KamerkringInloggen
Kamerbrief

Maatregelen stelsel curatele, beschermingsbewind en mentorschap (CBM)

16 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7509aa9d68327137 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202524 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 795 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID EN VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 april 20251. Aanleiding Tijdens het commissiedebat armoede- en schuldenbeleid van 1 februari2024 (Kamerstuk ) heeft de Minister voor Rechtsbescherming toegezegduw Kamer te informeren over een eerste aanzet tot een stelselwijzigingvoor de systematiek rondom curatele, deze beschermingsbewind enmentorschap (hierna: CBM). Met deze brief geven wij als, StaatssecretarisRechtsbescherming, en als Staatssecretaris van Participatie & Integratiegevolg aan deze toezegging. Vanuit de portefeuille Rechtsbescherminggeldt de verantwoordelijkheid voor het stelsel, de kwaliteit en het toezichtop het beroep van de CBM-dienstverlener. Onderdeel daarvan is ook hetvaststellen van de beloning en jaarlijkse indexering1 daarvan. Hetonderdeel schuldenbewind in het kader van de aansluiting op deschuldhulpverlening zit, als onderdeel van het systeem om problema-tische schulden te voorkomen, in de portefeuille van de StaatssecretarisParticipatie & Integratie.Er wordt veel gesproken over beschermingsbewind, maar er zijn ookandere beschermingsmaatregelen voor kwetsbare volwassenen, namelijkcuratele en mentorschap. Daarom zullen wij in het vervolg spreken vanCBM dienstverlening. Binnen iedere vorm van deze dienstverlening zienwij de nodige uitdagingen voor de toekomst. Door het vorige kabinet is deambitie uitgesproken dat er strengere eisen zullen worden gesteld aan deprofessionele beschermingsbewindvoerders en dat het rechterlijk toezichtverscherpt wordt om het aantal incidenten met bewindvoerders terug tebrengen.24 515, nr. 753 Deze ambitie willen wij voortzetten en daaromwordt er op de ontwikkelingen ten aanzien van het toezicht en dekwaliteitseisen nader in gegaan. In deze brief worden er tevens maatre-1Artikel 2 Regeling belonging curatoren, bewindvoerders en mentoren kst-24515-795ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7951 gelen aangekondigd die de (financiële) positie van de professionelebeschermingsbewindvoerder stevig dient te bevorderen.Ik zal eerst ingaan op een nadere duiding van de CBM-dienstverleners(paragraaf 2). Vervolgens neem ik u mee door de ontwikkelingen van deafgelopen twee jaar (paragraaf 3). Tot slot kom ik op de afwegingenbinnen het huidige stelsel (paragraaf 4).2. CBM dienstverlening Het Burgerlijk Wetboek biedt de mogelijkheid om de (financiële) positievan kwetsbare mensen te beschermen door een beschermingsmaatregelin te stellen: curatele, onderbewindstelling of mentorschap (zie de titels16, 18 en 19 van Boek 1 BW). Curatele is de meest verstrekkende vorm.Iemand die onder curatele wordt gesteld, wordt handelingsonbekwaamten aanzien van zijn financiële zaken en andere meer persoonlijke zaken,zoals zijn verzorging en verpleging (artikel 1:381 BW). Onderbewind-stelling wordt ingesteld als iemand niet in staat is ten volle zijn financiëlebelangen behoorlijk waar te nemen en leidt ertoe dat iemand niet meerzelfstandig kan zijn financiën kan beheren (artikel 1:438 BW). Mentorschapwordt ingesteld als iemand niet in staat is zijn belangen van niet-financiëleaard zelf behoorlijk waar te nemen (artikel 1:450 BW). In het maatschap-pelijk debat en in uw Kamer wordt voornamelijk gesproken over hetbeschermingsbewind. Vaak wordt dan gedoeld op schuldenbewind.Schuldenbewind wordt voor een bepaalde duur ingesteld als iemandtijdelijk niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangenbehoorlijk waar te nemen als gevolg van verkwisting of problematischeschulden (artikel 1:431, eerste lid, onderdeel b, BW). Beschermingsbewindkan ook worden ingesteld als iemand tijdelijk of duurzaam niet in staat iszijn financiële belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van eenlichamelijke of geestelijke toestand, in welk geval ook wel wordtgesproken van een toestandsbewind (artikel 1:431, eerste lid, onderdeel a,BW). De beschermingsmaatregelen curatele, beschermingsbewind enmentorschap worden op verzoek van een volwassene (hierna: debetrokkene) of diens naasten door de kantonrechter ingesteld. Bij hetinstellen van het bewind benoemt de kantonrechter een wettelijkvertegenwoordiger. Afhankelijk van de maatregel is dat een curator,bewindvoerder of mentor. Deze wettelijke vertegenwoordiger kan eenprofessionele dienstverlener zijn of een familielid van de betrokkene. Dekantonrechter houdt toezicht op de door hem benoemde wettelijkvertegenwoordiger en op het verloop en de voortgang van de maatregel.Voor professionele wettelijke vertegenwoordigers (CBM-dienstverleners)gelden daarnaast nog bepaalde, wettelijke kwaliteitseisen, die zijnneergelegd in het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewind-voerders en mentoren.In het maatschappelijke debat gaat het minder vaak over curatele enmentorschap en de diensten van mentoren en curatoren die een toege-voegde waarde hebben voor de bescherming van kwetsbare volwas-senen. Van het totale aantal van ruim 421.000 lopende CBM zaken zijn erruim 102.000 mentorschappen uitgesproken, 266.000 bewinden en ruim20.000 curatele zaken. De verwachting is dat met name het aantalmentorschappen de komende jaren zal stijgen, onder meer vanwege devergrijzing en een toename van ouderen zonder sociaal vangnet. In 2020betrof het aantal zaken namelijk nog ruim 81.000 duizend. Mentorenverrichten veel werkzaamheden op het gebied van langdurige zorg, maarkunnen ook actief zijn binnen de domeinen van zorg en dwang enmaatschappelijke ondersteuning. Ik ga dan ook verder de gesprekken aanmet de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg om deinvloed van het CBM-stelsel op het zorgdomein onder de aandacht teblijven brengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7952 3. Verloop Kamerbrief 2022De Minister voor Rechtsbescherming heeft op 4 oktober 20222 uw Kamergeïnformeerd dat de burgers die vanwege problematische schulden onderbeschermingsbewind staan, zo snel mogelijk doorverwezen dienen teworden naar de gemeentelijke schuldhulpverlening. Uit de gesprekken diesindsdien zijn gevoerd met het werkveld, blijkt dat hier ruimte is voorverbetering. De afgelopen periode zijn meer gemeenten een samen-werking aangegaan met bewindvoerders binnen de eigen gemeente en/ofregio. Dit is doorgaans vastgelegd in convenanten. Deze convenantendienen de doorstroom naar de gemeentelijke schuldhulpverlening en desamenwerking tussen gemeenten en beschermingsbewindvoerders tebevorderen. Inmiddels werken circa 100 gemeenten met een dergelijkconvenant3 en wordt dit door de Staatssecretaris Participatie & Integratiebevordert in zijn beleid.Motie Van Kent/Kat4Tijdens het commissiedebat armoede- en schuldenbeleid van 5 juli 2023 isde motie Van Kent/Kat aangenomen. Deze motie roept de regering op omin samenspraak met gemeenten, rechtspraak en bewindvoerders teonderzoeken of er voor het toezicht op bewindvoerders sprake is vantoereikende financiering, capaciteit en middelen. Daarnaast wordt in dezemotie verzocht om de voor- en nadelen van het publiek organiseren vanhet bewind, bijvoorbeeld door gemeenten, in kaart te brengen. In hetcommissiedebat van 1 februari 2024 is door de Minister voor Rechtsbe-scherming aangegeven dat voor deze motie een aanvraag tot onderzoekbij het WODC zou worden uitgezet. Er loopt momenteel al een groot-schalig onderzoek naar het stelsel van de CBM dienstverlening via destichting Stride Consortium. Bij dit onderzoek wordt er onder anderegekeken naar de juridische bescherming in het licht van de mensen-rechten, met name rondom het VN Verdrag Handicap. Hierbij zullen ookhuidige de werkzaamheden van de CBM-dienstverlener worden betrokkenen zal er een internationale vergelijking worden gemaakt. Door deomvang van het onderzoek vind ik het meer voor de hand liggen om deresultaten van dit onderzoek af te wachten en niet gelijktijdig eenonderzoek te starten via het WODC. Het onderzoek van Stride Consortiumzal naar verwachting voldoende informatie opleveren om het eerste puntuit de motie ten aanzien van het toezicht te kunnen beantwoorden. Dit hebik ook aangegeven tijdens het plenaire debat over de incasso-industrievan 6 februari 2025 waarbij naar de stand van zaken werd gevraagd. Aande hand van de eerste onderzoeksresultaten en publicaties door StrideConsortium, die ik voor het einde van 2025 verwacht, zal ik verder ingesprek gaan met de betrokken partijen in het werkveld.Ten aanzien van het in kaart brengen van de voor- en nadelen van hetpubliekrechtelijk maken van het CBM-stelsel, het tweede deel waar demotie van Van Kent/Kat op toeziet, wil ik uw Kamer informeren dat ikbezig ben met het voorbereiden van een onderzoeksopzet. Hier is eenseparaat onderzoek voor nodig, daar het niet binnen de reikwijdte van hetonderzoek van het Stride consortium valt. In Q3 zal ik u informeren overhet verloop van het onderzoek waarbij de voor- en nadelen van hetpubliekrechtelijk maken van het CBM-stelsel in kaart worden gebracht.2Kamerstukken II, 2022–23 24 515, nr. 649.3Voorbeelden hiervan zijn onder andere gemeenten Haarlem, Amsterdam, Nijmegen,Rotterdam, Maastricht, Leeuwarden, Venlo en Zaanstad.4Kamerstukken II, 2022–2023, 24 515, nr. 707Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7953 Initiatiefnota Meer tijd, aandacht en bescherming bij bewindOp 20 november 2023 heeft voormalig lid Kat (D66) een initiatiefnotaingediend over bewind.5 In de initiatiefnota worden verschillendevoorstellen gedaan om het stelsel van CBM te verbeteren, zowel vanuit derol van de bewindvoerder, als de gemeente en de kantonrechter. Eenaantal van deze voorstellen betreft of raakt aan de onderwerpen in dezebrief. Hierop zullen wij, vanuit onze gezamenlijke verantwoordelijkhied indeze brief een inhoudelijke reactie geven onder het kopje afwegingen.Kabinetsreactie SEO onderzoekOp 28 maart 2024 is door de toenmalige Minister voor Armoedebeleid,Participatie en Pensioenen een kabinetsreactie6 op het onderzoek van SEOnaar de «Bekostiging en beloning van beschermingsbewind bij schulden»naar uw Kamer gestuurd. Omdat veel vraagstukken binnen het schulden-bewind raken aan de tarieven, kwaliteit en het toezicht van het bescher-mingsbewind in zijn algemeenheid, kortom het CBM-stelsel, zullen wij indeze brief ingaan op een aantal stappen die gezet dienen te worden op hetterrein van het schuldenbewind.Zoals in de kabinetsbrief is vermeld, is een belangrijke bevinding in hetSEO onderzoek dat de complexiteit van de dossiers van bewindvoerderseraan bijdraagt dat de beloning niet meer in verhouding staat tot hettakenpakket van de bewindvoerder. Vanuit de brancheverenigingen vanbewindvoerders7 is een oproep aan de achterban gedaan om geenschuldendossiers meer aan te nemen. Ook de rechtspraak heeft latenweten dat zij de problematiek, zoals geschetst door de diverse branchever-enigingen, herkent en hierover zorgen heeft. Een eerste oplossing zalworden geboden met de verhoging van de tarieven n.a.v. de btwvrijstelling voor de branche die per 1 januari 2026 in zal gaan. In paragraaf4.4 komt dit uitgebreider aan de orde. De komende periode zal ik samenmet de Staatssecretaris Participatie en Integratie nauwlettend deontwikkelingen in de praktijk in de gaten houden. Daarnaast zal ik contacthouden met de rechtspraak over deze ontwikkelingen. Een aantaluitkomsten van het SEO onderzoek zullen later in deze brief nog aan deorde komen.4. Afwegingen 4.1 Beloning De beloning voor de CBM dienstverlening wordt in beginsel door deafnemer van de dienst zelf betaald. Indien deze onvoldoende draagkrachtheeft om zijn CBM-dienstverlener te betalen, dan kan dit door degemeente worden vergoed vanuit de bijzondere bijstand. Een gemeenteheeft zelf beleidsruimte om te bepalen wanneer iemand in aanmerkingkomt voor bijzondere bijstand.De brancheverenigingen geven al langere tijd aan dat de huidige beloningniet houdbaar is. Zij geven aan dat het takenpakket zich niet langerverhoudt tot de beloning en het gevolg daarvan is dat de kwaliteit van dedienstverlening onder druk komt te staan. Dat vindt het kabinet eenonwenselijk effect. Beschermingsbewindvoerders hebben op grond vande huidige systematiek 17 uur per jaar te besteden aan een dossier in hetgeval van een toestandsbewind. In de praktijk blijkt echter dat eenbewindvoerder vaak al veel tijd kwijt is om inzicht te krijgen in het dossier.In haar initiatiefnota pleit voormalig lid Kat voor een maximum aantal5Kamerstukken II, 2023–2024, 36 464, nr. 2.6Kamerstukken II, 2023–2024, 24 515, nr. 7557Horus, NBBITweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7954 dossiers van 50 per bewindvoerder, met meer tijd per dossier (bijvoor-beeld voor huisbezoeken). Op korte termijn hebben wij geen mogelijkheidom het urenaantal te verhogen of het aantal dossiers per bewindvoerderte verlagen. Hoewel dit idee sympathiek klinkt, moeten wij ook realistischzijn en de oplossing binnen bestaande middelen zoeken. Samen met debetrokken partijen blijven wij kijken naar budgetneutrale oplossingen,zoals eerder ook aangegeven in de kabinetsreactie op het SEO onderzoek.De ophoging van de tarieven door middel van de btw vrijstelling is hierineen belangrijke eerste stap. Ook zijn er mogelijkheden om de aansluitingte zoeken bij een aantal maatregelen die zijn aangekondigd in dekabinetsreactie8 op het IBO problematische schulden. Deze aansluitinggeldt met name voor bewinden waarin sprake is van (problematische)schulden. Zo kan de maatregel rondom een integraal schuldenoverzichtook praktisch zijn voor de bewindvoerders. Dit kan uiteindelijk helpen omsneller overzicht te krijgen en eraan bijdragen dat de bewindvoerderefficiënter aan het werk kan. In het verlengde hiervan is er ook een rolvoor de beschermingsbewindvoerder bij de uitwerking van het afbeta-lingsplan dat in het IBO problematische schulden aan de orde komt. Debrancheverenigingen hebben aangegeven dat zij bereid zijn om mee tedenken over de uitwerking van dit integrale schuldenoverzicht. Hetvervolg zal in de nadere uitwerking van de IBO maatregelen wordenmeegenomen.Ook vanuit mentoren zijn er signalen over een disbalans in de beloning ende werkzaamheden. Zo wordt de casuïstiek intenser, door bijvoorbeeld deoverbelasting en complexiteit in de (geestelijke) gezondheidszorg. De rolen het takenpakket van de mentor dient ook hier duidelijk te worden vooralle partijen, mede om verwachtingen over en weer helder te hebben. Dekomende periode wil ik mij vanuit de portefeuille Rechtsbeschermingverder in de precieze knelpunten binnen het mentorschap verdiepen enkijken op welke manier ik meer balans in het systeem kan aanbrengenvoor de mentoren. Samen met de branchevereniging wil ik kijken hoe wedit zo efficiënt mogelijk in kaart kunnen brengen.4.2 Schuldenbewind De burger is gebaat bij een snelle doorstroom naar de gemeentelijkeschuldhulpverlening of rechtstreeks naar de Wsnp in geval van(dreigende) problematische schulden. Het is de taak van de bewind-voerder om de financiële situatie van een betrokkene met problematischeschulden te stabiliseren. Uit gesprekken met de brancheverenigingenblijkt dat de doorstroom en samenwerking met en naar de gemeentenverbeterd kan worden. In de initiatiefnota van voormalig lid Kat wordenvoorstellen gedaan om de positie van mensen in schuldenbewind teverbeteren en doorstroom naar schuldhulpverlening te bevorderen. Zoalsal aangegeven werken er momenteel al veel gemeenten via convenantensamen met bewindvoerders. Dit is een goede zaak die ik samen met deStaatssecretaris Participatie & Integratie aanmoedig en die aansluit bij hetvoorstel uit de initiatiefnota van voormalig lid Kat voor een Keurmerkconvenant. Desalniettemin zien wij ruimte voor meer eenduidigheid in deconvenanten. Dit maakt het werken met verschillende gemeenten voor debewindvoerders makkelijker en zorgt voor een meer gelijke uitgangspo-sitie voor de cliënt. Wij zijn daarom verheugd dat de brancheverenigingNVVK in samenwerking met gemeenten en bewindvoerders eenmodelovereenkomst heeft opgesteld, die zorgt voor meer eenduidigheid.Per 1 juli 2023 is de duur van de wettelijke schuldregeling9 (Wet schuldsa-nering natuurlijke personen, hierna: Wsnp) gehalveerd van 36 naar 188Kamerstuk II 2023–2024, 24 515, nr. 7709Artikel 284 Fw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7955 maanden10. Dit heeft ertoe geleid dat de duur van het minnelijke trajecteveneens is gehalveerd. Momenteel wordt het schuldenbewind uitge-sproken voor bepaalde tijd11. In de praktijk spreekt de kantonrechter hetschuldenbewind uit voor de duur van vijf jaar. Na de halvering van deminnelijke regeling en Wsnp is de termijn voor schuldenbewind in depraktijk niet op eenzelfde termijn gesteld. In lijn met het eerdergenoemdeSEO onderzoek zijn wij voornemens om het gesprek met Rechtspraak tevoeren over het aanpassen van de termijn van de duur van het schulden-bewind tot drie jaar. Op deze manier kan er aansluiting worden gezocht bijde duur van de Wsnp en minnelijke regeling. Wél moet het nadien nogmogelijk zijn om het schuldenbewind langer aan te houden indien dekantonrechter dit noodzakelijk acht.Om de doorstroom te bevorderen zijn wij voornemens om eendoorstroombeloning toe te voegen aan de huidige forfaitaire vergoe-dingen12 die kunnen worden toegekend door de kantonrechter. Hiervoordient de regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentorenaangepast te worden. Eind 2025 wil ik de eerste uitwerking hiervoorgereed hebben. Deze vergoeding zal dezelfde werking hebben als devergoedingen conform artikel 3 van de Regeling beloning curatoren,bewindvoerders en mentoren. Op het moment dat het schuldendossierdoor de beschermingsbewindvoerder is aangedragen bij de gemeentelijkeschuldhulpverlening of de Wsnp kan een verzoek worden ingediend bij dekantonrechter om aanspraak te maken op deze extra beloning. Als gevolgvan de mogelijke verkorting van het schuldenbewind ontvangt debewindvoerder een lagere beloning omdat de grondslag voor hetschuldenbewind eerder komt te vervallen. Op het moment dat deschulden zijn opgelost is er namelijk geen grondslag meer om het bewindvoort te zetten. Deze beloning compenseert daarom tevens (gedeeltelijk)de verkorting van het schuldenbewind als iemand sneller doorstroomtnaar de schuldhulpverlening. De invulling van deze maatregel moet nogverder uitgedacht en uitgewerkt worden. Hierbij is afstemming met debrancheverenigingen en gemeenten noodzakelijk.Daarnaast evalueert de Staatssecretaris van Participatie en Integratie ditjaar het adviesrecht13 voor gemeenten bij schuldenbewind. Met ditadviesrecht hebben gemeenten vanaf 1 januari 2021 de mogelijkheid omde kantonrechter een advies mee te geven over mogelijke aanvullende,lichtere en/of alternatieve ondersteuningsmogelijkheden voor hetschuldenbewind. De resultaten van het onderzoek worden eind 2025verwacht.Ten aanzien van het schuldenbewind gaan wij dus concreet de volgendeacties oppakken. Ten eerste zal het gesprek met Rechtspraak gevoerdworden om te bezien of het schuldenbewind in beginsel uitgesproken konworden voor de duur van drie jaar in plaats van de huidige vijf jaar. Tentweede zal dit samen gaan met het toevoegen van een forfaitairedoorstroombeloning in de regeling beloning curatoren, bewindvoerdersen mentoren en tot slot zal het adviesrecht geëvalueerd worden.4.3 Takenpakket Om het beroep van CBM-dienstverlener toekomstbestendig te makendienen er scherpe keuzes gemaakt te worden in het huidige takenpakket.Momenteel zijn er in het BW bepaalde taken opgenomen14 die eenCBM-dienstverlener dient uit te voeren. Enkele voorbeelden die een CBMdienstverlener dient uit te voeren zijn het zorgvuldig beheer van het10Staatsblad 2023, nr. 46611Artikel 1:431 lid 1 onder b BW12Regeling belonging curatoren bewindvoerders en mentoren13Artikel 1:432a BW14Titel 16, 19 en 20 van boek 1 BWTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7956 vermogen door de bewindvoerder (art. 1:438 BW) en de informatiever-plichting van de bewindvoerder (art. 1:441 BW). Toch zie ik dat er in depraktijk verschillende interpretaties zijn en iedere CBM-dienstverlener hiereen eigen invulling aan geeft.Recentelijk heeft de Hoge Raad15 beslist dat een bewindvoerder geenWsnp-verzoek mag indienen namens een dementerende cliënt. Dit omdateen aanvraag tot schuldsanering niet onder «het beheer van degoederen» valt16. In de uitspraak van de Hoge Raad wordt tevensaangegeven dat in de praktijk blijkt dat het takenpakket onvoldoendehelder is en het dus niet duidelijk is of deze handeling onder «goedbewind» valt. Dit is ook opgenomen in de memorie van toelichting bij dewetswijziging van artikel 1:441 lid 1 BW17. Het is daarom gewenst om toete werken naar een nadere verduidelijking van het takenpakket. Hiervooris eerst meer inzicht nodig in de taken van bewindvoerders in de praktijk.De onderzoeksresultaten van Stride Consortium worden daaromafgewacht, alvorens er een oordeel kom ten aanzien van het takenpakketvan bewindvoerders.Naar aanleiding van de ontwikkelingen in de gemeentelijke schuldhulpver-lening, zoals de basisdienstverlening, en de onderdelen die daarin zijnopgenomen voor gemeenten, moet opnieuw bekeken worden of de(wettelijke) taken van de gemeenten overlappen met werkzaamheden dieCBM-dienstverleners momenteel oppakken. Hierover zullen wij nader ingesprek gaan met belanghebbenden zoals de VNG en branchevereni-gingen.4.4 Btw-vrijstelling Op 14 april 2023 heeft de Hoge Raad een uitspraak18 gedaan waarin isgeoordeeld dat CBM-dienstverleners definitief onder de vrijstelling van deWet op de omzetbelasting 1968 vallen. Naar aanleiding van de uitspraakvan de Hoge Raad heeft de Staatssecretaris van Financiën besloten19 hetoordeel van de Hoge Raad te volgen en bewindvoerders vrij te stellen vanbtw. In de zomer van 2024 heeft naar aanleiding hiervan een internetcon-sultatie plaatsgevonden ten aanzien van de btw-vrijstelling. De resultatenhiervan worden momenteel verwerkt door de Staatssecretaris vanFinanciën in de verzamelwet die per 1 januari 2026 in werking moettreden. Er mag vanaf 1 januari 2026 dus geen btw meer in rekeningworden gebracht door de CBM-dienstverleners, maar ook kan er geenaftrek van btw meer plaatsvinden. Tot de inwerkingtreding van dewetswijziging op 1 januari 2026 is het aan een curator, bewindvoerder ofmentor zelf om te beslissen of zij hiervan gebruik zullen maken.De gevolgen van deze vrijstelling verschillen voor profit- ennon-profitorganisaties:•Profitorganisaties: Voor deze organisaties komt er een btw-vrijstelling, die inhoudt dat het huidige tarief exclusief btw zal wordengehanteerd. Op basis van de huidige tarieven zal er dus een vergoe-ding van € 116,92,–20 per maand staan in een standaard dossier.Tegelijkertijd verliezen profitorganisaties het recht op btw-vooraftrek,wat (afhankelijk van de specifieke bedrijfsvoering) financiële nadelenmet zich kan brengen.•Non-profitorganisaties: Voor deze organisaties, die momenteel alzijn vrijgesteld van btw, heeft de btw-vrijstelling in eerste instantie15HR 25 oktober 2024 ECLI:NL:HR:2024:155316Artikel 1:438 lid 1 BW17Kamerstukken II, 2011–2012, 33 054, nr. 3, p. 13.18Hoge Raad 14 april 2023, nr. 20/02590, ECLI:NL:HR:2023:46019Staatscourant nr. 12111 van 20 april 202320Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, Staatscourant 2024, nr. 34161Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7957 geen directe gevolgen. Zij hanteren nu al tarieven zonder btw, zoals de€ 116,92,– voor een standaard dossier.Ten aanzien van de btw-vrijstelling komen diverse perspectieven samen.Enerzijds de belangen van zowel de profit- als de non-profit organisatiesen ook de eerdergenoemde beloning. Anderzijds zijn het in beginsel decliënten van de CBM-dienstverlener zelf die de kosten voor de dienstver-lening dienen te dragen alvorens er een beroep kan worden gedaan op debijzondere bijstand. Vanuit de stelselverantwoordelijkheid is daarom voorgekozen om de btw die vanaf 1 januari 2026 vrijgesteld wordt gedeeltelijkterug te laten vloeien naar de CBM-dienstverleners door de tarieven per1 januari 2026 met 10,5% op te hogen, wat neerkomt op een bedrag ad€ 129,20 per maand voor een standaard dossier. Deze ophoging is nodigomdat ik de werkdruk in deze branche zie toenemen. De gesprekken metde brancheverenigingen en het SEO onderzoek naar de financiering vanhet schuldenbewind zijn aanleiding geweest om een dergelijke ophogingdoor te voeren. Belangrijk is om te benoemen dat de VNG en gemeentenaangeven dat de kosten van de bijzondere bijstand al jaren stijgen en diteen component is waar rekening mee dient te worden gehouden. Hierbijwil ik benadrukken dat het verhogen van de tarieven buiten de reguliereindexatie om is en dit geen compensatie is voor het verlies van debtw-vooraftrek. De hoogte van de btw-vooraftrek is per kantoorverschillend en hier is een eigen regie op te voeren. De ophoging van10,5% exclusief de reguliere indexatie is een grote stap in de goederichting en geeft de profit organisaties meer financiële ruimte ten aanzienvan de dossiers.Deze tariefverhoging heeft mogelijk gevolgen voor cliënten vannon-profitorganisaties die een hoger tarief moeten gaan betalen. Eengroot deel hiervan doet ook een beroep op de bijzondere bijstand.Daarentegen worden de tarieven voor de profitorganisaties lager, dezegaan van € 141,47 naar € 129,20 (exclusief reguliere indexatie) wat ervoorzorgt dat er voor de bijzondere bijstand geen wezenlijk verschil zal zijn. Ikheb hierbij geprobeerd een balans te vinden tussen de diverse belangen.Gedurende het eerste jaar van de btw-vrijstelling zal ik de ontwikkelingenin de praktijk scherp blijven monitoren.4.5 Toezicht Toezicht is een essentieel onderdeel van het stelsel van CBM. Met hettoezicht op de CBM-dienstverleners wordt gewaarborgd datCBM-dienstverleners hun taken correct uitvoeren en wordt de kwaliteitvan de dienstverlening gewaarborgd. Op dit moment is het toezichtondergebracht bij de kantonrechter21 die de CBM-dienstverlener heeftbenoemd. Elk jaar moet een CBM-kantoor een controle ondergaan bij hetlandelijk kwaliteitsbureau van de Rechtspraak om te beoordelen of er nogsteeds wordt voldaan aan de kwaliteitseisen zoals vastgelegd in hetBesluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders enmentoren. Hierbij wordt ook jaarlijks een accountantsverklaring overlegd.Ten aanzien van de accountantscontrole is er tijdens gesprekken met hetkwaliteitsbureau de wens uitgesproken om de accountantscontrole enkwaliteitseisen te herijken. De komende periode zal ik hier naderegesprekken over voeren met stakeholders, zoals de brancheverenigingen,Rechtspraak, accountants en andere relevante partijen. Op deze manierwil ik in gezamenlijkheid een volgende slag maken om het beroep van deCBM dienstverlener nog beter tot haar recht te laten komen.In het individuele toezicht, dat betrekking heeft op het dossier van decliënt zelf, controleert de kantonrechter jaarlijks de werkzaamheden vande CBM-dienstverlener. Bij het beschermingsbewind en de curatele dient21Artikel 1:436 BWTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7958 de jaarlijkse rekening en verantwoording ter controle te wordenvoorgelegd ter bescherming van de financiële belangen van de betrok-kenen. Voorts moet de bewindvoerder periodiek verslag uitbrengen overhet gevoerde bewind. Bij het mentorschap is dit een voortgangsrap-portage over de ontwikkelingen rondom de cliënt. Op deze manier kan dekantonrechter nagaan of de financiële belangen en de belangen vanniet-financiële aard op een juiste en passende wijze door deCBM-dienstverlener worden behartigd en of de maatregel moet voort-duren. Bij een vermoeden van onjuist gebruik van de gelden of het nietvoldoende opkomen voor de zorgbehoefte, kan de cliënt of een naasteeen klacht indienen bij de kantonrechter. Indien daar aanleiding toe is, kande kantonrechter maatregelen treffen, zoals het oproepen van deCBM-dienstverlener voor een verhoor of het laten uitvoeren van eenonderzoek. De kantonrechter kan de CBM-dienstverlener ook schorsenen/of ontslaan. Hoewel de klachtenprocedure op papier toegankelijk lijkt –aangezien er altijd een mogelijkheid is om een klacht in te dienen over deCBM-dienstverlener – krijg ik van onder andere gemeenten en hetjuridisch loket signalen dat het ingewikkeld kan zijn voor cliënten om eenklachtenprocedure te voeren. De drempel om daadwerkelijk een klacht inte dienen bij de kantonrechter is hoog. Een brief schrijven is vanwegelaaggeletterdheid soms niet mogelijk of het indienen van een klacht blijktdoor het beperkte doenvermogen te veel gevraagd. Daarnaast ontvangtde CBM-dienstverlener de aan cliënt gerichte post, waaronder eeneventuele reactie van de Rechtspraak op de klacht. Voor het indienen vaneen klacht is niet altijd juridische bijstand mogelijk.Ik acht het van belang dat er voor deze doelgroep wordt voorzien in eenlaagdrempelige toegang tot de rechter. Daarom zal er samen met deRechtspraak en het landelijk kwaliteitsbureau een klachtformulier wordenontwikkeld die door de cliënt of diens belanghebbende kan wordeningevuld met een voorkeursadres voor de overige communicatie. Het iswel van belang dat de CBM-dienstverlener wordt ingelicht over de klacht,maar de correspondentie zal via het voorkeursadres van de cliënt gaanverlopen. Aan het einde van dit jaar dient het formulier beschikbaar te zijnvia de website van de Rechtspraak. Hierbij is het belangrijk dat de klachtenuitgebreider gemonitord en geregistreerd worden zodat, indien nodig, erbekeken kan worden of er aanvullende maatregelen nodig zijn.Een andere belangrijke factor in de efficiëntie van het toezicht is digitali-sering. Door het verder ontwikkelen door de Rechtspraak van het digitalesysteem voor het indienen en beoordelen van de rekening en verant-woording, worden zowel de efficiëntie als de transparantie vergroot. HetBesluit elektronisch communiceren professionele wettelijke vertegen-woordigers 22 dat per 1 januari 2026 in werking zal treden draagteveneens hieraan bij. Daarnaast onderzoekt de Rechtspraak demogelijkheid om realtime toezicht op basis van bankgegevens teintegreren in het digitale systeem. Dit maakt het opsporen van verdachtebanktransacties eenvoudiger, terwijl tegelijkertijd de privacy van debetrokkenen gewaarborgd moet blijven. De ontwikkelingen bij derechtspraak zal ik blijven volgen.De voorstellen uit de eerder genoemde initiatiefnota van voormalig lid Katom de gemeente een grotere rol te geven in het toezicht op bescher-mingsbewind, voeren wat mij betreft te ver. De expertise voor het toezichtop de CBM dienstverlener ligt bij de kantonrechter. Daarnaast passen ookde mogelijkheden om indien nodig bij te sturen beter bij een landelijke/regionale toezichthouder dan bij individuele gemeenten als toezicht-houder. Zoals aangegeven steunen de Staatssecretaris van Participatie enIntegratie en ik de initiatieven voor nauwere samenwerking tussengemeenten en bewindvoerders door middel van convenanten. Dezeonderlinge afspraken dienen eraan bij te dragen dat de verwachtingen van22Stb. 2024, nr. 444.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 7959 partijen over en weer duidelijk zijn en duidelijk is op welke manier eeninwoner geholpen wordt bij het instellen van een CBM maatregel.Ten aanzien van het toezicht zullen de volgende acties worden opgepakt.Ten eerste zullen er gesprekken met de diverse stakeholders gevoerdworden, mede op verzoek van het kwaliteitsbureau, om samen te kijken ofde accountantscontrole en de kwaliteitseisen herijkt dienen te worden. Tentweede zal er een klachtenformulier ontwikkeld worden samen met deRechtspraak waarbij het makkelijker moet worden om een klacht in tedienen en zal er gemonitord moeten worden door de Rechtspraak. Tot slotzal de digitalisering in de Rechtspraak blijven bijdragen aan de verbe-tering van het toezicht.4.6 Artikel 12 VN-verdrag handicap23 Bij de CBM dienstverlening moet rekening worden gehouden metontwikkelingen op het gebied van «ondersteunende besluitvorming» inhet kader van artikel 12 van het VN-verdrag Handicap. Het onderzoek datmomenteel wordt verricht door Stride consortium bekijkt het vraagstukook door de lens van het VN-verdrag. Vanuit deze invalshoek wordtNederland aangespoord om meer nadruk te leggen op het ondersteunenbij en het bevorderen van zelfstandige besluitvorming van mensen dieonder curatele, bewind of mentorschap staan. Op 11 september 2024heeft het VN comité24 een advies uitgebracht nadat Nederland op15 augustus 2024 verantwoording heeft af moeten leggen aan het VNcomité als toezichthouder. Het advies van het VN comité is om aanvul-lende methodes te ontwikkelen die bijdragen aan de ondersteunendebesluitvorming. Op dit moment acht het comité dit onvoldoende daariemand die onder een CBM maatregel komt te staan handelingsonbe-voegd (beschermingsbewind25 en mentorschap26) of handelingsonbe-kwaam (curatele27) wordt verklaard. De CBM-dienstverlener dientoverigens nu al rekening te houden met de wensen van de cliënt. Het kanechter voorkomen dat de wens van de cliënt niet overeenkomt met wat opde lange termijn beter wordt geacht voor de client door deCBM-dienstverlener. Hierover moet een gesprek plaatsvinden tussenbeide partijen, waarbij het uiteindelijk mogelijk is om de kwestie voor teleggen aan de kantonrechter. Het instellen van curatele, bewind en/ofmentorschap door de kantonrechter gebeurt niet zonder reden. Dekantonrechter beoordeelt het verzoek tot instelling van een beschermings-maatregel door te toetsen of zich een grond voordoet om een persoononder curatele, bewind of mentorschap te stellen en door deze persoon tehoren. De instelling van een dergelijke beschermingsmaatregel kan voorde betrokkene ingrijpend zijn. De werkagenda voor het VN VerdragHandicap wordt momenteel opgesteld door de StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg. Uiteraard onderschrijven wij hetbelang van het voldoen aan de vereisten van artikel 12 van hetVN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en zullendus actief bijdragen aan de werkagenda.5. Conclusie Het CBM-stelsel is belangrijk voor mensen die al dan niet tijdelijk zelf nietin staat zijn om hun belangen zelfstandig te behartigen. Het omvat zwareinstrumenten, die ingrijpen in de handelingsbevoegdheid van mensen.23Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, 13 december 200624UN Committee on the Rights of Persons with Disabilities, Concluding observations on theinitial report of the Kingdom of the Netherlands, 27 september 202425Artikel 1:438 lid 2 BW26Artikel 1:453 lid 3 BW27Artikel 1:381 lid 2 BWTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79510 Het is daarom belangrijk dat dit stelsel goed functioneert en mensen diedat nodig hebben op kwalitatief goede hulpverlening kunnen rekenen. Wijzijn dan ook blij met de maatschappelijke en politieke aandacht voor ditonderwerp. In het verlengde daarvan is het belangrijk dat zeker eenmaatregel als schuldenbewind niet voor langere duur wordt opgelegd dannoodzakelijk. Daarom gaan wij met de Rechtspraak in gesprek om tekijken of de gebruikelijke vijf jaar die momenteel in de praktijk wordtopgelegd bij schuldenbewind naar beneden kan worden bijgesteld. Hierbijbenadrukken wij dat zorgvuldigheid geboden is en dat men niet deverstrekkende gevolgen van de handelingsonbevoegdheid in dergelijkegevallen moet onderschatten.Indien de periode waarvoor het schuldenbewind wordt uitgesprokenwordt verkort naar 3 jaar, kunnen wij op een budgetneutrale manier eenextra vergoeding geven aan de schuldenbewinden door een forfaitairebeloning toe te voegen aan de Regeling curatoren, beschermingsbewind-voerders en mentoren. De wij zullen uw Kamer in Q4 2025 informerenover de uitwerking.Ten aanzien van het takenpakket van bewindsvoerders wachten wij deuitkomsten van het onderzoek van Stride consortium af. Dit onderzoek zalnaar verwachting, vanwege lopende pilots, in Q3 2027 afgerond zijnwaarna uw Kamer nader geïnformeerd zal worden.Het toezicht zal te maken krijgen met een herijking van de accountants-controle en de kwaliteitseisen. Daarnaast wordt er een laagdrempeligklachtenformulier ontwikkeld die ervoor moet zorgen dat de drempel omeen klacht in te dienen bij de kantonrechter wordt verlaagd. Ook eenverscherping van de monitoring is hier onderdeel van.Tot slot vraagt de btw-vrijstelling die per 1 januari 2026 doorgevoerd zalworden om een herziening van de tarieven. Daarom worden de tarievenmet 10,5% verhoogd per 1 januari 2026, dit is exclusief de gebruikelijkeindexering die jaarlijks plaatsvindt. Met deze belangrijke eerste stap wil ikonderstrepen dat ik de zorgen van de CBM-dienstverleners zie.De CBM dienstverlener is niet altijd zichtbaar in onze maatschappij, maarvervult een belangrijke taak met een verantwoordelijkheid voor mensendie veelal in een kwetsbare positie verkeren.Wij zijn verheugd met de stappen die gezet worden en willen in gezamen-lijkheid blijven kijken naar wat mogelijk en haalbaar is om het stelsel teblijven verbeteren.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 79511

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 51ef2a7fec04d8bb

14 okt 2026 · a5d02e4de559f9ef

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.