KamerkringInloggen
Kamerbrief

Monitor Sociale Inclusie 2023 (meting 5) naar de woon- en leefomstandigheden van Sinti en Roma in Nederland

5 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 87a3fc476a973c51 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 824IntegratiebeleidNr. 433 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 juni 2024De maatschappelijke positie van Sinti en Roma1 in Nederland is nog altijdkwetsbaar. Zo zijn Sinti en Roma in het hoger onderwijs ondervertegen-woordigd, is de arbeidsmarktparticipatie relatief laag en ervaren zij opveel gebieden discriminatie. Dit blijkt uit de Monitor Sociale Inclusie 2023naar de woon- en leefomstandigheden van Sinti en Roma in Nederland.Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid laat deze tweejaar-lijkse kwalitatieve monitor sinds 2013 uitvoeren. Het is belangrijk om zichtte hebben op de uitdagingen waarmee Sinti en Roma geconfronteerdworden in het bereiken van gelijkwaardige kansen en posities.Met deze brief bied ik u de Monitor Sociale Inclusie 2023 (meting 5) naarde woon- en leefomstandigheden van Sinti en Roma in Nederland aan. Demonitor is uitgevoerd door RISBO en Labyrinth. Het onderzoek iskwalitatief van aard omdat registratie van etniciteit niet is toegestaan. Indeze brief worden de uitkomsten van de Monitor Sociale Inclusie 2023gedeeld. Ik ga eveneens in op de aanbevelingen in relatie tot bestaandeen nieuwe maatregelen die het kabinet heeft ingezet en die bijdragen aanhet versterken van de kansen en maatschappelijke posities van Sinti enRoma.UitkomstenDeze vijfde meting is gebaseerd op de uitkomsten van 40 interviews metSinti en Roma, 26 interviews met professionals die bij de gemeen-schappen betrokken zijn en een enquête onder professionals (n=30). Deuitkomsten zijn vervolgens in duidingssessies voorgelegd aan Sinti enRoma en professionals, het verslag hiervan is toegevoegd als bijlage. De1Het is niet bekend hoeveel Sinti en Roma exact in Nederland verblijven, omdat niet op etniciteitwordt geregistreerd. In sommige (niet recente) studies wordt uitgegaan van een schatting van32.000 tot 48.000 personen (OVSE, Recent Migration of Roma in Europe 2010). Andereschattingen lopen uiteen van 2.000 tot 20.000 personen (SCP, Jaarrapport integratie 2009). kst-32824-433ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4331 monitor brengt de mate van sociale inclusie van Sinti en Roma inNederland in kaart op basis van zeven door de onderzoekers gekozenthema’s: leven volgens de cultuur, woonsituatie, onderwijspositie,rondkomen, gezondheid, discriminatie en institutioneel beleid envertrouwen.Evenals eerdere edities van de monitor laat de editie van 2023 zien dat opalle onderzochte thema’s de maatschappelijke positie van Sinti en Romakwetsbaar is. Er is nog veel ontwikkeling nodig voordat gesproken kanworden van evenredige posities.2Op de thema’s van rondkomen en onderwijs komt een divers beeld naarvoren. Veel geïnterviewde Sinti, Roma en professionals geven aan datzelfstandig ondernemerschap veel voorkomt onder Sinti en Roma.Tegelijkertijd zien geïnterviewde Sinti, Roma en professionals dat er eenrelatief hoge mate van uitkeringsafhankelijkheid is. Veel van de bevraagdeSinti en Roma geven aan dat dit komt omdat zij geen eerlijke kansenhebben gehad op school of dat het een gevolg is van discriminatie op dearbeidsmarkt. Hoewel werken in loondienst minder gebruikelijk is, nemenprofessionals dit steeds vaker waar onder jongeren en alleenstaandevrouwen. In het onderwijs komt een relatief hoog schoolverzuim vooronder Sinti- en Roma kinderen, aldus de geïnterviewde professionals. Ookwordt benoemd dat discriminatie en onderadvisering veel voorkomt endat er sprake is van gevoelens van onveiligheid op school.Zowel bevraagde Sinti en Roma als professionals benadrukken dekwetsbare gezondheid vanwege levensstijl, mentale problemen doorintergenerationele trauma’s of stress over de woonsituatie. Volgens deonderzoekers maken Sinti en Roma minder gebruik van gezondheidsvoor-zieningen, deels vanwege zorgkosten en deels vanwege een ervarenmismatch met het zorgsysteem, die in ervaring niet altijd aansluit opgebruiken binnen de gemeenschappen. De onderzoekers benadrukken datde positie van Sinti en Roma niet enkel beïnvloed wordt door cultureleachtergrond, maar ook door bredere maatschappelijke uitdagingen, zoalsde coronacrisis, toenemende energieprijzen, inflatie en zorgen overbestaanszekerheid. In een context van een krappe woningmarkt variërende ontwikkelingen voor Sinti en Roma per gemeente. Een deel van degeïnterviewde Sinti en Roma wenst in een woonwagen te leven en ziet hetuitblijven van de realisatie van meer standplaatsen als een bedreigingvoor hun culturele leefwijze. Dit zorgt voor onvervulde woonwensen enfrustratie over trage voortgang, met het gevoel dat andere groepenvoorrang krijgen.Nieuw in deze monitor is aandacht voor de mate waarin Sinti en Romagemeenschappen verbinding binnen de gemeenschap en met desamenleving ervaren. Geïnterviewde Sinti en Roma benoemen het gevoelte hebben beperkt te worden in de manier waarop zij willen leven. Erwordt in die context verwezen naar het verloren reizende bestaan en hetniet meer bij elkaar in de buurt kunnen wonen. Hierdoor kunnengewoonten en taal langzaam verwateren. Professionals en sommigebevraagde jongere Sinti en Roma ervaren een spanningsveld tussen hetlevend houden van de eigen cultuur en tradities en de veranderendewereld waarin niet altijd ruimte is voor leefbehoeften van Sinti en Roma,bijvoorbeeld wat betreft het gezamenlijk wonen of in een woonwagenkunnen wonen. Ook geven geïnterviewde Sinti en Roma aan dat binnen2Van een evenredige positie is sprake als verschillende herkomstgroepen met gelijke achter-grondkenmerken (bijvoorbeeld leeftijd, gender en opleiding) een vergelijkbare positie in desamenleving innemen. In dat geval vormen deze achtergrondfactoren de verklaring voor hetverschil in feitelijke positie en speelt herkomst dus geen zelfstandige rol (meer).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4332 de gemeenschap soms discussies spelen over keuzevrijheid. Volgensgeïnterviewde professionals bieden sommige Sinti en Roma ouders hunkinderen alle ruimte hun eigen weg te kiezen, terwijl andere ouders meerwaarde hechten aan traditionele ideeën rond schoolgang, huwelijk enloopbaankeuze. Ontwikkeling op school of werk is volgens professionalsvoor jongeren soms zowel een uitdaging binnen de familie en gemeen-schap (in relatie tot discussies over keuzevrijheid), als buiten de gemeen-schap. Door vooroordelen zou een deel van de jongeren die dat willen,geen gelijke kansen krijgen om zich te ontwikkelen op school of werk.De monitor beschrijft tot slot ervaringen met discriminatie van Sinti enRoma op verschillende levensterreinen, zoals op de arbeidsmarkt, hetonderwijs of in de publieke ruimte. Zij geven hierbij aan een laagvertrouwen te hebben in instanties en de overheid. Geïnterviewde Sinti enRoma benoemen wantrouwen jegens de overheid en instanties, deelsgeworteld in de geschiedenis van vervolging en de ontevredenheid overhet standplaatsenbeleid. De ervaren frequente wisseling van gemeente-ambtenaren wordt als belemmering genoemd voor het opbouwen vaneen vertrouwensrelatie op lokaal niveau.Tegelijkertijd zijn de resultaten ook hoopvol op terreinen als onderwijs ende rol van jongeren en jonge Sinti en Roma ouders. Zo benoemenprofessionals een voorzichtige stijging in het onderwijsniveau van Sinti enRoma kinderen. Jonge ouders, die zelf volledig onderwijs hebbengenoten, spelen daar een belangrijke rol in. Deze voorzichtige ontwik-keling in het onderwijsniveau kan volgens de onderzoekers voor de Sintien Roma op termijn doorwerken in andere levensdomeinen.BeleidOm de maatschappelijke positie van Sinti en Roma te verbeteren hanteertNederland, in lijn met het strategisch EU-kader, een generieke beleids-aanpak, aangevuld met specifieke maatregelen daar waar nodig (monitor:aanbeveling 7). Uw Kamer is in september 2021 geïnformeerd over dezebeleidsaanpak.3 Het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) heeft opmijn verzoek een beknopt overzicht van voor Sinti en Roma relevantinternationaal en nationaal beleid gemaakt met een infographic. Dezegeeft een overzicht van het generieke en specifieke beleid in domeinenzoals arbeid, onderwijs en zorg. De infographic is als bijlage opgenomen.Hieronder ga ik in op de aanbevelingen uit de monitor in relatie tot deversterkingen die sinds 2021 door het kabinet in gang zijn gezet en diebijdragen aan het versterken van de maatschappelijke posities van Sintien Roma.Vertrouwen en samenwerkingDe eerste twee aanbevelingen in de monitor betreffen 1) herstellen enwinnen van vertrouwen tussen gemeenschappen en overheid enambtenaren; en 2) betrekken van Sinti en Roma bij het maken van beleiden in de uitvoering. Het belang van vertrouwen en samenwerking inbeleid en uitvoering komt ook naar voren uit de evaluatie van de inopdracht van SZW uitgevoerde pilots intermediaire inzet voor arbeidspar-ticipatie en onderwijsdeelname van Sinti en Roma.43Aanbiedingsbrief bij de notitie «Beleidsmaatregelen in Nederland voor de gelijkheid, inclusieen participatie van Roma en Sinti» | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl4Rapport – Intermediaire inzet voor arbeidsparticipatie en onderwijsdeelname van Roma enSinti (overheid.nl).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4333 Deze aanbevelingen over vertrouwen en samenwerking met betrekking totSinti en Roma zijn van belang voor alle Nederlanders. Op verschillendebeleidsterreinen vindt met verschillende gemeenschappen overleg plaatsover hun plek in de samenleving, zorgen en ideeën voor de toekomst. Ditgebeurt ook tussen ministeries en vertegenwoordigers uit de Sinti enRoma gemeenschappen. Denk hierbij aan het beleid ten aanzien vanOorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog, of hetKaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden.Hiernaast organiseert het Nationaal Sinti en Roma Contactpunt (NRSCP),dat belegd is bij het Ministerie van SZW, dialoogsessies met vertegen-woordigers uit de Roma- en Sinti gemeenschappen en departementen.Het doel van de dialoogsessies is het wederzijds uitwisselen vaninformatie en om feedback te krijgen op nationaal en Europees beleid enbeleidsvoornemens. Daarnaast is KIS in opdracht van het Ministerie vanSZW de ontwikkeling van een kennisdossier Sinti en Roma gestart waarinvoor gemeenten en professionals informatie te vinden is over aanpakkengericht op het verbeteren van de maatschappelijke positie van Sinti enRoma met inbreng van de gemeenschappen zelf.5Beleid om posities te verbeterenHet kabinetsbeleid is en blijft erop gericht de positie van Sinti en Roma opverschillende leefdomeinen te verbeteren (monitor: aanbeveling 3). Zoalshierboven reeds aangegeven voert het kabinet daarvoor generiek beleiden waar nodig aangevuld met specifieke maatregelen.Kabinetsbeleid om de positie van Sinti en Roma te versterken betreftonder andere de arbeidsmarkt. Hiervoor voert het kabinet een generiekeaanpak. Niet ter zake doende achtergrondkenmerken, zoals herkomst,mogen geen rol spelen in de arbeidsmarktkansen. Uit de monitor blijktechter dat discriminatie op de arbeidsmarkt een groot obstakel vormt voorSinti en Roma. Hierdoor verbergen sommige Sinti en Roma zelfs hunachtergrond wanneer zij in loondienst werken. Dit is onaanvaardbaar.Vanuit het Actieplan Arbeidsmarktdiscriminatie en de werkagenda Vooreen Inclusieve Arbeidsmarkt (VIA) zet het Ministerie van SZW stevig in ophet tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie. Dit gebeurt door onder-steuning van werkgevers bij het realiseren van gelijke kansen bij wervingen selectie. Bijvoorbeeld via communities of practice, netwerken vanbranche-, en regionale werkgeversorganisaties en de ontwikkeling vanondersteunende tools als handreikingen, een e-learning en een menukaartvoor werkgevers.6 Deze maatregelen helpen ook Sinti en Roma.Het is zorgelijk dat in de monitor beschreven staat dat binnen sommigeSinti en Roma-gezinnen van vrouwen wordt verwacht dat zij thuisblijvenen voor de kinderen en het huishouden zorgen en dat daarmee de kansenvan meisjes en vrouwen worden beperkt. Daarom start SZW dit jaar eenverkenning naar wat Sinti en Roma meisjes en (jonge) vrouwen nu enlater nodig hebben om hun arbeidsparticipatie en deelname aan desamenleving te vergroten. Deze verkenning kan aanknopingspuntenbieden voor aanvullend specifiek beleid.Wat betreft het verbeteren van onderwijsposities benadrukt het kabinetdat iedere leerling een passende plek in het onderwijs verdient, ongeachtachtergrond of thuissituatie. Daarom doet het Ministerie van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap (OCW) momenteel verdiepend onderzoek naar5Sinti en Roma | KIS.6Voortgangsbrief Actieplan arbeidsmarktdiscriminatie 2022–2025 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlen Voortgangsbrief Programma Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt | Kamerstuk | Rijksover-heid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4334 onderadvisering.7 De signalen uit de monitor zullen daarin meegenomenworden. Uit eerder onderzoek blijkt dat er sprake is van onderadviseringbij verschillende groepen, zoals leerlingen uit gezinnen met een lagesociaaleconomische status (SES), leerlingen met een migratieachter-grond, leerlingen uit niet-stedelijke gebieden en meisjes.8 Om onderadvi-sering in den brede tegen te gaan is vanuit het amendement Paul demaatregel bijstellen schooladvies opgenomen in de Wet doorstroom-toetsen primair onderwijs. Scholen zijn daarom vanaf schooljaar2023–2024 verplicht om het schooladvies bij te stellen wanneer de toetshoger uitvalt dan werd verwacht op grond van het voorlopig school-advies. Ze mogen hier alleen gemotiveerd van afwijken, wanneer eenbijstelling niet in het belang van de leerling is.9Uit de monitor komt ook naar voren dat Sinti en Roma kinderen vaakdoorverwezen worden naar het praktijkonderwijs (wat een reguliere vormvan onderwijs is, en geen speciaal onderwijs zoals de monitor schetst).Het Ministerie van OCW zal in overleg met de Sectorraad Praktijkon-derwijs en de Inspectie van het Onderwijs bezien of deze signalen herkendworden en of er aanvullende acties nodig zijn. In aanvulling op de MonitorSociale Inclusie heeft het Ministerie van OCW onderzoeksbureau Oberonopdracht gegeven onderzoek te doen naar de onderwijsondersteunings-behoefte en onderwijspositie van Reizigers, Sinti en Roma kinderen, omzo meer zicht te krijgen op hoe hun positie verbeterd kan worden.De specifieke problematiek rond de kwetsbare gezondheidspositie vanveel Sinti en Roma bevestigt het belang van diversiteitssensitieve zorg.Goede en passende zorg is cliënt- en patiëntgericht en afgestemd opiemands reële behoefte. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (VWS) jaagt diversiteitssensitief werken in de zorg aan middelsmaatregelen die zijn opgesteld in de beleidsnota cultuursensitieve zorg.10Naast opgestelde maatregelen in deze beleidsnota initieert VWS hetprogramma Diversiteitsensitief werken in de zorg van ZonMw (zomer2024 t/m 2026). Het programma beoogt onder andere een impuls te gevenaan integratie van diversiteitsensitief werken in opleidingen van zorgpro-fessionals. In het terugdringen van gezondheidsachterstanden met hetGezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorgakkoord(IZA) is differentiatie en maatwerk van interventies van belang omdoelgroepen zo goed mogelijk te bereiken, zoals bijvoorbeeld Sinti enRoma.11Achter gezondheidsachterstanden gaat, zoals ook uit de monitornaar voren komt, vaak achterliggende problematiek schuil zoalsbestaansonzekerheid, armoede en kansenongelijkheid.Dit vraagt een domeinoverstijgende samenwerking, die dit jaar verderuitgewerkt zal worden in een Health in all Policies agenda, waar gezond-heidsachterstanden één van de speerpunten zal zijn.12In de monitor komt naar voren dat een deel van de Sinti en Romagemeenschap geen (volledige) zorgverzekering heeft of ongedocumen-teerd is. Zorgkosten kunnen een obstakel zijn voor het gebruik maken van7Kamerbrief Schooladvisering en doorstroomtoets, 4 maart 2024. https://open.overheid.nl/documenten/dpc-0c4039f3e29aae7ab041a9f7a46d3e6f2b6eb68b/pdf8Zie recentelijk de DUO Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2022–2023: Monitorschooladvies en doorstroomtoets 2022–2023 | Rapport | Rijksoverheid.nl; Handreikingschooladvisering (versie januari 2024) | Brochure | Rijksoverheid.nl, p. 22)9Zie ook Kamerbrief bij schooladvisering, doorstroomtoetsen en overgang po-vo 2024Kamerstuk | 04-03-2024: Kamerbrief bij schooladvisering, doorstroomtoetsen en overgangpo-vo 2024 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl10Kamerbrief met beleidsnota cultuursensitieve zorg | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.11GALA -Gezond en Actief Leven Akkoord | Rapport | Rijksoverheid.nl Integraal Zorgakkoord:«Samen werken aan gezonde zorg» | Rapport | Rijksoverheid.nl12Kamerstukken 2023/24, 32 793, nr. 709Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4335 de zorg. Personen of gezinnen die moeten leven van een zeer laaginkomen kunnen op verschillende manieren geholpen worden met hetkunnen betalen van zorgpremie en zorgkosten (bijvoorbeeld zorgtoeslag,gemeentepolis met korting op de premie en bijzondere bijstand).Ongedocumenteerde personen kunnen zich niet verzekeren. Zij moeten dezorgkosten zelf betalen. Als zij de kosten van zorg niet kunnen betalen,dan verlenen zorgverleners medisch noodzakelijke zorg, ongeacht devraag of en hoe de kosten van die zorgverlening zullen worden vergoed.Zorgaanbieders kunnen een beroep doen op de regeling onverzekerbarevreemdelingen (uitgevoerd door het CAK)13.Het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) werkt aan een veiliger enrechtvaardiger samenleving door mensen rechtsbescherming te geven enwaar nodig op te treden. Het doel van het landelijke programma Aanpakuitbuiting Roma kinderen – dat in 2016 gestopt is – was te voorkomen datkinderen slachtoffer zouden worden van (vormen van) uitbuiting door inte zetten op het volgen van een opleiding en het bemachtigen van eenpositie op de arbeidsmarkt.Het is te betreuren dat Sinti en Roma het beleid als kwetsend en stigmati-serend ervaren hebben; juist omdat het de intentie van het beleid was omte beschermen en de veiligheid te vergroten.Omdat de problematiek rond uitbuiting van minderjarigen breder speeltdan alleen bij Sinti en Roma, is de aanpak verbreed naar uitbuiting vanminderjarigen binnen familienetwerken. Het doel van de aanpak is daarbijhetzelfde gebleven, namelijk het voorkomen dat minderjarigen slachtofferworden van (vormen van) uitbuiting. Samen met andere departementenwordt ingezet op een verbetering van de leef-en woonomstandigheden(onderwijs, werkgelegenheid en bestaanszekerheid) om te voorkomen datminderjarigen in de criminaliteit belanden. Daarnaast wordt ingezet op hetcreëren van bewustzijn, zodat mogelijke problemen vroegtijdig gesigna-leerd kunnen worden, het vergroten van de meldingsbereidheid en hetondersteunen van gemeenten en zorginstanties bij hulpvragen in deintegrale aanpak, uitgevoerd door het Centrum voor Criminaliteitspre-ventie (CCV). In die gevallen waarin minderjarigen wel in de criminaliteitbelanden, zet het Ministerie van JenV in op de opsporing en vervolgingvan daders, ongeacht hun levensstijl, achtergrond en opvattingen. Daarwaar dader- en slachtofferschap verweven zijn, wordt ingezet opbescherming van de daders/slachtoffers en opsporing en vervolging vande opdrachtgevers.Realiseren standplaatsenAanbeveling vier in de monitor vraagt urgentie voor het realiseren vanstandplaatsen. Dit komt ook naar voren uit het verkennend onderzoeknaar woonwagenstandplaatsen dat in opdracht van de NationaalCoördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) is uitgevoerd en7 april 2024 is gepubliceerd.14Een groot deel van de Sinti en een kleiner deel van de Roma woont in eenwoonwagen op een van de ruim 9.000 woonwagenstandplaatsen inNederland. De monitor meldt dat er een groep Sinti en Roma is die ookgraag in een woonwagen wil wonen, maar dat dit door het gebrek aanstandplaatsen niet mogelijk is. De monitor wijdt het tekort aan de grote13Voorheen: Centraal Administratie Kantoor. Het CAK is heden geen afkorting meer. Het CAK isde Rijksuitvoerder van regelingen van het Ministerie van VWS en bijvoorbeeld de inning eigenbijdragen Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet langdurige zorg.14Verkennend onderzoek woonwagenstandplaatsen Roma en Sinti | Kamerstuk | NationaalCoördinator tegen Discriminatie en Racisme (bureauncdr.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4336 verschillen in gemeentelijk beleid van de afgelopen 25 jaar, sommigegemeenten faciliteerden het wonen in een woonwagen, maar er warenook gemeenten die het aantal standplaatsen afbouwden. Het beleidskaderWoonwagen en standplaatsenbeleid15 van het Ministerie van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) uit 2018 heeft volgens deonderzoekers tot een voorzichtige kentering van het beleid geleid, maarnog weinig extra standplaatsen opgeleverd. Dit leidt volgens de onder-zoekers bij een deel van Sinti en Roma tot frustratie, en wordt doorsommige bewoners als discriminatie ervaren.De teleurstelling is begrijpelijk. Het aantal standplaatsen is de afgelopenjaren inderdaad slechts zeer licht is gestegen. Dit blijkt ook uit deHerhaalmeting woonwagenstandplaatsen 2023, die de Minister van BZKnaar uw Kamer gestuurd heeft.16 Een belangrijke rol, en dat wordt ook inde monitor genoemd, spelen factoren die voor de gehele woningbouw-opgave gelden, zoals het gebrek aan locaties en de gestegen bouwkosten.Wel blijkt uit de herhaalmeting dat er veel plannen voor nieuwe stand-plaatsen bestaan. Een aantal gemeenten is ook al zeer voortvarend aanhet werk. In de monitor wordt een sterkere rol van de rijksoverheidgevraagd. Dit sluit aan bij het huisvestingsbeleid van het huidige kabinet,waarbij de regie op de volkshuisvesting is herpakt. Dit moet leiden totmeer woningen, maar ook tot meer woonwagenstandplaatsen. Woonwa-genbewoners zijn één van de aandachtsgroepen uit het programma Eenthuis voor iedereen. 17 Doel van dit programma is om mensen uitaandachtsgroepen van voldoende betaalbare woningen te voorzien, meteen evenwichtige verdeling over gemeenten. Met de Regeling HuisvestingAandachtsgroepen (RHA) werden gemeenten de afgelopen jarenfinancieel ondersteund bij het realiseren van woningbouwprojecten vooraandachtsgroepen.18Vanuit de regeling is voor ruim 700 standplaatsensubsidie verstrekt. Deze dienen nog te worden gerealiseerd. Ik heb ervertrouwen in dat gemeenten de opgave meenemen in hun lokale beleiden het aantal woonwagenstandplaatsen de komende periode zal stijgen.Het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting, dat de Minister vanBZK recent naar uw Kamer heeft gestuurd, voorziet er in dat Rijk,provincies en gemeenten vanaf 2026 een volkshuisvestingsprogrammahebben vastgesteld.19Het wetsvoorstel voorziet er verder in dat de integrale woonzorgvisiesvoor aandachtsgroepen en ouderen, waaraan vanaf dit jaar wordtgewerkt, vanaf 2026 opgaan in de gemeentelijke en volkshuisvestingspro-gramma’s. De huisvestingsopgave voor woonwagenbewoners wordthiermee wettelijk onderdeel van het gemeentelijk volkshuisvestingspro-gramma.Om gemeenten te ondersteunen voert Platform31 in opdracht van hetMinisterie van BZK het kennisprogramma «Op weg naar extra stand-plaatsen» uit.20 Via praktijkvoorbeelden en adviezen worden aangemeenten en corporaties concrete handvatten geboden over hoe zij extrastandplaatsen kunnen realiseren. Daarbij is veel aandacht voor hetbetrekken van de doelgroep bij het beleid en de uitvoering. Daarnaastbiedt het programma een vraagbaakfunctie voor gemeenten en woning-corporaties die met het thema aan de slag zijn of gaan.15Kamerstukken II 2017/2018, 34 775 VII, nr. 70.16Kamerstukken 2023–2024, 32 847, nr. 1107.17Kamerstukken II, 2021–2022, 32 847, nr. 883.18Kamerstukken 2023–2024, 32 847, nr. 1107.19Kamerstukken II, 2023–2024, 36 512, nr. 5.20Woonwagenbewoners – Platform31 | Kennis en netwerk voor stad en regio.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4337 Bewustzijn verleden van vervolgingDe monitor brengt naar voren dat voor sommige geïnterviewde Sinti enRoma intergenerationele trauma’s die ontstaan zijn als gevolg vanvervolging uit het verleden, onder andere tijdens de Tweede Wereld-oorlog, nog steeds alledaagse obstakels kunnen zijn. Het kabinetonderschrijft de vijfde aanbeveling uit de monitor, die vraagt ombewustzijn hierover te vergroten. Omdat oorlogstrauma’s kunnendoorwerken in de volgende generaties, heeft de Staatssecretaris van VWSin 2022 het convenant «Vindbaar en toereikend aanbod van onder-steuning voor de tweede generatie oorlogsgetroffenen» afgesloten. Via ditconvenant komen tweede generatie oorlogsgetroffenen, waarondertweede generatie oorlogsgetroffenen uit de Sinti en Roma gemeen-schappen, in aanmerking voor specifieke sociale dienstverlening enspecifiek maatschappelijk werk.21Van 2015 tot met 2022 voerde het ministerie VWS een subsidieregeling uitter bevordering van de participatie en emancipatie van Sinti en Roma inNederland. Deze subsidieregeling bestond als compensatie voor het feitdat het leed van Sinti en Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog eerderniet voldoende was onderkend. Het ging om laagdrempelige projectenvoor en door de gemeenschap gericht op het verbeteren van demaatschappelijke positie van Sinti en Roma. Hoewel de subsidieregeling –en daarmee het rechtsherstel- is afgerond, betekent dit niet dat deaandacht voor Sinti en Roma hiermee ophoudt. Inzet van VWS zal eropgericht zijn om de aandacht voor de genocide op Sinti en Roma tijdens deTweede Wereldoorlog in te bedden in de professionele organisaties dieactief zijn om het verhaal van en de herinnering aan de Tweede Wereld-oorlog levend te houden en probeert hierbij Sinti en Roma te betrekken.Het Ministerie van VWS stelt hiertoe een beleidsagenda op voor eenperiode van 5 jaar. Start is de ondersteuning van het NationaalProgramma 80 jaar Vervolging Sinti en Roma, gecoördineerd doorHerinneringscentrum Kamp Westerbork. In de voortgangsrapportageBeleid Oorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog is uwKamer hierover nader geïnformeerd.22DiscriminatieZowel uit de monitor als uit het Nationaal Programma tegen discriminatieen Racisme 2023 van de NCDR komt naar voren dat Sinti en Romawijdverbreide discriminatie ervaren. Dit is onacceptabel. De zesdeaanbeveling uit de monitor betreft daarom aandacht voor de problematiekvan discriminatie. Het Nationaal Programma, dat op 15 december 2023aan uw Kamer is verzonden, betreft naast een brede versterking van deaanpak van discriminatie en racisme in verschillende domeinen zoals dearbeidsmarkt, het onderwijs, de zorg en de woningmarkt, ook tweespecifieke maatregelen met betrekking tot Sinti en Roma.23Deze betreft ten eerste een inventarisatie van het Ministerie van BZK naarwelke gevolgen uitbreiding van het Kaderverdrag inzake de beschermingvan nationale minderheden met Sinti en Roma en aanverwante gemeen-schappen zal hebben. De beslissing voor die uitbreiding is uiteindelijk aanhet parlement.21Dit komt naast ondersteuning voor eerste generatie oorlogsgetroffenen die in aanmerkingkomen voor de pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen.Daarnaast komen zij in aanmerking voor specifiek maatschappelijk werk en aanvullendeimmateriële ondersteuning. Oorlogsgetroffenen die tot de Sinti en Roma gemeenschappenbehoren, komen hiervoor ook in aanmerking.22Kamerstuk II 2023–2024, 20 454, nr. 20123Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme 2023 | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4338 Daarnaast is op 1 oktober 2023 de Wet vaststellingsprocedure staat-loosheid in werking getreden. Personen die van mening zijn staatloos tezijn, maar die dit niet met documenten kunnen onderbouwen, hebben nude mogelijkheid een verzoek tot vaststelling van hun staatloosheid tedoen bij de Rechtbank in Den Haag. Een ieder die hierbij belang heeft kaneen verzoek doen. Rechtmatig verblijf in Nederland is geen voorwaarde.Daarbij is op 1 oktober 2023 ook de Rijkswet op het Nederlanderschapaangepast. Staatloos in het Koninkrijk geboren kinderen kunnen nu na vijfjaar stabiel verblijf opteren voor de Nederlandse nationaliteit. Ook hier iseen verblijfsvergunning niet nodig. Het belang van het kind bij het kunnenverkrijgen van een nationaliteit prevaleert. De Staatssecretaris van JenVheeft uw Kamer het onderzoek van het Verwey Jonker Instituut naarstaatloosheid en het slecht gedocumenteerd zijn van Roma in Nederland(«Heel ingewikkeld om aan papieren te komen» 2022) toegezonden.24 Uitdit onderzoek blijkt dat Roma in Nederland een veel meer outreachendeoverheid nodig hebben. Momenteel wordt door JenV bezien hoe dit vormgegeven zou kunnen worden.Voor gemeenten heeft Movisie tot slot, in opdracht van verschillendeministeries, in 2022 een handreiking antiziganisme ontwikkeld. Deze isaanvullend op de basishandreiking «antidiscriminatiebeleid voorgemeenten» (2018) en biedt een stappenplan voor iedere gemeente omeen antidiscriminatiebeleid te formuleren dat gaat over verschillendeterreinen, waaronder antiziganisme.25Tot slotOm de posities van Sinti en Roma te verbeteren is onverminderd enlangdurige inzet van vele partijen cruciaal. Dit vraagt samenwerking vanalle betrokkenen, zoals ministeries, gemeenten, maatschappelijkeorganisaties, werkgevers, onderwijsinstellingen, en Sinti en Roma zelf.Naast inzet van professionals, zijn inspirerende voorbeelden en rolmo-dellen onder Sinti en Roma zelf van niet te onderschatten waarde. Zo zalik mij via het Nationaal Roma en Sinti Contactpunt inzetten om dezesamenwerkingen te bevorderen.Ik noem bijvoorbeeld het eerste Nederlandse Roma kinderboek «Naan ende wonderlijke schoolreis» (Stichting Power of Choice, 2024). Het vertelthet verhaal van het Roma meisje Naan die haar droom achterna gaat omte leren lezen en schrijven. Naan laat kinderen zien dat je nooit moetopgeven om je droom te verwezenlijken. En ik noem ook de videoportret-tenreeks «Culturele bruggenbouwers» van KIS, waarin jongeren met eenSinti- of Roma-achtergrond in hun eigen leefsituatie geportretteerdworden. Allen doen zij actief mee in de maatschappij door te studeren,werken of ondernemen en zij vertellen hoe zij verbinding houden met hunculturele en etnische achtergrond. Rolmodellen, waar kinderen enjongvolwassenen zich in kunnen herkennen, geven een doorkijkje in watSinti en Roma kinderen kunnen bereiken en naar welke toekomst we metelkaar voor iedereen toewerken.Tot slot zie ik onder andere in de dialoogsessies dat Sinti, Roma,maatschappelijke organisaties, professionals, burgers, gemeenten enministeries zich gezamenlijk inzetten om de maatschappelijke posities vanSinti en Roma te verbeteren. En dat velen van hen zich onvermoeibaarinzetten om de Sinti en Roma cultuur te delen en bewustwording van het24Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 35 687, nr. 1425Vernieuwd: de handreiking antidiscriminatiebeleid voor gemeenten | MovisieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4339 leed van en na de Tweede Wereldoorlog te bevorderen. Want alleensamen kunnen we streven naar een gelijkwaardige toekomst vooriedereen.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,C.E.G. van GennipTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 43310

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 33403c3110f220c7

14 okt 2026 · f78962f34d0b39fa

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.