KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsbrief 2026-2030 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

24 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ce0a17f00e05bb7d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2026Nr. 148 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 april 2026Onderwijs, onderzoek, cultuur, media en emancipatie staan aan de basisvan een goed opgeleide en weerbare samenleving en een goed functio-nerend en welvarend land. Ze vormen de motor voor vernieuwing envooruitgang, en zorgen voor verbinding in de samenleving. In de huidigetijd van onzekerheid en groeiende spanningen in de wereld vergt die basisonderhoud en versterking. De internationale verhoudingen veranderensnel; de waarden en vrijheden die de pijlers vormen van onze democra-tische rechtsstaat worden uitgedaagd. De economische positie vanNederland en Europa vereist meer innovatie en strategische autonomie.Juist nu is investeren in kennis, vaardigheden, creativiteit en kritischdenken nodig. Als fundament voor vooruitgang, verbondenheid en eensterke economie.In het debat over de regeringsverklaring heeft de Minister-President uwKamer een beleidsbrief vanuit de afzonderlijke departemententoegezegd.1 Deze brief geeft inzicht in de opdrachten uit het coalitieak-koord op het terrein van het Ministerie van OCW.Goed onderwijs leidt mensen op tot weerbare burgers. In het primair,voortgezet en speciaal onderwijs wordt de basis gelegd om later mee tekunnen doen in de maatschappij. Hier worden de talenten van detoekomst ontdekt en gevormd. Onderwijs is vooruitgang: een dag nietgeleerd is een dag niet geleefd. Het vervolgonderwijs bouwt hierop voort,door talenten op te leiden voor al die sectoren die ons land sterk enzelfstandig houden. Van de zorg en het onderwijs, tot techniek en defensieen van werknemer tot ondernemer. Leren stopt niet als je eenmaal eendiploma op zak hebt. Met Leven Lang Ontwikkelen stimuleren we datmensen zich blijven ontwikkelen, ook tijdens hun loopbaan. Nederland1Hiermee wordt ook toezegging TZ202603-198 beschouwd als afgedaan. kst-36800-VIII-148ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1481 staat internationaal bekend als een land van kennis, onderzoek eninnovatie, die positie gaan we de komende jaren nog meer verstevigen.Met vernieuwend onderzoek kunnen we oplossingen vinden om de groteproblemen als vergrijzing, klimaat en onveiligheid aan te pakken. Daarbijis kennis ook de drijvende kracht onder onze economische welvaart.Cultuur en erfgoed zorgen ervoor dat mensen zich thuis voelen. Zeverbinden, bieden plek voor ontmoeting en geven uiting aan onzegedeelde identiteit. Cultuur en erfgoed bieden niet alleen inspiratie enhoop, maar leveren ook grote economische waarde. Met vrije en sterkemedia, lokaal, regionaal en landelijk borgen we dat alle stemmen gehoordworden. Onze academische, artistieke en journalistieke vrijheid houdenons scherp en zorgen voor de kritische controlemacht die elke democratienodig heeft. Bovendien moet je in ons land vrij kunnen zijn om je eigenlevenskeuzes te maken en moet iedereen een gelijkwaardige uitgangspo-sitie hebben. Deze waarden zijn niet gratis en vragen om onderhoud.Nederland is een sterk en fijn land om in te wonen. Dat willen we zohouden.In het coalitieakkoord hebben drie partijen – D66, VVD en CDA – afsprakengemaakt over de maatregelen die nodig zijn om Nederland weer vooruitte krijgen (bijlage bij Kamerstuk 36 848, nr. 31). Deze brief geeft specifiekinzicht in de opdrachten uit het coalitieakkoord op het terrein van hetMinisterie van OCW. Dat laat onverlet dat de opgaven waar dit kabinetvoor staat vragen om één overheid die duidelijk kiest, samenwerkt enlevert. In gezamenlijkheid. Alleen door samen te werken kunnen weresultaten boeken waar mensen op rekenen. Daar is de inzet van devolledige Rijksdienst, de medeoverheden en de publieke dienstverlenerskeihard bij nodig. Hierbij hecht dit kabinet veel waarde aan de samen-werking met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden en maatschap-pelijke organisaties.In deze brief geven we een zo goed mogelijke inschatting van het tijdspadvan onze nadere uitwerkingen. De precieze stappen kunnen variëren alsgevolg van de benodigde afstemming met samenwerkingspartners, maarook de effecten van de financiële taakstellingen op het ministerie. Wegaan in deze brief eerst in op het funderend onderwijs, vervolgens op hetmbo, hoger onderwijs en wetenschap. Daarna delen we onze plannenvoor de cultuur- en mediasector en gaan we in op het emancipatiebeleid.Tot slot wordt een overzicht gegeven van de financiële investeringen vandit kabinet in de OCW-sectoren. Voor sommige maatregelen is de keuzegemaakt voor wettelijke verankering. Daarnaast heeft vereenvoudigingvan wet- en regelgeving ook onze nadrukkelijke aandacht, in lijn met deambities uit het coalitieakkoord. Met uw Kamer voeren we graag hetgesprek over deze Beleidsbrief. We geven u graag de suggestie mee dit tedoen in een hoofdlijnendebat, om nader van gedachten te wisselen overde prioriteiten voor de komende kabinetsperiode.Wij kijken er naar uit om met ambitie te werken aan de opdrachten uit hetcoalitieakkoord. Dit doen we uiteraard samen met uw Kamer en debovengenoemde partijen, maar bovenal met de mensen om wie het gaat;de leerlingen en ouders, studenten, docenten, onderzoekers, experts,journalisten en creatieve makers. In de afgelopen weken hebben wij alvelen van hen gesproken. Bij al die kennismakingen ervaren wij veelpositieve energie om samen verder te bouwen aan een sterk enwelvarend Nederland. Aan de slag!Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1482 Betere basisvaardigheden in het funderend onderwijsHet opleiden voor de toekomst van Nederland begint bij de ontwikkelingvan leerlingen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Dit kabinetblijft de komende jaren prioriteit geven aan het verbeteren van deprestaties op lezen, schrijven en rekenen. De urgentie hiervoor is groot: deprestaties van leerlingen moeten na jaren van daling de komende jarenweer omhoog. En de kwaliteitsverschillen tussen scholen moeten kleiner.Een goede beheersing van de basisvaardigheden stelt jongeren envolwassenen in staat om volwaardig mee te kunnen doen in het vervolg-onderwijs, op de arbeidsmarkt en in de samenleving.Met het Masterplan basisvaardigheden zetten we hier vol op in: het is deambitie dat aan het eind van schooljaar 2027–2028 bij alle leerlingen dieuitstromen uit het primair en voortgezet onderwijs zowel de basis als deaansluiting op orde is. Dit betekent dat zij in ieder geval het fundamenteleniveau behalen. Daarnaast behalen de leerlingen die dat nodig hebbenvoor een goede aansluiting op het vervolgonderwijs ook het streefniveau.De urgentie is enorm, blijkt ook uit onder andere PISA-onderzoek. Eengroeiende groep jongeren behaalt niet het leesvaardigheidsniveau datnodig is om mee te kunnen komen in de samenleving. We moeten het tijkeren. De subsidie basisvaardigheden voor scholen wordt per 2027omgezet in structurele bekostiging. Zo kunnen scholen duurzame plannenmaken. Gerichte bekostiging maakt het mogelijk om voorwaarden testellen aan structurele bekostiging en om de grote verschillen tussenscholen (als het gaat om kwaliteit) te verkleinen. Ook werken we aannormen voor overhead en onderwijspersoneel, omdat niet altijd goedzicht is op de wijze waarop de bekostiging in het funderend onderwijswordt ingezet. Hierbij betrekken we het onderzoek naar overhead dat uwKamer heeft laten uitvoeren. Voor de zomer van 2026 wordt uw Kamerover al deze zaken geïnformeerd en ontvangt uw Kamer het wetsvoorstelvoor de gerichte bekostiging.Naast het Masterplan zetten we meer noodzakelijke stappen om debasisvaardigheden te verbeteren. Met het nieuwe curriculum is het voorscholen opportuun om hun onderwijs een kwaliteitsimpuls te geven. Voorde zomer van 2026 wordt uw Kamer geïnformeerd over de voortgang vande implementatie van het nieuwe curriculum. We zetten daarnaast extra inop leesvaardigheid en leesplezier door de Bibliotheek op school struc-tureel te financieren. Tenslotte is het van belang dat leermiddelenkwalitatief goed en evidence-informed zijn. Voor het einde van het jaarinformeren we uw Kamer over de maatregelen in dat kader, inclusief hetin het coalitieakkoord genoemde keurmerk.Hoe vroeger we achterstanden aanpakken, hoe beter. Daarom zetten westerk in op goede voorschoolse en vroegschoolse educatie voor allepeuters en kleuters die dat nodig hebben. Om alle kinderen op tijd inbeeld te krijgen en bij het onderwijs te betrekken, verkennen we eenaanmeldplicht voor kinderen vanaf 4 jaar.Praktijkgericht-, techniek-, en technologieonderwijs vormen een anderebelangrijke inzet met het oog op de toekomst. We bouwen voort opbestaande aanpakken, zoals de verkenning naar een structurele, regionalefinanciering van Sterk Techniekonderwijs vanaf 2029 en het latenkennismaken van alle jongeren in het basis- en voortgezet onderwijs mettechniek en technologie via het Nationaal GroeifondsprogrammaTechkwadraat. Verder werken we aan het actualiseren van de kerndoelenen examenprogramma’s in het primair en voortgezet onderwijs, en in hetbijzonder de vmbo-profielen, zodat het onderwijs beter aansluit op deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1483 veranderende samenleving, arbeidsmarkt en het vervolgonderwijs. Metpraktijkgerichte vakken in vmbo gl/tl en op de havo stimuleren wepraktijkgericht onderwijs in het hele funderend onderwijs. Voor de zomervan 2026 ontvangt uw Kamer over al deze onderwerpen meer informatie.Investeren in vakmanschap en teamprofessionaliseringEen goede inspirerende leraar is van onmisbare waarde voor leerlingenom zich goed te kunnen ontwikkelen en te kunnen leren. En leraren zijngebaat bij goede schoolleiders. Goed onderwijs begint dan ook bijprofessionele en lerende teams van leraren, schoolleiders en onderwijs-ondersteunend personeel die zich doorlopend blijven bijscholen enontwikkelen. In de komende jaren moet het heel normaal worden datonderwijspersoneel zich blijvend professionaliseert, nadrukkelijk inteamverband. Daarom investeren we structureel € 346 miljoen in deprofessionalisering van onderwijspersoneel op teamniveau. Met dezemiddelen investeren we ook in bepaalde randvoorwaarden en aanvul-lende maatregelen voor het funderend onderwijs. We gaan in gesprek metde sector hoe dit concreet en effectief invulling te geven. In 2027 zal€ 46 miljoen beschikbaar zijn voor de opstart van de professionaliserings-ambities, omdat we verwachten dat een groot deel van het budget nodigzal zijn voor de opvolging van de uitspraak in hoger beroep over debekostiging in het primair onderwijs.Daarnaast werken we aan landelijke professionele standaarden, loopbaan-paden, doorgroeimogelijkheden en inhoudelijke specialisaties voorleraren en bekwaamheidseisen voor schoolleiders. Eén van de doelen isdat alle studenten (100%) in 2029 binnen een onderwijsregio wordenopgeleid volgens de systematiek van Samen opleiden (dat is nu 71%). Westimuleren een stevige onafhankelijke beroepsgroep die op termijn deverantwoordelijkheid neemt voor verplichte continue professioneleontwikkeling. Voor de zomer van 2026 ontvangt uw Kamer de halfjaar-lijkse voortgangsbrief over de lerarenstrategie. Deze bevat een nadereuitwerking en beschrijft de voortgang van het wetsvoorstel waarmee weinspraak van leraren en schoolleiders versterken.We nemen ook extra maatregelen voor het aantrekken en behouden vanleraren en schoolleiders. Het tekort mag niet verder oplopen. Met delerarenopleidingen hebben we als doel om de opleidingen aantrekkelijkerte maken, de kwaliteit en de instroom te verhogen en de inzetbaarheidvan leraren te vergroten. We willen daarom de lerarenopleidingenversterken door het creëren van één stevig, landelijk fundament voor dekwaliteit van startende leraren. Zo zorgen we dat de bekwaamheid aan heteinde van elke opleidingsroute voor leraren op een gelijke manier getoetstwordt.Ook zij-instroom maken we aantrekkelijker, met structureel € 88 miljoen.Het doel is een toename van het aantal zij-instromers met 15%: van 1.250naar 1.450 zij-instromers per jaar in het funderend onderwijs. We bouwenvoort op de ideeën van (ex-)zij-instromers, leraren en schoolleiders voorverbetering.Leraren moeten volop kunnen blijven participeren. Bij onverhooptewerkloosheid is het van belang dat ze snel van werk naar werk wordengeleid en ze te behouden voor het onderwijs. Het meer activerend makenvan de bovenwettelijke werkloosheidsregelingen draagt daarmee bij aande kwaliteit van het onderwijs. Daar is overeenstemming tussenwerkgevers en werknemers voor nodig. Tot slot is het voor het aantrekkenen behouden van leraren belangrijk dat de regeldruk lager wordt, waarmogelijk met behulp van digitalisering en innovatie. Samen met deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1484 Inspectie van het Onderwijs en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs enVorming bespreken we de planlastcalculator en bekijken we welkeonderdelen en aspecten relevant zijn voor de Nederlandse context.Naast het blijven aantrekken en opleiden van nieuw onderwijspersoneel,is beter leren omgaan met personeelsschaarste belangrijk. Daarvoor zijninnovatie en goede samenwerking in de onderwijsregio’s het fundament.Goed werkgeverschap en ook goede schoolleiders zijn een randvoor-waarde. In december 2025 heeft de Raad van State advies uitgebrachtover het Wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid en arbeidsmarktmaat-regelen. We komen kort voor de zomer van 2026 met een integraal beeldvan de uitwerking van alle voornemens rondom onderwijspersoneel.Benutten van elk talent in het funderend onderwijsOm ieder talent te benutten investeren we in de noodzakelijkevoorwaarden voor leerlingen om te leren en het beste uit zichzelf te halen.We richten ons daarbij specifiek ook op jongeren die uitvallen of dreigenuit te vallen. Dit is in het belang van de leerling zelf, nu en als volwassene,en van de samenleving en de economie als geheel.Daarom verhogen we de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelenvoor voor- en vroegschoolse educatie vanaf 2027 met structureel€ 60 miljoen. Ook geven we leerlingen die dat het hardste nodig hebbenextra leer- en ontwikkeltijd met het programma School & Omgeving. Weinvesteren hier vanaf 2027 structureel € 121 miljoen voor het bereiken vancirca 70.000 leerlingen extra. Vanaf 2029 worden de subsidies voor hetprogramma School & Omgeving, de brugfunctionaris en schoolmaaltijdenomgezet in structurele bekostiging. We starten de internetconsultatie vandit wetsvoorstel deze zomer. Daarnaast werkt de Minister van LVVN dekomende tijd in afstemming met ons ministerie en het Ministerie vanVWS uit op welke manier het gratis schoolfruit voor kinderen in hetprimair en voortgezet onderwijs beschikbaar wordt gesteld.De ene leerling weet heel vroeg wat hij of zij wil en kan, en de ander heeftdaar meer tijd voor nodig. Daarom zorgen we voor keuzevrijheid voorleerlingen om het onderwijs te kunnen volgen dat bij hen past. Dit kandoor een goede regionale mix aan brede brugklassen en onderwijs in éénrichting. We investeren hierin vanaf 2027 structureel € 58 miljoen.Ieder kind moet goed en passend onderwijs krijgen, met inclusiefonderwijs waar mogelijk en gespecialiseerd onderwijs waar nodig. Zoworden meer kinderen beter ondersteund en neemt de instroom in hetgespecialiseerd onderwijs af. Mentale gezondheid zoals angsten, traumaof depressie kunnen een rol spelen bij waarom kinderen vastlopen in hetonderwijs. Datzelfde geldt voor neurodiversiteit of oorzaken in dethuissituatie, zoals financiële stress. We werken daarom samen metpartners aan een pedagogische basis in en om de school. Professionalsvan het lokale team zijn bijvoorbeeld aanwezig en beschikbaar op school,waardoor leerlingen (en ouders), leraren en schoolteams beter wordenondersteund. Om dit te realiseren werken we er interdepartementaal, viade Sociale Agenda voor Nederland, aan om onder andere jeugdhulp enjeugdzorg, kinderopvang, schuldhulpverlening, onderwijs en GGZ vanuitde verschillende domeinen gezamenlijk op te pakken. Ook verbeteren wede zorgplicht van scholen zodat kinderen beter een school vinden waar zeterecht kunnen. We stimuleren dat er in elke regio voldoende onderwijs-aanbod is voor neurodivergente leerlingen. Hierbij passen de vanaf 2026reeds beschikbaar gestelde structurele middelen (€ 23 miljoen) aansamenwerkingsverbanden voor (hoog)begaafde leerlingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1485 We kijken ook naar wat kinderen nodig hebben om zich te ontwikkelen enniet uit te vallen. Scholen moeten meer ruimte krijgen om in het belangvan de leerling onderwijs digitaal, op een andere locatie of in combinatiemet zorg mogelijk te maken. Rond de zomer van 2026 start daarom deinternetconsultatie van het wetsvoorstel Maatwerkmogelijkhedenfunderend onderwijs. We onderzoeken de redenen voor langdurige uitvalen verkennen wat nodig is om dit te voorkomen. Het streven is dat de wetTerugdringen Schoolverzuim op 1 januari 2027 in werking treedt. In mei2026 wordt uw Kamer verder geïnformeerd over de stand van zaken vanpassend en inclusief onderwijs.Met het programma Maatschappelijke Diensttijd ondersteunen wejongeren van 12 tot 30 jaar in hun persoonlijke ontwikkeling, ook buitenhet onderwijs, én worden zij actief betrokken bij de samenleving. Zovergroten we burgerschap, maken we de samenleving weerbaarder enkunnen jongeren hun talenten ontdekken. Uw Kamer heeft recent eenbrief ontvangen over hoe MDT de komende jaren wordt doorgezet.2Veilig en vrij lerenDe vrijheid van onderwijs is een groot goed. Tegelijkertijd mag de vrijheidvan onderwijs geen reden zijn om de basiswaarden van de democratischerechtsstaat, vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, te ondermijnen.Daarom wordt via de wettelijke burgerschapsopdracht van scholengevraagd dat ze nadrukkelijk aandacht besteden aan kennis over, en hetwaarderen en naleven van, deze basiswaarden. De wettelijke burger-schapsopdracht is geëvalueerd en voor de zomer van 2026 volgt eennadere inhoudelijke reactie op deze wetsevaluatie. We verkennen in datlicht ook hoeveel ruimte er is om tot nadere normstelling te komen tenaanzien van de spanning tussen het overdragen van een eigen mens- enmaatschappijvisie binnen het bijzonder onderwijs en de gelijke behan-deling. Hierover wordt uw Kamer in het najaar geïnformeerd. Ook werkenwe verder aan wetgeving om toezicht op informeel onderwijs mogelijk temaken en daarmee te voorkomen dat buitenlandse mogendhedeninformatie verspreiden die ingaat tegen de basiswaarden van dedemocratische rechtsstaat en aanzet tot haat, geweld en/of discriminatie.Ook in deze onderwijsomgeving moet ieder individu zich vrij en veiligkunnen ontwikkelen.Leren en ontwikkelen gaat over je veilig en gezien voelen. Dit vraagt omeen veilig schoolklimaat, waaraan school, ouders en de omgeving van deschool samenwerken. Met het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs wordthet zicht op de veiligheid op school en online verbeterd, zorgen we voorbegeleiding en ondersteuning bij onveiligheid en voor een goedeevaluatie en coördinatie van het veiligheidsbeleid.3 Het streven is dat dezewet 1 augustus 2027 in werking treedt. Het kabinet onderzoekt ook ofcontinue screening van Verklaringen Omtrent het Gedrag in het funderendonderwijs daaraan bijdraagt. Bovendien komt er een wettelijke advies-plicht bij signalen van huiselijk geweld en andere schadelijke praktijkenvoor onderwijs- en zorgprofessionals.Daarnaast nemen we in het vernieuwde curriculum kerndoelen digitalegeletterdheid op. In het kader van het recent aangekondigde regieplanDigitalisering funderend onderwijs gaan we in gesprek met de vertegen-woordigers van leerlingen, ouders, leraren, schoolleiders en bestuurdersover aanscherping van de mobieltjesrichtlijn naar «thuis of in de kluis».42Kamerstukken II 2025–2026, 35 034, nr. 35.3Kamerstukken II 2024–2025, 36 777, nr. 2.4Kamerstukken II 2025–2026, 32 034, nr. 72.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1486 Uw Kamer wordt voor de zomer van 2026 geïnformeerd over devoortgang van dit regieplan, daarin komt ook het belang van artificiëleintelligentie voor onderwijs terug.Randvoorwaarden voor goed funderend onderwijsVoor goed onderwijs is het ook nodig dat randvoorwaarden, zoalshuisvesting, op orde zijn. Veel schoolgebouwen zijn verouderd. Omsneller en kostenefficiënter betere schoolgebouwen te realiseren,ondersteunen we samen met de PO-Raad, VO-raad en de VerengingNederlandse Gemeenten scholen en gemeenten bij het bouwen,renoveren en exploiteren van schoolgebouwen. Dat doen we met hetwetsvoorstel Planmatige aanpak onderwijshuisvesting.5 Het streven is datdit wetsvoorstel op 1 januari 2027 in werking treedt. Daarnaast zijn we aande slag met innovatie, standaardisering, kennisdeling en professionali-sering bij scholenbouw. In het najaar van 2026 ontvangt uw Kamer hiereen brief over. Daarin gaan we ook in op de rol van publiek-privatesamenwerking naar Vlaams voorbeeld.Het scholenlandschap verandert door nieuwe en opgeheven scholen.Jaarlijks komen er circa 25 nieuwe scholen bij in het basis- en voortgezetonderwijs. Tegelijkertijd zitten er ongeveer 500 basisscholen onder degemeentelijke opheffingsnorm. Wij willen dit scholenlandschap in zijngeheel bekijken. Dat betekent enerzijds de stichtingsprocedure voornieuwe scholen verbeteren. Het Ministerie van OCW spreekt dit voorjaarmet verschillende onderwijspartijen over de evaluatie van de wet MeerRuimte voor Nieuwe Scholen. Anderzijds zijn we van plan het stelsel vaninstandhouding en opheffing in het basisonderwijs te herzien. Voor dezomer van 2026 wordt uw Kamer over beide trajecten geïnformeerd.Effectief toezicht is essentieel om de kwaliteit van het onderwijs te kunnenborgen. Het coalitieakkoord spreekt de ambitie uit om de inspectieminimaal iedere vier jaar alle scholen te laten bezoeken. We investerenhierin structureel € 30 miljoen. Uw Kamer wordt in het najaar van 2026nader geïnformeerd over de uitwerking van deze ambitie, de wijze waaroptoezicht kan bijdragen aan het verbeteren van kwaliteit, het verkleinen vankwaliteitsverschillen en het tegengaan van regeldruk in alle sectoren. Danwordt ook toegelicht hoe de beoogde investeringen worden ingezet inrelatie tot de extra taken en inzet van de Inspectie van het Onderwijs.Parallel daaraan wordt al gewerkt aan verdere opschaling van het aantalschoolbezoeken binnen het toezicht in het funderend onderwijs, conformde inzet uit de Kamerbrief over toezicht van december 2025.6In Caribisch Nederland werken wij met openbare lichamen, scholen,cultuurinstellingen en andere stakeholders aan een gelijkwaardigvoorzieningenniveau en kansen, en kijken we bij nieuwe wetgevingconform het coalitieakkoord over de breedte van het beleid naar detoepasbaarheid voor Caribisch Nederland («comply or explain-principe»).De eerder met uw Kamer gedeelde onderwijsagenda’s, cultuuragenda’s ende emancipatienota bevatten hiervoor de concrete afspraken.Goed onderwijs vraagt om permanent onderhoud met oog voor de langetermijn. We vragen een staatscommissie te onderzoeken wat er voor delange termijn nodig is om te zorgen dat kinderen zich op 18-jarige leeftijden daarna kunnen redden in de maatschappij, het vervolgonderwijs en dearbeidsmarkt. Dat kan gaan over (onderdelen van) ons onderwijsstelsel,maar ook gericht zijn op de raakvlakken met andere sectoren, zoals5Kamerstukken II 2024–2025, 36 692, nr. 2.6Kamerstukken II, 2025–2026, 31 293, nr. 865Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1487 kinderopvang. Na de zomer van 2026 informeren we uw Kamer over deopdracht en inrichting van de staatscommissie.Student: de juiste randvoorwaarden creëren voor het talent vande toekomstNederland heeft een kwalitatief hoogwaardig en toegankelijk stelsel vanvervolgonderwijs. We vinden het belangrijk dat voor studenten in hetmbo, hbo en wo de randvoorwaarden beschikbaar zijn om zichzelf tekunnen ontplooien en hun unieke talenten en vaardigheden te ontdekkenen ontwikkelen waarmee ze hun plek in de samenleving vinden. Het maaktniet uit of je nu in het mbo, hbo of wo studeert. We beschouwen dezesectoren als gelijkwaardig en waarderen de unieke en cruciale wijzewaarop de studenten uit deze sectoren bijdragen aan onze samenleving.Tegelijkertijd wordt een groot aantal studenten in mbo, hbo en wogeconfronteerd met financiële onzekerheid en ervaren prestatiedruk, metals gevolg onnodige uitval en zorgen om mentaal welzijn.7, 8 Dit kabinetzet daarom de komende jaren in op diverse maatregelen.In het coalitieakkoord is opgenomen dat het kabinet inzet op het verbe-teren van de financiële positie van studenten en een rentemaatregel voorstudieleningen. Voor de eerste maatregel is structureel € 109 miljoengereserveerd in een oplopende reeks, die start vanaf studiejaar2028–2029. Daarmee kan een verhoging van de basisbeurs voor uitwo-nende studenten worden gerealiseerd van € 50. Voor de rentemaatregelvoor studieleningen is een bedrag gereserveerd van structureel€ 40 miljoen.9 Uw Kamer wordt voor de zomer van 2026 geïnformeerdover de nadere uitwerking van deze maatregelen. Wij gaan graag met uwKamer in gesprek om een integrale weging te maken tegen de achter-grond van de bij de Kamer aanwezige wensen.10 Onze voorgangershebben de Kamer op verschillende momenten hierover geïnformeerd.11Het kabinet zet de integrale aanpak studentenwelzijn voort met deafspraken uit het Kader Studentenwelzijn 2023–2030 voor hogescholen enuniversiteiten en de diverse lopende programma’s op dit terrein, ook voorhet mbo. Uw Kamer wordt voor de zomer van 2026 over de inzetgeïnformeerd samen met de kabinetsreactie op het Onderwijsraadadviesover welzijn en onderwijs.12In het coalitieakkoord is afgesproken uitval in het mbo te voorkomen. Datgaat het kabinet onder andere doen met de uitvoering in de regio van deWet van school naar duurzaam werk. Deze wet is ingegaan op 1 januari2026. Scholen, gemeenten en doorstroompunten werken op grond vandeze wet verplicht samen om jongeren naar school of werk te begeleiden.Verzuiminformatie kan daarbij helpen om te bepalen welke maatregelennodig zijn en – zodra eenmaal geïmplementeerd – of die maatregelen ookhelpen. Het versterkt daarmee de aanpak om voortijdig schoolverlaten in7Monitor Mentale gezondheid, middelengebruik en brede gezondheidsindicatoren, studentenmbo 2024–2025.8Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik, studenten hbo en wo 2025.9Dit bedrag is afhankelijk van de precieze vormgeving.10Zoals onlangs met de aangenomen motie van het lid Straatman over studiefinancierings-rechten bij de doorstroom van een hbo-bachelor naar een wo-master. Tweede Kamer2025–2026, 36 800 VIII-106.11Onder andere met de brief «Het vervolgonderwijs als waaier» (Kamerstukken II, 2023–2024,31 288, nr. 1111) en de brief «Verschillen normbedragen studiefinanciering en restitutie les- encursusgeld» (Kamerstukken II, 2025–2026, 24 724, nr. 249).12https://www.onderwijsraad.nl/documenten/2026/01/15/welzijn-en-onderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1488 zowel het mbo als het funderend onderwijs te voorkomen. Uw Kamerwordt in het tweede kwartaal van 2026 geïnformeerd over de stand vanzaken.Zoals in het coalitieakkoord afgesproken zet het kabinet zich in omstagevergoedingen wettelijk te verankeren en stagediscriminatie tegen tegaan. Voor de zomer van 2026 informeren we uw Kamer over deverplichte stagevergoedingen in het vervolgonderwijs. Het kabinet zet zichonverminderd in voor het tegengaan van stagediscriminatie, via hetstagepact mbo en het manifest tegengaan stagediscriminatie in het ho.13De basis op orde in het vervolgonderwijsDe randvoorwaarden voor het vervolgonderwijs moeten nu en in detoekomst op orde zijn. Daarom werkt het kabinet aan stabiele financieringen onderwijskwaliteit.Stabiele financiering voor toegankelijk onderwijsDe dalende studentenaantallen zetten het onderwijs in het mbo, hbo enwo onder druk met gevolgen voor onder meer de toegankelijkheid en deblijvende beschikbaarheid van onderwijs en onderzoek in de regio. Hetkabinet werkt voor zowel het mbo als voor het hbo en wo aan eenwijziging van de financiering waardoor deze minder afhankelijk is vanfluctuaties in de studentenaantallen. Dit biedt instellingen meer stabiliteiten rust, vermindert de concurrentieprikkel tussen instellingen en vergrootde samenwerking. Het kabinet spreekt uitvoerig met het veld over deherziening. De beoogde inwerkingtreding van de nieuwe bekostigingssys-tematiek in het vervolgonderwijs is 2029. Voor de zomer van 2026 wordtuw Kamer hierover nader geïnformeerd; daarbij wordt voor het mbo ookhet onafhankelijke advies van de reviewcommissie onder leiding van KeesVendrik meegenomen.Kwaliteit en innovatie voor het mboDit kabinet werkt aan beroepsonderwijs van topkwaliteit. Door vorigekabinetten is uitvoering gegeven aan een werkagenda voor het mbowaarin kwaliteit en innovatie ook een plek hebben. De komende periodewillen wij samen met de sector met onverminderde energie doorwerkenaan de doelstellingen uit de Werkagenda.14 Die loopt tot en met 2027. UwKamer wordt in het najaar geïnformeerd over de voortgang van en hetvervolg op de Werkagenda na 2027.Innovatie verdient een plek in het hart van het mbo én het midden- enkleinbedrijf. Het kabinet investeert structureel in regionale innovatie en dekracht van publiek-private samenwerking door het Regionaal Investerings-fonds weer terug te brengen op het oorspronkelijke niveau van structureel€ 28 miljoen. We verkennen of een subsidieregeling daarvoor het meestgeëigende instrument blijft. Het kabinet betrekt in die verkenning hoeinnovatie, practoraten, toepassing van kennis en regionale publiek-privatesamenwerking elkaar in het mbo optimaal versterken. De Kamer wordthierover begin 2027 geïnformeerd.Ook zet het kabinet in op het verder versterken van de onderwijskwaliteitvia de volgende maatregelen. Met het wetsvoorstel Vereistenmbo-docenten basisvaardigheden werkt het kabinet aan verbetering van13Kamerstukken II 2023–2024, 31 524, nr. 617 en https://open.overheid.nl/documenten/74c0269a-d08e-4779-b707-4d71dd8820ea/file.14https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/02/14/werkagenda-mbo.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1489 taal-, reken- en burgerschapslessen. Uw Kamer ontvangt dit wetsvoorstelnaar verwachting na de zomer van 2026. De beoogde inwerkingtreding is1 augustus 2027. Daarnaast wordt uw Kamer na de zomer van 2026 perbrief geïnformeerd over docentprofessionalisering in het mbo. Dit kabinetgaat ook door met de Aanpak basisvaardigheden mbo. Uw Kamerontvangt eind 2026 een brief waarin wordt ingegaan op de stand vanzaken van de nieuwe taaleisen. Daarbij wordt ook ingegaan op hoe deexaminering van Nederlands verder wordt uitgewerkt.Met het wetsvoorstel Uitwerking burgerschapsopdracht WEB geeft hetkabinet invulling aan het verbeteren van het burgerschapsonderwijs. UwKamer ontvangt dit wetsvoorstel naar verwachting na de zomer van 2026.De beoogde inwerkingtreding is 1 augustus 2027.Talentstrategie: talent voor de arbeidsmarkt van morgenNederland heeft voldoende en goed opgeleid talent nodig voor demaatschappelijke opgaven en de toekomstige welvaart van Nederland.Dat vraagt gezamenlijke actie, waarin instrumenten voor het onderwijs, dearbeidsmarkt, productiviteit, fiscaliteit en gerichte migratie een plekkrijgen. Uw Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 deze kabinetsbredetalentstrategie.15 Enkele onderwijsaspecten worden hieronder nadertoegelicht, waarbij per onderwerp is aangegeven wanneer uw Kamer hiereen separate brief over ontvangt.Betere voorlichting over en aansluiting op arbeidsmarktHet kabinet versterkt de aansluiting van het voortgezet onderwijs op hetvervolgonderwijs, inclusief de aandacht voor arbeidsmarktperspectief enbaankansen met extra aandacht voor prioritaire sectoren bij studiekeuze.Voor het funderend onderwijs richt de aanpak zich op brede oriëntatie metmeer aandacht voor techniek- en technologieonderwijs, zoals eerder indeze brief aangegeven. Dat doen we onder andere door het verankerenvan de praktijkgerichte vakken «maatschappij» en «technologie» in hethavocurriculum. In het bijzonder is er aandacht nodig voor het vmbo. Ditdoen we onder meer door het actualiseren van de vmbo-profielen.Het kabinet werkt aan het mbo-Pact «Opleiden voor de arbeidsmarkt vande toekomst», zoals ook genoemd in het coalitieakkoord. Zo zorgen weervoor dat het onderwijsaanbod beter aansluit op de (toekomstige) vraagnaar talent op de arbeidsmarkt. We verwachten uw Kamer kort na dezomer van 2026 over het pact te kunnen informeren.Met het Wetsvoorstel Verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt zet het kabinet in op het flexibeler inrichten van hetonderwijs in samenwerking met de arbeidsmarkt.16 Het streven is dat ditwetsvoorstel op 1 augustus 2026 in werking treedt, afhankelijk van hetverloop van de verdere parlementaire behandeling. In het hbo en woverkent het kabinet hoe via de heraccreditatie van opleidingen stevigerkan worden getoetst op de aansluiting op de arbeidsmarkt. Na de zomervan 2026 wordt uw Kamer hierover geïnformeerd.Daarnaast is het van belang dat instellingen goed inspelen op deontwikkeling van (generatieve) artificiële intelligentie in het vervolgon-derwijs, en de studenten voorbereiden op de arbeidsmarkt van detoekomst. In het kader van het groeifondsprogramma Npuls werkt desector gezamenlijk aan het duurzaam ontwikkelen van kennis en vaardig-15Ook wordt gewerkt aan een herijking van de Internationale Kennis- en Talentstrategie.16Kamerstukken II 2024–2025, 36 670, nr. 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 14810 heden over AI én data bij zowel studenten (lerenden) als onderwijsprofes-sionals. Eind 2026 zullen we uw Kamer, in de brief over de voortgang vanNpuls, hier nader over informeren.In het Caribisch deel van het Koninkrijk werken we in 2026 aan deverbetering van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt inhet kader van de Strategic Education Alliance, alsmede aan het vergrotenvan het studiesucces van de Caribische student. Ieder najaar wordt uwKamer hierover geïnformeerd.Internationaal toptalentUniversiteiten en hogescholen krijgen meer mogelijkheden om internati-onaal toptalent aan te trekken en te behouden voor sectoren waar demaatschappelijke opgaven het meest urgent zijn en waarmee kennis- eninnovatie ecosystemen in de regio behouden blijven. In het kader van detalentstrategie informeren wij u nader over welke opgaven dat voor hetkabinet zijn. Het kabinet reserveert € 154 miljoen voor hbo- enwo-instellingen in het kader van de talentstrategie en de taakstellendeintensivering in het hbo en wo. Om de blijfkans te verhogen is het vanbelang dat internationale studenten de Nederlandse taal leren en inverbinding worden gebracht met de Nederlandse arbeidsmarkt enmaatschappij. Daarnaast wil het kabinet grip houden op de komst vaninternationale studenten in overleg en afstemming met de onderwijssec-toren. Ruimte voor meer internationaal talent in specifieke sectorenbetekent dat in andere sectoren het aantal anderstalige opleidingsplaatsenmoet worden begrensd.De universiteiten17 en hogescholen18 delen deze inzet van het kabinet enzetten onverminderd de afspraken door die zij onderling in het kader vande zelfregie hebben gemaakt. Deze afspraken zien onder meer op hetterrein van capaciteit, Nederlandse taalvaardigheid, verbeteren van deblijfkans en huisvesting. Met uitzondering van de afspraken over deaanpassing van de onderwijstaal van Engels naar Nederlands, aangezienin het coalitieakkoord is afgesproken dat het bestaande anderstaligeopleidingsaanbod behouden kan blijven. De afspraken over zelfregievormen het vertrekpunt voor de op korte termijn te maken bestuurlijkeafspraken. In lijn met het coalitieakkoord passen we daarnaast de WetInternationalisering in Balans aan: de Toets Anderstalig Onderwijs voornieuw en bestaand aanbod verdwijnt uit het wetsvoorstel en insamenhang daarmee bezien we op dit moment welke andere aanpas-singen nodig zijn en welke onderdelen ongewijzigd in stand blijven (zoalsonder andere de numerus fixus voor niet-EER studenten en de noodfixusvoor bij onverwacht hoge aanmeldingen). Rond de zomer van 2026 wordtuw Kamer over de voortgang geïnformeerd.Leven Lang OntwikkelenHet kabinet investeert in Leven Lang Ontwikkelen. Om- en bijscholingvergroot de kansen van mensen op de arbeidsmarkt en zorgt er voor dat17De universiteiten spreken af dat zij de internationale bachelorinstroom gaan begrenzen op16.766 studenten (een daling van ruim 11% ten opzichte van de maximale instroom in hetpiekjaar 2022–2023). De procentuele daling zal bij sommige universiteiten en disciplines hogerliggen, wat ruimte creëert voor behoud van internationale instroom in krimpregio’s, grensre-gio’s en voor strategische groei in de tekortsectoren.18De hogescholen beschrijven in het zelfregieplan van maart 2024 dat zij zich in de zelfregieinzetten voor het behoud van de Nederlandse taal door de taalvaardigheid van studenten endocenten te ondersteunen, is voornemens fixus instrumenten gericht in te zetten vooranderstalige opleidingen en trajecten en streeft naar een gerichte, intelligente werving vaninternationale studenten waarbij expliciet aandacht zal zijn voor huisvesting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 14811 mensen goed mee kunnen blijven komen in onze samenleving. Alleen metgoed opgeleide mensen met de juiste kennis- en vaardigheden kunnen weiets doen aan de personeelstekorten in de zorg, kunnen we de energie-transitie vormgeven en de woningen bouwen die we zo hard nodighebben. Uw Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 een brief over LevenLang Ontwikkelen namens de Ministers van SZW, OCW en EZK. Ookontvangt uw Kamer voor de begrotingsbehandeling 2027 het Leer- engroeiplan taal, rekenen en digitaal voor volwassenen.Onderzoek en innovatie als fundament voor vooruitgangDit kabinet investeert structureel € 428 miljoen in onderzoek en weten-schap. Daarnaast investeert het kabinet in innovatie. Daarmee komen wedichter bij de Lissabon-doelstelling, van minimaal 3% van het bbpuitgeven aan publieke en private investeringen in onderzoek en innovatie.Nederland blijft zo een kennisgedreven samenleving. Wij richten ditbedrag op vier opgaven voor de intensivering van het Fonds onderzoek enwetenschap via bestaand instrumentarium: onderzoeksinfrastructuur,praktijkgericht onderzoek, Europese samenwerking en sectorplannen. Hetbieden van continuïteit en stabiliteit zien wij als belangrijke uitgangs-punten voor deze opdracht. Wij zijn daarin allereerst van plan om debezuinigingen van het vorige kabinet op het Fonds onderzoek enwetenschap terug te draaien. Daarnaast doen wij aanzienlijke aanvullendeinvesteringen. Bij deze verdeling zullen we ook lastige keuzes moetenmaken. Wij vinden het belangrijk om met uw Kamer, de sector en anderebelanghebbenden van gedachten te wisselen over de uitwerking van hethele pakket van voorgestelde investeringen voor onderzoek en innovatie.Uw Kamer wordt hierover voor de zomer van 2026 geïnformeerd.KennisketenHet kabinet wil de investeringen inzetten voor de gehele kennisketen vanonderzoek en innovatie. De volle breedte van alle wetenschappelijkedisciplines is hierin belangrijk. Het kabinet wil ook regionale samen-werking tussen bedrijfsleven, mbo, hbo, wo en overheid stimuleren endaartoe waar nodig belemmeringen voor deze samenwerking wegnemen.Innovatieve campussen en de triple helix spelen bij deze samenwerkingeen belangrijke rol.OnderzoekstalentDe investeringen van het kabinet stellen de hogescholen en universiteitenin staat om internationaal toptalent op het terrein van onderzoek aan tetrekken en eigen onderzoekstalent te behouden. Daarmee kunnen zijtoptalent in huis halen dat nodig is voor baanbrekend onderzoek, eenstevige kennisbasis en innovaties. Daarvoor is een goede werkomgevingbij onze kennisinstellingen nodig. Het is belangrijk dat instellingen hunverantwoordelijkheid blijven nemen en ingezette verandertrajecten in hunorganisaties verankeren. Het gaat hierbij om thema’s, zoals het bredererkennen en waarderen van wetenschappers en docenten; het terug-dringen van aanvraag- en werkdruk; het verbeteren van sociale veiligheid;aandacht voor diversiteit en inclusie met oog op de kansengelijkheid. Inlijn met de doelstelling uit het oorspronkelijke Fonds stelt het kabinet toten met 2031 cumulatief € 378 miljoen beschikbaar voor instellingen omde werkdruk terug te dringen, waarna zij zelf dit op duurzame wijzemoeten borgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 14812 OnderzoeksinfrastructuurWe gaan investeren in excellente en impactvolle onderzoeksinfrastruc-turen voor Nederland, zowel voor fundamenteel als toegepast onderzoek.Wij gaan ook investeren in nationale digitale infrastructuur, bijvoorbeeldvia een extra eenmalige bijdrage aan de opvolger van de nationalesupercomputer Snellius van € 185 miljoen. Wij verwachten van deinstellingen dat zij hierna de verantwoordelijkheid nemen om zelfvoldoende middelen jaarlijks apart zetten voor een eventuele opvolger.Ook zet het kabinet zich vol in om de Einstein Telescope naar de EuregioMaas-Rijn te halen, bijvoorbeeld via versterking ter hoogte van€ 25 miljoen voor het R&D-centrum ET-Pathfinder. In de jaren 2027–2030bedraagt deze tijdelijke extra investering in beide onderzoeksinfrastruc-turen cumulatief € 210 miljoen.DierproevenHet doel van het kabinet blijft om het aantal proeven met niet-humaneprimaten zo snel als verantwoord af te bouwen. Het blijft echter vanbelang dat Nederland een bijdrage kan leveren aan onderzoek eninnovatie, met name bij het bestrijden van (levensbedreigende) ziekten.Uw Kamer ontvangt uiterlijk voor de zomer van 2026 een brief over deuitvoering van het amendement-Kostic´ en amendement-Rajkowski.Praktijkgericht onderzoekHogescholen en mbo-instellingen blijven mogelijkheden houden om deopgebouwde basis van praktijkgericht onderzoek voort te zetten en verderop te bouwen. Daarom investeert het kabinet structureel € 85 miljoen inpraktijkgericht onderzoek dat van groot belang is onder andere voorregionale innovatie en snel te realiseren valorisatie. De internetconsultatievoor het wettelijk vastleggen van het professioneel doctoraat aanhogescholen vindt plaats voor de zomer van 2026. Over de doorontwik-keling van onderzoek door practoraten in het mbo laten wij ons adviserendoor de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie. Wijverwachten dit advies rond de zomer van 2026.Profilering en samenwerkingWij willen dat instellingen in de gehele keten elkaar meer aanvullen inplaats van beconcurreren. Om te zorgen dat instellingen zich nog meeronderscheiden zetten wij in op profilering en samenwerking binnenuniversitair onderzoek en onderwijs op alle domeinen naar het model vansectorplannen. Samen met de sector gaan wij dit verder vormgeven,waarbij we ons richten op de kansen voor onze toekomstige welvaart envestigingsklimaat, rekening houdend met een passende governance eneen verantwoording die niet leidt tot onnodige administratieve lasten.Hierin investeert het kabinet structureel € 132 miljoen.Europese onderzoek- en innovatieprogramma’sEuropa is voor Nederland van steeds groter belang, gegeven de geopoli-tieke ontwikkelingen. Binnen Europa zetten we ons in voor sterkeprogramma’s die het Nederlandse en Europese concurrentievermogenbevorderen en bijdragen aan open strategische autonomie, door in tezetten op excellent en impactvol onderzoek over de breedte van dedisciplines. Nederland is zeer succesvol in deelname aan dezeprogramma’s. We blijven de toegang voor Nederland aan Europeseonderzoek- en innovatieprogramma’s steunen. Dit doen we onder meervia voortzetting van de matching Horizon Europe en cofinanciering vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 14813 relevante Europese partnerschappen. Hierin investeert het kabinetstructureel € 127 miljoen.Kennisveiligheid en cyberweerbaarheidVanuit het belang van weerbaarheid tegen ongewenste kennisoverdrachten digitale dreiging, zet het kabinet in op het verbeteren van kennisvei-ligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap en de versterking van decyberweerbaarheid binnen het vervolgonderwijs. Om instellingen op wegte helpen bij hun uitdagingen op het vlak van (kennis)veiligheid enweerbaarheid investeren wij tot en met 2031 € 80 miljoen. Hierna achtenwij de instellingen in staat de kosten voor deze uitdagingen te kunnenfinancieren uit de bestaande middelen van de lumpsum op basis van hethuidige beleid. Voor de zomer van 2026 wordt uw Kamer geïnformeerdover de kabinetsbrede aanpak kennisveiligheid met het oog op toekomstigbeleid en de verdere uitwerking van een uitvoerbare, effectieve enproportionele screening kennisveiligheid. Hierbij is van belang dat ergelijk wordt opgetrokken ten aanzien van kennisinstellingen en hetinnovatieve bedrijfsleven en dat rekening wordt gehouden met deinternationale praktijk, vanwege een gelijk speelveld. Voor een Europeesgelijk speelveld blijft het kabinet nauw samenwerken met de EuropeseCommissie. Ook wordt uw Kamer voor de zomer van 2026 geïnformeerdover de versterking van de cyberweerbaarheid in het vervolgonderwijs ende nadere uitwerking van de voorgenomen aanwijzing van hogescholenen universiteiten onder de Cyberbeveiligingswet.19CultuurCultuur is een heel sterke zachte waarde: het biedt schoonheid, verbindingmet de ander, versterking van het sociaal weefsel, reflectie en identiteit.Maar de culturele en creatieve sector vertegenwoordigen ook een sterkeharde waarde: zij zijn volgens het CBS goed voor een bijdrage van circa3,3% aan het bbp en 4,1% van de werkgelegenheid.20 Juist in onzekeretijden helpen cultuur en erfgoed om je thuis te voelen in een gemeen-schap, een dorp, een stad, een regio, ons land, ons Koninkrijk. Onzecultuur, in al zijn diversiteit, maakt ons tot wie wij zijn, verbindt ons oververschillen heen. Monumenten zijn de ankerpunten in onze leefomgevingal generaties lang. Wij zijn met elkaar verbonden door onze veelzijdigegezamenlijke geschiedenis, onze cultuur in al zijn diversiteit, onzegewoonten en gebruiken, gestoeld op fundamentele vrijheden, tolerantieen universele normen. Die verbondenheid maakt ons weerbaar. Ditonderhouden we door zorg voor ons erfgoed, ruimte voor andereperspectieven, en het stimuleren van creativiteit en innovatie. Rijk,provincies en gemeenten zijn in samenspel verantwoordelijk voor eenlandschap waarin iedereen cultuur kan bezoeken, kan meedoen en zichcultureel en creatief kan ontwikkelen.De huidige inrichting van het cultuurbestel sluit echter niet meer goed aanop veranderingen in de samenleving en de sector. Het kabinet wil daaromculturele instellingen en makers langjarige zekerheid kunnen bieden, definancieringsstructuur herzien en de regeldruk in de culturele sectorverminderen. Hierbij wordt ook gekeken naar talentontwikkeling en despreiding van cultuur over het land. Zo werken we naar een toekomstbe-stendig cultuurbestel dat kan meebewegen met de samenleving en eenoptimale toegang tot cultuur binnen het Koninkrijk. De eerste stap in ditproces is het wijzigen van de Wet op het specifiek cultuurbeleid om eenlangere financieringsduur voor cultuursubsidies mogelijk te maken. Dit19Kamerstukken II 2024–2025, 31 288, nr. 118920https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2025/16/satellietrekening-cultuur-en-media.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 14814 voorstel wordt in de loop van 2026 bij uw Kamer ingediend. Voor hetvervolg voeren we gesprekken met de rijkscultuurfondsen, de sector enmedeoverheden. Ook ontvangt uw Kamer na de zomer van 2026 een briefwaarin nader wordt ingegaan op de inrichting van het cultuurbestel vanaf2029.Het kabinet heeft in het cultuurbeleid extra aandacht voor talentontwik-keling. Samen met het Interprovinciaal Overleg en de VerenigingNederlandse Gemeenten wordt verkend welke rol de muziekscholen encentra voor de kunsten hierin spelen. Tot slot wordt gewerkt aan eenduurzamere en simpelere beleidsaanpak rond cultuureducatie op school,in samenspraak met de onderwijssector en culturele organisaties. In dezomer van 2027 wordt uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten vandeze trajecten.Erfgoed en leefomgevingOp het terrein van ruimtelijke ontwikkelingen staat Nederland voor groteopgaven en het kabinet gaat hier voortvarend mee aan de slag. Het isbelangrijk dat bewoners van nieuwe wijken straks gebruik kunnen makenvan scholen, musea, theaters en andere voorzieningen die van belang zijnvoor de kwaliteit van leven. Dit draagt ook bij aan de ambitie in hetcoalitieakkoord om aandacht te hebben voor de landelijke dekking vanculturele voorzieningen.Ook vindt het kabinet het belangrijk dat de transities in de leefomgevingworden gerealiseerd én dat de bestaande waarden daarbij worden benut.Erfgoed geeft onze leefomgeving een ziel, je kunt het benutten bij deaanleg van nieuwe wijken of door herbestemming van oude gebouwen.En als je nieuwe kwaliteit en toekomstige monumenten wilt creëren engeen huizen maar thuizen wilt bouwen, is de inzet van ontwerp onont-beerlijk. In de ontwerp-Nota Ruimte zijn de Aanpak Erfgoed en Leefom-geving en de inzet op het ontwikkelgericht werken in de 27 waardevollecultuurlandschappen aangekondigd.21 Het kabinet werkt dit nu uit envoert hierover gesprekken met medeoverheden. Voor het geplandecommissiedebat Erfgoed wordt uw Kamer nader geïnformeerd.Creatieve IndustrieDe creatieve industrie vormt een belangrijke schakel in onderzoek,innovatie en onderwijs en is een belangrijke economische sector inNederland. Creatieve professionals dragen, samen met kennisinstellingen,bedrijven en maatschappelijke partners, bij aan alle fasen van hetinnovatieproces. Voor de versterking van de creatieve industrie zetten wijin op programma’s als Creative Industries Immersive Impact Coalition22voor talentontwikkeling, ecosysteemontwikkeling en het borgen vanpublieke waarden. Dit doen we met partners als het StimuleringsfondsCreatieve Industrie, CLICKNL en PONT.In het kader van de creatieve industrie richt het kabinet zich op tweegroeimarkten uit het coalitieakkoord: Digitalisering/AI en CirculaireEconomie met als doel Nederland te positioneren als Europees koploperin maatschappelijk verantwoorde innovatie. In dat verband zet het kabinetin op verkenning van continuering van de CIIIC en op een structurele inzet21Kamerstukken II 2025–2026, 29 435, nr. 269.22De Creative Industries Innovation Impact Coalition (CIIIC, looptijd 2024–2029) is een door hetNGF gefinancierd programma dat tot doel heeft om Nederland koploper te maken op hetgebied van immersieve ervaringen (IX), met als hoofddoelstelling: de vorming van eenarbeidsmarkt voor deze nieuwe technologie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 14815 van de creatieve industrie in maatschappelijke transities en toekomstigewelvaart, in lijn met de bredere aanpak ter versterking van het innovatie-en verdienvermogen van Nederland.BibliothekenWe versterken bibliotheken in heel Nederland. De openbare bibliotheek iseen essentiële maatschappelijke voorziening, een belangrijke ontmoe-tingsplaats in de wijk, de stad of het dorp. Kinderen en volwassenenkunnen er niet alleen terecht voor hulp bij basisvaardigheden als lezen endigitale vaardigheden, ook ontstaan samenwerkingen op andere terreinenals het gaat om mentale gezondheid. Om het netwerk van bibliotheken teversterken en te garanderen dat iedere burger toegang heeft en houdt toteen bibliotheekvoorziening wordt de Wet stelsel openbare bibliotheek-voorzieningen gewijzigd: er komt een zorgplicht voor gemeenten enprovincies ten aanzien van bibliotheken. Ook wordt de samenwerkingtussen bibliotheken en scholen verstevigd en krijgt de specifieke rol vanbibliotheken bij leesbevordering een wettelijke basis. De wijzigingswet ligtnu bij uw Kamer, de beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2027.23Archiefwet en Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR)De Archiefwet wordt gemoderniseerd om digitale informatie goed tekunnen beheren. Met een gemoderniseerde wet en het toezicht daarop,kunnen overheidsorganisaties hun digitale informatie vanaf het momentvan creatie effectief beheren. Dat draagt bij aan betrouwbare en toeganke-lijke overheidsinformatie voor burgers, journalisten, wetenschappers ende overheid zelf. Het Ministerie van OCW zet met partners in op eenmeerjarig implementatieprogramma. Ook wordt geïnvesteerd in deopleidingen en in bij- en nascholing van archief- en informatieprofessi-onals. Dit wetsvoorstel ligt nu ter behandeling voor in de Eerste Kamer enis beoogd om per 1 januari 2027 in werking te treden.24Ten slotte werkt het kabinet aan een wijziging van de Archiefwet om hetCentraal Archief Bijzondere Rechtspleging online toegankelijk te maken.Het wetsvoorstel heeft als doel om ruimte te bieden voor een belangenaf-weging tussen openbaarheid en privacy bij de (wijze van) verstrekking van(bijzondere en strafrechtelijke) persoonsgegevens door archiefdiensten.Deze wet ligt nu ter behandeling in uw Kamer, ons streven is deze wet zospoedig mogelijk in werking te laten treden.Integraal mediabeleidZoals in het coalitieakkoord is afgesproken, komt er integraal mediabeleiddat inzet op versterking van zowel de publieke als private mediapartijenen op samenwerking tussen deze partijen. Dit ten behoeve van eenonafhankelijk, betrouwbaar, pluriform en kwalitatief media-aanbod.Integraal mediabeleid betekent niet alleen inzet op een sterk aanbod, maarook op de vindbaarheid en zichtbaarheid van (Nederlandse) content in eenmedialandschap dat gekenmerkt wordt door een overweldigend aanbodvan grote buitenlands platformen.Voorwaarden voor een goed werkende mediasector zijn journalistiekevrijheid en de veiligheid van journalisten en makers. Zowel internationaalals nationaal staan deze onder druk. Uit de extra middelen voor media uithet coalitieakkoord stelt het kabinet € 1 miljoen per jaar beschikbaar vooreen programma waarmee wordt ingezet op de versterking van journalis-23Kamerstukken II 2025–2026, 36 902, nr. 2.24Kamerstukken I 2024–2025, 35 968 onder ATweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 14816 tieke vrijheid, persveiligheid en de trajecten die worden gestart innavolging van het WRR-rapport.25 Na de zomer van 2026 wordt uw Kamerhierover nader geïnformeerd.Dit kabinet herziet het stelsel van de landelijke publieke omroep. Hetstreven is om het wetsvoorstel rond de zomer van 2026 af te hebben ende internetconsultatie te starten. De bezuiniging op de rijksmediabijdragevan de landelijke publieke omroep wordt teruggedraaid, met structureel€ 45 miljoen vanaf 2027. De verruiming van de reclamemogelijkheden vande publieke omroep die het vorige kabinet heeft aangekondigd, wordtteruggedraaid.Het wetsvoorstel waarmee het stelsel van lokale omroepen wordt herzienis inmiddels bij uw Kamer ingediend. Het streven is het nieuwe stelsel per1 januari 2028 van start te laten gaan.26 Uit de extra middelen voor mediainvesteert het kabinet € 3 miljoen per jaar in de lokale publieke omroepen,bovenop de reeds beschikbare € 31 miljoen.Artificiële intelligentieDigitalisering en artificiële intelligentie veranderen ingrijpend hoeculturele en journalistieke content wordt gemaakt en verspreid. Dit biedtkansen voor nieuwe vormen van creatie en innovatie, maar zet ookverdienmodellen en de autonomie van makers onder druk, onder meerdoor het gebruik van content voor artificiële intelligentie zonder passendevergoeding. Het kabinet zet daarom in op een eerlijke digitale markt metgoede auteursrechtelijke bescherming en ondersteunt makers in hundigitale ontwikkeling. Zo blijven zij een drijvende kracht achter verant-woorde en waardevolle toepassingen. De Raad voor Cultuur adviseert inde zomer van 2026 over artificiële intelligentie in de sector, waarna hetkabinet met een reactie komt.Gelijkwaardige positie vrouwen en lhbtiq+ personenAls coördinerend bewindspersoon Emancipatie is de Staatssecretaris voorOnderwijs en Emancipatie verantwoordelijk voor het aanjagen enondersteunen van de emancipatie van vrouwen en lhbtiq+ personen.Vanuit die rol werken wij aan een gelijkwaardige positie van vrouwen inonze samenleving: op het gebied van veiligheid, gezondheid en econo-mische onafhankelijkheid. Dat is noodzakelijk, want de positie vanvrouwen in de Nederlandse samenleving is nog steeds niet gelijkwaardigaan die van mannen. Samen met de Ministeries van Justitie en Veiligheid(JenV), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Sociale Zaken enWerkgelegenheid (SZW) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties(BZK) zetten we ons daarvoor in, onder andere met een NationaalActieplan Stop Geweld tegen vrouwen, invoering van de wet loontranspa-rantie en het voortbouwen op de Nationale Strategie Vrouwengezondheid.Ook werken we samen met andere ministeries en maatschappelijkepartners aan de acceptatie, (online) veiligheid, vrijheid en emancipatie vanlhbtiq+ personen, zowel in binnen- als buitenland. De positie van dezegroep staat onder druk. Daarom willen we met passende snelheiduitvoering geven aan de voorstellen in het Regenboogakkoord.De Kamer wordt in de tweede helft van dit jaar via de Emancipatienota2026–2030 nader geïnformeerd over de verschillende maatregelen en25Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2024). Aandacht voor media. Naar nieuwewaarborgen voor hun democratische functies. WRR-rapport 111. Den Haag: WRR.26Kamerstukken II 2025–2026, 36 917, nr. 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 14817 bijbehorende (extra) financiële middelen voor vrouwen- en lhbtiq+emancipatie van dit kabinet. De inzet daarbij is dat iedereen op eenvolwaardige manier aan de samenleving kan deelnemen in vrijheid,veiligheid en goede gezondheid. Bij de totstandkoming van de Emancipa-tienota betrekken we relevante kennisinstellingen en maatschappelijkeorganisaties.Verdeling extra middelen OCWMet dit coalitieakkoord komt er structureel € 1,5 miljard extra beschikbaarvoor onderwijs en wetenschap. Onderstaande tabel toont de verdelingvan deze middelen op de begroting van OCW op basis van de huidigeinzichten. De verdeling wordt nader uitgewerkt, mede in overleg met uwKamer en sectoren voor de zomer van 2026 en de verwerking van demiddelen in de Ontwerpbegroting 2027 van OCW.Bedragen x € 1.000.00020272028202920302031struc.Onderwijs & WetenschapRandvoorwaarden onderwijs en professionalisering onderwijspersoneel opteamniveau1346346346346346346Zij-instroom aantrekkelijker maken798888888888Terugdraaien bezuiniging Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid606060606060Terugdraaien bezuiniging school en omgeving121121121121121121Hervorming subsidie brede brugklassen585858585858Beter en regelmatig inspectietoezicht–511213030Gerichte Talentstrategie/Taakstellende intensivering hbo & wo67119156154154154Fonds Onderzoek en Wetenschap222329366442428428– Infrastructuur: onderzoeksinfrastructuur313131313154– Infrastructuur: toegepaste onderzoeksfaciliteiten61010––30– Infrastructuur: nationale supercomputer en Einstein Telescope R&D-centrum85585414––– Praktijkgericht onderzoek: hbo102020202068– Praktijkgericht onderzoek: mbo–1313131317– Europese samenwerking: Europese partnerschappen––15474747– Europese samenwerking: matching Horizon Europe–––808080– Sectorplannen wo–107107131131132– Veiligheid en weerbaarheid2020201010–– Terugdraaien bezuinigingen NWO en werkdrukmiddelen7070969696–Verhogen basisbeurs uitwonende studenten met € 50–5152544109Rentemaatregel studiefinanciering2––10204040Regionale innovatie en publiek-private samenwerking in het mbo en mkb143433282828Herinvesteren SPUK-korting VSV/RMC, Educatie212121212121Media––––––Versterking van persveiligheid en journalistieke vrijheid111111Terugdraaien verlaging rijksmediabijdrage landelijke publieke omroep454545454545Lokale omroepen333333DUO/RVO/NWO/DUSI/Toezicht/Monitoring/Evaluatie/Capaciteit131617181919Totaal OCW-investeringen1.0501.2501.3501.4501.4851.5501 Een deel van de middelen van 2027 wordt in 2026 ingezet t.b.v. de rechtszaak bekostiging po.2 Dit bedrag is afhankelijk van de precieze vormgeving. Zoals aangekondigd ontvangt uw Kamer over de verschillende maatre-gelen nog diverse Kamerbrieven. In die Kamerbrieven zal het kabinet dekeuzes nader toelichten op basis van de werkwijze «Beleidskeuzesuitgelegd», zoals opgenomen in artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet.Wij realiseren ons dat financiële investeringen en wetten op zichzelf depraktijk niet veranderen. Het is onze uitdrukkelijke inzet om professionalsin de praktijk in staat te stellen om zo goed mogelijk onderwijs te geven,en wij hopen bij te dragen aan de cultuur van leren die hiervoor steedsnodig is en blijft. Uiteraard zetten we daarbij ook in op blijvend evaluerenwelke overheidsinterventies effectief zijn. Immers, een dag niet geleerd iseen dag niet geleefd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 14818 Bij het uitvoeren van de maatregelen uit het coalitieakkoord zijn er kostenvoor de uitvoering door onder andere DUO, RVO en NWO. Daarnaast is ergeld gereserveerd voor toezicht, monitoring en evaluatie en capaciteit omde ambities uit dit coalitieakkoord te realiseren.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. LetschertDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.Z.C.M. TielenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 14819

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · aea2b6127792f4e0

14 okt 2026 · 55757736c17a4254

12 okt 2026 · f88bbacd1cffa0b4

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.