Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Brontekst
Versie 74b8bb97b756271d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 625 XVIIWijziging van de begrotingsstaat vanBuitenlandse Handel enOntwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar2024 (wijziging samenhangende metNajaarsnota)Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 12 december 2024 De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft deeer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met dedaarop gegeven antwoorden.De vragen zijn op 5 december 2024 voorgelegd aan de Minister voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Bij brief van 10 december2024 zijn ze door de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingshulp beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,Aukje de VriesAdjunct-griffier van de commissie,Prenger kst-36625-XVII-3ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 31 Vragen en antwoorden1Waarom ontbreekt het eerder toegezegde meerjarig overzicht vande mutaties op de verplichtingen in de suppletoire begroting,conform de afspraak die op verzoek van de rapporteurs is gemaakt?Antwoord:De tweede suppletoire begroting ziet alleen op wijzigingenin het lopende jaar. Als onderdeel van het verantwoordbegroten zijn daarom alleen de juridische verplichtingenvoor het jaar 2024 opgenomen. De laatste stand van demeerjarige verplichtingen is als bijlage toegevoegd aan deOntwerpbegroting 2025 (Kamerstuk 36 600-XVII, nr. 2).Als onderdeel van de beantwoording van deze Kamervragenwordt een actueel meerjarig overzicht alsnog met uw Kamergedeeld, zie antwoord vraag 2.2Kunt u toelichten in de vorm van een overzichtstabel voor deperiode 2024–2029 wat de totale omvang is van de reeds in debegrotingen opgenomen verplichtingen met de stand van eind2024?Antwoord:Een actueel overzicht van de verplichtingen voor de periode2024–2029, inclusief een toelichting, is opgenomen in debijlage. Op basis van de beleidsinhoudelijke verdelingen vande bezuinigingen voor 2026 en verder kunnen de budgettennog wijzigen.3Kunt u dit meerjarig toelichten, gespecificeerd op het niveau van debeleidsartikelen en de sub-artikelen? Kunt u dit overzicht voortaan,zoals afgesproken, toevoegen bij de suppletoire begrotingen enoverige begrotingsmomenten?Antwoord:Zie antwoord vraag 2. Een meerjarig overzicht van deverplichtingen, inclusief toelichting is opgenomen in debijlage. Ik zal de toezegging gestand doen.4Waarom wordt alleen de juridische verplichting voor het huidigebegrotingsjaar opgenomen in de begroting, en niet meerjarigeverplichtingen, terwijl dit risico’s kan opleveren voor de stabiliteitvan beleid?Antwoord:Zie antwoord vraag 1.5Hoe kan de Kamer meer inzicht krijgen in de bijdrage van multilate-rale programma’s aan Nederlandse beleidsdoelen?Antwoord:Middels de Resultatenrapportage en het bijbehorende onlineportaal geeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken elk jaareen beeld van de resultaten die Nederland behaalt op hetgebied van ontwikkelingshulp. Dit betreft zowel resultatenbehaald via bilaterale kanalen als via het multilateralesysteem. De Nederlandse beleidsdoelen zijn leidend en opbasis hiervan wordt het meest effectieve kanaal gekozenom de gewenste resultaten te behalen. Daarnaast omvattende door het Ministerie van Buitenlandse Zaken opgesteldescorekaarten over multilaterale organisaties waar Neder-land mee samenwerkt een analyse van de beleidsrelevantievoor Nederland van een bepaalde organisatie. De scorekaar-ten geven een beeld van het functioneren van de organisa-ties, de relevantie, eventuele aandachtspunten en watNederland kan doen om de organisaties te vernieuwen enverbeteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 32 6Wat kan en wil het kabinet doen om bij toekomstige suppletoirebegrotingen consistentie te garanderen?Antwoord:Ik streef er naar om u zo transparant en consistent mogelijkte informeren in de suppletoire begrotingen die onder mijnverantwoordelijkheid vallen. Hierbij neem ik alle regels envoorschriften uit de Rijksbegrotingsvoorschriften in acht.7Kunt u toelichten hoe wordt geborgd dat de middelen die zijngealloceerd voor de wederopbouw van zowel Oekraïne als Gaza ookdaadwerkelijk voor die doelen beschikbaar blijven en welkeconcrete voorwaarden er worden gesteld aan de besteding vandeze gelden zodra tot wederopbouw kan worden overgegaan?Antwoord:Herstel- en wederopbouwactiviteiten zijn in Oekraïne opveel plekken al begonnen en Nederland draagt hier volopaan bij. Denk aan het herstel van kritieke energie-infrastructuur, maar ook de wederopbouw van huizen,scholen en ziekenhuizen die door Russische aanvallen zijnbeschadigd of vernietigd. In 2024 en 2025 besteden weruwweg EUR 500 miljoen aan wederopbouw, kritiek herstelen humanitair. Op EUR 50 miljoen na zijn deze middelenreeds uitgegeven dan wel gecommitteerd.De reservering van EUR 20 miljoen, bestemd voor activitei-ten op gebied van wederopbouw in Gaza, zal in 2024 nietvoor dit doel worden ingezet. Op dit moment leent desituatie in Gaza, die zeer volatiel blijft, zich nog niet voorwederopbouw. Dit wordt ook door onze partnerorganisatiesbenadrukt. Aandacht gaat op dit moment vooral uit naar hetreageren op de kritieke humanitaire noden. In 2025 zalbinnen de BHO-begroting EUR 20 miljoen beschikbaar zijnvoor wederopbouw. Over de besteding hiervan wordt u in2025 geïnformeerd.8Kunt u toelichten hoeveel onderbesteding er in totaal op debegroting van 2024 is?Antwoord:In het jaarverslag BHO 2024 wordt verslag gedaan van derealisatie over het begrotingsjaar 2024. Het jaarverslag zaluw Kamer in mei 2025 toegaan.9Hoeveel volledig vrij besteedbare ruimte is er nog op de begroting?Antwoord:Ten tijde van indiening van de tweede suppletoire begrotingwas er geen vrij besteedbare ruimte meer op de begroting.10Kunt u toelichten hoe de verlaging van de verplichtingen op artikel2 met € 214 miljoen meerjarig is verwerkt?Antwoord:De verlaging van de verplichtingen is het gevolg vanterughoudendheid op het aangaan van nieuwe verplichtin-gen met een meerjarig kaseffect. Als gevolg van deverwerking van de bezuinigingen in 2025 en verder, werdener minder meerjarige verplichtingen aangegaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 33 11Kunt u toelichten uit welke mutaties de afname van de verplichtin-gen op artikel 3 is opgebouwd en hoe deze meerjarig zijn verwerkt?Antwoord:De in de tweede suppletoire begroting gepresenteerdedaling van het verplichtingenbudget op artikel 3 met EUR47 miljoen is het saldo van een aantal mutaties, waarvan debelangrijkste neerwaartse mutaties zijn:Mondiale gezondheid en SRGR:– EUR 17 miljoen Oeganda– EUR 12 miljoen Benin– EUR 6 miljoen BurundiOnderwijs– EUR 7 miljoenDe reden van de neerwaartse bijstelling ligt vooral in hetbetrachten van terughoudendheid bij het aangaan vannieuwe verplichtingen met een meerjarig kaseffect. Deterughoudendheid wordt in acht genomen vanwege delagere kasbudgetten in 2025 en om zoveel mogelijk demeerjarige niet juridisch verplichte ruimte te behouden tenbehoeve van de aangekondigde beleidsbrief BHO.12Kunt u toelichten uit welke mutaties de afname van de verplichtin-gen op artikel 4 is opgebouwd en hoe deze meerjarig in debegroting worden opgenomen?Antwoord:De in de tweede suppletoire begroting gepresenteerdedaling van het verplichtingenbudget op artikel 4 met EUR152 miljoen is het saldo van een aantal mutaties, waarvande specificatie op artikelonderdeel is:4.1. Humanitaire Hulp: + EUR 16 miljoen4.2. Opvang in de Regio en Migratiesamenwerking: – EUR 88miljoen4.3. Veiligheid en Rechtsorde: – EUR 80 miljoenDe verhoging op artikel 4.1. Humanitaire Hulp houdtverband met de ophoging van de uitgavenbegroting.De verlaging voor 4.2. Opvang in de regio en Migratie en4.3. Veiligheid en Rechtsstaatontwikkeling is te verklarenuit de in acht genomen terughoudendheid in het aangaanvan nieuwe verplichtingen met het oog op de bezuinigingenin 2025 en verder.13Welke criteria bepalen dat mutaties onder de drempelwaarde nietworden toegelicht, en hoe waarborgt dit voldoende transparantie?Antwoord:Bij het opstellen van de tweede suppletoire begrotingworden de modellen in de Regeling R(ksbegrotingsvoor-schriften toegepast. B( diverse modellen worden kwantita-tieve grenzen gehanteerd zoals aantal bladz(den of eenondergrens die luidt in miljoenen euro’s. Deze kwantitatievegrenzen gelden als hoofdregel. Van deze hoofdregel magalleen (ex-ante) met instemming van de Minister vanFinanciën worden afgeweken. B( de toepassing van dezegrenzen is de leesbaarheid van tabellen een belangr(keinvalshoek. In de tabel belangr(kste suppletoire uitgaven-mutaties 2024 (Tweede suppletoire begroting) (model 2.25)worden voor een specifiek beleidsartikel alle mutatiesopgenomen, zowel beleidsmatig relevante als technischemutaties, conform de voorgeschreven staffel. Alleen debeleidsmatig relevante mutaties vanaf de SuppletoireBegroting September worden toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 34 14Wat is de reden dat binnen het programma Sectorale Samenwer-king voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen(IMVO) minder subsidieaanvragen bij de Rijkdienst voor Onderne-mend Nederland (RvO) zijn gedaan en op welke manier wordenbedrijven geattendeerd op de beschikbaarheid van deze subsidies?Antwoord:In de Kamerbrief over de uitkomst peilmoment sectoralesamenwerking (Kamerstuk 26 485, nr. 430) van 6 november2023 is aangegeven dat het instrument sectorale samenwer-king wordt herzien. Deze nieuwe opzet die in overleg metverschillende stakeholders tot stand is gekomen zorgdeervoor dat er gedurende deze periode weinig aanvragenbinnen konden komen bij de oude regeling. Daarnaast waseen aantal criteria voor het aanvragen van de subsidie teuitdagend voor bedrijven. Deze zijn in de nieuwe regelingaangepast.15Kunt u toelichten op welke programma’s voor infrastructureleontwikkeling de verhoging van het budget met € 23,5 miljoenbetrekking heeft en hoe is dit verdeeld?Antwoord:Het budget voor artikel 1.3 stijgt in totaal met € 23,5miljoen. Deze stijging wordt veroorzaakt door de overheve-ling van € 20 miljoen van artikel 5.2 naar artikel 1.3.Daarnaast wordt € 3,5 miljoen overgeheveld van artikel 1.1naar artikel 1.3. De stijging wordt ingezet ten behoeve vaneen lening aan het programma met de Private InfrastructureDevelopment Group (€ 5,9 miljoen), subsidies voor hetDRIVE programma (€ 10,2 miljoen) en de uitvoeringskostenvan Invest International voor het uitvoeren van de regelin-gen DRIVE, Develop to Build en ORIO (€ 7,4 miljoen).16Klopt het dat de geplande bijdragen voor 2025 aan landenspecifiekeVN-fondsen al in 2024 gedaan zijn? Betekent dit dat de Nederlandsebijdrage aan deze fondsen in 2025 vervalt? In andere woorden: isdeze extra bijdrage in 2024 vervangend of aanvullend?Antwoord:De genoemde bijdragen zijn gedaan voor de lopendemeerjarige verplichtingen en betreft een technische schuifop betaalritme om beschikbare middelen in het lopende jaarzo goed mogelijk te benutten.Over de aanwending van het humanitair budget volgend jaarzal ik de Kamer begin 2025 nader informeren, zoalsaangekondigd in de begroting.17Waarom worden de geplande bijdragen van € 19,1 miljoen aanVN-fondsen naar voren gehaald, terwijl dit druk legt op het budgetvan 2024?Antwoord:Een deel van het budget dat beschikbaar komt door deoverboeking vanaf de begroting van Asiel en Migratie in2024 wordt ingezet voor uitgaven aan humanitaire hulp opartikel 4.1. Door een technische schuif op het betaalritmevan lopende verplichtingen worden beschikbare middelen inhet lopende jaar zo goed mogelijk benut.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 35 18Wat is de afweging achter de verhoging van € 40,5 miljoen in debegroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, terwijl erop andere terreinen wordt bezuinigd?Antwoord:De mutatie van EUR 40,5 miljoen op de BHO-begroting komtmet name door de aanpassing van de raming van debezetting en prijs bij het COA voor de opvang van eerste-jaars asielzoekers uit DAC-landen. Dit leidt conformODA-systematiek namelijk tot een overboeking in 2024vanaf de begroting van Asiel en Migratie. Het betreft eenmutatie in 2024 en de bezuinigingen uit het Hoofdlijnenak-koord gaan pas in vanaf 2025.19Hoe wordt de daling van € 7,5 miljoen op IMVO gerechtvaardigd,gezien het belang voor bedrijven voor een goede implementatievan de CSDDD?Antwoord:In de Kamerbrief over de uitkomst peilmoment sectoralesamenwerking (Kamerstuk 26 485, nr. 430) van 6 november2023 is aangegeven dat het instrument sectorale samenwer-king wordt herzien. Als gevolg van deze herziening vielende uitgaven voor dit instrument lager uit dan begroot. Deverwachting is nog steeds dat het instrument sectoralesamenwerking een belangrijke rol zal spelen in het onder-steunen van bedrijven om gepaste zorgvuldigheid in hunwaardeketens toe te passen en als voorbereiding opaanstaande Europese IMVO-wetgeving. De SER heeft juli jl.voor de IMVO-sectorovereenkomsten een budgetneutraleverlenging gekregen tot 2030 en de bijbehorende subsidie-regeling bij RVO is in augustus jl. gepubliceerd. Demiddelen die niet besteed zijn in de afgelopen jaren, zijnbedoeld voor deze verlenging. Daarnaast zijn de middelenvoor het MVO-steunpunt opgehoogd dat eveneens eenbelangrijke rol speelt bij de ondersteuning van bedrijven bijde implementatie van aanstaande Europese IMVO-wetgeving, waaronder de CSDDD.20Kunt u specificeren waarom een deel van het budget voor specialemultilaterale activiteiten en voor het assistent-deskundigenprogramma niet tot besteding komt?Antwoord:De terughoudendheid in het aangaan van nieuwe meerjarigeverplichtingen houdt verband met de kabinetsbezuinigin-gen. Dit heeft reeds in 2024 geleid tot een verlaging vanuitgaven aan diverse multilaterale activiteiten en aan hetassistent-deskundigenprogramma.21Wanneer zullen de verdragsmiddelen voor Suriname tot bestedingkomen en wat is het totale budget hiervoor?Antwoord:Het budget dat bij de 2e suppletoire begroting 2024 wordtafgeboekt (EUR 6,3 miljoen in 2024) zal de aankomendejaren beschikbaar blijven, conform de uitvoering van hetverdrag. In totaal is nog EUR 9,7 miljoen beschikbaar voorSuriname vanuit de Verdragsmiddelen, waarvan EUR 3,4miljoen reeds gecommitteerd en begroot is. Nederland enSuriname werken aan een zo spoedige mogelijke bestedingvan de Verdragsmiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 36 22Wat is de reden van de daling van € 6,3 miljoen in verdragsmidde-len voor Suriname, terwijl dit budget al gepland was?Antwoord:De EUR 6,3 miljoen van Verdragsmiddelen die begroot stondvoor 2024 zal de aankomende jaren beschikbaar blijven,conform de uitvoering van het verdrag. Het budget is in2024 niet tot besteding gekomen omdat het niet gelukt isom tijdig tot overeenstemming te komen over de uitputtingvan deze middelen. Nederland en Suriname werken aan eenzo spoedig mogelijke besteding van de resterende Verdrags-middelen.23Hoeveel containerscanners kan Nederland op welke termijn leverenmet de extra bijdrage aan het Stabiliteitsfonds voor Gaza?Antwoord:Een levering aan Israël van twee door Nederland gefinan-cierde palletscanners voor het versnellen van humanitairelandtoegang is reeds via VN-organisatie UNOPS in ganggezet. Gezien de levertijd van enkele maanden kunnen dezenaar verwachting uiterlijk in maart 2025 operationeel zijn.Daarbij gaat het om nadere inspectie van kleinere pakket-ten.In reactie op het Nederlandse aanbod van een truckscannervoor grotere humanitaire hulpgoederen heeft Israël ditvoorjaar aangegeven in voldoende mate over deze vorm vanscancapaciteit te beschikken. Een Nederlandse donatie vaneen dergelijke scanner voor humanitaire hulpverlening is opdit moment dan ook niet aan de orde.24Kunt u toelichten wat de reden is dat er € 3 miljoen minder wordtuitgegeven voor het versterken van de concurrentiepositie vanNederland?Antwoord:Dit betreft een budgettaire schuif binnen hetzelfde begro-tingsartikel in het kader van de BHO steun aan Publiek-Private Samenwerking ten behoeve van het internationaleverdienvermogen. Het betreft een schuif van EUR 3 miljoenvanuit het budget voor subsidies voor versterking Neder-lands concurrentievermogen in het buitenland naar hetbudget voor opdrachten voor internationale handelsbevor-dering. Het budget blijft ten goede komen aan dezelfdeconcurrentievermogen-doelstelling, middels nieuw PPS-instrumentarium toegevoegd aan de RVO opdracht enaangestuurd vanuit het PPS-Regieteam.25Hoe kunnen de extra middelen in artikel 1 worden ingezet om deeconomische voordelen voor Nederland te maximaliseren?Antwoord:Zie antwoord vraag 15. De extra middelen worden onderandere ingezet voor infrastructurele programma’s, zoalsDRIVE dat zich vooral richt op het Nederlandse bedrijfsle-ven.26Wat is de reden voor de lagere uitgaven aan financiële sectoront-wikkeling binnen artikel 1.3, ondanks de rol van een sterkefinanciële sector in economische groei?Antwoord:De reden voor de lagere uitgaven aan financiële sectoront-wikkeling is dat een aantal grote programma’s, zoals hetMASSIF Fonds en het Dutch Good Growth Fund (DGGF),veel uitgaven heeft kunnen opvangen binnen de revolve-rende middelen. Aanvullende stortingen bleken niet nodigte zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 37 27Welke impact hebben de bezuinigingen op beleidsartikel 2 op deeconomische en sociale ontwikkeling van de betrokken landen?Antwoord:In de tweede suppletoire begroting 2024 heeft geenbezuiniging op beleidsartikel 2 plaatsgevonden. Het budgetvoor 2024 is daarin met EUR 31,2 miljoen verhoogd alsgevolg van de eenmalig, aanvullende b(drage voor hetUNICEF No Time to Waste programma (zie antwoord vraag31) en het toekennen van extra ruimte die is ontstaan dooreen aangepaste raming voor de asieluitgaven (zie antwoordvraag 28).28Waarom wordt € 25 miljoen voor IFAD-13 (International Fund forAgricultural Development) naar voren gehaald, terwijl dit een lastlegt op de begroting van 2024?Antwoord:Deze kasschuif legt geen last op de begroting van 2024omdat deze gedekt wordt uit ruimte op artikelonderdeel 5.4die is ontstaan door een aangepaste raming voor deasieluitgaven.29Kunt u een overzicht geven van de landen waar IFAD-13 actief is enspecifiek aangeven hoe deze zich verhouden tot de combinatielan-den uit het Rutte IV-beleid? Graag daarbij toelichten hoe devoorgenomen bijdragen aan IFAD-13 de Nederlandse belangen indeze combinatielanden ondersteunen of mogelijk conflicteren metandere beleidsdoelenAntwoord:IFAD is actief in 92 ontwikkelingslanden, waaronder allecombinatielanden behalve Zuid-Afrika en Oekraïne. InZuid-Afrika wordt de inzet van IFAD momenteel onderzocht.Oekraïne is recent lid geworden van IFAD en zal dus ook inde toekomst gaan profiteren van assistentie van IFAD13.IFAD bevordert in arme, veelal conflictgevoelige, platte-landsgebieden de lokale landbouwontwikkeling en voedsel-zekerheid en draagt zodoende bij aan stabiliteit en veilig-heid. IFAD ondersteunt daarbij ook de ontwikkeling vanagrarische waardeketens, onder meer in de combinatielan-den, hetgeen de internationale handel bevordert en kansenbiedt voor Nederlandse export van kennis, goederen endiensten, en voor mogelijke investeringen.30Waarom is er een verlaging van € 14 miljoen voor hernieuwbareenergieprojecten?Antwoord:Per saldo is er in de begroting van 2024 geen sprake vaneen verlaging van het budget voor hernieuwbare energiepro-jecten. Binnen artikel 2.3 wordt het budget voor hernieuw-bare energieprojecten ingezet via subsidies en via bijdragenaan (inter)nationale organisaties. Op basis van de geraamdeuitgaven zijn deze bedragen herverdeeld, ten gunste van desubsidies.31Wat is de reden dat € 7 miljoen extra in 2024 naar UNICEF gaatvoor Soedan?Antwoord:Er is een eenmalig, aanvullende b(drage van EUR 7 miljoengedaan aan het UNICEF No Time to Waste programma omde, door de oorlog toegenomen, honger en ondervoeding teverlichten (Kamerstuk 29 237 nr. 206).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 38 32Waarom wordt er € 3 miljoen overgeheveld naar de WHO voorbestrijding van het mpox-virus?Antwoord:Na de zomer greep het mpox virus snel om zich heen in eenaantal Afrikaanse landen. De WHO coördineert de aanpakom die epidemie in te dammen. Het is ook in het Neder-landse belang om te voorkomen dat het virus zich verderverspreidt. Daarom heeft Nederland een bijdrage geleverdaan de inzet van de WHO, die onder andere bestaat uitvaccinatiecampagnes, testcapaciteit en het trainen vanpersoneel.33Wat zijn de redenen voor de verhoging van € 16 miljoen aansubsidies voor het maatschappelijk middenveld?Antwoord:De verhoging van EUR 16 miljoen voor subsidies aan hetmaatschappelijk middenveld betreft uitsluitend betalingenop lopende verplichtingen. Dit betreft een technische schuifop betaalritme om beschikbare middelen in het lopende jaarzo goed mogelijk te benutten. De verhoging wordt gedektuit ongebruikte middelen van artikel 3.4 Onderwijs.34Kunt u toelichten welke concrete economische voordelen voorNederland zijn behaald met de huidige ontwikkelingssamenwerkingin Benin, Oeganda en Burundi, en hoe deze worden meegewogen inde besluitvorming over verminderde verplichtingen?Antwoord:In Benin hebben Nederlandse bedrijven dankzij het DRIVE-programma voor infrastructuur orders binnengehaald op hetgebied van havenontwikkeling en kustbescherming.In Oeganda werden met een agro handelsmissie en metdeelname aan het EU-Uganda Business Forum zakelijkekansen in Oeganda verkend en werd een MoU ondertekendom in de visserijketen te investeren.In Burundi vraagt het behalen van concrete economischevoordelen meer tijd. Deze zullen ontstaan wanneer het landzich verder ontwikkelt.35Hoe kan Nederland voorkomen dat de bezuinigingen op program-ma’s in Benin, Oeganda en Burundi economische zelfredzaamheidondermijnen?Antwoord:Er moeten scherpe keuzes gemaakt worden op het terreinvan Ontwikkelingshulp. De bezuinigingen worden zorgvul-dig uitgevoerd. Gezondheid blijft een prioriteit binnen hetBHO-beleid.36Kunt u specificeren hoe de verminderde committeringen inOeganda zich verhouden tot het voorgenomen beleid om asielzoe-kers daar op te vangen en terug te sturen? En kunt u aangeven watde stand van zaken van dit voornemen is?Antwoord:Er is geen relatie tussen deze verlaagde committering en deverkenning van een mogelijke intensievere migratiesamen-werking met Oeganda. Deze verkenning bevindt zich nog ineen beginstadium. Het is daarom te vroeg om iets te zeggenover de voortgang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 39 37Waarom wordt € 15,7 miljoen extra vrijgemaakt voor humanitairehulp, terwijl het Stabiliteitsfonds voor Gaza hiervan € 2 miljoenontvangt?Antwoord:Het klopt dat er in 2024 extra geld wordt vrijgemaakt voorHumanitaire Hulp, dit is afkomstig van de begroting vanAsiel en Migratie en houdt verband met lagere geraamdeasieluitgaven.Ook is het correct dat een bedrag van EUR 2 mln. wordtovergeheveld naar de begroting van Buitenlandse Zaken omvia het stabiliteitsfonds in te kunnen zetten op verbeteringvan humanitaire toegang voor hulp aan Gaza38Hoeveel (extra) middelen worden er direct en indirect uitgegevenaan Gaza in 2024? Kunt u een overzicht geven van de uitgaven ende mutaties?Antwoord:Nederland ondersteunt hulporganisaties met ongeoor-merkte financiering die ook ingezet kan worden voorbekostiging van activiteiten in de Palestijnse Gebieden.Gezien de urgentie en schaal van de humanitaire noden zijnin 2024, net als in 2023, aanvullende bijdragen aan hulpor-ganisaties gedaan. In 2024 betrof dit een bedrag ter hoogtevan EUR 21,7 miljoen voor de crisis in de PalestijnseGebieden en impact op de regio:– Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC), EUR 3miljoen;– World Health Organization (WHO), EUR 3 miljoen;– VN-Bureau voor Projectondersteunende Diensten (UNOPS,t.b.v. implementatie van implementatie Resolutie 2720 vande Veiligheidsraad van de VN), EUR 5 miljoen;– Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), EUR 4 miljoen;– Kinderfonds van de VN (UNICEF), EUR 6,7 miljoen.Daarnaast bekostigde Nederland air drops voor Gaza terwaarde van EUR 2,4 miljoen, en financiert Nederland tweepalletscanners ter waarde van EUR 1,7 miljoen die viaUNOPS aan ISR worden geleverd voor versnelde invoer vanhumanitaire hulpgoederen over land naar Gaza.39Wat is de reden voor de bezuinigingen op opvang en migratie?Antwoord:Op het totaal budget voor artikelonderdeel 4.2 «Opvang enbescherming in de regio en migratiesamenwerking» wordtin de tweede suppletoire begroting 2024 niet bezuinigd. Welhebben er binnen het artikelonderdeel enkele verschuivin-gen plaatsgevonden. Zo is er EUR 3,2 miljoen verschovenvan opvang in de regio en migratie subsidies naar opvang inde regio en migratie bijdragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 310 40Kunt u specificeren welke concrete resultaten zijn behaald met deuitgaven voor humanitaire hulp via het Central EmergencyResponse Fund (CERF) en de landenspecifieke VN-fondsen, en hoewordt de effectiviteit van deze bestedingen gemeten?Antwoord:Het CERF en de landenspecifieke fondsen zijn een van desnelste en meest effectieve manieren om levensreddendehumanitaire hulp te bieden aan mensen die door crisesworden getroffen. Door donorbijdragen te bundelen in dezeflexibele fondsen, kunnen onze partners snel, flexibel enproactief reageren op veranderende en acute noden. Ditredt levens in situaties waar elke minuut telt, zoals bijzware aardbevingen, overstromingen en plotselingeconflicten die de wereld in 2024 troffen.Dankzij Nederlandse bijdragen via het CERF zijn in 2023onder andere 2,2 miljoen mensen voorzien van levensred-dende gezondheidszorg, 1,3 miljoen van water- en sanitairevoorzieningen, en 1 miljoen van voedselhulp. Via delandenspecifieke VN fondsen heeft Nederland eveneensnoodhulp geleverd, waaronder voedsel, water, mentalegezondheidszorg en onderdak, in landen zoals Oekraïne,Sudan, Ethiopië, Syrië, Burkina Faso, Afghanistan, Jemen,Somalië, de Democratische Republiek Congo en Zuid-Soedan.De effectiviteit van deze bestedingen wordt nauw gemoni-tord via adviesorganen waarvan Nederland deel uitmaakt,jaarlijkse rapportages, veldbezoeken en een voortdurendedialoog met onze humanitaire partners, zowel vanuit DenHaag als via onze ambassades.41Waarom is gekozen om op de begroting van 2024 al minder tebesteden aan opvang in de regio, aangezien de bezuinigingen pasingaan op de begroting van 2025?Antwoord:Zoals aangegeven bij vraag 39, wordt op het totaal budgetvoor artikelonderdeel 4.2 «Opvang en bescherming in deregio en migratiesamenwerking» in 2024 niet bezuinigd.Binnen artikelonderdeel 4.2 heeft wel een verschuiving vanin totaal EUR 2,1 miljoen (0,7% van totaalbudget artikelon-derdeel 4.2) plaatsgevonden van opvang in de regio naarmigratiesamenwerking omdat dit bedrag voor opvang in deregio dit jaar niet tot besteding komt. Dit bedrag is onderandere ingezet ten behoeve van de bilaterale migratiepart-nerschappen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 311 42Hoe wordt de daling van € 12,7 miljoen voor multilaterale activitei-ten en assistent-deskundigenprogramma’s verantwoord?Antwoord:De terughoudendheid in het aangaan van nieuwe meerjarigeverplichtingen houdt verband met de kabinetsbezuinigin-gen. Dit heeft reeds in 2024 geleid tot een verlaging vanuitgaven aan diverse multilaterale activiteiten (EUR 5,5miljoen) en aan het assistent-deskundigenprogramma (EUR3,9 miljoen). Verder treedt de middelenaanvulling aan hetAsian Development Fund (AsDF-XIV) later in werking dangepland waardoor overmaking van de eerste tranche (EUR3,75 miljoen) niet in 2024 kon plaatsvinden. Tot slot heefteen aanpassing van het betaalschema voor de kapitaalaan-vulling van de Inter-American Development Bank (IDB)geleid tot een verhoging van de overmaking in 2024 (EUR0,64 miljoen). De hoogte van deze verplichting is gelijkgebleven aan wat was begroot.43Waarom wordt € 20 miljoen verschoven naar Private SectorDevelopment?Antwoord:Bij eerste suppletoire begroting BHO 2024 is EUR 20 miljoenop artikel 5.2 gereserveerd bedoeld voor de wederopbouwin o.a. Gaza. Omdat de situatie in Gaza zich nog niet leentvoor wederopbouw activiteiten zijn deze middelen nuovergeheveld naar artikel 1.3 Private Sector Development.Dit sluit aan bij het Hoofdlijnenakkoord. In 2025 is binnende BHO-begroting EUR 20 miljoen beschikbaar voorwederopbouw. Over de besteding hiervan wordt u in 2025geïnformeerd.44Hoe draagt de overheveling van € 20 miljoen naar artikel 1.3(Private Sector Development) bij aan de versterking van deNederlandse handelspositie?Antwoord:De overheveling van € 20 miljoen is deels ten goedegekomen aan het Health Insurance Fund (HIF) voor hetverbeteren en versterken van de zorgsector in ontwikke-lingslanden, gebaseerd op het Nederlandse geprivatiseerdezorgstelsel. Het HIF werkt hierbij samen met diverseNederlandse bedrijven die bijvoorbeeld medische appara-tuur of digitale technologie leveren aan zorgklinieken enzorgverzekeraars in ontwikkelingslanden. Daarnaast is eendeel ingezet voor een lening aan de Private InfrastructureDevelopment Group (PIDG). Investeringen in publiekeinfrastructuur in ontwikkelingslanden draagt bij aan deontwikkeling van de private sector in deze landen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 312 45Waarom is gekozen om de 20 miljoen bedoeld voor wederopbouwin Gaza, over te hevelen naar private sector development? Waaromis deze 20 miljoen niet ingezet voor het ledigen van de enormehumanitaire nood in Gaza zolang de oorlog voortduurt en er vanwederopbouw dus nog geen sprake kan zijn?Antwoord:De EUR 20 miljoen betreft een reservering specifiek voorwederopbouw, niet voor humanitaire hulp. In 2025 is binnende BHO-begroting EUR 20 miljoen beschikbaar voorwederopbouw. Aangezien de situatie in Gaza nu zeervolatiel blijft en zich nog niet leent voor wederopbouw, zalin 2025 worden bezien op welke wijze dit bedrag zoukunnen worden ingezet om te werken aan wederopbouw, ofactiviteiten die voorsorteren op wederopbouw c.q. earlyrecovery.Voor ondersteuning van het werk van hulporganisatiesheeft Nederland sinds 7 oktober 2023 al circa EUR 72miljoen aan additionele bijdragen gedaan, bovenop onzeongeoormerkte, flexibel inzetbare financiering voororganisaties die ook in de Palestijnse Gebieden actief zijn(zoals VN-organisaties en de Rode Kruis- en Halve Maanbe-weging). Nederland spant zich tevens in om humanitairehulpverlening in Gaza te ondersteunen middels diploma-tieke inzet. Die inzet is op dit moment uiterst belangrijkgezien de ernstige toegangsbeperkingen.46Wat is de rechtvaardiging voor de overdracht van € 44 miljoen vanODA-gelden naar de opvang van eerstejaarsasielzoekers?Antwoord:De geraamde uitgaven voor de eerstejaarsopvang vanasielzoekers worden tweemaal per jaar, bij Voorjaarsnota enNajaarsnota, aangepast op basis van de Meerjarige Produc-tie Prognose (MPP). Zoals u kunt lezen in de brief van deMinister van AenM van 6 november jl. is de instroom vanasielzoekers lager dan eerder verwacht. De toerekening vande eerstejaars asieluitgaven aan het ODA-budget wordtdaarom aangepast. Dit leidt tot een meevaller op deBHO-begroting. Daardoor vloeit een bedrag van EUR 44miljoen terug vanuit de begroting van AenM naar deBHO-begroting. In het voorjaar is de afrekening over hetafgelopen jaar op basis van de werkelijke uitgaven. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 625 XVII, nr. 313
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.