KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken realisatie energie-infrastructuur

11 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cd63c400b4e20230 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 601 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 december 2025Het Rijk werkt samen met betrokken partners hard aan de bouw vannationale energie-infrastructuur. Voldoende en goede infrastructuur isonmisbaar voor een betrouwbare energievoorziening. Daarom versterkenwe het elektriciteitsnet met nieuwe kabels en stations, bouwen we eenlandelijk netwerk van buisleidingen voor waterstof en leggen we leidingenaan voor warmte en CO2(-opslag). Daarmee zorgen we ervoor dat we, nuen in de toekomst, nieuwe huizen kunnen aansluiten op het stroomnet enbedrijven, scholen of winkels van de benodigde energie voorzien. Doordatwe dit steeds meer met energie van eigen bodem doen, kunnen weNederland verduurzamen en minder afhankelijk van andere landenmaken.De aanleg van de energie-infrastructuur die de komende jaren – maar ookop de langere termijn – nodig is, is in volle gang. Door heel het land zijnnetbeheerders volop bezig met de aanleg of uitbreiding van projecten.Vanuit de Rijksoverheid zorgen we ervoor dat netbeheerders zo snelmogelijk kunnen starten met de bouw door de voorbereiding vanprojecten op tijd af te ronden. Dit jaar zijn de locatieonderzoeken voor eenrecordaantal van dertien nationale projecten – waaronder uitbreidingenvan het hoogspanningsnet en onderdelen van het landelijk waterstof-netwerk – van start gegaan. Daarnaast zijn negen nieuwe energieprojectengeselecteerd die op rijksgronden zullen worden gebouwd, bijvoorbeeldlangs snelwegen of op defensieterreinen. Een overzicht van de voortgangvan de 41 projecten van nationaal belang is te vinden in bijlage 1 en hetmeegezonden projectenboek.Het kabinet houdt grip op de ontwikkeling van energie-infrastructuur metverschillende programma’s. Zo wordt volgend jaar na uitvoerig onderzoekin het programma Verbinding aanlandingen wind op zee (VAWOZ) bekendwat de beste locaties zijn voor aanlandingen van toekomstige windparkenin de kustregio’s. Met het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie enKlimaat (MIEK) houdt de overheid regie op individuele projecten vannationaal belang die extra steun en sturing nodig hebben, bijvoorbeeld kst-29023-601ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6011 door elektriciteitsprojecten een hogere prioritering in de investerings-plannen van netbeheerders te geven. Binnen het MIEK wordt ook gekekenwelke infrastructuur in de toekomst nodig is. Zo wordt volgend jaaronderzocht welke extra kabels en leidingen nodig zijn als vliegtuigenrichting 2050 op korte afstanden op elektriciteit of waterstof gaan vliegen.In bijlage 2 wordt de stand van zaken van de nationale energie infra-structuur programma’s gegeven.Met de diverse onderzoeksprogramma’s en in totaal meer dan zestiglopende projecten in voorbereiding, pakt het Rijk haar verantwoorde-lijkheid om de benodigde energie-infrastructuur zo snel als mogelijk vande grond te krijgen. Dat gaat helaas niet altijd zo snel als we zoudenwillen. Nederland is een land met veel ruimtelijke belangen op een kleingrondgebied. Energie-infrastructuurprojecten nemen veel ruimte in beslagen doorkruisen vaak meerdere gemeenten en provincies. Daar concur-reren ze met andere opgaven die ruimte nodig hebben, zoals nieuwehuizen, mobiliteit en defensie. En er zijn andere uitdagingen, zoals gebrekaan stikstofruimte en te weinig personeel en materieel. De complexiteitvan nieuwe projecten en uitdaging om vertraging te voorkomen neemtdaarmee toe.Dat de uitvoering ingewikkeld is, wordt bevestigd in het concept investe-ringsplan dat TenneT op 31 oktober 2025 heeft gepubliceerd.1 TenneTverwacht dat 60% van de projecten gemiddeld 2,5 jaar later wordenopgeleverd dan eerder gedacht. Deze verwachte vertraging is opvallenden de omvang van de vertraging zeer zorgelijk. Het kabinet heeft TenneThierop aangesproken. Het is schrijnend dat bedrijven en projecten diesoms al jaren wachten op een aansluiting nu nog langer moeten wachten.Het kabinet blijft daarom, met medeoverheden en netbeheerders,maximaal inzetten op de aanpak van netcongestie. Met de doorbraak-aanpak krijgt flexibel gebruik van het net meer urgentie, zodat snel meerruimte op het net gecreëerd kan worden. In januari 2026 wordt de Kamerhier verder over geïnformeerd.Ook het sneller realiseren van het stroomnet heeft prioriteit. In hetinvesteringsplan van TenneT is de impact van de tientallen maatregelenuit het versnellingspakket voor netcongestie2 niet verwerkt. Snelleinvoering van die versnellingsmaatregelen is een belangrijke prioriteit omdaarmee vertraging zoveel mogelijk te beperken. Onderdeel van hetversnellingspakket zijn ook de 26 urgente projecten die een belangrijkebijdrage leveren aan verlichting van netcongestie. Om de energietransitiete laten slagen, wordt naast elektriciteit ook volop ingezet op versnelderealisatie van infrastructuur voor andere modaliteiten zoals waterstof, CO2en warmte. De inzet van medeoverheden is daarbij hard nodig om alleprojecten op tijd voor te bereiden. Daarom gaat vanaf 2026 de uitbreidingvan de vliegende brigade van start, waardoor medeoverheden voor veelmeer projecten ondersteuning krijgen voor de ruimtelijke inpassing. Inbijlage 3 wordt meer informatie gegeven over de laatste stand van zakenvan het versnellingspakket.Tot slotDe energietransitie is echt op gang gekomen en er is een record aannieuwe projecten van start gegaan dit jaar. Tegelijkertijd is de uitvoering1Eind dit jaar komt TenneT met haar definitieve investeringsplan. Vervolgens wordt dit begin2026 getoetst door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). In het voorjaar wordt de Kamergeïnformeerd over de definitieve investeringsplannen van alle netbeheerders inclusiefappreciatie van het kabinet en de toetsing van ACM.2Kamerstukken II 2025/2026, 29 023, nr. 597.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6012 weerbarstig en ligt vertraging op de loer. Het kabinet blijft daarom inzettenop versnelling door belangrijke projecten te ondersteunen en procedureswaar mogelijk in te korten Daarmee zorgen we voor een sterke en schoneenergievoorziening waarmee we minder afhankelijk worden van hetbuitenland.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6013 – VOORTGANG NATIONALE ENERGIE-INFRASTRUCTUURHet ministerie coördineert de ruimtelijke inpassing van energieprojectenmet een nationaal belang. De stand van zaken op per project is te vindenin het meegezonden projectenboek. Hieronder wordt een korte stand vanzaken per modaliteit gegeven.Voortgang nationale energieverbouwing 2025 in cijfers•41 totaal lopende projectprocedures voor energieprojecten inNederland•13 nieuwe procedures voor nationale projecten van start•3 nieuwe kavelbesluiten voor wind op zee•8 nieuwe projecten opgenomen in het nationale MIEK•9 nieuwe projecten opgenomen in programma OERHet overzicht is ook te vinden in het projectenboek in de bijlage enop www.energieprojectennederland.nl.KernenergieVia de rijksprojectprocedure wordt een locatiebesluit voor de bouw vantwee nieuwe kerncentrales genomen. In het voorjaar heeft het conceptonderzoeksplan (concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau) naar en deonderlinge vergelijking tussen de locaties in Zeeland, Zuid-Holland enGroningen ter inzage gelegen. Op dit concept onderzoeksplan zijn533 reacties ontvangen en de Commissie voor de milieueffectrapportage(Commissie mer) heeft advies uitgebracht. Op basis hiervan worden delopende onderzoeken mogelijk aangescherpt. Naar verwachting wordt nade zomer van 2026 duidelijk op welke locaties de kerncentrales zullenkomen (ontwerp-Voorkeursbeslissing). Hier kan vervolgens op gereageerdworden door omwonenden en andere belanghebbenden.Hoogspanningsprojecten op landKomend jaar komt voor een aantal belangrijke uitbreidingen van hethoogspanningsnet meer duidelijkheid voor bewoners en bestuurders overnieuwe stationslocaties en tracés. Naar verwachting zullen in het voorjaarvan 2026 de voorkeurstracés voor de 380 kV-projecten Diemen–Lelystad–Ens, Vierverlaten–Ens, Noord-Holland-Noord en Zeeuws-Vlaanderen bekend worden (de ontwerp-Voorkeursbeslissing). De regio’s,waarmee we in de afgelopen periode constructief hebben samengewerkt,zullen KGG hierover adviseren. Er kan op gereageerd worden dooromwonenden en andere belanghebbenden. Na bestudering van allezienswijzen en advies van de Commissie mer gaan de projecten richtingeen definitieve voorkeursbeslissing en worden de projecten tot opomgevingsplanniveau uitgewerkt waarna het Projectbesluit door deMinisters van KGG, in samenspraak met de Minister van VRO, wordtgenomen. Ook zullen weer een aantal nieuwe rijksprojectprocedures voorhoogspanningsprojecten van start gaan, waaronder de opwaardering vanverbindingen in het oosten van het land, de uitbreiding van bestaandehoogspanningsstations en nieuwe 380 kV-verbindingen in het rivieren-gebied en in Limburg.Uitrol landelijk waterstofnetwerkEen essentiële randvoorwaarde voor de ontwikkeling van de waterstof-keten is zekerheid dat de benodigde infrastructuur op tijd beschikbaar is.Inmiddels lopen er zeven projectprocedures die onderdeel zijn van hetlandelijke waterstoftransportnet. Eind 2024 is de Delta Rhine CorridorWest in de huidige scope (voor waterstof en CO2) van start gegaan. Ook isBIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6014 de procedure voor belangrijke verbindingsstukken tussen de groteindustrieclusters gestart: waterstofnetwerk West-Nederland enOost-Nederland hebben afgelopen jaar het Voornemen en voorstel voorParticipatie (VenP) gepubliceerd. Hierin wordt aangegeven welk planwordt overwogen en op welke manier inwoners en belanghebbendenkunnen meedenken. De projecten Delta Rhine Corridor Oost (voor CO2) enwaterstofnetwerk Limburg zijn in voorbereiding, publicatie van het VenPvan deze projecten staat gepland voor begin 2026. Het project HyStock(waterstofopslag in zoutcavernes) heeft het voorkeursalternatief gepubli-ceerd. De milieueffecten van de eerste vier waterstofcavernes zijn grondigin kaart gebracht. De voorbereiding van de vergunningaanvragen loopt enop korte termijn wordt gestart met de voorbereiding van hetontwerp Projectbesluit.De Kamer wordt dit jaar nog geïnformeerd over de ontwikkeling van hettransportnet voor waterstof.Afvangen, transporteren en opslaan van CO2Het ontwikkelen van de infrastructuur voor CO2-afvang, -transport enCO2-opslag is essentieel voor het behalen van de 2030 CO2-reductie-doelstellingen in Nederland en het bereiken van klimaatneutraliteit in2050, inclusief netto negatieve emissies daarna.3 Porthos is het eersteCCS-project dat is vergund en de bouwwerkzaamheden zijn in volle gang.Porthos ligt op schema om in 2026 te starten met het opslaan van CO2 enis daarmee het eerste commerciële CCS-project binnen de Europese Unie.Op dit moment lopen er twee rijksprojectprocedures voor CO2-opslag en-transportinitiatieven en zijn vijf projecten in voorbereiding voor hetopstarten van een rijksprojectprocedure. Naar verwachting starten dezeprocedures rond Q1/Q2 2026. Aramis (CO2-opslag op de Noordzee) enCO2Next (CO2-terminal op de Maasvlakte) vallen onder dezelfde rijkspro-jectprocedure waarvoor dit jaar de definitieve vergunningen zijn verleend.De Delta Rhine Corridor (DRC) gaat, naast waterstof, ook grootschalig CO2transporteren. Voor het westelijke deel is in september dit jaar derijksprojectprocedure gestart met de terinzagelegging van het Voornemenen Participatieplan (VenP).Gaswinning en gasinfrastructuurIn de overgang naar duurzame energie speelt aardgas nog een belangrijkerol. In april 2025 heeft het kabinet een sectorakkoord over aardgaswinningop de Noordzee gesloten. Een belangrijk doel van het akkoord is om deproductie van aardgas uit kleine velden op de Noordzee te vergroten4. In2025 is het gasproductieproject N05-A op de Noordzee in gebruikgenomen. Voor potentiële gaswinning door Eni Energy Netherlands B.V.in het L7-F gebied loopt de rijksprojectprocedure. Daarnaast zijn in 2025nog drie aanvragen voor gaswinning op de Noordzee ontvangen, deze zijnin voorbereiding op start van de rijksprojectprocedure.Als onderdeel van de verantwoorde afbouw van gaswinning mag nog gasworden gewonnen uit kleine gasvelden op land, zolang dit veilig kan.5Momenteel lopen er twee procedures van vergunningverlening onder deprojectenprocedure voor winning uit kleine velden in Drenthe enFriesland: respectievelijk het project VDW en het project FFW. Initiatief-nemer van deze rijksprojectprocedures is het bedrijf Vermilion EnergyNetherlands B.V.3Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 1505.4Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 33 529, nr. 12935Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 33 529, nr. 1264.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6015 Met het oog op de gasleveringszekerheid en de robuustheid van hetgehele gassysteem is het op peil houden van de in Nederland benodigdeLNG-importcapaciteit van belang. Zo zal in 2026 de importcapaciteit vande GATE-terminal worden uitgebreid en wordt een verlenging van detijdelijke LNG-terminal in de Eemshaven voorbereid. In 2025 is ook eenrijksprojectprocedure gestart voor een nieuwe LNG-terminal in Zeeland.Netten op zeeMet de huidige Routekaart wind op zee wordt in totaal ca. 21 GWduurzame energie aan land gebracht, waarmee een belangrijke bijdragewordt geleverd aan leveringszekerheid, energie-onafhankelijkheid en hetbehalen van de Klimaatdoelen. De meeste net op zee projecten, die nodigzijn om de energie vanuit het windgebied aan te landen op het landelijkehoogspanningsnet, zijn inmiddels onherroepelijk. TenneT werkt aan derealisatie van die aanlandingen. Daarnaast lopen de rijksprojectproce-dures voor Net op zee Nederwiek 3 en Doordewind.In september is het actieplan windenergie op zee aangekondigd.6 Hierinstaat dat de uitrol van windenergie op zee, en dus ook de aanlandingendie TenneT realiseert, vertraging oploopt. In overleg met de windenergie-sector en TenneT wordt een geactualiseerde Routekaart windenergie opzee voorbereid.Vanuit het Klimaatfonds is budget gereserveerd voor specifieke uitke-ringen aan medeoverheden voor gebiedsinvesteringen in de omgevingvan aanlandlocaties van het net op zee. De middelen worden beschikbaargesteld voor het behoud en versterken van de natuur, verbeteren van defysieke leefomgeving, versterken van de regionale economie of hetversnellen van de energietransitie. Hiervoor is € 500 mln. beschikbaargesteld. Een eerste tranche wordt sinds 2024 uitbetaald aan de regio’smiddels een specifieke uitkering. Het totaal beschikbare bedrag is bij deontwerpbegroting 2025 met € 35 mln. verlaagd vanwege de verwerkingvan de taakstelling op specifieke uitkeringen uit het Hoofdlijnenakkoord.De betrokken regio’s zijn hierover november 2024 geïnformeerd bij hetbekendmaken van de middelen voor de tweede tranche gebiedsinveste-ringen. Begin 2026 worden afspraken gemaakt over de tweede tranche.6Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, 33 561, nr. 91Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6016 – STAND VAN ZAKEN ENERGIE-INFRASTRUCTUUR-PROGRAMMA’SNationaal MIEKDit jaar zijn 12 aanvragen ingediend voor het nationale MIEK. Dezeaanvragen zijn beoordeeld op maatschappelijk doel, passendheid in hettoekomstige energiesysteem en de fysieke leefomgeving, hulpvraag enschaalniveau. De beoordeling is gedaan in een samenwerking tussenministeries, netbeheerders en decentrale overheden.Er worden acht projecten toegevoegd aan het nationale MIEK:•Onderzoek naar energie-infrastructuur voor luchthavens•Samenwerkingsprogramma voor laadinfrastructuur langs snelwegen•Praktisch onderzoek naar regionale waterstofinfrastructuur•Onderzoek naar de projectenaanpak voor netcongestieprojecten•Pocket elektriciteitsinfrastructuur Flevoland, Gelderland, Utrecht•380 kV Eindhoven – Maasbracht•380 kV Krimpen – Geertruidenberg of Crayestijn•Voorverkenning diepe aanlandingen wind op zeeDe 26 netcongestie doorbraakprojecten zijn samengevoegd in éénMIEK-onderzoeksproject «Onderzoek naar projectenaanpak voor netcon-gestieprojecten». Reden daarvoor is dat er voor sommige projecten nogprojectateliers plaatsvinden en projectafspraken worden gemaakt,waardoor het niet mogelijk was om nu al per project een besluit te nemenof nMIEK-status passend is. Die besluiten volgen naar verwachtingvolgend jaar.Provinciaal MIEKAfgelopen voorjaar hebben de provincies voor de tweede keer eenprovinciaal MIEK (pMIEK) opgeleverd: de pMIEK’s 2.0. In het pMIEKworden de maatschappelijk meest relevante energieprojecten geselec-teerd met als doel om nieuwe energie-infrastructuur op regionaalschaalniveau tijdig te signaleren en beter te programmeren. Elke provincieheeft ook een provinciale Energievisie opgesteld, met daarin het provin-ciale toekomstbeeld op het gebied van energie. Op basis van dittoekomstbeeld van het energiesysteem zijn projecten geselecteerd voorde pMIEK’s 2.0.Kennisinstellingen TNO, PBL en RVO hebben een reflectie uitgevoerd opde provinciale Energievisies en pMIEK’s 2.0. Het rapport van de kennisin-stellingen is op 13 november 2025 door hen gepubliceerd.7 De provincieshebben op een aantal punten vooruitgang geboekt ten opzichte van depMIEK’s 1.0. Zo is de toekomstige energievraag uit sectoren zoalsmobiliteit, industrie en woningbouw via de provinciale Energievisies beterin kaart gebracht en weten provincies, gemeenten, netbeheerders,maatschappelijke organisaties en het Rijk elkaar tijdens het proces beter tevinden. De kennisinstellingen doen ook een aantal aanbevelingen.Bijvoorbeeld om het proces eenvoudiger en efficiënter in te richten doorbepaalde technische expertise over het energiesysteem op landelijkniveau te organiseren. Daarnaast zien de kennisinstellingen mogelijk-heden om de provinciale Energievisies concreter uit te werken, zodat dezeeen betere ruimtelijke doorwerking krijgen in het omgevingsbeleid. Dezeaanbevelingen worden meegenomen in de volgende pMIEK-ronde.7Zie https://vector.tno.nl/artikelen/tweede-ronde-integraal-programmeren/BIJLAGE 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6017 OER (Opwek Energie Rijksvastgoed)In het OER-programma stelt de Rijksoverheid – waar mogelijk – grondendie in haar bezit zijn beschikbaar voor het duurzaam opwekken vanhernieuwbare energie. Hiermee wordt een substantiële bijdrage geleverdaan de opgave van de RES’en en daarmee de energietransitie. Dit jaarworden 9 nieuwe energieprojecten toegevoegd. Uitdagingen in hetOER-programma zijn netcongestie en een smalle business case voor zonop land. Een nieuwe ontwikkeling binnen het OER-programma is dat meerwordt ingezet op een systeembenadering. Dit betekent dat hernieuwbareelektriciteit onderdeel wordt van de decentrale ontwikkelingen in hetenergiesysteem met het oog op de robuustheid hiervan. KGG isvoornemens om in samenspraak met de uitvoeringsorganisaties deambitie van het programma OER hier verder op aan te scherpen. Het ideeis dat nieuw aanbod van elektriciteit op een slimme manier wordtverbonden met regionale energievragers. Zo draagt OER bij aan eenoplossing in de regio met een behoefte aan energie, zodat bijvoorbeeldwoonwijken, laadstations en bedrijventerreinen kunnen worden gereali-seerd. Een bestendig investeringsklimaat voor de ontwikkelaars van dezeenergieprojecten is hierbij nodig, omdat de marktontwikkelingen voorhernieuwbare energie sterk in beweging zijn.Programma Verbindingen aanlanding wind op zeeHet programma VAWOZ (Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee) brengtin samenspraak met de omgeving kansrijke alternatieven in beeld omwind op zee aan te landen na de huidige routekaart windenergie op zee.De bij het programma VAWOZ betrokken decentrale overheden werkenmomenteel aan het opstellen van regioadviezen. Met dit regioadviesgeven de regio’s (Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant enZeeland) de Minister van Klimaat en Groene Groei in december 2025 hunvoorkeuren en aandachtspunten mee met betrekking tot routes en locatiesvoor het aanlanden van windenergie van zee en mogelijke locaties voorgrootschalige elektrolyse op land. Bij de publicatie van het programmaAansluiting Wind op Zee – Eemshaven (PAWOZ-Eemshaven) is de TweedeKamer reeds geïnformeerd over de doorontwikkeling van het tunnel-concept. Het uitgangspunt is om het tunnelconcept in samenspraak metde regio dusdanig uit te werken dat deze onderdeel kan zijn van deafweging in programma VAWOZ over welke alternatieven te benuttenvoor toekomstige aanlandingen van wind op zee.Mede op basis van de regioadviezen, het advies van Rijkswaterstaat, eenconsultatie van het Noordzeeoverleg, de onderzoeksresultaten en inputvanuit de brede omgeving wordt een ontwerpprogramma VAWOZ metkansrijke alternatieven opgesteld. Voorzien is om het ontwerpprogramma– samen met de onderliggende onderzoeksrapporten – in mei 2026 terinzage te leggen zodat eenieder in de gelegenheid is om een zienswijze inte dienen. In deze periode worden ook de wettelijke adviseurs enCommissie voor de milieueffectrapportage geraadpleegd. Naarverwachting wordt het programma eind 2026 vastgesteld, waarnarijksprojectprocedures starten voor de ruimtelijk inpassing en vergunning-verlening van de aanlandingen.Voorverkenning diepe aanlandingenDoor beperkte ruimte in de kustregio’s en om netcongestie in diegebieden te verminderen, worden in een nieuw traject ook verderlandinwaarts aanlandingen onderzocht. Begin dit jaar zijn KGG en Tennet,in afstemming met Rijkswaterstaat en de betrokken provincies, gestartmet een voorverkenning voor diepe aanlandingen windenergie op zee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6018 Deze voorverkenning vormt de eerste stap in het ruimtelijke proces om totdiepe aanlandingen te komen en is de basis voor goed onderbouwdekeuzes om in latere fasen kostbare aanpassingen of vertragingen tevoorkomen.De voorverkenning richt zich op verschillende potentiële aansluitlocatiesdie dieper landinwaarts liggen. Het gaat om locaties in Limburg,Gelderland, Noord-Brabant, Flevoland en Twente. Daarnaast worden ophoofdlijnen mogelijke kabeltracés naar deze locaties onderzocht, waarbijook wordt bezien of reserveringsgebieden en indicatieve buisleidingen-stroken uit het Programma Energiehoofdstructuur benut kunnen wordenals alternatieve routes.In de voorverkenning zal ook een variant worden onderzocht met eengelijkstroomhub. Een gelijkstroomhub fungeert als schakelstation tussentwee of meerdere gelijkstroomkabels en stelt TenneT in staat om inwindluwe periodes beter te sturen waar de elektriciteit naartoe gaat.Besluitvorming over hubs, evenals de nut en noodzaak van diepeaanlandingen, volgt uit PEH II.In de zomer 2026 moet de voorverkenning zijn afgerond op basis waarvaneen set redelijke alternatieven wordt geselecteerd om nader te onder-zoeken in een programma of brede rijksprojectprocedure.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6019 – VOORTGANG VERSNELLINGSPAKKET NETCONGESTIEToelichting doorbraakprojecten versnellingspakket netcongestieOp verzoek van het kabinet heeft TenneT afgelopen zomer 26 projectendie cruciaal zijn voor de verlichting van netcongestie, grondig doorgelichten heeft TenneT onderzocht bij welke versnellingsmaatregelen elk projectbaat heeft. In het najaar zijn voor alle projecten projectateliers georgani-seerd. In elk projectatelier zijn de uitkomsten van de analyse van TenneTbesproken met regionale netbeheerders, provincies en gemeenten. Hetblijkt essentieel om in vroeg stadium duidelijke afspraken te maken tussenoverheden en netbeheerders.Terwijl beleidsmaatregelen verder wordt uitgewerkt, worden dezemaatregelen waar mogelijk al ingezet in de doorbraakprojecten. Zo issinds de zomer de expertpool al ingezet bij de doorbraakprojecten,vooruitlopend op officiële verbreding van de scope in 2026. Ook zal deuniforme taxatiemethodiek voor grondverwerving in de praktijk wordengetoetst en geconcretiseerd bij lopende projecten. En er wordt gewerktaan het verbeteren van het proces rondom het trechteren van locatiesvoor projecten om de locatiekeuze te vereenvoudigen.De projectateliers hebben geleid tot afspraken per project over onderandere over bevoegd gezag, toepassing van nieuwe werkwijze en inzetvan versnellingsmaatregelen. Als bleek dat versnellingsmaatregelen nietop tijd klaar zijn voor een project, zijn waar mogelijk specifieke afsprakengemaakt om toch versnelling te behalen en het risico op vertraging tebeperken. Ook zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt, bijvoorbeeldover de rol van het Rijk bij projecten waar een provincie of gemeente hetbevoegd gezag zijn of worden. In het voorjaar van 2026 zal de nieuwewerkwijze voor de doorbraakprojecten worden geëvalueerd in het kadervan het MIEK en worden bezien of de aanpak kan worden uitgebreid naarandere TenneT-projecten.Aankoopbeleid woningen bij nieuwe bovengrondse hoogspanningslijnenDe uitbreiding van het bovengrondse hoogspanningsnet loopt vertragingop door maatschappelijke bezorgdheid van omwonenden en lokaleoverheden. Eind november heeft de Minister van Klimaat en Groene Groeidaarom afspraken gemaakt met TenneT over de aankoop van woningen inde nabijheid van bovengrondse hoogspanningslijnen.Met dit nieuwe beleid krijgen omwonenden die binnen 100 meter vannieuwe bovengrondse hoogspanningslijnen wonen de mogelijkheid omhun woning door TenneT te laten aankopen tegen marktwaarde. Ofbewoners kunnen een verhuiskostenvergoeding krijgen als ze de woninghuren. Met TenneT is afgesproken dat aangekochte woningen in beginselweer worden doorverkocht aan nieuwe bewoners die er wél willenwonen, zodat deze beschikbaar blijven voor de woningmarkt.De komende twee jaar stellen de Ministers van KGG en van VRO voorminimaal vijf nieuwe bovengrondse 380 kV-verbindingen de voorkeur-stracés vast. Met dit aankoopbeleid worden de belangen vanomwonenden beter geborgd en komen besluiten over het realiseren vannieuwe bovengrondse hoogspanningsverbindingen sneller en met meerdraagvlak tot stand. Het aankoopbeleid gaat 1 januari 2026 in.BIJLAGE 3Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60110 Concrete versnelling wetgeving versnellingspakketIn het wetgevingsprogramma voor kortere procedures worden mogelijkewettelijke maatregelen voor structurele versnelling van de realisatie vanelektriciteitsprojecten onderzocht. Er wordt ingezet op verbetering vanwetgeving om procedures te versnellen, het effectiever inzetten vangrondbeleid en het vrijmaken van ruimte voor elektriciteitsnetwerken8.Waar mogelijk worden aanpassingen breed gedaan, zodat ook projectenop midden- en laagspanning en andere energiemodaliteiten (waterstof,warmte en CCS) profiteren.Concrete versnelling door aanpassing wetgeving voor energieprojecten:•In september is het ontwerpbesluit procedurele versnellingenelektriciteitsprojecten in procedure gebracht, met de start van devoorhang bij beide Kamers. Dit ontwerpbesluit kan leiden tot eenversnelling van 1,5 jaar door besluiten voor energie-infrastructuur-projecten aan te wijzen waarvoor een snellere beroepsprocedure geldt.Zo wordt het mogelijk om beroepsmogelijkheden bij één instantie teleggen met verkorte termijnen. Uiteindelijk inwerkingtreding isafhankelijk van de grondslag in de Wet Regie Volkshuisvesting, dievoor behandeling in de Eerste Kamer ligt.•Vanaf 1 januari 2026 treedt een wijziging van het Energiebesluitinwerking. Met deze wijziging wordt het bevoegd gezag voor vergun-ningverlening bij natuuraspecten voor het landelijk waterstofnetwerkvan provincies naar de Staatssecretaris van LVVN overgedragen. Ditbevordert efficiëntie, snelheid en consistentie in de besluitvorming vandeze vaak provinciegrens-overschrijdende projecten.•De gedoogplicht van rechtswege waarmee netbeheerders eenvoudigeren sneller land kunnen betreden om vooronderzoek te doen voor deaanleg van netwerken is in november jl. gepubliceerd in het Staatsbladals onderdeel van de verzamelwet KGG/LVVN. De maatregel treedt op1 januari 2026 in werking.•Bij complexe energie-infrastructuurprojecten is de huidige termijn vaneen voorbereidingsbesluit (maximaal 1,5 jaar) soms te kort, omdat eenproject soms langer nodig heeft dan een jaar om tot de volgende fasete komen. In de tussentijd kunnen dan andere ruimtelijke ontwikkelin-gen tot stand komen op de betreffende (project)locatie. Dit speelt ookbij andere projecten in de fysieke leefomgeving. Daarom wordt doorhet Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening gewerktaan een wijziging van de geldigheidstermijn van het voorbereidingsbe-sluit. Een wetsvoorstel voor deze wijziging zal naar verwachting nogdit jaar in de internetconsultatie gaan.8Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 597Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 60111

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2576e5c73049d3d6

14 okt 2026 · a189e38237bbd568

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.