KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 juli 2026 (o.a. Kamerstuk 21501-07-2198)

9 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8cbe7586a1b854b5 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2202 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 9 juli 2026 De vaste commissie voor Financiën heeft op 2 juli 2026 enkele vragen enopmerkingen aan de Minister van Financiën voorgelegd over de brievenvan 29 juni 2026 (Kamerstuk 21501–07, nr. 2198 en 2199), waarmee deMinister de geannoteerde agenda van de vergaderingen van deEurogroep en de Ecofinraad 9 en 10 juli 2026 respectievelijk het verslagvan de vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en12 juni 2026 heeft aangeboden, alsmede over de brief van 11 juni 2026(Kamerstuk 21501–03, nr. 203), waarin de Minister op verzoek van decommissie een toelichting heeft gegeven op het Budgettair StructureelPlan.De vragen en opmerkingen zijn op 2 juli 2026 aan de Minister vanFinanciën voorgelegd. Bij brief van 9 juli 2026 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,JansenDe griffier van de commissie,Weeber kst-21501-07-2202ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22021 Ik heb met belangstelling kennisgenomen van de vragen en opmerkingenvan de leden van de fracties van D66, VVD, PVV en CDA inzake degeannoteerde agenda voor de vergaderingen van de Eurogroep enEcofinraad d.d. 9 en 10 juli 2026. Bij de beantwoording is de volgorde vanhet schriftelijk overleg aangehouden.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de stukken ten behoeve van de vergaderingen van de Eurogroep enEcofinraad van 9 en 10 juli 2026. Zij hebben daarover nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel vanFrankrijk voor nieuwe eigen EU-middelen om ten behoeve van hetMeerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034. Deze leden ondersteunen inprincipe het vergroten van de eigen middelen, omdat dit kan bijdragenaan het versterken van de grensoverschrijdende Europese investeringenzonder dat de nationale afdracht verder wordt verhoogd. De leden van deD66-fractie vragen hoe de Minister naar het Franse voorstel kijkt. Welkesoorten belastingen zijn volgens de Minister eventueel geschikt om opEuropees niveau te heffen?De Europese Commissie (Commissie) heeft voorstellen voor nieuwe eigenmiddelen gedaan op het terrein van CBAM, ETS1, e-waste, tabak enCORE.1 Daarnaast heeft het Europees Parlement ideeën geopperd t.a.v.nieuwe eigen middelen op basis van een digitale dienstenbelasting,online gokken en cryptoactiva. Het gaat hierbij niet om concretevoorstellen. Naar aanleiding van een oproep van het Europees Parlementheeft de Commissie wel een technische verkenning uitgevoerd naar dezeopties. Uit deze verkenning kwamen verschillende belangrijke aandachts-punten naar voren met betrekking tot de uitvoerbaarheid en de juridischehaalbaarheid. Indien er een concreet voorstel van de Commissie komt, zalhet kabinet deze op eigen merites beoordelen. Het kabinet kijkt hierbijnaar verschillende aspecten, zoals genoemd in zijn appreciatie van hetCommissievoorstel: de impact op de Nederlandse afdrachten, devoorspelbaarheid en stabiliteit van de grondslag, de uitvoerbaarheid en inhoeverre het aansluit bij nationale en Europese beleidsdoelstellingen.2Overigens zorgen nieuwe eigen middelen niet voor ruimte voor extrauitgaven, maar leiden zij met name tot een andere verdeling van definanciering van de EU-begroting. Directe belastingheffing op Europeesniveau gebeurt op dit moment niet. Eigen middelen die zijn gebaseerd opheffingen of belasting, zoals de btw-afdracht of invoerrechten, wordendoor de lidstaten geïnd en afgedragen. De EU heeft geen bevoegdheid omzelf direct belastingen te heffen en dat is met de voorstellen van deCommissie en het Europese Parlement ook niet aan de orde.De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel vande Commissie voor een vereenvoudigingspakket op belastingen. De ledenvan de D66-fractie vragen hoe het kabinet kijkt naar het voorstel en deimpact op het Nederlandse belastingstelsel.Het kabinet zal de Kamer na het zomerreces, via het gebruikelijkeBNC-fiche, informeren over de appreciatie van het voorstel. Het voorstel isomvangrijk en de mogelijke gevolgen worden momenteel bestudeerd,hierom acht het kabinet het niet wenselijk om vooruit te lopen op dezeappreciatie.1https://commission.Europa.eu/strategy-and-policy/eu-budget/long-term-eu-budget/eu-budget-2028-2034_en2https://open.overheid.nl/details/c544372d-c3d8-44a7-bbe8-558ddf35a4a4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22022 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Eurogroep/Ecofinraad van 9 en 10 mei. Ook hebben zijkennisgenomen van het verslag van de afgelopen Eurogroep/Ecofinraad.Deze leden hebben hierover de volgende vragen.De leden van de VVD-fractie constateren dat de European Fiscal Board(EFB), ten aanzien van de fiscal stance, zorgen heeft uitgesproken over hetgebruik van de Nationale Escape Clause. De leden van de VVD-fractiedelen die zorgen, want dit vergroot het risico op onnodige en weiniggerichte overheidssteun van uitgaven, die ook nog consumptief van aardkunnen zijn. Als er al gebruik van mag worden gemaakt, dan in iedergeval tijdelijk, concreet en te allen tijde moet de schuld houdbaar blijven.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of hij zich hierin kanvinden en steunen het kabinet bij het benadrukken van begrotingsdisci-pline.Het kabinet deelt de zorgen die de EFB uit ten aanzien van het gebruik vande nationale ontsnappingsclausule. Het kabinet is van mening dat de inzetvan de nationale ontsnappingsclausule binnen het SGP uitzonderlijk,tijdelijk, gericht en helder afgebakend moet zijn, en dat schuldhoud-baarheid en begrotingsdiscipline moeten worden geborgd.Voor het kabinet is van belang dat eventuele toepassing voor energieonaf-hankelijkheid strikt wordt beperkt tot maatregelen die aantoonbaarbijdragen aan de structurele weerbaarheid van het energiesysteem en devermindering van afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Generieke ofconsumptieve steunmaatregelen die niet bijdragen aan structureleenergieonafhankelijkheid zouden niet in aanmerking moeten komen. Ookmoeten maatregelen aanvullend, gericht en kosteneffectief zijn.De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat toegang tot betaalbareen stabiele financiering cruciaal is voor het Nederlandse en Europesebedrijfsleven. In het jongste Financial Stability Report waarschuwt de ECBvoor hoge private en publieke schulden. Zo verloor Oostenrijk in juni detriple A-status, en ook Duitsland gaat mogelijk die kant op. Gecombineerdmet lage economische groei en hoge inflatie, kan dit ervoor zorgen dat derentes op niet alleen staatsleningen, maar ook op bedrijfsleningen in deeurozone stijgen. De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen overdeze ontwikkelingen en vragen zich af of de Minister deze zorgen voor deeurozone, inclusief Nederland, deelt. Ook vragen deze leden zich af of enwelke maatregelen er in Europees verband genomen kunnen worden omdeze ontwikkelingen tegen te gaan.Het kabinet vindt de huidige schuldniveaus een belangrijk aandachtspunt.Veel landen staan voor budgettaire uitdagingen door toenemendeuitgaven aan de kosten van vergrijzing, defensie, klimaat en maatregelenom de concurrentiepositie te beschermen.Nederland benadrukt in Europese vergaderingen regelmatig het belangvan het waarborgen van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. In2024 zijn de Europese begrotingsregels herzien, met als doel hetraamwerk te vereenvoudigen, een ambitieuze en realistische schuldre-ductie te waarborgen en hervormingen en investeringen te stimuleren.Het naleven van de Europese begrotingsregels in combinatie metstructurele hervormingen en duurzame investeringen die de economischegroei bevorderen, moeten ervoor zorgen dat schuldenniveaus opmiddellange termijn geleidelijk worden teruggebracht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22023 De leden van de VVD-fractie maken zich ook zorgen over het gebrek aanomgang met AI.Aan de ene kant vinden zij dat AI-ruimte moet krijgen en dat Europa eenaantrekkelijk vestigingsklimaat voor AI moet hebben, zodat de kansen dieAI biedt, in Europa en Nederland benut kunnen worden. Bovendien moetEuropa een vruchtbaar continent zijn voor de ontwikkeling van een eigenAI-landschap, waar alle vijf lagen van de «AI stack» kunnen bloeien. Nietalleen versterkt dat ons verdienvermogen, het maakt ons ook minderafhankelijk van andere grootmachten. De leden van de VVD-fractie vragende Minister of er voldoende wordt gedaan aan het creëren van die kansen.Ik ben het met uw fractie eens dat het belangrijk is dat het EuropeseAI-ecosysteem aantrekkelijk is en dat AI-bedrijven in de geheleAI-waardeketen hier kunnen bloeien. Nationaal en Europees is in lijn methet AI Continent Actieplan de inzet op AI ook versterkt. Het AI ContinentActieplan bevat initiatieven om verschillende aspecten van deAI-waardeketen in Europa te versterken, waaronder AI-infrastructuur, data,AI-toepassingen en AI-adoptie. Het kabinet investeert in lijn daarmee 70miljoen euro in een nationale AI-fabriek (in samenwerking met de EU die70 miljoen euro bijdraagt en de regio’s Groningen en Noord-Drenthe die60 miljoen bijdragen). Ook investeert het de komende jaren in vijfEuropese Digitale Innovatiehubs (EDIHs), die zich meer specifiek gaanrichten op ondersteuning van het MKB bij AI en cybersecurity. Dit komtbovenop bestaande inspanningen, zoals het AiNed-investeringsprogramma dat in 2019 is gestart.AI blijft de komende jaren een prioriteit binnen het economisch beleid vanhet kabinet. Zo wordt in de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaarten Vestigingsklimaat momenteel gewerkt aan een IndustrieprogrammaDigitale Diensten en AI. Ook zullen het nog op te richten NationaalAgentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en de Nationale Investe-ringsinstelling (NII) een rol spelen. Het doel van NADI is om technolo-gische doorbraken te realiseren voor grote maatschappelijke uitdagingen.Het ligt voor de hand dat AI en andere digitale technologieën daar eenbijdrage aan kunnen leveren. Daarnaast wordt binnen de ministeriëleTaskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat momenteel gewerktaan een Talentstrategie met aandacht voor digitaal talent, inclusiefAI-talent. Het kabinet voert ook gesprekken met ondernemers uit deAI-sector en beziet doorlopend welke aanvullende acties eventueelkunnen worden genomen.AI is ook onderdeel van de productiviteitsagenda binnen de belangrijkeoverkoepelende pijler Digitalisering en Innovatie3. Ook is «AI en data» éénvan de sleuteltechnologieën in de Nationale Technologie Strategie meteen bijbehorend actieagenda. Het kabinet heeft daarmee de ambitie omniet langer alleen een «pilotland» te zijn, maar ook een «opschaalland» teworden als het gaat om de ontwikkeling van sleuteltechnologieën zoalsAI.Aan de andere kant moeten de ogen niet gesloten worden voor de steedsgroter wordende risico’s op financiële stabiliteit. Om die risico’s beter tebeheersen moeten die risico’s helder en duidelijk in kaart wordengebracht, gemonitord worden en moeten risicobeheersingsinstrumentenworden ontwikkeld. Ook moeten crisisstructuren en back-ups wordenontwikkeld, mocht zich een AI-crisis voordoen. De leden van deVVD-fractie vragen de Minister om een analyse van de risico’s en hoe dezerisico’s, ook in Europees verband, beheerst gaan worden.3Kamerbrief Productiviteitsagenda, Kamerstukken II 2024/2025, 29 544, nr. 1287Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22024 Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de risico’s van geavan-ceerde AI-modellen voor financiële instellingen en de financiële stabiliteit.DNB en de AFM houden hier toezicht op. Samen met de toezichthoudersmonitor ik de situatie actief. Zo is tijdens de laatste vergadering van hetNederlandse Financieel Stabiliteitscomité uitgebreid stilgestaan bij deontwikkelingen en risico’s van AI, zoals u kunt lezen in het verslag dat naaruw Kamer is verstuurd.4 Daarnaast spreek ik in Europees en internationaalverband met mijn collega’s en toezichthouders over de risico’s enmogelijke beheersmaatregelen, bijvoorbeeld in de Eurogroep en in deinternationale Financial Stability Board. De European Systemic Risk Board(ESRB) heeft hier recent ook een aanbeveling over gepubliceerd.5AI kan met name implicaties hebben voor de cyberweerbaarheid van(financiële) instellingen. Geavanceerde AI-modellen kunnen de tijd tussenhet ontdekken en misbruiken van kwetsbaarheden een stuk korter makenen complexere aanvallen uitvoeren. Doordat de financiële sector veelgebruik maakt van dezelfde software en kritieke derde partijen kan(gelijktijdige) verstoring bij één of meerdere instellingen bovendien leidentot vergaande en systemische implicaties voor het financiële systeem alsgeheel.Het is daarom essentieel dat (financiële) instellingen continu en tijdigbasismaatregelen toepassen en actief werken aan het versterken van huncyberweerbaarheid. De opkomst van geavanceerde modellen benadruktde urgentie om hierin te investeren. De Digital Operational Resilience Act(DORA) biedt hier goede handvaten voor.In dat licht is het belangrijk dat financiële instellingen toegang krijgen totgeavanceerde AI-frontiermodellen, zodat enerzijds de risico’s van dit soortmodellen beter beoordeeld kunnen worden en anderzijds financiëleinstellingen hun cyberweerbaarheid hiermee kunnen versterken. Ik vraaghier in Europees verband en op mondiaal niveau, bijvoorbeeld via deFinancial Stability Board, aandacht voor.Naast de risico’s voor de cyberveiligheid van instellingen en de sector alsgeheel zijn er enkele andere risico’s van AI voor de financiële stabiliteit,zoals de ondoorzichtigheid van AI-modellen, scherpe waardecorrecties opde beurs, een «too-big-to-fail»-risico door hoge marktconcentratie, en dehomogeniteit van modellen, waardoor de kans op volatiliteit op demarkten toeneemt.AI biedt ook kansen. Zo kan AI bijdragen aan verbeterd toezicht,handhaving en een betere inschatting en beheer van risico’s. Daarnaastkan het leiden tot efficiëntere handel op de financiële markten, doordathet met realtime informatie de marktefficiëntie kan verhogen. Dit zorgtvoor een verbeterde liquiditeit, een betere prijsbepaling en lageretransactiekosten.De leden van de VVD-fractie constateren dat Nederland nu met vijf anderegrote EU-economieën een kopgroep vormt om de kapitaalmarktunie tevoltooien. Deze leden willen weten hoe het met de voortgang staat. Zietde Minister andere lidstaten zich hierbij aansluiten? En waar zitten deeventuele knelpunten die voortgang verhinderen?Zoals ik uw Kamer eerder heb gemeld, zijn de Ministers van Financiën vande grootste economieën van de EU (Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje,4Frontier AI models could strain cyber resilience in the financial system, ESRB warns5Verslag Nederlands Financieel Stabiliteitscomité – 26 juni 2026 | Tweede Kamer derStaten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22025 Nederland en Polen) gezamenlijke prioriteiten overeengekomen voor despaar- en investeringsunie en een inbreng voor hetkapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket. Dit is om deonderhandelingen in de Raad te ondersteunen.6 Hierin pleiten we ondermeer voor centraal Europees toezicht op significante handelsplatformenen crypto-aanbieders en een goede bestuursstructuur en robuustkostenraamwerk voor de Europese toezichthouder ESMA. Als zes landenzetten we ons samen in om de steun van de andere lidstaten te krijgen.Voortgang op dit regelgevend pakket vergt immers overeenstemming metgekwalificeerde meerderheid in de Raad en met instemming van hetEuropees Parlement. Het Ierse voorzitterschap streeft ernaar om in hetnajaar een Raadsakkoord over dit pakket te bereiken. Voor een overzichtvan de belangrijkste openstaande punten verwijs ik naar het verslag vande Ecofinraad van 12 juni jl.7De leden van de VVD-fractie zijn tevreden dat, ten aanzien van het Herstel-en Veerkrachtplan (HVP), de door Nederland voorgestelde aanpassingenvolgens de Europese Commissie voldoen aan de eisen. Wat betreft deaanpassingen door Hongarije kunnen deze leden zich vinden in hetvoornemen van het kabinet om, op basis van het commitment vanHongarije aan de rechtsstaathervormingen en het positieve oordeel vande Europese Commissie daarover, in te stemmen met de door Hongarijevoorgestelde aanpassingen. Het is daarbij goed dat dit niet automatischbetekent dat de gelden ook direct uitbetaald gaan worden. Eerst moetende mijlpalen in het plan aantoonbaar gerealiseerd worden, voordat eruitbetaald gaat worden. De fouten die met de snelle «ontdooiing» van dePoolse gelden gemaakt zijn moeten voorkomen worden. De leden van deVVD-fractie zien dit als een harde eis en benadrukken dat het een hardeeis moet blijven. Hoe ziet de Minister het voornemen van Hongarije enwat is zijn verwachting omtrent het halen door Hongarije van demijlpalen?Het kabinet constateert dat de supermijlpalen op het gebied van derechtsstaat in het voorliggende uitvoeringsbesluit van de Raad inhoudelijkovereenkomen met de supermijlpalen in het oorspronkelijke HongaarseHVP. Enkele supermijlpalen zijn samengevoegd, verduidelijkt en geactuali-seerd. In het HVF uitvoeringsbesluit is expliciet opgenomen dat de 24supermijlpalen moeten zijn gerealiseerd voordat er kan wordenovergegaan tot uitbetaling uit de HVF.Goedkeuring van het uitvoeringsbesluit door de Ecofinraad op 10 julibetekent niet dat er direct middelen uit de HVF aan Hongarije wordenuitgekeerd. Hongarije moet, net als andere lidstaten, een betaalverzoekindienen waarin Hongarije het bewijs aanlevert dat alle relevantemijlpalen en doelstellingen, inclusief de 24 supermijlpalen, daadwerkelijkzijn gerealiseerd. De uiterste datum voor het realiseren van mijlpalen endoelstellingen is 31 augustus 2026. Nadat de mijlpalen zijn gerealiseerdkan Hongarije een betaalverzoek indienen voor de middelen die hieraanzijn gekoppeld. De Commissie zal na de ontvangst van een betaalverzoekzorgvuldig toetsen of Hongarije daadwerkelijk controleerbare stappenheeft gezet richting het verbeteren van de rechtsstaat en het tegengaanvan fraude, en of de daaraan gekoppelde set van mijlpalen en doelstel-lingen is verwezenlijkt.Nederland heeft, als gevolg van het aantreden van een nieuw kabinet, eenbudgettair-structureel plan ingediend voor de middellange termijn, metdaarin het voorgenomen begrotingsbeleid, de hervormingen en de6Kamerstukken II, 2025–2026, 22 112, nr. 4293; Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501–07, nr. 2196.7Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501–07, nr. 2199.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22026 investeringen. De leden van de VVD-fractie zijn tevreden met het oordeelvan de Europese Commissie dat Nederland voldoet aan de vereisten.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de achterlig-gende stukken met betrekking tot de Eurogroep en de Ecofinraad van 9 en10 juli 2026. Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de PVV-fractienog enkele vragen.NextGenerationEUAllereerst lezen de leden van de PVV-fractie in een artikel in het FD («Italiëbesteedde EU-miljarden vooral aan een opknapbeurt, en niet aangrondige verbouwing van economie») dat Italië de miljarden uit hetEuropese herstelfonds, NextGenerationEU, vooral heeft besteed aan hetopknappen van steden en dus niet aan het verbeteren van de economie.Denk hierbij aan nieuwe bussen in Rome, meer kinderopvangplekken inhet zuiden en nieuwe websites voor overheidsinstellingen. Dit terwijl Italiëin totaal 195 miljard euro uit het Europese herstelfonds heeft ontvangen,zoals blijkt uit het recovery and resilience-scoreboard van de EuropeseCommissie. Tevens hebben de leden van de PVV-fractie in een nieuwsbe-richt van BNR van 15 mei jl. («Spaanse regering onder vuur: tot 10 miljardeuro aan coronasubsidie naar pensioengat») gelezen dat Spanje 10miljard euro uit het Europese herstelfonds heeft gebruikt voor het dichtenvan een gat in het pensioenstelsel. Spanje kreeg 102 miljard euro uit hetfonds.De leden van de PVV-fractie willen weten hoe dit heeft kunnen gebeuren,waarom hier niet op geanticipeerd is en of hier consequenties aanvastkleven. Is de Minister het met de leden van de PVV-fractie eens datItalië en Spanje alle miljarden uit het Europese herstelfonds die ondoel-matig en/of onrechtmatig zijn uitgegeven moet terugbetalen? Zo nee,waarom niet?De investeringen die lidstaten, waaronder Italië, financieren uit de Herstel-en Veerkrachtfaciliteit (HVF) zijn vooraf vastgelegd in een herstel- enveerkrachtplan (HVP). Deze plannen, en de investeringen en hervor-mingen die er onderdeel van zijn, zijn door de Commissie getoetst aan dediverse eisen uit de HVF-verordening. Zo moet een plan bijdragen aan dedoeltreffende aanpak van alle of een significant deel van de uitdagingendie zijn vastgesteld in de landspecifieke aanbevelingen van 2019 en 2020in het kader van het Europees Semester. Ook moet een plan het groeipo-tentieel en de economische, sociale en institutionele veerkracht versterkenen de werkgelegenheid stimuleren. Daarnaast moet tenminste 37% van demiddelen uit een plan worden besteed aan de klimaattransitie entenminste 20% aan de digitale transitie. Ook dienen de maatregelen die inhet plan zijn opgenomen een structureel effect te sorteren voor debetrokken lidstaat. Bij een positieve beoordeling heeft de Raadvervolgens, op een voorzet van de Commissie, een uitvoeringsbesluitaangenomen waarin het HVP is goedgekeurd en de hervormingen eninvesteringen die recht geven op uitbetaling van middelen zijn vastgelegdin de vorm van mijlpalen en doelstellingen. De Kamer is over alleuitvoeringsbesluiten geïnformeerd, in het geval van Italië per Kamerbriefvan 7 juli 2021.8 De daadwerkelijke uitbetaling van middelen vindt plaatsop basis van het daadwerkelijk behalen van de mijlpalen en doelstel-lingen, na toetsing door de Commissie. Alle betaalverzoeken van Italië zijntot nu toe gehonoreerd.8Kamerstuk 21 501–07, nr. 1769.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22027 Spanje heeft tot dusver de mijlpalen en doelstellingen voor hervormingenen investeringen, zoals die met de Commissie zijn overeengekomen endoor de Raad bekrachtigd, behaald. Daarom zijn de betaalverzoeken vanSpanje tot nu toe gehonoreerd. Deze mijlpalen en doelstellingen hebbengeen betrekking op uitgaven aan pensioenen. Het is aan Spanje zelf om deinvesteringsprojecten waarop de mijlpalen en doelstelling betrekkinghebben te voorzien van financiering. In het geval van Spanje heeft daarbijeen kasschuif plaatsgevonden tussen vooraf geraamde nationalebegrotingsposten. De berichtgeving over Spanje refereert aan bevin-dingen van de Spaanse Rekenkamer in een recent gepubliceerd rapportover de Spaanse Algemene Staatrekeningen van 2024. De SpaanseRekenkamer constateert dat de Spaanse regering 2,4 miljard euro aanmiddelen, ontvangen uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF), hadingezet voor de financiering van o.a. pensioenuitgaven. De SpaanseRekenkamer heeft kritiek op de nationale begrotingssystematiek, specifiekde juridische onderbouwing voor de kasschuif die ten grondslag ligt aandeze uitgaven. De Spaanse Rekenkamer heeft geen kritiek op de recht-matige besteding van HVF-middelen. Indien de kasschuif leidt tot eentekort aan financiering voor de implementatie van overige mijlpalen endoelen, dan zal Spanje zelf middelen vrij moeten maken voor de finan-ciering daarvan.Er is daarmee geen aanleiding om ervan uit te gaan dat Spanje of Italië deHVF-middelen in strijd met de HVF-regels zouden hebben besteed. Watbetreft de doelmatige besteding van middelen hebben lidstaten vooraf inhun HVP de geraamde totale kosten van de hervormingen en investe-ringen moeten opgeven, met een passende motivering en met een uitlegover de wijze waarop de geraamde totale kosten stroken met hetkostenefficiëntiebeginsel en in verhouding staan tot de verwachtenationale economische en sociale gevolgen. De Commissie heeft het HVPhierop getoetst.Voorts willen de leden van de PVV-fractie weten of landen zoals Polen,Frankrijk en Griekenland, net als Italië, miljarden uit het Europeseherstelfonds hebben «verspild». Polen kreeg 60 miljard, Frankrijk 40miljard en Griekenland 34 miljard. Kunnen we zicht krijgen op hoe dezelidstaten het geld uit het herstelfonds hebben besteed?De besteding van de middelen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit isopenbare informatie, die u kunt vinden op de website van de EuropeseCommissie.9 Zoals hiervoor aangegeven is de Kamer bovendien geïnfor-meerd over de uitvoeringsbesluiten van de Raad waarin het HVP isgoedgekeurd en de hervormingen en investeringen die recht geven opuitbetaling van middelen zijn vastgelegd in de vorm van mijlpalen endoelstellingen.10 Er is geen aanleiding om ervan uit te gaan dat degenoemde landen de HVF-middelen in strijd met de HVF-regels zoudenhebben besteed, of middelen zouden hebben verspild.Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat er ook gesproken wordtover het doorschuiven van de gezamenlijke EU-schuld, waardoor er 7 tot 8miljard euro extra begrotingsruimte ontstaat per jaar. Dit kan dan wordeningezet voor defensie, innovatie en concurrentievermogen. De leden vande PVV-fractie willen weten hoe de Minister hier tegenover staat en of hijhier afstand van wil nemen.9https://ec.europa.eu/economy_finance/recovery-and-resilience-scoreboard/country_overview.html10Zie Kamerstukken 21 501–07, nr. 1861 voor Polen, nr. 1769 voor Frankrijk en nr. 1766 voorGriekenland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22028 In de brief van 22 mei jl. (Kamerstuk 22 112, nr. 4357) is aangegeven dathet kabinet defensie, innovatie en concurrentievermogen als inhoudelijkeprioriteiten in de onderhandelingen heeft. Het kabinet wil echter tegelij-kertijd niet besparen op de rente en aflossing van NGEU in de eerste pijlervan het volgende Meerjarig Financieel Kader. Nederland houdt daarmeevast aan de afspraken die over de aflossing van NGEU zijn gemaakt in heteigenmiddelenbesluit (Besluit 2020/2053 van de Raad). Het Commissie-voorstel van juli 2025 voldoet hieraan.Digitale euroVervolgens merken de leden van de PVV-fractie op dat de digitale eurosteeds dichterbij komt. De leden van de PVV-fractie merken dat decommissie van Economische en Monetaire Zaken (ECON) van hetEuropees Parlement op 23 juni jl. heeft ingestemd met het ontwerpverslagover de verordening tot invoering van de digitale euro. Hiermee wordteen positief signaal afgegeven over de mogelijke uitgifte van de digitaleeuro.De leden van de PVV-fractie vragen de Minister een update te gevenhierover. Wat is de stand van zaken en klopt het dat de digitale euro naarverwachting in 2029 wordt ingevoerd?Wat is het voordeel voor burgers van de digitale euro ten opzichte van hetgeld dat mensen al op de bankrekening hebben staan? Waarom wordt er18 miljard euro in iets gestopt waar niemand op zit te wachten?De commissie van Economische en Monetaire Zaken (ECON) van hetEuropees Parlement heeft inderdaad op 23 juni jl. ingestemd met hetontwerpverslag over de verordening tot invoering van de digitale euro.Deze positie op de digitale euro wordt nu plenair ter stemmingvoorgelegd aan het Europees Parlement. De plenaire stemming vindt naarverwachting plaats in de week van 6 juli 2026. Indien het EuropeesParlement plenair heeft ingestemd met een positie op de digitale euro,kunnen de triloogonderhandelingen tussen het Europees Parlement en deRaad van de Europese Unie beginnen. Pas na een eventueel triloogak-koord is de wettekst over de digitale euro definitief en kan hetEurosysteem besluiten tot invoering van de digitale euro. De ECB heeft alsdoel om voorbereid te zijn op een eventuele invoering van de digitaleeuro in 2029, mits er nog dit jaar een triloogakkoord wordt bereikt.De leden van de PVV-fractie merken op dat de voorganger van dezeMinister op 2 februari 2023 stelde dat Nederland alleen akkoord zal gaanmet de digitale euro als er voldaan is aan de volgende vijf randvoor-waarden: (1) duidelijke voordelen voor consumenten, bedrijven en bredeeconomie; (2) waarborging van privacy; (3) overeenstemming met hetanti-witwasraamwerk; (4) waarborgen voor de financiële stabiliteit en (5)een niet-programmeerbare digitale euro.Zijn dit nog steeds harde voorwaarden voor dit kabinet voor de invoeringvan de digitale euro?Is hieraan voldaan volgens deze Minister en staat hij nog steeds achter hetstandpunt dat er voldaan moet zijn aan deze vijf randvoorwaarden om dedigitale euro in te voeren?Ik heb u hierover uitgebreid geïnformeerd in de Kamerbrief over devoortgang van Europese wetgevingsdossiers11 op 9 december jl.: deRaadspositie is in lijn met de Nederlandse inzet in het BNC-fiche12. Dathoudt in dat de Raadspositie sterke waarborgen bevat die overeenkomen11Kamerstukken II, 2025–2026, 22 112, nr. 421912Kamerstukken II, 2022–2023, 22 112, nr. 3747.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 22029 met de voorwaarden die zijn genoemd in het verslag van een schriftelijkoverleg op 2 februari 2023.Ook ben ik onder andere in die Kamerbrief ingegaan op de maatschappe-lijke voordelen van invoering van de digitale euro, onder meer op hetgebied van weerbaarheid en strategische autonomie. Ik vind dezevoordelen belangrijk voor Nederland en Europa en vind het aanvaardbaardat hier kosten mee gepaard gaan. Het is nog niet duidelijk hoe hoog dekosten precies zullen zijn. Dit hangt ook af van de ontwerpkeuzeswaarover nog wordt onderhandeld.Het ontwerp en de wetteksten van de digitale euro zijn nog niet definitief.Zoals hierboven genoemd zal de triloogfase beginnen nadat het EuropeesParlement plenair een positie op de digitale euro heeft aangenomen. Ik zalmij ook in de triloogfase blijven inzetten voor waarborgen die voorNederland essentieel zijn: niet-programmeerbaarheid, een hoog niveauvan privacy, offline functionaliteiten vanaf de eerste uitgifte, een eerlijkeverdeling van de kosten tussen winkeliers en betaaldienstverleners,overeenstemming met het anti-witwasraamwerk en het vastgesteldekarakter van de digitale euro als betaalmiddel, niet als spaarproduct. Omde financiële stabiliteit te waarborgen zullen er ook aanhoudingslimietengelden.Voorstel voor een Omnibus voor belastingenVerder lezen de leden van de PVV-fractie dat Eurocommissaris WopkeHoekstra het nieuwe box 3-stelsel in gevaar brengt met een concept-voorstel voor een ruimere vrijstelling van dividendstromen tussenondernemingen.Hierdoor kan particulier beleggen zwaarder worden belast dan beleggenin een bv en komt de verhouding tussen box 2 en box 3 onder druk testaan. Dit kan een mogelijke miljardentegenvaller zijn voor de schatkist.De leden van de PVV-fractie willen weten hoe hoog het kabinet demiljardentegenvaller inschat als dit voorstel doorgaat. Hoe staat hetkabinet tegenover dit voorstel? Kan het kabinet hier meer zicht op geven?Het kabinet zal de Kamer na het zomerreces, via het gebruikelijkeBNC-fiche, informeren over de appreciatie van het voorstel. Het voorstel isomvangrijk en de mogelijke gevolgen worden momenteel bestudeerd,hierom acht het kabinet het niet wenselijk om vooruit te lopen op dezeappreciatie. Het voorstel bevat wel een anti-misbruikmaatregel die preciesdit soort structuren tracht tegen te gaan. Of deze maatregel voldoende isom de ongewenste gevolgen te mitigeren, moet worden beoordeeld enzal in het BNC-fiche worden meegenomen.Pakketjes uit ChinaTen slotte lezen de leden van de PVV-fractie, onder meer in een nieuwsbe-richt van 2 juli 2026 op ww.nu.nl («Van een hoger minimumloon totduurdere pakketjes: dit verandert er vanaf 1 juli»), dat pakketjes uit Chinasinds 1 juli jl. duurder zijn geworden. Voor pakketjes tot 150 euro vanbuiten de EU geldt namelijk een nieuwe invoerheffing van 3 euro perproductcategorie.De leden van de PVV-fractie hebben hierover enkele vragen. Stel: jebestelt voor 30 euro aan spullen op Temu uit drie verschillende productca-tegorieën. De 21 procent btw wordt berekend over het bedrag van deaankoop samen met de nieuwe heffing. Het pakket kost dus geen 30 euromeer, maar 47 euro (incl. heffing en btw), een verhoging van 56 procentdus. Vindt het kabinet dit niet veel te ver gaan? Klopt het dat de 75 procentTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220210 van de opbrengsten hiervan naar de EU vloeien en dat Nederland slechts25 procent mag houden? Zo ja, wat vindt het kabinet hiervan?Sinds 1 juli 2026 is de zogeheten de-minimisvrijstelling afgeschaft. Zoalstoegelicht in mijn brief van 21 april, betekent dit dat pakketten met eenwaarde tot en met € 150 uit derde landen niet meer vrijgesteld zijn vaninvoerheffingen, waar ze dat eerder wel waren. Met ingang van 1 juli 2026wordt een vaste invoerheffing van € 3 per productcategorie (aangifte-regel) geheven, tot het moment van invoering van de EU-Douane datahub(2028). Hierna zal er per zending een invoertarief worden berekend. Overhet totaalbedrag, dus het aankoopbedrag plus de nieuwe heffing, wordtvervolgens 21% btw berekend. Dit betekent dat pakketjes, geleverd vanuitderde landen, aan consumenten naar verwachting duurder worden.Het aantal e-commercezendingen nam de afgelopen jaren sterk toe. Dezezendingen zijn voor de Douane lastig te controleren. Het doel van dezemaatregel is om het speelveld eerlijker te maken voor Europese bedrijvenen om non-conforme producten en fiscale fraude tegen te gaan. Voor1 juli betaalden Europese ondernemers wel invoerheffingen, maar warenpakketjes met een waarde tot en met € 150 van buiten de EU besteld,vrijgesteld. Hiermee werden Europese ondernemers oneerlijk benadeeld.Tevens blijken veel van deze producten niet te voldoen aan de Europeseproducteisen en werd er veel fraude gepleegd door goederen fictief onderde € 150 te houden, waarmee invoerheffingen ontweken werden.Alle invoerrechten zijn op grond van Europese regelgeving zogeheten«traditionele eigen middelen» van de Europese Unie. Lidstaten dragendeze heffingen af aan de EU, en ontvangen een perceptiekostenver-goeding van 25% om de eigen apparaatskosten mee te bekostigen.Aangezien het bedrag van € 3 per aangifteregel een invoerheffing is, gaathet hier ook om traditionele eigen middelen.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de agenda vande Eurogroep en de Ecofinraad van 9 en 10 juli. Daarbij hebben zij nogenkele vragen.Nationale escape clausuleDe leden van de CDA-fractie lezen dat de European Fiscal Board (EFB)kritisch is op de mededeling van de Europese Commissie dat lidstaten debestaande National Escape Clause (NEC) binnen het Stabiliteits- enGroeipact ook zouden kunnen benutten voor maatregelen gericht op hetvergroten van de energie-onafhankelijkheid. De EFB benadrukt dat deflexibiliteit onder de NEC beperkt zou moeten blijven tot defensie-uitgaven. Daarnaast waarschuwt de EFB dat een verruiming van detoepassing de geloofwaardigheid van het hervormde Europese begro-tingsraamwerk kan ondermijnen. Ook wijst de EFB op de lessen uit deenergiecrisis van 2022 en 2023, waarbij generieke steunmaatregelen deinflatie aanwakkerden en onvoldoende waren gericht, terwijl juiststructurele investeringen in energie-onafhankelijkheid noodzakelijk zijn.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister wat de huidige status isvan deze mededeling van de Europese Commissie. Kunnen lidstaten opbasis hiervan reeds gebruikmaken van deze verruimde toepassing van deNational Escape Clause, of zijn daarvoor nog nadere besluiten nodig?Indien dit reeds mogelijk is, acht de Minister de reikwijdte van dezetoepassing voldoende duidelijk afgebakend?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220211 De Commissie geeft in de overkoepelende mededeling bij het Lentepakketaan dat lidstaten de bestaande nationale ontsnappingsclausule binnen hetSGP ook zouden kunnen benutten voor maatregelen gericht op energieon-afhankelijkheid.13 Over de mededeling zelf ligt geen besluitvorming in deRaad voor.Om gebruik te kunnen maken van deze ontsnappingsclausule voorenergiemaatregelen moeten lidstaten een verzoek tot activering van declausule doen aan de Raad of, indien de clausule voor een lidstaat al isgeactiveerd voor defensie-uitgaven, de inzet verbreed kan worden voormaatregelen gericht op energieonafhankelijkheid. De Commissiebeoordeelt of het verzoek voldoet aan de voorwaarden, onder andere ofsprake is van uitzonderlijke omstandigheden buiten de controle van delidstaat die een aanzienlijke impact hebben op de overheidsfinanciën en,waar relevant, of de schuldhoudbaarheid op middellange termijn niet ingevaar komt. Op basis van een beoordeling van de Commissie zal deRaad per lidstaat met versterkte gekwalificeerde meerderheid besluitenover het verzoek.De Commissie heeft lidstaten die gebruik willen maken van de clausulegevraagd dit in juli of augustus kenbaar te maken. De Commissie zouvervolgens mogelijk in september aanbevelingen kunnen doen, waarnabesluitvorming in de Ecofinraad van oktober 2026 zou kunnen plaats-vinden. Latere verzoeken blijven mogelijk, maar worden dan gespreid inde tijd behandeld.Nederland zal blijven benadrukken dat toepassing van de nationaleontsnappingsclausule tijdelijk, gericht en verenigbaar met schuldhoud-baarheid moet blijven. Voor het kabinet is van belang dat eventueletoepassing voor energieonafhankelijkheid strikt wordt beperkt totmaatregelen die aantoonbaar bijdragen aan de structurele weerbaarheidvan het energiesysteem en de vermindering van afhankelijkheid vanfossiele brandstoffen. Generieke of consumptieve steunmaatregelen dieniet bijdragen aan structurele energieonafhankelijkheid passen daar nietbij. Ook moeten maatregelen aanvullend, gericht en kosteneffectief zijn.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister tevens of Nederland heeftingestemd met deze interpretatie van de Europese Commissie, dan weldaartegen bezwaren heeft geuit. Kan de Minister toelichten welke positieNederland in de Europese besprekingen heeft ingenomen?Over de mededeling van de Commissie zelf heeft geen besluitvorming inde Raad plaatsgevonden. Besluitvorming is pas aan de orde wanneer eenlidstaat een verzoek indient; de Commissie beoordeelt dat verzoek en deRaad besluit vervolgens per lidstaat.Nederland heeft in de Europese besprekingen, waaronder in de Eurogroepen Ecofinraad, bij herhaling zorgen geuit over de voorgestelde verbredingvan de nationale ontsnappingsclausule. Die zorgen zien op de gevolgenvoor schuldhoudbaarheid en de geloofwaardigheid en uitlegbaarheid vanhet Europese begrotingsraamwerk. Tegelijkertijd heeft Nederlandbenadrukt dat, indien deze mogelijkheid verder wordt uitgewerkt,toepassing strikt moet worden afgebakend.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister voorts of hij de analysevan de EFB deelt dat de lessen uit de energiecrisis van 2022 en 2023aanleiding geven om terughoudend te zijn met een verruimde toepassing13https://reforms-investments.ec.Europa.eu/publications-0/2026-european-semester-spring-package-communication_enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220212 van de National Escape Clause. Hoe voorkomt het kabinet dat deEuropese Unie opnieuw terugvalt op brede, generieke steunmaatregelenin plaats van gerichte investeringen die de energie-onafhankelijkheid ende weerbaarheid van de Europese economie duurzaam versterken? Is deMinister bereid zich er in de Eurogroep voor in te zetten dat toepassingvan de uitzonderingsclausule strikt tijdelijk en uitzonderlijk blijft en nietleidt tot precedentwerking die de geloofwaardigheid van het Stabiliteits-en Groeipact op langere termijn ondermijnt?Het kabinet deelt de analyse dat de ervaringen uit de energiecrisis van2022 en 2023 aanleiding geven voor alle lidstaten om terughoudend te zijnmet brede, generieke steunmaatregelen. Dergelijke maatregelen kunnenbudgettair kostbaar zijn en zijn niet altijd voldoende gericht op hetstructureel versterken van energieonafhankelijkheid en economischeweerbaarheid.Juist daarom acht het kabinet het van belang dat eventuele flexibiliteitbinnen de Europese begrotingsregels voor energieonafhankelijkheid striktwordt beperkt tot maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan destructurele weerbaarheid van het energiesysteem en de vermindering vanafhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Generieke of consumptievesteunmaatregelen die niet bijdragen aan structurele energieonafhanke-lijkheid passen daar niet bij. Ook moeten maatregelen aanvullend, gerichten kosteneffectief zijn.Het kabinet zal in de Eurogroep en Ecofinraad blijven benadrukken dateventuele toepassing voor energieonafhankelijkheid strikt moet wordenafgebakend, gericht moet zijn op structurele versterking van het energie-systeem en niet mag worden gebruikt voor brede, generieke steunmaatre-gelen. Daarbij is voor Nederland essentieel dat toepassing van denationale ontsnappingsclausule tijdelijk, uitzonderlijk en verenigbaar metschuldhoudbaarheid blijft. De clausule mag niet leiden tot een bredereversoepeling van het Stabiliteits- en Groeipact of tot precedentwerking diede geloofwaardigheid van het Europese begrotingsraamwerk op langeretermijn ondermijnt.Digitale financiënDe leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet kansen ziet om hetEuropese financieel systeem efficiënter, concurrerender en soevereiner temaken via digitale financiën. Deze leden onderschrijven het belang vaneen weerbaar Europees betalingsverkeer, zeker in het licht van de huidigegeopolitieke ontwikkelingen.De leden van de CDA-fractie constateren dat De Nederlandsche Bank(DNB) in haar Visie op Betalen 2026–2028 stelt dat de afhankelijkheid vanniet-Europese spelers op kritieke onderdelen van de betaalketen moetworden verkleind. DNB noemt daarbij als ambitie dat consumenten enondernemers kunnen kiezen voor digitale betaalmiddelen van Europesebodem en dat meer keuze de weerbaarheid tegen geopolitiekespanningen en cyberdreigingen vergroot.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister hoe hij deze analyse vanDNB beziet. Welke concrete stappen zet Nederland in Europees verbandom de afhankelijkheid van niet-Europese betaalnetwerken en betaalinfra-structuur te verkleinen? Welke rol ziet de Minister daarbij voor privateEuropese betaalinitiatieven, zoals Wero, naast de ontwikkeling van dedigitale euro? Acht de Minister de huidige Europese inzet voldoende omde strategische autonomie en de weerbaarheid van het Europesebetalingsverkeer daadwerkelijk te versterken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220213 Het kabinet deelt de Visie op Betalen 2026–2028 van DNB, waarin wordtgesteld dat een te grote afhankelijkheid van niet-Europese spelersonwenselijk is. Het is belangrijk dat Nederland en Europa blijven inzettenop het verminderen van die afhankelijkheden, hierin verstandige enstrategische keuzes maken en de ruimte creëren voor het ontwikkelen vanEuropese alternatieven. Het kabinet benadrukt tevens het belang van hethebben van terugvalopties in het betalingsverkeer om op die manierweerbaarder te zijn tegen geopolitieke spanningen. De digitale euro encontant geld zijn belangrijke alternatieven voor elektronisch betalen. Ookhet bieden van betrouwbare, private Europese betaalinitiatieven, zoalsWero, zijn van meerwaarde. Het kabinet spreekt steun uit voor dezeinitiatieven, ook op Europees niveau.Deze afhankelijkheden in het betalingsverkeer worden momenteel opverschillende manieren gemitigeerd. Zo zorgt het relevante wetgevings-kader al voor een stevige (cyber)weerbaarheid van financiële instellingen.Ook bestaan er nationale crisisstructuren en noodplannen om uitval enverstoring zo snel mogelijk op te lossen. De Wet veiligheidstoets opinvesteringen, fusies en overnames (Wet vifo) beschermt de financiëlesector ten dele tegen ongewenste buitenlandse inmenging. Er wordt opdit moment bekeken of deze wet uitgebreid kan worden om ook andereonderdelen van de financiële sector hier onder te brengen. Hierover is deKamer in november 2025 geïnformeerd via de Kamerbrief Afronding 1efase beleidscyclus vitaal SEO-rapport.14Een aantal van de afhankelijkheden in het betalingsverkeer zijn sectorover-stijgend, zoals de afhankelijkheid van IT-leveranciers, en worden Rijks-breed opgepakt. Ook zet het kabinet zich in voor stevige, competitieve,goed functionerende Europese markten waarin Europese bedrijven zichgoed kunnen ontwikkelen. Sterke financiële markten dragen bij aan deEuropese economische veerkracht en bieden ook de voorwaarden omEuropese alternatieven te ontwikkelen. Ik blijft scherp kijken naar dezeafhankelijkheden en zal waar nodig, ook op Europees niveau, aandachtvragen voor aanvullende maatregelen als deze nodig zijn.HVP HongarijeDe leden van de CDA-fractie constateren dat Hongarije het gewijzigdeherstel- en veerkrachtplan op 10 juni 2026 heeft ingediend, terwijllidstaten uiterlijk eind augustus 2026 aan de daarin opgenomen mijlpalenen doelstellingen moeten voldoen. Deze leden merken op dat het daarbijonder meer gaat om 24 supermijlpalen op het terrein van de rechtsstaat.De leden van de CDA-fractie vragen de Minister hoe hij deze planningbeoordeelt. Acht het kabinet het realistisch dat deze omvangrijkerechtsstatelijke hervormingen niet alleen formeel worden vastgesteld,maar ook daadwerkelijk en duurzaam worden geïmplementeerd binnendeze korte termijn? Op basis waarvan heeft de Europese Commissiegeconcludeerd dat deze planning uitvoerbaar is?Zie voor deze vraag de beantwoording bij de vraag gesteld door de VVDover het Herstel-en Veerkrachtplan van Hongarije.De leden van de CDA-fractie wijzen erop dat de Kamer eerder, via demotie Van Lanschot c.s. (Kamerstukken 21501–02, nr. 3383), de regeringheeft verzocht zich ervoor in te zetten dat Hongarije de noodzakelijkerechtsstatelijke hervormingen doorvoert om te voldoen aan devoorwaarden voor Europese financiering. Kan de Minister toelichten op14Kamerstukken II, 2025–2026, 30 821 nr. 323Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220214 welke wijze het kabinet uitvoering geeft aan deze motie? Op welke wijzeondersteunt Nederland Hongarije bij het daadwerkelijk realiseren vandeze hervormingen, zonder afbreuk te doen aan de strikte voorwaardenvoor uitbetaling van Europese middelen?Het kabinet verwelkomt dat de nieuwe Hongaarse regering zich uitspreektvoor herstel van de relatie met de EU en voor het doorvoeren vannoodzakelijke hervormingen, onder andere op het terrein van rechtsstate-lijkheid. Het kabinet ziet dat Hongarije duidelijke stappen zet om dezezaken te bewerkstelligen.Conform de motie Van Lanschot c.s. zet het kabinet zich er bij deCommissie voor in dat Hongarije de hervormingen doorvoert om tevoldoen aan de voorwaarden voor Europese financiering. Conform demotie Krul/Dassen (Kamerstuk 36 866, nr. 9) moedigt het kabinetHongarije aan om aan de met de Commissie gemaakte afspraken tevoldoen, en ondersteunt het kabinet Hongarije hier bij waar nodig. Hetkabinet zoekt dan ook actief toenadering tot de regering-Magyar. Dezecontacten verlopen tot dusver in een constructieve en positieve sfeer. Zobracht de Minister van Buitenlandse Zaken begin juni een bezoek aanBoedapest en heeft de Minister-President telefonisch gesproken met zijnHongaarse ambtgenoot Magyar. In deze contacten draagt Nederland,naast de bereidheid tot samenwerking, consequent ook de eerderge-noemde boodschappen uit: het belang van het daadwerkelijk doorvoerenvan de rechtsstatelijke hervormingen en het onverkort vasthouden aan devoorwaarden die aan de uitbetaling van Europese middelen zijnverbonden. Ten aanzien van de vraag hoe het kabinet Hongarije onder-steunt bij het realiseren van de hervormingen, hecht het kabinet eraan tebenadrukken dat de primaire verantwoordelijkheid hiervoor bij Hongarijezelf ligt. Het kabinet is bereid om, waar dat een toegevoegde waarde heeften op verzoek, bilaterale expertise te delen. Dit aanbod heeft het kabinetin verschillende contacten aan Hongarije overgebracht en het gesprekover hoe dit zou kunnen worden vormgegeven wordt op ambtelijk niveaumet Hongarije verder doorgezet.OverigDraft Budgetary Plan OostenrijkEen bespreking over het ontwerpbegrotingsplan (Draft Budgetary Plan;DBP) van Oostenrijk voor 2027, dat Oostenrijk op 13 mei 2026 bij deCommissie heeft ingediend, en de opinie van de Commissie daarover, istoegevoegd aan de agenda van de Eurogroep. De Eurogroep zal naarverwachting, net als gebruikelijk bij de bespreking van DBP’s, na afloopvan de bespreking een verklaring publiceren.Procedures en informatievoorziening aan de Kamer over de Herstel- enVeerkrachtfaciliteit in zomerperiodeLidstaten kunnen, op basis van artikel 21 van de HVF-verordening, gebruikmaken van de mogelijkheid om hun herstel- en veerkrachtplan aan tepassen op grond van objectieve omstandigheden die relevant zijn voor deeerder overeengekomen mijlpalen en doelstellingen. De Commissiebeoordeelt of de redenen die lidstaten aandragen een wijziging van deplannen rechtvaardigen en of de plannen na deze aanpassingen nogsteeds voldoen aan alle eisen van de HVF-verordening. Na een positievebeoordeling door de Commissie ligt een planwijziging ter besluitvormingvoor in de Raad van de Europese Unie (doorgaans in Ecofin-formatie).Hierover wordt de Kamer steeds middels de geannoteerde agenda en hetverslag van een Ecofinraad geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220215 Lidstaten hebben tot uiterlijk 31 augustus 2026 om mijlpalen en doelstel-lingen uit het herstel- en veerkrachtplan te voltooien. Lidstaten hebben totuiterlijk diezelfde datum de tijd om hun plan te wijzigen. Omdat er in dezomerperiode geen mogelijkheid is om planwijzigingen in de Ecofinraadte behandelen, zullen er in de zomer schriftelijke procedures wordengehanteerd om tot Raadsbesluitvorming over HVP-wijzigingen te komen.Een schriftelijke procedure zal uitsluitend worden gebruikt voortechnische wijzigingen van een plan. Indien de Europese Commissiepositief heeft beoordeeld dat de redenen die een lidstaat aandraagt eentechnische wijziging van een plan rechtvaardigen, en dat een plan na dezeaanpassing nog steeds voldoet aan alle eisen van de HVF-verordening, zalNederland naar verwachting in kunnen stemmen met de voorgesteldewijzigingen.Daarnaast ontvangt de Kamer elke voorlopige beoordeling van betaalver-zoeken in het kader van de HVF, die de Europese Commissie publiceert terbespreking in het Economisch en Financieel Comité. Mocht in dezomerperiode een voorlopige beoordeling van een betaalverzoek door deCommissie worden gepubliceerd, dan zal de Kamer uitsluitend wordengeïnformeerd indien Nederland of een andere lidstaat naar aanleidingdaarvan de noodzaak ziet tot het starten van de zogenoemde noodrem-procedure van de HVF.De Kamer zal in de eerstvolgende geannoteerde agenda voor deEurogroep en informele Ecofinraad van september 2026 een updateontvangen over de planwijzigingen die deze zomer via schriftelijkeprocedures zijn goedgekeurd en over eventuele voorlopige Commissiebe-oordelingen van betaalverzoeken.Overzicht van de definitieve beoordeling door de Europese Commissievan ingediende HVF-betaalverzoekenHieronder staat een overzicht per 1 juli 2026 van de stand van zakenrondom de subsidies en leningen uit de HVF. Tabel 1 geeft een overzichtvan de totale subsidies die aan lidstaten zijn gecommitteerd uit de HVF,een overzicht van de subsidies die in het tweede kwartaal van 2026 zijnuitbetaald en van de totale subsidies die tot nu toe zijn uitbetaald. Tabel 2geeft een vergelijkbaar overzicht van het leningendeel van de HVF. Derelevante documentatie voor de betaalverzoeken is te raadplegen op deHVF-website van de Europese Commissie15 en het Comitologieregister16.Hierna zal de Kamer nog twee overzichten ontvangen, na het derdekwartaal in 2026 en na eind 2026.Tabel 1: overzicht subsidies aan lidstaten uit de RRF (in miljoenen euro, per 1 juli2026)CommitteringenUitbetalingenTotaal toegekend subsi-diebedrag1Goedgekeurde subsidie-betalingen in Q2 20262In totaal uitgekeerd aansubsidies incl. voorfinan-cieringBE5.0342.967BG6.1743.273CZ8.4096.540DK1.6261.267DE30.3254.59124.351EE953627IE1.15424992915https://ec.Europa.eu/economy_finance/recovery-and-resilience-scoreboard/index.html16https://ec.Europa.eu/transparency/comitology-register/screen/committees/C102400/consult?lang=nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220216 CommitteringenUitbetalingenTotaal toegekend subsi-diebedrag1Goedgekeurde subsidie-betalingen in Q2 20262In totaal uitgekeerd aansubsidies incl. voorfinan-cieringEL18.22088412.929ES79.85455.092FR40.27034.130HR5.7874.909IT71.7806.63060.716CY1.020563LV1.9693711.465LT2.2891.575LU24190HU6.512140MT32819234NL5.4413.069AT3.9613253.655PL25.2774.92314.440PT16.32511.237RO13.5662.2519.654SI1.6132311.303SK6.4081.2435.207FI1.9492671.389SE3.4461.646EU27359.93221.984262.3991 Het betreft de definitieve allocatie van de subsidies zoals op 30 juni 2022 gepubliceerd voor deRRF: https://commission.Europa.eu/document/download/c22c182c-f53e-453f-b45a-dacdcf2d69dd_en?filename=2022_06_30_update_maximum_financial_contribution_rrf_grants.pdfplus de aanvullende subsidies voor REPowerEU: https://eur-lex.Europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32023R0435 en de overheveling van de reserve voor aanpassing aan de Brexitnaar de faciliteit.2 Uitgekeerd op basis van behaalde mijlpalen en doelen. Tabel 2: overzicht leningtranches aan lidstaten uit de RRF (in miljoenen euro, per 1 juli2026)CommitteringenUitbetalingenTotaal toegekende leningRRF1Goedgekeurde lening-tranche in Q2, 20262In totaal uitgekeerdeleningen incl. voorfinan-cieringBE230103CZ343232EL17.72829411.696ES22.70616.275HR4.2542.381IT122.6026.193105.272LT1.5521.119HU3.918779PL29.4412.29719.711PT5.5803.675RO7.8444.320SI469466EU216.6678.784166.0291 Toegekende bedrag zoals opgenomen in de uitvoeringsbesluiten.2 Uitgekeerd op basis van behaalde mijlpalen en doelen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 220217

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c96b3454dd2c5513

14 okt 2026 · b3304b506e3cb0d2

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.