in te zetten op nieuwevormen van handelsafspraken in plaats van brede, veelomvattendeverdragen, en door sterk in te zetten op reductie van regeldruk voor onsbedrijfsleven. Tegelijkertijd blijven die waarden belangrijk.OESO-richtlijnen voor internationaal ondernemen en ILO-standaardenblijven belangrijke pijlers onder ons beleid. Daarnaast helpen weondernemers met het voldoen aan imvo-regels en werken we aanimvo-sectorovereenkomsten, bijvoorbeeld voor de textielsector. Ik gagraag het debat hierover met u aan, als we over de handelsbrief spreken.Nu is de begroting aan de orde.Mevrouw Hirsch vroeg eveneens naar de rol van maatschappelijkeorganisaties in het handelsbeleid. Bij het uitwerken van het handelsbeleidhebben we altijd contact met maatschappelijke organisaties. Zo heeft hetMinisterie van Buitenlandse Zaken voorafgaand aan elke Raad Buiten-landse Zaken Handel een Breed Handelsberaad over de Nederlandse inzetvoor deze Raad. In het Breed Handelsberaad nemen vertegenwoordigersdeel vanuit het bedrijfsleven, werkgeversorganisaties, vakbonden enngo’s. Dat blijven we doen. Via multistakeholderinitiatieven krijgen wevan maatschappelijke organisaties signalen uit de keten, onder andereover arbeidsomstandigheden. Deze inbreng is waardevol en nemen wemee in onze beleidsontwikkeling. Bij het beleid voor internationaalmaatschappelijk verantwoord ondernemen worden maatschappelijkepartijen nauw betrokken. Denk aan sectorale samenwerking. Ik hoophierover later met u te spreken, ook met het oog op de tijd, als we nog degelegenheid krijgen om van gedachten te wisselen over de handelsbrief.Mevrouw Hirsch stelde eveneens een vraag over de voetafdruk die hetNederlandse handelsbeleid achterlaat in ontwikkelingslanden. Het kabinetis zich bewust van de ongewenste, negatieve effecten van internationalehandel en de Nederlandse voetafdruk. Daarom zetten we in het handels-beleid, naast onze focus op verdienvermogen en weerbaarheid, in op hettegengaan van deze effecten. In de handelsbrief is dit ook bevestigd.Handel vindt plaats, met of zonder handelsakkoorden. Door afspraken temaken in handelsakkoorden over duurzaamheid wil het kabinet eraanbijdragen dat deze handel minder belastend is voor het klimaat, en ook opandere fronten. Naast deze duurzaamheidaspecten wil ik ook graagbenadrukken dat handel ook in ontwikkelingslanden bijdraagt aaneconomische groei en welvaartsontwikkeling. Daarom zet het kabinet ookin op het combinatiebeleid. Er is dus ook aandacht voor de positieveeffecten van handel voor ontwikkelingslanden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5344 Vervolgens heeft de heer Ellian ook vragen gesteld over het handelsbeleiden zorgen geuit over de tariefoorlogen. Ik ben blij dat u er nog bent. Nogeen paar minuten, hoor ik. Wij maken ons ook zorgen over de huidigeontwikkelingen. 9 juli is uiteraard een belangrijke datum, waar we nunaartoe werken met onze Amerikaanse handelspartner. De manier waaroplanden handeldrijven is de laatste jaren sterk veranderd. Invoerheffingenen subsidies van andere landen maken het speelveld voor onze bedrijvenongelijker. Nationale veiligheidsoverwegingen zijn steeds vaker onderdeelvan handelsdiscussies. Onze ondernemers hebben veel last van detoegenomen onzekerheid. Juist een open economie als Nederland kanveel verliezen. Daarom hecht Nederland ook zo veel waarde aan vrije enop regels gebaseerde wereldhandel. Zoals beschreven in de handelsbrief,dwingen de veranderende internationale verhoudingen ons om meerfocus aan te brengen in ons handelsbeleid. Om de effecten van detoegenomen spanningen in de wereldhandel aan te gaan, maakt hetkabinet welvaart en economische weerbaarheid belangrijke pijlers in hetbuitenlandse handelsbeleid.De heer Ellian stelde ook een vraag over de extra 15 miljoen gebruiken alseen schokdemper. In het algemeen is het kabinet terughoudend met decompensatie van ondernemers. Deze handelsontwikkelingen vallenbinnen het ondernemersrisico. Tegelijkertijd zetten we uiteraard in op eenakkoord met de Verenigde Staten, juist om deze effecten te voorkomen.We kijken ook naar nieuwe handelsakkoorden. Daar gaan we dit najaarook over door spreken, als er concreet een aantal nieuwe handelsak-koorden op tafel komen te liggen. Wat we wel kunnen doen, is handelsbe-vordering, gericht op nieuwe markten en het aanboren van nieuwemarkten. Daar zullen we het komende jaar op inzetten, ook via nieuwehandelsmissies en nieuwe handelsakkoorden. De EU, Brussel, werkt daarook hard aan. Diversificatie is enorm belangrijk, ook voor de Nederlandseondernemers.U spreekt hier over 15 miljoen. Op artikel 1.3 is een bedrag van 10 miljoentoegevoegd. Deze middelen zullen worden ingezet op artikel 1.3 vooronder andere het versterken van het ondernemersklimaat in partner-landen. Dus dat is ODA, geen extra middelen of compensatie. Er is ookgeen ruimte bij non-ODA, maar het versterken van het ondernemers-klimaat zal ook zeker mogelijkheden bieden voor Nederlandse onder-nemers, niet zozeer als compensatie maar als nieuwe kansen. Daarmeeheb ik uw vraag hopelijk beantwoord.Dan ga ik door naar het blokje handel met Israël en de Palestijnsegebieden.De voorzitter:Heeft u een momentje, mevrouw de Staatssecretaris? Dank voor het feitdat de vragen beantwoord worden. Ik schors enkele seconden. Danwisselen mevrouw De Korte en ik even; zij wordt voorzitter. Ik moet menamelijk excuseren. Zou u even op knop van de microfoon willen drukken,mevrouw de Staatssecretaris? Perfect. Dan wens ik alle collega’s eenprettige voortzetting. Ik dank beide bewindspersonen voor hunbeantwoording.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.Voorzitter: De KorteDe voorzitter:Dan heropen ik de vergadering en geef ik de Staatssecretaris het woord.Staatssecretaris Boerma:Dank, voorzitter. Ik was aangekomen bij het blokje handel met Israël en dePalestijnse gebieden. Ik ben me bewust van de zeer gevoelige kwestie dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5345 voorligt. Ik weet ook dat deze Kamer de afgelopen periode al veledebatten heeft gevoerd. Dit onderwerp verdient die aandacht ook. De heerVan Baarle ging hier in zijn interventie ook uitvoerig op in. Hij ging ook inop andere onderwerpen. Daar kom ik zo ook aan toe.De humanitaire situatie in de Gazastrook is catastrofaal. Ook de ontwikke-lingen op de Westelijke Jordaanoever zijn zorgelijk. Mijn collega, deMinister van Buitenlandse Zaken, is hier al vaak op ingegaan. Ik sluit medan ook aan bij het kabinetsbeleid en bij de woorden van de Minister vanBuitenlandse Zaken. Ik ga die hier niet verder herhalen.Zoals bekend, is het kabinet niet voor een boycot van Israël. Het kabinetspant zich, binnen de grenzen van 1967, in voor de versterking van deeconomische betrekkingen met Israël. Dat is ook conform Kamermoties. Ikmoet nu allemaal papiertjes wisselen; vergeef me. Nederland ontmoedigtdaarbij al jaren economische relaties met bedrijven in Israëlischenederzettingen in de door Israël bezette Palestijnse gebieden. Dat betekentdat de Nederlandse overheid geen diensten aan Nederlandse bedrijvenverleent als het gaat om activiteiten die zij ontplooien in of ten behoevevan Israëlische nederzettingen. Het is echter aan Nederlandse bedrijvenzelf om te bepalen welke activiteiten zij ontplooien met welke partners.Naast het ontmoedigingsbeleid hebben bedrijven een eigen maatschap-pelijke verantwoordelijkheid. Het kabinet verwacht dan ook van alleNederlandse bedrijven dat zij internationaal maatschappelijk verantwoordondernemen door invulling te geven aan de OESO-richtlijnen voormultinationale ondernemingen inzake maatschappelijk verantwoordondernemen.Gezien de ernst van de huidige situatie in de illegaal bezette gebieden, ishet kabinet evenwel voornemens om het ontmoedigingsbeleid actiever teformuleren. Over de exacte invulling informeer ik uw Kamer op een latermoment. Voor de zomer kunt u informatie verwachten over een nadereinvulling.De voorzitter:Nog even een vraag aan de Staatssecretaris: u zegt voor de zomer, maarwe gaan eigenlijk volgende week al met reces. Wat is dan het preciezetijdstip?Staatssecretaris Boerma:Het voornemen is om erop terug te komen in het verslag van de RBZ van14 juli.Daarmee heb ik dit onderwerp volgens mij behandeld. Dan ga ik door, ookmet het oog op de tijd, naar de vragen van de heer Van Baarle. Hij had ookbelangrijke vragen over de positie van de Oeigoeren. De situatie van deOeigoeren in China is buitengewoon zorgelijk...De voorzitter:Ik onderbreek u even, want ik zie een interruptie.De heer Van Baarle (DENK):Voorzitter, dank. Laat ik het zo zeggen: het is positief dat we eenaanscherping van het ontmoedigingsbeleid kunnen verwachten. Het doetme wel ontzettend veel pijn dat daar blijkbaar twintig maanden aangenocide voor nodig waren, maar dat terzijde. Ik heb ook vragen gesteldover de handelsbevorderende activiteiten die vanuit Nederland verrichtworden, de dienstverlening. De Staatssecretaris gaf net aan: de Neder-landse regering zoekt naar bevordering van de handelsbetrekkingen metIsraël binnen de grenzen van 1967. U weet hoe ik over die grenzen denk,maar dat ook terzijde. In Europees verband vraagt de Minister vanBuitenlandse Zaken naar een review van het associatieverdrag. Dus: latenwe kijken of het nog wel gepast is om met de staat Israël de handelsbe-trekkingen in Europees verband te hebben zoals we die nu hebben. EnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5346 over de Nederlandse activiteiten zegt de Staatssecretaris eigenlijk: ja, daargaan we gewoon lekker mee door om die handel te bevorderen. Dit is eenland dat genocide pleegt. Dit is een land dat land van de Palestijnenillegaal annexeert. Is de Staatssecretaris bereid om ook op de Neder-landse handelsbevorderende activiteiten, net als de Minister voorBuitenlandse Zaken in Europees verband heeft bepleit, op zijn minst eenreview toe te passen, op zijn minst te gaan herzien op basis van demensenrechten of het nog wel gepast is wat we als Nederland doen?Staatssecretaris Boerma:Allereerst denk ik dat juist dat het ontmoedigingsbeleid tegen het lichthouden en erover nadenken over hoe we dat verder invullen deels dektwat u aangeeft. Daar kom ik bij u op terug. We gaan dan bijvoorbeeldkijken naar de website van RVO. Ik kan me ook voorstellen dat we daarbijkijken naar de website van onze ambassade in Israël.De voorzitter:Kunt u vaart maken? De Minister van Buitenlandse Zaken wil echt straksweg en straks komen er nog heel veel moties.Staatssecretaris Boerma:Dank u. De heer Van Baarle had ook vragen over de Oeigoeren. Daar wasik inderdaad aan begonnen. De situatie van de Oeigoeren in China isbuitengewoon zorgelijk. Op 13 december 2024 is deanti-dwangarbeidverordening in werking getreden. Deze verordeningbevat een verbod om goederen vervaardigd met dwangarbeid op deEuropese markt aan te bieden. Vanaf december 2027 worden de verplich-tingen daadwerkelijk toegepast. Dit is een belangrijke stap om dwang-arbeid tegen te gaan en oneerlijke concurrentie te bestrijden. Het kabinetzal inzetten op effectieve implementatie en handhaving van deanti-dwangarbeidverordening en is reeds begonnen met implementatievan de verordening. In lijn met de eerder ingediende moties van het lidVan Baarle zal het kabinet in Brussel aandacht blijven vragen voor hettegengaan van staatsgeleide dwangarbeid, waaronder in China. Dit ookmet het oog op de richtsnoeren en de database die de Commissie voor deanti-dwangarbeidverordening gaat ontwikkelen.Dan ga ik meteen door naar een ander conflict, dat ook grote aandachtbehoeft: de vragen van het Kamerlid Van Dobbe over Sudan. O, Dobbe.Sorry. Vergeef me. Het kabinet deelt de zorgen over de situatie in Sudan.Ik ondersteun ook de wens om de wapenstroom naar Sudan in tedammen. Het kabinet toetst zoals u weet alle vergunningaanvragen vooruitvoer van militaire goederen zeer zorgvuldig aan de geldende Europesecriteria. Daarbij wordt ook heel nauwkeurig gekeken naar het risico opomleiding. Dat geldt ook in het geval van mogelijke omleiding naarSudan. In het geval van de door u genoemde vergunning voor uitvoernaar de Emiraten, Saudi-Arabië en Egypte is een dergelijk risico op basisvan de uit te voeren goederen niet vastgesteld. Niettemin heeft Nederlandeerder in RBZ-verband opgeroepen tot uitbreiding van het VN-embargonaar het gehele land Sudan, conform de motie-Dobbe. Het draagvlakdaarvoor is op dit moment nog onvoldoende. We hebben ook op anderemomenten in de RBZ gepleit voor het indammen van de stroom vanwapens en financiën naar de strijdende partijen in Sudan. Voor ons ishiermee voldaan aan de motie van Dobbe en Van der Burg.Ik ga door naar de vraag van het lid Bamenga over het aanwijzen vanrisicogebieden als Rwanda en Uganda in de grondstoffenketen. Hier isook een motie van het lid Hirsch over aangenomen. Ik informeer deKamer zo spoedig mogelijk over de opvolging van deze motie.Dan ga ik door naar de volgende vraag van de heer Bamenga, over hetstrenger controleren van bedrijven die grondstoffen uit conflictgebiedengebruiken. De controle op handel in conflictmineralen is al EuropeesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5347 geregeld in de Verordening conflictmineralen. Deze is sinds 2022 inNederland geïmplementeerd. De verordening bevat gepaste zorgvuldig-heidsverplichtingen voor bedrijven die boven een bepaalde drempel-waarde conflictmaterialen importeren. Dat betekent dat zij risico’s in hunproductieketen moeten identificeren en waar mogelijk moeten aanpakken.De Inspectie Leefomgeving en Transport houdt hier onafhankelijk toezichtop.Dan ben ik door mijn laatste blokje heen van verschillende belangrijkeonderwerpen. Dank u.De voorzitter:Dan stel ik voor dat we direct doorgaan naar de tweede termijn, zodat ersnel daarna appreciaties kunnen worden gegeven. Ik kijk als eerste naarmevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb sowieso vier moties en nog een opmerking en een vraag. Dat zal ikmaar snel doen dan.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de VS USAID hebben wegbezuinigd;constaterende dat daarbovenop volgens Gavi de Nederlandse financieringvan Gavi met 77% wordt teruggebracht en continuïteit van Nederlandsefinanciering aan UNAIDS en The Global Forum nog ongewis is en hier inieder geval onduidelijkheid over bestaat;constaterende dat hiermee mondiale bestrijding van voorkombareinfectieziekten, waaronder hiv/aids, ernstig in gevaar komt;overwegende dat dit een direct gevaar vormt voor de mondiale enNederlandse volksgezondheid;verzoekt de regering de steun voor mondiale gezondheidsinitiatieven,zoals Global Fund, Gavi en UNAIDS, te waarborgen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Hirsch, Bamenga en VanBaarle.Zij krijgt nr. 30 (36 725-XVII).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5348 constaterende dat de regering een nieuw subsidiekader voor samen-werking met maatschappelijke organisaties heeft gepubliceerd;constaterende dat de regering beleidsbeïnvloeding op internationaalniveau niet langer uitsluit, maar op nationaal niveau wel;overwegende dat hiermee onbedoeld het werk van veel organisatieswordt bemoeilijkt, zoals Oekraïense mensen- en vrouwenrechtenacti-visten, in het spreken met bijvoorbeeld Nederlandse beleidsmakers;verzoekt de regering nationale beleidsbeïnvloeding niet uit te sluiten vanhet subsidiekader, maar organisaties inhoudelijk te beoordelen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Bamenga, Hirsch, Cederen Van Baarle.Zij krijgt nr. 31 (36 725-XVII).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de beleidsbrief Ontwikkelingshulp van voormaligMinister Klever vanaf 2026 bezuinigingen zijn aangekondigd op onderandere vrouwenrechten, klimaatfinanciering en multilaterale samen-werking van in totaal 260 miljoen euro;overwegende dat deze bezuiniging de meest kwetsbare personen in dewereld het hardste raakt en het de Nederlandse positie in het buitenlandverzwakt;verzoekt de regering het beleid in de brief Ontwikkelingshulp terug tedraaien, inclusief alle aangekondigde bezuinigingen, en de dekkinghiervoor te zoeken in het beperken van het rijksbrede budget voor externepersoneels- en adviseringsinhuur, ook wel de Roemernorm genoemd;verzoekt de regering deze teruggedraaide bezuiniging in de begrotingvoor 2026 te verwerken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.Zij krijgt nr. 32 (36 725-XVII).Mevrouw Dobbe (SP):En tot slot.Motie Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5349 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat met het nieuwe beleidskader Versterking Maatschap-pelijk Middenveld een groot deel van de financiering voor maatschappe-lijke organisaties vanaf 31 december 2025 wegvalt;constaterende dat de financiering op basis van het nieuwe beleidskadervoor maatschappelijke organisaties vertraging oploopt, waardoor veelorganisaties pas in de loop van 2026 financiering ontvangen;overwegende dat dit nieuwe beleidskader ook onderwerp is van dekomende verkiezingen en de daaropvolgende coalitieonderhandelingen;verzoekt de regering een overbruggingsfonds op te richten voor organi-saties die tussen het verlopen van het oude beleidskader en het ingaanvan het nieuwe beleidskader met een financieringsprobleem zitten, in devorm van een verlenging van het huidige subsidiekader voor een periodevan minimaal een halfjaar;verzoekt de regering de kosten hiervan te dekken uit een beperking vanhet rijksbrede budget voor externe personeels- en adviseringsinhuur, ookwel genoemd de Roemernorm, en dit in de begroting voor 2026 teverwerken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.Zij krijgt nr. 33 (36 725-XVII).Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Dan heb ik nog een aantal opmerkingen, in ieder geval overwapenexport. We hebben het vaker gehad over de wapenexport richtingSudan, omdat wij ons daar zorgen over maken, overigens niet alleen metbetrekking tot Sudan maar ook met betrekking tot allerlei andereverschrikkelijke conflicten in de wereld die alleen maar uitgevochtenkunnen worden omdat er zo veel wapens naartoe geëxporteerd worden.Die wapens komen ergens vandaan, maar als niemand toegeeft dat ze diewapens daarnaartoe exporteren, is dat wel een beetje een lastig verhaal.Nederland exporteert wapens richting de Emiraten, richting Egypte enrichting Saudi-Arabië. Van al die landen is in ieder geval bekend is dat zijwapens exporteren naar een van de strijdende of soms zelfs beidestrijdende partijen in Sudan. Dan vind ik het zorgelijk dat de Staatssecre-taris zegt dat het risico dat Nederlandse wapens daar terechtkomen, nietis aangetoond. Hoe wordt dat dan beoordeeld? Want «dat het niet isaangetoond ...» Zou het niet andersom zo moeten zijn dat het risico wordtuitgesloten doordat echt bekend is dat de wapens absoluut niet terecht-komen bij die strijdende partijen? Kunnen we niet dan pas zeggen dat erecht geen risico is en dat we geen wapens exporteren?De voorzitter:Ik grijp even in, want dit is best een lange vraag. We moeten deze tweedetermijn echt kort houden.Mevrouw Dobbe (SP):Ik had nog tijd, hè?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5350 Dit vond ik wel een héle lange vraag. De heer Ram heeft nog eeninterruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Voorzitter, ik had toch gewoon nog mijn spreektijd?De voorzitter:Hoeveel spreektijd had ...Mevrouw Dobbe (SP):Ja hoor, daar zat ik volgens mij keurig binnen.De voorzitter:Ik ga even naar de heer Ram.De heer Ram (PVV):Een korte vraag aan mevrouw Dobbe. Mevrouw Dobbe geeft aan dat zoublijken dat er vanuit de genoemde landen wapenleveranties aan Sudanzijn. Kunt u de Kamer of andere fracties op de hoogte stellen van deonderzoeken waaruit dat blijkt? Als dat daadwerkelijk zo is, wil ik datnamelijk ook echt graag weten. Kunt u dat dus onderbouwen?Mevrouw Dobbe (SP):Zeker, hoor. Dat heb ik niet zelf bedacht. Er zijn gewoon onderzoeken, ookvan de Verenigde Naties. Die wil ik best naar de heer Ram sturen als hijdat wenst. Dat is allemaal gewoon onderzocht en het zijn allemaal ookniet heel erg schimmige bronnen. Het zijn gewoon goede, gedegenbronnen. Volgens mij moeten wij heel serieus omgaan met dit soortsignalen en dit soort informatie, omdat we moeten zorgen dat diebloedige conflicten stoppen. Dat kunnen we niet doen op het moment datdie wapens daar terecht blijven komen.De heer Ram (PVV):Alvast dank voor het toesturen.De voorzitter:Oké. Dan gaan we naar mevrouw Hirsch toe.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u wel. Dank ook voor het beantwoorden van de 70 vragen die wehadden gesteld. Ik heb met belangstelling naar de Staatssecretarisgeluisterd. Ik had geen interrupties meer. Ik ben ook blij dat zij bevestigtdat de rol van maatschappelijke organisaties en vakbonden in deverschillende convenanten en het Breed Handelsberaad ongelofelijkbelangrijk is. Daarom dien ik de volgende motie in.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet pleiten en beïnvloeden in Nederland nietmeer wil financieren;constaterende dat uit de Nationale SDG-rapportage blijkt dat Nederlands(handels)beleid een grote impact heeft op het mondiale Zuiden en datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5351 organisaties uit het mondiale Zuiden dus moeten kunnen meepraten overbeleid dat effect op hen heeft;overwegende dat het belang van dit soort dialoog door tal van experts,waaronder de SER, wordt onderkend en uitgedragen;verzoekt de regering in gesprek te blijven met stakeholders die doorNederlands handelsbeleid worden geraakt, door pleiten en beïnvloedenop nationaal niveau als instrument in het beleid voor samenwerking metmaatschappelijke organisaties niet uit te sluiten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Hirsch, Dobbe, Bamenga enCeder.Zij krijgt nr. 34 (36 725-XVII).Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):De volgende.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat rechtsstatelijkheid, mensenrechten, bestuurlijkekwaliteit en democratisering, die onder goed bestuur vallen, voorNederland belangrijke waarden zijn;overwegende dat landen met goed bestuur bovendien stabieler enveiliger zijn, en ontvankelijker voor handel en investeringen;verzoekt de regering om ook maatschappelijke organisaties die werkenaan goed bestuur te versterken vanuit het beleidskader VersterkingMaatschappelijk Middenveld,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Hirsch en De Korte.Zij krijgt nr. 35 (36 725-XVII).Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet het feministisch buitenlandbeleid,ingevoerd in 2022, weer heeft afgeschaft;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5352 overwegende dat het feministisch buitenlandbeleid zorgt dat gelijkerechten en gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen centraal staanbinnen alle onderdelen van het Nederlandse buitenlandbeleid;overwegende dat Duitsland, Spanje, Frankrijk, Luxemburg, Canada,Mexico en Chili ook een feministisch buitenlandbeleid hebben;verzoekt de regering weer een feministisch buitenlandbeleid te voeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Hirsch, Dobbe en Bamenga.Zij krijgt nr. 36 (36 725-XVII).Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):En dan de laatste.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regering bij de Miljoenennota brak met de syste-matiek die vanaf 1975 het ontwikkelingsbudget aan het Nederlandse bnien aan de 0,7%-doelstelling van de Verenigde Naties koppelt;constaterende dat de regering de motie-Huizinga-Heringa c.s. om diesystematiek weer structureel te waarborgen, niet uitvoert, en bij deVoorjaarsnota volgens een ongebruikelijke systematiek heeft gekoppeld,zoals blijkt uit de brief van de Rekenkamer;constaterende dat het ontwikkelingsbudget hierdoor 2,2 miljard euromisloopt tot en met 2030;overwegende dat internationale samenwerking in deze onrustige wereldvan groot belang is voor wereldwijde veiligheid en stabiliteit;verzoekt de regering om bij de Miljoenennota voor 2026 het ontwikke-lingsbudget structureel aan het bni en de 0,7%-doelstelling te koppelenvolgens de gebruikelijke systematiek,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Hirsch, Bamenga, Ceder, Stoffer,Dobbe en Dassen.Zij krijgt nr. 37 (36 725-XVII).Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dat was het.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik door naar de heer Ram.De heer Ram (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5353 Dank u wel, voorzitter. Ik bedank de Minister en de Staatssecretaris voorde beantwoording van alle vragen. Mijn eerste motie dien ik ook namensde andere rapporteur in, mevrouw Hirsch. Staatsrechtelijk is het nietmogelijk om namens de rapporteurs of namens de commissie iets in tedienen, omdat alleen een Kamerlid een motie kan indienen. Vandaar datwe deze motie op deze manier indienen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Algemene Rekenkamer oordeelt dat de informatieover de revolverende fondsen tekortschiet;voorts constaterende dat de Algemene Rekenkamer kritisch is over dewijze waarop de Kamer haar budgetrecht rond de revolverende fondsengoed geïnformeerd kan uitoefenen;constaterende dat in de gesprekken met de rapporteurs de informatiepo-sitie van de Kamer ten aanzien van de revolverende fondsen regelmatigter sprake is gekomen;overwegende dat het verantwoordings- en toezichtkader voor derevolverende fondsen structureel kan worden verbeterd, waarbij deTweede Kamer voortaan jaarlijks wordt geïnformeerd over de prestaties,risico’s en het vervolgbeleid, de mate van revolverendheid en deuitvoeringskosten per fonds;verzoekt de regering om samen met de rapporteurs in overleg teverkennen hoe de Kamer beter geïnformeerd kan worden over deontwikkelingen en besluitvorming rond de revolverende fondsen, zodat deKamer het budgetrecht goed geïnformeerd kan uitoefenen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Ram en Hirsch.Zij krijgt nr. 38 (36 725-XVII).De heer Ram (PVV):Dan een motie die in het verlengde ligt. Die dien ikzelf in omdat die ietsverstrekkender is.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Algemene Rekenkamer oordeelt dat de informatieover de revolverende fondsen tekortschiet en dat er geen afspraken zijngemaakt met de Kamer bij beëindiging van een revolverend fonds;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5354 overwegende dat ontbreken van afspraken het budgetrecht van de Kamerraakt;verzoekt de regering om voor alle twaalf revolverende fondsen uiterlijk in2025 een heldere exitstrategie op te stellen waarin een einddatum enafspraken worden opgenomen over wat er moet gebeuren bijbeëindiging,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ram.Zij krijgt nr. 39 (36 725-XVII).De heer Ram (PVV):Daar wil ik graag twee argumenten aan toevoegen. Deze problematiekspeelt al sinds 2019, dus al zes jaar, en er zijn nog steeds geen stappengemaakt rondom afspraken over een exitstrategie. Daarbij wordt hetbudgetrecht van de Kamer aangetast. Het andere punt is dat we, als we nuwachten met een einddatum, dit pas ergens in de formatie, met debegroting voor 2027, kunnen behandelen. Dan zijn we weer twee jaarverder. Daarom hecht ik aan die datum van eind 2025.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Ram. Dan gaan we over naar de heer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Voorzitter. Allereerst: aangezien er een toezegging is gedaan om hetontmoedigingsbeleid aan te scherpen, maar we voor het reces niet demogelijkheid krijgen om nog over het verslag te debatteren dien ik hierbijeen motie in om dat in ieder geval concreet te maken.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering om het ontmoedigingsbeleid zodanig aan tescherpen dat economische activiteiten door Nederlandse bedrijven inillegaal bezet Palestijns gebied op concrete wijze verhinderd worden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.Zij krijgt nr. 40 (36 725-XVII).De heer Van Baarle (DENK):Voorts heb ik de volgende moties.Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5355 gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland via de ambassade en dienstverlening aanbedrijven actief bijdraagt aan bedrijvigheid en handelsbevordering metIsraël;overwegende dat Israël zich structureel schuldig maakt aan ernstigeschendingen van het internationaal recht en mensenrechten;verzoekt de regering om alle vormen van Nederlandse overheidsinitia-tieven die gericht zijn op handelsbevordering met Israël te onderwerpenaan een mensenrechtenreview,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.Zij krijgt nr. 41 (36 725-XVII).De heer Van Baarle (DENK):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Israël structureel het internationaal recht schendt eneen apartheidsregime handhaaft ten opzichte van de Palestijnsebevolking;overwegende dat druk via boycot, desinvestering en sancties (BDS) eenlegitiem en effectief middel is om staten tot naleving van het recht tedwingen;verzoekt de regering om de inzet van de BDS-beweging te omarmen enboycot, desinvesteringen en sancties tot het beleid tegen Israël te maken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.Zij krijgt nr. 42 (36 725-XVII).De heer Van Baarle (DENK):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Israël zich stelselmatig schuldig maakt aan ernstigeschendingen van het internationaal recht, waaronder oorlogsmisdaden enapartheid;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5356 overwegende dat economische relaties met Israël bijdragen aan deinstandhouding van deze situatie;verzoekt de regering om per direct een totaal economisch embargo tegenIsraël in te stellen, waardoor alle handel met Israël verboden wordt,waarbij humanitaire hulp van dit verbod wordt uitgezonderd,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.Zij krijgt nr. 43 (36 725-XVII).De heer Van Baarle (DENK):Tot slot.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat financiële sancties een effectief instrument zijn om hetinternationaal recht na te leven;overwegende dat het SWIFT-systeem een centrale rol speelt in dewereldwijde financiële infrastructuur;verzoekt de regering zich in te zetten voor het uitsluiten van Israëlischebanken en bedrijven van het SWIFT-systeem,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.Zij krijgt nr. 44 (36 725-XVII).De heer Van Baarle (DENK):Dank u.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Baarle. We gaan over naar de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties. Daarna moet ik helaas de zaalverlaten, niet uit desinteresse, maar vanwege een vervolgafspraak.Allereerst een motie naar aanleiding van het actieplan dat ik met de heerBamenga heb ingediend ten aanzien van Congo.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5357 overwegende dat diasporagemeenschappen met wortels in conflictge-bieden zoals Congo beschikken over unieke kennis, verbondenheid eninitiatieven die bijdragen aan humanitaire hulp, wederopbouw enduurzame ontwikkeling;overwegende dat deze krachten nog onvoldoende worden benut;verzoekt de regering om zich in Europees verband in te zetten voor eengezamenlijke diasporastrategie, waarin de bijdragen van diasporage-meenschappen structureel worden verankerd, met bijzondere aandachtvoor conflictgebieden zoals de Grote Merenregio,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Bamenga.Zij krijgt nr. 45 (36 725-XVII).De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter. Dan eentje ten aanzien van de inzet van noodhulp bij eventuelefinanciële meevallers. Die dien ik ook in met de heer Bamenga.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet van plan is om de komende jaren 206miljoen euro te bezuinigen op levensreddende noodhulp;constaterende dat volgens de VN vorig jaar slechts 50% van de benodigdefinanciële middelen voor noodhulp is opgehaald en voor dit jaar de tellermomenteel pas op 13% staat;constaterende dat meevallers uit de eerste suppletoire begroting deelsworden ingezet voor humanitaire hulp;overwegende dat de ontmanteling van USAID als grootste wereldwijdehumanitaire donor nu al grote consequenties heeft voor de mate waarinnoodhulporganisaties mensenlevens kunnen redden en lijden kunnenverlichten;verzoekt de regering om bij eventuele financiële meevallers binnen deBHO-begroting, ook voor 2026, allereerst te kijken of deze kunnen wordeningezet om het noodhulpbudget op peil te houden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Bamenga.Zij krijgt nr. 46 (36 725-XVII).De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Als laatste de heer Ceder. Sorry! De heer Bamenga.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5358 De heer Bamenga (D66):We worden vandaag wel vaak door elkaar gehaald.Voorzitter. Ik heb drie moties, waarvan twee in het kader van het actieplanen een namens een collega van mij, de heer Paternotte. Om te beginnende volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in Oost-Congo oorlogsmisdaden, van massamoordentot seksueel geweld, worden gepleegd met volledige straffeloosheid;overwegende dat duurzame vrede onmogelijk is zonder gerechtigheid;verzoekt de regering om in EU-verband te pleiten voor het investeren inslachtofferbescherming en juridische ondersteuning voor vervolging vandaders in Congo,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga en Ceder.Zij krijgt nr. 47 (36 725-XVII).De heer Bamenga (D66):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regering ervoor kiest om de diplomatieke posten inBurundi en Zuid-Sudan te sluiten;overwegende dat gezien de geopolitieke spanningen, klimaatveranderingen groeiende ongelijkheid de diplomatieke aanwezigheid van Nederlandin Afrika van cruciaal belang is;verzoekt de regering om het besluit van de sluiting van de diplomatiekeposten in de omgeving Grote Meren zoals Burundi en Zuid-Sudan teheroverwegen, en hierover de Kamer voorafgaand aan de begrotingsbe-handeling van BHO te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga en Ceder.Zij krijgt nr. 48 (36 725-XVII).De heer Bamenga (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5359 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in een tijd van toenemende geopolitieke onzekerheid dediversificatie van handelsrelaties essentieel is om risico’s voor Neder-landse ondernemers te beperken en onze economische weerbaarheid tevergroten;overwegende dat handel met de Mercosur-landen een duurzamerebijdrage levert aan de welvaart en ontwikkeling van deze landen danontwikkelingshulp;overwegende dat de Mercosur-landen een aanzienlijk aandeel hebben inde productie van kritieke grondstoffen die essentieel zijn voor onzedefensie- en energiesector;verzoekt de regering steun uit te spreken voor de totstandkoming van hetEU-Mercosur-verdrag, met inachtneming van de belangen van Neder-landse strategische soevereiniteit, landbouw en voedselveiligheid,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga, Paternotte en VanCampen.Zij krijgt nr. 49 (36 725-XVII).Dank u wel, meneer Bamenga. Ik heb zelf geen moties en ik zie af van mijnspreektijd.Ik kijk naar de Minister. Is twintig minuten genoeg? Volgens mij moet deMinister weg. Waarschijnlijk komt hij daar dan later. Er zijn twintig motiesen vijftien amendementen. Er moeten er dertien geapprecieerd worden.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik wil toch even zeggen dat wij echt heel erg weinig debatten hebben indeze commissie en dat we dit iedere keer krijgen. We kunnen er ook nietzo heel veel aan doen. Ik hoop dus echt dat we dit vandaag gewoon netjesaf kunnen maken.De voorzitter:Ik schors voor twintig minuten, tot 19.20 uur.De vergadering wordt van 19.01 uur tot 19.20 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Ik weet dat Minister Veldkamp haast heeft,maar ik ben blij dat hij nog is gekomen voor de appreciaties. Ik vraag deleden om korte interrupties te plegen, als die er zijn. Minister Veldkamp,wilt u beginnen met de appreciaties of de moties?Minister Veldkamp:U bedoelt eerst de moties, voorzitter?De voorzitter:Dan gaan we over naar de moties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5360 Minister Veldkamp:Ja, uw wil is wet. De wil van de Kamer is wet, uiteraard. Ik ga er met eentempo doorheen, als het mag. De motie op stuk nr. 30 van mevrouwDobbe en anderen gaat onder andere over Gavi en UNAIDS. Als ik demotie zo mag lezen dat we de steun aan die organisaties voortzetten,zonder dat ik me nu precies kan committeren aan de exacte hoogte van debedragen – daar kom ik na de zomer op terug – zeg ik: oordeel Kamer.De voorzitter:Oordeel Kamer voor de motie op stuk nr. 30.Minister Veldkamp:De motie op stuk nr. 31 van mevrouw Dobbe en anderen, over nationalebeleidsbeïnvloeding niet uitsluiten, ontraad ik, onder verwijzing naar hetdebat.De voorzitter:De motie op stuk nr. 31 wordt ontraden.Minister Veldkamp:De motie op stuk nr. 32 van mevrouw Dobbe verzoekt de regering dekorting op ontwikkelingshulp terug te draaien en deze teruggedraaidebezuiniging in de begroting te verwerken. Deze ontraad ik, onderverwijzing naar het debat.De voorzitter:De motie op stuk nr. 32 wordt ontraden.Minister Veldkamp:De motie op stuk nr. 33, over een overbruggingsfonds, ontraad ik, onderverwijzing naar het debat.De voorzitter:De motie op stuk nr. 33 wordt ontraden.Minister Veldkamp:De motie op stuk nr. 34, over stakeholders die door Nederlands beleidworden geraakt, et cetera, ontraad ik, onder verwijzing naar het debat.De voorzitter:De motie op stuk nr. 34 wordt ontraden.Minister Veldkamp:Voorzitter. De motie op stuk nr. 35 verzoekt de regering om maatschappe-lijke organisaties die werken aan goed bestuur te versterken vanuit hetbeleidskader Versterking Maatschappelijk Middenveld. Een heel aantalorganisaties wordt hiervoor al gefinancierd uit subartikel 4.3, zoals PAX,Oxfam, NIMD en VNG. We financieren ze dus wel, maar niet via dit kader.Daarmee ontraad ik de motie.De voorzitter:De motie op stuk nr. 35 wordt ontraden. Ik zag een interruptie. Nee, tochniet? Oké.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):De vorige motie, op stuk nr. 34, had ik eigenlijk ... Maar misschien gaat ualle moties doen, ook al zijn ze gericht aan de Staatssecretaris.Minister Veldkamp:Maar het ging over beïnvloeden, over pleiten en beïnvloeden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5361 Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):«... en beïnvloeden op nationaal niveau als instrument in het beleid ...»De voorzitter:Het gaat nu even heen en weer.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):O, sorry.De voorzitter:Mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Deze motie had ik eigenlijk in de inleiding voorgelegd aan de Staatssecre-taris, omdat het wat mij betreft samenhangt met het handelsbeleid. Ik wilvoorkomen dat «pleiten en beïnvloeden» door het héle beleid ... Ik snapdat het beleidskader van voormalig Minister Klever gaat over maatschap-pelijke organisaties, maar ik denk dat het binnen het handelsbeleid weldegelijk noodzakelijk is dat die organisaties hun werk kunnen blijvendoen.Minister Veldkamp:Dan zal die worden geapprecieerd door de Staatssecretaris.De voorzitter:De motie op stuk nr. 35 is dus ontraden. Mevrouw Dobbe? O, dat gaatover de motie op stuk nr. 33.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, de Minister ging er zo vlot doorheen; hartstikke goed. Die motie isontraden, maar dat ging wel heel snel. Hij verwees naar het debat, maarvolgens mij hebben we het debat hierover niet zó uitgebreid gevoerd. Erontstaat nu onzekerheid bij organisaties, wat eventueel ook leidt totonnodige ontslagen, ook in ontwikkelingslanden. Als je pas in 2026begint, ontstaat er een gat. Ik heb nog geen antwoord van de Ministerdaarop gehoord. Wat gaan we dan doen met dat gat? Is dit niet de manierom dat gat op te vullen?Minister Veldkamp:De organisaties wisten al meer dan een jaar van tevoren dat dit huidigekader ten einde zou lopen. Het nieuwe voeren we getrapt in. We passenmaatwerk toe. Daarover overleggen we ook met de organisaties. Ik denkdat de organisaties er daardoor prima mee kunnen werken. We doen datop tempo. Dat meen ik ook in het debat te hebben gezegd.De voorzitter:Heel kort.Mevrouw Dobbe (SP):Mag ik dan vragen wat dat maatwerk is? Ik kan me namelijk nietvoorstellen dat maatwerk nu de onduidelijkheid wegneemt bij dieorganisaties.Minister Veldkamp:Maatwerk betekent dat we in ieder geval met de betreffende organisatiesin gesprek gaan. Er wordt met die organisaties gekeken hoe we dit hetbeste kunnen vormgeven.De voorzitter:Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 36.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5362 Minister Veldkamp:De motie op stuk nr. 36 wordt ontraden, onder verwijzing naar het debat.De voorzitter:De motie op stuk nr. 36 wordt ontraden.Minister Veldkamp:De motie op stuk nr. 37 gaat over de bni-koppeling. Ik zie het signaalvanuit deze Kamer en vanuit de Eerste Kamer. Zoals ik heb aangegeven,ga ik mijn best doen om me in te zetten richting de augustusbesluit-vorming. Ik ontraad deze motie omdat die een resultaatverplichting vraagtdie ik uw Kamer niet kan toezeggen. Ik kan u wel toezeggen dat ik me zalinzetten voor de systematiek van de originele koppeling, die telkens eendoelstelling van 0,7% had. Daar zal ik me zeker voor inzetten.De voorzitter:De motie op stuk nr. 37 wordt ontraden. Mevrouw Hirsch heeft eeninterruptie.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Als wij ’m zo interpreteren, geeft u ’m dan oordeel Kamer?Minister Veldkamp:Dat staat er niet, toch? Dan krijg ik echt meteen gedoe met de Minister vanFinanciën. Met hoe het hier staat, moet ik ’m ontraden. Maar de inspan-ningsverplichting ga ik zeker aan.De voorzitter:Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 38.Minister Veldkamp:De motie op stuk nr. 38 over verkennen hoe de Kamer beter geïnformeerdkan worden over revolverende fondsen: oordeel Kamer.De voorzitter:Oordeel Kamer voor de motie op stuk nr. 38. De motie op stuk nr. 39.Minister Veldkamp:De motie op stuk nr. 39 van meneer Ram betreft een exitstrategie. Die exitsteun ik niet, en daarom: ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 39 wordt ontraden. De heer Ram met een interruptie.De heer Ram (PVV):Het raakt aan het budgetrecht. Als er geen exitstrategie is, kunnen dingenvoor onbepaalde tijd doorlopen. Het hele budget valt dan buiten het zichtvan de Kamer. Wat is precies de argumentatie van de Minister omhiertegen te zijn?Minister Veldkamp:Informatie over revolverende fondsen verschaf ik graag. Ik steun daaromde voorgaande motie, de motie-Ram/Hirsch om in gesprek te gaan met derapporteurs. Die motie ziet toe op een specifiek onderdeel dat ik graagmeeneem in de gesprekken met de rapporteurs, als onderdeel van deintegrale informatieverschaffing over revolverende fondsen. Maar ik kanniet toezeggen dat ik voor al die fondsen op zo’n korte termijn eenexitstrategie wil en kan formuleren. Daarom moet ik deze motie op stuk nr.39 ontraden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5363 De voorzitter:De motie op stuk nr. 39 wordt ontraden. Dan gaan we naar de motie opstuk nr. 40.Minister Veldkamp:Ja. Dan hebben we een heel aantal moties waarbij ik naar de Staatssecre-taris kijk: de moties op de stukken 40 tot en met 44. Die zal daar dus opterugkomen. Dan kom ik uit bij de motie op stuk nr. 45, als ik het goedheb.De voorzitter:We gaan naar de motie op stuk nr. 45.Minister Veldkamp:Ja. Die verzoekt de regering in Europees verband in te zetten op eengezamenlijke diasporastrategie. Oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 45: oordeel Kamer.Minister Veldkamp:De motie op stuk nr. 46 verzoekt de regering bij eventuele financiëlemeevallers binnen de begroting ook voor 2026 allereerst te kijken of zekunnen worden ingezet om het noodhulpbudget op peil te houden. Diekan ik oordeel Kamer geven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 46: oordeel Kamer.Minister Veldkamp:De motie op stuk nr. 47 verzoekt de regering om in EU-verband te pleitenvoor investeren in slachtofferbescherming en juridische ondersteuningvoor vervolging van daders in Congo. Die ga ik oordeel Kamer geven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 47: oordeel Kamer.Minister Veldkamp:De motie op stuk nr. 48, van de heren Bamenga en Ceder, over hetheroverwegen van het besluit over het sluiten van diplomatieke posten,moet ik ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 48 is ontraden.Minister Veldkamp:Ja. De motie op stuk nr. 49 laat ik graag aan de Staatssecretaris, als hetvan haar mag.De voorzitter:Ja.Mevrouw Dobbe (SP):Mag ik vragen waarom de motie op stuk nr. 48 is ontraden? Ik hoor daarnamelijk geen argumentatie bij.Minister Veldkamp:Ik heb een taakstelling uit te voeren op het departement en op posten. Wijhebben, ik heb mij er zeer voor ingezet dat die taakstelling voor hetpostennet beperkt is: in plaats van 22% nu nog 10%. Een taakstelling vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5364 10% voor het postennet blijft een pittige taakstelling; dat merk je echt.Maar helaas hebben we een aantal harde keuzes moeten maken. Daar iseen heel zorgvuldig besluitvormingsproces aan voorafgegaan. Er isgekeken naar Nederlandse belangen en expertise, zoals ook is toegelichtin de beleidsbrief Ontwikkelingshulp. Dat gaan we niet heroverwegen.De voorzitter:Dank u wel. Dat waren de moties voor Minister Veldkamp. We gaan nudoor naar de Staatssecretaris en beginnen bij de motie op stuk nr. 41,meen ik.Staatssecretaris Boerma:Dank u, voorzitter. Volgens mij zijn we al bij de motie op stuk nr. 34 overhet focuskader. Die krijgt oordeel Kamer. Ik kan echter niet garanderen datwe steeds met iedereen ...De voorzitter:Ik zie dat ... De motie op stuk nr. 34 is ontraden, maar nu zegt u ... O ja, demotie op stuk nr. 34 is inderdaad naar deze Staatssecretaris gegaan. Dusde motie op stuk nr. 34 krijgt nu oordeel Kamer.Staatssecretaris Boerma:Maar wel met dien verstande dat ik niet kan garanderen dat we altijd metiedereen overleg kunnen hebben.Dan ga ik door naar de motie op stuk nr. 40 van de heer Van Baarle. Diemoet ik ontraden, want gezien de huidige situatie in de illegaal bezettegebieden is het kabinet al voornemens om het ontmoedigingsbeleid tegenhet licht te houden en iets actiever te maken. Over de exacte invullinginformeer ik uw Kamer in het RBZ-verslag. Ik wil hier niet op vooruitlopen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 40 wordt ontraden. We gaan naar de motie op stuknr. 41.Staatssecretaris Boerma:De motie op stuk nr. 41 moet ik ontraden, want we gaan stap voor stap.Hierover wordt ook in EU-verband nagedacht. Er is een advies aan deJDR, de Juridische Dienst, gevraagd. Dus: ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 41 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 42.Staatssecretaris Boerma:De motie op stuk nr. 42 moet ik ook ontraden. Het kabinet is geenvoorstander van een boycot. Zie eerder debat.De voorzitter:De motie op stuk nr. 42 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 43.Staatssecretaris Boerma:De motie op stuk nr. 43 moet ik ook ontraden onder verwijzing naar hetdebat: geen voorstander van een boycot.De voorzitter:De motie op stuk nr. 43 wordt ontraden. Er is een interruptie van ... O, nee.Sorry.Staatssecretaris Boerma:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5365 De motie op stuk nr. 44 wordt ontraden. Zoals reeds aangegeven, is hetkabinet geen voorstander van een boycot van Israël. In dit geval betrefthet ook een competentie van de Minister van Financiën.De voorzitter:De motie op stuk nr. 44 wordt ontraden. Nu is er wel een interruptie vande heer Van Baarle. Klopt dat?De heer Van Baarle (DENK):Ja, dat klopt, voorzitter. Het is best wel apart. In de motie op stuk nr. 40wordt gewoon gevraagd om de herziening van het ontmoedigingsbeleidconcreet te maken. De Staatssecretaris ontraadt dat. Dan is het tochmoeilijk om er als Kamer vertrouwen in te hebben, ook omdat het verslagin het zomerreces komt, dat het ook daadwerkelijk een wijziging wordt dieiets concreets gaat behelzen. De Staatssecretaris zou deze motie dus ookgewoon kunnen zien als een inspanningsverplichting. Zorg ervoor dat heteen wijziging is die ook concreet iets betekent, zodat wij als Kamer – wehebben niet de mogelijkheid om dit straks nog bij te sturen – daarover ookeen uitspraak kunnen doen. Misschien kan de Staatssecretaris in dat lichtverleid worden om deze motie toch de appreciatie oordeel Kamer tegeven. Ja, dat is het.Staatssecretaris Boerma:Er staat «verhinderd». Wij kijken naar het ontmoedigingsbeleid. Ik zou uaanraden om even het verslag van de RBZ af te wachten. Daarin zullen wetoelichten hoe we het actiever gaan maken.De voorzitter:Dit waren de moties. Hebben we de motie op stuk nr. 49 nog niet gehad?Dat is de laatste.Staatssecretaris Boerma:Door naar de motie op stuk nr. 49. Die wordt ook ontraden. Weverwachten ieder moment het voorstel van de Europese Commissie overMercosur te ontvangen. We moeten ons verhouden tot dit voorstel. Uontvangt snel na de zomer een kabinetsappreciatie. Deze appreciatie is debasis om met elkaar in debat te gaan. We zullen dat ook doen. Dus demotie op stuk nr. 49 wordt dus nu ontraden.De voorzitter:De laatste motie, de motie op stuk nr. 49, wordt ontraden. We gaan gauwnaar de Minister. O, ik hoor dat de Staatssecretaris nog het antwoord opéén vraag heeft. Zullen we die als laatste doen? Want Minister Veldkampkan na de appreciaties van de amendementen vertrekken naar devolgende bijeenkomst, denk ik. Dus we doen eerst even de appreciaties,als iedereen dat goedvindt.Minister Veldkamp:Ja, de appreciatie van de amendementen. Ik hoop dat ik alle amende-menten goed heb kunnen opstapelen en dat we ze allemaal in beeldhebben. Ik heb hier het amendement op stuk nr. 9 van Stoffer en Flach.Dat ontraad ik vanwege de ondeugdelijke dekking, de VRO-begroting.De voorzitter:Ik heb nog het amendement op stuk nr. 7, van Kostic´ en Teunissen, staan.Minister Veldkamp:Kennen wij dat amendement? We zullen er even naar zoeken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5366 Het amendement op stuk nr. 9 wordt in ieder geval ontraden.Minister Veldkamp:Dan het amendement op stuk nr. 11 van de heer Eerdmans. Hij wil deODA-prestatie omlaagbrengen en het geld overhevelen naar de IND. Daarben ik niet voor. Ik wil de ODA-prestatie juist op peil houden. Daarmeeontraad ik het amendement.De voorzitter:Het amendement op stuk nr. 11 wordt ontraden.Minister Veldkamp:Dan het amendement op stuk nr. 14, van de heer Ceder. Dat gaat over debni-koppeling in 2025. Dat geld is niet beschikbaar. Voor 2026 zal ik meervoor inzetten, maar voor 2025 kunnen we dit niet realiseren. Daaromontraad ik het amendement.De voorzitter:Het amendement op stuk nr. 14 wordt ontraden.Minister Veldkamp:Dan heb ik hier het amendement op stuk nr. 19, van mevrouw De Korte.Dat is dus van uzelf, voorzitter. Ik heb er al van aangegeven dat ik daarsympathiek tegenover sta. Dat gaat over een verkennende activiteit tergrootte van 0,5 miljoen. Dat amendement geef ik oordeel Kamer.De voorzitter:Het amendement op stuk nr. 19 heeft oordeel Kamer.Minister Veldkamp:Voorzitter. Dan het amendement op stuk nr. 20 van mevrouw Hirsch enmevrouw De Korte: maatschappelijke organisaties wereldwijd en 22miljoen, met een dekking die wordt gevonden in de vrije ruimte op artikel3.1. Dit amendement kan ik oordeel Kamer geven.De voorzitter:Het amendement op stuk nr. 20 heeft oordeel Kamer.Minister Veldkamp:Voorzitter. Dan heb ik het amendement op stuk nr. 21, van mevrouwHirsch, mevrouw Dobbe, de heer Bamenga, mevrouw De Korte en de heerDassen. Vrouwenrechten en gendergelijkheid blijven een prioriteit. Ikbegrijp de wens om hier in 2026 en 2027 ook separaat budget voorbeschikbaar te houden. Ter ondersteuning van de inzet zeg ik: oordeelKamer.De voorzitter:Het amendement op stuk nr. 21 heeft oordeel Kamer.Minister Veldkamp:Dan het amendement op stuk nr. 22, van mevrouw Hirsch, over duurzamehandelsketens, misstanden, kinderarbeid en dwangarbeid. De dekking diewordt gezocht, is nodig voor andere activiteiten. Ik sta er niet negatieftegenover, maar ik kom op basis daarvan tot het oordeel ontraden.De voorzitter:Het amendement op stuk nr. 22 is ontraden.Minister Veldkamp:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5367 Het amendement op stuk nr. 23, van mevrouw Dobbe, heeft betrekking opSudan. Nederland verleent humanitaire hulp aan Sudan en is momenteeleen van de grootste ontvangers van crisisspecifieke humanitaire hulp vanNederland. Dat doen we daarnaast via een flexibele bijdrage, onderandere via de Dutch Relief Alliance, Rode Kruis, VN en andere regulierepartners. Ik ontraad het amendement, ook vanwege de dekking. DeBHO-begroting heeft geen apparaatsbudget. Dit staat op de BZ-begroting.Daarmee ontraad ik het amendement.De voorzitter:Het amendement op stuk nr. 23 is ontraden. Ik zag een interruptie vanmevrouw Hirsch, misschien over het vorige punt.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik ben ook zelf een beetje in de war, omdat we natuurlijk één Ministerhadden met een budget waar Handel en Ontwikkelingssamenwerking inzaten. Mijn amendement op stuk nr. 22 zou denk ik strikt genomenbetrekking hebben op het Handelsartikel. Ik ga ervan uit dat de Staatsse-cretaris daarover gaat. Ik zoek ook een beetje naar hoe het werkt, dus ikzou toch even willen vragen of de Staatssecretaris hier wat over kanaangeven. Zij gaf net bij een motie aan waarin ik zei dat die organisatieszeker betrokken zijn, dat die organisaties belangrijk zijn. Dit amendementis eigenlijk een voorstel om dit ook in financiële termen te beleggenbinnen haar eigen beleid. Ik vroeg me even af of de Staatssecretaris hierook een oordeel over kan geven. Het kan hetzelfde oordeel zijn als dat vande Minister, hoor, maar ik wil het toch even horen.De voorzitter:Dan wachten we even totdat de Staatssecretaris aan het woord komt.Minister Veldkamp:Dan is die hiermee met genoegen overgedragen aan de Staatssecretaris.Is het wel mijn dekking? Wij moeten nog even zoeken, begrijp ik van mijnambtelijke ondersteuning, hoe dat precies zit. Maar daar zijn we hier nuvoor. Het gaat wel om de dekking et cetera. Het maakt eigenlijk niet uit ofdie bij de Minister of de Staatssecretaris ligt; dat gaat uiteraard in goedesamenwerking. Maar ik kom hierbij tot een ontraden.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Kan ik u niet vragen ... O sorry, voorzitter!De voorzitter:Nog een interruptie van mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Mijn laatste interruptie. Mag ik u vragen om nog even naar de beoor-deling te kijken samen met de Staatssecretaris en dan te bekijken of ermisschien een ander oordeel uit komt?De voorzitter:Dat doen we even in de volgende ronde, wanneer de appreciaties wordengegeven door de Staatssecretaris. Maar bij het amendement op stuk nr. 22staat voorlopig «ontraden». Dan gaan we nu naar het amendement opstuk nr. 24.Minister Veldkamp:Dan het amendement-Dobbe op stuk nr. 24, over vrouwenrechten engendergelijkheid. Ik ontraad het amendement vanwege de dekking. Ditstaat op een andere begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5368 De voorzitter:Het amendement op stuk nr. 24 wordt ontraden.Mevrouw Dobbe (SP):Ik wil even nagaan of de Minister de dekking van het amendement op stuknr. 23 goed begrijpt. Misschien geldt dat ook wel op het amendement opstuk nr. 24. Het gaat namelijk om het rijksbrede budget voor externeinhuur. Bij 23 zei de Minister: het kan niet, want de dekking wordt gezochtbinnen de begroting en er is geen apparaatsbudget. Maar het gaat dus omhet rijksbrede budget voor externe inhuur. Dat kan wel. Dat hebben welaten controleren. Dus het is technisch mogelijk. Dat even ter verduide-lijking. Nu wordt de Minister natuurlijk wel razend enthousiast nu ik ditheb gezegd.Minister Veldkamp:Ik zou bijna willen dat mevrouw Dobbe de Minister van Financiën was,maar de huidige Minister van Financiën zegt: nee, dit kan niet. Daar houdik mij dan aan.De voorzitter:Goed. Daar moet u het mee doen, mevrouw Dobbe. We gaan naar hetamendement op stuk nr. 25.Minister Veldkamp:Is dat niet vervangen door dat op stuk nr. 26?De voorzitter:Er wordt nog even gediscussieerd over nr. 26.Minister Veldkamp:Ik sla het even over.De voorzitter:Dan gaan we naar stuk nr. 27.Minister Veldkamp:Het amendement van de heer Bamenga met betrekking tot jeugd. Door degekozen focus binnen ontwikkelingshulp is jeugdwerkgelegenheid dusgeen zelfstandige beleidsprioriteit binnen het nieuwe beleid, zoals ikeerder uitlegde in de eerste termijn. Daarmee kom ik op de appreciatie«ontraden», onder verwijzing naar het debat.De voorzitter:Het amendement op stuk nr. 27 wordt ontraden. Dan gaan we naar 28.Minister Veldkamp:Dan het amendement op stuk nr. 28 van mevrouw Dobbe. Ik heb met eenglimlach gekeken naar de voorgestelde dekking, die ik ideologisch welbegrijp van mevrouw Dobbe, maar dan moet de dekking wordengevonden aan de uitgavenkant, terwijl deze nu aan de inkomstenkantstaat. Daarmee kom ik tot «ontraden».De voorzitter:Het amendement op stuk nr. 28 wordt ontraden.Minister Veldkamp:Dan het amendement op stuk nr. 29 van de heer Bamenga en anderen. Alsgevolg van het door de Kamer aangenomen amendement-Stoffer/Eerdmans op de begroting is die bijdrage verlaagd. De 4 miljoen diedaardoor vrijviel voor dit jaar is alsnog ingezet voor de hulp in Gaza, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5369 dan via UNICEF. Het gaat in 2025 nog steeds om 15 miljoen euro aanUNRWA. Onder verwijzing naar het debat ontraad ik dit amendement. Iklaat het aan een volgend kabinet.De voorzitter:Het amendement op stuk nr. 29 wordt dus ontraden.Minister Veldkamp:Dan hadden we nog het amendement op stuk nr. 26.De voorzitter:Ja, we gaan naar het amendement op stuk nr. 26.Minister Veldkamp:Ontraden. We doen veel op Congo. Er is dit jaar 10 miljoen extratoegezegd aan humanitaire fondsen. Ik kom op die grond tot ontraden.De voorzitter:Dat waren de amendementen. Ik had zelf nog de amendementen opstukken nrs. 7 en 10 staan, maar die zijn tijdens het debat ingetrokken,begrijp ik. Nou, dan hebben we in ieder geval wat Minister Veldkampbetreft de moties en amendementen gehad. Ik denk dat u nu wiltvertrekken. Ik ben blij dat u nog even gebleven bent. Alle leden zijnakkoord. We willen u hartelijk danken voor uw inbreng en uwtoelichtingen.Minister Veldkamp:Hartelijk dank, voorzitter en dank voor dit debat, zeg ik tegen de leden.De voorzitter:Dan gaan we luisteren naar de Staatssecretaris. Er was nog een vraagblijven liggen.Staatssecretaris Boerma:Dank u, voorzitter. Ik reageer op de vraag van het lid Dobbe over Sudan.Binnen de wapenexporttoets wordt altijd een inschatting gemaakt van derisico’s op ongewenst eindgebruik, zoals omleiding. Het kabinet kijktdaarbij zorgvuldig naar het soort goederen dat wordt uitgevoerd, deeindgebruiker en het eindgebruik. Als daaruit een duidelijk risico naarvoren komt, wordt het afgewezen. Niet alle invoer naar de VerenigdeEmiraten, Saudi-Arabië en Egypte is per definitie omleidingsgevoelig. Dekans dat bijvoorbeeld radarapparatuur voor een groot marineschip inSudan belandt acht het kabinet zeer gering. Het is vaak hoogtechnolo-gisch, bijvoorbeeld radarapparatuur. Ik hoop dat ik uw vraag beantwoordheb. We nemen het zeker zeer serieus en we kijken daar echt naar. Datwas het antwoord op de vraag.Dan ga ik door naar het amendement op stuk nr. 22. Wat u voorstelt, iseen ophoging van artikel 1.1 met 4 miljoen. Die dekking moet gevondenworden binnen artikel 1. Dat betekent de facto dat het uit 1.2 of 1.1 moetkomen, of uit 1.3. Er is geen vrije ruimte meer. We kunnen het niet dekken,dus daarmee ontraden we ’m.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik zit even te dubben over het antwoord van de Staatssecretaris over deexport richting de Emiraten. We zien nu net een nieuw rapport van de VN.Hoe wordt dat dan gewogen? Want nu doet de Staatssecretaris net alsofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5370 we vooral radarapparatuur richting de Emiraten exporteren, maar het zaltoch ook wel om wapens of onderdelen van wapens gaan, die best welmoeilijk te volgen zijn? Ik kan me voorstellen dat dat bij radarapparatuurvan een marineschip redelijk simpel is, maar het zal toch niet alleendaarom gaan? En hoe wordt dan dat rapport gewogen?Staatssecretaris Boerma:Er wordt gewoon een serieuze afweging gemaakt. Nederland voert vaakhoogtechnologische wapensystemen uit. Dat is misschien iets anders danwat we in Sudan zien. We kijken natuurlijk serieus naar zo’n VN-rapport.We zullen dat ook weer meenemen in de volgende toetsingen. Dus ik kanu wel verzekeren dat we dat echt heel serieus meenemen.De voorzitter:Er is nog een interruptie van mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Nog even over het amendement op stuk nr. 22. Dank voor het antwoord.De Voorjaarsnota geeft natuurlijk een realiteit weer nu we het kader vanhet maatschappelijk middenveld kennen. Het maatschappelijkmiddenveld, ook de organisaties die meedoen met het Breed Handels-beraad, met de SER, et cetera, werd altijd gesteund door dat maatschap-pelijk kader. Dat valt nu weg. De vraag is nu of gegeven het feit dat hethele artikel 1 er 100 miljoen bij heeft gekregen, het echt niet mogelijk isom toch wel iets te reserveren voor de activiteiten die die organisatiesdoen.Staatssecretaris Boerma:Dank. Ik hoor u. Die ruimte is er niet op dit moment. Ik kan helaas nietanders dan het amendement ontraden. Dus bij dezen.De voorzitter:Daar moeten we het mee doen natuurlijk. Dank aan de Staatssecretarisvoor de toelichting. Het was de eerste keer. De kop is eraf, zou ik zeggen.We kijken uit naar de verdere samenwerking.We hebben nog een aantal toezeggingen.– De eerste toezegging is aan de heer Bamenga en gaat over moties overde situatie in de regio’s Congo en Sudan. De stand van zaken wordt perbrief aan de Kamer bekendgemaakt.Ik hoor iemand vragen: op welke termijn? Dan moet ik de Staatssecretarisaankijken. Zit daar een termijn aan vast? Wanneer komt die brief? DeMinister is er niet, maar misschien kunt u er iets over zeggen.Staatssecretaris Boerma:Ik zeg «zo spoedig mogelijk», maar ik denk niet dat dit nog voor het beginvan het reces lukt. Maar ik praat hier voor de Minister.De voorzitter:Ik kan me ook voorstellen dat het aan het einde van het reces komt, wantwij hebben toch ook gewoon reces. Is dat akkoord? Ja. Aan het eind vandit zomerreces, eind augustus.–De tweede toezegging is aan mijzelf en gaat over een inspanningsver-plichting, zoals Minister Veldkamp ook zei. Hij zal zich inspannen voorde bni-koppeling zoals die altijd gold. Dat heeft hij toegezegd, ook inreactie op de motie. Dat is dus een inspanningsverplichting.–De derde toezegging: een publicatie over het getrapt invoeren vansubsidiekaders. Dat was een verzoek van de heer Bamenga.Ook hierbij is het even de vraag wanneer die subsidiekaders gepubliceerdworden. Ik zie dat dit lastig is voor de Staatssecretaris. Misschien krijgenwe een bericht per brief over wanneer we geïnformeerd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5371 Staatssecretaris Boerma:Ik hoor links van mij: zo snel mogelijk. Maar ik kan inderdaad geen datumnoemen.De voorzitter:Ik kan me voorstellen dat Minister Veldkamp even per brief aangeeftwanneer hij komt met deze toezeggingen. Dat lijkt me handiger, want hetis voor u natuurlijk ook lastig. Maar wij hebben graag de termijnen erbij.– De volgende toezegging gaat over rekening houden met de kindervacci-naties en de bezuinigingen daarop. Dat was een verzoek van mevrouwDobbe en mij.Ook hierbij willen we graag een termijn weten. We worden graagschriftelijk geïnformeerd over hoe daarmee rekening wordt gehouden.– Na de zomer komt de info over de bijdrage aan het vaccinatiepro-gramma van Gavi.Nou, dat kan misschien ook bij elkaar.– Aan meneer Bamenga is een brief toegezegd over de inzet voor dediasporagemeenschap. We hopen dat schriftelijk wordt aangegevenwanneer die brief komt.Deze toezegging gaat wel over wel handel: in het verslag van de RBZHandel ... Er is al een termijn gezegd. Die komt voor 14 juli. O, de RBZ isop 14 juli, hoor ik. De Staatssecretaris komt terug op een aanscherpingvan ontmoedigingsbeleid.Staatssecretaris Boerma:Nee, het gaat over het actiever maken van ontmoedigingsbeleid. De term«aanscherping» heb ik niet in mijn mond genomen.De voorzitter:Dan is de toezegging als volgt.–De Staatssecretaris komt terug op het actiever maken van ontmoedi-gingsbeleid.–Als laatste: de Kamer wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over deopvolging van de motie-Hirsch.We hopen dat we ook over andere moties geïnformeerd worden. Hiermeesluiten we deze vergadering af. Het is 20.00 uur geworden, iets later dangepland. Donderdag zijn de stemmingen. Het zal laat worden, denk ik.Misschien is het wel vrijdagochtend. Maar in ieder geval wordt erdonderdag over alle moties en amendementen gestemd. Dank, ook aande kijkers.Sluiting 20.00 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XVII, nr. 5372
Gerelateerde bronnen
- Suppletoire begroting samenhangende met de Voorjaarsnota
Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 30 juni 2025, over Suppletoire begroting samenhangende met de Voorjaarsnota
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.