KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang aanpak weerbaarheid tegen ondermijning Belastingdienst

25 apr 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3a4bd8650e3ea131 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 066BelastingdienstNr. 1379 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 april 2024In de Kamerbrief van 5 juli 2023 over «Weerbaarheid tegen ondermij-nende criminaliteit»1 en in de stand-van-zakenbrief van 7 februari jl.2 hebik aangekondigd dat ik uw Kamer zou informeren over de uitkomsten vanhet KPMG-onderzoek «Een weerbare Belastingdienst». Met deze briefontvangt uw Kamer het rapport. Het onderzoek van KPMG was één van deacties uit het lopende «Programma Weerbaarheid Ondermijning Belas-tingdienst (PWOB)» waarover uw Kamer in voornoemde brief is geïnfor-meerd. In opdracht van de Belastingdienst heeft KPMG onderzoek gedaannaar de actuele modus operandi van criminele organisaties bij hetmogelijk corrumperen van Belastingdienstmedewerkers. Daarnaast heeftKPMG ook onderzocht in hoeverre de huidige maatregelen van deBelastingdienst voldoende effectief zijn tegen corruptierisico’s en of erverdere maatregelen nodig zijn. In deze brief zal ik beginnen met deaanleiding tot het instellen van het PWOB. Daarna zal ik het rapporttoelichten en aangeven hoe de Belastingdienst opvolging gaat geven aande aanbevelingen van KPMG en welke dilemma’s hierbij komen kijken.De conclusies uit het rapport zijn stevig. KPMG concludeert dat alhoewelhet bewustzijn van algemene integriteitsrisico’s is gegroeid, hetbewustzijn van corruptierisico’s nog onvoldoende aanwezig is bijBelastingdienstmedewerkers. In combinatie met de betrekkelijk ruimetoegang tot gegevens zorgt dit voor een ongewenste situatie en een tehoog risico dat informatie verkeerd terecht kan komen. Het rapport laatdaarnaast zien dat er spanning zit tussen enerzijds de dienstverleningbinnen de Belastingdienst om gegevens snel beschikbaar te stellen aanburgers en bedrijven, en anderzijds het risico dat deze gegevens inverkeerde handen vallen.Belastingdienstmedewerkers dienen toegang te hebben en te houden totdiverse systemen om benodigde informatie te kunnen raadplegen. Het istechnisch gezien niet altijd mogelijk om dit goed te loggen en te1Kamerstukken II, 2022/23, 31 066, nr. 12712Kamerstukken II, 2022/23, 31 066, nr. 1338 kst-31066-1379ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13791 monitoren waardoor er beperkt zicht is op wat medewerkers met dezeinformatie doen. Omdat er nog onvoldoende bewustzijn is bij zowelmedewerkers als leidinggevenden is er terughoudendheid bij hetrapporteren van mogelijke signalen.Het rapport benadrukt nogmaals dat de weerbaarheid tegen ondermijningeen prioritaire aanpak vereist. Eind 2022 werd de Belastingdienstgeconfronteerd met enkele signalen van (mogelijke) corruptie enondermijning. Daarom is de Belastingdienst in november 2022 gestartmet het «Programma Weerbaarheid Ondermijning Belastingdienst(PWOB)». Het doel van dit programma is om de medewerkers van deBelastingdienst weerbaarder te maken tegen corruptie en ondermijnendecriminaliteit. Als onderdeel van dit programma zijn er inmiddels veelbeheersmaatregelen genomen. Het PWOB is opgedeeld in vier thema’sdie toezien op verschillende aspecten van het weerbaarheidsbeleid zoalsbewustwording van ondermijningsrisico’s, het reguleren van toegang totde werkomgevingen en IT-voorzieningen, screening en het uitwisselenvan kennis met overheidsorganisaties die te maken hebben met dezelfderisico’s. Voor een uitgebreide beschrijving van het PWOB verwijs ik u naarde Kamerbrief van juli 2023.3Als onderdeel van het PWOB heeft de Belastingdienst KPMG opdrachtgegeven om een onafhankelijk en objectief onderzoek te doen naar decorruptie-aanpak van de Belastingdienst en de ontwikkelende modusoperandi van criminele organisaties. Omdat het onderzoek gelijktijdig liepmet het PWOB, zijn een deel van de aanbevelingen van KPMG al opgepaktdoor de Belastingdienst en benut voor het programma. De Belastingdienstheeft KPMG ook de opdracht gegeven specifiek te kijken naar de wittevlekken in de corruptie-aanpak. Uit het rapport wordt duidelijk dat eenverdere intensivering van de corruptie-aanpak noodzakelijk is en dat dezeverder geïnstitutionaliseerd moet worden binnen de Belastingdienst. Indeze brief zal ik nader ingaan op hoe de Belastingdienst deze witte vlekkengaat oppakken en het beleid verder gaat verfijnen en aanscherpen. Daarbijkomen wel dilemma’s kijken zoals bijvoorbeeld de afweging tussenenerzijds een hoog niveau van dienstverlening en anderzijds een zo kleinmogelijk risico dat gevoelige informatie in de verkeerde handen valt. Eenander dilemma is een afweging tussen enerzijds het streven naar een zohoog mogelijk niveau van veiligheid met behulp van toezicht en ander-zijds het vertrouwen in onze medewerkers.LeeswijzerEerst zal ik de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van hetKPMG-rapport nader toelichten. Vervolgens zal ik aangeven hoe deBelastingdienst opvolging gaat geven aan de aanbevelingen van KPMG.•Het KPMG-onderzoek•Opvolging door de BelastingdienstoVersterken van de sturing en regieoInperken van de mogelijkheid tot het delen van vertrouwelijkeinformatieoEffect op dienstverleningoBewustzijn vergrotenoVerhogen meldingsbereidheidoLeiderschap•Afsluiting3Kamerstukken II, 2022/23, 31 066, nr. 1271Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13792 Het KPMG-onderzoek «Een weerbare Belastingdienst»KPMG heeft onderzocht of de huidige aanpak van de Belastingdienst,gericht op het voorkomen van het corrumperen van de organisatie en/ofzijn medewerkers, afdoende aansluit bij de ontwikkelingen binnencriminele organisaties op dit terrein. Daarnaast heeft KPMG onderzochthoe de Belastingdienst zijn corruptie-aanpak, gericht op het beschermenvan de organisatie en zijn medewerkers tegen invloeden van derden, kanversterken.KPMG komt in het rapport met een vijftal conclusies over de mate waarinde corruptierisico’s worden beheerst binnen de Belastingdienst. Aan dehand van deze conclusies doet KPMG tevens vijf bijbehorende aanbeve-lingen. Deze zijn hieronder schematisch weergegeven.ConclusieAanbeveling1.De huidige corruptie-aanpak sluitonvoldoende aan op het risicoprofiel vande Belastingdienst.Ontwikkel een Bureau Veiligheid &Integriteit met een integrale aanpak voor deBelastingdienst.2.Er bestaat ruim gelegenheid tot hetongezien delen van vertrouwelijkeinformatie.Ontwikkel een stelsel waarin de mogelijkhe-den tot het delen van informatie wordtingeperkt.3.Bewustzijn van algemene integriteitsrisi-co’s is gegroeid, maar er is beperktbewustzijn van corruptierisico’s.Versterk per directie het bewustzijn voorcorruptierisico’s.4.De meldingsbereidheid onder medewer-kers is laag.Verhoog de meldingsbereidheid ondermedewerkers.5.Leidinggevenden pakken onvoldoende hunvoorbeeldrol.Versterk de rol van leidinggevenden in deomgang met corruptierisico’s. Opvolging door de BelastingdienstDe Belastingdienst neemt deze conclusies uiterst serieus en is direct aande slag gegaan met de aanbevelingen. In november 2022 heeft deBelastingdienst al het eerdergenoemde PWOB opgestart. Het onderzoekvan KPMG liep gelijktijdig met dit verbeterprogramma van de Belasting-dienst en een deel van de aanbevelingen is ook al opgepakt. Zo is hetcreëren van meer bewustzijn één van de zwaartepunten van het PWOB.Op dit vlak zijn sinds 2022 belangrijke stappen genomen zoals het voerenvan bewustzijnscampagnes en het opleveren van (veelal verplichte)trainingen die specifiek toezien op corruptierisico’s en de wijze waaropBelastingdienstmedewerkers in dergelijke situaties moeten handelen.Verder zijn er als onderdeel van het PWOB maatregelen genomen dieonder andere toezien op logging & monitoring, autorisaties inICT-systemen en facilitaire maatregelen zoals het compartimenteren vankantoren.Op grond van het rapport van KPMG, concludeert de Belastingdienst datde aanpak tegen ondermijning verder geïntensiveerd dient te worden.Hieronder zal ik per conclusie van KPMG mijn reactie geven waarbij ik ookzal ingaan op wat er in het kader van het PWOB ondernomen is en welkeaanvullende maatregelen er nodig zijn.Versterken van de sturing en regieOp basis van het onderzoek concludeert KPMG dat de corruptie-aanpakvan de Belastingdienst effectiever en efficiënter kan. Toen de Belasting-dienst in 2022 werd geconfronteerd met mogelijke signalen van corruptieis er actie ondernomen met als resultaat dat in november 2022 het PWOBTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13793 werd opgestart. Met het programma zijn op korte termijn verschillendeacties ondernomen en zijn er inmiddels al diverse risicobeperkendemaatregelen genomen. De maatregelen uit het PWOB zien op werkveldendie binnen de Belastingdienst bij verschillende directies zijn belegd. Ditheeft er volgens KPMG voor gezorgd dat de corruptie-aanpak inefficiënt ofzelfs onvolledig is uitgevoerd omdat een heldere governance ontbreekt ener onduidelijkheid kan bestaan over onderlinge verantwoordelijkheden.Mede omdat de Belastingdienst een doelwit zal blijven van crimineleorganisaties, die continu nieuwe manieren zullen proberen te vinden omBelastingmedewerkers te corrumperen, is het van belang dat er eenstructurele en centrale aanpak komt.Bureau Veiligheid & IntegriteitDaarom raadt KPMG aan om de corruptie-aanpak te beleggen bij ééncentraal bureau. De Belastingdienst onderschrijft dit en zal in lijn met ditadvies, een dergelijk sterk en onafhankelijk centraal bureau oprichten vanwaaruit gezorgd wordt dat de aanbevelingen geoperationaliseerd worden.Dit op te richten «Bureau Veiligheid & Integriteit (BV&I) krijgt de verant-woordelijkheid om te zorgen voor een uniforme en begrijpelijke aanpakom de weerbaarheid tegen ondermijning verder te verbeteren, debescherming van personeel en informatie te optimaliseren en om hetbewustzijn van corruptierisico’s te versterken. Daarnaast wordt met deoprichting van een BV&I beoogd de overkoepelende regie en verantwoor-delijkheid op het gebied van integriteit en veiligheid te realiseren. Zowordt gezorgd voor overkoepelend inzicht en wordt het makkelijker om deacties en initiatieven die essentieel zijn voor de corruptie-aanpakBelastingdienstbreed te initiëren en door te voeren.Naast het versterken van de regie en het zorgen voor centrale sturing gaatdit bureau zich ook richten op het verkrijgen van inzicht in ontwikkelingenin de buitenwereld zodat hier tijdig op geanticipeerd kan worden. Demodus operandi van criminele organisaties verandert namelijk voort-durend. Het is dus van belang dat deze ontwikkelingen nauwlettendgevolgd worden om ervoor te zorgen dat het risico dat in de toekomstwitte vlekken ontstaan in de corruptie-aanpak zo klein mogelijk blijft.De ambitie van de Belastingdienst is om eind 2024 een functionerendBV&I opgericht te hebben. Om dit te realiseren is het besluit voor de op-en inrichting van het BV&I op 16 april jl. vastgesteld. Een kwartiermakerwordt aangewezen en gaat een aanvullend programmaplan opstellen opbasis van de aanbevelingen van KPMG. Uw Kamer zal hierover geïnfor-meerd worden in de eerstvolgende stand-van-zakenbrief die ik voor hetcommissiedebat Belastingdienst zal versturen.Inperken van de mogelijkheid tot het delen van vertrouwelijkeinformatieDe Belastingdienst beschikt over een ruime hoeveelheid gegevens dievoor criminelen interessant zijn en blijven. Om het risico te beperken datdeze gegevens in de verkeerde handen vallen worden er op verschillendevlakken maatregelen genomen, namelijk: het beheer van autorisaties inICT-systemen en logging & monitoring. Ik zal bij deze twee categorieën ende maatregelen omtrent screening hieronder kort stilstaan. Dit zijnmaatregelen die worden genomen vanuit het perspectief vanweerbaarheid tegen ondermijning. Dit kan nadrukkelijk betekenen dat,afhankelijk van de maatregelen die op deze vlakken worden genomen, dekans aanwezig is dat dit invloed heeft op het niveau van de dienstver-lening aan burgers en bedrijven. Daar zal ik ten eerste nader op ingaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13794 Effect op dienstverleningDe Belastingdienst heeft in de afgelopen jaren een grote verbeterslaggemaakt op het gebied van dienstverlening. Om dit te bereiken en burgersen bedrijven goed bij te kunnen staan bij hun vragen kregen Belasting-dienstmedewerkers ruim toegang tot de systemen. Omdat de dienstver-lening van de Belastingdienst te maken heeft met piekmomenten wordendaarvoor deels uitzendkrachten gebruikt. Dit was onderdeel van destrategie van de Belastingdienst om klantgericht, landelijk en efficiënt tekunnen werken. Deze versterking van de dienstverlening kan ook alsgevolg hebben, zoals het onderzoek van KPMG bevestigd, dat dit deBelastingdienst kwetsbaar maakt. Maatregelen zoals een strengerautorisatiebeheer en het compartimenteren van systemen gaan ervoorzorgen dat medewerkers minder toegang tot gegevens krijgen. Dit komtten goede van de veiligheid, want hierdoor zijn Belastingdienstmede-werkers minder kwetsbaar voor ondermijning. Maar dit kan negatievegevolgen hebben voor het niveau van dienstverlening die wordt verwachtvan de Belastingdienst. Zo zal dit bij bijvoorbeeld de BelastingTelefoonvoor langere wachttijden kunnen zorgen. De medewerkers van deBelastingTelefoon hebben namelijk toegang tot diverse systemen van deBelastingdienst om informatie te kunnen raadplegen bij het helpen vanburgers en bedrijven. Als deze toegang wordt beperkt en medewerkersbijvoorbeeld worden geclusterd per systeem of belastingmiddel kan datals gevolg hebben dat burgers vaker moeten worden doorverbonden alser diverse systemen geraadpleegd moeten worden.Momenteel kan de Belastingdienst via onder andere de BelastingTelefoonburgers en bedrijven goed bijstaan. Strenger toezicht en verderecompartimentering in de toegang tot systemen kunnen ervoor zorgen datdit in gedrang komt en het gewenste niveau van dienstverlening nietlanger kan worden gehaald met de huidige middelen. Daar vraag ik vanuw Kamer begrip voor. Op korte termijn zijn namelijk de technologischemogelijkheden om dit dilemma op te lossen beperkt. Veel van de huidigesystemen van de Belastingdienst zijn niet ontworpen om bijvoorbeeldmogelijk te maken dat een medewerkers van de Belastingdienst enkel deinformatie in kan zien van de persoon die op dat moment geholpen moetworden. Bij het ontwerpen en bouwen van nieuwe systemen worden ditsoort eisen op het gebied van informatiebeveiliging en privacy meege-nomen. De Belastingdienst gaat op een aantal specifieke risicovolleonderdelen maatregelen nemen om de weerbaarheid te verhogen. Overde consequenties die dit eventueel heeft voor het niveau van de dienstver-lening zal ik uw Kamer informeren via de eerstvolgende stand-van-zakenbrief.Autorisatiebeheer ICT-systemenKPMG beschrijft hoe in de afgelopen jaren de politieke en bestuurlijkenadruk heeft gelegen op het efficiënte, klantgerichte en landelijk werkenvan de Belastingdienst. Dit heeft ertoe geleid dat autorisaties breedwerden verstrekt en er veel medewerkers toegang hadden tot persoons-gegevens. Als onderdeel van het PWOB zijn er maatregelen genomen omdeze toegang beter te reguleren en te beperken. De toegang tot deinformatie van grote bedrijven is uit het belang van economischeveiligheid strikt gereguleerd. Datzelfde geldt voor de toegang tot deinformatie van burgers die werkzaam zijn in een publieke functie (dezogenaamde VIP-lijst). Daarnaast zijn er inmiddels al duizenden autori-saties, met name op de meest risicovolle systemen zoals bijvoorbeeldAuto, ingetrokken en wordt er structureel gecontroleerd of het toekennenen verwijderen van autorisaties juist wordt toegepast. Bij het verlenen vannieuwe autorisaties wordt strenger gekeken of deze wel nodig zijn voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13795 betreffende functie. Leidinggevenden worden daarnaast begeleid envoorgelicht over correcte roltoekenning.Logging & monitoringCriminele organisaties zijn vooral geïnteresseerd in informatie zoalsadressen, kentekens en namen. Hiervoor gaan ze gericht op zoek naarbijvoorbeeld Belastingdienstmedewerkers die hier toegang tot hebben.Volgens KPMG bestaat er mede door beperkte logging en monitoring dekans dat medewerkers deze informatie ongezien kunnen delen met debuitenwereld. Het is daarom ook van belang dat de technische mogelijk-heden voor logging en monitoring van toegang tot de opgeslageninformatie in systemen worden verbeterd. Hierbij moet onderscheidgemaakt worden tussen actieve en passieve monitoring. Bij passiefmonitoren worden raadplegingen in systemen achteraf geanalyseerd alser bijvoorbeeld aanleiding is tot een onderzoek. Deze vorm vanmonitoring is voor een aantal systemen reeds mogelijk. Bij actiefmonitoren zijn afwijkingen in de wijze waarop informatie wordt geraad-pleegd direct inzichtelijk. Het is voor de Belastingdienst op dit momentonrealistisch om logging- en monitoringsoftware te installeren op alleapplicaties gezien het grote en deels verouderde applicatielandschap.Daarom is de afweging gemaakt om enkel in de in dit kader meestrisicovolle systemen software te installeren om actief te kunnen loggen enmonitoren. Voor de lange termijn heeft de Belastingdienst het programma«Need to Know now» ingevoerd. Het doel van dit programma is om eengenerieke en moderne voorziening te leveren waarmee ervoor kanworden gezorgd dat medewerkers enkel toegang hebben tot de gegevensdie op dat moment nodig zijn voor de uitvoering van het werk. Op basisvan dit beleid worden ook pilots uitgevoerd die als doel hebben om eeneffectieve aanpak te ontwikkelen met betrekking tot logging en monitoringzodat deze breder gebruikt kan worden. Deze pilots worden geïntensi-veerd en hierbij worden de aanbevelingen van KPMG meegenomen. Ik zaluw Kamer hierover informeren via de eerstvolgende stand-van-zakenbrief.ScreeningOp basis van documentenanalyses en interviews met experts concludeertKPMG dat er door het ontbreken van voldoende screening sprake is vanaanzienlijke risico’s op het gebied van veiligheid, met name bij dienston-derdelen waar een hoog medewerkersverloop is. Het versterken vanscreening en het analyseren en actualiseren van het risico- en dreigings-beeld is reeds onderdeel van het PWOB. Bij het versterken van screeningis het van belang om goed te kijken naar de proportionaliteit van demaatregelen en ervoor te zorgen dat de privacy van medewerkersgewaarborgd is. Dergelijke maatregelen vereisen brede afstemming metonder andere de medezeggenschap en de vakbonden. In samenwerkingmet het Bureau BVA4 wordt door de Belastingdienst geïnventariseerd watde kwetsbare functies zijn en worden de doelgroepen verkend voorintensievere (pre-)screening. Hiervoor zijn ook de contacten gelegd methet Ministerie van Justitie en Veiligheid. Conform de in de Wet Veilig-heidsonderzoeken vastgelegde «sluitstukgedachte» moeten eerst alle «inredelijkheid te nemen fysieke en organisatorische maatregelen» zijngenomen voordat versterking van screening aan de orde is. De Belasting-dienst heeft voorbereidende maatregelen genomen om tot eenversterking van de screening te komen, maar zal eerst andere overge-bleven restrisico’s moeten inventariseren en mitigeren voordat dit plaatskan vinden.4Bureau BVA is het bureau van de Beveiligingsautoriteit (BVA) dat verantwoordelijk is voor deintegrale beveiliging van het Ministerie van Financiën.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13796 KPMG benoemt daarnaast dat er bij het inhuren van externe medewerkersvia uitzendbureaus een risico bestaat dat criminelen op deze manierproberen te infiltreren. Zoals eerder genoemd heeft de Belastingdienstdeze medewerkers wel nodig aangezien zonder deze medewerkers hetgewenste niveau van dienstverlening niet behaald kan worden.Naast het versterken van de algemene screening gaat de Belastingdienstin gesprek met uitzendbureaus om deze problematiek zoveel mogelijk uitte sluiten. Daarnaast gaat de Belastingdienst samen met uitzendbureausonderzoeken in hoeverre screening kan worden versterkt. In de eerstvol-gende stand-van-zakenbrief zal ik uw Kamer hierover informeren en overde voortgang met betrekking tot het versterken van de screening in hetalgemeen.Maar ook op dit vlak is het dilemma te zien tussen enerzijds dienstver-lening en anderzijds het zoveel mogelijk beperken van het risico opondermijning door een hoog niveau van toezicht. Momenteel is het allastig om voldoende kwalitatief personeel aan te trekken. De kans bestaatdat het verhogen van de screening bij het aantrekken van (extern)personeel negatieve effecten heeft voor de capaciteit.Bewustzijn vergrotenDe Belastingdienst heeft zich in de afgelopen jaren actief ingezet om hetintegriteitsbewustzijn onder medewerkers te vergroten. KPMG conclu-deert dat dit succesvol is, maar dat er nog onvoldoende bewustzijn is voorspecifieke corruptierisico’s. Binnen het PWOB wordt hier al veel aandachtaan besteed. Zo zijn er meerdere (veelal verplichte) opleidingen geïntro-duceerd waarin medewerkers wordt geleerd om corruptierisico’s teherkennen en hoe zij in dergelijke gevallen moeten handelen. Detrainingen die in mijn brief van juli 2023 worden genoemd5, zoals detraining Weerbaarheid en het niveau «diamant» (met specifieke aandachtvoor ondermijning) van de «Online Security Awareness Game (OSAG)»zijn opgeleverd en geïmplementeerd in de organisatie.6 Via de BelastingAcademie zijn daarnaast nog andere additionele opleidingen beschikbaar,zoals de «awarenesstraining weerbaarheid», die inmiddels door circa1.500 medewerkers is gevolgd. De boodschap omtrent awareness vanondermijningsrisico’s wordt daarnaast ook onder de aandacht gebracht inteamoverleggen en personeelsgesprekken. Ook is er een handreiking«Weerbaarheid» beschikbaar voor alle medewerkers van de Belasting-dienst. Nieuwe medewerkers worden tijdens het onboardingsprogrammaspecifiek gewezen op de mogelijke manieren waarop zij in hun werkkunnen worden benaderd door criminelen.Het creëren van meer bewustzijn vereist een lange adem. Uiteindelijkmoet het verankerd raken in het handelen en de gedachten van Belasting-dienstmedewerkers. De effectiviteit valt of staat namelijk bij het gedragvan deze medewerkers. Daarom komt de Belastingdienst met eenaanvullend plan waarbij Belastingdienstbreed aandacht zal wordengegeven aan de modus operandi van criminele organisaties en de wijzewaarop zij medewerkers kunnen benaderen. Daarnaast worden er perdienstonderdeel specifieke bewustzijnsactiviteiten ontwikkeld en wordt erstrakker gestuurd op het volgen van de aanwezige opleidingen eninitiatieven zoals bijvoorbeeld de eerdergenoemde trainingen.5Kamerstukken II, 2022/23, 31 066, nr. 12716Inmiddels heeft ruim 80% van de medewerkers de eerste drie levels – brons, zilver en goud –behaald. In deze levels wordt veel aandacht besteed aan de omgang met gevoelige informatie.In januari 2024 is hier een level «diamant» aan toegevoegd waarin specifiek aandacht wordtgegeven aan weerbaarheid tegen ondermijning. Op dit moment heeft circa de helft van demedewerkers dit level behaald.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13797 Verhogen meldingsbereidheidHet is van essentieel belang dat signalen van mogelijke corruptie snelworden gemeld zodat er tijdig passende actie kan worden genomen.KPMG concludeert dat er sprake is van zogenoemde ondermelding en dateen kwart van de medewerkers van mening is dat melders onvoldoendeworden beschermd. Dit is een stevige conclusie die ik uiterst serieusneem. Medewerkers dienen het gevoel te hebben dat de Belastingdienstvoor hen opkomt en moeten erop kunnen vertrouwen dat melden zinheeft. Momenteel zien medewerkers volgens KPMG te veel drempels omeen melding te doen bij incidenten. Zonder voldoende meldingen heeft deBelastingdienst een onvolledig beeld van het risico dat de organisatie enzijn medewerkers lopen. In april is er, mede naar aanleiding van hetafgeronde KPMG-onderzoek, een interne webinar georganiseerd overondermijning en het PWOB. Het beschikbaar maken van de training «watals je benaderd wordt» maakte hiervan onderdeel uit. Door middel vandeze training worden medewerkers geïnstrueerd wat zij kunnen doen alszij denken benaderd te zijn door criminele organisaties of anderekwaadwillenden. Verder heeft de communicatieafdeling van de Belasting-dienst een campagne ontwikkeld om Belastingdienstmedewerkers bewustte laten zijn dat het melden van agressie en intimidatie belangrijk is.Daarnaast is ook bij het Centraal Meldpunt Agressie (CMA) een standaardprotocol voor meldingen over ondermijning ontwikkeld. Hier kunnenBelastingdienstmedewerkers 24/7 terecht om een melding te doen. In dehiervoor genoemde handreiking «Weerbaarheid» staat beschreven hoeBelastingdienstmedewerkers kunnen handelen als zij geconfronteerdworden met signalen van ondermijning.Het BV&I krijgt de taak om, samen met het beleidsdepartement, demogelijkheden te onderzoeken om de werking en effectiviteit van hethuidige meldingslandschap te evalueren. Daarnaast zal er meer aandachtkomen voor de begeleiding en nazorg bij melders.LeiderschapLeidinggevenden dienen het goede voorbeeld te geven aan hunmedewerkers omdat zij een sterke invloed hebben op de cultuur waarincorruptierisico’s worden besproken. KPMG concludeert dat leidingge-venden nog onvoldoende deze voorbeeldrol invullen. Dit omdat volgensKPMG leidinggevenden zich te veel richten op productie, het frequentethuiswerken en omdat ze doorgaans een grote «span of control» hebben.Het is van essentieel belang dat leidinggevenden in gesprek blijven methun medewerkers over niet alleen integriteit, maar ook over corruptieri-sico’s. Zij zullen hierin verder ondersteund worden. De Belastingdienst isin 2020 begonnen met het programma «Leiderschap en Cultuur». Binnendit programma is er onder andere aandacht voor het stimuleren vaninteger gedrag door leidinggevenden. Dit programma wordt in 2024afgerond en de activiteiten zullen worden verankerd in de organisatie.KPMG adviseert om dit programma te intensiveren door onder anderecorruptie als onderwerp periodiek te laten terugkomen in personeelsge-sprekken en teamoverleggen. De Belastingdienst zal deze aanbevelingenmeenemen en implementeren in een projectplan gericht op goed enethisch leiderschap. In dit plan zal ook aandacht worden gegeven aan hetherkennen van signalen, gespreksvaardigheden en het uitdragen van hetbeleid omtrent ondermijning.AfsluitingHet onderzoek van KPMG laat zien dat meer en blijvende aandacht voorcorruptierisico’s noodzakelijk is. Met het PWOB heeft de Belastingdienst inde afgelopen periode stappen gezet. Het onderzoek van KPMG bevestigtTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13798 dat, maar laat ook zien waar verdere aanvullingen nodig zijn. Hiermeegaat de Belastingdienst direct aan de slag.Ondanks de genomen en te nemen maatregelen blijft het onwaarschijnlijkdat de Belastingdienst in de toekomst alle gevallen van corruptie ofintegriteitsschendingen kan voorkomen. De Belastingdienst zal namelijkeen interessant doelwit blijven voor criminele organisaties. Wel wordt metdeze geïntensiveerde aanpak het risico hierop zoveel mogelijk verkleind.De kwartiermaker krijgt de opdracht om met een programmaplan tekomen waarin de aanbevelingen van KPMG verder worden uitgewerkt. Inde eerstvolgende stand-van-zakenbrief, die ik uw Kamer voor hetcommissiedebat Belastingdienst zal toesturen, zal ik uw Kamer hieroverinformeren, alsmede over de voortgang van de ingezette acties en overwat deze acties betekenen voor het niveau van dienstverlening.De Staatssecretaris van Financiën,M.L.A. van RijTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13799

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b452d615406b5708

14 okt 2026 · d01607a4c0811918

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.