Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op17 juni 2025, over suppletoire begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Brontekst
Versie 6aec332e06518c5b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 725 XVWijziging van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid (XV) voor het jaar 2025(wijziging samenhangende met deVoorjaarsnota)Nr. 15 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 4 juli 2025 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op17 juni 2025 overleg gevoerd met de heer Van Hijum, Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid, Vice-Minister-President, en de heer Nobel,Staatssecretaris Participatie en Integratie, over:−het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voorhet jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)(Kamerstuk 36 725 XV);−de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 5 juni 2025 inzake verslag houdende een lijst vanvragen en antwoorden inzake Wijziging van de begrotingssta-ten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid(XV) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met deVoorjaarsnota) (Kamerstuk 36 725 XV) (Kamerstuk 36 725 XV,nr. 5).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,TielenDe griffier van de commissie,Post kst-36725-XV-15ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 151 Voorzitter: KistemanGriffier: Van den BroekAanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Van Kent, Kisteman,Kouwenhoven, Patijn en Saris,en de heer Van Hijum, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Vice-Minister-President, en de heer Nobel, Staatssecretaris Participatie enIntegratie.Aanvang 16.35 uur.De voorzitter:Goedemiddag allemaal. Welkom bij de vaste commissie voor SocialeZaken en Werkgelegenheid voor het wetgevingsoverleg over de supple-toire begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid2025. Een bijzonder welkom aan de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid, Minister van Hijum. Welkom aan de Staatssecretarisvan Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Staatssecretaris Nobel. Welkomaan de leden van de Kamer: mevrouw Patijn van GroenLinks-PvdA, deheer Van Kent van de SP en mevrouw Saris van NSC. Ik ben zelfArend Kisteman, Tweede Kamerlid van de VVD. Ik vervang mijn collegaThierry Aartsen, die momenteel druk is met andere dingen, zoals jullieallen weten.De indicatieve spreektijd per fractie is ongeveer vijf minuten. Het staat niethelemaal vast. Ik wil beginnen met vijf interrupties per fractie. Weschorsen na de eerste termijn sowieso drie kwartier voor een dinerpauze.Dan geef ik het woord aan mevrouw Patijn voor haar inbreng in deeerste termijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Er wordt fors gesnoeid in de SZW-begroting. Ik richt mein mijn bijdrage op de meest pijnlijke punten, te beginnen bij de bezuini-gingen op de WW-uitkering. Die gaat van 24 naar 18 maanden endaarmee worden de rechten flink ingeperkt. Dit is geen hervorming, dit iseen aanval op werkend Nederland; en dat in tijden van economischeonzekerheid. Wat is de status van het voorstel, nu dit kabinet gevallen is?Ik mag hopen dat het voorstel weer van tafel kan. Ik kijk daarbij ook naarde voormalige coalitiepartijen: zijn zij dit voornemen niet liever kwijt danrijk?Ook in gezins- en kindvoorzieningen wordt gesneden. Het kindgebondenbudget wordt gekort. Gewone gezinnen gaan er daardoor op achteruit;denk aan een gezin met twee werkende ouders die modaal verdienen. Ditraakt middeninkomens keihard. Hoe rijmt de Minister dit met de inzet vanhet kabinet om juist die middengroepen te helpen? Daarbovenop wordtde invoering van de bijna gratis kinderopvang opnieuw uitgesteld. Oudersmogen weer twee jaar wachten. Hun wordt een worst voorgehouden, dietelkens weer wordt weggetrokken. De inkomenseffecten moeten grootzijn, maar het ministerie weigert dit voor te rekenen. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is: waarom worden die feiten niet gedeeld met de Kamer?Voorzitter. Ook vraag ik wat er nu gaat gebeuren met de IACK. Die zou pasworden afgebouwd als het nieuwe stelsel er zou zijn. Dat is er nu niet en ikhoor niets over wat er met de IACK gaat gebeuren. Gaat deze bezuinigingwel of niet door?Voorzitter. De Staatssecretaris gaat nu ruim de tijd nemen. Gaat hij die tijddan ook slim inzetten? Gaat hij de tijd benutten om ervoor te zorgen datalle kinderen en ouders gebruik kunnen maken van kinderopvang? Gaathij dus de arbeidseis afschaffen? Hoe gaat de Staatssecretaris deze tijdbenutten om te voorkomen dat private equity het publieke geld in eigenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 152 zak steekt? Is de Staatssecretaris bereid om tarieven actief te maximeren,zodat publieke middelen niet verdwijnen?Dan over het UWV. In het hoofdlijnenakkoord werd beloofd dat er nietbezuinigd zou worden op de uitvoering, maar dat gebeurt toch. Daarnawerd duidelijk dat er extra geld nodig is voor de hersteloperatie. Ineerdere debatten kon de Minister niet concreet worden over de kosten. Nuzien we concrete bedragen. Kan de Minister met zekerheid zeggen datdeze bedragen voldoende zijn? Wat is de afbakening in tijd voor decompensatie?Voorzitter. Dan heb ik nog een vraag over de envelop Groepen in de knel.Eerder heeft de Minister het geld uit deze envelop overgeheveld naar debegroting van JenV, om een betaalherinnering te realiseren voorverkeersboetes. Dat is sowieso een twijfelachtige besteding van dit geld.Maar nu gaat deze betaalherinnering niet door. Kan de Minister beves-tigen dat de 13 miljoen tot 31 miljoen die hiermee gepaard gaan,teruggaan naar de envelop Groepen in de knel? Of wordt het geld ergensanders aan besteed en, zo ja, waaraan?Tot slot. Uit de invoeringstoets van het minimumuurloon blijkt dat hethuidige loonbegrip verwarring veroorzaakt. Het uurloon moet hetbasisuurloon zijn, dus het kale uurloon, zonder overwerktoeslagen en datsoort zaken. Maar dat is niet duidelijk in de wet. Dat heeft de Minister onsgeschreven. Er is een risico dat er gesjoemeld gaat worden en dat eronderbetaling ontstaat. Zijn hier al signalen over? Het is fijn dat deMinister het in het vizier heeft, maar als we tot 2027 wachten met hetherstellen daarvan, dan is de deur ook al een beetje opengezet om ditgaatje in de wet te gaan vullen, bijvoorbeeld voor uitzendbedrijven die ereven geen zin meer in hebben om het echte minimumuurloon te betalenen de toeslagen als onderdeel van het minimumuurloon rekenen.Voorzitter. Elke maand vertraging betekent opnieuw risico op misbruik. Ikoverweeg daarom een motie om de Minister op te roepen om versneldewetgeving voor te leggen. Ik hoop eigenlijk dat de Minister bereid is omdie wetgeving gewoon te regelen.Voorzitter. Er wordt fors gekort op de SZW-begroting. Dat raakt grotegroepen. Gaan de bewindspersonen daarmee door nu er een demissi-onair kabinet is? Ik roep ze op om het doorvoeren van die bezuinigingente heroverwegen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Zou u uw microfoon willen uitzetten? Wou uaan uw inbreng beginnen of had u een interruptie, meneer Van Kent? Heteerste. Dan mag u aan uw inbreng beginnen.De heer Van Kent (SP):Dank daarvoor, voorzitter. De afgelopen periode zijn we bij een grootaantal werkontwikkelbedrijven langs geweest. Daar viel het volgende op.Op welke afdeling en bij welk werkontwikkelbedrijf je ook kwam, je werdaangeklampt door mensen die als eerste begonnen over het belasting-nadeel, over de tientallen euro’s die ze per maand missen doordat er inhet Belastingplan waarschijnlijk onbedoeld een aanpassing is gedaanwaardoor zij, omdat ze vaak alleen maar deeltijd kunnen werken, grootfinancieel nadeel ondervinden. Mensen vertellen met tranen in hun ogendat ze niet meer naar de fitness kunnen, de reiskosten om naar hun werkte gaan niet meer kunnen betalen en letterlijk met lege boodschappen-tassen zitten. Ze zijn ook met die lege boodschappentassen naar DenHaag getrokken om de Staatssecretaris een petitie te overhandigen. DeStaatssecretaris sloeg de plank daar volledig mis door het woord terichten tot deze groep mensen en te zeggen: ja, maar door die fiscalemaatregel gaan er ook mensen op vooruit; dat moeten we ook nietvergeten. Dat heeft heel veel mensen heel erg boos gemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 153 Duizenden mensen kwamen vervolgens ook nog naar Den Haag. DeStaatssecretaris was ook uitgenodigd, maar kwam daar niet opdagen.Wij gingen er eigenlijk van uit dat dit in de Voorjaarsnota zou wordenrechtgezet. Het gaat om hele grote bedragen voor deze mensen. Het gaatom hele kleine bedragen voor de rijksbegroting. We hebben samen metCedris gekeken wat nou een redelijk bedrag zou zijn dat nodig is om dat teregelen zonder dat je op een hele ingewikkelde manier geld gaattoekennen, zonder dat je heel precies wil uitrekenen wat exact iemandsnadeel is en dat wil gaan vergoeden. Als je dat nou eenvoudig doet envoor de hele doelgroep eenzelfde bedrag uitkeert, dan zou het gaan omomstreeks 40 miljoen euro. Het gaat ongeveer om een gemiddeld nadeelvan € 45 per maand voor 65.000 mensen die onder die werkontwikkelbe-drijven vallen. Die 40 miljoen euro kan echt levens veranderen. Het gaatom € 540 voor een jaar, wat echt het verschil kan maken tussen wel naardie fitness gaan of die volle tas boodschappen, en in isolement rakenomdat bijvoorbeeld de reiskosten om familie te bezoeken niet betaaldkunnen worden.Ik heb me al heel vaak tot deze Staatssecretaris gericht met de oproep omdit te regelen. Dat is keer op keer door de Staatssecretaris afgewezen. Ikricht me nu tot de Minister. Ik heb het gevoel dat deze Minister echt weldoorheeft waar het hier om gaat, dat hij deze groep mensen kent en dathij ook vindt dat het onrecht dat hun is aangedaan, onjuist en onrecht-vaardig is. Ik heb samen met Partij van de Arbeid-GroenLinks eenamendement ingediend om die 40 miljoen uit de rijksbegroting te halenen ervoor te zorgen dat deze groep via die werkontwikkelbedrijvengecompenseerd kan worden voor dit financiële nadeel. Ik wil de Ministeroproepen om dit uit die begroting mogelijk te maken. Dan laten we destaatsschuld voor die 40 miljoen een klein beetje oplopen. Dat is op dehele rijksbegroting peanuts, maar het maakt een wereld van verschil voorde mensen die het aangaat.De tweede vraag die ik op dit punt voor de Minister heb, is of hij ook methet oog op de toekomst bij de augustusbesluitvorming erop wil inzettendeze nadelen structureel op te lossen. Met het amendement dat wehebben ingediend, compenseren we dit nadeel expres incidenteel, zodater straks bij het Belastingplan – bij de augustusbesluitvorming moet datvoorbereid worden – voor gezorgd kan worden dat dit nadeel structureelwordt opgelost. Is de Minister bereid om dat zijn inzet te laten zijn?Voorzitter. Gisteren sprak ik met iemand vanuit de cliëntenraad bij hetUWV. De zorgen zijn ...De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, via u. Dit gaat over algemene heffingskortingen, als ik het goedbegrijp. De SP zegt dat dit in de augustusbesluitvorming aangepast wordt.Heeft u het dan over de algemene heffingskorting in brede zin, dus ookvoor winkelpersoneel en voor anderen, of heeft u het heel specifiek overdeze groep?De heer Van Kent (SP):De voltijdsbonus – dat was het doel achter de aanpassing van deheffingskorting – moet er wat de SP betreft niet toe leiden dat mensenmet een laag inkomen daar een financieel nadeel van ondervinden. Watons betreft doen we dat dus breed. Specifiek met het oog op deze groepzou ik de Minister willen oproepen om dat met voorrang te organiseren,met als reden en argument dat deeltijdwerken voor de doelgroep van dewerkontwikkelbedrijven vaak geen keuze is, maar een noodzaak. Dezemensen zijn vaak niet in staat om volledig te werken. Om dat dan via dieheffingskortingen af te straffen, is op alle mogelijke manieren oneerlijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 154 De voorzitter:Heeft mevrouw Patijn nog een vervolgvraag? Nee? Dan kan de heerVan Kent zijn verhaal vervolgen.De heer Van Kent (SP):Dank, voorzitter. Bij het UWV stapelt het zich op. We hebben daar al veeldebatten over gevoerd. We hebben ook een debat aangevraagd inverband met de problemen rondom de Ziektewetuitkering. Ik begreep dathet nog onduidelijk is of dat debat nog voor de zomer gaat plaatsvinden,maar wat ons betreft wel. We willen hier zo snel mogelijk uitgebreid metde Minister over spreken.Ik zou in het kader van de Voorjaarsnota en de beschikbare financiëlemiddelen willen vragen wat de gevolgen zijn van de 55.000 Ziektewetuit-keringen die onjuist zijn vastgesteld, waarbij het bij een deel gaat om teveel en bij een deel om te weinig geld dat is uitgekeerd. Welke gevolgenheeft dit voor de budgetten die in de Voorjaarsnota zijn afgesproken voorhet UWV? Misschien kan de Minister daar ook al het bedrag aan koppelendat verwacht wordt aan nabetalingen die gedaan moeten worden enwelke extra uitvoeringskosten dit met zich meebrengt. Ik begreep dat ditin Groningen nog dit jaar uitgevoerd gaat worden, in het tweede enderde kwartaal. De vraag is hoeveel geld die uitvoering gaat kosten. Zitdat al in het budget dat in de Voorjaarsnota is afgesproken? Is er extrabudget nodig? Gaat dat er mogelijk toe leiden dat er, door de problemenmet de Ziektewet, minder budget voor de WIA beschikbaar is? Dat zou deSP heel graag van de Minister willen weten.We zouden ook willen weten hoe het gaat met het vinden van de mensen,want in veel gevallen zal het gaan om Ziektewetuitkeringen die albeëindigd zijn. Hoe gaat het bijvoorbeeld met de mensen die nu in hetbuitenland zitten? Hoe gaan die gevonden worden? Komt er een plek waarmensen zich kunnen melden? Gaat de Minister ook hierbij als uitgangs-punt kiezen dat er niet wordt teruggevorderd als er door een fout van hetUWV te veel geld is uitbetaald?De voorzitter:U zit op 5 minuten en 50 seconden. Zou u zo meteen willen afronden?De heer Van Kent (SP):Tot slot de WW. Het is natuurlijk krankzinnig dat politici, die voor zichzelfeen wachtgeldregeling hebben waarbij ze 24 maanden moeten werkenvoor 24 maanden wachtgeld, bepalen dat ze van werknemers die 24 jaarmoeten werken voor 24 maanden WW, terwijl daar ook premie voor isbetaald, 6 maanden willen afpakken. Mevrouw Patijn van GroenLinks-Partij van de Arbeid zei het ook al: het kabinet is gevallen. Ik neem tochaan dat de grootste bezuiniging op Sociale Zaken en Werkgelegenheid, opde bestaanszekerheid van mensen, zeg ik ook tegen de mogelijkelijsttrekker van Nieuw Sociaal Contract, die botte bezuiniging, die aanvalop werknemersrechten en werknemersverzekeringen, van tafel gaat. Ik wilde Minister daartoe oproepen. We zullen daar hopelijk over gaanstemmen op een later moment. Ik ga er toch van uit dat dit niet is watNieuw Sociaal Contract en deze Minister uiteindelijk willen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie verder geen interrupties, dus dan kanmevrouw Saris aan haar inbreng beginnen.Mevrouw Saris (NSC):Voorzitter, dank u wel. Wij zijn om te beginnen zeer positief over demiddelen die vrij zijn gemaakt door het kabinet om de door het UWVgemaakte fouten te herstellen, om de uitvoering te versterken en om eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 155 eerste stap te zetten om het arbeidsongeschiktheidsstelsel te hervormen.Het is belangrijk dat de druk op de uitvoering bij het UWV wordt verlichtdoor de 60-plusmaatregel te herintroduceren en ook door het structureelmaken van het tijdelijk kwijtscheldingsbeleid van de WIA-voorschotten. Bijde hervorming van het stelsel gaat het wel om een eerste stap met hetvoortzetten van een praktisch beoordeelde maatregel en het leidendmaken van het medisch advies van de bedrijfsarts bij de RIV-toets. Echter,nog niet alle maatregelen waar NSC voor heeft gepleit, zijn doorgevoerd.Hoe kijkt de Minister daarom naar de volgende stappen die gezet kunnenworden, ondanks de demissionaire status van dit kabinet? Kan hij alvasteen doorkijkje geven naar de uitwerking van het nieuwe arbeidsonge-schiktheidsstelsel op de langere termijn, met speciale aandacht voor hetvoldoen aan internationale verdragen zoals van de ILO?Voorzitter. In de voorjaarsbesluitvorming zit ook een negatief punt voorNSC. Het betreft de WW-verkorting van 24 naar 18 maanden. Wijerkennen dat de WW-verkorting als een individuele maatregel pijnlijk is,zeker ook in relatie tot de duur van de loongerelateerde uitkering in deWIA. Mensen kunnen daardoor binnen de WIA sneller terugvallen in eenvervolguitkering, die weer een percentage van het minimumloonbedraagt. De WW-verkorting raakt vooral 55- tot 67-jarige werknemers, dieal meer moeite hebben met het vinden van een baan. Wat ons betreft ishet dan ook belangrijk om hoe dan ook veel meer in te zetten op preventieen een effectieve re-integratie. Wij hebben wel twijfels over de uitvoer-baarheid van een duurverkorting van de WW. Kan de Minister daarduidelijkheid over geven?De eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat de WW-verkorting voor ons, voorNSC, geen maatregel is waar wij een groot voorstander van zijn. Wijzullen de steun voor de WW-maatregelen uiteindelijk bepalen op basisvan twee belangrijke overwegingen, allereerst of het überhauptuitvoerbaar is om de duurverkorting per 1 januari 2027 in te voeren. Mitsdit uitvoerbaar is, is daarnaast een eis van NSC dat de verkorting wordtdoorgevoerd met flankerend beleid om meer in te zetten op preventie,scholing en effectieve re-integratie. Ik vraag daarom aan de Minister welkeconcrete maatregelen er mogelijk zijn om veel steviger in te zetten oppreventie, scholing en effectieve re-integratie.Voorzitter. Er is eerder een levendige gedachtewisseling geweest met deStaatssecretaris over de staatssteun wat betreft de kinderopvang.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Van Kent. Zou u uw microfoon willenuitzetten, mevrouw Saris?De heer Van Kent (SP):Ik zou het volgende willen weten. Ik hoor twee verhalen. In de eersteplaats: Nieuw Sociaal Contract wil de WW-duur niet verkorten. En in detweede plaats: ja, maar als er flankerend beleid is, dan eventueel wel. Devraag aan Nieuw Sociaal Contract is: waar staan ze nu? Is Nieuw SociaalContract voor of tegen de WW-duurverkorting?Mevrouw Saris (NSC):De WW-duurverkorting stond niet in ons verkiezingsprogramma, maar welin het hoofdlijnenakkoord. Die afspraak die wij in het hoofdlijnenakkoordhebben gemaakt, staat wat Nieuw Sociaal Contract betreft. Wij willenechter wel graag inzetten op die stevige flankerende maatregelen. Daaromis de inbreng zoals ik ’m heb gedaan.De heer Van Kent (SP):Dan concludeer ik dat Nieuw Sociaal Contract staat voor het verkorten vande WW-duur, hier een aantal suggesties doet voor flankerend beleid dieboterzacht zijn en dus de bestaanszekerheid en de werknemersverzekeringTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 156 van al die werknemers, die daar gewoon premie voor hebben betaald, wilafpakken.Mevrouw Saris (NSC):Ik heb vragen gesteld aan de Minister, dus ik ben zeer benieuwd naar deantwoorden van de Minister hierop. Nieuw Sociaal Contract is geenvoorstander van de WW-duurverkorting, maar binnen het hoofdlijnenak-koord zijn daar afspraken over gemaakt en die zijn in deze Voorjaarsnotageëffectueerd. Wij hebben niet alles binnen kunnen halen wat onsverkiezingsprogramma betreft. Dit is de afspraak zoals die daar isgemaakt, en die is in de Voorjaarsnota geëffectueerd. Ik wil graag van deMinister weten welke flankerende maatregelen getroffen kunnen wordenen of die uitvoerbaar zijn. De beantwoording van die vragen door deMinister wacht ik af.De heer Van Kent (SP):Stel dat er buiten Nieuw Sociaal Contract om een meerderheid ontstaatdie bijvoorbeeld een motie aanneemt over dat de WW-duur niet moetworden verkort. De PVV is er weer niet, maar ik kan me zo voorstellen datdie er wel voor te porren is. Vindt Nieuw Sociaal Contract dan dat dezeMinister die motie moet uitvoeren?Mevrouw Saris (NSC):Deze Minister kent volgens mij de democratische processen in dit huis.Voor de vraag hoe hij daarmee omgaat, kijk ik dus naar hem.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik ben best hoopvol – laat ik het zo zeggen – over wat mevrouw Saris zegt.Het klinkt namelijk eigenlijk alsof ze het helemaal niet zo erg zou vindenals de WW-maatregel op de een of andere manier zou sneuvelen. Het isvoor haar een onwenselijke regeling, in ieder geval vanuit het programmagezien. Als we nou op een andere manier een goede dekking zoudenkunnen vinden, is er dan een kans dat NSC het gevoel heeft mee tekunnen gaan in het behouden van de WW?Mevrouw Saris (NSC):Ik loop niet vooruit in reactie op als-danvragen. Wij hebben afsprakengemaakt met de partijen die nog de coalitie vormen. Ik heb een aantalvragen aan de Minister gesteld. Ik wil daar graag antwoord op hebben. Ukent Nieuw Sociaal Contract als een partij die altijd openstaat voorargumenten van anderen. Daarnaast is er het feit dat een afspraak metons een afspraak is.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Als we er weer eens over gaan stemmen, wordt dat een spannendestemming, denk ik zomaar. Ik hoop dat we elkaar hier op de een of anderemanier in kunnen vinden.De voorzitter:Ik hoor geen vraag, maar als u wilt reageren, dan kan dat. Anders mag uuw betoog vervolgen.Mevrouw Saris (NSC):Ik ga mijn betoog vervolgen. Het is fijn dat we met elkaar hoopvol kunnenblijven!Voorzitter. Er is eerder een levendige gedachtewisseling met de Staatsse-cretaris geweest over staatssteun voor de kinderopvang. De nieuweplannen van de Staatssecretaris zijn vertraagd. Mijn fractie vermoedt datdit komt doordat vanwege staatssteunregels de nieuwe wet uitermateprecies geconstrueerd moet worden, om ervoor te zorgen dat er geenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 157 Europese regelgeving wordt overtreden. Wij zullen nauwgezet meekijken.Het lijkt er nu op dat de nieuwe plannen daarnaast zullen leiden tot eenverslechtering van toegang tot kinderopvang van kwetsbare huishoudens.Naar ons idee is het in het kader van het sociale karakter van deze dienst,van algemeen economisch belang qua Europese wetgeving, niettoegestaan dat toegang voor kwetsbare huishoudens tot een dergelijkedienst wordt verkleind. Daarom heb ik de volgende vraag aan deStaatssecretaris. Op welke manier en op welke termijn geeft hij helderheidover tarieven voor ouders en over de manier waarop concreet kan wordenvoorkomen dat staatssteunregels overtreden worden?Voorzitter. Ten slotte. Ik zou willen afsluiten met een belangrijke beloftevan Nieuw Sociaal Contract die is gerealiseerd in de Voorjaarsnota. Datbetreft de stapsgewijze verhoging van het minimumjeugdloon. Inonzekere tijden voor jongeren is het een mooie stap voor hun bestaansze-kerheid dat op ons initiatief het minimumjeugdloon stapsgewijs wordtverhoogd om hun financiële situatie te versterken.Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Ik zie verder geen interrupties. Zou mevrouw Patijn dan even hetvoorzitterschap van me willen overnemen?Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Gaat uw gang, meneer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Dank u wel, voorzitter. Zoals al eerder gezegd, vervang ik vandaag mijncollega Aartsen. Ondernemers in de winkelstraat spelen een cruciale rol inde leefbaarheid van onze binnensteden en dorpskernen. Regelmatigondersteunen zij lokale activiteiten en lokale initiatieven, zoals de halvemarathon van Zwolle, bij de Minister ongetwijfeld bekend. Die activiteitenleveren niet direct iets op voor de ondernemer, maar zij hopen dat deinvestering zich op de lange termijn terugbetaalt.Maar dat is niet het enige. Bij veel van de ondernemers in de winkelstraatbeginnen jongeren aan hun eerste stap op de arbeidsmarkt. Als onder-nemer uit de winkelstraat weet ik als geen ander hoe belangrijk deze stapis. Je leert op tijd komen, krijgt verantwoordelijkheid, kan je ontwikkelenen houdt er een mooi zakcentje aan over. Voor de ondernemer is hetontzettend leuk en nuttig om jonge mensen in dienst te hebben, om dewerkzaamheden gedaan te krijgen én om hun iets te leren op eenbetaalbare manier. Echter, de Minister wil het minimumjeugdloonsignificant verhogen. Het jeugdloon van een 19-jarige gaat in 2027 van€ 8,64 naar € 10,80. Voor een ondernemer in de winkelstraat is dit niet tebetalen, hoe graag deze dat ook wil. Er is sprake van stijgende huren,stijgende energielasten, stijgende grondstofkosten en stijgende cao’s. Watde VVD betreft is dit een ontzettend slecht idee. Heeft de Minister enigidee welke gevolgen dit heeft voor de ondernemers in de winkelstraat?Wil hij met de geraakte sectoren in gesprek gaan en hierover rapporteren?Voorzitter. Aangezien de invoering van bijna gratis kinderopvang isuitgesteld naar 2029 is er een nieuw extra ingroeipad voor de verhogingvan de kinderopvangtoeslag, zodat werkende ouders langzaam meertoeslag krijgen in aanloop naar het nieuwe stelsel. Hierdoor wordt er eennieuw pad voor de jaren ’26, ’27 en ’28 ingezet. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is hoe de opbouw van dat pad er precies uit komt te zien.Wordt dat geleidelijk verdeeld over de inkomensgroepen, of is er sprakevan een focus op bijvoorbeeld de middengroepen, de groepen die van hetverst weg moeten komen qua gratis kinderopvang of de werkenden?Daarnaast wordt er 24 miljoen uitgetrokken voor de jaren 2029 tot 2038,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 158 voor de toegankelijkheid van de kinderopvang in het nieuwe stelsel. Hoewordt het geld precies besteed over al die jaren? Kan de Staatssecretarisdaar iets meer over vertellen?Door het kindgebonden budget sneller af te bouwen boven de € 60.000raken we juist de gezinnen rond twee keer modaal, mensen die hardwerken en vaak allebei een inkomen hebben. De zorg van de VVD is datdit de marginale druk verhoogt en werken juist minder laat lonen. Kan deStaatssecretaris aangeven wat de effecten zijn voor deze groep, en of hijniet onbedoeld het tegenovergestelde bereikt van wat we willen, namelijkdat werken moet blijven lonen?Voorzitter. In deze Voorjaarsnota komt meer geld voor professioneleformele taallessen voor mensen in de bijstand, omdat de taaleis in debijstand blijft bestaan. Hierbij ligt de focus op met name de nieuweinstroom. Dit betreft dan nieuwe bijstandsontvangers die onvoldoendeNederlands spreken. Dit zijn voornamelijk statushouders. Hier heb ik eenpaar vragen over. Hoe verhouden deze extra gelden zich tot de inburge-ringstrajecten die er nu al zijn? Ook zou ik graag van de Minister willenweten of dergelijke formele taallessen geen belemmering gaan vormenvoor het vinden van een baan. Worden deze lessen dan in de avond of hetweekend gegeven, zodat overdag gezocht kan worden naar een passendestartbaan? Je leert namelijk het beste Nederlands op de werkvloer. Is deMinister het daarmee eens?In de begroting lezen we ook dat het budget voor de AOW-hiaat-compensatie voor langdurig arbeidsongeschikte zzp’ers wordt geschrapt,omdat er volgens het ministerie geen objectieve criteria zijn om dezegroep te onderscheiden. Maar juist die terughoudendheid roept bij mijnfractie vragen op. Het gaat hierbij om een heel specifieke groep: zelfstan-digen die langdurig arbeidsongeschikt zijn geraakt en door die situatiegeen volledige AOW meer kunnen opbouwen. En belangrijker: ze kunnendat hiaat ook niet meer herstellen, omdat werken voor hen geen optiemeer is. Dit is geen brede inkomensgroep, maar een kwetsbare uitzon-dering, waarvoor eerder juist wel erkenning was. Kan de Ministertoelichten waarom hiervoor helemaal geen maatwerk of vangnet meermogelijk is? Hoe voorkomen we dat deze groep straks op bijstandsniveaumoet leven vanwege een systeemfout?Voorzitter. Tot slot, over de invulling van de bezuiniging op het ambtena-renapparaat. De Minister kiest ervoor om het kerndepartement te ontzienen veel bezuinigingen neer te leggen bij de uitvoeringsorganisaties, zoalshet UWV en de NLA. De VVD vindt dit niet passen bij de insteek van debezuinigingen. Mijn vraag is dan ook waarom de Minister hiervoor kiesten of er geen andere keuze te maken is. Dit staat namelijk haaks op debeleidsdoelstellingen van dit kabinet voor het UWV en de NLA. Ziet deMinister nog andere mogelijkheden dan deze taakstelling alleen bij deuitvoeringsorganisaties te laten landen?Daar wil ik het graag bij laten.De voorzitter:Volgens mij zijn er geen interrupties, dus ik geef u het voorzitterschapterug.Voorzitter: KistemanDe voorzitter:Dank u wel, voorzitter. Dan neem ik het voorzitterschap weer terug. Ik heetnog welkom de heer Kouwenhoven namens NSC. Dan zijn we volgens mijaan het einde van de eerste termijn gekomen. Ik kijk heel even naar rechts.Het is best snel gegaan. Het kan ook zijn dat u zegt: we doen het intwintig minuten en dan gaan we pas daarna eten. Kunnen we om 17.20uur afspreken of is dat wel heel vroeg? 17.20 uur? Oké. Dan gaan we nuTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 159 niet schorsen voor een dinerpauze, maar doen we gewoon een korteschorsing. We gaan om 17.20 uur verder.De vergadering wordt van 17.04 uur tot 17.20 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug. We beginnen met de eerste termijn van het kabinet. Deleden van de Kamer hebben ieder vijf interrupties. Ik wil graag het woordgeven aan de Minister.Minister Van Hijum:Dank u wel, voorzitter. Dank aan de leden voor de gestelde vragen. Het isgoed om vandaag de lopende ontwikkelingen in het begrotingsjaar 2025met elkaar door te nemen. Hier en daar zijn ook vragen gesteld vooruit-blikkend naar 2026, met een discussie over de Voorjaarsnota. We gaandus graag in op de gestelde vragen.Ik wil de leden langslopen. Het aantal vragen is overzichtelijk, dus dat isvoor de orde wel handig. Ik begin bij de vraag van mevrouw Patijn overde WW. Zij vraagt: wat is nou eigenlijk de status van die afspraak, hoestaat het daarmee en wanneer komt de uitwerking naar de Kamer toe?Haar hoofdvraag was: gaat het überhaupt nog door? Zoals ook mevrouwSaris heeft aangegeven, hebben wij als drie overgebleven smaldelen inhet kabinet ons afgevraagd wat het kompas wordt voor de komendedemissionaire periode, tot aan de verkiezingen. We hebben met elkaar deafspraak gemaakt dat wij het hoofdlijnenakkoord gewoon alsuitgangspunt blijven nemen, ook om in de richting van de Kamervoorspelbaar te blijven over wat ze de komende tijd van ons kanverwachten. Daarbij bekijken we natuurlijk ook wel kritisch welkeonderwerpen tenminste deze drie nog binden. Op een paar onderdelendrukte de PVV als partij heel exclusief haar stempel. Daarvan zeggen we:daar voelen we ons niet meer aan gebonden. In die zin is het kader dusnog steeds wat het is.Dat betekent heel concreet dat de afspraak die over de WW in hethoofdlijnenakkoord is gemaakt, gewoon nog staat en ook een bijdragelevert aan de totale dekking van de maatregelen die in het hoofdlijnenak-koord zijn afgesproken. Maar ook vanuit het kabinet worden we niet perse gelukkig van deze maatregel. We zien ook wat het betekent voorwerklozen, met name oudere werklozen, die misschien lang op de WWzijn aangewezen. Daarbij zeg ik wel dat blijkt dat voor mensen die langerdan een jaar in de WW zitten de kansen op werk rap afnemen. We hebbener dus groot belang bij dat mensen zo snel mogelijk van werk naar werkworden geholpen, of dat er ondersteuning is als het erop lijkt dat ze langerin de WW komen te zitten omdat ze een achterstand of kwetsbaarheidhebben. De roep om te investeren in begeleiding, ondersteuning enscholing heb ik goed gehoord. Ik kan u toezeggen dat ik in de brief die nogvoor de zomer naar de Kamer komt, inga op hoe we dat voor ons zien.Dan zou ik, natuurlijk afhankelijk van de ruimte die de Kamer biedt omnog over dit onderwerp met ons in gesprek te gaan, het debat daaroverook verder willen voeren.De voorzitter:Dit roept een vraag op bij mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):De specifieke wens ... Het is natuurlijk altijd goed als er geïnvesteerdwordt in hoe mensen weer aan het werk kunnen komen. Daar ben ik ookgroot voorstander van. Dat was, neem ik aan, naar aanleiding van devragen van mevrouw Saris. Maar ik hoor de Minister ook wel zeggen: ikben niet echt getrouwd met die maatregel. Zit er nog wat ruimte om eenswat verder te kijken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1510 Minister Van Hijum:Ook hiervoor geldt, voor mij en de partijen van de overgeblevensmaldelen: afspraak is afspraak; we hebben hiervoor getekend. Derandvoorwaarde is daarbij wel dat je mensen ook perspectief kunt bieden.Daar voel ik mij op dit moment ook aan gecommitteerd.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dan ga ik de vraag die de heer Van Kent net aan mevrouw Saris stelde,toch maar even ook aan u stellen. Stel nou dat een meerderheid in deKamer die WW-regeling niet wil. Gaat u die dan wel uitvoeren?Minister Van Hijum:Bij dit soort discussies is natuurlijk altijd de vraag: wat is een ordentelijkemanier om dit politiek verder met elkaar te bediscussiëren? Uiteraard is deKamer volledig missionair, dus die kan het kabinet altijd iets opdragen.Tegelijkertijd is het kabinet demissionair en kunnen we eigenlijk geenbeleidsrijke keuzes meer maken anders dan dat wat we met elkaar hebbenafgesproken. De ordentelijke manier om dit met elkaar te bediscussiërenzou zijn dat partijen straks in hun verkiezingsprogramma’s inzichtelijkmaken wat de maatregelen zijn die zij in de toekomst willen zien en of zenog blij zijn met de maatregelen die erin staan. Komen ze daarop terug ofhouden ze eraan vast? Dan kun je die discussie ook weer inhoudelijk metelkaar voeren. Voor mij als lid van het kabinet geldt nu dat wij dezeafspraak gewoon hebben gemaakt, dat we daar een uitwerking aan gevenen dat we afwachten of die maatregel verder nog bediscussieerd wordt ofcontroversieel wordt verklaard. Daar zal ongetwijfeld in de aanloop naarde nieuwe periode verder over gediscussieerd worden.De voorzitter:Ik zie dat er een vraag is van de heer Van Kent.De heer Van Kent (SP):Ja, even voor de zekerheid. Als die uitwerking controversieel wordtverklaard door een meerderheid van de Kamer, betekent dat dus dat deinkorting van de WW-duur voorlopig niet doorgaat?Minister Van Hijum:Dan kunnen wij geen wetsvoorstel ... Althans, wij kunnen wel eenwetsvoorstel ontwikkelen, maar als dat naar de Kamer gaat, wat ikoverigens niet voorzie, zeker niet voor de verkiezingen – ik bedoel: hetgaat eerst over een brief en daarna over het uitwerken van eenwetsvoorstel – dan behandelt de Kamer dat wetsvoorstel niet. Het is dusheel simpel. Dan valt er ook niets meer te bediscussiëren.Misschien kan ik nog ingaan op één aanvullende vraag die ook nog isgesteld, namelijk hoe het zit met de uitvoerbaarheid van die maatregel,met name van de invoeringstermijn. In de Voorjaarsnota is gekozen voorinvoering per 1 januari 2027. Inmiddels hebben wij van het UWVbegrepen dat die datum door het UWV onhaalbaar wordt gevonden.Eerder dan 2028 kan het dus niet. Wij zijn daarover nog wel met het UWVin gesprek, want dat slaat ook weer een dekkingsgat in de plaat van deVoorjaarsnota. Maar het lijkt erop dat die datum niet gehaald kan worden.Dat zeg ik maar even als voorwaarschuwing.De voorzitter:Dit roept verder geen vragen op, dus u kunt verdergaan met uw betoog.Minister Van Hijum:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1511 In het verlengde hiervan, denk ik, vraagt mevrouw Patijn of ik doorga metde kortingen op de SZW-begroting en of ik bezuinigingen ga herover-wegen. Daar geldt eigenlijk hetzelfde voor, namelijk het volgende meeralgemene antwoord. Op het moment dat we er met elkaar aan gecommit-teerd zijn met deze drie, zetten we het consequent door. U kunt afwegenof u het controversieel verklaart of niet. Dat bepaalt of er handelingsper-spectief is op dat betreffende dossier. Dat is uiteraard aan de Kamer zelf.Dat zullen we in de komende weken afwachten.Mevrouw Patijn en veel andere collega’s, onder anderen de heerKisteman, vroegen ook nog naar het kindgebonden budget. Hoe gaat dekorting daarop nou middengroepen helpen? In alle eerlijkheid: niet. Dit iseen bezuiniging die pijnlijk is. Ook hier is het verhaal weer: als jetegenvallers moet opvangen in je begroting en andere prioriteiten moetdekken, is het ook belangrijk om op zoek te gaan naar dekking. Dit is eenvan de maatregelen die is getroffen om dekking voor de totale begrotingte vinden. Daarbij hebben we de lagere inkomens en lagere middenin-komens zo veel mogelijk willen ontzien, want daar is het kindgebondenbudget natuurlijk wel met name voor bedoeld. Je kunt ook wel zeggen datmet het handhaven van de € 60.000-grens de aansluiting bij anderetoeslagen in die zin wordt gevonden. Maar de realiteit is ook, en daar loopik niet omheen, dat het voor sommige inkomens daarboven, dus vananderhalf of twee keer modaal, toch financiële gevolgen zal hebben en dathet de marginale druk vergroot.Dat is ook de vraag van de heer Kisteman: past dit nou bij de agendaWerken moet lonen? In alle eerlijkheid niet, nee. De marginale druk wil jehet liefst de andere kant op zien ontwikkelen. In die zin maken we datprobleem nu een beetje groter. Het is ook nog steeds de ambitie van hetkabinet om nog voor de zomer met een hoofdlijnennotitie naar de Kamerte komen over de hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel, omdie problematiek breed met uw Kamer te bediscussiëren. Dus: wat doen aldie toeslagen en belastingkortingen met de marginale druk en hoe zou jedaar op een wat meer samenhangende manier naar kunnen kijken? Danzal ook deze toeslag of toelage – het kindgebonden budget is striktgenomen geen toeslag – worden betrokken in de totale analyse.Dan vroeg mevrouw Patijn ook nog naar de invoeringstoets van hetminimumloon. «Waarom zo lang wachten met een wetswijziging?» Diewetswijziging doe ik in het eerstvolgende passende traject. Ik moet somsook gewoon kijken wat er qua wetgevingscapaciteit geleverd kan worden.Het wetstraject start in het vierde kwartaal van 2025. Het wetsvoorstelwordt dan in de zomer van 2026 met de Kamer gedeeld. Per 1 januari 2027kan de wet in werking treden. Dat is het traject dat ik voorzie.De vraag was misschien ook voor een deel inhoudelijk. In ieder geval wasde vraag van de heer Kisteman dat. Hij vroeg waarom we dit doen. Hetkabinet is echt voorstander van deze maatregel. Het minimumjeugdloonin Nederland blijft fors achter bij het minimumjeugdloon in anderelanden. We hebben wat dat betreft toch echt wel een behoorlijkeuitzonderingspositie. Zeker vanaf 18 jaar speelt dat minimumjeugdloon inde bestaanszekerheid van jongeren een belangrijke rol. Je kunt je devraag stellen of het echt gerechtvaardigd is dat het jeugdloon voorjongeren van die leeftijd, die in principe volwassen zijn en zelfstandigkunnen wonen – dat doen ze niet altijd, maar soms ook wel – achterblijftbij het minimumloon voor volwassenen. Daar zijn we nog niet eens. Wenemen een stap. Sommigen zeggen ook dat het wel een hele voorzichtigestap is, maar het tarief gaat gemiddeld 20% omhoog. Dat betekent vooreen jongere van 19 jaar ongeveer € 2 per uur meer. Dat is wel beteke-nisvol. Ik ben er blij mee dat we die eerste stap kunnen zetten, maar iksnap ook dat het consequenties kan hebben voor werkgevers. Debasisvraag bij het minimumloon is nu eenmaal: wat is een fatsoenlijkeeerlijke beloning die bij een prestatie hoort? Nogmaals, je kunt je ookafvragen of het onderscheid in dat opzicht gerechtvaardigd was.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1512 De voorzitter:Ik heb tussendoor één vraag aan de Minister. De Minister gaf aan dat hijper Kamerlid de vragen zou beantwoorden. Nu gaat een aantalantwoorden door elkaar. Betekent dat dat u straks alle vragen twee keergaat beantwoorden of laat u het hierbij? Wij moeten dat wel even wetenvoor onze interrupties. Dat wilde ik vooraf vragen.Minister Van Hijum:Daarin ben ik niet helemaal consequent, moet ik eerlijk toegeven. Ik loopde vragen per Kamerlid af, maar tegelijkertijd neem ik per onderwerp ookvragen mee die door collega’s zijn gesteld.De voorzitter:Oké, dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Patijn en ik verzoekhaar of zij zo het voorzitterschap van mij wil overnemen.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Eigenlijk had dit wel gesplitst kunnen worden. Het zijn twee verschillendeonderwerpen. We hadden het over het kale uurloon waar de toeslagen inmeegenomen worden. U geeft aan niet sneller te kunnen, dat u uw bestdoet om het snel te doen en dat u maar beperkte capaciteit heeft. Ik vroegme af hoe er door de Arbeidsinspectie op wordt gehandhaafd. Als hetmulti-interpretabel is, wat zegt een rechter dan in een situatie waarin eenwerkgever zegt dat hij allemaal toeslagen heeft betaald en het uurloondus wel heeft betaald?Minister Van Hijum:Ik moet hier even zo dadelijk op terugkomen. Ik merk dat ik hier geenscherp antwoord op heb. Je hebt een eenduidige definitie nodig van hetminimumuurloon, waar je op kunt handhaven. Dat probleem zie ik heelscherp, maar ik weet even niet precies hoe het nu zit met de overwerktoe-slagen, of dat nou een gat in de wet is dat gerepareerd moet worden ofdat het een interpretatie is die in de uitvoering speelt. Dat maakt nogal uit.Als het een fout is in de wet, dan zou je die moeten repareren. Als het eeninterpretatiekwestie is, dan kunnen we die misschien handig oplossen. Ikmoet u eerlijk zeggen dat ik daar nu even geen antwoord op kan geven,dus daar kom ik in de tweede termijn op terug.De voorzitter:Roept dit een vervolgvraag op? Zo nee, zou u dan het voorzitterschapeven willen overnemen?Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Dank, ik neem het voorzitterschap over. Ik geef het woord aan de heerKisteman.De heer Kisteman (VVD):Ik heb nog even een vraag over het minimumjeugdloon. Een van mijnvragen was of de Minister bereid is om met de geraakte sectoren ingesprek te gaan. Dat gaat met name over ondernemers in de winkelstraat.Zou hij willen rapporteren wat er uit dat gesprek komt? Uit de berichtendie mij bereiken, blijkt dat de impact van de stijging van het minimum-jeugdloon echt heel groot is voor de ondernemers.Minister Van Hijum:Dank. Er is een aanloop geweest naar dit besluit. Het is gebaseerd op eenbredere beleidsmatige verkenning naar de verhoging van hetminimumloon, maar ook naar de effecten die ermee samenhangen. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1513 rapport is naar de Kamer gestuurd. Daar zit ook een analyse in van deeconomische effecten, die naar mijn beleving heel beperkt zijn. Bij hetuitwerken van het wetsvoorstel zullen wij specifiek nog de onderbouwingen een nadere economische analyse leveren. In die zin kunnen we deuitkomsten van gesprekken met ondernemers daarbij betrekken. We gaandat niet uit de weg. Maar nogmaals, ze zitten ook in de economischeanalyse die al onderdeel is van de studie naar dit besluit en die aan debasis ligt van dit besluit. Zo ontstaat er alle ruimte om in het helewetstraject en in de discussie over het rapport dat onlangs naar de Kameris gestuurd, dat aspect te betrekken.De heer Kisteman (VVD):Als u dan ...De voorzitter:Had u nog een vervolgvraag? Gaat uw gang.De heer Kisteman (VVD):Als de Minister de gesprekken met die ondernemers en wat eruit isgekomen, wil meenemen in de rapportage, zou dat wel heel fijn zijn. Wantwij krijgen heel veel signalen dat het op hen wel veel impact heeft, met alsgevolg dat de boodschappen duurder zullen worden. Volgens mij is juistdat niet de bedoeling.Minister Van Hijum:Dat zit echt ook in de rapportage. Het is een bredere verkenning die al isuitgevoerd. Ik vraag de heer Kisteman eerst eens goed naar het rapport tekijken. Op het moment dat het nieuwe vragen oproept – ik bepaal niet hoeu uw werk inricht – zou je altijd kunnen zeggen om bij de bredereafweging van het voorstel in de Kamer een rondetafelgesprek te houdenen partijen uit te nodigen om het nog eens breder te wegen. Het kabinetheeft die weging gemaakt en vindt dit een verantwoorde stap. Nogmaals,het is een staffel. Je gaat niet in een keer naar 100%. Je gaat vanaf 16 jaarnaar 40%, 50%, 62,5%, 75% en 87,5%. En vanaf 21 jaar zit je op 100%. Ookdan zitten we nog niet altijd hoog ten opzichte van andere landen inEuropa. Dat is iets om in de overweging mee te nemen.De voorzitter:Heeft u nog een vervolgvraag? Nee. Dan geef ik u het voorzitterschapweer terug.Voorzitter: KistemanDe voorzitter:Dank u wel. Dan kan de Minister zijn betoog vervolgen.Minister Van Hijum:De heer Van Kent vroeg mij als eerste naar de ontwikkelbedrijven.De voorzitter:Minister, even één moment. Mevrouw Patijn?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik had nog wat andere vragen. Komen die dan straks weer bij iets andersterug? Wat is de volgorde?Minister Van Hijum:Bedoelt u vragen over groepen in de knel?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1514 Nee, over het UWV hadden we nog een vraag.Minister Van Hijum:U heeft ook een vraag over het UWV gesteld? Ah, over de uitvoering.Excuses. Die heb ik overgeslagen. Dat is waar. Ik kan wel eerst op devragen over het UWV ingaan.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dat maakt mij niet uit. Het ging mij even om de volgorde.Minister Van Hijum:Meerdere mensen hebben de vraag gesteld. «Er zou toch niet wordenbezuinigd op de uitvoering? Dat gebeurt toch. Dus hoe zit het nou?» Hetuitgangspunt van het kabinet was en is dat we die bezuiniging zo veelmogelijk bij het kerndepartement zoeken, omdat daar een grote groei isgeconstateerd in de afgelopen vijf, zes jaar. Het uitgangspunt is ook om deuitvoering zo veel mogelijk te ontzien. Bij de taakstelling voor SZW isalleen de omvang van de bezuiniging gebaseerd op een grondslag waarinde Arbeidsinspectie volledig is meegewogen. De Arbeidsinspectie is dehelft van onze ambtelijke organisatie, om het zo maar even te zeggen.Daardoor valt die taakstelling veel groter uit en landt die disproportioneelop het kerndepartement als je die helemaal daarop omslaat. We hebbengekeken wat we voor rekening van het kerndepartement kunnen nemen.En daar wordt het volledige aandeel ook genomen. Tegelijkertijd hebbenwe de uitvoeringsorganisaties gevraagd of ze een deel van het probleemkunnen helpen oplossen, waarbij we met name bij het UWV en de SVBproberen de link te leggen tussen het verminderen van de regeldruk, dusook het minder belasten van de uitvoering, aan de ene kant en hetvertalen van de taakstelling aan de andere kant. Bij de Arbeidsinspectieheeft het vooral een financiële vertaling gekregen, omdat we daar, in hetkader van de aanpak van malafide uitzenders en noem maar op, deuitvoeringscapaciteit willen ontzien. Daar lijkt het goed te lukken om deuitvoeringscapaciteit helemaal te ontzien. Het departement pakt dus echtwel zijn aandeel in de taakstelling. De uitvoering ontzien we inderdaadniet helemaal, maar die proberen we met goede afspraken deelgenoot temaken van deze problematiek, want die is fors.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Er zijn twee bezuinigingen die bij het UWV belanden. Dat is de taakstellingen dat is het amendement-Bontenbal. Dat leidt opgeteld tot 75 miljoenaan bezuinigingen. Aan de andere kant wordt er 197 miljoen voor deverbetering van het stelsel bij gedaan, terwijl die 75 miljoen onder anderegefinancierd zou moeten worden door vereenvoudiging van het stelsel.De logica van wat hier nu allemaal gebeurt, ontbreekt bij mij wel een kleinbeetje. Wordt er niet twee keer geteld als vereenvoudiging moet leiden totbezuinigingen, terwijl de wijziging ook nog extra geld vraagt? Hoeverhoudt dat zich?Minister Van Hijum:De samenhang is dat het UWV uiteindelijk maar één keer geld binnenkrijgten maar één keer geld kan uitgeven. Mevrouw Patijn zegt dat het allemaaloptelt en dat het UWV uiteindelijk moet kijken of het met de middelen zijntaken kan uitvoeren. Het is een integraal plaatje. Ik probeer het ookintegraal te schetsen. Het klopt dat er voor het oplossen van een aantalspecifieke problemen, ook voor sociaal-medische centra, extra geld komten dat aan de andere kant de taakstelling ons verplicht om ook geld wegte halen bij het UWV. Vervolgens kijken we dan met het UWV of het daareen aandeel in kan nemen en of dat op een zodanige manier ingepast kanworden dat het de uitvoering van de kerntaken niet raakt, omdat wetegelijkertijd daar een verlichting van lasten bij leveren. Dat is best nogTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1515 wel een klus, want het is makkelijker gezegd dan gedaan om regels aan tewijzen die daadwerkelijk meteen tot minder uitvoeringscapaciteit leiden.We hebben die discussie in het kader van OCTAS en de WIA ook gevoerd.Daar heb je soms meer tijd voor nodig, maar dat is wel wat we met hetUWV proberen te doen, en met de SVB niet te vergeten. Dat over hetUWV. Ook de heren Van Kent en Kisteman vroegen daarnaar.De heer Van Kent vroeg ook nog naar de Ziektewetfouten. Die vraag vindik heel begrijpelijk. Hij kan zich vast voorstellen dat ik daar ook weer nietvrolijk van werd. Ik heb op vragen van de Kamer of ik kan uitsluiten dat erzich nog meer fouten voordoen, altijd geantwoord dat ik dat helaas nietkan. Ik hoop wel dat er licht aan het eind van de tunnel is, in die zin dat erniet nog meer bij komt. Ik moet helaas constateren dat er toch weer eenvrij aanzienlijke fout is geconstateerd. Zodra we die scherp hadden, heb ikdat bij de Kamer gemeld, en ook in de stand van de uitvoering onlangs. Ikheb daar expliciet op gewezen, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen datik nog niet voldoende weet over de precieze omvang van de fout, omhoeveel mensen het gaat in de plus of in de min, hoe we daarmeeomgaan en hoe je met afgesloten uitkeringen omgaat, ook een belangrijkevraag die hij stelt. Ik kan alleen maar zeggen dat de heer Van Kent, zoalswel vaker, de goede vragen stelt. Ik kan die op dit moment niet preciesbeantwoorden. Ik kan alleen maar toezeggen dat we de Kamer zulleninformeren zodra we daar meer over weten.De voorzitter:Dit roept toch een vraag op bij de heer Van Kent.De heer Van Kent (SP):Dit roept heel veel vragen op. Ik begrijp dat er nog informatie volgt. Maarzou in ieder geval voor de mensen de zekerheid kunnen worden gebodendat er niet wordt teruggevorderd? Dat is één. Twee. Gaan de kosten diegepaard gaan met deze hersteloperatie niet ten koste van deWIA-hersteloperatie? Zou de Minister dat kunnen toezeggen? Ten derdede vraag wanneer de Minister dit nou echt wist. In december stond er aléén zinnetje over in een brief. We begrijpen van onder andere hetAlgemeen Dagblad dat dit bij het ministerie in februari bekend was. Opbasis van die brief in december wisten we niet dat het om 55.000 mogelijkverkeerd vastgestelde uitkeringen ging. Wanneer wist de Minister dat deschaal groter was dan enkele honderden? Die drie vragen zou ik toch nogwillen stellen.Minister Van Hijum:De exacte data weet ik niet. Het is mij een aantal weken geleden duidelijkgeworden. Op het moment dat mij dat duidelijk werd, heb ik gezegd dat ikde Kamer daar direct over wilde informeren, ondanks dat ik nog niet wisthoe het precies zat. Wat de financiële omvang precies zou zijn, wat deverdeling van plus en min zou zijn en hoe we met gesloten uitkeringenzouden omgaan, kon mij op dat moment namelijk ook niet wordenverteld. Dat zijn allemaal vragen die nog boven de markt hangen enwaarover ik de Kamer gewoon zo snel mogelijk wil informeren, want dit isnatuurlijk niet fraai en roept bij heel veel mensen onzekerheid op.Als het over terugvorderen gaat, hanteren we dezelfde lijn als we bij deWIA-terugvorderingen hebben gehanteerd. We gaan in beginsel nietterugvorderen als de fout niet bij mensen zelf ligt. Dat is ook hier hetvertrekpunt.De voorzitter:Roept dit nog een vervolgvraag op bij de heer Van Kent?De heer Van Kent (SP):Nee. Ik had nog een derde punt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1516 De voorzitter:Zou u dat dan kort kunnen formuleren?De heer Van Kent (SP):Ik had nog een derde punt gemaakt, namelijk dat de kosten die hiermeegemoeid zijn niet ten koste mogen gaan van de WIA-hersteloperatie.Minister Van Hijum:Ik ga ervan uit dat dit inderdaad niet ten koste gaat van deWIA-hersteloperatie. Dit zal opnieuw in beeld moeten worden gebracht.Ook daarover zal ik de Kamer moeten informeren, dus over wat precies deconsequenties zijn voor de uitvoering.De voorzitter:Er wordt hier nog gevraagd wanneer dat zal zijn.De heer Van Kent (SP):Ik neem aan dat we dan voor het plenaire debat die brief ontvangen metdie informatie.Minister Van Hijum:Ja, dat lijkt mij wel handig. Wat wij op dit moment wisten, hebben wegemeld in de Staat van de Uitvoering. Als het plenaire debat eraan zit tekomen – ik kijk even of u weet of dat nog voor de zomer is – dan delen wede actuele stand met de Kamer. Dat ben ik graag bereid te doen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Van Hijum:Volgens mij heb ik daarmee de vragen van de heer Van Kent gehad. Hijheeft mij expliciet gevraagd om in te gaan op de ontwikkelbedrijven. Ikbegrijp dat. Tegelijkertijd hebben we echt een taakverdeling en eenwoordvoeringslijn. Deze verantwoordelijkheid ligt primair bij de Staatsse-cretaris. Wij zien deze fout, althans, het nadeel dat bij deze groep optreedt.De Staatssecretaris zal zo dadelijk ingaan op wat er op dit moment gedaanwordt om dat in beeld te krijgen en om daar verdere actie op te onder-nemen. Hij zal dat zo dadelijk doen.De voorzitter:Een moment, Minister. De vorige twee vragen hebben we niet alsinterruptie geteld, maar deze wel, meneer Van Kent.De heer Van Kent (SP):Zeker, dank u wel daarvoor, voorzitter. De reden dat ik deze vraag aan deMinister heb gesteld, is dat de Staatssecretaris keer op keer heeft latenblijken dat hij er eigenlijk geen boodschap aan heeft en niet bereid is omte leveren, en om ervoor te zorgen dat deze mensen het geld krijgen datze zo hard nodig hebben. Ik heb het idee dat deze Minister meer hart heeftvoor die werk- en ontwikkelbedrijven en voor de mensen die daar werken.Ik zou de Minister dan een moreel oordeel willen vragen: vindt de Ministerhet aanvaardbaar dat deze mensen niet gecompenseerd worden voor ditogenschijnlijk onbedoelde nadeel?Minister Van Hijum:Het kabinet spreekt echt met één mond, zeker ook op dit ministerie. Ikneem afstand van de stelling dat het de Staatssecretaris niets zou doen.Wij zijn allebei op bezoek geweest bij sociaal ontwikkelbedrijven en wezien hoe dit mensen raakt. Dat wordt ons ook duidelijk. De Staatssecre-taris is ook bij een aantal van die bijeenkomsten geweest. Het is, denk ik,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1517 een onbedoeld of onvoorzien gevolg van de belastingmaatregel die wehebben getroffen in dat pakket. Tegelijkertijd zeg ik erbij dat, als je het zouwillen compenseren of terugdraaien, dat nog niet zo eenvoudig is. DeStaatssecretaris zal verder ingaan op hoe we ons daartoe verhouden, ookrichting de besluitvorming in augustus.Dan de vragen van mevrouw Saris. Ik ben ingegaan op de WW en hetwettelijk minimumjeugdloon. Zij had nog een vraag over deWIA-middelen en ze vroeg wat de volgende stap zou zijn. Hoewel deaanleiding niet fraai is, ben ik zelf ook blij dat het gelukt is om een aantalmiddelen, in totaal 1,2 miljard tot 2030, voor herstel- en versterkingsope-raties richting het UWV te laten gaan. Is dat voldoende? Nee, we kunnendaar de eerste stappen mee zetten. We kunnen er een aantal herstelope-raties mee financieren. We kunnen het oplopen van de wachtlijstenbeperken. Zoals u onlangs heeft gezien, voorkomen we daarmee niet dehele oploop. Er is een groot probleem dat we nog met elkaar moetenbespreken en oplossen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het in deVoorjaarsnota is gelukt om een aantal structurele maatregelen te nemen,zoals de RIV-toets en de passende beoordeling.Tegelijkertijd is een bredere hervorming van de WIA nodig. De Reken-kamer dringt daar al een tijd op aan door te zeggen dat de WIA onuit-voerbaar is geworden en echt vereenvoudigd moet worden. We moetenerkennen dat die hervorming nog niet in een financiële afspraak vertaaldis. Dat betekent dat ik geen budgettaire ruimte heb om met maatregelente komen. Tegelijkertijd blijven we niet stilzitten. Het is belangrijk om, aande hand van het rapport van OCTAS, de brief en de discussie die wijeerder met de Kamer hebben gevoerd, verder te blijven denken envoorstellen te blijven ontwikkelen. Als er dan mogelijkheden ontstaan,kunnen we die maatregelen alsnog nemen. Ik zeg daarbij dat er nog éénstudie bij komt.We moeten ook de forse groei van het aantal mensen in de WIA onderogen zien. De problematiek waar we nu tegenaan lopen met de wacht-lijsten komt aan de ene kant doordat het UWV de taken niet aankan, deregelgeving te ingewikkeld is geworden en er geen verzekeringsartsengevonden worden. Maar het aantal mensen dat een WIA-uitkeringaanvraagt, stijgt ook fors, zeker in bepaalde leeftijdsgroepen. Daar maak ikme zorgen over. Aan de hand van een ibo-onderzoek, een interdeparte-mentaal beleidsonderzoek, komen we in het najaar naar de Kamer metverkenningen naar de vraag wat je zou kunnen doen om die groei tebeperken. Dat zal nadrukkelijk een vervolg krijgen.Dan heb ik, denk ik, nog één specifieke vraag van de heer Kisteman voormij, over de afschaffing van het zzp-AOW-hiaat. Dat is een punt dat ookdoor de heer Van Kent is genoemd. Hierover hebben we uitgebreidgesproken. Dat hebben wij misschien niet zozeer persoonlijk gedaan,maar er is zeker met mijn voorganger over gesproken. Op het ministerie isecht gezocht naar wat we hieraan kunnen doen. Er is onderkend dat ersprake is van een probleem. Het blijkt echter buitengewoon ingewikkeldom een juridisch houdbare oplossing en afbakening van de doelgroep tevinden die geen precedent vormt voor alle andere groepen. Er ontstaatnamelijk een soort gat door de stijging van de AOW-leeftijd. Die proble-matiek doet zich bij meerdere groepen voor. We hebben daarnaar gezocht,maar we hebben geen objectief criterium kunnen vinden op basiswaarvan we deze groep anders kunnen behandelen dan andere groepen.Dat hebben we in de Kamerbrief verder toegelicht. Ik kan me voorstellendat dit licht onbevredigend is, maar dat is wat uiteindelijk de uitkomst vandie studie is geweest.Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Ik neem het voorzitterschap even over. Ga uw gang, meneer Kisteman.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1518 De heer Kisteman (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, Minister. Ik heb in de schorsing evengesproken met de heer Van Kent. Kunnen we de conclusie trekken dat ditgewoon een eindige zaak is en dat we de discussie niet meer kunnenvoeren, omdat de oplossing te ingewikkeld en daardoor onmogelijk is?Minister Van Hijum:Ja, tot mijn spijt wel.De voorzitter:Geen vervolgvraag meer? Dan geef ik het voorzitterschap weer terug.Voorzitter: KistemanDe voorzitter:Dank u wel voorzitter. Minister, u kunt uw betoog vervolgen. Of bent u aanhet einde van uw betoog gekomen?Minister Van Hijum:Ja. Ik kijk even naar de Kamerleden, maar volgens mij heb ik alle vragenover mijn onderdeel van het verhaal beantwoord.De voorzitter:Ik stel voor dat we naar de Staatssecretaris gaan. Mochten er dan nogvragen zijn blijven liggen, pakken we die aan het eind nog even op.Staatssecretaris Nobel:We gaan het zien. Voorzitter, dank u wel. Ik begin met de vraag vanmevrouw Patijn van GroenLinks-PvdA. Zij vroeg of de betaalherinneringna parkeerboetes niet door kan gaan en of ik kan bevestigen dat hetbedrag van 13 miljoen tot 31 miljoen waar het hier om gaat, teruggaatnaar Groepen in de knel. In de voorjaarsrapportage zijn bepaaldegereserveerde middelen vanaf 2029 door verschillende ibo-maatregelenkomen te vervallen. Dat heeft gevolgen, zeker waar structurele finan-ciering noodzakelijk is. Dat geldt dus ook voor de betaalherinnering naparkeerboetes. Maar, zeg ik erbij, er is nog niet besloten in welke vorm demaatregelen doorgaan. De komende periode brengen we dat in kaart. Dangaan we ook kijken of we met de beschikbare incidentele middelen zogoed mogelijk uitvoering kunnen geven aan de kosteloze betaalherin-nering. Het streven is nog steeds om die middelen uit te geven aan debestrijding van schulden. De Staatssecretaris Rechtsbescherming zal udaar verder over informeren waar het maatregelen op zijn terrein betreft.De voorzitter:Ik wil wel één extra interruptie toestaan, mevrouw Patijn. Dan heeft u ernog twee. Gezien de tijd en gezien de manier waarop dit debat wordtgevoerd, moet dat inhoudelijk bijdragen aan het debat. Dan geef ikiedereen één extra interruptie.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dat is heel fijn. Even voor de helderheid: dit gaat over geld, specifiekgericht op die verkeersboetes, dat overgeheveld is uit de envelop Groepenin de knel. Die specifieke maatregel gaat, voor zover ik begrepen heb –maar ik zit daar niet aan tafel – niet door. Mijn vraag is dan: hoe wordt hetgeld dat uit Groepen in de knel gehaald is, besteed? Gaat dat niet terugnaar de envelop Groepen in de knel, zodat u, verantwoordelijk voor diegroepen in de knel, dat op een goede manier kan besteden? Of zegt u«Minister van Justitie, veel plezier met mijn geld»?Staatssecretaris Nobel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1519 We spreken nu een beetje langs elkaar heen. U zegt heel stellig «het gaatdefinitief niet door», terwijl wij nu bekijken of die maatregel – dan gaat hetdus over die betaalherinnering voor parkeerboetes – toch op een anderemanier kan worden voortgezet. U bent dus iets stelliger. We gaan kijken inhoeverre we toch invulling kunnen geven aan de manier waarop we dateerder hebben bedoeld. Toen hadden we natuurlijk structurele middelen.We gaan nu na wat we wel zouden kunnen doen. Dat is de Staatssecre-taris Rechtsbescherming op dit moment aan het bekijken. Als het toch nietmogelijk blijkt om het op die manier te doen, zal uiteraard de inzet blijvenom de middelen in te zetten voor de schuldenproblematiek. Dan zoudende middelen eventueel weer bij mij terugkomen. Maar laten we eerstkijken hoever we toch nog met elkaar kunnen komen, ondanks debesluiten die genomen zijn in de Voorjaarsnota.De VVD sprak over de taaleis. Ze vroeg of die geen belemmering zoukunnen zijn voor het vinden van een baan en hoe we dat zouden kunnenvoorkomen. U deed daar ook een aantal suggesties voor, bijvoorbeeld’s avonds of in het weekend de lessen volgen. Laat ik vooropstellen dathet natuurlijk niet de bedoeling is dat als iemand taalonderwijs geniet, datdan ten koste gaat van het vinden van een baan. Dat deel ik in ieder gevalmet de VVD. Er is ook een motie ingediend door de heer De Kort en deheer Flach waarin wordt gevraagd om samen met gemeenten de taaleisverder uit te werken. Dat is wat we nu ook aan het doen zijn. We bekijkenhoe we dit op een zo efficiënt mogelijke manier kunnen doen, waarbij weuiteraard niet uit het oog verliezen dat mensen zo snel mogelijk een baanmoeten vinden. We zijn daarover in goed gesprek met gemeenten, wanthet moet ook haalbaar blijven. We hebben de gemeenten hard nodig omüberhaupt invulling te kunnen geven aan die taaleis.De VVD vroeg ook hoe de gelden voor de taaleis zich verhouden tot deinburgeringstrajecten. Dan zijn eigenlijk twee dingen die naast elkaarbestaan. Aan de ene kant hebben we de inburgering, waar taal uiteraardonderdeel van uitmaakt. Aan de andere kant hebben we de Participatiewetwaarin we de taaleis hebben opgenomen. Die taaleis is opgenomen methet oog op de bijstand. Dat zijn dus twee separate trajecten. Het zijn ooktwee separate potten met geld. In die zin staan die los van elkaar.Dan kom ik bij de vraag die gericht was aan de kandidaat-lijsttrekker vanNSC. We hebben afgesproken dat eventuele vragen die lastig zijn gewoonbij mij blijven liggen. Ik zeg dit met een kwinkslag, maar nu zondergekheid: wij delen met elkaar dat wij oog hebben voor deze kwetsbaregroep. De heer Van Kent was er ook bij toen ik in het Ministerie vanSociale Zaken de petitie overhandigd kreeg. Ik heb daar wel het eerlijkeverhaal verteld, namelijk dat we natuurlijk niet een fiscale maatregelhebben genomen om het voor deze groep te doen, ook al pakt demaatregel voor hen heel onrechtvaardig uit. Nee, die maatregel pakt vooreen hele grote groep werkenden wél goed uit. Waar zit nu de onrechtvaar-digheid? Ik denk dat de heer Van Kent en ik die onrechtvaardigheid beidenvoelen. De onrechtvaardigheid zit hem erin dat veel mensen die in degroep vallen die de petitie hebben overhandigd, niet meer kúnnenwerken. Ja, dan is het een onrechtvaardige maatregel, die inderdaad heelpijnlijk is en die uitpakt op een manier die niet zo bedoeld was. DeMinister gaf dat zojuist ook al aan.Wat gaan we dan wel doen voor deze groep? Laat ik vooropstellen dat weals kabinet al veel middelen richting de sw-bedrijven hebben vrijgemaakt.Maar we hebben ook gezegd dat we moeten kijken of wij, zij het niet alsdirecte cao-partner, ervoor kunnen zorgen dat de cao Aan de Slag totstand kan komen. Met terugwerkende kracht is dat in ieder geval voor2025 gelukt, maar daarmee zijn we er nog niet, want de structurele cao iser nog steeds niet. Ik heb nog wel goede hoop dat gemeenten en desw-bedrijven er samen uitkomen. Dat zou ook betekenen dat er aan diekant in ieder geval iets gebeurt voor die groep. Daarnaast kijken we inaugustus naar de koopkrachtplaatjes van alle Nederlanders. DaarbijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1520 hebben de Minister en ik deze groep echt wel scherp op het netvlies. Wekunnen niet zeggen dat we in de tussentijd iets voor die groep gaan doen,want het is een fiscale maatregel en dan kun je niet halverwege het jaarzeggen: we gaan het anders doen. In augustus kijken we bij dekoopkrachtplaatjes naar alle Nederlanders. Deze groep zijn we daarbij nietvergeten, zeg ik richting de heer Van Kent.De voorzitter:Dit was het antwoord?Staatssecretaris Nobel:Zeker.De voorzitter:Dit was het antwoord. Dan verwacht ik een interruptie van de heerVan Kent.De heer Van Kent (SP):Dit bewijst het punt dat ik maakte, namelijk dat deze Staatssecretaris nietbereid is om iets te doen. De middelen die zijn vrijgemaakt in deVoorjaarsnota zijn voor de tekorten bij «beschut». Ze zijn niet voor hetcompenseren van dit nadeel. De cao is minimaal. Die heeft ook op geenenkele manier iets te maken met dit nadeel. Deze groep is dus hardgeraakt. Als de Staatssecretaris € 60 per maand minder heeft, dan doethem dat niks. Maar voor deze mensen betekent dat letterlijk dat ze keuzesmoeten maken in schaarste; dat ze sommige boodschappen niet meerkunnen betalen, geen treinkaartje kunnen betalen om naar een familielidte gaan, of niet meer naar de fitness kunnen. Dit heeft invloed op delevens van mensen. Ik wil de Staatssecretaris oproepen en vragen om datserieus te nemen en niet hier te zeggen «ja, we gaan volgend jaar kijken»en allerlei verwijzingen te maken waar deze mensen niks aan hebben. Ikheb een amendement ingediend waarbij 40 miljoen wordt vrijgemaakt omvoor deze groep mensen incidenteel, eenmalig een bedrag beschikbaar testellen, zodat er in ieder geval voor 2025 een compensatie plaatsvindt. Ikheb de Staatssecretaris en de Minister gevraagd om er als inzet bij deaugustusbesluitvorming voor te kiezen om een structurele oplossing voordit tekort af te spreken. Daar heb ik de Staatssecretaris ook nog niet overgehoord. Dus ik heb nog niet een begin van een antwoord. Ik roep deStaatssecretaris op om echt iets te gaan doen.Staatssecretaris Nobel:Ik heb zojuist ook aangegeven dat de Minister en ik terdege beseffen datde fiscale maatregel voor deze groep onrechtvaardig uitpakt. Dat is ookwat ik tegen de mensen heb gezegd toen ze de petitie kwamen overhan-digen; juist omdat we wel degelijk oog hebben voor deze groep. Hetmoment dat we daar opnieuw naar kunnen kijken, is bij de augustusbe-sluitvorming. Dan kijken we naar alle koopkrachtplaatjes; ook dekoopkrachtplaatjes van deze mensen komen dan aan bod. U heeft gelijk.Voor deze groep is € 60 een serieus bedrag. Dat hebben we ook echt welin het achterhoofd als we straks naar die koopkrachtplaatjes kijken, zekervoor deze groep. Dan rest mij nog over het amendement te zeggen dat ikverwijs naar de Minister van Financiën voor de appreciëring omdat u dedekking in een generaal dossier heeft gestopt.De heer Van Kent (SP):Dat heb ik gedaan omdat het financiële probleem is veroorzaakt doorFinanciën en terechtkomt in de portemonnee van de mensen waar we hetover hebben. De oplossing, de dekking, moet inderdaad bij Financiënworden georganiseerd, omdat daar ook de oorzaak van dit probleem zit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1521 Als het gaat om de inkomensachteruitgang voor deze groep mensen,spreekt deze Staatssecretaris alleen maar over de toekomst, over 2026,maar mensen zitten al vanaf 1 januari dit jaar in de financiële problemen.Ja, er moet een structurele oplossing komen voor 2026 en verder; daarhebben we de Staatssecretaris ook toe opgeroepen. Maar er moet ookrechtgezet worden wat dit jaar al uit de portemonnee van deze mensen isgeroofd. Daarom het amendement om eenmalig, incidenteel, voor 2025voor deze groep mensen een hele simpele regeling te maken. Ik weetzeker dat als de Staatssecretaris het echt zou willen, het geld ook tevinden is op de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, omdathet incidenteel is. Het gaat niet om een loket met ambtenaren; nee, hetgaat om een simpele regeling waarbij via de werkontwikkelbedrijven eenvast bedrag, dat voor iedereen gelijk is, beschikbaar wordt gesteld, zodatdie compensatie terechtkomt in de portemonnee van de mensen die hetzo hard nodig hebben. Dus ja, een structurele oplossing moet. Maar gaatu nou in op 2025, op de nood die mensen nu hebben en die in ieder gevaltot 1 januari blijft voortduren als u nu niks doet.Staatssecretaris Nobel:Het is niet zo dat dit kabinet geen oog had voor mensen die het moeilijkhebben. Sterker nog, we hebben het kindgebonden budget bijvoorbeeldverhoogd. We hebben de huurtoeslag verhoogd. We moeten dus nietdoen alsof dit kabinet geen maatregelen heeft getroffen voor mensen diehet moeilijk hebben. Nogmaals, ik zie heel goed dat deze groep geraakt isdoor een fiscale maatregel die voor heel veel werkenden positief uitpakt,maar voor deze groep niet, omdat deze mensen vaak niet in degelegenheid zijn om meer te gaan werken. Bij de augustusbesluitvorming,als we gaan kijken naar de koopkracht van alle Nederlanders, heeft dezegroep mijn bijzondere aandacht. Daar blijft het bij.De voorzitter:Wil de heer Van Kent zijn laatste interruptie opmaken?De heer Van Kent (SP):Ja, voorzitter. Ik kijk ook even naar de Minister. Dit is toch het bewijs datwe hier te maken hebben met een Staatssecretaris die gewoon nietomkijkt naar deze groep mensen, die alleen maar spreekt over 2026 enverder, maar geen oog heeft voor het feit dat mensen zo hard in deportemonnee zijn getroffen en dat die situatie, als er een oplossing wordtbedacht, nog tot 1 januari blijft bestaan? Zij hebben twaalf maanden langtientallen euro’s per maand minder in de portemonnee, met de gevolgendie ik al een paar keer heb geschetst en die de Staatssecretaris zelf ookweet, want we waren er samen bij. U heeft ook mensen in de ogengekeken die u met wanhoop duidelijk hebben gemaakt wat dit voor henbetekent. Ik roep de Minister op om zijn Staatssecretaris tot de orde teroepen en ervoor te zorgen dat linksom of rechtsom deze compensatie viade werkontwikkelbedrijven in de portemonnee van die mensenterechtkomt. Of dat nou via het Ministerie van Financiën gebeurt of viaincidentele middelen die op de SZW-begroting beschikbaar zijn, maakt mijniet uit, maar dit moet geregeld worden. Deze mensen mogen niet doordeze Staatssecretaris in de steek worden gelaten.De voorzitter:Het woord is aan de Staatssecretaris. Mocht de Minister willen reageren,dan kan dat in de tweede termijn van de Minister.Staatssecretaris Nobel:Ik hoorde geen vraag, maar ik verzeker de heer Van Kent dat we degevolgen van deze fiscale maatregel heel scherp op het netvlies hebbenstaan. Ik ga ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1522 De voorzitter:Voordat u uw betoog vervolgt, heb ik één vraag. U had het erover dat deMinister van Financiën een appreciatie gaat geven van het amendement,maar de vraag is even of u kunt toezeggen dat dat schriftelijk gebeurt,zodat dat opgenomen kan worden in de Handelingen.Staatssecretaris Nobel:Hij zal dat doen bij de appreciaties met betrekking tot de Voorjaarsnota.De voorzitter:Dank u wel. Dan mag u uw betoog vervolgen.Staatssecretaris Nobel:Dan ga ik naar de vragen die betrekking hebben op de kinderopvang. Deeerste vraag kwam van de Partij van de Arbeid: gaat u ervoor zorgen datiedereen toegang heeft tot de kinderopvangtoeslag en gaat u dearbeidseis afschaffen? Het schrappen van de arbeidseis maakt geenonderdeel uit van wat er in het regeerprogramma staat. Het stond ook nietin het hoofdlijnenakkoord. Daar zijn ook geen middelen voor gereser-veerd. Dus nee, dat zal ik deze periode niet doen. Wat een volgend kabinetmet de arbeidseis wil, is aan een volgend kabinet, maar dan zal er welextra dekking gevonden moeten worden.U vroeg hoe we nu voorkomen dat private equity uiteindelijk heel veelgeld in eigen zak gaat stoppen en of ik bereid ben te kijken naar tarief-maximering. Ik heb volgens mij ook in antwoord op de schriftelijke vragenaangegeven dat we serieus oog hebben voor de zorgen over mogelijkeprivate-equitypartijen die er met exorbitante winsten vandoor zoudengaan, terwijl het toch publiek geld is dat we die kant op sturen. Als de wetbijvoorbeeld in consultatie gaat – daarbij zult u ook zien hoe we omgaanmet de toegankelijkheid – zullen we dat verder bekijken. Dat geldt eigenlijkook voor de tariefmaximering, want die valt voor mij ook onder detoegankelijkheid.De VVD vroeg naar de middelen voor het ingroeipad voor de kinderop-vangtoeslag en hoe die zijn verdeeld. Het kabinet kiest ervoor om diegelijkmatig te verdelen over de inkomens in 2025 die nog niet het gehelemaximale vergoedingspercentage van 96% ontvangen. In 2026 zal dekinderopvang bijna gratis worden voor mensen met een inkomen tot€ 56.000. In 2027 hebben we het dan over twee keer modaal. Dat is hetingroeipad waar u aan moet denken. Uiteindelijk is het einddoel natuurlijkniet gewijzigd; dat is alleen twee jaar opgeschoven. Kinderopvang moetuiteindelijk voor alle werkende ouders bijna gratis worden.De Partij van de Arbeid-GroenLinks vroeg naar de IACK-uitfasering en ofdie ook wordt ...De voorzitter:Het is GroenLinks-Partij van de Arbeid.Staatssecretaris Nobel:Dat was geen opzet, voorzitter. GroenLinks-Partij van de Arbeid. Dat komtmisschien toch van huis uit, dat ik thuis vaker PvdA heb gehoord en daardaarom mee begin. Excuus. GroenLinks-Partij van de Arbeid vroeg of deIACK-uitfasering ook wordt uitgesteld nu het nieuwe kinderopvangstelsellanger op zich laat wachten. Nee, dat is niet het geval. Het uitstel van hetnieuwe kinderopvangstelsel staat los van de uitfasering van de IACK. Alsdie uitfasering ook was uitgesteld, had de maatregel uiteraard ook geendekking opgeleverd.Ik blijf bij mevrouw Patijn ...De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1523 Mevrouw Patijn, wilt u nu uw vraag stellen, of na dit antwoord? Staatsse-cretaris, u blijft bij mevrouw Patijn, dus misschien is het handig om hetdan af te maken. Vervolgt u uw betoog.Staatssecretaris Nobel:Mevrouw Patijn vroeg waarom ik de inkomenseffecten van twee jaaruitstel van een nieuw stelsel niet wil delen. Uiteraard krijgt u alleinformatie als u daarom vraagt. Eerder heeft u ook een schriftelijke setvragen gesteld. U heeft gevraagd of we met voorbeeldhuishoudenskonden laten zien hoe dat uitpakt. Dat hebben we gedaan, maar dat ishelaas niet goed uit te rekenen voor alle typen huishoudens. De groep diegebruikmaakt van kinderopvang, is namelijk relatief klein ten opzichte vanalle huishoudens. Dat is de complexiteit. In de boxplots hebben we wellaten zien wat het effect wordt van de maatregel, maar dat is gewoon nietaltijd zichtbaar. Mijn suggestie aan u is dat we dit nog een keer doen voorde twee jaar uitstel. We hebben eerder getracht daar zo goed mogelijkinzicht in te geven, maar het is gewoon niet altijd mogelijk om dat tedoen.De voorzitter:Blijft u bij mevrouw Patijn?Staatssecretaris Nobel:Nee.De voorzitter:Dan is het woord aan mevrouw Patijn voor een interruptie.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Over de IACK. Ik zit hier niet heel erg diep in, maar ik ga even proberenom het goed te begrijpen. Het doel was om de kinderopvang gratis temaken. Dat stellen we uit. Vervolgens zeggen we dat we de inkomensaf-hankelijke combinatiekorting, die daar ook een beetje mee samenhangt,gaan afbouwen. Wat zijn daar dan de inkomenseffecten van?De voorzitter:Staatssecretaris, kunt u hierop reageren?Staatssecretaris Nobel:Het is wel uitgesteld, maar het wetsvoorstel is natuurlijk niet uitgesteld.Dat liep, ook bij NSC, door elkaar. We zullen die wet nog steeds terconsultatie aanbieden. Daar zit dus geen uitstel bij; alleen het ingroeipadis uitgesteld. Daar hangt volgens mij de IACK-uitfasering, waar u naarvroeg, ook mee samen. Ik zou daar nog even naar kunnen kijken en ik kaner eventueel schriftelijk wat uitgebreider op terugkomen. Maar volgensmij zijn dit de twee dingen die naast elkaar bestaan.Mevrouw Saris van de NSC-fractie vroeg op welke manier en op welketermijn de Staatssecretaris helderheid kan geven over de tarieven voorouders en de manier waarop concreet wordt voorkomen dat de staats-steunregels worden overtreden. Ik gaf het zojuist al aan. Ik denk wel dathet goed is om te zeggen dat niet de wet maar het ingroeipad wordtvertraagd, juist om met elkaar een kindertoeslagenaffaire te voorkomen.We willen de wet zo snel mogelijk wijzigen, zodat zoiets nooit meer kangebeuren of in ieder geval de kans daartoe vele malen kleiner wordt. Hetlid Welzijn heeft namens uw fractie eerder vragen gesteld over het risicoop staatssteun in het nieuwe financieringsstelsel. Dit is een onderdeel vandie nieuwe wet. Ik verwacht niet dat dit onderdeel gaat zorgen voorvertraging. Ik wil nog steeds die wet zo snel mogelijk in consultatiebrengen, maar we wachten op dit moment ook nog op Europa: wat kanwel en niet met betrekking tot de DAEB-wetgeving? Zodra ik daar meerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1524 duidelijkheid over heb, zal ik dat uiteraard met uw Kamer delen. De wetgaat wel in consultatie en daarin – dat gaf ik zojuist ook al aan in antwoordop vragen van mevrouw Patijn – kan ik wel meegeven hoe we tegentoegankelijkheid aankijken. Dat is volgens mij de achterliggende redenvan de vragen van uw collega mevrouw Welzijn.Tot slot is er nog een vraag van de VVD: hoe zit het met de besteding vande 24 miljoen euro voor toegankelijkheid? We zullen daar later opterugkomen. Op dit moment ben ik bijvoorbeeld met gemeenten ingesprek over hoe we kwetsbare groepen daarmee zouden kunnen helpen.Dat gesprek wordt nog gevoerd. Als ik daar meer over weet, zal ik uwKamer daar nader over informeren.De voorzitter:Dank u wel, Staatssecretaris. Ik kijk even naar mijn linkerkant. Zijn er nogvragen blijven liggen? Zo niet, dan gaan we gelijk door naar de tweedetermijn van de Kamer. Ik geef het woord aan mevrouw Patijn vanGroenLinks-PvdA.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik denk dat wij een aantal zorgen hebben gedeeld. Wezijn nog niet helemaal blij met de antwoorden die we gekregen hebben,maar we krijgen in ieder geval nog een aantal reacties terug.Ik hoor nog niet een heel groot enthousiasme van deze Minister om deWW-bezuinigingen terug te draaien, dus daar willen we graag een motieover indienen. Dan kijk ik even of de voorzitter wil helpen met hoe datprocedureel gaat. Die kan ik gewoon voorlezen, toch? Oké, dank.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de duurverkorting van de WW van 24 naar 18 maandenleidt tot een forse verslechtering van de rechtspositie van werkenden;verzoekt de regering het voorstel tot verkorting van de WW-duur in tetrekken en dit te dekken door het verder versoberen van de 30%-regeling,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Patijn en Van Kent.Zij krijgt nr. 8 (36 725 XV).Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Over de tweede twijfel ik een beetje. De Minister heeft toegezegd om inieder geval nog een brief te sturen over het minimumuurloon en over deinterpretatie daarvan. Het blijft bij mij een beetje hangen, want ik heb eenmotie. Krijg ik een heldere brief over de interpretatie en over hoe deArbeidsinspectie hiermee kan omgaan? Dan hou ik deze motie nog evenvast en laat ik het hierbij.Dank.De voorzitter:Dank u wel. Misschien wil de Minister daarop reageren. Het mag nu, maarook in tweede termijn. Zullen we het gewoon in tweede termijn doen? DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1525 Minister zegt ja. Als u de motie nu indient, mevrouw Patijn, dan kunt ualtijd nog besluiten om ’m aan te houden.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Voor thuis: deze vorm van overleg heb ik in deze zaal nog niet gehad.Vandaar dat het even zoeken is naar de procedure. Misschien mag ik hetuitleggen aan de mensen thuis. Bij dit soort WGO’s – dat zijn wetgevings-overleggen – mag je moties indienen. Normaal doe je dat niet. Ik wist ookniet precies hoe dat werkte, vandaar.Deze motie gaat over het minimumloon. Ik ben benieuwd naar deappreciatie van de Minister ervan.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat uit de invoeringstoets van het minimumuurloon blijktdat er onduidelijkheid bestaat over het loonbegrip, waarbij het per abuisniet duidelijk is dat het uurloon het basisuurloon moet zijn en dattoeslagen of andere extra’s daar niet in meegeteld worden, waarmee ereen risico is op onderbetaling;overwegende dat de Minister deze fout wil herzien, maar dat de voorge-nomen planning zou betekenen dat de wetswijziging pas in 2027 inwerking treedt en de wetgeving hierover pas eind 2025 wordt opgestart;verzoekt de regering om zo snel mogelijk met een wetsvoorstel te komenom onderbetaling te voorkomen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.Zij krijgt nr. 9 (36 725 XV).Dat was het, mevrouw Patijn?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ja.De voorzitter:Dank u wel. Ook voor uw voorzitter is dit debat de eerste keer. Dus mochthet wat rommelig zijn ... Volgens mij gaat het tot nu toe toch prima. Deheer Van Kent.De heer Van Kent (SP):Het resultaat telt uiteindelijk. Ik begin bij het UWV. Ik zou de Minister meerduidelijkheid willen vragen over wanneer we de informatie rond deZiektewet krijgen. Het is natuurlijk onduidelijk wanneer het debat preciesop de agenda gaat komen. Het verzoek dat we hebben gedaan bij deregeling van werkzaamheden was: voor de zomer. Maar of dat gaatlukken, hangt weer met heel veel dingen samen. Ik zou dus toch eenafspraak willen proberen te maken voor wanneer we die informatiekrijgen.Kan er daarbij ook ingegaan worden op de punten zoals we die netgenoemd hebben? Dat betreft zeker de vindbaarheid, maar ook de vraagof er wel of geen meldpunt komt waar mensen zich kunnen melden als zeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1526 denken dat ze tekort zijn gedaan. Ik noem ook het financiële beslag dat dienieuwe fouten leggen op het budget dat bij het UWV beschikbaar is. Overal die zaken zouden we een afspraak willen maken over wanneer deKamer het te horen krijgt.Ik zou ook willen vragen of het klopt dat het UWV van plan is om het nogdit jaar allemaal te gaan rechtzetten. Ik heb begrepen dat het UWV nog ditkalenderjaar die 45.000 verkeerd vastgestelde uitkeringen wil gaanrechtzetten. Als er wordt besloten om niet terug te vorderen, zal datwaarschijnlijk gaan om een veel kleiner aantal. Dan zal er namelijk alleenmaar nabetaling moeten gaan plaatsvinden. De vraag aan de Minister –dit mag ook in die brief, hoor – is dan ook of iedereen bij nabetaling ookfinancieel advies wordt aangeboden. Kan er met Financiën geregeldworden dat die nabetaling geen gevolgen heeft voor de toeslagen en deandere zaken? Zo is het geen potentiële bom voor degene die dat geldontvangt en leidt het niet tot een nog groter financieel nadeel. Graagontvangen we die informatie zo gedetailleerd mogelijk en zo snelmogelijk. Wat ons betreft komt het in ieder geval voor de zomer of vooreen plenair debat dat ... We weten ook niet wanneer dat komt, met hetzomerreces. Maar als dat plenair debat voor de zomer komt, danontvangen we die informatie vanzelfsprekend graag voor dat debat.Voorzitter. Op het punt van de werkontwikkelbedrijven kom ik er met dezeStaatssecretaris zo niet uit. Ik heb een oproep gedaan aan de Minister. Ikben ook altijd bereid om te kijken naar andere vormen van dekking. Ikneem aan dat de Minister van Financiën ook beseft dat dit een fout is dievanuit zijn ministerie de portemonnee van deze mensen treft. Maar goed,daar moeten de bewindspersonen natuurlijk onderling maar uit zien tekomen. Maar linksom of rechtsom: dit moet worden opgelost. Daar wil ikde Minister toch echt toe oproepen. Dit moet worden rechtgezet. Met ofzonder deze Staatssecretaris en met incidenteel geld uit de SZW-begroting of uit de pot van Financiën: dat maakt de SP niet uit. Maar dezemensen mogen niet de dupe worden van die fouten in de wet en van deStaatssecretaris die niks wil doen.De voorzitter:Zou u willen afronden? U zit nu op drie minuten. Ik heb geen tijd gezegd ...De heer Van Kent (SP):Ik zal heel optimistisch eindigen, voorzitter.De voorzitter:Heel fijn.De heer Van Kent (SP):Ik verwacht zomaar dat er een meerderheid zou kunnen zijn voor de motieover het herstellen van de WW, dus het niet laten doorgaan van deWW-afbraak. Ik reken erop dat de Minister die motie gaat uitvoeren.Daarmee kunnen we de afbraak van de WW tegenhouden.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Saris.Mevrouw Saris (NSC):Voorzitter, dank u wel. Dank aan de bewindspersonen en de collega’s voordit debat. Wat de fractie van Nieuw Sociaal Contract betreft zit er veelzoets in de Voorjaarsnota op het gebied van Sociale Zaken en Werkgele-genheid, als het gaat om bestaanszekerheid. Dan denk ik aan de middelendie beschikbaar zijn gesteld voor de hersteloperatie bij het UWV en demaatregelen om de druk bij het UWV te laten afnemen. Ik denk ook aan deeerste stappen die Onze Minister van Hijum zet om de complexiteit vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1527 het stelsel aan te pakken en tot slot aan de stappen die zijn gezet om hetwettelijk minimumjeugdloon stapsgewijs te verhogen, een wens van deNSC-fractie. Die is met deze Voorjaarsnota ook ingewilligd.U hebt mij in mijn bijdrage horen zeggen dat het zuur wat onze fractiebetreft zit in de verkorting van de WW-duur van 24 naar 18 maanden.Daarom wil ik een motie indienen namens onze fractie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat een WW-duurverkorting van 24 naar 18 maandennadelig uitpakt voor met name kwetsbare en oudere werklozen, die snellerterug zullen vallen in de bijstand;constaterende dat een WW-duurverkorting van 24 naar 18 maanden ookdoorwerkt in de WIA, waardoor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten snellerterug zullen vallen in een WGA-vervolguitkering;constaterende dat een WGA-vervolguitkering slechts een percentage vanhet minimumloon bedraagt;overwegende dat het huidige socialezekerheidsstelsel onvoldoendegericht is op ondersteuning en omscholing bij werkloosheid enarbeidsongeschiktheid;verzoekt de regering zich maximaal in te spannen om deWW-duurverkorting alleen door te voeren gepaard met concrete maatre-gelen die gericht zijn op betere ondersteuning en omscholing bijwerkloosheid en arbeidsongeschiktheid;verzoekt de regering zich daarbij ook maximaal in te spannen voor hettreffen van concrete maatregelen om meer in te zetten op preventie in hetvoorkomen van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Saris.Zij krijgt nr. 10 (36 725 XV).Ik zie nog een interruptie van de heer Van Kent. Zullen we het bij tweelaten?De heer Van Kent (SP):Ik heb één vraag aan mevrouw Saris, namelijk of Nieuw Sociaal Contractde oproep van de SP aan de Minister deelt dat de compensatie voor demensen die bij de werkontwikkelbedrijven werken, geregeld moetworden, linksom of rechtsom.Mevrouw Saris (NSC):Wij hebben uw oproep gehoord en staan daar ook positief in. Echter, wehebben ook te kijken naar een dekking. Dus de oproep van de SP-fractieen de beantwoording vanuit de zijde van het kabinet neem ik mee terugnaar onze fractie.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1528 Ik zie verder geen vervolgvragen. Ik zie zelf af van mijn tweede termijn,dus dan sluit ik hierbij de tweede termijn van de Kamer. We schorsen voorvijf minuten. Is dat goed? De moties komen er zo aan. Het is misschieneen beetje een gekke tijd, maar dan gaan we om, pak ’m beet, 18.37 uurverder.De vergadering wordt van 18.32 uur tot 18.37 uur geschorst.De voorzitter:De Minister is eruit, dus we kunnen verdergaan met de tweede termijnvan het kabinet. Ik geef het woord aan de Minister.Minister Van Hijum:Dank u wel. Dank ook voor de reacties in de tweede termijn en voor deingediende moties.We beginnen bij de motie op stuk nr. 8 over de WW-bezuiniging. Die moetik ontraden. Ik heb in het debat, denk ik, toegelicht waarom, namelijkvanwege het commitment aan het hoofdlijnenakkoord. Het is in strijd methet hoofdlijnenakkoord.De motie van mevrouw Patijn op stuk nr. 9 over de verduidelijking van hetminimumloon in relatie tot onderbetaling wil ik oordeel Kamer geven.Wetgevingscapaciteit is schaars. Er moet gekozen worden waar we wel enniet aan kunnen werken. Maar dit is een realistische planning, want demotie roept mij op om desondanks zo snel mogelijk te starten met hetwetsvoorstel. Ik heb die aansporing gehoord en ga het intern bespreken.Het kan wel betekenen dat ik dan een ander dingetje later moet doen.Maar ik ga bekijken of ik het kan oplossen. Mocht dat tot allerlei ingewik-kelde problemen leiden, dan kom ik daar wel weer mee terug, maar ikbeschouw het als een aansporing om te bekijken of we dit tijdschema tochiets kunnen vervroegen. Daar ga ik mee aan de slag. In die zin kan ik hetals oordeel Kamer bestempelen.De motie van mevrouw Saris op stuk nr. 10 over de WW kan ik oordeelKamer geven. Zij vraagt mij om me maximaal in te spannen om concretemaatregelen te treffen om meer in te zetten op preventie bij hetvoorkómen van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. Dat is ook echtmijn inzet. Ik zal daar in de brief die we naar de Kamer sturen ook inzichtin geven.De heer Van Kent vroeg nog wanneer hij informatie kan verwachten overde Ziektewet. Ik wil hem eigenlijk het volgende voorstellen. We houdeneven in de gaten wanneer dat debat op de kalender van de plenaireagenda komt. We zullen u dan informeren over de meest actuele standvan zaken van wat wij weten. De financiële consequenties, omdat je omdringende redenen af wilt zien van terugvorderen, zullen we ooknadrukkelijk bij de augustusbesluitvorming moeten betrekken. Dat aspectkan ik pas daarna bekendmaken, dus in de loop van september. Dat zeg ikeven op voorhand. Maar over de actuele stand van de omvang van deproblematiek zal ik de Kamer informeren. Dat zal ik in aanloop naar hetKamerdebat delen.De voorzitter:Een heel korte vervolgvraag.De heer Van Kent (SP):Stel dat het Kamerdebat pas eind oktober is. Ik zou dan wel een datum afwillen spreken waarop we die informatie krijgen. Ik zou ook de toezeggingwillen dat de punten die ik net heb genoemd ook terugkomen in die brief.Minister Van Hijum:Kan ik dan zeggen dat wij het uiterlijk eind september doen? Dan wetenwe ook zeker dat we de financiële gevolgen kunnen meenemen. Als hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1529 eerder is, kunnen we een splitsing aanbrengen. Dan delen we wat wetenen delen we het financiële aspect later.De heer Van Kent (SP):Volgens mij is dat een goede afspraak, nogmaals met het verzoek om ookde punten die ik heb genoemd daarin terug te laten komen.De voorzitter:De Minister vervolgt.Minister Van Hijum:Ja. Dat waren de moties en mijn antwoorden op de vragen die nog aanmij waren gesteld in de tweede termijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):U zou nog even op de Arbeidsinspectie en de minimumloonhandhavingterugkomen.Minister Van Hijum:Ja, dat heb ik net aangegeven. Daar ziet uw motie toch ook op toe?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik vroeg het meer omdat de Minister aangaf dat hij even bij de Arbeidsin-spectie moet nagaan hoe dat precies zit.Minister Van Hijum:Nee, oké. Even één stap terug. Wat mevrouw Patijn zegt, klopt: het is eenonduidelijkheid in de wet. Je zult dus de wet moeten aanpassen omiedere onduidelijkheid voor de uitvoering weg te nemen. Dat hebben wein die brief ook aangegeven. Vervolgens vraagt mevrouw Patijn: wanneerkun je dat dan doen en kun je die wet aanpassen? Dat vond zij te langduren. Ik zeg nu toe dat ik ga bekijken of ik dat naar voren kan halen.De voorzitter:Mevrouw Patijn, heel kort.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ja, het is echt informatief. Mijn eerdere vervolgvraag was ook: hoehandhaaft de Arbeidsinspectie nu, op dit moment, dan op hetminimumloon, gezien die onzekerheid?Minister Van Hijum:Daarvoor geldt dat ik de materiële norm waarop de Arbeidsinspectiehandhaaft niet kan reproduceren, maar dat ik wel weet dat daar in diebrief duidelijkheid over gecreëerd is en dat aan alle cao-partijen mee isgegeven om die norm mee te nemen op het moment dat zij daarafspraken over maken. Op die manier proberen we het in de aanloopdaarnaartoe dus ook recht te zetten.De voorzitter:De Minister is klaar met zijn betoog. Dan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Nobel:Ik had geen vragen, maar ik hoop dat ik het antwoord over de IACK nu kangeven. Dan hoef ik dat niet schriftelijk te doen, dus ik ga kijken of ikmevrouw Patijn daarmee kan bedienen. De IACK wordt stapsgewijsafgebouwd vanaf 2027 – dat is overigens al afgesproken door het vorigekabinet – maar de kinderopvangtoeslag wordt in stappen verhoogd. Ditvoorjaar hebben we dus besloten tot twee jaar uitstel met een geleidelijkeingroei. Dat levert dan budgettaire ruimte op. Die is voor een deel weerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1530 ingezet in de kinderopvang, namelijk voor de reserveringen voor deuitvoering en de toegankelijkheid van de opvang. Ik hoop u daarmeebediend te hebben. Dit is in ieder geval het antwoord dat ik nog snel vande ambtenaren heb kunnen krijgen, dus ik hoopte het zo te kunnen doen.De voorzitter:Dank u wel. Dan laten we het hier gewoon bij. Mevrouw Patijn, echt eenheel informatieve, korte vraag dan.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik vind het gewoon niet voldoende.De voorzitter:Dat kan, maar de beantwoording van de Staatssecretaris is aan hem. Als ueen datum of iets wil dan vind ik dat nog wat anders, maar we gaan niethet debat weer opnieuw voeren.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Nee, dat is het niet. Mijn vraag ging namelijk over de effecten. Ik kreeg detoezegging dat die effecten inzichtelijk gemaakt zouden worden. Dankvoor dit deel van het antwoord, maar ik zou ook graag dat inzicht in deeffecten willen hebben. Ik kan me heel goed voorstellen dat dat nu nietkan, maar dat zou ik dan wel graag willen.Staatssecretaris Nobel:Die toezegging had ik al gedaan, omdat u eerder schriftelijk had gevraagd:kunt u de inkomenseffecten in beeld brengen? Dat wilde ik ook nog doenvoor die twee jaar uitstel, dus dan krijgt u die op die manier alsnog.De voorzitter:Dan blijft die toezegging staan. Dan hebben wij nog het amendement opstuk nr. 3. De vraag is eventjes ...Staatssecretaris Nobel:Voor de scherpte: dat is dus niet de brief, maar de toezegging om bij deinkomenseffecten ook de twee jaar uitstel te bekijken. Dat was detoezegging nadat er al eerder vragen gesteld waren over de inkomensef-fecten. Dan heb ik de IACK-vraag hier beantwoord, maar het effect – watbetekent dat uitstel nu voor de inkomenseffecten? – wil ik nog wel eenkeer bekijken, omdat we nu twee jaar uitstel hebben aangekondigd.De voorzitter:We hebben hier de toezegging opgeschreven. Zo meteen gaan we dievoorlezen en dan kijken we of dat overeenkomt met hetgeen de Staatsse-cretaris en mevrouw Patijn beogen. Zullen we dat zo meteen doen? Oké.Dan hebben we alleen nog het amendement op stuk nr. 3 liggen, van deleden Grinwis en Ceder. Daar is nog geen appreciatie op gekomen. Devraag is dan even of die nu van jullie komt. Of komt die ook bij devoorjaarsbegroting, of schriftelijk? Dat gaat over het volgende: «In artikel2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet van de departementalebegrotingsstaat worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedragverhoogd met € 50.000».Minister Van Hijum:Ik ben totaal overvallen, voorzitter.De voorzitter:Kan de Staatssecretaris wel een appreciatie geven?Staatssecretaris Nobel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1531 Ik zit alleen even te kijken waar de dekking vandaan moet komen. Eénmoment, hoor.De voorzitter:U mag er ook schriftelijk op terugkomen. Dan heeft u alle tijd om eroverna te denken.Staatssecretaris Nobel:Ja. Ik kan hier niet zo snel zien waar de dekking vandaan moet komen,maar de vraag ziet op het reserveren van extra middelen voor hetnoodfonds. Dat noodfonds is gesloten. Dus ongeacht waar de middelenvandaan zouden moeten komen, is het noodfonds gesloten. Eerderhebben we ook al aangegeven dat we niet voornemens zijn om hetnoodfonds opnieuw in te richten op de manier waarop we dat hebbengedaan. In die zin kan ik het amendement dus, los van de dekking,ontraden. Maar ik zal het schriftelijk doen voor de volledigheid, omdat ikde dekking nu niet zo snel kan zien.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van dit debat endan loop ik nog even de toezeggingen langs. Dan kijk ik naar beide kantenom te zien of ze zo geïnterpreteerd zijn als ze zijn opgeschreven.−De Minister stuurt de Kamer voor de zomer een brief over de verkor-ting van de WW en gaat daarin specifiek in op scholing.−De Minister informeert de Kamer voor het plenaire debat over defouten in de Ziektewet over de actuele stand van zaken uiterlijk eindseptember, inclusief financiële gevolgen.−De Staatssecretaris zegt toe schriftelijk terug te komen op de vraag vanlid Patijn over de effecten van het door laten gaan van de afbouw IACKen het ingroeipad van het nieuwe stelsel van de twee jaar uitstel.Ik zie aan beide kanten geknik. Dan wil ik nog aan jullie meegeven dat destemmingen over de ingediende moties volgende week dinsdag zullenplaatsvinden. Stemmingen over de wet en het amendement zullen in deweek van 1 juli plaatsvinden. Dan sluit ik hierbij de vergadering.Sluiting 18.46 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 XV, nr. 1532
Gerelateerde bronnen
- Suppletoire begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op17 juni 2025, over suppletoire begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.