Voortgang nieuwe regeling zorgkosten onverzekerden en aanpak onverzekerdheid
Brontekst
Versie 213a10037ca8b094 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2026Nr. 198 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juni 2026Bij brief1 van 18 december 2024 is de Tweede Kamer geïnformeerd overde ambities om:1.fraude met de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aanonverzekerden (SOV) en regeling onverzekerbare vreemdelingen(OVV) aan te pakken;2.de SOV en OVV te harmoniseren in één nieuwe regeling;3.onverzekerdheid waar mogelijk te verminderen;4.de taakstelling van structureel € 40 mln op de SOV per 2027 in tevullen.Met de brief2 van 3 juli 2025 is de Tweede Kamer geïnformeerd over devoortgang van deze ambities. In deze brief wordt de Tweede Kameropnieuw geïnformeerd over de voortgang en reageert dit kabinet op eenaantal moties.InleidingHet Nederlandse stelsel van sociale zekerheid is gebouwd op solidariteit:als samenleving dragen we collectief zorg voor iedereen die in Nederlandwoont of werkt. Daar hoort wederkerigheid bij: van iedereen wordtverwacht dat hij of zij deelneemt aan het stelsel en het beroep opcollectieve middelen beperkt tot het noodzakelijke.Toch valt een groep mensen buiten dit stelsel. Het gaat onder meer omdak- en thuisloze mensen die niet staan ingeschreven in de Basisregis-tratie Personen (BRP), om arbeidsmigranten die na verlies van werk (enbijgevolg vaak ook huisvesting) ook hun zorgverzekering(srecht) kwijt-raken, en om vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf die geen zorgver-1Kamerstukken II 2024–2025, 36 600-XVI, nr. 1612Kamerstukken II 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 197 kst-36800-XVI-198ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1981 zekering kúnnen afsluiten. Deze mensen moeten in beginsel zelf hunzorgkosten dragen, maar kunnen dat in de praktijk vaak niet. Het gevolg isbijvoorbeeld dat zij niet bij een huisarts staan ingeschreven, mede daaromnoodzakelijke zorg uitstellen of mijden. Dat schaadt niet alleen hun eigengezondheid, maar kan ook leiden tot duurdere zorg wanneer zij bijvoor-beeld in een acute setting toch zorg nodig hebben.Door onverzekerdheid terug te dringen, wordt de toegang tot zorg vooreen deel van deze groepen verbeterd. Het bieden van informatie over enhet terugdringen van onverzekerdheid is daarmee een doorlopendeopdracht van de overheid, maar die hangt voor een groot deel ook samenmet de aanpak van problemen bij andere domeinen dan de zorg (die persubdoelgroep verschilt). Bij arbeidsmigranten gaat het bijvoorbeeld ombetere registratie en het bestrijden van misstanden bij uitzendbureaus enwerkgevers. Bij dak- en thuisloze mensen staat het bieden van huisvestingen een stabiel perspectief centraal.Bij onverzekerbare vreemdelingen speelt het bieden van duidelijkheidover terugkeer of een ander duurzaam perspectief.Nederland is een land dat in zijn zorgstelsel ook uitgaat van barmhar-tigheid jegens kwetsbare mensen. Zorgprofessionals bieden medischnoodzakelijke zorg, ook wanneer diegene niet verzekerd is, c.q. onvol-doende middelen heeft om die zorg zelf te betalen. Om ervoor te zorgendat zorgaanbieders niet met onbetaalde rekeningen blijven zitten wanneerzij deze medisch noodzakelijke zorg verlenen aan mensen zonderzorgverzekering en met onvoldoende eigen middelen, heeft de overheidtwee vangnetregelingen in het leven geroepen. De SOV biedt zorgaan-bieders sinds 2017 een subsidie voor de kosten van zorg aan onverze-kerde personen bij wie die kosten niet verhaalbaar zijn. De OVV,gebaseerd op artikel 122a van de Zorgverzekeringswet, voorziet in eenbijdrage voor zorg aan vreemdelingen die geen zorgverzekering kunnenafsluiten. Beide regelingen richten zich niet op de patiënt, maar op dezorgaanbieder: de regelingen nemen de financiële drempel weg die hetverlenen van zorg aan deze groepen anders zou belemmeren. De SOV ende OVV vormen zo het sluitstuk van het zorgstelsel – een uitdrukking vanhet principe dat niemand verstoken mag blijven van noodzakelijke zorg.Het is aan de medisch professional om te beoordelen of daar sprake vanis. Tegelijkertijd moet dit vangnet houdbaar blijven en in verhouding staantot wat de samenleving als geheel kan dragen.1. Aanpak fraude SOV en OVV In de brief van 18 december 2024 is de Tweede Kamer geïnformeerd overde fraude met de SOV en OVV die is geconstateerd door de NLA en IGJ.Een werkgroep van VWS met betrokken partijen heeft naar aanleidinghiervan de kwetsbaarheden geanalyseerd en in het najaar van 2025 korte-en lange termijn aanbevelingen gedaan. Dit heeft geleid tot extracontroles c.q. verificatieverplichtingen in de uitvoering bij het CAK,waardoor reeds € 2,5 mln verdachte declaraties zijn aangehouden.Daarnaast worden de SOV en OVV per 1 juli 2026 gewijzigd, waardoor hetCAK extra bewijsstukken mag opvragen bij nieuwe zorgaanbieders. Deverwachting is dat hiermee vanaf 2027 jaarlijks circa € 5 mln aan fraudewordt voorkomen. Voor de langere termijn wordt onder andere gekekennaar een uitbreiding van contractering van zorg, het inregelen van toezichten het mogelijk maken van materiële controles. Hierbij wordt gezocht naareen balans tussen fraude, uitvoerbaarheid en administratieve lasten, endaarmee de mate waarin we kunnen werken vanuit een «high trustregeling». Dit loopt mee met de uitwerking van de nieuwe regelingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1982 2. Nieuwe regeling zorgkosten onverzekerden Op advies van het CAK en veel zorgaanbieders wordt gewerkt aan eennieuwe regeling voor de kosten van zorg aan onverzekerde personen(waaronder ook vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf) waarin dehuidige SOV en OVV worden samengevoegd. De ambitie is om de nieuweregeling per 2028 in werking te laten treden.Ten behoeve van deze nieuwe regeling heeft de afdeling MaatschappelijkeGezondheidszorg van het Erasmus MC onderzoek3 gedaan naar de wijzewaarop de zorg aan onverzekerden doelmatiger en binnen één regelingkan worden gefinancierd en hoe de zorg aan onverzekerden in enkeleandere Noordwest-Europese landen is georganiseerd. Het onderzoekbestaat uit een literatuurstudie en een Delphi studie met anoniemevragenlijstrondes onder onder andere zorgverleners.Op basis van de reacties van de respondenten en de literatuur lijken deOVV en SOV grotendeels effectief ten aanzien van het wegnemen vanonzekerheid bij zorgverleners over de vergoeding van zorg aan onverze-kerde patiënten. Er is wel vaak twijfel over welke regeling gebruikt dient teworden. De harmonisatie wordt daarom door de respondenten als positiefervaren, mits duidelijk is welke patiënten er onder de regeling vallen.Daarbij geven de respondenten aan dat ze graag zien dat de vergoedezorg de Wet langdurige zorg en het hele basispakket omvat, met idealiterook enkele uitbreidingen zoals basistandzorg. Het vergoedingspercentagezien ze graag kostendekkend. De administratieve lasten dienen zo beperktmogelijk te zijn door middel van een volledig gedigitaliseerd en geauto-matiseerd declaratieproces. Een eventuele administratieve verplichtingom de verblijfsduur van de onverzekerde patiënt aannemelijk te makenwordt onhaalbaar c.q. onwenselijk geacht. Hierbij wordt opgemerkt dat ditnooit de bedoeling is geweest en dat zorgaanbieders bij het bepalen vanpassende zorg al rekening houden met de verblijfsduur van patiënten(tevens onderdeel van de richtlijn van commissie Klazinga4). Verder moethet duidelijk zijn hoe een inspanningsverplichting om na te gaan of deonverzekerde patiënt (deels) zelf kan betalen, ingevuld dient te worden.Voorlichting en (in opleidingen ingebedde) scholing zijn nodig om debekendheid van en met de gecombineerde regeling te waarborgen. Totslot is geconcludeerd dat de zorgfinanciering voor onverzekerden inDuitsland, België, Frankrijk en Ierland wat betreft complexiteit verge-lijkbaar is met Nederland of complexer. De regelingen in Nederlandbieden betere toegang tot zorg aan onverzekerden dan in onze directaangrenzende landen. De toegang tot zorg aan onverzekerden inNederland behoort (samen met Frankrijk) tot de landen met de bestetoegang.De afgelopen periode heeft VWS mede aan de hand van het bovenge-noemde onderzoek de volgende bouwstenen onderkend:•Instrument: Voor het verstrekken van een vergoeding voor zorgkostenzijn verschillende juridische instrumenten mogelijk, zoals subsidie,aanbesteding of het open-house-model. De verschillende optieskennen ook verschillende voor- en nadelen (bijvoorbeeld t.a.v. fraudeen uitvoeringslasten) en worden daarom momenteel door het CAK perdeelsector gewogen.3https://www.publichealthrotterdam.com/2026/05/21/bouwstenen-voor-een-doelmatige-wettelijke-regeling-voor-de-financiering-van-medisch-noodzakelijke-zorg-aan-onverzekerde-patienten/4Rapport van de commissie Medische zorg (Klazinga) voor (dreigend) uitgeprocedeerdeasielzoekers en illegale vreemdelingen, 2007Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1983 •Dekking: In lijn met het advies van de commissie Klazinga blijft hetuitgangspunt, voor wat betreft de dekking, het basispakket (hierbijkijken we nog naar uitzonderingen voor zorg die overduidelijk geenmedisch noodzakelijke zorg betreft). De beperking die deze commissienoemt is bij verwacht kort verblijf, waarbij zorg die uitgesteld kanworden, beperkt kan worden gehouden. Dit is aan de arts.Daarnaast wordt de reikwijdte van de dekking voor langdurige zorgverkend in combinatie met in te vullen randvoorwaarden en flankerendbeleid, zoals ofwel het in verzekering brengen van een persoon danwel door in te zetten op terugkeer naar het land van herkomst (enhiermee naar het sociale zekerheids- en zorg systeem van hetdesbetreffende land). Om die reden wordt de vergoeding vanzorgrepatriëring verkend. Op advies van de werkgroep «aanpakfraude» zal in overleg met zorgaanbieders worden gekeken naarspecifieke fraudegevoelige behandelprestaties.•Vergoeding: De vergoedingspercentages van de huidige regelingenvariëren. De SOV vergoedt 100% van de passantentarieven, de OVV80% voor de eerste lijn en 80% tot 100% voor de tweede lijn. Hetuitgangspunt is om deze vergoedingen meer te harmoniseren waarbijook rekening wordt gehouden met de beschikbare middelen in deRijksbegroting. Tegelijk valt in de gesprekken met zorgaanbieders opdat er verschillen zijn tussen deelsectoren en soms ook tussenzorgaanbieders binnen een deelsector. Bijvoorbeeld ten aanzien vanhet percentage onverzekerde patiënten van de totale patiëntenpopula-tie, de hoeveelheid meerkosten, de complexiteit van de zorgvraag doorbijkomende problematiek en de mogelijkheden om de zorgkosten tekunnen verhalen op de patiënt. Bij het bepalen van de hoogte van devergoeding zal met het CAK worden verkend of rekening moet en kanworden gehouden met deze verschillen tussen deelsectoren.3. Aanpak onverzekerdheid In de inleiding van deze brief is toegelicht dat onverzekerdheid met namekan worden aangepakt door de specifieke problemen van subgroepenonverzekerde personen (die veelal buiten de zorg liggen) aan te pakken.Dat komt ook naar voren in de verschillende onderzoeken die deafgelopen periode zijn verschenen naar onverzekerdheid, en in brederecontext de toegang tot zorg voor onverzekerde personen. Bijvoorbeeld hetonderzoek van de IGJ5 waarin er vanuit patiëntperspectief is gekeken naarde toegang tot zorg voor onverzekerden. Bekend is ook het onderzoekdoor het Erasmus MC6, in samenwerking met het Fonds Achterstands-wijken (FAW) en de Ombudsman Rotterdam-Rijnmond (ORR), waarin aande hand van tien casussen geïllustreerd wordt welke knelpunten er in depraktijk zijn rond de zorg aan onverzekerde personen.In aanvulling hierop heeft adviesbureau Zorgvuldig Advies onderzoek7gedaan naar de wijze waarop bestaande landelijke en regionaleprogramma’s en plannen (indirect) bijdragen aan het verminderen vanonverzekerdheid en welke aanvullende maatregelen genomen kunnenworden. Een voorbeeld hiervan is het Plan van aanpak Kortdurendeopvang dakloze EU-burgers8. Doordat werkloze EU-burgers kort worden5Stel zorgverleners in staat om medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden te bieden |Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd6Onverzekerd en ziek in Nederland: wat kunnen we voortaan beter doen? – OmbudsmanRotterdam-Rijnmond7https://zorgvuldigadvies.nl/2026/05/18/onderzoek-bestaande-programmas-en-aanpak-onverzekerdheid/, 20268plan-van-aanpak-kwetsbare-dakloze-eu-burgers.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1984 opgevangen en intensieve begeleiding krijgen (terug) naar werk (endaarmee verzekerbaar worden voor de Zvw) of bij terugkeer naar hetland van herkomst (en zich weer kunnen inschrijven in de socialezekerheid van het land van herkomst), wordt indirect ook gewerkt aan hetterugdringen van onverzekerdheid. Uit berekeningen volgt dat dit plancumulatief over enkele jaren tot circa € 7 mln aan lagere kosten voor deSOV kan leiden. Een bedrag wat in potentie hoger kan worden. VoorNederlandse dakloze personen (die verzekeringsplichtig zijn in Nederland)geldt dat zij eerst geholpen moeten worden met een woning of eenbriefadres en de bredere toegang tot de sociale zekerheid (bijvoorbeeld dezorgtoeslag), voordat ze een zorgverzekering kunnen afsluiten. Deonderzoekers concluderen dat met explicietere en op de doelgroepafgestemde aandacht voor de zorgverzekering en onverzekerdheidbestaande programma’s en initiatieven kunnen bijdragen aan hetterugdringen van onverzekerdheid. De onderzoekers wijzen bijvoorbeeldop het belang van informatievoorziening, zoals de WorkinNl-punten, envoorlichting over de zorgverzekering.Het beeld uit de verschillende onderzoeken wordt bevestigd in gesprekkenmet onverzekerde personen en verschillende stakeholders in de schil omhen heen. Denk aan zorgverleners, brancheverenigingen, straatartsen enzorgverzekeraars. Overeenkomstig de eerdergenoemde onderzoeken volgtook uit deze gesprekken het beeld van de correlatie tussen onverze-kerdheid en kwetsbaarheid en de multiproblematiek in andere leefge-bieden dan de zorg. Als mensen zich in een kwetsbare positie bevinden endaarmee onder andere onverzekerd zijn geraakt of dreigen te raken is ditzorgelijk. Om dat te voorkomen is het dan ook van belang dat er blijvendvanuit verschillende domeinen gewerkt wordt aan de onderliggendeoorzaken die bijdragen aan kwetsbaarheid en multiproblematiek. Ditkabinet verkent bijvoorbeeld welke concrete acties op lange termijngenomen kan worden in het Interdepartementaal Projectteam Arbeidsmi-granten (IPA) om onverzekerdheid bij de doelgroep arbeidsmigranten tevoorkomen en verminderen, zoals het versterken van de communicatieover de zorgverzekering bij de WorkinNL-punten. Het hebben van eenzorgverzekering is ook een instrument om de toegang tot zorg teverbeteren, en daardoor escalatie van een zorgbehoefte zoveel mogelijk tevoorkomen en passende zorg te kunnen bieden.Naast deze meer lange termijn verkenning worden op korte termijn devolgende maatregelen ondernomen:•Blijvende ontwikkeling en verbetering van (meertalige) voorlichtings-producten (samen met expertisecentrum SKGZ) gericht op zowelonverzekerde personen als op de professionals om hen heen (zorgver-leners, sociaal werkers, etc.). Deze voorlichting wordt gericht oponverzekerdheid, de verzekeringsplicht en de vergoedingsregelingenvoor zorgprofessionals.•Er wordt geïnvesteerd in het faciliteren van lokale samenwerkingsaf-spraken rondom zorg aan onverzekerde personen. Daarbij helpt onderandere de aanstaande wijziging van de Wet maatschappelijkeondersteuning 2015 op basis waarvan zorgaanbieders en gemeentengegevens van onverzekerde personen kunnen uitwisselen9.•Er wordt uitvoering gegeven aan het amendement Westerveld enBeckerman10, namelijk het verstrekken van subsidie aan de Neder-landse Straatdokters Groep (NSG). Met deze subsidie ontvangt de NSGonder andere middelen om verschillende activiteiten voor de (regio-nale) organisatie van straatzorg voort te zetten. Daarbij kijkt het kabinet9Onderdeel Verzamelwet Gegevensuitwisseling II.b10Kamerstuk 36 800 XVI nr. 82.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1985 ook naar hoe dergelijke activiteiten (in de regio) structureel kunnenworden voortgezet.Hierin zal in afstemming met de NSG ook uitvoering worden gegevenaan de motie van lid Westerveld, over een plan om eerstelijnszorg voordakloze mensen in alle GGD-regio’s aan te bieden (Kamerstuk36 600-XVI, nr. 187). Hiertoe is de afgelopen periode, in samenwerkingmet GGD GHOR Nederland, een inventarisatie uitgezet onder alle 25GGD-regio’s. Deze inventarisatie, en het straatzorgoverzicht van deNSG, schetsen het beeld dat er in meer dan 80% van de regio’s eenaanbod voor zorg aan dakloze mensen is zoals bijv. een daklozen-spreekuur (al dan niet vanuit de GGD’en zelf). In die regio’s waar er (nunog) geen aanbod is, worden plannen verkend en/of zijn er alinitiatieven of organisaties actief die activiteiten ondernemen richtingdeze doelgroep.4. Invulling taakstelling SOV De afgelopen jaren zijn de uitgaven aan de SOV gestegen naar € 115miljoen euro in 2026 en voor de OVV naar € 77 mln in 2026. Dit zijnramingen van het CAK. Dit kabinet kijkt breed hoe we de zorg betaalbaarkunnen houden. Dat geldt ook voor deze open-einde-regelingen. Ditkabinet vindt het redelijk om aan de in deze brief genoemde ambities teblijven werken vanuit een taakstelling. Hierbij wordt opgemerkt dat eendeel van de ambities vaak pas op langere termijn doorwerken in lagerekosten voor de SOV (en OVV). Op korte termijn leveren de inspanningenom fraude met de SOV en OVV aan te pakken besparingen op die wordeningeboekt voor 2027, namelijk 5 miljoen euro. Het besluit is genomen omvoor 2027 een besparingsverlies van 35 miljoen euro te verwerken in debegroting van het Ministerie van VWS. Voor 2028 zal opnieuw wordenbekeken op welke wijze de resterende taakstelling kan worden bereikt.Daarbij zal ook gekeken worden welke maatregelen direct en indirectleiden tot minder onverzekerdheid en daarmee tot lagere kosten voor deSOV en OVV.5. Moties De motie Daniëlle Jansen en Van den Hil11 verzoekt de regering uit tewerken op welke wijze kan worden voorkomen dat dakloze mensen hunzorgpolis verliezen door uitschrijving van hun briefadres en hierop teacteren, en de Kamer voor 15 juni 2026 te informeren over de voortganghiervan.Bij uitschrijving van het briefadres gaat het vaak om mensen die niet meervoor de overheid bereikbaar zijn en die na gedegen adresonderzoek doorgemeenten in de BRP als «vertrokken onbekend waarheen» wordengeregistreerd. Zij zijn in veel gevallen niet (meer) verzekeringsplichtig.Zorgverzekeraars hanteren werkwijzen die verkeerd gebruik van dezorgverzekering door «ten onrechte verzekerden» voorkomen. Hierdoor isniet altijd te voorkomen dat dak- en thuisloze mensen soms wordenuitgeschreven bij uitschrijving van hun briefadres. Er is bij zorgverzeke-raars beleid voor verzekerden, zoals bijv. dak- en thuisloze mensen, diegeen adres hebben. In het kader van de aanpak onverzekerdheid wordtook gewerkt aan de intensivering van informatievoorziening hierover. Uitde recente evaluatie12 van het Ministerie van BZK blijken verschillendeaanbevelingen rond het briefadressenbeleid, die ook kunnen helpenonverzekerdheid te voorkomen (als gevolg van het ontbreken van eenadres), zoals eenduidig nationaal beleid, richtlijnen voor gemeenten enhet borgen van een redelijke termijn voor aanvraagafhandeling. Dit11Kamerstukken II 2024–2025, 29 689, nr. 128212Rapport Evaluatie ambtshalve toekenning van een briefadres | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1986 voorkomt echter niet volledig dat dakloze mensen hun zorgpolis verliezendoor uitschrijving van hun briefadres. Deze situatie kan dus wel wordenverminderd. Dit kabinet beschouwt deze motie als uitgevoerd.De motie Dobbe13 verzoekt de regering om in overleg met straatartsen,maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor onverzekerdemensen en zorgaanbieders, met een actieplan te komen om de toegangvan onverzekerde mensen tot de zorg te verbeteren.Het Ministerie van VWS heeft mede naar aanleiding van deze motieonderzoeken bestudeerd, een onderzoek laten uitvoeren en gesprekkengevoerd. In de verschillende onderzoeken en gevoerde gesprekken wordtbevestigd dat de toegang tot de zorg vooral wordt verbeterd als wordtgewerkt aan de onderliggende- en bijkomende problematiek die verschiltper subgroep. Onverzekerdheid en eventuele onbekendheid met de SOVen OVV bij zorgaanbieders zijn maar beperkt de oorzaken van deverminderde toegang. Dat laat onverlet dat ook hieraan wordt gewerkt,zoals in deze brief is toegelicht. Dit kabinet beschouwt deze motie nog nietals uitgevoerd, omdat nog verder wordt verkend welke maatregelenmogelijk zijn. Hierover zal het Ministerie van VWS in gesprek blijven metbetrokken partijen.De Motie Daniëlle Jansen c.s.14 verzoekt de regering om in de voortgangs-brief van de nieuwe regeling, die voor de zomer wordt verwacht, permaatregel concreet aan te geven welk bedrag aan besparing wordtverwacht, een onderbouwing te geven van de haalbaarheid van diebesparing, en de gevolgen voor de verschillende subgroepen vanonverzekerden in kaart te brengen.Voor 2027 is besloten € 5 mln als besparing en € 35 mln als besparings-verlies te boeken. Voor 2028 en verder zal opnieuw worden bekeken opwelke wijze de resterende taakstelling kan worden bereikt. Hierbij wordtaltijd per maatregel concreet aangegeven welk bedrag aan besparingwordt verwacht, een onderbouwing te geven van de haalbaarheid van diebesparing, en de gevolgen beschreven voor de verschillende subgroepenvan onverzekerden. Dit kabinet beschouwt deze motie als uitgevoerd.De motie Daniëlle Jansen15 verzoekt de regering om onderzoek te doennaar de relatie tussen niet-verleende, medisch noodzakelijke zorg aanonverzekerden en de gezondheidsschade en maatschappelijke kosten diedaaruit voortvloeien.Er zijn reeds veel nationale en internationale onderzoeken gedaan derelatie tussen niet verleende medisch noodzakelijke zorg en de daaruitvoortvloeiende kosten en effecten (bij specifiek ook dakloze- en thuislozemensen). Op dit moment is het Ministerie van VWS in gesprek metonderzoeksinstituten over de meerwaarde van een aanvullend onderzoek.Deze motie is daarom nog niet uitgevoerd.De motie Dijk en Dobbe16 verzoekt de regering om bij het opstellen vaneen nieuwe regeling ervoor te zorgen dat alle mensen in Nederlandtoegang houden tot alle medisch noodzakelijke zorg.Volgens de Commissie Klazinga is medisch noodzakelijke zorg «verant-woorde en passende zorg» die doeltreffend en doelmatig is, patiëntgerichtwordt verleend en afgestemd is op de reële behoefte van de patiënt – ditkan in beginsel alle zorg omvatten die ook onderdeel is van het regulierebasispakket. Zoals aangegeven in deze brief is het basispakket hetuitgangspunt voor de dekking van de nieuwe regeling (waarbij nog welnaar uitzonderingen wordt gekeken voor zorg die overduidelijk geen13Kamerstukken II, 2024–2025, 29 689, nr. 127814Kamerstukken II 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19115Kamerstukken II 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19216Kamerstukken II 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 189Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1987 medisch noodzakelijke zorg is). Dit kabinet beschouwt deze motie alsuitgevoerd.De motie Westerveld17 verzoekt de regering om bij de uitwerking van denieuwe regeling het belang van patiënten en zorgverleners centraal testellen en te garanderen dat artsen hun werk conform de artseneedkunnen uitvoeren en niet met extra werk belast worden. Bij de uitwerkingvan de nieuwe regeling worden de belangen van patiënten en zorgver-leners centraal gezet en worden zij betrokken bij de uitwerking, maar zalook het collectieve belang worden meegewogen, zoals de betaalbaarheid.Ook moet fraude zoveel mogelijk worden aangepakt waardoor het niet isuit te sluiten dat de administratieve lasten weer iets zullen stijgen. Ditkabinet merkt hierbij wel op dat de laatste jaren de administratieve lastensterk zijn verminderd en dat door de digitalisatie van het declareren vande zorgkosten, de administratieve lasten op veel punten zelfs lager zijndan voor verzekerde personen. Dit kabinet beschouwt deze motie alsuitgevoerd, omdat, zoals de motie verzoekt, bij het uitwerken van denieuwe regeling het belang van patiënten en zorgverleners centraal wordtgesteld en zoveel als mogelijk administratieve lasten worden voorkomen.Met deze regeling wordt bevorderd dat artsen hun artseneed kunnenuitvoeren, omdat gederfde inkomsten voor zorg uit het basispakket kanworden gedeclareerd bij het CAK.De motie Westerveld18 verzoekt de regering met GGD-GHOR Nederland inkaart te brengen in welke regio’s deze vorm van medische zorg nog nietbeschikbaar is en een plan te maken zodat deze vorm van zorg wel in alle25 GGD-regio’s wordt aangeboden. Het Ministerie van VWS heeft insamenwerking met GGD GHOR Nederland het aanbod van zorg aan dak-en thuisloze mensen in beeld gebracht. Het vervolg hierop is onderdeelvan de subsidie aan de NSG. Deze motie is daarom nog in uitvoering.Tot slotUw Kamer ontvangt in het voorjaar van 2027 een derde voortgangsbrief.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.T.M. Hermans17Kamerstukken II 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18618Kamerstukken II 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 187Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1988
Gerelateerde bronnen
- De minister stuurt voor het zomerreces een brief aan de Kamer waarin zijn ingaat op het actieplan om de toegang van onverzekerden tot de zorg te verbeteren.
De minister stuurt voor het zomerreces een brief aan de Kamer waarin zijn ingaat op het actieplan om de toegang van onverzekerden tot de zorg te verbeteren.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.