KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voorhangbrief aanwijzing algemene diensten en activiteiten voor zorgondersteunende digitale patiënteninformatie

12 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4ab4d66f804b5e8e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 529Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) inde Zorg31 765Kwaliteit van zorgNr. 357 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 februari 2026Deze brief bevat de zakelijke inhoud van de aanwijzing die ik op grond vanartikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) voornemensben te geven aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor het vaststellenvan een prestatiebeschrijving voor algemene diensten of activiteiten tenbehoeve van «zorgondersteunende digitale patiënteninformatie». Dezeprestatiebeschrijving maakt het mogelijk om het digitaal platformThuisarts te bekostigen via de Wmg.AanleidingMede gelet op toenemende zorgvraag en een krappe arbeidsmarkt is inhet Integraal Zorgakkoord (IZA) afgesproken om in te zetten op dedoorontwikkeling en stevige inbedding van digitale (zelf)zorgmiddelen inhet zorglandschap. Goede digitale tools kunnen mensen helpen om in teschatten of het nodig is om een beroep te doen op zorg. Over deuitvoering van deze IZA-afspraak is de Tweede Kamer op verschillendemomenten geïnformeerd door de toenmalige Ministers van VWS1.In het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA)2 maakten hetMinisterie van VWS, Nederlands Huisartsengenootschap (NHG, eigenaarvan Thuisarts), Federatie Medisch Specialisten (FMS), PatiëntenfederatieNederland (PFN) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) de afspraak om tewerken aan verdere doorontwikkeling, verbreding (naar meer vormen vanzorg) en structurele inbedding en financiering van Thuisarts in hetzorglandschap. Daarbij is afgesproken dat het uitgangspunt is destructurele financiering per 2027 te borgen, en bij voorkeur via deZorgverzekeringswet (Zvw). Met deze voorgenomen aanwijzing concre-tiseer ik de afspraak in het AZWA en krijgt Thuisarts een door het zorgveldbreed gedragen en structurele plek in het zorglandschap.1Kamerstuk II, 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 35/Kamerstuk II, 2024–2025, 33 578, nr. 1222Kamerstuk II, 2024–2025, 31 765, nr. 943 kst-27529-357ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Ontvangen ter Griffie op 12 februari 2026.Het besluit tot het doen van een aanwijzingkan niet eerder worden genomen dan op14 maart 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3571 Wat is Thuisarts?Het NHG heeft dit platform ontwikkeld als digitale variant van de foldersdie in de wachtkamer van de huisartsenpraktijk te vinden zijn. Thuisarts isinmiddels een digitaal platform voor betrouwbare en onafhankelijkeinformatie over gezondheid en ziekte. Thuisarts heeft twee functies:1.Het ondersteunen van huisartsen en andere zorgverleners bij hunvoorlichtingsfunctie voor, tijdens en na het consult met de patiënt.2.Het bieden van directe patiëntenvoorlichting om inwoners vanNederland te voorzien van betrouwbare en onafhankelijke digitaleinformatie over klachten, ziekte en aandoeningen via één centrale plek.Thuisarts beoogt met de tweede functie de zelfredzaamheid en zelfzorgvan zorggebruikers te stimuleren en hen beter in staat stellen daarin dejuiste keuzes te maken. Hiermee voorkomt Thuisarts onnodig beroep opde (eerstelijns)zorg. Thuisarts wordt breed gewaardeerd door bezoekersen professionals. In 2024 trok Thuisarts.nl ongeveer 72 miljoen bezoekers.Bekostiging ThuisartsOp dit moment worden de operationele kosten van Thuisarts voor de IZAperiode (2024 t/m 2026) gedragen in de vorm van een cofinanciering doorhet Ministerie van VWS, ZN, het NHG en de FMS. Per 2027 zal, conform deafspraken in het AZWA, de structurele financiering van de borging endoorontwikkeling van Thuisarts worden geregeld via de contracteringdoor zorgverzekeraars. Dit vindt plaats binnen de in het AZWA vastge-stelde financiële kaders.Voor de structurele financiering van Thuisarts heeft het ZorginstituutNederland (hierna Zorginstituut), op verzoek van het Ministerie van VWS,de activiteiten en diensten van Thuisarts beoordeeld in relatie tot de Zvwverzekerde zorg. Het Zorginstituut heeft bij zijn beoordeling de gebruike-lijke pakketvoorwaarden gehanteerd. Het moet gaan om geneeskundigezorg, zoals professionals «plegen te bieden» en die voldoet aan de «standvan de wetenschap en de praktijk». Het Zorginstituut heeft hierbij specifiekverkend of de activiteiten en diensten van Thuisarts zijn aan te merken als«algemene diensten ten behoeve van verzekerde zorg (ADZ)», zoalsgenoemd in de brief van 29 juni 2020 aan de Tweede Kamer3.De ADZ-regeling is erop gericht om de financiering en declaratie vanactiviteiten als coördinatie, samenwerking en bijbehorende infrastructuurdie wenselijk zijn voor adequate organisatie van (keten)zorg mogelijk temaken dan wel de declaratie daarvan te vereenvoudigen. Sommigeactiviteiten of diensten worden niet uitgevoerd door de zorgaanbieder diede daadwerkelijke patiëntenzorg levert maar door een andere zorgaan-bieder (zorgaanbieder in de zin van ADZ). Via de route van ADZ is hetmogelijk dat deze activiteiten door de ADZ-zorgaanbieder rechtstreeks bijde zorgverzekeraars kunnen worden gedeclareerd.Het Zorginstituut geeft in haar beoordeling4 het volgende aan:1.De functie «informatie aanbieden ter ondersteuning van zorgverlenersen patiënten bij verzekerde zorg» is te zien als een activiteit die directverband houdt met de zorg, zoals huisartsen en andere zorgprofessio-nals die plegen te bieden. De activiteiten die Thuisarts in deze functieonderneemt, worden door de beroepsgroepen en de zorgverzekeraars– en het Zorginstituut- gezien als een vorm van zorg die valt onder deverzekerde aanspraken van de Zvw (bijvoorbeeld zorg «zoals huisart-sen plegen te bieden»).3Kamerstuk II, 2019–2020, 29 689, nr. 1071.4https://www.zorginstituutnederland.nl/documenten/2025/12/19/thuisarts.nl-financieren-als-adzTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3572 2.De functie «inwoners ondersteunen in zelfzorg», is niet te zien als eenactiviteit die direct verband houdt met de zorg zoals huisartsen enandere zorgprofessionals die plegen te bieden. Daarmee is er formeelgeen juridische grond dit uit de Zvw te bekostigen.Het Zorginstituut geeft vervolgens aan dat tegen dit laatste valt in tebrengen dat de – afgeleide – zelfzorgfunctie van Thuisarts onlosmakelijkverbonden is met de hoofdfunctie van de website, namelijk de directeondersteuning van de zorgverleners in het kader van verzekerde zorg. Eris sprake van één en hetzelfde platform dat ingezet wordt voor tweefuncties. De toepassing zelf, het platform, is niet te splitsen en de kostenvoor ontwikkeling en beheer van de toepassing zijn niet onder te verdelennaar functie. Als de hoofdfunctie wordt vergoed vanuit de Zvw, wordt deafgeleide functie dat als vanzelf ook. Ik ben het eens met de redeneringvan het Zorginstituut dat de hoofdfunctie van Thuisarts vergoed kanworden uit de Zvw en dat de afgeleide functie als vanzelf volgt zonder datdaar extra vergoeding voor nodig is.Hieruit volgt dat aan de inhoudelijke voorwaarden voor een ADZbekostiging is voldaan. De uitvoeringsaspecten ten aanzien van demogelijkheid om tot een bekostiging via ADZ te komen zijn hierna doorbetrokken partijen verkend en op hoofdlijnen nader uitgewerkt. Hieroverheeft de NZa vervolgens een uitvoeringsadvies uitgebracht.5Afbakening PrestatieThuisarts is op dit moment de enige aanbieder die ondersteunendeactiviteiten of diensten verricht die direct verband houden met zorgonder-steunende digitale patiënteninformatie. Het is echter niet uit te sluiten dateen andere aanbieder met een soortgelijk netwerk zich zal aandienen. Ikzal gelet op artikel 7 van de Wmg een aanwijzing geven die geenbetrekking heeft op een individuele zorgaanbieder.De te verstrekken aanwijzing aan de NZa zal zien op een prestatie voor hetgeheel van activiteiten dat leidt tot een platform met landelijk bereik engericht op gezondheid en ziekte over de volledige breedte van Zvw-zorg –van geïndiceerde preventie (0e lijn) tot en met de specialistische zorg(3e lijn). Platforms gericht op informatie over specifieke ziekten/aandoeningen en over geneesmiddelen en gezondheid vallen hiermeebuiten de prestatie. Gelet op de beoordeling van het Zorginstituut zal de teverstrekken aanwijzing zien op de volgende ondersteunende activiteitenen diensten ten behoeve van zorg voor zorgondersteunende digitalepatiënteninformatie:•Continuïteit en stabiliteit van het platform: zorgen voor een robuuste,veilige en toekomstbestendige digitale infrastructuur door onderhoud,updates en kwaliteitsborging op technisch en operationeel niveau.•Contentontwikkeling: het ontwikkelen van de inhoudelijke content tenbehoeve van de digitale patiënteninformatie. Dit betreft niet enkeltekstuele content, maar bijvoorbeeld ook instructie- en uitlegvideo’s.Onderdeel hiervan is het omwerken van medische richtlijnen naarinformatie geschikt voor de doelgroep.•Onderzoek en innovatie: het doen van onderzoek op basis van degegenereerde data (bezoekersaantallen, populaire content etc.) endoor-ontwikkelen en verbeteren van het platform op basis van dezedata.•Platformontwikkeling: het onderzoeken, inrichten en implementerenvan nieuwe technologische oplossingen voor de functies van hetplatform.5https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_809865_22/1/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3573 •Inbedding in zorgprocessen: technische inbedding in systemen vanaanbieders van patiëntenzorg (praktijken, ziekenhuizen, etc.) en andereorganisaties (bijv. zorgplatformen, zorginformatiesystemen enpatiëntportalen) zodat informatie en softwareoplossingen beschikbaarzijn via de eigen systemen.Verder wil ik de NZa vragen om onderstaande randvoorwaarden teverbinden aan de prestatie:•Betrouwbaarheid van data: de informatie op het platform is primairgebaseerd op wetenschappelijke standaarden en richtlijnen en/ofconsensus vanuit beroepsgroepen.•Dienstverlening aan gebruikers: het platform is gebruikersvriendelijken toepasbaar voor verschillende doelgroepen. Het platform is tevensvrij toegankelijk.•Inbedding in het zorgproces: het platform kan ingebed worden in hetzorgproces, en in hoge mate worden geaccepteerd en geadopteerddoor zorgverleners.•Samenspraak met patiënten en burgers: het perspectief van patiëntenen burgers wordt actief betrokken bij de (door)ontwikkeling enstrategievorming van het platform. Het meenemen van hun perspectiefwordt structureel geborgd in de organisatie en de aansturing daarvan.Aanvullend op deze basis kan gesteld worden dat de activiteiten vallenonder de prestatie voor zover zij bijdragen aan de volgende functies:•het bieden van een betrouwbare kennisinfrastructuur: technisch goedonderhouden en inhoudelijk up-to-date gehouden voor professionalsen organisaties in de zorg.•het ondersteunen van zorgverleners bij de informatieplicht dooractuele, duidelijke en betrouwbare gezondheidsinformatie te ontwikke-len die aansluit bij de richtlijnen en standaarden van de zorgprofessio-nals.•het ondersteunen van zorgverleners door het geven van zelfzorgadvie-zen: adviezen die zorgverleners vaak geven en die mensen op eenverantwoorde manier zonder hulp zelf kunnen toepassen.•het ontlasten van zorgverleners: ontwikkelen van informatie enfunctionaliteiten die zorgverleners werk uit handen nemen, onder meerdoor integratie van het platform binnen de bestaande systemen,portalen en platformen van zorgaanbieders.•des- en misinformatie tegengaan: voorkomen dat mensen metverkeerde verwachtingen bij een arts of andere zorgverlener komen, ofdat ze ten onrechte geen hulp zoeken.InkoopThuisarts is op dit moment de enige aanbieder die voldoet aan deprestatiebeschrijving. De NZa heeft in haar advies over mogelijke effectenonder andere aangegeven dat zorgverzekeraars niet verplicht zijn denieuwe prestatie in te kopen, waardoor er sprake is van een gezondemachtsbalans tussen Thuisarts en de zorgverzekeraars. Verzekeraarshebben immers de ruimte om zich terug te trekken uit (verlengen van) deovereenkomst en terug te vallen op de situatie waarin zij de door hengecontracteerde zorgaanbieders via de tarieven van patiëntenzorgvergoeden voor ondersteuning. Het is vervolgens aan de zorgaanbiedersof zij de ondersteuning bij Thuisarts betrekken.Voor potentiële toetreders zal het enige tijd kosten om te voldoen aan deprestatiebeschrijving. De NZa verwacht op korte termijn daarom geennieuwe toetreders. Dit is volgens de NZa ook afhankelijk van vele factorenzoals benodigde investeringen, regelgeving (waaronder de prestatiebe-schrijving), inkoopgedrag van zorgverzekeraars, marktgedrag vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3574 Thuisarts en overstapbereidheid («honkvastheid») van gebruikers. Bijzorgondersteunende digitale patiënteninformatie is er geen directezorgverlening aan een consument. De NZa verwacht dat hierdoor externeeffecten zoals afwenteleffecten (het doorverwijzen van patiënten metklachten waarvan de behandeling voor de zorgaanbieder financieel nietaantrekkelijk is), risicoselectie (bijvoorbeeld moeilijk behandelbarepatiënten weigeren) of ketenzorgeffecten (negatieve effecten voor desamenwerking in een keten) zich hier niet zullen voordoen.De intentie van zorgverzekeraars is dat zij congruent handelen bij deinkoop van de nieuwe prestatie. Zorgverzekeraars hebben meerderevarianten van inkoopprocessen die daartoe leiden. Het is aan hen om insamenspraak met de aanbieder om de best passende variant te kiezen.Prestatie en tarievenDe NZa geeft in haar advies aan dat een vrij tarief met lumpsumbekos-tiging het meest de huidige situatie benadert waar zorgverzekeraars enThuisarts vrij zijn in de hoogte van het lumpsumbedrag dat zij overeen-komen. Een vrij tarief geeft de ruimte voor maatwerk waarbij rekeningwordt gehouden met de specifieke kenmerken van een aanbieder vanadz-ondersteuning. De NZa is van mening dat er een contractvereistemoet worden gekoppeld aan het vrije tarief. Ook acht de NZa een actievemonitoring van de marktontwikkeling na implementatie van de nieuwebekostiging op zijn plaats.Een contractvereiste acht de NZa om meerdere redenen noodzakelijk. Teneerste is het essentieel voor de verantwoording van dit nieuwe typeprestatie dat duidelijke afspraken tussen de zorgaanbieder en zorgverze-keraar over inspanningen en/of resultaten kunnen worden gemaakt.Daarnaast bestaat op termijn het zeer reële risico dat zonder contractver-eiste de betaalbaarheid van deze zorgondersteuning in gevaar komt dooreen mogelijke wildgroei aan digitale platforms die de nieuwe prestatiedeclareren bij zorgverzekeraars zonder dat die afspraken met hen hebbenkunnen maken.Ik kan mij vinden in een vrij tarief gekoppeld aan een contractvereisteomdat een vrij tarief aansluit bij de huidige praktijk en dit ook wordtondersteund door partijen. De NZa mag hier voorwaarden aan verbinden.Evenals de NZa vind ik het belangrijk dat de NZa het gebruik van een vrijtarief gaat monitoren en evalueren.Voor een goede verantwoording en om de uitgaven goed in de risico-verevening in te kunnen brengen, verduidelijken overheidspartijenmiddels een brief aan zorgverzekeraars de financiële verantwoording voorlumpsum financiering van zorgondersteunende activiteiten. Dit zodatzorgverzekeraars per 2027 kunnen overgaan tot inkoop van Thuisarts.MacrobeheersinstrumentHet macrobeheersinstrument zal niet van toepassing zijn.Eigen RisicoIk ben voornemens om deze activiteiten uit te sluiten van het eigen risicodoor middel van een aanpassing van het Besluit Zorgverzekering. Debekostiging van deze activiteiten vindt plaats in de vorm van lumpsumbetalingen. Dit betekent dat deze activiteiten niet op het niveau van deindividuele verzekerde wordt gedeclareerd, maar door middel van eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3575 totaalbedrag. Hierdoor kan het eigen risico in de praktijk niet in rekeningworden gebracht bij de individuele verzekerde.Bovendien is een van de doelen van het eigen risico om mensen testimuleren om bewust na te denken of het gebruik van zorg noodzakelijkis en of de zorg op dat moment moet worden gebruikt. Omdat dezeactiviteiten worden bekostigd als zijnde organisatie van zorg heeft deverzekerde geen keus of dit wel of niet in rekening wordt gebracht. Deverzekerde heeft hierdoor ook niet de keus om van deze activiteit af tezien. Een eventueel remmend effect wat van het eigen risico uitgaat is hierdan ook niet van toepassing.Evaluatie/monitoringBekostiging via ADZ is een relatief nieuwe werkwijze waar nog meerervaring mee moet worden opgedaan. Het is bijvoorbeeld onduidelijk ofnieuwe aanbieders toetreden die zich zullen richten op activiteiten ofdiensten ten behoeve van zorgondersteunende digitale patiënteninfor-matie en hoe de bekostiging via ADZ uitpakt voor de risicoverevening. Ikvraag de NZa dan ook om de ontwikkelingen de komende jaren actief temonitoren en aanpassingen voor te stellen waar nodig. Ik vind hetdaarnaast belangrijk om de inzet van bekostiging via ADZ voor activiteitenen diensten ten behoeve van zorgondersteunende digitale patiënteninfor-matie over drie jaar te evalueren. De evaluatie zal onder andere betrekkinghebben op inzet van het vrije tarief, marktmacht en toetreding van nieuweaanbieders. Ik zal de NZa middels een aparte brief hiertoe opdracht geven.Zakelijke inhoud van de aanwijzing aan de NZaIk zal de NZa opdragen in haar beleidsregels per 1 januari 2027 te voorzienin een prestatie voor ondersteunende activiteiten en diensten ten behoevevan zorg voor zorgondersteunende digitale patiënteninformatie, zoals indeze brief beschreven en door het Zorginstituut als zodanig zijn beoor-deeld, met een vrij tarief. De NZa mag voorwaarden hieraan verbinden.Overeenkomstig artikel 8 van de Wmg ga ik niet eerder over tot het gevenvan de aanwijzing dan nadat dertig dagen zijn verstreken na verzendingvan deze brief. Hiermee wordt bekostiging van het digitaal platformThuisarts mogelijk.Tot slotVoor het vinden van een oplossing voor de structurele financiering vanzorg ondersteunende digitale patiënteninformatie – zoals Thuisarts – zijnverschillende opties verkend. Daarbij is ook gekeken of activiteiten onderde Zvw kunnen vallen. Ik ben alle partijen die hierover meegedacht enhieraan meegewerkt hebben zeer erkentelijk. Ik ben dan ook verheugd datstructurele financiering met ingang van 1 januari 2027 via de ADZ-routetot stand komt. Dit is een belangrijke stap voor de doorontwikkeling enstructurele inbedding van Thuisarts. Conform de afspraak in hetAanvullend Zorg en Welzijnsakkoord behoudt Thuisarts hiermee eencentrale plek in het zorglandschap en blijft het een belangrijk digitaalplatform waar zorgverleners op terug kunnen grijpen bij het verlenen vanzorg. Ook kunnen mensen blijvend van betrouwbare informatie gebruikmaken als zij vragen hebben over gezondheid en zorg.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.A. BruijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 529, nr. 3576

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c892079161b14ade

14 okt 2026 · 8931da56113491a6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.