Kabinetsappreciatie EU-Mercosur akkoord
Brontekst
Versie c274e191556681cc · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 985Buitenlands beleid en handelspolitiekNr. 107 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS EN MINISTER VAN BUITEN-LANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 november 2025Met deze brief informeert het kabinet uw Kamer over de kabinetsappre-ciatie van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie enhaar lidstaten enerzijds, en de Argentijnse Republiek, de FederaleRepubliek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten vande Uruguay anderzijds (hierna: de Mercosur-landen1), en de Interim-Overeenkomst inzake Handel tussen de Europese Unie en de Mercosur-landen (hierna: interim-handelsovereenkomst). De Partnerschapsovereen-komst en de interim-handelsovereenkomst gezamenlijk worden hiernaaangeduid als «het akkoord».Op 3 september jl. zijn de definitieve teksten van het akkoord en de viervoorstellen voor Raadsbesluiten door de Europese Commissie met deEU-lidstaten gedeeld. Deze voorstellen hebben betrekking op: (1) deondertekening en (gedeeltelijke) voorlopige toepassing door de EU van dePartnerschapsovereenkomst2 en (2) de sluiting door de EU van dezeovereenkomst3; (3) de ondertekening door de EU van de interim-handelsovereenkomst4 en (4) de sluiting door de EU van deze overeen-komst.5 De Partnerschapsovereenkomst bestaat uit een politiek samen-werkingsdeel, institutionele bepalingen en handelsafspraken. De1Het Mercosur-lidmaatschap van Venezuela is sinds 2016 opgeschort. Bolivia is in juli 2024toegetreden tot Mercosur, maar niet betrokken bij onderhandelingen over dit akkoord. Mogelijkkan Bolivia op de lange termijn toetreden tot het EU-Mercosur-akkoord, wanneer Boliviainterne Mercosur wet- en regelgeving toepast en de handelsvoorwaarden van hetEU-Mercosur-akkoord bilateraal met de Europese Commissie heeft onderhandeld.2https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52025PC0356&qid=17582896662573https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=COM%3A2025%3A357%3AFIN&qid=17582896662574https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52025PC0338&qid=17582896662575https://eur-lex.europa.eu/legal-content/AUTO/?uri=CELEX:52025PC0339&qid=1758289666257&rid=13 kst-31985-107ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 1071 handelsafspraken in de Partnerschapsovereenkomst zijn gerepliceerd inde interim-handelsovereenkomst.In 2019 kondigde de Europese Commissie een onderhandelaarsakkoordaan over het handelsdeel. Dit werd in 2020 aangevuld met een onderhan-delaarsakkoord over politieke samenwerking. Mede op verzoek vanEU-lidstaten, waaronder Nederland,6 heeft de Europese Commissie zichde afgelopen jaren ingezet om aanvullende afspraken te maken overduurzaamheid. Op 6 december 2024 zijn de onderhandelingen tussen deEuropese Commissie en de Mercosur-landen inhoudelijk afgerond, naruim 25 jaar onderhandelen.Geopolitieke en geo-economische contextZoals aangegeven in de kabinetsreactie op het rapport van de Weten-schappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over Nederland in eenfragmenterende wereldorde, is er sprake van grote mondiale geopolitiekeverschuivingen.7 China en Rusland spelen een steeds grotere rol op hetwereldtoneel, waarbij harde machtspolitiek en conflicten niet wordengeschuwd. De verhouding met de VS verandert en de op regelsgebaseerde multilaterale orde staat onder druk. Nederland moet zichverhouden tot deze veranderingen, om onze waarden, welvaart enweerbaarheid te blijven waarborgen. Om internationaal de Nederlandsebelangen beter te kunnen behartigen, moeten we het geopolitiekhandelingsvermogen van de EU versterken.8 Dit vereist brede econo-mische samenwerking met derde landen en het EU-Mercosur akkoord iseen manier om dat te realiseren.Ook past het EU-Mercosur akkoord binnen de kabinetsinzet om samen tewerken met gelijkgestemde landen in verschillende samenstellingen ombeleidsdoelen te behalen9 en om strategische partnerschappen aan tegaan met opkomende machten. Het akkoord bouwt voort op de bestaandepolitieke en economische banden tussen beide regio’s en stelt de EU – endaarmee Nederland – en de Mercosur-landen in staat om nauwer samente werken op een aantal terreinen, zoals de bescherming van de multila-terale rechtsorde en mensenrechten, internationale veiligheid, klimaatver-andering, migratie, en handel.Verdienvermogen en weerbaarheidOp handelsterrein biedt het akkoord exportkansen voor een deel van deNederlandse bedrijven, draagt het bij aan diversificatie van handels-partners en verbetert het toegang tot strategisch belangrijke markten engrondstofrijke landen. Daarmee draagt het bij aan het verdienvermogenen de economische weerbaarheid van Nederland.10 Onder hetEU-Mercosur akkoord worden de huidige relatief hoge tarieven van deMercosur-landen afgebouwd naar nul, waardoor export naar de Mercosur-landen voor bijvoorbeeld de Nederlandse maakindustrie aantrekkelijker enwinstgevender wordt. Het huidige aandeel van de Mercosur-landen in detotale Nederlandse export en import van goederen met landen buiten deEU is momenteel bescheiden, met respectievelijk 3,0% en 2,9%.11 Er is6Kamerstuk 31 985, nr. 78.7Kamerstuk 30 821, nr. 260 (kabinetsreactie op het WRR-rapport «Nederland in een fragmente-rende wereldorde).8Kamerstuk 30 821, nr. 260 (kabinetsreactie op het WRR-rapport «Nederland in een fragmente-rende wereldorde).9Idem.10Beleidsagenda Buitenlandse Handel «Nederland: welvarend en weerbaar», Kamerstuk 36 180,nr. 164.11Wageningen Social and Economic Research onderzoek, Kamerstuk 36 410, nr. 24Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 1072 daarmee veel ruimte voor groei, wanneer Nederlandse exporteurs gebruikkunnen maken van de significante marktopening onder het akkoord. Alsgevolg van het akkoord zullen het bruto binnenlands product (bbp) vanNederland en de EU door een toename van handel naar verwachtingstijgen met respectievelijk + 0,02% en + 0,05%.12 Andersom wordt hetvoor de Mercosur-landen ook makkelijker om te exporteren naar de EU.Een groter aanbod van producten leidt tot lagere prijzen voor importeursen consumenten.Gelijk speelveld en bescherming kwetsbare sectorenToegenomen invoer uit de Mercosur-landen kan leiden tot meer concur-rentie op de Europese markt. Om kwetsbare EU-sectoren te beschermenen zekerheid te bieden, gelden er invoerquota voor producten zoalsbijvoorbeeld rundvlees en pluimveevlees. De import tegen lagere,preferentiële importheffingen blijft daardoor zeer beperkt ten opzichte vanEU-productie en consumptie. Wanneer er boven deze invoerquotaingevoerd wordt, gelden geen preferentiële tarieven maar moeten dehogere, «normale» tarieven betaald worden. Ook moeten Mercosur-landen aantonen dat zij voldoen aan EU-dierenwelzijnsstandaarden voorleghennen om in aanmerking te komen voor preferentiële behandelingvan hele eieren in de schaal.Tot slot kan de EU bij een te hoge invoer van een bepaald product en(dreiging van) een ernstige marktverstoring vrijwaringsmaatregelennemen om de invoer verder te beperken en de EU-sector(en) tebeschermen. Deze afspraken worden versterkt door het voorstel van deEuropese Commissie van 8 oktober jl. over de operationalisering hiervanaan EU-zijde.13 Dit voorstel – dat is uitgekomen na publicatie van deonderzoeken naar de effecten van het akkoord14 – biedt extra zekerheidaan Europese boeren. Het voorstel omvat extra monitoring, een verlaagdedrempel voor instellen van vrijwaringsonderzoek en een helder tijdspadvoor het afronden van het onderzoek. Voor gevoelige landbouwproductenzijn bovendien extra strenge maatregelen voorzien, zoals verder toegelichtop pagina 32. Na aanname van dit voorstel door de Raad en het EuropeesParlement zal EU-rechtelijk zijn vastgelegd in welke specifieke situaties deEuropese Commissie een vrijwaringsonderzoek moet starten terbescherming van de betreffende landbouwsector. Daarmee beoogt deEuropese Commissie tegemoet te komen aan de zorgen over de gevolgenvan het akkoord voor gevoelige EU-landbouwsectoren.Het meest recente onderzoek van het Gemeenschappelijk Centrum voorOnderzoek van de Europese Unie (JRC) uit 202515, waarin onder anderehet EU-Mercosur akkoord is opgenomen, concludeert daarnaast datEU-handelsakkoorden, zeker wanneer de effecten van deze akkoorden bijelkaar worden opgeteld, een deel van de Europese Agri-Food sectoraanzienlijke groeikansen bieden. In het bijzonder zuivelproducten,varkensvlees, wijn en dranken, alsmede verwerkte agrovoedingspro-ducten kunnen profiteren van verbeterde toegang tot nieuwe markten. Hetonderzoek toont echter ook aan dat er risico’s zijn voor andereagri-foodsectoren zoals pluimvee- en rundveesectoren.12Dit blijkt uit onderzoek gepubliceerd door Wageningen, SEO Economisch Onderzoek en deEuropese Commissie in 2025. De onderzoeken worden nader toegelicht in deze brief.13eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:52025PC063914Zie paragraaf 3.1 in de toelichting hieronder.15JRC Publications Repository – Trade Winds of Change: Cumulative Effects of Bilateral TradeAgreements on the EU Agri-food SectorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 1073 Nederland maakt zich zorgen over het perspectief van deze sectoren. Hetkabinet verwelkomt in dat kader de aanvullende maatregelen die door deEuropese Commissie zijn aangekondigd ter bescherming van de Europeselandbouwsector en zal de Commissie daaraan houden. Dit wordt nadertoegelicht op pagina’s 31–35. Ook wil het kabinet dat er goed gemonitordwordt of deze maatregelen voldoende zijn.Gelijktijdig concludeert het JRC dat het gebruik van invoerquota eeneffectieve manier is om een evenwicht te bewaren tussen de preferentiëlemarkttoegang voor handelspartners enerzijds, en het beperken vanverstoringen van de markt voor gevoelige landbouwproducten van de EUanderzijds.In de aanloop naar besluitvorming over het EU-Mercosur akkoord maaktde Europese Commissie vaart met de uitwerking van de Visie voorLandbouw en Voedsel.16 Eén van de doelstellingen hiervan is hetwaarborgen van een gelijk speelveld voor EU-landbouwproducten. In datverband heeft de Commissie onder andere toegezegd dat in alle nieuwevoorstellen voor EU-dierenwelzijn regelgeving bezien zal worden hoe dezetoe te passen op geïmporteerde producten. Dit is in lijn met dekabinetsinzet zoals uiteengezet in het regeerprogramma, waarin onderandere staat dat: «we bezien de mogelijkheden om op Europees niveaueisen te stellen aan de invoer van producten die binnen de EU nietgeproduceerd mogen worden.»17 In dit verband is het ook relevant tebenoemen dat alle ingevoerde producten sowieso moeten voldoen aanEU-producteisen, inclusief voedselveiligheidseisen. Hier wordt actief opgecontroleerd, zowel door de Europese Commissie als door de verant-woordelijke Nederlandse overheidsdiensten zoals de NederlandseVoedsel- en Warenautoriteit (NVWA).Nederlands derogatieverzoek nitraatrichtlijnHiernaast geldt dat het kabinet bij de Europese Commissie zal blijvenpleiten voor een positieve grondhouding voor het openen van dederogatiegesprekken met Nederland. De waterkwaliteit onder dezezogenoemde «derogatiebedrijven» is, wetenschappelijk bewezen beterdan bij niet-derogatiebedrijven (onderzoek Herman de Boer, 2024, WUR:«Lower nitrate leaching from dairy cattle slurry compared to syntheticfertilizer»). Dit rechtvaardigt een positieve grondhouding door deEuropese Commissie waar Nederland ook om vraagt.DuurzaamheidDe aanvullende duurzaamheidsafspraken gaan beduidend verder dan deafspraken die al waren gemaakt in het onderhandelaarsakkoord van 2019.Deze afspraken zijn bindend en afdwingbaar via geschillenbeslechting.Het akkoord bevat nu bovendien concrete afspraken over het tegengaanvan ontbossing. Ook is de Overeenkomst van Parijs expliciet opgenomenals essentieel element van het gehele akkoord. Dat betekent dat deverdragspartijen het akkoord eenzijdig kunnen opschorten indien ersprake is van een wezenlijke schending door één van de andere verdrags-partijen van de verplichtingen die de partijen zijn aangegaan onder deOvereenkomst van Parijs.16https://agriculture.ec.europa.eu/overview-vision-agriculture-food/vision-agriculture-and-food_nl.17https://www.rijksoverheid.nl/regering/regeerprogramma/4-landbouw-visserij-voedselzekerheid-en-natuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 1074 Politieke samenwerkingDe versterkte politieke samenwerking krijgt in het akkoord vorm door eenpolitieke dialoog tussen de EU en de Mercosur-landen, met ook als doel inte zetten op gezamenlijke initiatieven in internationale fora. Dezeafspraken betreffen onder meer de bevordering van internationale vredeen veiligheid, democratie, mensenrechten en de internationale rechtsorde,in lijn met de Nederlandse beleidsinzet.18 Het akkoord draagt bij aannauwere samenwerking op het gebied van tegengaan van irregulieremigratie en grensoverschrijdende georganiseerde misdaad. Ook betrefthet akkoord concrete samenwerking op duurzame ontwikkeling enbevordering van sociale, economische en culturele partnerschappen.Inhoud briefHet EU-Mercosur akkoord is instrumenteel om ons verdienvermogen enonze weerbaarheid te bevorderen en om de samenwerking met deMercosur-landen te intensiveren. Het akkoord realiseert markttoegang tothet relatief gesloten Mercosur-blok en biedt daarmee veel kansen voorEU-exporteurs, waaronder de Nederlandse maakindustrie. Het akkoordintroduceert ook nieuwe instrumenten die de EU in staat stellen proactiefmet de Mercosur-landen te engageren ter verbetering van de naleving vaninternationale afspraken omtrent (met name) arbeid en milieu, en terverhoging van productiestandaarden. Ook biedt het akkoord een platformom met de Mercosur-landen te spreken over het gelijktrekken vanproductiestandaarden en meer controlemechanismes.Deze brief bevat een gedetailleerde toelichting op het akkoord, inclusiefeen nadere toelichting van bovengenoemde onderdelen, evenals eenappreciatie hiervan. Aangezien de handelsafspraken in de Partnerschaps-overeenkomst zijn gerepliceerd in de interim-handelsovereenkomst,worden diezelfde afspraken in de interim-handelsovereenkomst niet apartuiteengezet.Met deze brief wordt tevens nader ingegaan op de vragen van de ledenTeunissen (PvdD) en Hirsch (GroenLinks-PvdA) van 4 maart 2025 over deinhoud van het akkoord en de toezegging van 29 september 2025 over deduurzaamheidsafspraken in het akkoord en de wijze waarop het akkoorddoor de Europese Commissie is voorgelegd.19 Het kabinet heeft conformmotie Teunissen c.s.20 bepleit dat het akkoord wordt voorgelegd als eenintegraal associatieakkoord. Desondanks heeft de Europese Commissie opbasis van de inhoud van het akkoord besloten om het akkoord voor teleggen als een Partnerschapsovereenkomst (gemengd) en een interim-handelsovereenkomst («EU-only»). Daartoe dient de Raad, dus ookNederland, zich nu te verhouden.Na ontvangst van deze appreciatie heeft uw Kamer de gelegenheid omdesgewenst in debat te gaan met het kabinet over het akkoord, mede methet oog op de Nederlandse positie in de besluitvorming door de Raad. Tenbehoeve van de informatiepositie van uw Kamer, is het kabinet graagbereid om een technische briefing over het akkoord aan te bieden.18Beleidsnota Mensenrechten, democratie, internationale rechtsorde, bijlage bij Kamerstuk32 735, nr. 370; Beleidskader Mondiaal Multilateralisme, bijlage bij Kamerstuk 36 200 V, nr. 72;Regeerprogramma: Hoofdstuk Internationale veiligheid, Bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96;Kamerbrief Toekomstagenda internationaal offensief tegen georganiseerde criminaliteit(Kamerstuk 29 911, nr. 355) en Kamerbrief aanpak ondermijnende criminaliteit (Kamerstuk29 911, nr. 444).19Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 1978 en toezegging TZ202509-134.20Kamerstuk 21 501-02, nr. 2618Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 1075 Naar verwachting vindt besluitvorming in de Raad over de ondertekeningen voorlopige toepassing door de EU van de Partnerschapsovereenkomsten de ondertekening en voorlopige toepassing door de EU van deinterim-handelsovereenkomst met gekwalificeerde meerderheid vanstemmen plaats in december 2025. Op dit moment lijkt er een ruimeRaadsmeerderheid te zijn die de voorstellen zoals die zijn voorgelegd doorde Europese Commissie steunt.21Deze brief is als volgt opgebouwd:1.Voorgenomen positie van het kabinet in de EU-besluitvorming2.Inhoudelijke beschrijving van het akkoord: institutionele bepalingen,politieke samenwerkingsdeel, en handelsdeel.3.Overzicht van onderzoeken naar de effecten van het akkoord: Sustaina-bility Impact Assessment, impactanalyse van de Europese Commissie,Wageningen Social & Economic Research en SEO EconomischOnderzoek.4.Kabinetsappreciatie van het akkoord: politieke samenwerkingsdeel enhandelsdeel.5.Proces van besluitvorming over de ondertekening en sluiting door deEU en de EU-lidstaten.1. Voorgenomen positie van het kabinet Het kabinet is over het geheel genomen positief over de uitkomst van deonderhandelingen over het EU-Mercosur akkoord nu het akkoordeconomische kansen en voorspelbaarheid biedt voor het Nederlandsebedrijfsleven. Daarnaast geven de EU en de Mercosur-landen het signaalaf dat zij samen sterker staan om mondiale uitdagingen het hoofd tebieden. Dit is van belang, juist in deze tijd van geopolitieke engeo-economische verschuivingen en harde machtspolitiek, zeker ook inhet handelsdomein. Tegelijkertijd heeft het kabinet ook oog voor derisico’s die aan het akkoord kleven.Economisch gezien zijn de voordelen van dit akkoord voor Nederlandgroot: het vergemakkelijkt het zakendoen, biedt aantoonbare export-kansen in veelbelovende markten en verbetert de toeleveringszekerheidvan onder andere kritieke grondstoffen. Zo draagt het akkoord niet alleenbij aan het versterken van ons verdienvermogen, maar ook aan hetweerbaarder maken van onze economie door diversificatie van handels-partners. Ook waarborgt het akkoord milieustandaarden middelsafspraken die verder gaan dan de huidige afspraken tussen de EU en deMercosur-landen, en biedt het akkoord met name voor de landbouwsectorwaarborgen om de Europese markt waar nodig te beschermen, zoalsquota en vrijwaringsmaatregelen. Het kabinet is zich ervan bewust dat hetakkoord nadelig kan zijn voor enkele Nederlandse landbouwsectoren,waarbij opgemerkt moet worden dat de voorziene negatieve inkomensef-fecten ook op bedrijfsniveau zeer beperkt zijn. Het kabinet hecht aan demogelijkheid om efficiënt maatregelen te kunnen treffen om de landbouw-sector te beschermen. Het voorstel van de Europese Commissie van8 oktober jl. over de operationalisering van de vrijwaringsmaatregelen iseen goede stap om Europese boeren extra zekerheid te bieden, inclusiefde extra strenge maatregelen voor gevoelige landbouwproducten.Bovendien kijkt het kabinet met belangstelling naar de uitwerking van dedoor de Europese Commissie aangekondigde aanvullende voorstelleninzake financiële compensatie en productiestandaarden. Ook politiekgezien biedt het akkoord voordelen omdat het bijdraagt aan hetversterken van relaties met strategische partners en gelegenheid biedt om21Toezegging TZ202501-114 over het EU-krachtenveld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 1076 nauwer samen te werken op een aantal terreinen van wederzijds belang.Dit is te meer van belang gegeven de veranderende geopolitieke context.Doorslaggevend voor dit kabinet is dat het akkoord meer voor- dannadelen voor Nederland oplevert en economisch en politiek gezien eenlogische om niet te zeggen noodzakelijke stap is. Het akkoord is relevantnu én voor de langere termijn. Om deze redenen is het kabinet dan ookvoornemens om in de EU in te stemmen met de vier voorstellen voorRaadsbesluiten over (1) de ondertekening en (gedeeltelijke) voorlopigetoepassing van de Partnerschapsovereenkomst en (2) de sluiting van dezeovereenkomst; (3) de ondertekening van de interim-handelsovereenkomsten (4) de sluiting van deze overeenkomst, alsmede met het voorstel vooreen verordening over de operationalisering van de vrijwaringsmaatre-gelen in het akkoord.2. Inhoudelijke beschrijving van het akkoord 2.1 Inhoud institutionele bepalingen Het akkoord bevat een deel met institutionele afspraken. Zo spreken de EUen de Mercosur-landen af op reguliere basis gezamenlijke Toppen teorganiseren, waar de voortgang in de implementatie van het akkoordbesproken wordt. Daarnaast wordt er een gezamenlijke raad opgericht dieop ministerieel niveau bijeen zal komen om toe te zien op de implemen-tatie van het akkoord. Ook zal een parlementaire commissie wordenopgezet ter bevordering van de regelmatige dialoog tussen het EuropeesParlement en het parlement van Mercosur. Tevens zullen de EU en deMercosur-landen het maatschappelijk middenveld consulteren middelseen «Civil Society Forum». Hiermee wordt een publieke dialoog gefacili-teerd over de implementatie van het akkoord.In de algemene bepalingen staat aangegeven dat het akkoord deverdragspartijen niet belemmert in het nemen van essentiële veiligheids-maatregelen, bijvoorbeeld in geval van oorlog.2.2 Inhoud politieke deel In het politieke samenwerkingsdeel van het akkoord staat het versterkenvan de politieke dialoog en samenwerking tussen de EU en de Mercosur-landen centraal. Tevens gaat dit deel van het akkoord over versterktesamenwerking in regionale en multilaterale fora. Hieronder wordt kortingegaan op de terreinen waarop nauwere samenwerking is voorzien.Politieke dialoog en internationale samenwerkingDe EU en de Mercosur-landen zijn het erover eens dat de politiekedimensie een essentieel onderdeel is van het partnerschap dat met ditakkoord tot stand komt. Het akkoord voorziet in het versterken van depolitieke dialoog. Hiertoe spreken de partijen af een politieke agenda vastte stellen, samen te werken op gebieden van gezamenlijk belang, eninspanningen te leveren om hun posities te coördineren met het oog opgezamenlijke initiatieven in internationale fora.De politieke dialoog heeft onder andere tot doel om internationale vredeen veiligheid te bevorderen, en om democratie, rechtsstaat en debescherming van mensenrechten te versterken. Daarnaast is de politiekedialoog gericht op internationale samenwerking op diverse terreinen,zoals duurzame ontwikkeling en bevordering van sociale, economische enculturele partnerschappen. Om dit te realiseren, zullen de EU en deMercosur-landen verschillende samenwerkingsprojecten uitvoeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 1077 Democratische principes, rechtsstaat, mensenrechten en internationalevrede en veiligheidHet versterkte partnerschap omvat onder meer samenwerking op hetgebied van het bevorderen en beschermen van mensenrechten, democra-tische principes en de rechtsstaat. Zo spreken de EU en de Mercosur-landen af samen te werken bij de bevordering van de universele ratificatieen implementatie van het Statuut van Rome inzake het InternationaalStrafhof. Daarnaast zullen ze zich inzetten voor gendergelijkheid en hetversterken van de positie van alle vrouwen en meisjes. Op het terrein vanvrede en veiligheid committeren de partijen zich aan nauwere samen-werking op het gebied van non-proliferatie van massavernietigings-wapens, contraterrorisme, VN-vredesopbouw en handhaving, multilatera-lisme, humanitaire hulp en cyberveiligheid.De eerbiediging van democratische beginselen, mensenrechten, funda-mentele vrijheden en de rechtsstaat, zoals vastgelegd in de UniverseleVerklaring van de Rechten van de Mens en andere internationalemensenrechteninstrumenten waar deze verdragspartijen zich bij hebbenaangesloten, vormt een essentieel element van dit akkoord. Dit geldteveneens voor de bepalingen in het akkoord inzake de non-proliferatievan massavernietigingswapens. Dit betekent dat de verdragspartijen zichcommitteren aan de naleving van de bestaande internationale verdragenen verplichtingen. Indien er echter sprake is van een bijzonder ernstige enwezenlijke schending van de essentiële elementen, kunnen passendemaatregelen worden genomen met in het uiterste geval gedeeltelijke ofvolledige opschorting van het akkoord.Justitie, vrijheid en veiligheidDe EU en de Mercosur-landen spreken af hun samenwerking te versterkenop het gebied van migratie, op basis van het beginsel van nationalesoevereiniteit. Dit behelst onder andere samenwerking bij het voorkomenvan mensensmokkel en -handel, de uitwisseling van informatie, en hetterugnemen van de eigen onderdanen die illegaal verblijven in hetterritorium van de andere partij. Onderdeel van het akkoord is ooksamenwerking bij het tegengaan van grensoverschrijdende georgani-seerde criminaliteit, het wereldwijde drugsprobleem, de strijd tegencorruptie, witwassen en terrorismefinanciering, de bescherming vanpersoonlijke data, consulaire bescherming en justitiële samenwerking.Duurzame ontwikkelingHet akkoord besteedt veel aandacht aan de Overeenkomst van Parijs enhet behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen. In dit kaderspreken de partijen af samen te werken op het gebied van socialeontwikkeling, werkgelegenheid en arbeid (o.a. het bevorderen van decentwork en het respecteren van de ILO-conventies), milieu, duurzamestedelijke ontwikkeling, oceanen en zeeën, energie inclusief hernieuwbareenergie, grondstoffen en klimaatverandering. Zo behelst de versterktesamenwerking op het gebied van klimaatverandering onder andere hetreduceren van de uitstoot van broeikasgassen en het tegengaan van degevolgen van klimaatverandering op de voedselproductie. Ook spreken deEU en de Mercosur-landen af dat zij partij blijven bij het VN-Raamwerk-verdrag voor Klimaatverandering (UNFCCC) en de Overeenkomst vanParijs. De tekst geeft aan dat dit een essentieel element vormt van ditakkoord.2222Dit wordt toegelicht in de inhoudelijke beschrijving van het hoofdstuk over handel enduurzame ontwikkeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 1078 Sociale, economische en culturele partnerschappenVoorts zijn in het akkoord samenwerkingsbepalingen opgenomen overmaatschappelijk verantwoord ondernemen, industriële samenwerking,belastingzaken en consumentenrechten. Daarnaast voorziet het akkoord insamenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie, statistiek,concurrentiezaken, civiele ruimtevaart en transport. Het akkoord besteedtook aandacht aan de digitale economie, met als doel om o.a. de digitalekloof te verkleinen door informatie en good practices uit te wisselen overdigitaal beleid en regelgeving. Wat betreft sociale en culturele ontwik-keling voorziet het akkoord in samenwerking ten aanzien van onderwijs,training, jeugd en sport, audiovisueel en media, en regionale integratie.2.3 Inhoud handelsdeel De handelsafspraken in het akkoord zijn veelal afspraken die ook inrecente handelsakkoorden van de EU met andere derde landen zijnopgenomen. Delen van de toelichting komen dan ook overeen met die inde kabinetsappreciaties van de akkoorden met Nieuw-Zeeland23 en Chili.24Het EU-Mercosur akkoord bevat geen afspraken over investeringsbe-scherming.MarkttoegangDe huidige importheffingen25 op goederen die de EU exporteert naar deMercosur-landen zijn relatief hoog, zoals op machines (14–20%),voertuigonderdelen (14–18%), chemicaliën (tot 18%), farmaceutischeproducten (tot 14%), kaas (28%) en dranken (tot 35%). Veel van dezeproducten behoren tot de belangrijkste exportproducten van Nederlandnaar de Mercosur-landen. Met het akkoord worden de importheffingen op91% van de totale import uit de EU door de Mercosur-landen volledigafgebouwd gedurende een overgangsperiode van gemiddeld 10 jaar en inbepaalde gevallen 15 jaar. De verlaging van importtarieven naar nul doorde Mercosur-landen betekent dat het goedkoper en daarmee aantrekke-lijker wordt om Nederlandse goederen te exporteren naar de Mercosur-landen. Andersom zal de EU de importheffingen op 92% van de import uitde Mercosur-landen afbouwen gedurende een overgangsperiode vanmaximaal 10 jaar. Dat betekent dat de Mercosur-landen goedkoper kunnenexporteren naar de EU en dat er voor de Europese consument een groteraanbod van producten beschikbaar komt tegen een lagere prijs.Bij landbouwproducten is in het akkoord rekening gehouden met voor deEU concurrentiegevoelige producten en zogenaamde kwetsbare sectoren.Aan EU-zijde zijn daarom in het akkoord een aantal quota voor landbouw-producten (zogenaamde tariefcontingenten) afgesproken, waardoor deimport van producten tegen verlaagde tarieven aan een maximumhoeveelheid gebonden is. De verlaagde tarieven gelden dus niet voorimport die buiten de quota valt. Hieronder een overzicht van de nieuweafspraken in het akkoord over quota voor de belangrijkste producten:•Voor hoge kwaliteit rundvlees is een nieuw quotum van 99.000 ton inCarcass Weight Equivalent (CWE) afgesproken, onderverdeeld in 55%vers en 45% bevroren, met een in-quotum tarief van 7,5%. Door hetin-quotum tarief gelden dus nog steeds importheffingen (boven hetquotum gelden de WTO tarieven). De Europese Commissie geeft aandat dit quotum 1,5% van de totale Europese rundvleesproductie betreft23Kamerstuk 31 985, nr. 80.24Kamerstukken 21 501-02 en 31 985, nr. 2715.25Dit is de belasting die aan de grens van een bepaald land betaald moet worden om eenproduct te mogen invoeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 1079 en dat het aandeel van dit quotum in de totale rundvlees productie inde Mercosur-landen gering is (0,6%, op basis van de productie in 2023van 15,5 miljoen ton rundvlees).26 De Commissie geeft verder aan dat,alles overziend, de EU een netto exporteur van rundvlees is (totaleexport in 2024 was EUR 4,9 miljard). Naast het nieuwe quotum wordthet huidige in-quotumtarief in de Mercosur-specifieke zogenaamde«WTO Hilton»-quota afgeschaft.27•Voor pluimveevlees gaat het om een nieuw quotum van 180.000 tonCWE tegen 0-tarief, onderverdeeld in 50% met bot en 50% zonder bot.Dit volume vertegenwoordigt 1,3% van de totale Europese pluimvee-vlees productie.28•Voor varkensvlees gaat het om een nieuw quotum van 25.000 ton CWEafgesproken tegen een verlaagd tarief van EUR 83 per ton.•Bovengenoemde (nieuwe) quota voor rundvlees, pluimveevlees envarkensvlees worden gefaseerd ingevoerd in zes gelijke jaarlijkse fasenover een periode van vijf jaar.•Voor suiker gaat het, bij inwerkingtreding, om een nieuw quotumspecifiek voor Paraguay van 10.000 ton CWE tegen 0-tarief en deafschaffing van het huidige in-quotumtarief op 180.000 ton CWE vanhet specifieke WTO-quotum voor ruwe rietsuiker bestemd om teworden geraffineerd. Dit volume vertegenwoordigt 1,1% van de totaleEuropese suiker productie.29•Voor kaas, melkpoeder en zuigelingenvoeding zijn over en weer quotategen een 0-tarief afgesproken die gelden voor zowel producten uit deMercosur-landen als uit de EU, namelijk 30.000 ton CWE voor kaas(huidig Mercosur tarief 28%), 10.000 ton CWE voor melkpoeder (huidigMercosur tarief 28%) en 5.000 ton CWE voor zuigelingenvoeding(huidig Mercosur tarief 18%). Deze quota worden gefaseerd ingevoerdin 11 gelijke jaarlijkse fasen over een periode van 10 jaar.•Voor «eieren in schaal» geldt dat deze alleen gebruik kunnen makenvan het 0-tarief als deze vergezeld worden van een certificaat dat deeieren voldoen aan EU dierenwelzijnseisen in Richtlijn 1999/74/EC ofdaaraan gelijkwaardige standaarden.Overigens bestaan er al quota waarvan de Mercosur-landen gebruikkunnen maken. Deze zijn door de EU in de Wereldhandelsorganisatie(WTO) afgesproken voor producten als hoge kwaliteit rundvlees,pluimveevlees en suiker. Onder het akkoord komen er zoals hierbovenbeschreven dus een aantal quota bij. De quota komen volgens onderzoekvan Wageningen30 in totaal uit op:•Voor hoge kwaliteit rundvlees: 158.534 ton in CWE. Uit het onderzoekblijkt dat dit 2,4% van de huidige EU-consumptie betreft, terwijl deEU-productie in 2021–2023 gemiddeld 6.700.000 ton in CWE betrof.•Voor pluimveevlees: 587.794 ton CWE, wat overeenkomt met 4,9% vande huidige EU-consumptie, terwijl de EU productie in 2021–2023gemiddeld 13.300.000 ton in CWE betrof.26https://ec.europa.eu/commission/presscorner/api/files/attachment/881577/Factsheet%20EU-Mercosur%20-%20Agriculture.pdf27Het Beroepslichaam van de WTO bepaalde in 1998 dat het EU-invoerverbod op hormoonvleesin strijd was met artikel 5, lid 1, van de WTO-overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire(SPS) maatregelen. Naar aanleiding hiervan is het zogenaamde Hilton quotum voorhormoonvrij rundvlees ingevoerd.28https://ec.europa.eu/commission/presscorner/api/files/attachment/881577/Factsheet%20EU-Mercosur%20-%20Agriculture.pdf29https://ec.europa.eu/commission/presscorner/api/files/attachment/881577/Factsheet%20EU-Mercosur%20-%20Agriculture.pdf30Zie het overzicht van bestaande quota in het Wageningen Social and Economic Researchonderzoek, pagina 21, Kamerstuk 31 985, nr. 101.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10710 •Voor suiker: 190.000 ton CWE, wat overeenkomt met 1,1% van dehuidige EU-consumptie, terwijl de EU productie in 2021–2023gemiddeld 15.300.000 ton in CWE betrof.Daarnaast bevat het deel over markttoegang in het akkoord afsprakenover de afschaffing of vermindering van exportheffingen31 om export naarde EU te bevorderen. Voor Argentinië, Uruguay en Paraguay geldt datexportheffingen op alle grondstoffen en industriële goederen volledigworden afgeschaft. Voor Brazilië is een uitzondering afgesproken voorbepaalde grondstoffen, wat in de volgende passage over kritiekegrondstoffen nader wordt toegelicht. Exportheffingen op landbouwpro-ducten worden volledig afgeschaft door Brazilië, Paraguay en Uruguay, enin het geval van Argentinië verminderd, zoals voor sojabonen.Kritieke grondstoffenHet akkoord verbetert de leveringszekerheid van kritieke grondstoffenvoor het Europese bedrijfsleven.32 Door de verlaging vanEU-importheffingen op zowel ruwe als verwerkte grondstoffen, kunnen deMercosur-landen voordeliger exporteren naar de EU en betalen deafnemers in de EU een lagere prijs. Het akkoord bevat een verbod opminimumprijzen, exportmonopolies en exportheffingen, onder andere omeerlijkere toegang tot grondstoffenmarkten te garanderen. Exporthef-fingen op grondstoffen worden afgeschaft, met uitzondering vanspecifieke Braziliaanse grondstoffen zoals niobium, waarbij is overeenge-komen dat EU-afnemers gunstiger worden behandeld dan concurrentenuit landen buiten de EU.33 Door deze afspraken houdt Brazilië de ruimteom de lokale verwerking te stimuleren, terwijl de EU profijt heeft van eenconcurrentievoordeel en een versterkte leveringszekerheid.Het belang van lokale verwerking van grondstoffen wordt gestimuleerddoor afspraken over de afschaffing van tariefescalatie en samenwerkingtussen de verdragspartijen. Door de afschaffing van tariefescalatie –waarbij de EU doorgaans hogere importtarieven heft op verwerkteproducten dan op ruwe grondstoffen – wordt lokale verwerking in deMercosur-landen aantrekkelijker. Ook spreken de partijen af, op basis vanonderlinge complementariteit, investeringen en industriële ontwikkelingin grondstof-producerende landen te stimuleren, om daarmee lokalewaardetoevoeging en werkgelegenheid te creëren en waardeketens teintegreren.Het akkoord bevat in het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkelingtevens duurzaamheidsafspraken die effect hebben op de mijnbouwsectoren kritieke grondstoffen waardeketens. Zo ziet het akkoord toe op denaleving van IMVO-kaders34 en informatie-uitwisseling en samenwerkingop internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen in grondstof-fenketens. Zo is overeengekomen de toepassing van deOESO-richtsnoeren voor duurzame waardeketens van mineralen uit31Dit is een belasting die door de Mercosur-landen geheven wordt op producten die wordengeëxporteerd.32Zoals gedefinieerd op de Europese lijst van kritieke en strategische grondstoffen: https://single-market-economy.ec.europa.eu/sectors/raw-materials/areas-specific-interest/critical-raw-materials_en33Brazilië is verantwoordelijk voor 92% van het wereldwijde marktaanbod van niobium, dato.a. gebruikt wordt voor hoogwaardig staal.34Waaronder de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en de OESO-richtlijnenvoor Multinationale Ondernemingen inzake Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Ditwordt nader toegelicht in de inhoudelijke beschrijving van het hoofdstuk over handel enduurzame ontwikkeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10711 conflict- en hoog risicogebieden35 te bevorderen. Deze specifiekeduurzaamheidsbepalingen hebben als doel grondstofwaardeketensveiliger en toekomstbestendig te maken.Handelsdefensieve maatregelenOp basis van WTO-regels kunnen de verdragspartijen, zoals alle landen,handelsdefensieve maatregelen treffen om de eigen producenten tebeschermen bij (dreiging van) ernstige marktverstoring. Mocht dit aan deorde zijn, dan garanderen de EU en de Mercosur-landen onder hetakkoord een eerlijke en transparante procedure.Daarnaast hebben de verdragspartijen de mogelijkheid om in detransitieperiode (12 jaar, en voor goederen waar de tarieven in 10 jaar ofmeer worden afgebouwd, 18 jaar na inwerkingtreding van het akkoord)bilaterale vrijwaringsmaatregelen te nemen. Deze maatregelen kunnengedurende een periode van twee jaar worden ingesteld, te verlengen metnog eens maximaal twee jaar. De bilaterale vrijwaringsmaatregelenbestaan uit het tijdelijk opschorten of verminderen van de tariefpreferentievoor het desbetreffende product. Voor voertuigen zijn speciale bilateralevrijwaringsmaatregelen overeengekomen om die gevoelige sector in deMercosur-landen te beschermen. Afhankelijk van de duur van de afbouwvan tarieven kunnen partijen de bilaterale vrijwaringsmaatregelen voorvoertuigen tot 25 jaar na inwerkingtreding inroepen. De duur van dezemaatregelen is maximaal drie jaar, te verlengen met maximaal twee jaar.Sanitaire- en fytosanitaire (SPS) afspraken en dialoogDe EU en de Mercosur-landen herbevestigen de afspraken onder de WTOovereenkomstinzake de toepassing van sanitaire- en fytosanitaire (SPS)maatregelen (WTO SPS-overeenkomst). De SPS-eisen ten behoeve vanvoedselveiligheid en dier- en plantgezondheid die de EU stelt voor het opde markt plaatsen van producten worden door het akkoord niet aangetast.Deze eisen zijn verankerd in EU-wetgeving en gelden voor alle productendie op de Europese markt komen. Het akkoord doet hier niets aan af. Ookgeldt dat dieren en producten van dierlijke oorsprong alleen mogenworden ingevoerd uit derde landen die aan de Europese Commissiegaranties en bewijzen hebben geleverd dat zij voldoen aan EU-normen endie op de daartoe opgestelde lijst staan (zogenaamde «prelisting» vanbedrijven).In het akkoord is afgesproken dat de importerende partij de goedkeuringvan de bedrijven voor de invoer van dieren, dierlijke producten, productenvan dierlijke oorsprong en dierlijke bijproducten kan vereisen. Degoedkeuring wordt verleend zonder voorafgaande inspectie van indivi-duele bedrijven door de importerende partij zodra de importerende partij1) het officiële controlesysteem van de bevoegde autoriteit van deexporterende partij heeft erkend en de invoer van de betreffendeproducten heeft geautoriseerd; en 2) indien de exporterende partijvoldoende garanties biedt dat de producten voldoen aan de sanitairevereisten van de importerende partij. In de EU is het de EuropeseCommissie die dit toezichtsysteem op productcategorie in derde landeninspecteert, en daartoe ook audits in derde landen uitvoert (Health andFood Audits and Analysis); dit toezichtsysteem moet toetsen of productenvoldoen aan EU-voedselveiligheidseisen. Ook wordt steekproefsgewijsgekeken of aan de door exporterende autoriteit verleende garanties tenaanzien van plant- en dierziekten voldaan wordt.35https://www.oecd.org/en/publications/oecd-due-diligence-guidance-for-responsible-supply-chains-of-minerals-from-conflict-affected-and-high-risk-areas_9789264252479-en.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10712 In Nederland is de NVWA de bevoegde autoriteit voor officiële controlesop (dieren en) producten die de EU binnenkomen vanuit derde landen. DeNVWA controleert of wordt voldaan aan de diergezondheids- en voedsel-veiligheidseisen die in de EU-regelgeving zijn vastgesteld. Hierbij wordtgeverifieerd of producten afkomstig zijn uit door de EU toegelaten landenen door de EU erkende bedrijven. In de begeleidende officiële certificatenmoet de certificerende autoriteit in het verzendende land verklaren datwordt voldaan aan deze diergezondheids- en voedselveiligheidseisen. Inhet geval dat geconstateerd wordt dat dieren of producten niet voldoenaan de gestelde eisen, wordt de betreffende zending door de NVWAgeweigerd.Daarnaast maken de verdragspartijen afspraken over het uitwisselen vaninformatie, transparantie, export uit dierziektevrije gebieden (regionali-satie), en het opzetten van een dialoog over dierenwelzijn36, gentechno-logie, antimicrobiële resistentie (AMR) en wetenschappelijke zakengerelateerd aan voedselveiligheid, dier- en plantgezondheid.Oorsprongsregels, douane en handelsfacilitatieOorsprongsregels bepalen wanneer goederen de «economische nationa-liteit» hebben van één van de twee verdragspartijen en dus in aanmerkingkomen voor tariefpreferenties onder het akkoord (zogenaamde preferen-tiële oorsprong). Een goed is van preferentiële oorsprong indien het«geheel verkregen» is in een verdragspartij, het enkel is gemaakt uit vanoorsprong zijnde materialen of indien het een toereikende bewerkingheeft ondergaan in een verdragspartij. Per productgroep gelden eraanvullende productspecifieke regels.Het akkoord bevat tevens afspraken over douane- en handelsfacilitatie.Deze bepalingen beogen de handel tussen de EU en de Mercosur-landente stimuleren door middel van regels voor goed bestuur en transparantiemet betrekking tot douaneprocedures. Hierbij kan worden gedacht aan hetstroomlijnen en efficiënter maken van douaneprocedures, waardoor deadministratieve lasten voor bedrijven worden verminderd en de rechtsze-kerheid wordt verbeterd. In het akkoord wordt het recht om beroep aan tetekenen tegen besluiten van de douane of andere bevoegde autoriteitenvan de EU en de Mercosur-landen bijvoorbeeld juridisch verankerd. Ookzijn er bepalingen opgenomen die voorzien in betere samenwerking enuitwisseling van informatie tussen de douaneautoriteiten van de EU en deMercosur-landen.Technische handelsbelemmeringenHet doel van dit hoofdstuk is om handelsbelemmeringen die voortvloeienuit technische voorschriften, standaarden en conformiteitsbeoordelings-procedures te adresseren en daarmee de handel in goederen tussen deEU en de Mercosur-landen te vergemakkelijken. De WTO-overeenkomstinzake technische handelsbelemmeringen (TBT) vormt de basis voor dezeafspraken. Dat houdt in dat verdragspartijen de ruimte behouden ommaatregelen te nemen ten behoeve van legitieme beleidsdoelen, zoalsvoorschriften voor de etikettering van levensmiddelen ten behoeve van devolksgezondheid of technische specificaties voor autobanden ten behoevevan de verkeersveiligheid. Tegelijkertijd streven de verdragspartijenernaar om hun regelgeving vorm te geven op basis van goede regelge-36In het kader van CETA is bijvoorbeeld gesproken over transport en dierenwelzijn, waarmeedierenwelzijn kan worden verbeterd. Study in support of an ex-post evaluation of theComprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) between the EU and its MemberStates and Canada, www.ceta-evaluation.eu.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10713 vingspraktijken en op een manier die geen onnodige handelsverstoringveroorzaakt.Micro-, midden-, en kleinbedrijfIn het akkoord zijn specifieke afspraken gemaakt ter ondersteuning vanhet micro-, midden- en kleinbedrijf. Zo wordt bepaald dat de verdragspar-tijen in de ontwerpfase van technische voorschriften specifiek rekeninghouden met de noden van het micro-, midden- en kleinbedrijf en isafgesproken om transparant te communiceren over dergelijkevoorschriften. Beide verdragspartijen stellen een micro-, midden- enkleinbedrijf-coördinator aan om zicht te houden op de implementatie vandeze afspraken. Deze gerichte afspraken zijn relevant voor het Neder-landse bedrijfsleven, aangezien relatief kleine bedrijven (van minder dan50 tot 250 werkzame personen) het meest importeren uit Argentinië,Paraguay en Uruguay.37Handel in dienstenIn het hoofdstuk over diensten en investeringen spreken de verdragspar-tijen af om de wederzijdse markttoegang op het gebied van handel indiensten en investeringen te bevorderen, onder andere door dienstver-leners en investeerders uit de andere verdragspartij op gelijke voet tebehandelen en door geen kwantitatieve beperkingen aan het aantaldienstverleners en investeerders uit de andere verdragspartij op teleggen. Daarbij gelden de wederzijdse afspraken over investeringen voorzowel diensten als niet-dienstensectoren. Daarnaast bevat het akkoordafspraken over het tijdelijke verkeer van natuurlijke personen voorzakelijke dienstverlening (waaronder verkopers van zakelijke diensten,dienstverleners op contractbasis en zelfstandige professionals). Dit steltEuropese bedrijven in staat om bijvoorbeeld managers of specialisten bijeen filiaal in een van de Mercosur-landen te plaatsen. Voor een aantalsectoren biedt het akkoord meer markttoegang dan de huidig geldendeafspraken in het WTO akkoord over de handel in diensten (GeneralAgreement on Trade in Services, GATS). Zo biedt het akkoord verder-gaande toegang aan Europese bedrijven voor onder andere maritiemetransportdiensten (tot voorheen een gesloten markt in de Mercosur-landen), juridische en financiële dienstverlening en managementadviesdiensten. Ook bevat het hoofdstuk afspraken om de transparantie,toegankelijkheid en doelmatigheid van administratieve beoordelings- engoedkeuringsprocedures voor dienstverleners te verbeteren. Tot slot zijnde verdragspartijen specifieke regels voor bepaalde belangrijke sectorenovereengekomen, waaronder voor postdiensten, telecommunicatie-diensten, financiële dienstverlening en e-commerce. Zoals in alleEU-handelsakkoorden vereist geen van de afspraken in dit hoofdstukprivatisering van publieke diensten en behouden publieke autoriteiten debeleidsruimte om publieke diensten te reguleren.OverheidsaanbestedingenDit hoofdstuk bevat afspraken over de wederzijdse toegang tot overheids-aanbestedingen boven bepaalde drempelwaarden. Momenteel geldennog geen verplichtingen tussen de verdragspartijen over de toegang tothun aanbestedingsmarkten, omdat geen van de Mercosur-landen lid isvan het WTO-akkoord inzake overheidsaanbestedingen (GovernmentProcurement Agreement, GPA). De afspraken in dit hoofdstuk zorgen erdus voor dat Europese bedrijven eenvoudiger kunnen meedingen inoverheidsaanbestedingen van de Mercosur-landen en dat ze op gelijke37https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2025/13/factsheets-handel-met-mercosur-landenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10714 voet als lokale bedrijven worden behandeld. Daarnaast dragen dezeafspraken bij aan simpelere en transparantere aanbestedingsprocedures.De afspraken gelden voor zowel goederen als diensten zoals communica-tiediensten, toerisme gerelateerde diensten en bouwdiensten. Braziliëbehoudt daarbij ruimte om tot op zekere hoogte en onder voorwaardeneen voorkeur aan Braziliaanse bedrijven te geven en Europese bedrijvenvoor aanbestedingen in de gezondheidssector uit te zonderen. Daar staattegenover dat Europese bedrijven toegang tot aanbestedingsproceduresop sub federaal niveau krijgen, inclusief de grootste aanbestedings-markten São Paolo en Rio de Janeiro. Argentinië en Uruguay bieden geensub federale toegang, maar committeren zich om in consultatie met subfederale entiteiten te treden om in de toekomst de toegang naar subfederaal niveau uit te breiden. De EU biedt alleen markttoegang opcentraal niveau, maar is bereid om ook op regionaal of lokaal niveautoegang te verlenen indien de Mercosur-landen op een later moment demarkttoegang voor EU bedrijven verder zullen verbeteren. Ook voor dithoofdstuk geldt dat deze afspraken geen afbreuk doen aan de beleids-ruimte van publieke autoriteiten om publieke diensten te verlenen.Intellectueel eigendomHet hoofdstuk over intellectueel eigendom (IE) adresseert een groot aantalIE-rechten, waaronder auteursrecht, merken- en modellenrecht, geogra-fische aanduidingen, kwekersrechten en bedrijfsgeheimen. Voor watbetreft het kwekersrecht is afgesproken dat de verdragspartijen ditbeschermen overeenkomstig het internationale verdrag voor hetbeschermen van kwekersrechten (UPOV). Ook bevat het akkoordafspraken over de bescherming van 344 geografische aanduidingen vande EU, waaronder voor Nederland Gouda Holland, Edam Holland,Hollandse Geitenkaas en Jenever/Genever. Ook de handhaving vanIE-rechten gebaseerd op de overeenkomst inzake de handelsaspecten vande intellectueel eigendom (TRIPS-verdrag) maakt deel uit van dithoofdstuk.Handel en duurzame ontwikkelingHet uitgangspunt van de afspraken over handel en duurzame ontwik-keling, opgenomen in het desbetreffende hoofdstuk en de in 2024 uitonderhandelde annex, is dat handel duurzame ontwikkeling bevordert enniet ten koste mag gaan van het milieu en arbeidsrechten. Duurzameontwikkeling wordt verankerd in de handels- en investeringsrelatie doorde opname in het akkoord van internationale instrumenten en verdrageninzake milieubescherming, klimaatverandering en arbeidsrechten.Daarmee herbevestigen de verdragspartijen in het akkoord dat zij zich aandeze afspraken houden en committeren zij zich aan de effectieveimplementatie hiervan. Ook spreken de verdragspartijen af om samen tewerken om multilaterale regels met betrekking tot duurzame ontwikkelingte steunen en om het akkoord in te zetten om duurzame ontwikkeling testimuleren. De verdragspartijen zijn aan deze duurzaamheidsafsprakengebonden en dienen daar binnen de eigen rechtsmacht uitvoering aan tegeven. Alle afspraken in het akkoord zijn bindend en geschillen over deinterpretatie en toepassing van de handelsafspraken zijn afdwingbaar viageschillenbeslechting, zoals beschreven onder het volgende kopje.Het akkoord bevat meerdere afspraken die toezien op de implementatievan de Overeenkomst van Parijs, met als meest noemenswaardigeuitkomst van de onderhandelingen over de annex uit 2024 de opname van(de naleving van) de Overeenkomst van Parijs als essentieel element vanhet akkoord. Dit betekent dat de verdragspartijen, in goed vertrouwen,overeenkomen verdragspartij te blijven bij het UNFCCC en de Overeen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10715 komst van Parijs. Ook bevestigen de verdragspartijen dat zij de Overeen-komst van Parijs effectief zullen implementeren en spreken ze af om zichin te zetten om de doelen van de overeenkomst te bereiken, met inacht-neming van de uitkomsten van de global stocktakes (GSTs). Dit betekentdus ook dat de verdragspartijen zich volledig committeren aan deuitkomsten van de eerste GST zoals afgerond op COP28.38Onder de Overeenkomst van Parijs zijn verdragspartijen verplicht om eennationaal klimaatplan, zogeheten Nationally Determined Contributions(NDC), op te stellen waarin zij aangeven wat zij gaan bijdragen om tevoldoen aan de doelstellingen van de Overeenkomst. Zo heeft Brazilië inhaar nieuwe NDC van 13 november 2024 bijvoorbeeld aangegevenklimaatmaatregelen te nemen om een einde te maken aan illegaleontbossing. Wanneer een verdragspartij bij het EU-Mercosur akkoord vanoordeel is dat de andere verdragspartij de verplichtingen onder deOvereenkomst van Parijs niet nakomt en er sprake is van bijzonderernstige en wezenlijke schendingen van de Overeenkomst van Parijs, ofwanneer deze wordt opgezegd, kunnen partijen (een deel van) hetakkoord eenzijdig opschorten. Het proces werkt als volgt: (1) eenverdragspartij constateert dat er sprake is van bijzonder ernstige enwezenlijke schendingen van de Overeenkomst van Parijs; (2) die verdrags-partij kan dan als laatste redmiddel overwegen om passende maatregelennemen – in de vorm van gehele of gedeeltelijke opschorting van hetEU-Mercosur akkoord – en stelt de andere verdragspartij daarvan op dehoogte; (3) op verzoek van een verdragspartij vindt overleg plaats tussende twee verdragspartijen om een oplossing te vinden. Deze procedureheeft bij (gedeeltelijke) opschorting alleen concrete gevolgen voor hetEU-Mercosur akkoord, dit staat los van het te volgen nalevingsmecha-nisme dat bestaat onder de Overeenkomst van Parijs. Of er sprake is vaneen bijzonder ernstige en wezenlijke schending moet uiteindelijk per gevalworden beoordeeld. Voor de Mercosur-landen geldt dat de opschortingvan het akkoord in principe alleen van toepassing is op de individueleMercosur-lidstaat die de Overeenkomst van Parijs heeft geschonden.In het kader van milieu en klimaat zijn ook afspraken gemaakt overbiodiversiteit en het tegengaan van ontbossing. Het belang van hetbehoud en toekomstbestendig gebruik van biodiversiteit wordt benadrukt,waarbij specifiek wordt afgesproken om maatregelen tot het tegengaanvan illegale handel in beschermde dier- en plantensoorten effectief teimplementeren, in lijn met internationale overeenkomsten, zoals deConvention on International Trade in Endangered Species of Wild Faunaand Flora (CITES), waar de verdragspartijen bij zijn aangesloten. Hethoofdstuk bevat daarnaast bepalingen over andere multilaterale milieuak-koorden en duurzame visserij. Ten aanzien van het tegengaan vanontbossing, leggen de verdragspartijen zichzelf het doel op om hiertoevanaf 2030 concrete maatregelen voor te nemen. Verder zijn er bepalingenovereengekomen over hoe gezamenlijk wordt ingezet op duurzaambosbeheer. De verdragspartijen erkennen de belangrijke rol van inheemsevolkeren en lokale gemeenschappen in het kader van bosbeheer enspreken dan ook af om hen actief te betrekken bij bosbeheer en vanzelf-sprekend landrechten te respecteren.Daarnaast geven de verdragspartijen aan te zullen samenwerken aan hetontwerpen van initiatieven die duurzame en veerkrachtige waardeketensen interregionale markten stimuleren. Voorbeelden hiervan zijn hetgezamenlijk ontwikkelen van duurzame interregionale markten enwaardeketens voor kritieke mineralen en metalen, duurzaam vervoer,38Kamerstuk 31 793, nr. 256 d.d. 2 februari 2024 Internationale klimaatafspraken | Tweede Kamerder Staten-Generaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10716 energiebronnen zoals LNG en hernieuwbare energie, schonere fossielebrandstof technologie, duurzame biobrandstoffen, en waterstof enderivaten. Gezamenlijke ontwikkeling van duurzame interregionalemarkten en waardeketens dient in lijn te zijn met in het akkoordopgenomen internationale kaders voor maatschappelijk verantwoordondernemen, zoals de OESO-richtlijnen en UN Guiding Principles onBusiness and Human Rights (UNGP’s). Ook committeren partijen zichsamen te werken bij het bevorderen van interregionale waardeketens vangebieden die een indirecte bijdrage leveren aan de energietransitie.De verdragspartijen maken ook een aantal afspraken over duurzaamheids-maatregelen die een effect hebben op handel. Zo zal er bijvoorbeeldsamengewerkt worden om de implementatie van dergelijke duurzaam-heidsmaatregelen te faciliteren. Daarbij worden specifiek afsprakengemaakt over implementatie, informatievoorziening en desgewenstopheldering in het geval van maatregelen over handel en beschermingvan bos-ecosystemen. Deze afspraken hebben als voorwaarde datEU-wetgeving het toestaat en doen geen afbreuk aan EU-wetgeving. Ditgeldt bijvoorbeeld voor de EU-verordening ontbossingsvrije producten(EUDR). In het akkoord staat dat de maatregelen die verdragspartijennemen voor de implementatie van het akkoord gunstig wordenoverwogen voor de risicoclassificatie van landen in handelsgerelateerdeduurzaamheidsmaatregelen die gericht zijn op bescherming van boseco-systemen; in de EUDR staat dat er in de risicoclassificatie van landenrekening gehouden kan worden met overeenkomsten en instrumentenbedoeld om ontbossing en bosdegradatie aan te pakken. Deze risicoclassi-ficatie van landen wordt hoofdzakelijk gebaseerd op a) het tempo vanontbossing en bosdegradatie; b) het tempo van uitbreiding van landbouw-grond voor relevante grondstoffen; c) productietrends van relevantegrondstoffen en relevante producten. Dat effectieve duurzaamheidsmaat-regelen kunnen helpen voor positieve risicoclassificatie is dus niet nieuwten opzichte van de tekst van de EUDR en geldt voor alle derde landen.Op het gebied van arbeidsrechten komen de verdragspartijen onderandere overeen om de fundamentele ILO-Verdragen en -principes terespecteren, te bevorderen en effectief te implementeren. Daarbij sprekende partijen af samen te werken om vrouwelijk ondernemerschap engelijke behandeling van vrouwen te stimuleren.Tevens is in dit hoofdstuk een specifieke rol weggelegd voor hetmaatschappelijk middenveld bij de implementatie van het akkoord. Viazogeheten domestic advisory groups is het maatschappelijk middenveldbetrokken bij het toezien op de effectieve naleving van het akkoord doorde verdragspartijen. De domestic advisory groups bestaan uit eenevenwichtige vertegenwoordiging van onafhankelijke maatschappelijkeorganisaties, waaronder NGO’s, bedrijfs- en werkgeversverenigingen envakbonden, die actief zijn op economisch en sociaal gebied en op hetgebied van ontwikkeling, mensenrechten en milieu. Daarnaast kan hetmaatschappelijk middenveld in ieder van de verdragspartijen bij eenschending van de afspraken onder het duurzaamheidshoofdstuk eenklacht indienen via het Single Entry Point van de EU.39Tot slot wordt het voorzorgsbeginsel in dit hoofdstuk herbevestigd,waardoor het mogelijk is om bij een imminente dreiging op voedselvei-ligheid en/of milieu in te grijpen, ook als er (nog) geen sluitend weten-schappelijk bewijs is.39https://trade.ec.europa.eu/access-to-markets/en/form-assets/operational_guidelines.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10717 GeschillenbeslechtingDit hoofdstuk zet de geschillenbeslechtingsprocedures tussen verdrags-partijen uiteen. Het doel van het hoofdstuk is de oprichting van eeneffectief en efficiënt nalevingsmechanisme ter voorkoming en beslechtingvan geschillen tussen de verdragspartijen over de interpretatie entoepassing van het akkoord, en om te komen tot een gezamenlijkeoplossing. In het akkoord zijn drie verschillende geschillenbeslechtings-procedures opgenomen: de reguliere geschillenbeslechtingsprocedure, deprocedure gericht op handel en duurzame ontwikkeling en hetzogenaamde «rebalancing mechanism».De reguliere geschillenbeslechtingsprocedure:Deze procedure is uiteengezet in het hoofdstuk over geschillenbeslechtingen is in principe van toepassing op alle handelsafspraken, tenzij in eenindividueel hoofdstuk anders is bepaald, zoals in het hoofdstuk overhandel en duurzame ontwikkeling.Indien één van de partijen meent dat de andere partij zich niet houdt aanbepalingen in het verdrag kan deze de geschillenbeslechting opstarten. Deeerste stap in het proces is het aanvragen van consultaties. Als partijen eronderling niet uitkomen, kan de oprichting van een onafhankelijk panelworden aangevraagd bestaande uit drie arbiters die zich over het geschilbuigen. De partij waartegen de klacht gericht is dient maatregelen tetreffen om het handelen tijdig in lijn te brengen met de bevindingen enaanbevelingen van het panel.Het is niet mogelijk voor de partijen om tegen het bindende eindrapportvan het panel in beroep te gaan. Zowel de zittingen als het eindrapportzijn in principe openbaar, tenzij de partijen gezamenlijk aangegeven datbepaalde onderdelen vertrouwelijk zijn.Indien de andere partij van mening is dat de maatregelen niet voldoendezijn om het handelen in lijn te brengen met de aanbevelingen van hetpanel, kan deze het panel verzoeken om over de kwestie te beslissen. Inhet uiterste geval kan de klagende partij besluiten om bepaalde verplich-tingen, waaronder handelsconcessies zoals tariefverlagingen, tijdelijk opte schorten.Geschillenbeslechtingsprocedure over handel en duurzame ontwikkeling:Het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling voorziet in eeneigen geschillenbeslechtingsmechanisme. De reden hiervoor is dat deschendingen onder dit hoofdstuk van andere aard zijn dan schendingenvan het handelsdeel van het akkoord. Het identificeren van een schendingligt ingewikkelder dan schendingen op gebied van handelsafspraken.Indien de EU of Mercosur-landen van mening zijn dat de andere verdrags-partij zich niet aan de regels houdt, kunnen de verdragspartijen hieroverconsultaties houden. Als dat niet tot een gewenste oplossing van hetgeschil leidt, kan het Sub-Comité van Handel en Duurzame Ontwikkelingverzocht worden om samen te komen om het geschil te bespreken. Mochtdit ook niet tot een oplossing leiden, dan kan op verzoek van één van departijen een onafhankelijk panel van experts opgezet worden. Hierbijwordt gekozen uit een lijst van experts die door de verdragspartijensamen is opgesteld, waarbij rekening gehouden word met de relevanteexpertise voor het geschil.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10718 Het panel zal zich over het geschil buigen en binnen een voorgeschreventermijn met een rapport met aanbevelingen komen. Dat rapport isopenbaar. De partijen zijn vervolgens verplicht aan te geven op welkewijze zij uitvoering geven aan de uitspraak van het panel, waarbij ookverdere monitoring plaatsvindt.Het rebalancing mechanism:In het hoofdstuk over geschillenbeslechting is tevens de mogelijkheidopgenomen om een klacht in te dienen wanneer de ene verdragspartijmeent dat een maatregel van de andere verdragspartij voordelenverkregen onder het akkoord teniet doet of substantieel beperkt endaarmee een negatieve impact op handel tussen de verdragspartijenheeft. Dit is het zogenaamde rebalancing mechanism. Het proces verlooptop dezelfde wijze als de reguliere geschillenbeslechtingsprocedure. Hetpanel toetst of en in welke mate de betwiste maatregel voordelen van dehandelsafspraken teniet doet of substantieel beperkt op een wijze die eennegatieve impact heeft op handel tussen de verdragspartijen. Daarbijwordt logischerwijs getoetst op de markttoegang en bestaande wetgevingzoals die bestond op het moment van de inwerkingtreding van hetakkoord. Naar verwachting heeft het mechanisme geen negatieve ofafzwakkende impact op bestaande EU wetgeving waarvan de verdragspar-tijen tijdens de onderhandelingen van het akkoord reeds op de hoogtewaren. De EUDR zal bijvoorbeeld dan ook niet afgezwakt kunnen wordendoor dit mechanisme. In aanvulling op de aanbevelingen in heteindrapport heeft het panel ook de mogelijkheid om op verzoek van beidepartijen aanbevelingen te doen voor de wijze om tot een oplossing tekomen, waaronder compenserende maatregelen die verdragspartijenzouden kunnen nemen. Een verdragspartij kan niet gedwongen wordende maatregel die de aanleiding vormt voor het geschil in te trekken. DeWTO kent een soortgelijke procedure, maar vanwege de hoge bewijslastis er nog geen jurisprudentie onder deze procedure.Net als bij de reguliere geschillenbeslechting, kan bij het rebalancingmechanism overgegaan worden tot maatregelen wanneer het handelenniet of onvoldoende in lijn gebracht wordt met de aanbevelingen van hetpanel. Bij het rebalancing mechanism mogen deze maatregelen nietleiden tot een slechtere behandeling van een verdragspartij dan desituatie die bestond vóór het akkoord inwerking trad.SamenwerkingsprotocolIn een protocol bij het akkoord wordt het samenwerkingspartnerschaptussen de verdragspartijen uiteengezet. Het partnerschap zal zich richtenop het ondersteunen van economische actoren in de Mercosur-landennaar aanleiding van het akkoord. Deze ondersteuning geldt in hetbijzonder voor het midden- en kleinbedrijf, vrouwen, kleinschalige boeren,inheemse volkeren en lokale gemeenschappen. De Mercosur-landenmaken aanspraak op alle typen middelen die beschikbaar worden gesteldonder het protocol. EU financiële steun kan de vorm aannemen vansubsidies, leningen, garanties of technische samenwerking. De EuropeseCommissie heeft reeds EUR 1,8 miljard toegezegd aan de Mercosur-landen ten behoeve van de uitvoering van de Global Gateway-strategie.Een Subcomité voor Ontwikkeling en Internationale Samenwerking wordtopgericht om de implementatie van samenwerkingsactiviteiten tecoördineren en activiteiten te monitoren en evalueren. Het Subcomitéstart zijn werkzaamheden binnen één jaar na de inwerkingtreding ofvoorlopige toepassing van het akkoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10719 TransparantieIn het hoofdstuk over transparantie worden een aantal waarborgenvastgelegd om een transparant en voorspelbaar regelgevingskader tebeschermen, zoals tijdige publicatie, mogelijkheid tot inspraak, eeninformatiepunt, eerlijke toepassing, en de mogelijkheid tot eerlijkerechtsgang. Daarnaast onderstrepen de partijen het belang van goedbestuur en wordt afgesproken hier zorg voor te dragen.HerzieningsclausuleMet betrekking tot de herziening van het handelsdeel van het akkoord isafgesproken dat er drie jaar na de inwerkingtreding en elke vijf jaardaaropvolgend een herziening plaats zal vinden. Op basis van dezeherziening zal besloten worden of het nodig is om het akkoord aan tepassen. In deze herziening zullen de aanbevelingen van actoren uit hetmaatschappelijk middenveld, waaronder NGO’s, sociale bewegingen envakbonden, meegenomen worden, met name waar dit gaat over desamenwerking met het maatschappelijk middenveld.Overige afsprakenHet akkoord bevat tevens afspraken over bijvoorbeeld het verlenen vansubsidies, regels over staatsbedrijven en vrij verkeer van kapitaal.3. Overzicht van onderzoeken naar de effecten van het akkoord:Sustainability Impact Assessment, impactanalyse van deEuropese Commissie, Wageningen Social & Economic Research,SEO Economisch Onderzoek40 3.1 Sustainability Impact Assessment In 2020 heeft de London School of Economics (LSE) in opdracht van deEuropese Commissie een Sustainability Impact Assessment (SIA)gepubliceerd.41 Doel van de SIA is het in kaart brengen van de potentiëleeconomische, mensenrechten, sociale en milieu impact van hethandelsdeel van het akkoord. Hieronder worden de uitkomsten van de SIAop het gebied van mensenrechten, arbeid en milieu omschreven. Uit deSIA blijkt dat monitoring van de implementatie en handhaving van hetakkoord essentieel is om duurzame ontwikkeling te waarborgen. Het isvan belang te benadrukken dat dit rapport gebaseerd is op het onderhan-delaarsakkoord uit 2019 en dat deze op sommige punten is veranderd.Op het gebied van mensenrechten onderzoekt de SIA mogelijke risico’svoor de rechten van inheemse volkeren, het recht op een adequatelevensstandaard, gezondheidsstandaarden en gendergelijkheid. De SIAgeeft aan dat de mensenrechtensituatie via het akkoord in de gaten dientte worden gehouden en dat de verbetering van de mensenrechtensituatiein de Mercosur-landen in grote mate afhangt van de handhaving vanbestaande mensenrechtenstandaarden.Naar verwachting verschuift enige werkgelegenheid in de Mercosur-landen van de maakindustrie naar de landbouw en voedselproductie. Hetakkoord kan economische groei en werkgelegenheid stimuleren, maartegelijkertijd zouden sociale ongelijkheden kunnen toenemen, vooral in40De genoemde onderzoeken nemen geen van allen de voorstellen over vrijwaringsmaatregelenzoals gedeeld op 8 oktober 2025 mee in hun berekeningen.41https://circabc.europa.eu/ui/group/09242a36-a438-40fd-a7af-fe32e36cbd0e/library/abfa1190-59d1-4f59-93a5-9b9810d2b744/detailsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10720 rurale gebieden. In de EU blijven de veranderingen in werkgelegenheidbeperkt tot specifieke sectoren, zoals technologie en chemie. Er wordtverwacht dat het akkoord beperkte directe effecten zal hebben op hetverbeteren van arbeidsomstandigheden, omdat dit afhankelijk is van inhoeverre de afspraken over arbeidsrechten door de verdragspartijenworden toegepast op de informele economie.Volgens de SIA is de impact van het akkoord op het klimaat en milieubeperkt. Mondiaal is de invloed op CO2-uitstoot volgens het onderzoekverwaarloosbaar. Ontbossing blijft, met name in Brazilië, een belangrijkezorg. Uitbreiding van landbouw en veeteelt kan ontbossing versnellen alsmilieuregels niet streng worden gehandhaafd. Tussen 2004 en 2012 leiddestrikte regelgeving en monitoring in de Mercosur-landen tot een aanzien-lijke afname van ontbossing, ondanks een stijging in productie. Sinds2014 is ontbossing in Brazilië echter weer toegenomen door de versoe-pelde handhaving van regelgeving. Dit is een conclusie van de SIA opbasis van de tijdsperiode die door de SIA is gedekt. De uiteindelijkeimpact van afspraken over klimaat en milieu in het akkoord is volgens deSIA sterk afhankelijk van de naleving en uitvoering van milieuregels in deMercosur-landen.Recente cijfers na de publicatie van de SIA tonen aan dat in Brazilië deinzet op beleid én handhaving vanuit de overheid verschil kan maken inhet tegengaan van ontbossing. Zo is de afgelopen jaren illegaleontbossing in het land volgens officiële cijfers van de Braziliaanseoverheid (INPE-PRODES) afgenomen. In de Amazone is illegaleontbossing in de periode augustus 2023 tot juli 2024 met 30,6% gedaaldten opzichte van de periode augustus 2022–juli 2023. In de Cerrado isillegale ontbossing in diezelfde periode met 25,7% gedaald t.o.v. deperiode ervoor. Dit is grotendeels te danken aan de inzet vanuit deregering van President Lula op het beter handhaven van bosgerelateerderegelgeving. Een blijvende inzet op goede en integrale regelgeving, beleiden handhaving blijft echter nodig om ontbossing tegen te gaan in Brazilië,omdat klimaatverandering, criminaliteit, armoede en andere activiteitennadelige effecten kunnen hebben en daarmee een bedreiging vormenvoor staand bos en andere ecosystemen.In reactie op de SIA, heeft de Europese Commissie een positiepapergepubliceerd.42 De Commissie sluit zich daarin aan bij de aanbevelingengericht op het minimaliseren van de mogelijke negatieve impact van hetakkoord op ontbossing, mensenrechten en inheemse volkeren. DeEuropese Commissie stelt dat het duurzaamheidshoofdstuk en dedomestic advisory groups aan dit doel bijdragen.3.2 Impactanalyse van de Europese Commissie Op 3 september jl. heeft de Europese Commissie een impactanalysegepubliceerd, uitgevoerd door DG Trade. Deze doorrekening van deeconomische effecten van het akkoord voor de EU als geheel en demogelijke impact van het akkoord op het klimaat en het milieu isgebaseerd op het onderhandelaarsakkoord van 6 december 2024.Economisch gezien voorspelt de analyse dat het bbp van de EU metEUR 77,6 miljard (0,05%) zal stijgen in 2040 ten opzichte van de situatiezonder akkoord. Voor de Mercosur-landen wordt een bbp toename vanEUR 9,4 miljard (0,25%) verwacht. Deze groei wordt gedreven door eentoename in handelsvolumes: de totale export van de EU naar Mercosur-42https://circabc.europa.eu/ui/group/09242a36-a438-40fd-a7af-fe32e36cbd0e/library/a974649b-a1ef-4436-9dc4-c80492a64b70/detailsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10721 landen stijgt met 39% (EUR 48,7 miljard), terwijl de import in de EU stijgtmet 16,9% (EUR 8,9 miljard). EU-exporten naar de Mercosur-landenstijgen vooral in sectoren zoals voertuigen (EUR 20,7 miljard), machines(EUR 5,4 miljard) en chemische producten (EUR 4,8 miljard). Ook deEU-exporten in de landbouwsector, zoals dranken, zuivel, en groenten enfruit, nemen toe (EUR 1,2 miljard). Tegelijkertijd nemen de importen uit deMercosur-landen toe, met name in landbouwproducten zoals rundvlees(EUR 365 miljoen, wat gelijk staat aan de quota die de EU en Mercosur-landen zijn overeengekomen), verwerkte vis en landbouwproducten(EUR 3,6 miljard), ander vlees (EUR 500 miljoen) en suiker(EUR 200 miljoen) en leidt tot een daling in EU-productie in deze sectorenvan 0,4%, 0,3% 0,3% en 1,1% respectievelijk.Door deze veranderingen in handelsstromen, voorspelt de analyse dat hetEU-marktaandeel in de Mercosur-landen ten opzichte van China weer zalgroeien. In 2000 was de EU nog de grootste handelspartner van deMercosur-landen, met een aandeel van 30% import vanuit de EU en 25%export naar de EU van het totale handelsvolume, waar China in beidegevallen minder dan 5% aandeel had. Sinds 2017 is China de grootstehandelspartner van de Mercosur-landen, met in 2024 een aandeel van27% van de totale import uit China en 26% van de totale export naarChina, terwijl het aandeel van import uit en export naar de EU in 2024daalde naar respectievelijk 19% en 15%. Opvallend is dat in omringendelanden waar de EU wel een handelsakkoord mee heeft gesloten (Chili,Mexico, Peru, Columbia, Ecuador en de Centraal-Amerikaanse landen), desituatie in 2004 hetzelfde was in vergelijking met de Mercosur-landen in2004, maar dat de EU daar in 2024 geen marktaandeel verloren heeft. Deanalyse voorspelt dat met het EU-Mercosur akkoord het aandeel importuit de EU van de huidige 19% stijgt naar 25%, deels ten koste van China.Volgens de analyse is de impact van het akkoord op het klimaat en milieubeperkt. Mondiaal is de verwachte invloed van het akkoord opCO2-uitstoot marginaal, met een verhoogde CO2 uitstoot van 0,0006%. Desimulaties uit de analyse voorspellen dat het akkoord bijdraagt aan hettegengaan van ontbossing. De productiviteitsgroei zal groter zijn insectoren met een hogere toegevoegde waarde, zoals chemie, dan in desectoren met een lagere toegevoegde waarde, zoals landbouw. Door dehogere productiviteit, zal kapitaal en arbeid zich verplaatsen naar sectorenmet een hogere toegevoegde waarde. Deze sectoren gebruiken landefficiënter dan sectoren met een lage toegevoegde waarde. Als er invijftien jaar 1% productiviteitsgroei plaatsvindt, een conservatieveschatting, zal ontbossing met 2.813 (0,0021%) hectare per jaar afnemen.Als er in 15 jaar geen productiviteitsgroei plaatsvindt en het EUDR nietzou worden geïmplementeerd, zal ontbossing met 0,0005% toenemen. Deanalyse wijst op de kleine impact in vergelijking met lokaal nationaalbeleid en het belang van de toepassing van de EUDR om vraag naarproducten uit ontboste regio’s te voorkomen. Zoals ook beschreven in deSIA, daalde in 2023 ontbossing met ongeveer 31% toen er dat jaar eenpresident werd verkozen die bosgerelateerde regelgeving beterhandhaafde dan de twee voorgaande presidenten.3.3 Wageningen Social & Economic Research Naar aanleiding van de motie van het lid Kamminga c.s. van 31 januari202443 heeft Wageningen Social & Economic Research onderzoek gedaannaar de verwachte effecten van het EU-Mercosur akkoord op de Neder-landse economie, en specifiek op de landbouwsector. Dit onderzoek is op43Kamerstuk 36 410 XVII, nr. 24.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10722 12 mei 2025 aangeboden aan uw Kamer44 en betreft een update van hetonderzoek uit 2020.45 Het onderzoek bestaat uit drie onderdelen, net alshet eerder uitgevoerde onderzoek van 2020: een overzicht van de huidigeNederlandse handelsbetrekkingen met de Mercosur-landen, de verwachteeffecten van het akkoord op de Nederlandse economie, en de verwachteeffecten van het akkoord op de inkomsten van Nederlandse agrarischebedrijven. De doorrekeningen in het onderzoek zijn gebaseerd op hetverschil tussen twee scenario’s in 2040: het «business as usual» scenario(basisscenario) en het scenario dat het EU-Mercosur akkoord vollediggeïmplementeerd is.De algemene conclusie van het onderzoek is dat Nederland in bescheidenmate zal profiteren van het akkoord, met een bbp-groei van + 0,02%. Ditstaat gelijk aan een toename van EUR + 239 miljoen in het jaar 2040, tenopzichte van het basisscenario zonder het akkoord. Voorts concluderen deonderzoekers dat de groei van de export groter zal zijn dan de groei vande import en daarmee heeft het Mercosur-akkoord dus een positief effectop het saldo van de Nederlandse handelsbalans. De totale bilateralehandelsbalans voor alle goederen en diensten zal naar verwachting metEUR 879 miljoen verbeteren. Hierbij merken de onderzoekers op dat metname de zakelijke dienstverlening en machinebouw zullen profiteren eenbetere markttoegang tot de Mercosur-landen. Daartegenover staat dat metname de rundvleessector en de pluimveevleessector worden geconfron-teerd met meer concurrentie, waardoor de productie in deze sectoren naarverwachting zal afnemen. Nederland maakt zich zorgen over hetperspectief van deze sectoren. Het kabinet verwelkomt in dat kader deaanvullende maatregelen die door de Europese Commissie zijn aange-kondigd ter bescherming van de Europese landbouwsector en zal deCommissie daaraan houden. Dit wordt nader toegelicht op pagina’s 31–35.Ook wil het kabinet dat er goed gemonitord wordt of deze maatregelenvoldoende zijn.3.4 SEO Economisch Onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Buiten-landse Zaken en op 10 september jl. aangeboden aan uw Kamer.46 Dedoorrekening van SEO houdt rekening met zowel de directe effecten vaneen EU-Mercosur akkoord op de handel tussen Nederland en deMercosur-landen, als met de indirecte effecten van het akkoord op dehandel tussen Nederland en andere landen. SEO gebruikt deze effectenom de verwachte reële groei van het Nederlandse bbp in kaart te brengen.In haar onderzoek concludeert SEO dat het EU-Mercosur akkoord over hetgeheel genomen positief is voor de Nederlandse economie, specifiek voorde Nederlandse consument, de verwerkende industrie en de diensten-sector. SEO schat dat de totale Nederlandse wereldwijde export tengevolge van het EU-Mercosur akkoord toeneemt met EUR + 1,1 miljard ende import met EUR + 1,2 miljard. De effecten zijn het grootst voor deverwerkende industrie en de dienstensector, met respectievelijkEUR + 0,5 miljard en EUR + 0,4 miljard voor zowel export als import. Deexport van landbouwproducten neemt naar schatting toe metEUR + 0,2 miljard en de import met EUR + 0,3 miljard. SEO becijfert, netals Wageningen, een verwachtte welvaartsgroei van Nederland met+ 0,02% van het bbp.44Kamerstuk 31 985, nr. 101.45Kamerstuk 31 985, nr. 68.46Kamerstuk 31 985, nr. 106.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10723 4. Kabinetsappreciatie van het akkoord 4.1 Appreciatie van het politieke samenwerkingsdeel Het kabinet steunt het doel van het EU-Mercosur akkoord om de politiekedialoog tussen de EU en de Mercosur-landen te versterken en desamenwerking te bevorderen op een groot aantal onderwerpen. Eenpolitiek partnerschap tussen de EU en de Mercosur-landen past bij deambitie van de EU en dit kabinet om het al bestaande partnerschap tussende EU en de regio Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (LAC) verder teverstevigen.47 Dat geldt uiteraard ook voor de modernisering van debestaande EU-Mexico overeenkomst, die op 3 september jl. door deEuropese Commissie is voorgelegd ter besluitvorming aan de Raad. Dezeinzet wordt ook benadrukt tijdens de vierde Top van de CELAC (Gemeen-schap van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten) en de EU inColombia op 9–10 november 2025 in Colombia, waar Premier Schoof aanzal deelnemen.Het kabinet zet in op het aangaan van brede strategische partnerschappenmet opkomende machten, juist ook indachtig de eerder geschetsteveranderende geopolitieke context. De LAC-regio is daarbij om meerdereredenen een voor de hand liggende partner. Het partnerschap tussen deEU en de Mercosur-landen bouwt voort op de sterke economische,historische, sociale en culturele banden tussen de partijen. De Mercosur-landen hebben niet alleen een gedeeld verleden met Europa, maar delenook waarden zoals het belang van democratie, mensenrechten enmultilateralisme en de naleving van internationaal recht. In multilateralefora zijn zij daarmee een belangrijke partner van Nederland en de EU.Het kabinet vindt het positief dat de voorgenomen versterkte politiekesamenwerking een breed aantal terreinen beslaat die aansluiten bij deNederlandse belangen. Zo is de verdieping van de samenwerking met deMercosur-landen geheel in lijn met de Nederlandse inzet op het gebiedvan de bescherming en bevordering van democratie, mensenrechten ende internationale rechtsorde, zoals vastgelegd in de beleidsnota Mensen-rechten, Democratie en Internationale rechtsorde.48 Het kabinetverwelkomt nauwere samenwerking met de Mercosur-landen bij debevordering van de universele ratificatie en implementatie van het Statuutvan Rome, in het licht van de uitdagingen waarmee het InternationaalStrafhof wordt geconfronteerd. Ook is de specifieke aandacht die gegevenwordt aan het versterken van de positie van vrouwen in lijn met deNederlandse inzet op vrouwenrechten en gendergelijkheid.Het kabinet verwacht dat het verstevigen van de samenwerking tussen deEU en de Mercosur-landen positief bijdraagt aan de aanpak van grens-overschrijdende georganiseerde (drugs)criminaliteit. Dit past goed bij deinternationale inzet binnen de Rijksbrede ondermijningsaanpak (TOC),waar samenwerking met en binnen Latijns-Amerika en het Caribischgebied prioritair is. Ook is het kabinet voorstander van de voorgenomenintensivering van de (multilaterale) samenwerking met de Mercosur-landen op het gebied van terrorismebestrijding, met aandacht voor hetwaarborgen van mensenrechten.Verder draagt de voorziene samenwerking tussen de EU en de Mercosur-landen op het gebied van (hernieuwbare) energie en grondstoffen naarverwachting bij aan het verminderen van risicovolle strategischeafhankelijkheden en het vergroten van de leveringszekerheid van47Kamerstuk 22 112, nr. 3741.48Kamerstuk 32 735, nr. 370.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10724 bijvoorbeeld kritieke grondstoffen. Dit is in lijn met de inzet van dit kabineten raakt direct aan de Nederlandse belangen.49 Het kabinet verwelkomtvoorts dat de Overeenkomst van Parijs en samenwerking op het gebiedvan (duurzame) energie ook in het politieke deel van dit akkoord eenbelangrijke plek hebben gekregen.Het kabinet is tot slot voorstander van nauwere politieke samenwerkingop het terrein van migratie en de bestendiging van internationaleafspraken over bijvoorbeeld terugkeersamenwerking. Hiermee wordtbijgedragen aan het tegengaan van irreguliere migratie uit de regio.Hierbij is het belangrijk dat het akkoord niet in plaats treedt van andereinternationale afspraken over migratie.4.2 Appreciatie van het handelsdeel Het kabinet heeft een positieve grondhouding ten aanzien van handelsak-koorden en steunt een ambitieuze EU-handelsagenda. Juist nu hetwereldwijde handelssysteem onder druk staat en bijvoorbeeld detrans-Atlantische handelsrelatie onzeker is, is het belangrijk dat de EUhandelsafspraken blijft maken met internationale partners en zich blijftinzetten voor een open en op regels gebaseerd handelssysteem, zoalsaangegeven in de Beleidsagenda Buitenlandse Handel.50 Handelsak-koorden bieden nieuwe export- en importkansen aan ondernemers,dragen bij aan het wegnemen van technische handelsbarrières of hogeimportheffingen, vergroten marktkansen, kunnen bestaande handelsre-laties verder verdiepen, bieden een platform om te spreken over hetgelijktrekken van productiestandaarden en versterken controlemecha-nismes. Dit is niet alleen goed voor ondernemers, afnemers en consu-menten, ook vergroot een economische alliantie met een sterk Latijns-Amerikaans blok de strategische invloed van de EU in de wereld, endaarmee die van Nederland. Met het EU-Mercosur akkoord zou de EUhandelsakkoorden hebben met bijna de gehele LAC-regio, met uitzon-dering van Bolivia, Cuba en Venezuela. Ter vergelijking, China heefthandelsakkoorden afgesloten met vijf landen in de regio, namelijk metChili, Costa Rica, Ecuador, Nicaragua en Peru, en is sinds 2017 na de EUde grootste handelspartner van de Mercosur-landen. Uiteraard dient bij debeoordeling van dit akkoord ook gekeken te worden naar de directemeerwaarde voor Nederland en het directe Nederlandse belang bij ditakkoord voor onze weerbaarheid en welvaart.WeerbaarheidHet akkoord kan niet alleen een belangrijke bijdrage leveren aan hetNederlandse verdienvermogen, maar ook aan de weerbaarheid van onzeeconomie. Een veerkrachtige economie zorgt ervoor dat de samenlevingin haar basisbehoeften kan blijven voorzien, ook in geval van externeschokken.51 In het huidige geopolitieke tijdsgewricht is het belang vaneconomische veiligheid dan ook evident.52 Internationale partner-schappen vormen een hoeksteen van het economische veiligheidsbeleidvan Nederland en de EU, onder meer omdat diversificatie van handels-partners kan bijdragen aan mitigatie van de risico’s die gepaard gaan metstrategische afhankelijkheden van landen die hun machtspositie viaeconomische druk willen versterken.53 Het kabinet zoekt daarbij de49Kamerstuk 32 852, nr. 224: Nationale grondstoffenstrategie.50Beleidsagenda Buitenlandse Handel «Nederland: welvarend en weerbaar», Kamerstuk 36 180,nr. 164.51Kamerstuk 30 821, nr. 249.52Kamerstuk 30 821, nr. 260.53Kamerstuk 30 821, nr. 181.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10725 samenwerking op met zowel gelijkgezinde landen als minder traditionelepartners.54 Handelsakkoorden zijn een krachtig middel om dergelijkepartnerschappen te bevorderen en te consolideren. Zo draagt het akkoordbij aan de economische weerbaarheid van Nederland en de EU, omdat hetde rechtszekerheid en markttoegang tot de Mercosur-landen verbetert,handelsbelemmeringen beperkt, en nieuwe kansen creëert voor Neder-landse ondernemers. Importeurs kunnen hierdoor kiezen uit meerleveranciers voor de invoer van essentiële producten en hun risico’sspreiden, zodat eventuele verstoringen in waardeketens beter kunnenworden opgevangen.55Kritieke grondstoffenVoorts sluiten de kansen die het akkoord biedt in het kader van kritiekegrondstoffen aan bij de doelstellingen van de Europese Critical RawMaterials Act56 en van de Nederlandse nationale grondstoffenstrategie.57Het akkoord faciliteert de toegang van Nederlandse en Europese bedrijventot kritieke grondstoffen, waarvan Brazilië en Argentinië belangrijkeleveranciers zijn. Zo is bijna 92% van het wereldwijde aanbod vanniobium, een grondstof die wordt verwerkt in bijvoorbeeld hoogwaardigstaal, afkomstig uit Brazilië. De EU-import van niobium bestaat zodoendevoor 82% uit niobium uit Brazilië. Daarnaast levert Brazilië een aanzienlijkaandeel in o.a. mangaan, natuurlijk grafiet en bauxiet aan de EU.Argentinië is verantwoordelijk voor bijna 11% van de wereldwijdeverwerking van lithium, essentieel voor de productie van batterijen, en isdaardoor de derde grootste EU-leverancier.58 Hoewel SEO aantoont dat dehandel in 2023 in kritieke grondstoffen tussen Nederland en Argentinië,Brazilië, Uruguay en Paraguay qua waarde beperkt was, mag het(geopolitieke) belang van het vergroten van markttoegang niet wordenonderschat. Het akkoord kan op de lange termijn bijdragen aan hetstimuleren van handel in kritieke grondstoffen tussen de EU en deMercosur-landen. Voor het Nederlandse bedrijfsleven betekent hetakkoord concreet dat lagere importheffingen kunnen resulteren in lagereproductiekosten voor bedrijven die werken met kritieke grondstoffen, ofhalffabricaten of componenten waarin deze zijn verwerkt. Zo versterkendeze afspraken de Nederlandse concurrentiepositie. Daarnaast zet hetakkoord in op het bevorderen van onderzoek en innovatie in de grondstof-rijke Mercosur-landen, o.a. middels het faciliteren van kennissamen-werking. Kennissamenwerking is tevens onderdeel van de Nederlandseaanpak voor internationale samenwerking in het kader van de nationalegrondstoffenstrategie. Tot slot kunnen de duurzaamheidsafspraken metbetrekking tot de mijnsector en kritieke grondstoffen bijdragen aan destabiliteit van grondstofwaardeketens, waardoor investeringen in lokalewaarde toevoeging aantrekkelijker worden gemaakt. Dit draagt op zijnbeurt bij aan de vermindering van afhankelijkheden van minder stabieleaanvoerregio’s.Markttoegang voor goederenHet kabinet is overwegend positief over de afspraken over markttoegangvoor goederen, daarbij rekening houdend met huidige handelsstromentussen Nederland en de Mercosur-landen en de verwachte gevolgen vanhet akkoord voor de Nederlandse economie. De Mercosur-landen vormen54Kamerstuk 22 112, nr. 3761.55Kamerstuk 35 982, nr. 9.56EUR-Lex – 52023PC0160 – EN – EUR-Lex57Kamerstuk 32 852, nr. 224: Nationale grondstoffenstrategie.58https://op.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/57318397-fdd4-11ed-a05c-01aa75ed71a1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10726 als vijfde economie buiten de EU, met een bbp van EUR 2.900 miljard enbevolking van ruim 270 miljoen, een belangrijke markt waar kansen liggenvoor het Nederlandse bedrijfsleven. Nederland importeert meer goederenuit de Mercosur-landen dan elke andere EU-lidstaat, vanwege de rol alsbelangrijkste toegangspoort tot Europa. Belangrijke goederen aan deimportkant in 2024 zijn o.a. ruwe olie en veevoer (Brazilië, Argentinië),sojabonen (Brazilië), pinda’s (Argentinië, Paraguay), houtcellulose(Uruguay) en hoge kwaliteit rundvlees (Argentinië, Uruguay). Ruim 80%van deze import wordt via Nederland rechtstreeks doorgevoerd of naverwerking in Nederland weer geëxporteerd. Zo worden bijvoorbeeld veelBraziliaanse sojabonen in Nederland verwerkt tot veevoer en vervolgensgeëxporteerd naar Duitsland. In 2024 was Nederland de derde grootsteEU-exporteur naar Brazilië en Argentinië en de vijfde grootste naarUruguay en Paraguay. De Nederlandse goederenexport naar de Mercosur-landen bestaat voornamelijk uit olieproducten en geneesmiddelen (allelanden), farmaceutische producten (Brazilië, Uruguay), voertuigonder-delen (Brazilië) en schepen (Paraguay).59Waar de Mercosur-landen momenteel een relatief moeilijk toegankelijkemarkt zijn, vanwege de relatief hoge importheffingen en een hoog aantalhandelsbelemmeringen60, maakt het akkoord handel met de Mercosur-landen voorspelbaarder en makkelijker voor ondernemers, inclusief voorhet MKB. Dit sluit aan bij de behoefte van Nederlandse bedrijven diezakendoen in de Mercosur-landen aan heldere, transparante en uniformeregels en voorspelbaarheid in de implementatie en handhaving daarvan.Aangezien het akkoord afspraken bevat over het afbouwen van de relatiefhoge importheffingen naar nul, schat de Europese Commissie dat hetEuropese bedrijfsleven bij volledige inwerkingtreding van de interim-handelsovereenkomst hierdoor jaarlijks tot EUR 1 miljard aan importhef-fingen zal besparen. Wageningen verwacht dat de Nederlandse export vangoederen naar de Mercosur-landen door het akkoord zal toenemen, in hetbijzonder voor de maakindustrie (zoals machines) met EUR 482 miljoen.Wageningen concludeert dan ook dat het akkoord per saldo positief isvoor de Nederlandse economie en mogelijk leidt tot een bbp-stijging van0,02%, oftewel EUR 239 miljoen in 2040. Een bbp-stijging van 0,02% komtovereen met de bevindingen van SEO. De effecten van het akkoord op deNederlandse mondiale handel worden het grootst geacht voor deverwerkende industrie en de dienstensector, met een toename vanrespectievelijk EUR 0,5 miljard en EUR 0,4 miljard van zowel export alsimport. Het benutten van de exportkansen die het akkoord biedt, past bijhet kabinetsbeleid om ondernemers te ondersteunen en in te zetten op deveelbelovende markten van de toekomst. Zo vertoont de Nederlandseexport naar Mercosur-landen volgens SEO al hoge concurrentiekracht inbijvoorbeeld brandstoffen en voedingsproducten, die verder versterkt kanworden de afspraken over markttoegang in het akkoord. Daarnaast ismeer markttoegang ook voordelig voor de Nederlandse consument. Eengroter aanbod van producten uit de Mercosur-landen op de Europesemarkt verlaagt volgens SEO namelijk naar schatting het algemeneprijsniveau voor landbouw- en industrieproducten in Nederland metrespectievelijk – 0,54% en – 0,01%. Dit biedt consumenten een groteraanbod van producten tegen een betere prijs.59Bovengenoemde cijfers zijn van het CBS: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2025/13/factsheets-handel-met-mercosur-landen60In 2023 registreerde de Europese Commissie in Brazilië na China, Rusland, India en de VS hethoogste aantal handelsbelemmeringen. https://ec.europa.eu/transparency/documents-register/detail?ref=COM(2024)385&lang=enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10727 Effecten op de Nederlandse landbouwsectorDaartegenover staat dat er zorgen bestaan over wat het akkoord betekentvoor de Nederlandse pluimveevlees en rundvlees sectoren. De Mercosur-landen zijn relatief grote landbouwexporteurs. Zo was het aandeel vanlandbouwproducten (waaronder fruit, groenten, sojabonen en vlees) uitde Mercosur-landen in de totale Nederlandse import van landbouwpro-ducten volgens Wageningen 6,1% in 2023. Wageningen verwacht dat deNederlandse import van landbouwproducten door het akkoord zaltoenemen, bijvoorbeeld van hoge kwaliteit rundvlees en pluimveevlees,met respectievelijk EUR 278 miljoen en EUR 137 miljoen. Tegelijkertijdliggen er exportkansen voor Nederlandse landbouwproducten naar deMercosur-landen, zoals voor bijvoorbeeld de zuivelsector, met eenverwachte exportgroei van EUR 33 miljoen. Het aandeel van export vanlandbouwproducten naar de Mercosur-landen was in 2023 nog beperkt tot0,4% van de totale Nederlandse export van landbouwproducten, deverwachting is dat deze export zal toenemen door lagere importheffingenen het wegnemen van barrières. Daarnaast verwacht Wageningen dat hetconcurrentievermogen en daarmee de productiewaarde van o.a. Neder-landse exporteurs van bewerkt rundvlees, voornamelijk afkomstig vanmelkkoeien, zal afnemen als gevolg van meer hoge kwaliteit rundvlees uitde Mercosur-landen op de Europese markt (EUR 458 miljoen). Voorandere landbouwsectoren is sprake van een wisselend beeld.Dat handelsakkoorden bijdragen aan een toename van export vanEU-landbouwproducten blijkt uit onderzoek naar de effecten van recentehandelsakkoorden met bijvoorbeeld Canada, Japan en Vietnam. Zo is deexport van agri-food producten uit de EU naar Canada tussen 2017 en2023 toegenomen met EUR 1,3 miljard (+ 40%), export naar Japan sinds2019 met EUR 1,6 miljard (+ 25%), en naar Vietnam sinds 2020 met ruimEUR 300 miljoen (+ 33%), volgens onderzoek uit 2024 door de EuropeseCommissie.61 Ook groeit de export van agri-food producten sneller naarlanden met een handelsakkoord (2,3% in 2022–2023) dan in landen zonderhandelsakkoord (– 3,5% in 2022–2023). Specifiek voor Nederland blijkt uiteen evaluatie uit 2025 van de Brede en Economische Handelsovereen-komst tussen de EU en Canada (CETA) dat de Nederlandse agri-foodexport door het akkoord is gegroeid, bijvoorbeeld voor groentezaden(EUR + 26,5 miljoen), dranken (EUR + 18,8 miljoen), vis (EUR + 12,8 mil-joen), vlees (EUR + 10,3 miljoen) en kaas (EUR + 7 miljoen). Tegelijkertijdis de import van cranberries (EUR + 16,2 miljoen), bereide levensmiddelen(EUR + 15,3 miljoen) en fruit en andere eetbare delen van planten (EUR+ 12,9 miljoen) toegenomen.62Verder blijkt uit de doorrekening van Wageningen dat de totale geraamdeinkomenseffecten van het EU-Mercosur akkoord voor Nederlandseagrarische gezinsbedrijven in het meetpunt 2040, op basis van hetinkomensgemiddelde in 2018–2023, licht negatief zijn. Wageningen geeftaan dat de inkomenseffecten, mede door de iets hogere voerprijzen, hetgrootst zijn voor vleeskalverenbedrijven (EUR – 590), leghennenbedrijven(EUR – 530) en rundvleesbedrijven (EUR – 420), als gevolg van hetakkoord bij volledige toepassing in 2040. Deze bedragen moeten gezienworden op het totale negatieve effect per inkomen per gezinsbedrijf perjaar in 2040. Een rekenvoorbeeld: het gemiddelde inkomen voor leghen-nenhouders kwam in 2024 volgens onderzoek op circa EUR 230.000; daar61https://ec.europa.eu/transparency/documents-register/detail?ref=COM(2024)385&lang=en62https://www.ceta-evaluation.eu/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10728 zou dan EUR 530 in mindering zijn.63 In deze doorrekening vanWageningen wordt geen rekening gehouden met de effecten vanmogelijke veranderingen in het gedrag van boeren, veranderingen in deprijs van land of kapitaal of structurele (internationale) veranderingen inde landbouwsector. Overigens blijkt ook uit het SEO onderzoek dat hetakkoord leidt tot een daling in de nominale inkomens in de landbouw-sector (– 0,46%). Dit effect wordt naar verwachting grotendeels gecom-penseerd doordat het prijsniveau ook daalt (– 0,54%) waardoor het reëleeffect voor de landbouwsector als geheel naar verwachting erg beperktblijft.Bescherming van de Europese landbouwsectorZoals in de inhoudelijke toelichting wordt beschreven, is het niet zo dat desluizen van de Europese markt door het akkoord opengaan voorZuid-Amerikaanse landbouwproducten. Integendeel, ter bescherming vande Europese markt, bevat het akkoord afspraken over de hoeveelheidrundvlees en pluimveevlees die onder een preferentieel tarief geïmpor-teerd kan worden. Die quota zijn zeer beperkt in vergelijking met EUproductie en consumptie. Wanneer het bereiken van de quota in zicht is,wordt in vroeg stadium aangekondigd dat bij het bereiken van de quotaexport tegen het preferentiële tarief niet meer mogelijk is, en dienen dehogere tarieven betaald te worden. Indien een ernstige marktverstoringdreigt door een grote hoeveelheid import van producten uit de Mercosur-landen, kunnen tariefpreferenties tijdelijk worden opgeschort ofverminderd.Op 8 oktober jl. zette de Europese Commissie de vrijwaringsmaatregelenin het akkoord kracht bij door een wetsvoorstel voor te leggen aan deEU-lidstaten inzake de implementatie van de vrijwaringsmaatregelen aanEU-zijde.64 Deze afspraken bieden extra zekerheid aan Europese boeren.Het voorstel stelt de Europese Commissie in staat om snel en effectief tekunnen handelen wanneer er sprake is van een (dreigende) ernstigemarktverstoring in de EU of in één of meerdere EU-lidstaten naaraanleiding van verhoogde import van landbouwproducten uit deMercosur-landen. Voor gevoelige landbouwproducten, waar in hetakkoord al importquota voor gelden, zijn extra strenge maatregelenvoorzien. Het voorstel omvat de volgende elementen:•De Europese Commissie zegt toe de import van gevoelige landbouw-producten, zoals rundvlees en pluimveevlees, intensiever te monito-ren. De Raad en het Europees Parlement worden hierover elke zesmaanden geïnformeerd.•In het geval van gevoelige landbouwproducten is er sprake van een(dreigende) ernstige marktverstoring wanneer er prima facie bewijs isdat het product 10% onder de EU-marktprijs van vergelijkbareconcurrerende producten wordt aangeboden én er sprake is van a) eenimportstijging op jaarbasis van meer dan 10% van een product; óf b)een 10% daling op jaarbasis van de gemiddelde importprijs van eenproduct. Deze criteria zijn strenger dan de reguliere vrijwaringsproce-dure.•Bij voldoende prima facie bewijs van een (dreigende) ernstigemarktverstoring van de Europese markt of in één of meerdereEU-lidstaten, kan de Europese Commissie vervolgens op verzoek vaneen EU-lidstaat of de betreffende industrie binnen één maand eenvrijwaringsonderzoek starten naar de import van landbouwproducten63Wageningen Social & Economic Research verricht ook jaarlijks onderzoek naar de inkomensra-mingen, zie voor de laatste versie: https://www.wur.nl/nl/onderzoek-resultaten/onderzoeksinstituten/social-economic-research/show-ser/inkomensraming-2024.htm64eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:52025PC0639Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10729 uit de Mercosur-landen. In het geval van gevoelige landbouwproduc-ten en een (dreigende) ernstige marktverstoring in één of meerdereEU-lidstaten, start de Europese Commissie onmiddellijk met hetonderzoek. Het onderzoek moet binnen zes maanden worden afgeronden, in het geval van gevoelige landbouwproducten, binnen vier maan-den.•Indien sprake is van kritieke marktomstandigheden kan de EuropeseCommissie voorlopige vrijwaringsmaatregelen opleggen voormaximaal 200 dagen. Voor gevoelige landbouwproducten kunnenonverwijld en in ieder geval binnen maximaal 21 dagen na de openingvan het onderzoek voorlopige vrijwaringsmaatregelen genomenworden.•Na afronding van het vrijwaringsonderzoek, kan de EuropeseCommissie definitieve vrijwaringsmaatregelen opleggen voor eenperiode van twee jaar en in bepaalde gevallen vier jaar. De vrijwarings-maatregelen bestaan uit de opschorting van tariefpreferenties aanEU-zijde.Deze maatregelen stellen de Europese Commissie in staat snel envoortvarend te kunnen handelen om zo de Europese landbouwsector tebeschermen. Daar hecht het kabinet in de context van het EU-Mercosurakkoord waarde aan. Tegelijkertijd heeft het kabinet zich in eerderegevallen uitgesproken tegen de mogelijkheid om vrijwaringsmaatregelente nemen op basis van de marktsituatie in één of enkele EU-lidstaten,aangezien dit de integriteit van de interne markt ondermijnt.Dit voorstel betreft een uitwerking van één van de voorstellen die deEuropese Commissie op 3 september jl. heeft aangekondigd.65 Metbetrekking tot de andere voorstellen gaf de Commissie allereerst aan datin de voorstellen voor het Meerjarig Financieel Kader (MFK), dat per1 januari 2028 ingaat voor een periode tot en met 2034, een financieelvangnet van in totaal EUR 6,3 miljard is opgenomen, als onderdeel van deEU-faciliteit, om boeren te ondersteunen in het geval dat de landbouw-sector ernstige marktverstoringen ondervindt. Het kabinet is positief overhet voorstel van de Commissie om een deel van het MFK onder tebrengen in een EU-faciliteit. Op deze manier kan beter ingespeeld wordenop waar de middelen tijdens een volgend MFK voor nodig zijn.66 Hierdoorwordt de EU-begroting wendbaarder en responsiever. Ten tweede,kondigde de Europese Commissie aan het aantal SPS controles en auditsin derde landen willen te verhogen.Verder kondigde de Europese Commissie op 3 september jl. aan, conformde Visie voor Landbouw en Voedsel van 19 februari jl.67, in overeen-stemming met de internationale regels, ernaar te streven om de produc-tienormen die worden toegepast op ingevoerde producten, met name watbetreft pesticiden en dierenwelzijn, meer op één lijn te brengen. Voor watbetreft gewasbeschermingsmiddelen, geeft de Europese Commissie aaneen beginsel vast te willen stellen dat de gevaarlijkste gewasbescher-mingsmiddelen die om gezondheids- en milieuredenen in de EU verboden65https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_25_1644 en https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/qanda_24_6245.66Kamerstuk 21 501-20, nr. 2268.67Visie voor landbouw en voedsel – Europese Commissie, Kamerstukken 22 112, nr. 4016Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10730 zijn, niet via ingevoerde producten naar de EU mogen terugkeren.68 DeEuropese Commissie zal dit jaar starten met een effectbeoordeling om degevolgen voor de concurrentiepositie van de EU en de internationaleimplicaties te onderzoeken en, indien nodig, wijzigingen van het toepasse-lijke rechtskader voorstellen. De Europese Commissie zal ook de uitvoerbeoordelen van gevaarlijke chemische stoffen, waaronder gewasbescher-mingsmiddelen, die in de EU verboden zijn. Mogelijke nieuweEU-wetgeving heeft effect met betrekking tot alle derde landen, integenstelling tot handelsovereenkomsten die alleen gelding hebbentussen de betrokken partijen. Zoals aangegeven in het BNC fiche ziet hetkabinet uit naar de nadere voorstellen in dit kader, zowel op gewas-bescherming als dierenwelzijn, waarbij wel van belang is dat unilateralemaatregelen WTO conform zijn.69 Daarnaast kijkt het kabinet, conform hetregeerprogramma, in Europees verband naar de mogelijkheden om eisente stellen aan de invoer van producten die niet binnen de EU mogenworden geproduceerd.Voor wat betreft voedselveiligheid, is de vrees dat Zuid-Amerikaanselandbouwproducten niet aan dezelfde eisen voor voedselveiligheid endier- en plantgezondheid zouden hoeven te voldoen onterecht. Alleproducten die op de Europese markt worden geplaatst, geïmporteerd ofniet, moeten, nu en in de toekomst, aan deze strenge EU-producteisenvoldoen. Die eisen zien toe op Europese plant- en dierengezondheidseisenen voedselveiligheidseisen, inclusief residuen van medicijnen enantimicrobiële resistentie (AMR). Verder geldt in de EU een verbod op«hormoonvlees». Voor wat betreft antibiotica is bepaald dat uit derdelanden geïmporteerde dieren en hun producten niet behandeld mogenzijn met antimicrobiële stoffen gebruikt als groeibevorderaars en/ofantibiotica die onder EU regels gereserveerd zijn voor menselijk gebruik.Er mogen dus alleen producten worden geïmporteerd die volledigvoldoen aan de productstandaarden die in de EU gelden. Een handelsak-koord zoals het EU-Mercosur akkoord doet geen afbreuk aan produc-teisen, die opgesteld zijn om consumenten te beschermen. Het kabinetspoort de Commissie aan om zo spoedig mogelijk het aangekondigdevoorstel te lanceren om de procedure te versnellen voor de verlaging vantoegestane residuen van medicijnen en AMR in producten afkomstig uitlanden buiten de EU, inclusief de Mercosur-landen.Of geïmporteerde producten voldoen aan EU-producteisen wordt actiefgecontroleerd in landen buiten de EU en in de EU zelf. Met betrekking totde controles in derde landen gaat het om audits door de Health and FoodAudits and Analysis (HFAA) van de Europese Commissie. Hierbij wordtgekeken hoe de Competente Autoriteit (CA) van een land officiëlecontroles uitvoert, of zij de nodige garanties bieden voor export naar deEU, en hoe zij omgaat met toezicht op de bedrijven die op de lijst vanerkende bedrijven staan.Sinds 2021 heeft de Commissie 21 audits uitgevoerd in de Mercosur-landen. De eisen om te kunnen exporteren naar de EU zijn streng.Bedrijven in derde landen moeten garanties en bewijzen bij de Commissieaanleveren dat zij voldoen aan EU-SPS standaarden om te kunnen68De afspraken in het EU-Mercosur akkoord over het afbouwen of behouden van (bestaande)importheffingen zijn van toepassing op alle producten die legaal verhandeld mogen worden.Dit geldt onder andere voor bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en gewasbe-schermingsmiddelen. De huidige EU-wetgeving verbiedt de productie in de EU voor exportnaar andere landen van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik en gewasbe-schermingsmiddelen die in de EU niet gebruikt mogen worden niet. Zie voor kunststofpro-ducten: Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu69Kamerstuk 22 112, nr. 4016.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10731 exporteren naar de EU, de medische geschiedenis van vee bijhouden, enaantonen dat het nationale veterinaire systeem op orde is.70 Voorrundvleesproducten zijn 76 bedrijven door de EU goedgekeurd in Brazilië,78 in Argentinië, 12 in Paraguay en 30 in Uruguay.Voor wat betreft controles aan de EU-buitengrens en in de EU zelf, wordenproducten gecontroleerd door de verantwoordelijke overheidsdienstenvan de lidstaten, zoals (in Nederland) de douane en de NVWA. In de EUwordt ook specifiek gecontroleerd op veterinaire medicijn residuen voorproducten afkomstig uit landen buiten de EU en producten uit de EU zelf.Rundvlees uit Brazilië wordt aanzienlijk vaker gecontroleerd dangemiddeld en voor pluimveevlees uit Brazilië is dit zelfs 100%. Het kabinetverwelkomt het voorstel van de Commissie om het aantal audits encontroles te verhogen, ook in de Mercosur-landen. Om risico’s op plagenen plantziekten die de EU kunnen binnenkomen evenals risico’s dat ervoedsel van dierlijke oorsprong met resistente bacteriën de EU binnen-komen verder uit te sluiten zal het kabinet erop aandringen dat deCommissie de toezeggingen om het aantal audits en controles verder teverhogen daadwerkelijk gestand doet. De controle capaciteit zowel in deEU als in de Mercosur landen dient op orde te zijn en blijven. Het kabinetzal de resultaten van deze audits en controles actief blijven monitoren.De EU, Nederland en de Mercosur-landen hebben eigen regelgeving overhet gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en omtrent het welzijn vandieren in de veehouderij, standaarden die zien op de wijze van productie.Vanzelfsprekend zitten er per land verschillen in die wetgeving, op hetgebied van gewasbescherming bijvoorbeeld vanwege klimatologischeomstandigheden. Verschillen in regelgeving betekenen niet per definitiedat de EU-standaarden hoger of beter zijn dan in derde landen. Ditakkoord biedt wel een platform om productiestandaarden te bespreken enzo veel mogelijk gelijk te trekken.DienstenVoorts is het kabinet positief over de wederzijdse afspraken om de handelin diensten en investeringen te bevorderen, die kansen creëren voorEuropese investeerders en dienstverleners. In 2023 exporteerde de EUvoor EUR 29 miljard aan diensten naar de Mercosur-landen, waarbij deNederlandse dienstenexport EUR 4 miljard bedroeg. Deze cijfers onder-strepen het belang van voorspelbare en transparante afspraken over degrensoverschrijdende handel in diensten. Momenteel ervaart de Neder-landse dienstensector nog relatief hoge handelsbelemmeringen in deMercosur-landen. Zo zijn de huidige handelsbelemmeringen in Braziliëbijvoorbeeld dermate hoog dat het voor Nederlandse bedrijven bijnaonmogelijk is om diensten direct vanuit Nederland aan te bieden. Daaromwordt veelal gewerkt met een lokale vertegenwoordiging. De afspraken inhet akkoord dragen bij aan meer rechtszekerheid voor dienstverleners eninvesteerders en maken grensoverschrijdende dienstverlening eninvesteringen door EU bedrijven in de Mercosur-landen eenvoudiger,waardoor het bijvoorbeeld makkelijker en goedkoper wordt om specia-listen uit Nederland in te zetten in financiële dienstverlening, maritiemetransportdiensten en adviesdiensten. Volgens Wageningen heeft hetakkoord dan ook met name een positief effect op de zakelijke dienstver-lening, met een verwachte exportgroei van EUR 811 miljard. Tegelijkertijdbevat het akkoord de gebruikelijke waarborgen voor beleidsvrijheid vande verdragspartijen om hun eigen publieke diensten vorm te geven,bijvoorbeeld op het gebied van de gezondheidszorg en onderwijs.70De Europese Commissie biedt in onder andere de Mercosur-landen Better Training for SaferFood programma’s aan om veterinaire systemen in lijn te brengen met EU-SPS standaarden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10732 OverheidsaanbestedingenHet kabinet is eveneens positief over de wederzijdse afspraken overoverheidsaanbestedingen. De afspraken maken het voor Europesebedrijven aantrekkelijker om mee te dingen in aanbestedingsproceduresin de Mercosur-landen, te meer omdat geen van de Mercosur-landen lid isvan het WTO GPA en nog geen internationale verplichtingen op hetgebied van aanbestedingen kennen. De afspraken voorkomen discrimi-natie van Europese bedrijven in de Mercosur-landen en dragen bij aanmeer transparantie. Bovendien bieden de afspraken meer zekerheid doorstandaarden over de eerlijke en onpartijdige behandeling van aanbeste-dingsprocedures vast te leggen. De voordelen van deze verbeterdemarkttoegang voor Europese bedrijven zijn het grootst in Brazilië. In 2024was de waarde van overheidsaanbestedingen op zowel centraal als subfederaal niveau in Brazilië bijna EUR 55 miljard.Handel en duurzame ontwikkelingDe afspraken over handel en duurzame ontwikkeling zijn grotendeels inlijn met de Nederlandse inzet en de inzet van de EU die in 2022 gepresen-teerd is (de TSD Review). In het akkoord en de duurzaamheidsannex uit2024 worden afspraken gemaakt over effectieve implementatie vanverschillende multilaterale overeenkomsten, waaronder conventies van deInternationale Arbeidsorganisatie (ILO), klimaatgerelateerde multilateraleovereenkomsten en de VN Framework Convention on Climate Change(UNFCCC). Dit betekent dat verdragspartijen elkaar kunnen aanspreken ophet niet naleven van verplichtingen die uit deze instrumenten volgen. Ditkan onder andere via geschillenbeslechting, waar verdragspartijen opterug kunnen vallen als een geschil niet via consultatie opgelost kanworden. Een dergelijk mechanisme is niet opgenomen in de multilateraleovereenkomsten waar naar verwezen wordt, deze overeenkomstenworden dus middels het handelsakkoord kracht bij gezet. Bovendien is deOvereenkomst van Parijs opgenomen als essentieel element, wat inhoudtdat opschorting van tariefpreferenties mogelijk is als de Overeenkomstniet nageleefd wordt. De TSD Review bevat nog de mogelijkheid tot hetnemen van sancties bij schendingen van afspraken onder het duurzaam-heidshoofdstuk. Deze mogelijkheid is na de onderhandelingen nietopgenomen. De herzieningsclausule biedt de mogelijkheid om desge-wenst in een later stadium hierover in gesprek te gaan. De inzet opsamenwerking zowel bilateraal als in multilaterale context op het gebiedvan milieuafspraken is in lijn met de Nederlandse inzet, evenals de inzetom duurzame interregionale waardeketens te bevorderen voor deenergietransitie. Uit een onderzoek van de Commissie is bovendiengebleken dat moderne handelsakkoorden niet leiden tot een race to thebottom, maar juist samengaan met verbeteringen in milieustandaarden.71Tot slot kan het kabinet de afspraken steunen die zijn gemaakt overgezamenlijke inzet op duurzaam bosbeheer, specifiek om samen tewerken op het tegengaan van ontbossing, onder meer door het promotenvan handel in hieraan gerelateerde legale producten en het tegengaan vanhandel aan hieraan gerelateerde illegale producten. De afspraken gerichtop duurzaamheidsmaatregelen die effect hebben op handel zijn inovereenstemming met bestaande duurzaamheidsmaatregelen in de EU,onder meer gerelateerd aan de bescherming van bos ecosystemen. Hetkabinet steunt daarom deze uitkomst. De specifieke aandacht die in het71Ex-Post Evaluation of the Impact of EU FTAs on Key Environmental Aspects, Including Climate(februari 2025), https://circabc.europa.eu/ui/group/8a31feb6-d901-421f-a607-ebbdd7d59ca0/library/01b3ba3c-a300-45ca-b12c-d069db91ed7e/details?download=trueTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10733 hoofdstuk gegeven wordt aan (het versterken van) de positie van vrouwenis in lijn met de Nederlandse inzet op gendergelijkheid.Overigens zijn de afspraken in zowel het politieke als handelsdeel van hetakkoord van 6 december 2024 in lijn met het oorspronkelijke onderhande-lingsmandaat uit 1999 voor de totstandkoming van het akkoord.Logischerwijs is het voorliggende akkoord ambitieuzer dan het onderhan-delingsmandaat, zoals op het gebied van duurzaamheid.5. Proces van besluitvorming over de ondertekening en sluitingdoor de EU en de EU-lidstaten Zoals in de inleiding genoemd, bestaat het resultaat van de onderhande-lingen, net als bij Chili72 en Mexico, uit twee overeenkomsten: 1) dePartnerschapsovereenkomst; en 2) de interim-handelsovereenkomst. Bijde Partnerschapsovereenkomst zijn zowel de EU als haar 27 lidstatenpartij (een zogeheten «gemengd akkoord»). De Partnerschapsovereen-komst zal dus in werking treden wanneer de vier Mercosur-landen enzowel de EU als haar 27 lidstaten de overeenkomst hebben goedgekeurd.Bij de interim-handelsovereenkomst is de EU zelfstandig partij, maar de27 EU-lidstaten niet (een zogeheten «EU-only akkoord»). De interim-handelsovereenkomst zal dus in werking treden wanneer de vierMercosur-landen en de EU de overeenkomst hebben goedgekeurd(«EU-only akkoord»). Er is voor de inwerkingtreding van de interim-handelsovereenkomst dus geen ratificatie door de EU-lidstaten vereist.Besluitvorming over de PartnerschapsovereenkomstIn het kader van de Partnerschapsovereenkomst, heeft de EuropeseCommissie voorstellen voor twee Raadsbesluiten gedaan: 1) het voorstelvoor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening en voorlopigetoepassing van de Partnerschapsovereenkomst; en 2) het voorstel vooreen besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Partnerschapsover-eenkomst. De Commissie licht in de voorstellen toe dat de Partnerschaps-overeenkomst ziet op gemeenschappelijke handelspolitiek, vervoer,ontwikkelingssamenwerking en economische, financiële en technischesamenwerking. Als gevolg daarvan, zijn de voorstellen gebaseerd opartikelen 91, 100(2), 207, 209 en 212 VWEU. De Raad zal allereerst metgekwalificeerde meerderheid («QMV») dienen te besluiten over deondertekening en voorlopige toepassing van het akkoord. Het EuropeesParlement heeft in deze fase nog geen rol, maar moet wel wordengeïnformeerd. De voorlopige toepassing ziet alleen op delen van deovereenkomst die binnen de EU-bevoegdheden vallen. De EuropeseCommissie heeft in haar voorstel gemarkeerd welke delen van deovereenkomst dit naar haar oordeel zijn.73 Het kabinet is dat momenteelaan het beoordelen. Voor de volgende stap, het sluiten van het akkoord, isook goedkeuring van het Europees Parlement nodig. Het akkoord dientdan ook, na aanname van het Raadsbesluit tot ondertekening envoorlopige toepassing, ter goedkeuring te worden voorgelegd aan hetEuropees Parlement. Na goedkeuring door het Europees Parlement, dientde Raad met QMV te besluiten over het voorstel tot een besluit totsluiting. Het is gebruikelijk dat de Raad wacht met het ondertekenenrespectievelijk sluiten van het akkoord, totdat de lidstaten het akkoordhebben ondertekend respectievelijk geratificeerd.72Kamerstukken 21 501-02 en 31 985, nr. 2715.73Dit betreft voornamelijk het politieke deel van het akkoord, waaronder hoofdstukken 1 t/m 8 enhoofdstuk 30, m.u.v. onder andere de bepalingen inzake consulaire bijstand en belastingmaat-regelen evenals bepalingen die verwijzen naar deel III inzake handel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10734 Omdat de Partnerschapsovereenkomst ook dient te worden geratificeerddoor de lidstaten zal parallel aan het Europese proces ook een nationaalproces plaatsvinden. Voor Nederland betekent dit dat allereerst de(Rijks)ministerraad («RMR»/«MR») dient in te stemmen met de sluiting(lees: ondertekening) van het gemengde akkoord namens Nederland.Daarna (of gelijktijdig) dient de (R)MR in te stemmen met de start van degoedkeuringsprocedure. Als eerste stap van die procedure zal de Raadvan State om advies worden verzocht. Na de ontvangst van het adviesvan de Raad van State, en de verwerking daarvan in de goedkeurings-stukken (een memorie van toelichting en het nadere rapport), zal hetwetsvoorstel tot goedkeuring van de Partnerschapsovereenkomst aan deTweede en Eerste Kamer worden voorgelegd. De ratificatie van hetakkoord namens Nederland kan pas geschieden na goedkeuring door hetparlement.Besluitvorming over de interim-handelsovereenkomstDe interim-handelsovereenkomst behoeft enkel goedkeuring door de EU,aangezien de lidstaten daar geen partij bij worden. Ook in dit kader heeftde Commissie voorstellen voor twee Raadsbesluiten gedaan: 1) hetvoorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening vande interim-handelsovereenkomst; en 2) het voorstel voor een besluit vande Raad betreffende de sluiting van de interim-handelsovereenkomst. DeCommissie stelt in de voorstellen dat de interim-handelsovereenkomsttoeziet op vervoer en gemeenschappelijke handelspolitiek. De voorstellenzijn daarom gebaseerd op artikelen 91, 100(2) en 207 VWEU. Ook hier zalde Raad met QMV over de ondertekening en voorlopige toepassing vande interim-handelsovereenkomst besluiten. Vervolgens zal de interim-handelsovereenkomst ter goedkeuring worden voorgelegd aan hetEuropees Parlement en zal de Raad met QMV besluiten over het voorsteltot sluiting van de interim-handelsovereenkomst namens de EU. Deinterim-handelsovereenkomst komt te vervallen wanneer de Partner-schapsovereenkomst, na ratificatie door alle EU-lidstaten, in werkingtreedt. Mocht de Partnerschapsovereenkomst niet in werking treden, danheeft dat geen invloed op de reeds in werking getreden interim-handelsovereenkomst.De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,A. de VriesDe Minister van Buitenlandse Zaken,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 985, nr. 10735
Gerelateerde bronnen
- De minister informeert de Kamer per brief over het krachtenveld met betrekking tot het Mercosur-verdrag.
De minister informeert de Kamer per brief over het krachtenveld met betrekking tot het Mercosur-verdrag.
- De staatssecretaris zegt toe in de kabinetsappreciatie van het EU-Mercosur akkoord terug te komen op de juridische grondslag voor de splitsing van het akkoord e
De staatssecretaris zegt toe in de kabinetsappreciatie van het EU-Mercosur akkoord terug te komen op de juridische grondslag voor de splitsing van het akkoord en een verduidelijking van de bindende duurzaamheidsafspraken.
- De minister gaat de op dinsdag 7 maart aangenomen motie Ouwehand c.s. (Kamerstuk 34682, nr. 125) binnen het kabinet bespreken en informeert de Kamer binnen een
De minister gaat de op dinsdag 7 maart aangenomen motie Ouwehand c.s. (Kamerstuk 34682, nr. 125) binnen het kabinet bespreken en informeert de Kamer binnen een aantal weken over de uitvoering. In deze brief wordt ook het Europees krachtenveld ten opzichte van het EU-Mercosurverdrag meegenomen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.