KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. het verslag Eurogroep en Ecofinraad 7 en 8 juli 2025 (Kamerstuk 21501-07-2131)

18 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 85e2084d5a9b5c0a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2134 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 18 september 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over de brieven van1 september 2025 over het verslag Eurogroep en Ecofinraad 7 en 8 juli2025 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2131) en over de geannoteerde agendaEurogroep en informele Ecofinraad september 2025 (Kamerstuk 21 501-07,nr. 2132).De vragen en opmerkingen zijn op 10 september 2025 aan de Minister vanFinanciën voorgelegd. Bij brief van 18 september 2025 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwDe griffier van de commissie,Weeber kst-21501-07-2134ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21341 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Eurogroep en de informele Ecofinraad van 19 en20 september 2025 en hebben daarover enkele vragen.De leden van de PVV-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat deeconomie van de eurozone volgens de meest recente raming van de ECBin juni gematigd groeit over de komende jaren. Hier wordt tegelijkertijdaangegeven dat hogere defensie- en infrastructuuruitgaven zullen zorgenvoor een verhoging van economische groei op de middellange termijn.Deze leden vragen welke cijfers dit onderbouwen, en welke impact dezeextra overheidsuitgaven hebben op de begrotingspositie van lidstaten opmiddellange en lange termijn.De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast welke bijdrage de Ministerbij de gedachtewisseling over macro-economische ontwikkelingen willeveren tijdens de bijeenkomst van de Eurogroep.De leden van de PVV-fractie constateren dat in de op één na grootsteeconomie van de Eurozone een serieuze economische crisis dreigt. DeFranse staatsschuld blijft toenemen, en pogingen om dit probleem aan tepakken hebben geleid tot politieke spanningen en het wegsturen vanpremier Bayrou door het Franse parlement. Bovendien bestaat het risicodat Frankrijk het vertrouwen van de financiële markten verliest. Tegelij-kertijd dreigt het land tot stilstand te komen door grootschalige acties enprotesten.Hoewel Frankrijk al onder een buitensporigtekortprocedure valt, lijkt desituatie niet te verbeteren. Jaarlijks betaalt Frankrijk inmiddels ruim€ 50 miljard aan rente, met prognoses die wijzen op een verdere stijgingrichting € 70 miljard in de komende jaren. De leden van de PVV-fractievragen de Minister daarom welke mogelijke spill-overeffecten dezeontwikkelingen kunnen hebben op de Nederlandse economie. Daarnaastvragen zij de Minister hoe hij zich in de Eurogroep en de Ecofinraad inzetom dit probleem aan te kaarten en welke voorstellen hij daarbij namensNederland inbrengt.Verder merken de leden van de PVV-fractie op zich zorgen te maken overeen herhaling van een «Griekenland-scenario», waarbij de Nederlandsebelastingbetaler uiteindelijk opdraait voor de Franse schulden. Welkemaatregelen neemt de Minister om een dergelijk scenario te voorkomen?De leden van de PVV-fractie constateren naar aanleiding van de geanno-teerde agenda van de komende vergaderingen van de Eurogroep en deEcofinraad in september en het verslag van de vergaderingen van deEurogroep en de Ecofinraad in juli en naar aanleiding van diversenieuwsartikelen dat de ontwikkeling van de digitale euro opnieuw volop inde belangstelling staat.In de geannoteerde agenda wordt vermeld dat de kosten van de digitaleeuro proportioneel moeten worden verdeeld. De leden van de PVV-fractievragen de Minister welke bedragen hij hierbij als proportioneelbeschouwt.Eerder hebben de leden van de PVV-fractie in schriftelijk overleg vragengesteld over de kosten die de digitale euro met zich meebrengt,waaronder de kosten voor onderzoek, implementatie en onderhoud. Inzijn beantwoording gaf de Minister destijds aan dat deze gegevens nogniet beschikbaar waren. Kan de Minister nu alsnog cijfers verstrekken overde mogelijke kosten van de implementatie van de digitale euro?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21342 Kan de Minister daarnaast, aangezien hij in zijn eerdere beantwoordingbenadrukte dat het ook van belang is om naar de baten te kijken, tevenscijfers aanleveren om deze baten te kwantificeren?De leden van de PVV-fractie constateren dat de Minister meerdere malenheeft aangegeven dat het gebruik van contant geld in Nederland isteruggelopen en dat inmiddels ruim 80% van de betalingen aan de kassadigitaal plaatsvindt. Op welke manier zet de Minister zich ervoor in datiedereen voldoende contant geld in huis heeft, zodat men hierop kanterugvallen bij een storing of cyberaanval?De leden van de PVV-fractie merken op dat op die manier deweerbaarheid tegen dergelijke scenario’s wordt vergroot en de invoeringvan een alternatief, zoals de digitale euro, overbodig maakt. Daarnaast ishet kostenefficiënter, aangezien er al een uitgebreide infrastructuur voorcontant geld beschikbaar is, en worden mensen die digitaal niet zovaardig zijn, hiermee niet buitengesloten.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Eurogroep en informele Ecofinraad van 19 en20 september 2025. De leden hebben hierover nog een aantal vragen enopmerkingen.Situatie FrankrijkDe leden van de VVD-fractie merken allereerst op dat de premier vanFrankrijk recent door het parlement naar huis is gestuurd. De begrotings-problemen in Frankrijk stapelen zich op. Frankrijk is voor het eerst duurderuit met lenen dan Italië sinds de invoering van de euro. De leden van deVVD-fractie vinden deze ontwikkeling zorgelijk en vragen de Minister omeen reactie.Welke gevolgen hebben de gebeurtenissen in Frankrijk voor hetbudgettair-structureel plan van Frankrijk? Is de Europese Commissievoornemens om aan de bel te trekken over de begrotingsstaat vanFrankrijk? Wat heeft de gebrekkige staat van de overheidsfinanciën inFrankrijk voor gevolgen voor de investeringen in defensie die de EU enhet land willen doen? Wordt er bij de aankomende Eurogroep eninformele Ecofinraad expliciet stilgestaan bij de situatie in Frankrijk?HandelDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de overeen-komst tussen de VS en de EU over handelstarieven. De leden vragen zichaf of (al) kwalitatief hard kan worden gemaakt dat dit heeft geleid tot eenafname van de handelsonzekerheid en dus een toename in de investe-ringsbesluiten van bedrijven. Hoe wordt dit gemonitord?Digitale euroDe leden van de VVD-fractie lezen dat er gesproken zal worden over dedigitale euro en dat daar bij de afgelopen Eurogroep en Ecofinraad (7 en8 juli 2025) ook over gesproken is. Voor deze leden is de toegevoegdewaarde van de digitale euro nog steeds onduidelijk. Graag ontvangen zijdaar een reactie op.Deze leden lezen daarnaast dat Nederland inzet op een verdeling waarbijde Europese Centrale Bank de bevoegdheid krijgt om het initiatief tenemen tot het vaststellen van de limiet, met een rol voor de raad. Wat ishet krachtenveld in de Raad op dit punt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21343 De leden van de VVD-fractie verzoeken daarnaast een reactie op deverdeling van de kosten van de digitale euro. Wat is het voorstel op ditpunt zoals het er nu ligt? Is het haalbaar om deze kosten «proportioneel»te verdelen volgens het kabinet, en wat verstaat het kabinet onder«proportioneel»?RegeldrukDe leden van de VVD-fractie lezen dat er opnieuw gesproken zal wordenover vermindering van de regeldruk. Zij lezen in het bijzonder dat in devorige vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad (7 en 8 juli 2025)vereenvoudiging van het Financial Data Access Framework (FIDA) alsonderwerp de revue is gepasseerd. De leden van de VVD-fractie weten datde Europese Commissie tot doel heeft de regeldruk met minimaal eenkwart terug te dringen per eind 2029, en dat voor het mkb zelfs wordtaangestuurd op een reductie van 35% per eind 2029. Deze leden juichentoe dat de eerste stappen door de Europese Commissie zijn gezet met dediverse omnibussen. Beloftes tot omvangrijke regeldrukreductie hebbenwe echter eerder gehoord vanuit Brussel, waarna de resultaten tegen-vielen. Wat is het actuele percentage regeldrukreductie ten opzichte vande nulmeting? Welk jaar hanteert de Europese Commissie als nulmeting?Houdt het Kabinet goed vinger aan de pols over de voortgang van deregeldrukreductie vanuit de EU?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda van de Ecofinraad en de Eurogroep. Dezeleden hebben nog enkele vragen en opmerkingen.De leden van de NSC-fractie merken op dat het werkloosheidspercentagein de eurozone met 6,2% op het laagste punt sinds jaren is beland. Gaathiervan een nieuwe inflatoire druk uit? Hoe zal de ECB hiermee omgaan?Hoe komt het dat bij zo’n lage economische groei (1%) de werkloosheidtoch stabiel blijft of zelfs daalt? Klopt het dat enige jaren (voor corona)geleden een groei van minstens 2% nodig was om de werkgelegenheid oppeil te houden? Betekent dit dat de groei van de arbeidsproductiviteitlager is dan voor corona?De leden van de NSC-fractie vragen wat de reden ervan is dat de inflatie inNederland over de afgelopen 25 jaar structureel 0,5% hoger is dan in derest van de eurozone. Heeft dit te maken met het aanhoudende handels-overschot, dat een inflatoire druk uitoefent op de Nederlandse economie?De leden van de NSC-fractie vragen hoe het kan dat het Franse budgettair-structureel plan voor de middellange termijn vorig jaar goedgekeurd is endat van Nederland niet. Heeft Nederland hier nog een nadere opvolgingaan gegeven?Zal Frankrijk nog aan het budgettair-structureel plan voldoen als hethuidige begrotingsvoorstel met 44 miljard euro aan bezuinigingendefinitief verworpen wordt? Wat zullen dan de gevolgen zijn?Is een bezuinigingspakket van 22 miljard euro, dat als alternatief wordtvoorgeteld, voldoende? Maakt Frankrijk gebruik van de nationaleontsnappingsclausule van 1,5% van het bbp in het kader van SAFE? Zonee, waarom niet?Hoe kan het dat een land dat al zo lang niet aan de Europese begrotings-normen (tekort max. 3% bbp, schuld max. 60% bbp) hier zo langongehinderd mee door kan gaan?Klopt het dat het nieuwe Stabiliteits- en groeipact (SGP) een tandelozetijger is, net als het vorige SGP? Klopt hat dat er sinds het begin van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21344 euro in 1999 nog steeds geen enkele boete is uitgedeeld aan overtredersvan de begrotingsregels van het SGP?De leden van de NSC-fractie vragen of het zogeheten TransmissionProtection Instrument (TPI) zou kunnen helpen om de Franse obligatie-rente omlaag te krijgen. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussende TPI uit 2022 en de OMT (Open Market Transactions) uit 2012 (de«bazooka» van Draghi)? Klopt het dat de OMT niet dergelijke absurderandvoorwaarden had als de OMT?Landen met financiële problemen zoals Frankrijk voldoen toch bijna perdefinitie niet aan de randvoorwaarden: «voldoen aan de Europesebegrotingsregels, geen macro-economische onevenwichtigheden kennen,houdbare overheidsfinanciën hebben en verstandig macro-economischebeleid voeren»?Dit zijn toch hele onlogische voorwaarden en vergelijkbaar met desituatie, dat u slechts bij de dokter mag komen, als u niet ziek bent? En alsu ziek bent mag u niet bij de dokter komen, maar moet u eerst zelf beterworden. Kan de Minister hierop ingaan? Kan overwogen worden om devoorwaarden voor TPI-hulp aan te passen?Klopt het dat het OMT deze merkwaardige randvoorwaarden niet had enjuist bedoeld was voor zieke patiënten? Is het OMT nog steeds in werking?Kan de Minister in de Eurogroep en/of de Ecofinraad navragen of het OMTnog steeds ingezet kan worden in noodgevallen, bijvoorbeeld als debudgettaire situatie in Frankrijk nog verder uit de hand loopt?De leden van de NSC-fractie vragen wat de gevolgen zullen zijn alsFrankrijk volgend jaar 22 miljard in plaats van 44 miljard euro bezuinigt.Zal Nederland zich in dat geval inzetten voor boetes in het kader van hetSGP?De leden van de NSC-fractie hebben enkele vragen met betrekking totstablecoins en de digitale euro.Wat zijn de ervaringen tot nu toe met digitale munten in Jamaica, Nigeriaen de Bahama’s?In hoeverre kunnen stablecoins een bedreiging zijn voor de monetairestabiliteit? Klopt het dat dit alleen het geval zal zijn indien deze op groteschaal als direct betaalmiddel (dus zonder eerst in te wisselen voor euro’s)worden gebruikt? Zijn er aanwijzingen voor een dergelijk scenario?Anders zou dit toch kunnen leiden tot hyperinflatie als gevolg vanstablecoins? Welk juridisch verschil zit er tussen het produceren vanstablecoins en valsemunterij?De leden van de NSC-fractie merken op dat mevrouw Lagarde gemeen-schappelijke schulden voor publieke goeden zoals defensie bepleit.Betekent dit nieuwe schulden die de Europese Unie als geheel aangaat?Betekent dit een derde ronde in de richting van een schuldenunie, waarinNederland voor 5,9% garant staat?Welke kansen en bedreigingen ziet het kabinet als gevolg van deAmerikaanse GENIUS-wet? Kan het kabinet ingaan op de verschillentussen MiCAR en GENIUS? Kan het kabinet specifiek ingaan op het risicoop valutasubstitutie en digitale «dollarisatie»? En vormt de digitale euroeen probaat antwoord op de risico’s?Biedt de MicA-verordening toereikende mogelijkheden om de risico’s vanstablecoins het hoofd te bieden? Is Nederland voorstander van meercentraal toezicht op stablecoins (door ESMA)? Hoe taxeert het kabinet derisico’s van dual issuance stablecoins?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21345 De leden van de NSC-fractie merken op dat het VK, Canada en Zuid-Koreahun CBCD hebben gepauzeerd, terwijl de VS mogelijk een expliciet verbodaannemen. Waarom doen deze landen dat?Moet de uitgifte van in euro gedenomineerde stablecoins, naar de meningvan het kabinet, gestimuleerd worden?Heeft het kabinet een voorkeur voor publieke of private blockchain voorde digitale euro? Kan de Minister daarbij specifiek ingaan op de privacy-dimensie?Wat is de appreciatie van het kabinet van de oproep van Lagarde tot een«global euro» moment?Welke kansen en bedreigingen ziet het kabinet als gevolg van deAmerikaanse GENIUS-wet? Kan het kabinet ingaan op de verschillentussen MiCAR en GENIUS? Kan het kabinet specifiek ingaan op het risicoop valutasubstitutie en digitale «dollarisatie»? En vormt de digitale euroeen probaat antwoord op de risico’s?Biedt de MicA-verordening toereikende mogelijkheden om de risico’s vanstablecoins het hoofd te bieden? Is Nederland voorstander van meercentraal toezicht op stablecoins (door ESMA)? Hoe taxeert het kabinet derisico’s van dual issuance stablecoins?De leden van de NSC-fractie vragen voorts wat de stand van zaken is metbetrekking tot de confiscatie van de 260 miljard euro aan Russischetegoeden. Wat verzet zich hier nog tegen? Deelt de Minister de mening datdit de oorlog kan doen kantelen in de goede richting? En tegelijkertijdEuropa weer een grote rol kan geven in he geo-politieke krachtenveld,zodat Europa een grotere rol kan spelen in het vredesproces, waarin hetnu een bijrol speelt?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de vergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad van 19 en20 september 2025. De leden hebben naar aanleiding daarvan een aantalvragen.De leden van de BBB-fractie merken op dat de Minister schrijft datNederland het van belang vindt dat lidstaten hervormingen doorvoerenom hun duurzame groeipotentieel te verhogen en dat aandacht voor dehoudbaarheid van de overheidsfinanciën van belang blijft.Deze leden hebben naar aanleiding daarvan de volgende vragen:–Hoe weegt de Minister de ontwikkelingen in Frankrijk in deze context?–Leidt de situatie in Frankrijk wat de Minister betreft tot een verwateringvan de begrotingsdiscipline in andere landen van Europa?–Wat gaat de Minister doen om ervoor te zorgen dat andere EUlidstaten daadwerkelijk hervormen en hun overheidsfinanciën ondercontrole krijgen?–Wat is op korte termijn de verwachte inzet van de Commissie op ditpunt?–Wat is de huidige omvang van de Nederlandse garanties voorEuropese projecten zoals het ESM en NEXTGEN EU? Kan de Ministerdaarin een uitputtend overzicht verschaffen?–Hoe verloopt het terugbetalingsplan voor NEXTGEN EU? Zullen eigenEU middelen of extra belastingen (hoe onwenselijk ook wat leden vande BBB-fractie betreft) daarin dekkend zijn naar verwachting?–In hoeverre loopt Nederland het risico ook de garanties van bijvoor-beeld Frankrijk te zullen moeten dekken wanneer de extra EU middelenonvoldoende dekkend zijn en Frankrijk (maar mogelijk ook anderelidstaten) op termijn niet kunnen terugbetalen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21346 –Verwacht de Minister dat de ECB het TPI programma zal lanceren alsook de nieuwe Franse regering er niet in slaagt financiële hervormin-gen door te voeren?De leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister het volgende schrijftover de Europese regeldruk:«Het kabinet verwelkomt dat de Commissie aandacht heeft voor devereenvoudiging van regels en het verminderen van regeldruk, onderandere door middel van een aangekondigde serie van omnibusvoorstellengericht op het verminderen van lasten en onnodige regeldruk. Ook voorhet kabinet is het verlichten van regeldruk een prioriteit, zodat onrecht-vaardige barrières weg kunnen worden genomen en daarmee de internemarkt wordt versterkt. Het kabinet verwelkomt daarom deze inspanningenom de regeldruk te verminderen door bijvoorbeeld rapportagevereistenvan verschillende wetten te stroomlijnen, zonder de daarmee verbandhoudende beleidsdoelstellingen te ondermijnen. Voorspelbaarheid enrechts- en investeringszekerheid voor bedrijven en betrouwbaarheid vanhet (Europese) wetgevingsproces blijven daarbij een belangrijkaandachtspunt.»De leden van de BBB-fractie hebben naar aanleiding daarvan de volgendevragen:–Welke inzet pleegt de Commissie om regeldruk en rapportagevereistente verminderen naast de CSRD?–CSRD werd eerder uitgesteld voor kleine bedrijven, wat natuurlijkpositief is, maar in grotere lijnen zien we dat de regeldruk voorbedrijven alleen maar toeneemt, vaak ook veroorzaakt door Brussel.Volgens een recente verkenning is een MKB-ondernemer gemiddeld26 uur per maand kwijt aan het voldoen aan Europese rapportagever-plichtingen. In sectoren als industrie en landbouw kan dit oplopen tot40 uur per maand. Wat denkt de Minister hieraan te kunnen doen? Hetis immers Europees beleid. Een ambitie uitspreken is goed, maar dezeleden zijn ook benieuwd met wat voor strategie de regering komt omdie 40 uur omlaag te brengen.II Reactie van de Minister van Financiën Ik heb met belangstelling kennisgenomen van de vragen en opmerkingenvan de leden van de fracties van PVV, VVD, NSC en BBB inzake degeannoteerde agenda voor de vergaderingen van de informele Eurogroepen de Ecofinraad d.d. 19 en 20 september. Bij de beantwoording is devolgorde van het schriftelijk overleg aangehouden.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Eurogroep en de informele Ecofinraad van 19 en20 september 2025 en hebben daarover enkele vragen.De leden van de PVV-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat deeconomie van de eurozone volgens de meest recente raming van de ECBin juni gematigd groeit over de komende jaren. Hier wordt tegelijkertijdaangegeven dat hogere defensie- en infrastructuuruitgaven zullen zorgenvoor een verhoging van economische groei op de middellange termijn.Deze leden vragen welke cijfers dit onderbouwen, en welke impact dezeextra overheidsuitgaven hebben op de begrotingspositie van lidstaten opmiddellange en lange termijn.De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast welke bijdrage de Ministerbij de gedachtewisseling over macro-economische ontwikkelingen willeveren tijdens de bijeenkomst van de Eurogroep.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21347 Zoals al in de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en informeleEcofinraad van 19 en 20 september aangegeven zal volgens de meestrecente raming van de ECB (van juni jl.1) de economie van de eurozonegroeien met respectievelijk 0,9%, 1,1% en 1,3% in 2025, 2026 en 2027.Deze ECB-raming geeft aan dat defensie- en infrastructuuruitgaven in deeurozone bijna 120 miljard euro zullen bedragen in de periode 2025–2027,iets meer dan 0,7% bbp. Dit zal naar verwachting het bbp in heteurogebied cumulatief met 0,25 procentpunt verhogen, vooral gedrevendoor groei in 2027.Nederland vindt het van belang dat lidstaten hervormingen doorvoerenom hun duurzame groeipotentieel te verhogen. Verder blijft aandacht voorde houdbaarheid van de overheidsfinanciën van belang. Indien opportuunzal Nederland deelnemen aan de discussie op basis van deze elementen.De leden van de PVV-fractie constateren dat in de op één na grootsteeconomie van de Eurozone een serieuze economische crisis dreigt. DeFranse staatsschuld blijft toenemen, en pogingen om dit probleem aan tepakken hebben geleid tot politieke spanningen en het wegsturen vanpremier Bayrou door het Franse parlement. Bovendien bestaat het risicodat Frankrijk het vertrouwen van de financiële markten verliest. Tegelij-kertijd dreigt het land tot stilstand te komen door grootschalige acties enprotesten.Hoewel Frankrijk al onder een buitensporigtekortprocedure valt, lijkt desituatie niet te verbeteren. Jaarlijks betaalt Frankrijk inmiddels ruim€ 50 miljard aan rente, met prognoses die wijzen op een verdere stijgingrichting € 70 miljard in de komende jaren. De leden van de PVV-fractievragen de Minister daarom welke mogelijke spill-overeffecten dezeontwikkelingen kunnen hebben op de Nederlandse economie. Daarnaastvragen zij de Minister hoe hij zich in de Eurogroep en de Ecofinraad inzetom dit probleem aan te kaarten en welke voorstellen hij daarbij namensNederland inbrengt.De politieke situatie in Frankrijk heeft momenteel geen meetbare spill-overeffecten op de Nederlandse economie. Het is aan Frankrijk zelf om meteen gedegen begroting te komen waarin het begrotingstekort wordtteruggebracht. Indien opportuun zal Nederland het belang van hetdoorvoeren van structurele hervormingen en houdbare overheidsfi-nanciën benadrukken.Verder merken de leden van de PVV-fractie op zich zorgen te maken overeen herhaling van een «Griekenland-scenario», waarbij de Nederlandsebelastingbetaler uiteindelijk opdraait voor de Franse schulden. Welkemaatregelen neemt de Minister om een dergelijk scenario te voorkomen?Een dergelijk scenario is momenteel niet aan de orde. Daarnaast zijn ersinds de financiële en eurocrisis verschillende hervormingen doorgevoerdom het risico van schokken en negatieve grensoverschrijdende effectenbinnen de eurozone te verkleinen. Zo is er voortgang geboekt op gebiedvan de bankenunie en de kapitaalmarktunie.De leden van de PVV-fractie constateren naar aanleiding van de geanno-teerde agenda van de komende vergaderingen van de Eurogroep en deEcofinraad in september en het verslag van de vergaderingen van deEurogroep en de Ecofinraad in juli en naar aanleiding van diversenieuwsartikelen dat de ontwikkeling van de digitale euro opnieuw volop inde belangstelling staat.1https://www.ecb.europa.eu/press/projections/html/index.en.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21348 In de geannoteerde agenda wordt vermeld dat de kosten van de digitaleeuro proportioneel moeten worden verdeeld. De leden van de PVV-fractievragen de Minister welke bedragen hij hierbij als proportioneelbeschouwt.Zoals de leden van de PVV-fractie noemen, pleit ik voor een proportioneleverdeling van de kosten tussen betaaldienstverleners, winkeliers enconsumenten. Proportioneel ziet in deze zin toe op een eerlijke verdelingvan de kosten tussen partijen die betrokken zijn bij de invoering van dedigitale euro.In de discussie die plaatsvindt in de raadswerkgroepen over het compen-satiemodel wordt onderscheid gemaakt in een model voor de transitiefaseen een model voor de lange termijn. Ik kan me daar goed in vinden. Mijninzet daarbij is dat op de korte termijn winkeliers tegemoet wordengekomen door de tarieven voor digitale euro transacties te maximeren opde tarieven voor vergelijkbare, bestaande digitale betaalmethoden. Welkedigitale betaalmethoden dit zijn, wordt nog besproken. Op de langetermijn, wanneer er meer bekend is over de daadwerkelijke kosten vandigitale euro transacties, zou het compensatiemodel gebaseerd moetenworden op de daadwerkelijke kosten van de digitale euro, inclusief eenredelijke winstmarge. Zo worden ook betaaldienstverleners gecompen-seerd voor de het werk dat zij leveren bij de distributie van de digitaleeuro.Eerder hebben de leden van de PVV-fractie in schriftelijk overleg vragengesteld over de kosten die de digitale euro met zich meebrengt,waaronder de kosten voor onderzoek, implementatie en onderhoud. Inzijn beantwoording gaf de Minister destijds aan dat deze gegevens nogniet beschikbaar waren.Kan de Minister nu alsnog cijfers verstrekken over de mogelijke kostenvan de implementatie van de digitale euro?De leden van de PVV-fractie vragen naar cijfers over de mogelijke kostenvan de implementatie van de digitale euro. De kosten van de invoeringvan de digitale euro hangen af van het uiteindelijke ontwerp. Aangeziende onderhandelingen over de vormgeving van de digitale euro nog bezigzijn, is het nu niet mogelijk om een inschatting te geven van wat de kostenzullen zijn.Wel heeft de een koepel van Europese bankenverenigingen een kosten-studie laten uitvoeren naar de potentiële kosten die banken en betaal-dienstverleners kunnen dragen2. Als de digitale euro wordt ingevoerd,worden banken en betaaldienstverleners verplicht deze te distribueren.Hiervoor moeten zij investeringen doen, waar in de kostenstudie op eenanalyse naar is gedaan. Hoewel dit onderzoek een beeld geeft, hangenschattingen van de investeringskosten af van de onderliggendeaannames, methodologie en het uiteindelijke ontwerp. Daarnaast geeftdeze studie inzicht in slechts een deel van de kosten en kan het nietworden gebruikt om iets te zeggen over de totale kosten van de imple-mentatie van de digitale euro.De invoering van de digitale euro zal significante investeringen vanbanken en betaaldienstverleners vergen, zowel financiële investeringenals menselijk kapitaal. Ik zet me daarom in voor een proportioneelkostenmodel waarin banken en betaaldienstverleners worden vergoedvoor het werk dat zij leveren bij de distributie van de digitale euro.2European Banking Federation (2025). Digital Euro Cost Study.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21349 Kan de Minister daarnaast, aangezien hij in zijn eerdere beantwoordingbenadrukte dat het ook van belang is om naar de baten te kijken, tevenscijfers aanleveren om deze baten te kwantificeren?Zoals de leden van de PVV-fractie opmerken, heb ik in mijn beant-woording van het schriftelijk overleg van de Eurogroep en de Ecofinraadvan juni jl.3 het belang benadrukt om naast de mogelijke kosten van dedigitale euro ook naar de baten te kijken. De baten van de digitale eurozitten in meerdere aspecten, wat het kwantificeren ervan complex maakt.Zo zijn er niet-kwantificeerbare baten, zoals een vermindering van risico’sbij geopolitieke spanningen, doordat het Europese betalingsverkeerminder afhankelijk wordt van niet-Europese betaalinfrastructuur.De offline functionaliteiten van de digitale euro kunnen ook batenopleveren. Zo kan de digitale euro met offline functionaliteiten omzet-derving bij pinstoringen voorkomen of verminderen. Het is lastig om eenexact bedrag toe te wijzen voor de totale kosten van een mogelijkepinstoring. Zo is op voorhand niet in te schatten wat de exacte impact vaneen dergelijke storing zal zijn, en hangt er veel af van meerdere factoren,waaronder de duur van de storing, het tijdstip waarop deze plaatsvindt(bijvoorbeeld op een werkdag of in het weekend) en de beschikbaarheidvan alternatieve betaalmethoden. Op basis van cijfers van de betaalver-eniging uit 2024 kan echter wel een grove schatting worden gemaakt vande mogelijke kosten van een pin-storing. Het potentieel omzetverlies vaneen pinstoring kan EUR 40 mln. zijn per uur4. Uiteraard geldt dat een deelvan de consumenten alsnog contant betaalt of later terugkomt wanneerde storing is verholpen, dus dit bedrag is een maximale schatting.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Minister meerdere malenheeft aangegeven dat het gebruik van contant geld in Nederland isteruggelopen en dat inmiddels ruim 80% van de betalingen aan de kassadigitaal plaatsvindt. Op welke manier zet de Minister zich ervoor in datiedereen voldoende contant geld in huis heeft, zodat men hierop kanterugvallen bij een storing of cyberaanval?Het gebruik van contant geld stabiliseert5. De afgelopen vijf jaar werdongeveer twintig procent van de betalingen aan de kassa met contantgeld verricht. In mei 2025 heeft een Maatschappelijk Overleg Betalings-verkeer het advies gepubliceerd over hoe consumenten en toonbankin-stellingen zich kunnen voorbereiden op noodsituaties, zoals een storing ofeen cyberaanval, waarin 72 uur lang het betalingsverkeer uitvalt6. Het isbelangrijk om de samenleving hierop voor te bereiden en vroegtijdig na tedenken over gevolgen en het mitigeren van eventuele risico’s. Dit doet deregering door na te denken over een scenario van 72 uur verstoring. Hetadvies is onderdeel van de «Denk vooruit» campagne van de Rijks-overheid.Het MOB adviseert consumenten onder andere om € 70 per volwasseneen € 30 per kind aan te houden. Dit advies is tot stand gekomen op basisvan berekeningen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting(Nibud). Het bedrag ziet op de meest noodzakelijke uitgaven in de eerste3Kamerstuk 21 501-07, nr. 21184Op basis van cijfers kerncijfers van PIN (2024). In 2024 zijn 5,772 miljard pinbetalingen aan dekassa gedaan, met een gemiddeld transactiebedrag van € 25,50 per transactie. Uitgaande vaneen gemiddelde openingstijd van winkels van 10u per dag betreft het 1,58 mln. transacties peruur. Het potentiële gemiddelde omzetverlies van een pinstoring van één uur is danEUR 40,3 mln.5Kamerstuk 27 863, nr. 1446Advies MOB: Bereid je voor op drie dagen uitval «pinnen», 20 mei 2025, https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/persbericht-2025/advies-mob-bereid-je-voor-op-drie-dagen-uitval-pinnen/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213410 72 uur na een ramp. Denk aan water, voeding en vervoer. Dit bedrag iseen richtlijn. Bovenal wordt er geadviseerd om als consument zelf goedna te denken wat je in een dergelijke situatie nodig hebt en het bedragwaar nodig aan te passen. Toonbankinstellingen wordt geadviseerd na tedenken over alternatieve betaalopties en voldoende wisselgeld aan tehouden.De leden van de PVV-fractie merken op dat op die manier deweerbaarheid tegen dergelijke scenario’s wordt vergroot en de invoeringvan een alternatief, zoals de digitale euro, overbodig maakt. Daarnaast ishet kostenefficiënter, aangezien er al een uitgebreide infrastructuur voorcontant geld beschikbaar is, en worden mensen die digitaal niet zovaardig zijn, hiermee niet buitengesloten.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Eurogroep en informele Ecofinraad van 19 en20 september 2025. De leden hebben hierover nog een aantal vragen enopmerkingen.Situatie FrankrijkDe leden van de VVD-fractie merken allereerst op dat de premier vanFrankrijk recent door het parlement naar huis is gestuurd. De begrotings-problemen in Frankrijk stapelen zich op. Frankrijk is voor het eerst duurderuit met lenen dan Italië sinds de invoering van de euro. De leden van deVVD-fractie vinden deze ontwikkeling zorgelijk en vragen de Minister omeen reactie.Welke gevolgen hebben de gebeurtenissen in Frankrijk voor hetbudgettair-structureel plan van Frankrijk? Is de Europese Commissievoornemens om aan de bel te trekken over de begrotingsstaat vanFrankrijk? Wat heeft de gebrekkige staat van de overheidsfinanciën inFrankrijk voor gevolgen voor de investeringen in defensie die de EU enhet land willen doen? Wordt er bij de aankomende Eurogroep eninformele Ecofinraad expliciet stilgestaan bij de situatie in Frankrijk?Het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn (hierna: plan)bevat een pad voor de maximale groei van de uitgaven (uitgavenpad)gedurende een aanpassingsperiode van zeven jaar, en daarnaastvoorgenomen structurele hervormingen en investeringen.7 De Ecofinraadheeft in januari 2025 middels een Raadsaanbeveling het meerjariguitgavenpad van Frankrijk vastgesteld.8 Dit uitgavenpad voorzag ook inhet nemen van maatregelen ter correctie van het buitensporig tekort datde Ecofinraad eerder, namelijk in juli 2024, voor Frankrijk vaststelde opgrond van overschrijding van de 3% begrotingstekortnorm. De recentegebeurtenissen zorgen ervoor dat het een uitdaging is om te blijvenvoldoen aan het aanbevolen uitgavenpad.In juli 2025 heeft de Europese Commissie onderzocht of lidstaten voor wieeerder al door de Raad een buitensporig tekort was vastgesteld,waaronder Frankrijk, effectief gevolg hebben gegeven aan de aanbeve-lingen om aan deze tekorten een einde te maken. Hierbij werd vastgestelddat Frankrijk dit heeft gedaan. In november zal de Europese Commissieopnieuw onderzoeken of lidstaten effectieve actie hebben ondernomenom de buitensporige tekorten te corrigeren. Eventuele Raadsaanbeve-7Kamerstuk 21 501-07, nr. 20858Kamerstuk 21 501-07, nr. 2089Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213411 lingen hierover liggen naar verwachting voor in de Ecofinraad vandecember 2025. In het voorjaar 2026 zal de Europese Commissie ookbeoordelen of Frankrijk zich houdt aan het aanbevolen uitgavenpad.Het is onduidelijk wat de recente gebeurtenissen in Frankrijk voor effecthebben op de defensie-investeringen.Voor de aankomende Eurogroep en informele Ecofinraad staat Frankrijkniet als onderwerp geagendeerd.HandelDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de overeen-komst tussen de VS en de EU over handelstarieven. De leden vragen zichaf of (al) kwalitatief hard kan worden gemaakt dat dit heeft geleid tot eenafname van de handelsonzekerheid en dus een toename in de investe-ringsbesluiten van bedrijven. Hoe wordt dit gemonitord?Reeksen als de Trade Policy Uncertainty (TPU Index)9 worden doorgaansgebruikt als kwantitatieve indicator voor handelsonzekerheid. Deze serielaat een daling zien sinds de historische piek in mei 2025, maar het effectvan de overeenkomst tussen de VS en de EU is (nog) niet duidelijkwaarneembaar in deze data. Hierbij is het belangrijk om op te merken datdeze dataserie slechts een benadering is voor de handelsonzekerheid inde VS en de EU, omdat deze reeks gebaseerd is op artikelen van zevengrote internationale kranten.Digitale euroDe leden van de VVD-fractie lezen dat er gesproken zal worden over dedigitale euro en dat daar bij de afgelopen Eurogroep en Ecofinraad (7 en8 juli 2025) ook over gesproken is. Voor deze leden is de toegevoegdewaarde van de digitale euro nog steeds onduidelijk. Graag ontvangen zijdaar een reactie op.Op meerdere vlakken kan de digitale euro van toegevoegde waarde zijn.In het Nederlandse betalingsverkeer is de digitale euro het meest relevantvoor de weerbaarheid van het betalingsverkeer. De offline variant van dedigitale euro, die digitale betalingen mogelijk maakt zonder internetver-binding, is een unieke toevoeging op bestaande betaalmethoden. In hetgeval van tijdelijke uitval van internetverbinding of bij een stroomstoringis de digitale euro daarmee een terugvaloptie in het betalingsverkeer,naast contant geld. De offline functionaliteiten zouden daarnaast een hoogniveau van privacy bieden, vergelijkbaar met contant geld, die anderebestaande digitale betaalmethodes niet hebben. De digitale euro isbovendien van toegevoegde waarde voor de strategische autonomie vanhet Europese betalingsverkeer. Grote, niet-Europese betaaldienstverlenerszijn op verschillende betaalmarkten dominant, bijvoorbeeld voor digitalebetalingen in de winkel. Ik vind het wenselijk als er zo snel mogelijk eenEuropees alternatief is voor de diensten van deze niet-Europese bedrijven.De digitale euro kan dit alternatief zijn.Deze leden lezen daarnaast dat Nederland inzet op een verdeling waarbijde Europese Centrale Bank de bevoegdheid krijgt om het initiatief tenemen tot het vaststellen van de limiet, met een rol voor de raad. Wat ishet krachtenveld in de Raad op dit punt?9Caldara, Dario, Matteo Iacoviello, Patrick Molligo, Andrea Prestipino, and Andrea Raffo (2020),«The Economic Effects of Trade Policy Uncertainty,» Journal of Monetary Economics, 109,pp.38–59Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213412 Nederland vindt het in beginsel inderdaad passend dat de ECB eenvoorstel doet voor de hoogte van de aanhoudingslimiet, mits in dewetgeving gewaarborgd wordt dat de digitale euro een betaalproduct isen niet een spaarproduct. Daarbij vindt Nederland dat het in de rede ligtals de Raad ook betrokken is bij de bepaling van de aanhoudingslimieten,aangezien de hoogte van de aanhoudingslimiet ook effect kan hebben opde financiële stabiliteit en de aard van de digitale euro. Een meerderheidvan de lidstaten in de Raad deelt deze inzet op hoofdlijnen, al heeft deRaad nog geen juridisch en technisch uitgewerkt voorstel besproken.De leden van de VVD-fractie verzoeken daarnaast een reactie op deverdeling van de kosten van de digitale euro. Wat is het voorstel op ditpunt zoals het er nu ligt? Is het haalbaar om deze kosten «proportioneel»te verdelen volgens het kabinet, en wat verstaat het kabinet onder«proportioneel»?De leden van de VVD-fractie hebben vragen over het voorstel over deverdeling van de kosten. Het compensatiemodel is een van de resterendeopenstaande vraagstukken. Er wordt op dit moment gesproken oververschillende vormen van het compensatiemodel die enige matevoortbouwen op het originele voorstel van de Europese Commissie.In het verslag van de Eurogroep/Ecofinraad van juni jl.10 heb ik uw Kamergeïnformeerd dat één van de overwogen opties voor een proportioneleverdeling bestaat uit het maken van een onderscheid tussen de verdelingvan de kosten op korte en lange termijn. Ik acht het haalbaar dat ervoorwordt gekozen om dit onderscheid te maken. Kortheidshalve verwijs ik deleden van de VVD-fractie naar mijn beantwoording van het SchriftelijkOverleg Eurogroep Ecofinraad van juli jl.11, waarin ik nader op deze optieinga. In mijn beantwoording van de vragen van de leden van dePVV-fractie in dit schriftelijk overleg ga ik bovendien nader in op watproportioneel inhoudt.Ik blijf mij inzetten voor een passend compensatiemodel volgens decontouren van het BNC-fiche, de hierboven genoemde brieven en inantwoord op de vragen van de PVV-fractie in dit schriftelijk overleg. Ik blijfde Kamer daarnaast maandelijks op de hoogte houden van de ontwikke-lingen rond de digitale euro in het Eurogroep/Ecofinraadverslag.RegeldrukDe leden van de VVD-fractie lezen dat er opnieuw gesproken zal wordenover vermindering van de regeldruk. Zij lezen in het bijzonder dat in devorige vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad (7 en 8 juli 2025)vereenvoudiging van het Financial Data Access Framework (FIDA) alsonderwerp de revue is gepasseerd. De leden van de VVD-fractie weten datde Europese Commissie tot doel heeft de regeldruk met minimaal eenkwart terug te dringen per eind 2029, en dat voor het mkb zelfs wordtaangestuurd op een reductie van 35% per eind 2029. Deze leden juichentoe dat de eerste stappen door de Europese Commissie zijn gezet met dediverse omnibussen. Beloftes tot omvangrijke regeldrukreductie hebbenwe echter eerder gehoord vanuit Brussel, waarna de resultaten tegen-vielen. Wat is het actuele percentage regeldrukreductie ten opzichte vande nulmeting? Welk jaar hanteert de Europese Commissie als nulmeting?Houdt het Kabinet goed vinger aan de pols over de voortgang van deregeldrukreductie vanuit de EU?10Kamerstuk 21 501-07, nr. 211811Kamerstuk 21 501-07, nr. 2126Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213413 De Europese Commissie heeft de nulmeting gezet op 150 miljard euro perjaar aan regeldrukkosten. Voor de nulmeting hanteert de Commissiecijfers van Eurostat uit 2022.12 Eurostat heeft gebruikt gemaakt van cijfersvan High-Level Group on Administratieve Burdens in 2012 en gekekennaar trends in regeldruk in de periode 2021–2022. Sinds maart 2023 totheden heeft de Europese Commissie voorstellen gedaan die naar eigenschatting een besparing van 5 miljard zou opleveren. De EuropeseCommissie heeft bij de start van haar mandaat aangekondigd dat elkeEurocommissaris jaarlijkse voortgangsrapportages over de implementatieen handhaving zijn of haar beleidsterrein zal opstellen. Zo ook over devereenvoudigingsvoorstellen. De voortgangsrapportages voor implemen-tatie en handhaving van 2025 moeten nog door de Commissie wordenopgesteld en gedeeld worden met de Raad.Tot op heden bestaat er geen volledig overzicht van de omvang van deregeldrukkosten voortvloeiend uit bestaande EU-wetgeving op zowelEuropees als nationaal niveau. Het ontbreken van een totaaloverzichtmaakt het voor het kabinet lastig om een onderbouwd actueel percentagevan de regeldrukreductie ten opzichte van de nulmeting te geven.Het merkbaar aanpakken van regeldruk is voor dit kabinet een topprio-riteit. Om de regeldruk te verminderen heeft Minister van EconomischeZaken in december jl. het actieprogramma Minder Druk met Regels13gepresenteerd. Met het Actieprogramma Minder Druk Met Regels zet hetkabinet in op het voorkomen van onnodige regeldruk in nieuwe regel-geving en het aanpakken van onnodige regeldruk in bestaande regel-geving. Daarbij richt het kabinet zich op zowel nationale als EU regel-geving.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda van de Ecofinraad en de Eurogroep. Dezeleden hebben nog enkele vragen en opmerkingen.De laagste leden van de NSC-fractie merken op dat het werkloosheidsper-centage in de eurozone met 6,2% op het punt sinds jaren is beland. Gaathiervan een nieuwe inflatoire druk uit? Hoe zal de ECB hiermee omgaan?Werkloosheid ligt met 6,2% inderdaad op het laagste punt in jaren, datbetekent dat de arbeidsmarkt in de eurozone krap blijft. De stijging vancontractlonen in de eurozone vlakt de afgelopen maanden echter af, en deprognose van de ECB is dat de loonstijging ook de komende maanden zalafnemen. De inflatoire druk van de krappe arbeidsmarkt via lonen neemtdaarmee ook (verder) af.De ECB richt zich op de inflatiedoelstelling van 2%. Momenteel ligt deinflatie in de eurozone rondom die doelstelling. ECB-president Lagardegaf tijdens de meest recente vergadering, van 11 september 2025, dan ookaan dat de ECB zich in een goede positie bevindt en dat indicatoren vanonderliggende inflatie (waaronder ook de loongroei) consistent zijn metde doelstelling van 2% inflatie op de middellange termijn.Hoe komt het dat bij zo’n lage economische groei (1%) de werkloosheidtoch stabiel blijft of zelfs daalt? Klopt het dat enige jaren (voor corona)geleden een groei van minstens 2% nodig was om de werkgelegenheid op12Mededeling «Een eenvoudiger en sneller Europa: mededeling over uitvoering en vereenvou-diging».13https://open.overheid.nl/documenten/19a8b345-710f-4fc6-90b4-b52d36d4e548/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213414 peil te houden? Betekent dit dat de groei van de arbeidsproductiviteitlager is dan voor corona?De werkloosheid is afhankelijk van diverse factoren, waaronder dewerkgelegenheidsgroei, de omvang van de beroepsbevolking en hetaantal gewerkte uren per werknemer. Alhoewel werkgelegenheidsgroei inde EU afneemt, is deze nog altijd hoger dan de groei in de actievepopulatie. Ook ligt het aantal gewerkte uren per werknemer in de EU nogaltijd onder het niveau van voor de pandemie.14 De arbeidsproductiviteitin de EU, gemeten als groei in reële arbeidsproductiviteit per gewerkt uur,ligt lager over de periode 2020–2024 (gemiddeld 0,4% per jaar) dan overde periode 2015–2019 (0,98% gemiddeld per jaar)15.De leden van de NSC-fractie vragen wat de reden ervan is dat de inflatie inNederland over de afgelopen 25 jaar structureel 0,5% hoger is dan in derest van de eurozone. Heeft dit te maken met het aanhoudende handels-overschot, dat een inflatoire druk uitoefent op de Nederlandse economie?Het klopt dat de inflatie in Nederland over deze gehele periode hoger lagdan het gemiddelde van de eurozone. Tot 2019 waren de prijsstijgingen inNederland vergelijkbaar met de eurozone. Sindsdien is het verschiltoegenomen. Dat komt onder andere doordat de Nederlandse economiesterk uit de coronapandemie is gekomen. Verder draagt de relatief krappearbeidsmarkt bij aan het inflatieverschil met andere EU-landen. Hethandelsoverschot oefent op zichzelf geen inflatoire druk uit. Overigensbetekent de hoge inflatie niet automatisch dat mensen minder kunnenkopen. De ontwikkeling van de koopkracht was tussen 1996 en 2025gemiddeld +0,5% per jaar.De leden van de NSC-fractie vragen hoe het kan dat het Franse budgettair-structureel plan voor de middellange termijn vorig jaar goedgekeurd is endat van Nederland niet. Heeft Nederland hier nog een nadere opvolgingaan gegeven?Het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn bevat een padvoor de maximale groei van de uitgaven gedurende een aanpassingspe-riode van vier of zeven jaar, en daarnaast voorgenomen structurelehervormingen en investeringen.16 De Ecofinraad heeft januari 2025middels een Raadsaanbeveling het meerjarig uitgavenpad van Frankrijkvastgesteld.17 Dit uitgavenpad voorzag ook in het nemen van maatregelenter correctie van het buitensporig tekort dat de Ecofinraad eerder, namelijkin juli 2024, voor Frankrijk vaststelde op grond van overschrijding van de3% begrotingstekortnorm. Ook voor Nederland is in januari 2025 door deRaad een meerjarig uitgavenpad vastgesteld.18In juli 2025 heeft de Europese Commissie onderzocht of lidstaten voor wieeerder al door de Raad een buitensporig tekort was vastgesteld,waaronder Frankrijk, effectief gevolg hebben gegeven aan de aanbeve-lingen om aan deze tekorten een einde te maken. Hierbij werd vastgestelddat Frankrijk dit heeft gedaan. In november zal de Europese Commissieopnieuw onderzoeken of lidstaten effectieve actie hebben ondernomenom de buitensporige tekorten te corrigeren. Eventuele Raadsaanbeve-14European Commission: Spring 2025 Economic forecast. https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-forecast-and-surveys/economic-forecasts/spring-2025-economic-forecast-moderate-growth-amid-global-economic-uncertainty_en15Eurostat. https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/nama_10_lp_ulc/default/table?lang=en16Kamerstuk 21 501-07, nr. 208517Kamerstuk 21 501-07, nr. 208918Kamerstuk 21 501-07, nr. 2092Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213415 lingen hierover liggen naar verwachting voor in de Ecofinraad vandecember 2025. In het voorjaar 2026 zal de Europese Commissiebeoordelen of lidstaten zich houden aan het aanbevolen uitgavenpad.Zal Frankrijk nog aan het budgettair-structureel plan voldoen als hethuidige begrotingsvoorstel met 44 miljard euro aan bezuinigingendefinitief verworpen wordt? Wat zullen dan de gevolgen zijn?Frankrijk staat voor een opgave om de overheidsfinanciën weer op orde tebrengen en te blijven voldoen aan het door de Raad aanbevolen uitga-venpad. De gevolgen van verwerpen van het begrotingsvoorstel om44 miljard euro te bezuinigen zijn nog onduidelijk. Wel zorgen dezerecente gebeurtenissen ervoor dat het een uitdaging is om te blijvenvoldoen aan dit aanbevolen uitgavenpad.De naleving van het uitgavenpad en de implementatie van hervormingenen investeringen worden jaarlijks gemonitord door de EuropeseCommissie. Daartoe dienen alle lidstaten jaarlijks een voortgangsrapportin. Daarnaast dienen lidstaten binnen de eurozone elk jaar uiterlijk op15 oktober een ontwerpbegroting in bij de Europese Commissie. Dit bevatook het de stand van zaken van het uitgavenpad en een update van hetmacro-economisch beeld. Deze ontwerpbegroting kan een indicatie gevenvan de ontwikkeling van het Franse uitgavenpad. Bovendien onderzoektde Europese Commissie in november of Frankrijk effectief gevolg heeftgegeven aan de Raadsaanbeveling om het buitensporigtekort te corri-geren. Eventuele Raadsaanbevelingen hierover liggen naar verwachtingvoor in de Ecofinraad van december 2025.Is een bezuinigingspakket van 22 miljard euro, dat als alternatief wordtvoorgeteld, voldoende? Maakt Frankrijk gebruik van de nationaleontsnappingsclausule van 1,5% van het bbp in het kader van SAFE? Zonee, waarom niet?Het bezuinigingspakket van 44 miljard euro was bedoeld om het tekortterug te brengen van 5,8% naar 4.6%. Daarmee werd nog niet automatischvoldaan aan het door de Raad aanbevolen uitgavenpad. Met het bezuini-gingspakket van 22 miljard euro in plaats van 44 miljard euro wordt dekans hierop logischerwijs kleiner. Dit zal door de Commissie moetenworden beoordeeld.Frankrijk heeft vooralsnog geen aanvraag gedaan voor activatie van denationale ontsnappingsclausule. Het kabinet gaat niet in op de beweegre-denen van Frankrijk.Hoe kan het dat een land dat al zo lang niet aan de Europese begrotings-normen (tekort max. 3% bbp, schuld max. 60% bbp) hier zo langongehinderd mee door kan gaan?Op grond van het EU-verdrag moeten lidstaten hun begrotingstekortonder 3% en hun overheidsschuld onder 60% houden. Is de overheids-schuld toch hoger dan 60%, dan moet de schuld voldoende dalen.Lidstaten die deze normen overschrijden kunnen in een buitensporigtekortprocedure worden geplaatst. Daarbij staan ze onder verscherpttoezicht en worden ze aangespoord om maatregelen te nemen om hetbuitensporige tekort te corrigeren. Ze krijgen hiervoor wel enkele jaren detijd. In het verleden van is vaak afgezien van het openen van eenbuitensporigtekort op basis van de schuldnorm met een beroep opzogenaamde relevante factoren. Tussen 2020 en 2023 was bovendien dealgemene ontsnappingsclausule van kracht vanwege de benodigdebegrotingsmaatregelen om de coronacrisis op te vangen. Hoewel dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213416 clausule formeel alleen de eisen uit de preventieve arm van hetStabiliteits- en groeipact buiten werking stelde (namelijk verbeteringstructreel saldo), deed de Europese Commissie tijdens de activatie ookgeen voorstellen voor opening van een buitensporigtekortprocedure. DeEuropese Commissie beriep zich daarbij op een te grote mate vanonzekerheid. In 2023 werd de clausule weer gedeactiveerd.In juni 2024 heeft de Europese Commissie de aanwezigheid van buiten-sporige tekorten in lidstaten onderzocht in het kader van artikel 126, lid 3,van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Inde Ecofinraad in juli 2024 is voor België, Frankrijk, Italië, Hongarije, Malta,Polen, Roemenië en Slowakije een buitensporig tekort vastgesteld door deRaad op grond van overschrijding van de 3%-tekortnorm op basis vanonderzoek van de Europese Commissie. De Raad heeft tijdens deEcofinraad op 21 januari 2025 aanbevelingen gedaan aan deze lidstatenvoor de correctie van hun buitensporige tekorten. In het voorjaar van 2026zal de Commissie ook voor het eerst beoordelen of lidstaten zich houdenaan de aanbevolen maximale uitgavengroei (het uitgavenpad). Onder deherziene begrotingsregels is dit de maatstaf waarmee wordt beoordeeldof de schuld voldoende daalt.Klopt het dat het nieuwe Stabiliteits- en groeipact (SGP) een tandelozetijger is, net als het vorige SGP? Klopt hat dat er sinds het begin van deeuro in 1999 nog steeds geen enkele boete is uitgedeeld aan overtredersvan de begrotingsregels van het SGP?Het klopt dat er tot op heden nog geen boetes zijn opgelegd in het kadervan het SGP. Zoals in de kamerbrief over het Raadsakkoord19 is aange-geven, is het kabinet positief over de bijdrage die de herziening levert aaneen versterkte handhaving van het SGP. Zo worden jaarlijkse en cumula-tieve afwijkingen van het door de Raad vastgestelde uitgavenpadbijgehouden in een controlerekening. Daarnaast is de rol voor hetEuropees Begrotingscomité (European Fiscal Board, EFB) versterkt enverankerd in wetgeving. Ook wordt de schulduitdaging van lidstaten alsverzwarende relevante factor meegewogen bij het vaststellen encorrigeren van buitensporige tekorten. Nederland blijft inzetten opgedegen implementatie van het SGP en effectieve handhaving van debegrotingsregels.Lidstaten in een buitensporigtekortprocedure staan onder verscherpttoezicht en worden aangespoord door de Raad om maatregelen te nemenom het buitensporig tekort te corrigeren. Indien een lidstaat van deeurozone herhaaldelijk verzuimt de aanbevelingen van de Raad op tevolgen, kan de Raad de lidstaat aanmanen om binnen een bepaaldetermijn maatregelen te nemen om het tekort te verminderen. Blijftnaleving uit, dan kan de Raad de volgende maatregelen opleggen ofintensiveren: (1) verplichting tot openbaarmaking van door de Raadvastgestelde financiële informatie; (2) herziening van het kredietbeleid vande Europese Investeringsbank voor de betreffende lidstaat; (3) aanhoudenvan een niet-rentedragend bedrag bij de EU; of (4) oplegging vanpassende boetes. Bovendien kan de Commissie een voorstel doen aan deRaad voor het opschorten van EU-middelen wanneer een lidstaat geeneffectieve actie onderneemt om een buitensporig tekort te corrigeren, dezogenoemde macro-economische conditionaliteit.19Zie ook Kamerstuk 21 501-07, nr. 2004 (https://open.overheid.nl/documenten/acdf76f6-5bf8-4b27-b7e6-4d20e3a4070b/file) en antwoorden op Kamervragen van lid De Vries (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20232024-2387.html)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213417 De leden van de NSC-fractie vragen of het zogeheten TransmissionProtection Instrument (TPI) zou kunnen helpen om de Franse obligatie-rente omlaag te krijgen. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussende TPI uit 2022 en de OMT (Open Market Transactions) uit 2012 (de«bazooka» van Draghi)? Klopt het dat de OMT niet dergelijke absurderandvoorwaarden had als de OMT?Het TPI stelt de ECB in staat om tijdelijk staatsobligaties aan te kopen vanlanden die te maken krijgen met wanordelijke rentebewegingen die nietverklaard kunnen worden door structurele factoren en die de monetairetransmissie kunnen ondermijnen. Het TPI is niet bedoeld om rentever-schillen weg te nemen die voortkomen uit structurele verschillen tusseneurolanden. Daarmee is het TPI geschikt voor andere situaties dan hetOutright Monetary Transactions (OMT) uit 2012. Het OMT is bedoeld voorlidstaten die in de financiële problemen dreigen te komen en heeft alsvoorwaarde dat lidstaten zich houden aan de beleidsvoorwaarden van eenleningenprogramma of een preventieve kredietlijn van het ESM. Daarmeezou het OMT ingezet kunnen worden wanneer structurele verschillentussen lidstaten de oorzaak zijn van oplopende renteverschillen.Bij het besluit tot aankopen van staatsobligaties onder TPI neemt de ECBeen aantal criteria in overweging, om na te gaan of landen gezondbegrotings- en macro-economisch beleid voeren. Lidstaten mogen niet ineen buitensporigtekortprocedure zitten óf moeten voldoen aan deaanbevelingen van de Raad van de Europese Unie (de Raad) om hetbuitensporige tekort terug te dringen, en de staatsschuld moet houdbaarzijn. Daarnaast mogen landen niet in een procedure bij buitensporigemacro-economische onevenwichtigheden zitten of moeten zij voldoen aanaanbevelingen van de Raad om deze onevenwichtigheden te adresserenbinnen deze procedure. Tot slot moeten ze voortgang blijven boeken opde mijlpalen en doelen zoals vastgelegd in hun herstel- en veerkracht-plannen, en moeten ze voldoen aan de landspecifieke aanbevelingen vande Raad op gebied van het begrotingsbeleid.Het is aan de ECB om deze criteria in overweging te nemen bij debesluitvorming omtrent eventuele inzet van het TPI. Zowel het OMT alshet TPI zijn tot op heden nog niet geactiveerd door de ECB.Landen met financiële problemen zoals Frankrijk voldoen toch bijna perdefinitie niet aan de randvoorwaarden: «voldoen aan de Europesebegrotingsregels, geen macro-economische onevenwichtigheden kennen,houdbare overheidsfinanciën hebben en verstandig macro-economischebeleid voeren»?Dit zijn toch hele onlogische voorwaarden en vergelijkbaar met desituatie, dat u slechts bij de dokter mag komen, als u niet ziek bent? En alsu ziek bent mag u niet bij de dokter komen, maar moet u eerst zelf beterworden. Kan de Minister hierop ingaan? Kan overwogen worden om devoorwaarden voor TPI-hulp aan te passen?Laat ik vooropstellen dat de ECB onafhankelijk is en dat ik daaromterughoudend ben met uitspraken over het beleid van de ECB. Het TPI isingesteld voor wanordelijke rentebewegingen die niet het gevolg zijn vanstructurele factoren. Het TPI is daarmee geen instrument om structureleproblemen in lidstaten te verhelpen. Hiervoor zijn andere instrumentenvoorhanden, zoals financiële steunprogramma’s vanuit het ESM.Klopt het dat het OMT deze merkwaardige randvoorwaarden niet had enjuist bedoeld was voor zieke patiënten? Is het OMT nog steeds in werking?Kan de Minister in de Eurogroep en/of de Ecofinraad navragen of het OMTTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213418 nog steeds ingezet kan worden in noodgevallen, bijvoorbeeld als debudgettaire situatie in Frankrijk nog verder uit de hand loopt?Het OMT is bedoeld voor lidstaten die in de financiële problemen dreigente komen en heeft als voorwaarde dat lidstaten zich houden aan debeleidsvoorwaarden van een leningenprogramma of een preventievekredietlijn van het ESM. Het OMT kan daarmee ingezet worden in situatieswaarin structurele factoren de oorzaak zijn van rentebewegingen, en blijftzo beschikbaar als noodmaatregel. De ECB heeft bij de introductie van hetTPI specifiek genoemd dat het OMT-programma beschikbaar blijft. Ik ziedaarom geen noodzaak om dit na te vragen in de Eurogroep en/ofEcofinraad.De leden van de NSC-fractie vragen wat de gevolgen zullen zijn alsFrankrijk volgend jaar 22 miljard in plaats van 44 miljard euro bezuinigt.Zal Nederland zich in dat geval inzetten voor boetes in het kader van hetSGP?Het is onduidelijk wat de gevolgen zijn van het afwijzen van de bezuini-gingen van 44 miljard. Lidstaten binnen de eurozone dienen elk jaaruiterlijk op 15 oktober een ontwerpbegrotingsplan in bij de EuropeseCommissie. Dit bevat ook de stand van zaken van het uitgavenpad en eenupdate van het macro-economisch beeld. Deze ontwerpbegroting kan eenindicatie geven van de ontwikkeling van het Franse uitgavenpad. Innovember zal de Europese Commissie opnieuw onderzoeken of lidstaten,waaronder Frankrijk, effectieve actie hebben ondernomen om debuitensporige tekorten te corrigeren. Dit onderzoek zal meer duidelijkheidscheppen over wat de gevolgen zijn van de Franse bezuinigingsplannenvoor hun uitgavenpad. Eventuele Raadsaanbevelingen hierover liggennaar verwachting voor in de Ecofinraad van december 2025Nederland blijft ten algemene inzetten op gedegen implementatie van hetSGP. In dat kader hecht Nederland belang aan een effectieve handhavingvan de begrotingsregels.De leden van de NSC-fractie hebben enkele vragen met betrekking totstablecoins en de digitale euro.Wat zijn de ervaringen tot nu toe met digitale munten in Jamaica, Nigeriaen de Bahama’s?In Jamaica, Nigeria en de Bahama’s is een eerste versie van digitaalcentralebankgeld (CBDC) uitgerold, waarmee deze jurisdicties tot een vande eersten behoren die tot officiële uitgifte zijn gekomen. In de Bahama’sis de SandDollar uitgegeven door de centrale bank, in Nigeria is de e-nairauitgerold en de Jamaicaanse variant van digitaal centralebankgeld is deJAM-DEX. Het gebruik van deze vormen van CBDC lijkt nog beperkt. Zorapporteerde de centrale bank van Nigeria dat de eNaira 0,38% van detotale valuta in omloop behelsde20. Voor de JAM-DEX en de SandDollarzijn deze cijfers niet voor handen. In alle gevallen geldt dat de CBDC nogdoor wordt ontwikkeld, bijvoorbeeld om toegankelijk te worden aan detoonbank of om in verschillende wallets beschikbaar te worden.In hoeverre kunnen stablecoins een bedreiging zijn voor de monetairestabiliteit? Klopt het dat dit alleen het geval zal zijn indien deze op groteschaal als direct betaalmiddel (dus zonder eerst in te wisselen voor euro’s)worden gebruikt? Zijn er aanwijzingen voor een dergelijk scenario?Anders zou dit toch kunnen leiden tot hyperinflatie als gevolg van20Central Bank of Nigeria (2024). Economic Report 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213419 stablecoins? Welk juridisch verschil zit er tussen het produceren vanstablecoins en valsemunterij?De Europese Markten in Crypto Activa verordening (MiCAR) bevatwaarborgen om te voorkomen dat in buitenlandse valuta gedenomi-neerde stablecoins een risico kunnen vormen voor de monetaire stabiliteitvan de eurozone. MiCAR geeft de bevoegdheid aan de Europese CentraleBank (ECB) om restricties op te leggen aan het gebruik van in buiten-landse valuta gedenomineerde stablecoins in de EU. Van een dergelijkscenario is op dit moment geen sprake. De verwevenheid tussen destablecoinmarkten en de traditionele financiële sector is nog beperkt.Vanwege het goed functionerende betalingsverkeer en de betrouwbarefinanciële instellingen in de EU is naar verwachting het risico dat deadoptie van (buitenlandse) stablecoins het gebruik van de euro onder drukzet binnen de EU beperkt.Stablecoins zijn cryptoactiva die een stabiele waarde trachten tebehouden door te verwijzen naar een andere waarde, zoals bijvoorbeeldgoud of een mandje van activa (activagerelateerde tokens) of naar eenofficiële valuta (e-moneytokens). Bij een stablecoin is dus geen sprake vanhet namaken van een officiële valuta, maar van een cryptoactivum dat eenonderliggende waarde vertegenwoordigt.De leden van de NSC-fractie merken op dat mevrouw Lagarde gemeen-schappelijke schulden voor publieke goeden zoals defensie bepleit.Betekent dit nieuwe schulden die de Europese Unie als geheel aangaat?Betekent dit een derde ronde in de richting van een schuldenunie, waarinNederland voor 5,9% garant staat?Zoals bekend is het kabinet is geen voorstander van het aangaan vangemeenschappelijke schulden voor nieuwe Europese instrumenten.Welke kansen en bedreigingen ziet het kabinet als gevolg van deAmerikaanse GENIUS-wet? Kan het kabinet ingaan op de verschillentussen MiCAR en GENIUS? Kan het kabinet specifiek ingaan op het risicoop valutasubstitutie en digitale «dollarisatie»? En vormt de digitale euroeen probaat antwoord op de risico’s?Het Amerikaanse wetgevend kader voor de stablecoins (ook wel: deGENIUS-wet) is in juli van dit jaar aangenomen. Voor de GENIUS-wetgeldt dat op een aantal punten in lagere regelgeving nog duidelijkheidmoet komen over de precieze wetgeving. MiCAR en de GENIUS-wetkennen op een aantal punten overeenkomsten, zoals ten aanzien vanprudentiële vereisten, het inwisselen van stablecoins naar fiat-valuta eneen vergunningplicht. Op een aantal punten is ook sprake van verschillen.Zo moeten activareserves onder MiCAR aangehouden worden alsbankdeposito’s terwijl dit onder de GENIUS-wet in de praktijk vaak zalgebeuren in de vorm van kort lopende staatsobligaties. Daarnaast kunnenonder de GENIUS-wet meer typen organisaties een vergunning aanvragenvoor de uitgifte van stablecoins. Het is op dit moment nog te vroeg om deimpact van het Amerikaanse beleid te bepalen.In tegenstelling tot een stablecoin, is een digitale euro geen vorm vancrypto. Een digitale euro is een digitale vorm van contant geld, zoals debankbiljetten en munten die we kennen. Net als contant geld wordt eendigitale euro uitgegeven door de centrale bank en niet door een privatepartij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213420 Mochten stablecoins gekoppeld aan de dollar sterk in gebruik toenemen,dan kan een retail digitale euro in de eurozone een digitaal, publiekalternatief zijn voor deze stablecoins en de afhankelijkheid van hetEuropese betalingsverkeer van stablecoins kunnen verkleinen. De digitaleeuro is door verschillende ontwerpkeuzes slechts beperkt een alternatiefvoor stablecoins. De onderhandelingen in Brussel over de digitale eurorichten zich namelijk op een retail digitale euro, bedoeld als betaalmiddelvoor consumenten. De retail digitale euro zal onderworpen zijn aanmaximale aanhoudingslimieten om te waarborgen dat deze als betaal-middel wordt gebruikt. Ook zal deze gebruikt worden voor betalingen inhet eurogebied. Deze kenmerken maken dat de retail digitale euro heteventuele gebruik van stablecoins niet in zijn geheel zou kunnenvervangen, omdat de digitale euro niet dezelfde toepassingen heeft.De ECB treft daarnaast voorbereidingen voor het ontwikkelen van eenwholesale-variant van de digitale euro voor betalingen tussen financiëleinstellingen. Het gaat hierbij om een afwikkelsysteem voor transactiestussen grote financiële instellingen aan de achterkant van ons betalings-verkeer. Denk hierbij aan banken die deelnemen aan TARGET-diensten.Afhankelijk van de precieze vormgeving kan de wholesale-variant in detoekomst mogelijk transacties in stablecoins gekoppeld aan de eurosneller en veiliger maken. Daarmee zou het gebruik van stablecoinsgelinkt aan de euro mogelijk aantrekkelijker kunnen worden, in verge-lijking met stablecoins gelinkt aan de dollar.Biedt de MicA-verordening toereikende mogelijkheden om de risico’s vanstablecoins het hoofd te bieden? Is Nederland voorstander van meercentraal toezicht op stablecoins (door ESMA)? Hoe taxeert het kabinet derisico’s van dual issuance stablecoins?MiCAR stelt prudentiële eisen aan uitgevers van stablecoins om risico’svoor de financiële stabiliteit te voorkomen. Zo zijn uitgevers vanstablecoins ertoe verplicht om voor elke stablecoin die zij uit hebben staanéén op één activareserves aan te houden in de onderliggende fiat-valuta.Deze reserves moeten gescheiden zijn van het eigen vermogen en er maggeen rente betaald worden over deze stablecoins. Als een uitgever vaneen stablecoin als significant wordt aangemerkt, zal het toezicht op deuitgever overgedragen worden aan de Europese Banken Autoriteit (EBA).Op dit moment is de verwevenheid tussen de stablecoinmarkten en detraditionele financiële sector nog beperkt. Ontwikkelingen op destablecoinmarkten die gevolgen kunnen hebben voor de financiëlestabiliteit worden gemonitord door internationale overleggen zoals deFinancial Stability Board. Hierop is Nederland aangesloten en ook DeNederlandsche Bank (DNB) draagt hier actief aan bij. Op dit moment heefthet kabinet geen signalen dat de stablecoinmarkten een dusdanige groeidoormaken dat sprake is van een risico voor de financiële stabiliteit.Nederland is voorstander van meer Europees toezicht op cryptoactivavanwege het grensoverschrijdende karakter van de cryptoactivamarkten.Het kabinet bekijkt nog welke vormgeving daarvoor wenselijk en mogelijkzou zijn. Naar verwachting wordt dit onderwerp ook meegenomen bij deevaluatie van MiCAR, welke in 2027 gepubliceerd zal worden.Het uitgeven en universeel inwisselbaar maken van stablecoins inmeerdere jurisdicties (ookwel: dual issuance of multi issuance vanstablecoins) kan leiden tot risico’s voor de financiële stabiliteit zolang ditniet goed gereguleerd is. Op dit moment is nog onderwerp van discussieof dual issuance is toegestaan onder MiCAR. Het kabinet heeft in deEurogroep steun uitgesproken om eerst nader onderzoek te doen naarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213421 dual issuance voordat een uitspraak gedaan wordt of dit toegestaan isonder MiCAR.De leden van de NSC-fractie merken op dat het VK, Canada en Zuid-Koreahun CBCD hebben gepauzeerd, terwijl de VS mogelijk een expliciet verbodaannemen. Waarom doen deze landen dat?In het Verenigd Koninkrijk is nog geen besluit genomen over het al danniet introduceren van een digitale pond. De Bank of England doet welonderzoek naar de technologie en het mogelijke ontwerp ervan. Daarnaastzal het Verenigd Koninkrijk gaan experimenteren met een Digital PoundLab, waar sectorpartijen en de centrale bank zullen experimenteren metde digitale pond in een gesimuleerde omgeving21. De Bank of Canadaheeft onderzoek naar de digitale Canadese dollar inderdaad afgeschaalden heeft daarbij aangegeven dat het aan de Canadezen en hun volksverte-genwoordigers is of er een digitale Canadese dollar moet komen of niet22.De Bank of Korea heeft nog geen besluit genomen over het uitgeven vancentralebankgeld, maar is met het oog op de lange duur van de ontwerp-en ontwikkelfase wel een pilot gestart om de techniek te onderzoeken23.In de Verenigde Staten heeft president Trump een decreet ondertekendom onderzoek en ontwikkeling van centralebankgeld door de FederalReserve stop te zetten24. Als redenen worden genoemd dat de stabiliteitvan het financiële systeem, de privacy van het individu en de soeverei-niteit van de Verenigde Staten door de komst van CBDC worden bedreigd.Moet de uitgifte van in euro gedenomineerde stablecoins, naar de meningvan het kabinet, gestimuleerd worden?Sinds begin dit jaar is MiCAR geïmplementeerd in de EU waarmee onderandere ook stablecoins gereguleerd worden. MiCAR stelt onder meerprudentiële eisen ten aanzien van de bescherming van consumenten. Ditis belangrijk want stablecoins zijn relatief nieuwe en risicovolle producten.Tegelijkertijd bieden de regels uit MiCAR ook zekerheid aan cryptoactiva-dienstverleners en consumenten. Die zekerheid biedt ruimte voorcryptoactivadienstverleners om te innoveren. Het kabinet is voorstandervan een strenge regulering van stablecoins, zoals opgenomen in MiCAR,maar ziet ook het belang van innovatie.Zoals al eerder vermeld, zal in 2027 MiCAR geëvalueerd worden door deEuropese Commissie. Het kabinet vindt een tijdige en grondige evaluatievan MiCAR, waaronder ook de regelgeving ten aanzien van de uitgifte vanstablecoins, van belang.Heeft het kabinet een voorkeur voor publieke of private blockchain voorde digitale euro? Kan de Minister daarbij specifiek ingaan op de privacy-dimensie?Het kabinet heeft geen vastgestelde positie ten aanzien van een publiekeof private blockchain. Het kabinet vindt het passend dat de ECB detechnische infrastructuur voor de digitale euro verzorgt, als er een politiekakkoord is. Dit zal de ECB in samenwerking met private partijen en/ofnationale centrale banken doen. In dat kader is de ECB in voorbereidingop de mogelijke komst van de digitale euro bezig met aanbestedingspro-21Bank of England (2025). The Digital Pound.22Bank of Canada (2025). A Digital Canadian Dollar: What we heard 2020–23 and what comesnext.23Bank of Korea (2025). Central Bank Digital Currency.24The White House (2025). Strengthening American Leadership in Digital Financial Technology.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213422 cedures voor de bouw van deze infrastructuur. De verwachting is dat deECB deze procedures voor het eind van 2025 afrondt25. Ik vind het nietwenselijk om eisen over de technologie voor een digitale euro op tenemen in de verordening, hoewel wel glashelder moet zijn dat de digitaleeuro zoveel mogelijk op basis van state-of-the-art technologie wordtontwikkeld.Wat betreft privacy is het kabinet van mening dat de digitale euro eenhoog niveau van privacy moet garanderen. Voor offline functionaliteitenwordt in Europees verband daarom gepleit voor een hoger niveau vanprivacy dan andere digitale betaalmethoden. Ook online betalingen metde digitale euro moeten tenminste hetzelfde niveau van privacy hebbenals bestaande digitale betaalmethoden. In de conceptverordening staansterke waarborgen omtrent privacy.Wat is de appreciatie van het kabinet van de oproep van Lagarde tot een«global euro» moment?Recente volatiliteit op de financiële markten heeft onderstreept dat eengrote afhankelijkheid van buitenlandse valuta gepaard kan gaan metpotentiële risico’s. Een grotere internationale rol van de euro reduceertdeze afhankelijkheid. Vergroting van de internationale rol van de euro kanvoordelen opleveren in termen van grotere monetaire autonomie, lageretransactie-, risicomanagement- en financieringskosten en een lageregevoeligheid voor buitenlandse wisselkoersschokken.Het kabinet is van mening dat een grotere internationale rol van de eurohet best kan worden bevorderd door middel van langdurig gezondeconomisch en begrotingsbeleid in de individuele lidstaten. In aanvullingdaarop kunnen maatregelen die de institutionele fundamenten van deeuro versterken en zo de geloofwaardigheid en duurzaamheid van demunt bestendigen bijdragen aan het vergroten van de internationale rolvan de euro. Ook kunnen aanvullende maatregelen bijdragen aan hetvergroten van de internationale rol van de euro. Daarbij kan gedachtworden aan het bevorderen van het gebruik van de euro in internationalegrondstoffenmarkten en financiële markten en met name het verderversterken van de kapitaalmarkunie.Het kabinet verwelkomt in dat kader de periodieke besprekingen in deEurogroep over de internationale rol van de euro en blijft het belangbenadrukken van maatregelen die gezonde overheidsfinanciën eneconomische groei bevorderen.De leden van de NSC-fractie vragen voorts wat de stand van zaken is metbetrekking tot de confiscatie van de 260 miljard euro aan Russischetegoeden. Wat verzet zich hier nog tegen? Deelt de Minister de mening datdit de oorlog kan doen kantelen in de goede richting? En tegelijkertijdEuropa weer een grote rol kan geven in he geo-politieke krachtenveld,zodat Europa een grotere rol kan spelen in het vredesproces, waarin hetnu een bijrol speelt?De stappen richting eventuele confiscatie van de tegoeden moeten in EU-en G7-verband worden genomen. Er is op dit moment echter onvol-doende internationale steun om verdere stappen te zetten richtingconfiscatie van de onderliggende tegoeden. Meerdere eurolanden zijnterughoudend, omdat zij vrezen voor nadelige gevolgen voor de gemeen-schappelijke munt. Ook is er internationaal nog geen consensus over dejuridische grondslag op basis waarvan de tegoeden kunnen worden25ECB (2025). Progress on the preparation phase of a digital euro.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213423 geconfisqueerd. Daarbij zouden een aantal landen confiscatie van detegoeden pas willen overwegen als onderdeel van de onderhandelingenover een vredesakkoord. Gedegen onderzoek naar de juridische, enfinancieel-economische mogelijkheden en risico’s blijft daarom vanbelang.Ook wordt er gekeken naar andere aanvullende mogelijkheden om opbasis van de bevroren tegoeden Oekraïne van steun te voorzien zonder totconfiscatie over te gaan, zoals aangekondigd door Commissie-voorzitterVon der Leyen tijdens haar Staat van de Unie-toespraak. De preciezeuitwerking hiervan is nog niet duidelijk.Het is van belang om Oekraïne sterk te positioneren met het oog opmogelijke toekomstige vredesonderhandelingen. Duidelijk is dat Europahierbij verantwoordelijkheid voor haar eigen veiligheid moet nemen. Indat kader is de discussie over het nemen van eventuele aanvullendemaatregelen op basis van de bevroren tegoeden relevant. Het kabinetblijft zich inspannen om de discussies met internationale partners aan tejagen over de opties en het adresseren van de risico’s.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de vergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad van 19 en20 september 2025. De leden hebben naar aanleiding daarvan een aantalvragen.De leden van de BBB-fractie merken op dat de Minister schrijft datNederland het van belang vindt dat lidstaten hervormingen doorvoerenom hun duurzame groeipotentieel te verhogen en dat aandacht voor dehoudbaarheid van de overheidsfinanciën van belang blijft.Deze leden hebben naar aanleiding daarvan de volgende vragen:Hoe weegt de Minister de ontwikkelingen in Frankrijk in deze context?Frankrijk staat voor een grote opgave om de overheidsfinanciën weer oporde te brengen. Hiervoor is het van belang dat er snel een begrotingkomt waarin het tekort op duurzame wijze wordt teruggebracht.Leidt de situatie in Frankrijk wat de Minister betreft tot een verwateringvan de begrotingsdiscipline in andere landen van Europa? Wat gaat deMinister doen om ervoor te zorgen dat andere EU lidstaten daadwerkelijkhervormen en hun overheidsfinanciën onder controle krijgen?Lidstaten hebben in het kader van de Economische en Monetaire Unieafspraken gemaakt over de coördinatie van het economisch beleid en hetbevorderen van gezonde overheidsfinanciën. Dit vertaalt zich onder meerin de landspecifieke aanbevelingen die de Raad jaarlijks aanneemt in hetkader van het Europees Semester, en in de afspraken die zijn vastgelegdin de Europese begrotingsregels. Voor de begrotingsdiscipline blijft hetvan belang dat Europese begrotingsregels effectief worden gehandhaafd.In dat kader blijft Nederland inzetten op gedegen implementatie eneffectieve handhaving van deze regels.Wat is op korte termijn de verwachte inzet van de Commissie op dit punt?In november zal de Europese Commissie onderzoek doen naar hetbestaan van buitensporige tekorten en onderzoeken of lidstaten voor wiede Raad reeds een buitensporig tekort heeft vastgesteld, effectieve actieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213424 hebben ondernomen om de buitensporige tekorten te corrigeren.Eventuele Raadsaanbevelingen hierover liggen naar verwachting voor inde Ecofinraad van december 2025.Wat is de huidige omvang van de Nederlandse garanties voor Europeseprojecten zoals het ESM en NEXTGEN EU? Kan de Minister daarin eenuitputtend overzicht verschaffen?Een overzicht van alle Europese garantieregelingen die leiden tot risico’svoor de Nederlandse begroting is opgenomen in Bijlage 13 bij deMiljoenennota. Het meest actuele overzicht hiervan komt beschikbaar bijde publicatie van de Miljoenennota 2026.Hoe verloopt het terugbetalingsplan voor NEXTGEN EU? Zullen eigen EUmiddelen of extra belastingen (hoe onwenselijk ook wat leden van deBBB-fractie betreft) daarin dekkend zijn naar verwachting?De volledige terugbetaling van NGEU is voorzien voor het einde van 2058,conform de afspraken die bij het instellen van het NGEU zijn gemaakt.26 Inhet voorstel van de Europese Commissie voor het volgende MeerjarigFinancieel Kader (MFK), dat op 16 juli jl. is gepresenteerd, heeft deCommissie een bedrag van 168 miljard euro opgenomen voor de periodevan 2028–2034 (de looptijd van het volgende MFK) voor de betaling vanrente en aflossing van het NGEU. Dit zal betaald worden uit deEU-begroting. In welke mate nieuwe eigen middelen daaraan zullenbijdragen, zal onderdeel zijn van de onderhandelingen over het volgendeMFK die dit najaar aanvangen, en naar verwachting pas in 2027 zullenworden afgerond. Daarbij is het belangrijk om op te merken dat nieuweeigen middelen niet noodzakelijk zijn voor de terugbetaling van deNGEU-leningen. Het bestaande stelsel van eigen middelen is in staat omde terugbetaling te financieren.In hoeverre loopt Nederland het risico ook de garanties van bijvoorbeeldFrankrijk te zullen moeten dekken wanneer de extra EU middelenonvoldoende dekkend zijn en Frankrijk (maar mogelijk ook anderelidstaten) op termijn niet kunnen terugbetalen?Het kabinet ziet geen aanleiding waarom EU-lidstaten niet aan hunbetalingsverplichtingen richting de EU zullen voldoen.Verwacht de Minister dat de ECB het TPI programma zal lanceren als ookde nieuwe Franse regering er niet in slaagt financiële hervormingen doorte voeren?Het TPI stelt de ECB in staat om tijdelijk staatsobligaties aan te kopen vanlanden die te maken krijgen met wanordelijke rentebewegingen die nietverklaard kunnen worden door structurele factoren en die de monetairetransmissie kunnen ondermijnen. Momenteel is er geen sprake vanwanordelijke en zelfversterkende rentebewegingen. De Franse rente is allangere tijd hoog als gevolg van de politieke onrust en het uitblijven vanfinanciële hervormingen. De hoge rente reflecteert toegenomen begro-tingsrisico’s. ECB-president Lagarde noemde tijdens de ECB-pers-conferentie van 11 september dat Europese staatsobligatiemarkten naarbehoren functioneren. Lagarde gaf aan er vertrouwen in te hebben dat deonzekerheid zal worden teruggebracht, en dat alle overheden in deeurozone zich zullen houden aan de Europese begrotingsregels. Eeneventuele inzet van het TPI is volgens Lagarde dan ook niet aan bodgekomen tijdens de vergadering van de Governing Council.26Europese Raadsconclusies, 17–21 juli 2020.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213425 De leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister het volgende schrijftover de Europese regeldruk:«Het kabinet verwelkomt dat de Commissie aandacht heeft voor devereenvoudiging van regels en het verminderen van regeldruk, onderandere door middel van een aangekondigde serie van omnibusvoorstellengericht op het verminderen van lasten en onnodige regeldruk. Ook voorhet kabinet is het verlichten van regeldruk een prioriteit, zodat onrecht-vaardige barrières weg kunnen worden genomen en daarmee de internemarkt wordt versterkt. Het kabinet verwelkomt daarom deze inspanningenom de regeldruk te verminderen door bijvoorbeeld rapportagevereistenvan verschillende wetten te stroomlijnen, zonder de daarmee verbandhoudende beleidsdoelstellingen te ondermijnen. Voorspelbaarheid enrechts- en investeringszekerheid voor bedrijven en betrouwbaarheid vanhet (Europese) wetgevingsproces blijven daarbij een belangrijkaandachtspunt.»De leden van de BBB-fractie hebben naar aanleiding daarvan de volgendevragen:Welke inzet pleegt de Commissie om regeldruk en rapportagevereisten teverminderen naast de CSRD?CSRD werd eerder uitgesteld voor kleine bedrijven, wat natuurlijk positiefis, maar in grotere lijnen zien we dat de regeldruk voor bedrijven alleenmaar toeneemt, vaak ook veroorzaakt door Brussel. Volgens een recenteverkenning is een MKB-ondernemer gemiddeld 26 uur per maand kwijtaan het voldoen aan Europese rapportageverplichtingen. In sectoren alsindustrie en landbouw kan dit oplopen tot 40 uur per maand. Wat denkt deMinister hieraan te kunnen doen? Het is immers Europees beleid. Eenambitie uitspreken is goed, maar deze leden zijn ook benieuwd met watvoor strategie de regering komt om die 40 uur omlaag te brengen.Het aanpakken van onnodige regeldruk door EU regelgeving is eenbelangrijk onderdeel van het Actieprogramma Minder Druk Met Regels,dat door het kabinet eerder is vastgesteld. Nederland werkt dan ook actiefsamen met andere lidstaten en de Europese Commissie aan zowel hetvoorkomen van onnodige nieuwe regeldruk als het aanpakken vanknelpunten in bestaande regelgeving. Bijvoorbeeld door in te zetten opsystematisch gebruik van impact assessments bij nieuwe voorstellen endoor bestaande regelgeving tegen het licht te houden, met name dooromnibusvoorstellen. Het kabinet zal regeldruk ook zwaarder latenmeewegen bij standpuntbepalingen over EU-regelgeving. Voor dat doel isde nieuwe adviestaak van ATR bij de totstandkoming van BNC-fiches vangroot belang.Daarbij zal het kabinet regeldruk ook zwaarder laten meewegen inonderhandelingen over EU-regelgeving. Zo is er eerder een Raadsakkoordbereikt op het Omnibus I-voorstel dat ziet op versimpeling van ondereandere de CSRD-richtlijn. Tijdens de onderhandelingen heeft het kabinetzich ingezet om de regeldruk die volgt uit rapportageverplichtingen teverminderen. Met dit akkoord wordt de reikwijdte van het richtlijnvoorstelfors beperkt, waardoor ondernemingen die minder dan 1.000medewerkers en een netto-omzet van minder dan 450 miljoen eurohebben, niet meer vallen onder de rapportageverplichting.MKB-ondernemingen zijn daarmee uitgesloten van de rapportagever-plichting. Ook zijn de mogelijkheden voor zal de uitvraag van informatiedoor rapportageplichtige ondernemingen aan niet-rapportageplichtigeondernemingen, waaronder het MKB, verder worden beperkt. Zij mogenniet méér uitvragen dan is toegestaan op basis van de nog vast te stellenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213426 vrijwillige standaard van de Commissie die ook geldt voor vrijwilligerapportages. Daarnaast staat, mede naar aanleiding van de kabinetsinzet,in het Raadsakkoord een lidstaatoptie die vrijstelling geeft aan onderne-mingen die nu rapporteren, terwijl zij in de toekomst niet meer onder dereikwijdte vallen van de CSRD. Het kabinet zal zich ook blijven inzetten omde regeldruk verder te beperken door onder meer de ESRSen teversimpelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213427

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 26330bd0ca629dd5

14 okt 2026 · ac2f3f9bdd180b10

Documentversies en bestanden

Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.

Historische bestandscontext niet beschikbaar. De gekozen brontekst blijft ongewijzigd.

Bijlagen

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Bij dit hoofddocument

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie