KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op een verzoek, gedaan tijdens het commissiedebat Sport en Bewegen van 30 juni 2026, over zwemles en DUMAVA-regeling

22 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 813e067d99a0ea0a · officiële bron

30234 Toekomstig sportbeleid Nr. 457 Brief van de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 22 september 2026 Hierbij stuur ik u, zoals toegezegd tijdens het Commissiedebat Sport en Bewegen van 30 juni 2026 (Kamerstuk 30234,nr. 444), een brief waarin ik inga op uw vragen over zwemles en de DUMAVA-regeling. Zwemles Tijdens het Commissiedebat Sport en Bewegen sprak uw Kamer uit dat twee moties niet of onvoldoende waren opgevolgd. Het ging daarbij om: Motie van de leden Maeijer (PVV) en Van Nispen (SP) over een concreet plan om de wachtlijsten voor het zwem-ABC terug te dringen.[voetnoot 1] Gewijzigde motie van de leden Van Nispen en Mohandis (PRO) over in overleg met het onderwijs scenario's opstellen om schoolzwemmen op termijn weer in te voeren.[voetnoot 2] Graag licht ik toe hoe de moties zijn opgevolgd door mijn ambtsvoorgangers. In reactie op de motie van de leden Maeijer en Van Nispen zijn in 2023 diverse maatregelen genomen om de wachtlijsten voor zwemles terug te dringen. Dit is aan uw Kamer gemeld in de Kamerbrief Aanpak wachtlijsten zwemles en landelijk dekkend aanbod.[voetnoot 3] In deze brief werden de volgende maatregelen beschreven: Pilot zwemles en regeling School en omgeving, Human capital in de zwembranche, Next generation lifeguards. Deze werden aangevuld met diverse vormen van flankerend beleid zoals inzet op accommodaties en ondersteuning van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Deze maatregelen hebben niet in alle gemeenten de druk op de zwemles verlicht. En tegelijkertijd is het nog altijd de opvatting van het kabinet dat het aanbod van zwemlessen om te leren zwemmen een vrije markt is. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbare badwater, zwemlesaanbieders maken daar naar eigen inzicht gebruik van. De gewijzigde motie van de leden Van Nispen en Mohandis over het opstellen van scenario’s om schoolzwemmen op termijn weer in te voeren heeft de toenmalig Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport opvolging gegeven met zijn reactie in de Kamerbrief Zwemmen in Nederland.[voetnoot 4] Hij schreef in deze brief dat het bijgevoegde onderzoek liet zien dat de belasting voor het onderwijs en de huidige rijksbegroting geen van de onderzochte scenario’s toelaat. In het commissiedebat van 30 juni 2026 vroeg het lid Dobbe waarom scenario 5 en 6 niet verder verkend zijn of onderzocht kunnen worden in een pilot. In de Verzamelbrief Sport en Bewegen 2025[voetnoot 5] beschreef mijn voorganger op welke wijze een vervolg van de scenario’s onderzocht zijn. Ik licht u graag toe waarom deze niet verder verkend zijn. Het gaat daarbij om de volgende scenario’s: Scenario 5: Diplomazwemmen voor kinderen zonder A-diploma buiten onderwijstijd in groep 6, georganiseerd door gemeenten. Scenario 6: Scholen organiseren zwemmomenten en koppelen leerlingen zonder A-diploma aan lokaal zwemaanbod. Voor scenario 5 geldt dat de kosten zijn geraamd op 40 miljoen euro per jaar voor de Rijksoverheid. Het onderwijs heeft in dit scenario een rol in het uitvragen en registreren van zwemdiploma’s. Daarnaast brengt het onderwijs de mogelijkheden voor zwemles actief onder de aandacht. De kosten voor scenario 6 zijn geraamd op 38 à 52 miljoen euro per jaar voor de Rijksoverheid. De bandbreedte komt voort uit de keuze van de school of dit zwemmoment ingepast wordt in de reguliere gymles of dat het aanvullend op de onderwijstijd is.[voetnoot 6] Klassen verliezen daarom 2 tot 11 uur onderwijstijd voor andere vakken. Zoals de voormalige Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport aan uw Kamer liet weten, zijn beide scenario’s op dit moment niet haalbaar gezien de inspanningen die ook bij deze scenario’s verwacht worden van het onderwijs en de jaarlijkse kosten voor de Rijksoverheid. Zwemmen is een verantwoordelijkheid van ouders. Op dit moment verlaat 94 procent van de kinderen de basisschool met één of meer zwemdiploma’s. Tegelijkertijd ondersteunt de Rijksoverheid waar mogelijk ouders en kinderen voor wie leren zwemmen niet vanzelfsprekend is. Door onder andere vanuit het Nationaal Plan Zwemveilig in te zetten op voorlichting, betere zwemles en veilige zwemlocaties. En door een jaarlijkse bijdrage aan het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Vanuit dit fonds ontvingen de afgelopen jaren ruim 20.000 kinderen ondersteuning voor het volgen van zwemles. Ik ben daarom voornemens om het Jeugdfonds Sport en Cultuur, mede vanwege dit belangrijke werk, dit najaar van aanvullende middelen te voorzien. Deze middelen zijn specifiek bedoeld voor de ondersteuning van zwemles. Het gaat hierbij om een incidentele aanvulling van 500.000 euro, bovenop de incidentele aanvulling van 400.000 euro naar aanleiding van het amendement van het lid Mohandis (PRO)[voetnoot 7]. De reguliere jaarlijkse bijdrage van het Ministerie van VWS aan Jeugdfonds Sport en Cultuur ten behoeve van zwemmen van 340.000 euro zou daarmee neerkomen op 1.240.000 euro in 2026. Wijziging DUMAVA In de Kamerbrief sport en bewegen 2025 is mijn ambtsvoorganger ingegaan op de motie van de leden Van Dijk (CDA) en Van Nispen (SP) die de regering verzoekt de regels voor de subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) aan te passen zodat deze meer gelijk gaat lopen met de oorspronkelijke BOSA, waaronder de aanpassing waardoor deze ook ingezet kan worden voor nieuwbouw van sportaccommodaties.[voetnoot 8] Kern van de reactie was dat de DUMAVA een subsidieregeling is die zich expliciet richt op de verduurzaming van bestaand maatschappelijk vastgoed, en dat – ondanks het dictum van de motie - een verbreding van de regeling naar nieuwbouw niet aan de orde is. In de reactie is ook toegezegd de Kamer te informeren zodra meer duidelijk is over de evaluatie van de DUMAVA en de voorgenomen wijzigingen van deze regeling.[voetnoot 9] Op 6 juli jl. heeft de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de Kamer geïnformeerd over de voortgang en evaluatie van de DUMAVA.[voetnoot 10] Hieruit blijkt dat de regeling doeltreffend is en veel gebruikers tevreden zijn over de regeling. Er is door amateursportorganisaties in 2025 voor in totaal € 6 miljoen aan DUMAVA-subsidie aangevraagd. Ook is ruim € 35 miljoen aan subsidie aangevraagd door gemeenten voor gebouwen met een sportfunctie. De aanbevelingen in de evaluatie zijn grotendeels verwerkt in de onlangs gepubliceerde wijzigingsregeling.[voetnoot 11] Zo is het minimum subsidiebedrag per aanvraag omlaag gegaan, zodat ook kleinere projecten in aanmerking komen voor subsidie. Dit maakt het voor veel sportverenigingen makkelijker om DUMAVA aan te vragen. Uit de evaluatie bleek namelijk dat dit voor veel sportverenigingen een drempel was. Het minimumbedrag is nu € 2.500 in plaats van € 5.000, wat sportverenigingen al gewend zijn van de BOSA. Daarnaast zijn de voorwaarden voor isolerend glas en zonnepanelen eenvoudiger en is de voorwaarde die in bepaalde gevallen van toepassing is om van het gas af te gaan, versoepeld. Daarom heb ik er vertrouwen in dat nog meer sportverenigingen dit jaar de weg naar de DUMAVA weten te vinden. Uit de volgende evaluatie en monitoring van de regeling zal blijken hoeveel sportverenigingen en gemeenten voor welk bedrag subsidie hebben aangevraagd. Met bovenstaande toelichting beschouw ik de toezeggingen om u nader te informeren over wachtlijsten voor zwemles[voetnoot 12], scenario’s voor schoolzwemmen[voetnoot 13] en de DUMAVA-systematiek[voetnoot 14] afgedaan. De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk Kamerstukken II 2022/23, 36 200-XVI, nr. 156. Kamerstukken II 2023/24, 36 410-XVI, nr. 127. Kamerstukken II 2022/23, 30 234, nr. 366. Kamerstukken II 2024/25, 30 234, nr. 402. Kamerstukken II 2025/26, 30 234, nr. 434. In het primair onderwijs zijn scholen verplicht tenminste 2 (les)uren bewegingsonderwijs per week te geven. De bedoeling is dat zwemles náást de verplichte uren wordt ingeroosterd. Kamerstukken II 2024/25, 36 600 XVI, nr. 137 Kamerstukken II 2024/25, 30 234, nr. 415 Kamerstukken II 2025/26, 30 234, nr. 434 Kamerstukken II 2025/26, 32 847, nr. 1498 Staatscourant 2026, nr. 16962 TZ202306-289 TZ202607-153 TZ202507-010

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · edfbb7a3eaeb5a88

14 okt 2026 · 058628f4a5748f42

13 okt 2026 · ac2fbb6ae74b05ed

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.